94e vergadering, dinsdag 8 september 2026
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn 150 leden der Kamer, te weten:
El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, Boon, Martin Bosma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Heutink, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Chris Jansen, Jumelet, Kathmann, Keijzer, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, Kops, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Lammers, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maeijer, Maes, Markuszower, Martens-America, Mathlouti, Van Meetelen, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Van der Plas, Podt, Poortman, Prickaertz, Raijer, Rajkowski, Rooderkerk, De Roon, Russcher, Schenk, Schilder, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Stoffer, Stöteler, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vermeer, Vervuurt, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan en Zwinkels,
en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Tielen, staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 8 september 2026.
Vragen Wilders
Vragen Wilders
Vragen van het lid Wilders aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het bericht "Syrische immigrant Mohammed K. is 18 jaar, heeft hier al 114 politieregistraties, tóch mogen ouders & broertjes naar Nederland komen".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Wilders voor zijn mondelinge vragen aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en Migratie. Ik heet haar natuurlijk van harte welkom in vak K. Meneer Wilders, als u zover bent, heeft u het woord.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Eind mei ontving de politie een melding. In een woning in Amsterdam-Oost waren twee vrouwen overvallen door drie Syrische mannen. De vrouwen werden door de Syriërs aan hun haren getrokken, in hun gezicht geslagen en met een mes bedreigd. Eén vrouw kreeg zelfs het mes op haar keel. Ze werden beroofd van hun sieraden, telefoons, geld en paspoort en uiteindelijk werden ze bebloed door de politie aangetroffen. De verdachte Syriërs, Laith A., Khir Aldin B. en Mohammed K., stonden vorige week voor de rechter. Mohammed K. is nu 18 jaar oud. Hij kwam vier jaar geleden, op zijn 14de, naar Nederland. Sindsdien, in de afgelopen vier jaar, verzamelde hij maar liefst 114 politieregistraties. U gelooft het niet.
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
Ik schors de vergadering een enkel ogenblik. Ik verzoek de beveiliging de gast van de tribune te evacueren.
De voorzitter:
Ik heropen. Het woord …
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
De vergadering is geschorst.
De voorzitter:
We hebben dit eenmaal eerder meegemaakt. Toen heb ik bij de derde keer besloten om de tribune te evacueren en de aanwezigen de gelegenheid te geven om deze vergadering op een andere plek bij te wonen. Ik zeg nogmaals: als dit nu nog één keer gebeurt, schors ik de vergadering en zullen de aanwezige gasten deze vergadering op een andere plek in het gebouw moeten bijwonen, want we gaan deze plenaire vergadering niet onderbreken omdat de volksvertegenwoordiging vanaf de publieke tribune niet in staat wordt gesteld om haar werk te doen. U bent gewaarschuwd. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Sindsdien, zei ik net, verzamelde hij, Mohammed K., maar liefst 114 politieregistraties. 114! Vooral …
(Onrust op de publieke tribune.)
De voorzitter:
De vergadering is geschorst. Ik verzoek de beveiliging de tribune te evacueren. De verzamelde pers kan gewoon op de tribune blijven zitten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Er was helaas een verstoring — het waren enkele verstoringen — vanaf de publieke tribune, waardoor we helaas hebben moeten verzoeken om de publieke tribune te ontruimen. De gasten zullen worden begeleid naar een plek waar de vergadering op een andere manier kan worden bijgewoond. Geaccrediteerde journalisten blijven gewoon op de publieke tribune plaatsnemen om de plenaire vergadering te volgen. Ik stel voor dat we het mondelinge vragenuur opnieuw beginnen. Ik geef het woord aan de heer Wilders voor zijn bijdrage en zijn vragen aan de staatssecretaris. Het woord is aan de heer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u, voorzitter, en dank u dat ik opnieuw mag beginnen. Eind mei ontving de politie een melding. In een woning in Amsterdam-Oost waren twee vrouwen overvallen door drie Syrische mannen. De vrouwen werden door de Syriërs aan hun haren getrokken, in hun gezicht geslagen en met een mes bedreigd. Eén vrouw kreeg zelfs het mes op haar keel. Ze werden beroofd van hun sieraden, telefoons, geld en paspoort, en de vrouwen werden uiteindelijk bebloed door de politie aangetroffen. De verdachte Syriërs heten Laith A., Khir Aldin B. en Mohammed K. Vorige week stonden ze voor de rechter.
Mohammed K. is nu 18 jaar oud. Hij kwam vier jaar geleden, op zijn 14de, naar Nederland. Sindsdien verzamelde hij maar liefst 114 politieregistraties. 114! U hoort het goed. 114 in vier jaar tijd, vaak voor diefstal. Wat leven we eigenlijk in een bananenrepubliek, als iemand met 114 politieregistraties nog steeds in Nederland zit en zijn gang kon gaan. Hij zit vast voor deze gewelddadige overval, maar zover had het natuurlijk nooit mogen komen. De minister had dit gajes Nederland nooit mogen binnenlaten. Deze Mohammed K. had na het eerste misdrijf van die 114 meldingen natuurlijk meteen het land uitgezet moeten worden. Ik vraag aan de staatssecretaris: waarom is dat niet gebeurd? Kloppen de berichten dat deze crimineel nu doodleuk van plan is om zijn ouders en broertjes uit Syrië naar Nederland te halen? Klopt het ook dat ze hebben gezegd dat ze, zodra ze hier zijn, op zoek gaan naar een leuke woning in Amsterdam? Dat zullen dan waarschijnlijk twee sociale huurwoningen zijn en waarschijnlijk met voorrang, want Mohammed heeft inmiddels ook zijn vriendin bezwangerd.
Voorzitter. In wat voor ziek land leven we? Hoeveel diefstallen, hoeveel overvallen, hoeveel messen op de keel of hoeveel slachtoffers moeten er nog volgen voordat dit kabinet eindelijk voor de Nederlanders opkomt, onze grenzen sluit en een asielstop invoert? Laat het helder zijn: Mohammed K. hoort niet in Nederland. Hij moet ons land uit, net als al die andere Syriërs die hier niets te zoeken hebben. Daarom heb ik een aantal vragen voor de staatssecretaris. Eén. Hoe heeft het in hemelsnaam zover kunnen komen? Niemand in Nederland snapt dit. Iedereen die dit hoort, is daar woest over. Twee. Gaat u Mohammed K., als hij wordt veroordeeld, na zijn verdiende straf onmiddellijk het land uitzetten? Gaat u hem, als hij niet wordt veroordeeld, voor die 114 meldingen meteen het land uitzetten? Waarom heeft u dat niet gedaan en gaat u dat nu doen? Gaat u ervoor zorgen dat hij zijn familie niet naar Nederland mag laten overkomen en dat er dus ook geen woningen aan hem worden verstrekt? Wanneer begint u met het uitzetten van de Syriërs? Wanneer komt eindelijk die asielstop?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de vragensteller in dit geval, want het zijn natuurlijk berichten die we lezen en die we ook allemaal meenemen. Het is, volgens mij, heel goed dat we nu de tijd hebben om antwoorden te geven. Het is natuurlijk wel zo dat, in z'n algemeenheid, op individuele casuïstiek niet ingegaan wordt, maar ik vind het wel belangrijk om hier heel duidelijk over te zijn. Overlast en crimineel gedrag door asielzoekers zijn onacceptabel. We treden daar normerend tegen op en dat zullen we blijven doen. Wanneer een asielzoeker is veroordeeld voor een misdrijf, wordt altijd onderzocht of de asielvergunning ingetrokken kan worden of dat de verblijfsaanvraag voor asiel afgewezen kan worden op grond van de openbare orde.
De bestaande nationale aanpak van overlast bestaat uit vier pijlers: sneller beslissen over kansarme aanvragen, maatwerk in de opvang, lik-op-stukbeleid in de openbare ruimte en een stevige inzet op terugkeer. In de asielprocedure werken de IND en DTenV juist samen om bij een negatieve beschikking het vertrektraject zo snel mogelijk op te starten. Op 12 juni jongstleden is het Europese Asiel- en migratiepact in werking getreden; dat is voor uw Kamer geen nieuws. Ook dat gaat onze grip op migratie verstevigen, bijvoorbeeld met de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en het werken aan asielaanvragen buiten de Europese Unie. Op die manier spant onze minister zich in om de overlast merkbaar terug te dringen en meer rust te brengen in de migratieketen. Aanstaande donderdag is er een commissiedebat Asiel en migratie, waarin u met de minister nader in gesprek zal gaan over deze onderwerpen.
De heer Wilders (PVV):
Ik heb zelden zo'n waardeloos antwoord gehoord. "Normerend optreden" zegt de staatssecretaris: "Wij treden normerend op." U doet helemaal niks. Er zit iemand die hier 114 keer een politieregistratie heeft gehad, waaronder voor diefstal, misdrijven. Doordat u niks heeft gedaan, heeft hij vrouwen kunnen beroven, vrouwen kunnen mishandelen, vrouwen met een mes tot bloedens toe kunnen behandelen. Dat is niet "normerend optreden"; dat is helemaal niets doen. Als u niets doet, wat u blijkbaar heeft gedaan, en als u dat soort mensen niet alleen binnenlaat omdat u de grenzen weigert te sluiten maar ook nog eens zorgt dat ze niet weggaan, keert u zich tegen de Nederlandse bevolking. Dan is het goed dat dit kabinet hopelijk heel snel zijn biezen pakt.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik heb alle begrip voor de verontwaardiging over zo'n individuele casus. Eind 2024 is uw Kamer geïnformeerd door toenmalig minister Faber over een aanscherping van de openbareordecasuïstiek in het asielbeleid. Daarbij is er een beleidsaanscherping aangekondigd die nog steeds onverkort van kracht is. Na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling onderzoekt de IND steeds of aan de voorwaarden voor weigering of intrekking van de asielvergunning is voldaan. Daar is niets aan veranderd. Daarbij hebben we te maken met hoge eisen van het Europese Unierecht. Indien een verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken, betekent dat ook dat rechten die daaruit voortvloeien, bijvoorbeeld rechten die betrekking hebben op gezinshereniging, niet onthouden kunnen worden. Dat is wat de Kwalificatierichtlijn van ons eist. Dat is het belangrijkste wat we in stand kunnen houden. Nogmaals, ik heb alle begrip voor de verontwaardiging over deze individuele casus.
De heer Ellian (VVD):
Sorry, dit laatste deel ontgaat mij. Iemand met 114 politieregistraties kan volgens datzelfde Europese recht gewoon uitgezet worden. Dat had ook al moeten gebeuren. Ik herhaal de vraag van collega Wilders graag. Het kan toch niet zo zijn dat deze man nu een beroep doet op nareis? Dat is toch ongelofelijk? Dat is niet uit te leggen aan de samenleving, aan slachtoffers en aan nabestaanden. We vragen dus om een simpel antwoord. Gaat het kabinet daar werk van maken, ja of nee?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Daar maken wij zeker al werk van. Ik ga niet in op een individuele casus. In zijn algemeenheid heb ik u gezegd dat de IND na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling altijd onderzoekt of aan de voorwaarden voor het weigeren of intrekken van de asielvergunning kan worden voldaan. In zo'n geval zal dat ook het geval zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is echt … Deze antwoorden zijn gewoon bijna niet te doen. U bent hier aan het aflezen van een door ambtenaren voorbereid papiertje. Leg dat papiertje nou eens even weg. Vertelt u gewoon in klare taal, in gewonemensentaal, wat hier precies aan de hand is. Iemand met 114 politieregistraties heeft nog recht op nareis. Ik herhaal ook de vraag van de heer Wilders: leg dat eens in klare taal uit aan de mensen in Nederland. Zij begrijpen hier totaal niets van.
De voorzitter:
De staatssecretaris vervangt vandaag de minister van Asiel en Migratie.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker, voorzitter, en met liefde. Ik kan deze antwoorden vanuit mijn hart geven. Op het moment dat er sprake is van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling zijn er voldoende mogelijkheden om te zeggen dat we de vergunning intrekken. Ik kan niet ingaan op een individuele casus en de minister zou dat ook niet doen. Dat is altijd zo in deze Kamer. Aanstaande donderdag is er een commissiedebat over asiel en migratie. Het is heel goed om dan door te vragen welke wet- en regelgeving er in een specifieke casus geldt. Daar kunt u het debat met de minister over aangaan. Ik ga niet in op dit individuele geval. In zijn algemeenheid is het zo dat een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wel degelijk consequenties heeft in Nederland.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij zijn we het met elkaar eens dat als je 114 keer in aanraking komt met de politie, Nederland misschien niet jouw thuis is. Als jij vrouwen met messen bedreigt, is Nederland niet jouw thuis. Als je in een azc terechtkomt, gastvrij wordt behandeld en vervolgens bekeerde christenen met de dood bedreigt, is Nederland gewoon niet voor jou. De goeden lijden onder de kwaden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij bereid is om te kijken of die regeling aangescherpt kan worden. Het kan toch niet zo zijn dat je na 114 keer alsnog een verblijfsvergunning en een paspoort krijgt?
Staatssecretaris Van Bruggen:
We hebben hier te maken met hoge eisen van het Europese Unierecht. Het is dus niet zo dat wij daar als land zomaar invloed op kunnen uitoefenen. Volgens mij is het belangrijk wat ik zojuist heb gezegd. Als er redenen en onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen zijn, is er wel degelijk een grond om dit aan te pakken. Tegelijkertijd deel ik natuurlijk de verontwaardiging over de individuele casuïstiek, over dit soort voorbeelden. Ik begrijp die heel goed. Het kabinet deelt die ook met u. Tegelijkertijd hebben we te maken met wet- en regelgeving en met de manier waarop we met elkaar omgaan in Nederland. We doen er in dit kabinet alles aan om te zorgen dat we hard optreden als het gaat over het handhaven van de openbare orde en mensen die het recht niet zo nauw nemen in ons land.
De heer Van Asten (D66):
Ik schrik er heel erg van dat iemand die 18 jaar oud is al 114 keer is gepakt en een politieregistratie heeft, terwijl die pas vanaf zijn 14de in Nederland is. Dan is daar echt iets behoorlijk misgegaan. Minderjarigen worden door Nidos begeleid. Er zit ook een hele escalatie in welke begeleiding ze krijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: is die specialistische Nidos-begeleiding voor jongeren waar het helemaal mis mee gaat dan wel de gespecialiseerde jeugdzorg, voldoende om ervoor te zorgen dat we nooit tot deze 114 komen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Laat ik in zijn algemeenheid zeggen dat we iets te doen hebben als samenleving als er sprake is van zo'n hoog aantal verdenkingen, zo'n hoog aantal momenten waarop een jeugdige met de politie in aanraking komt. Ik geloof dat Nidos daar haar keiharde best voor doet. Ik geloof ook dat het niet altijd eenvoudig is. Ik denk dat het belangrijk is ook dat gesprek met de minister te kunnen blijven voeren om te zorgen dat we alles kunnen doen wat er nodig is om juist deze jongeren goed te laten landen in de Nederlandse samenleving. Dan kunnen we namelijk voorkomen dat we in dit soort situaties terechtkomen.
De heer Ceulemans (JA21):
Dit gaat echt je voorstellingsvermogen compleet te buiten. De staatssecretaris heeft het over de openbare orde en het openbareordecriterium. Dit stuk ellende is gewoon één grote wandelende bedreiging voor de openbare orde met zijn 114 politieregistraties. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat de staatssecretaris zegt dat er zelfs tegen zo iemand met zo veel registraties verblijfsrechtelijk niets te doen is?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zonder in herhaling te willen vallen, is het zo dat na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling de IND in zijn algemeenheid de mogelijkheden heeft om de voorwaarden voor weigering of intrekking van de asielvergunning wel degelijk ter tafel te brengen. Dat is in Nederland gewoon het geval; dat kan gewoon. Op deze individuele casus kan ik niet ingaan en dat zal ik ook niet doen, maar in zijn algemeenheid zijn er wel degelijk mogelijkheden.
De heer Ceulemans (JA21):
De staatssecretaris gaat voorbij aan het punt van de openbare orde, maar laat ik het dan zo stellen: dat hij hier is, is al schandalig genoeg, maar dat hij ook nog even zijn gezin laat overkomen, is natuurlijk helemaal aan niemand uit te leggen. Is er op dit moment een beletsel, of het nou nationale of Europese wetgeving is, dat belet dat de gezinshereniging of nareis of wat dan ook wordt gestopt als de referent een bedreiging voor de openbare orde is? Is de staatssecretaris bereid om tot het uiterste te gaan om in ieder geval dat niet door te laten gaan?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik spreek hier in algemeenheden. Ik ga niet op deze individuele casus in, maar in zijn algemeenheid kunnen we, als een verblijfsvergunning niet kan worden ingetrokken, niet zomaar een stop zetten op de rechten die daarmee gemoeid zijn, zoals het recht op gezinshereniging, dat voortvloeit uit de verblijfsvergunning. Dat is in zijn algemeenheid hoe we daar in Nederland mee omgaan. Dat is ook een hoge eis die aan ons gesteld wordt vanuit het Europese Unierecht, dus daar gaan wij als Nederland ook niet zomaar andere wet- en regelgeving op los kunnen laten.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is onbegrijpelijk dat deze minister zich verschuilt achter wetten en regelgeving om criminele Syriërs niet uit te zetten, want Duitsland en Oostenrijk zetten criminele Syriërs gewoon uit naar Syrië. Waarom doet het kabinet dat dan nog niet?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat lijkt me een relevante en uitstekende vraag om in het commissiedebat met de minister te bespreken. Ik denk dat het belangrijk is om ook de minister in het commissiedebat te bevragen over randvoorwaarden en allerlei aanvullende maatregelen die wel of niet mogelijk zijn. Hij zal ook met liefde de antwoorden geven. Op dit moment en in deze casus zijn dit de antwoorden die ik u heb kunnen geven.
De heer Struijs (50PLUS):
Even een vraag vanuit het veld. Politiemensen zijn diep verontwaardigd dat ze regelmatig mensen vele malen moeten aanhouden, in dit geval 114 keer. Is het niet een oplossingsrichting dat je bij de eerste keer snelrecht toepast en dat je met een veroordeling gelijk uit het hele systeem wordt gegooid? Ik ben op zoek naar die versnelling, want dit is een uitzichtloze situatie, ook voor de mensen in de uitvoering.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Natuurlijk heeft de heer Struijs groot gelijk. We hebben ook een nationale aanpak die gaat over dat lik-op-stukbeleid. Ontstaan er dan ook nog situaties zoals degene die nu als voorbeeld worden gegeven? Ja, ongetwijfeld, ook tot mijn eigen grote verontwaardiging en tot verdriet van het kabinet. Wat kunnen we dan binnen de bestaande wet- en regelgeving naast dat we al zeggen: "We moeten sneller beslissen wat betreft kansarme aanpakken. We moeten die zaken zo snel mogelijk lik-op-stuk behandelen." Dit zijn allemaal mogelijkheden die ook het OM dagelijks oppakt, om het maar even zo te zeggen. Ik heb er alle begrip voor dat er een grote frustratie kan leven als we zien dat het aantal overtredingen en misdrijven toeneemt. Daarin hebben we als samenleving dus echt iets anders te doen. Of dat nou is wat de heer Van Asten als voorbeeld geeft of dat we daar op een andere manier nationaal manier mee om kunnen gaan, lijkt mij een uitstekend gesprek om ook met de minister te voeren tijdens het commissiedebat.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik voel veel steun voor een motie, die er aankomt. Dank u.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor deze staatssecretaris, als vertegenwoordiger van de bestuurlijke en politieke elite in dit land, zich verschuilen achter wetten en verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar zullen we het eens hebben over de rechten van de Nederlanders? Het recht op leven, om niet verkracht en vermoord te worden door zo'n type. Het recht op gezinsleven als je op zoek bent naar een betaalbare huurwoning, terwijl nu weer een Syrisch gezin voorrang krijgt. Wanneer gaan D66 en het CDA, en al die mensen, PRO'ers, die hier allemaal achter staan, zich eens in Brussel inzetten voor aanpassing van dat verdrag?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat doen we elke dag. Dit kabinet werkt ontzettend hard, op nationaal, internationaal en Europees niveau, om er juist voor te zorgen dat we dit soort excessen niet tegenkomen en dat we ze het hoofd kunnen bieden. Tegelijkertijd hebben we te maken met een rechtsstaat, met Europese regelgeving, met Nederlandse wet- en regelgeving. Alles wat we kunnen doen wat bijdraagt aan de veiligheid voor Nederlanders, zullen we doen.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb gemerkt dat de staatssecretaris graag in algemeenheden spreekt. Het gaat nu de hele tijd over één specifieke casus, van Mohammed K., die 114 politieregistraties op zijn kerfstok heeft. Dan heb ik een vrij algemene vraag. Heeft de staatssecretaris inzichtelijk hoeveel statushouders, hoeveel asielzoekers, zich in Nederland bevinden waarbij mogelijk hetzelfde het geval is, dus die meerdere politieregistraties op hun naam hebben, maar waarbij het niet lukt om ze uit te zetten en die mogelijk zelfs hun gezin naar Nederland kunnen halen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Die cijfers heb ik nu niet bij mij. Ik denk dat het heel goed is als u donderdag, als die vraag tijdens het commissiedebat nog leeft, het antwoord op die vraag zult krijgen. Dan kunnen er ook antwoorden gegeven worden die meer in detail gaan. Ik begrijp de vraag.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Moorman
Vragen Moorman
Vragen van het lid Moorman aan de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie over het bericht dat uit PISA-scores blijkt dat de Nederlandse leesvaardigheid zeer laag is.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Moorman voor haar vragen namens de fractie van PRO aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik van harte welkom heet in ons midden. Het woord is aan mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Ik ben heel blij dat ik de gelegenheid krijg om vragen te stellen, want het is nogal wat. Vanochtend zagen wij de nieuwe PISA-scores. PISA is het internationaal vergelijkend trendonderzoek naar onder andere de leesvaardigheid van onze 15-jarigen. De vorige keer, in 2022, was het al dramatisch. Een op de drie 15-jarigen kon onvoldoende lezen. Nu is het nog erger geworden. Bijna twee op de vijf 15-jarigen kan niet genoeg lezen om mee te komen in de samenleving. Dat betekent dat je geen bijsluiter kan lezen bij een medicijn en dat je geen betalingsherinnering kan lezen, met alle gevolgen van dien.
Dat dat in een rijk land als Nederland kan bestaan, is toch eigenlijk om je helemaal kapot te schamen. Want elk kind in Nederland moet natuurlijk gewoon kunnen leren lezen. Om dat te leren zou het ook helemaal niet moeten uitmaken naar welke school je gaat. De beste school zou gewoon de school om de hoek moeten zijn. Maar in Nederland maakt het enorm uit naar welke school je gaat. Sterker nog, de schoolverschillen in Nederland zijn de grootste van Europa. U snapt dat ik, maar ik neem aan velen met mij, hier zeer, zeer, zeer verontrust over ben.
Ik heb daar een aantal vragen over aan de staatssecretaris. Uiteraard wil ik als eerste weten hoe de staatssecretaris kijkt naar de uitkomsten van deze PISA-scores. Wij hebben haar voor de zomer al horen zeggen: lezen moet op één. Dat is op zich een heel mooie uitspraak, maar we weten helemaal niet hoe ze dat gaan invullen en wat dat dan in de praktijk precies betekent. Daar zou ik graag een antwoord op krijgen van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan mevrouw Moorman voor het stellen van deze vraag, want ik ben het helemaal met haar eens. De PISA-scores laten zien dat bijna 40% van de 15-jarigen inderdaad onvoldoende in staat is om teksten te lezen. Mevrouw Moorman noemde al het voorbeeld van een bijsluiter, maar ook contact opnemen met de overheid of met de bank kan allemaal niet als je niet taalvaardig bent. Ook ik schrok van de cijfers die vanochtend gepresenteerd zijn door PISA, om twee redenen. Taalvaardigheid is namelijk heel belangrijk, niet alleen om te kunnen lezen, maar ook voor alle andere basisvaardigheden die belangrijk zijn, zoals rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Alles begint met taal. Het is zorgwekkend dat zo veel kinderen van 15 dat onvoldoende kunnen.
Wat moeten we dus doen? Ik denk dat we moeten doen wat we de afgelopen jaren al in gang hebben gezet, maar dat dat nog beter moet. Dat betekent focus op taal: taal als de basis van alle basisvaardigheden. Taal moet in alle vakken terugkomen. Daar hebben we gelukkig met de Kamer kerndoelen voor vastgesteld, zodat scholen beter weten wat leerlingen moeten kunnen en kennen om taalvaardig te worden. Dat gaat enorm helpen. Heel veel scholen zijn daar ook al mee bezig. Ik zie op scholen die daar hard mee bezig zijn dat dat ook zijn vruchten afwerpt. We moeten met elkaar ook de lat hoger leggen voor de verwachtingen van leerlingen, maar ook voor die van leraren, scholen en onszelf. Wat mij betreft moet de lat omhoog om ervoor te zorgen dat we deze trend keren en dat het lezen in Nederland weer beter wordt, opdat de leervaardigheid en daarmee ook onze ontwikkeling als samenleving vooruit kan.
Mevrouw Moorman (PRO):
De staatssecretaris zegt dat ze geschrokken is. Ik ben blij dat zij hier echt mee aan de slag wil. Tegelijkertijd merk ik dat heel veel mensen niet geschrokken zijn, omdat we dit allang weten. De lerarentekorten in Nederland zijn gigantisch. De verschillen tussen scholen in lerarentekorten zijn gigantisch. We hebben een groot probleem met onze lerarenopleidingen en met de bijscholing. We doen niks aan de grote verschillen tussen scholen. Het zou bijvoorbeeld helpen om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Daar worden al goede resultaten mee gehaald in het land. Is de staatssecretaris bereid om naar een integrale visie te gaan in plaats van alleen maar de focus op een vaardigheid te leggen?
Staatssecretaris Tielen:
In mijn beleving gaat het juist over een integrale visie. Als je je kind naar school doet, zeg je eigenlijk: mijn kind gaat nu leren lezen, schrijven en rekenen. Dat is zo'n beetje de kern van ons onderwijs. Daarom is het zo belangrijk dat we dit daadwerkelijk naar een hoger niveau brengen. Dat heeft te maken met heel veel factoren. Mevrouw Moorman noemt er een aantal. De verschillen in kwaliteit tussen scholen zijn inderdaad nergens ter wereld zo groot als in Nederland. Die schoolverschillen moeten kleiner, en in mijn beleving dan wel zodanig dat ze allemaal beter worden. Dan helpt focus en dan helpt het om met iedereen die hoge verwachtingen te ervaren. In die zin vind ik wat de sectorraden, bonden en ouders zeggen in reactie op de PISA-scores wel positief. Ze zeggen dat dit echt iets is waar we allemaal de schouders onder moeten zetten. Ik geef daar graag richting aan, maar dat kan ik zeker niet alleen. Ik ben blij dat we de urgentie zien, dat we het probleem omarmen en dat we de oplossingsrichting met z'n allen inslaan.
Mevrouw Moorman (PRO):
De staatssecretaris zegt het zelf: de verschillen tussen scholen in Nederland zijn het grootst van de wereld. Het grootst van de wereld! Wij hebben het ideaal van gelijke kansen, maar het maakt dus enorm uit naar welke school je gaat. Vaak staan de scholen die minder goed presteren, met veel grotere lerarentekorten, precies in de wijken waar kinderen al veel minder meekrijgen vanuit huis, waar kinderen in armoede opgroeien, waar de taal minder goed wordt gesproken, waar geen boeken in huis zijn. Juist die kinderen zijn zo afhankelijk van het onderwijs. Voor hen moet onderwijs het verschil maken. Moeten wij dan niet ongelijk gaan investeren, juist in die scholen? Ik heb tot nu toe nog geen enkele actie of poging van de staatssecretaris gezien om juist te investeren op de plekken waar het het hardst nodig is. Wat gaat ze daaraan doen?
Staatssecretaris Tielen:
In wat mevrouw Moorman nu zegt, kan ik me toch niet helemaal vinden. Op dit moment wordt er al ongelijk geïnvesteerd. Scholen met veel leerlingen met een achterstandssituatie krijgen al meer geld, niet alleen om te zorgen dat er een veilig schoolklimaat en een stevige sociale basis zijn, maar ook om te zorgen voor de basisvaardigheden. We werken al met scholen in die situaties en we zien en weten al wat er extra nodig is, zodat we ons daar goed op kunnen richten. Daar zijn we dus mee bezig. Er zijn ook scholen die ondanks die achterstand echt vooruitstreven en tot de beste horen. Laten we dus niet proberen om nu een soort tweedeling in het scholenlandschap te creëren, maar laten we vooral de handen in elkaar slaan om dat samen te verbeteren, met iedereen die daarbij betrokken is: schoolleiders, leraren, schoolbesturen en ook de politiek, met daarin zeker ook een rol voor mij. Dat doen we om álle kwaliteit omhoog te krijgen en te zorgen dat leesvaardigheid, maar zeker ook rekenvaardigheid gewoon op een hoog niveau komen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Ik krijg nu precies het antwoord waar ik al bang voor was. Ik hoor namelijk "we doen het al", maar hoe zijn we hier beland als we het al doen? We zijn het land met de grootste schoolverschillen, waar twee op de vijf kinderen niet voldoende kunnen lezen. Ik vraag echt meer. Ik vraag geen actieplan. Ik vraag niet nóg een tafel. Nee, ik vraag een integrale visie die begint bij de voorkant, waarbij we juist de leraar en de schoolleider op één zetten, want zij maken goed onderwijs. Graag wil ik daarop een reactie en vooral actie van de staatssecretaris.
Staatssecretaris Tielen:
Om heel eerlijk te zijn, vroeg mevrouw Moorman om ongelijk investeren. Ik heb gezegd: dat doen we al. Ik zeg dus niet: we doen al dingen en dat is al goed. Mevrouw Moorman stelde mij een vraag en ik zeg: dat doen we al. Alleen, dat blijkt niet genoeg. Wat nodig is, is inderdaad een integrale visie waarbij we ons allemaal bewust zijn van hoe belangrijk het is dat die lees- en taalvaardigheid omhooggaat voor elk kind, zodat je inderdaad als ouder, als je je kind naar een school stuurt, weet dat de onderwijskwaliteit hoog is. Dat betekent dat we met elkaar focus hebben, in dezelfde richting, en niet tegen elkaar in praten en met elkaar taal in alle vakken neerzetten — dat hebben we met de kerndoelen geregeld — en met gerichte bekostiging ook zorgen dat effectieve methodes, waarvan we uit de praktijk en uit de wetenschap weten dat ze werken, worden toegepast. Zo gaan we met elkaar vooruit, om inderdaad te hopen dat we over drie jaar … Dat hopen we niet alleen, maar we werken er ook hard aan, zodat we over drie jaar kunnen zien dat 15-jarigen echt beter kunnen lezen, want daar hebben ze de rest van hun leven profijt van.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Waar het Nederlandse onderwijs kapot aan gaat, zijn visies, dus laten we dat vooral niet doen. Ook in Limburg is het een gigantisch probleem. Het is dus in heel Nederland een probleem. Het probleem is dat scholen de kerntaken niet op orde hebben. Ze houden zich met te veel onzinnige dingen bezig. Het tweede is dat het ook afhankelijk is van welk schoolbestuur er zit. Het derde is dat — daar had mevrouw Moorman het over — die kansenongelijkheid wordt gevoed doordat we de verwachtingen een beetje gaan aanpassen. Dat moeten we niet doen. De vraag aan de minister is … De vraag aan de staatssecretaris is … Ik zeg altijd minister.
De voorzitter:
Jajajaja, heel snel.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dan komen ze ook nog met het plan …
De voorzitter:
Nee, dat is geen vraag.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dan komen ze met het plan om men ook nog anderstalig op te leiden op de basisschool. Dat is juist funest voor de PISA-scores.
De voorzitter:
Meneer Claassen, wat is uw vraag?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Is de staatssecretaris bereid dat onwerkelijke, ondeugdelijke, gekke plan naar de prullenbak te verwijzen?
Staatssecretaris Tielen:
Het plan waar meneer Claassen naar verwijst, is geen plan. Ik heb daar ook wat berichtgeving over gezien. Alles is erop gericht de Nederlandse taalvaardigheid te verbeteren. Dat doen we met rijkere teksten en ook leesplezier. Het is niet alleen belangrijk dat je bijsluiters kan lezen of met de bank kan communiceren; het is ook belangrijk dat je kan genieten van taal en lezen. Daar zijn de kerndoelen op ingericht, zodat ook in alle vakken de Nederlandse taal een belangrijke rol speelt.
Mevrouw Armut (CDA):
Als je een rondje loopt op een school, dan valt één ding op: heel vaak hebben boeken totaal of gedeeltelijk plaatsgemaakt voor laptops. We weten dat leerlingen beter leren uit boeken en stof ook beter weten te onthouden als ze het opschrijven. Het is wat het CDA betreft dus ook een slechte zaak dat die boeken steeds meer uit het klaslokaal verdwijnen. Ik vind het wel goed dat deze staatssecretaris bezig is met bijvoorbeeld de Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Armut (CDA):
Mijn vraag is of zij daarin ook echt expliciet wil meenemen dat we dat schermgebruik terugdringen en dat boeken en schrijven weer de norm worden op school.
Staatssecretaris Tielen:
Daar ben ik zeker toe bereid, ook omdat we in dit PISA-onderzoek zien dat scholen waar het gebruik van laptops en mobiele schermen is teruggedrongen daadwerkelijk beter presteren, onder andere op het gebied van taalvaardigheid. Er zijn al heel veel scholen waar "thuis of in de kluis" geldt. Dat betekent: geen mobieltjes in de klas, geen mobieltjes in de aula, geen mobieltjes op het schoolplein. We zullen dus zeker ook aandacht besteden aan hoe we daarmee om moeten gaan.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Het PISA-onderzoek kwam opnieuw hard binnen, want de daling zet zich voort. Dat was geen verrassing, want we zien natuurlijk al tijden dat het leesplezier daalt, dat het aantal boeken dat kinderen lezen daalt en dat het nu dus tot dit niveau is gekomen. Maar we zien ook dat het anders kan. Bij lezen gaat het niet goed, maar bij rekenen en natuurwetenschappen zien we dat de daling gestopt is. We kunnen hiermee door met het nieuwe curriculum, met extra geld voor onderwijs.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom als volgt. Zorgt zij ervoor dat er een nationale aanpak komt, samen met scholen, met leraren, met ouders, met iedereen die dit aangaat, om samen het lezen en schrijven te verbeteren?
Staatssecretaris Tielen:
Ja. Dat is ook de essentie van de versterkingsagenda. Daarom is die er ook nog niet: omdat ik die niet in mijn eentje op een kamer ergens op een ministerie ga lopen verzinnen. Die maken we samen. Daarom verwees ik er ook al naar. Ik ben heel blij dat de sectorraden, dus de onderwijsbesturen, de leraren, de ouders en de scholieren zelf, ook een reactie hebben gegeven op het PISA. Daaruit blijkt wat mij betreft heel duidelijk dat we dit samen moeten doen en dat iedereen daar een rol in heeft. Hoe we die rol richten op het verbeteren van taal en de andere basisvaardigheden, zijn we aan het opschrijven.
Mevrouw Beckerman (SP):
Bijna 40% van de 15-jarigen kan niet voldoende lezen. Dat is een schande. We horen de staatssecretaris zeggen: de lat moet hoger voor leerlingen en leraren. Daarmee leg je de schuld ook bij hen. Ik denk dat de lat voor het kabinet omhoog moet. De vorige keer kwam het kabinet met een masterplan. Dit keer komt het met een actieplan. Is dat niet veel te mager? Moeten we niet veel fundamenteler kijken naar het onderwijs? Moeten we niet kijken naar kleinere klassen, meer leraren en meer regie, en moeten we niet bovenal die gigantische ongelijkheid tussen scholen aanpakken? Zo leg je de lat voor jezelf volgens mij echt veel hoger.
Staatssecretaris Tielen:
Volgens mij heb ik expliciet gezegd "voor schoolbesturen, voor leraren, voor leerlingen, maar ook voor ons". Dat kunt u teruglezen in de Handelingen. Ik ben het daadwerkelijk met mevrouw Beckerman eens dat we het met z'n allen moeten doen om te zorgen dat het beter wordt. Of de versterkingsagenda aan de verwachtingen van mevrouw Beckerman gaat voldoen, weet ik niet. Ik zie haar al schudden. Maar daarin komt samen hoe we focus aanbrengen en hoe we gaan zorgen dat kinderen die op het vmbo zitten — dat is een van de schoolvormen waar ik me echt zorgen om maak, zeker als het gaat om taalvaardigheid — daadwerkelijk taalvaardiger worden en dus ook beter opgeleid worden om het vervolgonderwijs of de samenleving in te kunnen. Ik denk dus eigenlijk dat we heel erg aan dezelfde kant staan. Ik hoop dat ik dat aan mevrouw Beckerman kan laten zien met de versterkingsagenda.
De heer Kisteman (VVD):
Vorige week kwam het ESB-onderzoek naar buiten. Daarin wordt aangegeven dat het aantal miljarden dat extra naar onderwijs gaat, enorm is gestegen, terwijl het aantal leerlingen gelijk is gebleven. Nu nemen de PISA-scores, waarmee de kwaliteit van het onderwijs wordt gemeten, enorm af. Is de staatssecretaris het met de VVD eens dat het huidige systeem van de lumpsum het nagenoeg onmogelijk maakt om te sturen op de kwaliteit van het onderwijs? Wat gaat de staatssecretaris dan naast de Wet gerichte bekostiging doen om meer grip te krijgen op die sturing?
Staatssecretaris Tielen:
Het begint met definiëren wat kwaliteit eigenlijk is. Als het gaat om taalvaardigheid en leesvaardigheid, hebben we samen met uw Kamers de afgelopen tijd gewerkt aan de kerndoelen, waarin we vastleggen wat kinderen moeten kunnen en kennen als het gaat om taal. Daar staat veel meer concreter in. Er zijn, ook daar, hogere verwachtingen ten opzichte van de oude kerndoelen, die overigens uit 2006 stammen. Toetsen op die kwaliteit is heel belangrijk. Ook daarvoor geldt dat we er scherp op moeten zijn en moeten zorgen dat die omhooggaat. Maar het gaat niet alleen om de lat hoger leggen; het gaat ook om zorgen dat iedereen eroverheen kan. Daar is het onderwijs op gericht. Kwaliteit is daarin cruciaal. We proberen daar meer grip op te krijgen met gerichte bekostiging. Dat betekent dat scholen ook verantwoording afleggen over wat ze met het geld voor die basisvaardigheden doen en wat het heeft opgeleverd.
De heer Dassen (Volt):
Een van de punten uit de studie is dat kinderen die kunstmatige intelligentie, AI, gebruiken om essays te schrijven of om samenvattingen te maken, nog twintig punten lager scoren dan gemiddeld. Dat staat gelijk aan één jaar leren. Dat vind ik een hele zorgwekkende ontwikkeling. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris daaraan gaat doen, aangezien we zien dat AI steeds meer onderdeel wordt van onze samenleving, dat het steeds toegankelijker wordt en dat het steeds makkelijker gebruikt wordt. Daar heb ik nog niks over gehoord.
Staatssecretaris Tielen:
Die zorgen deel ik heel erg, juist. Zo'n uitgebreid onderzoek maakt inzichtelijk wat voor effect het heeft. Een jaar leerachterstand is echt gigantisch. Ik denk dat het gebruik van AI ook zijn voordelen kan hebben, maar dat we dat niet aan scholen en leraren zelf moeten laten, omdat het te ingewikkeld is, omdat het een grote impact heeft en omdat het voortdurend verandert. Daarom heb ik al eerder met de Kamercommissie afgesproken dat we met een regieplan komen over hoe de digitalisering en AI in het funderend onderwijs, dus op de basisscholen, de middelbare scholen en de speciaalonderwijsscholen, goed ingezet kunnen worden. Daarbij moeten we voorkomen dat AI het leervermogen gaat schaden. Dat is namelijk waar de heer Dassen naar verwijst. Het gaat dus om de manier waarop je AI inzet. We doen dat liever ter ondersteuning van de leraar om het onderwijs te verbeteren, en minder op zo'n manier dat het de leerling afsnijdbewegingen oplevert. Zo werd het genoemd in een van de rapportages die ik de afgelopen week heb gezien, geloof ik.
De heer Dassen (Volt):
Het is natuurlijk heel zorgwekkend. Met het gemak waarmee het te gebruiken is, is het moeilijk om erop te sturen. Ik snap dat de staatssecretaris zegt: ik kom met een regieplan; we gaan kijken hoe het de leerkracht kan ondersteunen. Ik denk wel dat het belangrijk is dat we leerlingen leren hoe om te gaan met AI, zodat ze daar daadwerkelijk in geletterd worden. Ik ben ook benieuwd hoe de staatssecretaris de vraag meeneemt hoe we bedrijven die dit soort programma's op de markt brengen, verantwoordelijk houden.
Staatssecretaris Tielen:
Dat is uiteindelijk onderdeel van het plan. Nu moet ik een beetje vooruitlopen, dus het is op details misschien wat vager dan meneer Dassen verwacht. Ik denk dat we met experts bij bedrijven en uitgevers enzovoorts moeten kijken hoe we de synergie kunnen vinden. Bij digitale geletterdheid hoort kunstmatige intelligentie. Die mag het leervermogen echter niet in de weg staan. Het zal ook te maken hebben met de manier waarop je het in lessen aanbiedt en met de manier waarop je toestaat dat leerlingen en leraren het gebruiken. Het moet allemaal gericht zijn op het omhoog krijgen van het leervermogen, zonder digitale geletterdheid links te laten liggen.
Mevrouw Moorman (PRO):
Regieplan, masterplan en actieplan: het duizelt je. Ik ben heel bang voor de versnippering, maar daar moeten we het misschien op een later moment over hebben. Eén ding blijft bij mij als een graat in de keel hangen: dat de staatssecretaris over de grote verschillen tussen scholen heeft gezegd dat we al ongelijk investeren. Blijkbaar doen we dat dan dus niet genoeg. De verschillen tussen scholen worden namelijk alleen maar groter. Moeten we niet veel meer ongelijk investeren, bijvoorbeeld door leraren in moeilijke wijken meer salaris te geven?
Staatssecretaris Tielen:
Het is geen kwestie van geld. Dit gaat over focus en kwaliteit. Het platslaan tot puur financieel investeren en daarmee schoolverschillen verkleinen, gaat echt totaal voorbij aan alle inzichten die dit PISA-rapport ons geeft, denk ik. We zullen die verder verrijken. Het is namelijk belangrijk genoeg om die trend te keren.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Bikkers
Vragen Bikkers
Vragen van het lid Bikkers aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht "Brug A28 bij Nijkerk 'uit voorzorg' aan beide kanten dicht, verkeer omgeleid".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Bikkers voor zijn vragen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat namens de fractie van de VVD. Ik heet de minister van harte welkom in de Tweede Kamer. Als u zover bent, meneer Bikkers, is het woord aan u.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De automobilist krijgt inmiddels het gevoel dat Rijkswaterstaat pas in beweging komt als de auto stilstaat. Dat beeld is ontstaan uit de problemen op bijvoorbeeld de A28, de A50 en de Norgerbrug. Pas als de weg wordt afgesloten, een spitsstrook dicht blijft of een brug maandenlang niet gebruikt kan worden, komt de overheid in actie. Sinds gisteren is de A28 bij Nijkerk volledig afgesloten. Rond de pijlers van de Hardenbergerbrug zijn zand en grind weggespoeld. Rijkswaterstaat kan de veiligheid daardoor niet meer garanderen. Laat ik daarover duidelijk zijn: als de veiligheid in het geding is, moet de weg dicht; veiligheid staat altijd voorop.
Juist daarom heb ik vragen over wat daaraan voorafging. Rijkswaterstaat wist namelijk al eerder van de uitspoeling, maar herstel stond pas in november gepland. Dan rijzen er vragen. Wanneer is dit probleem precies voor het eerst vastgesteld? Hoe is het risico sindsdien gemonitord? En vooral: waarom werd ervan uitgegaan dat er nog maanden gewacht kon worden? Wanneer verwacht de minister dat de brug weer veilig open kan? Wat wordt er ondertussen gedaan om te voorkomen dat Nijkerk en de omliggende gemeenten volledig vastlopen door omleidingen en sluipverkeer?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Gaat uw gang.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Bij een inspectie is vastgesteld dat de constructieve veiligheid van de Hardenbergerbrug niet langer kan worden gegarandeerd. Daarom is de brug in beide richtingen afgesloten en ook voor scheepvaart gestremd. Zoals de heer Bikkers ook al zei: veiligheid staat altijd voorop. In verband met zijn ouderdom wordt deze brug regelmatig geïnspecteerd. Dat noemen we een zogenaamd "verhoogd inspectieregime". Datzelfde geldt voor vergelijkbare bruggen. Dat zullen we ook blijven doen. Dit hebben wij de Kamer ook gemeld in de Staat van de Infrastructuur. Ook deze specifieke brug wordt daarin vermeld. Waar we verwachten vergelijkbare situaties aan te treffen, controleren we extra.
Deze brug is sinds maandag, begin van de middag, afgesloten. Toen is besloten om de brug te sluiten. Door de lage waterstanden van de afgelopen maanden — zoals bekend, hebben we te maken gehad met intensieve droogte — en door intensieve scheepvaart is er grind en zand weggespoeld, waardoor de damwanden van de brug te weinig tegendruk krijgen. Sinds het moment van afsluiting zijn alle inspanningen erop gericht om de brug zo snel mogelijk weer open te krijgen. As we speak zijn er werkschepen aan het werk — daar heb ik zonet nog een paar foto's van gekregen — om het zand en het grind de vaarweg weer in te krijgen. Er wordt non-stop, dag en nacht, 24 uur per dag doorgewerkt totdat het af is, zodat naar verwachting uiterlijk deze donderdagavond om 20.00 uur, en zo mogelijk eerder, de brug weer open kan en het verkeer weer over de A28 kan doorrijden.
Voorzitter. Dat over de brug, maar laat mij in het algemeen nog zeggen dat deze brug uit de jaren zestig stamt, net zoals heel veel infrastructuur in Nederland. Daarom moet die in het komende decennium vervangen worden. Dit is een van de meer dan 100 infrastructurele objecten die extra geïnspecteerd moeten worden omdat die tegen het eind van hun levensduur aan zitten. Hier zullen we de komende jaren ook flink in moeten investeren om Nederland bereikbaar en economisch gezond te houden. Dat is waarom de staatssecretaris en ik drie maanden na ons aantreden zijn begonnen met de grootste verbouwing van het Mobiliteitsfonds ooit, waarbij we miljarden verschuiven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. Dat zijn geen leuke keuzes, maar die zijn wel noodzakelijk om ervoor te zorgen dat Nederland door kan blijven rijden en de economie door kan blijven draaien.
De heer Bikkers (VVD):
Helder verhaal, maar dit incident staat natuurlijk niet op zichzelf. Op de A50 bleef een spitsstrook dagenlang dicht omdat overhangende takken het zicht van camera's blokkeerden. Precies hetzelfde probleem deed zich een jaar eerder al voor, dus het was te voorzien. Bij Assen blijft de Norgerbrug waarschijnlijk tot begin 2027 dicht omdat de boerenzwaluw onder de brug is gaan broeden. Het beeld dat hierdoor ontstaat, is ongemakkelijk: pas als een spitsstrook dicht moet, wordt er gesnoeid; pas als een brug niet meer veilig is, wordt er gerepareerd; pas als een wegverbinding maandenlang wordt afgesloten, wordt duidelijk hoe groot de gevolgen voor inwoners, ondernemers, binnenvaart en omliggende gemeenten zijn. Mijn vraag aan de minister is daarom niet alleen: wat gaan we vandaag doen aan dit huidige probleem? Het is een bredere en meer fundamentele vraag: deelt de minister dat hier sprake lijkt van een structureel probleem met vooruitkijken en preventief handelen als het gaat om onze infrastructuur? Wanneer gaat hij ervoor zorgen dat Rijkswaterstaat niet langer pas in beweging komt als de auto stilstaat? Gaat hij de problemen oplossen vóórdat er verkeersborden moeten komen waarop staat "weg afgesloten"?
Minister Karremans:
Ik denk dat we daar juist wel vandaag keuzes voor moeten maken. De keuzes die tien jaar geleden zijn gemaakt, merken wij namelijk vandaag, en alle keuzes die wij vandaag maken, merken ze over tien jaar. Dus om te voorkomen dat over tien jaar … Ik neem aan dat de heer Bikkers dan nog in de Kamer zit, maar ik weet niet of ik dan nog minister van Infrastructuur en Waterstaat ben. Om die situatie te voorkomen, zullen we moeten investeren en zullen we uiteindelijk veel meer geld moeten steken in onderhoud en vernieuwing. Als we dat namelijk niet doen, weten we — dat is ook meerdere malen door Rijkswaterstaat gemeld in de Staat van de Infrastructuur — dat je steeds meer verstoringen en steeds meer afsluitingen krijgt, omdat de veiligheid natuurlijk altijd vooropstaat, wat ook dan het geval zal zijn. We moeten dus nu zorgen dat we goed investeren in vernieuwing en onderhoud om te voorkomen dat we in de toekomst nog meer problemen krijgen.
De heer Bikkers (VVD):
Ik had dit antwoord natuurlijk wel verwacht, maar mijn vraag is eigenlijk: hoe zorgen we ervoor dat we dit soort problemen voor zijn? Hoe zorgen we er met betere inspecties voor dat we er niet doorheen zakken op het moment dat het echt niet meer gaat en de brug echt onveilig is? Misschien kan de minister daar iets over zeggen. Als we namelijk kijken naar de bruggen — dan heb ik het alleen nog maar over de bruggen — zien we het volgende. De Giessenbrug, de Hardenbergerbrug, de Norgerbrug, de Papendrechtsebrug, de Zeelandbrug, de Twee Zwanenbrug en in de planning ook nog de Haringvlietbrug en de Brienenoordbrug; alles gaat eruit! Hoe zorgen we ervoor dat Nederland economisch vooruit blijft gaan?
Minister Karremans:
Zoals ik al zei, is heel veel infrastructuur gebouwd in de jaren zestig. Toen waren er ongeveer 250.000 auto's in Nederland. Inmiddels zijn het er miljoenen, en ze zijn ook een heel stuk zwaarder dan toen het geval was. De infrastructuur die toen is aangelegd, is dus niet gemodelleerd op de huidige belasting die deze elke dag krijgt. Dat betekent ook een bepaalde mate van onvoorspelbaarheid. Ik kan dus niet garanderen dat we dit soort zijinvliegers, zoals we dat noemen, nooit meer zullen krijgen. Het inspecteren van verouderde infrastructuur doen we niet voor niets heel frequent om te voorkomen dat dit soort situaties plaatsvinden.
Nog één ding over die tak. Toen ik hoorde over die tak … Nou, die tak heeft het niet heel lang volgehouden sinds dat bericht op mijn bureau kwam. Die tak is dus geschiedenis. Dat hadden we bij Rijkswaterstaat beter moeten aanpakken. Daar leren we ook van.
De heer Bikkers (VVD):
Ik denk dat die tak een mooi voorbeeld is. De vraag is natuurlijk: hoe zorgen we ervoor dat die tak daar niet meer gaat komen? Hoe zorgen we ervoor dat we aan de voorkant weten wat er gaat gebeuren, zodat dit soort maatregelen niet meer nodig zijn?
Dank u wel.
Minister Karremans:
Die tak gaat er niet meer komen. Dat kan de tak vergeten.
De voorzitter:
U heeft hem zelf weggesnoeid.
Minister Karremans:
Als het langer had geduurd, had ik het zelf gedaan, ja.
De voorzitter:
Daadkracht! Meneer Stoffer heeft een vraag.
De heer Stoffer (SGP):
De mensen in het land denken eigenlijk: kunnen ze in Den Haag nu helemaal niks? Ik was afgelopen vrijdag in Zwartsluis. De Kolksluis zit daar al ik weet niet hoelang dicht. De Merwedebrug is me ook echt een doorn in het oog, en met mij vele transportondernemers. En dan nu de brug bij Nijkerk. De minister refereerde zojuist aan de Staat van de Infrastructuur. De vraag is eigenlijk: kan hij op basis daarvan al voorspellen wat de volgende brug wordt die we af gaan sluiten?
De voorzitter:
Ja. De minister.
De heer Stoffer (SGP):
Dat is eigenlijk een retorische vraag, voorzitter. Veel belangrijker is de vraag: hoe krijgen we hier grip op?
De voorzitter:
Ja. De minister.
De heer Stoffer (SGP):
Ik wil graag een richting geven. Is de minister het met mij eens dat er vanuit de politiek gewoon extra structureel budget …
De voorzitter:
Ja, ja, ja.
De heer Stoffer (SGP):
… van miljarden vrijgespeeld moet worden om dit te doen? Alleen maar roepen dat Rijkswaterstaat in beweging komt, helpt namelijk niet.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Is de minister het met mij eens dat daar gewoon structureel extra geld, en fors geld, bij moet?
De voorzitter:
De minister heeft het woord.
Minister Karremans:
Ja, en dat zijn we ook aan het doen. We zijn ook veel meer geld aan het vrijmaken voor onderhoud en vernieuwing. We staan aan de vooravond van de grootste verbouwing van het Mobiliteitsfonds ooit. Dat weet de heer Stoffer en dat weet de heer Grinwis ook; heel veel mensen hier in deze Kamer weten dat we daarmee bezig zijn. We hebben daar een aantal debatten met elkaar over gevoerd, en dat is nodig. Het zal wel pijnlijke keuzes vergen. Het betekent namelijk dat nieuwe wegprojecten of nieuwe spoorprojecten, waar we misschien al jarenlang van dromen, iets minder prioriteit krijgen, omdat wij dat noodzakelijke onderhoud en die noodzakelijke vernieuwing moeten doen. Maar om een voorbeeld te geven: het gemaal bij IJmuiden, de Haringvlietbrug en een aantal andere cruciale stukken infrastructuur die ontzettend oud zijn, zijn nog van €0 dekking voorzien in het Mobiliteitsfonds. Als we die situatie laten ontstaan, kan ik u op een briefje geven dat we hier een jaar lang met elkaar kunnen debatteren over dit soort situaties. Op een gegeven moment zal Rijkswaterstaat dat soort wegen namelijk moeten afsluiten, omdat de veiligheid altijd voorop zal staan.
De voorzitter:
Meneer Stoffer, kort en bondig, in ieder geval korter en bondiger dan zojuist.
De heer Stoffer (SGP):
Ik doe een poging, voorzitter. In de uitgelekte stukken zien we dat er nu 1,5 miljard incidenteel extra is toegevoegd aan de rijksbegroting. Of dat waar is of niet, zien we volgende week, maar mijn vraag aan de minister is: is dit niet een druppel op een gloeiende plaat? Moeten wij als Kamer niet gewoon jaarlijks structureel extra miljarden toevoegen om überhaupt gewoon rijdende te blijven?
Minister Karremans:
Ik ga niet reageren op uitgelekte stukken rondom Prinsjesdag.
De voorzitter:
Mevrouw Boelsma-Hoekstra.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, een punt van orde.
De voorzitter:
Nee, dat waren er twee.
De heer Stoffer (SGP):
Een punt van orde.
De voorzitter:
Wat is het punt van orde?
De heer Stoffer (SGP):
Ik heb niet gevraagd of de minister wil reageren op die uitgelekte stukken. Ik zei: dat zien we dinsdag. Het gaat mij om het tweede, of het structureel nodig is om niet incidenteel, maar structureel …
De voorzitter:
Maar wat gaat er mis met de orde? Want u maakt een punt van orde. Volgens mij gaat het niet om de orde.
De heer Stoffer (SGP):
Nou, voorzitter, dat mijn vraag wordt weggeduwd en ik geen antwoord krijg op de vraag die ik stel.
De voorzitter:
Ja. U gaat over uw vraag, maar de minister gaat over de antwoorden en u kunt daar vervolgens uw conclusies uit trekken. Mevrouw Boelsma-Hoekstra.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb een vraag voor de minister over de veiligheid. We hebben net heel veel voorbeelden van bruggen gehoord. Wat mij opvalt, is het volgende. Als voorbeeld noem ik de Merwedebrug. We hebben reguliere inspecties. We hebben de Staat van de Infrastructuur. En toch moet er op stel en sprong een brug afgesloten worden omdat daar een extra inspectie is in verband met die vervanging. De zorg van het CDA is: hebben we wel grip op de staat van alle bruggen, zodat er geen onveilige situaties ontstaan? Want als die Merwede niet was vervangen, dan was die inspectie ook niet gedaan.
Minister Karremans:
Dit is aan het licht gekomen door een inspectie, omdat die brug onder een verhoogd inspectieregime valt. Op die manier zorgen we ervoor dat we de juiste informatie op tijd boven water krijgen. Hier is het geval dat door extreme droogte en lage waterstanden, schroeven van schepen dichter bij de bodem komen. Daardoor kunnen schepen minder belading meenemen, waardoor ze vaker moeten varen. Je krijgt dus meer doorgangen door die vaart, waardoor er steeds meer zand wordt weggespoeld door de schroeven van die schepen. Daardoor vindt er bodemdaling plaats en is er minder tegendruk voor die pilaren. Dat is de samenvatting van wat hier aan de hand is. We wisten in algemene zin dat dat erosieproces plaatsvond, maar dat is versneld door de droogte. Daarom is hebben we de brug geïnspecteerd en is er nu ook naar gehandeld.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is eigenlijk dezelfde als die van de heer Stoffer en gaat over het structurele geld. Het klinkt allemaal veel, 1 miljard, 1,5 miljard, maar ik zit inmiddels ruim vijf jaar in deze Kamer en ik kan mij nog mijn allereerste technische briefing herinneren, in 2021, van Rijkswaterstaat, dat toen al de noodklok luidde over de investeringen die gedaan zouden moeten worden op het gebied van bruggen en wegen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die komt. Ik weet dat er in het Klimaatfonds nog voor ongeveer 13,5 miljard aan onbestede middelen zit. Ik zou de minister willen voorstellen een flinke greep te doen in het Klimaatfonds om ervoor te zorgen dat we onze bruggen en wegen veilig kunnen houden, ook voor de scheepvaart, en dat we die niet besteden aan windparken, zonnepanelen en warmtepompen.
Minister Karremans:
Ik ga hier niet in het mondelinge vragenuur even een greep in de kas doen van het fonds van een collega. Mevrouw Van der Plas zal begrijpen dat ik dat niet doe. Maar de essentie is dat vernieuwing en onderhoud van het rijkswegennet wel prioriteit moeten krijgen. Dat geldt overigens ook voor het spoorwegennet in Nederland en voor het hoofdvaarwegennet evenzo. Dat zijn we dus ook aan het doen. Dus daarvoor zullen noodzakelijke keuzes ook onvermijdelijk zijn. We sturen daarover binnen een paar weken een brief naar de Kamer met de uitkomsten van de herprioritering op basis van het afweegkader dat wij samen met de Kamer hebben gemaakt. Daar zal dus uit volgen dat we natuurlijk veel meer miljarden gaan besteden aan vernieuwing en onderhoud om dit soort situaties te voorkomen. Over de vraag of er daarbovenop nog meer geld moet: elke bewindspersoon zal meer geld altijd verwelkomen. Maar tegelijkertijd heb ik er, als ik kijk naar de talkshows en naar de inlopen van partijen die spreken met onder anderen de premier of de minister van Financiën, niet één partij, op misschien een paar na, infrastructuur horen noemen. Dus die geef ik wel even mee terug. Uiteindelijk is dit een totale politieke keuze die we met elkaar maken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Sinds 2010 hebben we zes VVD-kabinetten en zeven VVD-ministers van IenW gehad. Deze minister doet alsof dit een serie incidenten is, alsof dat tekort van 80 miljard toevallig is ontstaan. Wil deze minister niet ook ergens erkennen dat er hier sprake is van VVD-falen en dat we weer toe moeten naar een overheid die structureel durft te investeren in de samenleving en dus ook in wegen?
De voorzitter:
Minister, kort en bondig.
Minister Karremans:
Nee, want dit gaat om brede politieke afwegingen die je met elkaar maakt. Bovendien zijn het niet alleen VVD-ministers geweest, zeker niet in het recente verleden. Bovendien kan ik die ook niet zo heel veel verwijten. Die hebben ook geprobeerd zo goed mogelijk met deze situatie om te gaan. Je hebt te maken met prijsstijgingen, stikstofproblematiek en heel veel andere redenen voor de situatie waarin we nu zitten. Ik zou dit zeker niet één partij aanrekenen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De ChristenUnie heeft zich tijdens de bijzondere begrotingsbesluitvorming — dat kunnen we wel zeggen — ingespannen voor extra geld voor infrastructuur en woningbouw. Laat dat dus duidelijk zijn. De vraag die ik heb, is de volgende. We worden iedere keer weer verrast, en de minister ook, door een brug die er dan weer uit gaat. Is er voor elke brug die nu risico loopt op dit moment voldoende capaciteit bij Rijkswaterstaat en voldoende geld om die aan te pakken? Dan heb ik het niet over structureel geld op de lange termijn, maar echt over de vraag of er nu hands-on geld en capaciteit beschikbaar zijn om alles te doen. Wanneer is het een brug te ver voor de minister? Wanneer komt hij over de brug?
Minister Karremans:
Nou, daar ben ik mee begonnen; ik loop vanaf moment één over de brug. En ik ben er bijna, zou ik tegen de heer Grinwis willen zeggen. We moeten alleen wel met elkaar een aantal keuze maken en ik geef de Kamer wel mee dat dat dus ook pijnlijke keuzes zullen zijn. Het geld komt helaas ook bij IenW niet uit de hemel vallen, dus we zullen daar keuzes in moeten maken. Als het gaat om de korte termijn, heeft Rijkswaterstaat altijd de capaciteit en de middelen om acute onveilige situaties op te lossen, maar op de lange termijn … Dat heb ik ook al gezegd: de Haringvlietbrug heeft nog €0 dekking. We zullen daar dus keuzes voor moeten maken, terwijl dat een brug is die op dit moment ongeveer 24/7 bij elkaar gelast wordt door Hollandia. Dat kunnen we dus ook niet voor altijd zo laten voortbestaan. Maar dat gesprek gaan we nog met elkaar voeren.
De heer De Hoop (PRO):
Als de heer Karremans niet oppast, wordt hij zo meteen nog de minister van instortingsgevaar en wegafsluiting. Dat is niet de bedoeling, volgens mij, maar daar begint het wel een beetje op te lijken. Er gaat namelijk bijna geen week meer voorbij zonder dat we nieuwsberichten zien van wegen die afgesloten worden en bruggen waar grote problemen zijn. Ik vind eigenlijk dat de Kamer daar beter over geïnformeerd moet worden en dat we dat niet elke keer in het nieuws moeten lezen. Ik zou de minister dus willen verzoeken een maandelijkse rapportage met de Kamer te delen waarin Rijkswaterstaat schetst waar grote problemen zijn met betrekking tot wegafsluitingen of veiligheid, zodat we dat niet meer telkens in het nieuws hoeven te lezen.
Minister Karremans:
Ik respecteer natuurlijk altijd de informatievraag. Alleen, als ik heel eerlijk ben, denk ik dat méér rapporten hier het probleem niet gaan oplossen. Dezelfde mensen die die rapporten moeten schrijven, moeten ook die problemen oplossen. Ik zou dus juist willen aanbevelen om die mensen aan het werk te houden: handen uit de mouwen voor het verbeteren en het vernieuwen van onze bruggen in plaats van het tikken van meer rapporten.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering voor een enkel ogenblik. Daarna zullen we aanvangen met de herdenking naar aanleiding van het overlijden van koning Harald V van Noorwegen. De vergadering is voor een enkel ogenblik geschorst.
Herdenking naar aanleiding van het overlijden van koning Harald V van Noorwegen
Herdenking naar aanleiding van het overlijden van koning Harald V van Noorwegen
Aan de orde is de herdenking naar aanleiding van het overlijden van koning Harald V van Noorwegen.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de herdenking van Zijne Majesteit Koning Harald V van Noorwegen. Ik heet de Kamerleden welkom, het publiek op de tribune en de mensen die online meekijken. Een bijzonder warm welkom aan de heer Erling Rimestad, ambassadeur van Noorwegen in Nederland. Ik verzoek u allen, voor zover dat mogelijk is, om te gaan staan.
Vandaag herdenken wij koning Harald V van Noorwegen. Harald was 3 jaar oud toen Duitse troepen in april 1940 Noorwegen binnenvielen. Samen met zijn moeder en zijn twee zussen moest hij zijn land verlaten, eerst naar Zweden, daarna naar de Verenigde Staten. Zijn vader, kroonprins Olaf, en zijn grootvader, koning Haakon VII, verbleven tijdens de oorlog in Groot-Brittannië. Pas na de bevrijding, vijf jaar later, keerde het gezin terug naar Noorwegen. Het jongetje dat zijn land in oorlogstijd had moeten verlaten, zou later meer dan drie decennia koning van datzelfde land zijn. Op 17 januari 1991 volgde Harald zijn vader op als koning. Hij koos daarbij hetzelfde devies als zijn vader en zijn grootvader: alt for Norge; alles voor Noorwegen.
Maar het Noorwegen waarvan koning Harald koning werd, veranderde. Harald veranderde mee. Dat werd misschien nergens zo zichtbaar als in 2016, het jaar waarin hij 25 jaar koning was. Harald en Sonja nodigden 1.500 mensen uit het hele land uit in de paleistuin in Oslo. De koning keek naar zijn gasten en vertelde wie volgens hem samen Noorwegen vormden. Het waren mensen uit alle delen van het land, met verschillende achtergronden, geloven en religies. Zijn boodschap was eenvoudig: Noorwegen, dat zijn jullie; Noorwegen, dat zijn wij.
Dat vermogen om met zijn land mee te bewegen zonder zijn eigen rol uit het oog te verliezen, kenmerkte zijn koningschap, ook wanneer Noorwegen getroffen werd door groot verdriet. Op 22 juli 2011 werden in Oslo en op het eiland Utøya 77 mensen vermoord. Een paar dagen later stond koning Harald voor een land dat probeerde te bevatten wat er was gebeurd. Hij sprak over verdriet en over de leegte die zo veel families was aangedaan, maar ook over het Noorwegen dat daarna weer verder moest, over een samenleving waarin vrijheid sterker moest zijn dan angst. Op zulke momenten werd zichtbaar wat een koning in een constitutionele monarchie kan betekenen: niet degene die politieke antwoorden geeft, maar wel degene die er staat, die woorden probeert te vinden wanneer woorden tekortschieten en die een land eraan kan herinneren wat het juist op zo'n moment wil zijn.
Er was ook een andere Harald: een man die het liefst buiten was, die van de zee hield en vooral van zeilen. Hij vertegenwoordigde Noorwegen drie keer op de Olympische Spelen en droeg in 1964 in Tokyo de Noorse vlag tijdens de openingsceremonie. Later werd hij wereldkampioen zeilen. Ook toen hij allang koning was, bleef hij wedstrijden varen. Die liefde voor het water brengt hem misschien ook wel dichter bij ons, want Nederland en Noorwegen delen natuurlijk veel meer dan een voorliefde voor de zee. Onze landen zijn al lange tijd bondgenoten en handelspartners. We werken samen aan onze veiligheid, aan energie en op de Noordzee. We delen een sterke gehechtheid aan democratie en de internationale rechtsorde.
Tussen onze koningshuizen bestond daarnaast een heel persoonlijke band. Koning Harald en koningin Sonja bezochten Nederland, toenmalig koningin Beatrix was te gast in Noorwegen en ook koning Willem-Alexander en koningin Máxima werden er door Harald en Sonja ontvangen. Tijdens het staatsbezoek van ons koningspaar aan Noorwegen in 2021 sprak koning Harald met bijzondere warmte over die relatie, over Nederland, maar ook over zijn persoonlijke vriendschap met prinses Beatrix. Zelfs bij een officieel staatsbanket kon hij het niet laten om over voetbal te beginnen: over Nederlandse supporters die dachten dat Noorse supporters "Holland" riepen, terwijl ze eigenlijk "Haaland" riepen. Hij wenste Nederland veel succes met de volgende wedstrijd. Maar, voegde hij eraan toe, ook weer niet té veel succes. Het zegt misschien iets over de vanzelfsprekendheid die in de loop van vele jaren tussen onze landen en onze koningshuizen was ontstaan.
Na zijn overlijden schreven koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix over hun bijzondere vriendschap met Harald. Zij herinnerden zich hun gezamenlijke tochten door Oslo en verder naar het noorden. Zij schreven hoe dankbaar zij waren voor de manier waarop hij Nederland en de Nederlanders omarmde.
Geachte leden. Koning Harald werd geboren in 1937. Het Noorwegen van zijn jeugd bestaat niet meer. Hij zag zijn land bezet worden en bevrijd worden. Hij zag het veranderen, welvarender worden en veelkleuriger. Hij maakte momenten van groot nationaal geluk mee, maar stond ook naast zijn landgenoten wanneer zij rouwden. Het jongetje dat Noorwegen ooit noodgedwongen moest verlaten, werd een koning die zijn leven lang probeerde te dienen wat dat land geworden was.
Namens de Tweede Kamer wens ik het Noorse volk, koningin Sonja en alle andere nabestaanden van koning Harald V alle sterkte toe met dit verlies.
Ik geef het woord aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat namens het kabinet.
Minister Karremans:
Voorzitter, leden van de Kamer, ambassadeur en andere aanwezigen op de tribune. Vandaag herdenken wij Zijne Majesteit Koning Harald V van Noorwegen. Met het overlijden van koning Harald verliest Noorwegen een staatshoofd dat een bijzondere plaats heeft ingenomen in de Noorse harten. Ook in Nederland staan we met groot respect en medeleven stil bij dit verlies.
Koning Harald stond bekend als koning van het volk, benaderbaar en dicht bij de mensen. Zijn koningschap liet zien dat een moderne monarchie meer is dan traditie en ceremonie. Hij was als koning dienstbaar aan de samenleving en vertegenwoordigde de Noorse staat op een manier die menselijk, warm en toegankelijk was. Hij toonde dezelfde nuchterheid als liefhebber van de zee en van de zeilsport. Daarover zei hij zelf: "Een van de dingen die ik leuk vind aan zeilen, is dat het voor de wind niet uitmaakt wie je bent of wat je bent."
In zijn persoonlijke keuzes toonde koning Harald moed en overtuiging. Zijn huwelijk met zijn koningin Sonja, zonder adellijke of koninklijke afkomst, was in de jaren zestig in Noorwegen geen vanzelfsprekende keuze. Toch koos hij voor de liefde en voor de overtuiging dat persoonlijke verbinding zwaarder weegt dan een oude gewoonte. Daarmee gaf hij een moderne invulling aan de monarchie.
Namens de regering spreek ik ons diepe medeleven uit aan de Noorse koninklijke familie, aan de Noorse regering en aan het Noorse volk. Wij delen in hun verdriet. We spreken daarnaast onze grote waardering uit voor de zorgzaamheid waarmee koning Harald zich heeft ingezet voor zijn land, voor zijn volk en voor de verbondenheid tussen Noorwegen en Nederland. Hij leeft voort in de herinnering van de vele mensen die hij heeft geraakt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mag ik u nu verzoeken om een moment van stilte?
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan is er nu gelegenheid voor condoleances in het Ledenrestaurant. Ik schors de vergadering een enkel ogenblik.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Mag ik u verzoeken uw plaatsen in te nemen?
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Hoogeveen (32140, nr. 324).
Ik geef het woord aan meneer Wilders.
De heer Wilders (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat er onder agendapunt 13, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden, al een hoofdelijke stemming is, maar mijn fractie wil ook een hoofdelijke stemming over de motie-De Roon/Wilders op stuk nr. 791 (23432) (#1).
De voorzitter:
Over de motie op stuk nr. 791 (23432) (#2) zal hoofdelijk worden gestemd.
Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik had bij agendapunt 13 ook een hoofdelijke stemming aangevraagd over de motie op stuk nr. 792 (23432) (#3), maar wat ons betreft kan daar gewoon fractiegewijs over worden gestemd.
De voorzitter:
Over de motie op stuk nr. 792 (23432) (#4) zal niet hoofdelijk, maar fractiegewijs worden gestemd.
Stemmingen moties Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens
Stemmingen moties Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens,
te weten:
- de motie-Van der Plas over onderzoek naar de impact en kosten voor derden van wie informatie openbaar gemaakt wordt in het kader van Woo-besluiten (32802, nr. 148);
- de motie-Van der Plas over agrariërs weer individueel informeren over Woo-besluiten en aanschrijven voor de zienswijzeprocedure (32802, nr. 149);
- de motie-Van der Plas over niet zonder wettelijke verplichting emissiegegevens van bedrijven inwinnen en emissiegegevens zonder bewaarplicht waar mogelijk vernietigen (32802, nr. 150);
- de motie-Van der Plas over onderzoeken of tot adressen herleidbare gegevens op een hoger abstractieniveau openbaar gemaakt kunnen worden (32802, nr. 151);
- de motie-Van der Plas over strafrechtelijke en bestuursrechtelijke opvolging gelijkelijk uitzonderen van de Woo (32802, nr. 152).
De voorzitter:
We gaan stemmen. Kijken of we het nog kunnen!
In stemming komt de motie-Van der Plas (32802, nr. 148).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (32802, nr. 149).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (32802, nr. 150).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (32802, nr. 151).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (32802, nr. 152).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen
Stemmingen moties Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Besluit statusverlening Nationaal Park Hollandse Duinen,
te weten:
- de motie-Van der Plas over de verleende status van Nationaal Park Hollandse Duinen ongedaan maken (33576, nr. 522);
- de motie-Van der Plas over nooit meer nieuwe nationale parken aanwijzen zolang de gevolgen niet vooraf onafhankelijk en integraal in kaart zijn gebracht (33576, nr. 523);
- de motie-Van der Plas over voortaan geen nieuwe nationale parken aanwijzen of bestaande uitbreiden voordat de Tweede Kamer een oordeel heeft kunnen geven (33576, nr. 524).
In stemming komt de motie-Van der Plas (33576, nr. 522).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33576, nr. 523).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (33576, nr. 524).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties De wolf in Nederland
Stemmingen moties De wolf in Nederland
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de wolf in Nederland,
te weten:
- de motie-Van der Plas/Ten Hove over het netto-effect van de wolf op de Nederlandse biodiversiteit en Natura 2000-doelen laten onderzoeken (33576, nr. 525);
- de motie-Van der Plas c.s. over in kaart brengen welke roedels in Nederland structureel betrokken zijn bij aanvallen op gehouden dieren (33576, nr. 526);
- de motie-Van der Plas c.s. over zich in Europees verband ervoor inzetten dat bij de beoordeling van de gunstige staat van instandhouding de grensoverschrijdende wolvenpopulatie als geheel helpend kan zijn (33576, nr. 527);
- de motie-Van der Plas over een aanpak om wolven individueel herkenbaar en volgbaar te maken (33576, nr. 528);
- de motie-Beckerman over een landelijke totaalaanpak voor preventieve maatregelen (33576, nr. 529);
- de motie-Beckerman over het organiseren van gastlessen en het beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal over wolven en hoe te handelen (33576, nr. 530);
- de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over onderzoeken hoe de middelen in regelingen zo veel mogelijk ingezet kunnen worden voor veebescherming in plaats van voor schadevergoeding (33576, nr. 533);
- de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. over een landelijk kader voor gebiedsgericht wolvenbeleid als basis voor provinciale soortenmanagementplannen (33576, nr. 534);
- de motie-Grinwis c.s. over actief aansluiten bij de Duitse aanpak in de uitwerking van het Nederlandse wolvenbeleid (33576, nr. 535);
- de motie-Boomsma c.s. over een zo eenvoudig mogelijk protocol voor het verjagen van wolven en aversieve conditionering (33576, nr. 536);
- de motie-Boomsma c.s. over delen van Nederland als risicogebied of snellewolfinterventiezone aanwijzen (33576, nr. 537);
- de motie-Kostić over tegemoetkomingen voor vermijdbare wolvenschade koppelen aan naleving van een duidelijke preventienorm (33576, nr. 538);
- de motie-Kostić over onafhankelijke wetenschappelijke monitoring van effecten van het Nederlandse wolvenbeleid borgen (33576, nr. 539);
- de motie-Kostić over voor 2027 met een overzichtelijk preventieplan komen (33576, nr. 540);
- de motie-Ten Hove c.s. over alle data met betrekking tot DNA-onderzoek naar wolven openbaar maken (33576, nr. 541);
- de motie-Den Hollander c.s. over onderzoeken op welke onderdelen van het wolvenbeleid een landelijk uniform basiskader wenselijk is (33576, nr. 542);
- de motie-Van Meijeren over onafhankelijk onderzoek naar de structuren, netwerken en financiële banden die het wolvenbeleid beïnvloeden (33576, nr. 543);
- de motie-Van Meijeren over geen publieke middelen meer besteden aan projecten die gericht zijn op "rewilding" (33576, nr. 544).
In stemming komt de motie-Van der Plas/Ten Hove (33576, nr. 525).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (33576, nr. 526).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (33576, nr. 527).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (33576, nr. 528).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Beckerman (33576, nr. 529).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Beckerman (33576, nr. 530).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (33576, nr. 533).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vellinga-Beemsterboer c.s. (33576, nr. 534).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (33576, nr. 535).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma c.s. (33576, nr. 536).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Boomsma c.s. (33576, nr. 537).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (33576, nr. 538).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kostić (33576, nr. 539).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kostić (33576, nr. 540).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Ten Hove c.s. (33576, nr. 541).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Den Hollander c.s. (33576, nr. 542).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Meijeren (33576, nr. 543).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Meijeren (33576, nr. 544).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Stemming motie Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid,
te weten:
- de motie-Westerveld over een plan voor een landelijk dekkend aanbod van vroegtijdige, gespecialiseerde psychosezorg (25424, nr. 806).
In stemming komt de motie-Westerveld (25424, nr. 806).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking"
Stemmingen moties Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking"
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Toekomstagenda "zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking",
te weten:
- de motie-Van der Plas over onderzoeken hoe er weer voldoende artsen medisch advies kunnen worden opgeleid (24170, nr. 423);
- de motie-Van der Plas over de compensatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte landelijk in plaats van via de gemeenten regelen (24170, nr. 424);
- de motie-Dobbe over verschillen tussen gemeenten rondom regels voor de gehandicaptenparkeerkaart terugdringen (24170, nr. 425);
- de motie-Dobbe over de gevolgen van bezuinigingen op de gehandicaptenzorg voor de kwaliteit van leven en de druk op mantelzorgers in kaart brengen (24170, nr. 426);
- de motie-Synhaeve over duidelijke landelijke minimumeisen voor betekenisvol lokaal inclusiebeleid en lokale inclusieagenda's (24170, nr. 427);
- de motie-Westerveld/Dobbe over een plan van aanpak gericht op preventie, laagdrempelige hulp en ondersteuning bij misbruik en grensoverschrijdend gedrag (24170, nr. 428);
- de motie-Maeijer over mensen met een complexe ondersteuningsvraag hun vaste cliëntondersteuner laten behouden bij de overgang van Wmo naar Wlz (24170, nr. 429);
- de motie-Maeijer over in beeld brengen hoeveel mensen met een VG6- of VG7-profiel wachten op passende zorg (24170, nr. 430).
In stemming komt de motie-Van der Plas (24170, nr. 423).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Plas (24170, nr. 424).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (24170, nr. 425).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (24170, nr. 426).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Synhaeve (24170, nr. 427).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Westerveld/Dobbe (24170, nr. 428).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Markuszower ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Maeijer (24170, nr. 429).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Foutje, bedankt. Bij de motie op stuk nr. 427 had ik tegen moeten stemmen.
De voorzitter:
We hebben het bij dezen gecorrigeerd. Dank u wel.
In stemming komt de motie-Maeijer (24170, nr. 430).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Pgb
Stemmingen moties Pgb
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Pgb,
te weten:
- de motie-Wendel/Coenradie over dat zorgaanbieder en vertegenwoordiger niet dezelfde persoon of organisatie mogen zijn, tenzij het een direct familielid betreft (25657, nr. 382);
- de motie-Synhaeve c.s. over de bestaande pilot uit het actieonderzoek bij Eindhoven uitbreiden in 2027 (25657, nr. 384);
- de motie-Moinat/Diederik van Dijk over administratieve lasten, uitvoerbaarheid en toegankelijkheid van het pgb meenemen in de evaluatie van de Wet aanpassing regeling dienstverlening aan huis (25657, nr. 386);
- de motie-Diederik van Dijk c.s. over een toereikend minimumtarief voor informele pgb-zorg voor de Zvw (25657, nr. 388);
- de motie-Diederik van Dijk over het uitgangspunt van de eigen regie van de budgethouder blijven waarborgen (25657, nr. 390);
- de motie-Westerveld over borgen dat de keuze tussen pgb en zorg in natura wordt bepaald door wat passend is voor bewoners (25657, nr. 391);
- de motie-Maeijer/Diederik van Dijk over het niet weigeren van het pgb enkel vanwege de beschikbaarheid van zorg in natura (25657, nr. 393);
- de motie-Hamstra/Tijmstra over de Kamer informeren over de verbetering van het pgb-systeem langs twee sporen (25657, nr. 394);
- de motie-Van Houwelingen over een onderzoek naar de effecten van privaat gefinancierde zorg (25657, nr. 395).
In stemming komt de gewijzigde motie-Wendel/Coenradie (25657, nr. ??, was nr. 382).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Synhaeve c.s. (25657, nr. 384).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Keijzer ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Moinat/Diederik van Dijk (25657, nr. 386).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Diederik van Dijk (25657, nr. 390).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Westerveld (25657, nr. 391).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.
We kunnen de uitslag niet vaststellen, dus we doen het nog één keer. Dan hoeft er niet hoofdelijk over te worden gestemd als die opnieuw kan worden vastgesteld, conform de motie-Oosterhuis, als er dus geen hoofdelijke stemming over wordt aangevraagd. Ik zeg het maar vast.
In stemming komt de motie-Maeijer/Diederik van Dijk (25657, nr. 393).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hamstra/Tijmstra (25657, nr. 394).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Houwelingen (25657, nr. 395).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemming motie Fiscaliteit
Stemming motie Fiscaliteit
Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Fiscaliteit,
te weten:
- de motie-Hoogeveen over het realisatieregime eventueel als zelfstandig wetsvoorstel indienen (32140, nr. 324).
In stemming komt de motie-Hoogeveen (32140, nr. 324).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Innovatie
Stemmingen moties Innovatie
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Innovatie,
te weten:
- de motie-Van der Lee over opties voor structurele financieringsvormen voor kennisvalorisatie (33009, nr. 182);
- de motie-Schenk over inventariseren welke nationale regels en verplichtingen er in de praktijk toe leiden dat ondernemers investeringen in innovatie uitstellen of achterwege laten (33009, nr. 183);
- de motie-Schenk over betere ondersteuning voor procesinnovatie in het mkb binnen de bestaande innovatieregelingen (33009, nr. 184);
- de motie-Oualhadj/Van der Lee over een uniforme, vergelijkbare en openbaar toegankelijke set kernindicatoren voor valorisatie door universiteiten (33009, nr. 185);
- de motie-Vermeer over bij de bezuinigingen op het Toekomstfonds de regionale Vroegefasefinanciering zo veel mogelijk ontzien (33009, nr. 186);
- de motie-Vermeer over agrifood expliciet meenemen bij de uitwerking van innovatiegericht inkopen en de launching-customeraanpak (33009, nr. 187);
- de motie-Vermeer over de sectorale uitsluitingscriteria van Invest-NL binnen agrifood inzichtelijk maken (33009, nr. 188);
- de motie-Nanninga over de grootste arbeidsrechtelijke knelpunten voor start-ups en scale-ups wegnemen (33009, nr. 189).
In stemming komt de motie-Van der Lee (33009, nr. 182).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk (33009, nr. 183).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (33009, nr. 184).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Oualhadj/Van der Lee (33009, nr. 185).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer (33009, nr. 187).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Vermeer (33009, nr. 188).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Nanninga (33009, nr. ??, was nr. 189).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Stemmingen moties Midden- en kleinbedrijf
Stemmingen moties Midden- en kleinbedrijf
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf,
te weten:
- de motie-Van der Lee over de realisatie van een juridische status van sociale ondernemingen (32637, nr. 766);
- de motie-Schenk over bezien of een mkb-uitzondering of -vrijstelling mogelijk is bij nieuwe regelgeving met substantiële gevolgen (32637, nr. 767);
- de motie-Schenk over in de Regeldrukmonitor inzichtelijk maken welk deel van de toe- en afname van regeldrukkosten neerslaat bij het mkb (32637, nr. 768);
- de motie-Kisteman c.s. over het schrappen van de innovatie- en regiostimuleringstaak als taak van de Kamer van Koophandel (32637, nr. 769);
- de motie-Kisteman/Schoonis over maatregelen tegen oververzekeringen (32637, nr. 770);
- de motie-Prickaertz over een landelijke minimale vergunningsduur van tien jaar voor schaarse vergunningen in de ambulante handel (32637, nr. 771);
- de motie-Prickaertz over geen nieuwe nationale koppen invoeren die leiden tot extra lasten of rapportageverplichtingen voor het mkb (32637, nr. 772);
- de motie-Prickaertz over onderzoeken of een renteplafond voor zakelijke financieringen tot €250.000 wenselijk en uitvoerbaar is (32637, nr. 773).
In stemming komt de motie-Van der Lee (32637, nr. 766).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (32637, nr. 767).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Schenk (32637, nr. 768).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kisteman c.s. (32637, nr. ??, was nr. 769).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kisteman/Schoonis (32637, nr. 770).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, Lid Keijzer en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32637, nr. 771).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32637, nr. 772).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (32637, nr. 773).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen moties Rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
Stemmingen moties Rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart",
te weten:
- de motie-Jimmy Dijk c.s. over een begrotingssystematiek die de baten van investeringen correct waardeert (36630, nr. 5);
- de motie-Jimmy Dijk/Keijzer over nog vóór 1 december 2026 met een voorstel komen om het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers te vervangen door een collectieve voorziening (36630, nr. 6);
- de motie-Van der Lee over de nationale investeringsinstelling zo vormgeven dat zij marktfalen kan helpen oplossen door voldoende ruimte te hebben om niet marktconform te hoeven handelen (36630, nr. 7);
- de motie-Van der Lee over bij NADI naar Duits voorbeeld voorwaarden hanteren om waardecreatie zo veel mogelijk in Nederland en Europa te houden (36630, nr. 8);
- de motie-Dassen over onderzoeken hoe investeringen buiten de reguliere uitgavekaders kunnen worden geplaatst (36630, nr. 10);
- de motie-Dassen over de rol als launching customer bij Europese AI-bedrijven gebruiken om een verantwoorde, Europese AI-industrie te stimuleren (36630, nr. 11);
- de motie-Dassen/Van der Lee over eerst kiezen welke bestaande economische plannen wel of geen uitvoering krijgen en daarna pas nieuwe plannen maken (36630, nr. 12);
- de motie-Vermeer/Jimmy Dijk over fysieke mobiliteitsinfrastructuur meenemen als strategische economische basisinfrastructuur bij de uitwerking van het rapport-Wennink (36630, nr. 13);
- de motie-Vermeer/Schenk over food en agri een volwaardige en herkenbare positie geven bij de uitwerking van het rapport-Wennink (36630, nr. 14);
- de motie-Nanninga over parallel aan de uitwerking van de nationale investeringsinstelling een plan voor de verbetering van de kapitaalmarkt naar de Kamer sturen (36630, nr. 15);
- de motie-Nanninga/Keijzer over beleid omtrent geslacht, afkomst of culturele achtergrond geen investeringscriterium laten zijn bij de nationale investeringsinstelling (36630, nr. 16);
- de motie-Grinwis/Flach over verkennen hoe bedrijven gedurende de terugverdientijd van grote investeringen beter kunnen worden gevrijwaard van beleidsrisico's met een grote negatieve impact op die tijd (36630, nr. 17);
- de motie-Bühler over de doorbraakaanpak voor investeringsprojecten onderdeel maken van de opdracht aan de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (36630, nr. 18);
- de motie-Schenk/Vermeer over de ontwikkeling van de welvaart van de Nederlandse bevolking leidend maken bij het toewerken naar 1,5% structurele economische groei (36630, nr. 20);
- de motie-Prickaertz over geen voorkeursbehandeling geven aan specifieke sectoren bij het verbeteren van het ondernemingsklimaat (36630, nr. 21);
- de motie-Keijzer over nog vóór de behandeling van het Belastingplan met opties komen die op korte termijn verlichting bieden voor vermogen en aandelen in box 3 (36630, nr. 22);
- de motie-Oualhadj over ten minste één innovatiecluster aanwijzen als versnelde vergunningszone (36630, nr. 23);
- de motie-Van Brenk over het thema "vermindering regeldruk" stroomlijnen en promoveren tot een ambitieuze taskforce met haalbare en meetbare doelen (36630, nr. 24).
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk c.s. (36630, nr. 5).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Jimmy Dijk/Keijzer (36630, nr. 6).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van der Lee (36630, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, DENK, de ChristenUnie, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Lee/Oualhadj (36630, nr. ??, was nr. 8).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen (36630, nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (36630, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dassen/Van der Lee (36630, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer/Jimmy Dijk (36630, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Vermeer/Schenk (36630, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Nanninga (36630, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Nanninga/Keijzer (36630, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis/Flach (36630, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, D66, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bühler (36630, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Schenk/Vermeer (36630, nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Prickaertz (36630, nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Keijzer (36630, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Oualhadj (36630, nr. 23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Brenk (36630, nr. 24).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, DENK, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, bij de volgende stemmingen zou ik nog even de motie op stuk nr. 792 willen aanhouden.
De voorzitter:
Welk nummer, zegt u?
De heer Ceder (ChristenUnie):
De motie op stuk nr. 792, onder nummer 13 op de stemmingslijst.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 792. Dat was de aanvankelijke hoofdelijke stemming waarover we fractiegewijs zouden stemmen. U verzoekt nu om die aan te houden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik houd het graag nog even spannend, ja.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (23432, nr. 792) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Meneer Van Baarle.
De heer Van Baarle (DENK):
Ja, voorzitter. Ik was bij de motie op stuk nr. 23 te laat met het opsteken van mijn hand, dus voor de Handelingen: wij willen graag geacht worden voor te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben het voor u genoteerd. Dank u wel.
Stemmingen moties Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Stemmingen moties Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden,
te weten:
- de motie-Piri over het sanctiebesluit over onrechtmatige nederzettingen in door Israël bezette gebieden voortvarend implementeren (23432, nr. 775);
- de motie-Piri c.s. over zo spoedig mogelijk de handel in diensten met en investeringen in de illegale nederzettingen verbieden (23432, nr. 776);
- de motie-Piri c.s. over voorkomen dat Nederlandse bedrijven kunnen meedingen in de aanbestedingsprocedure voor het E1-project (23432, nr. 777);
- de motie-Dobbe c.s. over spoedige en stevige EU-maatregelen tegen Israël als het E1-project wordt voortgezet (23432, nr. 778);
- de motie-Dobbe c.s. over een algeheel wapenembargo op Israël (23432, nr. 779);
- de motie-Van Baarle over een reclameverbod voor producten en diensten uit illegale nederzettingen onderzoeken (23432, nr. 780);
- de motie-Van Baarle over een communicatiecampagne over de inhoud en gevolgen van het sanctiebesluit (23432, nr. 781);
- de motie-Van Baarle/Dobbe over boycot, desinvestering en sancties hanteren als uitgangspunt van het Nederlandse beleid (23432, nr. 782);
- de motie-Van Baarle c.s. over onderzoek naar het uitsluiten van bedrijven die handelen met illegale nederzettingen van samenwerkingen met de Nederlandse overheid en andere vormen van overheidssteun (23432, nr. 783);
- de motie-Rajkowski over onderzoek naar het uit de AMvB halen van de Golanhoogte en Oost-Jeruzalem (23432, nr. 784);
- de motie-Stoffer c.s. over het tijdelijk sanctiebesluit per direct intrekken (23432, nr. 785);
- de motie-Dassen/Teunissen over onderzoek naar het uitsluiten van fiscale faciliteiten voor bedrijven die aantoonbaar economische activiteiten ontplooien in illegale nederzettingen (23432, nr. 786);
- de motie-Dassen over onderzoek naar het opschorten van de visumvrijstelling voor Israëlische kolonisten (23432, nr. 787);
- de motie-Dassen over met buurlanden omzeiling van het sanctiebesluit via hun grondgebied tegengaan (23432, nr. 788);
- de motie-Teunissen c.s. over bedrijven die diensten aanbieden in illegale nederzettingen niet langer gebruik laten maken van fiscale voordelen en subsidies (23432, nr. 789);
- de motie-Teunissen over afbouwen van de Nederlandse afhankelijkheid van bedrijven en fabrikanten die een joint venture hebben met de Israëlische wapenindustrie (23432, nr. 790);
- de motie-De Roon/Wilders over uitspreken dat Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem aan het Joodse volk en de staat Israël toebehoren en sancties derhalve onzinnig, ongepast en onacceptabel zijn (23432, nr. 791);
- de motie-Hoogeveen/Ceder over extern juridisch advies inwinnen over nationale handelsbeperkingen op goederen uit Israëlische nederzettingen (23432, nr. 793).
De voorzitter:
De heer Stoffer verzoekt om hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 785.
In stemming komt de motie-Piri (23432, nr. 775).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Piri c.s. (23432, nr. 776).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Piri c.s. (23432, nr. 777).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (23432, nr. 778).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Dobbe c.s. (23432, nr. 779).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 780).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle (23432, nr. 781).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de ChristenUnie en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Van Baarle/Dobbe (23432, nr. 782).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (23432, nr. 783).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Rajkowski (23432, nr. 784).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
De voorzitter:
We stemmen hoofdelijk over de motie-Stoffer c.s., over het tijdelijk sanctiebesluit per direct intrekken. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Mag ik de leden verzoeken om stilte?
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (23432, nr. 785).
Vóór stemmen de leden: Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Bikker, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Heutink, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon en Schilder.
Tegen stemmen de leden: Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Van Houwelingen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Russcher, Schenk en Schoonis.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Ceder. Heeft u uw stem uitgebracht? Er mist een pagina. Save the best for last. Zullen we die laatste pagina dan nu gelijk doen? Gaan we doen! Ik verzoek u wel om stil te zijn, zodat we uw stem ook kunnen noteren. Dan hebben we er ook nog wat aan. Ik verzoek de griffier de laatste pagina ook op te lezen.
Vóór stemmen de leden: Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Eerdmans …
Tegen stemmen de leden: Dassen, Dekker, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde …
De voorzitter:
De heer Heutink heeft zijn stem nog niet uitgebracht.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat u heel graag van mij af zou willen …
De voorzitter:
Nooit!
De heer Heutink (Groep Markuszower):
… maar ik zou toch heel graag willen stemmen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voor.
De voorzitter:
Ik heb Eerdmans ook nog niet. We gaan het opnieuw doen. Het spijt me. Meneer Klaver heeft vast een goed idee. Meneer Klaver.
De heer Klaver (PRO):
Voorzitter. Het kan gebeuren. Volgens mij hebben we wel een indruk gekregen van hoe de verhoudingen in de Kamer liggen. Het punt is met het hoofdelijk stemmen ook gemaakt, denk ik. Ik zou dus in overweging willen geven dat we nu fractiegewijs stemmen.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Stoffer. Hij schudt nee, dus we doen het toch nog een keer hoofdelijk. Ik verzoek de leden opnieuw tot stilte en verzoek de griffier de namenlijst op te lezen.
In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (23432, nr. 785).
Vóór stemmen de leden: Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Eerdmans, Faber, Flach, Goudzwaard, Graus, Grinwis, Heutink, Hoogeveen, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Nanninga, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Schilder, Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Van den Berg, Bikker, Boomsma, Boon, Martin Bosma, Ceder, Ceulemans, Claassen, Clemminck, Coenradie en Tony van Dijck.
Tegen stemmen de leden: Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Van Eijk, Ellian, Ergin, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, De Hoop, Van Houwelingen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Mohandis, Moorman, Müller, Mutluer, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Russcher, Schenk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Biekman, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Dassen, Dekker en Heera Dijk.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 45 stemmen voor en 104 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen/Teunissen (23432, nr. 786).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, D66, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (23432, nr. 787).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD, DENK en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Dassen (23432, nr. 788).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (23432, nr. 789).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Teunissen (23432, nr. 790).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Dan een hoofdelijke stemming. Ik verzoek de griffier de namenlijst op te lezen. Ik verzoek de leden om stilte, zodat we het goed kunnen noteren.
In stemming komt de motie-De Roon/Wilders (23432, nr. 791).
Vóór stemmen de leden: Moinat, Mooiman, Edgar Mulder, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Schilder, Stoffer, Stöteler, Vermeer, Vlottes, Vondeling, Wiersma, Wilders, Boon, Martin Bosma, Claassen, Tony van Dijck, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Faber, Flach, Graus, Heutink, Ten Hove, Chris Jansen, Keijzer, Kops, Lammers, Maeijer, Markuszower en Van Meetelen.
Tegen stemmen de leden: Moorman, Müller, Mutluer, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Van Oosterhout, Oosterhuis, Oualhadj, Ouwehand, Paternotte, Patijn, Paulusma, Piri, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Russcher, Schenk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Struijs, Stultiens, Synhaeve, Teunissen, Tijmstra, Tseggai, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Vliegenthart, Wendel, Van der Werf, Westerveld, Zalinyan, Zwinkels, El Abassi, Abdi, Van Ark, Armut, Van Asten, Van Baarle, Bamenga, Becker, Beckerman, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikker, Bikkers, Al Biyati, Boelsma-Hoekstra, Bolhuis, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Van Brenk, Tijs van den Brink, Bromet, Bühler, Bushoff, Van Campen, Ceder, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Dassen, Dekker, Heera Dijk, Jimmy Dijk, Inge van Dijk, Dobbe, Van Duijvenvoorde, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Ergin, Goudzwaard, Grinwis, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, De Hoop, Van Houwelingen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Kathmann, Kisteman, Klaver, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Kostić, Kröger, Krul, Van Lanschot, Van der Lee, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Martens-America, Mathlouti, Van Meijeren, Meulenkamp, Michon-Derkzen en Mohandis.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 33 stemmen voor en 116 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Hoogeveen/Ceder (23432, nr. 793).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Stemmingen Wet inroepbevoegdheid ACM
Stemmingen Wet inroepbevoegdheid ACM
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774).
De voorzitter:
Vandaag zullen wij alleen over de ingediende amendementen en de artikelen stemmen. De eindstemming over het wetsvoorstel zal op dinsdag 22 september aanstaande plaatsvinden.
In stemming komt het amendement-Bühler (stuk nr. 12) tot het invoegen van een onderdeel 0A.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het amendement-Bühler (stuk nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Claassen (stuk nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Prickaertz (stuk nr. 20).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de SGP, de ChristenUnie, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Wet inroepbevoegdheid ACM
Stemmingen moties Wet inroepbevoegdheid ACM
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM),
te weten:
- de motie-Van der Lee over een invoeringstoets houden (36774, nr. 16);
- de motie-Bühler c.s. over de wet niet in werking laten treden voordat de ACM de conceptleidraad in openbare consultatie heeft gebracht (36774, nr. 17);
- de motie-Kisteman over het wetsvoorstel laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de wetsbehandeling voort te zetten (36774, nr. 18);
- de motie-Kisteman over het wetsvoorstel voorleggen aan het Adviescollege toetsing regeldruk, alvorens de wetsbehandeling voort te zetten (36774, nr. 19).
In stemming komt de motie-Van der Lee (36774, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bühler c.s. (36774, nr. 17).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, Volt, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Kisteman (36774, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kisteman (36774, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Dank u allen voor uw medewerking. Ik schors een kort ogenblik. Dan gaan we verder met de regeling van werkzaamheden.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering.
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden. Op verzoek van de fractie van de VVD benoem ik in de vaste commissie voor Asiel en Migratie het lid Rajkowski tot lid in de bestaande vacature.
Ik deel aan de Kamer mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:
- het debat over de toename van onveiligheid in woonwijken door explosies;
- het dertigledendebat over de gevolgen van AI-afhankelijkheid voor de economie en de samenleving.
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende debatten zijn komen te vervallen:
- het dertigledendebat over de voortgang van het Nationaal Actieplan Dakloosheid;
- het dertigledendebat over de bestrijding van moslimhaat;
- het dertigledendebat over een groep van 50 jongeren die in Utrecht politieagenten heeft bekogeld met zwaar vuurwerk;
- het dertigledendebat over het bericht dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme een programmaleider islamofobie wil aanstellen;
- het debat over de daling van de acceptatie van lhbtiq+'ers.
Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 29984-1298; 36800-XIV-62; 28973-293; 23432-682; 21501-32-1821; 29984-1298; 21501-33-1216; 21501-02-3439; 21501-20-2408; 29279-1046.
Ik deel mee dat de volgende aangehouden motie is vervallen: 27926-416.
Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:
- het tweeminutendebat IVD-aangelegenheden (CD d.d. 03/09), met als eerste spreker het lid Van Baarle van DENK;
- het tweeminutendebat Selibon (CD d.d. 03/09), met als eerste spreker het lid Tseggai van PRO;
- het tweeminutendebat Ontwerp-Natuurplan (CD d.d. 03/09), met als eerste spreker het lid Kostić van de PvdD;
- het tweeminutendebat Kansspelen (CD d.d. 03/09), met als eerste spreker het lid Bikker van de ChristenUnie.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Moorman voor haar eerste verzoek namens de fractie van PRO. Zoals u weet: u kunt uw verzoek doen en vervolgens brengen we dat in stemming. Er vinden geen toegiften plaats, want dan is de volgende spreker alweer. Het woord is aan mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
Dank u wel, voorzitter. We hadden er net ook al mondelinge vragen over, maar ik denk dat de beantwoording daarvan, en zeker ook de interesse van de Kamerleden, liet zien dat we er langer over moeten praten. We zijn vanochtend opgeschrikt door het nieuws dat twee op de vijf 15-jarigen niet voldoende kan lezen, dat de leesvaardigheid onder het basisniveau is en dat er grote verschillen zijn tussen scholen. Het zijn zelfs de grootste verschillen ter wereld, zoals de staatssecretaris net zei. Het lijkt me heel goed om daar met elkaar een plenair debat over te voeren.
De voorzitter:
Ik kijk of daar een meerderheid voor is.
De heer Kisteman (VVD):
Steun, en laten we er vaart mee maken.
Mevrouw Rooderkerk (D66):
Steun. Er staat ook nog een debat op de rol over de dalende leerprestaties in het onderwijs. Het verzoek is om dat heel snel in te plannen; wellicht zou dit daar ook aan toegevoegd kunnen worden.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Van harte steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Steun, ook voor het voorstel van mevrouw Rooderkerk.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Nou, voorzitter. Er werd net een voorstel gedaan om het bij een ander debat te doen. Volgens mij kan het daar prima. De ellende zullen we niet oplossen met nog zo'n plenair debat over dit specifieke onderwerp.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Deze ellende komt vooral omdat het onderwijs het afvoerputje is geworden van allerlei beleid. Als we dat schrappen, heeft dit debat zin. Maar dat betekent wel, zeker voor progressief links, dat ze zullen moeten bewegen.
De heer Dassen (Volt):
Steun, voorzitter.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De Kamer heeft er net voor gestemd om lespakketten over de wolf te geven op scholen. Laten we die tijd alsjeblieft besteden aan lezen en leesvaardigheid. Steun voor dit debat. Laten we al die lespakketten afschaffen.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Een grote groep mensen heeft weer een oproep gedaan aan het kabinet voor sancties tegen Israël, om het beleid aan te passen, het beleid van wegkijken terwijl er een genocide wordt gepleegd op het Palestijnse volk. Terwijl de misdaden van Israël zich nog steeds opstapelen, zien we dat het niet verder komt dan het besluit dat we vorige week hebben besproken. Ik wil hierover dus graag een debat met de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Ik snap heel goed dat mensen boos zijn, want ze hoopten dat er met het kabinet-Jetten toch iets zou veranderen en dat de druk op Israël zou worden opgevoerd, maar we zien nauwelijks wijzigingen in het beleid. Daarom van harte steun voor dit debat.
De heer De Roon (PVV):
Geen steun.
Mevrouw Piri (PRO):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
China, Azerbeidzjan, noem ze allemaal maar op. Vanochtend is er weer iemand opgehangen in Iran. Daar moeten we het zeker over hebben. Maar deze obsessie met Israël moet een keer stoppen.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Geen steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dit is precies waar ik voor waarschuwde. We hebben er net voor gestemd dat het sanctiebesluit door moet gaan en nu al moeten er meer maatregelen komen. Het houdt dus niet op. Geen steun.
De heer Vervuurt (D66):
De heer Van Baarle verwees er al naar: we hebben er afgelopen donderdag ook al uitgebreid over gedebatteerd. Dus geen steun.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
Rupsje-nooit-genoeg. Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van Baarle.
Het woord is aan mevrouw Teunissen voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De snikhete zomer staat nog op ons netvlies en we hebben afgelopen week gehoord dat de aarde 1,5 graad is opgewarmd. Politici in Den Haag zeggen: koop maar een airco. Maar de mensen die zaterdag de straat op gaan voor het klimaat verwachten veel meer van het kabinet, want iedereen heeft baat bij een gezond klimaat, beter en goedkoper openbaar vervoer, meer groen en goed geïsoleerde huizen, maar op dit moment kost de klimaatcrisis burgers en ondernemers handen vol geld. Daarom wil de Partij voor de Dieren dat het kabinet met een crisisaanpak komt. Daarover willen wij met de premier en voormalig klimaatdrammer Rob Jetten in debat.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, voorzitter, namens PRO van harte steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De heer Vermeer (BBB):
We hebben al genoeg klimaatkamikazebeleid. Stop hiermee. Inzetten op adaptatie.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Klimaatbeleid kost heel veel geld, voorzitter, dus geen steun.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, van harte steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
Mevrouw Müller (VVD):
We hebben in september een commissiedebat Voortgang klimaatbeleid.
De heer Ceulemans (JA21):
Geen steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Het kabinet is vol aan de slag. Er komen een aantal grote klimaatdebatten aan, dus geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nog zo'n obsessie. Geen steun.
De heer Kops (PVV):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar verzoek namens de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. De zorg van de naar schatting 100.000 mensen in Nederland zonder zorgverzekering is niet goed geregeld. Met die boodschap kwam de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd afgelopen december. Mensen weten vaak niet waar ze terechtkunnen, worden regelmatig weggestuurd bij zorginstellingen en de juiste zorg is vaak niet beschikbaar. Daardoor gaat de gezondheid van deze mensen onnodig achteruit.
De voorzitter:
Uw verzoek?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat is een situatie die we niet mogen accepteren. Daarom hebben wij hier vorig jaar al een debat over aangevraagd. Dat is ook gesteund door de Kamer, maar helaas is het debat verlopen en daarom vraag ik hierover vandaag opnieuw een debat aan met de minister van VWS.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Bushoff (PRO):
Steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. We hebben er sinds de eerste aanvraag al uitgebreid over gedebatteerd in de begrotingsbehandeling en meerdere commissiedebatten, dus geen steun.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik sluit me aan bij D66, geen steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Uw volgende verzoek.
Mevrouw Dobbe (SP):
Jammer, voorzitter. Mag het tafeltje iets lager? Zo lang ben ik niet.
De voorzitter:
Ja, dat ga ik gelijk voor u regelen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Een derde van de tijd van zorgverleners gaat op aan administratie. Dat weten wij al heel erg lang. Tegelijkertijd lopen de personeelstekorten en de wachtlijsten in de zorg op. Toch houden we een systeem in stand waarin we zorgverleners met marktwerking, winstbejag en wantrouwen jegens zorgverleners opzadelen met een enorme regeldruk. Als we dat niet aanpakken, is het dweilen met de kraan open in de zorg. Mensen in de zorg moeten hun werk kunnen doen en zorgen voor de mensen die dat nodig hebben in plaats van in een kantoorbaan achter een bureau geduwd worden. Iedereen vindt dit en toch verandert er niks.
De voorzitter:
En daarom …
Mevrouw Dobbe (SP):
En daarom is het belangrijk om hierover in debat te gaan met de minister van VWS. Het was al eerder toegezegd, maar helaas mocht dit ook niet meer verlengd worden.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Bushoff (PRO):
Steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Helemaal steun. Dit moeten we echt aanpakken met elkaar.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
AZWA zou het tovermiddel zijn om het op te lossen, maar gaat het niet oplossen, ben ik bang, dus goed dat we daar een debat over voeren.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ook hiervoor geldt: sinds de vorige aanvraag zijn er verschillende debatten over gevoerd. Geen steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Uw volgende verzoek.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar wel 30 leden?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
We zetten 'm op de lijst als dat het verzoek is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, graag. Dank u wel.
De voorzitter:
Bij dezen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Nederland doet te weinig om de rechten van vrouwen te garanderen. Er is nu weer een rapport dat dat stelt. Er gebeurt te weinig om vrouwen te beschermen tegen geweld. Vrouwen worden nog altijd gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Zorgtaken belanden te vaak vrijwel alleen bij vrouwen. We moeten dus flink aan de slag om de positie van vrouwen te verbeteren, omdat als we het hebben over de rechten en gelijkheid van vrouwen, het belangrijk is dat het niet alleen blijft bij woorden, maar er ook daden zijn. We moeten daar wat aan doen. Het debat dat ik hierover eerder had aangevraagd, werd óók door de Kamer gesteund, maar kon helaas ook niet meer worden verlengd. Het probleem is niet kleiner geworden, maar groter. Daarom dus wederom een nieuw debat met de minister van Justitie en staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Armut (CDA):
Daarom opnieuw steun.
Mevrouw Müller (VVD):
Laten we dit betrekken bij het WGO Emancipatie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Bromet voor haar verzoek namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Voor het reces hebben we gedebatteerd over het nieuwe stikstofbeleid van het kabinet. De doorrekening van het beleid is vorige week gekomen. Het lijkt mij goed om voordat de wetsvoorstellen komen die een uitvloeisel zijn van de beleidsbrief van de minister, toch nog even een keer hier te debatteren over de doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker steun. Het rapport was vernietigend, hoewel de minister een hallelujaverhaal heeft gelezen, dus het lijkt me goed om daarover te debatteren.
De heer Koorevaar (CDA):
Ik ga er niet voor liggen, maar ik ga morgen bij de procedurevergadering voorstellen om het debat van 22 september, de EU-Landbouwraad, om te buigen naar een wat breder stikstofdebat.
De voorzitter:
Dat kan allemaal, maar steunt u dit verzoek of steunt u het niet?
De heer Koorevaar (CDA):
Dan steun ik dit verzoek, maar ik heb liever een langer, groter debat in de commissie.
De voorzitter:
Maar dan steunt u het niet. Of steunt u het wel?
De heer Koorevaar (CDA):
Ik steun het wel, maar mijn voorkeur is het …
De voorzitter:
U steunt het wel, maar u neemt ons mee in uw hersenspinsels. Dank u wel.
De heer Chris Jansen (PVV):
Nog meer stikstofonzin. Geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Steun, maar ik wil ook een brief. De Kamer heeft al meerdere malen verzocht om de openbaarmaking van de natuurmonitoring, het LMF. Die hebben we nog steeds niet. Voorafgaand aan het debat heb ik die graag openbaar.
De heer Vervuurt (D66):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Een kaalslag op het platteland en nóg worden de doelen niet gehaald. Steun voor dit verzoek, maar ook steun voor het verzoek van mevrouw Ten Hove, want anders praten we in het niks.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter, steun. Maar als het eerder kan in de commissie, dan graag daar.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid.
Mevrouw Bromet (PRO):
Dan ...
De voorzitter:
We deden geen toegiften, mevrouw Bromet. U heeft een meerderheid voor het debat.
Mevrouw Bromet (PRO):
Maar ik wil ook een brief.
De voorzitter:
Het informatieverzoek geleiden wij door naar het kabinet.
Het woord is aan meneer Stultiens voor zijn verzoek namens PRO.
De heer Stultiens (PRO):
Voorzitter. Eigenlijk is het bizar dat ik hier moet staan vandaag, want ik heb vorige week dit verzoek ingediend en toen had dit al steun van een meerderheid. Maar het wordt geweigerd door de minister van Financiën, namelijk om inzicht te geven in de wijzigingen van het coalitieakkoord. De coalitie heeft die al en de pers heeft die al, alleen de oppositie niet. Wij willen weten hoe de plannen worden betaald, dus wij willen per ommegaande de informatie naar de Kamer.
De voorzitter:
U doet een informatieverzoek, dus ik kan het stenogram doorgeleiden naar het kabinet, maar ik zie …
De heer Stultiens (PRO):
Nou, ik hoop dat u ook als Voorzitter namens de Kamer aangeeft dat het niet geweigerd kan worden. Als de coalitie en de pers het wel mogen weten en als partijen die langskomen, ook informatie krijgen, zoals hun is toegezegd, maar de rest hier in de Kamer die informatie niet krijgt, kan dat niet. Ik hoop dat ook u dat kan aangeven aan het kabinet.
De voorzitter:
Zeker, maar op zich heeft u mij daar niet eens voor nodig.
De heer Stultiens (PRO):
Nou, het helpt gewoon.
De voorzitter:
U kunt gewoon een informatieverzoek doen op basis van …
De heer Stultiens (PRO):
De minister weigert tot nu toe.
De voorzitter:
… uw constitutionele rechten. Blijkbaar zijn er ook nog collega's die daar graag ook nog even wat over willen zeggen. Daar geef ik ruimte voor.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Steun natuurlijk hiervoor. Toen hier een oud-collega drie woorden riep, namelijk "artikel 68" — ik noem het bewust even zo, want zo is het indertijd uitgesproken — stond het hele kabinet op de achterste benen. We wisten als Kamer niet of we wel of niet de informatie zouden krijgen. Uiteindelijk is die informatie er toen gewoon gekomen. Als hier een meerderheid van deze Kamer al gevraagd heeft om informatie … Tja, sorry, maar dan had die informatie hier al lang en breed moeten zijn.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Dit is gewoon het punt; daarom loop ik even naar voren. Ik weet hoe dit werkt. Dan gaat zo'n stenogram door en wordt er gezegd: "O. Vinkje. Laat maar." Volgens mij moeten wij hier gewoon allemaal dit verzoek steunen, want wat zijn we hier anders aan het doen als we die stukken niet officieel gewoon krijgen?
De heer Vermeer (BBB):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Ik kan er niet op wachten dat vrijdagochtend gewoon alles uitgelekt is, zodat we het allemaal kunnen gaan lezen. Maar ik zou het best wel sympathiek vinden van heel veel andere partijen, coalitiepartijen, als ze gewoon dit verzoek ook steunen en ook richting kabinet zeggen: geef Dijk en andere oppositiepartijen ook gewoon de gelegenheid om zich die twee extra dagen daarin te kunnen verdiepen. Dan hebben we ook een beetje gelijke monniken, gelijke kappen. Ik denk dat het ook best lukt om hard oppositie te voeren zónder, maar …
De voorzitter:
Ja, ja, ja, ja, ja! Meneer Dijk …
De heer Jimmy Dijk (SP):
… het gaat beter mét.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, zoals u heeft gezegd, is dit gewoon een informatieverzoek. Dat is een recht van de Kamer, dus van harte steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Door dat selectieve gelek is de Kamer gepiepeld. Doordat sommige partijen in de Kamer meer weten dan andere partijen, worden bepaalde partijen in deze Kamer gepiepeld. Doordat nu een verzoek van de meerderheid van de Kamer wordt weggewuifd, worden we gepiepeld. We moeten ons niet laten piepelen. Dit verzoek wil ik dus steunen.
De heer Stöteler (PVV):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De voorzitter:
We zullen het stenografisch verslag inclusief alle uitspraken doorgeleiden naar het kabinet.
Het woord is aan het lid Kostić voor haar verzoek namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. We worden aan alle kanten gepiepeld, want ons zwemwater is sterk vervuild met landbouwgif, pfas en andere kankerverwekkende stoffen. Geen enkele onderzochte locatie voldeed aan de normen. Dus terwijl onze kinderen verkoeling zoeken tijdens de steeds heter wordende zomers, als gevolg van de klimaatcrisis, worden ze langzamerhand steeds zieker gemaakt door ons zwemwater. De bescherming van ons water moet nú echt prioriteit krijgen. Ik hoop dat de Kamer het daarmee eens is. Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Bikkers (VVD):
Dit kan tijdens het commissiedebat Leefomgeving op 6 oktober. Dat zeg ik mede namens het CDA.
Mevrouw Wiersma (BBB):
De meest gevonden stof is overigens imidacloprid. Dat komt niet van landbouw maar van vlooienbanden. Het zwemseizoen is voorbij, dus dit kan prima bij het commissiedebat Water in november, wat mij betreft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Inderdaad, steun voor bij het commissiedebat Water in november. Geen steun voor een plenair debat.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Zwemmen in vlooiengif is te gek voor woorden, dus van harte steun.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Dit kan ook in het commissiedebat Leefomgeving, heb ik begrepen, dus geen steun.
De heer Chris Jansen (PVV):
Er zijn meerdere commissiedebatten. Geen steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Het water is nog nooit zo schoon geweest, voorzitter. Geen steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Heb ik 30 leden?
De voorzitter:
Ja, wel 30 leden. We zetten het op de lijst.
Het woord is aan de heer Claassen namens de Groep Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Het huidige beleid op de woningmarkt maakt ook onze jongeren en jongvolwassenen kapot. Studenten blijven langer thuis. Ze gaan niet trouwen en niet samenwonen en krijgen geen kinderen. Er zijn allerlei problemen en daar zien ze dus vanaf. Mijn vraag is: wil de Kamer hier nu eens eindelijk plenair over praten in plaats van het af te doen in een commissiedebat waarin ook helemaal niks wordt veranderd? De bijdrage van mevrouw Dobbe vorige week, met steun voor mijn debatverzoek over wonen, was een eyeopener. Ik hoop dat dat vandaag ook zo is en dat we eindelijk eens een keer plenair een goed gesprek over dit onderwerp kunnen hebben.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dit is een belangrijk onderwerp. Toch is een commissiedebat een stuk sneller, dus geen steun.
De heer Bikkers (VVD):
Daar sluit ik me bij aan.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Sinds ik in de stad Groningen ben gaan wonen, zie ik ieder jaar overal huisjesmelkers die studenten helemaal kaalplukken. Volgens mij is dat niet alleen in Groningen zo, maar gebeurt dat in het hele land. Dat loopt echt de spuigaten uit. We moeten een plan maken voor betaalbare woningen voor onze studenten en voor onze werkende jongeren. Het is heel goed om daar een debat over te voeren, dus steun.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Claassen, en ook geen 30 leden.
Het woord is aan mevrouw Zalinyan namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Extreme regenval, langdurige droogte en hitte zorgen voor steeds meer schade aan onze leefomgeving en aan onze woningen. Afgelopen zomer hebben we weer gezien dat de hitte echt in onze huizen is geslopen. Vooral de wijken waar al problemen waren, werden het hardst geraakt. Verzekeraars waarschuwen nu ook dat er verzekeringen zijn die in de toekomst misschien niet meer mogelijk zijn. Daarom zou ik heel graag een debat willen hierover.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Het einde der tijden is weer nabij. Toch geen steun, want volgens mij valt het wel mee.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Klimaatverandering kost klauwen met geld en we hebben meer groen in de buurt nodig, dus van harte steun voor dit debat.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Vorige week heeft mevrouw Bromet een debat aangevraagd over droogte. Wat ons betreft kunnen alle weersextremen daarbij, dus geen steun voor dit debat.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik heb overlegd met de woordvoerder van IenW, waar dat veel beter bij zou passen. Aan de aanvraag zoals die er nu ligt, kan ik dus echt geen steun geven.
De heer Bikkers (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan de heer Tijs van den Brink voor zijn verzoek namens het CDA. Gaat uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Meneer de voorzitter. De samenleving is geschokt door de gebeurtenissen in Overasselt. Met grof geweld vond daar een poging tot liquidatie plaats die leidde tot de tragische dood van een beveiliger, die gewoon zijn werk deed. In het kielzog van die gebeurtenissen is een maatschappelijk debat ontstaan over de vraag wat de invloed is van drugsgebruik door wat we voor het gemak maar even "de bovenwereld" noemen. Wij vinden dat dat debat ook hier gevoerd moet worden, zeker gezien een brief die minister Hermans deze zomer naar de Kamer stuurde. Hierin moest ze tot haar en onze spijt melden dat de campagne die tot doel heeft drugsgebruik minder normaal te maken niet heeft gewerkt. Daarom willen we heel graag snel in gesprek met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Volksgezondheid over de vraag: hoe nu verder?
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Steun voor een debat.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er is op 15 oktober een commissiedebat over georganiseerde criminaliteit, ondermijning en criminaliteitsbestrijding. Dat zou wel de snelste manier zijn, maar ik proef hier al een meerderheid ontstaan voor steun voor een plenair debat. Ik steun het niet, omdat ik vind dat je op 15 oktober, over een paar weken, gewoon veel sneller bent. Een debat gaat weer maanden duren en daar hebben de mensen niks aan.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van der Plas. Daarnaast hebben we morgen een debat over de politie, dus echt grote spoed is ook daar te bespreken. Geen steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Daar sluit ik me bij aan.
De heer Ceulemans (JA21):
Steun voor het verzoek.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Volgens mij hebben we echt een gigantisch drugsprobleem in dit land met alle criminaliteit die erachter wegkomt. Steun voor dit verzoek.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van den Brink.
Het woord is aan de heer Markuszower, in de persoon van de heer Heutink, namens de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Hoe veilig zijn onze kinderen nog? Een gezinshuis hoort een veilige plek te zijn voor kwetsbare kinderen, maar in Friesland zijn meerdere kinderen met spoed weggehaald nadat meisjes aan de bel trokken over zedenmisdrijven. Zedenmisdrijven zijn echt schokkend genoeg en reden voor een debat, lijkt ons zo, met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Langdurige Zorg.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Bikkers (VVD):
Voorzitter. Voor het reces heeft mevrouw Westerveld een verzoek gedaan voor een plenair debat over de jeugdbescherming. Volgens mij kunnen we het daar prima bespreken.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun. Het is verschrikkelijk wat hier gebeurd is, maar er zijn schriftelijke vragen over gesteld en op 30 september is het jeugddebat.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Er staat ook nog een commissiedebat Zeden; daar kan het ook bij betrokken worden.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het lijkt ons ook slim om het te hebben over het stelsel en niet allerlei incidenten, hoe ontzettend verschrikkelijk ook, en wij stellen daar ook vragen over. Maar die hoeven we niet afzonderlijk in de Kamer te behandelen, ook omdat we heel veel informatie hierover nog niet hebben.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun. Ik sluit me aan bij de woorden dat het inderdaad in een commissiedebat kan.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter, als er op 30 september een jeugddebat is, lijkt het mij beter om het daar te behandelen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Naast het debat Jeugdbescherming op 12 november is er ook een commissiedebat Slachtofferbeleid en op 9 december is er een commissiedebat Zeden. Dat lijkt mij allemaal veel sneller. Mensen hebben er niks aan als men hier snel een debat wil inplannen waarna het vervolgens maanden duurt voordat dat debat echt ingepland wordt.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Westerveld. Dus geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Heutink.
Het woord is aan mevrouw Vliegenthart voor haar verzoek namens PRO.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Recent werd bekend dat er opnieuw een massadonor actief is die ondertussen al minimaal 199 kinderen verwekt heeft. Dat is een afschuwelijke situatie voor ouders én donorkinderen, en dat terwijl verschillende instanties, zoals het ministerie en de inspectie, al jaren op de hoogte waren en de voormalige minister van VWS zelfs een ambtelijk advies om een onderzoek te starten heeft genegeerd. Er is over twee maanden al een commissiedebat Medische ethiek, maar wij willen nu graag met de minister in gesprek over deze onderwerpen: hoe is het mogelijk dat deze donor zijn gang kon gaan terwijl zó veel instanties op de hoogte waren, wat gaan we doen om deze slachtoffers te helpen en hoe gaan we dit in de toekomst voorkomen?
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Mevrouw Vliegenthart maakt zich hier natuurlijk terecht hard voor. Dat hebben we ook samen gedaan door schriftelijke vragen te stellen, maar ik wil echt de antwoorden op die schriftelijke vragen afwachten. Volgens mij kunnen we dit dan heel goed behandelen in het commissiedebat Medische ethiek van volgende maand. Dus geen steun; sorry.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Wat net werd gezegd.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Steun.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun; het commissiedebat Medische ethiek.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Ten Hove namens Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
De Europese Unie heeft de invoer van rundvlees, kippenvlees, eieren en honing uit Brazilië tijdelijk opgeschort, omdat deze aantoonbaar niet voldoen aan de Europese regels rond antibioticagebruik. Resistentie is een groot probleem: infecties worden steeds moeilijker te behandelen en kunnen zelfs dodelijk zijn. Dit zorgt voor veel leed en hoge kosten. De Europese Commissie en het RIVM hebben resistentie daarom als een grote bedreiging voor de volksgezondheid aangemerkt. Terwijl onze eigen Nederlandse boeren wel voldoen aan deze standaarden, staat Nederland op het punt de veestapel te halveren. Hiermee zetten we niet alleen onze economie en de voedselzekerheid, maar ook onze gezondheid op het spel.
De voorzitter:
Ja, daar wil u een debat over.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
DNA wil heel graag een debat met de minister van LVVN.
De voorzitter:
Ik ga kijken of u een meerderheid heeft.
De heer Vervuurt (D66):
Er komen een heleboel commissiedebatten aan waar dit in behandeld kan worden, dus geen steun.
De heer Lohman (CDA):
We hebben deze week een rondetafel en over twee weken een commissiedebat over voedselzekerheid, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. In de jaren die ik hier zit, hebben wij hier steeds voor gewaarschuwd, ook voor het Mercosur-verdrag. Het werd allemaal weggewuifd. Het verdrag is gewoon gaan gelden. Dankzij het harde werken van onze Europese BBB-fractie is dit verbod er gekomen, dus ik wil hier ook heel graag een plenair debat over.
De voorzitter:
U steunt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik steun dit debat.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter, geen steun. Dit kan in een commissiedebat.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
Mevrouw Bromet (PRO):
Geen steun.
De heer Chris Jansen (PVV):
Een commissiedebat is sneller, dus geen steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is belangrijk, want het toont weer aan hoe bizar al die handelsverdragen met zulke landen zijn, maar het kan ook in een commissiedebat.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan mevrouw Raijer namens de PVV. Gaat uw gang.
Mevrouw Raijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We hebben allemaal in de PISA-scores gezien dat het heel slecht gaat met de leesvaardigheid van onze jongeren. Nu stond er in een artikel in de krant dat we erop gaan inzetten om de thuistaal de klas in te brengen. Het idee an sich is al schandalig, namelijk om groepen te bedienen die zich er totaal niet voor inzetten om het Nederlands te leren. Op school spreek je de Nederlandse taal, en alleen maar de Nederlandse taal. Daar willen wij dus een debat over.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Als dat zo zou zijn … De minister zei tijdens het mondelinge vragenuur dat er eigenlijk helemaal geen plannen waren, dus ik weet niet of het zo is, maar als dat zo zou zijn, zouden we daar een debat over moeten voeren. We kunnen dat wat sneller doen, want er komen de komende weken een heleboel debatjes aan over OCW. Laten we het daar doen. Dan trekken we daar lekker samen op tegen deze ridicule plannen, als dit de plannen zijn.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Geen steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik snap het punt dat hier gemaakt wordt. Wij willen graag de Friese taal wel behouden in het onderwijs, dus geen steun voor dit debat. Dit kunnen we inderdaad ook in commissiedebatten bespreken.
De heer Van Baarle (DENK):
Bij mij op school werd keurig Rotterdams gesproken, maar geen steun voor dit gechargeerde verzoek, dat totaal uit de context en de waarheid is getrokken.
De heer Ceulemans (JA21):
Wel steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Geen steun.
De heer Ceder (ChristenUnie):
We hebben het hier best wel vaak over. Over de standpunten is volgens mij ook al gewisseld. Ik ben dus geneigd om geen steun te geven, omdat de positie van de Kamer al wel bekend is.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Het woord is aan de heer Ceder voor zijn verzoek namens de ChristenUnie. Dat verzoek doet hij kort en bondig.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Vier Syrische christenen lieten zich in Vlissingen dopen. Daarna volgden er ernstige bedreigingen. Een van hen kreeg een ijzeren staaf tegen zijn keel gedrukt. Een ander sliep uit angst buiten. Zo zijn er veel meer verhalen. Afgelopen weekend schreef het Nederlands Dagblad over doodsbedreigingen tegen christelijke asielzoekers, maar ook lhbti'ers, jezidi's en atheïsten moeten het in de opvang ontgelden.
Voorzitter. Wie in Nederland om bescherming vraagt en anderen vervolgens met de dood bedreigt, verspeelt het recht op bescherming. We hebben hier nog geen plenair debat over gehad als zodanig, als één onderwerp. Ik zou daarom graag plenair over de situatie van minderheden in asielzoekerscentra willen praten.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
De heer Ceulemans (JA21):
Er zijn in heel veel opzichten allerlei zorgelijke zaken aan de gang in asielzoekerscentra, dus steun voor het verzoek. Ik denk wel dat het het handigst is om dit te voegen bij het plenaire debat over asiel dat al op de planning staat en waarvan het, denk ik, goed is dat het zo snel mogelijk ingepland wordt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ook al is de positie van de Kamer wel bekend, toch steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Schokkend artikel. Steun voor dit verzoek.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Het is vreselijk, maar we hebben praktisch elke week een commissiedebat over asiel en migratie, waar dit prima bij kan, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker hebben wij hier ook commissiedebatten over asiel en migratie, althans deze week, maar ik wil dit aparte debat over minderheden en de positie van minderheden, waaronder christenen, wel graag steunen. Ik denk dat hier gewoon een apart debat over nodig is.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het gaat niet alleen om minderheden. Dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar ook Nederlandse vrouwen worden aangevallen door asielzoekers. Ga zo maar door. Donderdag hebben we een debat. Dan kunnen we het heel snel bespreken.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.
De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Ieder lid van een minderheid dat lastig wordt gevallen in een asielzoekerscentrum, is er één te veel; dat is walgelijk. We kunnen het er echter veel sneller over hebben dan door een apart plenair debat aan te vragen, dus ik zou het goed vinden als de regering met een brief komt om hier nader op in te gaan, met wellicht wat aanscherpingen in het beleid, maar geen steun voor een apart debat. Deze week is er al een debat en later zijn er nog veel meer.
De voorzitter:
Uw informatieverzoek geleiden we door naar het kabinet.
Mevrouw Al Biyati (FVD):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter. Steun voor het informatieverzoek. Het lijkt me heel goed om van de minister te vragen hoe hij wil zorgen dat asielopvang een veilige plek biedt voor alle minderheden. Ik zou de heer Ceder misschien adviseren om dit probleem donderdag aan te kaarten in het volgende commissiedebat of in het plenaire debat. Wat ons betreft hoeft er geen apart debat over te komen, omdat we zo veel mogelijkheden hebben.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft geen meerderheid.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Ja, 30 leden heeft u.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zet het graag op de lijst.
De voorzitter:
Bij dezen.
Het woord is aan mevrouw Maeijer, voor haar verzoek namens de PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Afgelopen weekend verscheen het bericht dat een 83-jarige dementerende vrouw uren na haar noodoproepen uitgedroogd op de vloer in haar huis is gevonden, tussen de zakken ontlasting. Het is werkelijk te verschrikkelijk voor woorden. Ik wil hier heel graag een debat over met de minister van Langdurige Zorg, over hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar vooral ook over hoe dit voorkomen gaat worden, ook gelet op de maatregelen die het kabinet wil gaan nemen, zoals het schrappen van de huishoudelijke hulp en de invoering van de eigen bijdrage in de wijkverpleging, waardoor nog minder mensen achter de voordeur zullen komen, met alle gevolgen van dien.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft voor uw verzoek.
De heer Russcher (FVD):
Steun.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
Mevrouw Dobbe (SP):
Steun. Ik zag het bericht ook. Ik vond het echt hartverscheurend. Ik denk inderdaad dat het ook wel goed is om het wat breder te trekken dan dat we het alleen over één incident hebben. Dat lijkt me niet verstandig. Maar laten we het breder trekken, omdat natuurlijk veel meer ouderen nu in een kwetsbare positie zitten en het risico lopen om te vereenzamen et cetera. Dus steun en verbreding.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Deze misstand is verschrikkelijk. Wat ons betreft bespreken we hem daarom in het commissiedebat Langdurige zorg, dus geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Van harte steun.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ook steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Wij bespreken het graag bij het commissiedebat Langdurige zorg. Geen steun.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Bij het commissiedebat over ouderenzorg.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun. Kan inderdaad bij het commissiedebat.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Wel 30 leden?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan laat ik het graag op de lijst zetten.
De voorzitter:
Bij dezen.
Het woord is aan de heer Bushoff, in de persoon van mevrouw Vliegenthart, voor een vooraankondiging.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Wij zouden graag een vooraankondiging willen doen voor het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 18 en 19 september, graag deze week in te plannen.
De voorzitter:
We gaan daar rekening mee houden.
Het woord is aan mevrouw El Boujdaini namens D66.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Voorzitter. Gisteren hebben we een WGO gehad over de Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid. Daarin hebben we de amendementen besproken. Er moet ook nog gestemd worden over deze wet. Dit zouden we graag zo snel mogelijk willen doen. Daarom is het verzoek om dit aanstaande donderdag al in stemming te brengen. Anders moeten we weer twee weken wachten. We zijn eigenlijk al te laat met deze wet, dus om dat te voorkomen doe ik dit verzoek, mede namens JA21, CDA en PRO.
De voorzitter:
Ik kijk of u daar een meerderheid voor heeft.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik begrijp de haast eigenlijk niet, dus wat mij betreft kunnen we gewoon volgende week dinsdag, of de week daarna, na Prinsjesdag, stemmen. Maar ik begrijp echt de urgentie niet, dus geen steun.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, ik snap de urgentie ook niet. Er wordt wel gezegd: we zijn al te laat. Maar ik heb geen enkele onderbouwing van waarom we dan te laat zijn, dus met de argumentatie "we zijn al te laat" kan ik het niet steunen, want ik zie de urgentie ook niet.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik zie de urgentie wel. Steun voor het verzoek.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Steun, voorzitter.
De heer Stoffer (SGP):
Steun.
De voorzitter:
U heeft een meerderheid. O, meneer Struijs nog.
De heer Struijs (50PLUS):
Steun.
De voorzitter:
De heer Jimmy Dijk wil zich ook nog … O, nee, die doet het laatste verzoek! U heeft een meerderheid, mevrouw El Boujdaini.
Tot slot is het woord aan de heer Jimmy Dijk, die ons altijd helpt met een spoedige Kameragenda. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. Onlangs werd de salderingsregeling afgeschaft. Dat was al een teken van een zeer onbetrouwbare overheid. Nu zien wij dat sportclubs, buurthuizen en wijkcentra echt in de problemen komen door gemiddeld €6.500 meer aan energielasten. Maar ook huurders hebben gemiddeld €25 tot €50 per maand aan hogere energielasten. Het zou mij een lief ding waard zijn als we dit debat over anderhalve maand of twee maanden inplannen. En waarom in een apart debat en niet in een commissiedebat? Omdat ik vind dat deze Kamer concrete oplossingen voor juist deze problemen moet vinden. Daar hebben we een plenair debat voor nodig, en niet ergens in een commissie tussen allerlei andere onderwerpen. We hebben kort de tijd, maar ik ben ervan overtuigd dat we hier een oplossing voor kunnen vinden.
De voorzitter:
Ik kijk of u een meerderheid heeft.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter. Dit is precies hoe je klimaatsteun ondermijnt, dus van harte steun voor dit debat.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter. Ik denk dat het toch echt het snelst is als we deze maand nog een commissiedebat hebben over energie voor huishoudens en de voortgang in het klimaatbeleid. Ik denk dat het gewoon de snelste en handigste manier is om het daar aan te kaarten.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Toen ik een aantal maanden geleden het verzoek of de oproep deed om de salderingsregeling toch niet te beëindigen, viel de halve Kamer over mij en onze fractie heen. De SP niet. Dus van harte steun, want dit is wat je ervan krijgt. Van harte steun.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Steun.
Mevrouw Wendel (VVD):
Geen steun.
De heer El Abassi (DENK):
Steun.
De heer Vervuurt (D66):
Dit kan in een commissiedebat. Geen steun.
Mevrouw Armut (CDA):
Geen steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.
De heer Struijs (50PLUS):
Excuus, we zijn 50PLUS, hè. Altijd iets te laat. Van harte steun.
De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, maar wel 30 leden, dus we zetten 'm op de lijst.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors een heel, heel, héél kort ogenblik. Dan vangen we aan met de behandeling van de Wijziging van de Wet luchtvaart et cetera. Ik schors heel kort de vergadering.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol (36655). Vandaag zullen we alleen de eerste termijn van de zijde van de Kamer behandelen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Daarvoor geef ik allereerst het woord aan mevrouw Van der Plas, voor haar inbreng namens de BBB, maar niet voordat ik de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom heb geheten. Het woord is aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Schiphol is veel meer dan een luchthaven alleen. Het is een belangrijke toegangspoort tot de wereld voor Nederlandse bedrijven, voor onze handel, voor onze kennis en innovatie, maar ook voor mensen die familie of vrienden in het buitenland hebben. Achter al die vliegtuigen staan mensen: piloten, monteurs, beveiligers, bagagemedewerkers, schoonmakers, cateraars, vrachtvervoerders en duizenden andere werknemers en ondernemers. BBB vindt daarom dat we zuinig moeten zijn op onze luchtvaart. Nederland heeft maar één luchthaven met zo'n groot internationaal netwerk en als dat netwerk eenmaal verdwijnt, bouw je het niet zomaar weer op. Maatschappijen vertrekken, investeringen gaan naar andere landen en reizigers wijken uit naar luchthavens over de grens. We hebben al gezien dat dat gebeurt. De vliegtuigen verdwijnen daarmee niet; ze vertrekken alleen vanaf een andere luchthaven. De banen en de economische voordelen zijn we dan echter wel kwijt.
Tegelijkertijd hoort bij zo'n grote luchthaven ook verantwoordelijkheid voor de omgeving, vanzelfsprekend. Mensen die rondom Schiphol wonen, moeten serieus genomen worden. Er moet goed worden geluisterd naar zorgen over geluid, leefbaarheid en gezondheid. Daar kan een Maatschappelijke Raad Schiphol een nuttige rol in spelen, maar een overlegorgaan moet wel een middel blijven en geen doel op zich worden. We hebben rond Schiphol al gezien wat er gebeurt als iedereen het eerst met elkaar eens moet worden voordat de overheid een besluit durft te nemen. De voormalige Omgevingsraad Schiphol liep uiteindelijk vast. De belangen lagen te ver uit elkaar en echte compromissen werden steeds moeilijker.
De Maatschappelijke Raad Schiphol moet de politiek helpen om betere besluiten te nemen. De raad mag adviseren, zorgen benoemen en oplossingen aandragen, maar uiteindelijk moet de regering belangen afwegen en besluiten nemen. Kan de minister daarom bevestigen dat adviezen van de Maatschappelijke Raad Schiphol niet bindend zijn en dat de regering zelf verantwoordelijkheid blijft nemen voor de uiteindelijke keuzes? Kan de minister garanderen dat noodzakelijke besluiten over veiligheid, infrastructuur, verduurzaming en vlootvernieuwing niet vastlopen omdat er telkens weer een nieuw overleg moet worden opgestart?
Voorzitter. Een maatschappelijke raad moet daadwerkelijk de maatschappij vertegenwoordigen, ook als het om Schiphol gaat. Juist bij dit soort inspraak bestaat het risico dat vooral mensen deelnemen die al heel actief zijn in actiegroepen, bewonersorganisaties en overlegstructuren. Daar is op zichzelf niks mis mee, maar zij spreken niet automatisch namens de hele regio. De vader die 's ochtends vroeg op Schiphol begint met zijn dienst, de ondernemer die afhankelijk is van internationale klanten of het gezin dat weinig hinder ervaart, meldt zich misschien minder snel aan voor zo'n vergadering. Als we daar niet op letten, krijgen we geen maatschappelijke raad, maar vooral een raad van mensen die toch al het luidst zijn aan de vergadertafel.
Een vraag aan de minister is hoe hij voorkomt dat zelfselectie de Maatschappelijke Raad Schiphol eenzijdig maakt. Hoe wordt ervoor gezorgd dat ook werknemers, jongeren, ondernemers, reizigers en inwoners met een gematigde of positieve houding tegenover Schiphol worden bereikt? BBB wil daarom dat regelmatig openbaargemaakt wordt welke groepen en belangen vertegenwoordigd worden in de Maatschappelijke Raad Schiphol, niet alleen op basis van bijvoorbeeld leeftijd en woonplaats, maar vooral op basis van belangen en verschillende opvattingen over Schiphol. Kan de minister deze toezegging doen?
Voorzitter. De regering heeft terecht voorgesteld om niet langer automatisch mensen uit te sluiten omdat zij in de luchtvaart of reisbranche werken. Dat is goed, want daarmee komen er mensen aan tafel met perspectieven en inzichten die ook waardevol zijn, namelijk de dagelijkse praktijk van hardwerkende, normale burgers die bij Schiphol werken, dus niet de directie of de luchtvaartmaatschappijen, maar monteurs, bagagemedewerkers en schoonmakers.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we interrupties maximaal in tweeën doen, dus dat we de interrupties niet maximeren maar wel in tweeën doen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dank voor de bijdrage, zeg ik in de richting van de BBB. Tegelijkertijd zien we de nota van wijziging naar aanleiding van de motie van het oud-lid Boutkan, die het verzoek doet om medewerkers, zoals inderdaad de monteurs, een nadrukkelijke rol te geven in de Maatschappelijke Raad. Het kabinet is hieraan iets tegemoetgekomen in de nota van wijziging. Mijn vraag aan mevrouw Van der Plas is of dat voldoende is of dat we de monteurs nog een veel nadrukkelijkere stem moeten kunnen geven in de Maatschappelijke Raad.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat het nadrukkelijker moet en dan niet alleen met de monteurs, maar met een heel scala aan mensen die op Schiphol werken. Mensen vergeten weleens dat het niet alleen hun werk is, maar dat het eigenlijk een heel sociaal leven is. Ze hebben collega's en ze maken vrienden. Vaak werken mensen er een lange tijd. Het gaat hen net zo goed aan. Wat mij betreft mag dat dus wel een tandje meer.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Er ligt een amendement dat een bepaling over belangen van alle omwonenden weer uit het wetsvoorstel haalt. Dit amendement — zo lees ik het in ieder geval — heeft als doel om te voorkomen dat luchtvaartpartijen als vertegenwoordiger onderdeel worden van de maatschappelijke kolom. BBB begrijpt wel dat een directeur of belangenbehartiger van een luchtvaartmaatschappij een andere positie heeft dan een bewonersvertegenwoordiger, maar dit amendement roept ook een belangrijke vraag op. Wat betekent dit voor de duizenden gewone mensen die rond Schiphol wonen én in de luchtvaart werken? Een monteur, een schoonmaker of een bagagemedewerker is niet automatisch een vertegenwoordiger van een bedrijf. Deze mensen zijn ook omwonenden en hun stem telt ook, zeg ik nu ook nog even tegen de heer Heutink. Kan de minister daarom bevestigen dat iemand die bij Schiphol, een luchtvaartmaatschappij of een ander luchtvaartbedrijf werkt niet automatisch wordt uitgesloten? Kan de minister duidelijk maken wat dit amendement precies betekent voor gewone werknemers die op persoonlijke titel willen deelnemen?
Voorzitter. Ook bij de adviezen zelf moet het volledige verhaal op tafel liggen. De Maatschappelijke Raad Schiphol kijkt terecht naar de leefomgeving, maar de regering moet breder kijken: naar banen, bereikbaarheid, vrachtvervoer, veiligheid, economische ontwikkeling en de internationale positie van Nederland. Een maatregel kan lokaal misschien hinder verminderen, maar tegelijkertijd verbindingen laten verdwijnen, banen kosten of investeringen in stillere vliegtuigen minder aantrekkelijk maken. Dan moet een minister ook eerlijk laten zien wat die maatregel Nederland kost. Kan de minister daarom toezeggen dat hij bij belangrijke adviezen van de Maatschappelijke Raad Schiphol ook steeds kijkt naar de gevolgen voor werkgelegenheid, internationale verbindingen, ondernemers en verduurzaming? Kan hij bevestigen dat een advies van de Maatschappelijke Raad Schiphol nooit op zichzelf voldoende is om de capaciteit of bereikbaarheid van Schiphol te beperken?
Voorzitter. We moeten voorkomen dat het beleid achter de hedendaagse technologie en innovatie aan loopt. Luchtvaartmaatschappijen investeren miljarden in nieuwe vliegtuigen die minder geluid maken en minder uitstoten. Als de modellen waarmee de overheid of de Maatschappelijke Raad Schiphol werkt nog zijn gebaseerd op oudere toestellen, ontstaat er gewoon een verkeerd beeld van de werkelijke situatie. Kan de minister daarom toezeggen dat bij ieder belangrijk advies van de Maatschappelijke Raad Schiphol duidelijk wordt vermeld welke cijfers, metingen en modellen zijn gebruikt, hoe actueel die zijn en welke onzekerheden daarbij horen? Kan de minister ervoor zorgen dat Schiphol, luchtverkeersleiding, luchtvaartmaatschappijen en werknemers feitelijke fouten of onuitvoerbare voorstellen kunnen signaleren voordat een advies definitief wordt?
Voorzitter, tot slot. BBB staat voor een sterke en toekomstbestendige luchtvaart, die Nederland bereikbaar houdt, mensen werk biedt en kan blijven investeren in innovatie, veiligheid en stillere vliegtuigen. Daar hoort goed contact met omwonenden bij, maar die omgeving bestaat uit meer dan alleen tegenstanders van Schiphol of mensen die hinder ondervinden. Dat is een belangrijk deel van het verhaal, maar het is niet het hele verhaal. Werknemers, ondernemers, reizigers en inwoners die het belang van de luchthaven zien zijn net zo goed onderdeel van onze samenleving en de omgeving van Schiphol. De Maatschappelijke Raad Schiphol moet daarom geen nieuwe hindermacht worden rond Schiphol en geen extra slot op de deur. Laat de raad luisteren, kennis verzamelen en verschillende belangen zichtbaar maken. Laat daarna de politiek doen waarvoor zij gekozen is: belangen afwegen, keuzes maken en daar verantwoordelijkheid voor nemen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw van der Plas. Het woord is aan de heer Peter de Groot voor zijn inbreng in eerste termijn namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Schiphol is van grote betekenis voor Nederland, onze bereikbaarheid, onze economie en daarmee onze welvaart, en voor de vele mensen die direct en indirect van de luchtvaart afhankelijk zijn. Schiphol heeft ook gevolgen voor mensen die rond de luchthaven wonen. Zij ervaren namelijk geluid, maken zich zorgen over hun gezondheid en willen weten wat de veranderingen in het gebruik van banen en vliegroutes voor hun leefomgeving betekenen. Daarom is het vanzelfsprekend dat omwonenden een serieuze en herkenbare stem hebben in de besluitvorming. De VVD steunt dat uitgangspunt. Met dit wetsvoorstel krijgt de Maatschappelijke Raad Schiphol een wettelijke basis. Ook worden de commissies voor regionaal overleg bij andere nationale luchthavens versterkt. Dat kan bijdragen aan vroegtijdige participatie, betere informatie en uiteindelijk betere besluiten.
Maar, voorzitter, een wettelijke verankering schept ook verplichtingen. Als een organisatie wettelijk de stem van de omgeving vertegenwoordigt, moeten we zeker weten dat die organisatie daadwerkelijk representatief, toegankelijk en pluriform is. We moeten weten wie er kan meepraten, wie er wordt uitgesloten en of de verschillende geluiden uit de omgeving werkelijk doorklinken. Juist daar heeft de VVD zorgen over. Het oorspronkelijke uitgangspunt van de MRS was dat omwonenden die werken in de luchtvaart of reisbranche geen bewonersvertegenwoordiger konden worden, maar een omwonende houdt natuurlijk niet op omwonende te zijn zodra hij of zij bij Schiphol, een luchtvaartmaatschappij of de luchtverkeersleiding werkt.
Laat ik het vergelijken met een buurtcommissie. Stel dat de gemeente een buurtcommissie instelt om te adviseren over leefbaarheid, verkeersdrukte en geluid, en er in die buurt een supermarkt staat. De bevoorrading van die supermarkt zorgt natuurlijk voor de vrachtwagens, het geluid en de drukte. Vervolgens bepaalt de gemeente dat een buurtbewoner niet in die commissie mag zitten, alleen omdat hij bij die supermarkt werkt. Tegelijkertijd mag een bewoner die al jaren actievoert tegen het laden en lossen en de overlast van de supermarkt, wel gewoon deelnemen. Dat is toch iets dat we met elkaar niet evenwichtig zouden vinden? Beide mensen wonen namelijk in die buurt, ervaren wat er gebeurt en brengen een bepaald perspectief met zich mee. Van allebei mag worden verwacht dat ze open zijn over hun belangen, maar het is niet logisch om de een vanwege de werkgever bij voorbaat uit te sluiten en het belang van de ander kennelijk niet problematisch te vinden.
Toch is dat in feite de discussie die we vandaag voeren over de Maatschappelijke Raad Schiphol. Een omwonende die op Schiphol werkt, blijft een omwonende. Een grondmedewerker hoort thuis dezelfde vliegtuigen als zijn buurman. De luchtverkeersleider kan dezelfde zorgen hebben over de nachtrust van zijn of haar kinderen. Iemand die bij een luchtvaartmaatschappij werkt, kan net zo goed hinder ervaren en goede ideeën hebben om die hinder te verminderen. Hun beroep doet dus niets af aan hun ervaring als bewoner.
Voorzitter. Dat wordt nergens duidelijker dan in Haarlemmermeer, de gemeente waarin Schiphol ligt. Gemeente Haarlemmermeer nam op 27 februari 2025 de motie Een echte Maatschappelijke Raad Schiphol aan. Dat was niet met een minimale meerderheid, maar met 27 stemmen voor en 9 tegen. Die motie werd gesteund door een brede lokale meerderheid van onder andere het CDA, D66, HAP — dat is de lokale partij — en de VVD. De gemeenteraad stelde vast dat maar liefst 37% van de werkzame inwoners van Haarlemmermeer in de luchtvaartsector werkt. Ook liggen zeven van de tien vertegenwoordigende MRS-gebieden geheel of gedeeltelijk binnen Haarlemmermeer. Juist de volksvertegenwoordigers die het dichtst bij Schiphol, de werknemers en de omgeving staan, zeggen dus: sluit deze mensen niet uit, geef alle inwoners ongeacht hun beroepsachtergrond een eerlijke stem, en laat werknemers zich kandidaat stellen mits zij binnen de MRS optreden als onafhankelijke burgers. Ik hoor graag ook hoe onder andere de landelijke fracties van CDA en D66 tegen deze oproep aankijken, want hun lokale volksvertegenwoordigers steunden deze oproep. Delen zij de opvatting van hun eigen raadsleden dat uitsluiting afbreuk doet aan de representativiteit en democratische legitimiteit van de MRS?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben het eigenlijk helemaal eens met de VVD en dat gebeurt niet vaak. Tegelijkertijd moeten we dan wel even boter bij de vis gaan doen. We hebben een amendement ingediend op deze wet en dat zegt eigenlijk dat een vertegenwoordiger ook een medewerker van de luchtvaartsector kan zijn. Dat is iets aangescherpt ten opzichte van wat er nu in de wet staat. Ik wil de VVD eigenlijk uitnodigen om dat amendement met mij samen in te dienen en dan samen zaken te doen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Het gaat erom dat iedereen die in de omgeving woont, ongeacht waar die werkt, of dat nu in de luchtvaartsector of in de reisbranche is — dat maakt de VVD eigenlijk niet zo veel uit — gewoon kan deelnemen. Die mogelijkheid moet geborgd zijn in de wet. Dat is het uitgangspunt van de VVD. Ik ga goed naar het amendement van de heer Heutink kijken om te zien of we dat zullen steunen. Het lijkt me een heel goed voorstel.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Deelt de VVD dan de mening dat de wijze waarop de wet nu is geformuleerd, namelijk dat we zo veel mogelijk de belanghebbenden in positie moeten brengen — zo wordt het, uit mijn hoofd, geformuleerd in de wet — voldoende is? Geeft dat dan niet te veel ruimte aan bijvoorbeeld andere partijen in dit huis of andere mensen in het veld om daar een andere interpretatie aan te geven wat specifiek de medewerkers van Schiphol betreft?
De heer Peter de Groot (VVD):
Misschien dat we wat dat betreft niet helemaal hetzelfde kijken naar de mogelijkheden die het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt biedt. Volgens mij is iedereen, dus ook mensen die op Schiphol werkzaam zijn en mensen die dat niet zijn, welkom om aan de Maatschappelijke Raad Schiphol deel te nemen. Volgens de VVD moet daar dus ook gewoon een evenwicht in zitten. Dat is eigenlijk het betoog. Het moeten ook niet alleen maar mensen zijn die actief zijn in de luchtvaartsector. Het zou heel gek zijn als we die kant opgaan. Volgens mij biedt de wet op zichzelf voldoende ruimte om dat goed te organiseren.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel. Het werd al eerder gezegd: eerder is de motie-Boutkan aangenomen in deze Kamer, die heeft verzocht om omwonenden die werkzaam zijn in luchtvaartgerelateerde organisaties niet uit te sluiten. Zo is dat volgens mij ook verwerkt in de nota van wijziging.
Voorzitter. Er ligt nu echter ook een amendement van onder anderen de leden Grinwis, Stoffer en De Hoop, medeondertekend door de heer Köse van D66, om juist deze wettelijke waarborg weer te schrappen. En ik zeg het scherp: dat amendement is eigenlijk een klap in het gezicht van de mensen die iedere dag in de luchtvaart werken en rondom Schiphol wonen. Deze mensen zorgen ervoor dat vliegtuigen veilig vertrekken en landen. Ze helpen reizigers, onderhouden toestellen, beveiligen de luchthaven, laden bagage, begeleiden het verkeer en houden Schiphol dagelijks draaiende. Vervolgens gaan wij hier in Den Haag, met dit amendement, bepalen dat ze vanwege het werk dat ze doen, niet volwaardig namens hun eigen woonomgeving zouden mogen meepraten. Wat de VVD betreft is dat dus niet uit te leggen.
De heer Köse (D66):
Ik hoor de heer Peter de Groot spreken over "een klap in het gezicht van de bewoner", maar als we kijken naar de situatie, dan zien we juist dat de MRS een van de weinige, of misschien wel het enige, formele orgaan is via welk omwonenden die in hun leefomgeving last hebben van Schiphol en de luchtvaart, zeggenschap kunnen hebben. Juist de omwonenden die vertegenwoordigd zijn in de luchtvaart hebben al heel veel kanalen en weten zowel de heer Peter de Groot als mij te benaderen. Voor wie is die klap in het gezicht nou echt als we ook nog de sector in de MRS laten doordringen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Het is precies zoals ik zeg: het is een klap in het gezicht van mensen die werkzaam zijn op Schiphol en die wonen in de omgeving. De heer Köse, zeg ik via de voorzitter, zegt dus met dit amendement: "U werkt in de bagagekelder van Schiphol. Als bewoner van de omgeving wilt u misschien meepraten over de overlast die Schiphol ook met zich meebrengt, en dat mag dus niet." Dat is een klap in het gezicht. Wellicht is het zo dat de medewerker die in de bagagekelder werkt in het dagelijks leven met zijn of haar gezin heel veel overlast ervaart en daarover zou willen meepraten in de MRS. Dat kan dus niet volgens het voorstel van de heer Köse. Ik vind dat echt een klap in het gezicht.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat men zich geen zorgen hoeft te maken over dat laatste. Ik denk dat het, als het gaat om die klachten over geluidsoverlast en uitstoot, in de huidige situatie echt wel goed zit. Ik ben ook wel benieuwd … Nou, laat ik het daar even bij houden.
De voorzitter:
Wenst u daar nog op te reageren, meneer De Groot?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb de cijfers genoemd: zeven van de elf gebieden liggen in de gemeente Haarlemmermeer en 37% van de mensen is werkzaam in de luchtvaartsector. We sluiten daarmee 37% van de mensen, die werkzaam zijn in de luchtvaartsector, uit van het mee mogen praten over hun eigen woonomgeving. Sorry, ik vind dat heel heftig.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tussen de dag waarop ik de heer De Groot leerde kennen en nu is er wel iets ontwikkeld. Hij heeft zich ontwikkeld tot een enorme dramaqueen. Er is namelijk gewoon een heel duidelijk advies van Pieter van Geel. Dat advies is in het oorspronkelijke wetsvoorstel verwerkt. Er is sprake van drie kolommen. Ook staat er een duidelijke spelregel voor de Maatschappelijke Raad Schiphol: het is niet handig en verstandig om mensen die in de luchtvaartsector werken in deze raad van omwonenden te zetten; ze mogen wel lid zijn van organisaties die in die raad zitten. Toen kwam er een motie van oud-collega Boutkan. Die is ternauwernood met hoofdelijk stemmen aangenomen. Ik zeg: nee, dat is niet netjes; we moeten ons aan het advies van Van Geel houden. Mijn vraag aan de VVD is de volgende. De VVD stond voorheen bekend als een ordentelijke bestuurderspartij. Waarom houdt de VVD zich niet aan nette bestuurlijke adviezen?
De heer Peter de Groot (VVD):
Om de reden die ik net heb aangedragen. Als je 37% van de mensen die werkzaam zijn in de gemeente Haarlemmermeer, waar zeven van de elf gebieden van de MRS in liggen, uitsluit, dan is het de vraag of je vanuit bewonersparticipatie een brede afspiegeling in de MRS actief hebt. Dat is de grote vraag. Ik ga er zo nog wel iets meer over zeggen. De VVD vindt dat er in de MRS gewoon een brede participatie van bewoners moet zijn bij alle onderwerpen waar de MRS over zal adviseren. Ik zou de heer Grinwis bijna mijn voorbeeld over de supermarkt willen vertellen. Het zou toch gek zijn als je, als je bij de supermarkt werkt, in het buurtcomité niks mag zeggen over die supermarkt, terwijl je in dezelfde wijk woont? Dat zouden we in een gemeente toch ook niet toestaan? Dat is toch een heel gek principe?
De voorzitter:
Meneer Grinwis, tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Stel je voor dat de supermarkt uit het voorbeeld van de heer De Groot een geschiedenis heeft van het veroorzaken van enorme overlast, van gedoe en van niet tot unanimiteit komen met duidelijke adviezen. Stel je voor dat die supermarkt eigenlijk de bron van die overlast is. Dan zou er in het voorbeeld van de heer De Groot best wel wat veranderen. Dat is de situatie die we hier aantreffen. Hiervóór is er een ander overlegorgaan geweest, de Omgevingsraad Schiphol. We moesten tot de conclusie komen dat die niet functioneerde. Daarop is eigenlijk een verlegenheidsadvies — zo zou je het bijna kunnen noemen — van de heer Van Geel gekomen. Die zegt: doe het nou zo. De eerste de beste motie van de PVV die wordt aangenomen, wordt verwerkt via een nota van wijziging. En wij, als amendementindieners, zeggen heel simpel: hou je nou aan het advies van Van Geel. Dat is er niet voor niets gekomen. Daar is goed over nagedacht. Dat is niet uit de lucht komen vallen. Dat wil ik de heer De Groot toch heel graag meegeven.
De heer Peter de Groot (VVD):
U kunt me meegeven wat u wilt, maar u neemt die bagagemedewerker die op Schiphol werkt, die zich ook zorgen maakt over de omgeving en die graag een stem heeft in de MRS, gewoon niet serieus. Dat weegt bij de VVD in dit geval echt zwaarder dan het advies waar u het over heeft.
De voorzitter:
Ik heb het nergens over. U doelt waarschijnlijk op de heer Grinwis.
De heer Peter de Groot (VVD):
Jazeker. Ik heb al heel vaak "de heer Grinwis" gezegd. Dat moet ik zeker blijven doen. Ik zou, via u, voorzitter, aan de heer Grinwis willen meegeven dat de VVD dat echt zwaar weegt. Die medewerker van de bagagekelder kan namelijk ook zorgen hebben over de leefomgeving. Die zorgen hebben nu geen plek. Dat is geen goede representativiteit.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, voorzitter …
De voorzitter:
Interrupties in tweeën, hadden we gezegd. U vindt vast de creativiteit om nog een keer naar voren te lopen straks. U vervolgt, meneer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Het is altijd leuk om met de heer Grinwis te debatteren, of we nu in tweeën interrumperen of vaker. Het komt dus vast goed. Het is niet alleen een klap in het gezicht van de mensen die op Schiphol werken; het is ook een klap in het gezicht van de gemeenteraad van Haarlemmermeer. Die heeft zich toch met ruime meerderheid tegen deze uitsluiting uitgesproken. Het gaat in tegen de aangenomen uitspraken in deze Kamer; we hebben het er eerder al over gehad. Ik begrijp de zorg van de indieners, in dit geval de leden Grinwis, Stoffer et cetera, best. De MRS moet geen verkapte sectortafel worden. Daar ben ik het helemaal mee eens. Schiphol en luchtvaartmaatschappijen hoeven als organisatie geen vaste zetel te krijgen in een raad die de leefomgeving vertegenwoordigt. Maar dat is echt iets fundamenteel anders dan individuele bewoners uitsluiten vanwege hun beroep. De VVD zegt daarom: beoordeel mensen niet op een visitekaartje van hun werkgever. Zorg voor transparantie over functies en belangen. Stel een heldere gedragscode vast. Regel dat iemand zich onthoudt wanneer er een concreet persoonlijk of zakelijk belang aan de orde is. Pas die regels dan ook toe. Dat geldt niet alleen voor iemand die in de luchtvaart werkt, maar ook voor iemand die actief is bij een actiegroep, een politieke partij, een overheid of een andere belangenorganisatie. Transparantie over de mogelijke belangen? Dat is terecht; daar ben ik het met de heer Grinwis over eens. Categoraal uitsluiten op basis van iemands werkgever? Dat ben ik niet met de heer Grinwis eens.
Dan nog een vraag aan de minister. Kan de minister bevestigen dat hij de nota van wijziging en het uitgangspunt dat alle omwonenden vertegenwoordigd moeten kunnen worden, onverkort verdedigt? Kan hij helder uiteenzetten waarom hij het amendement-Grinwis c.s. wel of niet verenigbaar acht met een representatieve MRS?
Voorzitter. Omdat er zulke fundamenteel verschillende beelden bestaan over de representativiteit en samenstelling van de MRS, heeft de VVD een amendement opgesteld voor een gerichte evaluatie na één jaar. Dat is heel bewust een korte termijn. De MRS functioneert immers al sinds juli 2023. We beginnen dus niet vanaf nul. Er is al ervaring opgedaan met de werkwijze, verkiezingen, vertegenwoordiging en advisering. We hoeven daarom niet nog eens drie of vier jaar te wachten om te beoordelen of de samenstelling voldoende representatief is. Met ons amendement vragen we niet om na één jaar het hele Schipholbeleid af te rekenen. We vragen om een gerichte evaluatie van het functioneren van de MRS, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de samenstelling en representativiteit. Wie neemt er deel? Welke bewoners worden bereikt? Zijn er verschillende gebieden en opvattingen zichtbaar? Kunnen omwonenden met uiteenlopende achtergronden volwaardig meedoen? Ik kan alle vragen opnoemen, maar dat zouden wat de VVD betreft de vragen zijn die ten minste aan de orde moeten komen in de evaluatie. Dit amendement is geen motie van wantrouwen tegen de MRS, wil ik hier stellig neerleggen. Het is een opdracht om vertrouwen te verdienen en te onderhouden. Tegelijkertijd is het een duidelijk signaal: wettelijke verankering is geen blanco cheque.
Kan de minister toezeggen dat de evaluatie niet alleen kijkt naar het aantal uitgebrachte adviezen, maar ook expliciet naar representativiteit, samenstelling, verkiezingsprocedures, toegankelijkheid en diversiteit van de standpunten? Kan hij ook toezeggen dat de Kamer de onderliggende gegevens ontvangt, en dus niet alleen een bestuurlijke samenvatting?
Voorzitter. Dan nog even iets over de bredere overlegstructuur rond Schiphol. De VVD waarschuwt namelijk al langer voor een woud aan afzonderlijke overlegstructuren, met een maatschappelijke kolom, een bestuurlijke kolom en een sectorkolom. Die scheiding kan duidelijkheid geven, maar kent ook zeker risico's: iedereen praat binnen zijn eigen overleg terwijl de verschillende belangen pas op het bureau van de minister bij elkaar komen. Dat is precies de reden waarom de VVD eerder, in 2024, heeft voorgesteld om een gezamenlijke luchtvaarttafel voor Schiphol in te richten: een tafel met omwonenden, regionale overheden, Schiphol, luchtvaartmaatschappijen, LVNL, het Rijk en natuurlijk de MRS.
Die gedachte is opnieuw actueel, want de nieuwe directeur van LVNL heeft onlangs wederom gepleit voor een gezamenlijk overleg tussen bewoners, gemeenten, maatschappelijke organisaties en de luchtvaartsector. Het pleidooi is niet om terug te keren naar het model waarin iedereen een veto heeft en alle besluiten moeten worden genomen met volledige consensus — we weten namelijk dat dat in het verleden is vastgelopen — maar wel om ervoor te zorgen dat partijen elkaar spreken voordat standpunten verharden, om informatie te delen, om te toetsen of voorstellen veilig en uitvoerbaar zijn en om zichtbaar te maken welke gevolgen een maatregel heeft voor hinder, capaciteit, bereikbaarheid en de dagelijkse operatie.
De MRS kan aan zo'n tafel een krachtige en zelfstandige bewonersstem vertegenwoordigen. Regionale overheden vertegenwoordigen de bestuurlijke verantwoordelijkheid. De sector en LVNL brengen operationele kennis in. De minister blijft verantwoordelijk voor de integrale belangenafweging, en het parlement voor de democratische controle. Is de minister daarom bereid om de wettelijke verankering van de MRS te verbinden aan zo'n gezamenlijke luchtvaarttafel? Hoe voorkomt hij dat de nieuwe tafel alleen maar boven op de bestaande overleggen wordt geplaatst? Welke overlegstructuren kunnen worden samengevoegd of beëindigd?
Voorzitter. Ik ga afsluiten. De VVD staat positief tegenover een stevige en wettelijk geborgde stem voor omwonenden. Maar die stem moet wel werkelijk representatief zijn; niet alleen de hardste of best georganiseerde stemmen moeten worden gehoord, en niet iemands beroep maar het feit dat iemand bewoner is, moet het vertrekpunt zijn. Daarom verdedigen wij het uitgangspunt dat alle omwonenden vertegenwoordigd moeten kunnen worden. Daarom vragen wij om transparantie en gelijkwaardige regels voor belangen. Daarom willen wij na een jaar toetsen hoe de MRS functioneert en of zijn samenstelling in de praktijk werkelijk representatief is. Daarom willen wij dat bewoners, bestuurders en de luchtvaartsector niet alleen naast elkaar, maar ook weer met elkaar spreken. Goede participatie is namelijk meer dan een stoel aan een afzonderlijke tafel; goede participatie betekent dat verschillende perspectieven vroegtijdig bij elkaar komen, dat belangen zichtbaar worden afgewogen en dat uiteindelijk duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor een besluit.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer El Abassi, voor zijn inbreng namens DENK in de eerste termijn.
De heer El Abassi (DENK):
Zo, de zomervakantie is voorbij! Voorzitter. Vandaag hebben we het onder andere over de vastlegging van de Maatschappelijke Raad Schiphol. Het is goed dat de positie van omwonenden van Schiphol daarmee wettelijk wordt verankerd. Mensen die dagelijks de hinder van luchtverkeer ervaren, verdienen namelijk dat hun zorgen serieus worden genomen.
Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat er ook andere belangen spelen. Denk aan de luchtvaartreizigers: mensen die familie in het buitenland willen bezoeken, op vakantie willen of om andere redenen afhankelijk zijn van betaalbare en bereikbare luchtvaart. Zoals hiervoor al werd genoemd: dan heb je ook nog eens te maken met de duizenden werknemers van Schiphol. Al deze belanghebbenden dienen een plek aan tafel te krijgen. Al die belangen moeten worden meegewogen. Daarom is het ook belangrijk om bij dit soort wetswijzigingen kritisch te kijken naar wat er precies verandert en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.
In eerdere debatten heb ik reeds aandacht gevraagd voor het feit dat vliegen vanuit Nederland heel duur is en steeds duurder wordt. Nederland kent inmiddels de hoogste vliegbelasting binnen de Europese Unie, en die belasting wordt alleen maar steeds verder verhoogd. De uitleg van de minister is dat de verhoging in belangrijke mate een budgettaire maatregel is. De gevolgen daarvan zien we in de praktijk: Nederlanders stappen in de auto, rijden twee uur of langer naar België of Duitsland en vertrekken vervolgens vanaf Brussel, Düsseldorf of andere buitenlandse luchthavens. Daar bestaat inmiddels ook een term voor: het weglekeffect. De minister had mij in het debat in ieder geval toegezegd om te praten met zijn collega's in België en Duitsland om de vliegbelasting gelijk te trekken. Ik zou dan ook graag van de minister willen weten wat de stand van zaken daaromtrent is. Zijn de buurlanden van plan om ook exorbitante vliegtaksen te heffen, of gaat Nederland milder worden hierin? Nederland raakt reizigers kwijt. Economische activiteit verschuift naar onze buurlanden en onze eigen luchthaven wordt minder aantrekkelijk. Daarom wil ik dit voorstel ook bekijken vanuit de vraag: wat zit er straks aan tafel wanneer er over Schiphol wordt geadviseerd?
Ik heb het zojuist ook over de MRS gehad. Volgens de toelichting is dat een overlegorgaan bestaande uit omwonenden, belangenorganisaties en deskundigen. Het is de bedoeling dat zij meepraten over de ontwikkeling van Schiphol. Vervolgens dienen zij onze minister te adviseren over het verminderen van hinder en het verbeteren van de leefomgeving. Uit stukken begrijp ik dat mensen en maatschappelijke organisaties niet zomaar lid kunnen worden van de MRS. Zij moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, die ook opgenomen zijn in de wetswijziging. Er is ook maar een beperkt aantal zetels beschikbaar. Als ik de toelichting zo lees, wordt de indruk gewekt dat het op een bepaald moment ook zo kan zijn dat niet alle relevante belangen worden vertegenwoordigd, bijvoorbeeld die van luchtvaartreizigers of zelfs die van werknemers van Schiphol. Kan de minister uitleggen wat we precies verstaan onder maatschappelijke organisaties? Vallen daar ook de belangen van luchtvaartreizigers onder? In de nota naar aanleiding van het verslag lees ik bijvoorbeeld dat reizigersvereniging Rover deelneemt aan de MRS, maar Rover richt zich natuurlijk op het openbaar en duurzaam vervoer, en niet zozeer op de luchtvaart.
Voorzitter. Dan de experimenten. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om bij wijze van experiment af te wijken van bestaande voorschriften, bijvoorbeeld wanneer de MRS aangeeft dat zo'n experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. Het is logisch dat we zoeken naar manieren om hinder te beperken. Tegelijkertijd geldt ook hier dat we moeten kijken naar het totaalplaatje. Tijdens het eerdere Schipholdebat heb ik al gewezen op het risico van een nachtsluiting of een vermindering van het aantal nachtvluchten zonder dat het totale aantal vluchten evenredig afneemt. Want wat gebeurt er als je evenveel vliegtuigen in minder uren probeert te proppen? Dan krijg je meer vliegtuigen in de vroege ochtend, meer vliegtuigen in de late avond, meer reizigers tegelijk, meer auto's tegelijk, meer drukte en juist meer hinder op de momenten waarop de luchthaven wel open is. Dat is de piekbelasting waar ik eerder aandacht voor heb gevraagd. Ik vraag de minister dan ook om een bredere beoordeling hiervan. Wordt er naast een theoretische vermindering van hinder ook gekeken naar piekbelasting, verkeersstromen, capaciteit en de feitelijke hinderbeleving op andere momenten van de dag?
Voorzitter. Wat betreft de evaluatietermijn vind ik vier jaar te lang. We hebben al gezien dat bewonersvertegenwoordigers hun taak hebben neergelegd, omdat ze vonden dat de MRS onvoldoende invloed had en door het ministerie niet serieus genomen werd. Ik begrijp dat een evaluatietermijn van een jaar te kort is, maar vier jaar wachten om te beoordelen of de MRS in de praktijk daadwerkelijk functioneert en voldoende invloed heeft, vind ik wel erg lui.
Verder is het ook begrijpelijk dat de Kamer vooraf betrokken wordt bij experimenten op Schiphol. Experimenten kunnen namelijk gevolgen hebben voor omwonenden, de capaciteit van Schiphol, luchtvaartmaatschappijen en de bereikbaarheid van Nederland. Ik vind het dan ook belangrijk dat beide Kamers ten minste vier weken de tijd krijgen om kennis te nemen van een voorgenomen experiment, zodat zij zich kunnen uitspreken voordat de regeling wordt vastgesteld. Daarmee versterken we wat mij betreft ook de parlementaire controle, zonder dat voor ieder experiment per se voorafgaande toestemming van de Kamer nodig is.
Tot slot, voorzitter. Ik onderschrijf het belang van maatschappelijke participatie rondom Schiphol. Daarbij kunnen echter niet alleen hinder en leefomgeving worden meegenomen. Ook betaalbaarheid, mobiliteit, werkgelegenheid, bereikbaarheid en de belangen van luchtvaartreizigers verdienen een volwaardige plek in de belangenafweging.
Voorzitter. Wat mij betreft hou ik het hierbij. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van meneer Graus. Interrupties doen we in tweeën.
De heer Graus (PVV):
Meneer de voorzitter, ik heb even iets van huishoudelijke aard, dus meneer El Abassi kan gaan zitten. Mevrouw Kostić en ik moeten dadelijk naar een ander debat toe. In de eerste termijn daarvan ben ik ook voorzitter geweest. Ik wil dus het volgende vragen. Ik heb geen inbreng. Ik had sowieso maar 5 minuten, maar ik hoef eigenlijk maar 1 of 1,5 minuut wat te zeggen en dan kan ik weer gaan voorzitten. Dus als de leden mij dat toestaan …
De voorzitter:
Dit is eigenlijk ongebruikelijk.
De heer Graus (PVV):
Het is de eerste keer in twintig jaar dat ik het vraag.
De voorzitter:
Ja, maar ja, eens is de eerste keer. Ik kijk even rond of daar een bezwaar tegen is. Dit geldt dus voor de heer Graus en lid Kostić?
De heer Graus (PVV):
Kostić stond sowieso nu al gepland als woordvoerder.
De voorzitter:
Ja, dus Kostić zou dan nu spreken en dan zou meneer Graus daarna spreken.
De heer Graus (PVV):
Nee, ik nu, want ik moet dadelijk gaan voorzitten, en daarna Kostić. En daarna gaan we verder. Mag ik het vlug doen? Des te eerder zijn we klaar.
De voorzitter:
Ik zie duimen, ik zie akkoord. Het is een beetje ongebruikelijk, maar vooruit. Ik nodig u uit. U heeft het voor mekaar. Het is toch die gunfactor, meneer Graus. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank aan alle ambtsgenoten. Ik zal het extra kort houden. Uiteraard bewaak ik de lijn-Boutkan, die ook al een paar keer is aangehaald. Daar blijft de PVV op. We zijn ook nooit tegen die maatschappelijke raad en zeggenschap van omwonenden geweest. Ik wil me, kortheidshalve, wel aansluiten bij het betoog van mevrouw Van der Plas. Het gaat over de samenstelling. De heer Heutink heeft daar ook al iets over gezegd. Ik zal ook zeker de amendementen van El Abassi … Het is heel sympathiek, hè, dat ook die luchtvaartreizigers vertegenwoordigd moeten zijn. Ook het amendement van het lid Heutink over die evenwichtige samenstelling zal ik zeker steunen. Ik zal een positief stemadvies aan de fractie geven, ook wat betreft de motie van meneer De Groot over de jaarlijkse evaluatie.
Het is inderdaad al gezegd en ik herhaal dat altijd: Schiphol is onmisbaar voor Nederland, zowel financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk. Het is een beetje flauw, maar als mensen zeggen "ja, maar we wonen daar", zeg ik vaak: maar Schiphol ligt er al langer dan 100 jaar. Ik ben bij Schiphol gaan wonen, heb ik weleens gezegd. Maar uiteraard zijn er mensen die veel meer overlast ervaren dan vroeger en die moeten ook gehoord worden.
Dit was het voor mij. Dank u wel.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb gewoon een korte opmerking. Als meneer Graus vaker amendementen en moties van onze fracties gaat steunen, mag hij nog veel vaker eerder, hoor.
De voorzitter:
Kijk eens aan.
De heer Graus (PVV):
Dit is nog altijd een beetje de PVV-lightlijn. Daar kunnen we nooit echt helemaal tegen zijn.
De voorzitter:
Het is goed dat u elkaar altijd nog weer weet te vinden, toch?
De heer Graus (PVV):
Ja. U ziet: uiteindelijk komt alles goed.
De voorzitter:
Mooi.
De heer Graus (PVV):
Hé, collega's bedankt allemaal. Lid Kostić, succes en tot zo meteen. Ik sluit dadelijk weer aan, hè?
De voorzitter:
Maar dan gaat u niet weer eerder, hoor. Als u daarna terug bent, houden we ons gewoon aan de sprekerslijst.
De heer Graus (PVV):
Nee. We komen dadelijk beiden gewoon weer terug naar dit debat.
De voorzitter:
We wensen u succes met de voortzetting van uw parlementaire werk en zien u straks graag weer terug. Succes. Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Waar kun je nog naartoe als zelfs je eigen slaapkamer geen rustige plek meer is? Dat is de werkelijkheid van mensen die onder de vliegroutes van Schiphol wonen. In Limmen, Castricum, Uithoorn, Landsmeer en vele andere plaatsen raast soms elke twee minuten een vliegtuig over de hoofden van mensen. Bewoners vertellen hoe ze 's nachts wakker schrikken van het lawaai, hoe ze slapen met een koptelefoon op ondanks driedubbele isolatie en hoe ze kortademigheid ervaren door de schadelijke uitstoot. Mensen die al 50 jaar in Aalsmeer wonen, vertellen hoe ze hun dorp hebben zien veranderen in een centrum van vliegtuiglawaai. In de ochtend, overdag en tot laat in de avond gaat het lawaai van overvliegende Boeings dwars door hun huis heen. Mensen wordt in hun eigen huis, in hun eigen slaapkamer de vrijheid gewoon ontnomen en dat al jarenlang. Ik vind het eigenlijk heel gek dat de partijen met "vrijheid" in hun naam het hier nooit over hebben. Ik was laatst met mijn dochter bij mijn vader thuis, vlakbij Diemen. Als mijn dochter met mijn vader probeert te praten in de tuin, moeten ze tegen elkaar schreeuwen. Ongeveer elke vijf minuten vliegt daar een vliegtuig voorbij. Je kunt elkaar gewoon niet verstaan, zo veel lawaai is er. Als ze zo in Den Haag zouden vliegen, zouden we dit debat niet kunnen voeren.
Voorzitter. Dit is geen kwestie van voor of tegen vliegen zijn. Dit gaat om bescherming van mensen en van kinderen, en om het durven kiezen voor ruimte voor mensen, wonen, een veilig klimaat en natuur boven de winsten van de luchtvaartlobby. Zeker zestien jaar lang mocht Schiphol met hulp van de overheid via gedoogconstructies en rekentrucs illegaal groeien en schade toebrengen aan natuur, klimaat en gezondheid. Dat was niet in het belang van de Nederlandse reizigers, want daarvoor kan Schiphol prima flink krimpen, maar puur in het belang van die luchtvaartbobo's. Mensen voelen zich machteloos tegenover zo'n overheid. Deze mensen willen gewoon kunnen slapen. Zij willen dat de overheid hun gezondheid eindelijk een keer zwaarder laat wegen dan de belangen van de luchtvaart. Die mensen weten dat de luchtvaartlobby maandelijks koffiedrinkt met het ministerie. Zij willen ook eindelijk echt invloed krijgen op de luchtvaartbesluiten die hun leven raken. Daar is de Maatschappelijke Raad Schiphol voor bedoeld en daar gaat het voorliggende wetsvoorstel over. De kernvraag is wat ons betreft niet of een Maatschappelijke Raad Schiphol verankerd moet worden. De kernvraag is hoeveel invloed die raad werkelijk krijgt. We moeten voorkomen dat de raad vooral wordt gebruikt om te kunnen zeggen dat omwonenden zijn gehoord, om vervolgens volledig genegeerd te worden door het Rijk. Dat is helaas wel wat we de afgelopen jaren in de meeste gevallen hebben gezien. Uit de evaluatie van MRS blijkt ook dat MRS nog maar weinig invloed krijgt op beleid. Als het gaat om een van de belangrijkste taken van MRS, het realiseren van verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, zijn geen concrete resultaten geboekt. Voor nu lijken adviezen van MRS dus wel netjes ontvangen te worden door het kabinet, maar daarna rustig naar de prullenbak verwezen te worden. De minister doet er niets wezenlijks mee. Dit terwijl de vette vingerafdrukken van de luchtvaartlobby op álle luchtvaartbesluiten zitten.
We zien dit volgens de evaluatie van de MRS bijvoorbeeld bij de voorgenomen wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol — een van de belangrijkste wetswijzigingen in de recente geschiedenis op luchtvaart. Het doel had moeten zijn om de belangen van omwonenden veel beter te beschermen in de wet, maar wat voorligt, beschermt vooral de belangen van de luchtvaart. MRS adviseerde om met een nieuw voorstel te komen, waarin gezondheid, leefomgevingskwaliteit en klimaat een betere uitwerking krijgen. Maar ook daar wordt niets mee gedaan. De minister dendert gewoon door op zijn eigen weg. De evaluatie van MRS wijst op dit proces van het Luchthavenverkeersbesluit als voorbeeld waarin de minister MRS te laat heeft betrokken. MRS kon pas reageren nadat de beleidsstukken grotendeels waren afgerond en richting de Kamer waren gestuurd. Kan de minister toezeggen dat hij in overleg met MRS met verbeterstappen komt, onder andere door te borgen dat MRS altijd tijdig en in de vroege fase van beleidsvorming wordt betrokken?
Voorzitter. We moeten dit debat ook voeren tegen de achtergrond van de rechterlijke uitspraak over Schiphol. De rechter was in 2024 namelijk duidelijk: meerdere kabinetten hebben de belangen van Schiphol steeds boven de belangen van omwonenden gesteld en daarmee zijn mensenrechten geschonden. Laat het even tot je doordringen: de Nederlandse overheid heeft mensenrechten van burgers geschonden. De boodschap van de rechter was: herstel dat en richt je weer op de belangen van omwonenden, op hun gezondheid, op de gezondheid van hun leefomgeving, op de gezondheid van hun kinderen. We zien dat het kabinet nu wel veel doet alsof het de belangen van omwonenden weer goed meeneemt in besluitvorming, maar we zien eigenlijk weinig stevige resultaten waar omwonenden echt blij van worden. Dat is jammer.
In de nota van beantwoording bij deze voorliggende wetswijziging staat dat bij iedere wet of regelgevingsinitiatief de minister actief en op dezelfde wijze de sector, omwonenden en medeoverheden betrekt. Partijen worden geïnformeerd over het voornemen, krijgen de kans om hierover in gesprek te gaan en worden op de hoogte gehouden van de voortgang. Dat klinkt heel mooi, maar het probleem is dat het in de praktijk heel anders loopt. De luchtvaartlobby krijgt veel meer kans om niet alleen met de ambtenaren, maar ook met de minister te spreken. Het zijn niet de gewone burgers van Castricum, Limmen, Leiden, Amsterdam, Uithoorn, Aalsmeer en al die andere plekken waar ze knettergek worden van het vliegtuiglawaai, die het 06-nummer van deze minister hebben. Nee, het zijn de CEO's en andere luchtvaartbobo's.
Voorzitter. De luchtvaartsector krijgt nog steeds disproportioneel veel kans om zijn belangen te behartigen. In augustus had de minister meerdere gesprekken met mensen uit de luchtvaartsector, onder andere met de CEO van Corendon, de CEO van Schiphol en de CEO van Air France-KLM. Dat gebeurde meerdere malen. Ook nog waren er gesprekken met de minister van Financiën en Economische Zaken. Nou, deze koninklijke behandeling krijgen gewone burgers die gewoon hun gezondheid willen beschermen niet. Een gesprek met omwonenden heb ik niet gezien op het lijstje van de minister — overigens ook geen gesprek met de natuur- en milieuorganisaties. Hoe vaak heeft de minister met omwonenden gesproken sinds zijn aantreden? Aanstaande zondagmiddag is in Castricum het symposium "Luchtvaart en nachtvluchten, wat doen die met onze gezondheid?" Is de minister bereid om zich tijdens dit symposium te laten bijpraten door artsen en gezondheidswetenschappers over de gevolgen van luchtvaart en in het bijzonder nachtvluchten voor de gezondheid? Is hij bereid zich te laten informeren over de impact van de huidige omvang van Schiphol op de gezondheid van burgers, op de slaap van mensen en op de longen van kinderen? Want daar hoor ik de minister helaas letterlijk nooit over. Is de minister bereid wat minder bij de luchtvaartbobo's te plakken en vaker de omwonenden te spreken, waaronder de vertegenwoordigers van MRS?
Voorzitter. De afgelopen twee jaar zijn er vijf ministers van IenW geweest. De evaluatie van MRS benoemt dat de mate van samenwerking tussen het ministerie en MRS erg uiteenliep. Goede contacten met omwonenden en vertegenwoordiging van de belangen van omwonenden en hun gezondheid zouden niet afhankelijk moeten zijn van welke politieke wind er waait. Dat moet de minister goed borgen in beleid. Is de minister dat met ons eens? Deze minister sprak dus meerdere malen met de luchtvaart-CEO's, maar naar ons weten pas één keer met de Maatschappelijke Raad Schiphol. Is hij bereid om toe te zeggen dat hij meerdere keren per jaar in gesprek zal gaan met MRS, zoals hij dat met de luchtvaartsector ook doet?
De voortdurende verstoring van rust doet wat met je als mens. De overlast leidt tot aanhoudende stress bij veel omwonenden. Volgens onderzoek van de GGD's hebben honderdduizenden Nederlanders dagelijks veel last van vliegtuiglawaai en slapen ze daardoor slecht. Op termijn kan de combinatie van stress en slecht slapen leiden tot een hoge bloeddruk en een grote kans op bijvoorbeeld een hartinfarct. Daarom heb ik een aantal amendementen ingediend om het belang van de gezondheid van omwonenden in de wet te verduidelijken en om de informatiepositie van de Maatschappelijke Raad Schiphol te versterken, zodat zij hun wettelijke taken onafhankelijk en inhoudelijk goed kunnen vervullen.
Voorzitter. De MRS moet onafhankelijk kunnen werken en de maatschappelijke steun moet daar een zelfstandige stem krijgen, los van de overheden en de sector.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Keijzer. We doen interrupties in tweeën. Gaat uw gang.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Neemt het lid Kostić ook in haar overwegingen mee wat het effect op de gezondheid is als je je baan kwijtraakt en afhankelijk wordt van uitkeringen? Want in de betogen van de Partij voor de Dieren komt het er altijd op neer dat Schiphol aanzienlijk minder moet, de chemische industrie aanzienlijk minder moet, de agrarische sector aanzienlijk minder moet, oliebedrijven in Rotterdam aanzienlijk minder moeten. Waar gaan wij in dit land ons geld nog aan verdienen?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat een gebrek aan innovatievermogen in het hoofd van mevrouw Keijzer. We hebben namelijk prachtige bedrijven en ondernemers die juist schoon kunnen produceren, die schoon kunnen werken en die goed kunnen zorgen voor hun werknemers, anders dan Schiphol. Daar is voldoende werkgelegenheid. Alleen, het wordt nu geblokkeerd, omdat wij allerlei achterhaalde fossiele bedrijven in de benen houden. Ze werden voor een deel genoemd door mevrouw Keijzer. Dat blokkeert de weg voor echt groene bedrijven en hun werknemers om aan de slag te kunnen gaan. Dat is volgens mij waar we allemaal ziek van worden. We weten in ieder geval van Schiphol — daar zijn onderzoeken naar gedaan — dat de huidige omvang veel te groot is. Het is niet alleen te groot voor de gezondheid, maar ook als het gaat om ruimtegebruik — we kunnen daardoor veel minder woningen gaan bouwen — en natuurlijk ook als het gaat om onze economie. We kunnen met een veel kleiner Schiphol én een gezonde omgeving hebben én voldoende werkgelegenheid én gewoon een goede economie. Dat kan allemaal.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zou ook zo graag in deze sprookjeswereld leven. Het lijkt me zo heerlijk rustig. In Duitsland kan je zien wat er gebeurt met je economie, je industrie en je werkgelegenheid als je er niet over nadenkt hoe je concurrentie overwint, hoe je die strijd kunt winnen. Ik zou dus nog een keer aan mevrouw Kostić willen vragen: wil zij …
De voorzitter:
"Het lid Kostić".
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wil zij dit in haar afwegingen alsjeblieft ook meenemen? Als het antwoord daarop nee is, hoop ik dat de minister op al deze vragen nee zegt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Volgens mij heeft de Partij voor de Dieren heel vaak en heel consequent laten zien, anders dan mevrouw Keijzer en de vele partijen waar ze heeft gezeten, dat we altijd naast de mensen staan. Wij staan altijd naast de gewone mensen, of het nou gaat om werknemers bij Schiphol — ik heb nog een motie ingediend om de gezondheid van werknemers te beschermen tegen de kankerverwekkende uitstoot van Schiphol, die uiteindelijk gelukkig is aangenomen — of om de omwonenden die ik net schetste, die thuis last hebben van het lawaai en de uitstoot en niet normaal in hun eigen tuin kunnen zitten of in hun eigen slaapkamer kunnen slapen. Wij staan naast hen allemaal. De grote problemen zitten hier, in dit kabinet en de kabinetten daarvoor, die juist de belangen van gewone mensen, van omwonenden, hun gezondheid, hun leefomgeving en het langetermijnperspectief zijn vergeten en dus maandelijks koffiedrinken met de luchtvaartsector.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het enige waar het lid Kostić en haar Partij voor de Dieren consequent in zijn, is dat ze een hekel hebben aan vliegen en niks meer aan het doen zijn dan iedereen bang maken voor Schiphol en voor de luchtvaart. Dat blijkt maar weer eens. Zodra de Partij voor de Dieren de kans krijgt, vliegen de termen je alweer om de oren: "kankerverwekkende uitstoot van Schiphol". Je moet ook maar durven. Ik heb één echt klemmend beroep op de Partij voor de Dieren: stop met die bangmakerij, stop met het bashen van een parel in onze economie en laat de luchtvaartsector met rust.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit vind ik zo jammer. In plaats van dat we kijken hoe we Nederland verder kunnen brengen en hoe we Nederland gezonder kunnen maken … Ik heb net geschetst dat honderdduizenden mensen te maken hebben met stress, te veel geluid en gezondheidsklachten. Dat is iets wat de partij van Markuszower blijkbaar graag negeert, maar wij staan naast die honderdduizenden mensen die zich, terecht ook, zorgen maken. Dat zeggen de GGD's ook. Daar blijf ik dus bij. Als je je daarnaast zorgen maakt over de economie: ook daar zijn rapporten over. Een veel kleiner Schiphol is juist beter voor de economie. Het is gewoon een win-winsituatie. Het is eigenlijk echt absurd en onbegrijpelijk dat een deel van deze Kamer daar niks mee wil.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb een vraag aan het lid Kostić over de uitspraak van zojuist. Lid Kostić zegt: wij staan naast de mensen die werkzaam zijn op Schiphol. Deze mensen, zoals beveiligers en mensen die in de bagageruimte werken, zouden weleens in de omgeving kunnen wonen. Ik ben benieuwd wat het lid Kostić zegt tegen die mensen, als zij zich zorgen maken over hun leefomgeving en dat willen uiten in de Maatschappelijke Raad Schiphol.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is een hele terechte vraag. Door lessen uit het verleden weten we dat je die belangen heel strikt moet gaan scheiden. Er moet geen schijn ontstaan dat er luchtvaartbelangen in de MRS zitten. Die is echt bedoeld voor de bescherming van de leefomgeving, de burgers die daarbij horen en maatschappelijke organisaties. We hebben ook al gezegd dat de sectorbelangen en de overheidsbelangen oververtegenwoordigd zijn. De mensen waar mijn collega van de VVD het over heeft, heb ik ook gesproken. Zij kunnen terecht bij de vakbonden, die wél in de MRS vertegenwoordigd kunnen zijn. Die belangen kunnen dus ook worden vertegenwoordigd via de route van de sector en via de route van de vakbonden of andere organisaties waar ze bij terechtkunnen. Ook voor die mensen is het belangrijk dat we de adviezen van het verleden opvolgen, dat we straks niet opnieuw in een oneindige chaos belanden en dat we doorgaan met een beter, sterker en uiteindelijk een — dat was mijn betoog — echt invloedrijker MRS, die er is voor de gezondheid van mensen.
De voorzitter:
Meneer De Groot, afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is toch een volledig ongelijke behandeling? Dat is toch niet naast de mensen staan die werkzaam zijn op Schiphol en daar wonen? Die mensen wonen daar en hebben ook gezinnen. Ze hebben wellicht bezwaren over wat de luchtvaart doet voor hun leefomgeving en hebben misschien ook wel hele goede ideeën. Dan zegt het lid Kostić: die mogen er niet plaatsnemen, want dat mogen alleen andere mensen. Dat is toch een volstrekt ongelijke behandeling? Wees gewoon eerlijk en zeg dat jullie niet naast die mensen staan, want ze mogen van jullie niet in de MRS plaatsnemen, zeg ik via de voorzitter tegen het lid Kostić. Neem gewoon die stap en zeg: die mensen zijn met hun ideeën en bezwaren van harte welkom in de MRS.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is jammer dat de VVD dit theaterstukje opvoert, zogenaamd voor de gewone mensen, terwijl ze al jarenlang die gewone mensen keihard laat vallen en erop bezuinigt, en nu wéér. Dit is gewoon een toneelstukje. Dit is niet iets wat ik zelf heb bedacht of wat de Partij voor de Dieren heeft bedacht. We hebben in het verleden gezien dat het niet werkt als je die belangen niet goed scheidt. Daarom is er een belangrijk advies geweest van Van Geel, die zei dat je dat strikter moet scheiden. Daar is dit uit voortgekomen, maar het blijft zo dat mensen die in de luchtvaartsector werken, ook in de MRS hun belangen kunnen doorgeven via de organisaties, zoals de vakbonden die daar zitten. Het lijkt mij heel netjes en heel goed dat die mensen dat gaan doen. Ik spreek die mensen ook en ik vind het belangrijk om van ze te horen, maar dit theaterstukje van de VVD is totaal ongeloofwaardig. Ik zou zeggen: ga met ons samenwerken om die vrijheid van gewone mensen weer terug te pakken van die luchtvaartbobo's waar de VVD elke week koffie mee drinkt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Lid Kostiç gebruikt inderdaad allemaal hele grote woorden: "de kankerverwekkende uitstoot van Schiphol" en "luchtvaartbobo's waar de VVD wekelijks kopjes koffie mee drinkt". Ik vind dat ook nogal een beschuldiging, alsof zij omkoopbaar zouden zijn of zo. Dat moeten we niet doen, maar mijn vraag is eigenlijk ook naast welke van die honderdduizenden mensen lid Kostić of de Partij voor de Dieren nou precies staat. Er is hier immers echt al een aantal keren aangegeven dat mensen die bijvoorbeeld op de luchthaven werken, daar ook een leven hebben. Dat is niet alleen hun werk; dat is ook hun leven. Dat zijn geen luchtvaartbobo's. Dat zijn mensen die daar gewoon werken en leven.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Volgens mij heb ik dat uitgebreid toegelicht. Ik wil echt af van dat theater van partijen die hier nu zeggen op te komen voor de gewone mensen. Ik heb benadrukt waar we, gewone burgers maar ook die werknemers, al decennialang mee zitten: hun belang op het punt van gezondheid — hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun leefomgeving, die uiteindelijk ook hun gezondheid en de gezondheid van hun kinderen raakt — wordt structureel niet meegewogen in het beleid. Dat is ook erkend door de rechter. De rechter zei: kabinet, jullie schenden gewoon mensenrechten. Waarom hoor ik de BBB daar niet over? Nu gaan ze een beetje proberen hier een technisch debat te voeren. Daar heb ik van alles over gezegd. Voor de Partij voor de Dieren staat vast dat we keihard voor een goede bescherming van de gezondheid van mensen en hun leefomgeving staan, boven de belangen van de megalomane luchtvaartlobby, die steeds meer en meer wil. Het is genoeg geweest. Schiphol kan prima kleiner, maar Schiphol moet wel gezonder.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij is gezondheid juist heel belangrijk. Volgens mij heeft iedereen in zijn inbreng ook gezegd dat gezondheid natuurlijk belangrijk is. Er wordt gedaan alsof wij met de CEO's van Schiphol spreken, vervolgens murw gebeukt door hun lobby jaknikkend naar buiten komen en niks meer durven te zeggen tegen wat zij inbrengen. Wij spreken namelijk ook met de mensen die op Schiphol werken. Zij hebben letterlijk tegen ons gezegd: pas nou op met al die regelgeving rondom de luchthaven, want dit is gewoon ons leven en ons werk. Dit zijn mensen die misschien al wel 30 jaar op Schiphol werken. Weet het lid Kostić hoeveel mensen afhankelijk zijn van Schiphol voor hun baan, niet alleen op Schiphol zelf maar ook in alle toeleverende bedrijven?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik wil nog even terugkomen op het feit dat de BBB net zei dat ik mensen ervan beschuldig dat ze koffiedrinken met de CEO's. Dat is gewoon na te lezen op de website van het Rijk. Deze minister heeft op 17 augustus een afspraak met de CEO van Corendon. Hij heeft op 21 augustus een afspraak met de CEO van KLM. Hij heeft een afspraak met de CEO van Schiphol et cetera, et cetera. Het gaat maar door. Er staat geen afspraak met werknemers, met schoonmakers, van Schiphol. Er staat geen afspraak met omwonenden van Schiphol, die niet eens normaal in hun slaapkamer kunnen slapen of met hun kinderen in de tuin kunnen spelen. Die afspraken zijn er niet. Dat is wat ik probeer naar voren te brengen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De Partij voor de Dieren heeft afspraken met Wakker Dier, MOB en al dat soort organisaties. Wat is het verschil?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ten eerste ben ik helaas niet de minister. Ik maak helaas ook het beleid niet, want dan zou het er anders uitzien, zoals ik zei. Dan zouden we een gezondere en schonere economie, schonere mensen en een schonere natuur hebben. Maar goed, dat is dus niet zo. Al die mensen, die honderdduizenden mensen waar ik het over had, worden letterlijk ziek van het luchtvaartlawaai. Zij zijn afhankelijk van deze minister, het kabinet en uiteindelijk ook de Tweede Kamer, dus ook van mevrouw Mona Keijzer.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Al dat soort organisaties hebben ook gewoon gesprekken op ministeries, dus daar kan dezelfde vraag over worden gesteld. Ik wil nog even terugkomen op die mensenrechten, want daar had het lid Kostić het over. Weet het lid Kostić ook dat het recht op eigendom, het recht om een bedrijf op te richten en te voeren, een mensenrecht is? Weet zij dat het recht op familieleven, namelijk zorgen dat je in je levensonderhoud van jou en je gezin kunt voorzien, ook een mensenrecht is? Weet zij dat de Partij voor de Dieren al die rechten af moet wegen en niet alleen maar één kant van mensenrechten mee kan wegen?
De voorzitter:
Ja, lid Kostić. Daarna gaan we ook weer even terug naar het onderwerp van het wetsvoorstel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mevrouw Keijzer had het over het recht op familieleven en het recht op eigendom. Dat is precies wat ik in mijn verhaal aankaartte en waar niemand het over heeft. Het recht op eigendom, dus om in je eigen huis, in je eigen tuin en in je eigen slaapkamer veilig en gezond te kunnen leven, wordt onvoldoende meegewogen. Dat geldt ook voor het recht op familieleven. Mijn eigen dochter kan niet normaal met haar eigen opa in de kleine tuin spelen. Ze moeten tegen elkaar schreeuwen, omdat er elke vijf minuten een vliegtuig overvliegt. De kern van mijn boodschap is dat we uit onderzoeken weten dat de luchtvaart op Schiphol kleiner kan. Dat kan op een gezonde manier, die goed is voor de economie en de mensen. Mijn simpele vraag is: waarom kiezen we daar dan niet voor? Dat is mijn wedervraag, maar niemand beantwoordt die.
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Van der Plas, nog een keer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sla toch nog even aan op dat zogenaamde gelobby. Het is natuurlijk volstrekt logisch dat de minister gewoon gesprekken heeft met cruciale partijen. Dat is volstrekt logisch. De Partij voor de Dieren doet dat op dezelfde manier met partijen die voor haar cruciaal zijn. Maar het gaat mij om het volgende, en dat schijnt niet helemaal door te dringen tot lid Kostić. Je gezondheid wordt dan helemaal vooropgesteld, maar ondertussen … Bekijk de hele lijst van waar de Partij van de Dieren allemaal van af wil: dat betekent gewoon honderdduizenden werklozen erbij.
De voorzitter:
Ja, dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten ook uit onderzoeken over het welzijn van mensen, dus dat mensen zich goed voelen en ook gezond zijn, dat werk en een sociaal leven daar wel bij horen. Lid Kostić weet ook dat die onderzoeken er zijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zeker, goed en gezond werk is heel belangrijk. Ik zeg er maar "gezond" bij, want dat is bij Schiphol niet altijd het geval. Met de plannen van de Partij voor de Dieren is er voldoende werkgelegenheid. We helpen mensen ook in de transitie als ze inderdaad naar een andere baan zouden moeten. Nogmaals, met onze plannen, onderbouwd door onder andere CE Delft, is de economie goed, is er voldoende werkgelegenheid, is de leefomgeving groen en gezond en worden mensen niet steeds aangetast in de privacy en de veiligheid van hun eigen huis.
Maar ik wil nog even ingaan op de stelling dat de minister met iedereen mag spreken en dat de lobby daarbij hoort. Ik ben het daarmee eens. De lobby hoort erbij. Iedereen mag met de minister spreken. Ik heb echter proberen aan te kaarten — mijn uitdaging is dus: luister even goed — dat er een disbalans is. Er wordt de hele tijd alleen maar op de schoot van de luchtvaartlobby gezeten. Ik heb hier alleen maar de maand augustus: enkele intensieve gesprekken met enkele CEO's, maar niks over de omwonenden.
De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
"Woorden doen ertoe", hebben ze weleens gezegd. Nu wordt er ook weer gezegd ... Kijk, de minister kan zichzelf straks ook goed verdedigen in zijn termijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Klopt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Door dingen als "op schoot zitten" te zeggen wordt er echter geïmpliceerd dat wij of de bewindspersonen een soort willoze figuren zijn die eigenlijk maar alles doen wat de lobby zegt. Misschien heeft de minister wel hele kritische gesprekken met Schiphol. Daar is lid Kostić helemaal niet bij. Maar ik wil nog even één ding ter afronding zeggen.
De voorzitter:
Kort, kort, kort, kort.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Lid Kostić heeft namelijk de mond vol van privacy en veiligheid in je eigen huis, maar er zijn duizenden boeren die dankzij MOB ...
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, er wordt over lobby gesproken; daar heeft dit wel mee te maken. Die zijn dankzij MOB helemaal niet meer veilig in hun eigen huis.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dát mag wel van de Partij voor de Dieren, maar iets anders mag niet. Het is hypocrisie ten top!
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat een vreselijke jij-bak, die niet bijdraagt aan een constructief gesprek. Ik heb geen idee waar de BBB het over heeft. Ik weet in ieder geval dat het kabinet niet maandelijks met MOB of andere natuur- en milieuorganisaties koffiedrinkt, verre van zelfs, dus ik werp alles wat de BBB net heeft gezegd, verre van me. Echt absurd. Volgens mij heeft niemand in Nederland iets aan dit soort praatjes.
De voorzitter:
Een interruptie over het wetsvoorstel van de heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik werd net door lid Kostić van twee dingen beticht, namelijk dat ik alleen maar naar de luchtvaartlobby luister en dat ik hier een kunststukje sta op te voeren voor de gewone mensen. Ik vraag hier of het lid Kostić net als ik op werkbezoek is geweest in Haarlemmermeer, of zij onlangs op werkbezoek is geweest bij de beveiligers van Schiphol en of zij twee keer in het afgelopen anderhalf jaar bij de werknemers die in de bagagekelder werken, die ook in de omgeving wonen, op werkbezoek is geweest. Dat is het eerlijke verhaal waar ik de informatie vandaan haal over inwoners en bewoners en wat zij graag zouden willen. Ik vraag dus aan het lid Kostić of zij die werkbezoeken ook aflegt, net als dat ik ook bij de MRS op bezoek ben geweest.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Volgens mij heb ik net gezegd dat ik dat ook doe en dat ik mij ook heb ingezet voor die werknemers wat betreft hun zorgen over de kankerverwekkende uitstoot door Schiphol. Het heeft me vrij veel moeite gekost om de VVD daarin aan onze kant te krijgen. Ik vraag me zelfs af of de VVD daarvoor heeft gestemd. Uiteindelijk heeft die motie het wel gehaald. Er komt op z'n minst nieuw onderzoek naar de impact van die kankerverwekkende stoffen op die werknemers. Dus ja, ik spreek ze. Ik zou de VVD willen uitnodigen om ook te spreken met andere mensen, die, zoals ik zei, af en toe met een koptelefoon moeten slapen, omdat ze gewoon knettergek worden van het geluid, terwijl ze hun huis goed geïsoleerd hebben.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik laat me dit soort kwalificaties niet aanleunen, dus dat het een kunststukje zou zijn, dat ik bij de luchtvaartlobby op schoot zou zitten of wat dan ook. Ik laat het me niet aanleunen. Ik ben bij de mensen geweest en ik weet hoe ze erover denken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik blijf zeer zeker bij mijn woorden, want ik kijk naar daden van partijen en ik zie daar echt een dikke -5 voor de VVD. Maar als de VVD bij dezen zegt "we gaan ons leven beteren en we gaan echt kijken naar de gezondheid van omwonenden", dan vindt u in ons een heel goede partner.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nou, ik ga naar het slot. Het advies van Van Geel was ook dat het essentieel is dat informatie over Schiphol en zijn omgeving transparant, centraal, vindbaar, begrijpelijk en compleet is. Dat is ze nog niet. Hoe en op welke termijn gaat de minister zorgen voor resultaten op dit gebied? Daarnaast bewijst de evaluatie van MRS dat MRS nauwelijks toekomt aan zijn taak om ongevraagde adviezen te geven, mede door een gebrek aan capaciteit op het bureau. De evaluatie concludeert dat dit niet in lijn is met de beoogde werking uit het advies-Van Geel. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat MRS wel voldoende capaciteit krijgt?
Voorzitter. Voor veel Nederlanders is Schiphol geen beleidsdossier. Het is het lawaai dat hun tuin en slaapkamer elke dag doorboort. Het is de nachtrust die wordt verstoord. En de vraag is: hoelang houd je dit nog vol? Dat is waarom het concept van de MRS ertoe doet, omdat mensen die elke dag met de gevolgen van luchtvaart leven een plek moeten hebben waar hun stem terechtkomt en doorvertaald wordt naar beleid. De MRS moet een instrument worden waarmee bewoners daadwerkelijk invloed krijgen. De vraag die het kabinet en de Kamer zich steeds moeten stellen, is niet alleen: heeft MRS een advies gestuurd? Maar ook: hebben wij er iets fundamenteels mee gedaan? Is het leven van mensen er beter op geworden? Kunnen zij weer slapen? Kunnen zij weer rustig met hun kleinkinderen in de tuin spelen? Voelen zij zich weer veilig in eigen huis en tuin? En wordt hun gezondheid eindelijk zwaarder gewogen dan de financiële belangen van de luchtvaartlobby?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Heutink, namens de Groep Markuszower in eerste termijn.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Vandaag bespreken we in de grootste maatschappelijke raad van het land de verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol. Het verschil tussen hier en daar is dat wij hier met elkaar alles mogen vinden. Niemand wordt uitgesloten, ja soms in een coalitie, maar verder wordt hier normaal gesproken niemand uitgesloten. Hoe fundamenteel we het ook met elkaar oneens zijn, je mening doet ertoe. Hoe anders is dat bij de Maatschappelijke Raad Schiphol. Daar mag je dus niet meedoen zodra je werkt op Schiphol en toevallig in de buurt woont. Dan doet je mening er niet toe.
Voorzitter. Dat is wat ons betreft vandaag de kern van dit debat. Want het gaat nogal ergens om. Wie door Schiphol loopt, ervaart Nederland in het klein. Gezinnen die op vakantie gaan, zakenreizigers met hun laptop onder de arm, mensen die afscheid nemen en mensen die thuiskomen: allemaal dagelijkse kost. We zouden er verdorie met z'n allen hier trots op moeten zijn. Op de achtergrond werken duizenden medewerkers die Schiphol elke dag opnieuw draaiende houden. Een prachtig gezicht. Het is van essentieel belang voor Nederland en zijn economie. Daarom is het des te mooier dat we er hier vandaag weer over kunnen praten.
Voorzitter. Wie een paar kilometer van deze luchthaven af woont, kan eigenlijk heel anders naar deze luchthaven kijken. Dat ontkennen wij ook niet. Het gaat niet per se over de economische voordelen voor Nederland of over de vakanties van miljoenen Nederlanders. Nee, dan gaat het over zaken als leefbaarheid en geluidsoverlast. Zoals bij alles in dit land zijn er voor- en tegenstanders te vinden. Dat mag. Sterker nog, wij vinden dat dat zelfs zou moeten in een democratie zoals de onze.
Voorzitter. Maar dat is wel de reden waarom het debat over Schiphol al jarenlang zo ingewikkeld is. Iedereen, inclusief wijzelf hier vandaag, vindt overal het zijne of hare van. Ja, ga dan maar eens de overeenstemming vinden. En toch hebben we, polderaars als we zijn, jarenlang geprobeerd om alle belangen rondom Schiphol te verenigen en te vormen tot één gezamenlijk standpunt. Iedereen die al enige tijd in deze Tweede Kamer rondloopt, zou moeten weten dat dat niet zo makkelijk is: zo veel belangen, zo veel wensen en iedereen die vindt dat zijn eigen belang het enige juiste is.
Voorzitter. Daarom is het goed dat we vandaag spreken over een wetsvoorstel dat de besluitvorming rondom Schiphol een handje zal gaan helpen. Niet langer hoeven de omwonenden en de maatschappelijke tak bezig te zijn met het vinden van overeenstemming. Verschillende standpunten mogen met dit wetsvoorstel, en dus ook met die commissie, met die maatschappelijke raad, naast elkaar bestaan. Dat is goed. Zo hoort het ook.
Voorzitter. Dat maakt het wel wrang dat we in dit huis een discussie voeren over de toelaatbaarheid van bepaalde groepen. In de uitwerking van het advies-Van Geel is ervoor gekozen om mensen die werkzaam zijn in de luchtvaartsector, uit te sluiten van het lidmaatschap van de MRS, om zodoende de zogenaamde onafhankelijkheid van de raad te waarborgen. Dat zou betekenen dat omwonenden die werken bij Schiphol of in de luchtvaartsector in zijn geheel, niet gewenst zijn in die raad. Dat is eigenlijk heel erg onlogisch. Ik denk dat meneer De Groot van de VVD dit nog iets beter heeft kunnen verwoorden dan ik, dus ik ga mij daar gemakshalve bij aansluiten. Het huidige voorstel biedt juist ruimte om verschillende perspectieven en standpunten naast elkaar zichtbaar te maken in de adviezen van de MRS. Daarna is het aan de minister om die verschillende belangen te wegen en een besluit te nemen. Dat betekent dus dat het helemaal niet nodig is om bepaalde groepen op voorhand van deelname uit te sluiten. De minister is immers uiteindelijk zelf aan zet, wat wij hier ook vinden en wat de MRS ook vindt. Het is en blijft een adviesorgaan.
Het is heel goed dat de minister dit heeft willen tackelen in een nota van wijziging, nota bene dankzij een motie van een geliefd oud-collega, de heer Boutkan. Daarin werd vastgelegd dat er bij de samenstelling van de MRS zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan de belangen van de omwonenden. Zo hoort het ook. Hoewel dat voor ons een stap in de goede richting is, gaat dat voor ons nog niet ver genoeg. De discussies en het advies-Van Geel geven namelijk aan dat er een discussie bestaat, en mogelijk ook blijft bestaan, over de deelname van mensen die op Schiphol werken. Om te zorgen dat deze groep omwonenden niet wordt gediscrimineerd op basis van hun werkzaamheden — ik zeg het maar gewoon even zoals het is — en om te zorgen dat zij nog enige zeggenschap houden over hun eigen leefomgeving, wil mijn fractie een aangepaste en stevigere tekst opnemen in de wet. Wij hebben hierover dan ook een amendement ingediend.
Het is voor ons belangrijk dat deze omwonenden te allen tijde en allereerst worden beschouwd als omwonenden, want dat zijn ze gewoon. Hun werkzaamheden zijn daarbij van ondergeschikt belang. Worden omwonenden die toevallig lid zijn van een milieubeweging of die regelmatig deelnemen aan demonstraties die Schiphol kunnen schaden of, sterker nog, Schiphol bezetten, ook per definitie uitgesloten van de MRS? Ik denk het niet, maar toch hoor ik dat graag van de minister.
Voorzitter. Zoals ik al zei, is het ook hier in de Tweede Kamer moeilijk om consensus te vinden over dit onderwerp. Ik benijd de minister dan ook niet. Toch wil onze fractie in de toekomst bescherming bieden aan de omwonenden van Schiphol voor al hun belangen, dus ook aan de medewerkers van Schiphol. Zoals ik al zei, zijn zij in de eerste plaats omwonenden en hebben zij iets te zeggen over waar zij wonen. Door middel van een tweede amendement willen wij dus regelen dat wijzigingen ten aanzien van de taken en samenstellingen van de MRS worden voorgehangen bij beide Kamers, zodat er in elk geval altijd vinger aan de pols gehouden kan worden door de Staten-Generaal.
Voorzitter. Daar wil ik het graag bij laten. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse voor zijn inbreng namens D66 in eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. De luchtvaartsector is goed georganiseerd en weet zijn weg te vinden naar Den Haag en Brussel. Omwonenden zijn dat niet. Zij hebben één wettelijk adviesorgaan, de Maatschappelijke Raad Schiphol. Die raad is niet voor niets opgericht: niet om de luchtvaartsector nóg een podium te geven — daar heeft hij er al genoeg van — maar om omwonenden die zich zorgen maken over de kwaliteit van de leefomgeving rond Schiphol, een stem te geven. Dat is geen toeval; dat is een bewuste keuze geweest. De heer Van Geel, die een rapport schreef over deze kwestie, koos bewust voor drie gescheiden kolommen: het Rijk, de sector en de samenleving. Dat was niet voor niets. In het oude model zaten al deze belangen aan één tafel door elkaar. Dat leidde tot spanningen, tot het vertrek van stakeholders en tot een belangenafweging die vastliep. De voorliggende wijziging staat haaks op wat in het rapport van Van Geel is voorgesteld. De Maatschappelijke Raad Schiphol is de enige formele plek voor omwonenden waar hun zorgen daadwerkelijk kunnen bijdragen aan een beter beleid rondom de luchthaven.
Voorzitter. We kunnen vaststellen dat de luchtvaartsector genoeg wordt gehoord. Het instituut Maatschappelijke Raad Schiphol is een van de weinige plekken waar omwonenden zich kunnen uitspreken over leefomgevingskwaliteit. Het is de enige plek waar niet enkel aan economisch gewin hoeft te worden gedacht, omdat het daarvoor ook helemaal niet is bedoeld. Bovendien is de Maatschappelijke Raad Schiphol geen gesloten systeem. Wanneer bij een specifiek vraagstuk kennis van de luchtvaartsector nodig is, kan de sector altijd worden uitgenodigd.
Laten we heel eerlijk zijn over wat hier nu voorligt. De wijziging stelt voor om ook omwonenden die afhankelijk zijn van luchtvaart te laten meepraten over diezelfde leefomgevingskwaliteit. Dat klinkt onschuldig. Dat is het niet. Het is geen inspraak, maar belangenverstrengeling. De luchtvaart kan niet tegelijkertijd belanghebbende en onafhankelijke beoordelaar zijn van de gevolgen van de eigen groei. Dat is geen kwestie van goede wil of integriteit van individuele mensen. Het gaat erom dat je niet tegelijkertijd de scheidsrechter en de keeper kunt zijn in dezelfde wedstrijd. Daarom dienen wij het amendement van Grinwis c.s., dat die wijziging schrapt, mede in, omdat wij naast de omwonenden gaan staan.
De Maatschappelijke Raad Schiphol moet zijn onafhankelijkheid behouden. Voer je de voorgestelde wijziging van het kabinet toch door, dan teken je het doodsvonnis van de Maatschappelijke Raad Schiphol. Het rapport van Van Geel was helder: je moet de sector en het maatschappelijke vraagstuk van elkaar scheiden om een onafhankelijk geluid te kunnen behartigen van omwonenden die elke dag overlast ervaren van de luchtvaart. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan, zoals Van Geel zei. Diezelfde les geldt nu. Laten we niet teruggrijpen op het model waarvan we al weten dat het niet werkte.
Voorzitter. Omwonenden vragen niet om een podium. Ze vragen om één plek waar hun stem niet wordt overstemd. Laten we die plek intact houden.
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag me af wat er met D66 is gebeurd. Wat is er met die partij gebeurd? Ik kende D66 vroeger — ik heb er gelukkig nooit op gestemd — als een partij voor inspraak, referenda en mensen die moeten kunnen meedoen en meepraten. Maar nu komen er mensen aan tafel die onwelgevallig zijn en die worden gewoon de mond gesnoerd, want dan wordt het opeens "de sector". Wat is er met D66 gebeurd, met alle inspraakhalleluja van de afgelopen jaren?
De heer Köse (D66):
Het doet mij allereerst zeer goed dat mevrouw Van der Plas ons als die partij kent, want dat is precies waar wij voor staan, juist voor de omwonenden, juist voor inspraak. Dat wordt nu door de rechterkant van de Kamer ter discussie gesteld. De MRS is het enige formele kanaal voor omwonenden die last hebben van wat ze allemaal wordt aangedaan door het verminderen van de leefomgevingskwaliteit, door de uitstoot en door de geluidsoverlast. Het is het enige formele kanaal waar zij zeggenschap hebben. Ik maak me nog niet zo erg zorgen over de sector, want die vindt ons wel. Die vindt mij, mevrouw Van der Plas en eigenlijk alle Kamerleden wel, of het nou de Vereniging Nederlands Cabinepersoneel is, de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers, de luchtverkeersleiding Schiphol of KLM. Ze zijn hier allemaal al geweest. Maar de MRS is het enige formele kanaal waar de omwonenden die hier last van hebben, hun stem kunnen laten gelden op wettelijke basis. Daar staat D66 voor. Daarom kent mevrouw Van der Plas ons als de partij die daarvoor staat. Dat is dus goed om te horen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar wat als de teamleider van de cateraarorganisatie of de teamleider van de bagagemedewerkers ook wil meepraten, omdat het ook om hun belang gaat? "Belangen" worden genoemd. Een belang is ook: werk houden. Een belang is ook: elke dag brood op de plank kunnen brengen en geld kunnen sparen zodat je kind kan studeren. Die mensen hebben daar gewoon werk. Uit het onderzoek dat lid Kostić noemde bleek bijvoorbeeld dat 1.400 tot 5.400 mensen bij een kleiner Schiphol of een kleinere luchtvaart direct hun baan zouden kwijtraken en ook niet naar een andere baan kunnen doorstromen. Het is toch gewoon belangrijk dat die mensen ook dat geluid kunnen laten horen? Anders wordt zo'n maatschappelijke raad toch gewoon een echoput?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat mevrouw Van der Plas door elkaar haalt waarvoor de MRS dient. De MRS dient niet voor de groei van Schiphol. Het gaat daar om de kwaliteit van de leefomgeving. De geluiden die hier door mevrouw Van der Plas worden verwoord, zullen dus toch op een andere plek moeten. Dit gaat om de leefomgevingskwaliteit. Zoals ik net zei: al die verenigingen en brancheorganisaties vertolken dat geluid al. De persoon waar u het over heeft, is daar waarschijnlijk al bij aangesloten en weet die weg waarschijnlijk heel goed te vinden.
De heer Peter de Groot (VVD):
Op 27 februari werd er in Haarlemmermeer een motie aangenomen over de echte Maatschappelijke Raad Schiphol. Het ging erom dat zeven van de tien vertegenwoordigende MRS-gebieden in Haarlemmermeer liggen en dat maar liefst 37% van de werkzame inwoners in Haarlemmermeer in de luchtvaartsector werkt. Daar stond de handtekening van D66 onder, omdat D66 daar aangaf: wij komen op voor de mensen die in dit gebied wonen en die moeten ook een stem krijgen. Waarom staat de heer Köse hier namens D66 niet naast die mensen, maar de lokale fractie van D66 wel?
De heer Köse (D66):
Het is een goed recht van een lokale fractie, waar overigens ook gewoon afstemming mee is, om het gemeentebelang daar te vertolken; ze zitten namelijk in het gemeentebestuur. Vanuit die overweging kan ik het begrijpen als ze daar vanuit de gemeenteraad zo over gedacht hebben. Dat is hun goed recht in een democratie. Ik kijk naar het landsbelang en naar het bredere plaatje, om alle redenen die ik net gegeven heb. Juist omdat ik echt achter de omwonenden in heel Nederland wil staan, ook buiten de gemeente Haarlemmermeer, is het zo belangrijk dat ik er zo in sta. Het is belangrijk dat we de waardigheid — zo zou ik het willen zeggen — van de MRS behouden. De MRS vormt een kanaal voor mensen die overlast hebben en die moeten we niet laten overschreeuwen door andere geluiden.
De voorzitter:
Afrondend, meneer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Maar, vraag ik aan de heer Köse, het kan toch zo zijn dat er in die 37% mensen zitten die graag ook iets willen zeggen over de overlast die zij ervaren? Dat gaat over ontzettend veel inwoners. Het kan toch zo zijn dat zij ook graag een bijdrage willen leveren aan het geluid van de MRS, met de kennis en ervaring die zij hebben omdat ze werkzaam zijn in de luchtvaartsector? Daarbij moeten ze volgens mij heel duidelijk aangeven dat ze werkzaam zijn in de luchtvaartsector en moet dat transparant zijn. Daarmee kunnen ze toch juist hun mening geven in de MRS? Dat is toch juist een heel belangrijk goed in Nederland?
De heer Köse (D66):
Het is zeker belangrijk om die mening te kunnen geven. Daar had ik het net met mevrouw Van der Plas over. Maar je kan daarbij natuurlijk nog een paar trappen naar boven gaan. Je kan ook zeggen dat de 500.000 mensen die volgens het rapport van GGD GHOR ernstig gestoord worden en overlast hebben en waarvan 200.000 mensen ernstige slaapverstoringen hebben, het goed recht hebben om vertegenwoordigd te worden door een MRS die onafhankelijk functioneert. Laten we even wel zijn: de commissie-Van Geel heeft hier al naar gekeken. Dat is net ook al genoemd. Die heeft toen die belangen door elkaar zaten, al gezegd: het werkt niet en het kan niet, dus het moet zoals het wel kan. Dat is eigenlijk door middel van die drie kolommen, waarvan de MRS er eentje is, die echt puur gaat om de leefomgeving en om omwonenden die last hebben van de situatie. Er wordt gehint op precies daarnaar teruggaan, naar de situatie waarvan de commissie-Van Geel zei: die werkt eigenlijk niet; daar moet je vanaf. Daar ben ik geen voorstander van.
De heer El Abassi (DENK):
D66 lijkt hier toch echt indruk te wekken dat er al lobbyorganisaties zijn. En niet alleen dat, D66 wekt de indruk dat er al lobbyorganisaties zijn die voor hun belangen kunnen opkomen en die vergelijkbaar zijn met de MRS. Maar dat is niet wat deze wet zegt. Deze wet heeft het niet over zomaar een lobbyorganisatie. We kunnen een lobbyorganisatie in het leven roepen voor bijvoorbeeld de omwonenden en daar kunnen we het ook mee afsluiten, maar dit gaat veel verder. Dit is een orgaan dat meedoet aan beleid, dat aan tafel zit en de minister adviseert. Kan de heer Köse aangeven of er ergens in de wet staat dat een andere lobbyorganisatie deze macht ook heeft?
De heer Köse (D66):
Ik begrijp de vraag niet helemaal goed, maar ik denk dat dat precies de reden is dat ik nu sta voor wat ik zeg: we moeten de zuiverheid van de MRS behouden en ervoor zorgen dat mensen die zich zorgen maken over de leefomgeving, daar zeggenschap in hebben. Dit is het enige formele adviesorgaan dat dat heeft, even los van lobby. We moeten, zoals de commissie-Van Geel adviseerde, ervoor zorgen dat dat niet overschreeuwd wordt en niet gaat werken door andere belangen die daarin zitten. Laten we dat zuiver houden. Dat is juist de reden waarom ik het zo wil.
De voorzitter:
Afrondend, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dat is precies wat ik wil zeggen: zo zuiver is het niet. Andere belangenorganisaties — denk bijvoorbeeld aan organisaties die opkomen voor de mensen die gebruik willen maken van de luchtvaart, de reizigers — hebben die plek namelijk niet aan tafel bij de MRS. Dat geldt wel voor die andere organisaties. Dat is juist wat we recht willen trekken. Dat wil D66 voorkomen.
De heer Köse (D66):
Ik zie dat toch heel anders. Ik zie niet dat de MRS bestaat uit organisaties; ik zie dat die bestaat uit omwonenden. Dat is ook heel mooi verdeeld over de verschillende banen. Het zijn omwonenden die daar zitten. Dat is precies — ik dank de heer El Abassi voor die vraag, die dat eigenlijk duidelijk maakt — de reden waarom de MRS zo uniek is en waarom we daar niet aan moeten tornen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger voor … O, mevrouw Keijzer heeft nog een interruptie voor u.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Is het dan relevant waar de mensen die straks in deze raad komen, werken? Doet het ertoe op het moment dat iemand omwonende is, maar bijvoorbeeld bij de KLM of bij een andere organisatie werkt?
De heer Köse (D66):
Ik kom er nu voor de derde keer op terug. De commissie-Van Geel heeft hiernaar gekeken en die heeft gezien dat het systeem niet werkt als die verschillende belangen door elkaar zitten. Toen is geadviseerd om het te scheiden in drie kolommen. De MRS is daar dus een van. Die gaat puur over de leefomgeving. Het gaat natuurlijk niet werken wanneer we daar — dat lijkt mevrouw Keijzer te suggereren — mensen in gaan stoppen en toelaten die daar toch een belang bij hebben, als we een instantie hebben voor de leefomgeving waar mensen in zitten die afhankelijk zijn van de luchtvaart. Dan zou ik ook een oogje dichtknijpen. Maar er zijn ook mensen die ernstige slaapverstoring hebben. Die wil je juist helpen op deze manier. Dat doet er dus wel degelijk toe.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Als iemand die rondom Schiphol woont, werkzaam is bij MOB of bij Greenpeace, kan dat dan wel? Want dan heb je toch belang bij de andere kant van het verhaal? En als het antwoord daarop is "dat is geen probleem, want dat is maatschappelijk" of zo, ondergraaf je daarmee dan niet uiteindelijk de afgewogen advisering?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat het belangrijk is dat daar omwonenden in komen die zich op een zo objectief mogelijke manier zorgen maken om de leefomgeving en dat ze vanuit die rol zonder belangenverstrengeling een advies kunnen uitbrengen. Het zou wat mij betreft niet uit moeten maken of je vanuit die rol misschien zegt "ik voel me tot de ene partij aangetrokken" of "ik heb een lidmaatschap", maar het is wel belangrijk dat die omwonenden objectief naar die omgevingskwaliteit kunnen kijken. Het zou niet uit hoeven maken hoe die dan op een spectrum links of rechts zitten; dat zou verspreid moeten zijn.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Köse. Het woord … Een punt van orde, mevrouw Keijzer? U vraagt om drie interrupties. Dat is geen punt van orde. Het vervelende is: u gaat over uw vragen, maar de collega's gaan over hun antwoorden. En als dat antwoord onbevredigend is, dan hebt u ook nog andere instrumenten. We hebben nog een heel avondprogramma. De zaal is tot 23.00 uur volgeboekt met tweeminutendebatten. We doen de interrupties in tweeën. Die zijn niet gemaximeerd. Daar is ook veel ruimte voor. U maakt daar ook terecht gebruik van, want die ruimte is er, maar dan doen we het wel in tweeën. Er is nog een interruptie van de heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Er wordt door de heer Köse toch een beeld neergezet dat mensen die op Schiphol werken — ik heb daar natuurlijk in mijn betoog ook al iets over gezegd — niets zouden kunnen zeggen over hun eigen leefomgeving. De MRS is echt voor de leefomgeving. Ja, de mensen die ik heb gesproken in de bagagekelder van Schiphol maken zich soms ook zorgen over hun leefomgeving. Maar het is toch de keuze van de heer Köse om dan te zeggen: ja, maar zij mogen niet in de Maatschappelijke Raad Schiphol. Dat is toch niet te rijmen?
De heer Köse (D66):
Dat is niet mijn keuze. Een onafhankelijk adviesorgaan heeft gezegd: "Het hele omgevingshuis van Schiphol richten we zo in, want dat is de beste manier. Die luchtvaartsector en die mensen die daar werkzaam zijn, die hebben bepaalde …" Het is niet zo dat er niks anders is dan de MRS. Alsof dit de enige raad is die we hebben. Sterker nog, dit is de enige raad waar omwonenden een zegje kunnen doen, en juist dat willen we gaan afpakken. Dat vind ik juist niet kunnen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Kijk, wij doen ons werk hier gewoon vrij van last. Adviesrapporten zijn heel welkom. Die omarmen we en daar kijken we naar. Dat is heel belangrijk, maar het is ook goed om zelf te beoordelen wat dit dan betekent. Als zeven van de tien gebieden in Haarlemmermeer liggen, dan wordt 37% van de inwoners in Haarlemmermeer uitgesloten van deelname aan de MRS. Dan is er sprake van een grote uitsluiting van mensen die daar wonen, leven en misschien wel input hebben voor de MRS. Dat zijn de feiten.
De heer Köse (D66):
Nogmaals: we doen alsof de MRS het enige vertegenwoordigende orgaan is voor bewoners. Zoals ik al eerder bepleitte: ik maak me echt geen zorgen om de hele lobby van de luchtvaartsector. Die benaderen ons echt wel. Die geluiden komen echt wel bij ons terecht. Maar vanuit de MRS: als we hieraan gaan tornen, dus als we tegen het advies in gaan, gaan we weer gewoon terug. Dan gooien we dat rapport eigenlijk door de shredder en gaan we gewoon terug naar een situatie die letterlijk onwerkbaar was.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik zal mijn vraag herhalen. Een omwonende die bij de bagageafhandeling werkt, mag niet in deze maatschappelijke raad, maar iemand die bij Greenpeace werkt en procedeert tegen de overheid, mag wel in deze raad. Klopt dat?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat het gewoon belangrijk is dat omwonenden, los van … Ik bepaal niet wie er wel en wie er niet …
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Jawel. Dat bepaalt u wel.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Keijzer. We laten elkaar hier uitspreken.
De heer Köse (D66):
Ik bepaal niet wie er nou wel of niet per se in gaat moeten, en of dat nou wel of niet die organisatie is. We kunnen zover gaan — dat ben ik met mevrouw Keijzer eens — maar het gaat erom dat omwonenden die er juist voor de omgevingskwaliteit zitten, daar op een onafhankelijke manier zitten en dat daar geen belangenverstrengeling bij is. Ik snap dat iemand met hart voor de leefomgeving misschien ook bij een andere organisatie zit. Ben ik het met mevrouw Keijzer eens dat het zuiverder is als dat niet zo is? Zeker. Maar geen enkel mens is niet gekleurd. Of iemand nou van de rechter- of de linkerkant van het spectrum komt, zou mij niet heel veel moeten uitmaken. Ik wil dat daar mensen zitten voor de leefomgeving. De andere kant, het economische of het groeiperspectief waar hier heel veel over gesuggereerd wordt, zit in de andere kolom. Dat is er al. Het is niet zo dat de MRS het enige platform daarvoor is.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Echt, wat een onzin. We hebben het hier over een wet. We gaan hier dus over wie er in die raad komt. Het is niet zo dat de "leefomgeving" iets objectiefs is. De leefomgeving is wat iemand ervaart. D66 kiest er dus voor dat de leefomgeving zoals die wordt gezien door de omwonende die toevallig bij MOB of bij Greenpeace werkt, de leefomgeving is. Die mag er wel in. Maar iemand die een andere leefomgeving heeft, iemand die denkt aan een leefomgeving waarin we op een vliegtuig kunnen stappen en waarin iemand zijn brood verdient, mag er niet in. Zo zijn we weer bij elkaar. Zo herkennen we D66 weer. Ze kunnen gewoon fuseren met de Partij voor de Dieren.
De heer Köse (D66):
Dat is eigenlijk pas onzin. Het wordt heel zwart-wit gemaakt, alsof we aan de ene kant de lobby van de vliegsector hebben, en aan de andere kant organisaties als Greenpeace, MOB en noem het maar op. Dat vind ik echt heel zwart-wit. Dat vind ik eigenlijk een beetje een modelwerkelijkheid waarin we gaan redeneren. De wereld is een stuk grijzer dan dat, mevrouw Keijzer. Ja, ik weet dat dat wat oproept.
De voorzitter:
Volgens mij heeft u het uitgedebatteerd. Ik dank meneer Köse. Nu heb ik begrepen dat mevrouw Kröger liever aan het einde wil. Dan geef ik meneer Grinwis het woord voor zijn inbreng namens de ChristenUnie in de eerste termijn. Ik heb een sprekerslijst gekregen, maar iedereen wil wat anders. Mevrouw Kröger had het aangegeven. Nu is het woord aan de heer Grinwis. Mevrouw Kröger komt na mevrouw Zwinkels. Het woord is nu dus aan meneer Grinwis. Dan komt mevrouw Keijzer. Dan komt mevrouw Zwinkels, en dan mevrouw Kröger. Meneer Grinwis, gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan moet u het, voordat we naar de modellenwerkelijkheid van mevrouw Keijzer gaan, met mij doen; ik kan er niks anders van maken. "Het belang van omwonenden van Schiphol is stelselmatig ondergeschikt gemaakt aan de luchtvaart." Dat zeg ik niet alleen; dat is de kraakheldere conclusie van de rechtbank van Den Haag. Voor mensen rondom Schiphol is de overlast van vliegtuigen aan de orde van de dag. Wie onder de aanvliegroutes van Schiphol woont, weet dat vliegtuigen geen beleidsstuk zijn, geen model, en dat ze niet overkomen op papier, maar over je hoofd; ze verstoren je gesprek in de tuin, je nachtrust en soms gewoon de rust in huis. Omwonenden vragen geen voorkeursbehandeling. Ze vragen iets veel eenvoudigers, namelijk dat hun belangen eindelijk net zo serieus worden genomen als die van de luchtvaart. Jarenlang was de groei van de luchtvaart het uitgangspunt. De leefomgeving moest zich daaraan aanpassen. Daarom is het zo belangrijk dat het geluid van omwonenden serieus wordt genomen en serieus wordt meegenomen, en dat de zorgen over geluidsoverlast, gezondheid en slaapverstoring niet aan de kant worden geschoven, maar zichtbaar worden gemaakt.
De bewoners zaten ook aan tafel bij de oude Omgevingsraad Schiphol. Maar die gesprekken liepen vast. Niet één keer; ze liepen definitief vast in 2019, doordat er veel belangen botsten en het belang van de luchtvaart te vaak de overhand kreeg. De motoren van de vakantievluchten overstemden de stemmen van hen die de dupe waren. De commissie-Van Geel moest daar een einde aan maken. Hij stelde een nieuw begin voor, met een heldere drieslag: een bestuurlijke kolom, een sectorale kolom en een maatschappelijke kolom. Dat was niet om mensen uit elkaar te spelen, maar juist om verschillen zichtbaar te maken en al die geluiden te laten horen. Dat moest in aparte kolommen en niet aan dezelfde tafel. Dat model was namelijk mislukt: onder de geluidsdeken van unanimiteit verstomde het geluid van omwonenden.
De Maatschappelijke Raad Schiphol is er om die geluiden de ruimte te geven. Het is geen overlegorgaan van alle belangen, zoals eerder. Het is de plek waar omwonenden, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke deskundigen kunnen spreken vanuit het belang van de leefomgeving. Zo is het ook opgeschreven in het advies van de commissie-Van Geel. Dat was ook de gedachte van het oorspronkelijke wetsvoorstel zonder nota van wijziging.
Maar met de motie-Boutkan, die met 73 stemmen werd aangenomen, en de daaropvolgende nota van wijziging — ik heb minister Madlener nog nooit een motie zo snel zien uitvoeren! — is de hoeksteen onder dit fundament weggetrokken. Door mensen werkend in de luchtvaartsector direct toe te laten tot de raad, ondergraaf je de balans in het advies. Daarmee vervagen opnieuw de rollen en zet je iedereen weer aan dezelfde tafel. Zo loop je opnieuw het gevaar dat de stem van omwonenden raakt ondergesneeuwd.
Natuurlijk moet ook de stem van werkenden in de luchtvaartsector, zoals de bagagemedewerker van de heer De Groot, worden gehoord. Ik wou dat de VVD ook bij sociale zaken zo voor deze bagagemedewerker opkwam, maar dat terzijde. De luchtvaarsector spreekt echter al met het ministerie, met bestuurders en aan verschillende overlegtafels. Daarnaast kunnen omwonenden die werken in de luchtvaartsector lid zijn van een van de bewonersorganisaties die wél in de raad zitten en direct invloed uitoefenen op wie verkozen wordt in de Maatschappelijke Raad Schiphol. Ook kunnen ze lid worden van werkgeversorganisaties of vakbonden die wél in de raad kunnen worden vertegenwoordigd. Ze kunnen alleen niet zelf in de raad zitten, omdat ze mogelijk ook andere belangen vertegenwoordigen. De MRS is enkel en alleen bedoeld om de belangen van de leefomgeving te waarborgen. Als we die stem opnieuw vermengen met sectorbelangen, wat blijft er dan nog over van de kern van het advies van Van Geel?
Vandaar dat ik vorig jaar, direct na het verschijnen van de nota van wijziging, samen met collega's Stoffer en De Hoop een amendement heb ingediend om die terug te draaien. Inmiddels zijn ook de leden Köse en Kostić aangeschoven. Zo worden de oorspronkelijke adviezen van de commissie-Van Geel daadwerkelijk geëerbiedigd. Ik vraag dan ook aan de minister of hij de kernanalyse van Van Geel nog steeds onderschrijft. Zo ja, waarom houdt hij dan vast aan de nota van wijziging die precies die scheidslijnen weer doet vervagen? Ik roep mijn collega's in ieder geval op: neem de omwonenden serieus, breng de Maatschappelijke Raad Schiphol op vlieghoogte en steun ons amendement.
Voorzitter. Dan nog even iets over de werking van de MRS. Deze raad heeft een adviserende en vertegenwoordigende rol, maar er moet wel naar die raad worden geluisterd. Die mag geen praatclub zijn waarvan de adviezen ergens in een la verdwijnen. Het is dan ook goed dat de minister binnen acht weken móét reageren op adviezen die naar buiten worden gebracht. Maar papier is geduldig: in de praktijk hebben we gezien dat termijnen worden overschreden en reacties op zich laten wachten. Zo wordt er nu al vijftien weken gewacht op een brief terug van de minister over de nachtsluiting. Wat is een appreciatieverplichting waard als omwonenden maanden moeten wachten op een antwoord? Kan de minister toezeggen dat hij deze termijn voortaan zal eerbiedigen en wel zal halen? Belangrijker nog: hoe garandeert hij dat de inbreng niet slechts wordt aangehoord, maar daadwerkelijk zijn weg vindt naar besluiten over Schiphol? Immers, die drie kolommen van Van Geel moet het Rijk netjes wegen. Het Rijk moet niet een of twee kolommen negeren. Als de rechtbank constateert dat de belangen van omwonenden jarenlang ondergeschikt zijn gemaakt aan die van de luchtvaart, dan is een tijdige reactie alleen niet genoeg; dan moet ook zichtbaar zijn dat de stem van omwonenden eindelijk volwaardig gewicht krijgt in de besluitvorming van de minister.
Voorzitter. Tot zover in eerste termijn.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik noem dat advies over een nachtsluiting bij Schiphol. Is het niet eigenlijk heel raar om zoiets te vragen aan zo'n maatschappelijke raad, waar mensen in zitten die eromheen wonen en last hebben van het geluid? Het gaat namelijk om een verstrekkend politiek besluit, met grote consequenties voor economie en werkgelegenheid.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Als zo'n maatschappelijke raad zo'n advies geeft, dan is het wel netjes als de minister binnen de gestelde termijn reageert. Dat is het punt dat ik maak. En ik vind het helemaal niet zo vreemd, want nachtvluchten, en dus ook het wel of niet kiezen voor een nachtsluiting, raken nogal het belang van de leefomgeving en de omwonenden.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is correct, maar juist daarom zou dat iets moeten zijn waar een brede afweging over gemaakt wordt in deze maatschappelijke ruimte, namelijk de Tweede Kamer. Wat betreft de opmerking over de termijnen: dit is dus wat je organiseert. Door de overheid maar steeds groter en groter en groter te maken, tot aan wettelijke voorschriften voor reactietermijnen aan toe, krijg je elke keer weer een falende overheid. Is het niet vele malen verstandiger om eens een beetje af te slanken? Dan hoef je namelijk ook niet meer op een gegeven moment tegen een minister te zeggen: u heeft zich weer niet aan een wet gehouden. We hebben inmiddels zo veel verplichtingen, waardoor we inmiddels 170.000 Rijksambtenaren hebben. Moet dat niet een beetje minder?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, daar is zeker over te praten met de ChristenUnie. Wij zijn erg voor eenvoudige stelsels. Tegelijkertijd weten wij: we leven in het ondermaanse. Het advies van Van Geel is ook in het ondermaanse tot stand gekomen. Daarbij heeft hij een situatie aangetroffen die niet bepaald perfect liep. De Omgevingsraad functioneerde niet. Daarin botsten verschillende belangen. Men moest tot unanimiteit komen, maar dat werkte niet. Dit is eigenlijk een gelegenheidsoplossing. Maar alsjeblieft: die gelegenheidsoplossing is er wel gekomen na heel goed nadenken en gesprekken met veel betrokkenen. Dan is mijn oproep aan het kabinet als volgt. Houd vast aan die zogezegde gelegenheidsoplossing wat betreft de Maatschappelijke Raad Schiphol, die nu vastligt in een wetsvoorstel. Houd ook vast aan de ongewijzigde vorm. Ik heb een amendement ingediend om die ongewijzigde vorm te herstellen, niks meer, niks minder. Is het allemaal perfect? Wordt het hiermee het paradijs op aarde, met heel weinig ambtenaren? Neen. Wat dat betreft geef ik me gelijk gewonnen richting collega Keijzer. Maar ik probeer hier als volksvertegenwoordiger recht te doen aan het advies van Van Geel. Ik geef mijn collega's, en ook de minister, in overweging om dat ook te doen.
De heer Peter de Groot (VVD):
De heer Grinwis zei iets fundamenteels over datgene waar de discussie over gaat. Hij gaf aan dat de bagagekeldermedewerker — het mag trouwens ook een beveiliger zijn, of iemand anders — vertegenwoordigd wordt door zijn werkgever. Maar dat is een andere kolom. Ik praat namens de VVD over de kolom waarin een medewerker die in de omgeving van Schiphol woont, wil praten en een bijdrage wil leveren over de kolom leefomgeving. Die medewerker wordt met dit wetsvoorstel uitgezonderd. Ik praat over dezelfde kolom als de heer Grinwis. Waarom is de heer Grinwis er dan zo van overtuigd dat dit fout gaat? Als je transparant bent over waar je werkt en vanuit welke hoedanigheid je spreekt, dan is het toch helemaal geen probleem om die mensen ook te laten toetreden tot de MRS en niet uit te sluiten?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik sluit hier helemaal niet uit dat iemand die bij Schiphol werkt de petten goed kan scheiden en dat het wel zo goed zou kunnen gaan. We hebben alleen een situatie aangetroffen die totaal is vastgelopen en die volgens mij in 2019 uiteindelijk heeft gefaald, namelijk die van een omgevingstafel, een omgevingsraad, waar al die belangen aan tafel zitten. Dat ging gewoon niet goed. Ten langen leste hebben wij de gewaardeerde Pieter van Geel uit de mottenballen getrokken, en die heeft een wijs advies gegeven. Dan is mijn verzuchting: laten we alsjeblieft vasthouden aan het advies en niet aan de fata morgana dat werkelijk iedereen in die maatschappelijke raad zijn zegje moet kunnen doen, want voor je het weet zit je weer in de situatie van voor 2019. Niks meer, niks minder.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Afrondend, voorzitter. Ja, het gaat wel over 37% van de inwoners van Haarlemmermeer. Dat is niet niks, hè? Dat is niet zomaar iets. Als je toch de reflex hebt van "ja, die mensen zorgen ervoor dat de Maatschappelijke Raad Schiphol niet werkt", kun je dan niet beter zeggen: u bent welkom, want ik sluit niemand uit, maar ik stel hele duidelijke voorwaarden aan uw deelname? Denk bijvoorbeeld aan transparantie, integriteit, helderheid over de functie en dat, als het fout gaat, er echt direct gestuurd wordt vanuit de Maatschappelijke Raad Schiphol. Maar het is een hele rigoureuze maatregel om dan maar direct tegen al die mensen te zeggen: u bent niet welkom; ik sluit u uit voor de Maatschappelijke Raad Schiphol. Ik zou dat de heer Grinwis mee willen geven.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik begrijp heus wel dat meneer De Groot dit zegt, maar ik ben het gewoon niet met hem eens. Bovendien is de invloed wel degelijk mogelijk. In de verkiezing, bij openbare dialogen en bij themabijeenkomsten kan die stem wel degelijk gehoord worden. Uiteindelijk denk ik dat het verstandig is om in dezen vast te houden aan de lijn van het advies van de heer Van Geel. Dat is niet omdat de ene bewoner van Haarlemmermeer meer of minder is, maar het is wel om die belangen in drie kolommen in te richten, zoals nu wordt geadviseerd. Juist het verleden heeft ons namelijk geleerd dat als je er één amalgaam van maakt, één potpourri van al die belangen, we uiteindelijk niet verder komen en dat de omgevingskwaliteit en het belang van omwonenden uiteindelijk sneuvelen in de enorme strijd van belangen. Volgens mij is dat het enige wat we vandaag hebben te regelen. Laten we dat als medewetgever zorgvuldig doen. Dat is mijn reactie, meneer De Groot. Ik hoop u weer tegen te komen bij andere debatten, en dat u het daar net zo opneemt voor deze medewerkers van Schiphol, die geraakt worden door de socialezakenmaatregelen die de VVD heeft voorgenomen. Maar dat is een beetje flauw, want hij kan nu niks meer terugzeggen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat heeft u goed gezien, meneer Grinwis! Het woord is aan mevrouw Keijzer voor haar inbreng namens het lid Keijzer in de eerste termijn.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Ik voer hier het woord namens een kleine 112.000 Nederlanders.
Voorzitter. Nederland is al eeuwenlang een handelsland, een land dat zijn welvaart niet heeft opgebouwd door zich af te sluiten van de wereld, maar juist door verbindingen te leggen via havens, binnenvaart, spoorwegverbindingen en natuurlijk onze nationale luchthaven Schiphol. Voor miljoenen reizigers uit binnen- en buitenland is Schiphol de eerste kennismaking met Nederland. Het is een visitekaartje van ons land, een luchthaven die wereldwijd bekendstaat om zijn bereikbaarheid, efficiëntie en kwaliteit van dienstverlening. Maar als we hier in het debat over Schiphol spreken, gaat het helaas steeds vaker uitsluitend over beperking, afbouw en krimp. Terwijl andere Europese en internationale luchthavens investeren in groei, bereikbaarheid en concurrentiekracht, lijkt het in Nederland steeds maar weer te gaan over het verder opleggen van beperkingen. Dat is geen strategie voor een land dat zijn welvaart grotendeels verdient met handel, kennis en internationale samenwerking. Internationale bereikbaarheid is namelijk geen luxe. Voor een handelsland is het een economische randvoorwaarde. Juist een zelfbewust land investeert in zijn strategische infrastructuur en kiest niet voor voortdurende zelfbeperking.
Natuurlijk begint vertrouwen in bedrijven niet door besluiten over mensen te nemen, maar door mensen ook daadwerkelijk bij die besluitvorming te betrekken. Maar laten we toch alsjeblieft een keer ophouden met net doen alsof mensen en hun mening pas meetellen wanneer Den Haag een raad voor ze heeft opgericht, alsof een stem pas serieus is wanneer die door een voorzitter, een secretariaat, een bestuursreglement en een wettelijk advies naar de minister wordt geleid. Dat is de reflex waarin de Haagse politiek is vastgelopen. Er is een maatschappelijk vraagstuk, of in dit geval een gebrek aan consensus — want ja, wat had je gedacht in zo'n discussie? Dan vraagt Den Haag om een adviesrapport. Uit dat rapportje komt een overlegtafel. Die overlegtafel wordt een raad. Die raad krijgt geld, mensen en bevoegdheden. Vervolgens komen er rapportages, evaluaties, adviezen en uiteindelijk wettelijke verplichtingen. Uiteindelijk wordt die nieuwe raad zelf onderdeel van het probleem dat Den Haag lijkt te willen oplossen. In het interruptiedebat met de ChristenUnie besprak ik dat net al. Dan wordt er een advies gegeven. Daar wordt weer niet op tijd op gereageerd. En hup, de overheid heeft weer gefaald en we hebben binnenkort weer een aantal vacatures op de website voor het aantrekken voor nieuwe medewerkers bij IenW, want ja, al die adviezen moeten natuurlijk wel tijdig van brieven worden voorzien.
Voorzitter. Daarom ben ik niet alleen terughoudend over de wettelijke verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol. Ik ben ook tegen de gedachte erachter. Ik ben bekend met de geschiedenis van de CROS, de ORS en nu de MRS. Mijn bezwaar zit echter dieper. Het wetsvoorstel maakt van de MRS een wettelijk orgaan met omschreven taken. Dat is niet inwoners een stem geven. Dat is hun stem — hun stem wordt namelijk allang uitgebreid gehoord — door een Haagse trechter halen, zodat er een adviesstuk uitkomt, waarop het ministerie dan een ambtelijk geformuleerd antwoord moet geven. Daarna kan iedereen dan zeggen dat er "zorgvuldig is geparticipeerd". Er is immers vergaderd, het is op papier gekomen, het is geadviseerd en er is gereageerd. Alleen blijft wel de vraag liggen of we er met z'n allen beter van zijn geworden. Het is vooral fijn voor Den Haag, want Den Haag adviseert Den Haag. Den Haag financiert dan uiteindelijk ook dit Den Haag. Wanneer niemand meer precies weet wie verantwoordelijk is — die dag gaat hierbij ook komen — komt er een nieuw adviesverzoek met een commissie en een rapport.
Laat ik vooropstellen dat Schiphol geen willekeurig bedrijf is. Het is een staatsdeelneming. De overheid draagt verantwoordelijkheid voor de belangenafweging tussen economie, leefomgeving en gezondheid. Maar uit die verantwoordelijkheid volgt niet automatisch dat iedere maatschappelijke discussie moet eindigen in een wettelijk verankerde adviesraad, een secretariaat, een adviesstructuur en weer nieuwe procedures. Dat is nou precies de reflex waar wij vanaf moeten. De overheid beschermt omwonenden door heldere normen te stellen voor geluid, gezondheid en uitstoot, door vergunningen te handhaven, door besluiten te nemen en door aanspreekbaar te zijn op die besluiten, niet door verantwoordelijkheid onder te brengen in een nieuwe bestuurlijke laag. Sterker nog, de praktijk laat zien wat er gebeurt wanneer Den Haag maatschappelijke vraagstukken via wettelijk verankerde raden gaat organiseren. De MRS adviseert inmiddels een volledige nachtsluiting voor Schiphol tussen 23.00 uur en 7.00 uur en stelt daarnaast dat er ook overdag minder gevlogen zou moeten worden. Ik heb het net al bij de interruptiemicrofoon gezegd: dat zijn geen technische aanbevelingen; dat zijn politieke keuzes met grote gevolgen voor de economie, werkgelegenheid en internationale bereikbaarheid van Nederland. Die afweging hoort hier. Die hoort niet in een zaaltje waar de Maatschappelijke Raad Schiphol gaat vergaderen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is dan ook een adviesraad en geen besluitraad, zeg ik tegen mevrouw Keijzer. Het is dus een advies. En inderdaad: dat besluit valt hier. Dat ben ik geheel met haar eens.
Ze gaf een opsomming van hoe de overheid burgers moet beschermen, wetten moet handhaven en regels moet stellen. Is mevrouw Keijzer van mening dat in de afgelopen, laat ik zeggen, vijftien jaar omwonenden van Schiphol afdoende zijn beschermd?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De vraag is: welke omwonenden bedoelt mevrouw Kröger? Dat is hier de grote vraag. Als je namelijk kijkt naar de mensen die zich melden bij de verschillende klachtengremia, blijkt gewoon dat heel veel meldingen door dezelfde mensen worden gedaan. Over de Nederlanders die in de omgeving van Schiphol wonen en werken, hebben we het bijna nooit. Sterker nog, die worden nu buiten deze raad gehouden.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Erkent mevrouw Keijzer dat de rechter de uitspraak heeft gedaan dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens is geschonden en dat de GGD hele heldere adviezen heeft gegeven over gezondheidsschade door onder andere de nachtvluchten? En dan heb ik nogmaals de vraag aan mevrouw Keijzer of zij vindt dat de afgelopen vijftien jaar mensen, omwonenden van Schiphol, zijn beschermd.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
In zijn algemeenheid is het antwoord op die vraag absoluut ja, maar deze vraag gaat over iets anders. Deze vraag gaat over het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Dat is een verdrag dat na de Tweede Wereldoorlog ontstaan is naar aanleiding van de afschuwelijke — welke woorden moet ik daarvoor vinden? — gebeurtenissen in die oorlog. Dat heeft geleid tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Dat dat inmiddels — dat doen wij onszelf trouwens ook aan, hè — door ideële, meestal door de overheid gesubsidieerde, organisaties gebruikt wordt om anno nu een hele bedrijfstak de nek om te draaien, is ook een feit. Het is dus niet zonder reden dat er inmiddels een interpretatieprotocol is voor artikel 3 en artikel 8 van het EVRM in het kader van migratie, oftewel het recht op gezinsleven en het recht om niet gefolterd te worden, om ervoor te zorgen dat we verstandig asielbeleid kunnen gaan voeren. Ditzelfde zou moeten gebeuren voor dit onderwerp. Die belangenafweging gaat immers niet alleen over de vraag of je voldoende beschermd bent in jouw gezondheid, namelijk de gezondheid precies op het punt van geluidsoverlast, maar zou moeten gaan over de belangenafweging die dus hier gemaakt moet worden, dat mensen een onderneming kunnen starten — dat is ook een mensenrecht — en dat mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Dat laatste vind ik ook onderdeel van het recht op leven. Maar dat is niet wat er gebeurt. Dat hebben we onszelf aangedaan omdat al die organisaties in het kader van het algemeen belang mogen procederen. Maar ze spreken niet namens mij.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voorzitter. Mijn bezwaar is daarom principieel. Een overheid die na iedere maatschappelijke discussie een raad opricht, lost geen democratisch tekort op. Zij creëert een nieuwe laag tussen burger en politiek. De minister moet luisteren, afwegen en besluiten. De Tweede Kamer controleert dat. Daar heeft de minister geen wettelijk verankerde commissie voor nodig. Dat is namelijk gewoon besturen, dat is verantwoordelijkheid nemen. Dat is precies waarvoor de kiezer uiteindelijk naar de stembus gaat, waarom wij hier allemaal gekozen en geïnstalleerd zijn en waarom er uiteindelijk een regering komt. Schiphol kan prima zelf participatie organiseren. Zo is het trouwens ook in de Omgevingswet opgenomen door participatie vorm te geven met omwonenden en andere stakeholders. Daar heb je géén extra wettelijk orgaan voor nodig. Lost een wettelijke raad een probleem op of verschuift die het politieke debat weer naar een nieuwe overlegtafel? Dat is een vraag die ik aan de minister stel.
Ik heb nog een paar vragen aan de minister. Welk concreet probleem kan volgens de minister niet worden opgelost en vereist dus nieuwe wettelijke adviesrechten, nieuwe wettelijke informatieplichten, nieuwe procedures, nieuwe evaluaties en nieuwe verplichtingen voor de overheid én dus weer meer ambtenaren? Hoeveel geld gaat in totaal naar de MRS en de ambtelijke ondersteuning die nodig is om alle adviezen, informatieverzoeken, appreciaties, jaarverslagen en de evaluaties weer te verwerken? Hoeveel ambtenaren houden zich hier nu mee bezig? Als het effe lukt, hoor ik dat graag in uren, maar als dat niet lukt in fte's. Hoeveel externen worden er ingehuurd? Dat is wat we tegenwoordig namelijk ook heel vaak doen. Kan de minister niet gewoon een aantal van zijn 16.000 ambtenaren op het werk zetten dat zo'n adviesraad doet?
Voorzitter, ik rond af …
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nou ja, bijna dan. Ik zie de heer Köse al staan bij de interruptiemicrofoon.
De heer Köse (D66):
Ik sta er al, ja. Ik schrik toch een beetje van wat er net gezegd wordt. Er wordt eigenlijk heel makkelijk gezegd: "Zijn omwonenden voldoende beschermd? Ja." Het wordt door mevrouw Keijzer heel erg vanuit één kant bekeken. Dat is haar goed recht, hè. Ook de mensen die er werken moeten beschermd worden. Maar legt mevrouw Keijzer nu een uitspraak van de rechter over het vernietigen van het LVB en van de Commissie mer, die zegt dat niet voldoende blijkt dat omwonenden beschermd zijn, allemaal naast zich neer? Legt zij al die mensen — dat zijn er volgens GGD GHOR 500.000, van wie er 200.000 ernstige slaapverstoring hebben — nu allemaal aan de kant en zegt zij: die mensen doen er even niet toe?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Nee, ik zei "in zijn algemeenheid". Wat ik daarmee bedoel, is dat ik uiteindelijk een belangenafweging maak. Ik maak een belangenafweging tussen aan de ene kant mensen die gestoord worden in hun rust en slaap door Schiphol, wat absoluut waar is. Ik heb zelf 22 jaar in een dorp gewoond waar af en toe ook een vliegtuig overheen kwam, dus ik weet wat het is als je in de tuin zit en je dan even moet stoppen met praten. Dat versus aan de andere kant het belang van werkgelegenheid en economie. Die afweging maak ik. Dat is uiteindelijk een andere afweging dan die van de fractie van D66.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Köse (D66):
Ik kan niet anders dan concluderen dat mevrouw Keijzer met hele mooie woorden als "belangenafweging" gewoon zegt: ik vind die mensen minder belangrijk dan de mensen die bij Schiphol werken. Dat vind ik geen belangenafweging; dat vind ik heel zwart-wit. Dat is niet wat we met elkaar moeten willen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Volgens mij heet dit "populistisch" in de kringen van D66. Je maakt een belangenafweging. Je weegt gewoon belangen af. Dat is wat je hier uiteindelijk doet. Dat is trouwens ook de enige manier om ervoor te zorgen dat we, anders dan in de IT-sector, hier nog iets overhouden van al die grote bedrijven, of het nou gaat over de chemische industrie, de olie-industrie, de luchtvaart of de agrarische sector.
Voorzitter. Ik was bij mijn laatste alinea's aangekomen. Ik heb nog drie minuten, dus ik mag nog even. Nederland is groot geworden door vrije mensen die verantwoordelijkheid namen voor hun gezin, hun onderneming en de gemeenschappen waar ze onderdeel van waren. Maar dat is kapotgemaakt door een overheid die te groot is geworden, door systemen, rekenmodellen en een verstikkend woud van wetten. Een sterke samenleving ontstaat niet doordat steeds meer zaken juridisch worden vastgelegd. Een sterke samenleving ontstaat doordat mensen verantwoordelijkheid nemen, ondernemers kunnen ondernemen en een overheid durft te vertrouwen op de kracht van die samenleving. Niet alles wat nuttig is — en dat is inspraak zeker — hoeft vastgelegd te worden in een wet. De keuze zou niet moeten zijn "óf economie óf leefomgeving", niet "bereikbaarheid óf draagvlak"; Nederland heeft gewoon beide nodig. Wij moeten bouwen aan een luchtvaart die stiller wordt, slimmer wordt en innovatiever wordt. Ik zie dat zeker ook. Maar we moeten ook bouwen aan een Schiphol dat sterk genoeg blijft om Nederland verbonden te houden met de wereld. Een zelfbewust Nederland kijkt namelijk niet naar binnen, maar staat open voor de wereld en durft te vertrouwen op de kracht van de samenleving in plaats van wéér een wettelijke verankering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zwinkels van het Christen Democratisch Appèl in eerste termijn.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Wie rond Schiphol woont, weet dat luchtvaart over veel meer gaat dan alleen bereikbaarheid en economie. Het gaat ook over geluid boven je huis, over de gezondheid en over de vraag of mensen zich gehoord voelen bij de besluiten die hun leefomgeving raken. Daarom vindt de CDA-fractie het goed dat de Maatschappelijke Raad Schiphol, de MRS, met dit wetsvoorstel eindelijk juridisch wordt verankerd in de Wet luchtvaart. De MRS functioneert inmiddels enkele jaren, maar doet dat nog via een tijdelijke juridische constructie.
Voorzitter. Vanaf 1 juli 2023 is de toenmalige Omgevingsraad Schiphol, de ORS, omgevormd tot de Maatschappelijke Raad Schiphol. In de ORS kwamen onder meer de bewoners, regionale overheden, werknemersorganisaties, milieuorganisaties en partijen uit de luchtvaartsector samen. De evaluatie van de ORS in december 2019 liet zien dat dit poldermodel om tot gezamenlijke besluitvorming te komen niet meer werkte. Uit het advies Schiphol Vernieuwd Verbinden van de commissie-Van Geel kwam namelijk naar voren dat de materie te complex was, de verhoudingen verstoord waren en er onvoldoende bereidheid was om compromissen te sluiten. De commissie-Van Geel adviseerde daarom om belangen en verantwoordelijkheden duidelijker van elkaar te scheiden. In dit alternatieve model moesten maatschappelijke partijen zelfstandig hun perspectieven kunnen formuleren, hadden regionale overheden een eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid en bracht de luchtvaartsector afzonderlijk zijn kennis en belangen in. De uiteindelijke afweging van al deze afzonderlijke belangen was aan de minister, onder controle van de Kamer; het werd net al gezegd. Uit deze aanbevelingen is in 2023 de Maatschappelijke Raad Schiphol ontstaan. Met het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, wordt die maatschappelijke kolom structureel in de Wet luchtvaart verankerd. Omwonenden verdienen een onafhankelijke en herkenbare positie in de beleidsvorming en belangenafweging rond Schiphol. Tegelijkertijd moet duidelijk blijven dat de MRS adviseert. De uiteindelijke besluitvorming en de politieke verantwoordelijkheid blijven bij de minister en de Kamer liggen.
Voorzitter. Tegen deze achtergrond kijkt de CDA-fractie kritisch naar de nota van wijziging. Waar het oorspronkelijke wetsvoorstel goed invulling gaf aan het advies om te zorgen voor een duidelijke scheiding van belangen en een afzonderlijke maatschappelijke kolom, wordt daar in de nota van wijziging afscheid van genomen. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werden omwonenden die werkzaam zijn bij overheidsorganen of in de luchtvaartsector uitgesloten van deelname aan de MRS om belangenverstrengeling te voorkomen. Dat was niet zonder reden. In de ORS was het namelijk niet meer goed mogelijk om door partijen met verschillende belangen tot een gezamenlijk besluit te komen. Het advies was daarom ieder deelbelang duidelijk zichtbaar te maken en in afzonderlijke kolommen te scheiden. Door omwonenden die bij overheidsorganen en in de luchtvaartsector werken uit te sluiten, wordt in ieder geval voorkomen dat de schijn van belangenverstrengeling ontstaat. De belangen van de overheid en van de luchtvaartsector worden bovendien al op andere plekken vertegenwoordigd. Daarmee zeg ik niet dat iemand die bij Schiphol, een luchtvaartmaatschappij of een overheid werkt geen hinder kan ervaren of geen belang heeft bij een gezonde leefomgeving. Deze keuze raakt echter wel aan een fundamentele keuze uit het advies-Van Geel: het voorkomen dat maatschappelijke vertegenwoordiging en sectorbelangen opnieuw door elkaar gaan lopen.
Voorzitter. De CDA-fractie voelt daarom veel meer voor het oorspronkelijke wetsvoorstel van voor de nota van wijziging, waarin deze belangen wel duidelijk werden gescheiden. We zullen daarom het amendement-Grinwis steunen. Dat amendement schrapt bij de nota van wijziging de toegevoegde bepaling over de samenstelling van de MRS en bewaakt daarmee het uitgangspunt van het advies-Van Geel: een herkenbare, onafhankelijke, maatschappelijke kolom zonder vermenging van sectorbelangen. Daarmee zijn we weer waar we moeten zijn: het oorspronkelijke wetsvoorstel.
Voorzitter. De keuze voor een duidelijke scheiding tussen deze belangen roept bij de CDA-fractie ook nog wat vragen op over een ander onderdeel van dit wetsvoorstel: de commissies regionaal overleg bij de overige burgerluchthavens van nationale betekenis. Het is goed dat omwonenden, overheden en exploitanten binnen de CRO met elkaar in gesprek zijn, maar we moeten realistisch zijn over de verschillen in kennis, capaciteit en slagkracht tussen partijen. Hoe zorgt de minister ervoor dat de CRO effectief blijft, alle partijen voldoende zijn uitgerust en de overlegstructuur niet vooral extra administratieve lasten oplevert in plaats van daadwerkelijke invloed?
In een CRO zitten vertegenwoordigers van bewoners, regionale overheden, milieuorganisaties, de luchthavenexploitant en gebruikers van de luchthaven gezamenlijk aan tafel. Zij moeten daar niet alleen informatie uitwisselen, maar ook proberen afspraken te maken over onderwerpen als geluidshinder, klachtenafhandeling, duurzaamheid en de regionale inbreng van de luchthaven. Daarmee lijkt de inrichting van de CRO's uiteindelijk best wel veel op het model waarvan juist rond Schiphol is vastgesteld dat het niet goed functioneerde. Hoe kijkt de minister daarnaar? In hoeverre zitten er risico's aan deze keuze?
Voorzitter. Ik begrijp dat een CRO niet precies hetzelfde is als een voormalige ORS. De CRO's gaan over de overige burgerluchthavens van nationale betekenis en richten zich op operationele aangelegenheden die van invloed zijn op het milieu en de gezondheid in de regio. De onderlinge vraag blijft echter dezelfde. Wat kunnen en mogen we verwachten van een overleg waarin bewoners, overheden en commerciële sectorpartijen gezamenlijk tot afspraken moet komen? Graag hoor ik van de minister hoe hij hiernaar kijkt. Ik hoor daarbij ook graag welke lessen uit het vastlopen van de ORS concreet zijn toegepast bij de inrichting en werkwijze van die CRO's en wat er gebeurt als blijkt dat het straks in de praktijk toch niet lukt om in die CRO's tot gezamenlijke afspraken te komen.
Voorzitter. Voor de CDA-fractie staat één uitgangspunt centraal. Goede participatie betekent niet dat de overheid uiteenlopende belangen bij elkaar aan tafel zet en vervolgens van de deelnemers verwacht dat zij de politieke keuze oplossen. Participatie vraagt om heldere rollen, maar ook om het serieus nemen van de geleverde inbreng en een duidelijke terugkoppeling over de manier waarop die in het uiteindelijke besluit zijn meegewogen. Zo moet voor betrokkenen navolgbaar zijn hoe een besluit tot stand is gekomen. De uiteindelijke afweging en de politieke verantwoordelijkheid blijven bij de minister, onder controle van de Kamer. Dat is voor ons de belangrijkste les uit de geschiedenis van de ORS. Als Kamer hebben we de plicht om die les serieus te nemen bij het verankeren van de Maatschappelijke Raad Schiphol.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Dat doet zij namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de Maatschappelijke Raad Schiphol en over enkele weken over de toekomst van de luchthaven als we het Luchthavenverkeerbesluit ook in deze plenaire zaal bespreken. Deze twee debatten kunnen eigenlijk niet los van elkaar worden gezien. Schiphol heeft alleen echt een toekomst als er ook draagvlak in de omgeving is, als de stem en de zorgen van de omwonenden serieus worden genomen. Die zorgen zijn groot: overlast, luchtvervuiling, slaapverstoring en gezondheidsschade. Dat zijn geen meningen; dat zijn feiten en dat zijn adviezen van de GGD over de impact van de luchtvaart op de gezondheid van mensen. We weten allemaal dat die zorgen al decennialang niet genoeg meegenomen worden. Er was eindeloos overleg. Er werd gepolderd en toch kon de luchthaven steeds maar doorgroeien. Al pratend groeide Schiphol door tot het gigantische aantal van 500.000 vliegbewegingen, dat nu als een recht wordt beschouwd door de sector en ook door de minister.
Ik kan me goed voorstellen dat veel omwonenden hun vertrouwen in de luchtvaart, in de overheid en in de inspraak zijn kwijtgeraakt, maar dat vertrouwen hebben we heel, heel hard nodig. In een klein land als Nederland, waarin we zoveel economische activiteiten hebben met een grote impact op de leefomgeving, is vertrouwen cruciaal. In een klein land als Nederland, waarin de natuur, het water en de lucht vervuild zijn en waarin van de grootste luchtvaarthubs ter wereld in een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld ligt, is vertrouwen echt cruciaal.
Voorzitter. Nogmaals, de toekomst van Schiphol hangt af van draagvlak. Het vertrouwen van omwonenden dat ze serieus worden genomen, is voor dat draagvlak cruciaal. De participatie van omwonenden in het dossier-Schiphol heeft een lange, lange geschiedenis. Ik zit nu zelf negen jaar in de Kamer. Ik heb eigenlijk ook al negen jaar dat debat gevolgd en gevoerd. Ik heb gezien hoe dat vertrouwen geschaad is. Er is lang gepolderd in de ORS, waarbij omwonden steeds vaker het gevoel kregen dat de stemmen van de luchtvaartsector het best werden gehoord. De belofte om overlast te verminderen werd vooral uitgewerkt door deze telkens net een beetje anders over de omgeving uit te smeren en zo alle verschillende steden en dorpen tegen elkaar op te zetten. Die kwamen dan ook tegenover elkaar te staan. Dat heeft geleid tot de ondermijning van het vertrouwen in de georganiseerde inspraak, in de intenties van Schiphol en in de overheid.
De luchtvaartpartijen waren niet alleen vertegenwoordigd in de ORS, maar schoven ook zeer regelmatig aan op het ministerie. Ik herinner mij een Wob-verzoek van, pak 'm beet, zes jaar geleden — dat heette toen nog een Wob-verzoek — waaruit bleek dat antwoorden op Kamervragen mede door de KLM waren geschreven. Er was toen een debat over dat gegeven hier in de plenaire zaal. Tegelijkertijd voelen veel bewoners zich juist helemaal niet gehoord. Dat is precies de basis geweest van het advies van Van Geel, namelijk om die verschillende belangen echt helder te scheiden en ze daardoor ook veel helderder te krijgen. De bestuurders, de sector en de omwonenden moeten alle drie gescheiden blijven. De collega's hebben dat net ook al uitgebreid besproken.
Mijn fractie was het dan ook eens met het besluit om de Omgevingsraad Schiphol, waarin die verschillende belangen er polderend met elkaar uit zouden moeten komen, te vervangen door de huidige structuur. De bewoners hebben hun eigen plek. Zij kunnen daar samenwerken, ook met andere maatschappelijke partners, advies vragen, onderzoek laten doen en de minister adviseren over alles wat de leefomgeving van Schiphol aangaat. Nogmaals, het gaat om adviseren. Daar gaat het om. De uiteindelijke belangenafweging vindt vervolgens uiteraard hier in de Kamer plaats, ook op basis van waar de minister mee komt.
Maar goed, dan is het wel nodig dat de Maatschappelijke Raad Schiphol dat serieus kan doen, er voldoende rechten en middelen zijn om dat te doen, er wordt geluisterd en de raad stevig in de wet verankerd is. Een stevige MRS is hard nodig voor een luchtvaart met draagvlak en voor het herstel van vertrouwen. Een van de expliciete wettelijke taken van de MRS is het adviseren over de experimenteerbepalingen die afwijken van wettelijke regelingen. Dat is een heel zwaar belang. Schiphol vloog immers jarenlang volgens het NNHS op een experimenteerregel zonder die wettelijke basis en zonder rechtsbescherming. Er waren rechtszaken en een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voor nodig om een legale regeling af te dwingen. Ik zou heel graag een reactie van de minister willen — dat hoeft niet in dit debat, maar mag schriftelijk — op de evaluatie, waarover we recent in de media hebben kunnen lezen, van hoe die NNHS is gebruikt. Het evaluerende bureau zegt daarover dat de rechten van omwonenden echt dusdanig zijn geschonden dat er sprake zou moeten zijn van excuses voor hoe mensen behandeld zijn.
Voorzitter. Wij willen dus graag dat de rol van de MRS verstevigd wordt. Alleen met voldoende draagvlak heeft Schiphol echt een toekomst. Daarom hebben wij drie amendementen ingediend. De MRS heeft een wettelijke rol waarin om advies wordt gevraagd, maar zou ook ongevraagd advies moeten kunnen geven over alles wat met het luchtvaartbeleid te maken heeft. Dat zouden wij graag steviger in de wet willen hebben staan. Er zit veel expertise. Daar zouden we gebruik van moeten maken in een adviesorgaan. De minister moet met redenen omkleed op die adviezen reageren. Ook dat heb ik in een amendement willen specificeren, zodat het duidelijk is dat het een serieuze reactie op een advies moet zijn.
Voorzitter, tot slot. Het zou goed zijn als de minister regelmatig overleg heeft met de MRS. Zo verstevigen we namelijk de rol van de MRS en wordt het een serieuze gesprekspartner voor de minister. Hij kan dan echt de adviezen ophalen over hoe hij het luchtvaartbeleid vormgeeft.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw eerste termijn?
Mevrouw Kröger (PRO):
Nee.
De voorzitter:
Ik stel voor dat u even afrondt. Daarna geef ik ruimte voor een interruptie van mevrouw Keijzer.
Mevrouw Kröger (PRO):
Helemaal goed.
Omdat wij de MRS belangrijk vinden, omdat wij willen dat het een stevig orgaan is, omdat wij willen dat de minister het ook als een stevig orgaan behandelt en omdat wij het ook echt een stevige plek willen geven, staan wij ook onder het amendement van de ChristenUnie om het wetsvoorstel terug te brengen naar de oorspronkelijke vorm en daarmee de nota van wijziging ongedaan te maken. De MRS is hét gremium waarin verschillende omwonendenorganisaties vertegenwoordigd zijn, met gekozen leden en met inzet op het verbeteren van de leefomgeving. Dat is in de memorie van toelichting ook goed omschreven. Dat was in het oorspronkelijke wetsvoorstel bewust zo geregeld en dat zien wij heel graag weer terug. De sector heeft zijn eigen overlegstructuur en andere wegen om zijn economische belangen in te brengen. De brede afweging tussen leefomgeving en bedrijvigheid is natuurlijk uiteindelijk een politieke. Wij hechten echter aan het advies van Van Geel om, juist na al die jaren van een niet-functionerende situatie onder de ORS, te komen tot deze duidelijke verdeling.
Voorzitter. Tot slot wil ik dit moment ook gebruiken om een hele korte vraag te stellen over een ander element, dat volgens mij van groot belang is voor de toekomst van de luchtvaart. We komen net uit een ongelofelijk hete zomer. We hebben allemaal echt aan den lijve kunnen ondervinden wat de klimaatcrisis voor ons in petto heeft. Ik ben benieuwd waar het staat met het CO2-plafond en wanneer het wetsvoorstel naar de Kamer komt. Misschien kan de minister daar kort op reageren.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Organiseer je op deze manier nou niet weer teleurgestelde burgers? Neem bijvoorbeeld het advies om Schiphol te sluiten tussen 23.00 uur 's avonds en 7.00 uur 's ochtends. Elke zichzelf respecterende minister van Infrastructuur en Waterstaat, zeker van VVD-huize, kan natuurlijk niet anders dan dat advies naast zich neerleggen, gezien de belangen van economie en werkgelegenheid. Je weet dus van tevoren al dat heel veel mensen straks weer teleurgesteld zijn. Ziet mevrouw Kröger dat ook?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik probeer te begrijpen wat mevrouw Keijzer nu echt zegt. Bedoelt zij nou dat we geen advies moeten vragen aan omwonenden, omdat hun advies wellicht niet een-op-een overgenomen gaat worden en het meegenomen wordt in een brede belangenafweging, zoals wij dat doen in dit huis? Volgens mij weet iedereen die advies geeft dat het een advies is, dat er inderdaad een belangenafweging plaatsvindt en dat dat gebeurt op basis van de partijen die in dit huis zitten en op basis van een politiek debat. Maar ik wil toch even zeggen dat het advies over de nachtsluiting natuurlijk niet uit de lucht komt vallen. Dat advies komt uit stevig onderzoek, en ook uit advisering van de GGD, over wat voor schade nachtvluchten teweegbrengen en wat de gezondheidseffecten ervan zijn. Op basis daarvan komen deze omwonenden met dit advies.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mijn partij is heel erg blij met dit advies, aangezien wij al heel veel langer pleiten voor een nachtsluiting.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat weet ik. GroenLinks-PvdA, PRO, is kritisch op heel veel bedrijven en daarmee wat mij betreft desastreus voor de werkgelegenheid. Maar daar ging mijn vraag niet over.
Mijn vraag ging erover dat je door dit wettelijk te verankeren en door te zeggen dat je erop moet reageren, nu dus al weet dat deze mensen straks weer teleurgesteld zijn. Je tuigt dus constant iets op waarvan je van tevoren al weet dat het een kwestie van overvragen is om het te vragen. Vervolgens zijn mensen elke keer weer teleurgesteld. Daarmee ben je dus eigenlijk aan het werken aan een overheid die faalt.
Over dat amendement heb ik ook nog even een vraag. Wat hoorde ik mevrouw Kröger nou zeggen? "Een amendement dat de minister met redenen omkleed gaat reageren op het advies." Mevrouw Kröger weet toch wel met mij dat dat allang voorgeschreven is door alle wetten die wij hebben in dit land?
Mevrouw Kröger (PRO):
Eigenlijk hoor ik mevrouw Keijzer hier zeggen: we moeten maar geen advies meer vragen als we niet van plan zijn het een-op-een over te nemen. Ik vind dat een eigenaardige redenering. Ik vind het heel belangrijk dat wij ons laten adviseren, zeker als het gaat om mensen wier directe situatie een enorm effect is van het beleid dat hier gemaakt wordt. Ik denk dat het heel belangrijk is dat de minister, Den Haag, wij allen ons laten adviseren door de mensen die direct geraakt worden door de besluiten die wij hier nemen. Daar gaat het hier om. Ik denk dat het echt een schande is hoe omwonenden van Schiphol de afgelopen vijftien jaar behandeld zijn. Het werkwoord "schiphollen" is niet voor niets ontstaan. Mensen zijn continu met een kluitje in het riet gestuurd. Mensen zijn … Nou ja, uiteindelijk zijn hun belangen niet gehoord. En het antwoord op de vraag van mevrouw Keijzer is: nee, ik denk dat we de MRS juist moeten verstevigen. Op die manier verstevigen we ook de democratie. Wat het amendement en "met redenen omkleed" betreft: op het moment dat een reactie van de minister niet op de mark is, kunnen wij vervolgens als Kamer ook tegen de minister zeggen dat wij vinden dat het niet voldoende is.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.
De voorzitter:
De voortzetting van dit debat zal binnen enkele weken plaatsvinden. Ik heb al ergens "23 september" gehoord. Zet het met potlood in uw agenda. Ik schors tot 20.15 uur voor de dinerpauze.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Fiches: Simplificatie NIS2-richtlijn en Herziening Cybersecurity Act. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom in ons midden in vak K. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Kathmann. Nee, die is er niet. Ik geef het woord aan mevrouw Abdi van PRO.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank, voorzitter. Vandaag doe ik deze inbreng inderdaad namens collega Kathmann, die hier helaas door een privésituatie in de familie niet aanwezig kan zijn.
In Europa moet het gebeuren. Progressief Nederland verwacht van dit kabinet een keiharde aanpak om onze burgers en bedrijven digitaal te beschermen. We moeten alles op alles zetten om de cyberwetgeving van de EU op dit punt aan te scherpen. Dit vraagt om twee dingen: ruimte om als ambitieus land extra eisen te kunnen stellen ten behoeve van cyberveiligheid en een manier om bij publieke aanbestedingen bij voorkeur autonome Europese producten te kunnen kopen. Op dit punt kan de Nederlandse inzet steviger. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie nu geen ruimte laat aan EU-lidstaten om zelf extra eisen te stellen aan de maatregelen die entiteiten nemen om te voldoen aan hun zorgplicht voor cyberveiligheid;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een nationale bevoegdheid om aanvullende eisen te stellen aan de zorgplicht onder artikel 21 van de NIS2-richtlijn, en de Kamer blijvend te informeren over deze inzet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Kathmann.
Zij krijgt nr. 4426 (22112) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de afhankelijkheid van monopolisten uit niet-Europese landen een kwetsbaarheid is voor de cyberveiligheid;
overwegende dat het effectief kan zijn om een bewezen, afgebakende definitie van "autonomie" op te nemen als criterium voor Europese IT-aanbestedingen;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een scherpe en objectieve definitie van "autonomie" als criterium voor IT-aanbestedingen binnen de EU, en welwillend te staan tegenover initiatieven die de inkoop van Europese digitale diensten bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Abdi en Kathmann.
Zij krijgt nr. 4427 (22112) (#6).
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Onze telecomnetwerken, energievoorziening en andere vitale diensten leunen op digitale apparatuur en software van een beperkt aantal leveranciers. Dat maakt ons kwetsbaar. Het CDA wil daarom dat Europa risicovolle afhankelijkheden afbouwt en gezamenlijk kan optreden wanneer een leverancier een veiligheidsrisico vormt. De Europese Commissie stelt hiervoor stevige bevoegdheden voor. Het kabinet heeft daar terechte kanttekeningen bij. Een leverancier of zelfs een heel land kan als hoog risico aangewezen worden en dat heeft grote gevolgen. Volgens het kabinet moet daarom steeds worden gekeken naar het concrete product: waar wordt het gebruikt en welk risico zit daar daadwerkelijk aan vast? In juni schreef het kabinet dat de Europese criteria daarvoor nog te ruim en onduidelijk waren. Hoe staat het daar nu mee? Is het voorstel inmiddels voldoende risicogericht en heeft Nederland in de Raad medestanders gevonden voor deze inzet?
Een tweede punt is onze afhankelijkheid zelf. Stel dat er apparatuur uit een telecomnetwerk moet worden vervangen. Dan helpt het weinig als er vervolgens maar één of twee andere leveranciers overblijven. Het kabinet deelt die zorg en wil diversificatie en het voorkomen van lock-ins met ons regelen. Voor het CDA is dit een belangrijke voorwaarde voor digitale autonomie. Kan de minister toezeggen dat Nederland er in Europa op aandringt dat bij verplichte uitfasering ook wordt gekeken of er genoeg betrouwbare alternatieven zijn en of we daardoor niet opnieuw afhankelijk worden van een klein groepje leveranciers?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Voor de verandering ga ik het maar eens kort houden. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgestelde herziening van de Cybersecurity Act voorziet in een eerste evaluatie vijf jaar na de inwerkingtreding;
constaterende dat de implementatie van de voorgestelde wijzigingen naar verwachting circa anderhalf jaar in beslag neemt;
overwegende dat cybersecuritydreigingen, technologie en de geopolitieke context zich snel ontwikkelen;
overwegende dat daardoor al vóór een evaluatie na vijf jaar kan blijken dat bepaalde maatregelen in de praktijk ondoelmatig, disproportioneel of onnodig belastend zijn;
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven open te staan voor een kortere eerste evaluatietermijn, bijvoorbeeld drie jaar;
verzoekt de regering zich in de Europese onderhandelingen actief in te zetten voor een eerste evaluatie van de herziene Cybersecurity Act uiterlijk drie jaar na de volledige toepassing ervan, en de Kamer over de Nederlandse inzet en de uitkomst daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 4428 (22112) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de voorgestelde herziening van de Cybersecurity Act voorziet in de mogelijkheid om leveranciers uit derde landen als hoogrisicoleverancier aan te merken;
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven dat het voorstel onvoldoende duidelijkheid biedt over de criteria voor verwijdering van een leverancier van de hoogrisicolijst en over de wijze waarop periodieke herbeoordeling plaatsvindt;
overwegende dat een aanwijzing als hoogrisicoleverancier ingrijpende economische en operationele gevolgen kan hebben;
overwegende dat het daarom van belang is dat een dergelijke aanwijzing niet langer voortduurt dan noodzakelijk en dat voor betrokken leveranciers een duidelijke en transparante mogelijkheid bestaat om aan te tonen dat het vastgestelde risico niet langer aanwezig is;
verzoekt de regering zich in de Europese onderhandelingen ervoor in te zetten dat de Cybersecurity Act voorziet in een duidelijk, transparant en periodiek herbeoordelingsmechanisme voor hoogrisicoleveranciers, waarbij in ieder geval wordt vastgelegd:
- op welke criteria een leverancier van de hoogrisicolijst kan worden verwijderd;
- met welke regelmaat een aanwijzing wordt herbeoordeeld;
- op welke wijze een leverancier om herbeoordeling kan verzoeken;
- welke informatie en waarborgen daarbij gelden;
- en binnen welke termijn een besluit over voortzetting of beëindiging van de aanwijzing wordt genomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 4429 (22112) (#8).
De heer Van den Berg (JA21):
Nog vijf seconden. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dacht dat u zei dat u het kort zou houden.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat dacht ik ook, ja, maar ik probeerde niet te ratelen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik wacht een enkel ogenblik totdat de bodes de moties hebben rondgedeeld. De minister heeft aangegeven meteen door te kunnen met de appreciaties. Er is een heel enkel ogenblik geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. De moties worden rondgedeeld. Gaat uw gang.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Dank aan de leden. Ik besef terdege dat wij aan het begin staan van een marathon van zeven tweeminutendebatten, dus ik zal daarmee rekening proberen te houden in de lengte van mijn appreciaties.
De voorzitter:
Dat wordt hogelijk gewaardeerd.
Minister Van Weel:
Maar eerst ga ik naar de eerste vraag van mevrouw Zwinkels. We hebben geschreven dat de criteria voor de risicobeoordeling te ruim en onduidelijk waren. Mevrouw Zwinkels vraagt hoe het nu staat met de onderhandelingen. Die zijn net begonnen in de Raad en die gaan de komende maanden nog voortduren. Informeel hebben we al een paar medestanders gevonden om het raamwerk te verbeteren, onder andere door het risicogerichter en concreter te maken. Dat traject loopt nu dus.
Haar tweede vraag was of we kunnen toezeggen dat Nederland er in Europa op aandringt dat bij verplichte uitfasering et cetera et cetera ook de afhankelijkheid van een kleine groep leveranciers wordt voorkomen. Ja, dat kan ik toezeggen. Wij onderschrijven deze zorg van het CDA over het risico van eventuele vendor lock-ins bij uitfasering. We zetten ook in op diversificatie. Dat nemen we mee in de relevante EU-werkgroepen en -ontwikkelingen.
Dan de moties. De motie op stuk nr. 4426 van mevrouw Kathmann: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 4427: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 4428: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 4429: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Minister Van Weel:
Ik denk niet dat ze allemaal zo kort zijn.
De voorzitter:
Wat zegt u nu? Laat dat onze inzet zijn. Laat dat onze inzet zijn.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik zie dat de desbetreffende leden aanwezig zijn, dus ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Strafrechtelijke onderwerpen. Ik geef daarvoor het woord aan mevrouw Faber namens de fractie van de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse straten en stranden worden geterroriseerd door grote groepen jongeren, die onder andere vrouwen lastigvallen en overgaan tot vernielingen en geweld;
constaterende dat de politie enkel preventief mag fouilleren bij een concrete verdenking of vermoeden van een strafbaar feit, of indien een gebied is aangewezen als veiligheidsrisicogebied;
overwegende dat preventief fouilleren een effectieve maatregel is om de overlast in te dammen en de veiligheid te waarborgen;
verzoekt de regering met een wettelijke regeling te komen waarin is opgenomen dat de politie altijd de bevoegdheid heeft om preventief te fouilleren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 1070 (29279) (#9).
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Ellian namens de VVD. Hij staat nog niet klaar, dus ik geef eerst het woord aan mevrouw Straatman namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben zojuist in het commissiedebat gesproken over de verkeersboetes, maar ook in het commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen hebben we aandacht gevraagd voor de problematiek van verkeersboetes. Laten we het simpel houden: iedereen is het erover eens dat die te hoog zijn, maar tot nu toe komen we niet verder dan een discussie over de financiële dekking. Dat toont ook wel de beperkingen van de politiek aan. Wij willen graag van een "kan niet"-houding naar een "kan wel"-houding. We willen blijven zoeken naar mogelijkheden om een doorbraak te forceren. Want laten we eerlijk zijn: het mag niet zo zijn dat we moeten wachten tot de Hoge Raad ons dwingt om onder stoom en kokend water beleid aan te passen. Verantwoord bestuur vraagt dat we dat tijdig aan de voorkant doen. Daarvoor zal ik me in de komende tijd samen met PRO voor blijven inzetten.
Inmiddels zijn de signalen uit de rechtspraak helder. Zowel de basisboetebedragen als de verhogingen bij niet-betaling zijn juridisch drijfzand. Hoe kan het dat de minister en de staatssecretaris alsnog aangeven op dit moment geen stappen te zullen zetten en te wachten op uitspraken van hogere rechters? Dat betekent nu dus heel concreet dat wanneer je een boete krijgt en je bij rechter A aanklopt, je een andere uitkomst krijgt dan als je in beroep gaat bij rechter B. Mijn vraag aan de minister en de staatssecretaris is dus wat dit volgens hen betekent voor de rechtsgelijkheid. In de reactie van de minister en de staatssecretaris om op dit moment niets te doen, klinkt enigszins door dat ze verbaasd zijn over deze rechterlijke uitspraken. Maar hoe reflecteren zij in dit kader op de geluiden vanuit de rechtspraktijk en breed in de sector die al jarenlang unaniem stellen dat het verkeersboetebeleid in Nederland niet functioneert?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Abdi, die spreekt namens PRO.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank, voorzitter. Ik houd het ook kort, want ik heb hierover natuurlijk ook een plenair debat aangevraagd. Ik wil even op een paar punten terugkomen. Ik sluit me aan bij het betoog van collega Straatman over verkeersboetes. Dat zal jullie niet verbazen. Het advies van de ag was behoorlijk stevig. Mij bereiken signalen dat de Hoge Raad hierover dit najaar al uitspraak gaat doen. De kans is vrij groot dat de Hoge Raad dat advies opvolgt. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris en de minister even kunnen toelichten of ze de Kamer wel of niet gaan informeren over welke scenario's daadwerkelijk klaarliggen. Je kunt ervoor kiezen om de Kamer daarin niet mee te nemen. Dat kan, maar ik denk dat het wenselijk is om de Kamer wél bij deze oplossingen te betrekken. Wij zullen daar natuurlijk heel constructief tegenover staan. Ik denk dat het fijn is als er voor de uitvoering duidelijkheid komt. Welke scenario's liggen op tafel, wat betekent het en wat zijn de financiële implicaties als het advies wordt opgevolgd door de Hoge Raad? Tot slot kijken we ook na hoe we dit het liefst … Ehm, sorry! We hebben het liefst dat daar eind dit jaar op wordt teruggekomen. Excuus.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ellian namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Volgens de klok heb ik maar 40 seconden.
De voorzitter:
We herstellen dat. U heeft twee minuten.
De heer Ellian (VVD):
Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat opsporingsberichtgeving succesvol wordt ingezet, bijvoorbeeld via de campagne Game Over?! en Opsporing Verzocht;
overwegende dat opsporingsberichtgeving zoals Opsporing Verzocht op dit moment nog niet wordt gebruikt om criminele vermogensbestanddelen te achterhalen;
van mening dat misdaad nooit mag lonen en dat de overheid alles op alles moet zetten om criminele machtsstructuren af te breken en crimineel verdiend vermogen af te pakken;
verzoekt de regering om de inzet van opsporingsberichtgeving uit te breiden naar criminele vermogensbestanddelen, en de noodzakelijke kaders hiervoor te creëren en/of aan te passen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.
Zij krijgt nr. 1071 (29279) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer eerder heeft verzocht te onderzoeken of in de Wet politiegegevens ruimte kan worden gecreëerd om informatie die mogelijk relevant is voor het oplossen van cold cases te filteren en te bewaren;
van mening dat aanpassing van de Wet politiegegevens, en indien nodig de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de juiste grondslag kan creëren om politiegegevens ten behoeve van een specifiek doel, zoals ook georganiseerde criminaliteit, femicide en ernstige zeden- en geweldsdelicten, langer te bewaren;
verzoekt de regering om een wetswijziging in gang te zetten die ertoe strekt de bewaartermijnen van politiegegevens te verlengen ten behoeve van een specifiek doel, en in de tussentijd niet over te gaan tot vernietiging van de betreffende politiegegevens,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellian, Struijs, Mutluer en Straatman.
Zij krijgt nr. 1072 (29279) (#11).
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. Dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat twee Kamermoties over de verhoging van tipgelden voor personen op de Nationale Opsporingslijst zijn aangenomen, waaronder verhogingen naar bedragen van minimaal 1 miljoen euro;
constaterende dat de minister zelf de tipgeldbedragen op deze lijst moet kunnen verhogen;
verzoekt de minister de Circulaire bijzondere opsporingsgelden zo aan te passen dat de minister zelf bij voortvluchtigen op de Nationale Opsporingslijst het tipgeld kan vaststellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.
Zij krijgt nr. 1073 (29279) (#12).
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter. Bij die laatste motie begrijp ik dat het voor de minister makkelijker is als dat om personen gaat die al veroordeeld zijn, maar ik wacht even af wat hij daarover zegt.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer El Abassi namens DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik ga meteen beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet verkeersboetes opnieuw met 2,7% wil verhogen;
overwegende dat verkeersboetes bedoeld zijn om verkeersveiligheid te bevorderen en niet om gaten in de begroting te dichten;
overwegende dat boetes proportioneel moeten zijn en in verhouding moeten staan tot de ernst van de overtreding;
verzoekt de regering af te zien van de voorgenomen verhoging van verkeersboetes,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1074 (29279) (#13).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat organisaties en netwerken openlijk haat, intimidatie en geweld tegen asielzoekers, moslims en bestuurders aanjagen;
van mening dat de overheid tekortschiet wanneer extremistische netwerken bijdragen aan bedreiging, ontmenselijking en geweldsescalatie;
verzoekt de regering te bevorderen dat de strafrechtketen hard en zichtbaar optreedt tegen rechts-extremistische organisaties en netwerken die structureel haat, intimidatie of geweld aanjagen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1075 (29279) (#14).
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat rapportages, openbare berichtgeving en beelden op sociale media ernstige aanwijzingen bevatten voor oorlogsmisdrijven, seksueel geweld, marteling en andere schendingen van het internationaal recht tegen Palestijnen;
constaterende dat Nederlanders zich hebben aangesloten bij of steun hebben verleend aan de Israëlische strijdkrachten;
overwegende dat Nederlanders die redelijkerwijs verdacht worden van betrokkenheid bij internationale misdrijven niet straffeloos mogen blijven;
verzoekt de regering te bevorderen dat signalen over betrokkenheid van Nederlanders bij oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven in Gaza en de bezette Palestijnse gebieden actief worden verzameld en beoordeeld door het Openbaar Ministerie, met het oog op strafrechtelijke vervolging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1076 (29279) (#15).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Volgens mij ben ik prima binnen de tijd.
De voorzitter:
Zeker. Dank u wel. De minister heeft aangegeven direct door te kunnen gaan met de beantwoording, maar ik schors toch een kort ogenblik, totdat de bode de moties heeft rondgedeeld aan de leden. De vergadering is een heel kort ogenblik geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng. Ik zal één vraag beantwoorden, van mevrouw Straatman. De staatssecretaris zal een vraag van mevrouw Abdi beantwoorden. Dan zal ik alle moties appreciëren. Dat doe ik overigens voordat de staatssecretaris de vraag van mevrouw Abdi zal beantwoorden, met uw welnemen, voorzitter.
Mevrouw Straatman stelde een vraag over rechtsgelijkheid. Ze zei: "Op dit moment kun je bij verschillende rechters op verschillende manieren een uitslag krijgen, daar waar het gaat om de aanvankelijke hoogte van de verkeersboetes." Dat klopt. Dat is hoe ons rechtssysteem werkt. Wat we als overheid doen, is wachten op een uitspraak van een hogere rechter om uiteindelijk uitsluitsel te geven. Dat is best wel een fundamentele vraag, namelijk: mag de regering zelf gaan over de hoogte van boetes of niet? Die vraag zien wij graag beantwoord door een hogere rechtsmacht. Daarom laten we dat op zijn beloop. Dat staat los van het traject van de Hoge Raad, als gaat om een ophoging van de verkeersboetes. Daar komt de staatssecretaris zo op terug.
De voorzitter:
Ik sta één vervolgvraag toe, gelet op de volle agenda. Gaat uw gang, mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
In principe begrijp ik het systeem van een lagere rechter, waarbij we wachten op wat een hogere rechter zegt. Maar werkelijk waar iedere partij in deze sector zegt: het boetesysteem werkt op dit moment niet. En nu zeggen de rechters dat de boetebesluiten — dat zijn niet die van dit jaar, maar uit 2024 en 2025 — onverbindend worden verklaard. Dan zijn we toch wel een beetje beland in de categorie struisvogelpolitiek als we daar niet op voortborduren.
Minister Van Weel:
Dat ben ik dus niet met u eens. Het gaat om een fundamentele vraag, namelijk: wie bepaalt de hoogte van verkeersboetes? Bovendien is het niet zo dat ons boetesysteem as such niet werkt. De discussie gaat erover of het in balans is. Uiteindelijk zien we dat de autonome verhogingen die op de verkeersboetes zijn toegepast, niet altijd op het OM-boetestelsel zijn toegepast. Daardoor is die scheefgroei ontstaan. Die kan je op verschillende manieren opheffen. Dat kan door de verkeersboetes omlaag te brengen. Dat kost een paar honderd miljoen, en die heb ik niet. Daarom wacht ik af.
De motie op stuk nr. 1070 van mevrouw Faber moet ik ontraden. De politie opereert onder het gezag van de burgemeester. Die kan het veiligheidsrisicogebied aanwijzen als hij dat nodig acht.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1070: ontraden. Eén vervolgvraag van mevrouw Faber. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
De minister geeft aan dat de burgemeester dat kan instellen. Maar we kunnen daar toch gewoon een wet voor laten maken, zodat het altijd kan gelden?
Minister Van Weel:
Nou, het is niet nodig, mevrouw Faber, want onder het lokaal gezag kan hiertoe al besloten worden als dat nodig is.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. motie 1071 van de heer Ellian.
Minister Van Weel:
Die motie geef ik oordeel Kamer. Ik kom in de halfjaarbrief over ondermijning terug op wat er mogelijk is, zeg ik tegen de heer Ellian.
Over de motie op stuk nr. 1072 ga ik geen korte duiding geven. Dat komt omdat dit onderwerp inmiddels een hele lange baard heeft. De duiding die ik aan de "oordeel Kamer" toevoeg, is wel van belang. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer. Ik begrijp de wens van uw Kamer en voel sterk mee met de intentie van deze motie; dat heb ik ook vaker in de Kamer uitgesproken. Tegelijkertijd gaat het in deze motie om zeer grote hoeveelheden uiteenlopende politiegegevens, veelal van burgers die niet worden verdacht van een strafbaar feit. Het gaat hier niet om gegevens die al in verband zijn gebracht met een coldcaseonderzoek. Die zitten namelijk al in het onderzoeksdossier. Daarvoor geldt een langere bewaartermijn. De persoonlijke levenssfeer van burgers verdient ook bescherming. De politie kan niet onbeperkt enorme hoeveelheden gegevens van niet-verdachte burgers bewaren. Het langer bewaren van die gegevens vraagt om een stevige juridische onderbouwing en moet proportioneel zijn. Dat is een grote uitdaging, want voor alle gegevens moet de relatie met het doel voor de langere bewaring worden aangetoond. Op basis van de aangeleverde politiecijfers heb ik niet kunnen vaststellen in hoeverre oude politiegegevens een cruciale rol spelen bij het oplossen van cold cases. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar echt intensief gezocht naar de juridische mogelijkheden en heb daarover gesproken met onder meer de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens. Tot nu toe heb ik geen juridische aanknopingspunten gevonden. Daarom kan ik nu geen wetgevingstraject starten, omdat ik niet zou weten waar ik moet beginnen met iets wat uiteindelijk de toets der kritiek moet kunnen doorstaan.
Ik hoor wel de oproep van uw Kamer. Daarom stel ik voor om als volgt opvolging te geven aan uw motie. Ten eerste laat ik in vier omringende EU-lidstaten een vergelijkend onderzoek doen. Ten tweede ga ik opnieuw in gesprek met de nieuwe voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens over dit onderwerp. Ten derde laat ik de politie verder werken aan een gefaseerd sorteringsplan wat betreft de omgang van politiegegevens. Zolang deze acties nog lopen, zal ik de politie vragen om de bedoelde gegevens te bewaren. Ook wil ik de Kamer vragen om zelf met de Raad van State, de Autoriteit Persoonsgegevens en de relevante organisaties in gesprek te gaan om met mij te zoeken naar alternatieve aanknopingspunten. Alleen als deze inspanningen nieuwe juridische aanknopingspunten opleveren, is het daadwerkelijk starten van een wetgevingstraject zinvol. Ik wijs er wel op dat de aanpak die ik nu voorstel, niet overeenkomt met de zienswijze van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is goed mogelijk dat de Autoriteit Persoonsgegevens handhavend zal optreden, waaronder door middel van het verbeuren van dwangsommen. Deze motie, de appreciatie en de verdere zoektocht die ik voorstel, schorten dat niet op. Dat is dus een risico. Dat deel ik met u. Dat nemen we dan ook min of meer in gezamenlijkheid. Met die kanttekeningen geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Meneer Ellian, kunt u als eerste indiener leven met deze appreciatie?
De heer Ellian (VVD):
Namens de indieners: ja. Ik denk dat het ook goed is als ik namens de indieners aangeef dat wij beseffen dat dat de gevolgen kunnen zijn. We zetten dit traject samen in gang. Hopelijk vinden we dan een oplossing.
De voorzitter:
Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 1072 oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1073.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1073: oordeel Kamer. Daar kan ik korter over zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1074.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1074 moet ik ontraden. Daar zit geen dekking bij.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1075.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1075 over de strafrechtketen kan ik oordeel Kamer geven met dien verstande dat het uiteindelijk aan het OM zelf is om tot vervolging over te gaan bij strafbare feiten. Maar ik snap de teneur van de motie.
De voorzitter:
De heer El Abassi knikt, zie ik. Daarmee krijgt zij oordeel Kamer. Tot slot de motie op stuk nr. 1076.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1076 moet ik ontraden. Het internationaal recht moet natuurlijk worden nageleefd door eenieder. Straffeloosheid bij internationale misdrijven is onaanvaardbaar. Natuurlijk geldt dat ook voor gevallen waarbij Nederlanders als mogelijke verdachten in beeld komen. Maar als dat zo is, dan is het telkens aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of er sprake is van voldoende bewijs van mogelijke individuele strafbare betrokkenheid bij internationale misdrijven en of opsporing en vervolgens vervolging ook opportuun is.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris voor de beantwoording van de resterende vraag.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Mij rest nog een vraag van mevrouw Abdi over de prejudiciële procedure die nu loopt ten aanzien van de ophoging van de verkeersboetes. Die zaak loopt. We hebben natuurlijk gezien dat de advocaat-generaal daar een conclusie op geschreven heeft. Wel is het zo dat we naar aanleiding van zo'n conclusie nog geen verdere conclusies trekken. Het belangrijkste is dat we ons voorbereiden op de uitspraak van de Hoge Raad. Ik wil hier graag toezeggen dat op het moment dat die er is en er aanleiding toe is — want het kan natuurlijk nog alle kanten op — ik uw Kamer zal informeren over de verschillende scenario's en natuurlijk ook over de financiële consequenties en de consequenties wat betreft de uitvoering. Ik zal de Kamer dan per omgaande informeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Justitieketen van het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de heer Ceder, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Eenmaal, andermaal … Ik zie de heer Ceder niet, dus ik geef eerst het woord aan de heer Ellian, die spreekt namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Het commissiedebat was alweer een tijdje geleden. Tijdens dat commissiedebat kwamen verschillende onderwerpen langs, waaronder de eenmalige bijdrage aan Sint-Maarten voor de bouw van een nieuwe gevangenis. Ik kan dat tot op zekere hoogte volgen, maar ik vind dat dit wel betekent dat we eisen moeten stellen aan die gevangenis.
Daarom heb ik, samen met collega Schilder, de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland eenmalig 30 miljoen euro bijdraagt aan de bouw van een nieuwe gevangenis in Sint-Maarten, terwijl justitie in beginsel een landsaangelegenheid is;
constaterende dat de Pointe Blanche-gevangenis berucht was, en voortgezet crimineel handelen in het Caribisch deel van het Koninkrijk nauwelijks aandacht heeft;
verzoekt de regering om:
- bij de bouw van de nieuwe gevangenis op Sint-Maarten de nieuwste inzichten inzake voortgezet crimineel handelen uit detentie toe te passen;
- erop aan te dringen dat de autonome landen in het Koninkrijk de aangescherpte maatregelen uit de Penitentiaire beginselenwet overnemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellian en Schilder.
Zij krijgt nr. 1077 (29279) (#16).
Dank u wel. Ik kijk naar de PRO-fractie. Mevrouw Westerveld staat op de lijst, maar mevrouw Mutluer zal het woord voeren. Zij heeft het woord, als zij zover is.
Mevrouw Mutluer (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er al geruime tijd zorgen zijn over de toename van jeugdcriminaliteit in Caribisch Nederland;
overwegende dat diverse ministeries en de openbare lichamen inzet plegen, maar dat een samenhangende aanpak van jeugdcriminaliteit waarbij heldere doelstellingen zijn geformuleerd, ontbreekt;
verzoekt de regering om een gerichte aanpak van jeugdcriminaliteit in Caribisch Nederland op te stellen waarbij heldere doelen worden geformuleerd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Westerveld.
Zij krijgt nr. 1078 (29279) (#17).
Mevrouw Mutluer (PRO):
Dan nog een motie over huiselijk en relationeel geweld.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal adviesvragen en meldingen over huiselijk en relationeel geweld in Caribisch Nederland sterk is toegenomen;
constaterende dat niet duidelijk is hoeveel meldingen daadwerkelijk leiden tot hulp en bescherming voor slachtoffers;
van mening dat slachtoffers die de moeilijke stap zetten om hulp te zoeken erop moeten kunnen vertrouwen dat daar ook daadwerkelijk iets mee gebeurt;
verzoekt de regering om bij de monitoring van huiselijk geweld in Caribisch Nederland niet alleen bij te houden hoeveel meldingen er worden gedaan, maar ook hoeveel meldingen leiden tot hulp, bescherming en verdere opvolging, en de Kamer hierover periodiek te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Mathlouti.
Zij krijgt nr. 1079 (29279) (#18).
Mevrouw Mutluer (PRO):
Tot slot wil ik een toezegging van de minister, want ik weet dat hij binnenkort in het Justitieel Vierpartijenoverleg ook het gesprek gaat voeren over bestrijding van grensoverschrijdende drugscriminaliteit. Ik wil de toezegging dat hij gaat kijken in hoeverre er expertise en ondersteuning nodig is. Kan hij aangeven wat de mogelijke capaciteit vanuit Nederland is om deze partijen te ondersteunen om grensoverschrijdende drugscriminaliteit aan te pakken? Ik wil heel graag dat hij toezegt dat hij ons gaat informeren over de behoefte van de landen, de aangeboden ondersteuning en de vervolgstappen richting een gezamenlijke aanpak. Ik ga bewust geen motie indienen, maar ik wil wel een hele concrete toezegging.
De voorzitter:
We gaan kijken of u die krijgt. Dank u wel, mevrouw Mutluer.
Het woord is aan de heer Ceder, die spreekt namens de ChristenUnie. Ik wijs erop — dat geldt overigens voor alle leden — dat moties en inleidingen allemaal binnen de twee minuten moeten, anders tellen ze niet mee.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij is er overleg geweest tussen de voorzitters.
De voorzitter:
Ik volg alles, meneer Ceder! Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Heel goed. Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk tbs en andere forensische maatregelen kunnen worden opgelegd, terwijl niet in alle gevallen passende voorzieningen beschikbaar zijn om deze maatregelen daadwerkelijk ten uitvoer te leggen;
overwegende dat dit niet alleen een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke landen is, maar dat het ontbreken van passende forensische voorzieningen ook gevolgen kan hebben voor de veiligheid binnen het Koninkrijk;
verzoekt de regering om binnen het programma voor forensische zorg concrete afspraken te maken over de beschikbaarheid en tenuitvoerlegging van forensische maatregelen in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waaronder de beschikbaarheid van passende hoogbeveiligde forensische zorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 1080 (29279) (#19).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensenhandel ook op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba voorkomt en dat de aanpak hiervan bijzondere aandacht vraagt vanwege de kleinschaligheid en de kwetsbaarheid van de eilanden;
constaterende dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen al in 2017 heeft gewezen op het ontbreken van de bevoegdheid om volwaardig over mensenhandel op de BES-eilanden te rapporteren;
verzoekt de regering om de benodigde wet- en regelgeving en bestuurlijke afspraken voor te bereiden om de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in staat te stellen volwaardig en onafhankelijk te rapporteren over mensenhandel op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba;
verzoekt de regering tevens te inventariseren welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de signalering, registratie, bescherming van slachtoffers en strafrechtelijke aanpak van mensenhandel op de BES-eilanden te versterken, en de Kamer hierover voor 1 juli 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 1081 (29279) (#20).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de consumentenbescherming in Caribisch Nederland rond incassodienstverlening geen gelijke tred houdt met de consumentenbescherming in Europees Nederland;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke bescherming consumenten in Caribisch Nederland kennen rond incassodienstverlening, het principe van "comply or explain" hierop toe te passen, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 1082 (29279) (#21).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Omdat ik zo snel was, zou ik graag nog op het punt van de brandweerwagens en het gebrek aan capaciteit op Bonaire een toezegging willen vragen. Dat was vorig jaar een probleem en dreigde ook tot levensgevaarlijke situaties te leiden. Ik wil vragen of u kunt toezeggen om bij uw eerstvolgende bezoek na te vragen of dat probleem van de brandweercapaciteit is verholpen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U kunt het wel binnen de tijd! Dank u wel, meneer Ceder. Tot slot is het woord aan de heer Mathlouti namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de strafrechtketen in Caribisch Nederland met verschillende uitdagingen kampt, waaronder een schaarse politie- en detentiecapaciteit en structurele tekorten binnen de jeugdbescherming alsook de forensische zorg;
overwegende dat de Raad voor de rechtshandhaving aangeeft dat de bescherming van de rechtsorde in Caribisch Nederland een samenhangend stelsel van uitvoering, toezicht en bestuurlijke verantwoordelijkheid vereist;
overwegende dat een gezamenlijk plan hieraan kan bijdragen;
verzoekt de regering een plan ter verbetering van de strafrechtketen in Caribisch Nederland op te stellen met daarin concrete en meetbare doelen, een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden én een tijdpad, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.
Zij krijgt nr. 1083 (29279) (#22).
Dank u wel. Ik schors heel kort, totdat de moties zijn rondgedeeld. Daarna is het woord aan de minister.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Termijn antwoord
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank. We gaan op chronologische volgorde beginnen bij de motie op stuk nr. 1077. Die is van de heer Ellian en gaat over de gevangenis op Sint-Maarten en de rol die Nederland daarin heeft. Daarvan zeggen wij: zeker, detentie is een landsaangelegenheid. De heer Ellian zei dat zelf ook al. Tegelijkertijd is aandacht vragen voor voortgezet crimineel handelen in detentie en juist ook de penitentiaire beginselenwet, en hoe we die op een bepaalde manier toch ook op deze autonome eilanden van toepassing kunnen verklaren, al is het alleen al in gedachten … Daarop zeg ik: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1077: oordeel Kamer. Dan de volgende motie.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 1080 van de heer Ceder gaat over alle forensische maatregelen en tbs-maatregelen en de zorg die daaromtrent georganiseerd wordt. Daarvan zeg ik: die afspraken worden gemaakt in het JVO en dit is een steun in de rug, dus ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1080: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De laatste motie van de heer Ceder gaat over het in kaart brengen van de bescherming van consumenten in Caribisch Nederland en …
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 1082, denk ik.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ja, de motie op stuk nr. 1082. Die krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1082 krijgt ook oordeel Kamer. Ik dank de staatssecretaris en geef het woord aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank. Voordat ik de resterende moties behandel, ga ik eerst even in op de vraag van mevrouw Mutluer. Ik had een vooruitziende blik, want het JVO was afgelopen week. We hebben het daar uitgebreid gehad over grensoverschrijdende criminaliteit en ondermijning. In het verslag zal ik ook meegeven wat er concreet is besproken. We hebben onder andere een nieuwe bestuurlijke aanpak met elkaar besproken. We leveren al expertise om de landen daarbij te helpen en uiteraard was wat er gebeurde in Overasselt ook tijdens het JVO een zeer belangrijk en indringend onderwerp, waar ook de landen zich mee konden vereenzelvigen.
Ook op de brandweerwagens kom ik terug in het verslag van het JVO. Ik kan wel alvast een tipje van de sluier oplichten, namelijk dat de problemen die er destijds waren, inmiddels zijn opgelost.
Dan de motie op stuk nr. 1078 van mevrouw Mutluer over jeugdcriminaliteit: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1079 over huiselijk geweld: oordeel Kamer. We zullen dat samen met VWS oppakken. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid.
De motie op stuk nr. 1081 van de heer Ceder over mensenhandel bestaat uit twee delen. Het deel van de motie over de uitbreiding van het mandaat van de Nationaal Rapporteur moet ik ontraden, omdat de Nationaal Rapporteur heeft gezegd dat alleen te kunnen doen bij uitbreiding van de financiering. Die financiering zit niet bij deze motie. Daarom is die ongedekt en ontraad ik dat deel van de motie. Ten aanzien van het deel dat ziet op de inventarisatie van de aanvullende maatregelen geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Maar daarmee moet u de motie, denk ik, toch ontraden, want het verzoek staat er nog in, tenzij de heer Ceder zegt: ik schrap mijn eerste dictum. Meneer Ceder, één interruptie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik snap dat het geld kost, maar ik dacht dit zo weinig was dat het wel onderling te regelen was tussen u en mij. Als dat niet zo is, kunt u dan aangegeven hoeveel ton het kost om hem daar zijn werkzaamheden te kunnen laten doen?
De voorzitter:
Ik kan dat niet, maar u doelt waarschijnlijk op de minister.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De minister bedoel ik uiteraard, voorzitter. Ik dacht dat we dit onderling wel zouden kunnen regelen, maar als dat niet kan, hoor ik graag …
De voorzitter:
Nou, in de plenaire zaal is het niet onderling.
Minister Van Weel:
Ik ga hier ook geen foute grappen maken, voorzitter. Ik zeg de heer Ceder toe dat ik voor de begrotingsbehandeling kom met een bedrag dat de uitbreiding zal kosten.
De voorzitter:
Dan constateer ik voor de Handelingen dat de motie op stuk nr. 1081 in z'n huidige vorm wordt ontraden, maar dat wanneer meneer Ceder die in stemming brengt en daarbij het eerste dictum schrapt, de motie aan het oordeel van de Kamer wordt gelaten.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 1083: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gewoon meteen doorgaan met het volgende tweeminutendebat en dat betreft het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Ik geef daarvoor als eerste het woord aan mevrouw Coenradie namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een groep jongeren zich herhaaldelijk schuldig maakt aan ernstige criminaliteit en ondanks eerdere interventies blijft ontsporen;
overwegende dat voor deze jongeren een stevigere aanpak nodig is die duidelijke grenzen en discipline combineert met onderwijs, gedragsverandering en perspectief op werk;
verzoekt de regering een model te ontwikkelen voor een intensief heropvoedingstraject, waarin ernstig ontspoorde minderjarigen verplicht kunnen deelnemen en waar nodig gesloten kunnen worden geplaatst en waarin discipline, onderwijs, gedragsverandering en vakopleiding centraal staan;
verzoekt de regering daarbij bewezen effectieve elementen en best practices uit binnen- en buitenland te betrekken en te onderzoeken wat nodig is om hiermee pilots te starten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 512 (29911) (#23).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat stranden, recreatiegebieden en andere drukbezochte locaties te maken kunnen krijgen met ernstige ordeverstoringen door grote en wisselende groepen jongeren;
overwegende dat bestaande persoonsgerichte maatregelen onvoldoende uitkomst kunnen bieden wanneer vooraf niet vaststaat welke individuele personen de openbare orde zullen verstoren;
overwegende dat gemeenten hierdoor bij ernstige en voorzienbare ordeverstoringen aangewezen kunnen zijn op tijdelijke noodbevoegdheden;
verzoekt de regering in overleg met betrokken gemeenten te onderzoeken welke structurele openbareordebevoegdheden nodig zijn om ernstige groepsgewijze ordeverstoringen op drukbezochte locaties preventief tegen te gaan zonder telkens noodbevoegdheden in te zetten, en zo nodig met voorstellen tot wetswijziging te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 513 (29911) (#24).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat samenwerking tussen jeugdgevangenissen en Defensie kan bijdragen aan het bijbrengen van discipline, structuur, vakvaardigheden en verantwoordelijkheid bij jeugdige delinquenten;
overwegende dat DJI en Defensie beschikken over kennis en ervaring op het gebied van discipline, structuur, opleiding, vakmanschap en verantwoordelijkheid;
verzoekt de regering samen met DJI en Defensie een landelijk programma te ontwikkelen waarin geschikte jeugdige delinquenten tijdens en aansluitend op detentie verplicht kunnen deelnemen aan een intensief traject gericht op discipline, fysieke vorming, opleiding en arbeid, waarbij voor geschikte deelnemers ook perspectief kan worden geboden op een toekomstig traject richting een functie binnen Defensie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 514 (29911) (#25).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Nederland voor preventieve wapencontroles eerst besluitvorming door de burgemeester en het Openbaar Ministerie nodig is;
overwegende dat de politie in Zweden en Denemarken zelf tijdelijke veiligheidszones kan instellen en de politie in Noorwegen rechtstreeks preventieve wapencontroles kan inzetten;
verzoekt de regering naar voorbeeld van deze landen te onderzoeken hoe ook de Nederlandse politie bij een acute en objectief onderbouwde dreiging van ernstig wapengeweld zelfstandig tijdelijke preventieve wapencontroles kan inzetten of een tijdelijke veiligheidszone kan instellen en hiervoor zo nodig met voorstellen tot wetswijziging te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Coenradie en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 515 (29911) (#26).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Faber namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kerken en christelijke symbolen in Nederland worden vernield en in brand worden gestoken;
overwegende dat dit geen ongelukken betreft, maar acties met voorbedachten rade;
verzoekt de regering de oorzaken, de motivatie en de achtergrond van de daders die kerken en christelijke symbolen vernielen nader te onderzoeken, en de Kamer te informeren over de resultaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 516 (29911) (#27).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een woordvoerder van de nationale politie niet uitsluit dat de indruk kan ontstaan dat de politie het doen van aangifte ontmoedigt;
verzoekt de regering erop toe te zien dat de politie voldoet aan haar wettelijke verplichtingen om aangiftes op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 517 (29911) (#28).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat drugscriminaliteit hard moet worden aangepakt en hoge straffen de norm dienen te zijn;
constaterende dat de rechtbank Haarlem heeft besloten drugskoeriers milder te straffen in plaats van zwaarder te straffen;
verzoekt de regering minimumstraffen in te stellen voor strafbare feiten gelieerd aan drugs,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 518 (29911) (#29).
Dank u wel, mevrouw Faber. Dan is het woord aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Het dorpje van mijn oma leek vorige week wel op een scène uit de Netflixserie Narcos. Wat in Overasselt is gebeurd, is onacceptabel en mogen we nooit normaal gaan vinden. Dit betekent dat we de strijd tegen de georganiseerde misdaad voort moeten zetten en we de duimschroeven moeten aandraaien, bijvoorbeeld op het gebied van het afpakken van crimineel verdiend vermogen. Het CDA blijft herhalen: maak zo snel mogelijk werk van de Confiscatierichtlijn. Maar we mogen ook onze ogen niet sluiten voor het feit dat drugsgebruik deze maffiapraktijken financiert. We kunnen niet genoeg zeggen wat vorig jaar in Rotterdam in het straatbeeld te lezen was: jouw lijntje, zijn liquidatie. In de media gaf de minister aan dat hij dit verband ook ziet en wil helpen om drugs te denormaliseren. Wat ons betreft start die landelijke antidrugscampagne vandaag nog. Dus hoe ziet de minister dit voor zich? Wanneer starten we met deze campagne?
Ook aan de voorkant moeten we het criminelen zo moeilijk mogelijk maken, niet alleen om te voorkomen dat er pillen worden verkocht, maar ook om te voorkomen dat er überhaupt verkopers worden geworven. Daarom willen wij nu echt vaart zetten achter het afpakken en herbestemmen van crimineel verdiend vermogen, met name in de kwetsbare wijken die hoog scoren op de ondermijningskaart. Kan de minister toezeggen om bij nieuwe herbestemmingsinitiatieven prioriteit te geven aan deze kwetsbare wijken? Kan hij de Kamer meenemen welke aanvullende initiatieven lopen of worden opgestart?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De beelden uit Overasselt staan ons nog vers op het netvlies: gemaskerde zware criminelen die met wapens door onze straten lopen. Burgemeesters geven terecht aan dat ze wellicht niet alles in huis hebben om te zorgen dat wij veilig blijven. Ik wil ook nog het grote compliment maken aan de politie voor haar optreden afgelopen week.
Ik wil een motie indienen met twee voorstellen. Enerzijds vraag ik de regering om te zorgen dat de burgemeesters woningen sneller kunnen sluiten dan op dit moment mogelijk is. Anderzijds vraag ik de regering om, als het echt zo is dat een burgemeester een woning niet permanent kan sluiten — in dit geval is het een woning die al vier keer gesloten is geweest — te zorgen dat dit wel mogelijk wordt. Zo zorgen we dat wij veilig blijven.
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat burgemeesters geen wettelijke mogelijkheden hebben om een woning permanent te sluiten en dit in uitzonderlijke gevallen, zoals in Overasselt, wel wenselijk kan zijn;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat burgemeesters meer mogelijkheden krijgen om een woning te sluiten en om indien nodig een woning permanent te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Straatman.
Zij krijgt nr. 519 (29911) (#30).
Mevrouw Martens-America (VVD):
Voorzitter, tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland kleinere zeehavens benoemt als concentratiepunten die extra aantrekkelijk zijn voor criminele samenwerkingsverbanden, en dat criminele netwerken steeds vaker naar deze havens uitwijken nu de beveiliging bij de mainports is aangescherpt;
constaterende dat gemeenten aangeven dat politie, Douane en Kustwacht nog steeds onvoldoende zijn versterkt om drugssmokkel en ondermijning in kleinere zeehavens effectief aan te pakken;
overwegende dat geld voor een platform zonder camera's en voldoende mensen van de politie, Douane en Kustwacht op de kade en op het water de havens niet veiliger maakt;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke aanvullende handhavingscapaciteit van politie, Douane en Kustwacht nodig is voor een effectieve aanpak van ondermijning in kleinere zeehavens, en de Kamer hierover te informeren in het eerste kwartaal van 2027,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.
Zij krijgt nr. 520 (29911) (#31).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Schilder namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang. U heeft last van uw stem, begrijp ik, dus ik zal het volume een beetje hoger zetten.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter, op karakter dan maar.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minderjarigen door criminelen worden ingezet voor onder meer drugshandel, explosies en andere zware criminaliteit;
overwegende dat criminelen bewust gebruikmaken van jonge uitvoerders om hun eigen handen schoon te houden en minderjarigen het vuile werk te laten opknappen;
van mening dat iemand die bewust een minderjarige de criminaliteit in trekt extra verwijtbaar handelt en daarvoor ook extra zwaar moet worden gestraft;
verzoekt de regering met een voorstel te komen waardoor het bewust ronselen of inzetten van een minderjarige voor het plegen van strafbare feiten leidt tot forsere strafverzwaring voor degene die de minderjarige ronselt of inzet,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schilder.
Zij krijgt nr. 521 (29911) (#32).
Nou, karakter kan u niet worden ontzegd.
Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat minderjarigen worden geronseld en ingezet voor onder meer drugshandel, explosies en andere vormen van georganiseerde criminaliteit;
constaterende dat de minister stelt dat het huidige strafrechtelijke instrumentarium en de handhaving voor de aanpak van criminele ronselaars voldoen;
overwegende dat niet duidelijk is hoeveel van de personen die minderjarigen ronselen en aansturen daadwerkelijk worden opgespoord, vervolgd en veroordeeld;
van mening dat niet alleen de minderjarige uitvoerder, maar ook juist de crimineel achter de schermen die hem werft, betaalt en aanstuurt keihard moet worden aangepakt;
verzoekt de regering meer inzicht te verkrijgen in de modus operandi van ronselaars die online minderjarigen ronselen voor criminele activiteiten, de inzet van opsporing en handhaving hierop af te stemmen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schilder.
Zij krijgt nr. 522 (29911) (#33).
Dank u wel. Ik schors een enkel ogenblik, totdat de moties zijn rondgedeeld. De vergadering is kort geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Wederom dank aan de leden voor hun inbreng, vragen en moties.
Ik begin met een vraag van mevrouw Straatman over een landelijke antidrugscampagne. Ja, het drugsgebruik is mij een doorn in het oog. Ik neem ook elke gelegenheid te baat om te vertellen dat alles wat we nu zien gebeuren, ook in Overasselt, zonder afname en zonder markt hier niet zou voorkomen. Er is een directe lijn tussen die liquidatie en dat lijntje, om het zo maar te zeggen. Ik vind het dan ook onbestaanbaar dat het door alle lagen van de bevolking zo genormaliseerd is om drugs te nemen, of dat nu gaat om flakka, xtc, cocaïne of anderszins. Dat is echt een probleem. Die normalisatie zorgt voor een markt. Die markt begint bij het dealertje, maar die eindigt bij Bolle Jos in Sierra Leone.
Ik ben dus een zeer groot voorstander van een landelijke antidrugscampagne, maar we moeten die wel richten op de doelgroep die we echt proberen te bereiken. Daarom hebben we nu voor het tweede jaar op rij — vorig jaar met een pilot en dit jaar met een bredere campagne, samen met de minister van VWS — met name op festivals, studentenontgroeningen et cetera ingezet op een campagne die jongeren confronteert met de nadelige effecten van drugs, inderdaad van criminaliteit tot milieuschade en anderszins. In de pilot zagen we dat de angst dat je hiermee het drugsgebruik zou normaliseren niet bewaarheid blijkt te zijn. Dat vertellen de instituten ons vaak, maar in dit geval is daar geen sprake van geweest. De boodschap komt echt aan. In die zin heeft het mensen die nog niet gebruikten, gesterkt om dat niet te doen, zoals wij in dat onderzoek lezen. Het zorgwekkende is dat degenen die al wel gebruiken, de boodschap wel tot zich nemen, maar dat dit niet leidt tot aantoonbaar ander gedrag. Dat is natuurlijk wel zorgelijk; die normalisatie is dus zover doorgedrongen dat zelfs als je weet wat de nadelige effecten zijn, dat niet direct een verandering van het gedrag tot gevolg heeft. Daar blijf ik achteraan zitten. Dat doe ik samen met de minister van VWS. To be continued, zou ik willen zeggen.
Dan de Europese Confiscatierichtlijn. We hebben inmiddels het advies van de Raad van State daarover binnen. We werken nu heel hard aan het verwerken van dat advies. We hopen het wetsvoorstel zo snel mogelijk in te kunnen dienen bij uw Kamer. Dat zal dus zeker nog dit najaar zijn. Hoe eerder hoe beter, want ik vind dit een zeer belangrijk wetsvoorstel.
Dan het maatschappelijk herbestemmen: kan ik toezeggen om prioriteit te geven aan kwetsbare wijken? Ja, dat ga ik u toezeggen. Het omzetten van iets negatiefs in een wijk in iets positiefs is een heel belangrijk sluitstuk van de aanpak van georganiseerde misdaad. Dat is waarmee mensen ofwel het goede voorbeeld ofwel het slechte voorbeeld zien. Ik wil dus nadrukkelijk kijken naar hoe we de mensen daarbij een steuntje in de rug kunnen geven. Kan ik de Kamer ook meenemen in de aanvullende initiatieven die op dit punt lopen? Dat ga ik doen in de volgende Halfjaarbrief ondermijning. Op dit moment werken we aan verschillende projecten. Ik ga daar binnenkort ook langs. Ik noem bijvoorbeeld het opnieuw inrichten van het voorplein van het sportcomplex in Nieuwegein. We treffen ook voorbereidingen voor een plan in Rotterdam, waar met de opbrengst van een afgepakt pand een herbestemmingsproject zal worden gefinancierd.
Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Allereerst de motie op stuk nr. 512 van mevrouw Coenradie. We hebben al vaker van gedachten gewisseld over het heropvoedingstraject. De WODC-evaluatie liet zien dat dit soort kampen juist een negatief effect op de recidive hadden. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 512: ontraden. De motie op stuk nr. 513.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 513 gaat over de openbareordebevoegdheden. We hadden het zojuist met mevrouw Faber al even over het preventief fouilleren. Deze motie is wat breder opgesteld. Daarom wil ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 513: oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 514 moet ik ontraden. Het ernstige personeelstekort bij de DJI zorgt ervoor dat die nu echt alleen op een passend aanbod aan jongeren tijdens de detentie is gericht. Hier is op dit moment dus geen ruimte voor. Deze motie ontraad ik dus.
De motie op stuk nr. 515 ontraad ik, want die is gewoon niet in lijn met de Nederlandse verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij de politie altijd onder het gezag van de burgemeester dan wel het OM optreedt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 515: ontraden.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 516 van mevrouw Faber. Ik wil kijken of ik hier in een volgend halfjaarbericht iets aan kan wijden. Daar waar daders van vernielingen gepakt worden, wordt altijd gekeken naar de achtergrond van de vernieling en de daad. Of die geregistreerd wordt op deze wijze en of dat een omvang heeft waar je iets mee zou kunnen, weet ik niet. Maar ik wil er wel naar kijken. Dus: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 516: oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 517 ontraad ik, niet omdat aangiftes niet worden opgenomen, maar gewoon omdat ik het hele signaal niet herken. Iedereen die aangifte doet, kan dat gewoon doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 517: ontraden. Er is één vervolgvraag van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Er gaan toch echt wel geluiden op dat aangiftes niet worden aangenomen. Het kan toch niet zo zijn dat de politie zou duiken voor haar wettelijke taak? Ik begrijp dus niet dat de minister deze ontraadt. Dan gaat de minister, lijkt mij dan, mee in het niet uitvoeren van de wettelijke taken. Dat kan toch niet, vraag ik u, minister, via de voorzitter.
Minister Van Weel:
Ik ga niet mee in de indruk die de motie wekt, dus dat de politie haar wettelijke taak niet uitvoert en daarom via een motie op haar wettelijke taak zou moeten worden gewezen. Daarom ontraad ik die.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 518.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 518 over minimumstraffen. Daar hebben we het eerder in het debat vandaag ook over gehad. Ik ben daar vooralsnog geen voorstander van. Geen van de instanties in de strafrechtketen is er een voorstander van. Daar waar zwaardere straffen niet worden opgelegd, moeten we het debat aangaan over waarom die niet worden opgelegd. Dat doen we bijvoorbeeld daar waar het gaat om geweld tegen hulpverleners.
De voorzitter:
Daarmee is het oordeel "ontraden"?
Minister Van Weel:
Ja.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 518: ontraden.
Minister Van Weel:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 519 van mevrouw Martens-America over het sluiten van woningen door burgemeesters. Als ik de motie zo mag interpreteren dat we niet alleen kijken naar meer en nieuwe mogelijkheden, maar ook naar de vraag of bestaande mogelijkheden voor meer permanente sluiting benut kunnen worden, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Ik denk dat daar, zeker in kleine gemeentes, met een beetje steun wel meer te doen is.
De voorzitter:
Ik kijk of dat mag. Ik zie mevrouw Martens-America knikken. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 519 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 520.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 520: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 521.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 521. Ik heb sympathie voor wat u zegt, mevrouw Schilder. Het ronselen is een groot probleem. Ik ontraad 'm wel, omdat we binnen het strafrecht op dit moment al een strafverzwaring kunnen opleggen voor het uitbuiten van minderjarigen. Het OM en de politie zeggen dat ze daarmee uit de voeten kunnen met de casuïstiek die ze tegenkomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 521: ontraden. Tot slot de motie op stuk nr. 522.
Minister Van Weel:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 522: oordeel Kamer. Ik dank de minister wederom. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Terrorisme/extremisme.
Termijn inbreng
De voorzitter:
Ik geef het eerst het woord aan mevrouw Van der Plas van de BBB. Mevrouw Van der Plas, gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. BBB staat er nog steeds versteld van dat de minister in het commissiedebat beweerde dat de acties van Extinction Rebellion geen geweld omvatten. We hebben het over het gooien met boterzuur, waardoor mensen onwel worden en medische hulp nodig hebben, het vernielen en bekladden van eigendom en het doelbewust ontregelen van spoorwegen en andere vitale infrastructuur. Hoe kan de minister blijven zeggen dat XR geen geweld gebruikt, terwijl hij wel toegeeft dat bij de acties van Extinction Rebellion strafbare feiten worden gepleegd, waaronder acties waarbij mensen lichamelijk worden geraakt? Wat betekent dit voor zijn eerdere oordeel dat Extinction Rebellion vooral een activistische organisatie is?
Dan heb ik nog twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boeren en andere agrarische ondernemers te maken krijgen met bedreiging, doxing, intimidatie en illegale erf- en stalbetredingen;
verzoekt de regering minimaal tweemaal per jaar overleg te voeren met de deelnemers van het Meldpunt Agro Intimidatie en de daaruit verkregen signalen actief te betrekken bij de informatiepositie van de politie, het Openbaar Ministerie en de NCTV,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 786 (29754) (#34).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten pleegt en vitale infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te beïnvloeden;
overwegende dat de minister erkent dat deze acties in sommige gevallen kunnen aanschuren tegen extremisme;
verzoekt de regering het structurele patroon van acties van Extinction Rebellion te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 787 (29754) (#35).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan heb ik nog een aanvullende vraag. Vandaag is het pand van de Tweede Kamer beklad door extremisten. Ik zou daar graag een reactie op willen hebben van de minister. Ik kijk ook even naar de Voorzitter, want mijn volgende verzoek is misschien niet helemaal gebruikelijk. Ik zou graag willen dat de Kamer geïnformeerd wordt over de vraag of deze mensen, die hier al heel lang dit soort acties voeren, gewoon een totaalverbod kunnen krijgen op de toegang tot de Tweede Kamer. Het is ongehoord dat deze mensen continu dit soort dingen doen en zelfs het Tweede Kamergebouw hebben beklad. Dat is dus aan de Voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. In eerdere gevallen hebben we pandverboden opgelegd en aangifte gedaan. We bekijken nu eerst wat er vandaag is gebeurd en zullen dienovereenkomstig handelen.
Dan is het woord aan mevrouw Faber voor haar inbreng namens de Partij voor de Vrijheid.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat uitreizigers die zich hebben aangesloten bij terroristische organisaties, zoals ISIS, een direct gevaar vormen voor de Nederlandse samenleving;
overwegende dat er in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland meerdere malen is gewaarschuwd voor de risico's van terugkeer van uitreizigers naar Nederland;
verzoekt de regering uitreizigers en hun kinderen onder geen enkele omstandigheid te repatriëren naar Nederland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Vondeling.
Zij krijgt nr. 788 (29754) (#36).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat teruggekeerde jihadisten en terreurverdachten vrij rondlopen in Nederland en een direct gevaar vormen voor de Nederlandse bevolking;
overwegende dat alles in het werk moet worden gesteld om terreuraanslagen te voorkomen;
verzoekt de regering om administratieve detentie mogelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Faber en Vondeling.
Zij krijgt nr. 789 (29754) (#37).
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vroege signalering van extremistische onlinenetwerken, zoals het Com-netwerk, essentieel is om radicalisering van jongeren tegen te gaan;
constaterende dat politie-eenheden terughoudendheid ervaren bij geautomatiseerde contentanalyse, vanwege juridische onduidelijkheid over toelaatbaarheid en reikwijdte;
overwegende dat AI-ondersteunde analyse en geautomatiseerde filtering noodzakelijke instrumenten zijn voor een effectieve aanpak van snel evoluerende netwerken, zoals het Com-netwerk;
verzoekt de regering in afstemming met politie en OM een handelingskader op te stellen dat verduidelijkt welke vormen van geautomatiseerde contentanalyse zijn toegestaan, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Straatman.
Zij krijgt nr. 790 (29754) (#38).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat extremistische onlinenetwerken, zoals het Com-netwerk, gewelddadige aanslagen in de hand werken en blijvende psychische schade bij jongeren veroorzaken;
constaterende dat de ATKM (Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal) uitsluitend bevoegd is tot het uitvaardigen van verwijderingsbevelen voor terroristische online-inhoud, en geen bevoegdheden heeft ten aanzien van gewelddadig-extremistische content in onlinenetwerken;
overwegende dat online-extremisme steeds diffuser wordt en dat de ATKM juist in het schemergebied tussen criminaliteit en terrorisme effectiever moet kunnen optreden;
verzoekt de regering om bij de lopende evaluatie van de Uitvoeringswet TOI een concreet voorstel uit te werken waarmee het mandaat van de ATKM wordt uitgebreid naar gewelddadig-extremistische content, en de Kamer hierover uiterlijk bij de aanbieding van de evaluatie hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Straatman.
Zij krijgt nr. 791 (29754) (#39).
Mevrouw Martens-America (VVD):
De laatste is iets minder lang.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat extremistische onlinenetwerken, zoals het Com-netwerk, opereren in afgeschermde onlineomgevingen die voortdurend van platform wisselen om opsporing te ontwijken, en daardoor structurele monitoring vereisen;
constaterende dat de grens tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie in de praktijk niet altijd scherp is, en dat dit leidt tot terughoudendheid bij de politie;
overwegende dat een explicieter wettelijk onderscheid tussen open observatie, interactieve monitoring en digitale infiltratie het handelingsvermogen van de politie vergroot en tegelijkertijd de rechtsbescherming borgt;
verzoekt de regering in overleg met politie en OM een heldere wettelijke afbakening uit te werken tussen de verschillende vormen van digitale observatie in de context van online extremistische netwerken, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martens-America.
Zij krijgt nr. 792 (29754) (#40).
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hou de tijd in bij het volgende debat.
De voorzitter:
Nou, de volgende keer moet het echt korter, mevrouw Martens-America. Zoals u weet, zijn moties volgens het Reglement van Orde kort, overzichtelijk en begrijpelijk. Dit was echt te lang. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank, voorzitter. Twee moties van mijn kant. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ATKM nog geen wettelijke bevoegdheid heeft om verwijderbevelen uit te vaardigen voor online extremistische content, zoals extreem geweld, zelfverminking en manifesten van veroordeelde terroristen;
constaterende andere landen een autoriteit hebben aangewezen die een vragende instructie kan uitvaardigen aan platforms voor het verwijderen van extremistische content, maar Nederland die niet heeft;
verzoekt de regering om in aanvulling op het onderzoek naar het mandaat van de ATKM een vragende bevoegdheid te creëren om onlineplatforms te vragen extremistische content offline te halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman, Belhirch en Martens-America.
Zij krijgt nr. 793 (29754) (#41).
Mevrouw Straatman (CDA):
En de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in samenwerking met Meta een pilot is gestart om jongeren die online in aanraking komen met radicaliserende content om te leiden naar antiradicaliseringscontent en dat de eerste resultaten positief zijn;
constaterende dat jongeren ook op andere onlineplatforms actief zijn waarop zij radicaliserende of andere gewelddadige content kunnen zien, zoals gamingplatforms;
verzoekt de regering te onderzoeken of de Redirectmethode ook kan worden ingezet op andere onlineplatforms zoals gamingplatforms, en hierbij ook zeer gewelddadige content te betrekken;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Belhirch.
Zij krijgt nr. 794 (29754) (#42).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Collega Belhirch zal mede namens ons een motie indienen over het Center for Counter-Terrorism wat betreft zijn expertise en de belangrijke rol die het vervult in de aanpak, dus op dat punt geen motie.
Er zijn verschillende moties ingediend over de ATKM en het uitbreiden van de bevoegdheden ervan. Daar hebben we het ook over gehad in het debat. Dat spreekt ons zeer aan, dus wij kijken daar welwillend naar.
Voorzitter, tot slot. Ik heb in het debat een punt gemaakt over het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. We hebben ingezoomd op de manier waarop rechts-extremisme zich ontwikkelt en met name de terminologie die daarbij wordt gebezigd, bijvoorbeeld "omvolking", volgens het rapport een eufemisme voor het streven naar een blanke etnostaat, "remigratie" en "deportatie", ook gericht op mensen met een Nederlandse nationaliteit, maar die dan volgens deze extremistische groepen een verkeerde huidskleur hebben. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend. Morgen is er ook een debat over de politie. Ook met het oog op wat wij recent hebben gezien wat betreft Defend-groepen, die toch het recht in eigen hand nemen om in hun optiek "de veiligheid te waarborgen" bij een kermis, volgen wij deze ontwikkelingen nauwlettend. We maken ons zorgen. Ik ben het niet eens met de minister, die eerder heeft geantwoord op dit onderwerp, namelijk dat Defend-groepen niet zo georganiseerd zijn. Dat zijn ze steeds meer. Dat blijkt ook uit onderzoek. Ze hebben chapters. Ze weten heel goed wat ze aan het doen zijn, en dat vinden wij een gevaarlijke ontwikkeling. Daar zullen wij de komende tijd op terugkomen.
Voorzitter. Voor nu geen moties.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Belhirch namens D66.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank u wel, voorzitter. Al 15 jaar bouwt het ICCT aan kennis over terrorisme, radicalisering en extremisme. Die kennis mogen we niet zomaar laten verdwijnen. Op een moment waarop radicalisering en extremisme nieuwe vormen aannemen en de dreiging voortdurend verandert, is het van groot belang dat Nederland kan blijven beschikken over eigen expertise en een sterke kennispositie. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kennis en expertise over terrorisme, radicalisering en terrorismebestrijding essentieel zijn voor een effectieve aanpak van terrorisme;
constaterende dat het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) internationaal een belangrijke rol vervult in het ontwikkelen en delen van kennis en expertise op het gebied van terrorisme en radicalisering;
overwegende dat het verloren gaan van deze gespecialiseerde kennis en expertise een verzwakking kan betekenen van de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur op het gebied van terrorismebestrijding;
verzoekt de regering om zich in te spannen om de bij het ICCT aanwezige kennis en expertise voor Nederland te behouden, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhirch, Straatman en Mutluer.
Zij krijgt nr. 795 (29754) (#43).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer El Abassi namens DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ook nu begin ik meteen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat moslimhaat toeneemt en moskeeën steeds vaker doelwit zijn van bedreiging, bekladding, vernieling en intimidatie;
constaterende dat incidenten tegen moskeeën en islamitische instellingen niet landelijk en centraal worden geregistreerd;
overwegende dat betrouwbare gegevens nodig zijn voor een goede dreigingsanalyse en effectieve bescherming;
verzoekt de regering om samen met moskeekoepels, gemeenten, politie, het Openbaar Ministerie en islamitische organisaties te verkennen hoe incidenten tegen moskeeën en islamitische instellingen centraal en landelijk kunnen worden geregistreerd, en de Kamer binnen zes maanden te informeren over de mogelijkheden en vervolgstappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 796 (29754) (#44).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onder andere rond azc's sprake is van intimidatie, bedreiging, vernieling en geweld;
overwegende dat zulke daden angst en onveiligheid veroorzaken in de Nederlandse samenleving;
overwegende dat de overheid iedereen in Nederland moet beschermen tegen haat, intimidatie en extremistisch geweld;
verzoekt de regering om samen met de politie, OM en gemeenten binnen zes maanden met een gerichte aanpak te komen tegen rechts-extremistische intimidatie en geweld rond azc's en moskeeën, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 797 (29754) (#45).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij meerdere anti-azc-acties sprake was van geweld, bedreiging, opruiing en extreemrechtse symboliek;
overwegende dat zicht nodig is op personen, netwerken en organisaties die dergelijke acties aanjagen, organiseren of financieren;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe beter zicht kan worden verkregen op de organisatoren, aanjagers en financiers van gewelddadige anti-azc-acties, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 798 (29754) (#46).
De heer El Abassi (DENK):
En dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat acties tegen azc's gepaard gaan met intimidatie, bedreiging en geweld tegen bestuurders, politieagenten en betrokkenen;
constaterende dat rechts-extremistische groepen, waaronder Defend Netherlands en Voorpost, deze acties mede aanwakkeren of organiseren;
overwegende dat politiek gemotiveerde intimidatie en geweld gericht op beïnvloeding van democratische besluitvorming zeer ernstig zijn;
verzoekt de regering te bezien of rechts-extremistische groepen en netwerken die structureel intimidatie, bedreiging of geweld aanjagen binnen bestaande wetgeving kunnen worden aangepakt als terroristische organisatie of verboden rechtspersoon, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 799 (29754) (#47).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Coenradie, als laatste spreker van de zijde van de Kamer in dit tweeminutendebat. Dat doet ze namens JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft vastgesteld dat verschillende en soms beperkte informatieposities van betrokken organisaties ertoe leiden dat de risico's van terrorismeveroordeelden met een hoog dreigingsprofiel zonder rechtmatig verblijf niet altijd eenduidig kunnen worden ingeschat en maatregelen niet altijd optimaal op elkaar aansluiten;
constaterende dat het kabinet in 2026 is gestart met de vormgeving van een integrale werkwijze voor uniforme risicotaxaties voor deze doelgroep;
overwegende dat vanaf 2027 opnieuw terrorismeveroordeelden met een hoog dreigingsprofiel uit detentie zullen vrijkomen;
verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat de uniforme risicotaxatie voor terrorismeveroordeelden met een hoog dreigingsprofiel zonder rechtmatig verblijf uiterlijk vóór de in 2027 voorziene nieuwe vrijlatingen operationeel is en door de betrokken partners kan worden toegepast,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 800 (29754) (#48).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet als uitgangspunt hanteert dat uitgereisde IS-terroristen niet naar Nederland worden teruggehaald;
constaterende dat het kabinet tegelijkertijd in iedere individuele casus de mogelijkheid openhoudt om alsnog tot repatriëring over te gaan;
overwegende dat het terughalen van uitgereisde IS-terroristen risico's voor de nationale veiligheid met zich meebrengt;
overwegende dat personen die ervoor hebben gekozen zich aan te sluiten bij Islamitische Staat hun toekomst in Nederland hebben verspeeld;
verzoekt de regering het uitgangspunt dat uitgereisde IS-terroristen niet actief naar Nederland worden teruggehaald om te zetten in een vaste beleidslijn en de mogelijkheid van actieve repatriëring op grond van een individuele afweging volledig uit te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 801 (29754) (#49).
Dank u wel. Dan kijk ik even naar de minister. Ik schors vijf minuten.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Ik hoop dat ik door de bomen het bos nog kan zien in mijn omvangrijke administratie.
De voorzitter:
We gaan het meemaken.
Minister Van Weel:
Zo niet, duid het me dan niet euvel.
Laat ik beginnen met een reactie op wat er hier vandaag gebeurde tijdens het vragenuurtje. Dat was volstrekt ontoelaatbaar. Het verstoren van de vergadering hier, het roepen van leuzen naar Kamerleden, het bekladden van dit gebouw, vernielingen: dat zijn allemaal zaken die niet door de beugel kunnen. Ik heb de Voorzitter gehoord, die heeft gesproken over inventariseren wat hier gebeurd is en over mogelijkheden voor vervolgstappen. Daar schaar ik me van harte achter. Schandelijk! Zo doen we dat niet. Demonstreren mag, maar wel binnen de regels van de wet, en dat was dit niet.
Dan ga ik naar de moties.
De voorzitter:
Dat leidt toch tot een vervolgvraag van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Even een korte vraag: dat geldt dan toch ook voor de raadszaal in Utrecht, die bestormd is?
Minister Van Weel:
Dat klopt. Daar worden ook mensen voor vervolgd. Ik ben dat met u eens. Ik veroordeel elke overtreding van de wet. Het verstoren van een raadsvergadering is het overtreden van een wet. Uiteindelijk is het aan het OM om vervolgens de vervolging op te pakken. In dit geval heeft het OM besloten om te gaan voor degenen die de burgemeester hebben belemmerd terug te keren. Dat is een opportuniteitskeuze geweest.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Van Weel:
Dan ga ik naar de moties. In de motie-Van der Plas op stuk nr. 786 wordt de regering verzocht om minimaal tweemaal per jaar overleg te voeren met de deelnemers van het Meldpunt Agro Intimidatie en dat te betrekken bij de informatiepositie. Op 24 september vindt er een gesprek plaats met brancheorganisaties naar aanleiding van de toezegging die ik eerder heb gedaan. Ik heb ook toegezegd om u te informeren over de uitkomst van die gesprekken in het volgende halfjaarbericht. Dat wordt nog voor het einde van 2026 naar uw Kamer gestuurd. Als ik daarmee naar uw mening invulling geef aan de motie, kan ik 'm oordeel Kamer geven. Als u heel strikt vasthoudt aan tweemaal per jaar overleggen, moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kan de minister zijn voorstel nog even herhalen? Het ging me namelijk net iets te snel.
Minister Van Weel:
Ja. Op 24 september vindt er een gesprek plaats met de brancheorganisaties. Dat is een toezegging die ik eerder heb gedaan in het debat. Ik heb ook toegezegd u te informeren over de uitkomst van die gesprekken in het volgende halfjaarbericht. Dat komt voor het einde van dit jaar naar uw Kamer. Ik ben bereid om te kijken wat die gesprekken hebben opgeleverd voor het vervolg, maar daarmee wil ik nog niet strikt ingaan op tweemaal per jaar een regulier overleg. Ik wil eerst kijken wat hier uitkomt.
De voorzitter:
Kunt u leven met die appreciatie?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat wel lastig, eerlijk gezegd. Dat zeg ik erbij. Twee keer per jaar is niet zo heel vaak. Ik weet ook dat dit soort gesprekken vaak op ambtelijk niveau plaatsvinden. Dat is niet erg, want we hebben ambtenaren ook om gesprekken te voeren. Ik zou dus eigenlijk wel willen vasthouden aan die twee keer per jaar. Misschien kan ik wel "ambtelijk" aan de motie toevoegen, dus om ambtelijk in gesprek te gaan. Dat geeft misschien wat minder druk voor de minister. Ik kan mijn motie altijd wijzigen.
De voorzitter:
Ja, maar "ambtelijk" aan het dictum toevoegen? We voeren hier het debat met de vertegenwoordiging van de regering. Dit is de context die de minister schetst waarbinnen hij tegemoet kan komen aan de motie. Dan is de vraag: kunt u leven met die interpretatie? Als dat wel zo is, krijgt de motie oordeel Kamer; als dat niet zo is, wordt ze ontraden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga daar even over nadenken, maar ik heb nog wel een korte vraag. In het tweede deel van het dictum staat: en de daaruit verkregen signalen actief te betrekken bij de informatiepositie van politie, OM en NCTV. Ik ga ervan uit dat dan ofwel daarover ook iets wordt gezegd in het halfjaarbericht, ofwel dat deel van de motie wel wordt uitgevoerd.
De voorzitter:
Kan de minister daar iets over zeggen?
Minister Van Weel:
Ik rapporteer daarover in het halfjaarbericht.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Van Weel:
Als het u niet bevalt, kunt u altijd een nieuwe motie indienen.
De voorzitter:
Daarmee is de motie in strikt inhoudelijke vorm ontraden.
Minister Van Weel:
Ja.
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas. Kan zij leven met alles wat de minister heeft gezegd over de interpretatie van deze motie? Zij denkt erover na, hoor ik. In de huidige vorm krijgt de motie dan de appreciatie "ontraden".
We gaan naar de volgende motie.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 787 geef ik oordeel Kamer. We leggen continu acties, ook gewelddadige acties, langs de lat van extremisme dan wel activisme. Dat is een schaal. Het is ook geen wet van Meden en Perzen. Dat geldt ook voor acties van Extinction Rebellion. Als die grens wordt overschreden, wordt daarover gerapporteerd in de daarover bestaande documenten, zoals het DTN.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 787 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 788: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 789.
Minister Van Weel:
O, wacht even. Hier wreekt de administratie zich. Mevrouw Faber kwam bijna weg met een "oordeel Kamer".
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 788 is de motie-Faber/Vondeling ten aanzien van uitreizigers en hun kinderen onder geen enkele omstandigheid repatriëren naar Nederland.
Minister Van Weel:
Dat laatste kunnen wij niet toezeggen. Ik moet die motie ontraden. U weet wat het bestaande beleid is. Wij zijn daar zeer terughoudend in. Wij beoordelen elk geval op zijn individuele merites, waarbij nationale veiligheid een zeer zware rol speelt, maar je kunt nooit — zeg ik in algemene zin, los van de individuele beoordeling — zeggen dat dit nooit zal plaatsvinden. Dat is niet mogelijk, ook juridisch niet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 788: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 789 over administratieve detentie.
Minister Van Weel:
Ja, administratieve detentie. Detentie is aan de rechter. Als wij bestuurlijke detentie opleggen, moet dat altijd zijn met zicht op een aanstaand vertrek of anderszins. Anders zal de rechter de bestuurlijke detentie onmiddellijk weer opheffen. Daarom is de motie in deze vorm niet mogelijk en daarom ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 789: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 790.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 790: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 791.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 791: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 792.
Minister Van Weel:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 793.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 793 geef ik oordeel Kamer, als ik eerst mijn beleidsverkenning mag afronden. Daarin neem ik dan de vraag van de motie ook mee, want daarin kijk ik al naar de mogelijkheid door uitbreiding van het mandaat, maar ook naar andere organisatorische mogelijkheden.
De voorzitter:
Kunt u daar een tijdspad bij formuleren?
Minister Van Weel:
Nee.
De voorzitter:
Oké.
Mevrouw Straatman (CDA):
De voorzitter kon mijn gedachten inderdaad lezen. Wat is de termijn? Ik zag dat gisteren de evaluatie van de Uitvoeringswet TOI naar buiten is gekomen. Die zegt ook dat er al alle wettelijke ruimte is voor die vraag in de instructie. Ik zou dus expliciet de oproep willen doen aan de minister om niet te wachten met die verkenning. Laten we dit gewoon zo snel mogelijk regelen. Wij kunnen op Instagram ook een signaal afgeven van raar materiaal. Laten we een autoriteit die daarop is ingericht dat ook alsjeblieft laten doen.
Minister Van Weel:
Ja, alleen ben ik die beleidsverkenning aan het afronden. Dat duurt dus niet lang. Ik zeg u dat toe voor het einde van het jaar, maar ik wil nog even de optie openhouden om het op een andere wijze te doen.
De voorzitter:
Kan mevrouw Straatman leven met die tijdshorizon? Ik zie dat dat het geval is. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 793 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 794.
Minister Van Weel:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 795.
Minister Van Weel:
Oordeel Kamer, als ik de motie zo mag lezen dat ik me inspan om … Hoe moet ik het zeggen? We zijn een traject gestart met het ICCT om te kijken of zij een alternatief verdienmodel kunnen hebben buiten subsidie om. Dat wil zeggen dat ik heel graag wil meedenken met het ICCT naar aanleiding van hun plan, wat daaruit komt en hoe wij kunnen helpen bij de instandhouding daarvan, zonder dat ik me nu al wil vastleggen op een keuze over een eventuele subsidie in plaats daarvan. Als ik de motie zo mag lezen, geef ik haar oordeel Kamer.
De voorzitter:
Mevrouw Belhirch knikt. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 795 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 796.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 796 van de heer El Abassi geef ik oordeel Kamer, want we hadden al eerder toegezegd dat wij zelf zouden kijken naar de omvang van dit probleem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 797.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 797 ontraad ik. Dit is altijd aan het lokaal gezag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 798.
Minister Van Weel:
Die is overbodig, want het is staande praktijk dat er onderzoek wordt gedaan naar dit soort netwerken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 798: overbodig. Dan de motie op stuk nr. 799.
Minister Van Weel:
Die is ontijdig. Die zou ik de heer El Abassi heel graag willen laten aanhouden totdat wij komen met het bestuurlijk verbod op organisaties, waar ik aan werk. Ik denk dat dat mogelijkheden geeft voor de acties die hij in het dictum zou willen zien. Die hebben we op dit moment niet. Nu heeft alleen het OM die mogelijkheden.
De voorzitter:
Hoe ziet de heer El Abassi dat in de tijd, vraag ik de minister. Tot wanneer ongeveer verzoekt u de heer El Abassi om de motie aan te houden?
Minister Van Weel:
Ik hoop voor het einde van het jaar te komen met een conceptwetsvoorstel, maar het hele wetstraject is natuurlijk veel langer. Als hij daar niet op wil wachten, moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer El Abassi. Hij denkt erover na, maar in principe is de appreciatie "ontijdig". Dan de motie op stuk nr. 800.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 800 van mevrouw Coenradie wil ik oordeel Kamer geven. We hebben namelijk gezegd dat de pilot al in 2027 start. Daarmee geven we daar dus invulling aan.
De voorzitter:
Tot slot.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 801 ontraad ik met verwijzing naar de motivatie bij de motie van mevrouw Faber.
De voorzitter:
Dank u wel. Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording in dit debat? Dat is het geval. Mevrouw Van der Plas heeft nog één vraag en dan gaan we verder.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb geen vraag. Ik heb erover nagedacht en ik kan akkoord gaan met de interpretatie van de minister van mijn eerste of tweede motie. Dan krijgt die motie dus oordeel Kamer. Dat was de motie over het in gesprek gaan met deelnemers van het Meldpunt Agro Intimidatie. Die krijgt dan oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 786. Mevrouw Van der Plas kan akkoord gaan met de interpretatie van de minister en daarmee krijgt deze motie oordeel Kamer.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat, maar we zijn nog niet van elkaar af.
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan namelijk meteen verder met het tweeminutendebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing. Ik geef de heer Mathlouti het woord, want ik zie dat hij staat te popelen om zijn bijdrage te leveren namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat tussen de veiligheidsregio's van de brandweer informatiesystemen en materieel niet altijd voldoende op elkaar zijn afgestemd;
overwegende dat landelijke coördinatie tijdens grootschalige crises van belang kan zijn voor onder andere het verdelen van capaciteit;
verzoekt de regering een vorm van landelijke regie op te zetten die regio-overstijgende samenwerking kan coördineren bij meerdere gelijktijdige branden, en daarbij in ieder geval te werken aan één gezamenlijke informatiearchitectuur voor de veiligheidsregio's, een gezamenlijke inzet van middelen die op elkaar zijn afgestemd, duidelijke verantwoordelijkheden en prioritering bij gelijktijdige bosbranden, en het vaststellen van landelijke eisen voor opleiding, oefening en specialistisch materieel, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mathlouti.
Zij krijgt nr. 343 (30821) (#50).
De heer Mathlouti (D66):
De tweede, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de paraatheid van de brandweer onder druk staat door beperkte beschikbaarheid van brandweermensen;
overwegende dat de brandweer van essentieel belang is voor de veiligheid en weerbaarheid van Nederland en een essentiële rol vervult tijdens een crisis;
overwegende dat het werven en behouden van beroepskrachten en vrijwilligers aandacht vraagt, met ruimte voor lokaal maatwerk;
verzoekt de regering om in samenwerking met het Veiligheidsberaad te komen tot een aanpak gericht op het werven en behouden van brandweermensen, met bijzondere aandacht voor vrijwilligers,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mathlouti, Martens-America en Straatman.
Zij krijgt nr. 344 (30821) (#51).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik ga gelijk van start.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bij bovenregionale crises vooraf duidelijk moet zijn wie welke verantwoordelijkheden heeft;
verzoekt de regering in de Wet veiligheidsregio's duidelijk vast te leggen wie welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft bij regio-overstijgende rampen en crises,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 345 (30821) (#52).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat grote rampen en crises de grenzen van veiligheidsregio's kunnen overstijgen en specialistische kennis, mensen en materieel vereisen;
overwegende dat met de vijf STH-teams al succesvol bovenregionale specialistische brandweercapaciteit is georganiseerd;
overwegende dat ook voor andere bovenregionale risico's, waaronder grote natuurbranden, specialistische capaciteit noodzakelijk is;
verzoekt de regering 30 miljoen euro uit het Defensiebudget beschikbaar te stellen voor het opzetten van landelijk inzetbare specialistische brandweerteams voor grote nationale en bovenregionale crises,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 346 (30821) (#53).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat van burgers wordt gevraagd zich voor te bereiden om bij een grote crisis 72 uur zelfstandig te kunnen functioneren;
overwegende dat brandweerkazernes juist tijdens een nationale crisis operationeel moeten kunnen blijven;
overwegende dat reguliere uitval van een kazerne iets anders is dan een grootschalige nationale crisis, omdat veiligheidsregio's bij reguliere uitval terugvallen op het netwerk van omliggende kazernes;
overwegende dat voorbereiding op een nationale crisis een nationale verantwoordelijkheid is en daarom ook nationaal bekostigd moet worden;
verzoekt de regering uit het Defensiebudget middelen beschikbaar te stellen om alle Nederlandse brandweerkazernes in staat te stellen zich voor te bereiden om tijdens een nationale crisis ten minste 72 uur zelfstandig operationeel te kunnen blijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 347 (30821) (#54).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daarbij wil ik nog één ding opmerken. Bij de natuurbranden van dit jaar stonden boeren met trekkers, watertanks en gebiedskennis zij aan zij met de brandweer. Dat is noaberschap in de praktijk. Ik wil de boeren daarvoor bedanken, en natuurlijk ook de brandweer voor de samenwerking. Dit mag namelijk ook weleens gezegd worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. Een motie van mijn kant.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Justitie en Veiligheid concludeert dat de brandweer structureel onvoldoende in staat is om grootschalige incidenten bovenregionaal of landelijk gezamenlijk effectief te bestrijden, onder meer door tekorten aan personeel en materieel en het ontbreken van eenduidige regie;
overwegende dat het risico op grootschalige natuur- en bosbranden toeneemt en deze incidenten zich niet aan de grenzen van veiligheidsregio's houden;
overwegende dat voldoende bovenregionale capaciteit en coördinatie voor de bestrijding van grootschalige natuur- en bosbranden noodzakelijk zijn voor de nationale veiligheid;
verzoekt de regering te onderzoeken wat organisatorisch nodig is om toe te werken naar een bovenregionaal samenwerkingsverband met voldoende mensen en middelen dat gespecialiseerd is in de aanpak van bos- en natuurbranden, en vervolgens met een plan van aanpak te komen om dat te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Mutluer.
Zij krijgt nr. 348 (30821) (#55).
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan rest mij nog één opmerking aan de minister. Ik was in de zomer op werkbezoek bij de brandweer. Toen ging het ook veel over de operationele slagkracht. De vrees, angst en zorgen die leven bij veel brandweermensen zien op die twintigjaarstermijn: brandweermensen mogen maar twintig jaar werken. Nu weet ik dat de minister daar niet direct over gaat, maar laat dit nog een brede oproep zijn, ook aan de veiligheidsregio's, om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven aan alle brandweermensen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik zie u streng kijken, voorzitter. Ik zal me houden aan de spreektijd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet werkt aan een landelijk risicoprofiel en een dekkingsplan voor de brandweer, waaruit moet blijken of de huidige capaciteit toereikend is voor de bestrijding van natuurbranden;
overwegende dat Nederland afgelopen zomer een beroep heeft moeten doen op buitenlandse bijstand bij de bestrijding van natuurbranden;
verzoekt de regering, zodra uit het landelijk dekkingsplan een tekort in capaciteit en vermogen voor natuurbranden blijkt, zich actief in te spannen om een oplossing te zoeken, en de Kamer hierover begin volgend jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Martens-America en Mathlouti.
Zij krijgt nr. 349 (30821) (#56).
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Mutluer als laatste spreker tijdens dit tweeminutendebat en dat doet zij namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Mutluer (PRO):
Dank, voorzitter. Hebben onze brandweermensen wel voldoende middelen om ons te beschermen en beschermen wij hen wanneer zij door hun werk worden beschadigd? Ik vrees dat ik daar een antwoord op kan geven waar ik niet zo heel erg blij van word, namelijk: niet altijd en niet goed. Vandaar twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de nieuwe PTSS-regeling voor brandweermensen pas na drie jaar formeel wordt geëvalueerd;
overwegende dat er nu al signalen zijn over knelpunten in de praktijk;
verzoekt de regering om voor de formele evaluatie bij werkgevers, vakbonden en personeelsvertegenwoordigers signalen op te halen over de werking van de regeling, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2027 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Straatman.
Zij krijgt nr. 350 (30821) (#57).
Mevrouw Mutluer (PRO):
Deze motie heb ik met collega Straatman ingediend, met wie ik overigens volgende maand ook een initiatiefnota over PTSS ga verdedigen; dat doen we overigens ook met de heer Mathlouti. Dat is een belangrijk onderwerp dat we niet uit het oog mogen verliezen.
Voorzitter. Nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat specialistische brandweercapaciteit voor incidenten met gevaarlijke stoffen is geconcentreerd van 25 naar 6 teams;
overwegende dat bij incidenten met gevaarlijke stoffen snel specialistisch optreden noodzakelijk kan zijn om slachtoffers te redden en verdere escalatie te voorkomen;
verzoekt de regering in kaart te brengen of met de huidige specialistische capaciteit in heel Nederland tijdig en veilig kan worden opgetreden bij incidenten met gevaarlijke stoffen en, waar dat niet kan worden gegarandeerd, met voorstellen te komen om de landelijke dekking te versterken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mutluer.
Zij krijgt nr. 351 (30821) (#58).
Mevrouw Mutluer (PRO):
Deze lijkt een beetje op de motie van mevrouw Van der Plas, behalve de dekking. Ik denk dat als je met een dekking wil komen, je dat gewoon bij de begroting moet doen. Ik denk dat we de begroting dus even moeten afwachten met alle amendementen met financiële voorstellen. Vandaar deze motie.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk naar de minister. Die zegt meteen door te kunnen met de beantwoording. Ik schors heel kort, totdat alle moties zijn uitgedeeld.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Voorzitter. Dit is het een-na-laatste tweeminutendebat, maar ze zijn mij uiteraard allemaal dierbaar!
Ik ga meteen over tot de moties, te beginnen bij de motie op stuk nr. 343 van de heer Mathlouti. Die geef ik oordeel Kamer. Ik geef daar een stukje duiding bij. Dit gaat vooral om de informatievoorziening. Het is belangrijk dat de beschikbare capaciteit bij meerdere gelijktijdige incidenten zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. Daarvoor is samen met de veiligheidsregio's het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio's, afgekort KCR2, in oprichting en functioneert specifiek voor de brandweer een landelijk actiecentrum. Eenduidige operationele informatie is cruciaal voor de veiligheid en de effectiviteit van incidentenbestrijding. Daarom ben ik bereid om dit doel bespreekbaar te maken bij het Veiligheidsberaad. Of de vorm van één informatiearchitectuur uiteindelijk het meest doeltreffend is, kan ik u nog niet zeggen. Maar met die kanttekening, de enige kanttekening, kan ik de rest van de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De heer Mathlouti steekt zijn duim op. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 343 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 344.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 344 van de heer Mathlouti kan ik oordeel Kamer geven. Ook daar geef ik een stuk duiding bij. Uiteraard verdient de paraatheid van de vrijwillige brandweer continu aandacht, maar het werven en behouden van vrijwilligers is een werkgeversverantwoordelijkheid. Dat ligt dus echt bij de besturen van de veiligheidsregio. Het NIPV heeft in 2023 geconcludeerd dat de uitdagingen van het werven en het behouden heel divers zijn. Dat verschilt echt per regio. Er is ook niet één magic bullet om dat op te lossen. Maar ik wil wel samen met de veiligheidsregio's in gesprek gaan om te bekijken welke aanpak, die we gezamenlijk kunnen doen in aanvulling op het lokale maatwerk, van meerwaarde zou kunnen zijn. Als ik 'm zo mag interpreteren, geef ik ook die motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Opnieuw non-verbale instemming. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 344 oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 345.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 345: oordeel Kamer. Op basis van de consultatie zijn we nu bezig de laatste hand te leggen aan het wetsvoorstel. Ik wil dat nog dit jaar naar de Raad van State sturen.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 346.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 346 van mevrouw Van der Plas moet ik ontraden. We zijn nu eerst de noodzaak van de landelijke risico's in kaart aan het brengen. Ik weet dus ook nog niet of het noodzakelijk is wat mevrouw Van der Plas vraagt. U zult begrijpen dat ik geen uitspraken kan doen over het Defensiebudget ter dekking daarvan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 346: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 347.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 347: ontraden. Deels is dat om dezelfde reden, namelijk de dekking vanuit de Defensiebegroting, maar daarnaast is de continuïteit van de brandweerinzet echt een zaak van de veiligheidsregio's. De brandweer zelf is ook bezig met de voorbereidingen op 72 uur zelfstandig operationeel zijn. Zij hebben deze handschoen als regio's en brandweer dus zelf al opgepakt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 347: ontraden. De motie op stuk nr. 348.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 348 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 349.
Minister Van Weel:
Die geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 350.
Minister Van Weel:
Die geef ik oordeel Kamer, zeg ik tegen mevrouw Mutluer, als ik 'm zo mag interpreteren dat ik hierover met de werkgevers in gesprek ga. Ik kan niet actief signalen ophalen. Dat is te dwingend in de relatie die we hebben tot de werkgevers. Die formele relatie heb ik namelijk niet.
De voorzitter:
Mevrouw Mutluer, mag dat?
Mevrouw Mutluer (PRO):
Dat mag. We vragen iets meer dan "het gesprek voeren". Volgens mij spreekt het dictum voor zich. Ik wil daaraan toevoegen dat onder die motie de heer Mathlouti uiteraard niet mag ontbreken, gelet op onze samenwerking ten aanzien van PTSS. Nogmaals, de inspanningsverplichting die in de motie staat, gaat iets verder dan wat de minister nu aangeeft te wensen te doen.
De voorzitter:
Tot welk definitief oordeel leidt dat?
Minister Van Weel:
Dan moet ik 'm ontraden, juist vanwege de juridische verhouding die we tot elkaar hebben.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 350: ontraden. We zullen de heer Mathlouti als medeondertekenaar toevoegen. Tot slot de motie op stuk nr. 351.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 351 kan ik oordeel Kamer geven. Daar waar het gaat om het in kaart brengen en, zoals de motie vraagt, met een voorstel komen, kan ik nog niet vooruitlopen op een eventuele dekking daarvan. Maar dat begrijpt mevrouw Mutluer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 351: oordeel Kamer.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
Termijn inbreng
De voorzitter:
We gaan gelijk door met het laatste tweeminutendebat van deze avond. Dat betreft het tweeminutendebat Mensenhandel en prostitutie. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Faber namens de PVV.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Om illegale prostitutie tegen te gaan, kom ik met de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat illegale en gedwongen prostitutie bestreden moet worden;
van mening dat dit eenvoudig te bestrijden is door verplicht te stellen dat de sekswerker in loondienst is of werkt als zzp'er, zodat controle efficiënter kan worden uitgevoerd op illegaliteit en gedwongen prostitutie;
verzoekt de regering om verplicht te stellen dat de sekswerker in loondienst is bij een bedrijf, of de werkzaamheden uitvoert als zzp'er,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 265 (28638) (#59).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat daders van mensenhandel in de regel honderdduizenden euro's verdienen over de ruggen van hun slachtoffers;
overwegende dat slachtoffers dikwijls worden afgescheept met zeer lage bedragen, die niet in verhouding staan met de door hen opgebrachte verdiensten;
verzoekt de regering de opbrengsten van de opgelegde boetes en de afgenomen verdiensten van de slachtoffers uit te keren aan het betreffende slachtoffer, zodat het slachtoffer een nieuw leven kan opbouwen zonder dat de maatschappij opdraait voor deze kosten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Faber.
Zij krijgt nr. 266 (28638) (#60).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma, die spreekt namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb er vier.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nationaal Rapporteur al jaren constateert dat er nauwelijks zicht is op minderjarige slachtoffers;
constaterende dat het kabinet werkt aan een nationaal verwijzingsmechanisme op grond van de herziene EU-richtlijn en dat GRETA heeft aanbevolen daarin een aparte route voor kinderen op te nemen;
overwegende dat bescherming van een minderjarig slachtoffer niet afhankelijk mag zijn van aangiftebereidheid of van de vraag of het kind formeel als slachtoffer is geregistreerd;
verzoekt de regering binnen het nationaal verwijzingsmechanisme een afzonderlijke, kindgerichte route voor minderjarige slachtoffers vast te leggen, waarin is bepaald wie de regie heeft, wie over veiligheid en opvang beslist en hoe schoolcontinuïteit en nazorg worden geborgd, en daarbij ook de aansluiting van vertrouwelijke online hulpverlening te regelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma, Tijs van den Brink en Bikker.
Zij krijgt nr. 267 (28638) (#61).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat seksuele uitbuiting zich steeds vaker afspeelt via seksadvertentieplatforms, en dat Europol en de Nationaal Rapporteur waarschuwen voor de groei van online mensenhandel;
constaterende dat de DSA voor veel platforms niet geldt en Nederland daarvoor zelf wetgeving kan maken;
overwegende dat in België voor platforms met seksadvertenties een meld- en informatieplicht geldt, waarbij identiteitsgegevens, telefoonnummer en betaalgegevens van adverteerders worden vastgelegd;
verzoekt de regering een wettelijke grondslag uit te werken voor een identificatieplicht voor adverteerders, met een zwaarwegende zorgplicht om advertenties van minderjarigen en van mogelijke slachtoffers van mensenhandel te weren, en een meldplicht van signalen van uitbuiting aan de politie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 268 (28638) (#62).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat al zeer geruime tijd het voornemen bestaat om de minimumleeftijd voor sekswerkers te verhogen naar 21 jaar, gezien het risico op dwang en uitbuiting en de verhoogde kwetsbaarheid op jonge leeftijd;
constaterende dat de minister heeft aangegeven dat klanten vanaf 16 jaar wettelijk gebruik mogen maken van de diensten van een prostituee terwijl die zelf straks minimaal 21 jaar moet zijn;
overwegende dat deze discrepantie een vorm van ongelijkheid en disbalans behelst, en het zeer onwenselijk is dat minderjarigen hieraan deelnemen, zeker ook gezien de vele misstanden in deze sector;
verzoekt de regering te inventariseren hoe ook voor klanten van prostitutie wettelijk een minimumleeftijd van in ieder geval 18 jaar en zo mogelijk 21 jaar kan worden vastgesteld, en daartoe een voorstel voor te leggen aan de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 269 (28638) (#63).
De heer Boomsma (JA21):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een actiedag waarbij politie en partners uit het Fieldlab Klantaanpak met lokprofielen online maar liefst 65 mannen hebben betrapt die een betaalde seksafspraak met een minderjarige wilden doorzetten;
constaterende dat het kabinet "bekijkt of het haalbaar is" om een dergelijke actie te herhalen;
overwegende dat het cruciaal is dat smeerlappen die de wet overtreden door minderjarigen in chatrooms op te sporen om ze te betalen voor seks worden afgeschrikt en ontmoedigd;
verzoekt de regering voortvarend verder te gaan met het organiseren van dergelijke acties met lokprofielen op onlineplatforms door in ieder geval dit jaar nog een nieuwe actiedag te organiseren en deze ook volgend jaar verder vorm te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Bikker.
Zij krijgt nr. 270 (28638) (#64).
Meneer Boomsma, ook tegen u zeg ik dat moties echt binnen twee minuten moeten worden ingediend. Als het in tweeënhalve minuut had gemogen, had het een tweeënhalveminutendebat geheten, maar het heet een tweeminutendebat. Een volgende keer kan het ook zomaar zijn dat de motie buiten de orde van de vergadering wordt verklaard.
Het woord is aan mevrouw Bikker namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik een tweetal moties. U heeft gehoord dat ik een aantal moties heb meeondertekend.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat slachtoffers van mensenhandel bescherming en opvang moeten krijgen;
overwegende dat in 2026 er 160 opvangplekken waren voor 900 slachtoffers en dat reeds in 2025 de Kamer verzocht heeft om een centrale aansturing en financiering van de opvang voor deze slachtoffers;
voorts overwegende dat hierdoor zelfs minderjarige slachtoffers geen passende opvangplek hebben;
verzoekt de regering om de verantwoordelijkheid te nemen om nog dit jaar alles op alles te zetten om minderjarige slachtoffers van mensenhandel voldoende passende opvang geven;
verzoekt de regering de Kamer in lijn met de motie-Boomsma/Van Nispen te informeren over de benodigde zorg, financiën en doelstellingen voor de komende jaren om voldoende opvang voor alle slachtoffers te organiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Boomsma en Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 271 (28638) (#65).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
De tweede motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid in Nederland de rol van nationaal coördinator voor de bestrijding van mensenhandel invult in opvolging van artikel 19a van Richtlijn (EU) 2024/1712;
overwegende dat uit studies blijkt dat Nederland de coördinerende taak niet in nadere wet- of regelgeving heeft belegd;
voorts overwegende dat keer op keer duidelijk is geworden dat er zeer veel signalen zijn van mensenhandel, maar dat slechts 5% à 6% opvolging krijgt;
verzoekt de regering de invulling van de taak als nationaal coördinator mensenhandel ook cijfermatig te onderbouwen met daarbij doelstellingen om de opvolging in de komende jaren te verbeteren, en tweejaarlijks de Kamer over de voortgang te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Boomsma.
Zij krijgt nr. 272 (28638) (#66).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter. Ik heb zeven moties!
De voorzitter:
Hahaha! Als het maar binnen de twee minuten is.
De heer Mohandis (PRO):
Nee hoor, voorzitter, het is één motie. Ik zal het u niet aandoen!
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter. We hebben in het commissiedebat ook stilgestaan bij het voornemen als het gaat om de leeftijdsverhoging van 18 jaar naar 21 jaar. Ik wees ook eerder op een advies van de Raad van State, waar we niet blind voor moeten zijn. We snappen ook alle argumentatie en hebben in het debat gedeeld dat er consensus is over hoe we illegaliteit en misstanden aanpakken, maar dat we niet overgaan tot de maatregelen die wellicht de illegaliteit vergroten. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering voornemens is om de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk te verhogen van 18 jaar naar 21 jaar;
overwegende dat de regering hiermee beoogt kwetsbaren in de prostitutie te beschermen;
overwegende dat de Afdeling advisering van de Raad van State er eerder al op wees dat door de verhoging van de minimumleeftijd het zeer aannemelijk is dat de illegale prostitutie en daarmee ook de kans op misstanden toeneemt;
overwegende dat onder andere ook de branche van sekswerkers zorgen heeft over de verhoging van de minimumleeftijd;
van mening dat een verhoging van de minimumleeftijd geen negatieve effecten mag hebben op veiligheid, gezondheid en werkomstandigheden van sekswerkers;
verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de effecten van een verhoging van de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 jaar naar 21 jaar, en de uitkomsten daarvan mee te nemen bij het wetsvoorstel ter verhoging van die leeftijd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.
Zij krijgt nr. 273 (28638) (#67).
De heer Mohandis (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink namens het CDA.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Meneer de voorzitter. Ik heb één vraag en één motie. In België geldt voor platforms met digitale seksadvertenties een meld- en informatieplicht richting de politie bij signalen van misstanden. Aanbieders moeten identiteitsgegevens, een recente foto, een telefoonnummer en betalingsinformatie vastleggen. Dit maakt het moeilijker voor mensenhandelaren om anoniem te opereren. In het commissiedebat leek de minister positief over dit idee, maar we hebben geen concrete toezegging gehoord. Daarom de vraag of de minister kan toezeggen te verkennen of een vergelijkbaar systeem in Nederland mogelijk is en de Kamer hierover te informeren.
Dan de motie. Die gaat over de leeftijdsverhoging van sekswerk en prostitutie naar 21 jaar naar aanleiding van het commissiedebat.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering werkt aan een wetsvoorstel om de minimumleeftijd voor prostitutie te verhogen van 18 jaar naar 21 jaar, maar dat het nog onduidelijk is of dit ook geldt voor sekswerk;
overwegende dat niet alleen prostitutie, maar ook sekswerk ingrijpende gevolgen kan hebben voor kwetsbare jongvolwassenen in de persoonlijke levenssfeer, mentale gezondheid en veiligheid;
overwegende dat juist deze kwetsbaarheid ertoe kan leiden dat jongvolwassenen binnen de sekswerkbranche gemakkelijker slachtoffer worden van misstanden, grensoverschrijdend gedrag, dwang of uitbuiting;
overwegende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de minimumleeftijd voor sekswerk wordt verhoogd naar 21 jaar;
verzoekt de regering in de uitwerking van het wetsvoorstel de verhoging van de minimumleeftijd van 18 jaar naar 21 jaar niet alleen toe te passen op prostitutie, maar ook op sekswerk, en de Kamer te informeren over hoe dit wordt uitgevoerd in de praktijk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijs van den Brink.
Zij krijgt nr. 274 (28638) (#68).
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Belhirch namens D66.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de minimumleeftijd voor sekswerk verhoogt van 18 jaar naar 21 jaar;
overwegende dat de leeftijdsverhoging als doel heeft personen te beschermen en daarom moet worden voorkomen dat personen overstappen naar het onbeschermde circuit;
overwegende dat sekswerkers in de illegaliteit een aanzienlijk groter risico lopen op uitbuiting, geweld en slechte arbeidsomstandigheden;
verzoekt de regering in overleg te treden met de relevante ketenpartners en gezamenlijk te bezien welke aanvullende inzet nodig is om illegaliteit, uitbuiting en andere misstanden tegen te gaan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhirch en Bikkers.
Zij krijgt nr. 275 (28638) (#69).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek blijkt dat exploitanten de voorwaarden van de opting-inregeling, die zien op autonomie, privacy en vrijwilligheid van sekswerkers, geregeld schenden;
overwegende dat sekswerkers recht hebben op een veilige werkomgeving en volwaardige arbeidsrechtelijke bescherming;
overwegende dat de opting-inregeling in haar huidige vorm dit doel niet bereikt, zolang naleving van de voorwaarden niet effectief wordt gehandhaafd;
verzoekt de regering in overleg met de sekswerkbranche de opting-inregeling en het bijbehorende voorwaardenpakket te herzien, daarbij concrete handhavingsinstrumenten uit te werken, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Belhirch.
Zij krijgt nr. 276 (28638) (#70).
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Termijn antwoord
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Het laatste tweeminutendebat van vandaag.
Laat ik beginnen met de vraag van de heer Van den Brink over België, over onderzoeken of dat ook hier mogelijk zou zijn. Dat gaan we doen. Dat kan ik u toezeggen.
De motie op stuk nr. 265 van mevrouw Faber moet ik ontraden. Dit is wel erg rigoureus voor de hele sector. We denken dat er ook andere manieren zijn om de misstanden op te lossen.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Waarom zou dit rigoureus zijn? Men moet ook een vergunning hebben om dat werk te kunnen verrichten. Dat kan je toch gewoon hieraan koppelen? Dan kan je in ieder geval heel makkelijk controleren of iemand al dan niet illegaal is.
Minister Van Weel:
Maar er wordt op dit moment ook gewerkt met andere constructies die op zich niet bijdragen aan de misstanden in de sector. De scope die u overlaat voor de mogelijkheden met loondienst of zzp is gewoon te klein. Dat heeft grote impact op de sector. Vandaar dat ik de motie ontraad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 266.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 266: oordeel Kamer. Dit kan al. De rechter volgt dit traject ook al. Deze motie kan ik dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 267.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 267 is van de heer Boomsma. Als ik de motie zo mag interpreteren dat er binnen het nationale verwijzingsmechanisme een aparte kindgerichte route wordt ingericht waarin aandacht is voor de rechten van het kind als het gaat om hulp, onderwijs en veiligheid, kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie dat dat mag. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 267 oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 268.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 268 gaat over de zorg- en informatieplicht. Ik moet alleen nog even checken of dit in overeenstemming is met de Europese regelgeving. Dan kan ik 'm oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Kunt u daar voor de stemmingen schriftelijk op terugkomen?
Minister Van Weel:
Ik zou 'm op dit moment het oordeel ontijdig moeten geven, want ik red dat niet voor de stemmingen.
De voorzitter:
Oké. De motie op stuk nr. 268: ontijdig. Houdt u 'm aan?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 269.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 269 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 269 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 270.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 270 over de afschrikcampagnes geef ik oordeel Kamer. Dat doe ik omdat er al een afspraak is om jaarlijks zo'n actiedag te houden. Strikt genomen kan ik dat de politie natuurlijk niet opdragen, maar die afspraak is er en daarom geef ik de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 271.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 271 van mevrouw Bikker moet ik ontraden. Dat doe ik ook mede namens de minister voor Langdurige Jeugd … Nee.
De voorzitter:
Haha, ja, een langdurige jeugd willen we allemaal.
Minister Van Weel:
Daar hopen we op, haha.
De voorzitter:
Ik denk dat u Langdurige Zorg bedoelt.
Minister Van Weel:
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Zo, dan heb ik het volgens mij. Voor minderjarigen is er niet zozeer een aparte vorm van opvang nodig, maar vooral expertise bij hulpverleners en goede samenwerking tussen de verschillende organisaties in de hele keten. Dat is onderdeel van het actieplan mensenhandel. De collega's spannen zich, samen met de VNG, op dit moment ook in voor verbeteringen in het opvanglandschap voor minderjarige slachtoffers. Zoals in het commissiedebat is toegezegd, wordt eind dit jaar een inhoudelijk kader voor dit opvanglandschap gedeeld. Verdere uitwerking van dit kader, bijvoorbeeld wat betreft financiering en governance, is de volgende stap. Daarover wordt u aan het einde van het jaar in de volgende voortgangsbrief over het actieplan geïnformeerd.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Daar wil ik nou precies een beetje vaart in, want dan komt dat verzoek om geld pas weer na de begrotingsbehandeling. Ik heb heel bewust gekozen voor de woorden "passende opvang", en dus niet "aparte opvang", maar "passende opvang". Ik hoop dus dat de minister met die toelichting bedenkt: hé, dit is eigenlijk een enorm goede uitgestoken hand van de Kamer.
Minister Van Weel:
Ja, en toch vaar ik hierbij ook op het oordeel van de collega. Ik houd het dus bij ontraden, met de duiding die ik daarbij heb gegeven. Daar kan dan ook iedereen kennis van nemen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 272.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 272 van mevrouw Bikker geef ik oordeel Kamer. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijft verantwoordelijk voor de monitoring, dus dat zijn de cijfers zoals die er komen. Maar artikel 19 van de herziene richtlijn biedt ook ruimte om dat zo in te delen. Over de resultaten van de bestrijdingsmaatregelen wordt aan de Kamer in het kader van de Veiligheidsagenda en de voortgangsbrief Mensenhandel gerapporteerd. Ik zie 'm in die zin dus als een aanmoediging, ook in mijn nieuwe formele rol.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 262 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 273.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 273, van de heer Mohandis, geef ik oordeel Kamer. We gaan dit direct in gang zetten bij het WODC in het kader van de nulmeting.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 274.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 274 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 275.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 275 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
Tot slot de motie op stuk nr. 276.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 276 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 276 krijgt oordeel Kamer. Mevrouw Bikker, omdat het vandaag uw verjaardag is, geef ik u gelegenheid voor nog een interruptie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, ik dacht even dat de minister een compliment maakte, toen hij het had over langdurige jeugd, maar ik heb een heel andere vraag en die ziet op de motie op stuk nr. 273 van collega Mohandis ten aanzien van dat onderzoek. Volgens mij is dit al vanaf het kabinet-Balkenende IV onderzocht. Moeten we dit dus nog een keer onderzoeken? En als de minister daarop "ja" antwoordt, zou ik hem willen vragen om daarbij in ieder geval te betrekken dat de G4-steden de leeftijd al naar 21 jaar hebben gedaan en wat de gevolgen zijn voor al die 18-jarigen die nu te werk worden gesteld in omliggende plaatsen in miserabele omstandigheden. Ik hoop dus dat de minister zegt: eigenlijk hebben we al best veel onderzoek en kunnen we dat geld beter besteden. Ik beluister een beetje dat hij dat niet gaat doen, maar betrek dan alsjeblieft de realiteit in plaats van de gedroomde realiteit.
Minister Van Weel:
Ik noemde het ook een nulmeting, omdat we nu aan het begin staan, nog voor het wetgevingstraject. Natuurlijk zullen we de beschikbare informatie daarbij betrekken.
De voorzitter:
Dank aan de minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat, eerder dan verwacht, waardoor mevrouw Bikker op haar verjaardag toch nog wat eerder thuis zou kunnen zijn.
De voorzitter:
Over de 66 in de afgelopen twee uur ingediende moties zal op 22 september worden gestemd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze vergaderdag van 8 september 2026. Ik sluit de vergadering.