[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022

Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022

Jaarverslag

Nummer: 2023D17836, datum: 2023-05-17, bijgewerkt: 2024-02-19 10:56, versie: 2

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36360-XIII-1).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36360 XIII-1 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022.

Onderdeel van zaak 2023Z07580:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2022–2023
36 360XIII Jaarverslag en slotwet van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2022
Nr. 1

Jaarverslag van het ministerie van ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT (XIII) 2022

Ontvangen 17 mei 2023

Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 25.908,4

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln). Totaal € 11.181,0

A. Algemeen

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.


Hierbij bied ik, mede namens de Minister voor Klimaat en Energie en de Staatssecretaris Mijnbouw het departementale jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) over het jaar 2022 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Economische Zaken en Klimaat decharge te verlenen over het in het jaar 2022 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
  2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
  3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
  4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
  5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2022;
  2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
  3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
  4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2022 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2022, alsmede over de saldibalans over 2022 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

M.A.M. Adriaansens

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  1. Opbouw jaarverslag;
  2. Ondergrenzen toelichtingen;
  3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens;
  4. Groeiparagraaf;
  5. Grondslagen voor de vastlegging en de waardering;
  6. Motie Schouw en motie Hachchi c.s..

1. Opbouw jaarverslag

Dit jaarverslag bevat het beleidsverslag, een jaarrekening, en diverse bijlagen. Deze bevatten informatie over de in 2022 gerealiseerde beleidsresultaten en de budgettaire realisatiegegevens van EZK.

Het onderdeel beleidsprioriteiten van het beleidsverslag betreft de verantwoording over de beleidsagenda uit de EZK-begroting 2022. Naast het macro-economisch beeld worden in het beleidsverslag de behaalde resultaten op de prioriteiten van EZK voor 2022 toegelicht. Dit gebeurt via de volgende blokken:

  1. Economisch beeld en uitdagingen voor EZK, Nationaal Groeifonds;
  2. Duurzaam Nederland (o.a. vervolg Klimaatakkoord, Fit-for-55 en energiebeleid);
  3. Ondernemend Nederland (o.a. Industriebeleid en Economische Veiligheid, Verduurzaming Industrie, Innovatie en mkb);
  4. Digitale economie;
  5. Mededingings- en consumentenbeleid;
  6. Gaswinning Groningen;
  7. Europese en regionale samenwerking.

De beleidsartikelen in dit jaarverslag hebben dezelfde opzet als de begroting 2022 (Kamerstuk 35 925 XIII, nrs. 1 en 2) en zijn conform de Rijksbegrotingsvoorschriften opgesteld (https://rbv.rijksfinancien.nl). Elk beleidsartikel bevat een paragraaf beleidsconclusies waarin voor de belangrijkste instrumenten een oordeel wordt gegeven over de uitvoering van het beleid in het afgelopen jaar. In beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) is net als in de begroting 2022 een overzicht opgenomen van maatregelen van bij het Klimaatakkoord betrokken ministeries ten behoeve van de uitvoering van het Klimaatakkoord. De bedrijfsvoeringparagraaf doet verslag van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van het Ministerie van EZK.

De jaarrekening bestaat uit de departementale verantwoordingsstaten, de samenvattende verantwoordingsstaten inzake de agentschappen, de jaarverantwoordingen van de agentschappen, de saldibalans en de WNT-verantwoording.

De volgende bijlagen zijn opgenomen: Toezichtrelaties en Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s), Moties en toezeggingen, Afgerond evaluatie- en overig onderzoek, Inhuur externen, Focusonderwerp FJR 2022, Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer, Rijksuitgaven Caribisch Nederland, NGF-Bijlage, Rapportage burgercorrespondentie en een lijst van afkortingen.

2. Ondergrenzen toelichtingen

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen in de realisatie versus de vastgestelde begroting 2022 zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens

Het jaarverslag bevat zowel financiële als niet-financiële gegevens (kengetallen en indicatoren). Deze gegevens zijn aan verschillende controlenormen onderhevig. De controle van financiële informatie is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de Comptabiliteitswet 2016 en de Rijksbegrotingsvoorschriften 2023 (RBV). De controle van beleidsinformatie en informatie over de bedrijfsvoering is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de RBV.

4. Groeiparagraaf

In het EZK-jaarverslag 2022, onder het onderdeel beleidsprioriteiten, is een overzicht opgenomen van de budgettaire effecten van de maatregelen getroffen door het Ministerie van EZK wegens de oorlog in Oekraïne.

Nieuw vanaf het jaarverslag 2022 is het opstellen van de bijlage Moties en Toezeggingen (bijlage 2). Tot nu toe werd deze bijlage alleen bij de ontwerpbegroting opgenomen. Uitgangspunt van de bijlage is dat deze de actuele stand van zaken rond moties en toezeggingen weergeeft en aansluit op de eerder hierover verstrekte informatie.

Ingevolge het verzoek van de Tweede Kamer om bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2022 aandacht te besteden aan de terugkeer naar een regulier en voorspelbaar begrotingsproces wordt eenmalig de bijlage Focusonderwerp opgenomen in het Jaarverslag 2022 (bijlage 5: Focusonderwerp FJR 2022).

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33 000 IV, nr. 28,) brengen departementen reeds langer in kaart welke uitgaven zij doen ten behoeve van Caribisch Nederland, uitgesplitst per beleidsartikel en per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. Bedragen onder de € 1 mln hoeven niet apart zichtbaar te worden gemaakt in de budgettaire tabel, hierbij volstaat een toelichting.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) heeft het kabinet besloten het overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Ter uitvoering hiervan wordt bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland toegevoegd aan de departementale jaarverslagen waarin alle uitgavenreeksen ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) worden opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.

5. Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

6. Motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010-2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.

In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2022-2023 is onder andere aanbevolen om meer overheidsinvesteringen te doen voor de groene en digitale transitie (COM(2022) 621 final).

Binnen artikel 1 van de EZK-begroting wordt hieraan invulling gegeven vanuit een toekenning uit het Nationaal Groeifonds van € 210 mln (€ 152,5 mln onvoorwaardelijk, € 57,5 mln voorwaardelijk) met het opschalen van ca. 15 publiek-private samenwerkingen in het beroepsonderwijs, gericht op onder meer de versterking van de aansluiting van het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt. Tevens wordt met een bijdrage uit het fonds opgeschaald door een impuls te geven aan de toepassing van innovaties in de praktijk, het stimuleren van leven lang ontwikkelen en het verhogen van het productiviteitsniveau van (midden- en klein) bedrijven.

Daarnaast heeft het AiNed investeringsprogramma een budget van € 204,5 mln toegekend gekregen uit het Nationaal Groeifonds. Met het AiNed Investeringsprogramma van de Nederlandse AI Coalitie worden bedrijven en publieke instellingen bij elkaar gebracht om in AI essentiële stappen te zetten die van groot economisch én maatschappelijk belang zijn. Het programma pakt knelpunten aan voor de terreinen innovatie, kennisbasis, arbeidsmarkt, maatschappij en data delen met een focus op sectoroverstijgende vraagstukken van groot gemeenschappelijk belang die een spill-over hebben naar verschillende toepassingsgebieden.

Via het Nationaal Groeifonds is ook voor een periode van tien jaar € 80 mln publieke financiering toegekend aan het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). De oprichting van NOLAI in 2022 zorgt voor publiek-private samenwerking voor verantwoorde innovatie op het terrein van digitale leermiddelen die gebruik maken van AI.

Binnen artikel 2 van de EZK-begroting wordt hieraan onder andere bijgedragen met projecten gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds. In 2022 zijn voor het eerst aanzienlijke uitgaven gedaan vanuit het Nationaal Groeifonds. Over een langere periode is ongeveer € 10 mld beschikbaar voor projecten binnen de pijler R&D en innovatie van het Nationaal Groeifonds, mede door de extra middelen die voor deze pijler beschikbaar zijn gekomen in het Coalitieakkoord.

De uitgaven voor Nationaal Groeifonds-projecten lopen deels via artikel 2 van de EZK-begroting. In 2022 is binnen de pijler R&D en innovatie voor een bedrag van € 1,5 mld aan definitieve toekenningen gedaan voor Nationaal Groeifonds-projecten op artikel 2 van de EZK-begroting. In belangrijke mate zijn het middelen die bijdragen aan R&D en innovatie ten behoeve van de groene en digitale transitie. Middelen op artikel 2 van de EZK-begroting voor de IPCEI-projecten ‘Micro elektronica’ en ‘Cloudinfrastructuur en services’ vormen hier een belangrijke aanvulling op ter bevordering van de digitale transitie. Ook vanuit het in het Coalitieakkoord gevormde Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt bijdragen aan investeringen die de groene en digitale transitie bevorderen.

In 2022 is bepaald dat dit fonds voor een bedrag van € 500 mln wordt aangewend voor het versterken van faciliteiten voor toegepast onderzoek bij TO2-instellingen en Rijkskennisinstellingen en voor een bedrag van € 372 mln voor de versterking van Europese partnerschappen binnen Horizon Europe en aanpalende EU-onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Deze middelen vloeien in belangrijke mate naar artikel 2 van de EZK-begroting. Daarnaast draagt met name het missiegedreven innovatiebeleid bij aan investeringen die de groene en digitale transities bevorderen. In 2022 is met de uitvoering van het Kennis en Innovatieconvenant 2020-2023 invulling gegeven aan dit beleid door bedrijven, kennisinstellingen en overheidspartijen.

In 2022 zijn ook richtingen bepaald voor de doorontwikkeling van het missiegedreven innovatiebeleid. In de Kamerbrief ‘Innovatie en impact’, die in november 2022 is verschenen (Kamerstuk 2022D47162&did=2022D47162">33 009, nr. 117), is aangegeven dat sterker de focus zal worden gelegd op de transities die in het Coalitieakkoord centraal zijn gesteld voor het missiegedreven innovatiebeleid: de klimaat- en energietransitie, digitalisering, circulaire economie en sleuteltechnologieën.

Op artikel 4 investeert de Nederlandse overheid van 2020 tot en met 2027 meer dan € 27 mld in de schone en efficiënte productie van energie: onder andere via de SDE++, HER+ en ISDE draagt EZK al € 24,8 mld bij. Over dezelfde periode is meer dan € 500 mln opzij gezet voor investeringen in systeemintegratie en conversie. € 23 mld wordt geïnvesteerd in de energie-infrastructuur die noodzakelijk is voor duurzame energie. Meer dan € 48 mln wordt in geothermie geïnvesteerd tot en met 2025. Daarnaast worden, bijvoorbeeld om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis, verschillende extra maatregelen genomen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, onder andere door de komende jaren het aantal draaiuren van kolencentrales fors terug te dringen. In de komende jaren zullen de in het coalitieakkoord aangekondigde investeringen op het gebied van klimaat, energie, digitalisering, onderwijs, onderzoek en innovatie verder bijdragen aan het adresseren van de landspecifieke aanbevelingen uit 2020.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Voor het opnemen van deze uitgaven in de budgettaire tabellen geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven (realisatie) van EZK voor Caribisch Nederland in 2022 bedroegen € 40,2 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1 (€ 4,3 mln), 2 (€ 1,0 mln) en 4 (€ 34,9 mln).

In bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland zijn alle uitgavenreeksen van het Ministerie van EZK ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.

B. Beleidsverslag

3. Beleidsprioriteiten

Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) staat voor een ondernemend en duurzaam Nederland. Samen met zijn partners werkt EZK aan de welvaart van alle Nederlanders, nu en later. Wij spannen ons in om de Nederlandse economie te versterken en weerbaar te maken voor de toekomst. Het belang van een weerbare en wendbare economie is afgelopen jaar nog nadrukkelijker naar voren gekomen. Terwijl de hevigheid van de coronacrisis afnam diende de volgende crisis zich alweer aan na de Russische invasie van Oekraïne en de daaropvolgende energieschaarste. Het adresseren van deze energieschaarste en bijbehorende economische problemen is en blijft een belangrijke opgave. Dit onderstreept nog sterker het belang van een succesvolle klimaat- en energietransitie, op weg naar een duurzame samenleving met schone, betrouwbare en betaalbare energie en industrie. We staan voor een open economie met een sterke internationale concurrentiepositie. We stimuleren innovatie en benutten de economische en maatschappelijke kansen. We geven ondernemers de ruimte en borgen de balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten. Deze opgaven vragen erom dat verduurzaming en economische ontwikkeling waar mogelijk hand in hand gaan. We moeten de economische kansen van verduurzaming waar mogelijk verzilveren. Juist ook om de transities waar we voor staan succesvol te volbrengen, hebben we een sterke economie met vindingrijke ondernemers hard nodig.

Macro-economisch beeld en uitdagingen voor EZK

De Nederlandse economie herstelde zich in 2022 sterk, mede geholpen door het aflopen van de maatregelen die nodig waren vanwege COVID-19. Door de sterke economische groei van 4,2 procent in 2022 is de economie weer groter dan voor de coronacrisis, en kwam de economie zelfs ongeveer weer op het oude groeipad terecht. Het herstel was daarmee krachtiger dan in de meeste andere Europese landen. De veerkracht van Nederlandse ondernemers is hierin bepalend geweest, en ook de steunpakketten hebben een bijdrage geleverd aan het bestendigen van de economie. Waakzaamheid ten aanzien van corona blijft nodig: de pandemie is meermaals onvoorspelbaar gebleken.

Het bekoelen van de coronacrisis viel samen met een snel stijgende inflatie in het begin van 2022. Tekorten van aardgas, onder andere veroorzaakt door afnemende winning in Noordwest-Europa en de sterk gestegen vraag in Azië, leidden in 2021 al tot oplopende energieprijzen; de coronacrisis en bijbehorende problemen in internationale waardeketens zorgden voor prijsstijgingen bij tal van goederen. Hier bovenop kwam in februari 2022 de Russische invasie van Oekraïne. De oorlog in Oekraïne is uiteraard in de eerste plaats een catastrofe voor de Oekraïense bevolking. Naast het grote leed daar heeft de oorlog ook economische gevolgen voor de wereldeconomie, ook in Nederland. Het heeft geleid tot grotere energieschaarste, en tot prijsstijgingen van voedsel en andere producten. Deze combinatie van factoren heeft geleid tot een inflatie van circa 10 procent in 2022.1

Een belangrijke opgave voor EZK in 2022, maar ook in de komende jaren, is het verminderen van de energieschaarste. Hierin zijn in 2022 al belangrijke stappen gezet. Spaarzaamheid van huishoudens en innovatie van ondernemers hebben de energievraag in 2022 met tientallen procenten gedrukt. Ook aan de aanbodzijde is er veel werk te verzetten om de energieschaarste te verminderen. De snelle groei van hernieuwbare energiebronnen heeft de hoeveelheid aardgas die nodig is voor elektriciteitsopwekking substantieel verminderd. De krachtige inzet van het kabinet op expansie van deze energiebronnen heeft zo bijgedragen aan het tegengaan van energieschaarste. Met het oog op de klimaatdoelstellingen en een onafhankelijkere energievoorziening zal EZK hier de komende jaren op blijven inzetten. Ook de ingebruikname van twee drijvende LNG-terminals in de Eemshaven is belangrijk geweest voor het terugdringen van schaarste. Mede dankzij de grotere import van LNG in Europa daalde de aardgasprijs na de zomer van 2022 sterk. Tegelijkertijd blijft het verloop van energieprijzen onzeker. Om deze onzekerheid voor huishoudens te verminderen en de koopkrachtdaling te beperken is daarom gekozen voor een prijsplafond voor energie in 2023. De prijzen die huishoudens en andere kleine verbruikers moeten betalen voor energie worden hiermee gemaximeerd. Ook voor het mkb worden de gevolgen van hoge energiekosten gedempt, middels de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK).

Naast de oplopende inflatie is een belangrijk knelpunt voor de economie de krapte op de arbeidsmarkt. Zelfs de kentering in de conjunctuur in de tweede helft van 2022, die onder andere volgde uit de oplopende inflatie, verminderde deze krapte nauwelijks. De krapte op de arbeidsmarkt is een gevolg van een nog steeds krachtige economie. De krapte gaat echter gepaard met serieuze problemen. Het maakt het lastiger voor bedrijven om te groeien, bemoeilijkt publieke dienstverlening en kan belangrijke transities in de weg staan. Het is voor EZK belangrijk dat deze krapte een stimulans is voor innovatief ondernemerschap en de inzet van arbeidsbesparende technologie. Dit vermindert niet alleen de krapte, maar is ook een belangrijke motor van economische groei.

Zonder economische groei is het niet mogelijk om de collectieve voorzieningen - van de zorg, AOW en defensie tot het onderwijs - op peil te houden, laat staan te verbeteren. Daarnaast is productiviteitsgroei bepalend voor loongroei, zodat huishoudens ook de economische groei terugzien in hun portemonnee. Groei is daarnaast nodig voor belangrijke maatschappelijke transities, en voor de betaalbaarheid hiervan. EZK heeft daarom ook in 2022 onverminderd doorgewerkt aan het verhogen van de duurzame economische groei voor Nederland, ook op de lange termijn. EZK streeft daarbij nadrukkelijk naar duurzame groei, die per saldo én op de lange termijn bijdraagt aan het welzijn van huidige en toekomstige generaties en ook in overeenstemming is met andere beleidsdoelen, zoals het mitigeren van klimaatverandering.

Nationaal Groeifonds

Een van de belangrijkste instrumenten van het kabinet om deze duurzame economische groei een impuls te geven, is via het in 2020 opgerichte Nationaal Groeifonds. In 2022 is het tweede advies van de adviescommissie Nationaal Groeifonds gepubliceerd. Het kabinet heeft op basis van dit advies besloten voor 28 verschillende voorstellen middelen beschikbaar te stellen of te reserveren, met een totale omvang van meer dan € 6 mld.2 Tevens zijn de voorbereidingen gestart van de derde investeringsronde.

Duurzaam Nederland

Nederland staat voor een ongekende transitie op het gebied van duurzaamheid en een klimaatneutrale economie. EZK kiest daarom voor een realistische, ambitieuze en groene groeistrategie, die het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie combineert met het verbeteren van het milieu en gebruikmaakt van initiatieven in de samenleving. De komende jaren zullen onder andere in het teken staan van de groei van hernieuwbare energie, energiebesparing, leveringszekerheid, onafhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen en de transitie naar een circulaire economie.

De energiecrisis

2022 is een bijzonder jaar geweest waarin door de oorlog in Oekraïne Nederland onder andere te kampen heeft gehad met hoge energieprijzen. Er zijn dan ook veel maatregelen genomen ten aanzien van de leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie.

In maart 2022, kort nadat de oorlog in Oekraïne is begonnen, werd een pakket aan maatregelen bekendgemaakt: een eenmalige energietoeslag voor lage inkomens, een verlaging van de btw op energie, een accijnsverlaging van benzine en diesel en aanvullende energiebesparende maatregelen. Hierop volgden in september extra maatregelen om Nederlandse burgers meer betalingszekerheid te geven. Er werd bijvoorbeeld aangekondigd dat huishoudens en andere kleinverbruikers in november en december konden rekening op een korting van €190 per maand op de energierekening. In 2023 kwam hiervoor een prijsplafond op energie voor huishoudens en andere kleinverbruikers in de plaats. Al deze maatregelen hebben bijgedragen aan het verlichten van de energierekeningen van de meeste huishoudens.

Naast de betaalbaarheid van energie, kwam ook de leveringszekerheid van energie in gevaar als directie aanleiding van de oorlog in Oekraïne. Als gevolg hiervan heeft zowel op Europees gebied als binnen Nederland veel plaatsgevonden, zoals de eerdergenoemde ingebruikname van twee LNG-terminals in de Eemshaven. Terwijl Russische energie steeds meer werd geboycot op Europees niveau, heeft Nederland onder meer gewerkt aan het verbeteren van de eigen interne energieopslag en het versterken van het Nederlandse energienet.

De oorlog in Oekraïne heeft ook geleid tot versnelling van verduurzaming. Mede hierdoor zit de energietransitie in een stroomversnelling en groeit het aanbod van hernieuwbare energie snel. Ondanks de grote investeringen die zijn gedaan door netbeheerders, loopt het elektriciteitsnet toch tegen zijn grenzen aan. Dit maakt het moeilijker voor bedrijven en industrie om te investeren in verduurzaming, aangezien zij hierbij worden gehinderd door een tekort aan transportcapaciteit. Om deze congestie op het elektriciteitsnet tegen te gaan is in december 2022 het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) gepresenteerd. In dit programma verbinden het Rijk, medeoverheden, de Autoriteit Consument en Markt (ACM), netbeheerders en marktpartijen zich gezamenlijk aan concrete acties.3 Met het actieprogramma willen de betrokken partijen aan meerdere knoppen tegelijkertijd draaien om de problemen met het volle stroomnet zoveel mogelijk te beperken en te voorkomen. Dit is in het bijzonder van belang omdat de komende jaren getekend zullen worden door elektrificatie en het groeiende aandeel van hernieuwbare energie.

Fit-for-55

Om de klimaatdoelstellingen in de EU en in Nederland te kunnen implementeren heeft het kabinet voortvarend gewerkt om belangrijke onderdelen uit het Fit-for-55 pakket af te ronden.4 Zo zijn in 2022 de trilogen afgerond voor de aanscherping van het Europese emissiehandelsysteem (ETS), inclusief opname van de maritieme- en scheepvaartsector. Daarnaast is een nieuw ETS ingericht voor de gebouwde omgeving en mobiliteit met daaraan gekoppeld een Sociaal Klimaatfonds om sociale gevolgen bij armere bevolkingsgroepen op te vangen.5 Ook zijn de nationale doelen voor de individuele EU-lidstaten (ESR) vastgesteld en is er gewerkt aan het inrichten van een koolstofheffing aan de grens (CBAM). EZK heeft zich hierbij ingespannen voor snelle besluitvorming en behoud van het ambitieniveau teneinde het 2030-doel van 55 procent te kunnen halen.

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK)

In het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK) werkt de overheid samen met industrie, energieproducenten en netbeheerders om projecten voor de infrastructuur van energie en grondstoffen te versnellen. Dit zijn projecten die belangrijk zijn voor de verduurzaming van de industrie, gebouwde omgeving, landbouw en mobiliteit en voor de realisatie van windenergie op zee. In 2022 zijn vijf nieuwe projecten toegelaten tot het MIEK: aanlanding wind-op-zee projecten, H-Vision, importterminals van waterstof in Rotterdam, het Noordzeekanaalgebied en Aramis. Deze projecten dragen onder andere bij aan het behalen van de vastgestelde klimaatdoelen. Naast nieuwe projecten heeft er ook voortgang plaatsgevonden op een aantal huidige MIEK-projecten. De landelijke waterstofinfrastructuur en de Deltacorridor gaan bijvoorbeeld door naar de volgende fase binnen het MIEK. Voor de Deltacorridor is hierbij een besluit genomen tot het oprichten van een publieke projectorganisatie om zo vanuit het Rijk het project te ondersteunen.

Wind Op Zee

Met het programma Noordzee en de Aanvullende Routekaart Windenergie op Zee 2030 is in 2022 de ambitie voor windenergie op zee rond 2030 verdubbeld naar circa 21 GW. Dit is een enorme klus, omdat deze aanvullende ambitie parallel aan de reeds geplande windparken moet worden gerealiseerd in een korter tijdsbestek. Door processen parallel te plannen en meer risico’s bij het Rijk en bij TenneT neer te leggen, streeft het kabinet er niettemin naar deze doelstellingen te halen. Tegelijkertijd wordt er ook al vooruitgekeken naar en gewerkt aan de plannen voor windparken na 2030. Daarbij zullen grotere gebieden verder op zee worden benut voor de productie van elektriciteit en waterstof uit windenergie op zee.

In 2022 hebben ten slotte meerdere tenders plaatsgevonden voor de exploitatie van windenergiegebieden: Hollandse Kust West kavel VI en Hollandse Kust West kavel VII. De twee windparken hebben beide een capaciteit van ten minste 700 MW en zullen hernieuwbare elektriciteit produceren zonder overheidssubsidie. Netbeheerder TenneT gaat twee platforms (stopcontacten op zee) met twee netaansluitingen binnen het gebied plaatsen om de windparken te verbinden met het Nederlandse elektriciteitsnet.

Ondernemend Nederland

EZK staat voor een ondernemend Nederland. Dat is een Nederland vol vernieuwers en toekomstbouwers, een vestigingsplaats voor het mkb, innovatieve starters en grote, productieve internationale bedrijven. Dat is een dynamisch Nederland waarin we met innovatieve oplossingen komen, door nieuwe technologieën toe te passen, effectief op te schalen, en het onbekende aan te gaan. Het EZK-beleid is erop gericht ondernemers de ruimte te geven om tot vernieuwing te komen. Een belangrijk speerpunt voor EZK in 2022 was dan ook het ondernemingsklimaat. Vanwege de grote rol die bedrijven spelen in onze welvaart, moeten we bedrijvigheid behouden, koesteren en aantrekken.

Op tal van beleidsterreinen die raken aan het ondernemingsklimaat heeft EZK in 2022 weer stappen gezet. EZK heeft beleid gevoerd om innovatie aan te jagen, economische veiligheid te borgen, de industrie en het mkb te laten bloeien en regionale ontwikkeling te stimuleren.

Ondernemingsklimaat

In oktober 2022 is de strategische agenda voor het ondernemingsklimaat gepubliceerd.6 EZK zet in op de versterking van het ondernemingsklimaat. Dat betekent én de basis op orde houden én een keuze voor extra inzet van het kabinet op het stimuleren van bedrijfsactiviteiten die substantieel bijdragen aan de digitalisering, verduurzaming en weerbaarheid van onze economie. In de agenda zijn acties genoemd om het inzicht in de ontwikkelingen van het ondernemingsklimaat te verdiepen, zijn de strategische uitgangspunten uiteengezet voor en zijn de acties op bepalende factoren van het ondernemingsklimaat omschreven. Zo is EZK, onder andere, een monitor ondernemingsklimaat en een impacttoets voor ‘nationale koppen’ op Europese regelgeving aan het uitwerken. Deze toets zal, ten behoeve van het besluitvormingsproces van het kabinet, inzichtelijk maken hoe de Nederlandse vertaling van EU-regels zich verhoudt tot vergelijkbaar beleid in andere (Europese) landen en wat het effect hiervan is op onze concurrentiepositie.

Innovatie

Innovatie draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, is een belangrijke aanjager voor productiviteitsgroei en levert een grote bijdrage aan onze concurrentiekracht. Het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid (MTIB) versnelt de transitie naar een duurzame, gezonde, veilige en klimaatneutrale samenleving én versterkt de concurrentiekracht van ons land.

EZK heeft in 2022, gezamenlijk met het Ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de kabinetsinzet ter versterking van het innovatiebeleid kenbaar gemaakt. 7 De drie speerpunten zijn het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor R&D en innovatie, strategische keuzes bij de inzet van middelen en een doelmatig en toegankelijk instrumentarium. De richting en uitgangspunten die in deze brief kenbaar zijn gemaakt zijn leidend voor het proces om dit jaar tot herijkte missies, nieuwe Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) en het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) te komen. Ook zijn stappen gezet bij de besteding van middelen uit het fonds Onderzoek en Wetenschap voor TO2-faciliteiten, EU-matching en EU-partnerschappen.

Een belangrijk instrument voor innovatie is het in 2020 opgerichte Nationaal Groeifonds. In 2022 besloot het kabinet dat zes investeringsvoorstellen die EZK had ingediend bij het fonds op het terrein van R&D en Innovatie bekostigd gaan worden.8 Het gaat om de projecten Circulaire Plastics NL (€ 220 mln), Groenvermogen II (€ 250 mln), Nieuwe Warmte Nu! (€ 200 mln), NXTGEN HIGHTECH (€ 450 mln), Oncode-PACT (€ 164 mln) en PhotonDelta (€ 471 mln), met als totale som ruim € 1,75 mld. Hiermee kunnen de komende jaren grote investeringen worden gedaan om kansrijke ecosystemen in Nederland te versterken. Daarmee wordt geïnvesteerd in het toekomstig verdienvermogen van Nederland en bijgedragen aan het vinden van oplossingen voor belangrijke maatschappelijke vraagstukken.

In 2022 is ook de bilaterale en trilaterale innovatiesamenwerking verder ontwikkeld. Door de Nederlandse inschrijving van €389 mln bij de Ministeriële Conferentie van de European Ruimteagentschap (ESA) nemen de investeringen van Nederland via ESA ten opzichte van 2019 met 37 procent toe. Deze inschrijving maakt het mogelijk dat Nederlandse overheden en bedrijven ruimtevaarttechnologie bij de grote transities kunnen inzetten.9

Economische veiligheid

Een open economie en vrije handel vergroten de Nederlandse welvaart. Goede afspraken over concurrentieverhoudingen via multilaterale organisaties hebben daarvoor een basis gelegd. Geopolitieke ontwikkelingen en haperingen in mondiale waardeketens leggen echter kwetsbaarheden van open en vrije markten bloot. Zo zien we dat ons omringende machtsblokken protectionistisch handelen en proactief – soms ook agressief – beleid voeren om hun technologische positie te versterken en via economie hun geopolitieke invloed proberen te vergroten.

Tegen deze achtergrond spannen we ons in om onze economische veiligheid te beschermen en streven we op Europees niveau naar ‘open strategische autonomie’. Dat stelt ons in staat om onze publieke belangen te blijven borgen in een onderling verbonden wereld. ‘Open’ staat voor open economie, waarbij de EU een wereldwijde speler is met wederzijdse afhankelijkheden, die bij voorkeur multilateraal samenwerkt en waar handel op regels gebaseerd is. De veranderde geopolitieke context vraagt echter ook om waakzaamheid. Door ongewenste overnames kunnen ongewenste strategische afhankelijkheden ontstaan en kan hoogwaardige kennis weglekken, met gevolgen voor onze concurrentiekracht of zelfs nationale veiligheid.

Een belangrijk resultaat voor EZK rondom economische veiligheid is de Wet Veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames (Vifo), die in 2022 door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. De wet zorgt voor een veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid. 10 De veiligheidstoets geldt voor drie soorten bedrijven en organisaties in Nederland: vitale aanbieders, ondernemingen met sensitieve technologie en beheerders van bedrijfscampussen. Deze actoren dienen investeringen, fusies en overnames te melden bij het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het BTI beoordeelt vervolgens of een risico ontstaat voor de nationale veiligheid. Met deze wet is een belangrijke waarborg ingebouwd om ongewenste investeringen, fusies en overnames te voorkomen.

Ten slotte is in december 2022 de Nationale Grondstoffenstrategie gepresenteerd aan de Tweede Kamer.Met deze strategie wordt ingezet op voldoende beschikbaarheid van kritieke mineralen en metalen, circulariteit, op het vinden van minder schaarse alternatieven en verkleinen van de impact op mens en milieu. Dit is van belang voor zowel het voorkomen van eenzijdige afhankelijkheden als voor het duurzaam verdienvermogen en de omslag naar circulariteit.

Industriebeleid

Voor de toekomst van de Nederlandse industrie is het essentieel dat de omslag naar circulariteit en klimaatneutraliteit wordt ingezet. Een succesvolle verduurzaming van de industrie dient verschillende doelen: de industrie is een hoogproductieve sector met veel economische waarde, onze open strategische autonomie is erbij gebaat en het is nodig voor de brede transities naar circulariteit en klimaatneutraliteit. Een succesvolle groene industrie in Nederland is niet alleen goed voor onze eigen duurzaamheidsdoelen, maar ook voor de mondiale omslag die nodig is.

Vanuit deze gedachte heeft het kabinet besloten om maatwerkafspraken te maken met de twintig grootste industriële uitstoters van broeikasgassen van Nederland. Deze bedrijven worden hierbij uitgedaagd zelf met ambitieuze plannen te komen om uitstoot te reduceren, bij henzelf en in de keten, en de impact op de leefomgeving te verbeteren. In 2022 zijn met drie bedrijven hiertoe ‘expressions of principles’ getekend: Tata Steel, DOW en Nobian. Hiermee wordt de eerste concrete stap naar juridisch afdwingbare maatwerkafspraken gezet.

Een ander speerpunt was het opstellen van sectorplannen voor corona. Hoewel corona in 2022 geen grote belemmering meer was voor de economie, is het belangrijk om voorbereid te zijn op eventuele oplevingen van het virus. Hiertoe zijn in september de sectorplannen opgeleverd die schetsen welke maatregelen goed aansluiten bij de sector. Sectoren weten door hun ervaringen uit de afgelopen jaren immers het beste wat wel en niet werkt om verspreiding van het virus tegen te gaan en tegelijkertijd economische activiteit te behouden.

Ten slotte is voortgang geboekt rond de Chips Act. Dit Europese initiatief is gericht op onderzoek naar, ontwikkeling van en productie van halfgeleiders (chips). Halfgeleiders zijn essentieel in allerlei producten, en de innovaties in deze sector zijn ook hard nodig voor andere technologieën zoals kwantum, kunstmatige intelligentie en fotonica. Europese samenwerking is nodig voor de competitiviteit van deze sector en het behoud van onze welvaart en veiligheid. De Europese Commissie heeft in maart 2022 een voorstel voor de Chips Act gepresenteerd, waarover in december 2022 een algemene oriëntatie is bereikt.

Midden- en kleinbedrijf

Het mkb zorgt voor werkgelegenheid, levert nieuwe producten en diensten, en draagt bij aan oplossingen voor alledaagse en maatschappelijke uitdagingen. Om mkb’ers nog beter in staat te stellen de vruchten te plukken van de groeiende en snel veranderende economie heeft EZK ook in 2022 veel aandacht voor het mkb gehad.

De sterke stijging van de energieprijzen was voor het mkb een belangrijke uitdaging. Dit geldt in het bijzonder voor het energie-intensieve mkb. Om de gevolgen van de prijsschok voor deze groep bedrijven te dempen is de tijdelijke Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aangekondigd. In het eerste kwartaal van 2023 kunnen bedrijven waarvoor de energiekosten ten minste 7 procent van de omzet beslaan zich aanmelden voor een tegemoetkoming met terugwerkende kracht tot 1 november 2022.11 Met deze regeling voorkomen we dat bedrijven in grote getale omvallen als gevolg van de extreme energieprijzen in 2022. Met de tijdelijkheid wordt tegelijkertijd gestimuleerd dat bedrijven zich blijven aanpassen aan de veranderde omstandigheden en dat de kosten voor de regeling niet te veel oplopen.

In 2022 zijn eveneens stappen gezet rond de Borgstelling MKB-Krediet Groen (BMKB-Groen).12 Dit instrument helpt ondernemingen bij verduurzaming door tegen gunstige voorwaarden garanties te bieden voor groene investeringen, bijvoorbeeld in hernieuwbare energie of energiebesparing. Per november 2022 kunnen mkb’ers gebruikmaken van de regeling via non-bancaire financiers. Banken sluiten hier in 2023 bij aan. Ten slotte heeft EZK, in samenwerking met SZW en OCW, in 2022 gewerkt aan het Actieplan Groene en Digitale banen.13 Dit actieplan is erop gericht de arbeidsmarktkrapte rond de klimaattransitie en de digitale transitie te verlichten. De pijlers onder het actieplan zijn het verhogen van de instroom in bètatechnisch onderwijs, behoud en vergroten van de instroom in de bètatechnische arbeidsmarkt, het verhogen van arbeidsproductiviteit en het versterken van de governance en het tegengaan van versnippering.14

Regionale ontwikkelingen

Provincies, gemeenten en andere regionale stakeholders zoals ROM’s zijn belangrijke partners bij thema’s als het Missiegedreven Topsectoren- en innovatiebeleid (MITB), de energietransitie, verduurzaming van de industrie, scholing, digitalisering van het mkb en het benutten van innovaties. Door gezamenlijk op te trekken wordt de effectiviteit van zowel het EZK-beleid als dat van de regionale overheden versterkt. In 2022 zijn regionale partners, met name provincies en ROM’s, betrokken bij het Actieplan Innovatie & Valorisatie. In dit actieplan is de cruciale rol van regio’s in het innovatiebeleid voor valorisatie en de aansluiting van het mkb geduid. In de uitvoering van het actieplan komen de ROM’s nadrukkelijker in beeld doordat meer aandacht wordt besteed aan bovenregionale samenwerking. Voorts hebben EZK en provincies eind 2022 afgesproken om de gezamenlijke financiering van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren in 2023 te continueren.

De energietransitie, de transitie naar een circulaire economie, de ontwikkeling van campussen: allemaal vragen ze om voldoende ruimte. Een goede ruimtelijke inrichting, waarin ruimte is én blijft voor economische activiteiten, is belangrijk voor onze welvaart. In 2022 is het programma werklocaties aangekondigd, gericht op het samen met provincies toekomstbestendig maken van werklocaties. Het in samenwerking met BZK opgezette programma werkt langs een aantal programmalijnen, waaronder het borgen van voldoende ruimte voor economie, het verduurzamen en innoveren van bestaande bedrijventerreinen en het clusteren van grootschalige bedrijfsvestigingen.

De hoogwaardige technologische productie in de Brainportregio versterkt onze eigen internationale concurrentiepositie, de Europese interne markt en geopolitieke autonomie van Nederland en Europa. Het behoud van deze internationale positie is ook van belang voor economische groei in Nederland, maar is zeker geen vanzelfsprekendheid. Daarom is in 2022 met de Brainportregio afgesproken een strategische agenda op te stellen, die zichtbaar maakt hoe economische inhoud, functies en ruimtegebruik zich tot elkaar verhouden in het vestigingsklimaat. Principebesluiten worden door EZK gecoördineerd vanuit het Bestuurlijk Overleg Brainport. Daardoor konden het kabinet en de Brainportregio afspreken om tot 2030 bijna € 1,6 mld te investeren in regionale ontwikkeling en mobiliteit.

Digitale economie

Een succesvolle transitie naar een digitale economie behoort tot de strategische doelen van EZK. De Nederlandse uitgangspositie is uitstekend: onze digitale infrastructuur is van wereldklasse, we hebben ecosystemen met succesvolle startups, scale-ups en innovatieve Nederlandse techbedrijven en een unieke traditie van publiek-private samenwerking. Daardoor behoort Nederland volgens verschillende indices tot de best presterende digitale economieën van Europa. Het behoud van die goede uitgangspositie is echter geen vanzelfsprekendheid, en de belangen zijn groot. Digitalisering is steeds bepalender voor duurzame economische groei, innovatie en een succesvol bedrijfsleven; voor het verminderen van arbeidsmarktkrapte is het een essentiële oplossingsrichting. Technologisch leiderschap heeft bovendien steeds meer een geopolitieke dimensie, vanwege een verhard internationaal speelveld.

Digitale strategie

Om deze uitdagingen te adresseren en de vruchten van de digitale transitie te blijven plukken, heeft EZK in november 2022 een strategie voor de digitale economie uitgebracht.15 Deze strategie geeft nadere invulling aan de ambities, doelstellingen en acties van EZK op het terrein van de digitale economie richting 2030. De strategie zet in op het versterken van ons verdienvermogen, het borgen van publieke waarden en het zorgvuldig afwegen van publieke belangen in een steeds geopolitiekere context.

De strategie heeft een vijftal prioriteiten. Ten eerste zet EZK in op het creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten. Een tweede prioriteit is het stimuleren van digitale innovatie en vaardigheden. Behoud en versterking van veilige, betrouwbare en hoogwaardige digitale infrastructuur is een ander speerpunt van de digitale strategie. Gelet op toenemende zorgen rondom cybersecurity, zowel in de private als publieke sector, is borging hiervan eveneens een prioriteit binnen de digitale strategie. Het laatste speerpunt is het versnellen van de digitalisering van het mkb. Dit is nodig voor zowel de competitiviteit van ons mkb als voor de breedte van de digitale transitie.

Ontwikkeling RDI

Om beter geëquipeerd te zijn voor het groeiend aantal (toezichts-)opgaven is Agentschap Telecom in 2022 begonnen met de reorganisatie naar Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). In januari 2023 is de organisatie omgegaan naar de nieuwe structuur. Dit betekent onder meer dat RDI vanuit drie themadirecties Apparatuur, Infrastructuur en Digitale Weerbaarheid werkt, ondersteund door de directie Bestuur, Juridische Zaken en Communicatie (BJC) en de directie Mens en Middelen (MM). Uitvoerende taken en toezichtstaken worden op het functioneel niveau gescheiden.

Implementatie Europese wet- en regelgeving

In 2022 zijn mijlpalen bereikt bij verschillende Europese wetstrajecten. Op 26 november trad de Digital Services Act (DSA) in werking, grotendeels in lijn met de Nederlandse inzet. De DSA is gericht op een goede werking van de interne markt en een veilige, voorspelbare, en betrouwbare online omgeving, waarin grondrechten effectief worden beschermd. Op 17 februari 2024 zullen alle dienstverleners die onder de DSA vallen aan de daarin gestelde regels moeten voldoen. Voor zeer grote online platforms en zoekmachines wordt de DSA al eerder van kracht. De Autoriteit Consument en Markt en naar verwachting ook de Autoriteit Persoonsgegevens zullen een rol krijgen bij het toezicht op de DSA.16

Ook zijn vorderingen geboekt rond de Data Governance Act (DGA), waar in 2022 een akkoord over is bereikt in de Europese triloog. De DGA zorgt voor een helder kader voor het vertrouwd delen van data. De DGA maakt het voor consumenten en bedrijven gemakkelijker om hun data vertrouwd te delen en te gebruiken, waarbij wordt voorkomen dat er ongewenste dataconcentraties ontstaan en data op oneigenlijke manier wordt gebruikt. Hiermee zorgt het voor een eerlijker speelveld voor verantwoorde datadeling. De Europese Commissie heeft daarnaast een voorstel gepubliceerd voor de Data Act. Deze beoogt het gebruik van data uit Internet of Things-producten te bevorderen zodat de waarde uit deze data eerlijk wordt verdeeld. In de compromistekst van eind 2022 worden in lijn met de Nederlandse inzet nieuwe maatregelen opgenomen om de interoperabiliteit van clouddiensten te bevorderen. Ten slotte hebben Europese telecomministers in december 2022 een akkoord bereikt over de Artificial Intelligence (AI) Act. De AI Act draagt zorg voor de veiligheid van AI-systemen op de interne markt, met waarborgen voor de bescherming van fundamentele rechten. Daarmee krijgt mensgerichte AI voor ontwikkelaars, ondernemers en consumenten in de EU een impuls. In 2023 start naar verwachting de Europese triloog.

Digitale innovatie, vaardigheden en veiligheid

Voor het versterken van de kennis- en innovatiebasis en het verzilveren van economische kansen rond AI, zijn middelen uit het Nationaal Groeifonds toegekend aan het AiNed-investeringsprogramma. Dit heeft in 2022 geresulteerd in verschillende labs, R&D-projecten en initiatieven rond menselijk kapitaal. Daarnaast heeft EZK geïnvesteerd in het versterken van digitale vaardigheden door het samenwerkingsverband met de Human Capital Agenda ICT te ondersteunen. Ook vond in oktober de lancering van het Nationaal Onderwijslab AI plaats. Dit ontwikkelt de komende tien jaar met onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven intelligente digitale onderwijsinnovaties gericht op de verbetering van het primair en voortgezet onderwijs.

EZK heeft daarnaast bijgedragen aan de Nederlandse Cybersecurity Strategie, die onder regie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in 2022 is ontwikkeld.17 EZK richt zich op de thema’s consumentenbescherming en de versterking van de digitale weerbaarheid van het bedrijfsleven. Dit betekent dat het aanbod van ICT-producten en -diensten veiliger moet worden en dat consumenten en bedrijven zich bewuster moeten worden van digitale dreigingen en risico’s en daar meer weerbaar tegen worden.

Mededingings- en consumentenbeleid

Ook in 2022 heeft EZK zich ingezet voor het borgen van concurrentie tussen bedrijven, de bescherming van consumenten en goed functionerende markten. Goed functionerende markten zijn een onmisbaar ingrediënt voor economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart in Nederland. Soepel werkende markten zijn bijvoorbeeld nodig om complexe transities op een efficiënte en werkbare manier vorm te geven, zoals de klimaat- en energietransitie en digitalisering.

In 2022 zijn verschillende resultaten geboekt die bijdragen aan deze doelstellingen. Een belangrijk resultaat was het akkoord in de zomer over de Digital Markets Act (DMA), die 1 november 2022 in werking is getreden. De DMA bevat regels voor grote digitale platforms waar consumenten en ondernemers nauwelijks omheen kunnen (poortwachters). Het doel van de DMA is om consumenten en ondernemers te beschermen en te zorgen voor meer concurrentie op digitale markten. Naar verwachting worden de eerste poortwachters in september 2023 aangewezen en moeten zij vanaf maart 2024 aan de verboden en verplichtingen uit de DMA voldoen. Dit zorgt ervoor dat ondernemers en consumenten minder afhankelijk zijn van poortwachters en bedrijven makkelijker toegang krijgen tot de markt.

Zo is de kabinetsbrede actieagenda voor de interne markt uitgegaan, met een aantal acties op Europees, Benelux en nationaal niveau die belemmeringen op de interne markt wegnemen.18 Ook is een Europees akkoord bereikt over de Verordening verstorende buitenlandse subsidies, die vanaf 12 januari 2023 van kracht is.19 EZK heeft zich de afgelopen jaren actief ingezet voor een dergelijk instrument. Het doel van de verordening is om concurrentieverstoringen op de interne markt als gevolg van subsidies van niet-EU-landen beter aan te kunnen pakken. Daarnaast is een akkoord bereikt over de Verordening Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten, waarmee wederkerigheid voor EU-bedrijven op de markt voor overheidsopdrachten kan worden afgedwongen in derde landen.20

Ten slotte heeft EZK zich ingezet voor meer transparantie bij prijsverlagingen. Vanaf 2023 moet bij aanbiedingen de oorspronkelijke prijs (de ‘van-prijs’) de laagste prijs zijn die de verkoper in de 30 dagen voorafgaand aan de kortingsactie heeft gevoerd, behoudens enkele uitzonderingen zoals beperkt houdbare producten. Dit voorkomt dat consumenten misleid worden door aanbiedingen die aantrekkelijk lijken, maar in feite niet of nauwelijks afwijken van de oorspronkelijke prijs.

Gaswinning Groningen

De inwoners van Groningen hebben dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Het Kabinet heeft besloten om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk definitief te beëindigen. Met het vaststellingsbesluit voor gasjaar 2022/2023, dat op 26 september 2022 aan de Kamer is gestuurd, is de gaswinning uit het Groningenveld teruggebracht naar een waakvlamniveau.21 Het Groningenveld dient daarmee als reservemiddel voor het borgen van de leveringszekerheid, waarmee de gaswinning in Groningen in de eindfase komt.

De schadeafhandeling vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In 2022 is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de versterkingsopgave en het toekomstperspectief van de regio overgegaan van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daarmee is de Staatssecretaris Mijnbouw verantwoordelijk geworden voor al het beleid dat met schade, versterken én toekomstperspectief van de regio te maken heeft.

De schade-afhandeling van de gevolgen van de gaswinning is in 2022 onverminderd doorgegaan. Circa 29.000 huishoudens kozen voor een nieuwe vorm van afhandeling van fysieke schades door middel van een vaste vergoeding van € 5000. Deze vorm van schade-afhandeling wordt sinds november 2021 aangeboden. Daarnaast is de regeling voor vergoeding van immateriële schade opengesteld voor alle postcodes in de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland en Midden-Groningen. Op 5 december 2022 is bovendien de herbeoordelingsregeling waardedaling van kracht geworden, waarmee het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) bewoners die eerder van de NAM een vergoeding voor waardedaling ontvingen een herbeoordeling aanbiedt op basis van de huidige criteria.22 In 2022 is in totaal € 265 mln uitgekeerd door het Ministerie aan vergoedingen voor fysieke schade, € 35 mln voor waardedaling en € 55 mln voor immateriële schade.

NCG heeft in 2022 ruim 1.000 woningen bouwkundig versterkt. Daarnaast heeft de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) voor ongeveer 3.500 woningen vastgesteld dat deze aan de veiligheidsnorm voldoen. Daarmee heeft de NCG voor 4.500 woningen het versterkingstraject afgerond. Met de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren voldoen hiermee ruim 8.000 van de oorspronkelijk 27.000 woningen aan de veiligheidsnorm en is de resterende werkvoorraad inmiddels verkleind tot 19.000. NCG heeft hiermee haar doelstellingen uit het jaarplan 2022 gehaald.

Er is in 2022 een start gemaakt met de dorpenaanpak om verbeteringen te realiseren in de uitvoering van de versterkingsopgave. Bernard Wientjes heeft hierover in zijn rol als ‘verbinder’ op 24 november 2022 advies uitgebracht. Hij adviseert voor een meer resultaatgerichte aanpak van de versterking van huizen in het aardbevingsgebied en het meer in positie brengen van bewoners. Dit wordt opgepakt door NCG. Op advies van de heer Wientjes heeft het Kabinet ook besloten een externe commissie opdracht te geven om een nadere analyse te maken van moeilijk uitlegbare verschillen binnen de hele versterkingsoperatie en de schadeafhandeling.23

Verder is in 2022 de subsidieregeling voor waardevermeerdering verlengd tot 30 juni 2023. Ook is € 350 mln beschikbaar gekomen voor duurzaam schadeherstel. Tot slot is € 250 mln extra beschikbaar gesteld voor een extra aanvraagronde van de subsidieregeling voor woningverbetering en verduurzaming, zodat bewoners die in de eerdere aanvraagrondes geen subsidie hadden ontvangen alsnog een subsidie konden ontvangen.

In 2022 is een zesde tranche van het Nationaal Programma Groningen (NPG) overgemaakt naar de provincie en gemeenten. Deze projecten dragen bij aan een toekomstbestendig en leefbaar Groningen. In 2022 is in totaal € 20 mln aan projecten uitgekeerd. Het NPG heeft een jaarverslag opgeleverd.24 Bij de bestuurlijke afspraken van november 2020 over de versterkingsoperatie is ook besloten dat Rijk en Regio samen werken aan een toekomstagenda voor de hele provincie Groningen. Inzet van de toekomstagenda is de economische en duurzame ontwikkeling van de regio op thema’s zoals woningbouw, leefbaarheid, energietransitie, regionale economie en verduurzaming van de landbouw. Op basis van de Toekomstagenda worden Rijksbreed samen met de regio vijf Masterplannen uitgewerkt.

De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen onderzocht de besluitvorming over de aardgaswinning, aardbevingen, schadeafhandeling en versterking in Groningen. In 2022 vonden de besloten voorgesprekken en openbare verhoren plaats. Het rapport van de commissie wordt op 24 februari 2023 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Europese en internationale samenwerking

Nederland staat voor veel uitdagingen die om oplossingen op Europees en wereldniveau vragen. In 2022 was de belangrijkste opgave in dit domein het adresseren van de Russische inval in Oekraïne en de gevolgen hiervan voor de energiemarkt. Naar aanleiding van de invasie zijn negen Europese sanctiepakketten geïmplementeerd, waar EZK nauw bij betrokken is geweest. Ook zijn de eerste stappen gezet bij de wederopbouw van de Oekraïense economie.

Om de schok op de energiemarkt te dempen zijn niet alleen op nationaal maar ook op Europees niveau verschillende maatregelen genomen. In mei 2022 heeft de Europese Commissie het REPowerEU-programma gepubliceerd, dat gericht is op onafhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen en het versnellen van de transitie naar een hernieuwbare energievoorziening. REPowerEU is gericht op energiebesparing, diversificatie van energieaanbod, afbouw van fossiele energie ten faveure van hernieuwbare energie, het verbinden van investeringen en hervormingen en ten slotte het vergroten van de paraatheid bij verstoringen van de energievoorziening.25 Specifiek omvat REPowerEU onder andere een verhoging voor de doelstelling voor energiebesparing, gezamenlijke inkoop van ten minste 15 procent van ons gas en meer inzet en productie van groene waterstof. Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van het REPowerEU-plan en is daarom optimistisch gestemd over het akkoord tussen de Europese Raad en de Europese Commissie dat in december 2022 is gesloten.

Het kabinet hecht waarde aan een zorgvuldige implementatie van de nationale plannen met hervormingen en investeringen in het kader van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. In dat kader heeft EZK in 2022 de voorstellen van verschillende lidstaten (Portugal, Kroatië, Frankrijk, Bulgarije, Slowakije en Roemenië) geanalyseerd en van een kabinetsstandpunt voorzien.

Tot slot

De energieschaarste en hiermee samenhangende inflatie stelt de Nederlandse economie en ondernemers nog steeds voor grote uitdagingen. Tegelijkertijd heeft EZK met bedrijven, kennisinstellingen en medeoverheden voortgang geboekt op het gebied van verduurzaming en vernieuwing van de economie. Succesvolle transities op het gebied van klimaat, energie en digitalisering zijn doorslaggevend voor de toekomst van de Nederlandse economie, en dus is het belangrijk dat alle Nederlanders zich betrokken en gehoord blijven voelen. Hieraan werkt EZK in grote, complexe trajecten zoals de strategie voor de digitale economie tot concrete initiatieven, zoals de BMKB-Groen. Dit alles doen we om onze welvaart en welzijn nu, en van toekomstige generaties, veilig te stellen.

Realisatie periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen

Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten 1 x x
Goed werkende (digitale) economie en markten 1 x
Steun- en herstelbeleid Corona 2 en 3
Ondernemerschap 2 x
Innovatiebeleid 2 en 3 x
Expertcommissie Evaluatiemethoden 1 t/m 4 x
Klimaatbeleid 4 x1
Evaluaties van herziening in regelgevend kader (o.a. Energiewet en Warmtewet) 4
Een veilig Groningen met perspectief 5
  1. Betreft de beleidsdoorlichting Klimaat die van IenW is overgegaan naar EZK (dit omvat slechts een deel van het oude artikel 19 van voormalig IenM).

Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 11 is in april 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 31). In 2021 is een volgende beleidsdoorlichting van artikel 1 Goed functionerende economie en markten uitgevoerd en deze is in juni 2022 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 37).

Goed werkende (digitale) economie en markten: De beleidsdoorlichting inzake artikel 1 Goed functionerende economie en markten is in 2022 afgerond. Een belangrijk deel van het digitale economie beleid is hierin meegenomen. Een ander deel, het ICT-innovatiebeleid, was betrokken in de doorlichtingen van artikel 2 en 3 van de EZK begroting in 2020. Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZK begroting waarvoor conform de ontwerpbegroting EZK 2023 een synthese wordt voorzien in 2027.

Steun- en herstelbeleid Corona: Dit beleid dient ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij wordt samen opgetrokken met FIN en SZW. Een synthese wordt conform de ontwerpbegroting EZK 2023 voorzien in 2026.

Ondernemerschap: Omdat het beleid onder artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei met de taakopdracht «Innovatieve Samenleving» meeliep in de «Brede Maatschappelijke Heroverwegingen», waarin de RPE-vragen 11 t/m 14 ook zijn beantwoord (Kamerstuk 32 359, nr. 4 - bijlage Innovatieve Samenleving, april 2020), kwam de geplande reguliere beleidsdoorlichting in 2020 te vervallen.

Innovatiebeleid: Omdat het beleid onder artikel 3 Toekomstfonds met de taakopdracht «Innovatieve Samenleving» meeliep in de «Brede Maatschappelijke Heroverwegingen», waarin de RPE-vragen 11 t/m 14 ook zijn beantwoord (Kamerstuk 32 359, nr. 4 - bijlage Innovatieve Samenleving, april 2020), kwam de geplande reguliere beleidsdoorlichting in 2020 te vervallen.

De Expertcommissie evaluatiemethoden heeft in oktober 2022 het rapport «Durf te leren, ga door met meten» opgeleverd aan EZK over kaders en methoden voor de evaluatie van systeem- en transitiebeleid.

Klimaatbeleid: De beleidsdoorlichting Klimaat is in december 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 34). De lerende evaluatie klimaatbeleid is voorzien in 2024. In 2022 is hiervoor in samenspraak met betrokken partijen de scope bepaald (zie: Scoping lerende evaluatie klimaatbeleid; Planbureau voor de Leefomgeving). Dit wordt vervolgens in 2023 en 2024 uitgevoerd. Jaarlijks wordt bij de Klimaatnota gerapporteerd over de uitvoering van de lerende evaluatie.

Evaluaties van herziening in regelgevend kader (o.a. Energiewet en Warmtewet): Dit betreft een synthese van evaluaties van de gewijzigde Elektriciteit- en gaswet en Warmtewet die conform de ontwerpbegroting EZK 2023 waarschijnlijk voorzien is in 2029.

Een veilig Groningen met perspectief: Voor artikel 5 is in 2021 een parlementaire enquête gaswinning Groningen gestart waarmee de geplande beleidsdoorlichting is komen te vervallen. Oplevering van de parlementaire enquête wordt voorzien in 2023.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, klik op deze link.
Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie bijlage 3 «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».

Overzicht van risicoregelingen

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei BMKB 1.594.291 326.167 ‒ 493.464 1.426.994 665.000 142.477
BMKB-groen 0 100.000 16.150
BMKB-Corona 322.462 1.091 ‒ 132.562 190.991 735.000 76.303
Garantie Ondernemings-financiering (GO) 337.816 750 ‒ 83.760 254.806 400.000 67.105
GO-Corona 392.925 ‒ 215.752 177.173 2.100.000 140.779
Groeifaciliteit 72.418 5.399 ‒ 21.741 56.076 85.000 66.779
Klein Krediet Corona 55.775 176 ‒ 14.738 41.213 250.000 15.855
Microkredieten 129.980 129.980 130.000
Garantie MKB-financiering 228.200 ‒ 147.880 80.320 268.200 21.776
Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering Garantieregeling Aardwarmte 22.211 0 ‒ 6.000 16.211 44.200 66.600 18.056
Totaal 3.156.078 333.583 ‒ 1.115.897 2.373.764 1.294.200 3.549.800 565.280
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei BMKB 22.494 21.941 ‒ 553 11.217 22.344 11.127 17.299 (1.839)
BMKB-groen 0 0 16.150 (NVT)
BMKB-Corona 1.332 1.175 ‒ 157 1.016 340 ‒ 676 ‒ 13.176 (-125.157)
Garantie Ondernemings-financiering (GO) 4.641 7.524 2.883 11.115 6.979 ‒ 4.136 ‒ 5.811 (785)
GO-Corona 14.721 14.721 0 9.059 9.059 ‒ 75.941 (39.721)
Groeifaciliteit 15 1.753 1.738 3.092 2.053 ‒ 1.039 ‒ 867 (52.210)
Klein Krediet Corona 522 461 ‒ 61 1.428 80 ‒ 1.348 ‒ 8.847 (-140.061)
Microkredieten 433 433 0 445 445
Garantie MKB-financiering 355 355 0 468 468 884 (719)
Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering Garantieregeling Aardwarmte 0 557 557 0 0 0 0 (557)
Totaal 29.004 48.920 19.916 27.868 41.768 13.900

Een risicovoorziening is een begrotingsreserve die altijd gekoppeld is aan een risicoregeling en wordt door de verantwoordelijke ministerie op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën aangehouden. In de tabel ‘Overzicht verstrekte garanties’ wordt met ‘totaalstand risicovoorziening’ het saldo van de betreffende begrotingsreserve ultimo 2022 bedoeld. In de tabel ‘Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties’ wordt met ‘mutatie risicovoorziening’ de storting (+) dan wel de (-) aan deze begrotingsreserve bedoeld. De mutaties op de begrotingsreserves worden in het betreffende beleidsartikel toegelicht.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

BMKB

De BMKB is bedoeld voor bedrijven die te weinig zekerheden (onderpand) kunnen bieden aan een bank. De bank vindt het risico dat het bedrijf zijn lening niet kan terugbetalen dan vaak te hoog. Via de BMKB staat de overheid borg voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De bank kan voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies kunnen financiers kredieten die zij verstrekken aan MKB-ondernemers onder de werking van de regeling brengen. Hierdoor stelt de Staat zich voor 90% borg ten behoeve van de financier voor de terugbetaling van deze kredieten (de zogenaamde bedrijfsborgstellingskredieten). Eén van de voorwaarden die de regeling hieraan stelt, is dat de financier gelijktijdig met het verstrekken van een bedrijfsborgstellingskrediet, aan de MKB-ondernemer een ander krediet verstrekt, waarvoor deze borgstelling van de Staat niet geldt. Als hoofdregel geldt dat het bedrijfsborgstellingskrediet ten minste even groot moet zijn als het daarmee gelijktijdig afgesloten andere krediet. Het laatstgenoemde krediet bedraagt daarmee ten minste 100% van het bedrijfsborgstellingskrediet (verhouding 1:1). Voor starters en het innovatieve MKB gelden andere verhoudingen.

BMKB-groen

De BMKB-Groen is een nieuw luik onder de BMKB geintroduceerd in 2022. Voor de BMKB-Groen is een aparte risicoreserve ingericht waarin € 15,2 mln gestort is. Doordat de regeling relatief laat open ging in 2022 zijn er nog geen provisies ontvangen of claims binnen gekomen. Doordat er geen claims zijn binnen gekomen is het gerserveerde kasbudget bij de slotwet in de risicoreserve gestort.

BMKB-Corona

Na de uitbraak van de COVID-19 pandemie heeft het kabinet een coronaluik toegevoegd aan de BMKB. Hierbij staat de overheid voor per saldo 67,5% borg op krediet aan in de kern gezonde mkb-bedrijven. Er is in 2022 in totaal voor €1,1 mln aan borgstellingen onder het coronaluik in de BMKB verstrekt. Er is in 2022 een bedrag van €0,3 mln aan provisie ontvangen voor BMKB-C aanvragen. Er is voor de BMKB-Corona in 2022 geen beroep gedaan op de begrotingsreserve. Vanwege lager dan verwacht risico is er € 12,5 mln onttrokken aan de begrotingsreserve van de BMKB-Corona, deze is teruggevloeid naar de generale middelen. De BMKB-Corona regeling is in 2022 gesloten.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

Met het instrument GO kunnen banken een 50% Staatsgarantie krijgen op (middel)grote leningen vanaf € 1,5 mln. Door de verstrekking van een Staatsgarantie wordt het risico voor de bank op de ondernemingsfinanciering gereduceerd. Dit vergroot de mogelijkheden om te voorzien in de financieringsbehoefte bij het Nederlandse bedrijfsleven. In 2013 is de GO, naast de al bestaande mogelijkheid om bankgaranties onder de GO te brengen, ook opengesteld voor alternatieve aanbieders van garanties aan bedrijven.

GO-Corona

Het kabinet steunt bedrijven die krediet nodig hebben als gevolg van de Coronacrisis met een Staatsgarantie op bankleningen via de GO-C. Het betreft 80% garantie voor het grootbedrijf en 90% voor mkb-ondernemingen op leningen van maximaal € 150 mln. Er zijn in 2022 geen nieuwe garanties verstrekt onder de GO-C. Er is 2022 een bedrag van € 9,1 mln aan provisie ontvangen voor GO-C aanvragen. Vanwege lager dan verwacht risico is er € 85 mln onttrokken aan de begrotingsreserve van de GO-Corona, deze is teruggevloeid naar de generale middelen. De GO-Corona regeling is in 2022 gesloten.

Groeifaciliteit

Met de Groeifaciliteit worden bedrijven geholpen bij het aantrekken van risicodragend vermogen door een 50% Staatsgarantie te verstrekken op achtergestelde leningen van banken (ten hoogste € 5 mln) en op aandelen van participatiemaatschappijen (ten hoogste € 25 mln). De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal. De regeling kent een horizonbepaling van 1 juli 2023.

Klein Krediet Corona (KKC)

Om getroffen ondernemers te helpen die geen kredietrelatie hebben met een bank of maar een kleine kredietbehoefte hebben is de garantieregeling KKC gestart voor kredieten tot € 50.000, met een looptijd van 5 jaar, 95% garantie en een premie van 2%. Er is in 2022 in totaal € 0,2 mln aan garantieverplichtingen verstrekt. Er is in 2022 een bedrag van € 0,1 mln aan premie ontvangen voor KKC aanvragen. Vanwege lager dan verwacht risico is er € 7,5 mln onttrokken aan de begrotingsreserve van de KKC.

Microkredieten

In het Aanvullend Actieplan MKB-financiering uit 2014 is € 100 mln beschikbaar gesteld voor Microkredieten. Hierop is een garantie van € 86,7 mln verstrekt aan de Europese Investeringsbank voor de funding van de Stichting Qredits van € 100 mln voor de verdere groei van de dienstverlening van Qredits (micro- en MKB-krediet tot € 150.000) als de nieuwe dienstverlening van Qredits (werkkapitaal en de hogere MKB kredieten tot € 250.000). In 2017 is in dit kader een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits. In 2019 is daarnaast een garantie verstrekt van € 25 mln aan de Bank Nederlandse Gemeenten voor de funding van Qredits. In 2020 is een aanvullende garantie verstrekt van € 5 mln aan CEB.

Garantie MKB-financiering

In het kader van het Actieplan MKB-financiering uit 2014 is in totaal € 268,2 mln aan garanties verstrekt aan alternatieve financiers van het MKB.

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Garantieregeling Aardwarmte

De garantieregeling Aardwarmte heeft als doel het afdekken van het financiële risico indien een boring van een put voor de toepassing van aardwarmte voor de borende partij minder oplevert dan verwacht. De garantieregeling dekt het risico dat een boring niet in een goede watervoerende laag uitkomt, waardoor het vermogen dat vooraf verwacht werd, niet wordt behaald. In dat geval wordt voor een deel van de gemaakte kosten een subsidie uitgekeerd, gerelateerd aan de mate waarin de aardwarmteboring mislukt is. Er wordt een premie van 7% gevraagd. De regeling richt zich zowel op gewone als diepe aardwarmte-projecten (dieper dan 3.500 meter).

1 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Biopartner 13.524 1-7-2021 nvt nvt
2 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen MARIN 6.807 1-1-2500 nvt nvt
3 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Microkrediet Ned (Qredits) 44.630 1-4-2045 nvt nvt
4 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Microkrediet Ned (SZW) 270 onbepaald nvt nvt
5 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen One Logistics 1.838 2-1-2025 nvt nvt
6 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Provincie Limburg (voorheen LIOF Swentibold) 15.882 31-12-2023 nvt nvt
7 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Qredits 1.765 1-2-2026 nvt nvt
8 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Stichting Qredits Microfinanciering 47.500 15-6-2030 nvt nvt
9 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen B.V. Finance Continuïteit IHC 5.000 onbepaald nvt nvt
10 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Stichting Garantiefonds Reisgelden 169.570 8-4-2028 nvt nvt
11 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Stichting Qredits Microfinanciering Nederland 10.000 21-5-2028 nvt nvt
12 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Sticht. Garantiefds. Gespecial. Touroperators (GGTO) 1.275 15-12-2026 nvt nvt
13 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen Stichting Qredits Microfinanciering Nederland 5.000 1-4-2030 nvt nvt
14 Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A. 800 15-12-2026 nvt nvt
15 Artikel 3 Toekomstfonds BOM Bioconnection 1-3161 1.084 onbepaald nvt nvt
16 Artikel 3 Toekomstfonds BOM Capital I B.V. 8.705 31-12-2026 nvt nvt
17 Artikel 3 Toekomstfonds BOM Capital I B.V. 21.784 31-12-2026 nvt nvt
18 Artikel 3 Toekomstfonds BOM Capital I B.V. (Smart Photonics) 20.000 30-6-2030 nvt nvt
19 Artikel 3 Toekomstfonds BOM Life Science & Health Fund Brabant (Pivot Park) 2.000 31-12-2022 nvt nvt
20 Artikel 3 Toekomstfonds Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. 8.332 31-12-2026 nvt nvt
21 Artikel 3 Toekomstfonds De Aanjager 4.824 31-12-2026 nvt nvt
22 Artikel 3 Toekomstfonds Horizon De Aanjager 1.755 31-12-2026 nvt nvt
23 Artikel 3 Toekomstfonds InnovationQuarter 13.742 31-12-2026 nvt nvt
24 Artikel 3 Toekomstfonds InnovationQuarter 50.123 31-12-2026 nvt nvt
25 Artikel 3 Toekomstfonds InnovationQuarter 36.495 31-12-2026 nvt nvt
26 Artikel 3 Toekomstfonds InnovationQuarter (COL) 6.725 31-12-2026 nvt nvt
27 Artikel 3 Toekomstfonds InnovationQuarter namens Noord Holland 15.740 31-12-2026 nvt nvt
28 Artikel 3 Toekomstfonds Innovation Quarter 5.700 31-12-2026 nvt nvt
29 Artikel 3 Toekomstfonds Investeringsfonds Zeeland B.V. 1.049 31-12-2026 nvt nvt
30 Artikel 3 Toekomstfonds LIOF (COL) 5.656 31-12-2026 nvt nvt
31 Artikel 3 Toekomstfonds LIOF OverbruggingsFonds (LOF) 8.334 31-12-2026 nvt nvt
32 Artikel 3 Toekomstfonds N.V. Economische Impuls Zeeland 2.431 31-12-2026 nvt nvt
33 Artikel 3 Toekomstfonds Nedermaas Hightech Ventures 5.542 30-6-2021 nvt nvt
34 Artikel 3 Toekomstfonds NOM 8.870 31-12-2026 nvt nvt
35 Artikel 3 Toekomstfonds NOM (COL) 7.609 31-12-2026 nvt nvt
36 Artikel 3 Toekomstfonds NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 11.100 31-12-2032 nvt nvt
37 Artikel 3 Toekomstfonds NWO-TTW 2018 7.200 onbepaald nvt nvt
38 Artikel 3 Toekomstfonds Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V. 11.962 31-12-2026 nvt nvt
39 Artikel 3 Toekomstfonds Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V. 25.472 31-12-2026 nvt nvt
40 Artikel 3 Toekomstfonds Participatiemij Oost Nederland NV DVI-2 57.500 1-1-2035 nvt nvt
41 Artikel 3 Toekomstfonds Participatiemij Oost Nederland NV DVI-I 94.073 1-1-2030 nvt nvt
42 Artikel 3 Toekomstfonds StW 2014-2015 3.808 1-1-2500 nvt nvt
43 Artikel 3 Toekomstfonds StW 2016-2017 8.246 1-1-2500 nvt nvt
44 Artikel 3 Toekomstfonds Invest-NL Capital N.V. 7.844 31-12-2042 nvt nvt
45 Artikel 3 Toekomstfonds Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund 6.053 31-12-2038 nvt nvt
46 Artikel 3 Toekomstfonds NWO 2022/2023/2024 1.500 31-12-2035 nvt nvt
47 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening EBN BV 20.000 1-12-2034 nvt nvt
48 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening ECN 40.000 31-12-2026 nvt nvt
49 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening NRG (ECN) instr 142310 (voorheen 1300018406) 82.672 31-12-2026 nvt nvt
50 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Fibrant 2.143 1-12-2034 nvt nvt
51 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Fibrant 7.143 1-12-2034 nvt nvt
52 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Fibrant 20.714 1-12-2034 nvt nvt
53 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening Pallas 42.963 1-7-2022 nvt nvt
54 Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening EBN BV 53.400 1-12-2038 nvt nvt
55 Artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coordinator Groningen St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen 10.000 31-12-2025 nvt nvt

1 Biopartner

Dit betreft een in het jaar 2000 verstrekte lening ten behoeve van een start-up participatiefonds life sciences. De lening is verlengd tot 1 juli 2021 om tot een definitieve afwikkeling te komen. Het doel is om de lening begin 2023 afgewikkeld te hebben.

2 MARIN

De lening van € 6,8 mln is in 2003 tussen de Staat en MARIN vastgelegd in een aangepaste overeenkomst van geldlening, in verband met de in 2003 opgerichte MARIN Stakeholders Association (MSA). In deze overeenkomst is bepaald dat MARIN is vrijgesteld van aflossingsverplichting voor zover de MSA voor ten minste het bedrag van de lening deelnemersovereenkomsten heeft gesloten. Ultimo 2022 was dit het geval.

3 Microkrediet Nederland (Qredits)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van micro- en mkbkrediet aan ondernemers.

4 Microkrediet Nederland (Qredits SZW)

Dit betreft een achtergestelde lening aan stichting Qredits voor het verstrekken van microkrediet aan ondernemers.

5 Onelogistics

Dit betreft een in 2018 verstrekte lening aan Onelogistics ten behoeve van de voorbereidingen van een warehouse voor de opslag, het beheer en verzending van F-35 onderdelen op het Logistiek Centrum Woensdrecht.

6 Provincie Limburg

Dit betreft een lening aan de Provincie Limburg in het kader van Industriepark Swentibold.

7 Qredits (pilot achtergestelde leningen fonds)

Dit betreft een subsidie met terugbetaalverplichting in het kader van de pilot achtergestelde leningenfonds van Qredits.

8 Stichting Qredits microfinanciering

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van overbruggingskredieten aan ondernemers.

9 B.V. Finance Continuïteit IHC

Dit betreft een overbruggingslening voor onbepaalde tijd aan de B.V. Finance Continuiteit IHC.

10 Stichting Garantiefonds Reisgelden

Dit betreft een lening aan SGR voor liquiditeitsleningen van SGR aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten.

11 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland Corona overbruggingskrediet

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingskredieten aan startende ondernemers.

12 Stichting Garantiefonds Gespecialiseerde Touroperators (GGTO)

Dit betreft een lening aan GGTO zodat deze stichting een vergoeding kan verstrekken in geval van insolventie van deelnemers en de liquiditeit van deelnemers kan borgen door coronavouchers onder de garantieregeling te brengen.

13 Stichting Qredits Microfinanciering Nederland TOA-krediet

Dit betreft een lening aan Qredits ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingskredieten aan mkb-ondernemers die hun bedrijf willen doorstarten.

14 VZR Garant Onderlinge Verzekeringen U.A. (VZR)

Dit betreft een lening aan VZR zodat deze stichting een vergoeding kan verstrekken in geval van insolventie van deelnemers en de liquiditeit van deelnemers kan borgen door coronavouchers onder de garantieregeling te brengen.

15 BOM BioConnection

Dit betreft een in 2005 aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) verstrekte lening ten behoeve van BioConnection B.V.

16 BOM Capital I B.V. COL 1

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

17 BOM Capital I B.V. COL 2

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

18 BOM Capital I B.V. Smart Photonics

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) ten behoeve van de investering in Smart Photonics, een Eindhovense scale-up voor de productie van fotonische chips.

19 BOM Life Sciences & Health Fund

Dit betreft een lening aan de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij die in 2013 is verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling van de Life Sciences & Health sector in Noord-Brabant. De lening wordt in 2023 terugbetaald.

20 Corona OverbruggingsLening Regio Utrecht B.V. (COL 2)

Dit betreft een lening aan COL RU ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

21 Horizon de Aanjager (COL 2)

Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.

22 Horizon de Aanjager (COL 1)

Dit betreft een lening aan Horizon de Aanjager ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Flevoland.

23 Innovation Quarter (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

24 Innovation Quarter namens Noord Holland (COL 2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord Holland.

25 Innovation Quarter (COL 2)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

26 Innovation Quarter namens Utrecht (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Utrecht.

27 Innovation Quarter namens Noord Holland (COL 1)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen in de provincie Noord Holland.

28 Innovation Quarter (Innogenerics)

Dit betreft een lening aan Innovation Quarter voor de investering in Innogenerics B.V. ten behoeve van de overname van de geneesmiddelen fabrikant Apotex.

29 Investeringsfonds Zeeland B.V. (COL 1)

Dit betreft een lening aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

30 LIOF (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

31 LIOF OverbruggingsFonds (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

32 Investeringsfonds Zeeland (COL 2)

Dit betreft een lening aan Investeringsfonds Zeeland B.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

33 Nedermaas Hightech Ventures

Dit betreft een in 2009 aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij LIOF verstrekte lening ten behoeve van Nedermaas Hightech Ventures, een nieuw venture-capital fonds dat zich richt op de vroege financiering van hightech start up's in de Provincie Limburg.

34 NOM (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

35 NOM (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM B.V.) ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

36 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2019, 2020 en 2021

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van regeling vroegefasefinanciering.

37 NWO (Toegepaste en Technische Wetenschappen) 2018, 2019

Dit betreft een lening aan NWO voor het verstrekken van kredieten aan ondernemingen in het kader van regeling vroegefasefinanciering.

38 Oost NL N.V. (COL 1)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

39 Oost NL N.V. (COL 2)

Dit betreft een lening aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Oost. N.V. ten behoeve van het verstrekken van Corona overbruggingsleningen aan ondernemingen.

40 Oost NL N.V. DVI-2

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative II.

41 Oost NL N.V. DVI

Dit betreft een lening aan Oost NL N.V. ten behoeve van het Dutch Venture Initiative.

42 StW 2014-2015

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-
financiering.

43 StW 2016-2017

Dit betreft een lening aan de Stichting Technische Wetenschappen voor het vertrekken van kredieten in het kader van de regeling Vroegefase-
financiering.

44 Invest-NL Capital N.V.

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Fonds Alternatieve Financiering.

45 Invest-NL Capital N.V. Dutch Future Fund

Dit betreft een lening aan Invest-NL ten behoeve van het Dutch Future Fund.

46 NWO 2022/2023/2024

Betreft een lening aan NWO ten behoeve van take-off fase 2.

47 EBN

De achtergestelde lening tegen 0% rente van in totaal € 48 mln van EZK is bedoeld voor investeringen in geothermieprojecten in Nederland volgens het businessplan genaamd ‘Masterplan Aardwarmte’. Er is door EZK gekozen voor verplichte deelname van EBN in deze geothermieprojecten. De lening is verstrekt aan EBN bv, die deze lening heeft doorgestort als agio in EBN Aardwarmte bv. EBN zal samen met professionele marktpartijen risicodragend deelnemen in projecten via haar dochter voor 20% tot 40%.

48 ECN

In 2016 is aan ECN een lening verstrekt van € 40 mln voor het verwerken en afvoeren van historisch radioactief afval in Petten.

49 NRG

Aan Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR).

50 t/m 52 Fibrant

De leningen aan Fibrant zijn verstrekt vpor investeringen in (de ombouw van) installaties teneinde de uitstoot van lachgas (als CO2 equivalent) te reduceren. Hiermee worden drie projecten uitgevoerd met een totale lachgasreductie van ruim 0,6 Mton CO2 equivalent.

53 Pallas

Aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor is een lening verstrekt voor fase 1 van de totstandkoming van een nieuwe hoge fluxreactor (de Pallas-reactor), die bestemd is voor de productie van medische en industriële radio-isotopen en voor nucleair technologisch onderzoek.

54 EBN BV

Dit betreft een in 2022 verstrekte lening aan EBN, tegen marktconforme rente, voor hun deelname aan de realisatiefase van het CCS-project Porthos, samen met de andere Staatsdeelnemingen HbR en GasUnie.

55 St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

Deze lening dient ter financiering van de aankoop van langdurig te koop staande particuliere woningen in het aardbevingsgebied.

Openbaarheidsparagraaf

Dit is de openbaarheidsparagraaf van het Ministerie van EZK en de bijbehorende dienstonderdelen26. De verplichting voor het schrijven van de paragraaf, om inzicht te bieden in de inspanningen rondom informatiehuishouding en openbaarmaking, komt voort uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo).

Context

Het verminderde vertrouwen in de overheid blijft onderwerp van gesprek in de samenleving, media en politiek. Transparantie speelt hierin een belangrijke rol. In 2022 stond die transparantie opnieuw in de schijnwerpers met onder andere het gebrek aan archivering van chatberichten en het niet halen van de afhandelingstermijnen van de Woo. Vanuit deze ontwikkelingen en de reeds gestelde kaders (Wet Open Overheid, de Beleidslijn Actieve Openbaarmaking Beslisnota’s en het interdepartementaal programma Open op Orde) is ook in 2022 gewerkt aan de vraagstukken op het gebied van informatiehuishouding, openbaarmaking en transparantie. Hiermee willen we bijdragen aan het herstel van het verminderde vertrouwen.

Deze openbaarheidsparagraaf beschrijft op hoofdlijnen de activiteiten die in 2022 zijn gerealiseerd op de thema’s 1) verbetering van de informatiehuishouding; 2) actieve openbaarmaking en 3) passieve openbaarmaking27. Het geheel van deze activiteiten is erop gericht om de omslag te maken naar een meer open departement dat zo veel mogelijk transparantie biedt in handelen, besluitvorming en verantwoording. Deze omslag is een lang traject, wat continu in ontwikkeling blijft.

Verbetering van de informatiehuishouding

De inhaalslag om de informatiehuishouding op orde te brengen is een stap in de juiste richting. Het Departementaal Actieplan Informatiehuishouding vormt het kader voor deze inhaalslag, waarin de belangrijkste doelstellingen zijn opgenomen. Relevante kaders zijn daarnaast: het generieke actieplan Open op Orde, de Kaderbrief Open op Orde, het Informatieplan van EZK en de I-strategie.

In 2022 zijn de volgende activiteiten uitgevoerd en doelen gerealiseerd:

  1. Basis op Orde. Er zijn voorbereidingen getroffen voor het begeleiden van beleidsdirecties bij het kerndepartement voor het op orde krijgen en houden van hun informatiehuishouding en bijbehorende openbaarmaking. Gevoelige en actuele dossiers krijgen hierin prioriteit. Een eerste stap hierin is de Factsheet Open op Orde voor concrete handvatten voor elke directie.
  2. Berichtenapp-archivering. Er is naar aanleiding van een geïntensiveerde politieke dynamiek gewerkt aan bredere bewustwording. Daarnaast zijn de bewindspersonen geadviseerd om geen appberichten te verwijderen in afwachting van de nieuwe rijksbrede richtlijn die in 2023 wordt verwacht.
  3. Emailarchivering. Er is gewerkt aan een technische oplossing voor het veiligstellen van e-mails.
  4. Web-archivering. De archivering van websites is bij het merendeel van de organisaties afgerond. Er is gewerkt aan het optimaliseren van de beheerfase.
  5. Ontwikkeling Informatiesysteem. Er is bij het kerndepartement toegewerkt naar de invoering van het nieuwe documentinformatiesysteem SIRIS op 4 januari 2023.
  6. Aansluiting Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Naar aanleiding van de resultaten uit de AC-ICT toets is door het Rijksbrede programma PLOOI opnieuw gekeken naar de generieke digitale infrastructuur. AC-ICT adviseert het programma om te werken aan een minimale variant. EZK heeft op basis van dit advies gewerkt aan een impactanalyse van de invoering van PLOOI voor het departement.
  7. Intuïtieve tooling. Er is gestart met het gebruik van de tool Octobox en er zijn eerste ervaringen opgedaan met de tool Zoek&Vind. Beide dragen bij aan het eenvoudiger lakken, ontdubbelen en zoeken van informatie.
  8. Data en Algoritme. Om in beeld te brengen hoe data efficiënt en veilig kan worden ingezet bij maatschappelijke opgaven, zijn datastrategieën ontwikkeld en is gewerkt aan bewustwording. Naar aanleiding van Motie 21 Marijnissen is er onderzoek uitgevoerd naar gebruik van afkomst gerelateerde gegevens. De eindrapportage van dit onderzoek wordt naar verwachting in het eerste kwartaal in 2023 met de Tweede Kamer gedeeld.
  9. Ontwikkeling dashboards. Er zijn eerste stappen gezet voor de bouw van een Woo-dashboard om kwantitatieve data over Woo-verzoeken inzichtelijk te maken en hierop te kunnen sturen.
  10. N-meting. Uit de jaarlijkse meting van de staat van de informatiehuishouding bij EZK blijkt dat er progressie is geboekt ten opzichte van de vorige meting. De resultaten zijn verwerkt in een rapportage die in 2023 openbaar wordt gemaakt.

Actieve openbaarmaking

Actieve openbaarmaking houdt in dat de overheid uit eigen beweging informatie openbaar maakt voor de samenleving en politiek. Dit is een thema dat in ontwikkeling is en waarbij we zo goed mogelijk willen aansluiten op de behoefte van samenleving, politiek en media.

In 2022 zijn de volgende activiteiten uitgevoerd en doelen gerealiseerd:

  1. Uitbreiding actieve openbaarmaking beslisnota’s. De uitbreiding van actieve openbaarmaking van beslisnota’s is volledig geïmplementeerd waardoor nu bij alle categorieën Kamerstukken de bijbehorende beslisnota openbaar wordt gemaakt.
  2. Actieve openbaarmaking van 17 categorieën onder de Woo. Er is een analyse gedaan naar de status van de eerste 4 categorieën die verplicht openbaar gemaakt moeten worden vanaf 2023. En wat hierin nog nodig is qua proces voor openbaarmaking.
  3. Eerste ervaringen en verkenning proactieve openbaarmaking. Vanuit het DG-overleg Stikstof zijn stukken die zijn gebruikt voor besluitvorming proactief openbaar gemaakt. Er worden evaluaties uitgevoerd naar de interne en externe impact van deze manier van openbaarmaking. Vanuit deze ervaringen en de geluiden uit politiek en samenleving voor meer openbaarmaking, zijn eerste verkenningen gestart voor het meer proactief openbaar maken van informatie vanuit EZK.
  4. Kamerstukkenmodule. Sinds februari 2022 wordt gebruik gemaakt van de kamerstukkenmodule om Kamerbrieven en beslisnota’s naar de Eerste Kamer en Tweede Kamer te sturen en tegelijkertijd naar Rijksoverheid.nl. EZK en LNV zijn de meest geavanceerde gebruikers van dit systeem.

Passieve openbaarmaking

Passieve openbaarmaking is openbaarmaking van informatie naar aanleiding van een verzoek28. Het Woo-verzoek is hierin de meest bekende vorm. Vanuit een integrale aanpak lag in 2022 de focus op het terugdringen van de afhandelingstermijn van Woo-verzoeken.

In 2022 zijn de volgende activiteiten uitgevoerd en doelen gerealiseerd:

  1. Terugbrengen afhandeltermijn bij Woo-verzoeken. Door middel van een integraal optimalisatietraject is gewerkt aan procesoptimalisaties, ondersteunende tooling (zie hierboven) en extra capaciteit (zie hieronder). Om accurate informatie op te halen over de knelpunten in het proces bij het afhandelen van Woo-verzoeken zijn workshops georganiseerd met een brede vertegenwoordiging. Hieruit zijn 7 verbeterthema’s gedefinieerd waar we in 2023 vervolg aan geven.
  2. Inzage op basis van artikel 5.7. Onder strikte voorwaarden mogen journalisten en wetenschappers inzage krijgen in (ongelakte) documenten. Dit jaar heeft inzage plaatsgevonden in een pilot-opzet bij het Kwantum dossier met journalisten van Follow-the-Money. De bevindingen vormen input voor het ontwikkelen van beleid op de uitvoering van dit artikel.
  3. Contactpersoon Woo. De eerste ervaringen met de contactpersoon Woo zijn opgedaan voor laagdrempelig contact met burgers en journalisten voor overheidsinformatie. Op basis hiervan kijken we hoe de rol van de contactpersoon Woo nader vorm te geven in onze organisatie.

Overkoepelende inspanningen

Naast bovenstaande activiteiten werken we overkoepelend aan:

  1. Integrale aanpak capaciteit. Met een integrale aanpak op capaciteit zorgen we voor extra ondersteuning in de organisatie voor ondersteuning op openbaarheid in samenhang met betere informatiehuishouding, optimalisatie van processen en tooling. Vanuit deze aanpak met Woo-gelden is er in 2022 bij het kerndepartement (EZK en LNV) 25 fte extra capaciteit aangenomen.
  2. Ontwikkeling platform informatiehuishouding, openbaarmaking en transparantie. Dit jaar is gestart met de ontwikkeling van een platform om nieuwe en bestaande collega’s op de thema’s informatiehuishouding, Woo, openbaarmaking en transparantie met elkaar te verbinden en training, ontwikkeling, communicatie en kennisdeling te faciliteren.
  3. Communicatie en begeleiding. Er zijn diverse handleidingen, instructies en publicaties ontwikkeld voor het informeren en ondersteunen van medewerkers en management. Ook is er een reeks Open Gesprekken georganiseerd om dilemma’s over openbaarmaking te bespreken met medewerkers.

Financiële toelichting

De activiteiten op het gebied van openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding worden deels gefinancierd uit de POK-gelden (vanaf 2021) en Woo-gelden (vanaf 2022) en deels uit eigen middelen van het departement. De POK- en Woo-gelden zijn meerjarig toegekend door het Ministerie van BZK. In 2022 was er vanuit POK- en Woo-gelden een totaalbudget van ruim € 17 mln voor EZK en LNV. Hiervan is ruim € 10 mln gealloceerd aan dienstonderdelen.

Ten aanzien van de besteding van deze budgetten geldt voor 2022:

  1. De Rijksbrede prioriteiten van Open op Orde zijn in 2022 conform budget uitgenut.
  2. Het budget voor de POK-gelden is geheel uitgenut. Onderdeel hiervan is dat bij de Najaarsnota de verwachtte onderuitnutting van € 0,3 mln is teruggegeven aan BZK voor interdepartementale trajecten.
  3. Op het budget van de Woo is in 2022 circa € 2 mln onderuitnutting ontstaan. Deze is vooral veroorzaakt door temporisering van enkele deeltrajecten, vertraging in het aannemen van personeel als gevolg van de moeilijke arbeidsmarkt en doordat bepaalde deelprojecten voor minder geld konden worden gerealiseerd.
  4. Om de onderuitnutting te beperken zijn in de zomer van 2022 extra impulsen gegeven aan diverse projecten zoals het inzetten van extra capaciteit en ondersteuning van projecten bij de diensten.
  5. Aandachtspunt bij de Woo is het feit dat in 2022 de nieuwe wet pas is ingevoerd en dit ook het eerste jaar was dat de Woo-budgetten beschikbaar waren. Op basis van deze eerste ervaringen zijn voor 2023 meer concrete plannen gemaakt om de budgetten zo optimaal mogelijk te benutten.

Overzicht coronasteunmaatregelen

Mentale steun ondernemers 2.052 2.052 Kamerstuk 25 295, nr. 988
Noodloket (TOGS) 4 4 186 Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 217
Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) 3.094.558 3.486.580 275.539 Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42, Kamerstuk 35 420, nr. 81, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 214, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 226, Kamerstuk 35 420, nr. 237, Kamerstuk 35 420, nr. 247, Kamerstuk 35 420, nr. 248, Kamerstuk 35 420, nr. 270, Kamerstuk 35 420, nr. 314, Kamerstuk 35 420, nr. 273, Kamerstuk 35 420, nr. 458, Kamerstuk 35 420, nr. 462, Kamerstuk 35 420, nr 466, Kamerstuk 35 420, nr. 479
Tegemoetkoming vaste lasten starters 22.521 14.820 191 Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 479
Omscholing naar tekortsectoren 604 596 Kamerstuk 35 420, nr. 105
Herstructurering winkelgebieden en binnensteden 21.522 6.219 Kamerstuk 31 757, nr. 105
Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren 32.452 Kamerstuk 35 420, nr. 248
Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC) 21.408 76.166 373 Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 354
Aanvullende tegemoetkoming evenementen 19.882 19.882 Kamerstuk 35 420, nr 454, Kamerstuk 35 420, nr 462
Omzetderving Limburg 23.910 23.910 Kamerstuk 32 698, nr. 63
Voucherkredietfaciliteit/Leningsfaciliteiten reissector 1.500 21.425 Kamerstuk 35 420, nr. 72, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 252
BMKB-Corona 1.091 1.016 340 Kamerstuk 35 420, nr. 1, Kamerstuk 35 420, nr. 16
Klein Krediet Corona 176 1.428 80 Kamerstuk 35 420, nr. 31
Begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC) 8.847
Garantie ondernemersfinanciering (GO-Corona) 9.059 Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 462
Begrotingsreserve GO-Corona 75.941 Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16
Bijdrage RVO.nl 60.360 60.360 5.519 Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 248
Corona Overbruggingslening (COL) 32.834 Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42
Dutch Future Fund 25.000 6.083 Kamerstuk 33 009, nr. 96
Deep Tech Fund 175.000 Kamerstuk 33 009, nr. 96
Fonds Alternatieve Financiering (Dutch Alternative Credit Instrument) 7.844 Kamerstuk 33 009, nr. 96
Totaal 3.468.088 3.740.912 430.334

Toelichting coronasteunmaatregelen

Mentale steun ondernemers

Het kabinet heeft in 2021 € 5 mln beschikbaar gesteld voor mentale ondersteuning van mkb-ondernemers. Dit budget wordt verdeeld over KvK, Stichting Ondernemersklankbord (OKB) en VNO-NCW/MKB-NL. Van het budget is in 2022 aan OKB en VNO-NCW/MKB-NL € 2,1 mln verleend. Het programma eindigt op 30 juni 2022.

Noodloket (TOGS)

Voor ondernemingen in sectoren die het zwaarst getroffen waren door de gezondheidsmaatregelen in verband met het coronavirus was een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 beschikbaar. De regeling is grotendeels in 2020 en 2021 uitgevoerd. In 2022 is nog aan 1 onderneming uitbetaald. In 2022 is € 186.000 terugontvangen, met name in verband met terugvorderingen en gecorrigeerde overboekingen.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

Ter ondersteuning van ondernemingen die zijn getroffen door de coronacrisis is subsidie verleend, waarbij de hoogte afhankelijk was van het omzetverlies en het percentage vaste lasten in de betreffende sector. De laatste opstelling van de TVL was in het eerste kwartaal van 2022, met een minimum percentage omzetverlies van 30%. In totaal is zijn er voor de TVL in 2022 € 3,5 mld aan betalingen verricht. Dit bedrag is inclusief € 228.000 voor de TVL Caribisch Nederland. De in 2022 verleende subsidies in het kader van de TVL worden in 2023 definitief vastgesteld.

Tegemoetkoming Vaste Lasten Starters

Naast de TVL was er een separate regeling voor bedrijven die gedurende de coronacrisis zijn gestart, zo veel mogelijk gebaseerd op de uitgangspunten van de TVL. De regeling gold voor bedrijven gestart in de periode 15 maart 2020 tot en met 30 september 2021. In 2022 is € 14,8 mln uitbetaald voor deze regeling.

Omscholing naar tekortsectoren

Vanwege de arbeidskrapte in sectoren als de techniek en de ICT heeft EZK in 2022 € 10 mln subsidie beschikbaar gesteld voor omscholingstrajecten. De subsidieregeling die hiervoor is opengesteld is vrijwel geheel onbenut gebleven. De verwachting is dat dit te maken had met de nog lopende Corona steunpakketten waardoor er weinig mobiliteit was op de arbeidsmarkt. Daarnaast is er in het algemeen grote krapte op de arbeidsmarkt, waardoor er weinig noodzaak is tot omscholing.

Herstructurering winkelgebieden en binnensteden

Bij Miljoenennota 2021 is € 100 mln op de Aanvullende Post (AP) geplaatst voor de herstructurering van winkelgebieden en bedrijventerreinen. Hiervoor is in 2021 een bestedingsplan ingediend bij het Ministerie van Financiën. De regeling is in 2022 gestart. Het verplichtingenbudget in 2022 van € 22 mln is nagenoeg uitgeput. Van het kasbudget van € 11 mln is € 4,8 mln niet uitgegeven in verband met een geactualiseerd bevoorschottingsritme.

Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren

Deze regeling is in januari 2021 aangekondigd als onderdeel van het coronasteunpakket (Kamerstuk 35 420, nr. 217). De regeling is in werking getreden in mei 2021, met een budget van € 150 mln (Stcrt. 2021, 24061). De regeling heeft als doel om een teruggang in investeringen in R&D in de Nederlandse automotive, luchtvaart- en maritieme industrie door de coronacrisis te mitigeren door het stimuleren van R&D-projecten. Consortia van bedrijven en kennisinstellingen konden voorstellen indienen van projecten die bijdragen aan verduurzaming en/of digitalisering van de mobiliteitssectoren. Er is subsidie verleend aan 8 projecten voor het totale budget van € 150 mln (Kamerstuk 2021Z21880&did=2021D46655">35 420, nr. 460). In 2022 is voor deze regeling € 32,5 mln uitbetaald.

Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC) en Subsidieregeling Evenementengarantie 2022 (SEG22)

De TRSEC was bedoeld voor organisatoren (en hun leveranciers) van evenementen die gepland stonden in de 2e helft van 2021. De regeling zorgt ervoor dat kosten worden vergoed indien het evenement door de Rijksoverheid vanwege de epidemiologische situatie wordt verboden. Met de regeling worden organisatoren gestimuleerd om, terwijl de epidemiologische situatie nog onzeker is, voorbereidingen te treffen voor het organiseren van evenementen. Hierdoor behouden organisatoren liquiditeit om op termijn opnieuw te investeren en inkomsten te genereren, zodat de sector na de coronacrisis zelfstandig verder kan. Voor evenementen die gepland staan in de periode 1 januari t/m 30 september 2022 is de regeling vervangen door de SEG22. Voor beide regelingen tezamen is in 2022 € 76,2 mln uitbetaald.

Aanvullende tegemoetkoming evenementen

De Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) bood steun aan organisatoren van evenementen die niet in aanmerking kwamen voor de garantieregeling evenementen (TRSEC), bijvoorbeeld omdat het evenement in 2021 voor het eerst werd georganiseerd of omdat er geen evenementenverzekering was afgesloten. De ATE vergoedde de gemaakte kosten van evenementen die tussen 10 juli en 31 december 2021 niet zijn doorgegaan, vanwege een evenementenverbod van de Rijksoverheid. Voor deze regeling is in 2022 € 19,9 mln verplicht en uitbetaald.

Omzetderving Limburg

Om tegemoet te komen aan de omzetderving van bedrijven ten gevolge van de wateroverlast in juli 2021 heeft EZK aan de provincie Limburg een specifieke uitkering (SPUK) verleend van € 23,6 mln. Gebruik makend van deze middelen heeft Provincie Limburg een subsidieregeling voor bedrijven opengesteld. De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waarvoor in 2022 € 0,3 mln aan kosten is gemaakt.

Voucherkredietfaciliteit en leningsfaciliteit reissector

In 2021 is aan Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) een lening van € 390 mln verstrekt voor liquiditeitsleningen (voucherkredieten) van SGR aan reisorganisaties, die tijdelijk onvoldoende middelen hebben om vouchers terug te betalen aan consumenten. Daarnaast is in 2021 een leningsfaciliteit voor de reissector geopend waarmee de reisfondsen consumenten schadeloos kunnen blijven stellen bij faillissement van aangesloten reisorganisaties en kon het vouchersysteem voor pakketreizen na 1 juni 2020 in stand blijven. In 2022 is aan de Stichting Garantiefonds Gespecialiseerde Touroperators (GGTO) een lening verstrekt van € 1,5 mln.

BMKB-Corona

Na de uitbraak van de COVID-19 pandemie heeft het kabinet een coronaluik toegevoegd aan de BMKB. Hierbij staat de overheid voor per saldo 67,5% garant op krediet aan in de kern gezonde mkb-bedrijven. In 2022 is € 1,1 mln aan borgstellingen onder het coronaluik in de BMKB verstrekt. Er is € 1 mln aan schades uitbetaald in het kader van de BMKB-Corona in 2022. Het totaal aan ontvangsten is 0,3 mln. De regeling is medio 2022 gesloten.

Klein Krediet Corona (KKC)

Om getroffen ondernemers te helpen die geen kredietrelatie hebben met een bank of maar een kleine kredietbehoefte hebben, is de garantieregeling KKC gestart voor kredieten tot € 50.000, met een looptijd van 5 jaar, 95% garantie en een premie van 2%. In 2022 is € 0,2 mln aan garantieverplichtingen verstrekt en is € 1,4 mln aan schades uitbetaald in het kader van het KKC. De regeling is medio 2022 gesloten.

Begrotingsreserve Klein Krediet Corona (KKC)

De begrotingsreserve KKC kan in de toekomst ingezet worden om schades op KKC leningen te dekken. In 2022 is € 8,8 mln onttrokken aan deze begrotingsreserve vanwege een lagere inschatting van schades en schade uitbetalingen.

Garantie ondernemersfinanciering (GO-Corona)

Het kabinet steunt bedrijven die krediet nodig hebben als gevolg van de Coronacrisis met een staatsgarantie op bankleningen via de GO-Corona. Het betreft 80% garantie voor het grootbedrijf en 90% voor mkb-ondernemingen op leningen van maximaal € 150 mln. In 2022 zijn geen garanties verstrekt onder de GO-Corona en is € 9,1 mln aan provisie ontvangen voor GO-Corona aanvragen. De regeling is medio 2022 gesloten.

Begrotingsreserve GO-Corona

In 2022 is € 75,9 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering vanwege een lagere inschatting van schades en schade uitbetalingen.

Bijdrage RVO.nl

Betreft de uitvoeringskosten van RVO.nl voor de uitvoering van de coronamaatregelen.

Corona Overbruggingslening (COL)

In 2022 is er voor € 32,8 mln ontvangen aan terugbetaalde Corona Overbruggingsleningen.

Dutch Future Fund

Het Dutch Future Fund (DFF), onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020, met een omvang van € 300 mln wordt uitgevoerd door het EIF in samenwerking met Invest-NL. EZK heeft € 25 mln voor dit fonds beschikbaar gesteld. Het fonds investeert in andere risicokapitaalfondsen, zodat via die investeringsfondsen de beschikbare hoeveelheid kapitaal voor Nederlandse innovatieve groeibedrijven wordt vergroot. Uitbetalingen worden gedaan op uitvraag van Invest-NL. In 2022 is € 6,1 betaald aan Invest-NL.

Deep Tech Fund

Het Deep tech Fonds is een fonds dat investeringen in bedrijven met innovatieve complexe technologie mogelijk maakt. Voor innovatieve ondernemingen die zowel kennis- als kapitaalintensief zijn, is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Het fonds wordt uitgewerkt als co-investeringsfonds en als separaat fonds ondergebracht bij Invest-NL. De omvang van het fonds bedraagt € 250 mln, waarvan € 175 mln door EZK wordt ingebracht en het resterende deel door Invest-NL. Beoogd wordt in 2023 voor het eerst een bijdrage te verstrekken.

Fonds Alternatieve Financiering (Dutch Alternative Credit Instrument)

Als onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020 is samen met Invest-NL en het EIF een fonds opgericht voor de funding van alternatieve financiers. De fondsomvang bedraagt € 200 mln waarvan € 50 mln door EZK wordt ingebracht. Met het fonds wordt het aanbod van funding voor alternatieve financiers vergroot. Uitbetalingen worden gedaan op uitvraag van Invest-NL. In 2022 is de eerste uitbetaling gedaan van € 7,8 mln.

Budgettair overzicht Oekraïne

Vulmaatregelen gasopslag 644.330 Kamerstuk 36 089, nr. 1, Kamerstuk 36 089, nr. 2
Lening EBN voor vullen Bergermeer 2.300.000 1.000.000 1.002.656 Kamerstuk 36 184, nr. 1, Kamerstuk 36 184, nr. 2

Toelichting

Vulmaatregelen gasopslag

Met een subsidieregeling voor marktpartijen en een aanwijzing aan EBN wordt de gasopslag Bergermeer gevuld, dit om de voldoen aan de EC-verordening ten aanzien van minimale vulgraden. De kosten van het vullen van Bergermeer zullen in latere jaren door middel van een heffing op gastransport verhaald worden op de partijen die baat hebben bij het vullen van de gasopslag.

Lening EBN voor vullen Bergermeer

Er wordt een lening verstrekt aan EBN voor de inkoop van het gas dat nodig is om Bergermeer verder te vullen. Vanwege de hoge gasprijs is EBN niet zelf in staat de inkoop van het gas voor te financieren. Op de lening aan EBN voor het vullen van de gasopslag Bergermeer is uiteindelijk van de toegezegde € 2,3 mld slechts € 1 mld bevoorschot. Een lager bedrag volstond omdat de gasprijzen in het laatste kwartaal van 2022 fors daalden en marktpartijen meer bijdroegen aan het vullen van de gasopslag, zodat het dynamische vuldoel van EBN daalde. De lening is eind 2022 in zijn geheel terugbetaald.

4. Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

A. Algemene doelstelling

Goed functionerende markten zijn een motor voor economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart. Dit geldt voor zowel de Nederlandse markt als de Europese interne markt. De Europese interne markt levert door de schaalgrootte nieuwe afzetmogelijkheden, de mogelijkheid om meer te specialiseren en voor nieuwe uitdagers de ruimte om snel op te schalen. Het kabinet zet zich daarom nationaal, Europees en internationaal in voor regels en afspraken die ervoor zorgen dat: (1) consumenten keuzevrijheid hebben, (2) bedrijven op een gelijk speelveld opereren en (3) markten open en transparant zijn.

In Europees verband ondersteunt het kabinet de ambitie van de Europese Commissie bij het zetten van mondiale standaarden, bijvoorbeeld op het terrein van omgang met data. Begin 2022 is in dat verband de Europese standaardisatiestrategie gepubliceerd. De taskforce voor handhaving op de interne markt en het in 2022 door de Commissie gepresenteerde noodinstrument voor de interne markt moeten een concrete bijdrage gaan leveren aan het voorkomen en wegnemen van belemmeringen en versterken van de handhaving.

In internationaal verband is het van groot belang om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Dit vraagt om (het behoud van) robuuste mededingingsregels én het tegengaan van verstorende subsidies uit derde landen.

Het kabinet Rutte IV zet in op het realiseren van de volgende strategische doelen29:

  1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten;
  2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie;
  3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken.

1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten

De Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Goed functionerende markten die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie.

Een goed functionerende interne markt is niet vanzelfsprekend, zoals in de corona pandemie o.a. bleek met grenssluitingen. EZK zet zich in EU-verband sterk in voor het competitief houden van markten, voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten, het bevorderen van vrije verkeer van diensten en goederen en bescherming van consumenten. Dit doet EZK door zich onder andere in te zetten voor de verbetering van de aanbestedingspraktijk, Europese afspraken t.a.v. consumentenbescherming en door de actieagenda interne markt.

2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie

De digitale economie levert ongekende kansen op voor economie en samenleving. Een strategisch doel van het kabinet is het faciliteren van de transitie naar een klimaatneutrale, digitale en inclusieve economie. Op die manier zorgen we voor duurzame economische groei en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen rond onderwijs, zorg, klimaat en vergrijzing. In november 2022 is de strategie voor de digitale economie uitgebracht (Kamerstuk 26 643, nr. 941) met daarin de ambities, doelstellingen en acties van EZK op het gebied van de digitale economie richting 2030. Vertrouwen is bij de digitale transitie van essentieel belang. Daarom moeten belangrijke randvoorwaarden als innovatie, veiligheid, eerlijke concurrentie en grip op gegevens geborgd zijn.

Om uitdagingen te adresseren en de vruchten van de digitale transitie te blijven plukken, werkt EZK in de Strategie Digitale Economie aan een open, weerbare, ondernemende, vernieuwende en duurzame digitale economie. De strategie zet stevig in op het versterken van ons verdienvermogen, het versterken van het fundament, het borgen van publieke waarden en het zorgvuldig afwegen van publieke belangen in een steeds geopolitiekere context met de volgende prioriteiten:

  1. Creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten
  2. Stimuleren digitale innovatie en vaardigheden
  3. Behouden en versterken van een veilige, betrouwbare en hoogwaardige digitale infrastructuur
  4. Versterken cybersecurity
  5. Versnellen digitalisering mkb

3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken.

EZK is voor het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) systeemverantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke productie van goede en betrouwbare statistieken, en voor de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van publieke gelden die daarmee gemoeid zijn. Het CBS heeft als onafhankelijk kennisinstituut de taak om betrouwbare statistische informatie te leveren. Onafhankelijke en betrouwbare statistieken zijn van belang om meer inzicht te krijgen in de samenleving en maatschappelijke fenomenen. Deze informatie draagt bij aan het voeren van becijferde maatschappelijke debatten en inzichten voor beleid. De Minister van Economische Zaken en Klimaat financiert het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken mogelijk te maken.

B. Rol en Verantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken en Klimaat ziet het als taak eventuele belemmeringen voor het goed functioneren van markten te verminderen of weg te nemen en innovatie te stimuleren. In dat verband is de minister systeemverantwoordelijk voor de Mededingingswet, de Aanbestedingswet en voor het functioneren van de Autoriteit Consument en Markt. Zij is voorts op grond van de Telecommunicatiewet verantwoordelijk voor het stellen van regels voor vaste en mobiele communicatienetwerken. Samen met bewindspersonen van J&V en BZK geeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat invulling aan de Nederlandse Digitaliseringstrategie. Dat is een kabinetsbrede agenda om de maatschappelijke en economische kansen van digitalisering te benutten en het fundament van de digitale transitie te versterken, waaronder digitale vaardigheden, cybersecurity, cyberweerbaarheid, veiligheid, privacy, concurrentie en innovatie. De minister heeft een systeemverantwoordelijkheid voor de statistische informatievoorziening van rijkswege.

Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:

Stimuleren

  1. Het stimuleren van een goede balans tussen de belangen van bedrijven en consumenten met generiek consumentenbeleid, waarbij de Wet handhaving consumentenbescherming centraal staat.
  2. Het stimuleren van innovatie in het bedrijfsleven.

Financieren

  1. Het bijdragen aan het goed functioneren van markten door het financieren van een deel van de exploitatie van de Autoriteit Consument en Markt (ACM), van TenderNed (het elektronisch aanbestedingssysteem) en diverse organisaties op het gebied van metrologie, normalisatie, accreditatie en markttoezicht.
  2. Het financieren van een deel van de exploitatie van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur en het verrichten van uitgaven voor opdrachten inzake beleidsvoorbereiding en evaluaties voor frequentiebeleid en veiligheid.
  3. Het financieren van het CBS om het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken mogelijk te maken.
  4. Het bijdragen aan een vrij, veilig en open internet door het financieren van een aantal (internationale) organisaties op het terrein van Internet Governance, waaronder het Internet Governance Forum (IGF).

(Doen) uitvoeren

  1. Het tegengaan van mededingingsbeperkende gedragingen met generiek mededingingsbeleid, zoals opgenomen in de Mededingingswet.
  2. Het bijdragen aan de ontwikkeling van Europees en nationaal beleid ten aanzien van consumentenbescherming, aanbestedingsregelgeving, interne markt en mededinging.
  3. Het opstellen van regels voor het gebruik van de ether, door afspraken te maken in internationaal verband voor harmonisatie en door – in geval van schaarste – te bepalen op welke wijze het spectrum wordt verdeeld.
  4. Het realiseren van hoogwaardige en innovatieve breedbandige mobiele communicatie en omroeptoepassingen door verruiming van gebruiksmogelijkheden van het spectrum en door de uitgifte van frequentieruimte.

Regisseren

  1. Het bevorderen van goed functionerende markten door het scheppen van randvoorwaarden via wet- en regelgeving.
  2. Het scheppen van de juiste voorwaarden voor concurrentie met de Waarborgwet, de Winkeltijdenwet, de Aanbestedingswet 2012, de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie en de Metrologiewet.
  3. Het moderniseren van de telecommunicatieregelgeving om deze te kunnen laten meegroeien met de ontwikkelingen in de markt en de behoeftes in de samenleving.

Om - aanvullend op het jaarverslag – de Kamer te informeren over de voortgang en effecten van beleid treft u op de website https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatieplanning de planning aan van de CBS-publicaties. Actuele en gedetailleerde informatie over de specifieke beleidsgebieden kunt u vinden op de websites van PIANOo, de ACM (o.a. over de telecommunicatiemarkt), Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (Staat van de Ether, jaarberichten), TNO (Monitor Draadloze Technologie) het CBS (Cybersecuritymonitor en DAB+ ontvangers), NCSC (cybersecurity dreigingen, incidenten en maatregelen) en het Digital Trust Center (DTC).

Voor de hierna benoemde beleidsconclusies zijn data en kengetallen te vinden op de website Bedrijvenbeleid in beeld.

1. Penetratiegraad van digitale radio ontvangers in huishoudens 6% 10% 12% 15% 18% 22% 24% 35% CBS1
2. Ranglijst digitale economie en maatschappij (DESI) 4 4 4 4 4 4 3 Koploper DESI2
3a. Connectiviteit – beschikbaarheid vast breedband 98% 98% 98% 97% 99% >99% >99% >99% DESI/EZK3
3b. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 4G 99+% - 99+% 99+% 99+% 99+% 99+% n.v.t. n.v.t. DESI4
3c. Connectiviteit – beschikbaarheid mobiel breedband via 5G n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 80% 97% 99+% DESI5
  1. In eerdere jaarverslagen is ten onrechte het percentage van personen vanaf 12 jaar gebruikt in plaats van het percentage van huishoudens om de penetratiegraad van digitale radio ontvangers weer te geven. Deze tabel corrigeert dit voor de jaren 2019, 2020 en 2021.
  2. Deze ranglijst geeft de rang van Nederland op het moment van het opstellen van het jaarverslag van het betreffende jaar.
  3. Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 1b1 (30 Mbps) voor de jaren 2014-2018 en beschikbaarheid op basis van EZK breedbandkaart (100Mbps) vanaf jaar 2019.
  4. Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 1c1(4G)
  5. Beschikbaarheid op basis van DESI-indicator 5G.

In bovenstaande tabel staan de kengetallen uit de meest recente Index Digitale Economie en Samenleving van de Europese Commissie (DESI, juli 2022) en de meest recente CBS-statistiek (september 2022). De DESI cijfers hebben steeds betrekking op het voorgaande jaar. Omdat de DESI vanaf 2021 alleen nog de beschikbaarheid van mobiel breedband via 5G dekking opneemt en niet langer via 4G dekking, is er een extra indicator (3c) toegevoegd aan tabel 13 en is oorspronkelijke indicator (3b) verduidelijkt. De kengetallen voor de beschikbaarheid van vast breedband (ten minste 100 Mbps) vanaf 2019 zijn afkomstig van de inventarisatie van EZK naar breedbanddekking in Nederland.30 De cijfers tonen de beschikbaarheid voor het betreffende jaar. In de kolom ambitie 2022 staan de streefwaarden van EZK aan voor genoemde activiteiten, in lijn met de ambitie uit het Regeerakkoord (2017) dat Nederland op sociaal, economisch en digitaal vlak Europees koploper is. In het Actieplan Digitale Connectiviteit (2018) heeft het kabinet concreet de volgende connectiviteitsdoelstelling vastgelegd: de overheid streeft naar kwalitatief hoogwaardige connectiviteit die een grote diversiteit aan vraag kan bedienen en altijd en overal beschikbaar is tegen concurrerende tarieven. Met mobiele netwerken moeten daarnaast in elk geval basisdiensten altijd en overal kunnen worden geraadpleegd.

Aansluitend de ranglijst digitale economie en maatschappij, waarin Nederland in 2022 na 3 jaar teruggekeerd is in de top 3 van de jaarlijkse, toonaangevende Digital Economy and Society Index (DESI) van de Europese Unie. De DESI rangschikt Europese landen als het gaat om de kwaliteit van de digitale infrastructuur, de mate en wijze waarop het bedrijfsleven digitaal onderneemt, gebruik van digitale toepassingen door en vaardigheden van de inwoners en de digitale dienstverlening door de overheid zelf.

Figuur 3 Index Digitale Economie en Samenleving

C. Beleidsconclusies

1. Het scheppen van voorwaarden voor goed functionerende markten

Goed functionerende markten zijn niet alleen de motor achter economische ontwikkeling, innovatie en brede welvaart in Nederland. Soepel werkende markten zijn ook nodig om complexe transities mogelijk te maken die bijvoorbeeld klimaat, energie en digitalisering vragen.

Interne markt

In 2022 is de Kamerbrief met een kabinetsbrede interne-marktactieagenda (Kamerstuk 22 112, nr. 3437) uitgegaan. Deze agenda bevat een set acties op Europees, Benelux- en nationaal niveau om belemmeringen op de interne markt weg te nemen en de toepassing en naleving van interne-marktregels te verbeteren. Ook de verschillende projecten waar de Europese Taskforce interne-markthandhaving (SMET) aan werkt dragen hieraan bij.

Wetsvoorstel uitvoering markttoezichtverordening

In 2022 is het wetsvoorstel ter uitvoering van de Verordening (EU) 2019/1020 (markttoezichtverordening) aangenomen: Hamerstuk: Wet uitvoering markttoezichtverordening (36093) | Tweede Kamer der Staten-Generaal. Deze wet voorziet in een wijziging van verschillende wetten ter uitvoering van de Europese markttoezichtverordening. Deze verordening regelt het markttoezicht op producten. Zij heeft als doel te waarborgen dat producten voldoen aan de harmonisatiewetgeving van de Unie.

Verordening verstorende buitenlandse subsidies (RFS)

In de zomer van 2022 is een Europees akkoord bereikt over de Verordening verstorende buitenlandse subsidies (RFS) (Kamerstuk 2022D19214&did=2022D19214">21 501-30, nr. 557). De RFS is vanaf 12 januari 2023 van kracht. De meldingsverplichtingen voor concentraties en aanbestedingsprocedures gelden vanaf 12 oktober 2023. Het doel van de RFS is om concurrentieverstoringen op de interne markt als gevolg van buitenlandse subsidies beter aan te kunnen pakken. EZK heeft zich sinds 2019 actief ingezet voor een dergelijk instrument (o.a. met het Nederlandse voorstel voor een gelijk speelveld instrument, Kamerstuk Kamerstuk 21 501-30, nr. 470). Momenteel wordt aan de benodigde implementatiewetgeving gewerkt.

Verordening Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten

In de 2022 is een akkoord bereikt over de Verordening Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten (IIO). Het IIO treedt 29 augustus 2022 in werking. Het IIO heeft als doel om wederkerigheid op de markt voor overheidsopdrachten af te dwingen, zodat EU-bedrijven betere toegang krijgen tot aanbestedingen in derde landen.

Rechtsbescherming bij aanbesteden

In februari 2021 is een uitwerking van maatregelen voor verbeterde rechtsbescherming bij aanbesteden naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstuk 34 252, nr. 21) . Een aantal van deze maatregelen zijn in 2022 gerealiseerd. Per 1 januari 2022 is de gewijzigde Gids proportionaliteit van toepassing. Het betreft hier aanpassingen op het gebied van rechtsverwerkingsclausules. Daarnaast is in het eerste kwartaal van 2022 de ‘handreiking klachtafhandeling bij aanbesteden’ gepubliceerd met handvatten voor aanbestedende diensten om voorsorterend op wetswijziging een professionaliseringsslag te maken in het afhandelen van klachten. Tenslotte is in 2022 gewerkt aan de uitwerking van de maatregelen die vragen om aanpassing van de Aanbestedingswet 2012. Dit vormt de basis voor de internetconsultatie die gepland staat voor 2023.

Programma Vervolg Beter Aanbesteden

In 2021 is het vervolgprogramma Beter Aanbesteden gestart (Kamerstuk 34 252, nr. 22). Dit programma is een samenwerking tussen VNG, VNO-NCW/MKB NL, EZK en PIANOo en loopt van 2021 tot en met 2024. Het programma richt zich op het verbeteren van de aanbestedingspraktijk door de dialoog tussen overheid en het bedrijfsleven te bevorderen. In 2022 zijn meerdere bijeenkomsten, zoals kennissessies en regionale marktdagen georganiseerd om de toepassing van kennis in de praktijk te bevorderen. Bij deze bijeenkomsten worden overheden en ondernemers samengebracht en wordt gewerkt aan het ondersteunen van regionale initiatieven. Een slimme wijze van aanbesteden draagt bij aan het bereiken van maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid.

Postmarkt

Sinds de indiening van het wetsvoorstel in 2020 (Kamerstuk 35 423, nr. 7) is de situatie op de postmarkt veranderd; er resteert als gevolg van de concentratie tussen PostNL en Sandd nog één landelijk dekkend 24-uurs postnetwerk. Naar aanleiding hiervan heeft de minister van EZK in 2022 gesprekken met stakeholders gevoerd en besloten om te bezien of het wetsvoorstel op enkele punten aanscherping nodig heeft. Het CBb heeft de vergunning waarmee EZK de concentratie tussen PostNL en Sandd had goedgekeurd vernietigd; het bezwaar van PostNL tegen het weigeringsbesluit van ACM is eind 2022 hervat en loopt nog.

Wettelijke evaluatie universele postdienst

In 2022 heeft de evaluatie van de universele postdienst in de periode 2017-2021 plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de uitvoering van de hoofdelementen van de UPD op orde is (Kamerstuk 2022D41290&usg=AOvVaw3yv_lRFr3efRYVgcEYDds4">29 502, nr. 184).

Consumentenregelgeving

In het kader van consumentenbescherming zijn in 2022 diverse resultaten geboekt. Zo bereikte de Raad en het Europees Parlement in november 2022 een voorlopig akkoord over de General Product Safety Regulation (verordening algemene productveiligheid). Deze verordening moet ervoor zorgen dat consumenten beter beschermd worden tegen de verkoop van onveilige producten. Daarnaast zijn de Implementatiewet richtlijn verkoop goederen en levering digitale inhoud in april 2022 in werking getreden (Stb 2022, 164). De richtlijnen leggen gemeenschappelijke regels vast over met name conformiteit van goederen, digitale inhoud of diensten, garanties en de wijze waarop de consument zijn recht kan halen. Een belangrijke wijziging voor de praktijk is de verplichting voor handelaren om updates te verstrekken voor goederen met digitale elementen, digitale inhoud en digitale diensten. Het gaat om updates die borgen dat het product minimaal blijft functioneren op hetzelfde niveau als ten tijde van de aankoop. Tevens is de Implementatiewet richtlijn modernisering consumentenbescherming in mei 2022 inwerking getreden (Stb 2022, 157). Deze richtlijn zorgt voor een betere handhaving van Europese consumentenregels. Met deze richtlijn worden vooral de regels die gelden voor online handelaren en aanbieders van onlinemarktplaatsen uitgebreid en verduidelijkt. Consumenten zoeken, vergelijken en kopen steeds vaker producten en diensten online. Het plaatsen of laten plaatsen van neprecensies op het internet wordt met deze richtlijn bijvoorbeeld verboden.

Wijziging van het Besluit prijsaanduiding producten (AMvB)

EZK heeft zich in 2022 ingezet voor meer transparantie bij prijsverlagingen. Met de wijziging van het besluit prijsaanduiding producten moeten verkopers per 1 januari 2023 transparanter zijn over prijsverlagingen. De nieuwe regels bepalen dat de oorspronkelijke prijs (de ‘van-prijs’) de laagste prijs moet zijn die de verkoper 30 dagen voorafgaand aan de kortingsactie heeft gevoerd. Dit moet voorkomen dat consumenten misleid worden door aantrekkelijke aanbiedingen die niet echt zijn. Uitgezonderd van deze maatregel zijn producten die snel bederven of beperkt houdbaar zijn, producten die minder dan dertig dagen op de markt zijn en onafgebroken progressieve prijsverlagingen (bijv. eerst 20%, dan 50% en dan 80%) gedurende een maximale periode van drie kalendermaanden.

2. Het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende digitale economie

Het faciliteren van de transitie naar een digitale economie is een van de strategische doelen van EZK. In november 2022 is de strategie voor de digitale economie uitgebracht (Kamerstuk 26 643, nr. 941) met daarin de ambities, doelstellingen en acties van EZK op het gebied van de digitale economie richting 2030.

Creëren van de juiste randvoorwaarden voor goedwerkende digitale markten en diensten

Europese wet- en regelgeving

In 2022 zijn belangrijke Europese regels in werking getreden of zijn onder invloed van EZK mijlpalen bereikt bij aankomende regelgeving om digitale markten beter te laten werken. Zo trad in november 2022 de Digital Service Act (DSA) in werking. De DSA gaat ervoor zorgen dat tussenpersonen, zoals platformbedrijven verantwoord omgaan met content van hun eindgebruikers. Tevens is er in de zomer van 2022 een akkoord bereikt over de Digital Markets Act (DMA). De DMA bevat regels voor de allergrootste platforms waar consumenten en ondernemers nauwelijks omheen kunnen (poortwachters). Het doel van de DMA is om consumenten en ondernemers te beschermen en te zorgen voor meer concurrentie op digitale markten. Dit zorgt ervoor dat ondernemers en consumenten minder afhankelijk zijn van poortwachters en toetreders makkelijker toegang krijgen tot de markt (Kamerstuk2022Z26395&did=2022D57021"> 26 643, nr. 959). Tevens is een akkoord bereikt over de Data Governance Act (DGA). De DGA zorgt voor een helder kader voor het vertrouwd delen van data. De DGA maakt het voor consumenten en bedrijven gemakkelijker om hun data vertrouwd te delen en te gebruiken, waarbij wordt voorkomen dat ongewenste dataconcentraties ontstaan en data op oneigenlijke manier wordt gebruikt. Hiermee zorgt het voor een eerlijker speelveld voor verantwoorde datadeling.

Stimuleren digitale innovatie en vaardigheden

Artificial intelligence (AI): stimuleren innovatie

In het Witboek AI (februari 2020) én in de herziening van het Gecoördineerd plan inzake AI (april 2021) van de Europese Commissie, staat het bouwen aan een sterk en hoogwaardig Europees ecosysteem voor een human-centric approach van AI centraal. Mede op initiatief van EZK is die publiek-private samenwerking belegd bij de Nederlandse AI Coalitie, waar inmiddels rond 500 organisaties aan deelnemen. De internationale samenwerking zal de komende jaren verder worden versterkt met middelen van EZK voor de zogenaamde European Digital Innovation Hubs (onderdeel van het Digital Europe Programme) en met middelen die in de eerste suppletoire begroting 2021 uit het Nationaal Groeifonds zijn toegekend aan het meerjarige AiNed investeringsprogramma (Kamerstuk 35 850 XIX, nr. 1 en Kamerstuk 35 850 XIX, nr. 2). De genoemde inzet en resultaten in 2022 zijn conform de verwachtingen verlopen.

Florerende data-economie en innovatieve clouddiensten

Digitale innovatie en vaardigheden en de toepassing van nieuwe digitale technologieën zijn essentieel voor de digitale transitie en het verdienvermogen van Nederland. EZK ondersteunt diverse initiatieven om de waarde van data op een verantwoorde wijze te benutten, zoals de Data Sharing Coalition voor vrijwillige datadeling tussen bedrijven, het verkennen van kansen en bedreigen voor datadeling in diverse sectoren via onderzoek. Daarnaast zorgt EZK ervoor dat het Nederlandse bedrijfsleven kan aansluiten op het GAIA-X, een internationaal publiek-privaat initiatief, dat Europese cloud- en datadiensten wil verbinden en beter toegankelijk wil maken. De inzet en uitvoering van deze initiatieven zijn in 2022 conform verwachting verlopen.

Versterken digitale vaardigheden

Het tekort aan personeel en gebrek aan digitale vaardigheden op de werkvloer vormt een groot obstakel voor een succesvolle digitale transitie. Op Europees en nationaal niveau hebben de huidige en de verwachte grote tekorten geleid tot stevige ambities. In 2030 willen we in Europa beschikken over 20 miljoen digitaal geschoolden, waarvan de helft vrouw en moet 80 procent van de Europese bevolking beschikken over digitale basisvaardigheden. Als antwoord op deze ambities en het tekort op de arbeidsmarkt van ICT’ers heeft het kabinet onder leiding van EZK deel 1 van het Actieplan groene en digitale banen in juli 2022 aangeboden. In dit deel beschrijft het kabinet welke onderzoeksrichtingen en benodigde aanvullingen mogelijk zijn. In het tweede helft van 2022 is gewerkt aan deel 2 van dit actieplan, waarin beschreven zal worden met welke extra inzet het kabinet het vraagstuk van arbeidskrapte voor klimaat en digitale transitie wil aanpakken. Begin 2023 zal deel 2 worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Om ervoor te zorgen dat bedrijven voldoende goed gekwalificeerd personeel kunnen vinden, heeft EZK de Human Capital Agenda ICT in 2022 doorontwikkeld met nieuwe prioriteiten. Binnen deze agenda is een sterk landelijk dekkend netwerk gerealiseerd, waaronder inmiddels meer dan 80 publiek private samenwerkingen op het domein van digitale vaardigheden beschikbaar zijn. Hier werken meer dan 8000 bedrijven aan mee.

Onderwijscurriculum up-to-date

Om te bewerkstelligen dat jongeren beschikken over goede ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden is in 2022 door EZK samen met het ministerie van OCW het Co-teach informatica initiatief ondersteund. Co-teach informatica is een pilotproject waarin scholen het eindexamen informatica kunnen aanbieden voor een combinatie van projectonderwijs door IT professionals en een online leerlijn – ook wanneer een school nog geen informaticaleraar in dienst heeft. Tevens is in 2022 het Nationaal onderwijslab AI gelanceerd. Het Nationaal onderwijslab AI zal de komende 10 jaar samen met het onderwijs, de wetenschap en het bedrijfsleven intelligente digitale onderwijsinnovaties ontwikkelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs.

Behouden en versterken van een veilige, betrouwbare en hoogwaardige digitale infrastructuur

Implementatie Europees telecomkader

De wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de Telecomcode (richtlijn EU/2018/1972) is als hamerstuk aangenomen door zowel de Tweede als Eerste Kamer en is op 2 maart 2022 in werking getreden (Stb. 2022, 83 en 95). De implementatie van de herziening van het Europese telecomkader zou uiterlijk eind 2020 moeten zijn geïmplementeerd. Net als de meeste lidstaten heeft Nederland dit helaas niet gehaald, onder meer vanwege het grote aantal reacties van burgers en gemeenten op de internetconsultatie. Een deel van de richtlijn was al geïmplementeerd met de wetswijziging die op 21 december 2020 in werking is getreden (Stb. 2020, 199).

Digitale infrastructuur van wereldklasse (connectiviteit): frequentieveiling en snelle uitrol van glasvezel

Met betrekking tot de voor (volwaardig) 5G relevante 3,5 GHz-band zijn in 2022 belangrijke stappen gezet op weg naar beschikbaarstelling van deze frequentieband. Zo is een advies gereed gekomen met betrekking tot een oplossing voor het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer dat nu nog in de band zit en is een keuze gemaakt ten aanzien van de beoogde bandindeling voor lokaal en landelijk mobiel gebruik.

Om de soepele uitrol van verbeterde (vaste en mobiele) digitale infrastructuren te realiseren, is ondersteuning van gemeenten door EZK (en het Antennebureau) verder verstevigd en is in 2022 gewerkt aan transparantie en harmonisatie van lokaal beleid met onder meer onderzoek naar de leges voor de aanleg van telecomkabels. Inmiddels is de grote meerderheid van de adressen in de buitengebieden voorzien van snel internet. De Tweede Kamer is met de brief van 28 juni 2022 (Kamerstuk 2022D27588&did=2022D27588">29 517/24 095, nr. 222) geïnformeerd over de uitvoering van de moties Inge van Dijk c.s. over snel internet in de buitengebieden en Inge van Dijk-Rajkowski over de mobiele bereikbaarheid van het alarmnummer 112 (Kamerstuk 24 095, nr. 535 en Kamerstuk 24 095, nr. 536). Ook is werk gemaakt van het verbeteren van de bereikbaarheid van 112 via ‘VoLTE’ met het oog op de verwachte afschakeling van 2G en 3G (Kamerstuk 2022D52937&did=2022D52937">29 517, nr. 226). Om de positie van Nederland als digitaal knooppunt in Europa te behouden en te versterken, is EZK in 2022 gestart met het ontwikkelen van een integrale visie op de digitale infrastructuur, die in 2023 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd.

Versterken cybersecurity

Versterken van de digitale weerbaarheid van kennisintensieve economische sectoren

Kennisintensieve economische sectoren zoals de topsectoren en topinstituten vormen een belangrijk deel van ons economisch verdienpotentieel. Om de digitale weerbaarheid van deze kennisintensieve topsectoren en topinstituten te vergroten, wordt een netwerk gevormd van publiek-private Sharing and Analysis Centers (ISACs), ondersteund door het Digital Trust Center (DTC). Het DTC heeft in 2022 opdracht aan TNO gegeven om bouwblokken te ontwikkelen en incentives te achterhalen om de vorming en bestendiging van ISACs te versterken. De resultaten van dit onderzoek zullen ook voor andere sectoren worden gebruikt. Daarnaast is door het DTC in 2022 een X-ISAC (lees: cross-ISAC) overleg gestart met de diverse ISACs om elkaar te ondersteunen en verder te helpen in de ontwikkeling.

Kennis en innovatie cybersecurity

Cybersecurity is een essentiële randvoorwaarde voor de Nederlandse digitale economie en de samenleving. In 2022 is onder andere het Nationaal Coördinatiecentrum bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opgericht. Dit is een schakelpunt om het nationale netwerk voor cybersecurity kennis en innovatie via het publiek-private samenwerkingsplatform dcypher en het Europees Cybersecurity Competence Center en bijbehorend netwerk beter aan te laten sluiten op Europese financiering en instrumenten.

Versnellen digitalisering mkb

Deze pijler uit de Strategie Digitale Economie wordt uitgevoerd en verantwoord via de middelen op artikel 2.

3. Het voorzien in maatschappelijke behoeften aan statistieken

Evaluatie CBS

In juni 2022 is de evaluatie naar het CBS afgerond. De conclusie van de evaluatie is dat het CBS in de periode 2016-2020 doeltreffend, doelmatig en onafhankelijk is geweest (Kamerstuk 25 268, nr. 209).

D. Budgettaire gevolgen van beleid

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 200.563 265.347 226.206 258.215 362.214 267.372 94.842
Uitgaven 201.785 251.493 230.938 260.228 291.380 249.968 41.412
Subsidies 236 517 2.769 3.625 16.262 10.000 6.262
Cyber security 236 517 926 677 966 966
Telecom Caribisch Nederland 1.843 2.890 3.629 3.629
EU-cofinanciering Digital Europe 10.000 ‒ 10.000
Beter aanbesteden 58 488 488
NGF project AiNed 5.719 5.719
NGF project Nationaal onderwijslab 5.460 5.460
Opdrachten 6.156 54.511 20.025 28.978 20.008 23.950 ‒ 3.942
Onderzoek en Opdrachten 2.197 1.710 1.842 2.040 1.571 2.474 ‒ 903
Beleidsvoorbereiding en evaluaties Frequenties en Veiligheid 3.795 6.204 7.528 5.413 6.112 4.408 1.704
Digital trust centre 164 125 196 356 227 1.432 ‒ 1.205
Cyber security 901 1.387 689 2.180 5.741 ‒ 3.561
ICT beleid 6.296 5.673 7.031 7.378 ‒ 347
Terugbetaling boetes ACM 45.571 2.733 14.228 1.633 1.633
CSIRT-DSP 3 1.017 ‒ 1.014
Nationaal Groeifonds 43 579 1.251 1.251
Vervolgprogramma beter aanbesteden 0 1.500 ‒ 1.500
Bijdragen aan agentschappen 39.124 34.814 39.503 47.694 51.255 41.199 10.056
Agentschap Telecom 27.195 23.576 28.698 33.068 36.089 30.824 5.265
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 11.929 11.238 10.805 14.626 15.166 10.375 4.791
Bijdragen aan ZBO’s /RWT’s 152.738 157.720 164.884 176.185 200.228 170.763 29.465
Metrologie 9.335 9.480 10.706 15.980 11.524 11.146 378
Raad voor Accreditatie 209 235 263 274 1.099 277 822
ACM 737 614 632 670 712 779 ‒ 67
CBS 142.457 147.391 153.283 159.261 186.893 158.561 28.332
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 3.531 3.931 3.757 3.746 3.625 4.056 ‒ 431
Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) 1.124 1.157 1.186 1.187 1.245 1.194 51
Internationale organisaties 2.407 2.774 2.571 2.559 2.380 2.862 ‒ 482
Ontvangsten 16.599 19.558 933.838 428.676 120.881 31.934 88.947
Ontvangsten ACM 162 162 162 163 162 162 0
High Trust 15.194 17.486 106.954 6.846 117.969 30.200 87.769
Diverse ontvangsten 1.243 1.910 826.722 421.667 2.750 1.572 1.178
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
2018 2019 2020 2022 2022 2022 2022
Verplichtingen 200.563 265.347 226.206 258.215 362.214 267.372 94.842
waarvan garantieverplichtingen 0 0 0 0 0 0 0
waarvan overige verplichtingen 200.563 265.347 226.206 258.215 362.214 267.372 94.842
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

Subsidies

EU-cofinanciering Digital Europe

Door vertraging van goedkeuring door de Europese Commissie heeft voor zowel de verplichtingen als kas een verschuiving van een deel van de middelen naar 2023 plaatsgevonden. Daarnaast hebben overboekingen naar RVO plaatsgevonden voor de onderdelen National Contact Point (NCP), Digital Europe Programma en National Coordination Centre (NCC) voor digitale veiligheid.

NGF-project AiNed

Voor het NGF-project AiNed stond het gehele verplichtingenbudget in 2022 beschikbaar, terwijl de verplichtingen over verschillende jaren worden aangegaan. Bij Voorjaarsnota 2023 wordt het verplichtingenbudget dat niet in 2022 is gebruikt, verdeeld over de jaren 2023 en verder. Een deel van het uitgavenbudget voor AiNed is in 2022 niet gebruikt vanwege actualisering van kasramingen voor toegekende AI-projecten in het Key Digital Technologies programma van de EU en voor Fellowship Grants (beurzen voor AI-onderzoekers). Ook kostte de voorbereiding van een nieuwe uitvraagronde voor ELSA labs meer tijd. Bij Voorjaarsnota 2023 wordt het uitgavenbudget dat niet in 2022 is gebruikt meegenomen naar 2023.

In 2022 is het NGF-project AiNed verplaatst van artikel 2 naar artikel 1. Gegeven de inhoud van het project en de aansturing ervan is artikel 1 meer geschikt.

NGF-project Nationaal Onderwijslab

In 2022 is het NGF-project Nationaal Onderwijslab verplaatst van artikel 2 naar artikel 1. Gegeven de inhoud van het project en de aansturing ervan is artikel 1 meer geschikt.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CBS

Zowel het verplichtingen- als kasbudget van het CBS zijn in de loop van 2022 opgehoogd in verband met IT-ontwikkeling en -onderhoud en EU-statistiekverplichtingen. Daarnaast is een loon- en prijsbijstelling gedaan en zijn middelen ten behoeve van het overheidsbrede programma Werk aan Uitvoering (WaU) beschikbaar gesteld.

Ontvangsten

High Trust

Dit betreft de ontvangsten uit boetes van toezichthouders van EZK, die in praktijk voornamelijk bestaan uit boetes opgelegd door de ACM. De ACM is onafhankelijk in de keuze al dan niet een boete op te leggen. Het bedrag aan boetes dat feitelijk wordt ontvangen kan daarom fors fluctueren en is moeilijk te ramen. Omdat het aanspannen van een gerechtelijke procedure de betalingsverplichting niet opschort, is het - afhankelijk van de gerechtelijke uitspraak bij (hoger) beroep - mogelijk dat de ACM een deel van de in 2022 ontvangen bedragen in een komend jaar moet terugbetalen.

De ACM kan in verband met vertrouwelijkheid geen uitspraken doen over een betaling door een partij in individuele zaken. De opgelegde boetes worden ook niet altijd openbaar gemaakt, bijvoorbeeld als een uitspraak van de rechter dit verhindert.

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

A. Algemene doelstelling

Met het bedrijvenbeleid31 zorgt EZK ervoor dat bedrijven kunnen floreren en tevens hun bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart van onze samenleving. Het bedrijvenbeleid ondersteunt de transitie naar een duurzame, digitale en inclusieve economie met een sterk innovatievermogen en een uitmuntend ondernemers- en investeringsklimaat. De maatschappelijke bijdrage van bedrijven bestaat uit het bieden van: werk, inkomen, economische vooruitgang, innovatieve toepassingen die de kwaliteit van ons leven vergroten, ontplooiingsmogelijkheden voor burgers en een hoge kwaliteit van de leefomgeving. Dit biedt tevens een basis voor het hoge collectieve voorzieningenniveau in ons land. Door innovatie en ondernemerschap te bevorderen draagt het bedrijvenbeleid bij aan onze brede welvaartsgroei, door economische vooruitgang op een evenwichtige wijze te combineren met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie, zodat Nederland internationaal aantrekkelijk blijft om in te wonen, te werken en te leven.

Afbouw coronasteunmaatregelen in 2022

Het coronavirus heeft het bedrijfsleven de afgelopen jaren ernstig op de proef gesteld. Sinds april 2022 zijn de coronasteunmaatregelen afgebouwd en vanaf oktober 2022 moeten ook de uitgestelde belastingen terugbetaald worden. Volgens het kabinet wegen de voordelen van het ondersteunen van bedrijven niet meer op tegen de nadelen daarvan. De normale economische dynamiek moet weer de ruimte krijgen.

Vanuit een macroperspectief lijkt het Nederlandse bedrijfsleven goed uit de coronacrisis te zijn gekomen, en ook internationaal gezien staan we er nog steeds goed voor. De economische vooruitzichten zijn echter zeker op korte termijn minder rooskleurig. Er staat op dit moment nog een belastingschuld van zo’n 20 miljard euro uit bij ondernemingen die binnen zeven jaar moet worden terugbetaald. De Nederlandsche Bank (DNB) constateerde dat ongeveer de helft van de bedrijven die uitstel van belastingbetaling hebben, gedurende de komende vijf jaar de helft van hun winst moet gebruiken voor terugbetalingen.32 Daarnaast moeten ook nog behoorlijk wat bedrijven coronasteun terugbetalen. Dit kan tot financiële problemen leiden bij een deel van deze bedrijven. Daarbovenop zijn de economische vooruitzichten mede door de oorlog in Oekraïne en allerlei toeleveringsproblemen op korte termijn niet florissant. Gevoed door de hoge inflatie en hoge energieprijzen dreigt een recessie. Zulke schokken raken het bedrijfsleven en vergroten het risico op opheffingen of faillissementen. Die risico’s lijken, althans voor een deel van de bedrijven, nu groter dan voor corona, omdat buffers zijn geslonken en een deel van de bedrijven blijvend te kampen heeft met een verslechterde uitgangspositie vanwege de nog bestaande schuldenlast.

Met het Nationaal Groeifonds (NGF) en het Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)33 werkt het kabinet aan het herstel dat de economische groei en brede welvaart de komende jaren verder moet versterken via onder meer een gerichte investeringsagenda. Het verbinden van de nationale groeistrategie met het ondersteunen van de economische transities (digitalisering, verduurzaming en vernieuwing) staat daarin centraal.

Via het NGF is € 20 mld uitgetrokken voor R&D, innovatie en kennisontwikkeling, In 2020 en 2022 hebben de eerste ronden plaatsgevonden van indieningen van projectvoorstellen en daaraan gekoppeld definitieve toekenningen, voorwaardelijke toekenningen en reserveringen van middelen. Met name projecten binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie dragen bij aan de groene en de digitale transities waar Nederland voor staat. Ook het HVP draagt bij aan de ambities van het kabinet op het gebied van de groene en digitale transitie, en het bevat grootschalige maatregelen op het gebied van woningbouw, de arbeidsmarkt en het Nederlandse belastingstelsel. Op 4 oktober 2022 keurden de ministers van Financiën van de Europese Unie het uitvoeringsbesluit goed. Hierdoor kan Nederland aan de slag met de uitvoering van het plan, dat bestaat uit 49 maatregelen, waarvan 21 hervormingen en 28 investeringen. De investeringen bedragen € 4,7 mld.

Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel de kwetsbaarheid van onze manier van leven en werken en ook de belangrijke rol die bedrijven daarbij spelen. Welvaartsgroei is geen vanzelfsprekendheid, of het nu gaat om onze gezondheid, de beschikbaarheid van voldoende zorg, inkomen, werk of winstgevende bedrijvigheid. Goed functionerende bedrijven bieden naast werk en inkomen ook een maatschappelijk verband waar werknemers zich gewaardeerd en betrokken voelen, zichzelf kunnen ontplooien en waar ze naar vermogen kunnen bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang. Bedrijven hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de mogelijke nadelige gevolgen van economische activiteiten voor de kwaliteit van onze leefomgeving en samenleving te beperken. Zo dragen bedrijven ook bij aan onderzoek en scholing, maatschappelijk verantwoorde producten, eerlijke prijzen, goede lonen en pensioenvoorzieningen, en aan een hoogwaardige leefomgeving door met nieuwe producten, diensten en technologieën bij te dragen aan de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en verduurzaming van de industrie en de digitalisering. Ook tijdens de coronacrisis pakten bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid is cruciaal voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf is essentieel voor het ondernemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie als de onze. Strategische samenwerking tussen bedrijven, wetenschap en het (hoger) onderwijs is ook belangrijk, omdat de wetenschap en het (hoger) onderwijs fundamentele ideeën en ontwikkelcapaciteit bieden, en het bedrijfsleven de mogelijkheden ziet waar nieuwe technologieën kunnen worden toegepast in nieuwe producten, diensten of productieprocessen.

Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën en is ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Nederland staat er na de coronacrisis relatief goed voor in internationaal perspectief. Afgemeten aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) lijkt de veerkracht van de Nederlandse economie groot. Vanaf het vierde kwartaal 2019 gerekend is van alle grote(re) EU-landen het herstel het sterkst geweest in Nederland, zelfs nog sterker dan in de VS. Het kabinet zet er met het bedrijvenbeleid en het herstelpakket op in deze toppositie te behouden en verder te versterken en onze welvaart duurzaam veilig te stellen voor de toekomstige generaties. Om deze toppositie(s) te handhaven en te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende twee strategische doelen:

  1. Het realiseren van innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang, onder meer met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.
  2. Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het waarborgen van goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

1) Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei, welvaart en vooruitgang op tal van maatschappelijke terreinen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen toegevoegde waarde, maar bieden ook (deel)oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken, onder meer op de terreinen Energietransitie en Duurzaamheid, Landbouw, Water en Voedsel, Gezondheid en Zorg en Veiligheid. Dit vraagt samenwerking van veel partijen, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in de Innovatiehelix. Om bedrijven aan te zetten tot innovatie, stimuleert en financiert de overheid onderzoek en ontwikkeling (R&D) bij publieke kennisinstellingen en bedrijven.

In november 2022 is het kabinet gekomen met een visie ‘Innovatie en impact’ (Kamerstuk 33 009, nr. 117). Het kabinet vindt dat de sterke kennispositie van Nederlandse onderzoekers en ondernemers moet leiden tot meer toepassingen in producten en diensten. Het Nederlandse kennisniveau is van wereldklasse, maar de impact van wetenschappelijk, toegepast en praktijkgericht onderzoek kan en moet beter. Het kabinet wil daarom stimuleren dat kennis meer wordt toegepast (valorisatie). De weg van kennis naar resultaat is geen éénrichtingsverkeer. Impact ontstaat daar waar onderzoekers, ondernemers en maatschappelijke organisaties met elkaar samenwerken.

In de Kamerbrief ‘Innovatie en impact’ stelt het kabinet zich als doel dat de uitgaven (publiek en privaat) aan onderzoek en ontwikkeling de komende jaren stijgen tot 3% van het bruto binnenlands product, zonder dat het private aandeel daalt. De Nederlandse uitgaven (publiek en privaat) aan onderzoek en ontwikkeling bedroegen in 2021 2,26% van het bruto binnenlands product volgens voorlopige cijfers van het CBS. Investeren in R&D is echter geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land, naast een goed ondernemingsklimaat, een goede kennisinfrastructuur, kennissamenwerking, een goed werkende financieringsmarkt (zie verder beleidsartikel 3 van deze begroting) en het beschikbaar zijn van bekwaam personeel.

Het stimuleren van innovatie en valorisatie verloopt langs een aantal lijnen. Zo wordt vanaf 2023 een indexering van het WBSO-budget toegepast, met een extra budget van € 54 mln in 2023, dat daarna oploopt. Met de WBSO kunnen ondernemers hun kosten voor onderzoek en ontwikkeling verlagen. Verder zijn er de publieke investeringen met middelen uit het Nationaal Groeifonds (€ 20 mld) en via deelname van Nederland aan Important Projects of Common European Interest (IPCEI). Tevens zijn er investeringen in het versterken van toegepaste onderzoeksfaciliteiten (€ 500 mln ), praktijkgericht onderzoek (€ 100 mln) en de grootschalige wetenschappelijke infrastructuur (€ 500 mln). Voor innovatieve startups en scale-ups zijn bovendien volop financieringsmogelijkheden (meer dan € 1 mld) beschikbaar.

Met het Nationaal Groeifonds trekt het kabinet tussen 2021 en 2025 € 20 mld uit voor projecten die bijdragen aan economische groei op de langere termijn. Het gaat om gerichte investeringen op twee terreinen waar de meeste kansen aanwezig zijn voor structurele en duurzame economische groei: Kennisontwikkeling en Onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Tot begin 2022 was er ook een derde terrein: infrastructuur. Bij de totstandkoming van het coalitieakkoord is afgesproken om deze pijler uit het Nationaal Groeifonds te halen.

Daarnaast gaat het kabinet door met de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden via het zogenoemde missiegedreven innovatiebeleid. De inzet daarin is op verduurzaming (energietransitie en circulaire economie), digitalisering en sleuteltechnologieën zoals fotonica en kunstmatige intelligentie. Ook gezondheidszorg, landbouw/water/voedsel en veiligheid houden aandacht. Maar binnen deze thema’s moeten scherpere keuzes worden gemaakt, zodat innovatie leidt tot meer toepassingen in producten en diensten.

Eén van de prioritaire missies betreft het klimaat en de verduurzaming van de industrie. Met de klimaatambities van het kabinet zal innovatie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-neutrale en innovatieve industrie in 2050. In de Klimaatwet van 2019 staat dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent moet zijn gedaald ten opzichte van 1990. Voor de periode tot 2030 is in het Klimaatakkoord van 2019 afgesproken dat de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) de uitstoot van broeikasgassen moet reduceren met 14,3 Mton CO2-equivalenten. Deze reductieopgave kwam bovenop een reductie van 5,1 Mton, voortvloeiend uit onder meer het Energieakkoord 2013. In navolging van de Europese Klimaatwet verhoogt het kabinet het reductiedoel voor Nederland naar 55 procent emissiereductie in 2030 en klimaatneutraliteit (netto geen uitstoot) in 2050. Om dit doel ook zeker te halen, richt het kabinet het beleid op 60% in 2030. Dit voorjaar besluit het kabinet over nieuwe reductiedoelen per klimaatsector. Met het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie wil het kabinet daarom de verduurzaming van de industrie gaan versnellen, ook als tegenwicht tegen de huidige hoge energieprijzen en versterking van het verdienvermogen en strategische autonomie.34 Vanuit het bedrijvenbeleid wordt hieraan bijgedragen met het missiegedreven innovatiebeleid en specifieke instrumenten ter stimulering van innovatie en demonstratie. Het Rijksbrede programma Circulaire Economie onder coördinatie van IenW bestaat uit 5 Transitieagenda’s: Biomassa en voedsel, Kunststoffen, Maakindustrie, Bouw en Consumptiegoederen. De bijdrage die EZK in dit kader levert aan de circulaire maakindustrie draagt mede bij aan de verduurzaming van de industrie.

De publiek-private samenwerking in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat met publieke kennisinvesteringen additionele private kennisinvesteringen en cofinanciering zijn gerealiseerd. Door deze PPS-werkwijze zijn de beschikbare publieke en private investeringen voor onderzoek en ontwikkeling toegenomen. Met het verder doorgaan van het missiegedreven innovatiebeleid geeft het kabinet aan die hefboom een nieuwe impuls. In de brief van 26 april 2019 (Kamerstuk 33 009, nr. 70) is de aanpak bij dit missiegedreven beleid toegelicht. Daarin staan de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën centraal. De kabinetsmissies op de terreinen Energietransitie en Duurzaamheid, Landbouw, Water en Voedsel, Gezondheid en Zorg en Veiligheid zijn daarbij leidend. Daarnaast worden voor de sleuteltechnologieën meerjarige R&D-programma’s opgesteld. Topsectoren hebben daarvoor kennis- en innovatieagenda’s 2020–2023 opgesteld. Op 11 november 2019 is het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) 2020-2023 vastgesteld. Het KIC bevat afspraken met ruim 2.200 bedrijven, kennisinstellingen en overheden om gezamenlijk in economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën te investeren. De afgelopen jaren bedroegen de publieke en private investeringen in dit convenant jaarlijks zo’n € 5 mld. In 2023 volgt een herziening van de Kennis en Innovatieagenda’s (KIA’s) en het afsluiten van een nieuw Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) met de meer dan 30 deelnemende partijen voor de volgende periode, 2024-2027.

Invulling aanbeveling van Europese Commissie voor meer overheidsinvesteringen in groene en digitale transitie

In de landspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie voor Nederland in 2022-2023 is onder andere aanbevolen om meer overheidsinvesteringen te doen voor de groene en digitale transitie (COM(2022) 621 final). Hieraan wordt vanuit het al eerder genoemde NGF door EZK bijgedragen door financiering van projecten. Over een langere periode is ongeveer € 10 mld beschikbaar voor projecten binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het NGF, mede door de extra middelen die voor deze pijler beschikbaar zijn gekomen in het Coalitieakkoord. De uitgaven voor NGF-projecten lopen deels via artikel 2 van de EZK-begroting. In 2022 is binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie voor een bedrag van € 1,5 mld aan definitieve toekenningen gedaan voor NGF-projecten op artikel 2 van de EZK-begroting. In belangrijke mate zijn het middelen die bijdragen aan R&D en innovatie ten behoeve van de groene en digitale transitie. Daarnaast is voor een bedrag van € 0,15 mld definitief toegekend aan een project binnen de NGF-pijler Kennisontwikkeling dat gericht is op publiek-private samenwerkingen in het beroepsonderwijs op de terreinen klimaat- en energietransitie en digitale transitie. Dit is eveneens een NGF-project op artikel 2 van de EZK-begroting. Middelen op artikel 2 van de EZK-begroting voor de IPCEI-projecten ‘Micro elektronica’ en ‘Cloudinfrastructuur en services’ vormen specifiek ter bevordering van de digitale transitie een belangrijke aanvulling op de middelen vanuit het Nationaal Groeifonds. Ook vanuit het in het Coalitieakkoord gevormde Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt bijdragen aan investeringen die de groene en digitale transitie bevorderen. In 2022 is bepaald dat dit fonds voor een bedrag van € 500 mln wordt aangewend voor het versterken van faciliteiten voor toegepast onderzoek bij TO2-instellingen en Rijkskennisinstellingen en voor een bedrag van € 372 mln voor de versterking van Europese partnerschappen binnen Horizon Europe en aanpalende EU-onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Deze middelen vloeien in belangrijke mate naar artikel 2 van de EZK-begroting. Daarnaast draagt met name het voortgezette missiegedreven innovatiebeleid bij aan investeringen die de groene en digitale transities bevorderen. In de Kamerbrief ‘Innovatie en impact’ (Kamerstuk2022D47162&did=2022D47162"> 33 009, nr. 117) is aangegeven dat sterker de focus zal worden gelegd op de transities die in het Coalitieakkoord centraal zijn gesteld voor het missiegedreven innovatiebeleid: de klimaat- en energietransitie, digitalisering, circulaire economie en sleuteltechnologieën.

2) Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

EZK stimuleert langs verschillende wegen een goed functionerend bedrijfsleven, dat bestaat uit zowel grootbedrijf als mkb, uiteenlopend van kennisintensieve en multinationaal opererende ondernemers, tot startende bedrijven en éénpitters. EZK zet zich in voor een goede toegang tot financiering, zodat ondernemers o.a. kunnen investeren in groei en vernieuwing. EZK helpt bij de vernieuwing met wetten en regels, zoals het beschermen van intellectueel eigendom en het merkenrecht. Veranderende machtsverhoudingen in de economie vragen om een visie en regelgeving ten aanzien van het borgen van economische veiligheid. Het delen van gegevens door consumenten en bedrijven onderling en door de overheid vraagt zowel om ruimte in het economisch belang als om regulering in het belang van privacy en veiligheid. EZK steunt opschaling en uitrol van nieuwe technologieën door standaardisatie en voorwaarden vast te leggen. Verder zorgt EZK ervoor dat iedereen de economische en maatschappelijke kansen kan pakken die de digitalisering van de economie biedt (zie verder artikel 1 van deze begroting). EZK creëert ook de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven. Dat is een bedrijfsleven dat in staat is om winstgevend te zijn en zich voortdurend vernieuwt, en daarbij rekening houdt met maatschappelijke belangen. Richtinggevend is bijvoorbeeld de «corporate governance code» over de manier waarop ondernemingen moeten worden geleid.

Daarbij vraagt deze tijd om groter te denken: de uitdagingen vragen vaak om oplossingen op een schaal waarbij tenminste Europees moet worden gedacht. Hierbij valt te denken aan de bescherming van burgers en het bedrijfsleven bij datadeling. Ook economische veiligheid, het voorkomen van ongewenste afhankelijkheid en het vrijwaren van spionage en sabotage, is zo’n thema dat nationaal en Europees moet worden aangepakt. Voor de economische kansen geldt dat net zo goed: met de grootte van de uitdagingen, de Europese interne markt, en de opkomst van mondiaal opererende bedrijven in digitale markten, geldt eens te meer dat Nederlandse ondernemers en bedrijven hun vleugels uit moeten slaan en zich moeten willen en kunnen richten op grotere markten dan Nederland alleen. Op al deze terreinen zet het bedrijvenbeleid in op een Europese aanpak.

In onderstaande tabel staan de voornaamste kengetallen voor dit beleidsthema. EZK streeft naar een koppositie voor Nederland op de gepresenteerde ranglijsten, zoals de Global Competitiveness Index en het European Innovation Scorebord. In de Nationale Digitaliseringsstrategie (Kamerstuk 26 643, nr. 541) streeft het kabinet ernaar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland moet zich ontwikkelen tot proeftuin op het gebied van digitale innovatie (zie artikel 1 van deze begroting).

1. Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL) 6 6 6 6 9 9 10 10 n.n.b. Conference Board
2. Global Competitiveness Index (positie NL)1 8 5 4 5 6 4 n.b. n.b. n.b. World Economic Forum
3. European Innovation Scoreboard (positie NL) 51 5 5 4 4 4 5 4 n.n.b.2 Europese Commissie
4. R&D intensiteit (in % van BBP) 2,17 2,15 2,15 2,18 2,14 2,18 2,29 2,26 n.n.b. CBS
5. Omvang PPS-projecten (in mln €)3 814 970 1.060 1.207 1.282 1.238 1.106 1.325 n.n.b. RVO.nl/ TKI’s
waarvan private middelen (%) 44% 49% 48% 46% 45% 44% 44% 49% n.n.b.
6. Broeikasgasemissies voor industrie inclusief afval (Mton CO2-equivalenten) 55,5 55,4 56,1 56,9 55,9 55 53,7 54 n.n.b.4 Emissieregistratie
7. Kwaliteit ondernemersklimaat (positie NL) 3 2 2 2 n.n.b. Global Entrepreneurship Monitor (GEM), National Entrepreneurship Context Index (NECI)
  1. Het World Economic Forum is vanaf 2020 gestopt met het publiseren van de cijfers.
  2. De cijfers van 2022 worden in de zomer 2023 gepresenteert.
  3. De cijfers zijn gebaseerd op de subsidieaanvraag in 2022 maar hebben betrekking op de gerealiseerde publiek-private samenwerking in 2021. De voorlopige realisatie voor 2022 is beschikbaar in de zomer van 2023 (begroting 2024). Met ingang van de begroting 2020 is dit kengetal niet meer opgenomen (en keert dus niet meer terug in het jaarverslag 2020)
  4. De emissies 2022 worden komende zomer pas als voorlopige cijfers gepubliceerd en definitief begin volgend jaar.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Onderstaande tabel geeft een samenvattend overzicht van de rollen en verantwoordelijken die de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in het bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de twee hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.
Goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

Stimuleren

De Minister stimuleert innovaties die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang door private investeringen in R&D onder meer te bevorderen via de WBSO en het inrichten van een effectief en efficiënt werkend stelsel van intellectueel eigendom. Voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven wordt onder meer de pps-toeslag ingezet vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).

Financieren/regisseren

De Minister van EZK is verantwoordelijk voor toegepast onderzoek en innovatie en werkt nauw samen met de Minister van OCW, die verantwoordelijk is voor het stelsel van (fundamenteel) onderzoek en wetenschap en de verwevenheid met onderwijs. De Minister van EZK coördineert het missiegedreven innovatiebeleid en financiert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door onder meer:

  1. de TO2-instituten TNO (inclusief ECN per 1 april 2018), Deltares, MARIN en NLR te financieren;
  2. gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZK een deel van NWO-TTW subsidieert;
  3. cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling); voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de Minister systeemverantwoordelijkheid;
  4. het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;
  5. het Nationaal Groeifonds (NGF) te benuten om onderzoeks- en innovatieprojecten te financieren die structureel het groeivermogen versterken.

Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie

Stimuleren

De Minister stimuleert een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  1. het aanbieden van een pakket van fiscale ondernemersstimulering gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen; daarnaast biedt het bedrijvenbeleid een samenhangend aanbod van financieringsinstrumenten om gewenste investeringen in bedrijven en projecten mogelijk te maken die onvoldoende financiering in de markt kunnen aantrekken (zie ook artikel 3 van deze begroting);
  2. het versnellen van de toepassing van digitalisering door het mkb via de programma’s «versnelling digitalisering MKB», «smart industry», de «retailagenda» en het identificeren en helpen opschalen van (regionale of sectorale) best practices op het gebied van digitalisering.

Regisseren

De Minister regisseert en coördineert de condities voor een gezond en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door onder meer:

  1. samenwerking met de relevante regionale netwerken en partners;
  2. informeren en ondersteunen van ondernemers (van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger) via de Kamer van Koophandel (KvK);
  3. het bevorderen van de oprichting en groei van startups naar scale-ups, o.a. door de inzet van TechLeap;
  4. mkb-ondernemers beter bij wet- en regelgeving betrekken via MKB-toets en het toegankelijker maken van aanbestedingen voor het mkb;
  5. het regisseren en uitvoeren van het Programma «Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021»;
  6. eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken, gedragscodes of regelgeving (corporate governance, franchise, betaalme.nu);
  7. in samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld, de vakbeweging, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere ministeries door middel van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) convenanten in te zetten op het identificeren, voorkomen en verminderen van IMVO-risico’s in de waardeketens van het Nederlands bedrijfsleven.

(Doen) uitvoeren

De Minister biedt overheids- en informatiediensten aan ter ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door onder meer toegang tot overheidsdiensten (financieel en/of door middel van kennis) via:

(a) de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

(b) het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; en

(c) het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van topsectoren, ondernemers en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D- en innovatie-ambities.

Om – aanvullend op het jaarverslag – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van het EZK-jaarverslag. Deze website geeft tevens een volledig overzicht van de uitkomsten van alle op dit artikel uitgevoerde evaluaties.

C. Beleidsconclusies

Tegemoetkoming energiekosten (TEK)

Door de Russische inval in Oekraïne liepen de gas- en elektriciteitsprijzen in de loop van 2022 enorm op. Hoge energieprijzen drukken zwaar op het energie-intensieve mkb. Om het energie-intensieve mkb te ondersteunen is in korte tijd de Tegemoetkoming in de energiekosten (TEK) opgezet. Doel van de TEK is om ondernemers die bovenmatig hard geraakt zijn door de gestegen energieprijzen financieel tegemoet te komen. De TEK-regeling geldt voor de periode van november 2022 tot en met december 2023. De regeling is in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland tot stand gebracht en is in het eerste kwartaal van 2023 live gegaan.

BMKB-Groen

Het kabinet heeft vorig jaar een nieuw garantie-instrument geïntroduceerd, een groen luik onder de Borgstelling mkb-kredieten (BMKB-Groen). Met dit instrument wordt de toegang tot externe financiering voor verduurzaming vergroot. Ondernemers met een zekerhedentekort kunnen via dit instrument verduurzamingsinvesteringen in bedrijfsmiddelen en bedrijfspanden financieren bij een geaccrediteerde financier. Het is een gunstige variant op de reguliere BMKB-regeling voor ondernemers. Het ministerie van EZK staat voor 90% garant op een krediet van maximaal € 1,5 mln per onderneming. Daarnaast is de provisiestructuur voor dit luik verlaagd. Medio 2023 wordt het instrument door de banken kwalitatief geëvalueerd.

Richtingen bepaald voor de doorontwikkeling van het missiegedreven innovatiebeleid

Op 11 november 2022 is de Kamerbrief ‘Innovatie en impact’ verschenen (Kamerstuk2022D47162&did=2022D47162"> 33 009, nr. 117). Hierin presenteren de ministers van EZK en OCW de kabinetsinzet voor versterking van het innovatiebeleid en een visie op het vergroten van de impact van kennis via valorisatie. Er zijn onder andere richtingen bepaald voor de doorontwikkeling van het missiegedreven innovatiebeleid. Het kabinet continueert de inzet op de huidige thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid: Energietransitie & Duurzaamheid (incl. Mobiliteit en Circulaire Economie); Gezondheid & Zorg; Landbouw Water Voedsel; Veiligheid en Sleuteltechnologieën. Binnen deze thema’s zal sterker de focus worden gelegd op de transities die in het Coalitieakkoord centraal zijn gesteld voor het missiegedreven innovatiebeleid: de klimaat- en energietransitie, digitalisering, circulaire economie en sleuteltechnologieën. In het missiegedreven innovatiebeleid zal door EZK en OCW ook sterker worden ingezet op valorisatie van kennis en marktcreatie. Tevens wordt het Nationaal Groeifonds meer in verbinding gebracht met het missiegedreven innovatiebeleid. De richtingen geschetst in de brief zijn leidend voor het proces om in 2023 samen met de vakdepartementen en OCW tot herijkte missies, nieuwe Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) en een nieuw Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) te komen.

Budget voor Europese ruimtevaartprogramma’s voor de periode 2023-2025 sterk gestegen ten opzichte van 2020-2022

Nederland heeft voor een bedrag van € 389 mln ingeschreven in de programma’s van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA voor de periode 2023-2025 (Kamerstuk 24 446, nr. 64). Dat is gedaan tijdens de Ministeriële Conferentie van de ESA die op 22 en 23 november 2022 is gehouden (in aansluiting op de inzet die daaraan voorafgaand beschreven is in de Kamerbrief Ruimtevaartbeleid 2022 (Kamerstuk2022Z20046&did=2022D42995"> 24 446, nr. 78). Van het bedrag is € 224 mln beschikbaar voor optionele (d.w.z. niet-verplichte) programma’s. De Nederlandse bijdrage (deels afkomstig van EZK en deels van OCW) is met 37% gestegen ten opzichte van de vorige inschrijving, voor de periode 2020-2022 (€ 283,5 mln). De Nederlandse bijdrage gaat naar programma’s die de samenleving naar verwachting veel gaan opleveren aan technologieontwikkeling, nieuwe wetenschappelijke inzichten, satelliettoepassingen voor klimaat en groeikansen voor ondernemers. Met de bijdrage aan ESA komt de totale investering van het kabinet in ruimtevaart voor de periode 2023-2025 op ruim € 500 mln.

Indexatie van WBSO-budget vanaf 2023

Het budget voor de fiscale afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) gaat geïndexeerd worden (Kamerstuk 2022Z20970&did=2022D45151">36 202, nr. 37). De minister van EZK heeft in een brief van 21 december 2022 een verdere toelichting gegeven op de indexatie (Kamerstuk2022Z25968&did=2022D55993"> 32 637, nr. 526). Het betreft een indexatie voor loon- en prijsstijgingen binnen de kosten voor speur- en ontwikkelingswerk, op basis van de gerealiseerde cao-uurloonontwikkeling voor bedrijven twee jaar voorafgaand aan het budgetjaar (jaar t-2) en de in het jaar voorafgaand aan het budgetjaar geraamde inflatie volgens de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in het budgetjaar (jaar t). De loonkostencomponent bedraagt circa twee derde van de totale kosten voor speur- en ontwikkelingswerkzaamheden en telt daarom voor twee derde mee in de indexatieberekening. De niet-loonkostencomponent (kosten en uitgaven) telt voor een derde mee. Voor 2023 houdt de indexatie in dat het budget met € 54 mln wordt verhoogd ten opzichte van het eerder voorziene bedrag van € 1.383 mln. De indexatie van de WBSO zorgt ervoor dat op langere termijn meer zekerheid kan worden geboden aan bedrijven ten aanzien van een stabiele en voorspelbare WBSO. Dat draagt bij aan het vestigingsklimaat voor R&D in Nederland.

Nationaal Groeifonds: in 2022 acht definitieve toekenningen ten gunste van artikel 2 van de EZK-begroting, voor een bedrag van € 1,67 mld

Binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie van het Nationaal Groeifonds is in 2022 voor projectvoorstellen uit de tweede ronde (voorstellen ingediend in 2021) een bedrag van € 2,19 mld aan definitieve toekenningen gedaan en een bedrag van € 1,05 mld aan voorwaardelijke toekenningen. Voor een deel betreft dit voorstellen ingediend via EZK als departement. Bij de definitieve toekenningen gaat het om zes EZK-projecten voor een bedrag van € 1,45 mld en bij de voorwaardelijke toekenningen om vier EZK-projecten voor een bedrag van € 0,71 mld. Bij de definitieve toekenningen zijn er vijf projecten waarvan de toegekende middelen ten gunste van artikel 2 van de EZK-begroting zijn gekomen: Circulaire plastics, GroenvermogenII. NXTGEN HIGHTECH, Oncode-PACT en PhotonDelta; voor een bedrag van € 1,25 mld. Het overige EZK-project is Nieuwe Warmte Nu!, dat voor een bedrag van € 200 mln op artikel 4 van de EZK-begroting is gekomen. De voorwaardelijke toekenningen binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie voor EZK-voorstellen zijn alle gerelateerd aan artikel 2 van de EZK-begroting. Daarbij gaat het om vervolgfinanciering voor de volgende vier projecten: Circulaire plastics, GroenvermogenII, Oncode-PACT en PhotonDelta. In 2022 hebben ook omzettingen plaatsgevonden van voorwaardelijke toekenningen en een reservering naar definitieve toekenningen voor projectvoorstellen binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie uit de eerste ronde (voorstellen ingediend in 2020). Daarbij is vervolgfinanciering toegekend voor drie EZK-projecten die in 2021 al definitieve toekenningen hadden verkregen: AiNed, QuantumDeltaNL en RegMedXB. De definitieve toekenningen voor deze projecten in 2022 bedragen € 380 mln in totaliteit. In het geval van RegMedXB en QuantumDeltaNL zijn het middelen die aan artikel 2 van de EZK-begroting zijn toegevoegd, voor een bedrag van € 260 mln. AiNed staat op artikel 1 van de EZK-begroting, voor een bedrag van € 120 mln. In totaliteit is er in 2022 binnen de pijler Onderzoek, ontwikkeling en innovatie voor een bedrag van € 1,51 mld aan definitieve toekenningen ten gunste gekomen van artikel 2 van de EZK-begroting. Daarnaast heeft er in 2022 ook vanuit de pijler Kennisontwikkeling van het Nationaal Groeifonds een definitieve toekenning plaatsgevonden die ten gunste is gekomen van artikel 2 van de EZK-begroting. Dat is een definitieve toekenning voor het project ‘Opschaling publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs'. De definitieve toekenning voor dit project bedraagt € 150 mln, waarnaast ook nog een bedrag van € 60 mln voorlopig is toegekend aan dit project. In totaliteit zijn er in 2022 acht definitieve toekenningen vanuit het Nationaal Groeifonds ten gunste gekomen van artikel 2 van de EZK-begroting, waarbij het totaalbedrag uitkomt op € 1,67 mld.

Nederland op vierde plaats in het European Innovation Scoreboard en aangemerkt als innovatieleider

Het European Innovation Scoreboard (EIS) geeft een overzicht van prestaties van EU-landen op het terrein van onderzoek en innovatie. In de ranglijst van EU-landen staat Nederland in 2022 op de vierde plaats, een plaats hoger dan in 2021. De stijging van de vijfde naar de vierde plaats hangt samen met data-aanpassingen die EU-breed hebben plaatsgevonden bij zes indicatoren die in het scoreboard worden gebruikt. Voor Nederland zorgen ze voor aanzienlijk betere scores ten opzichte van de EU-gemiddelden bij die indicatoren. Met de nieuwe data voor de zes indicatoren zou Nederland ook in 2021 een vierde plaats bereikt hebben in de rangorde van EU-landen. Door de verbeterde scores wordt Nederland nu ook weer gekwalificeerd als innovatieleider, waarvoor als criterium geldt dat de totaalscore van een land meer dan 25% boven het EU-gemiddelde scoort. Met een score van 29% boven het EU-gemiddelde voldoet Nederland daar ruim aan. In het European Innovation Scoreboard 2021 was Nederland de positie van innovatieleider kwijtgeraakt, maar met de gewijzigde data die nu worden gehanteerd in het scoreboard, zou Nederland ook in 2021 een positie als innovatieleider hebben gehad.

R&D-uitgaven in verhouding tot bbp licht gedaald in 2021

De uitgaven in Nederland aan Research en Development (R&D) bedroegen volgens voorlopige cijfers van het CBS in 2021 2,26% van het bbp. Dit betreft een kleine daling t.o.v. van 2020, waarin de R&D-uitgaven op 2,29% van het bbp lagen. Een daling was in de lijn der verwachting, aangezien het bbp in 2020 was gekrompen als gevolg van de coronacrisis. De krimp van het bbp in 2020 heeft een positieve invloed gehad op de relatieve omvang van de R&D-uitgaven ten opzichte van het bbp in 2020. Te verwachten is dat inhaalgroei van het bbp vanaf 2021 een tegengesteld effect te zien geeft op de R&D-uitgaven in verhouding tot het bbp. De R&D-uitgaven zijn in absolute bedragen met 5,2% gestegen in 2021. De R&D-uitgaven van bedrijven stegen iets sneller, met 5,5%. In verhouding tot het bbp zijn de R&D-uitgaven in Nederland nog hoog in vergelijking met het pre-coronaniveau van 2,18% in 2019.

Strategische agenda Brainport

De hoogwaardige technologische productie in de Brainportregio versterkt onze eigen internationale concurrentiepositie, de Europese interne markt en het nastreven van een geopolitiek speelveld waarbij Europa minder afhankelijk wordt van andere werelddelen. Het behoud van deze internationale positie is ook van belang voor zekere economische groei in Nederland, maar is zeker geen vanzelfsprekendheid. Daarom is in 2022 met de Brainportregio afgesproken een strategische agenda op te stellen, die zichtbaar maakt hoe economische inhoud, functies en ruimtegebruik zich ten opzichte van elkaar in het vestigingsklimaat verhouden. Principebesluiten worden door EZK gecoördineerd vanuit het Bestuurlijk Overleg Brainport. Daardoor konden het kabinet en de Brainportregio afspreken om tot 2030 bijna € 1,6 mld te investeren in de ruimtelijke schaalsprong voor wonen en bereikbaarheid. Op dit moment wordt gewerkt aan goede afspraken voor knappe koppen en handen in de regio en het rijp maken van internationale waardenketens naar de markt.

Bescherm- en Herstelplan Gas

In 2022 is, vanwege de inval in Oekraïne, het Bescherm- en Herstelplan gas verder uitgewerkt. In dit plan staat onder andere beschreven dat wanneer een noodsituatie voor de leveringszekerheid van aardgas plaatsvindt in Nederland, middels een maatregelenladder de gasleveringszekerheid van beschermde gasafnemers (bijvoorbeeld huishoudens en essentiële sociale diensten) zoveel mogelijk beschermd wordt. Twee maatregelen zijn door EZK verder uitgewerkt: een vrijwillige gasbesparingstender en de gedwongen afschakeling van niet-beschermde gasafnemers. De vrijwillige gasbesparingstender beoogt het verbruik van gas te verminderen door gasafnemers de mogelijkheid te bieden om in een tender een vrijwillige gasafname reductie aan te bieden tegen vergoeding van de overheid. Deze tenderregeling is verder uitgewerkt en wordt in 2023 afgerond. Een tweede maatregel die uitgewerkt is, is de gedwongen afschakeling van niet-beschermde gasafnemers. Een groot deel van deze afnemers zijn bedrijven.

TVL en Corona

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kende in 2022 één reguliere openstelling, namelijk in het eerste kwartaal (TVL Q1 2022). Na dit kwartaal waren er geen verdere reguliere openstellingen meer vanwege het afschalen van de coronamaatregelen. In totaal is er ruim € 10 mld aan TVL-subsidies verstrekt en kende de TVL zeven reguliere openstellingen. Verder stond 2022 voor de TVL in het teken van het definitief vaststellen van de subsidies. Inmiddels is ruim 98% van alle toegekende TVL-subsidies definitief vastgesteld. Bij ongeveer 15% van de vaststellingen moet de ondernemer de subsidie gedeeltelijk of volledig terugbetalen. RVO biedt ruime betalingsregelingen aan, waarbij altijd maatwerk mogelijk is.

Het uitgangspunt van de langetermijnstrategie corona is een open samenleving. Dit is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, sectoren en burgers. Ondernemers en instellingen hebben de afgelopen jaren veel ervaringen opgedaan met het omgaan met het coronavirus. Deze inzichten van de sectoren zijn gebruikt in de langetermijnstrategie, door middel van de sectorale aanpak. Aan sectoren waar veel mensen bij elkaar komen en die de afgelopen jaren vaak met beperkingen te maken hebben gehad, is gevraagd een sectorplan op te stellen. Met deze sectorplannen bereiden sectoren zich voor op de verschillende scenario’s, van lichtere maatregelen voor lichte scenario’s tot zwaardere maatregelen (interventiemaatregelen) die ingezet kunnen worden bij een sterke opleving van het virus. De definitieve sectorplannen zijn gepubliceerd. Door de overheid zijn, op basis van de sectorplannen, de maatregelenladders opgesteld. De maatregelenladders per sector staan aan de basis van adviezen en maatregelen van het kabinet. Alleen bij zwaarwegende redenen zal de overheid van de maatregelenladders afwijken.

Impulsaanpak winkelgebieden

De Impulsaanpak winkelgebieden helpt om de belangrijke sociaal-economische functie van de Nederlandse binnensteden te herstellen en zeker te stellen voor de toekomst. In totaal staan vier openstellingsronden gepland waarin gemeenten een projectaanvraag in kunnen dienen. De eerste ronde is eind augustus 2022 afgerond. In totaal werd aan 11 gemeenten een bijdrage toegekend en het beschikbare budget van € 22 mln is vrijwel volledig uitgeput. De beoordeling van de tweede openstellingsronde loopt momenteel. Beschikkingen zullen in maart 2023 worden afgegeven. De derde openstellingsronde start voor de zomer van 2023.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 1.555.400 1.745.131 6.249.234 10.788.922 5.290.393 4.960.189 330.204
Uitgaven 875.705 913.164 3.578.266 7.004.468 4.995.025 3.735.006 1.260.019
Subsidies 91.402 102.042 2.046.853 5.702.794 3.956.769 2.606.144 1.350.625
Lucht- en Ruimtevaart 107 0
MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) 14.036 15.496 16.467 10.818 7.626 25.908 ‒ 18.282
Eurostars 15.432 16.530 16.961 17.764 18.930 19.583 ‒ 653
Bevorderen Ondernemerschap 12.058 18.367 17.144 21.714 19.417 27.107 ‒ 7.690
Groene Groei en Biobased Economy 131 8 5 0 0
Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG 31.016 24.709 13.358 14.674 25.675 38.335 ‒ 12.660
Bijdrage aan ROM's 4.956 5.661 6.726 7.154 8.620 8.477 143
Verduurzaming industrie 8216 12.588 4.844 9.149 45.380 54.236 ‒ 8.856
Startup-beleid 3.637 7.788 10.684 10.821 16.900 ‒ 6.079
Urgendamaatregelen industrie 386 9.982 27.494 90 5.000 ‒ 4.910
Noodloket (TOGS) 866.886 164 4 4
Noodloket (TOGS) Caribisch Nederland 3.290 0
Qredits (subsidie) 6.000 0
Tegemoetkoming vaste lasten 1.059.190 5.434.647 3.486.352 2.080.000 1.406.352
Tegemoetkoming vaste lasten Caribisch Nederland 9.311 25.922 228 228
Invest-NL 1.010 7.966 6.387 10.276 10.802 ‒ 526
Europees Defensie Fonds cofinanciering 5 5.000 ‒ 4.995
Omscholing naar tekortsectoren 368 596 40.000 ‒ 39.404
Tegemoetkoming vaste lasten starters 13.007 14.820 14.820
Infrastructuur duurzame industrie 4.832 285 13.500 ‒ 13.215
R&D mobiliteitssectoren 8.173 32.452 37.500 ‒ 5.048
SEG 78.974 76.166 76.166
Herstructurering winkelgebieden 6.219 11.200 ‒ 4.981
NGF project AiNed 8.800 ‒ 8.800
NGF project Nationaal onderwijslab 5.460 ‒ 5.460
NGF project Groenvermogen Nederlandse Economie 10.706 21.530 ‒ 10.824
NGF project Health-RI 10.000 4.400 5.600
NGF project RegMed XB 9.400 15.541 12.800 2.741
NGF project QuantumDeltaNL 45.855 33.100 12.755
NGF project Oncode-PACT 3.236 3.236
Indirecte kostencompensatie ETS 59.802 81.600 ‒ 21.798
IPCEI Cloudinfrastructuur en services 10.000 ‒ 10.000
IPCEI Micro elektronica 30.000 ‒ 30.000
Aanvullende tegemoetkoming evenementen 19.882 19.882
Omzetderving Limburg 23.600 23.600
Brecxit Adjustment Reserve 609 609
Overige subsidies 5.450 3.650 935 1.469 3.576 4.906 ‒ 1.330
Leningen 0 0 65.000 230.500 1.500 80.000 ‒ 78.500
Bedrijfssteun 40.000 193.000 1.500 1.500
Qredits (leningen) 25.000 37.500 80.000 ‒ 80.000
Garanties 22.768 28.944 24.039 29.003 27.868 157.541 ‒ 129.673
BMKB 22176 23.682 16.916 23.826 12.233 37.624 ‒ 25.391
Klein Krediet Corona 521 1.428 1.428
Groeifaciliteit 483 2017 5.216 15 3.092 8.172 ‒ 5.080
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 109 3245 1.907 4.641 11.115 11.745 ‒ 630
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) Corona 100.000 ‒ 100.000
Opdrachten 17.708 13.989 7.911 7.927 5.896 11.939 ‒ 6.043
Onderzoek en opdrachten 4.245 3.655 3.648 4.206 2.999 4.455 ‒ 1.456
Caribisch Nederland 2725 976 496 501 558 1.083 ‒ 525
ICT beleid 7.488 4.863 254 73 3 3
Regeldruk 901 1380 582 731 836 2.336 ‒ 1.500
Regiekosten regionale functie 261 94 137 11 0
Invest-NL 1009 381 88 0
Budget samenwerking regio 379 665 ‒ 286
Cyber security 2.209 0
Small Business Innovation Research 1079 431 2.706 2.405 1.121 3.400 ‒ 2.279
Bijdragen aan agentschappen 97.132 100.232 121.919 168.731 179.045 92.678 86.367
Bijdrage RVO.nl 89.754 91.771 120.156 168.023 178.480 92.135 86.345
Bijdrage Agentschap Telecom 1.880 474 549 708 565 543 22
Bijdrage Logius 706 700 0
Invest-NL 4.792 7.287 1.214 0
Bijdragen aan ZBO’s /RWT’s 314.877 321.274 361.869 369.824 373.731 340.286 33.445
Bijdrage aan TNO 160.517 171.636 207.782 207.525 216.876 178.863 38.013
Kamer van Koophandel 128.721 124.494 125.551 134.518 143.881 135.958 7.923
NWO TTW 25.639 25.144 28.536 27.781 12.974 25.465 ‒ 12.491
Bijdragen aan medeoverheden 0 5.000 25.388 20.570 23.282 13.998 9.284
Sterke Regio's en Nota Ruimte 5.000 0
MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) 25.388 20.570 23.282 13.998 9.284
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 303.396 318.506 341.231 378.120 405.813 432.420 ‒ 26.607
Internationaal Innoveren 40.990 35.978 36.289 40.751 38.246 52.766 ‒ 14.520
PPS-toeslag 123.069 144.922 121.479 171.099 199.531 199.068 463
TO2 (exclusief TNO) 42.181 48.914 63.098 62.593 60.122 55.880 4.242
Topsectoren overig 13.393 1.897 5.752 8.843 6.492 10.749 ‒ 4.257
Ruimtevaart (ESA) 70.480 73.878 99.159 75.287 82.162 72.726 9.436
Bijdrage NBTC 8.860 9.036 9.750 9.425 9.755 9.425 330
Bijdragen organisaties 4.423 3.881 3.624 3.423 3.251 5.806 ‒ 2.555
Economische ontwikkeling en technologie 2.080 6.699 6.237 10.000 ‒ 3.763
EU-cofinanciering JTF 17 16.000 ‒ 15.983
Stortingen in begrotingsreserves 28.422 23.177 584.056 96.999 21.117 0 21.117
Storting reserve BMKB 21.676 16.877 229.642 3.564 4.123 4.123
Storting reserve Klein Krediet Corona 164.763 0
Storting reserve Groeifaciliteit 4.466 1.767 890 52.210 0
Storting reserve GO 2.060 4.098 178.244 40.506 0
Storting reserve MKB Financiering 220 435 10.517 719 844 844
Storting BMKB-groen 16.150 16.150
Ontvangsten 119.980 121.958 143.256 591.029 1.004.319 672.151 332.168
Luchtvaartkredietregeling 7.052 2.879 2.227 1.801 2.447 1.712 735
Rijksoctrooiwet 40.839 46.811 48.758 46.554 51.954 47.041 4.913
Eurostars 586 7724 5.152 5.370 5.011 4250 761
F-35 2.289 2.755 3.315 4.669 5.399 9.000 ‒ 3.601
Diverse ontvangsten 22.114 13.384 20.098 14.140 23.012 1.648 21.364
Bedrijfssteun 46.269 21.425 89.500 ‒ 68.075
Noodloket (TOGS) 2.454 1.363 186 186
Tegemoetkoming vaste lasten 155.355 275.539 465.000 ‒ 189.461
Tegemoetkoming vaste lasten starters 202 191 191
BMKB 35.017 37.196 37.561 23.116 22.684 33.000 ‒ 10.316
Onttrekking reserve BMKB 126.882 0
Klein Krediet Corona 763 461 80 80
Onttrekking reserve KKC 140.061 8.847 8.847
Groeifaciliteit 4.099 3.012 5.384 1.753 2.053 8.000 ‒ 5.947
Onttrekking reserve Groeifaciliteit 10.000 867 867
SEG 373
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 7.764 7.762 6.650 22.245 16.038 13.000 3.038
Onttrekking reserve Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 324 81.752 81.752
MKB Financiering 220 435 570 788 913 913
Brexit Adjustment Reserve 485.547 485.547
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de tweede tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.
2018 2019 2020 2022 2022 2022 2022
Verplichtingen 1.555.400 1.745.131 6.249.234 10.788.922 5.290.393 4.960.189 330.204
waarvan garantieverplichtingen 714.964 814.748 1.669.958 535.736 333.583 1.250.000 ‒ 916.417
waarvan overige verplichtingen 840.436 930.383 4.579.276 10.253.186 4.956.810 3.710.189 1.246.621
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de tweede tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

De garantieverplichtingen zijn voor circa € 916 mln niet benut. Dit wordt deels veroorzaakt door de regulaire garantieregelingen en deels door de garantieregelingen voor COVID-19.

De onderbenutting betreft in het bijzonder de volgende regelingen: Garantie Ondernemingsfinanciering € 399 mln; Garantie Ondernemingsfinanciering – Corona € 300 mln; BMKB € 439 mln; Klein Krediet Coronaregeling € 99 mln; Groeifaciliteit € 80 mln.

Overige verplichtingen

Naast de garantieverplichtingen is per saldo voor ca € 1,25 mld minder verplichtingen aangegaan dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn:

  1. Voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) bedroeg het oorspronkelijke verplichtingenbudget in 2022 € 5,7 mld. In 2022 is € 3,09 mld aan verplichtingen gerealiseerd. Deze lagere realisatie houdt verband met de beëindiging van de beperkende maatregelen i.v.m. COVID-19 in het eerste kwartaal van 2022. Een lager dan geraamd aantal bedrijven had hierdoor in dit kwartaal een omzetverlies waarmee ze in aanmerking kwam voor de regeling en bedrijven die wel in aanmerking kwamen, hadden gemiddeld minder omzetderving en daardoor lagere subsidieaanvragen dan verwacht.
  2. Op het verplichtingbudget Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen Covid-19 (TRSEC) is € 329 mln minder gerealiseerd dan geraamd. Deze lagere realisatie was voor een groot deel het gevolg van versoepelingen van de coronamaatregelen in het eerste kwartaal van 2022 waardoor meer evenementen mogelijk waren.
  3. Voor de regeling Tegemoetkoming vaste lasten Starters was in de ontwerpbegroting € 50 mln aan verplichtingbudget geraamd, terwijl € 27,5 mln is gerealiseerd. Deze lagere realisatie hield verband met een lager beroep op de regeling dan verwacht.
  4. Op het verplichtingbudget MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) is € 30,5 mln minder gerealiseerd dan geraamd.
  5. De verplichting voor de Rijkscofinanciering van het Interreg-programma Maas-Rijn 2021-2027 kon in 2022 nog niet volledig worden aangegaan. Dit omdat de Europese Commissie pas medio november 2022 het programma heeft goedgekeurd en de daarop volgende benodigde aanwijzing van de programma-autoriteiten op 20 december 2022 is gepubliceerd in de Staatscourant.
  6. Voor de regelingen IPCEI Micro elektronica was in de ontwerpbegroting van 2022 € 300 mln geraamd. Vanwege vertraging in het pre-notificatietraject van de Europese Commissie (de beoordeling van individuele IPCEI projecten) zijn er in 2022 geen verplichtingen aangegaan.

Uitgaven

Subsidies

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

De MIT-regeling bevat een provinciaal deel en een landelijk deel. Het provinciale deel van de MIT wordt door middel van specifieke uitkeringen (SPUK's) overgeheveld naar de provincies. Hier is een ander instrument voor in gebruik dan bovenstaand genoemde. De realisatie van € 7,6 mln voor dit instrument betreft het landelijk gedeelte van de MIT dat door RVO wordt uitgevoerd. Het verschil in het jaarverslag zijn dus de middelen die zijn overgeheveld tussen de instrumenten.

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

De verplichting voor de Rijkscofinanciering van het Interreg-programma Maas-Rijn 2021-2027 kon in 2022 nog niet volledig worden aangegaan. Dit omdat de Europese Commissie het programma pas medio november 2022 heeft goedgekeurd en de daarop volgende benodigde aanwijzing van de programma-autoriteiten op 20 december 2022 is gepubliceerd in de Staatscourant. Hierdoor zijn niet alle kasmiddelen uitgegeven in 2022.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

Voor de TVL is in 2022 € 3,5 mld aan kasuitgaven gerealiseerd, terwijl in de ontwerpbegroting € 4,4 mld was geraamd. Deze lagere realisatie houdt verband met de beëindiging van de beperkende maatregelen i.v.m. COVID-19 in het eerste kwartaal van 2022. Een lager dan geraamd aantal bedrijven had hierdoor in dit kwartaal een omzetverlies waarmee ze in aanmerking kwam voor de regeling en bedrijven die wel in aanmerking kwamen hadden gemiddeld minder omzetderving en daardoor lagere subsidieaanvragen dan verwacht.

Omscholing naar tekortsectoren

De subsidieregeling die hiervoor is opengesteld is vrijwel geheel onbenut gebleven. Naar aanleiding van de eerste openstelling in 2021 heeft er een evaluatie van de subsidieregeling plaatsgevonden. Mede op basis daarvan is ervoor gekozen om voor de tweede openstelling niet het gehele beschikbare budget open te stellen. Daar bovenop is de regeling slechts gedeeltelijk benut.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Starters

Voor de regeling Tegemoetkoming vaste lasten Starters was in de ontwerpbegroting € 35 mln aan kasuitgaven geraamd, terwijl € 14,8 mln is gerealiseerd. Deze lagere realisatie hield verband met een lager beroep op de regeling dan verwacht.

Infrastructuur duurzame industrie (PIDI)

De lagere realisatie dan begroot is te verklaren uit de begrotingsoverheveling van nagenoeg het volledige PIDI-budget naar artikel 4 van de EZK-begroting.

Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC)

Van het kasbudget voor de Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC) was in de ontwerpbegroting € 350 mln begroot, terwijl € 76,2 mln is gerealiseerd. Deze lagere realisatie was voor een groot deel het gevolg van versoepelingen van de coronamaatregelen in het eerste kwartaal van 2022 waardoor meer evenementen mogelijk waren.

IKC ETC

De lagere uitgaven dan begroot zijn hoofdzakelijke te verklaren door een lager beroep op de regeling doordat een aantal bedrijven hun productie hebben teruggeschroefd of stopgezet mede vanwege de hoge energieprijzen. Hierdoor zijn er minder indirecte kosten gemaakt voor EZK om vanuit de IKC ETS regeling te compenseren.

IPCEI Micro electronica

Vanwege vertraging in het pre-notificatietraject van de Europese Commissie (de beoordeling van individuele IPCEI projecten) zijn er in 2022 geen verplichtingen aangegaan. Het kasbudget is reeds doorgeschoven naar komende jaren. Uitfinanciering vindt hierdoor pas vanaf 2023 plaats.

Leningen

Qredits (leningen)

Dit betreft de Time-out-arrangement (TOA) regeling, een Corona-regeling waar in 2022 nauwelijks gebruik van is gemaakt doordat minder bedrijven dan verwacht door corona failliet zijn gegaan en een doorstart wilden maken door gebruik te maken van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).

Garanties

BMKB

Voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) zijn minder aanvragen gedaan door MKB-bedrijven bij financiers dan het garantieplafond toelaat. Dit is een herkenbare trend uit de afgelopen jaren. Doordat er minder aanvragen zijn gedaan en doordat minder bedrijven failliet zijn gegaan zijn er ook minder schadeclaims uitbetaald.

Klein Krediet Corona

Het Klein Krediet Corona (KKC) was een Corona-regeling die in 2022 gesloten is. Er zijn minder aanvragen bij financiers gedaan dan verwacht.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit is een regeling die zich richt op risicodragend vermogen dat nodig is bij bijvoorbeeld snelle groei, bedrijfsovername of uitbreiding in het buitenland. Er zijn in 2022 minder aanvragen bij financiers gedaan dan in eerdere jaren.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) is een garantieregeling gericht op middelgrote en grote leningen. In 2022 zijn weinig aanvragen binnengekomen of door de RVO goedgekeurd.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C)

De Garantie Ondernemingsfinanciering Corona (GO-C) is de Corona-variant van de GO. Voor de GO-C zijn er in 2022 weinig aanvragen binnengekomen of door de RVO goedgekeurd. Daarnaast is de regeling in 2022 gesloten.

Bijdragen baten lasten diensten

Bijdrage DG Bedrijfsleven & Innovatie aan RVO

De opdracht aan RVO is gedurende het jaar aangevuld. Door aanvullende opdrachten en/of wijzigingen van de opdracht van DG B&I aan RVO is het budget en de uiteindelijke realisatie gewijzigd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Bijdrage aan NWO-TTW

In 2022 heeft het onderzoeksprogramma van NWO-TTW door COVID-19 vertraging opgelopen, waardoor ten opzichte van de ontwerpbegroting € 12,5 mln aan kasbudget niet is uitbetaald.

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

Internationaal Innoveren

Eurostars / Internationaal Innoveren betreft regelingen die meerjarig van karakter zijn. De meeste dossiers hebben een looptijd van 3 tot 5 jaar. In 2022 zijn ten gevolge van administratieve eindejaarsdrukte minder vaststellingen afgehandeld dan was geraamd.

EU-cofinanciering JTF

Het JTF-programma is op 30 november goedgekeurd door de Europese Commissie. Goedkeuring was noodzakelijk om de JTF-regeling (die de juridische basis vormt voor het JTF-programma en de EZK-cofinanciering) voor te kunnen leggen aan de Minister. Deze heeft de regeling eind december ondertekend. Hierdoor was het niet meer mogelijk voor het einde van het jaar mandaatbesluiten en beschikkingsbesluiten op te stellen voor het toekennen van de cofinanciering aan de regionale organisaties. Zodoende is er in 2022 geen verplichting aangegaan. De regeling en vervolgdocumenten zullen begin 2023 worden vastgesteld waarnaar de verplichtingen alsnog aangegaan kunnen worden. Het verplichtingen- en kasbudget was gedeeltelijk al doorgeschoven naar latere jaren.

Stortingen Begrotingsreserves

Storting reserve BMKB-Groen

De BMKB-Groen is een nieuw luik onder de BMKB, geintroduceerd in 2022. Voor de BMKB-Groen is een aparte risicoreserve ingesteld waarin € 16,2 mln is gestort. Doordat de regeling relatief laat in 2022 openging zijn er nog geen provisies ontvangen of claims binnen gekomen.

Kengetallen

Strategisch doel 1: Het realiseren van duurzame innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke vooruitgang met het missiegedreven innovatiebeleid, de topsectorenaanpak en publiek-private onderzoekssamenwerking.

MIT1 RVO
Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT 662 1.206 1.287 1.434 1.422 1.693 1.846 1.594 n.n.b.2
Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln) 61 86 83 96 106 112 119 112 n.n.b.
Eurostars RVO
Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars 20 69 75 72 72 68 74 87 81
waarvan bedrijven 13 50 52 49 55 43 48 64 67
waarvan hightech MKB (%) 100% 96% 90% 98% 93% 88% 94% 95% 91%
Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln) 7 32 28 30 36 30 33 40 39
Horizon2020 RVO/ EC
Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020 449 712 985 1.388 1.567 1.853 2.183 2.438 n.v.t.
waarvan bedrijven 298 500 713 1.003 1.148 1.378 1.625 1.855 n.v.t.
Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro) 538 1.016 1.644 2.272 3.026 4.001 4.822 5.379 n.v.t.
waarvan aan bedrijven (%) 31% 28% 25% 27% 26% 25% 25% 24% n.v.t.
Retourpercentage voor Nederland (%) 8,1% 7,7% 7,5% 7,6% 7,6% 7,7% 7,6% 7,9% n.v.t.
Horizon Europe3 RVO/ EC
Aantal Nederlandse deelnemers aan Horizon Europe 39 806
waarvan bedrijven 8 527
Omvang Horizon EU-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro) 34,5 1.365
waarvan aan bedrijven (%) 5% 19,7%
Retourpercentage voor Nederland (%) 5,9% 9,0%
WBSO2 RVO
Aantal bedrijven (met S&O verklaring) dat gebruik maakt van WBSO 22.974 22.980 22.330 21.265 20.279 20.046 20.340 20.339 n.n.b.
Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln) 3.997 3.868 3.930 4.008 4.042 4.291 4.396 4.611 n.n.b.
Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O- NIET-loonuitgaven, x € 1 mln) 2.587 2.426 2.787 2.686 2.746 2.831 2.857 3.150 n.n.b.
TO2
Klanttevredenheid Deltares 7,9 8,7 8,6 8,2 8,7 9,2 9,1 8,7 9,1 Deltares
Klanttevredenheid MARIN 9 8,8 8,9 9,1 9 8,9 9,2 9,1 9,6 Marin
Klanttevredenheid NLR 8,7 8,8 8,7 8,7 8,7 8,7 8,7 8,9 8,9 NLR
Klanttevredenheid TNO 8,3 8,4 8,6 8,6 8,8 8,7 8,9 8,9 8,9 TNO
Kennisbenutting Deltares 96% 97% 93% 95% 88% 82% 96% 93% Deltares
Kennisbenutting Marin 97% 100% 100% 100% 97% 100% 100% 100% Marin
Kennisbenutting NLR 99% 99,5% 99% 96% 97% 98% 96% 98% NLR
Kennisbenutting TNO 98% 98% 98% 99% 96% 97% 97% 97% TNO
Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)
Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA4 552 121 121 136 160 179 193 208 218 ESA
Ruimtevaart geo-return/retour (%) 1,14 1,02 1,18 1,16 1,11 1,13 1,07 1,095 1,08 ESA
  1. De kerncijfers voor de MIT over het jaar 2020 zijn gewijzigd, omdat eerder per abuis een aantal projecten van regio Oost uit 2019 was verwerkt in de cijfers, in plaats van de projecten uit 2020. Dit zorgde voor een incorrect beeld. Het aantal bedrijven dat deelneemt was 1840 en is nu gecorrigeerd naar 1846. De omvang van de ondersteunde private R&D-uitgaven is toegenomen van 116 naar 119 miljoen. Vanwege een kleine administratieve correctie is het aantal deelnemers van de MIT in 2021 bijgesteld naar 1.594.
  2. De cijfers van 2022 zijn nog niet beschikbaar. In de zomer van 2023 verwachten we de cijfers wel beschikbaar te hebben.
  3. Het Horizon 2020 programma is afgerond. Cijfers van opvolger Horizon Europe zijn inmiddels beschikbaar. Hiervan zijn cijfers van 2022 in het overzicht opgenomen. Peildatum voor de 2022-cijfers is 5 december 2022.
  4. Doordat ESA in 2015 is gestart met een nieuwe, opgeschoonde database valt de realisatiewaarde vanaf 2015 substantieel lager uit dan de referentiewaarde en de cumulatieve waarden tot en met 2014. De realisatiewaarde betreft een cumulatief getal op basis van databestanden van ESA vanaf 1 januari 2015.
  5. De gewogen returnfactor is 1,09 – dit is lager dan voor 2000 omdat met ESA medio 2020 afspraken zijn gemaakt over aanpassing van de rekenmethode met als resultaat dat de nominale contractwaarde in 2020 vergelijkbaar is met vorige jaren maar de gewogen waarde lager uitvalt; dit om de NL returnfactor reëler weer te geven.

Strategisch doel 2: Een goed functionerend en maatschappelijk verantwoord bedrijfsleven door het creëren van excellente randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie.

BMKB1 RVO
Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%) 335 401 591 502 527 538 380 301 326
Totaal aantal verstrekte garanties 1.949 2.545 3.688 3.299 3.094 2.751 1.962 1.138 1.042
BMKB-Corona RVO
Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln (90%) 448 42 1
Totaal aantal verstrekte garanties 4.123 245 7
Groeifaciliteit RVO
Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln 32 19 37 21 19 10 3 10 8
Totaal aantal verstrekte garanties 20 14 17 8 10 9 7 7 7
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)2 RVO
Verstrekte garanties GO, x € 1 mln 82 137 58 91 56 45 7 174 11
Totaal aantal verstrekte garanties 39 76 36 80 54 31 5 16 6
GO-Corona RVO
Verstrekte garanties GO, x € 1 mln 557 102 2
Totaal aantal verstrekte garanties 155 19 1
Klein Krediet Corona3 RVO
Verstrekte garanties KKC, x € 1 mln (95%) 36 27 0,2
Totaal aantal verstrekte garanties 1.117 913 8
Qredits Qredits
Aantal verstrekte kredieten4 1.192 1.373 1.750 2.238 3.557 4.277 4.988 4.155 3.835
Innovatie Attaché Netwerk IAN/RVO.nl
Geformaliseerde samenwerkingsverbanden 115 78 97 60 57 37 15 21 51
Klanttevredenheid 8,8 8,6 8,1 8,2 8 8,6 8,2 8,2 8,4
Netherlands Foreign Investment Agency5 NFIA/RVO.nl
Projecten 187 207 227 224 248 268 180 265 n.n.b.
Investeringsomvang (x € 1 mln) 3.185 1.765 1.467 1.227 2.760 4.105 1.443 2.074 n.n.b.
Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen) 6.304 7.779 7.570 8.158 8.475 10.866 6.397 9.905 n.n.b.
KvK KvK
Waardering Kamer van Koophandel6 7,1 7,1 7,2 ‒ 10 ‒ 10 ‒ 5 5 6 n.n.b.
  1. In 2019 is door EZK afgesproken dat voor de cijfers van de BMKB niet meer wordt uitgaan van 100% van het borgstellingskrediet, maar van 90% van het krediet, waar we daadwerkelijk borg voor staan. Dit is voor de hele reeks met terugwerkende kracht aangepast.
  2. De cijfers die eerder in de begrotingsindicator voor 2020 en 2021 waren ingevul waren nog gebasseerd op de cijfers van de fiatteringen. Het verschil komt dus doordat is er overgestapt van cijfers o.b.v. fiatteringen naar cijfers o.b.v. contracteringen.
  3. In 2020 is er door EZK afgesproken dat voor de cijfers van de KKC, net als bij de BMKB niet wordt uit gegaan van 100% borgstelling, maar van 95% van het krediet, waar we daadwerkelijk borg voor staan.
  4. Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet. De cijfers voor 2019 en 2020 zijn geüpdatet.
  5. De cijfers van 2022 zijn nog niet binnen. In april 2023 verwachten we de cijfers wel beschikbaar te hebben.
  6. De waardering van KvK wordt sinds 2017 uitgedrukt als een Net Promotor Score (NPS). Een NPS score meet hoe klanten van de KvK producten of diensten aanbevelen bij collega’s of zakenrelaties en wordt berekend als het verschil tussen het percentage promotors (score hoger dan 9) en criticasters (score lager dan 6). De NPS zelf wordt niet uitgedrukt als een percentage, maar als een absoluut getal. Een score van ‒ 5 geeft aan dat een score boven 9 dus 5 procentpunt minder is gegeven dan een score onder 6. Het cijfer in 2020 en 2019 heeft betrekking op Informatie & Advies.

Ontvangsten

Diverse ontvangsten

Op dit instrument zijn door RVO in 2022 de terugontvangsten uit de coronasteunmaatregelen gerealiseerd.

Bedrijfssteun

Op basis van uitstaande leningen worden ontvangsten geraamd. Deze ramingen komen niet altijd overeen met de daadwerkelijke aflossingen. In realiteit zien wij meer schommelingen tussen jaren.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

Voor de TVL waren de terugontvangsten in de ontwerpbegroting 2022 globaal geraamd op € 465 mln. Het gaat hierbij voornamelijk om (gedeeltelijke) terugbetaling van subsidies in verband met lagere omzetderving dan verwacht. Het bedrag is in 2022 uitgekomen op € 275,5 mln.

BMKB

De raming van de ontvangsten is deels afhankelijk van het garantieplafond. Doordat in de afgelopen jaren niet het gehele garantieplafond is benut, blijven de ontvangsten uit premies achter.

Onttrekking reserve Garantie Ondernemingsfinanciering

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 81,7 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering. Hiervan is € 75,9 mln afkomstig van GO-Corona.

Brexit Adjustment Reserve (BAR)

Door tegenvallende interesse heeft de BAR-regeling te maken gehad met forse onderuitputting, voornamelijk in het bedrijfslevenspoor. Hierdoor treedt er aanzienlijke onderuitputting op op het verplichtingen- en kasbudget. Een deel van de kasmiddelen (€ 149 mln) is eerder in 2022 al doorgeschoven naar 2023. Dit is nog niet met het verplichtingenbudget gebeurd, aangezien men in december nog aanvragen verwachtte.

Toelichting op de begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn ervoor bedoeld inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve wordt aangehouden om als buffer te dienen voor uitgaven door EZK indien bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven. Gegeven de steunpakketten in het kader van de coronacrisis zijn de kasbuffers voor de garantieregelingen en coronamodules versterkt. De kasbuffers voor de coronamodules zijn in het voor- en najaar van 2022 herijkt. Het saldo van enerzijds stortingen (uit inkomsten premies en/of bijdragen uit de EZK-begroting) en anderzijds onttrekkingen (schades uit borgstellingen) wordt jaarlijks aan de begrotingsreserves toegevoegd of onttrokken.

Er zijn begrotingsreserves voor de BMKB (inclusief de BMKB-C), voor BKMB-groen, de regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) inclusief de GO-C, de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC), de Groeifaciliteit (GF) en de garanties voor nieuwe aanbieders van MKB-financiering. De GO, GF en de garanties voor alternatieve aanbieders van MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo begrotingsjaar wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

+ Storting 4,1
– Onttrekking
Stand per 31/12/2022 218,8

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 4,1 mln gestort in de begrotingsreserve BMKB. Van de stand per 31/12/2022 betreft € 76,3 mIn BMKB-Corona. In het najaar van 2022 is de begrotingsreserve voor de BMKB-Corona regeling herijkt. Destijds is op basis van een lagere risico-inschatting besloten om € 12,5 mln te onttrekken aan de begrotingsreserve.

+ Storting 16,2
– Onttrekking
Stand per 31/12/2022 16,2

De BMKB-Groen is een nieuw luik onder de BMKB waar een aparte begrotingsreserve voor is aangemaakt. Op basis van het riscioprofiel, de provisie, de gerealiseerde schade-uitgaven en de gerealiseerde ontvangsten is € 16,2 mln gestort in de begrotingsreserve BMKB-groen.

+ Storting
– Onttrekking ‒ 81,7
Stand per 31/12/2022 207,9

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 81,7 mln onttrokken uit de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering. Hiervan is € 75,9 mln afkomstig van GO-Corona. Van het saldo van € 207,9 mln betreft € 140,8 mln GO-C.

+ Storting
– Onttrekking ‒ 0,8
Stand per 31/12/2022 66,8

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 0,8 mln onttrokken aan de begrotingsreserve Groeifaciliteit.

+ Storting
– Onttrekking ‒ 8,8
Stand per 31/12/2022 15,9

Op basis van de beschikbare kasbuffer en de ontvangen premies in het kader van de KKC-regeling is € 8,8 mln onttrokken aan de begrotingsreserve.

+ Storting 0,9
– Onttrekking
Stand per 31/12/2022 21,8

Op basis van de gerealiseerde ontvangsten is in totaal € 0,9 mln gestort in de begrotingsreserve Garantie MKB-financiering.

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) 218,8 100%
Borgstelling MKB-groen kredieten (BMKB-groen) 16,2 100%
Groeifaciliteit 66,8 100%
Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) 207,9 100%
Klein Krediet Corona 15,9 100%
Garantie MKB-financiering 21,8 100%

Het percentage juridisch verplicht is bepaald op basis van het uitstaand garantieobligo in relatie tot de omvang van de begrotingsreserve. Indien het garantieobligo hoger is dan de begrotingsreserve dan is het percentage juridisch verplicht op 100% gesteld.

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

A. Algemene doelstelling

Versterken van de innovatieve kracht van Nederland door het beschikbaar stellen van financiering voor innovatief en snelgroeiend MKB en voor fundamenteel en toegepast onderzoek en het behouden van vermogen voor toekomstige generaties. Dit deel van het beleid is onderdeel van het bedrijvenbeleid zoals omschreven in artikel 2 van deze begroting. Het Toekomstfonds is revolverend van aard.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van EZK is rijksbreed systeemverantwoordelijk voor versterking van het innovatievermogen, in het bijzonder gericht op het bedrijfsleven en verantwoordelijk voor het scheppen van randvoorwaarden voor een excellent ondernemingsklimaat.

De Minister van EZK en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek.

Vanuit deze verantwoordelijkheden heeft de Minister een financierende en faciliterende rol, samenhangend met de stimulerende, regisserende en faciliterende rollen, zoals vermeld in artikel 2 van deze begroting:

Financieren/faciliteren

  1. Het mede-financieren van investeringen in R&D en innovatie (zie tevens artikel 2);
  2. Het faciliteren van toegang tot en financieren van (risico)kapitaal voor bedrijven.

Om – aanvullend op de begroting – de Kamer te informeren over voortgang en effecten van beleid treft u op de website www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl informatie aan over de indicatoren en kengetallen. Deze website is te zien als een digitale bijlage van de EZK-begroting.

C. Beleidsconclusies

Start-up en mkb-financiering

Het onderdeel start-ups en mkb-financiering van het Toekomstfonds is erop gericht om de beschikbaarheid van risicokapitaal voor startups en het snelgroeiende en innovatieve bedrijfsleven in Nederland te vergroten. Een goede toegang tot financiering ondersteunt ondernemingen in hun groeistrategie en daarmee het economische groeivermogen.

In 2022 is het Deeptech Fund operationeel geworden, dat EZK samen met Invest-NL heeft opgericht. Dit fonds heeft een totaalomvang van € 250 mln. Het fonds heeft inmiddels eerste investeringen verricht. Verder werd in 2022 de evaluatie van de ROM’s aan de beide Kamers aangeboden. Deze evaluatie schetst over het geheel een positief beeld van de toegevoegde waarde van de ROM’s, waarbij de meerwaarde vooral zit in de geïntegreerde aanpak van investeren, innoveren en internationaliseren in de regio, waarbij gelijktijdig de verbindingen met landelijk beleid worden georganiseerd.

Eind 2022 is gestart met de voorbereidingen van de evaluatie van de risicokapitaalregelingen (Seed Capital, Vroegefase Financiering, Innovatiekrediet en DVI). Deze evaluatie zal in 2023 worden afgerond. In de evaluatie zal er aandacht zijn voor de samenhang van de verschillende instrumenten alsmede de revolverendheid.

Investeren in fundamenteel en toegepast onderzoek

De regelingen in het kader van investeren in fundamenteel en toegepast onderzoek zijn gericht op ondersteuning van kennisproductie, -verspreiding en -toepassing. Hiervoor geldt een gezamenlijke beleidsverantwoordelijkheid met het ministerie van OCW. In 2022 is een deel van de laatste beschikbare beleidsmiddelen verplicht aan een tweede fase van de pilot Oncode. Daarnaast is door VWS € 9,5 mln beschikbaar gesteld in dit deel van het Toekomstfonds voor een specifieke tender binnen de Thematisch Technology Transfer (TTT)-regeling op het thema pandemische paraatheid. Deze tender is in december geopend. De vier regelingen die vanuit het deel fundamenteel en toegepast onderzoek zijn gefinancierd zitten in de beheerfase. Van enkele binnen die regelingen gefinancierde projecten is het terugbetalingsschema vastgesteld. De evaluatie van het deel fundamenteel en toegepast onderzoek en de vier regelingen en de pilot Oncode daarbinnen is tevens in 2022 van start gegaan en in maart 2023 openbaar geworden. Door de lange terugbetalingsperiode en het uitblijven van nieuwe beleidsmiddelen zijn vooralsnog geen nieuwe niet reeds aangekondigde beleidsinitiatieven voorzien. Op basis van genoemde evaluatie kan ook een eerste inschatting worden gemaakt van de revolverendheid binnen het onderzoeksdeel. Deze wordt in de evaluatie geschat op circa 60%, maar kent nog grote onzekerheden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 117.494 132.206 510.706 389.876 330.250 169.513 160.737
Uitgaven 124.189 124.306 440.276 328.336 136.227 245.374 ‒ 109.147
Subsidies 1.860 1.050 2.791 2.905 2.941 3.162 ‒ 221
Smart Industry 324 254 172 120 38 184 ‒ 146
Haalbaaarheidsstudies STW 1.536 796 796 796 547 547
Thematische Technology Transfer 1.823 1.989 2.356 2.978 ‒ 622
Leningen 114.442 114.532 429.134 316.250 123.838 233.474 ‒ 109.636
Startups / MKB financiering
Volledig revolverend
Fund to Fund 28.500 28.000 16.500 7.000 27.292 ‒ 27.292
ROM's 8.835 317.197 207.162 5.036 17.000 ‒ 11.964
Co-investment venture capital instrument / EIF 5.000 0
Smart Industry 0
Dutch Future Fund 6.083 6.000 83
Deep Tech Fund 25.000 ‒ 25.000
Fonds Alternatieve Financiering 7.844 10.000 ‒ 2.156
Deels revolverend
Innovatiekrediet 41.208 40.954 50.838 53.334 41.211 56.999 ‒ 15.788
Risicokapitaal Seed Capital 21.535 27.617 26.916 34.916 38.039 53.559 ‒ 15.520
Vroegefasefinanciering / informal investors 10.303 10.736 12.657 6.855 16.961 20.514 ‒ 3.553
Startups / MKB 0
Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek
Met vermogensbehoud
Fundamenteel en toegepast onderzoek 2.802 1.732 497 2.514 117 2.500 ‒ 2.383
Onco research 615 2.323 1.016 4.441 2.431 2.010
Smart Industry 644 493 333 231 74 315 ‒ 241
Thematische Technology Transfer 1.873 3.222 4.032 7.364 ‒ 3.332
RegMed XB 4.500 ‒ 4.500
Bijdrage aan agentschappen 7.887 8.724 8.351 9.181 9.449 8.738 711
Bijdrage RVO.nl 7.887 8.724 8.351 9.181 9.449 8.738 711
Ontvangsten 31.440 33.447 60.150 82.025 106.437 75.300 31.137
Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen 5.835 26.756 20.889 38.421 30.000 8.421
Fund to Fund 0 17.900 ‒ 17.900
DVI II 0 1.100 ‒ 1.100
Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek 1.846 5.981 1.183 980 642 642
Co-investment venture capital instrument / EIF 15.000 0
Innovatiekrediet 10.639 10.585 8.452 28.021 42.070 16.000 26.070
Seed Capital 13.028 14.156 7.542 30.362 23.189 10.300 12.889
Vroege fase financiering 92 2.725 1.217 1.530 2.082 2.082
Thematische Technology Transfer 243 2 2
Dutch Future Fund 30 30
2018 2019 2020 2022 2022 2022 2022
Verplichtingen 117.494 132.206 510.706 389.876 330.250 169.513 160.737
waarvan garantieverplichtingen
waarvan overige verplichtingen 117.494 132.206 510.706 389.876 330.250 169.513 160.737

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

De verplichtingenrealisatie is € 160,7 mln hoger dan de raming. Dit wordt met name veroorzaakt door een beschikking aan Invest-NL voor Deep Tech Fund. Het verplichtingenbudget ter hoogte van € 175 mln is in de 1e suppletoire begroting aan artikel 3 toegevoegd in verband met de eindejaarsmarge van 2021. Uitfinanciering vindt vanaf 2023 plaats. Daarnaast is er € 25 mln verplichtingenbudget aan artikel 3 toegevoegd voor Dutch Future Fund, ook in het licht van de eindejaarsmarge van 2021. Voor Onco Research is € 12,5 mln verplichtingenbudget niet beschikt. In de 2e suppletoire begroting heeft een ophoging plaatsgevonden voor de tweede fase van pijler 3 financiering Oncode, waarbij pijler 3 later zal worden beschikt. Daar tegenover zijn er voor het Innovatiekrediet € 34,4 mln minder verplichtingen aangegaan dan begroot. Dit komt doordat er minder projecten zijn aangevraagd dan verwacht.

Uitgaven

Leningen

Fund to fund (Dutch Venture Initiative)

De omvang en het moment van de uitgaven in het kader van het Dutch Venture Initiative (DVI) worden bepaald door de investeringen en terugontvangsten van de fondsen bij hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang. DVI bevindt zich momenteel in de beheerfase. ROM Oost NL is verantwoordelijk voor het beheer van de middelen. Omdat de ontvangsten op de fondsen door ROM Oost NL opnieuw worden ingezet voor uitgaven, zijn er geen middelen opgevraagd op de EZK-begroting. Hierdoor is € 27,3 mln minder uitgefinancierd in het kader van DVI en DVI II dan begroot.

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

Voor kapitaalverstrekking aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM) is minder aan verplichtingen geraaliseerd dan geraamd. In 2023 wordt deze storting, die betrekking heeft op 2 ROM's, van € 12 mln gerealiseerd.

Deep Tech Fund

Het Deep Tech Fund is in 2022 operationeel geworden. Aangezien de eerste capital calls van Invest-NL vanaf 2023 zullen plaatsvinden, is het budget van € 25 mln vooralsnog niet benut.

Risicokapitaal Seed Capital

De capital calls van Seed-fondsen zijn te vroeg in de tijd begroot. Hierdoor is € 15,5 mln niet uitgegeven. Wel is een groot deel van deze onderuitputting reeds verplicht.

Innovatiekrediet

Voor het Innovatiekrediet is € 15,8 mln minder aan kasuitgaven verricht dan geraamd. Dit komt doordat er minder projecten zijn aangevraagd dan begroot, zowel op het klinische als het technische terrein.

Innovatiekrediet RVO
Aantal bedrijven dat Innovatiekrediet gebruikt 40 33 32 29 31 29 27 19 16
Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met een Innovatiekrediet (x € 1 mln) 123 119 136 159 173 139 167 97 116
Seed Capital en Fund of funds RVO.nl/EIF
Aantal participaties via SEED (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels) 24 35 37 48 58 77 51 42 67
Omvang gestimuleerd risicokapitaal voor innovatieve bedrijven door SEED (x € 1 mln) (vanaf 2018 incl. SEED Business Angels) 27,3 31,1 31,6 40,4 47 54,6 52,8 69,6 79,4
Vroegefasefinanciering1 RVO.nl/NWO-TTW
Aantal ondernemers dat Vroege Fase Financiering gebruikt 21 22 19 20 19 17 22 7
Thematische Technology Transfer (TTT) regeling RVO
Het aantal nieuwe (initiële) participaties in het afgelopen kalenderjaar van TTT-fondsen 12 13 13
Aantal startende bedrijven ten gevolgen van de valorisatieactiviteiten door een TTT-samenwerkingsverband 6 n.n.b. n.n.b.
  1. Een deel van de Vroege Fase Financiering loopt via TTW (tot 1 januari 2017 STW).

Ontvangsten

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

De hogere ontvangsten van € 8,4 mln betreffen hoger dan geraamde terugbetalingen van de Corona Overbruggingsleningen (COL). Hier was in 2021 nog geen geld voor geraamd omdat niet duidelijk was wanneer de terugbetalingen van de lening zouden starten. Doordat in 2021 eerder dan verwacht terugbetalingen binnen kwamen, is er voor 2022 wel geraamd.

Fund to Fund

Voor het Dutch Venture Initiative (DVI) is € 17,9 mln minder ontvangen dan geraamd. De omvang en het moment van de uitgaven en ontvangsten in het kader van het DVI worden bepaald door de investeringen en ontvangsten van de fondsen bij hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang. ROM Oost NL is verantwoordelijk voor het beheer van de middelen. Deze ROM gebruikt ontvangsten op de fondsen om nieuwe portfolio's te financieren. Hierdoor zijn de ontvangsten niet terug te vinden op de EZK-begroting.

Innovatiekrediet

Voor het Innovatiekrediet is € 26 mln meer ontvangenn dan begroot. De oorzaak hiervan is dat een aantal grote technische en klinische projecten eerder dan verwacht is terugbetaald, met als gevolg dat in de komende jaren de ontvangsten lager zullen zijn dan oorspronkelijk geraamd.

Seed-regeling

Op de Seed-regeling is € 12,9 mln meer ontvangen dan geraamd. De omvang en het moment van de ontvangsten in het kader van de Seed-regeling worden bepaald door de investeringen en ontvangsten van de verschillende Seed-fondsen. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang, bijvoorbeeld als er enkele grote exits binnen een jaar plaatsvinden. Vooraf zijn deze fluctuaties niet goed te ramen, waardoor realisatie kan afwijken van de begroting.

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

A. Algemene doelstelling

Beleidsartikel 4 heeft doelstellingen in het kader van het klimaat- en energiebeleid. Voor het klimaatbeleid, en in internationaal verband, betreft dit de bijdrage aan het realiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, in Europees verband, het realiseren van een netto-reductie van broeikasgassen in 2030 van ten minste 55% ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050.

In het kader van het energiebeleid werken we toe naar een CO2-arme energievoorziening die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is, op zodanige wijze dat economische kansen worden verzilverd en energie in het ruimtelijk beleid is geïntegreerd. De belangrijkste maatschappelijke uitdagingen waarop gefocust wordt zijn de klimaat- en energietransitie en de goede technische en veilige invulling van de afbouw van de winning uit het Groningenveld.

Nationaal worden de doelen uit de Klimaatwet nagestreefd, in het voorjaar heeft het kabinet een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd om deze doelstellingen aan te passen:

  1. Het streefdoel van 49% reductie in 2030 wordt vervangen door een streefdoel van tenminste 55% reductie (inclusief landgebruik) en geldt onverminderd de bindende EU-norm voor 2030.
  2. Het doel van 95% reductie in 2050 wordt aangescherpt tot een verplichting voor Nederland in 2050 de netto-uitstoot van broeikasgassen overeenkomstig de Europese klimaatwet tot nul te reduceren.

Voor de kortere termijn stuurt het kabinet daarnaast nog op het realiseren van de doelstelling van 16% duurzame energie in 2023, die nog voortvloeit uit het Energieakkoord. Om deze doelstellingen te bereiken zet EZK een mix van normerende en beprijzingsinstrumenten en subsidies in, maar ook niet-financiële instrumenten zoals het transitiegericht maken van energieregelgeving om de werking van de energiemarkt te verbeteren. Om uitvoering te geven aan het Urgendavonnis moet Nederland in 2020 en de jaren daarna de CO2-uitstoot met minimaal 25% reduceren ten opzichte van 1990. Hiertoe heeft het kabinet de afgelopen jaren op verschillende momenten maatregelen aangekondigd.Om deze doelstellingen te bereiken zet EZK financiële instrumenten in zoals subsidies en garanties, maar ook niet-financiële instrumenten zoals het stroomlijnen van energieregelgeving om de werking van de energiemarkt te verbeteren, de regeldruk te verminderen en efficiënter toezicht mogelijk te maken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Klimaat en Energie is op basis van de Klimaatwet verantwoordelijk voor het nationale klimaatbeleid en de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale klimaatbeleid.

De Minister voor Klimaat en Energie is verder op grond van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Mijnbouwwet verantwoordelijk voor het energiebeleid. Hieruit vloeien de volgende verantwoordelijkheden voort:

Klimaatbeleid

Regisseren

  1. Regisseren van het nationale klimaatbeleid op basis van de nationale doelen en de werkwijze zoals deze is vastgelegd in de Klimaatwet, met het oog op het door Nederland nakomen van de (onder andere) in United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en EU-verband gemaakte afspraken over het reduceren van CO2 en overige broeikasgasemissies. Hieronder valt ook het emissiehandelssysteem, waarin CO2-emissierechten worden toegewezen en geveild.
  2. De regie op de internationale aspecten van het klimaatbeleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daaronder vallen onder andere de Europese Transport- en Milieuraad en relevante VN-bijeenkomsten.

(Doen)Uitvoeren

  1. De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen en normen hebben betrekking op het reduceren van CO2-emissies van motorvoertuigen, op brandstofkwaliteit, op de productie en de inzet van duurzame biobrandstoffen, op de mondiale uitfasering van ozonlaagafbrekende stoffen en van gefluorideerde broeikasgassen en op de handel in CO2-emissierechten (Emissions Trading System/ETS).
  2. De opdracht aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) voor het handelssysteem in CO2-emissierechten, waaronder het toewijzen en doen veilen van CO2-emissierechten. Ook de registratie van hernieuwbare energie voor het verkeer en de rapportage hierover ter controle van de duurzaamheid en de CO2-prestatie en het toezicht op de bijstook van duurzame biomassa bij energiecentrales zijn hier onderdeel van.

Stimuleren

Om de klimaatdoelen te behalen worden maatschappelijke partners proactief betrokken. De Minister voor Klimaat en Energie stimuleert het in stand houden, aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden, burgers en kennisorganisaties rondom de doelen uit de Overeenkomst van Parijs, het Klimaatakkoord en het Energieakkoord.

Energiebeleid

Regisseren

  1. Het regisseren van de realisatie van grote energie-infrastructuurprojecten die onder de Rijkscoördinatieregeling (RCR) vallen; dit betekent als projectminister, samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van projecten en voor de coördinatie van benodigde vergunningen;
  2. Het versneld uitrollen van windenergie op zee richting 2030 en verder;
  3. Het actief participeren in Europese en internationale netwerken ten behoeve van energy governance, kennis brengen naar en leren van andere landen en instellingen;
  4. Het creëren van randvoorwaarden waardoor de energievoorziening internationaal kan concurreren en het verdienpotentieel van de energiesector in relatie tot de energietransitie ten volle wordt benut;
  5. Het creëren van randvoorwaarden voor een doelmatige, veilige en verantwoorde winning van onze bodemschatten;
  6. Het bieden van mogelijkheden aan, en het faciliteren van, lokale duurzame energie-initiatieven;
  7. Het coördineren van het energiebesparingsbeleid via de verschillende vakministers;
  8. Het creëren van randvoorwaarden voor de ontwikkeling van innovatie-ecosystemen;
  9. Het uitvoeren van de vergunningverlening voor de mijnbouw;
  10. Het creëren van randvoorwaarden voor een goede nucleaire (kennis)infrastructuur en veilige uraniumverrijking, met inbegrip van de taken die hierover zijn opgenomen in internationale verdragen, met het oog op de bewaking en beveiliging van de hierbij betrokken kennis en technologie.

Financieren

Het voeren van het financieel instrumentarium op de beleidsterreinen hernieuwbare energie, energiebesparing, mijnbouwklimaat en klimaat- en energie-innovatie gericht op het realiseren van CO2-reductie en een goed werkend energiesysteem.

Stimuleren

  1. Het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie (conform afspraken Energieakkoord resp. Klimaatakkoord en de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED));
  2. Het stimuleren van energiebesparing (conform afspraken Energieakkoord resp. Klimaatakkoord en de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED)).
  3. Het stimuleren van de ontwikkeling en gebruik van klimaat- en energie-innovaties;
  4. Het stimuleren van de verdergaande reductie van CO2-uitstoot van en energiebesparing bij energiebedrijven en industrie;
  5. Het stimuleren van een goed werkende Europese energiemarkt met een adequate infrastructuur en bijbehorende wetgeving;
  6. Het stimuleren van de transitie naar een duurzame en betrouwbare energievoorziening, inclusief de bijdrage aan het internationale oliecrisisbeleid.

Het Ministerie van EZK geeft inzicht in de in 2022 geleverde prestaties op het gebied van het klimaatbeleid met de Monitor Klimaatbeleid 2021 ((Kamerstuk 32 813, nr. 901) en het Dashboard Klimaatbeleid (www.dashboardklimaatbeleid.nl). Een aantal prestatie-indicatoren en kengetallen die hierin niet zijn opgenomen wordt hieronder weergegeven.

Algemene Prestatie-indicator
Emissies ETS-sectoren 94,1 93,9 91,4 87,4 83,7 74,1 74,22 n.n.b. n.v.t. Emissieregistratie.nl
Emissies niet-ETS-sectoren 99,0 99,6 99,6 98,6 96,5 90,2 92,72 n.n.b. n.v.t. Emissieregistratie.nl
Reductie van de emissies van broeikasgassen t.o.v. 1990 11,6% 11,7% 12,6% 15,1% 17,8% 26,2% 24,9%2 n.n.b. n.v.t. Emissieregistratie.nl
Aandeel hernieuwbare energie 5,7% 6,0% 6,6% 7,4% 8,8% 11,5% 12,0 ‒ 13,4% n.n.b. n.v.t. PBL, KEV 2022: CBS
Prestatie-indicatoren Elektriciteit
Gerealiseerde vermogen windenergie op zee in MW 357 957 957 957 957 2.460 2.460 3.160 2023: 4.450 MW 2030: 11.000 MW Monitor Klimaatbeleid 2021, Dashboard Klimaatbeleid en Klimaatnota 20223
Gerealiseerd vermogen wind op land en zon-PV in MW 4.560 5.435 6.156 8.044 10.753 15.109 22.051 30.622 2020: 6000 MW voor Wind op Land (voor Zon-PV is er geen doelstelling) Monitor klimaatbeleid 2021 en Dashboard Klimaatbeleid3
Gerealiseerd vermogen in waterstofprojecten uit elektrolyse in MW 1,1 1,1 2 2,0 3,0 n.v.t. Monitor Klimaatbeleid 2021 en Dashboard Klimaatbeleid4
Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit - HHI 2.152 1.992 1.822 1.951 2.021 1.918 2.026 n.n.b. n.v.t. ACM
Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit -C3 79% 75% 72% 74% 75% 72% 72% n.n.b. n.v.t. ACM
Concentratiegraad in de retailsector gas - HHI 2.052 1.895 1.821 1.949 1.949 1.941 2.048 n.n.b. n.v.t. ACM
Concentratiegraad in de retailsector gas - C3 77% 74% 72% 74% 72% 73% 73% n.n.b. n.v.t. ACM
Elektriciteitsstoringen in minuten per jaar 33 21 24 27 20 21 20 22 n.v.t. Netbeheer Nederland
Ontwikkeling kostprijs hernieuwbare Wind op Land EUR/MWh 91 86 79 67 68 51 50 51 59 Monitor Klimaatbeleid 2021 en Dashboard Klimaatbeleid5
Ontwikkeling kostprijs Zon-PV EUR/MWh 141 128 125 110 95 80 66 63 83 Monitor Klimaatbeleid 2021 en Dashboard Klimaatbeleid5
Prestatie-indicatoren Industrie
Cumulatieve vermeden CO₂ vanaf 2015 door procesefficientie-maatregelen uit MJA/MEE in kton) 605.983 1.007.183 1.830.466 2.560.195 3.215.997 3.688.000 6 6 n.v.t. Dashboard Klimaatbeleid7
Gerealiseerde cumulatieve energiebesparing van EIA en MJA/MEE (in PJ) 9,8 18,0 31,9 45,5 57,0 6 6 6 n.v.t. Dashboard Klimaatbeleid7
Toegekende duurzame investeringen in de industrie via EIA en MIA-Vamil (bedragen in € 1.000) 387.821 224.746 275.438 421.000 400.000 348.000 358.000 n.n.b. n.v.t. Dashboard Klimaatbeleid7
Groengasproductie in relatie tot de productie van elektriciteit en warmte uit biomassa (in PJ) 2,52 2,62 3,10 3,38 4,50 6,35 n.n.b. n.n.b. n.v.t. Dashboard Klimaatbeleid7
  1. De realisatie over 2021 is gebaseerd op de Monitor Klimaatbeleid 2021 en het Dashboard Klimaatbeleid.
  2. Vastgestelde cijfers september 2022.
  3. CBS (2021) Hernieuwbare elektriciteit: productie en vermogen (Statline). Het gaat hier om (nader) voorlopige cijfers.
  4. CBS, Waterstofbalans in relatie tot energiestatistiek.
  5. PBL (2022) Eindadvies basisbedragen SDE++ 2022.
  6. De convenanten MJA/MEE zijn stopgezet. Er zijn dus geen gegevens meer beschikbaar.
  7. RVO.nl (2021) interne cijfers MIA/VAMIL/EIA/SDE+ en ISDE regelingen.

Kengetal HHI en C3

De C3 is het gezamenlijk marktaandeel van de drie grootste leveranciers. De mate van concentratie op de kleinverbruikersmarkt voor elektriciteit en gas vormt een indicatie voor de concurrentie op die markten. Een indicator hiervoor is de Herfindahl-Hirschman Index (HHI). Een markt met een HHI onder de 1.800 punten wordt gezien als een competitieve markt en een markt met een index tussen de 1.800 en 8.000 punten wordt gezien als een geconcentreerde markt. Het is vele jaren beleid van het ministerie geweest om de concentratiegraad te verlagen en dat beleid is nu geëffectueerd, zodat er geen actief beleid meer op gevoerd wordt. Wel wordt de concentratiegraad nog jaarlijks door ACM gemonitord

Elektriciteit 39,6 52,1 32,7 32,7 26,1-32,42 8,1-13,52 7-21
Industrie 86,4 66,3 53,3 53,2 54,4 40,9 32-47
Gebouwde omgeving 30,0 29,3 21,8 24,5 19,9 18,2 15-21
Mobiliteit 32,2 39,8 30,6 30,5 31,6 28,2 26-31
Landbouw 33,1 26,1 27,1 27,1 24,6 23,2 21-24
Landgebruik 5,7 5,2 4,2 4,3 3,9 3,7 3,0-4,2
Totaal 227,0 218,8 169,7 172,3 160,5-166,83 122,2-127,63 114-1393
  1. Bron: KEV2022.
  2. Het ontbreken van een puntwaarde voor de elektriciteitssector heeft als gevolg dat de raming voor de nationale totale emissies ook alleen met een onzekerheidsbandbreedte kan worden gegeven.
  3. Deze bandbreedte voor het nationale totaal is afgeleid van de onzekerheidsbandbreedtes van de individuele sectoren, waarbij er rekening is gehouden met interacties tussen onzekerheden. Dit is de reden waarom de bandbreedtes per sector niet optelbaar zijn tot de bandbreedte voor de nationale totale emissie.

Figuur 4 Kengetal: Elektriciteitsstoringen in minuten per jaar

Bron: Netbeheer Nederland

C. Beleidsconclusies

Beleidsconclusies Klimaatbeleid

Aanscherping Klimaatbeleid

Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord de klimaatambitie aangescherpt en in lijn gebracht met het nieuwe Europese klimaatbeleid (‘Fit-For-55’). Het (eerste) wetsvoorstel voor aanpassing van de Klimaatwet, dat de aanscherping van de doelen regelt, is in juli naar de Tweede Kamer gezonden. Het onderliggende beleid is aangescherpt met het beleidsprogramma Klimaat. Dit beleidsprogramma is een aanvulling op het lopende klimaatplan voor de periode 2021-2030 (dat werd gebaseerd op het Klimaatakkoord). Het beleidsprogramma Klimaat werd in juni in ontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd. Het ontwerp beleidsprogramma is in de zomer publiekelijk geconsulteerd en de Raad van State heeft het kabinet hierover geadviseerd. Deze reacties zijn verwerkt in respectievelijk de Nota van Antwoord en het Nader Rapport die met Prinsjesdag 2022 naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de Klimaat- en Energieverkenning 2022 raamde PBL in november dat de emissiereductie in 2030 op basis van het vastgesteld en voorgenomen beleid uitkomt op 39-50% reductie ten opzichte van 1990. Een groot deel van het nieuwe beleid uit het nieuwe beleidsprogramma van het kabinet beschouwt PBL als geagendeerd beleid. Het gaat bijvoorbeeld om de maatwerkafspraken in de industrie, het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), de subsidieregeling CO2-vrije gascentrales, diverse maatregelen in de gebouwde omgeving en mobiliteit en het Klimaatfonds. PBL raamt dat het effect van dit geagendeerd beleid leidt tot een reductie van ongeveer 6 Mton, waarmee het doelbereik in 2030 uitkomt op 41 tot 52 %. Daarbij past de kanttekening dat voor een groot deel van het geagendeerde beleid nog geen inschatting van het effect mogelijk is of dat het effect pas na 2030 optreedt.

Op basis van de PBL-raming ligt het kabinet nog niet op koers voor het gestelde doel van 55% reductie in 2030. Zoals aangekondigd in het beleidsprogramma Klimaat wil het kabinet het klimaatbeleid programmeren op 60% reductie, zodat 55% in 2030 met grote waarschijnlijkheid wordt gehaald. Het kabinet zal hiertoe in het voorjaar van 2023 besluiten over een aanvullend beleidspakket. In voorbereiding op deze besluitvorming wordt het ontwerp-beleidsprogramma onderworpen aan een onafhankelijk interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) dat in maart 2022 is afgerond. Deze analyse geeft beleidsopties voor besluitvorming in het voorjaar.

Windenergie op zee

Naar aanleiding van het coalitieakkoord is besloten om de doelstellingen voor windenergie op zee te verhogen van 11 GW naar circa 21 GW rond 2030 (Kamerstuk 32 813, nr. 974). In het Programma Noordzee, dat de Minister van IenW op 18 maart 2022 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden, zijn windenergiegebieden aangewezen die hiervoor voldoende ruimte moeten bieden (Kamerstuk 35 325, nr. 5). Vervolgens heeft het kabinet op 21 juni 2022 de Tweede Kamer de aanvullende routekaart windenergie op zee 2030 aangeboden (Kamerstuk 33 561, nr. 53). Daarin is de planning voor de realisatie van de windparken op zee tot en met 2031 uiteengezet, inclusief netaansluitingen van de windparken naar land. Hierbij is ook het Ontwikkelkader aangepast, waarmee TenneT de opdracht heeft gekregen de netaansluitingen te realiseren. De Routekaart windenergie op zee kent een gefaseerde aanpak, waarbij de planning voor een deel van de windparken nog afhankelijk is van lopende onderzoeken. Daarom zal de Routekaart periodiek worden aangepast wanneer deze onderzoeken gereed zijn en daarmee de planning kan worden aangescherpt. Met de Routekaart wordt de verhoogde ambitie voor windenergie op zee volgens plan uitgevoerd, waarbij er nog wel operationele en juridische uitdagingen zijn om deze windparken tijdig te realiseren.

Europese klimaatdoelen

Om de klimaatdoelstellingen in de EU en in Nederland te kunnen implementeren heeft het kabinet voortvarend gewerkt om belangrijke onderdelen uit het Fit for 55 pakket af te ronden. Zo zijn in 2022 de trilogen afgerond voor de aanscherping van het ETS, inclusief de opname van maritieme scheepvaart, het inrichten van een nieuw ETS voor de gebouwde omgeving en mobiliteit met daaraan gekoppeld een Sociaal Klimaatfonds om sociale gevolgen bij armere bevolkingsgroepen op te vangen, het vaststellen van de nationale doelen voor het de individuele EU-lidstaten (ESR) en het inrichten van een koolstofheffing aan de grens (CBAM).

Urgenda

De uitspraak van de rechter verplicht de Staat om de uitstoot vanaf 2020 met minimaal 25% te reduceren ten opzichte van 1990. Gelet op de uitgangspunten die de Hoge Raad heeft geformuleerd, is de Staat vanaf 2020 gehouden tot steeds verdergaande reductie van de uitstoot in Nederland. In de jaren na 2020 zal dus (steeds) meer dan 25% emissiereductie gerealiseerd moeten zijn.

In 2021 was de uitstoot 24,1% lager dan in 1990, een terugval ten opzichte van 2020 toen de emissiedaling neerkwam op 25,2%. Het voorlopige cijfer over 2022 is nog niet beschikbaar. In de eerste drie kwartalen van 2022 was de uitstoot lager dan in 2021, vooral vanwege lager aardgasgebruik, waardoor het de verwachting is dat in 2022 wel 25% emissiereductie is gerealiseerd.

Vanwege de gascrisis heeft het kabinet de Urgenda-maatregel productiebeperking bij kolencentrales in 2022 ingetrokken. De inschatting is dat het intrekken van de productiebeperking bij kolencentrales leidt tot een extra cumulatieve uitstoot in de jaren 2022 ‒ 2024 van ca. 10 Mton. Deze uitstoot zal in de periode tot 2030 in enige vorm gecompenseerd worden, net als de daarmee samenhangende additionele uitstoot van stikstofoxiden. De in 2022 hogere gas- en elektriciteitsprijzen leidden tot substantieel minder gasverbruik, waarmee al minder CO2-uitstoot wordt gerealiseerd. Om bereik van het Urgenda-doel van ten minste 25% emissiereductie in de komende jaren zeker te stellen, en om extra reductie in 2030 te realiseren, heeft het kabinet met Prinsjesdag 2022 aangekondigd in te zetten op de uitwerking van een pakket maatregelen dat leidt tot een significante en blijvende CO2- en stikstofreductie ter compensatie van intrekking van de kolenmaatregel. Over de maatregelen wordt in het voorjaar van 2023 besloten, in samenhang met het aanvullende beleidspakket om in 2030 ten minste 55% reductie te realiseren (t.o.v. 1990).

Beleidsconclusies Energiebeleid

Prijsplafond

Het kabinet heeft er in 2022 voor gekozen om een prijsplafond voor energie in te stellen voor 2023 en over de maanden november en december een tegemoetkoming van € 190 als korting op de energierekening uit te keren. Het idee was om nu de inflatie ongekend hoog is en steeds meer gezinnen en bedrijven in de problemen dreigen te komen door de hoge energieprijzen, de hoognodige verlichting voor de energierekening te bieden. Dit is gelukt.

Het betreft een tijdelijke maatregel die op 1 januari 2023 is ingegaan en tot het einde van 2023 doorloopt. Maar vanaf 1 november 2022 is er al verlichting mogelijk met een tussenvariant waarbij een prijsplafond is gesimuleerd en termijnbedragen zijn verlaagd. Kleinverbruikers ontvangen in deze maanden via de energieleveranciers een tegemoetkoming van € 190 als korting op de energierekening. Voor deze tegemoetkoming ontvangen de energieleveranciers een eenmalige subsidie. Voor de maanden november en december is uiteindelijk € 3,1 mld uitgekeerd.

In december 2022 is een eerste voorschot verstrekt om de kosten in januari 2023 die gemoeid zijn met het prijsplafond te dekken. Om de subsidies te kunnen verstrekken en dit voorschot uit te kunnen keren is een verplichtingenbudget van € 11,2 mld toegevoegd. De daadwerkelijk kasuitgaven voor het eerste voorschot voor januari 2023 bedroegen € 370 mln.

Vulmaatregelen gasopslagen

Bij aanvang van de winter 2022-2023 waren de Nederlandse gasopslagen met 92,02%35 goed gevuld: zowel gasopslag Norg als gasopslag Bergermeer waren op 9 november 100% gevuld. Het Europese gemiddelde lag rond de 95%. Dat de Nederlandse gasopslagen boven verwachting gevuld zijn, is mede te danken aan de vulmaatregelen die het kabinet in het voorjaar 2022 genomen heeft toen bleek dat de omstandigheden op de gasmarkt onvoldoende prikkels voor marktpartijen gaven om gas op te slaan.

Ten eerste heeft het kabinet een subsidiemaatregel ingesteld, die marktpartijen een stimulans gaf om Bergermeer te vullen (Kamerstuk 33 529, nr. 1056). Acht partijen hebben gebruikt gemaakt van de subsidieregeling om in totaal 12,58 TWh (27% van de gasopslag Bergermeer) aan gas op te slaan. Uiteindelijk hebben marktpartijen – deels gesteund door het vangnet dat de subsidieregeling bood – ca. 33,83 TWh aan gas in gasopslag Bergermeer opslagen. Gedurende de periode waarin met behulp van de subsidieregeling gas is opgeslagen was de zomer-winterspread gemiddeld genomen positief, waardoor marktpartijen zonder subsidie de gasopslag hebben gevuld. Ten tweede heeft het kabinet aan EBN instemming verleend om het deel van Bergermeer te vullen dat niet door marktpartijen wordt gevuld en heeft daarvoor aan EBN een kostenvergoeding toegekend. EBN heeft uiteindelijk 12,2 TWh aan gas opgeslagen in Bergermeer. Dit is minder dan de 20 TWh waar ruimte voor was binnen de opdracht die het kabinet had gegeven omdat marktpartijen uiteindelijk zelf meer gas opsloegen.

In mei 2023 wordt het precieze beeld duidelijk en kan het kabinet met zekerheid zeggen wat de aanvullende kosten zijn geweest om te zorgen dat de gasopslagen tot voldoende niveau gevuld zijn deze winter. Uitgangspunt is dat deze eventuele kosten worden gedragen door de gebruikers, hiervoor wordt gewerkt aan een heffing op geboekte capaciteit voor transport via het landelijk gastransportnet van GTS (bovenop – maar niet in – de tarieven voor gastransport).

Verder monitorde het kabinet het afgelopen jaar de vulling van de gasopslag Norg nauwgezet. De gasopslag Norg is uiteindelijk zonder overheidsingrijpen tot 100% gevuld geraakt als gevolg van gunstige marktomstandigheden.

Waterstof Important Project of Common European Interest (IPCEI)

IPCEI waterstof heeft in 2022 een groot aantal mijlpalen doorgemaakt in de vorm van golven.

Voor golf 1 is de eerste subsidiebeschikking afgegeven van circa € 22 mln voor de ontwikkeling van elektrolysers.

Voor golf 2 zijn eind 2022 zeven subsidiebeschikkingen verstuurd met een totale waarde van € 783,5 mln en een totale capaciteit van 1,15 GW voor grootschalige elektrolyseprojecten.

Voor golf 3 stond in november en december 2022 de subsidieregeling open. Drie projecten op terrein van waterstofimport en opslag hebben een projectplan ingediend. Deze projectplannen moeten nog door RVO worden beoordeeld en zijn nog in afwachting van goedkeuring door de Europese Commissie. Dit volgt in 2023.

Deze resultaten sluiten goed aan bij het beoogde beleid. Voor golf 3 zijn de middelen nog niet door middel van een subsidiebeschikking verplicht zoals de beoogd toen de middelen met de zevende incidentele suppletoire begroting (ISB) naar 2022 zijn gehaald. Dit heeft te maken met veranderingen in het Europese notificatieproces. Ten tijde van deze ISB werd nog verwacht dat notificatie al in 2022 zou plaatsvinden door versnellingen die voortkwamen uit REPowerEU. Inmiddels is gebleken dat dit in 2023 zal plaatsvinden. De samenloop van de tijdlijnen van het Europese en het nationale proces blijft een uitdaging bij de uitvoering van het IPCEI-traject.

Regionale energiestrategieën

In 2021 hebben de RES-regio’s de RES 1.0 opgeleverd. Het afgelopen jaar zijn de regio’s bezig geweest met het uitwerken en concretiseren van hun bod uit de RES 1.0. De PBL-analyse 2022 laat zien dat het doel van 35 TWh voor 2030 nog steeds binnen bereik is en dat de realisatie van pijplijnprojecten het afgelopen jaar sterk is doorgezet. Tegelijkertijd constateert het PBL dat regio’s moeite hebben met het omzetten van ambitie in nieuwe pijplijn projecten, waardoor het risico op stilstand ontstaat. Dit komt onder meer door de netcongestie, schaarste aan personeel en materialen, de wisselingen van de wacht na de gemeenteraadsverkiezingen en de impact van de uitspraken van de Raad van State naar aanleiding van het Nevele arrest en het Porthos-project. PBL concludeert ook dat het RES-beleidsproces is versterkt en verduidelijkt doordat is vastgesteld dat nieuwe of aangepaste kaders in een herijkte RES in veel gevallen na inwerkingtreding van de Omgevingswet m.e.r.-plichtig zijn. Omdat het PBL constateert dat het kwantitatieve doel van 2030 binnen bereik ligt zijn er vooralsnog geen redenen tot aanvullende maatregelen. De opdrachtgevende partijen van het nationaal programma RES (NP RES) kijken kritisch naar het tijdspad en de opgave van 35 TWh.

De continuering van de RES’en is geborgd. Er is jaarlijks € 12 mln beschikbaar voor de proceskosten van de 30 RES-regio’s samen. Ook is de financiering van het NP RES gecontinueerd. Dit maakt onderdeel uit van de in totaal € 5,38 mld voor de uitvoeringskosten klimaat- en energiebeleid van gemeenten en provincies voor de jaren 2023 tot en met 2030

Carbon capture & Storage (CCS)

De afvang en opslag van CO2 is een essentieel instrument om de klimaatdoelstelling van de Nederlandse industrie te behalen. In 2021 waren al concrete stappen gezet om de ontwikkeling van CO2-transport en opslaginfrastructuur te ontwikkelen. In 2022 is dit voortgezet. De definitieve opslagvergunning voor de permanente opslag van CO2 is verstrekt aan het Porthos-project. Om de voortgang van het Porthos-project te waarborgen, heeft het kabinet in 2022 een garantie verstrekt aan het project waarmee de benodigde contracten en voorinvesteringen kunnen worden aangegaan. Ook is de RCR-procedure voor het Aramis-project gestart met de publicatie van de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) in november 2022. EZK heeft EBN instemming verleend om deel te nemen aan de eerste ontwikkelfase van het Aramis-project. Om de internationale samenwerking op het gebied van CCS te bevorderen heeft Nederland met Denemarken een MoU afgesloten en neemt het deel in het EU Clean Energy and Technology Partnership waar internationale onderzoeksprojecten worden gestimuleerd.

Afhandeling mijnbouwschade

Sinds 1 juli 2020 kunnen burgers en kleine bedrijven mogelijke schade aan gebouwen door bodembeweging als gevolg van opslag of winning van olie en gas in of uit kleine velden melden bij de onafhankelijke Commissie Mijnbouwschade. Vanaf 1 november 2021 adviseert de Commissie Mijnbouwschade ook over mogelijke schade door bodembeweging als gevolg van zoutwinning. De Commissie Mijnbouwschade ontzorgt de schade melder door te onderzoeken wat de oorzaak en omvang van de schade is. Daarmee neemt de Commissie Mijnbouwschade in feite de bewijslast van de schademelder over. In de periode 1 juli 2021 tot en met 31 oktober 2022 heeft de Commissie Mijnbouwschade 84 schademeldingen in behandeling genomen.

Warmtewet

Collectieve warmtebronnen en -netten spelen een belangrijke rol in het behalen van de CO2-emissiereductiedoelstellingen voor 2030 en daarna. Het wetsvoorstel Collectieve Warmtevoorziening beoogt de groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving te faciliteren en vormt zo een belangrijke fundament voor de energietransitie (Kamerstuk 30 196, nr. 566). Het wetsvoorstel is samen te vatten in vier pijlers: marktordening, tariefregulering, duurzaamheid en leveringszekerheid (Kamerstuk 30 196, nr. 694, Kamerstuk 30 196, nr. 704 en Kamerstuk 30 196, nr. 743). Het voornemen is het wetsvoorstel in 2023 bij de Tweede Kamer in te dienen. Sinds op 21 oktober 2022 in de ministerraad is besloten dat het eigendom van de infrastructuur verplicht voor meer dan de helft in publieke handen komt te liggen, kan het wetsvoorstel worden afgemaakt. Als gevolg van dit besluit is op twee thema’s nadere beleidsontwikkeling vereist: het opbouwen van publieke realisatiekracht voor de langere termijn en het borgen van investeringszekerheid voor private warmtebedrijven op de korte termijn. Beide hebben invloed op het uiteindelijke wetsvoorstel en besluitvorming dient dan ook afgerond te worden voordat het wetsvoorstel in kan worden gediend.

Uitwerking landenspecifieke aanbevelingen (motie Schouw)

De Europese Commissie heeft in 2020 een landenspecifieke aanbeveling gedaan om investeringen toe te spitsen op de groene en digitale transitie, onder andere op de ontwikkeling van duurzame infrastructuur en het schoon en efficiënt opwekken en gebruiken van energie. Het kabinet erkent in zijn reactie dat een ambitieus klimaat- en energiebeleid en digitaliseringsbeleid essentieel is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland (brief van 5 juni 2020, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1558). De ontwikkeling van duurzame infrastructuur is de inzet van het Programma Energiehoofdstructuur, waarin een nieuwe ruimtelijke planning van het energiesysteem wordt opgezet. Voor de ontwikkeling van het efficiënt opwekken van energie is de SDE+ in 2020 verbreed van hernieuwbare energieproductie naar CO2-reductie: de SDE++. Ook zijn er verschillende regelingen beschikbaar voor investeringen in innovatie voor de energietransitie. Daarnaast heeft dit kabinet besloten tot een Klimaatfonds, waarmee extra wordt geïnvesteerd in de groene transitie en er ook ruimte is gecreëerd voor investeringen in de ontwikkeling van de energie infrastructuur voor de transitie en de opschaling van hernieuwbare energie.

De Europese Commissie heeft in 2021 vooralsnog geen landenspecifieke aanbevelingen gedaan voor het beleid op het gebied van klimaat en energie.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 11.778.791 10.752.857 9.775.219 6.728.172 28.512.525 12.417.722 16.094.803
Uitgaven 2.875.719 2.925.027 3.674.944 3.388.161 8.880.062 4.356.973 4.523.091
Subsidies 1.412.704 1.664.641 2.160.036 3.038.234 4.912.846 3.956.202 956.644
Missiegedraven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) 63.400 57.589 40.675 54.508 59.862 60.135 ‒ 273
Hernieuwbare Energietransitie (HER+) 30.665 26.535 38.427 25.539 29.610 42.140 ‒ 12.530
Energie-efficiency 7.092 3.281 3.260 2.959 1.273 2.368 ‒ 1.095
Green Deals 3.903 118 141 25 45 500 ‒ 455
Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+) 28.193 42.139 33.605 53.144 71.256 75.963 ‒ 4.707
Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS) 860 1.392 2.834 4.890 3.307 7.075 ‒ 3.768
Projecten Klimaat en Energieakkoord 3.628 1.708 1.612 672 2.227 3.981 ‒ 1.754
MEP 25.492 1.515 429 0 0
SDE 615.295 559.025 587.388 604.440 204.728 687.400 ‒ 482.672
SDE+ 486.646 706.742 1.192.654 1.932.881 666.705 2.585.508 ‒ 1.918.803
SDE++ 120 1.488 76.855 ‒ 75.367
Aardwarmte 21.000 20.000 15.000 15.000 17.500 17.500 0
ISDE-regeling 69.864 84.368 101.383 112.141 249.518 258.000 ‒ 8.482
Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS) 36.895 40.313 110.083 172.739 0 0 0
Carbon Capture and Storage (CCS) 1.438 6.586 6.285 3.927 2.677 4.080 ‒ 1.403
Subidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EDS) 7.809 36 32 0 0
Hoge Flux Reactor 7.250 7.250 7.451 6.401 6.401 6.401 0
Elektrisch rijden 232 42 0 0
Caribisch Nederland 3.042 6.791 14.460 32.304 34.887 6.144 28.743
Overige subsidies 16.711 4.014 16.421 57.565 50.000 7.565
Opschalingsinstrument waterstof 4.000 ‒ 4.000
Maatregelen voor CO2-reductie 82.500 303 0 0
Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) 19 496 42.519 ‒ 42.023
Nationale co-financiering EU Innovation Fund 0 0
Subsidie ondersteuning verduurzaming mkb 104 8.424 25.633 ‒ 17.209
IPCEI waterstof 45 0 45
Vulmaatregelen gasopslag 0 0
Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) 1.039 0 1.039
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg 0 0
Tegemoetkoming energieprijzen 2022 3.123.553 0 3.123.553
Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023 370.240 0 370.240
Leningen 19.840 3.000 4.000 5.000 1.061.400 61.400 1.000.000
Lening Pallas 19.840 0 0
Lening EBN 3.000 4.000 5.000 61.400 61.400 0
Lening EBN voor vullen Bergermeer 1.000.000 0 1.000.000
Garanties 1.019 0 4.475 0 0 0 0
Verliesdeclaratie aardwarmte 1.019 4.475 0 0
Opdrachten 9.053 6.718 20.845 10.570 16.236 36.953 ‒ 20.717
Onderzoek mijnbouwbodembeweging 2.410 1.937 1.938 2.515 2.552 1.986 566
SodM onderzoek 879 1.059 1.193 1.153 2.425 ‒ 1.272
Joint Implementation 1.368 0 0
Uitvoeringsagenda Klimaat 373 288 203 163 320 623 ‒ 303
Klimaat mondiaal 92 120 275 156 139 335 ‒ 196
Onderzoek en opdrachten 5.299 3.005 17.370 6.543 12.072 31.584 ‒ 19.512
Bijdrage aan agentschappen 65.341 75.957 84.148 89.683 106.102 81.435 24.667
Bijdrage RVO.nl 56.675 66.634 71.171 77.196 90.998 64.746 26.252
Bijdrage Agentschap Telecom 397 882 4.002 4.103 ‒ 101
Bijdrage NEa 5.594 5.962 8.766 7.117 7.197 7.536 ‒ 339
Bijdrage KNMI 1.147 1.419 1.437 2.047 1.424 1.264 160
Bijdrage NVWA 721 703 703 841 846 886 ‒ 40
Bijdrage RIVM 1.600 ‒ 1.600
Bijdrage RWS 1.204 1.239 1.674 1.600 1.635 1.300 335
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 150.348 142.831 128.307 125.186 134.579 142.417 ‒ 7.838
Doorsluis COVA-heffing 110.760 110.088 94.845 89.426 96.233 111.000 ‒ 14.767
TNO kerndepartement 37.809 31.637 32.547 34.688 36.965 29.690 7.275
TNO-SodM 1.779 1.106 915 1.072 1.381 1.727 ‒ 346
Bijdrage aan medeoverheden 20.988 15.978 8.971 19.020 13.236 1.340 11.896
Uitkoopregeling 20.988 15.978 8.971 19.020 2.454 1.340 1.114
Regeling toezicht energiebesparingsplicht 10.732 0 10.732
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden 50 0 50
Bijdragen aan (inter)nationale organisaties 158.686 10.800 10.446 33.578 9.110 10.893 ‒ 1.783
Nuclear Research Group (NRG) 158.040 9.008 9.207 32.094 7.789 8.259 ‒ 470
Internationale contributies 646 1.792 1.239 1.484 1.321 1.624 ‒ 303
PBL Rekenmeesterfunctie 1.010 ‒ 1.010
ILT handhaving F-gassen 0 0
Stortingen begrotingsreserves 1.037.740 1.005.102 1.253.716 66.890 2.626.555 66.333 2.560.222
Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie 537.740 993.682 1.253.716 66.333 2.626.555 66.333 2.560.222
Storting begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie 500.000 11.000 0 0
Storting in begrotingsreserve aardwarmte 420 557 0 0
Ontvangsten 3.201.275 2.390.399 3.738.266 4.346.787 6.819.604 3.720.277 3.099.326
Ontvangsten COVA 110.760 110.088 94.845 89.426 96.233 111.000 ‒ 14.767
Opbrengst heffing ODE (SDE++) 1.033.046 1.631.970 2.542.250 3.077.606 2.825.906 2.692.000 133.906
Aardgasbaten 1.461.955 0
Ontvangsten zoutwinning 2.599 2.399 2.391 2.412 3.288 2.511 777
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie 73.000 78.000 236.020 259.886 1.576.186 4.186 1.572.000
ETS-ontvangsten 504.215 440.136 441.408 893.987 1.135.862 900.000 235.862
Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie 115.790 395.210 0 0
Diverse ontvangsten 15.700 12.016 26.142 23.470 116.007 10.580 105.427
Ontvangsten lening EBN Bergermeer 1.002.656 0 1.002.656
Opbrengsten tenders Wind op Zee 63.465 0 63.465
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de vierde tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.
2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 11.778.791 10.752.857 9.775.219 6.728.172 28.512.525 12.417.722 16.094.803
waarvan garantieverplichtingen 8.250 799.000 44.200 754.800
waarvan overige verplichtingen 11.778.791 10.752.857 9.775.219 6.719.922 27.713.525 12.373.522 15.340.003
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de vierde tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

Garantieregeling aardwarmte

Voor de garantieregeling aardwarmte zijn in 2022 geen garantieverplichtingen afgegeven, zodat het gehele garantieplafond van € 44,2 mln niet is benut.

Lening COVA

De minister voor Klimaat en Energie heeft in 2022 aan COVA de opdracht gegeven om 500 kiloton extra dieselvoorraad aan te leggen (zie Kamerstuk 36 045 nr. 125). Hiervoor heeft COVA gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën, waarvoor het Ministerie van EZK garant staat. In 2022 heeft COVA € 799 mln aan nieuwe leningen afgesloten en € 339 mln aan leningen afgelost. Op 31 december 2022 was het saldo van de leningen daarmee € 460 mln hoger dan een jaar eerder.

Overige verplichtingen

Het hogere bedrag aan overige verplichtingen (€ 15,3 mld) heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste hiervan zijn (van groot naar klein, bedragen boven de € 10 mln):

  1. Voor het prijsplafond energieleveranciers 2023 is in het najaar van 2022 met de 10e Incidentele Suppletoire Begroting (ISB) budget aan de EZK-begroting toegevoegd. Hierop is in 2022 uiteindelijk voor een bedrag van € 4.772,6 mln aan subsidieverplichtingen verstrekt.
  2. Voor de Compensatie Energieverbruik Kleinverbruikers 2022 is in het najaar van 2022 met de 9e ISB budget toegevoegd aan de EZK-begroting om kleinverbruikers in de maanden november en december te kunnen compenseren voor de gestegen energieprijzen. Hiervoor is in 2022 een bedrag van € 3.126 mln aan subsidieverplichtingen aangegaan.
  3. Door de hoge energieprijzen is in 2022 veel minder bevoorschot op de SDE-, SDE+ en de SDE++-subsidies dan bij Ontwerpbegroting geraamd. De ongebruikte middelen binnen het SDE-domein zijn in hun geheel in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. Omdat elke storting ook een verplichting is, heeft dit geleid tot een additionele realisatie op het verplichtingenbudget van € 2.560,2 mln (zie ook bij Uitgaven).
  4. Ter financiering van de lening aan EBN voor het vullen van de gasopslag in Bergermeer is € 2.300 mln aan de Ontwerpbegroting toegevoegd en verplicht.
  5. Bij 1e Nota van Wijziging is het verplichtingenbudget van de SDE++-regeling in de Ontwerpbegroting vanuit de Aanvullende Post met € 6 mld opgehoogd naar € 11 mld. Hierop is in 2022 uiteindelijk € 1.253,9 mln meer verplicht dan oorspronkelijk begroot, vooral doordat er in 2022 meer verplichtingen zijn aangegaan op de openstelling 2022: gepland was dat een groter deel pas in 2023 zou worden aangegaan.
  6. Voor de IPCEI Waterstof (golf 2) was bij Ontwerpbegroting nog geen verplichtingenbudget beschikbaar. Daarom is het hiervoor in 2023 beschikbare budget naar 2022 geschoven. Uiteindelijk is in 2022 voor een bedrag van € 783,5 mln aan subsidieverplichtingen aangegaan.
  7. Aan de Gasunie is € 92,5 mln subsidie verstrekt voor het WarmtelinQ-project, hiermee was in de Ontwerpbegroting geen rekening gehouden.
  8. Aan het oorspronkelijke verplichtingenbudget voor de Demonstratieregeling Klimaat- en Energie-innovatie (DEI+) zijn bij Voorjaarsnota 2022 bedragen toegevoegd vanuit artikel 2 van de EZK-begroting (€ 42,6 mln) voor de TSE-Industrie en vanuit de BZK-begroting (€ 9 mln) voor Aardgasvrije wijken. Ook is verplichtingenbudget toegevoegd omdat veel verplichtingen uit de openstelling 2021 pas in 2022 verplicht zijn. Dit alles heeft geleid tot een overschrijding van € 84,3 mln.
  9. Op het budget voor Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) is in 2021 € 44.5 mln meer verplicht, vooral doordat bij Voorjaarsnota 2022 € 27,2 mln vanuit de begroting van BZK (voor de MOOI-gebouwde omgeving) aan het MOOI-budget is toegevoerd en er vanuit het het budget 2023 € 24,6 mln naar 2022 is geschoven.
  10. Op het budget voor Caribisch Nederland is € 38,6 mln meer verplicht dan oorspronkelijk begroot doordat een extra impuls is gegeven aan de verduurzaming van de elektriciteitsopwekking op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius.
  11. Op het uitvoeringsbudget van RVO.nl is € 26,3 mln meer verplicht dan oorspronkelijk begroot. Zie voor een toelichting op deze overschrijding onder 'Bijdragen aan agentschappen'.
  12. Voor de vulmaatregelen gasopslag was in de Ontwerpbegroting een budget gereserveerd van € 623,3 mln. Op dit budget is vervolgens € 21,1 meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot.
  13. Voor de IPCEI Waterstof (golf 1) is pas bij 2e Suppletoire Begroting 2022 verplichtingenbudget aan de EZK-begroting toegevoegd. Hierop is uiteindelijk voor een bedrag van € 21,7 mln aan verplichtingen aangegaan.
  14. In 2022 heeft EZK een bijdrage van € 16 mln toegezegd voor het Saneringsfonds Windpark Flevoland, hier was in de Ontwerpbegroting geen rekening gehouden. De bijbehorende kasuitgaven worden tussen 2022 en 2029 gedekt door overhevelingen van het Rijksvastgoedbedrijf.
  15. Voor het Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën (NP RES) is in 2022 voor een bedrag van € 15,8 mln aan subsidies toegezegd. Omdat dit gefinancierd is uit het budget voor Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden en dit budget pas vanaf 2023 beschikbaar was, is hiervoor verplichtingenbudget van 2023 naar 2022 geschoven.
  16. Gelet op de grote vraag naar subsidies voor warmtepompen en isolatiemaatregelen is het subsidieplafond van de InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (ISDE) in 2022 fors verhoogd. Uiteindelijk is € 12,2 mln meer verplicht dan oorspronkelijk begroot.

Uitgaven

Subsidies

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

Op de HER+ is € 12,5 mln minder uitgegeven dan begroot, vooral door lagere uitbetalingen op de openstellingen tot en met 2022 en het doorschuiven van subsidieprojecten naar 2023.

SDE

Door de hoge energieprijzen in 2022 was de onrendabele top van veel energieprojecten veel kleiner dan waar in de begroting rekening gehouden was, zodat op deze projecten veel minder aan subsidie uitbetaald hoefde te worden. Ook heeft RVO.nl in 2022 een aantal terugbetalingen op verstrekte voorschotten ontvangen die verrekend zijn met de in 2022 verstrekte voorschotten. Dit heeft geleid tot een lagere realisatie op het SDE-budget van € 483 mln. Het volledige bedrag van de onderuitputting is in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort.

SDE+

Evenals bij de SDE is hier sprake van een veel lagere realisatie (€ 1.919 mln) dan waar bij de Ontwerpbegroting rekening was gehouden. Ook hier is de belangrijkste oorzaak dat de hoge energieprijzen geleid hebben tot veel lagere subsidievoorschotten. En ook bij de SDE+-regeling zijn terugbetalingen op te hoge voorschotten die subsidieontvangers hebben ontvangen verrekend met de in 2022 verstrekte voorschotten. Het volledige bedrag van de onderuitputting is in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort.

Ontwerpbegroting Najaarsnota Realisatie Verschil
SDE 687.400 162.000 204.728 42.728
SDE+ 2.585.508 706.035 666.705 ‒ 39.330
Waarvan SDE+-regeling 2.229.208 436.000 434.089 ‒ 1.911
Waarvan flankerend beleid SDE+ 28.000 12.000 3.819 ‒ 8.181
Waarvan flankerend beleid WOZ 175.300 46.060 16.822 ‒ 29.238
Waarvan TenneT aanleg net op zee 153.000 211.975 211.975 0
SDE++ 76.855 93.290 1.488 ‒ 91.802
Waarvan SDE++-regeling 36.855 13.290 1.488 ‒ 11.802
Waarvan statistische overdracht 40.000 80.000 ‒ 80.000
HER+ 42.140 32.262 29.610 ‒ 2.652
ISDE 130.000 285.000 249.518 ‒ 35.482
Storting in reserve DE 66.333 2.400.389 2.626.555 226.166
Totaal 3.588.236 3.678.976 3.778.604 99.628

Tabel 30 geeft de verschillen tussen de Ontwerpbegroting, de Najaarsnota en de uiteindelijke realisaties weer. De hogere realisatie bij de uitgaven wordt gecompenseerd door een vrijwel even grote hogere ontvangst aan terugbetaalde subsdievoorschotten.

Caribisch Nederland

Vooral de verduurzaming van de elektriciteitsopwekking op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius (zie bij Verplichtingen) heeft in 2022 geleid tot € 28,7 mln aan hogere kasuitgaven.

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

De kasmiddelen horend bij de ophoging van het SCE-budget in 2022 (amendement Boucke c.s. Kamerstuk 35 300-XIII, nr.16 stonden nog niet in het juiste ritme, de uitfinanciering van een SCE-beschikking strekt zich uit over 15 jaar. Deze middelen zijn met een kasschuif in het juiste ritme gezet en zijn daarom niet in 2022 tot besteding gekomen. Daarnaast speelde een vertraging in de uitbetaling van de kasmiddelen uit de SCE-openstelling in 2021.

Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM)

De SVM is in juli 2022 tijdelijk stopgezet omdat er signalen waren van oneigenlijk gebruik van de regeling. Hierdoor is ook het beschikbare kasbudget voor een groot deel niet besteed, de lagere realisatie bedraagt € 17,2 mln. Op basis van het amendement-De Jong c.s. is van de onderuitputting € 11,5 mln naar het SDE++-budget geschoven, zodat dit bedrag meeloopt in de storting in de reserve duurzame energie en klimaattransitie en in 2023 door een onttrekking aan de reserve weer voor de SVM beschikbaar komt.

Tegemoetkoming energieprijzen 2022

Voor de regeling Compensatie Energieverbruik Kleinverbruikers 2022 is in het najaar van 2022 met een ISB budget toegevoegd aan de EZK-begroting (zie bij Verplichtingen). Op de regeling is in 2022 een totaalbedrag van € 3.123,6 mln uitbetaald.

Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023

Ook voor het Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers in 2023 is bij 10e ISB budget toegevoegd aan de EZK-begroting. In de kasraming voor 2022 was rekening gehouden met een bevoorschotting op de aan energieleveranciers af te geven subsidies van € 1.451 mln. Uiteindelijk is hierop slechts € 370 mln bevoorschot, omdat het merendeel van de subsidieaanvragen pas begin 2023 is ingediend. Op basis van de ingediende aanvragen in december 2022 zijn door RVO.nl ook de eerste maandelijkse voorschotten uitgekeerd.

Leningen

Lening EBN voor vullen gasopslag Bergermeer

Op de lening aan EBN voor het vullen van de gasopslag Bergermeer is uiteindelijk van de toegezegde € 2,3 mld slechts € 1 mld bevoorschot. Een lager bedrag volstond omdat de gasprijzen in het laatste kwartaal van 2022 fors daalden en marktpartijen meer bijdroegen aan het vullen van de gasopslag, zodat het dynamische vuldoel van EBN daalde. De lening is eind 2022 in zijn geheel terugbetaald (zie bij Ontvangsten).

Opdrachten

Onderzoek en opdrachten

De lagere realisatie op dit onderdeel is met name veroorzaakt doordat een budget van € 14,2 mln verschoven is naar de Regeling Toezicht Energiebesparingsplicht (zie bij Bijdrage aan medeoverheden).

Bijdragen aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Aan uitvoeringskosten van RVO.nl is in 2022 in totaal € 26,3 mln meer uitgegeven dan oorspronkelijk begroot. Deze hogere uitgaven worden voornamelijk veroorzaakt door:

  1. Overheveling door BZK van budget (€ 6,2 mln) voor de uitvoering van de MOOI/Gebouwde omgeving, de DEI+/Aardgasvrije wijken en het Expertisecentrum Warmte (ECW).
  2. Overheveling vanuit artikel 2 (€ 2,5 mln) voor de uitvoering van de TSE-Industrie, de DEI+-Industrie en voor de ondersteuning van PIDI-projecten.
  3. Toevoeging vanuit het Klimaatfonds (€ 5 mln) om bestaande budgettaire knelpunten in de uitvoering van klimaatregelingen te dekken.
  4. Overheveling vanuit andere beleidsbudgetten op artikel 4 om resterende budgettaire knelpunten in de uitvoering te dekken.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Doorsluis COVA-heffing

In 2022 is er minder aan COVA-heffing ontvangen dan geraamd (zie bij Ontvangsten), omdat er door de hogere brandstofprijzen in 2022 minder is getankt aan de pomp dan verwacht. Hierdoor is er ook minder aan ontvangsten aan de Stichting COVA uitbetaald.

Bijdragen aan medeoverheden

Regeling Toezicht Energiebesparingsplicht

Het voor de Regeling Toezicht Energiebesparingsplicht benodigde budget is in 2021 in eerste instantie toegevoegd aan het budget voor Onderzoek en opdrachten (zie bij Opdrachten). In 2022 is dit gehele budget voor de jaren 2022 tot en met 2026 (totaal € 56 mln) verschoven naar de post Regeling Toezicht Energiebesparingsplicht. Op het voor 2022 beschikbare budget is uiteindelijk € 10,7 mln betaald.

Stortingen begrotingsreserves

Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie

De volledige onderuitputting op de voor de SDE, SDE+, SDE++, HER+ en ISDE beschikbare budgetten (€ 2.626,6 mln) is aan de reserve duurzame energie en klimaattransitie toegevoegd.

Ontvangsten

Ontvangsten COVA

Zie voor een toelichting op de lagere ontvangsten Doorsluis COVA-heffing onder Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s.

Opbrengst heffing ODE (SDE+)

Op de ODE is in 2022 € 133,9 mln meer aan heffingsopbrengsten ontvangen dan oorspronkelijk begroot. 2022 is het laatste jaar dat er nog ODE geheven wordt, vanaf 2023 is de ODE opgegaan in de Energiebelasting (EB).

Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie

Zoals in het coalitieakkoord van het kabinet Rutte-IV is afgesproken is in totaal € 1.572 mln aan de reserve duurzame energie en klimaattransitie onttrokken en toegevoegd aan het SDE++-budget. Daarnaast is € 4,2 mln onttrokken ter financiering van de kasgevolgen in 2022 van het amendement-Sienot (ophoging SCE-regeling met € 67 mln naar € 100 mln).

ETS-Ontvangsten

Aan ETS-ontvangsten is in 2022 € 235,9 mln meer gerealiseerd dan oorspronkelijk begroot. Voor de ETS-ontvangsten is bij Ontwerpbegroting een inschatting gemaakt op basis van de verwachte prijs van CO2-emissierechten. Omdat de gemiddelde prijs van CO2-emissierechten in 2022 hoger was dan waar bij Ontwerpbegroting vanuit werd gegaan, zijn er in 2022 meer ontvangsten gerealiseerd.

Diverse ontvangsten

Het bedrag aan diverse ontvangsten is € 105,4 mln hoger dan begroot, omdat ontvangers van SDE- en SDE+-subsidie in 2022 voorschotten die in 2021 en eerder uitbetaald waren hebben teruggestort naar RVO.nl.

Ontvangsten lening EBN Bergermeer

Bij het verstrekken van de lening aan EBN werd ervan uitgegaan dat de lening in 2023 zou worden afgelost. De lening is echter (met rente) al in december 2022 door EBN terugbetaald.

Ontvangsten tenders Wind op Zee

Voor wind op zee is in totaal € 63,5 mln aan ontvangsten gerealiseerd waar bij Ontwerpbegroting geen rekening mee gehouden was. Dit betreft de opbrengst van de in 2022 uitgeschreven tender voor het windpark Hollandse Kust West (kavel 7). Deze ontvangst werd eigenlijk pas in 2023 verwacht.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Aardwarmte 18.056 100%
Begrotingsreserve Duurzame Energie en Klimaattransitie 5.029.599 100%
Begrotingsreserve aan NRG verstrekte leningen 6.600 0%
+ Storting
– Onttrekking
Stand per 31/12/2022 18.056

De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor deze regeling meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten en uitgaven op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO.nl) die wordt gestort in de begrotingsreserve. In 2022 zijn er geen nieuwe verliesdeclaraties op basis van de garantieregeling bij RVO.nl ingediend en zijn ook geen nieuwe garanties afgegeven, zodat er ook geen provisie-inkomsten zijn geweest..

Uit het toetsingskader van de garantieregeling Aardwarmte blijkt dat, gelet op het risicoprofiel van de aardwarmtegaranties (tussen de 1,4% kans op volledige en 7,6% op gedeeltelijke mislukking), de huidige omvang van de begrotingsreserve samen met de over de verstrekte garanties te ontvangen provisies (7%) ruim voldoende is om de komende jaren een gemiddeld garantieplafond van € 44,2 mln per jaar mogelijk te maken. Gelet op de uitstaande garanties en het genoemde risicoprofiel is de gehele reserve benodigd om mogelijke verliesdeclaraties op te kunnen vangen en is daarmee voor 100% juridisch verplicht.

+ Storting 2.626.555
– Onttrekking ‒ 1.576.186
Stand per 31/12/2022 5.029.599

De begrotingsreserve Duurzame Energie en Klimaattransitie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij projecten waaraan reeds subsidie is toegekend en reeds verplichte projecten die niet tot uitvoering komen en door andere projecten moeten worden vervangen met het oog op het bereiken van de doelstelling voor duurzame energieproductie of CO2-reductie. Het gaat hier om middelen ten behoeve van de MEP, SDE, SDE+, SDE++, ISDE en de HER+. Via de begrotingsreserve blijven de middelen beschikbaar tot het moment dat ze alsnog zullen worden uitbetaald. In 2022 is € 2.626,6 mln in de reserve gestort en € 1.576,2 mln aan de reserve onttrokken, zodat het saldo van de reserve met € 1.050,4 mln is toegenomen.

SDE+ 59 134 204 282 281 523 903 1.146 125 2.577 6.234 100%
SDE++ 0 92 92 100%
MEP 23 16 2 0 34 ‒ 2 0 0 0 0 73 0%
SDE 143 220 297 191 63 16 91 107 ‒ 78 ‒ 43 1.008 100%
Onttrekking reserve t.b.v. ophoging ISDE-MKB (amendement-Mulder) ‒ 100 0 ‒ 100 100%
Onttrekking reserve t.b.v. financiering Urgenda 2.0-pakket ‒ 63 ‒ 236 ‒ 299 100%
Onttrekking reserve op basis van Regeerakkoord Rutte-IV ‒ 1.572 ‒ 1.572 100%
Onttrekking t.b.v. financiering ophoging SCE (amendement Sienot) ‒ 4 ‒ 4 ‒ 9 100%
tijdelijke onttrekking 0 0 ‒ 20 ‒ 77 ‒ 77 ‒ 73 ‒ 78 ‒ 73 ‒ 398 100%
Totaal 225 370 483 396 301 464 916 1.017 ‒ 193 1.050 5.030 100%

Eind 2022 bedraagt de stand van de reserve € 5.030 mln. Daarvan is 100% juridisch verplicht. Bij de huidige inzichten is de in de meerjarencijfers beschikbare uitgavenruimte voorlopig toereikend voor de kasuitloop van de afgegeven beschikkingen.

– Geplande onttrekking 2022-2035 (ophoging budget postcoderoosregeling/amendement-Sienot) ‒ 59,0
– Geplande onttrekking 2023-2028 (toevoeging aan SDE+-budget) ‒ 1.700,0
– Onttrekking 2022 (toevoeging aan SDE+-budget in kader van coalitieakkoord Rutte-IV) ‒ 1.572,0
+ Storting 2022 (terugboeken tijdelijke onttrekking 2015)1 2.626,6
Resterend voor SDE/SDE+/SDE++-beschikkingen 3.274,8
  1. De tijdelijke onttrekkingen 2016 t/m 2020 zijn niet teruggestort in de reserve, maar zijn bij 1e suppletoire begroting 2022 toegevoegd aan het SDE++-budget in de jaren 2022 tot en met 2026.
+ Storting
– Onttrekking
Stand per 31/12/2022 6.600

De middelen in de begrotingsreserve risicopremie NRG zullen worden aangesproken als NRG – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de in 2014 afgesloten leningsovereenkomst. De lening heeft een looptijd tot 1 juli 2023.

Deze reserve betreft uitsluitend een zekerstelling binnen de rijksbegroting. Derden kunnen geen beroep op deze middelen doen en daarmee zijn de middelen op deze reserve niet juridisch verplicht.

In onderstaande tabel wordt weergegeven wat de realisatie is van de middelen die vanuit het Energieakkoord, het Klimaatakkoord en de CO2-reducerende maatregelen beschikbaar zijn gesteld en correspondeert met de tabel zoals deze is opgenomen in de Ontwerpbegroting 2022. De tabel is met ingang van de Ontwerpbegroting 2023 gewijzigd in overzicht van alle klimaatuitgaven van de bij het Klimaatakkoord betrokken departementen (EZK, LNV, BZK, IenW en FIN). In antwoord op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de overzichten van de klimaatuitgaven in de begroting, de Klimaatnota en de Miljoenennota zal in de Ontwerpbegroting 2024 een verbeterslag gemaakt worden op basis van heldere criteria wat klimaatuitgaven zijn.

ELEKTRICITEIT 2.376.235 2.586.066 3.278.681 2.877.527 3.942.589 3.752.623 189.966
MEP (EZK, art. 4) 25.492 1.515 429 0 0
SDE (EZK. art. 4) 615.295 559.025 587.388 604.440 204.728 687.400 ‒ 482.672
SDE+ incl. flankerend beleid en Net op Zee (EZK, art.4) 486.646 706.742 1.192.654 1.932.881 666.705 2.585.508 ‒ 1.918.803
SDE++ (EZK, art. 4) 120 1.488 68.000 ‒ 66.512
Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (EZK, art. 4) 19 496 10.519 ‒ 10.023
Storting in begrotingsreserve duurzame energie (EZK, art. 4) 537.740 993.682 1.253.716 66.333 2.626.555 66.333 2.560.222
InvesteringsSubsidie Duurzame Energie (EZK, art.4) 69.864 84.368 101.383 112.141 249.518 130.000 119.518
Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) (EZK, art. 4) 63.400 57.589 40.675 54.508 59.862 60.135 ‒ 273
Demonstratieregeling Klimaat en Energie-innovatie (DEI+) (EZK, art. 4) 28.193 42.139 33.605 53.144 71.256 75.963 ‒ 4.707
Hernieuwbare Energietransitie (HER+) (EZK, art. 4) 30.665 26.535 38.427 25.539 29.610 42.140 ‒ 12.530
Kernenergieprojecten (EZK, art. 4) 1.000 0 1.000
Maatregelen CO2-reductie (EZK, art. 4) 82.500 303 0 0
Storting begrotingsreserve maatregelen voor CO2-reductie (EZK, art. 4) 500.000 11.000 0 0
Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten MEP/SDE/SDE+/SDE++/ISDE/HER+ (EZK, art. 4) 18.940 20.971 30.101 28.402 31.371 26.625 4.746
INDUSTRIE 38.333 60.896 157.227 239.308 189.671 240.579 ‒ 50.908
Compensatie indirecte kosten ETS (EZK, art. 2) 59.802 81.600 ‒ 21.798
Compensatie indirecte kosten ETS (EZK, art. 4) 36.895 40.313 110.083 172.739 0 0 0
Verduurzaming industrie (EZK, art. 2) 12.588 4.844 9.149 45.3802 23.936 21.444
Urgenda en industrie (EZK, art. 2) 9.982 27.494 903 35.300 ‒ 35.210
Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI. EZK, art. 2) 4.832 2854 13.500 ‒ 13.215
Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI. EZK, art. 4) 1.039 0 1.039
Opschalingsinstrument waterstof (EZK, art. 4) 4.000 ‒ 4.000
Transport waterstof (backbone) (EZK, art. 4) 0 0
IPCEI Waterstof (EZK, art. 4) 45 0 45
Stimulering van Recycling en biobased kunststoffen en textiel en circulaire economie (IenW, art. 21, via DEI+) 1.409 16.033 5.467 7.629 10.763 ‒ 3.134
Chemische recycling (IenW, art. 21) 2.700 0 0 0
Circulaire maatregelen in de Grond, Weg en Waterbouw (IenW, art. 21) 0 0 0
Innovatieregeling bouw Grond, Weg en Waterbouw (IenW, art. 12) 5.000 0 0 0
Maatregelen in de Grond, Weg en Waterbouw (IenW, art. 21) 1.000 2.000 2.000 2.000 0
Ketenaanpak (IenW, art. 21) 3.000 3.000 5.000 5.000 0
Klimaatneutraal en circulair inkopen en aanbesteden (IenW, art. 21) 1.000 2.000 3.000 3.000 0
Kunststof- en textielrecycling (IenW, art. 21) 3.000 4.000 4.000 0
Subsidieregeling circulaire ketenprojecten (IenW, art. 21) 3.000 5.1245 0 5.124
Stimuleringsprogramma recycling (IenW, art. 21) 200 0 200
CCS, leningdeel (EZK, art. 4) 53.400 53.400 0
CCS, subsidiedeel (EZK, art. 4) 1.438 6.586 6.285 3.927 2.677 4.080 ‒ 1.403
GEBOUWDE OMGEVING 173.310 209.867 486.013 372.985 274.938 400.603 ‒ 125.665
Aardwarmte (SCAN-programma EBN) (EZK, art. 4) 21.000 20.000 15.000 15.000 17.500 17.500 0
Expertisecentrum Warmte (EZK, art. 4) 1.286 4.012 4.421 520 0 520
WarmtelinQ, subsidiedeel (EZK, art. 4) 15.000 12.000 56.012 50.000 6.012
WarmtelinQ, leningdeel (EZK, art. 4) 0 0
Maatschappelijke Investeringssubsidie Warmtenetten (MIW) (EZK, art. 4) 0 0
NGF-project NieuweWarmteNu! (EZK. Art. 4) 0 0
Storting in begrotingsreserve aardwarmte (EZK, art. 4) 420 557 0 0
Garantieregeling Aardwarmte (EZK, art. 4) 1.019 4.475 0 0
Revolverend fonds EGO (BZK, art. 4) 25.000 0 0
Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) (BZK, art. 4) 18.000 0 0
Bijdragen aan agentschappen (BZK, art. 4) 3761 5813 6.336 3.514 3.681 5.012 ‒ 1.331
Energiebesparing huursector STEP (BZK, art. 4) 105676 134309 101.656 18.225 10.636 18.951 ‒ 8.315
Beleidsprogramma Energiebesparing (Subsidies en opdrachten) (BZK, art. 4) 6.923 0 0
Energietransitie en duurzaamheid (Subsidies en opdrachten) (BZK, art. 4) 3935 8090 15.701 19.385 16.882 10.598 6.284
Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders (RVO.nl) (BZK, art. 4) 8 0 0 0
Uitvoeringskosten medeoverheden lokale energietransitie en RES aanpak (BZK art. 4) 9.705 22.500 ‒ 12.795
Revolverend fonds Energiebesparing verhuurders (BZK, art. 4) 2.640 0 0 0
Energiebesparing Koopsector SEEH (BZK, art. 4) 3348 3664 2.490 12.326 7.003 12.790 ‒ 5.787
Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken Innovatieprogamma CO2 (BZK art. 4) 9.0526 ‒ 9.052
GF aardgasvrije wijken (PAW) (BZK, art. 4) 80.585 54.677 62.626 55.000 7.626
Regionale energiestrategie (RES) Gemeentefonds (BZK, art. 4) 50.0007 ‒ 50.000
Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) (BZK, art. 4) 28.796 13.986 3.773 26.000 ‒ 22.227
Renovatieversneller klimaatakkoord (BZK, art. 4) 2.633 1.000 9.000 ‒ 8.000
Verduurzaming en ontzorging maatschappelijk vastgoed (BZK, art. 4) 8.000 15.317 0 0 0
Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH+) en Programma reductie energieverbruik (PRE) (BZK, art. 4) 3285 146.898 77.808 0 0 0
Programma regeling reductie energieverbruik Wonen (RREW) (BZK, art. 4)( koop en huur) bijdrage aan medeoverheden 5.064 95.736 0 0 0
Warmtefonds (BZK, art. 4) 67.000 27.400 85.600 114.200 ‒ 28.600
MOBILITEIT 5.997 21.821 86.513 75.819 111.241 98.525 12.716
Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (EZK, art. 4) 860 1.392 2.834 4.890 3.307 7.075 ‒ 3.768
Elektrisch rijden (EZK, art. 4) 232 42 0 0
Elektrisch rijden (IenW, art. 19) 800 0 0
Elektrisch rijden (IenW, art. 21) 1861 0 0
Elektrisch rijden (IenW, art. 14) 1498 800 0 0
Lean and Green Personal Mobility (IenW, art. 14) 0 0
Meerjaren bewustwordingscampagne «Hopper» (IenW, art. 14) 35 0 0
Organisatiekosten Green Deal Autodelen (IenW, art. 14) 67 30 50 0 0
Nationale benchmark duurzame mobiliteit (IenW, art. 14) 42 42 0 0
Diverse beleidsonderzoeken duurzame mobiliteit (IenW, art. 14) 50 50 50 0 0
Werkgeversaanpak mobiliteit (IenW, art. 14) 50 54 100 0 0
Demonstratieregeling Klimaattechnologie - Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14) 16.823 13.700 12.106 0 0
Laadinfrastructuur - Klimaatenveloppe 2019 (IenW, art. 14) 15.000 0 0
Duurzame energiedragers zero-emissiebussen (IenW, art. 14) 2.146 1.683 5.935 11.700 ‒ 5.765
Duurzame energiedragers tankinfra (IenW, art. 14) 1.140 526 2.435 5.000 ‒ 2.565
Duurzame logistiek (IenW, art. 14) 4.835 10.564 9.834 15.000 ‒ 5.166
Verduurzaming personenmobiliteit (IenW, art. 14) 7.800 1.899 2.487 10.000 ‒ 7.513
Klimaatakkoord: Elektrisch Vervoer (IenW, art. 14) 2.899 3.972 4.160 6.000 ‒ 1.840
Klimaatakkoord: nieuwe elektrische auto's (IenW, art. 14) 7.261 11.159 28.830 9.000 19.830
Klimaatakkoord: 2e hands elektrische auto's (IenW, art. 14) 6.168 12.475 19.482 9.000 10.482
Klimaatakkoord: Bestel en Vracht (IenW, art. 14) 120 6.579 34.299 25.000 9.299
Aanvulling klimaatakkoord: Fietsparkeren (IenW, art. 13) 750 ‒ 750
Maatregelen in de Grond-Weg- en Waterbouw (IenW, art. 21) 1.000 16.500 7.500 0 0
Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenW, art. 19) 2000 0 0
Campagne veilige, zuinige, stille banden op spanning (IenW, art. 14) 836 464 1.131 42 0 42
Campagne het nieuwe rijden (IenW, art. 14) 200 773 0 0
Versterken overige gedragsmaatregelen, monitoring en evaluatie (IenW, art. 14) 54 1.946 561 429 0 429
Bijdrage RWS (IenW, art. 21) 2.500 0 0
LANDBOUW EN LANDGEBRUIK 18.390 22.257 152.666 418.991 267.890 398.782 ‒ 130.892
Innovatieagenda Energie (LNV, art. 21) 3.010 5.956 5.761 17.225 11.296 8.503 2.793
Marktintroductie energie innovaties (MEI) (LNV, art. 21) 4.471 3.130 3.764 7.879 2.764 5.889 ‒ 3.125
Energie-efficiency glastuinbouw (EG) (LNV, art. 21) 4.233 4.421 9.367 17.258 46.781 16.275 30.506
Subsidieregeling sanering varkenshouderijen + SPUK (LNV, art. 21) 25.137 189.690 51.7248 70.000 ‒ 18.276
Subsidieregeling brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (LNV, art. 21) 2.049 13.748 10.002 15.853 ‒ 5.851
Geïntegreerde aanpak methaan en ammoniak via voer- en dierspoor (LNV, art. 21) pilots en demo's en randvoorwaarden voor verdienmodel klimaatvriendelijke producten 12.355 2.034 6.626 7.580 ‒ 954
Brongerichte maatregelen pilots en demo's (LNV, art. 21) 3.400 4.600 0 0
Bodem (bodemkoolstof) en klimaatadaptatie (LNV, art. 21) 349 420 1.378 2.094 1.606 4.428 ‒ 2.822
Kunstmestvervanging (LNV, art. 21) 0 3.000 ‒ 3.000
Advisering ondernemers ikv kringlooplandbouw (LNV, art. 21) en tegengaan voedselverspilling (LNV, art. 21) 5.235 5.082 4.227 855
Randvoorwaarden voor verdienmodel / klimaatvriendelijke producten (LNV, art. 21) 2.000 0 0
Kringlooplandbouw (LNV, art. 21) 92 659 167 0 0
Voedselverspilling, biomassa en reststromen (LNV, art. 21) 5004 5294 5.235 4.822 0 0
Versterken bomen, bos, natuur (LNV, art. 22) 1.323 2.944 4.795 0 4.288 5.122 ‒ 834
Aanpak veenweideproblematiek en impuls veenweidegebieden (LNV, art. 22) 76.295 59.239 6.251 8.652 ‒ 2.401
Middelen Gerichte Opkoop rond Natura2000-gebieden (LNV, art. 22) 471 95.000 121.4709 249.253 ‒ 127.783
SECTOROVERSTIJGENDE EN OVERIGE MAATREGELEN 332.442 279.004 242.942 316.390 537.603 347.001 190.602
MJA3 / MEE / Uitvoeringsprogramma Energiebesparing (EZK, art. 4) 3.799 3.281 3.260 2.959 1.273 2.368 ‒ 1.095
Regeling toezicht energiebesparingsplicht (EZK, art. 4) 10.732 0 10.732
EIA (FIN, fiscaal) 158.000 125.000 144.000 181.00010 290.00010 149.000 141.000
Subsidieregeling Verduurzaming MKB (EZK, art. 4) 104 8.424 25.633 ‒ 17.209
MIA/VAMIL (fiscaal, FIN) 157.400 145.700 90.100 118.700 220.80010 169.000 51.800
Uitvoeringskosten voor RVO.nl voor de ophoging van de MIA en de VAMIL (IenW, art. 21) 300 1.000 1.000 0
Verbetering en optimalisatie industriele wasproces van plastic verpakkingen (IenW, art. 21) 1.498 374 0 374
Textiel vervezeling (IenW, art. 21) 2.129 0 0
Subsidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties (EZK, art. 4) 7.809 36 32 0 0
Bijdrage RVO.nl uitvoeringslasten Energieakkoord/Klimaatakkoord (EZK, art. 4) 5.434 4.987 5.250 10.000 5.000 0 5.000
Totaal 2.944.707 3.179.911 4.404.042 4.301.020 5.323.932 5.238.113 85.819
  1. De cijfers van de ministeries van LNV, IenW, BZK en Financiën zijn afkomstig van de desbetreffende departementen.
  2. Realisatie is inclusief de VEKI-regeling, die in de begroting nog deel uitmaakte van Urgenda en Industrie.
  3. Realisatie VEKI is opgenomen bij Verduurzaming Industrie.
  4. De lage realisatie wordt verklaard doordat het budget voor PIDI-projecten in 2022 voor het grootste deel is overgeheveld naar artikel 4.
  5. De middelen hiervoor zijn bij Nota van Wijziging aan de Ontwerpbegroting toegevoegd.
  6. Gehele budget is overgeheveld naar ander departement.
  7. Gehele budget is in het Gemeentefonds gestort.
  8. Realisatie 2022 is verlaagd door Kasschuif (€ 7,3 mln) en een overheveling naar IenW voor Walstroom (€ 1,0 mln).
  9. Realisatie 2022 valt lager uit door kasschuif.
  10. Voorlopige cijfers van RVO.nl.

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

A. Algemene doelstelling

De inwoners van Groningen hebben dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, de veiligheidsbeleving, het goed afhandelen van schade, het uitvoeren van de versterkingsoperatie en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop.

In de begroting 2022 heeft het kabinet aangegeven hieraan te werken langs verschillende sporen:

  1. Beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld.
  2. Goede afhandeling van de negatieve gevolgen van de gaswinning.
  3. Een Nationaal Programma om Groningen perspectief te bieden.
  4. Het aardbevingsbestendig maken van onveilige gebouwen.
  5. Het uitvoeren van de bestuurlijke afspraken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Met ingang van 2022 zijn de afhandeling van de schade en de uitvoering van de versterkingsoperatie ondergebracht op één begroting. De verantwoordelijkheid is belegd bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Deze heeft de volgende rollen en verantwoordelijkheden:

Uitvoeren

  1. Het jaarlijks vaststellen van het gaswinningsniveau en het inwinnen van advies hierover bij het SodM en TNO;
  2. Het aan de exploitant van het mijnbouwnetwerk doorbelasten van de kosten voor de schadeafhandeling als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg en het doorbelasten van de kosten van de versterkingsoperatie;
  3. Het vaststellen van veiligheidskaders voor gebouwen in het aardbevingsgebied en het inwinnen van advies hierover bij het ACVG;
  4. Het doen uitvoeren van de versterkingsoperatie door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) conform de planning en prioritering in het Meerjarenversterkingsplan (MJVP).

Financieren

  1. Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan het IMG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de afhandeling van mijnbouwschade;
  2. Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan de NCG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de versterkingsoperatie;
  3. Het financieren van de gemaakte afspraken met provincie en gemeenten in het kader van het verbeteren van het toekomstperspectief van de regio, met inbegrip van programma’s voor speciale doelgroepen zoals het mkb, agrariërs en erfgoedpartijen.

Regisseren

  1. Het in stand houden van een systeem van publiekrechtelijke schade-afhandeling door het IMG;
  2. Het creëren van de randvoorwaarden voor een zo snel mogelijke beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld, met behoud van leveringszekerheid;
  3. Het creëren van mogelijkheden voor gebruik van geïmporteerd hoogcalorisch gas in Nederland;
  4. Ervoor zorgen dat het Nationaal Programma Groningen (NPG) zo veel mogelijk een programma is van Groningers voor Groningers waarbij de regierol en de uitvoering in de regio zelf is belegd.

Stimuleren

  1. Het stimuleren van een rechtvaardige, ruimhartige en doelmatige afhandeling van alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg.

C. Beleidsconclusies

Daling gaswinning

Vanwege de gascrisis en de daardoor ontstane risico’s voor leveringszekerheid is de wet beëindiging gaswinning Groningen in 2022 niet ingediend bij de Tweede Kamer. Desondanks was het toch mogelijk om met ingang van 1 oktober 2022 de gaswinning in het Groningenveld terug te brengen tot waakvlamniveau. Daarmee is weer een belangrijke stap gezet naar sluiting van het veld. Het is de doelstelling van het kabinet om het veld in 2023 of uiterlijk 2024 te sluiten. Hierbij is de situatie op de internationale gasmarkt een onzekere factor. Het voorstel voor de wet beëindiging gaswinning Groningen zal in het eerste kwartaal van 2023 worden ingediend. Voor het definitief sluiten van het Groningenveld is dit wetsvoorstel niet noodzakelijk, maar wel om de situatie daarna juridisch structureel vast te leggen.

Evaluatie Tijdelijke wet Groningen (onderdeel schade)

In artikel 20 van de Tijdelijke wet Groningen is vastgelegd dat de wet binnen twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd dient te worden. In september 2022 is het rapport van de door Andersson Elffers Felix uitgevoerde evaluatie opgeleverd en aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 35 250, nr. 45). Het rapport bevat aanbevelingen die zien op eventuele aanpassingen van de Tijdelijke wet Groningen. Deze aanbevelingen worden bestudeerd en in samenhang bezien met andere brede maatschappelijke ontwikkelingen en wensen aangaande de schadeafhandeling in Groningen.

Tijdelijke wet Groningen (wet Versterken)

Het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (wet Versterken) is het afgelopen jaar aanhangig geweest bij de Eerste Kamer, in afwachting op de novelle uitvoerbaarheid. De novelle uitvoerbaarheid is op 13 december 2022 door de Tweede Kamer aangenomen en vervolgens bij de Eerste Kamer ingediend. Na behandeling van het wetsvoorstel en de novelle in de Eerste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zullen deze, indien goedgekeurd, in werking treden.

Schadevergoedingen Groningen

Het IMG handelt schade af die is ontstaan door de gaswinning in het Groningenveld en de gasopslag Norg. Bij de oprichting in juli 2020 had het IMG enkel een werkwijze voor de afhandeling van fysieke schade aan gebouwen. Sindsdien is aan vergoedingen voor fysieke schade tot eind 2022 meer dan € 1.040 mln uitgekeerd. Hiervan heeft ongeveer € 150 mln betrekking op de in november 2021 gestarte regeling waarbij een vaste vergoeding van € 5000 bij een eerste schademelding wordt uitgekeerd. In september 2020 startte de werkwijze voor waardedaling, waarvoor het IMG tot eind 2022 ongeveer € 490 mln heeft uitgekeerd. In november 2021 kwam daar de vergoeding voor immateriële schade bij, waarvoor tot eind 2022 circa € 52 mln aan vergoedingen is uitgekeerd.

Versterkingsoperatie

De NCG voert de versterkingsoperatie uit. De opgave is groot en de uitvoering is complex. NCG heeft in 2022 ruim 1.000 woningen bouwkundig versterkt. Daarnaast heeft de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) voor ongeveer 3.500 woningen vastgesteld dat deze aan de veiligheidsnorm voldoen. Daarmee heeft de NCG voor 4.500 woningen het versterkingstraject afgerond. Met de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren voldoen hiermee ruim 8.000 van de oorspronkelijk 27.000 woningen aan de veiligheidsnorm en is de resterende werkvoorraad inmiddels verkleind tot 19.000. NCG heeft hiermee haar doelstellingen uit het jaarplan 2022 gehaald.

Versterkingsoperatie ondergebracht bij EZK

Bij het aantreden van het kabinet is besloten om de schadeafhandeling en versterkingsoperatie onder te brengen bij één ministerie. Als gevolg van dat besluit is er in 2022 een aanzienlijk aantal instrumenten met bijbehorend budget overgeheveld van de BZK-begroting naar artikel 5 van de EZK-begroting.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 93.427 834.537 726.384 1.056.576 10.924.819 945.961 9.978.858
Uitgaven 80.908 825.004 717.746 1.036.547 11.139.678 947.011 10.192.667
Subsidies 5.536 121.826 33.597 138.100 716.536 0 716.536
Waardevermeerderingsregeling 150 314 33.517 138.020 116.016 0 116.016
Geestelijke bijstand 4.036 111 80 80 40 0 40
Bijdrage aan Nationaal Programma Groningen 108.385 0 0
Instrumentarium Woningmarkt 1.350 13.016 0 0
Woonbedrijf 3.523 0 3.523
Diverse subsidies versterken 71.254 0 71.254
Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken 521.277 0 521.277
Huurderscompensatie 112 0 112
Nieuwbouwregeling 4.314 0 4.314
Inkomensoverdrachten 0 0 0 0 0 0 0
Tegemoetkoming aan huurders
(Schade)vergoeding 7.710 136.572 497.231 606.189 367.875 698.750 ‒ 330.875
Vergoeding fysieke schade 7.710 136.572 317.544 309.843 269.101 506.250 ‒ 237.149
Vergoeding waardedaling 179.687 295.460 38.435 116.000 ‒ 77.565
Vergoeding immateriële schade 506 55.775 75.000 ‒ 19.225
Commissie Bijzondere Situaties 380 435 1.500 ‒ 1.065
Vastgelopen dossiers 206 0 206
Vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen 1.072 0 1.072
Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen 2.851 0 2.851
Opdrachten 18.540 468.679 2.418 1.805 9.654.904 2.380 9.652.524
Onderzoek en compensatie gemeenten en provincie 4.002 2.841 0 0
Werkbudgetten 14.538 18.783 2.418 1.805 5.187 2.380 2.807
Versterken 84.055 0 0
Interim Akkoord met Shell en Exxon 363.000 0 0
Versterkingsoperatie 312.398 0 312.398
Knelpunten (bestuurlijke afspraken) 1.867 0 1.867
Versterken industrie 50 0 50
Vergoeding Norg akkoord 9.335.402 0 9.335.402
Bijdrage aan agentschappen 49.122 97.927 180.968 283.206 254.799 239.631 15.168
Bijdrage RVO.nl 47.493 96.400 179.148 281.256 252.551 237.631 14.920
Bijdrage aan bestuur Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) 1.629 1.527 1.820 1.950 2.248 2.000 248
Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s 0 0 0 977 1.438 1.050 388
TNO publieke SDRA 977 1.438 1.050 388
Bijdrage aan medeoverheden 0 0 0 2.200 142.117 2.200 139.917
MKB-programma (bestuurlijke afspraken) 2.200 2.200 ‒ 2.200
Nationaal Programma Groningen 19.693 0 19.693
Compensatie gemeenten en provincie (bestuurlijke afspraken) 122.424 0 122.424
Bijdrage aan (internationale) organisaties 0 0 3.532 4.070 2.009 3.000 ‒ 991
Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) 3.532 2.485 2.009 3.000 ‒ 991
Commissie Bijzondere Situaties 1.585 0 0
Ontvangsten 34.185 862.756 336.578 191.193 3.025.192 1.034.281 1.990.911
Ontvangsten NAM fysieke schade 2.397 55.527 168.647 110.034 422.333 490.625 ‒ 68.292
Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade 21.568 79.360 93.450 46.333 278.425 226.356 52.069
Bijdrage aan Nationaal Programma Groningen 150.000 0 0
Aardgasbaten 577.867 0 0
Dividenduitkering EBN 35.910 2.789 0 0
Dividenduitkering GasTerra 3.600 3.600 3.600 4.000 ‒ 400
Ontvangsten Mijnbouwwet 34.812 25.816 1.614.617 55.000 1.559.617
Ontvangsten NAM waardedaling 159 948 471.174 190.750 280.424
Ontvangsten NAM immateriële schade 545 65.000 ‒ 64.455
Ontvangsten NCG 10.220 2 0 0
Ontvangsten NAM publieke SDRA 618 482 1.050 ‒ 568
Ontvangsten NAM versterken industrie 440 238 1.500 ‒ 1.262
Diverse ontvangsten 615 36.301 0 36.301
Ontvangsten NAM versterkingsoperatie 172.477 0 172.477
Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) 25.000 0 25.000
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de zesde tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.
2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 93.427 834.537 726.384 1.056.576 10.924.819 945.961 9.978.858
waarvan garantieverplichtingen
waarvan overige verplichtingen 93.427 834.537 726.384 1.056.576 10.924.819 945.961 9.978.858
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de zesde tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

E. Toelichting op de instrumenten

Algemeen

Verplichting en uitgaven

Subsidies

Waardevermeerderingsregeling

Bewoners kunnen bij Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN) een subsidie aanvragen tot maximaal € 4.000 voor het verduurzamen van de woning wanneer zij een schadevergoeding van het IMG hebben ontvangen van € 1.000 of meer.

Aanvankelijk was voor deze regeling in 2022 geen budget geraamd omdat de regeling op 1 april 2022 af zou lopen en het bedrag voor de uitvoering tot die datum al in 2021 was bevoorschot aan SNN. In februari 2022 heeft het kabinet echter besloten de regeling tot 1 juli 2022 te verlengen zodat het resterend beschikbare budget volledig benut zou kunnen worden. (Kamerstuk 33 529, nr. 986). Omdat in april 2022 bleek dat het resterende budget al voor 1 juli 2022 uitgeput zou zijn, besloot het kabinet de regeling nogmaals te verlengen tot 1 oktober 2022 en hiervoor € 75 mln beschikbaar te stellen (Kamerstuk 33 529, nr. 1003). Deze € 75 mln is direct aan SNN bevoorschot. In de Voorjaarsnota maakte het kabinet bekend de regeling ook na 1 oktober 2022 voort te willen zetten, maar wel in gewijzigde vorm (Kamerstuk 33 529, nr. 1028). Hiervoor is nog eens € 150 mln vrijgemaakt, bovenop de € 75 mln die reeds in april was aangekondigd. In het najaar van 2022 is vervolgens besloten de regeling nog langer ongewijzigd voort te zetten, namelijk tot 1 juni 2023 (Kamerstuk 33 529, nr. 1061 en Kamerstuk 33 529, nr. 1078). Hiervoor is opnieuw € 42 mln vrijgemaakt. Dit bedrag is direct bevoorschot aan SNN. Daarmee is in 2022 totaal ca. € 116 mln meer uitgegeven dan begroot.

Diverse subsidies versterken

Bij Voorjaarsnota 2022 zijn er middelen voor de versterkingsoperatie overgeheveld van de BZK-begroting naar de EZK-begroting. Vrijwel alle uitgaven op deze post betreffen uitgaven die bij NAM in rekening worden gebracht.

Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken

In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 is een aantal subsidieregelingen geïntroduceerd. Bij de Voorjaarsnota 2022 is er € 632,8 mln overgeheveld van de BZK-begroting naar de EZK-begroting voor de subsidieregelingen uit de bestuurlijke afspraken. Uiteindelijk is er € 521 mln gerealiseerd. Deze middelen zijn aangewend voor een subsidie die mensen ontvangen wanneer zij hun huis laten herbeoordelen en de woningverbeteringssubsidie. Daarnaast is € 40,5 mln overgeheveld aan woningcorporaties ten behoeve van woningverbetering. Er is verder € 1,1 mln aangewend voor knelpunten.

(Schade)vergoedingen

Vergoeding fysieke schade

Het instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) heeft in 2022 ca. € 237 mln minder uitgegeven aan vergoedingen voor fysieke schade dan begroot. Dit verschil hangt onder andere samen met de implementatie van de vaste vergoeding en een gewijzigd beoordelingskader waardoor de gemiddelde schadevergoedingen lager zijn uitgevallen. Tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 zijn ca. 54.300 schademeldingen afgehandeld waarvan er ca. 7.450 zijn afgewezen. De toegekende schademeldingen hebben een totale omvang van ca. € 269 mln. De schadevergoedingen worden via een wettelijke heffing op de NAM verhaald. Meer gedetailleerde informatie over de regeling voor fysieke schade is te vinden in het jaarverslag van het IMG.

Vergoeding waardedaling

Het IMG heeft in 2022 ca. € 77 mln minder uitgegeven aan vergoedingen voor de waardedalingsregeling dan begroot. Tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 zijn in totaal ca. 8.300 aanvragen afgehandeld, waarvan er ca. 1.800 zijn afgewezen. De toegekende schademeldingen hebben een totale omvang van ca. € 38 mln. Ten opzichte van de € 296 mln die in 2021 is uitgekeerd voor deze regeling betreft dit een forse daling. Reden hiervoor is dat bijna alle eigenaren inmiddels een vergoeding voor waardedaling hebben aangevraagd en ontvangen. De vergoedingen worden via een wettelijke heffing op de NAM verhaald. Meer gedetailleerde informatie over de waardedalingsregeling is te vinden in het jaarverslag van het IMG.

Vergoeding immateriële schade

Het IMG heeft in 2022 ca. € 19 mln minder uitgegeven aan vergoedingen voor immateriële schade dan begroot. De regeling voor immateriële schade is vanaf 15 november 2021 gefaseerd opengesteld. Tussen 1 januari 2022 en 31 december 2022 zijn in totaal ca. 51.500 meldingen afgehandeld waarvan er ca. 17.600 zijn afgewezen. De toegekende schademeldingen hebben een totale omvang van ca. € 55 mln. De schadevergoedingen worden via een wettelijke heffing op de NAM verhaald. Meer gedetailleerde informatie over de regeling voor fysieke schade is te vinden in het jaarverslag van het IMG.

Opdrachten

Versterkingsoperatie

Bij Voorjaarsnota 2022 zijn er middelen voor de versterkingsoperatie overgeheveld van de BZK-begroting naar de EZK-begroting. In 2022 is er € 312 mln aan uitgaven gerealiseerd in de categorie opdrachten. Dit betreft bijvoorbeeld uitgaven aan de aannemers die huizen versterken. Deze uitgaven worden bij NAM in rekening gebracht.

Vergoeding Norg akkoord

In het Norg akkoord (Kamerstuk 33 529, nr. 850) is afgesproken dat de Staat een vergoeding betaald voor de inzet van gasopslag Norg, waardoor de gaswinning in Groningen sneller naar nul kan. Inmiddels is de uitkomst van de arbitrage inzake deze vergoeding bekend (Kamerstuk 33 529 nr. 997). De te betalen vergoeding wordt aan het einde van het betreffende gasjaar bepaald aan de hand van de werkelijke marktprijzen. In 2022 zijn vergoedingen betaald over gasjaren 2020-2021 en 2021-2022. Samen hadden deze (inclusief btw) een omvang van € 9.335 mln.

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Met de bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt de uitvoering van de schadeafhandeling door het IMG bekostigd. In 2022 kwam deze bijdrage neer op ca. € 252 mln, wat ca. € 15 mln hoger is dan begroot. Omdat dit bedrag slechts een voorschot betreft, biedt dit geen inzicht in de daadwerkelijke uitvoeringskosten van het IMG. In 2022 heeft het IMG totaal ca. € 224,6 mln aan kosten gemaakt voor de uitvoering van de schadeafhandeling. De uitvoeringskosten van het IMG worden via een wettelijke heffing op de NAM verhaald. Meer gedetailleerde informatie over de uitvoeringskosten van het IMG is te vinden in het jaarverslag van het IMG.

Instituut Mijnbouwschade Groningen

In 2022 kwam de bijdrage aan het bestuur van het IMG neer op ca. € 2,2 mln wat ca. € 0,2 mln hoger is dan begroot. Omdat dit bedrag slechts een voorschot betreft, biedt dit geen inzicht in de daadwerkelijke uitvoeringskosten van het IMG bestuur. In 2022 heeft het IMG bestuur totaal ca. € 1,9 mln aan uitvoeringskosten gemaakt. Meer gedetailleerde informatie over de uitvoeringskosten van het IMG bestuur is te vinden in het jaarverslag van het IMG.

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen

Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. In 2022 is er € 19,7 mln uitgekeerd voor de uitvoering van door het NPG goedgekeurde projecten.

Compensatie gemeenten en provincie (bestuurlijke afspraken)

De versterkingsoperatie in Groningen vraagt personeelscapaciteit van de provincie Groningen en de aardbevingsgemeenten. Voor deze extra kosten worden zij gecompenseerd. Hiervoor is in 2022 € 20,3 mln overgeheveld naar de desbetreffende gemeenten. Daarnaast heeft EZK € 102,1 mln uitgekeerd aan drie gemeenten voor de uitvoering van de zogenoemde batch 1588.

Ontvangsten

Ontvangsten NAM fysieke schade

Sinds 1 juli 2020 worden de kosten van de schadeafhandeling in Groningen op basis van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM doorbelast. Alle kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2021 zijn inmiddels doorbelast en betaald door NAM. Daarmee is over 2022 voor fysieke schadevergoedingen totaal een bedrag van ca. € 422 mln ontvangen. Dit betreffen de kosten over Q4 2020 en geheel 2021. Omdat de schaderaming in de 1e suppletoire EZK-begroting van 2022 is bijgewerkt, biedt het verschil ten opzichte van de ontwerpbegroting 2022 (ca. € 68 mln minder ontvangen) geen accuraat inzicht. De kosten voor de schadeafhandeling over 2022 zullen medio 2023 bij NAM in rekening worden gebracht.

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten

Sinds 1 juli 2020 worden de kosten van de schadeafhandeling in Groningen op basis van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM doorbelast. Alle kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2021 zijn inmiddels doorbelast en betaald door NAM. Daarmee is over 2022 voor de uitvoeringskosten van het IMG totaal een bedrag van ca. € 278 mln ontvangen. Dit betreffen de kosten over Q4 2020 en geheel 2021. Omdat de schaderaming in de 1e suppletoire EZK-begroting van 2022 is bijgewerkt, biedt het verschil ten opzichte van de ontwerpbegroting 2022 (ca. € 58 mln meer ontvangen) geen accuraat inzicht. De kosten voor de schadeafhandeling over 2022 zullen medio 2023 bij NAM in rekening worden gebracht.

Ontvangsten NAM waardedaling

Sinds 1 juli 2020 worden de kosten van de schadeafhandeling in Groningen op basis van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM doorbelast. Alle kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2021 zijn inmiddels doorbelast en betaald door NAM. Daarmee is over 2022 voor de uitkeringen voor waardedaling totaal een bedrag van ca. € 471 mln ontvangen. Omdat de schaderaming in de 1e suppletoire EZK-begroting van 2022 is bijgewerkt, biedt het verschil ten opzichte van de ontwerpbegroting 2022 (ca. € 280 mln) geen accuraat inzicht. De kosten voor de schadeafhandeling over 2022 zullen medio 2023 bij NAM in rekening worden gebracht.

Ontvangsten NAM immateriële schade

Sinds 1 juli 2020 worden de kosten van de schadeafhandeling in Groningen op basis van artikel 15 van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM doorbelast. Alle kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2021 zijn inmiddels doorbelast en betaald door NAM. Daarmee is over 2022 voor de uitkeringen voor immateriële schade totaal een bedrag van ca. € 0,5 mln ontvangen. Omdat de schaderaming in de 1e suppletoire EZK-begroting van 2022 is bijgewerkt, biedt het verschil ten opzichte van de ontwerpbegroting 2022 (ca. € 64 mln) geen accuraat inzicht. De kosten voor de schadeafhandeling over 2022 zullen medio 2023 bij NAM in rekening worden gebracht.

Ontvangsten Mijnbouwwet

De ontvangsten vanuit de Mijnbouwet waren in 2022 € 1.559,6 mln hoger dan geraamd als gevolg van de gestegen gasprijs.

Diverse ontvangsten

In 2022 is circa € 36 mln meer aan diverse ontvangsten binnengekomen dan geraamd. Dit wordt grotendeels verklaard door een terugontvangst op een bevoorschotting aan RVO op de uitvoeringskosten van het IMG over 2021. Daarnaast bevat deze post ontvangsten die eerder buiten begrotingsverband waren geboekt. Het gaat om een bedrag van € 12,3 mln voor subsidies op projecten die door de NCG worden uitgevoerd.

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

De kosten voor de versterkingsoperatie worden met een factuur bij NAM in rekening gebracht. In 2022 is er € 172 mln binnengekomen op de EZK-begroting. Dit betreffen facturen die slechts voor een deel door NAM zijn betaald.

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

NAM draagt jaarlijks € 25 mln bij aan het NPG. Meerjarig gaat het om een totaalbedrag van € 500 mln. Deze bijdrage loopt mee in de uitkering van EZK aan het NPG.

1. Gewonnen volume aardgas kleine velden (in Nm3)1 26 mld Nm3 24 mld Nm3 22 mld Nm3 20 mld Nm3 18 mld Nm3 16 mld Nm3 15 mld Nm3 13 mld Nm3 13 mld Nm3 11 mld Nm3
2. Aantal boringen exploratie onshore en offshore1 9 21 16 4 6 5 4 3 2 4
3. Aantal boringen productie onshore en offshore1 18 32 17 16 8 7 7 9 7 3
4. Gewonnen volume aardgas Groningenveld (in Nm3)1 54 mld Nm3 42 mld Nm3 28 mld Nm3 28 mld Nm3 24 mld Nm3 19 mld Nm3 15 mld Nm3 8 mld Nm3 6 mld Nm3 5 mld Nm3
5. Gewonnen volume aardgas totaal (in Nm3)1 80 mld Nm3 66 mld Nm3 50 mld Nm3 48 mld Nm3 42 mld Nm3 35 mld Nm3 30 mld Nm3 21 mld Nm3 19 mld Nm3 16 mld Nm3
6. Beursprijs van TTF-gas (eurocent/ m3)2 26,0 21,3 19,8 13,6 16,6 21,5 14,9 9,1 37,8 127,6
  1. Bron: Voorlopige cijfers van TNO.
  2. Bron: Gasterra

5. Niet-beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van EZK geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (directoraten-generaal en stafdirecties) en de diensten van EZK (ACM36, CPB en SodM). De uitgaven externe inhuur, de uitgaven aan ICT en bijdragen aan shared service organisaties (SSO's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Tevens bevat dit artikel onder SSO DICTU de realisatiegegevens voor de bijdrage aan agentschappen voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie EZK.

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 297.577 298.069 294.990 304.961 466.055 302.285 163.770
Uitgaven 297.577 298.069 294.990 304.961 466.055 302.285 163.770
Personele uitgaven
eigen personeel 165.163 179.851 190.717 199.337 325.740 192.163 133.577
inhuur externen 20.279 19.506 15.989 14.641 16.985 10.048 6.937
overige personele uitgaven 18.317 15.600 13.030 12.345 7.692 8.164 ‒ 472
Materiële uitgaven
ICT2 3.200 8.284 13.812 2.807 1.965 18.829 ‒ 16.864
bijdrage aan SSO's 13.914 14.794 13.742 14.066 13.382 13.382 0
DICTU 55.491 32.148 25.527 21.147 20.225 20.200 25
overige materiële uitgaven 21.213 27.886 22.173 40.618 80.066 39.499 40.567
Ontvangsten 28.284 26.426 26.126 59.857 104.550 25.294 79.256
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. Het totaal van de ICT-uitgaven van het kerndepartement en de buitendiensten bestaat uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan SSO DICTU.

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Personeel

Eigen personeel

Bij de eerste suppletoire begroting is extra personeelsbudget toegekend voor het eigen personeel van het Ministerie van EZK. Hieronder valt onder andere extra budget naar aanleiding van het coalitieakkoord (€ 8,4 mln).

Daarnaast heeft er tijdens de tweede suppletoire begroting een herverkaveling van het ramingsbudget NCG en het Groningen dossier voor personeelskosten plaatsgevonden, betreft respectievelijk € 102,4 en € 2,4 mln. Verder is er een reeks aan uitvoeringsmiddelen van het klimaatfonds overgekomen (€ 8,8 mln). Ook is er bij de 2e suppletoire begroting nog extra personeelsbudget toegevoegd naar aanleiding van het coalitieakkoord (€ 4,2 mln). Tenslotte is er een loonbijstelling uitgekeerd (€ 3,8 mln).

Inhuur externen

De uitgaven voor externe inhuur zijn in 2022 hoger dan geraamd. Dit komt voornamelijk door de hoge inflatie en er is meer ingehuurd doordat vacatures niet direct konden worden ingevuld vanwege deze krapte op de arbeidsmarkt

Materieel

ICT

De uitgaven voor ICT vallen lager uit dan geraamd. Dit komt met name door minder ICT projecten.

Overige materiële uitgaven

De overige materiële uitgaven zijn hoger dan geraamd. Dit komt onder andere door de herverkaveling van de materiele kosten van NCG (€ 28 mln), uitvoering van een klimaatcampagne door de Directie Communicatie (€ 4,3 mln) en toevoeging van prijsbijstelling (€ 3,8 mln).

Toelichting op de ontvangsten

De realisatie op de ontvangsten van het apparaat van EZK is € 79 mln hoger dan geraamd. Dit komt met name door de herverkaveling van het ramingsbudget van NCG. Tijdens de 2e suppletoire begroting is er ontvangstbudget toegevoegd aan artikel 40, hiervan is er € 55 mln van gerealiseerd in 2022. Verder heeft er een afroming het eigen vermogen van DICTU (€ 17,1 mln) plaatsgevonden.

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Totaal apparaatsuitgaven Ministerie 297.577 298.069 294.989 304.961 466.054 302.285 163.769
Kerndepartement (beleid en staf) 202.092 192.549 191.904 199.293 348.668 193.948 154.720
Apparaatsuitgaven diensten:
Centraal Planbureau (CPB) 16.467 17.271 17.305 18.265 17.846 16.898 948
Autoriteit Consument en Markt (ACM) 65.405 73.092 69.486 68.562 79.882 72.046 7.836
Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) 13.613 15.157 16.294 18.841 19.658 19.393 265
Totaal apparaatskosten agentschappen 881.774 1.019.206 1.142.480 1.307.753 1.392.980 1.200.010 192.970
Agentschap Telecom (AT) 43.843 48.703 54.297 57.997 64.488 59.931 4.557
Dienst ICT Uitvoering (DICTU) 256.227 271.254 285.625 300.845 318.007 296.507 21.500
Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) 7.561 8.480 9.164 9.461 10.901 12.235 ‒ 1.334
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) 574.143 690.769 793.394 939.450 999.584 831.337 168.247
Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's 895.645 952.167 938.441 956.785 1.028.330 996.294 32.036
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 185.442 191.355 195.570 200.0112 200.0113 204.289 ‒ 4.278
Stichting COVA 1.375 1.410 1.435 1.503 1.5033 1.732 ‒ 229
Raad voor de Accreditatie 14.415 14.374 13.528 13.943 13.531 12.744 787
Bestuur Autoriteit Consument en Markt (ACM) 737 614 632 670 712 802 ‒ 90
TNO 478.326 513.504 516.453 516.453 559.522 520.699 38.823
Kamer van Koophandel (KvK) 215.350 230.910 210.823 224.205 253.051 256.028 ‒ 2.977
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. Het bedrag van 2021 is aangepast. Exclusief voorzieningen, afschrijvingen en rente.
  3. De realisatie is opgenomen uit 2021, omdat de realisatie 2022 nog niet bekend is.

Artikel 41 Nog onverdeeld

Dit niet-beleidsartikel bevat de posten prijsbijstelling, loonbijstelling en onvoorzien.

2018 2019 2020 2021 2022 2022 2022
Verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0
Loonbijstelling 0 0 0 0 0 0 0
programma
apparaat
Prijsbijstelling 0 0 0 0 0 0 0
programma
apparaat
Onvoorzien 0 0 0 0 0 0 0
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.

Op dit artikel is geen sprake van realisatie. Bij de 1e suppletoire begroting 2022 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2022 uitgekeerd. Deze bijstellingen zijn bij 2e suppletoire begrotingswet 2022 toebedeeld naar de relevante onderdelen.

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Inleiding

In de bedrijfsvoeringparagraaf (BVP) wordt verslag gedaan van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering. De informatie opgenomen in de BVP is tot stand gekomen vanuit het departementale management control systeem en informatie uit audits van de Auditdienst Rijk (ADR). Deze paragraaf omvat drie elementen:

  1. uitzonderingsrapportage voor vier onderdelen: (a) rechtmatigheid, (b) totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie, (c) begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering en (d) overige aspecten van de bedrijfsvoering;
  2. rijksbrede bedrijfsvoeringonderwerpen en
  3. belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

1. Uitzonderingsrapportage voor vier onderdelen

a. Rechtmatigheid

Vanuit de bij het Ministerie van EZK bekende informatie zijn er fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid van de verantwoordingsinformatie die gerapporteerd moeten worden.

Inkopen

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is categoriemanager van een aantal rijksbrede raamovereenkomsten, waarvan er drie (Interim Management & Organisatieadvies, Auditdiensten en Financiële Adviesdiensten) in dit verslagjaar nog steeds waren verlengd middels een overbruggingsovereenkomst. IenW heeft dit toegelicht in de Bedrijfsvoerings-paragraaf van haar jaarverslag. Als gevolg daarvan worden de verplichtingen die op nadere overeenkomsten onder deze overbruggingsovereenkomsten worden aangegaan als onrechtmatig bestempeld. De raamovereenkomsten «Inkoopadvies» en (deels) «Auditdiensten» zijn in 2022 gereedgekomen en hebben tot rechtmatige contracten geleid. De heraanbestedingen voor de overige twee raamovereenkomsten zijn vertraagd, als gevolg van juridische bezwaren en rechtszaken door inschrijvers. IenW verwacht dat daarvoor medio 2023 de nieuwe contracten beschikbaar komen. Omdat met name bij de agentschappen van EZK inkopen zijn gedaan onder die nadere overeen-komsten is daar sprake van een overschrijding van de rapporteringstolerantie.

Uit onderstaand overzicht van overschrijdingen blijkt een bedrag aan fouten gerelateerd aan inkopen bij baten-/lastenagentschappen (zie toelichting hierboven) van in totaal € 101.079.138 (kolom 6).

Samenvattende staat baten-lastenagentschappen € 1.421.653.000 € 28.433.060 € 101.079.138 € 0 € 101.079.138 € 0 7,11% nvt

b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Een klein deel van de niet-financiële indicatoren (NFI’s) is niet of nog niet beschikbaar. Voor artikel 2 'Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei' geldt dat de niet opgenomen NFI’s nog niet beschikbaar zijn doordat deze zijn opgebouwd uit (internationale) bronnen die ten tijde van het opstellen van het jaarverslag nog niet beschikbaar zijn. Jaarlijks is sprake van deze timelag. Voor artikel 4 ‘Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering’ geldt dat de bron Monitor Klimaatbeleid 2022 is aangepast, waardoor een enkel kengetal op een andere manier gepresenteerd wordt. Deze gewijzigde presentatie zal in de begroting 2024 verwerkt worden. Voor alle kengetallen die gebaseerd zijn op de Monitor Klimaatbeleid 2023 geldt dat de realisatie over 2022 pas in november 2023 bekend zal zijn.

c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Opvolging aanbevelingen Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer (AR) heeft met haar verantwoordingsonderzoek EZK 2021 van 18 mei 2022 geconcludeerd dat het jaarverslag EZK 2021 aan de gestelde eisen voldoet, met uitzondering van twee onvolkomenheden. Dit betreft (1) het autorisatiebeheer (toegang tot financiële systemen van dienstonderdelen van EZK en (2) het IT-beheer van de applicatie UPNL die RVO gebuikt voor de beoordeling van subsidies. Hierop zijn in 2021 en 2022 verbeteracties uitgezet door (1) het in overleg met dienstonderdelen implementeren van procedures om het risico van ongewenste toegangs-rechten en functievermenging in het financiële systeem beter te beheersen en (2) door het in overleg tussen RVO en de Auditdienst Rijk (ADR) doorvoeren van verbeteringen in UPNL. RVO heeft daarbij de effectieve werking van het IT-beheer voor UPNL aangetoond.

RVO heeft, in het kader van de rechtmatigheid van de TVL-geldstromen, een verbeterplan opgesteld met acties omtrent het aantonen van de ingerichte Interne Beheersing op de TVL en de samenwerking met de ADR. De Interne Auditdienst van RVO heeft de effectieve werking van de Interne Beheersing TVL 2022 vastgesteld. RVO heeft de ADR gedurende het jaar actief meegenomen in ingezette verbeteracties en de lessons learned uit 2021 en 2022. Deze lessons learned worden nu toegepast voor de ingerichte Energieregelingen en de verdere professionalisering van de vastlegging rondom de interne beheersing binnen RVO.

Beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies

Het Ministerie van EZK beschikt over een toereikend beleid om de risico’s van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van subsidies door begunstigden zo veel mogelijk te beperken. Bestaande maatregelen om misbruik en oneigelijk gebruik van subsidies door begunstigden te bestrijden zijn onder andere: de tijdige opstelling van risicoanalyses M&O met beheersmaatregelen, het opvragen van gegevens zoals die bekend zijn bij andere departementen, het in voorkomende gevallen opvragen van accountantsproducten bij subsidieverantwoordingen, het via de fraudesectie van RVO melden van vermoedens van fraude bij het OM en het goed informeren van de Tweede Kamer.

EZK, Financiën en SZW hebben de Tweede Kamer in 2022 tussentijds over de uitvoering van de tijdelijke steunmaatregelen COVID-19 geïnformeerd (zie Kamerstuk 35420 Nr. 513 van 21 oktober 2022 en beantwoording Kamervragen met brief van 27 februari 2023). De focus lag in 2022 vooral op een goede afwikkeling van subsidies verleend in 2020, 2021 en 2022. Een volgende integrale voortgangsrapportage wordt in de eerste helft van 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast geeft RVO via haar website informatie aan ondernemers over de stand van zaken in de uitvoering van de tijdelijke steunmaatregelen.

Beheersing risico's van fraude, corruptie en belangenverstrengeling

Onder interne fraude wordt verstaan een opzettelijke handeling door een of meer medewerkers waarbij, al dan niet in combinatie met derden, gebruik gemaakt wordt van misleiding ten einde een onrechtmatig of onwettig voor-deel te verkrijgen. Onder corruptie wordt verstaan opzettelijke handelingen die verband houden met het doen van een gift of een belofte, of die via afpersing of toepassing van geweld, een ander beogen te verleiden iets te doen of na te laten.

In 2022 zijn geen materiële interne fraudes en/of corrupties aan het licht getreden die in de bedrijfsvoeringsparagraaf moeten worden vermeld. EZK geeft veel aandacht aan het voorkomen en opsporen van interne fraude en/of corruptie. Zo beschikt EZK over een vastgesteld integriteitsbeleid, een Beveiligingsautoriteit, zoals bedoeld in artikel 3 van het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021 en een BVA-team. Het BVA-team geeft advies, houdt toezicht op de integrale beveiliging en laat analyses en audits uitvoeren. Dienstonderdelen geven in het jaarplan en tussentijdse voortgangsrapportages aan welke grote risico’s het dienstonderdeel in de realisatie van de doelen voorziet en hoe deze risico’s worden beheerst. Daarnaast worden in de Bestuursraad wekelijks de actuele strategische risico's besproken. Risicomanagement is hiermee verankerd in de departementale P&C-cyclus.

Met periodieke managementverificaties, het toepassen van controle technische functiescheiding en verbijzonderde interne controle bij financiële transacties wordt het risico van interne fraude en daarmee onbetrouwbare informatievoorziening vanuit de administraties van EZK voldoende beheerst.

Daarnaast beschikt EZK over een vastgesteld beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door derden. EZK heeft dit beleid eind 2022 herzien in verband met wijzigingen die de minister van J&V per 1 oktober 2022 heeft doorgevoerd in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Met de wijzigingen kunnen overheden geconstateerd misbruik bij andere overheden opvragen, als er aanwijzingen zijn dat de subsidie wordt gebruikt voor criminele activiteiten. Eventuele signalen van mogelijke fraude worden altijd opgevolgd voor nader onderzoek door de fraudesectie van RVO. Middels een jaarlijkse managementverklaring bevestigen hoofden van dienst dat geconstateerde interne fraudes en/of corruptie zijn gemeld bij de directeur FEZ, de SG en de ADR.

Onderdeel van het integriteitsbeleid is voorts het moeten voldoen aan de normen en regels ter voorkoming van eventuele belangenverstrengeling dat kan leiden tot of als doel kan hebben misbruik of oneigenlijk gebruik van (koersgevoelige) informatie door medewerkers en daarmee reputatieschade voor EZK en/of persoonlijke verrijking. Burgers en bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat medewerkers van EZK niet bevooroordeeld of partijdig zijn.

EZK voert in samenwerking met de ADR een additioneel onderzoek uit naar het beheer van risico’s op het gebied van fraude, corruptie en belangen-verstrengeling en verankering daarvan in de departementale P&C-cyclus.

d. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

Het Ministerie van EZK heeft, conform de richtlijnen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, medio februari 2023 een «Beeld integrale beveiliging en privacy 2022» afgegeven waarin de status van de informatiebeveiliging in 2022 is omschreven.

Dit betekent dat EZK voldoet aan de noodzakelijke wet- en regelgeving (VIR, AVG en BIO), een kwaliteitscyclus heeft ingericht voor continue monitoring van de status van integrale beveiliging en privacy en een organisatie heeft ingericht die dit beheert.

2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Grote ICT-projecten

Voorgenomen ICT-projecten van dienstonderdelen (vanaf € 1 mln.) worden voor instemming aan het CIO office van EZK voorgelegd. De Bestuursraad van EZK wordt hierover geïnformeerd. Bij projecten vanaf € 5 mln. wordt de Bestuursraad om instemming gevraagd. Het CIO office consulteert waar nodig de CIO-raad van EZK (en LNV), de CIO-Rijk en/of het adviescollege ICT-toetsing. Daarnaast maakt de CIO-office conform kabinetsafspraken alle lopende grote ICT-projecten (vanaf € 5 mln.) op het Rijks ICT-dashboard openbaar:

  1. Bouwkundig Kansrijk Groningen (NCG);
  2. Kern Gezond (KvK);
  3. MIVSP (Maritiem informatievoorzieningsplatform van DG K&E);
  4. Project CRM (Customer Relationship Management bij KvK).

Audit Committee

In 2022 heeft een zelfevaluatie - zoals voorgeschreven in § 6 van de Regeling Audit Committees van het Rijk - plaatsgevonden. Hierin is geconcludeerd dat het AC goed functioneert met daarin een opgaande lijn in de afgelopen jaren. In 2022 heeft het Audit Committee (AC) viermaal vergaderd. Hierbij is onder meer gesproken over de zelfevaluatie, de halfjaarlijkse toezichtrapportages van FEZ, de voorlopige bevindingen van de ADR, het Herstel- en Veerkrachtplan en de taskforce Verbetering Financieel Beheer. Daarnaast hebben enkele leden van het AC in oktober 2022 een werkbezoek gebracht aan RVO.

Inhuur externen

Het kabinet heeft de norm voor externe inhuur gesteld op maximaal 10% van de personele uitgaven. Het inhuurpercentage 2022 komt uit op 32,1% (2021: 28,9%). De overschrijding wordt veroorzaakt door inhuur DICTU, RVO, en de NCG. Het inhuurpercentage voor EZK over 2022 zonder genoemde diensten komt uit op 10,1% (2021: 8,3%). Het halen van de Roemer-norm is voor DICTU, RVO en de NCG niet realistisch, gezien hun kerntaken, benodigde specifieke expertises, de looptijd van opdrachten met veel tijdelijke (crisis-)regelingen bij RVO en de NCG, pieken in werkzaamheden en de beperkingen van de arbeidsmarkt met veel openstaande vacatures. Met maatregelen zoals het jaarlijks opstellen van een strategisch personeelsplan wordt externe inhuur door genoemde diensten voldoende beheerst (zie ook bijlage 4: Inhuur externen).

3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Nieuw organisatiebesluit EZK

Met het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is onder andere afgesproken om vanaf 2022 de taken van de Nationale Coördinator Groningen (NCG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over te dragen aan EZK. Mede om die reden is per 1 juli 2022 het nieuwe Organisatiebesluit Kerndepartement EZK 2022 vastgesteld. Dit besluit voorziet onder andere in een herstructurering van het directoraat-generaal Klimaat en Energie, een herverdeling van taken bij een aantal directies die vallen onder het directoraat-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de oprichting van het directoraat-generaal voor Economie en Digitalisering en het programma directoraat-generaal Groningen en Ondergrond.

Klimaatfonds

In december 2022 is het wetsvoorstel tot oprichting van het Klimaatfonds als een begrotingsfonds, zoals bedoeld in artikel 2.11 van de CW, ingediend bij de Staten-Generaal. Goedkeuring wordt in 2023 verwacht, zodat met ingang van 2024 verplichtingen en uitgaven ten laste van het begrotingsfonds kunnen worden gedaan. Het wetsvoorstel regelt onder meer de doelstelling van het fonds en de aard van de uitgaven ten laste van het fonds. Dit voorstel wijst de Minister voor Klimaat en Energie als fondsbeheerder aan.

C. Jaarrekening

7. Departementale verantwoordingsstaat

Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
Totaal 19.063.042 9.836.617 5.559.237 45.886.256 25.908.427 11.180.983 26.823.214 16.071.810 5.621.746
Beleidsartikelen 18.760.757 9.534.332 5.533.943 45.420.201 25.442.372 11.076.433 26.659.444 15.908.040 5.542.490
1 Goed functionerende economie en markten 267.372 249.968 31.934 362.214 291.380 120.881 94.842 41.412 88.947
2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei 4.960.189 3.735.006 672.151 5.290.393 4.995.025 1.004.319 330.204 1.260.019 332.168
3 Toekomstfonds 169.513 245.374 75.300 330.250 136.227 106.437 160.737 ‒ 109.147 31.137
4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering 12.417.722 4.356.973 3.720.277 28.512.525 8.880.062 6.819.604 16.094.803 4.523.089 3.099.327
5 Een veilig Groningen met perspectief 945.961 947.011 1.034.281 10.924.819 11.139.678 3.025.192 9.978.858 10.192.667 1.990.911
Niet-beleidsartikelen 302.285 302.285 25.294 466.055 466.055 104.550 163.770 163.770 79.256
40 Apparaat 302.285 302.285 25.294 466.055 466.055 104.550 163.770 163.770 79.256
41 Nog onverdeeld 0 0 0 0 0 0 0 0 0
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.
  2. NB de stand zoals gepresenteerd onder de stand vastgestelde begroting wijkt af van de stand vastgestelde begroting bij de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting, de tweede tot en met de tiende incidentele suppletoire begrotingen en de slotwet. De reden hiervoor is dat in het jaarverslag de ISB's die zijn ingediend tussen de vaststelling van de ontwerpbegroting en de vaststelling van de eerste suppletoire begroting zijn opgeteld bij realisatie.

8. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Agentschap Telecom
Totale baten 63.706 65.871 2.165 60.703
Totale lasten 63.706 67.907 4.201 60.971
Saldo van baten en lasten 0 ‒ 2.036 ‒ 2.036 ‒ 268
Totale kapitaaluitgaven 9.851 9.220 ‒ 631 5.269
Totale kapitaalontvangsten 5.750 7.692 1.942 5.703
Dienst ICT Uitvoering
Totale baten 320.162 352.890 32.728 346.914
Totale lasten 320.162 334.413 14.251 326.014
Saldo van baten en lasten 0 18.477 18.477 20.900
Totale kapitaaluitgaven 53.150 54.264 1.114 44.325
Totale kapitaalontvangsten 30.000 18.723 ‒ 11.277 11.827
Nederlandse Emissieautoriteit
Totale baten 13.299 11.941 ‒ 1.358 10.661
Totale lasten 13.299 11.228 ‒ 2.071 9.863
Saldo van baten en lasten 0 713 713 798
Totale kapitaaluitgaven 1.460 3.431 1.971 2.991
Totale kapitaalontvangsten 900 367 ‒ 533 2.870
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Totale baten 841.437 990.951 149.514 973.566
Totale lasten 841.437 1.017.887 176.450 950.790
Saldo van baten en lasten 0 ‒ 26.936 ‒ 26.936 22.776
Totale kapitaaluitgaven 48.560 43.431 ‒ 5.129 66.054
Totale kapitaalontvangsten 25.900 39.272 13.372 25.669

9. Jaarverantwoording baten-lastenagentschappen per 31 december 2022

Agentschap Telecom (AT)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap AT per 31 december 2022

Nederland is door digitalisering ingrijpend veranderd in de manier waarop wij communiceren en toegang hebben tot diensten en informatie. De digitalisering is in toenemende mate verweven geraakt met bijna alle aspecten van ons dagelijks leven en biedt grote kansen voor de maatschappij en economie. We zien een diepgaande maatschappelijke afhankelijkheid van digitalisering en tegelijkertijd een toename van dreigingen en potentiële verstoringen. De samenleving moet er op kunnen vertrouwen dat maatschappelijke vraagstukken rond de digitale infrastructuur tijdig worden gedetecteerd, risico’s worden gesignaleerd en belangen worden beschermd. Aan de digitalisering ligt een infrastructuur ten grondslag, die in toenemende mate digitaal is. Deze digitale infrastructuur is ons werkveld en wij zorgen ervoor dat de digitale infrastructuur beschikbaar, betrouwbaar en veilig te gebruiken is.

Deze jaarverantwoording geeft u het inzicht in de financiële staat van het agentschap.

Baten
- Omzet 63.706 65.763 2.057 60.039
waarvan omzet moederdepartement 34.299 35.296 997 33.295
waarvan omzet overige departementen 4.579 5.095 516 4.825
waarvan omzet derden 24.828 25.372 544 21.919
Rentebaten 0 0 0 9
Vrijval voorzieningen 0 0 0 0
Bijzondere baten 0 108 108 655
Totaal baten 63.706 65.871 2.165 60.703
Lasten
Apparaatskosten 59.931 64.488 4.557 57.997
- Personele kosten 38.022 42.379 4.357 39.008
waarvan eigen personeel 28.973 32.236 3.263 29.156
waarvan inhuur externen 6.567 8.265 1.698 8.352
waarvan overige personele kosten 2.483 1.878 ‒ 605 1.500
- Materiële kosten 21.909 22.109 200 18.989
waarvan apparaat ICT 0 79 79 93
waarvan bijdrage aan SSO's 13.273 17.732 4.459 14.820
waarvan overige materiële kosten 8.636 4.298 ‒ 4.338 4.076
Rentelasten 100 29 ‒ 71 34
Afschrijvingskosten 3.600 3.218 ‒ 382 2.898
- Materieel 2.000 1.976 ‒ 24 1.812
waarvan apparaat ICT 0 719 719 645
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 2.000 1.257 ‒ 743 1.166
- Immaterieel 1.600 1.242 ‒ 358 1.087
Overige lasten 75 172 97 42
waarvan dotaties voorzieningen 75 152 77 26
waarvan bijzondere lasten 0 20 20 16
Totaal lasten 63.706 67.907 4.201 60.971
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 ‒ 2.036 ‒ 2.036 ‒ 268
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 ‒ 2.036 ‒ 2.036 ‒ 268
Mutatie POK/WaU gelden 0 1.450 1.450 0
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming 0 ‒ 586 ‒ 586 ‒ 268
  1. Per 1 januari 2023: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).
  2. Stand inclusief amendementen, moties en NvW.

Toelichting op het saldo van baten en lasten

Het boekjaar 2022 is afgesloten met een verlies na resultaatsbestemming van € 0,6 mln. Dit bedrag komt voor € 0,1 mln voor rekening van Caribisch Nederland en maakt onderdeel uit van de afbouw van de balanspost ‘Te verrekenen met CN’ (onderdeel van de Overige vorderingen en overlopende passiva). Deze post op de balans van het agentschap geeft het bedrag weer dat met de tarieven voor CN moet worden verrekend.

Het resultaat Agentschap Telecom bedraagt, na verrekening Caribisch Nederland, € -0,5 mln.

Toelichting op de baten

Structurele bijdragen moederdepartement
Beleidsopdrachten 8.285 8.520 235 7.311
Toezichttaken 18.429 16.916 ‒ 1.513 17.800
Subtotaal structurele bijdragen 26.714 25.436 ‒ 1.278 25.111
Incidentele bijdragen 0 0 0 0
Projecten 7.586 9.860 2.274 8.184
Subtotaal projecten 7.586 9.860 2.274 8.184
Totaal omzet moederdepartement 34.299 35.296 997 33.295

In 2022 heeft het agentschap ten opzichte van de vastgestelde begroting een hoger aantal projecten (uitgedrukt in omzet) voor beleidsdirecties uitgevoerd, zoals het project 3,5 GHZ. Overige voorbeelden van projecten zijn 2,6 GHz verdeelbeleid en Licensed Shared Access.

Ministerie van Defensie 1.411 1.432 21 1.411
Ministerie van I&W 1.079 1.098 19 1.045
Ministerie van J&V 604 614 10 645
Ministerie van OC&W 156 64 ‒ 92 63
Ministerie VWS 27 48 21 59
Ministerie van BZK 1.303 1.839 536 1.603
Totaal omzet overige departementen 4.579 5.095 516 4.826
  1. Stand inclusief amendementen, moties en NvW
Vergunninghouders en overige 22.965 23.682 717 21.042
- landelijke exclusieve vergunningen (exclusief omroep) 3.085 3.239 154 2.946
- vergunningen met algemene planning met regionaal bereik 2.483 2.684 201 2.283
- vergunningen met individuele planning met regionaal bereik 3.153 3.486 333 3.177
- Vergunning regionale planning tijdelijk gebruik 878 411 ‒ 467 390
- omroep 5.706 5.416 ‒ 290 5.291
- vergunningen straalverbindingen 2.271 2.847 576 1.549
- registratie RZAM en Maritiem 3.111 3.142 31 3.054
- certificaten 386 480 94 434
- eindapparaten 1.892 1.977 85 1.918
Satellietoperators 588 649 61 520
CN 1.200 1.027 ‒ 173 349
Hercontrole meetinstrumenten 50 14 ‒ 36 8
Innovatieprojecten (RUG leerstoel en Usecase 5G) 25 0 ‒ 25 0
Totaal omzet derden 24.828 25.372 544 21.919

De hogere omzet op de vergunningen straalverbindingen wordt veroorzaakt door een her controle op de gefactureerde afzet boekjaar 2021. Die correctie is onderdeel van de omzet 2022.

Er is een onderzoek gestart voor een nadere analyse op omzet Vergunningen met regionale planning tijdelijk gebruik, waarvan de uitkomsten worden verwerkt in de Regeling Vergoedingen 2024.

De omzet CN is lager in realisatie door de genomen maatregelen om de balanspost ‘Te verrekenen met CN’ te verminderen.

Bijzondere baten

De realisatie bestaat uit de restwaarde op auto’s bij verkoop, een incidentele bijdrage van ACM voor een project en diverse kleinere incidentele posten.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De gerealiseerde gemiddelde bezetting in fte inclusief externe inhuur bedraagt 391,1 fte (begroot: 371,7 fte). De gerealiseerde gemiddelde loonsom (intern- en extern personeel) is 8% hoger dan de begroting door CAO loonbijstellingen, waardering toename saldo verlofrechten (wettelijk- en IKB verlof) en doordat de nieuwe taken van het agentschap zeer specialistisch personeel (hogere schalen) vergen. De lagere overige personele kosten zijn direct gerelateerd aan het hybride werken. De kosten van het woon/werk verkeer zijn lager dan begroot.

Materiële kosten

De sterke toename van bijdragen aan SSO’s ten opzichte van 2021 wordt onder andere veroorzaakt door een stijging van de huisvestingskosten en de uitvoering van het project ASR. Het verschil ten opzichte van de agentschapsbegroting komt door het toerekenen van de huisvestingskosten (€ 3,8 mln) aan de bijdragen SSO’s.

De onder uitputting op de overige materiele kosten ten opzichte van 2021 komt door het niet tijdig kunnen inkopen op de materiele budgetten voor de uitvoering van incidentele projecten (diensten derden).

Overige lasten

De overige lasten bestaan uit de dotaties op de voorziening dubieuze debiteuren en een boekwaarde verlies op activa.

Activa
Vaste activa 15.139 12.473
Materiële vaste activa 5.965 5.506
waarvan grond en gebouwen 0 0
waarvan installaties en inventarissen 3.993 4.175
waarvan projecten in uitvoering 0 0
waarvan overige materiële vaste activa 1.972 1.331
Immateriële vaste activa 9.174 6.967
Vlottende activa 27.506 17.206
Voorraden en onderhanden projecten 0 0
Debiteuren 1.995 2.768
Overige vorderingen en overlopende activa 556 480
Liquide middelen 24.955 13.958
Totaal activa 42.645 29.679
Passiva
Eigen Vermogen 3.041 2.011
Exploitatiereserve 2.693 2.279
Bestemmingsreserve 934 0
Onverdeeld resultaat ‒ 586 ‒ 268
Voorzieningen 637 563
Langlopende schulden 11.978 10.575
Leningen bij het Ministerie van Financiën 11.978 10.575
Kortlopende schulden 26.989 16.530
Crediteuren 3.141 313
Belastingen en premies sociale lasten 1 1
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën 3.847 2.923
Overige schulden en overlopende passiva 20.000 13.293
Totaal passiva 42.645 29.679

Activa

Immateriële vaste activa

De toename in immateriële vaste activa wordt verklaard door de investeringen van het agentschap in het kader van het zaaksysteem GENIUS. De overige ICT projecten hebben hierdoor duidelijke vertraging opgelopen.

Passiva

1. Eigen vermogen per 1/1 289 233 92 2.719
1.a Bestemmingsreserve 0 0 0 934
2. Saldo van baten en lasten ‒ 1.220 ‒ 1.824 ‒ 268 ‒ 586
3. Directe mutaties in het eigen vermogen 1.164 1.683 2.895 ‒ 26
‒ 3a uitkering aan moederdepartement 0 0 0 ‒ 26
‒ 3b bijdrage moederdepartement ter versterking eigen vermogen 435 1.128 2.187 0
‒ 3c overige mutaties 729 555 708 0
4. Eigen vermogen per 31/12 233 92 2.719 3.041

Het eigen vermogen van het agentschap na resultaatsbestemming 2021 bedraagt € 2,7 mln. Het verlies bij het agentschap in 2022 bedraagt, na verrekening CN. ad € 0,1 mln, € 0,5 mln. Het voornemen is om het verlies te verrekenen met het eigen vermogen. Het eigen vermogen heeft daarmee, exclusief bestemmingsreserve, een omvang van € 2,3 mln.

De omvang van de post ‘Te verrekenen met CN’ na resultaatsbestemming 2021 bedraagt € 0,7 mln. Het voornemen is om het verlies voor CN ad. ‒ € 0,1 mln te verrekenen met genoemde post, waarmee deze ultimo 2022 op € 0,6 mln uitkomt.

Voor de POK/Wau- gelden is er bij AT met toestemming van het Ministerie van Financiën een bestemmingsreserve gevormd. AT heeft in 2022 middelen ontvangen van het moederdepartement voor € 2,4 mln. Na aftrek van de ten behoeve hiervan gemaakte kosten in 2022 resteert er ultimo 2022 een bestemmingsreserve van € 0,9 mln.

Ambtsjubilea 563 74 0 0 637
Totaal 563 74 0 0 637

Leningen bij het Ministerie van Financiën

Voor de investeringen in vaste activa leent het agentschap bij het Ministerie van Financiën. De toename in de omvang van de leningen is vooral ontstaan door de financiering van de ICT projecten van het agentschap (onder andere het zaaksysteem GENIUS). Dit is in overeenstemming met de begroting.

Crediteuren

De omvang van de post crediteuren is in 2022 sterk toegenomen. Dit is veroorzaakt door een tijdelijke freeze op de financiële administratie in verband met de naamwijziging van het agentschap. Het agentschap heeft in 2022 95,4% (norm 95%) van de facturen binnen de termijn betaald.

Kortlopende schulden

De post Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën bestaat uit de aflossingen op de lopende leningen bij het Ministerie van Financiën 2023.

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2022 + stand depositorekeningen 10.639 13.958 3.319
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 63.706 65.972 2.266
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 60.106 ‒ 53.447 6.659
2. Totaal operationele kasstroom 3.600 12.525 8.925
Totaal investeringen (-/-) ‒ 5.750 ‒ 5.826 ‒ 76
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 58 58
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 5.750 ‒ 5.768 ‒ 18
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 ‒ 471 ‒ 471
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 2.384 2.384
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 4.101 ‒ 2.923 1.178
Beroep op leenfaciliteit (+) 5.750 5.250 ‒ 500
4. Totaal financieringskasstroom 1.649 4.240 2.591
5. Rekening-courant RHB 31 december 2022 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is € 0,5 mln. 10.137 24.955 14.818

Toelichting kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

In 2022 heeft het agentschap voor een bedrag van € 5,9 mln geïnvesteerd in materiële vaste activa zoals elektronische apparatuur en antennes en in immateriële vaste activa voor onder meer het zaaksysteem GENIUS.

Financieringsstroom

Het agentschap heeft in 2022 middelen ontvangen van het moederdepartement voor een bedrag van € 2,4 mln: € 0,6 mln voor het programma POK, € 0,7 mln voor het programma WAU en € 1,1 mln voor het programma WOO. Voor de financiering van de begrote investeringen is een beroep gedaan op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën.

Kostprijzen per product (reële stijging Regeling Vergoedingen) 5,00% 7,40% 1,04% 3,85% 3,53%
Tarieven/uur (Reële stijging 6,91% 5,66% 1,59% 3,53% 3,53%
FTE-totaal (excl. Externe inhuur 303,8 310,7 323,2 338,3 335,0
Saldo van baten en lasten (%) ‒ 2% ‒ 3% 0% ‒ 3% 0%
Personeelkosten per FTE € 85.912 € 100.046 € 100.342 € 103.612 € 95.615

Toelichting

Personeelskosten per FTE / Kosten inhuur externen

De gerealiseerde gemiddelde personeelskosten per FTE zijn circa 8% hoger dan de vastgestelde begroting. Doordat de nieuwe taken van het agentschap zeer specialistisch (extern) personeel vergen stijgen de kosten per FTE. Daarnaast stijgen de kosten door het opbouwen van het IKB-spaarverlof en de CAO wijzigingen. Het percentage externe inhuur bedraagt 20%.

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap DICTU per 31 december 2022

Baten
- Omzet 320.162 351.078 30.916 346.839
waarvan omzet moederdepartement 212.582 249.827 37.245 232.388
waarvan omzet overige departementen 105.725 100.808 ‒ 4.917 113.563
waarvan omzet derden 1.855 443 ‒ 1.412 888
Rentebaten 0 0 0 0
Vrijval voorzieningen 0 1.812 1.812 61
Bijzondere baten 0 0 0 14
Totaal baten 320.162 352.890 32.728 346.914
Lasten
Apparaatskosten 296.507 318.007 21.500 300.845
- Personele kosten 193.450 227.911 34.461 213.439
waarvan eigen personeel 89.900 92.055 2.155 88.500
waarvan inhuur externen 99.600 133.026 33.426 121.911
waarvan overige personele kosten 3.950 2.830 ‒ 1.120 3.028
- Materiële kosten 103.057 90.096 ‒ 12.961 87.406
waarvan apparaat ICT 29.494 13.449 ‒ 16.045 19.893
waarvan bijdrage aan SSO's 21.100 24.444 3.344 22.518
waarvan overige materiële kosten 52.463 52.203 ‒ 260 44.995
Rentelasten 5 75 70 3
Afschrijvingskosten 23.150 15.466 ‒ 7.684 21.083
- Materieel 12.000 10.631 ‒ 1.369 14.801
waarvan apparaat ICT 12.000 10.631 ‒ 1.369 14.801
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0 0 0
- Immaterieel 11.150 4.835 ‒ 6.315 6.282
Overige lasten 500 865 365 4.083
waarvan dotaties voorzieningen 500 0 ‒ 500 3.903
waarvan bijzondere lasten 0 865 865 180
Totaal lasten 320.162 334.413 14.251 326.014
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 18.477 18.477 20.900
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 18.477 18.477 20.900
Mutatie POK/WaU gelden 0 307 307 0
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming 0 18.784 18.784 20.900

Toelichting op de baten

De realisatie van de omzet is in 2022 € 30,9 mln hoger dan initieel opgenomen in de ontwerpbegroting. Begin 2022 was al voorzien dat de omzetstijging in 2021 niet incidenteel van aard was, en middels 1e suppletoire is de omzet begroting met € 34,1 mln verhoogd naar € 354,3 mln.

Bij het moederdepartement is de realisatie in 2022 vergeleken met de ontwerpbegroting bijna € 37,3 mln hoger en bij overige departementen € 4,9 mln lager. Naast de verwachte hogere omzet, door een groeiende vraag naar werkplekdiensten en ontwikkelopdrachten, welke is opgenomen in 1e suppletoire begroting is er sprake van een verschuiving in de omzet door de overgang van de klant Nationaal Coördinator Groningen (NCG) van overige departementen (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties (BZK)) naar moederdepartement (impact € 10,0 mln). Tevens is er een lagere vraag naar ontwikkeldiensten vanuit Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Applicatiebeheer 82.300 75.443 ‒ 6.857 76.202
Ontwikkelopdrachten 68.500 105.749 37.249 90.683
Werkplekservices 52.560 60.149 7.589 57.625
Overige omzet 2.192 1.205 ‒ 987 1.251
Generieke eBS 7.030 7.280 250 6.627
Totaal 212.582 249.827 37.245 232.388

De realisatie van de omzet is in 2022 € 37,3 mln hoger dan opgenomen in ontwerpbegroting. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere vraag naar ontwikkelopdrachten (+ € 37,3 mln). Deze hogere vraag zit met name bij de klanten Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), voorheen Agentschap Telecom (AT). Daarnaast is de ontwikkelomzet hoger door de verschuiving van de klant NCG. De € 7,6 mln hogere omzet werkplekservices is het gevolg van de overgang van NCG en een hogere groei van het aantal werkplekken. De lagere overige omzet (- € 1,0 mln) is een gevolg van het specifieker toe kunnen wijzen van omzet aan de gehanteerde product groepen.

Applicatiebeheer 41.000 48.132 7.132 43.025
Ontwikkelopdrachten 33.800 28.050 ‒ 5.750 42.856
Werkplekservices 19.700 19.177 ‒ 523 20.220
Overige omzet 9.615 4.049 ‒ 5.566 5.863
Generieke eBS 1.610 1.400 ‒ 210 1.599
Totaal 105.725 100.808 ‒ 4.917 113.563

De omzet applicatiebeheer is in realisatie € 7,1 mln hoger door hogere vraag naar applicatiediensten bij BZK (klant RDI) en bij I&W vanwege het in beheer nemen van Rijkszaak. De omzet ontwikkelopdrachten is in realisatie € 5,8 mln lager door de overgang van NCG en het in beheer nemen van Rijkszaak bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De overige omzet is in realisatie € 5,6 mln lager door het in realisatie beter toe kunnen wijzen van omzet binnen gehanteerde productgroepen en lagere omzet bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Totaal 1.855 443 ‒ 1.412 888

Tot slot is de realisatie omzet derden € 1,4 mln lager. Dit is met name het gevolg van dat DICTU is gestopt met werkzaamheden voor de klant Centrale Commissie Mens gebonden Onderzoek (CCMO).

Vrijval voorziening

De vrijval van de voorziening personeel heeft betrekking op een vergoeding vanuit een centraal budget (€ 0,3 mln) en het niet meer opnemen van de thuiswerkvergoeding. De voorziening overig is afgerond en afgewikkeld conform afspraken met RDI en de directie Bedrijfsvoering van EZK. Tenslotte is als gevolg van het oplossen van een dispuut met betrekking tot een openstaand debiteurenpositie een vrijval geboekt van € 1,2 mln. De voorziening dubieuze debiteuren is op basis van de beoordeling van de openstaande postenlijst, het disputenregister en de saldoverklaringen vastgesteld. Dit heeft geleid tot een vrijval.

Toelichting op de lasten

Personele Kosten

Om aan de gestegen vraag naar ICT-dienstverlening te kunnen voldoen is in de 1e suppletoire begroting additioneel € 35,8 mln opgenomen voor personele kosten. Door de toename van de opdrachtenportefeuille door nieuwe opdrachten met specifieke ICT expertise en de krapte op de arbeidsmarkt vangt DICTU de benodigde extra capaciteit in eerste instantie op door ICT expertise extern in te huren.

De realisatie van de personele kosten is € 34,5 mln hoger dan initieel opgenomen in de ontwerpbegroting. Bij eigen personeel is de inschatting in gemiddeld aantal fte juist gebleken. In de ontwerpbegroting zijn 930 fte opgenomen en in de realisatie zitten gemiddeld 927 fte. De hogere kosten zijn met name een gevolg van de CAO stijging per 1 juli 2022 van 2,5% en een vast bedrag van € 75 per maand. Daarnaast heeft iedere medewerker in december 2022 een eenmalige uitkering ontvangen van € 450,-. Deze ontwikkelingen zijn niet meegenomen in de ontwerpbegroting 2022.

De toename van de personele kosten zit met name in de externe inhuur (+ € 33,4 mln) en is het gevolg van een hoger gemiddeld aantal externe fte (+ 201) ten opzichte van de ontwerpbegroting en stijging van tarieven door de krappe arbeidsmarkt . De overige personele kosten zijn € 1,2 mln lager in de realisatie, met name als gevolg van lagere kosten uitbesteed werk.

Materiele kosten

Bij de materiele kosten (met name apparaat ICT) is in de begroting rekening gehouden met een stijging van de kosten voor uitbesteed werk als gevolg van de implementatie van de bedrijfsstrategie. De uitbestedingen zijn nog niet afgerond waardoor de dienstverlening nog heeft plaatsgevonden met externe inhuur.

Afschrijvingskosten

Ten slotte zijn de afschrijvingskosten in de realisatie € 7,7 mln lager dan opgenomen in de ontwerpbegroting. In de 1e suppletoire begroting zijn de afschrijvingskosten ten opzichte van de ontwerpbegroting al verlaagd met € 1,7 mln. In de realisatie zijn de afschrijvingskosten een extra € 6,0 mln lager, met name als gevolg van uitblijvende invetseringen en het verlengen van de levensduur van enkele specifieke activa mede in het kader van duurzaamheid.

Activa
Vaste activa 42.565 40.490
Immateriële vaste activa 7.178 10.273
Materiële vaste activa 35.387 30.217
waarvan grond en gebouwen 0 0
waarvan installaties en inventarissen 33.591 27.668
waarvan projecten in uitvoering 0 0
waarvan overige materiële vaste activa 1.796 2.549
Vlottende activa 78.725 81.013
Voorraden en onderhanden projecten 0 0
Debiteuren 26.283 19.436
Overige vorderingen en overlopende activa 23.222 30.354
Liquide middelen 29.220 31.223
Totaal activa 121.290 121.503
Passiva
Eigen Vermogen 34.290 31.207
Exploitatiereserve 15.813 10.307
Onverdeeld resultaat 18.477 20.900
Voorzieningen 348 2.523
Langlopende schulden 28.830 26.543
Leningen bij het Ministerie van Financiën 28.830 26.543
Kortlopende schulden 57.822 61.230
Crediteuren 3.035 867
Belastingen en premies sociale lasten 0 0
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën 16.128 20.156
Overige schulden en overlopende passiva 38.659 40.207
Totaal passiva 121.290 121.503

Activa

Vaste activa

De materiele vaste activa zijn door de groeiende vraag naar werkplek gerelateerde hardware en de investeringen in laptops met € 4,0 mln gestegen. Ook zijn er voor infrastructurele hardware twee grote vervangingsinvesteringen gedaan van Oracle Exadata (€ 4,3 mln) en HP servers (€ 1,6 mln). Door een levensduurverlenging van één specifiek type laptop, monitoren en replicators heeft een correctie plaatsgevonden op de afschrijvingskosten (€ 2,5 mln). Voor monitoren en replicators wordt de levensduur verlengd van 5 naar 8 jaar. Voor het specifieke type laptop (Yoga) van 3 naar 4 jaar. Dit is het gevolg van een langere levensduur en invulling van verduurzaming van de bedrijfsvoering.

Vlottende activa

De debiteuren positie is ten opzichte van 2021 toegenomen als gevolg van een lagere stand van de nog te factureren positie. Dit is het gevolg van een verbetering in het facturatieproces waardoor de facturatie snelheid is verbeterd.

De overige vorderingen en overlopende activa nemen met name af door de hierboven vermelde lagere stand van de nog te factureren positie.

Passiva

Voorziening personeel 1.043 0 319 375 349
Overige Voorzieningen 1.480 0 1.246 234 0

Voorzieningen

De voorziening personeel wordt benut voor contractuele afspraken met medewerkers. Van de voorziening personeel is gedurende 2022 € 0,3 mln onttrokken conform de opbouw van de voorziening. De vrijval heeft betrekking op een vergoeding vanuit een centraal budget (€ 0,3 mln) en het niet meer opnemen van de thuiswerkvergoeding.

De afspraken met RDI en de directie Bedrijfsvoering (EZK) zijn in 2022 afgewikkeld en in 2022 zijn geen nieuwe claims ontstaan welke in de overige voorziening moeten worden opgenomen.

1. Eigen vermogen per 1/1 7.978 13.310 16.627 31.207
2. Saldo baten en lasten 5.332 3.317 20.900 18.477
3. Directe mutaties in het eigen vermogen 0 0 ‒ 6.320 ‒ 15.394
‒ 3a Uitkering aan moederdepartement 0 0 ‒ 6.400 ‒ 15.701
‒ 3b Bijdrage door moederdepartement ter versterking eigen vermogen 0 0 0 307
‒ 3c Overige mutaties 0 0 80 0
4. Eigen vermogen per 31/12 13.310 16.627 31.207 34.290
Omzet 309.923 319.334 346.914 351.078
Vermogensplafond (5%) 14.639 15.239 16.270 16.954

Vermogensontwikkeling

Het eigen vermogen einde boekjaar bedraagt € 34,3 mln. Dit is 10,1% van de gemiddelde jaaromzet over de laatste drie jaar, terwijl maximaal 5% is toegestaan. Het eigen vermogen is derhalve € 17,3 mln te hoog. Uiterlijk bij eerstvolgende suppletoire wet zal worden aangegeven hoe dit is hersteld.

Kortlopende schulden

Crediteuren

De toename in het crediteurensaldo ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door het laatste betaalmoment in 2022. Medio januari is ruim 85% van deze 2 openstaande facturen betaald.

Overige schulden en overlopende passiva

De afname van deze post is met name het gevolg van de € 5,0 mln lagere stand vooruit ontvangen bedragen. Het bedrag aan nog te ontvangen facturen en de passivering vakantie dagen en overuren zijn gestegen (respectievelijk € 1,0 en € 1,3 mln).

Rekening-courant RHB 1 januari 2022 + stand depositorekeningen 23.980 31.107 7.127
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 320.162 347.134 26.972
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 297.012 ‒ 314.743 ‒ 17.731
Totaal operationele kasstroom 23.150 32.391 9.241
Totaal investeringen (-/-) ‒ 30.000 ‒ 18.407 11.593
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
Totaal investeringskasstroom ‒ 30.000 ‒ 18.407 11.593
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 ‒ 15.700 ‒ 15.700
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 307 307
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 23.150 ‒ 20.157 2.993
Beroep op leenfaciliteit (+) 30.000 18.416 ‒ 11.584
Totaal financieringskasstroom 6.850 ‒ 17.134 ‒ 23.984
Rekening-courant RHB 31 december 2022 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 23.980 27.957 3.977

Toelichting kasstroomoverzicht

Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is de gerealiseerde kasstroom bijna € 4 mln positiever. Dit is met name het gevolg van de positieve operationele kasstroom als gevolg van het hoger dienstenvolume en de ontwikkeling van de balansposten debiteuren en crediteuren. De investeringen bij de divisie Infra zijn substantieel lager als gevolg van de bedrijfsstrategie.

De € 15,7 mln eenmalige uitkering aan moederdepartement heeft betrekking op afroming als gevolg van het maximale eigen vermogen.

Omschrijving generiek deel
Kostprijzen per product (groep)
a. Basistarief werkplek VKA
b. Basistarief werkplek CW 3.746 3.746 3.516 3.126 3.360
Tarieven/uur1
a. Senior medewerker (ontwikkeling) 101 137 136 135 135
b. Medior medewerker (bouw) 80 114 112 111 111
c. Junior medewerker (test en beheer) 69 102 100 99 99
Indicatoren
Aantal werkplekken VKA
Aantal werkplekken CW2 13.343 14.929 16.027 18.042 15.000
FTE-totaal (excl. externe inhuur)3 775 828 905 927 930
Aantal interne FTE’s in percentage van het totale aantal FTE’s 54% 54% 55% 54% 62,5%
Saldo van baten en lasten (%)4 1,75% 1,04% 6,02% 5,24% 0,00%
Ziekteverzuim 4,4% 3,7% 4,8% 6,3% 4,0%
Klanttevredenheid 7,2 7,0 7,8 7,7 7,0
Beschikbaarheid applicaties 98,4% 99,8% 99,7% 99,5% 98,0%
Aantal grote verstoringen5 4 Max. 5
Eindgebruikerstevredenheid afhandeling incidenten5 8,4 7,0 ‒ 7,5
Oplospercentage 1ste lijn helpdesk 67% 71% 70% 81% 75%
  1. DICTU hanteert met ingang van 2020 een nieuw kostprijsmodel. In dit model wordt overgegaan van directe kostprijzen naar integrale kostprijzen, met als gevolg een (financieel-technische) stijging van de tarieven.
  2. Aantal werkplekken ultimo jaar.
  3. Gemiddeld aantal FTE over het jaar.
  4. Saldo als percentage van de baten.
  5. Deze indicator is in 2022 toegevoegd.

Basistarief werkplek CW

Middels de tarievennota is het basistarief werkplek CW vastgesteld op € 3.360. Door een hogere vraag naar werkplek services en de hierbij horende schaalvoordelen is het mogelijk gebleken een lager tarief te hanteren. Middels het addendum op de tarievennota is het tarief met € 234 per jaar verlaagd naar € 3.126.

Aantal werkplekken CW

Ten tijde van de ontwerpbegroting is gerekend met een gemiddeld aantal van 15.000 werkplekken CW. Vanwege de genoemde hogere vraag door verdere groei bij onze klanten is de realisatie eind 2022 van het aantal geleverde werkplekken 18.042 (gemiddeld 16.968).

Aantal interne FTE in % van het totale aantal FTE

In de realisatie is het aantal interne fte als percentage van het totale aantal fte lager dan ten opzichte van de begroting. Dit is het gevolg van de gestegen vraag naar ICT dienstverlening ten opzichten van de begroting en de krapte op de arbeidsmarkt waardoor de benodigde extra capaciteit is verkregen via externe inhuur.

Saldo van baten en lasten

DICTU heeft in 2022 een positief resultaat geboekt van € 18,5 mln.

Ziekteverzuim

Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage kent een zorgelijke trend, die nauw wordt gemonitord en waar veel aandacht voor is. Het ziekteverzuim overall DICTU is 6,3% en ligt daarmee ondanks de versterkte zorg en aandacht ruim boven het streefgemiddelde van 4%. Een kleine positieve ontwikkeling is dat de stijging van het ziekteverzuim is afgevlakt en in het laatste kwartaal een daling toonde. Terugbrengen van het ziekteverzuim naar het streefgemiddelde van 4% blijft een aandachtspunt en is daarom ook expliciet opgenomen in het jaarplan 2023.

Klanttevredenheid

Ten opzichte van het in de begroting opgenomen doel is de gemeten klanttevredenheid hoger. In alle maanden is de realisatie hoger, waarbij 7.55 (oktober 2022) de laagste score is en 7.84 (augustus 2022) de hoogste.

Beschikbaarheid Applicaties

De beschikbaarheid van frontend-applicaties wordt gemeten door middel van tooling (BSM). Deze meting is per applicatie per maand over de beschikbaarstellingsperiode, exclusief de overeengekomen onderhoudsperioden.

Oplospercentage 1e lijn helpdesk

Dit percentage geeft weer hoeveel procent van de calls door de 1e lijn kan worden opgelost.

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap NEa per 31 december 2022

Baten
- Omzet 13.299 11.904 ‒ 1.395 10.629
waarvan omzet moederdepartement 8.543 7.441 ‒ 1.102 6.740
waarvan omzet overige departementen 4.756 4.463 ‒ 293 3.889
waarvan omzet derden 0 0 0 0
Rentebaten 0 15 15 0
Vrijval voorzieningen 0 0 0 0
Bijzondere baten 0 22 22 32
Totaal baten 13.299 11.941 ‒ 1.358 10.661
Lasten
Apparaatskosten 12.235 10.901 ‒ 1.334 9.461
- Personele kosten 9.193 8.229 ‒ 964 7.171
waarvan eigen personeel 8.002 7.520 ‒ 482 6.575
waarvan inhuur externen 800 455 ‒ 345 249
waarvan overige personele kosten 391 254 ‒ 137 347
- Materiële kosten 3.042 2.672 ‒ 370 2.290
waarvan apparaat ICT 713 673 ‒ 40 575
waarvan bijdrage aan SSO's 1.479 1.378 ‒ 101 1.277
waarvan overige materiële kosten 850 621 ‒ 229 438
Rentelasten 51 0 ‒ 51 0
Afschrijvingskosten 1.013 303 ‒ 710 303
- Materieel 0 0 0 0
waarvan apparaat ICT 0 0 0 0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0 0 0 0
- Immaterieel 1.013 303 ‒ 710 303
Overige lasten 0 24 24 99
waarvan dotaties voorzieningen 0 0 0 0
waarvan bijzondere lasten 0 24 24 99
Totaal lasten 13.299 11.228 ‒ 2.071 9.863
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 713 713 798
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 713 713 798
Mutatie POK/WOO gelden 0 114 114 0
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming 0 827 827 798

Toelichting op de baten

Omzet

De opbrengsten worden verantwoord in het jaar waarin de dienstverlening en andere activiteiten van de NEa zijn gerealiseerd.

De gerealiseerde omzet is € 1,4 mln lager dan begroot. De omzet wordt grotendeels bepaald op basis van geschreven directe uren. Ter voorbereiding op de nieuwe taken en op uitbreiding van taken waren extra personeelsleden begroot. Een groot deel hiervan is later in het jaar aangenomen dan verwacht, mede door de krappe arbeidsmarkt. Hierdoor was het aantal geschreven directe uren lager dan verwacht.

Opdracht CO2- emissiehandel 7.074 6.140
Vierde handelsperiode 0 127
Opdracht beleidsadvies minimum CO2-prijs 3 13
Voorbereiden CO2-heffing 244 313
Beperking inzet kolen bij electriciteitsopwekking 19 1
Opdracht bijstook biomassa 101 146
Totaal omzet moederdepartement EZK 7.441 6.740
Opdrachten Energie voor Vervoer (EV) 4.463 3.889
Totaal omzet overige departementen 4.463 3.889

Bijzondere baten

De bijzondere baten vloeien voort uit correcties van voorgaande boekjaren.

Het bedrag van € 0,022 mln bestaat uit het vrijvallen van een deel van de reservering vanuit 2021 voor de thuiswerkvergoeding en het vrijvallen van de reservering voor IT dienstverlening.

Toelichting op de lasten

De totale lasten zijn € 2,1 mln lager uitgekomen dan de begroting over 2022. De verschillen komen met name voort uit de personele kosten en de afschrijvingskosten.

Personele kosten

De totale personele kosten zijn € 1,0 mln lager dan verwacht. Dit betreft grotendeels het eigen personeel (€ 0,5 mln lager). Ter voorbereiding op de nieuwe taken en op uitbreiding van taken waren extra personeelsleden begroot. Een groot deel hiervan is later in het jaar aangenomen dan verwacht, mede door de krappe arbeidsmarkt. Hierdoor waren de personele kosten lager dan verwacht. Bij de Nederlandse Emissieautoriteit waren begin 2022 72 fte's in dienst, eind 2022 was dat gegroeid tot 84 fte's (conform begroting).

Daarnaast betreft de lagere realisatie de inhuur (€ 0,3 mln lager), ook hiervoor was het lastig de juiste mensen te vinden.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn € 0,37 mln lager dan begroot. Dit is met name het gevolg van lagere ICT kosten, lagere kosten van SSO’s en lagere overige materiele kosten. De ICT kosten bleven € 0,04 mln achter doordat leveranciers te weinig medewerkers beschikbaar hadden. De bijdrages aan SSO’s zijn € 0,10 mln lager door de lagere afname van het aantal diensten van DICTU gedurende 2022 en doordat de verlenging van de SSO met UDAC lager uitviel dan vooraf verwacht. De overige materiele kosten zijn € 0,23 mln lager doordat kosten van de landsadvocaat € 0,08 mln lager zijn omdat er minder hoger beroepszaken waren en doordat uitbestedingen van advieswerkzaamheden lager waren omdat leveranciers minder mensen beschikbaar hadden.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn € 0,7 mln lager dan begroot. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat minder is afgeschreven op de immateriële activa dan verwacht.

Op het register van Energie voor Vervoer is € 0,3 mln afgeschreven, deze zal halverwege 2023 volledig zijn afgeschreven.

De overige systemen (het vernieuwde register Energie voor Vervoer, het emissiehandelsportaal en het CO2-heffingsregister) waren eind 2021 nog niet (geheel) in gebruik genomen, waardoor afschrijvingen in 2022 nog niet zijn gestart.

Rentelasten

De rentelasten zijn lager dan begroot omdat rekening is gehouden met rentelasten voor de leenfaciliteit en hiervoor geen rente wordt doorberekend door het Ministerie van Financiën.

Overige lasten

De overige lasten bestaan uit bijzondere lasten. De bijzondere lasten van € 0,024 mln betreffen een nagekomen factuur over 2021 waarvoor geen transitorische post was opgenomen.

Resultaat

Het resultaat van de NEa over het jaar 2022 is € 0,8 mln positief. Dit kon worden bereikt door goed te sturen op het volledig boeken van de directe uren. De NEa heeft direct in het eigen vermogen een bedrag van € 0,359 mln ontvangen voor maatregelen in het kader van de POK en Woo. Daarvan is € 0,114 mln uitgegeven, de rest is opgenomen in de bestemmingsreserve.

Activa
Vaste activa 4.909 3.325
Immateriële vaste activa 4.909 3.325
Materiële vaste activa 0 0
waarvan grond en gebouwen 0 0
waarvan installaties en inventarissen 0 0
waarvan projecten in uitvoering 0 0
waarvan overige materiële vaste activa 0 0
Vlottende activa 3.270 4.696
Voorraden en onderhanden projecten 0 0
Debiteuren 0 74
Overige vorderingen en overlopende activa 44 187
Liquide middelen 3.226 4.435
Totaal activa 8.179 8.021
Passiva
Eigen Vermogen 1.426 1.331
Exploitatiereserve 354 533
Bestemmingsreserve 245 0
Onverdeeld resultaat 827 798
Voorzieningen 0 0
Langlopende schulden 1.680 2.240
Leningen bij het Ministerie van Financiën 1.680 2.240
Kortlopende schulden 5.073 4.450
Crediteuren 208 23
Belastingen en premies sociale lasten 0 0
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën 560 560
Overige schulden en overlopende passiva 4.305 3.867
Totaal passiva 8.179 8.021

Toelichting op de Balans

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa betreffen het zelfontwikkelde Register Energie voor Vervoer (REV 3), het vernieuwde Register Energie voor Vervoer (REV 4, eind 2022 in gebruik genomen), het CO2 heffingsregister (CHeR, medio 2022 in gebruik genomen) en het zelfontwikkelde Emissie Handels Portaal (EHP). Het EHP is gedurende 2022 per fase steeds meer in gebruik genomen maar is nog in ontwikkeling. In 2022 is € 0,3 mln afgeschreven en € 1,89 mln geïnvesteerd.

Vlottende activa

De overige vorderingen en overlopende activa betreffen facturen voor uitgaven met betrekking tot 2023, die in 2023 geactiveerd gaan worden als immateriële vaste activa.

Langlopende schulden

De lening bij het Ministerie van Financiën betreft de lening voor de zelfontwikkelde immateriële vaste activa.

Kortlopende schulden

De crediteuren (€ 0,2 mln) betreffen overige ministeries (€ 0,11 mln) en derden (€ 0,09 mln) en zijn allemaal begin 2023 betaald.

De overige schulden en overlopende passiva (€ 4,3 mln) bestaan uit een schuld aan het moederdepartement (EZK) (€ 2,19 mln), een schuld aan het Ministerie van IenW (€ 0,24 mln), schulden aan overige ministeries (drie SSO’s, in totaal € 0,44 mln) en een schuld aan derden (€ 1,43 mln).

De schuld aan EZK betreft de terug te betalen omzet, vanwege de lagere realisatie van de geboekte directe uren (€ 1,90 mln) en terug te storten boetes en inleggelden (€ 0,29 mln). De schuld aan IenW betreft de terug te betalen omzet, vanwege de lagere realisatie van de geboekte directe uren.

De schulden aan derden betreffen de reservering voor vakantiedagen (€ 0,761 mln) en nog te ontvangen facturen en overige overlopende posten.

De liquide middelen betreffen met name de Rekening Courant bij het Ministerie van Financiën (€ 3,2 mln). In het kasstroomoverzicht is het verloop hiervan toegelicht:

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2022 + stand depositorekeningen 2.186 4.435 2.249
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 13.299 14.207 908
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 12.286 ‒ 12.353 ‒ 67
2. Totaal operationele kasstroom 1.013 1.854 841
Totaal investeringen (-/-) ‒ 900 ‒ 1.886 ‒ 986
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 900 ‒ 1.886 ‒ 986
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 ‒ 985 ‒ 985
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 367 367
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 560 ‒ 560 0
Beroep op leenfaciliteit (+) 900 0 ‒ 900
4. Totaal financieringskasstroom 340 ‒ 1.178 ‒ 1.518
5. Rekening-courant RHB 31 december 2022 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 2.639 3.225 586

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen.

Operationele kasstroom

Bij het bepalen van de operationele kasstroom is uitgegaan van het saldo van baten en lasten, dat is gecorrigeerd voor de afschrijvingen, aflossingen en de mutaties in de balansposten kortlopende activa en passiva.

Investeringskasstroom

In 2022 heeft de NEa € 1,89 mln geïnvesteerd in de immateriële vaste activa. Dit betreft het zelfontwikkelde Register Energie voor Vervoer (REV 3), het vernieuwde Register Energie voor Vervoer (REV 4, eind 2022 in gebruik genomen), het CO2 heffingsregister (CHeR, medio 2022 in gebruik genomen) en het zelfontwikkelde Emissie Handels Portaal (EHP).

Financieringskasstroom

In 2022 heeft de NEa € 0,89 mln aan eigen vermogen afgedragen aan het moederdepartement. Verder heeft de NEa budget gekregen ten behoeve van de projecten Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvang (POK) en de Wet Open overheid (WOO)«Open op orde» à € 0,36 mln. In 2022 is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit en is € 0,56 mln afgelost op de leenfaciliteit.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen einde boekjaar is het totaal van de exploitatiereserve, de bestemmingsreserve en het onverdeeld resultaat boekjaar. Het eigen vermogen bedraagt eind 2022 € 1,43 mln, exclusief de bestemmingsreserve bedraagt het eigen vermogen € 1,18 mln. Het vermogensplafond is € 0,55 mln (5% van de gemiddelde jaaromzet over de laatste drie jaar).Het verschil ad € 0,63 mln zal teruggestort worden naar het Ministerie van EZK.

1.Eigen Vermogen per 1/1 966 1.402 1.632 1.331
2. Saldo Baten en Lasten 405 894 798 827
3. Directe mutaties in het Eigen Vermogen 31 ‒ 664 ‒ 1.099 ‒ 732
‒ 3a Uitkering aan moederdepartement 0 ‒ 990 ‒ 1.169 ‒ 985
‒ 3b Additionele bijdrage van moederdepartement 31 326 70 8
‒ 3c Overige Mutaties 0 0 0 0
‒ 3d Toevoeging aan de bestemmingsreserve 0 0 0 359
‒ 3e Onttrekking aan de bestemmingsreserve 0 0 0 ‒ 114
4. Eigen vermogen per 31/12 1.402 1.632 1.331 1.426
Omzet 9.328 10.439 10.629 11.904
Vermogensplafond (5%) 413 463 507 550

De bestemmingsreserve is gevormd in afwijking van artikel 27 lid 4a en artikel lid 4c van de Regeling Agentschappen. Hiervoor is toestemming verleend door het Ministerie van Financiën.

De Bestemmingsreserve is bij de NEa ingesteld voor acties in het kader van de POK en de Woo. Deze bestemmingsreserve is het verschil tussen de in 2022 ontvangen middelen (€ 0,359 mln) en de uitgaven (€ 0,114 mln).

De uitkering aan het moederdepartement betreft de afroming van het eigen vermogen.

Realisatie Vastgestelde begroting
2019 2020 2021 2022 2022
Omschrijving generiek deel
Doelmatigheidsindicatoren
Kostprijzen per product (groep) ETS 14.281 13.924 15.742 n.v.t. n.v.t.
Kostprijzen per product (groep) EV 39.547 49.541 47.429 n.v.t. n.v.t.
Tarieven/uur
Laag 68 69 68 68 68
Midden 92 93 89 91 89
Hoog 116 118 117 117 117
FTE-totaal (excl. externe inhuur) 59,3 68,7 71,2 84,3 84
Saldo van baten en lasten (%) 4,26% 8,52% 7,49% 5,97% 0%
Omzet per productgroep (PxQ)
Naleving ETS 5.568 6.946 6.374 6.322 7.933
CO2 -minimumprijs 39 0 0 3 0
Bijstook Biomassa 320 0 146 101 0
EH Portaal 0 0 220 771 560
CO2 heffing 0 0 0 244 50
Naleving EV 3.191 3.493 3.889 4.463 4.756
Advies, ontwikkeling en implementatie EV 210 0 0 0 0
Projecten 0 0 0 0 0
Overige 0 0 0 0 0
Totaal 9.328 10.439 10.629 11.904 13.299
Kwaliteitsindicatoren
Naleving ETS
% Vergunningsaanvragen binnen wettelijke termijn afgehandeld 100% 83% 100% 100% 90%
% Meldingen binnen wettelijke termijn afgehandeld 92% 89% 100% 88% 80%
% Jaarlijks uitgevoerd toezicht programma 93% 69% 70% 58% 100%
% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond 89% 84% 85% 76% 80%
Naleving EV
Opleveringsdatum rapportage Naleving jaarverplichting t-1 EV en brandstoffen luchtverontreiniging 6-7-2019 29-6-2020 2-7-2021 1-7-2022 <15 juli
% Jaarlijks toezichtprogramma is uitgevoerd 144% 116% 125% 115% 100%
% Vragen binnen de gestelde termijn afgerond 83% 84% 85% 82% 80%
Algemeen
Aantal formele klachten 1 0 0 0 n.v.t.
Gegronde bezwaarprocedures waarbij de NEa onjuist gehandeld heeft 0 0 0 0 n.v.t.
Aantal fraude gevallen EU-register die NEa had kunnen voorkomen 0 0 0 0 n.v.t.
Directe uren/totaal aantal gewerkte uren 58% 63% 64% 76% >80%

Kostprijs en tarieven

De NEa tarieven zijn in 2022 nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Het percentage directe uren is onder de norm, maar wel gestegen ten opzichte van 2021.

Naleving ETS

Bij de naleving ETS is de uitkomst van de indicatoren nagenoeg gelijk aan de beoogde doelstelling. Vanwege COVID en prioritering van de werkzaamheden is 58% van het jaarlijks toezichtprogramma uitgevoerd.

Naleving EV

Bij de naleving EV zijn de gestelde doelstellingen voor 2022 ruimschoots behaald.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap RVO.nl per 31 december 2022

Baten
- Omzet 841.437 989.924 148.487 972.370
waarvan omzet moederdepartement 413.763 524.926 111.163 531.193
waarvan omzet overige departementen 394.382 432.835 38.453 409.275
waarvan omzet derden 33.292 32.163 ‒ 1.129 31.902
Rentebaten 0 1.007 1.007 44
Vrijval voorzieningen 0 7 7 180
Bijzondere baten 0 13 13 972
Totaal baten 841.437 990.951 149.514 973.566
Lasten
Apparaatskosten 831.337 999.584 168.247 939.450
- Personele kosten 461.393 622.193 160.800 526.671
waarvan eigen personeel 361.805 422.617 60.812 375.997
waarvan inhuur externen 85.672 179.009 93.337 137.384
waarvan overige personele kosten 13.916 20.567 6.651 13.290
- Materiële kosten 369.944 377.391 7.447 412.779
waarvan apparaat ICT 5.609 3.229 ‒ 2.380 3.461
waarvan bijdrage aan SSO's 169.752 195.983 26.231 188.503
waarvan overige materiële kosten 194.583 178.179 ‒ 16.404 220.815
Rentelasten 0 238 238 254
Afschrijvingskosten 10.100 12.876 2.776 9.478
- Materieel 100 144 44 613
waarvan apparaat ICT 0 0 0 0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten 100 144 44 613
- Immaterieel 10.000 12.732 2.732 8.865
Overige lasten 0 5.189 5.189 1.608
waarvan dotaties voorzieningen 0 0 0 2
waarvan bijzondere lasten 0 5.189 5.189 1.606
Totaal lasten 841.437 1.017.887 176.450 950.790
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening 0 ‒ 26.936 ‒ 26.936 22.776
Agentschapsdeel Vpb-lasten 0 0 0 0
Saldo van baten en lasten 0 ‒ 26.936 ‒ 26.936 22.776
Mutatie POK/WaU gelden 0 7.298 7.298 0
Saldo van baten en lasten na resultaatbestemming 0 ‒ 19.638 ‒ 19.638 22.776

Toelichting op de baten

Algemeen

De baten zijn ten opzichte van de begroting met 17,8% gestegen. Hieronder worden de baten toegelicht.

Omzet moederdepartement

De gerealiseerde omzet van het moederdepartement is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 26,9% hoger uitgevallen, wat grotendeels verklaard wordt door een hogere opdracht van het DG Bedrijfsleven en Innovatie.

De omzet voor het DG Bedrijfsleven en Innovatie (B&I) is in 2022 uitgekomen op € 182,4 mln, dit is per saldo € 82,0 mln hoger dan begroot. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de COVID-19 regelingen die dit jaar aan de B&I opdracht zijn toegevoegd dan wel zijn opgehoogd. Hieronder vallen onder meer: Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-c), Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB-c), Baangerelateerde Investeringskorting (BIK), Kleine Kredieten Corona garantieregeling (KKC), Tijdelijke Subsidie Regeling Evenementen Covid (TRSEC), Subsidieregeling Evenementengaranties (SEG) en Omscholing naar Kansrijke Beroepen in de Techniek en ICT. Het totaal van deze COVID-19 regelingen betreft grofweg 31% van de totale omzet van B&I. Daarnaast zijn in de loop van het jaar nog grote aanvullende opdrachten verstrekt voor Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA, € 2,3 mln), Brexit Adjustment Reserve (BAR, € 2,8 mln), Maatwerkafspraken (€ 1,6 mln) en Dcypher (€ 1,3 mln).

De omzet vanuit het DG Klimaat en Energie (K&E) is € 28,9 mln hoger dan de ontwerpbegroting. De toename komt voornamelijk door intensivering bij Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE), Waterstof, Bureau Energieprojecten en Commissie mijnbouwschade. Daarnaast zijn Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) en Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) overgeheveld naar K&E. Verder heeft K&E een opdracht gekregen voor Programma Energiesysteem (PES).

De gerealiseerde omzet op de opdracht van het DG Groningen Bovengronds is uitgekomen op € 223,7 mln, dat is € 12,3 mln lager dan begroot. Dit is met name het gevolg dat de schadeafhandelingen via maatwerk aanpak dan wel via een forfaitaire afhandeling (Vaste Eenmalige Schadevergoeding) plaatsvindt. Vanaf het jaar 2022 is de Immateriële schadevergoeding voor volwassenen van start gegaan, nadat in het jaar 2021 een pilot had plaatsgevonden. Daarnaast is in 2022 middels een pilot ingezet op duurzaam herstel en op de aanvullende compensatie waardedaling NAM, die op 5 december 2022 van start is gegaan.

De toename van € 3,7 mln van de opdracht Chief Economist komt voornamelijk door de aanvullende opdrachten Beter Aanbesteden en het Nationaal Groeifonds.

De omzet Overig is € 12,5 mln hoger dan begroot. Deze omzet bestaat voornamelijk uit de opdracht voor het Inkoop Uitvoeringscentrum, de opdracht Unit omgevingskennis en Concordaat/END.

DG Bedrijfsleven en Innovatie 100.387 182.387 82.000 164.609
DG Klimaat en Energie 56.401 85.296 28.895 74.050
DG Groningen Bovengronds 236.000 223.721 ‒ 12.279 257.229
DG Groningen Bovengronds kosten commissie 5.000 1.416 ‒ 3.584 3.492
Chief Economist 10.326 14.007 3.681 12.103
Overig 5.649 18.099 12.450 19.710
Totaal 413.763 524.926 111.163 531.193

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen betreft de uitvoering van opdrachten voor diverse ministeries, waarvan 58,4% afkomstig is van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

De omzet vanuit het Ministerie van LNV is € 252,9 mln, dit is een stijging van € 27,9 mln ten opzichte van de begroting van 2022. Dit is voornamelijk te verklaren door een hogere definitieve opdracht dan was begroot. Daarnaast is sprake van meerwerk en minderwerk op verschillende opdrachten. De voornaamste aanvullende opdrachten zijn Implementatie Programma GLB23; uitbreiding SABE regeling en Landelijke beëindigingsregeling Veehouderijlocaties.

De omzet vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken valt in 2022 € 2,0 mln lager uit dan begroot. Dit wordt onder meer veroorzaakt door lagere kosten bij het Centrum ter Bevordering van Import uit ontwikkelingslanden (CBI).

De omzet van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is € 34,0 mln, dit is € 1,7 mln lager dan was begroot. Door beperking in capaciteit is een lagere omzet gerealiseerd.

De omzet vanuit Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is € 6,9 mln hoger dan de ontwerpbegroting. De toename wordt met name veroorzaakt doordat in 2022 circa € 1,7 mln aan aanvullende opdrachten zijn verstrekt bovenop het jaarwerkplan 2022, waardoor meer inzet van RVO is gevraagd. Hierbij is € 0,6 mln voor DG Milieu en Internationaal (DGMI), € 0,1 mln voor DG Water en Bodem (DGWB), € 0,4 mln voor DG Mobiliteit (DGMO) en € 0,6 mln voor DG Luchtvaart en Maritieme Zaken (DGLM) aan aanvullende opdrachten verstrekt.

Het definitieve opdrachtenpakket van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is € 1,3 mln hoger dan begroot. De grootste opdracht van het ministerie van OCW is de opdracht Praktijkleren OCW.

Het definitieve opdrachtenpakket van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid (SZW) is € 0,5 mln hoger dan begroot door onder andere de opdracht Praktijkleren SZW.

Het definitieve opdrachtenpakket van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is € 4,2 mln hoger dan begroot door onder andere de opdracht Waterschade Limburg.

Het definitieve opdrachtenpakket van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is € 1,4 mln hoger dan begroot door onder andere de Subsidieregeling Ondersteuning Wijkverpleging.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 225.000 252.863 27.863 232.120
Ministerie van Buitenlandse Zaken 98.699 96.742 ‒ 1.957 100.446
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 35.764 34.030 ‒ 1.734 34.879
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 25.332 32.262 6.930 27.007
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 3.408 4.665 1.257 3.828
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 112 569 457 365
Ministerie van Justitie en Veiligheid 933 5.122 4.189 4.213
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 4.377 5.821 1.444 5.444
Overig 757 761 4 973
Totaal 394.382 432.835 38.453 409.275
Europese Unie 3.703 4.157 454 3.298
Provincies 24.288 24.760 472 25.274
Overig 5.301 3.246 ‒ 2.055 3.330
Totaal 33.292 32.163 ‒ 1.129 31.902

Omzet derden

De omzet Derden heeft betrekking op opdrachten voor met name de Europese Unie en de provincies. Van de totale omzet derden heeft 77,0% betrekking op de opdrachten van provincies. De lagere omzet van overig derden heeft voornamelijk betrekking op het Diergezondheidsfonds

Vrijval voorzieningen

De vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren heeft voornamelijk betrekking op in 2022 alsnog ontvangen bedragen, welke in 2021 (gedeeltelijk) waren voorzien.

Toelichting op de lasten

Algemeen

De lasten zijn ten opzichte van de begroting met 21,0% gestegen. Hieronder worden de lasten toegelicht.

Personele kosten

De personele kosten vallen € 160,8 mln hoger uit dan begroot, wat neerkomt op een stijging van 34,9%. Dit is met name te verklaren door een hogere instroom van externe inhuur als gevolg van een snel stijgend opdrachtenpakket.

De begrote bezetting voor 2022 is 5.185 fte, waarvan 4.200 fte ambtelijk personeel en 985 fte externe inhuur. De gemiddelde bezetting was in 2022 5.934 fte, waarvan 4.820 fte in ambtelijke dienst en 1.114 fte externe inhuur. Per ultimo december 2022 was de bezetting 6.221 fte, waarvan 5.022 fte in ambtelijke dienst en 1.199 fte externe inhuur.

De kosten voor eigen personeel zijn € 60,8 mln hoger dan geraamd, als gevolg van een groter opdrachtenpakket. Daarnaast is doelbewust ingezet op verambtelijking van het personeel. De gemiddelde loonkosten per fte ambtelijk zijn door CAO afspraken gestegenvan € 86.735 naar € 87.680.

De kosten van externe inhuur zijn € 93,3 mln hoger dan begroot. Dit is voornamelijk te verklaren door een stijging van het opdrachtenpakket. Daarnaast zijn ook de gemiddelde kosten per fte externe inhuur gestegen van € 141.633 naar € 160.690 per jaar.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn hoger uitgevallen dan begroot, wat neerkomt op een stijging van 2%. De stijging wordt veroorzaakt door hogere bijdrage van € 26,2 mln aan Shared Service Organisaties. De overige materiële kosten en apparaat ICT zijn lager dan begroot

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn € 2,8 mln hoger uitgevallen dan begroot. Dit ligt in lijn met de relatief hogere investeringen van voorgaande jaren.

Dotaties voorzieningen

Dit jaar heeft geen dotatie plaatsgevonden.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten bedragen € 5,2 mln en bestaan voor 99,8% uit de Desinvestering Vangstregistratie en Integrale kostensystematiek (IKS). Desinvestering Vangstregistratie betreft hier een activa in aanbouw project (IMVA) dat vroegtijdig is gestopt. Hierdoor zijn de initieel geplande resultaten niet behaald. De totale projectkosten zijn € 4,7 mln. Dit project maakt gebruikt van een EFMZV subsidie voor een bedrag van € 1,0 mln. Doordat het project vroegtijdig is gestopt, en dus het beoogde resultaat niet is behaald of herbruikbaar is, wordt het project niet geactiveerd. De kosten ad € 3,7 mln zijn opgenomen onder de bijzondere lasten. IKS betreft een storting aan het ministerie van LNV in de apurementsreserve van € 1,5 mln. Uit deze reserve, die in totaal € 3,0 mln betreft, zal LNV de IKS claims betalen. Deze claims vloeien voort uit in het verleden verstrekte subsidieverplichtingen door RVO.

Saldo van baten en lasten

Het onverdeeld resultaat over het boekjaar bedraagt € 26,9 mln negatief. De benutting van WaU en POK/Woo gelden is € 7,3 mln. Hierna resteert een onverdeeld resultaat van € 19,6 mln negatief. Na vaststelling van de jaarrekening ligt het besluit bij het moederdepartement EZK of het resterende bedrag van het onverdeeld resultaat over het boekjaar wordt toegevoegd aan de exploitatiereserve.

Activa
Vaste activa 61.936 51.971
Immateriële vaste activa 61.876 51.764
Materiële vaste activa 60 207
waarvan grond en gebouwen 39 132
waarvan installaties en inventarissen 19 68
waarvan projecten in uitvoering 0 0
waarvan overige materiële vaste activa 2 7
Vlottende activa 212.728 213.737
Voorraden en onderhanden projecten 0 0
Debiteuren 5.011 1.774
Overige vorderingen en overlopende activa 23.238 17.315
Liquide middelen 184.479 194.648
Totaal activa 274.664 265.708
Passiva
Eigen Vermogen 26.055 48.309
Exploitatiereserve 41.773 25.533
Bestemmingsreserve 3.920 0
Onverdeeld resultaat ‒ 19.638 22.776
Voorzieningen 0 0
Langlopende schulden 41.820 32.680
Leningen bij het Ministerie van Financiën 41.820 32.680
Kortlopende schulden 206.789 184.719
Crediteuren 11.990 13.745
Belastingen en premies sociale lasten 283 657
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën 15.160 10.300
Overige schulden en overlopende passiva 179.356 160.017
Totaal passiva 274.664 265.708

Toelichting op de balans

Onder de debiteuren en nog te ontvangen bedragen zijn ontvangsten van het moederdeaprtement, overige departementen en derden opgenomen.

Eigen vermogen

Het Eigen vermogen einde boekjaar is het totaal van de exploitatiereserve, bestemmingsreserve en het onverdeeld resultaat over het boekjaar. Het Eigen vermogen einde boekjaar bedraagt € 26,1 mln inclusief de bestemmingsreserve en € 22,1 mln exclusief de bestemmingsreserve. Het eigen vermogen exclusief de bestemmingsreserve (vrij besteedbaar) is 2,38% van de gemiddelde jaaromzet over de laatste drie jaar, waar maximaal 5% is toegestaan.

Onder de directe mutaties in het Eigen vermogen is de uitbetaling van het surplus van € 6,6 mln. over het jaar 2021 als uitkering aan het moederdepartement EZK verantwoord.

Onder de crediteuren en nog te betalen bedragen zijn schulden aan het moederdepartement, overige departmenten en derden opgenomen.

Verloop en stand van de voorzieningen

De vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren heeft voornamelijk betrekking op in 2022 alsnog ontvangen bedragen, welke in 2021 (gedeeltelijk) waren voorzien.

1. Eigen vermogen per 1/1 26.367 28.299 55.594 48.309
Bestemmingsreserve 0 0 0 3.920
2. Saldo van baten en lasten 421 26.735 22.776 ‒ 19.638
3. Directe mutaties in het eigen vermogen
‒ 3a uitkering aan moederdepartement 0 0 ‒ 30.223 ‒ 6.600
‒ 3b bijdrage moederdepartement ter versterking eigen vermogen 1.511 560 162 64
‒ 3c overige mutaties 0 0 0 0
4. Eigen vermogen per 31/12 28.299 55.594 48.309 26.055
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2022 + stand depositorekeningen 111.896 194.648 82.752
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) 841.437 981.784 140.347
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) ‒ 831.337 ‒ 987.794 ‒ 156.457
2. Totaal operationele kasstroom 10.100 ‒ 6.010 ‒ 16.110
Totaal investeringen (-/-) ‒ 25.900 ‒ 26.531 ‒ 631
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 3.690 3.690
3. Totaal investeringskasstroom ‒ 25.900 ‒ 22.841 3.059
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 ‒ 6.600 ‒ 6.600
Eenmalige storting door het moederdepartement (+) 0 11.282 11.282
Aflossingen op leningen (-/-) ‒ 22.660 ‒ 10.300 12.360
Beroep op leenfaciliteit (+) 25.900 24.300 ‒ 1.600
4. Totaal financieringskasstroom 3.240 18.682 15.442
5. Rekening-courant RHB 31 december 2022 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 99.336 184.479 85.143

Toelichting kasstroomoverzicht

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht worden gevormd door de rekening-courant met het Ministerie van Financiën (Rijkshoofdboekhouding). Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de operationele kasstroom.

De gerealiseerde operationele kasstroom is per saldo € 16,1 mln lager dan begroot. Dit komt met name door een toename van de personele kosten en een afname van de omzet en kosten bij de opdrachten van IMG.

De gerealiseerde investeringskasstroom is € 3,0 mln lager dan verwacht. In 2022 is geïnvesteerd in immateriële vaste activa, dit betreft software en licenties (€ 21,7 mln) en activa in aanbouw (€ 22,8 mln). In materiële activa is niet geïnvesteerd.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde financieringsstroom van € 15,4 mln betreft met name de ontvangen middelen voor POK-, WaU- en WOO-middelen. Het beroep op de leenfaciliteit is € 1,6 mln lager dan begroot als gevolg van een lager investeringsniveau.

Omschrijving generiek deel
Inputindicatoren
Kernindicatoren
Verhouding direct/indirect personeel 83% 83% 83% 81% 84%
Outputindicatoren
Kernindicatoren
Tariefindex in reële termen 100,1% 103,3% 102,4% 97,3% 100,0%
Totaal aantal ambtelijk fte werkzaam excl. externe inhuur 3.906 4.084 4.574 5.022 4.200
Saldo baten en lasten 0,1% 3,3% 2,4% ‒ 2,7% 0,0%
Kwaliteitsindicatoren
Kernindicatoren
Klanttevredenheid 7,4 7,5 7,7 7,5 7,3
Gehonoreerde bezwaarschriften 36% 41% 44% 35% 25%

Toelichting

Inputindicatoren

De verhouding van de gerealiseerde inzet van direct en indirect personeel (81%/19%) wijkt 3% af ten opzichte van de begroting (84%/16%).

Outputindicatoren

Het aantal ambtelijke fte ultimo 2022 is 5.022 fte, dit is 822 fte hoger dan begroot. De bezetting is hoger dan begroot vanwege de toename van het opdrachtenpakket van RVO. Dit is onder andere te verklaren door meerwerk aan opdrachten vanwege de COVID-19 pandemie.

Kwaliteitsindicatoren

De klanttevredenheid wordt jaarlijks gemeten en is met een voorlopige score van 7,5 hoger dan de begroting 2022.

Het percentage gehonoreerde bezwaarschriften is dit jaar beduidend hoger (35%) dan de begroting 2022 (25%). In totaal zijn in 2022, 23.198 bezwaarschriften afgehandeld, waarvan 8.107 bezwaren gegrond zijn verklaard, 35 %. Dit percentage is lager dan in 2021 (44%).

Debet aan het percentage gegronde bezwaren is net als vorig jaar met name de TVL regeling met ruim 14.000 afgehandelde bezwaren waarvan 42% gegrond is verklaard. Op de tweede plaats heeft vooral de ISDE hieraan bijgedragen met 2.350 bezwaren waarvan 38% gegrond is verklaard. Op de derde plaats staat de Bedrijfsbetalingsregeling met 739 bezwaren waarvan 48% gegrond is verklaard. Hier staat tegenover dat een groep van ruim 2.000 Visserij/Brexit bezwaren vrijwel in zijn geheel is ingetrokken of niet ontvankelijk is verklaard. Zonder deze groep zou het percentage gegronde bezwaren op 39% zijn uitgekomen.

10. Saldibalans

  1. Rijkshoofdboekhouding

Toelichting op de saldibalans

Algemeen

De balansposten zijn bepaald en gewaardeerd overeenkomstig de geldende voorschriften van de Comptabiliteitswet. Indien van de geldende voorschriften is afgeweken is dit nader toegelicht.

Alle bedragen zijn opgenomen in duizenden euro's tenzij anders vermeld. In de tabel van de saldibalans zijn de bedragen overeenkomstig de voorschriften naar boven afgerond. In de tabellen van de toelichting zijn de bedragen op de standaard wijze afgerond en opgeteld. Door de verschillende wijze van afronden kan de som van de overige tabellen afwijken van de bedragen van de tabel van de saldibalans.

Saldibalanspost 8, kas-transverschillen, is niet van toepassing voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De uitgaven over 2022 zijn gespecificeerd in het jaarverslag van EZK (hoofdstuk XIII), onderdeel uitgaven, artikelen 1 t/m 5, en 40.

De ontvangsten over 2022 zijn gespecificeerd in het jaarverslag van EZK (hoofdstuk XIII), onderdeel ontvangsten, artikelen 1 t/m 5, en 40.

De post liquide middelen is opgebouwd uit de saldi van banken.

De post liquide middelen bestaat uit de aanwezige banksaldi bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voor de uitvoering van de regeling Borgstelling Midden en Klein Bedrijf Kredieten.

Op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding tussen EZK en de Rijksschatkist van het Ministerie van Financiën geadministreerd.

Het bedrag op de saldibalans is overeenkomstig de saldo opgave per 31 december 2022 van het Ministerie van Financiën.

Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening binnen de begroting die EZK aanhoudt op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren.

EZK maakt gebruik van de mogelijkheid om begrotingsreserves aan te houden. In het jaarverslag is er bij de betreffende begrotingsartikelen informatie opgenomen over toevoegingen aan en onttrekkingen uit de begrotingsreserves aangevuld met relevante feiten en of ontwikkelingen.

Garantie Ondernemersfinanciering 289.636 0 81.752 207.884 2
Borgstelling MKB-kredieten (BBMKB) 214.657 4.123 0 218.780 2
Borgstelling MKB-kredieten Groen 0 16.150 0 16.150 2
Groeifaciliteit 67.646 0 867 66.779 2
Garantie MKB-financiering 20.932 844 0 21.776 2
Klein Krediet Corona 24.702 0 8.847 15.855 2
ECN verstrekte leningen 6.600 0 0 6.600 4
Aardwarmte 18.056 0 0 18.056 4
Duurzame Energie 3.979.230 2.626.555 1.576.186 5.029.599 4
Totaal 4.621.459 2.647.672 1.667.652 5.601.479
Onder de vorderingen buiten begrotingsverband zijn bedragen opgenomen die nog van derden moeten worden ontvangen.
Opdrachten derden 22.514
Salarisvorderingen 645
Overige vorderingen 483
Totaal 23.642

Opdrachten derden

RVO.nl voert opdrachten uit voor derden. De opdrachten worden verstrekt door publieke, particuliere en Europese organisaties. Het openstaande bedrag zal RVO.nl in rekening brengen bij de betreffende opdrachtgevers.

Salarisvorderingen

Dit betreft betalingen aan personeel inzake salarissen en diverse vergoedingen in afwachting van definitieve verrekening.

Onder de schulden buiten begrotingsverband zijn de bedragen opgenomen die nog ten gunste van derden moeten worden gebracht.
Opdrachten derden 54.102
Ontvangen bijdrage NCG 8.822
RVO.nl af te dragen gelden aan derden 8.597
Overige schulden 1.281
Totaal 72.802

Opdrachten derden

RVO.nl voert opdrachten uit voor derden. De opdrachten worden verstrekt door publieke, particuliere en Europese organisaties. RVO.nl zal de betreffende gelden overeenkomstig opdracht of overeenkomst aan begunstigden verstrekken.

Ontvangen bijdrage NCG

Dit betreft door NCG van de Gemeente Appingedam ontvangen gelden ten behoeve van de versterkingsoperatie.

RVO.nl af te dragen gelden aan derden

Door RVO.nl geinde bedragen voor derden. Deze dienen nog verrekend te worden, het betreft onder andere het Europees Octrooibureau (EOB).

Rechten onstaan doordat op grond van wettelijke regelingen, in de toekomst aanspraak bestaat op gelden van derden.
De vorderingen hebben betrekking op te ontvangen bedragen voor de begroting van EZK.
Direct opeisbare vorderingen 776.620
Op termijn opeisbare vorderingen 2.029.510
Geconditioneerde vorderingen 620.613
Totaal 3.426.743
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. 441.569
Overige vorderingen inzake uitvoering beleid 324.358
Nog af te dragen veilingopbrengsten en boetes AT 5.058
Opgelegde boetes ACM 3.750
Overige vorderingen 1.885
Totaal 776.620

Nederlandse Aardoliemaatschappij B.V.

Dit betreft de nog door de NAM te betalen vergoedingen die samenhangen met de uitvoeringskosten en schadevergoedingen in het kader van de versterkingsopgave.

Vorderingen inzake uitvoering beleid

EZK heeft vorderingen voortkomend uit subsidie vaststellingen van diverse regelingen, uit het verstrekken van vergunningen en uit het opleggen van heffingen voor diverse economische activiteiten.

Nog af te dragen veilingopbrengsten en boetes AT

Dit betreft de door Agentschap Telecom in 2022 ontvangen veilinggelden en boetebedragen die nog aan het kerndepartement moeten worden afgedragen.

Opgelegde boetes ACM

Voor de uitvoering van de mededingingswet heeft ACM boetes opgelegd.

Overige vorderingen

In de post overige vorderingen is € 10.812 opgenomen betreffende een overschrijding van de WNT norm die in maart 2023 teruggevorderd zal worden.

Leningen 1.074.153
Kredietregelingen RVO.nl 801.055
Vorderingen inzake uitvoering beleid RVO 114.391
Opgelegde boetes ACM 27.868
AT nog te ontvangen veilinggelden 11.484
Overige vorderingen 559
Totaal 2.029.510

Leningen

EZK maakt bij de overdracht van beleidsgelden onder meer gebruik van het instrument leningen. Dergelijke leningen kennen in de regel specifieke afspraken en voorwaarden. De verstrekte leningen zijn in onderstaand overzicht verwerkt en geven de stand per balansdatum aan.

Corona OverbruggingsLening (COL) 239.608
Stichting Garantiefonds Reisgelden 169.570
Participatie Maatschappij Oost Nederland bv 151.574
Stichting Qredits Microfinanciering 109.165
Nuclear Research and consultancy Group (ECN) 82.672
EBN 73.400
Pallas 42.963
ECN 40.000
Fibrant 30.000
BOM 23.084
Provincie Limburg 15.882
Biopartner 13.524
NWO 11.100
St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen 10.000
Stichting voor Technische Wetenschappen (STW) 8.246
Invest-NL Capital N.V. 7.844
Overige leningen 45.523
Totaal 1.074.155

Kredietregelingen RVO.nl

RVO.nl voert een aantal regelingen uit waarbij kredieten voor diverse beleidsdoelstellingen beschikbaar worden gesteld. Het gaat hier onder andere om kredieten voor technische ontwikkeling, elektronische diensten ontwikkeling, milieugerichte productontwikkeling, technische ontwikkelingsprojecten, startende ondernemingen, vroege fase financiering, innovatieve kredieten en het toekomstfonds voor onderzoeksfaciliteiten. De aanvragers kunnen een vooraf overeengekomen tijd over deze kredieten beschikken en betalen de kredieten terug als bepaalde verwachte ontwikkelingen en of condities zich hebben voorgedaan zoals het behalen bepaalde omzet, winst, rendementen, aandelenverkoop, etc.

Vorderingen inzake uitvoering beleid RVO

RVO heeft vorderingen voortkomend uit subsidie vaststellingen van diverse regelingen

Opgelegde boetes ACM

Voor de uitvoering van de mededingingswet heeft ACM boetes opgelegd. Voor deze vorderingen zijn door ACM betalingsregelingen getroffen.

AT nog te ontvangen veilinggelden

Met betrekking tot de FM Kavels A1, A6 en A7 lopen er een drietal betalingsregelingen. Deze gelden zijn nog niet door Agentschap Telecom ontvangen.

Nederlandse Defensie Industrie 421.647
Garantieregelingen 96.790
Borgstelling MKB-kredieten 86.813
Overige vorderingen 15.363
Totaal 620.613

Nederlandse Defensie Industrie

Deze vordering geeft weer welke bedragen de Nederlandse overheid tegoed heeft van de industrie voor deelname in de ontwikkelingsfase van de F-35.

Garantieregelingen

Met deze regelingen worden ondernemers in staat gesteld om bankleningen te verkrijgen zodat ondernemen mogelijk blijft. EZK staat garant voor de leningen waardoor het risico voor de bank op de bedrijfsfinanciering kleiner wordt. Bij aanspraak van de bank op de garantie betaalt RVO.nl de bank. Hierdoor ontstaat er voor RVO.nl een vordering op de onderneming die wordt opgenomen in de debiteurenadministratie. Wanneer een ondernemer een voorstel tot afkoop bij de bank indient legt de bank dit ter beoordeling voor aan RVO.nl. Na instemming van RVO.nl zorgt de bank voor afwikkeling van de overeengekomen regeling en maakt het aan RVO.nl toekomende bedrag over.

Borgstelling MKB-kredieten

Op basis van het besluit Borgstelling Midden Kleinbedrijf (BBMKB) verstrekken deelnemende banken krediet aan een ondernemer onder garantie (borgstelling) van de Staat. Op het moment dat de bank de garantie aanspreekt betaalt RVO.nl de claim uit aan de bank. Hierdoor ontstaat er voor RVO.nl een vordering op de onderneming die wordt opgenomen in de debiteurenadministratie. De bank heeft conform de regeling een volgplicht. Wanneer een ondernemer een voorstel tot afkoop bij de bank indient legt de bank dit ter beoordeling voor aan RVO.nl. Na instemming van RVO.nl zorgt de bank voor afwikkeling van de overeengekomen regeling en maakt het aan RVO.nl toekomende bedrag over.

De schulden hebben betrekking op bedragen die ten gunste van de begroting van EZK zijn ontvangen.
Voorschotten zijn bedragen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen.
01. Goed functionerende economie en markten 880 3.559 5.931 21.969 229.213 261.551
02. Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen 494.451 186.729 227.394 431.909 1.427.804 2.768.286
03. Toekomstfonds 2.414 1.215 2.791 2.905 3.058 12.383
04. Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering 3.532.711 1.321.877 1.857.286 2.705.635 4.594.649 14.012.158
05. Een veilig Groningen met perspectief 49.514 220.229 168.561 843.138 861.690 2.143.132
Buiten begrotingsverband 748 202 2.656 3.792 54.749 62.148
Totaal 4.080.718 1.733.811 2.264.619 4.009.348 7.171.162 19.259.658
Beginstand 31 december 2021 16.361.462
Verstrekte voorschotten 9.080.760
Eindafgerekende voorschotten ‒ 6.182.565
Eindstand 31 december 2022 19.259.658

De beginstand per 31 december 2021 is bijna 1.079,8 mln. hoger dan de in de jaarrekening 2021 opgenomen stand per 31 december 2021. Dit in verband met de overgang van de Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De mutaties buiten begrotingsverband hebben betrekking op voorschotten die namens EZK zijn verstrekt maar waarvan financiering door derden plaatsvindt. De voorschotten die EZK heeft verstrekt namens de volgende opdrachtgevers zijn niet in de openstaande voorschotten buiten begrotingsverband meegenomen:

  1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
  2. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
  3. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  4. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  5. Ministerie van Buitenlandse Zaken;
  6. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  7. Ministerie van Justitie en Veiligheid;
  8. De provincies.
De garantieverplichtingen zijn voorwaardelijke financiële verplichtingen. Deze verplichtingen komen op een later moment tot uitbetaling als bij de werderpartij die de garantie heeft ontvangen zich bepaalde omstandigheden voordoen, bijvoorbeeld een bepaald risico of een onzekere gebeurtenis.
01. Goed functionerende economie en markten 0 0 0 0 0
02. Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen 3.133.865 333.583 1.082.029 27.868 2.357.551
03. Toekomstfonds 0 0 0 0 0
04. Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering 708.211 799.000 345.000 0 1.162.211
05. Een veilig Groningen met perspectief 0 0 0 0 0
Totaal 3.842.076 1.132.583 1.427.029 27.868 3.519.762

Onder de post garantieverplichtingen zijn ook opgenomen de garantieverplichtingen die vallen onder het domein van het schatkistbankieren van het Ministerie van Financiën. Dit is aan de orde bij artikel 4 (COVA).

Het gaat hier om financiële verplichtingen ten opzichte van een wederpartij die op een later moment tot betaling zal leiden. Indien de wederpartij alle gestelde voorwaarden nakomt zal de verplichting volledig tot betaling komen.
01. Goed functionerende economie en markten 19.302 362.213 937 291.380 89.199
02. Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen 4.976.069 4.956.810 2.443.767 4.967.156 2.521.956
03. Toekomstfonds 517.151 330.249 10.347 136.226 700.828
04. Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering 57.577.503 27.713.524 4.851.800 8.880.061 71.559.166
05. Een veilig Groningen met perspectief 811.130 10.924.818 21.771 11.139.677 574.500
40. Apparaat EZK 0 466.055 0 466.055 0
Buiten begrotingsverband 56.486 83.671 4.625 57.615 77.918
Totaal 63.957.642 44.837.341 7.333.246 25.938.170 75.523.567

Voor het verantwoorden van de verplichtingen van apparaatsuitgaven op artikel 40 in bovenstaande tabel wordt het principe verplichtingen is gelijk aan kas toegepast. Het verplichtingensaldo wordt gelijk gesteld aan het uitgavensaldo waardoor er per saldo op 31 december geen openstaande verplichtingen worden verantwoord.

Voor de andere verplichtingen is voor wat betreft het onderdeel buiten begrotingsverband dezelfde verantwoordingswijze toegepast als bij de openstaande voorschotten.

De stand per 31-12-2021 van artikel 05 Een veilig Groningen met perspectief is 780,3 miljoen euro hoger dan de eindstand van de jaarrekening 2021. Dit in verband met de overgang van de Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Niet uit de balans blijkende bestuurlijke verplichtingen
Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen zijn onder meer bestuursovereenkomsten of bestuursconvenanten die afgesloten worden tussen het Rijk en derden, bijvoorbeeld decentrale overheden, functionele overheden of belangenorganisaties. Dergelijke bestuurlijke verplichtingen worden alleen voor het deel waarvoor een juridische verplichting is aangegaan opgenomen in de saldibalans. Tot het moment waarop een juridische verplichting wordt aangegaan, zijn deze bestuurlijke verplichtingen nog niet administratief vastgelegd. Interne procedures borgen dat de financiële gevolgen bekend zijn voordat een bestuurlijke overeenkomst wordt ondertekend. De uitgaven die het gevolg zijn van deze bestuurlijke verplichtingen kunnen op dat moment worden geraamd, en afhankelijk van het bedrag, toegelicht bij het betreffende begrotingsartikel en in kamerbrieven over het betreffende onderwerp. Op deze wijze wordt geborgd dat de financiële gevolgen van bestuurlijke afspraken niet alleen beleidsmatig, maar ook budgettair, door de Staten-Generaal kunnen worden geautoriseerd, ook al vindt de vastlegging van de verplichting pas op een later moment plaats.

Warmtetransportnet Zuid-Holland

De toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat en Energie heeft de Tweede Kamer op 5 juli 2021 middels een Kamerbrief geïnformeerd over de ontwikkelingen rond Warmtetransportnet Zuid-Holland. De Staat heeft op Prinsjesdag in 2021 € 427 mln gereserveerd op de aanvullende post van de rijksbegroting. Doel van deze middelen is de realisatie van het Warmtetransportnet door een subsidie ter beschikking te stellen waarmee een vergelijkbaar effect wordt gerealiseerd als in het geval dat bijvoorbeeld de SDE++ zou worden opengesteld. In oktober 2021 hebben het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Gasunie deze afspraak vastgelegd in een wijziging van een bestaand Convenant uit 2019 waarin afspraken tussen genoemde partijen staan opgenomen over de realisatie van het Warmtetransportnet Zuid-Holland. In de wijziging van het Convenant is opgenomen dat de precieze hoogte, vorm, doelstelling en subsidiabele kosten nader worden uitgewerkt. De verplichtingen, die voortvloeien uit het convenant, zullen in de komende jaren in de financiële administratie worden vastgelegd.

Energie Beheer Nederland (EBN)

In 2018 hebben de Staat, Shell en Exxon afspraken gemaakt in het Akkoord op Hoofdlijnen. Hierin is onder andere afgesproken dat de Staat ervoor zal zorgdragen dat EBN kan voldoen aan (het EBN-deel van) de verplichtingen ten aanzien van betalingen voor schadeafhandeling en de versterkingsopgave. Mogelijk leidt dat tot een kapitaalinjectie van de Staat aan EBN in de toekomst. Vanwege de onzekerheid over de precieze omvang en de timing van de eventuele kapitaalinjectie worden de verplichtingen in de financiële administratie vastgelegd in hetzelfde jaar als de kasbetalingen.

Onder de post deelnemingen worden alle deelnemingen in besloten-, naamloze-, commanditaire vennootschappen en internationale instellingen opgenomen.
N.V. BOM 16.587 16.587 42.004 42.004 49,9
ROM Innovation Quarter B.V. 56.793 56.793 56.793 56.793 45,1
N.V. LIOF 26.625 26.625 35.324 35.324 50,0
GasTerra B.V. 18.000 18.000 18.000 18.000 10,0
EBN N.V. 128.138 128.138 1.242.281 1.242.281 100,0
Oost N.V. 50.064 50.064 69.266 69.266 52,9
NPEX B.V. 14 14 1.347 1.347 15,7
Investeringsfonds Zeeland B.V. 2 2 19.200 24.200 47,3
ROM Regio Utrecht B.V. 11 11 23.990 23.990 46,6
Groeifonds Flevoland B.V. 6.700 6.700 6.700 6.700 50,0
Bonaire Brandstof Terminals 1 1 20.100 20.100 100,0
Rom InWest BV 30 30 30.360 30.360 49,9
Totaal 328.915 328.915 1.611.920 1.616.920

11. WNT-verantwoording 2022 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2022 € 216.000.

Naast de hieronder vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2022 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2022 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2022 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

Nederlandse Emissieautoriteit J.C.M. Sap Bestuurslid 0,11 (0,11) nee 19.719 (19.117) 2.530 (2.483) 22.249 (21.600) 24.000
Nederlandse Emissieautoriteit M.P.C. Bressers Directeur-bestuurder 1,00 (1,00) nee 152.756 (148.574) 22.769 (22.328) 175.524 (170.903) 216.000
Nederlandse Emissieautoriteit J.F. de Leeuw Bestuurslid 0,10 (0,10) nee 18.105 (17.634) 18.105 (17.634) 21.600
Autoriteit Consument en Markt T.M. Snoep Voorzitter 1,00 (1,00) nee 195.209 (184.840) 24.395 (23.420) 219.604 (208.260) 216.000 3.6041
Autoriteit Consument en Markt C.M.L. Hijmans van den Bergh Bestuurslid 1,00 (1,00) nee 195.209 (184.840) 24.395 (23.420) 219.604 (208.260) 216.000 3.6041
Autoriteit Consument en Markt M.R. Leijten Bestuurslid 1,00 (1,00) nee 195.209 (184.840) 24.395 (23.420) 219.604 (208.260) 216.000 3.6041
Instituut Mijnbouwschade Groningen prof. mr. S.C.J.J. Kortmann Voorzitter bestuur IMG 1,00 (1,00) nee 125.716 (121.962) 125.716 (121.962) 216.000
Instituut Mijnbouwschade Groningen mr. Tj. Bouwes Bestuurslid IMG 0,89 (0,89) nee 114.511 (109.684) 114.511 (109.684) 192.000
Instituut Mijnbouwschade Groningen ing. J.C. de Pagter Bestuurslid IMG 1-7-2022 1,00 (1,00) nee 74.642 (72.505) 74.642 (72.505) 108.000
Instituut Mijnbouwschade Groningen mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen Bestuurslid IMG 0,56 (0,56) nee 71.091 (17.660) 71.091 (17.660) 120.000
Instituut Mijnbouwschade Groningen dr. E.C.M. van Schie Bestuurslid IMG 1-2-2022 0,44 nee 51.488 51.488 88.000
Instituut Mijnbouwschade Groningen Dhr. B.J. Wierenga Bestuurslid IMG 1-8-2022 0,56 nee 30.338 30.338 50.000
  1. Door een onjuiste berekening van de bezoldiging over het jaar 2022 heeft een overschrijding van de WNT norm plaats gevonden. Het teveel betaalde bedrag wordt in maart 2023 verrekend.

D. Bijlagen

Bijlage 1: Toezichtrelaties Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT's) en Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's)

Centraal Bureau voor de Statistiek 158.561 186.893 3.715 5.868 Nee
Edelmetaal Waarborg Nederland Nee
Examinerende instanties als bedoeld in artikel 19 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 Nee
Kamer van Koophandel 130.9501 137.8922 7.235 9.800 Nee
Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet Nee
Nederlandse Emissieautoriteit 210 216 Nee
Raad voor de Accreditatie 277 1.099 77 Nee
Bestuur Autoriteit Consument en Markt 779 712 645 645 Nee
Instituut Mijnbouwschade Groningen 2.000 2.248 Nee
Stichting COVA 111.000 96.233 Nee
TNO 211.330 256.660 515 Nee
VSL 11.146 11.524 Nee
De in het kader van de Metrologiewet art. 11 en 12 aangewezen instanties en erkende keurders Nee
WaarborgHolland Nee
  1. Dit bedrag is exclusief budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 5.008.000.
  2. Betreft Rijksbijdrage 2022. Dit bedrag is exclusief de budgetfinanciering van het Handelsregister groot € 5.989.000.

Bijlage 2: Moties en toezeggingen

Nieuw vanaf het jaarverslag 2022 is het opstellen van de bijlage Moties en Toezeggingen. Tot nu toe werd deze bijlage alleen bij de ontwerpbegroting opgenomen. Deze bijlage bevat de stand van zaken van alle nieuwe moties en toezeggingen sinds de peildatum (augustus 2022) van de gelijknamige bijlage bij de ontwerpbegroting, de nog openstaande moties en toezeggingen uit voorgaande jaren en de moties en toezeggingen die sinds de genoemde peildatum zijn afgehandeld. Uitgangspunt van de bijlage is dat deze de actuele stand van zaken rond moties en toezeggingen weergeeft en aansluit op de eerder hierover verstrekte informatie.

Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering de duur van de procedure in de praktijk nauwlettend te monitoren en tijdig in te grijpen als blijkt dat te veel te doorlopen procedures langer duren dan de standaard acht weken die gelden voor zowel het bepalen of er een toetsing nodig is als het nemen van een uiteindelijk toetsingsbesluit. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - Debat Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) Onderhanden (doorlopend, wordt niet afgedaan)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering na twee jaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet te evalueren, boven op de geplande evaluatie na vijf jaar. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - Debat Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze Nederland mee kan doen en voortrekker kan worden van de nog in ontwikkeling zijnde IPCEI-Solar. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden (Kamer geïnformeerd over voortgang in november 2022, middels Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 5; en Kamerstuk 2022 Z, nr. 22 868 (23 november 2022).
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kathmann, B.C. (PvdA)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering te onderzoeken of innovatieregelingen drastisch kunnen worden versimpeld door deze terug te brengen tot hooguit enkele regelingen. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan, Kamerstuk II 2022/23, 33 009, nr. 117, p.13 (voetnoot 78)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om te komen tot een door de ministeries van EZK en van OCW tezamen met de relevante partners opgestelde en gedragen integrale valorisatiestrategie en actieplan, en dit uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 te delen met de Kamer. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan met Kamerbrief Innovatie en Impact, Kamerstuk 33 009, nr. 117 (11 november 2022).
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om – geïnspireerd door de British Business Bank – te onderzoeken hoe vraag en aanbod beter bij elkaar kunnen worden gebracht en de betrokken stakeholders actief te betrekken, en de Kamer te informeren in het vierde kwartaal 2022. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD Ondernemen & Bedrijfsfinanciering Onderhanden: Formeel is de motie afgedaan in brief «mkb-financiering: knelpunten en acties» (Kamerstuk 32 637, nr. 502) met de toezegging ‘één deur’ voor financiering te gaan creëren. De kamer zou hier Q4 2022 over geïnformeerd worden, wat tijdens het commissiedebat op 10/09/22 is verzet naar Q1 2023. Dat gaan we in mkb-financieringsbrief doen, die er uiterlijk 31 maart uitgaat.
Amhaouch, M. (CDA)
Stoffer C. (SGP)
Rahimi, H. (VVD)
Jong, R.H. de (D66)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om, samen met de bevoegde gezagen, om tafel te gaan met de middelgrote industriële bedrijven en het industrieel mkb om te verkennen welke extra CO2-reductie en energiebesparing in aanvulling
op de energiebesparingsplicht mogelijk is en hoe deze het beste gerealiseerd kan worden.
07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt het kabinet, te onderzoeken hoe de bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-register verbeterd kan worden. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om te bekijken hoe in samenspraak met de bevoegde gezagen de doorlooptijden van de vergunningstrajecten aanzienlijk versneld kunnen worden, en de Kamer hierover uiterlijk in oktober te informeren;
Verzoekt de regering om casusspecifiek te bekijken wat er nodig is om de doorlooptijden te versnellen en dat mee te nemen in het overeenkomen van de joint letters of intent en de daaropvolgende bindende maatwerkafspraken.
07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om te onderzoeken waar de knelpunten in de financiering van mkb-bedrijven zitten als het gevolg van het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen en welke instrumenten er zijn om dit te verhelpen. 15-03-2022 Parlementaire agenda [09-03-2022] - Debat Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen (Kamerstuk 35 769) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga) Roept het kabinet op om uiterlijk voor het voorjaar van 2023 de Kamer een overzicht te geven van de behaalde concrete winsten op dit terrein. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD Regeldruk Onderhanden
Goudzwaard, M. (JA21)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om met urgentie te onderzoeken of en, zo ja, hoe het huidige financieringsinstrumentarium, waaronder de BMKB-C, de GO-C en het Borgstellingskrediet voor de Landbouw (BL), geschikt en toegankelijk gemaakt kan worden voor getroffen bedrijven als gevolg van de oorlog in Oekraïne. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Gevolgen oorlog Oekraïne voor Nederlands bedrijfsleven + MBHOS Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Klink, J.J. (VVD)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om te onderzoeken welke barrières maatschappelijke en sociale ondernemingen die zich bezighouden met maatschappelijke innovatie ervaren bij het gebruik van innovatieregelingen en in het innovatiebeleid door het Rijk;
Verzoekt de regering om de Kamer hierover uiterlijk in het najaar van 2022 te informeren.
28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan met Kamerstuk II 2022/23, 33 009, nr. 117, p.22 (voetnoot 82)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Jong, R.H. de (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering bij de onderhandelingen in te brengen dat nationaal toezicht op en/of nationale toepassing van algoritmen mogelijk moet zijn, ondanks dat er een Europese markt is. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Telecomraad Onderhanden
Rajkowski, Q.M. (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt het kabinet om in samenwerking met private en publieke partijen een actieve strategie te ontwikkelen ten aanzien van de nieuwe innovatieve ontwikkelingen in batterijtechnologie;
verzoekt het kabinet de mogelijkheden van Nederlandse deelname in nieuwe IPCEl-batterijtechnologie-initiatieven te onderzoeken met gelijkgezinde landen.
28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden
Strien, P.J.T. van (VVD)
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering de impact van de inflatie op de stimulering van innovatie door de Wbso te onderzoeken. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgehandeld
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een landelijke stimuleringsregeling om de financiële belemmeringen met betrekking tot hybride docentschap weg te nemen, eruit kan komen te zien en hoe een dergelijke regeling geïmplementeerd zou kunnen worden. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze EZK een actievere, centrale en coördinerende rol richting andere overheden en departe-menten kan pakken om ons toekomstige verdienvermogen te versterken, en de Kamer hierover uiterlijk te informeren in het actieplan vestigings- klimaat, dat zij voor de zomer naar de Kamer stuurt. 29-03-2022 Parlementaire agenda [23-03-2022] - TMD Hoofdlijnen Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt het kabinet van bedrijven die steun krijgen bij het verduurzamingsproces in de maatwerkafspraken als voorwaarde een concreet en onafhankelijk doorgerekend plan te vragen over hoe zij klimaatneutraal worden. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Kuiken, A.H. (PvdA) Verzoekt de regering op korte termijn het overleg met sociale partners opnieuw op te pakken en te bezien hoe een gezamenlijk perspectief kan bijdragen aan een bestendige aanpak van de coronacrisis, en dit overleg structureel voort te zetten. 14-12-2021 Parlementaire agenda [08-12-2021] - Voortzetting debat Steunpakket Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Baarle, S.R.T. van (DENK) Verzoekt de regering om opnieuw in gesprek te treden met lease- en verzekeringsmaatschappijen teneinde coulance voor taxichauffeurs die in de knel zijn geraakt te laten bieden. 14-12-2021 Parlementaire agenda [08-12-2021] - Voortzetting debat Steunpakket Onderhanden
Rahimi, H. (VVD) Verzoekt de regering bij de evaluatie van de wet te onderzoeken of als gevolg van deze wet nadelen zijn ontstaan voor de detaillisten in het mkb, en daarover aan de Kamer te rapporteren. 15-03-2022 Parlementaire agenda [09-03-2022] - Debat Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen (Kamerstuk 35 769) Onderhanden
Graaf, M. de (PVV) Verzoekt het kabinet, te onderzoeken hoe de bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-register verbeterd kan worden. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Ellemeet. C.E. (GL) Verzoekt het kabinet, conform het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens vestigingsadressen van zelfstandigen in principe af te schermen wanneer dit tevens woonadressen zijn en de wet hiervoor aan te passen. 16-09-2021 Parlementaire agenda [09-09-2021] - Debat over agressie tegen en bedreiging van journalisten Onderhanden
Michon-Derkzen, I.J.M. (VVD)
Lee, T.M.T. van der (GL) Verzoekt de regering om, samen met de bij het valorisatieplan betrokken partijen, op korte termijn te komen tot een verkenning van de inzet die nodig is om de ambities uit dit plan te verwezenlijken en daarbij ook de samenhang met bredere aspecten van valorisatie, zoals fieldlabs en mkb-samenwerkingsvouchers in ogenschouw te nemen. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Dijk, G.J. van (PvdA)
Stoffer C. (SGP)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering te onderzoeken welke zaken het meest bijdragen aan een eventueel besluit van een bedrijf om te verhuizen naar een land buiten Nederland. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Eerdmans, B.J. (JA21)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering, om te onderzoeken op welke wijze ondernemers kunnen worden geholpen bij het beëindigen van hun onderneming zonder een enorme schuldenlast als gevolg van de coronacrisis. 30-09-2021 Parlementaire agenda [29-09-2021] - Debat Steunpakket met MEZK/MFIN/MSZW Onderhanden
Dijk, G.J. van (PvdA)
Aartsen, A.A. (VVD)
Maatoug, S. (GL)
Jong, R.H. de (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Stoffer C. (SGP) Verzoekt de regering, met betrokken partijen de knelpunten te inventariseren en zich maximaal in te spannen om het project WarmtelinQ tot een positief besluit te brengen, uiterlijk 1 oktober. 08-07-2021 Parlementaire agenda [08-07-2021] - Tweeminutendebat Klimaat en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering, aan de hand van de marktmonitor over de aanbodzijde van de financieringsmarkt die EZK voornemens is op te zetten, ook de betere financiering van familiebedrijven te verkennen. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Strien, P.J.T. van (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering actief in gesprek te gaan met de campussen om te bezien hoe de handvatten uit de strategie-ecosystemen versneld kunnen worden gerealiseerd, en de Kamer te informeren over de uitkomst van deze gesprekken. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Afgedaan met Kamerbrief Innovatie en Impact, Kamerstuk 33 009, nr. 117 (11 november 2022).
Lee, T.M.T. van der (GL)
Dijk, G.J. van (PvdA)
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om: –onder regie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in samenspraak met het Techniekpact, een analyse te maken van de effectiviteit van deze initiatieven en te onderzoeken waar aanvullingen nodig zijn, als basis voor een aanvalsplan waarmee een volgend kabinet snel en goed geïnformeerd aan de slag kan om de tekorten in de technische sector structureel op te lossen; –de Ministeries van EZK, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en OCW gezamenlijk een plan te laten maken om middelen bedoeld voor zijinstroom ten behoeve van tekortsectoren slim in te zetten; verzoekt de regering hierover in Q1 2022 aan de Kamer te rapporteren. 04-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kaag, S.A.M.(D66)
Azarkan, F. (DENK)
Lee, T.M.T. van der (GL)
Graus, D.J.G. (PVV)
Stoffer C. (SGP)
Leijten, R.M. (SP)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Eerdmans, B.J. (JA21)
Dassen, L.A.J.M. (Volt)
Thijssen, J. (PvdA)
Grinwis, P.A. (CU)
Teunissen, Ch. (PvdD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om er, bij de uitwerking van de aanbevelingen uit de evaluatie van de BMKB-regeling, voor te zorgen dat deze in de toekomst nog beter aansluit op de behoefte van het mkb, met specifieke aandacht voor toegankelijkheid van financiering. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering de schade die Limburgse ondernemers in het watersnoodgebied hebben geleden boven op de coronacrisis, vanaf het derde en vierde kwartaal 2021 en eerste kwartaal 2022 ruimhartig en met gezwinde spoed te vergoeden. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering het totaalpakket aan schulden en kosten ontstaan door de gedwongen sluiting tijdens de coronacrisis, integraal te bezien en met gepaste oplossingen te komen. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om bij de geplande evaluaties van de verschillende instrumenten specifieke aandacht te hebben voor de samenhang tussen de instrumenten rond criteria en termijnen. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Stoffer C. (SGP)
Graus, D.J.G. (PVV)
Huizinga-Heringa, J.C. (CU) Verzoekt de regering ten behoeve van zo’n debat binnen drie maanden een voorbereidende notitie aan deze Kamer te doen toekomen, waarin zij gemotiveerd uiteen zet welke nieuwe keuzes gemaakt worden over de rolverdeling tussen huishoudens, overheid en markt bij grote uitdagingen als de klimaattransitie. 1-11-2022 Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
Rosenmöller, P. (GL)
Vos, M.L. (PvdA)
Ceder, D.G.M. (CU) Verzoekt de regering in te zetten op heropening van de onderhandelingen over het raamwerk om op in ieder geval genoemde elementen het voorstel fundamenteel te verbeteren. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering niet in te stemmen met de Raadsconclusie en met een aanhangsel aan te geven dat de positie van het Nederlandse parlement anders is dan het bereikte compromisvoorstel. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering te onderzoeken wat ondernemers zelf kunnen doen en waar zij kunnen worden geholpen inzicht te krijgen in het verduurzamen van het productieproces van hun bedrijf. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Klaver, J.F. (GL) Verzoekt het kabinet om bij de zoektocht naar oplossingen voor het energie-intensieve mkb ook te kijken naar gerichte ondersteuning van scholen en cultuurinstellingen en te kijken of gemeenten daarbij een rol kunnen spelen, en de Kamer hier voor 1 november over te informeren. 22-9-2022 Parlementaire agenda [21-09-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen (APB) TK Afgedaan middels Najaarsnota 36 250-1
Kuiken, A.H. (PvdA)
Paternotte, J.M. (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering om een onderzoek te doen in hoeverre de universele
dienstverlening van telefoniediensten verbreed kan worden tot
internetdiensten.
22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dekker-Abdulaziz, H. (D66)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering voor de korte termijn in aanloop naar de aankomende ministeriële ESA-conferentie een laatste krachtige inspanning te doen om het beoogde budget voor de inschrijvingen in de optionele programma's te verhogen, zodat verlies van onze positie in programma's voorkomen wordt. 15-11-2022 Parlementaire agenda [08-11-2022] - TMD Innovatie & Ruimtevaart Afgehandeld
Eerdmans, B.J. (JA21)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
Rajkowski, Q.M. (VVD) Verzoekt de regering om in overleg te treden met het Digital Trust Center en betrokken brancheorganisaties om te komen tot een eenduidig mkb-keurmerk, om mkb’ers beter te ondersteunen bij het vormen van hun securitybeleid. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Rajkowski, Q.M. (VVD) Verzoekt de regering om in samenwerking met het Digital Trust Center, brancheorganisaties en regionale partners een structurele cyberoefenagenda te ontwikkelen met daarin cyberoefeningen specifiek gericht op niet-vitale bedrijven. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dijk, mr. D.J.H. van (SGP) Verzoekt de regering energie-intensieve MKB' ers eerder duidelijkheid te bieden of zij onder de TEK vallen door de referentiedatum te vervroegen, zo mogelijk naar het vierde kwartaal van 2022; verzoekt de regering aansluitend zorg te dragen voor voorschotten aan bedrijven zodra zij kunnen aantonen onder de TEK te vallen, en dit voorschot te verrekenen als de TEK daadwerkelijk in werking treedt, zodat voorkomen wordt dat extra hoge schulden worden opgebouwd, dan wel dat faillissementen worden aangevraagd als gevolg van te laat verleende ondersteuning. 1-11-2022 Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden, wordt aan brief gewerkt
Schalk, P. (SGP)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering een onafhankelijke toets te laten doen voor aangegane verplichtingen of uitgaven uit het klimaatfonds, zolang er nog geen wet op het klimaatfonds bestaat. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering om zo snel mogelijk, maar uiterlijk februari 2023, de definitieve kaders en voorwaarden voor aanvragen en bestedingen uit het klimaatfonds met de Tweede Kamer te delen; verzoekt de regering om in ieder geval als voorwaarde op te nemen dat de besteding. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Dassen, L.A.J.M. (Volt) Verzoekt de regering om zich in te zetten voor het versneld instellen van ambitieuze Europese wetgeving voor een minimumhoeveelheid recyclaat in plastics en daarbij met gelijkgestemde lidstaten op te trekken, waarbij Nederland een voortrekkersrol inneemt zodat investeringen in recyclaat versneld op gang kunnen komen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering in de Klimaatnota te rapporteren over de afbouw van de productie en het gebruik van gas, olie en kolen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om de Kamer in Q1 van 2023 te informeren over ten minste tien concrete projecten op het gebied van verduurzaming van de industrie en grootschalige energie-infrastructuur die mogelijk versneld gerealiseerd kunnen worden door de inzet van de Crisis- en herstelwet. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering te onderzoeken wat ondernemers zelf kunnen doen en waar zij kunnen worden geholpen inzicht te krijgen in het verduurzamen van het productieproces van hun bedrijf. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een integraal nationaal maritiem industriebeleid onder regie van de Minister van EZK, in samenwerking met de Ministeries van Financiën, IenW en Defensie. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een actieplan aanpak winkeldiefstal 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Stoffer C. (SGP)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om samen met provincies een meerjarenplan op te stellen voor de ROM’s, waarbij aandacht is voor bovenregionale samenwerking, programmatische samenwerking met het Rijk en Europa, en te onderzoeken of en hoe het brede mkb beter bediend kan worden door en met passende publiek-private financiering voor de ROM’s, in samenhang met de activiteiten van KVK en RVO. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering naar de houdbaarheid van regels te kijken, door een mkb-toets uit te voeren, een jaar na inwerkingtreding bij gebleken klachten, zoals ook is aangekondigd in het nieuwe regeldrukprogramma, en steevast een algehele evaluatie na vijf jaar. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering om snel duidelijkheid te verschaffen over de toegankelijkheid van de BMKB-Groenregeling voor kleine ondernemers met behoefte aan betaalbare relatief kleine investeringskredieten. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om, als deze regeling kleine ondernemers onvoldoende bereikt, in het eerste kwartaal van 2023 naar aanvullend instrumentarium te kijken, bijvoorbeeld binnen de bestaande middelen, naar een mkb-duurzaamheidslening of naar een verbreding van de regeling. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga) Verzoekt de regering om spoedig met de sectoren in gesprek te gaan om gezamenlijk de TEK-regeling te verbeteren. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om mkb-ondersteuningsprogramma’s ter verbetering van, het bieden van hulp voor, digitalisering en financiering. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering alles op alles te zetten om de TEK op 1 januari 2023 te laten ingaan door gebruik te maken van historische en/of modelmatige verbruiks- en prijsgegevens, en de Kamer hier uiterlijk 1 december over te informeren. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een regierol voor de Minister van EZK ter voorkoming van disproportionele regeldruk en onnodige nationale koppen en om de mkb-toets voor bestaande en nieuwe regelgeving te borgen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering te onderzoeken of er een fonds beschikbaar kan worden gemaakt waarmee het kleinbedrijf middels een duurzaamheidslening van maximaal € 50.000 en tegen een lage rente een overbruggingsfinanciering of een investeringskrediet via Qredits kan aanvragen. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om te onderzoeken, samen met sectoren, of een Wet bevordering industriële ontwikkeling of een ander passend instrument kan worden ingericht waarmee structureel ingezet wordt op proces- en productie-innovatie, met als doel de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om met de ACM versneld aan de slag te gaan met de conclusies van dit onderzoek, maar ook een aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar hoe het toezicht op de energiemarkt in de toekomst moet worden ingericht, en hierbij specifiek met aanbevelingen te komen omtrent het wettelijk mandaat van de ACM, haar taken en bevoegdheden en het benodigde budget;
verzoekt de regering om dit onderzoek en concrete aanbevelingen voor juni 2023 met de Kamer te delen.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om energiearmoede voortaan jaarlijks te monitoren en hierover de Kamer te informeren, bij voorkeur gelijktijdig met de Klimaat- en Energieverkenning en de Klimaatnota. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Erkens, S.P.A. (VVD) verzoekt de regering dat er voor de aanvang van het stookseizoen 2023–2024 bij zo veel mogelijk huishoudens op postcodes waar het risico op energiearmoede het hoogst is, een Fix It-team langsgaat. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Eerdmans, B.J. (JA21) Verzoekt het kabinet om in gesprek te gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Expertise Centrum Warmte om te kijken hoe gemeenten gestimuleerd kunnen worden om mkb-bedrijven (zeker de mkb-bedrijven die energie-intensief zijn) beter te faciliteren in de vergunningverlening bij het omschakelen naar groene waterstof. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Kröger, S.C. (GL)
Erkens, S.P.A. (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om een langetermijnvisie op te stellen op de inzet van de gasopslagen en hierbij specifiek in te gaan op welke opslagen als strategische reserves kunnen dienen en wat de voor- en nadelen hiervan zijn;
verzoekt de regering om bij deze visie de rol van EBN in de Nederlandse gasopslagen te betrekken met als doel dat de overheid meer grip heeft op de inzet van het gas;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan het zomerreces 2023.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om bij het prijsplafond vanaf 1 januari voor de compensatie van de leveranciers te voorzien in een regeling waarbij achteraf via een margetoets geborgd wordt dat leveranciers niet worden overgecompenseerd;
verzoekt de regering om deze marge lager in te stellen dan de marges die de afgelopen jaren behaald zijn.
15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Afgehandeld met Kamerstuk 36 200, nr. 175
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering zo snel mogelijk en bij voorkeur voor 1 januari 2023, gecoördineerd door de Belastingdienst en met betrokkenheid van onder meer gemeenten en woningcorporaties, een werkbare database in te richten waaruit is af te leiden bij welke woningen een blokaansluiting is, zodat vanaf januari deze huishoudens rechtstreeks tegemoetgekomen kunnen worden, hetzij door een plafond, hetzij door een vast bedrag per huishouden. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kops, A. (PVV) Verzoekt de regering, óók huishoudens met blokverwarming te compenseren – het zij door hen onder het prijsplafond te laten vallen, het zij door het uitkeren van bijvoorbeeld een vast bedrag ter grootte van de verwachte gemiddelde compensatie onder het prijsplafond. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA) Verzoekt de regering een concrete strategie te ontwikkelen om de uitrol van mestvergisting te ondersteunen en versnellen en te onderzoeken hoe mestvergisting optimaal kan bijdragen aan het realiseren van ten minste 2 bcm groengasproductie. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering met verzekeraars om tafel te gaan om te kijken waar de knelpunten zitten en hoe ondernemers geholpen kunnen worden in hun duurzame energieambitie;
verzoekt de regering voorts te onderzoeken wat mogelijke oplossingen zijn voor het risico van het opruimen van zonnepaneeldeeltjes die verspreid worden als gevolg van een brand met een zon-PV-systeem, zoals het inrichten van een garantstelingsfonds.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de besluitvorming over de dekking ten behoeve van de realisatie van Pallas komend voorjaar af te ronden. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering bovenstaande trajecten zo snel mogelijk te starten en hiervoor bij de Voorjaarsnota de middelen voor kernenergie verder aan te vullen richting minimaal de 50 miljoen uit het coalitieakkoord en dit te dekken uit de daarvoor bestemde middelen in het klimaatfonds. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om de plannen voor wind op zee te beschermen door te sturen op het minstens matchen van de elektriciteitsbehoefte van de industrie met de plannen voor wind op zee, zodat de financiële levensvatbaarheid van wind op zee verzekerd wordt. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering om eisen ten aanzien van circulariteit op te nemen in alle nog uit te schrijven tenders voor wind op zee. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Hagen, K.B. (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering om een onderzoek te doen in hoeverre de universele dienstverlening van telefoniediensten verbreed kan worden tot internetdiensten. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dekker-Abdulaziz, H. (D66)
C.C.M. Vendrik (GroenLinks) Verzoekt de regering het gehele fondsenlandschap te bezien en opties te
ontwikkelen voor versterking van de doelmatige inzet van publieke
middelen, en daarbij ook opties voor samenvoeging van fondsen te
overwegen.
21-6-2022 Groeifondsdebat Eerste Kamer, tijdelijke wet Nationaal Groeifonds Onderhanden; deze motie ligt primair bij het Ministerie van Financiën
E.B. van Apeldoorn (SP)
F.J.M. Crone (PvdA)
R. van Gurp (GroenLinks)
P. Nicolaï (PvdD)
Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering de duur van de procedure in de praktijk nauwlettend te monitoren en tijdig in te grijpen als blijkt dat te veel te doorlopen procedures langer duren dan de standaard acht weken die gelden voor zowel het bepalen of er een toetsing nodig is als het nemen van een uiteindelijk toetsingsbesluit. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - Debat Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) Onderhanden (doorlopend, wordt niet afgedaan)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering na twee jaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet te evalueren, boven op de geplande evaluatie na vijf jaar. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - Debat Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet Vifo) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze Nederland mee kan doen en voortrekker kan worden van de nog in ontwikkeling zijnde IPCEI-Solar. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden (Kamer geïnformeerd over voortgang in november 2022, middels Kamerstuk 36 200 XIII, nr. 5; en Kamerstuk 2022 Z, nr. 22 868 (23 november 2022).
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kathmann, B.C. (PvdA)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Smolders, H.A.J. (FvD) Verzoekt de regering te onderzoeken of innovatieregelingen drastisch kunnen worden versimpeld door deze terug te brengen tot hooguit enkele regelingen. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan, Kamerstuk II 2022/23, 33 009, nr. 117, p.13 (voetnoot 78)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om te komen tot een door de ministeries van EZK en van OCW tezamen met de relevante partners opgestelde en gedragen integrale valorisatiestrategie en actieplan, en dit uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 te delen met de Kamer. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan met Kamerbrief Innovatie en Impact, Kamerstuk 33 009, nr. 117 (11 november 2022).
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om – geïnspireerd door de British Business Bank – te onderzoeken hoe vraag en aanbod beter bij elkaar kunnen worden gebracht en de betrokken stakeholders actief te betrekken, en de Kamer te informeren in het vierde kwartaal 2022. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD Ondernemen & Bedrijfsfinanciering Onderhanden: Formeel is de motie afgedaan in brief «mkb-financiering: knelpunten en acties» (Kamerstuk 32 637, nr. 502) met de toezegging ‘één deur’ voor financiering te gaan creëren. De kamer zou hier Q4 2022 over geïnformeerd worden, wat tijdens het commissiedebat op 10/09/22 is verzet naar Q1 2023. Dat gaan we in mkb-financieringsbrief doen, die er uiterlijk 31 maart uitgaat.
Amhaouch, M. (CDA)
Stoffer C. (SGP)
Rahimi, H. (VVD)
Jong, R.H. de (D66)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om, samen met de bevoegde gezagen, om tafel te gaan met de middelgrote industriële bedrijven en het industrieel mkb om te verkennen welke extra CO2-reductie en energiebesparing in aanvulling
op de energiebesparingsplicht mogelijk is en hoe deze het beste gerealiseerd kan worden.
07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt het kabinet, te onderzoeken hoe de bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-register verbeterd kan worden. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om te bekijken hoe in samenspraak met de bevoegde gezagen de doorlooptijden van de vergunningstrajecten aanzienlijk versneld kunnen worden, en de Kamer hierover uiterlijk in oktober te informeren;
Verzoekt de regering om casusspecifiek te bekijken wat er nodig is om de doorlooptijden te versnellen en dat mee te nemen in het overeenkomen van de joint letters of intent en de daaropvolgende bindende maatwerkafspraken.
07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om te onderzoeken waar de knelpunten in de financiering van mkb-bedrijven zitten als het gevolg van het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen en welke instrumenten er zijn om dit te verhelpen. 15-03-2022 Parlementaire agenda [09-03-2022] - Debat Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen (Kamerstuk 35 769) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga) Roept het kabinet op om uiterlijk voor het voorjaar van 2023 de Kamer een overzicht te geven van de behaalde concrete winsten op dit terrein. 19-04-2022 Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD Regeldruk Onderhanden
Goudzwaard, M. (JA21)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om met urgentie te onderzoeken of en, zo ja, hoe het huidige financieringsinstrumentarium, waaronder de BMKB-C, de GO-C en het Borgstellingskrediet voor de Landbouw (BL), geschikt en toegankelijk gemaakt kan worden voor getroffen bedrijven als gevolg van de oorlog in Oekraïne. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Gevolgen oorlog Oekraïne voor Nederlands bedrijfsleven + MBHOS Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Klink, J.J. (VVD)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om te onderzoeken welke barrières maatschappelijke en sociale ondernemingen die zich bezighouden met maatschappelijke innovatie ervaren bij het gebruik van innovatieregelingen en in het innovatiebeleid door het Rijk;
Verzoekt de regering om de Kamer hierover uiterlijk in het najaar van 2022 te informeren.
28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgedaan met Kamerstuk II 2022/23, 33 009, nr. 117, p.22 (voetnoot 82)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Jong, R.H. de (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering bij de onderhandelingen in te brengen dat nationaal toezicht op en/of nationale toepassing van algoritmen mogelijk moet zijn, ondanks dat er een Europese markt is. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Telecomraad Onderhanden
Rajkowski, Q.M. (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt het kabinet om in samenwerking met private en publieke partijen een actieve strategie te ontwikkelen ten aanzien van de nieuwe innovatieve ontwikkelingen in batterijtechnologie;
verzoekt het kabinet de mogelijkheden van Nederlandse deelname in nieuwe IPCEl-batterijtechnologie-initiatieven te onderzoeken met gelijkgezinde landen.
28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden
Strien, P.J.T. van (VVD)
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering de impact van de inflatie op de stimulering van innovatie door de Wbso te onderzoeken. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Afgehandeld
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een landelijke stimuleringsregeling om de financiële belemmeringen met betrekking tot hybride docentschap weg te nemen, eruit kan komen te zien en hoe een dergelijke regeling geïmplementeerd zou kunnen worden. 28-06-2022 Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze EZK een actievere, centrale en coördinerende rol richting andere overheden en departe-menten kan pakken om ons toekomstige verdienvermogen te versterken, en de Kamer hierover uiterlijk te informeren in het actieplan vestigings- klimaat, dat zij voor de zomer naar de Kamer stuurt. 29-03-2022 Parlementaire agenda [23-03-2022] - TMD Hoofdlijnen Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt het kabinet van bedrijven die steun krijgen bij het verduurzamingsproces in de maatwerkafspraken als voorwaarde een concreet en onafhankelijk doorgerekend plan te vragen over hoe zij klimaatneutraal worden. 07-06-2022 Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Kuiken, A.H. (PvdA) Verzoekt de regering op korte termijn het overleg met sociale partners opnieuw op te pakken en te bezien hoe een gezamenlijk perspectief kan bijdragen aan een bestendige aanpak van de coronacrisis, en dit overleg structureel voort te zetten. 14-12-2021 Parlementaire agenda [08-12-2021] - Voortzetting debat Steunpakket Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Baarle, S.R.T. van (DENK) Verzoekt de regering om opnieuw in gesprek te treden met lease- en verzekeringsmaatschappijen teneinde coulance voor taxichauffeurs die in de knel zijn geraakt te laten bieden. 14-12-2021 Parlementaire agenda [08-12-2021] - Voortzetting debat Steunpakket Onderhanden
Rahimi, H. (VVD) Verzoekt de regering bij de evaluatie van de wet te onderzoeken of als gevolg van deze wet nadelen zijn ontstaan voor de detaillisten in het mkb, en daarover aan de Kamer te rapporteren. 15-03-2022 Parlementaire agenda [09-03-2022] - Debat Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen (Kamerstuk 35 769) Onderhanden
Graaf, M. de (PVV) Verzoekt het kabinet, te onderzoeken hoe de bescherming van de privacy van aandeelhouders in het UBO-register verbeterd kan worden. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Ellemeet. C.E. (GL) Verzoekt het kabinet, conform het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens vestigingsadressen van zelfstandigen in principe af te schermen wanneer dit tevens woonadressen zijn en de wet hiervoor aan te passen. 16-09-2021 Parlementaire agenda [09-09-2021] - Debat over agressie tegen en bedreiging van journalisten Onderhanden
Michon-Derkzen, I.J.M. (VVD)
Lee, T.M.T. van der (GL) Verzoekt de regering om, samen met de bij het valorisatieplan betrokken partijen, op korte termijn te komen tot een verkenning van de inzet die nodig is om de ambities uit dit plan te verwezenlijken en daarbij ook de samenhang met bredere aspecten van valorisatie, zoals fieldlabs en mkb-samenwerkingsvouchers in ogenschouw te nemen. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Dijk, G.J. van (PvdA)
Stoffer C. (SGP)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering te onderzoeken welke zaken het meest bijdragen aan een eventueel besluit van een bedrijf om te verhuizen naar een land buiten Nederland. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Eerdmans, B.J. (JA21)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering, om te onderzoeken op welke wijze ondernemers kunnen worden geholpen bij het beëindigen van hun onderneming zonder een enorme schuldenlast als gevolg van de coronacrisis. 30-09-2021 Parlementaire agenda [29-09-2021] - Debat Steunpakket met MEZK/MFIN/MSZW Onderhanden
Dijk, G.J. van (PvdA)
Aartsen, A.A. (VVD)
Maatoug, S. (GL)
Jong, R.H. de (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Stoffer C. (SGP) Verzoekt de regering, met betrokken partijen de knelpunten te inventariseren en zich maximaal in te spannen om het project WarmtelinQ tot een positief besluit te brengen, uiterlijk 1 oktober. 08-07-2021 Parlementaire agenda [08-07-2021] - Tweeminutendebat Klimaat en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering, aan de hand van de marktmonitor over de aanbodzijde van de financieringsmarkt die EZK voornemens is op te zetten, ook de betere financiering van familiebedrijven te verkennen. 26-10-2021 Parlementaire agenda [11-10-2021] - Notaoverleg Familiebedrijven Onderhanden
Strien, P.J.T. van (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering actief in gesprek te gaan met de campussen om te bezien hoe de handvatten uit de strategie-ecosystemen versneld kunnen worden gerealiseerd, en de Kamer te informeren over de uitkomst van deze gesprekken. 09-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Afgedaan met Kamerbrief Innovatie en Impact, Kamerstuk 33 009, nr. 117 (11 november 2022).
Lee, T.M.T. van der (GL)
Dijk, G.J. van (PvdA)
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om: –onder regie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in samenspraak met het Techniekpact, een analyse te maken van de effectiviteit van deze initiatieven en te onderzoeken waar aanvullingen nodig zijn, als basis voor een aanvalsplan waarmee een volgend kabinet snel en goed geïnformeerd aan de slag kan om de tekorten in de technische sector structureel op te lossen; –de Ministeries van EZK, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en OCW gezamenlijk een plan te laten maken om middelen bedoeld voor zijinstroom ten behoeve van tekortsectoren slim in te zetten; verzoekt de regering hierover in Q1 2022 aan de Kamer te rapporteren. 04-11-2021 Parlementaire agenda [04-11-2021] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) (tweede termijn) Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kaag, S.A.M.(D66)
Azarkan, F. (DENK)
Lee, T.M.T. van der (GL)
Graus, D.J.G. (PVV)
Stoffer C. (SGP)
Leijten, R.M. (SP)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Eerdmans, B.J. (JA21)
Dassen, L.A.J.M. (Volt)
Thijssen, J. (PvdA)
Grinwis, P.A. (CU)
Teunissen, Ch. (PvdD)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om er, bij de uitwerking van de aanbevelingen uit de evaluatie van de BMKB-regeling, voor te zorgen dat deze in de toekomst nog beter aansluit op de behoefte van het mkb, met specifieke aandacht voor toegankelijkheid van financiering. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Stoffer C. (SGP)
Jong, R.H. de (D66)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering de schade die Limburgse ondernemers in het watersnoodgebied hebben geleden boven op de coronacrisis, vanaf het derde en vierde kwartaal 2021 en eerste kwartaal 2022 ruimhartig en met gezwinde spoed te vergoeden. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering het totaalpakket aan schulden en kosten ontstaan door de gedwongen sluiting tijdens de coronacrisis, integraal te bezien en met gepaste oplossingen te komen. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om bij de geplande evaluaties van de verschillende instrumenten specifieke aandacht te hebben voor de samenhang tussen de instrumenten rond criteria en termijnen. 07-07-2022 Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA)
Graaf, S.J.F. van der (CU)
Stoffer C. (SGP)
Graus, D.J.G. (PVV)
Huizinga-Heringa, J.C. (CU) Verzoekt de regering ten behoeve van zo’n debat binnen drie maanden een voorbereidende notitie aan deze Kamer te doen toekomen, waarin zij gemotiveerd uiteen zet welke nieuwe keuzes gemaakt worden over de rolverdeling tussen huishoudens, overheid en markt bij grote uitdagingen als de klimaattransitie. 1-11-2022 Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
Rosenmöller, P. (GL)
Vos, M.L. (PvdA)
Ceder, D.G.M. (CU) Verzoekt de regering in te zetten op heropening van de onderhandelingen over het raamwerk om op in ieder geval genoemde elementen het voorstel fundamenteel te verbeteren. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering niet in te stemmen met de Raadsconclusie en met een aanhangsel aan te geven dat de positie van het Nederlandse parlement anders is dan het bereikte compromisvoorstel. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering te onderzoeken wat ondernemers zelf kunnen doen en waar zij kunnen worden geholpen inzicht te krijgen in het verduurzamen van het productieproces van hun bedrijf. 1-12-2022 Parlementaire agenda [30-11-2022] - CD Telecomraad Afgehandeld met Kamerstuk 21 501, nr. 33, Kamerstuk 21 501, nr. 933 en Kamerstuk 21 501, nr. 1001
Klaver, J.F. (GL) Verzoekt het kabinet om bij de zoektocht naar oplossingen voor het energie-intensieve mkb ook te kijken naar gerichte ondersteuning van scholen en cultuurinstellingen en te kijken of gemeenten daarbij een rol kunnen spelen, en de Kamer hier voor 1 november over te informeren. 22-9-2022 Parlementaire agenda [21-09-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen (APB) TK Afgedaan middels Najaarsnota 36 250-1
Kuiken, A.H. (PvdA)
Paternotte, J.M. (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering om een onderzoek te doen in hoeverre de universele
dienstverlening van telefoniediensten verbreed kan worden tot
internetdiensten.
22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dekker-Abdulaziz, H. (D66)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering voor de korte termijn in aanloop naar de aankomende ministeriële ESA-conferentie een laatste krachtige inspanning te doen om het beoogde budget voor de inschrijvingen in de optionele programma's te verhogen, zodat verlies van onze positie in programma's voorkomen wordt. 15-11-2022 Parlementaire agenda [08-11-2022] - TMD Innovatie & Ruimtevaart Afgehandeld
Eerdmans, B.J. (JA21)
Strien, P.J.T. van (VVD)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
Rajkowski, Q.M. (VVD) Verzoekt de regering om in overleg te treden met het Digital Trust Center en betrokken brancheorganisaties om te komen tot een eenduidig mkb-keurmerk, om mkb’ers beter te ondersteunen bij het vormen van hun securitybeleid. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Rajkowski, Q.M. (VVD) Verzoekt de regering om in samenwerking met het Digital Trust Center, brancheorganisaties en regionale partners een structurele cyberoefenagenda te ontwikkelen met daarin cyberoefeningen specifiek gericht op niet-vitale bedrijven. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dijk, mr. D.J.H. van (SGP) Verzoekt de regering energie-intensieve MKB' ers eerder duidelijkheid te bieden of zij onder de TEK vallen door de referentiedatum te vervroegen, zo mogelijk naar het vierde kwartaal van 2022; verzoekt de regering aansluitend zorg te dragen voor voorschotten aan bedrijven zodra zij kunnen aantonen onder de TEK te vallen, en dit voorschot te verrekenen als de TEK daadwerkelijk in werking treedt, zodat voorkomen wordt dat extra hoge schulden worden opgebouwd, dan wel dat faillissementen worden aangevraagd als gevolg van te laat verleende ondersteuning. 1-11-2022 Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden, wordt aan brief gewerkt
Schalk, P. (SGP)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering een onafhankelijke toets te laten doen voor aangegane verplichtingen of uitgaven uit het klimaatfonds, zolang er nog geen wet op het klimaatfonds bestaat. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering om zo snel mogelijk, maar uiterlijk februari 2023, de definitieve kaders en voorwaarden voor aanvragen en bestedingen uit het klimaatfonds met de Tweede Kamer te delen; verzoekt de regering om in ieder geval als voorwaarde op te nemen dat de besteding. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Dassen, L.A.J.M. (Volt) Verzoekt de regering om zich in te zetten voor het versneld instellen van ambitieuze Europese wetgeving voor een minimumhoeveelheid recyclaat in plastics en daarbij met gelijkgestemde lidstaten op te trekken, waarbij Nederland een voortrekkersrol inneemt zodat investeringen in recyclaat versneld op gang kunnen komen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering in de Klimaatnota te rapporteren over de afbouw van de productie en het gebruik van gas, olie en kolen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om de Kamer in Q1 van 2023 te informeren over ten minste tien concrete projecten op het gebied van verduurzaming van de industrie en grootschalige energie-infrastructuur die mogelijk versneld gerealiseerd kunnen worden door de inzet van de Crisis- en herstelwet. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering te onderzoeken wat ondernemers zelf kunnen doen en waar zij kunnen worden geholpen inzicht te krijgen in het verduurzamen van het productieproces van hun bedrijf. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een integraal nationaal maritiem industriebeleid onder regie van de Minister van EZK, in samenwerking met de Ministeries van Financiën, IenW en Defensie. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een actieplan aanpak winkeldiefstal 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Stoffer C. (SGP)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om samen met provincies een meerjarenplan op te stellen voor de ROM’s, waarbij aandacht is voor bovenregionale samenwerking, programmatische samenwerking met het Rijk en Europa, en te onderzoeken of en hoe het brede mkb beter bediend kan worden door en met passende publiek-private financiering voor de ROM’s, in samenhang met de activiteiten van KVK en RVO. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering naar de houdbaarheid van regels te kijken, door een mkb-toets uit te voeren, een jaar na inwerkingtreding bij gebleken klachten, zoals ook is aangekondigd in het nieuwe regeldrukprogramma, en steevast een algehele evaluatie na vijf jaar. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering om snel duidelijkheid te verschaffen over de toegankelijkheid van de BMKB-Groenregeling voor kleine ondernemers met behoefte aan betaalbare relatief kleine investeringskredieten. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering om, als deze regeling kleine ondernemers onvoldoende bereikt, in het eerste kwartaal van 2023 naar aanvullend instrumentarium te kijken, bijvoorbeeld binnen de bestaande middelen, naar een mkb-duurzaamheidslening of naar een verbreding van de regeling. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Haga, W.R. van (Groep Van Haga) Verzoekt de regering om spoedig met de sectoren in gesprek te gaan om gezamenlijk de TEK-regeling te verbeteren. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om mkb-ondersteuningsprogramma’s ter verbetering van, het bieden van hulp voor, digitalisering en financiering. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering alles op alles te zetten om de TEK op 1 januari 2023 te laten ingaan door gebruik te maken van historische en/of modelmatige verbruiks- en prijsgegevens, en de Kamer hier uiterlijk 1 december over te informeren. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Graus, D.J.G. (PVV) Verzoekt de regering om een regierol voor de Minister van EZK ter voorkoming van disproportionele regeldruk en onnodige nationale koppen en om de mkb-toets voor bestaande en nieuwe regelgeving te borgen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering te onderzoeken of er een fonds beschikbaar kan worden gemaakt waarmee het kleinbedrijf middels een duurzaamheidslening van maximaal € 50.000 en tegen een lage rente een overbruggingsfinanciering of een investeringskrediet via Qredits kan aanvragen. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om te onderzoeken, samen met sectoren, of een Wet bevordering industriële ontwikkeling of een ander passend instrument kan worden ingericht waarmee structureel ingezet wordt op proces- en productie-innovatie, met als doel de arbeidsproductiviteit in Nederland te verhogen. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Amhaouch, M. (CDA) Verzoekt de regering om met de ACM versneld aan de slag te gaan met de conclusies van dit onderzoek, maar ook een aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar hoe het toezicht op de energiemarkt in de toekomst moet worden ingericht, en hierbij specifiek met aanbevelingen te komen omtrent het wettelijk mandaat van de ACM, haar taken en bevoegdheden en het benodigde budget;
verzoekt de regering om dit onderzoek en concrete aanbevelingen voor juni 2023 met de Kamer te delen.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om energiearmoede voortaan jaarlijks te monitoren en hierover de Kamer te informeren, bij voorkeur gelijktijdig met de Klimaat- en Energieverkenning en de Klimaatnota. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Erkens, S.P.A. (VVD) verzoekt de regering dat er voor de aanvang van het stookseizoen 2023–2024 bij zo veel mogelijk huishoudens op postcodes waar het risico op energiearmoede het hoogst is, een Fix It-team langsgaat. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Thijssen, J. (PvdA)
Eerdmans, B.J. (JA21) Verzoekt het kabinet om in gesprek te gaan met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Expertise Centrum Warmte om te kijken hoe gemeenten gestimuleerd kunnen worden om mkb-bedrijven (zeker de mkb-bedrijven die energie-intensief zijn) beter te faciliteren in de vergunningverlening bij het omschakelen naar groene waterstof. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Kröger, S.C. (GL)
Erkens, S.P.A. (VVD)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering om een langetermijnvisie op te stellen op de inzet van de gasopslagen en hierbij specifiek in te gaan op welke opslagen als strategische reserves kunnen dienen en wat de voor- en nadelen hiervan zijn;
verzoekt de regering om bij deze visie de rol van EBN in de Nederlandse gasopslagen te betrekken met als doel dat de overheid meer grip heeft op de inzet van het gas;
verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan het zomerreces 2023.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om bij het prijsplafond vanaf 1 januari voor de compensatie van de leveranciers te voorzien in een regeling waarbij achteraf via een margetoets geborgd wordt dat leveranciers niet worden overgecompenseerd;
verzoekt de regering om deze marge lager in te stellen dan de marges die de afgelopen jaren behaald zijn.
15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Afgehandeld met Kamerstuk 36 200, nr. 175
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering zo snel mogelijk en bij voorkeur voor 1 januari 2023, gecoördineerd door de Belastingdienst en met betrokkenheid van onder meer gemeenten en woningcorporaties, een werkbare database in te richten waaruit is af te leiden bij welke woningen een blokaansluiting is, zodat vanaf januari deze huishoudens rechtstreeks tegemoetgekomen kunnen worden, hetzij door een plafond, hetzij door een vast bedrag per huishouden. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kops, A. (PVV) Verzoekt de regering, óók huishoudens met blokverwarming te compenseren – het zij door hen onder het prijsplafond te laten vallen, het zij door het uitkeren van bijvoorbeeld een vast bedrag ter grootte van de verwachte gemiddelde compensatie onder het prijsplafond. 15-11-2022 Parlementaire agenda [10-11-2022] - Notaoverleg Prijsplafond en Energie Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA) Verzoekt de regering een concrete strategie te ontwikkelen om de uitrol van mestvergisting te ondersteunen en versnellen en te onderzoeken hoe mestvergisting optimaal kan bijdragen aan het realiseren van ten minste 2 bcm groengasproductie. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Jong, R.H. de (D66) Verzoekt de regering met verzekeraars om tafel te gaan om te kijken waar de knelpunten zitten en hoe ondernemers geholpen kunnen worden in hun duurzame energieambitie;
verzoekt de regering voorts te onderzoeken wat mogelijke oplossingen zijn voor het risico van het opruimen van zonnepaneeldeeltjes die verspreid worden als gevolg van een brand met een zon-PV-systeem, zoals het inrichten van een garantstelingsfonds.
29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Rahimi, H. (VVD)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de besluitvorming over de dekking ten behoeve van de realisatie van Pallas komend voorjaar af te ronden. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD)
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering bovenstaande trajecten zo snel mogelijk te starten en hiervoor bij de Voorjaarsnota de middelen voor kernenergie verder aan te vullen richting minimaal de 50 miljoen uit het coalitieakkoord en dit te dekken uit de daarvoor bestemde middelen in het klimaatfonds. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Erkens, S.P.A. (VVD) Verzoekt de regering om de plannen voor wind op zee te beschermen door te sturen op het minstens matchen van de elektriciteitsbehoefte van de industrie met de plannen voor wind op zee, zodat de financiële levensvatbaarheid van wind op zee verzekerd wordt. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt de regering om eisen ten aanzien van circulariteit op te nemen in alle nog uit te schrijven tenders voor wind op zee. 29-11-2022 Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
Hagen, K.B. (D66)
Leijten, R.M. (SP) Verzoekt de regering om een onderzoek te doen in hoeverre de universele dienstverlening van telefoniediensten verbreed kan worden tot internetdiensten. 22-11-2022 Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Onderhanden
Dekker-Abdulaziz, H. (D66)
Backer, jhr. mr. J.P. (D66) Verzoekt de regering om in goed overleg met de Huishoudelijke Commissie van de Eerste Kamer niet later dan 1 oktober 2022 een praktische werkwijze te ontwikkelen. die recht doet aan dit uitgangspunt. 22-02-2022 Debat Regeringsverklaring Eerste Kamer 15 februari 2022 Doorlopend
Jorritsma-Lebbink, A. (VVD)
Kesteren, A.J.M. van (PVV)
Bredenoord, A.L. (D66)
Huizinga-Heringa, J.C. (CU)
Rosenmöller, P. (GL)
Vos, L.B. (VVD)
Nijboer, H. (PvdA)
Verzoekt het kabinet de betreffende termijnen zo te verlengen dat mensen de regelingen kunnen gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, bijvoorbeeld tot het einde van de geplande versterking in 2028 plus een jaar. 17-5-2022 Parlementaire agenda [17-05-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 1017] Afgedaan in Kamerbrief diverse onderwerpen aardbevingen Groningen d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1067).
Beckerman, S.M. (SP)
Kröger, S.C. (GL)
Raan, L. van (PvdD)
Boulakjar, F. (D66) Verzoekt de regering om te onderzoeken hoe deze mensen aan de hand genomen kunnen worden en om het idee van een buurtbus hierin mee te nemen. 17-5-2022 Parlementaire agenda [17-05-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 1013] Afgedaan in Kamerbrief diverse onderwerpen aardbevingen Groningen d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1067).
Wijngaarden, J. van (VVD)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Segers, G.J.M. (CU)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering voor 1 juni met deze gezinnen in gesprek te gaan en tot een oplossing te komen en deze nog dit jaar uit te voeren;
Verzoekt de regering voorts dit soort situaties in de toekomst te trachten te voorkomen, onder andere door het toezicht in de bouwfase te verbeteren.
17-5-2022 Parlementaire agenda [17-05-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 1008] Afgedaan in beantwoording Kamervragen Beckerman over (bouwkundige) problemen die ontstaan tijdens versterking en sloop-nieuwbouw in Groningen d.d. 06-09-2022 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, Aanhangsel 3926).
Nijboer, H. (PvdA)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering, in overleg met het IMG en de NCG, te zorgen dat de bouwkosten geïndexeerd worden, en te bezien hoe gedupeerden te compenseren die door gestegen bouwkosten onvoldoende compensatie hebben. 17-5-2022 Parlementaire agenda [17-05-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 1007] Afgedaan in Kamerbrief diverse onderwerpen aardbevingen Groningen d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1067).
Nijboer, H. (PvdA)
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering van mensen uit te gaan en zich ervoor in te spannen
dat mensen die in soortgelijke situaties zitten, aanspraak kunnen maken
op dezelfde regelingen.
15-2-2022 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Plenair debat Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 981] Afgedaan in Kamerbrief «Verschillen in de schadeafhandeling en versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning in Groningen» d.d. 26-09-2022
Raan, L. van (PvdD)
Beckerman, S.M. (SP)
Kröger, S.C. (GL)
Segers, G.J.M. (CU)
Verzoekt de regering om projectleiders van de NCG een mandaat te geven om in de dagelijks operatie van versterkingswerkzaamheden knopen door te hakken over financiële verschillen en meerwerk, ten behoeve van het sneller versterken van woningen. 15-2-2022 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Plenair debat Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 968] Afgedaan in Kamerbrief diverse onderwerpen aardbevingen Groningen d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1067).
Agnes Mulder, A.H. (CDA)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Nijboer, H. (PvdA)
Raan, L. van (PvdD)
Kröger, S.C. (GL)
Eerdmans, B.J. (JA21)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Beckerman, S.M. (SP)
Boulakjar, F. (D66)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering om, conform het advies van de Onafhankelijke Raadsman, de NCG op te dragen praktisch en doortastend op te treden voor gedupeerden en niet vanuit hoe kosten achteraf op de NAM verhaald kunnen worden. 16-12-2021 Parlementaire agenda [16-12-2021] - Tweeminutendebat Mijnbouw Groningen [Kamerstuk 33 529, nr. 919] Doorlopend
Nijboer, H. (PvdA)
Raan, L. van (PvdD)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Raan, L. van (PvdD) Verzoekt de regering om zich in te zetten voor het beëindigen van schadelijke extractieve industriële activiteiten in beschermde Europese zeegebieden. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt het kabinet te identificeren welke mogelijkheden de Nederlandse wetgeving biedt om Russische bedrijven, ook als onderdeel van consortia of joint ventures, uit te sluiten van nieuwe gaswinningsprojecten op de Noordzee; verzoekt het kabinet, als dat nu nog niet het geval is, op korte termijn met een voorstel te komen om deze wettelijke mogelijkheid alsnog te creëren. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Afgedaan in een vertrouwelijke brief aan de TK
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering om een gesprek te organiseren tussen de Commissie Mijnbouwschade en het Instituut Mijnbouwschade Groningen om de samenwerking te bespreken en de eenloketgedachte ook tussen deze organisaties uit te werken. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
Nijboer, H. (PvdA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Kröger, S.C. (GL)
Beckerman, S.M. (SP)
Raan, L. van (PvdD)
Boulakjar, F. (D66)
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering, in overleg met het IMG en de NCG, te zorgen dat de bouwkosten geïndexeerd worden, en te bezien hoe gedupeerden te compenseren die door gestegen bouwkosten onvoldoende compensatie hebben. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Afgedaan in Kamerbrief diverse onderwerpen aardbevingen Groningen d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1067).
Beckerman, S.M. (SP)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering hierover in gesprek te gaan met Nobian, en het verplichten van een extern opruimfonds mee te nemen in de aanstaande wijziging van de Mijnbouwwet. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering alle juridische mogelijkheden om de activiteiten van Gazprom in Nederland te stoppen in kaart te brengen, inclusief de mogelijke kosten, en dit overzicht naar de Kamer te sturen. 17-05-2022 Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Afgedaan in een vertrouwelijke brief aan de TK
Thijssen, J. (PvdA)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering zo snel mogelijk een besluit te nemen over een alternatieve wijze van verwerking van het afvalwater; verzoekt de regering om de afvalwaterinjectie, in afwachting van een besluit naar aanleiding van de evaluatie over de verwerking van afvalwater uit Schoonebeek, per direct op te schorten. 16-12-2021 Parlementaire agenda [15-12-2021] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 9/12) Onderhanden
Boucke, R.M. (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering te borgen dat Drenthe doorslaggevende zeggen_x0002_schap moet krijgen. 19-04-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Afgedaan met Kamerstuk 32 849, nr. 1119
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering om een breed opgezette maatschappelijke kosten- en batenanalyse op basis van het bredewelvaartsbegrip in opdracht te geven naar de beste langetermijnopties voor de oliewinning in Schoonebeek, met daarin nadrukkelijk de lokale belangen van Drenthe en Twente en die van toekomstige generaties. 16-12-2021 Parlementaire agenda [15-12-2021] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 9/12) Onderhanden
Kröger, S.C. (GL)
Beckerman, S.M. (SP)
Raan, L. van (PvdD)
Bromet, L. (GL)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering de oliewinning in Schoonebeek mee te nemen in de energiebesparingsplannen van het kabinet;
verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat in de op te stellen MKBA over de oliewinning in Schoonebeek en de beleidsuitgangspunten in het afwegingskader de recente ontwikkelingen rondom gas en de situatie in Oekraïne mee worden genomen.
19-04-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
Wijngaarden, J. van (VVD) Verzoekt het kabinet in gesprekken met de NAM geen onomkeerbare stappen te zetten en de Kamer nauwgezet te informeren over hoe deze gesprekken verlopen; verzoekt het kabinet terughoudendheid te betrachten met het delen van informatie die de rechtspositie van de Staat ten opzichte van de NAM kan verzwakken. 15-02-2022 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Debat Groningen Onderhanden
Boulakjar, F. (D66)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering het bewijsvermoeden toe te passen in de gebieden rondom de gasopslagen Grijpskerk en Langelo en zorg te dragen voor onafhankelijke monitoring en een gelijke en eerlijke behandeling van inwoners in deze gebieden. 15-02-2022 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Debat Groningen Onderhanden
Segers, G.J.M. (CU)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering uiterlijk begin 2024 een circulair en schoner proces in Drenthe te hebben of anders te stoppen met afvalwaterinjectie en daarmee de oliewinning in Schoonebeek;
verzoekt de regering tevens met SodM in contact te treden over het blijvend toepassen van het verscherpt toezicht bij de verwerking van het afvalwater.
19-04-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering de mogelijkheden van een garantiefonds te onderzoeken, waaraan bedrijven meebetalen en dat ingezet kan worden bij een faillissement van een geothermiebedrijf. 22-02-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
Nijboer, H. (PvdA) Spreekt uit dat de waardevermeerderingsregeling moet blijven bestaan. 16-12-2021 Parlementaire agenda [15-12-2021] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 9/12) Onderhanden
Beckerman, S.M. (SP)
Plas, C.A.M. van der (BBB)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering een circulair alternatief voor afvalwaterinjectie als voorkeursalternatief mee te nemen in de evaluatie en met spoed verder te uit te werken, daarbij ook draagvlak in de betrokken regio’s mee te nemen, zodat nog voor de zomer in overleg met de NAM afspraken kunnen worden gemaakt waarin ook een einddatum voor afvalwaterinjectie naar voren komt. 15-02-2022 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Debat Groningen Onderhanden
Boulakjar, F. (D66)
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering de haalbaarheid van lithiumwinning bij diepe geothermie in Nederland te onderzoeken, en daarbij zowel ecologische als economische en juridische aspecten in kaart te brengen. 22-02-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
Kröger, S.C. (GL)
Beckerman, S.M. (SP)
Erkens, S.P.A. (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Grinwis, P.A. (CU)
Bontenbal, H. (CDA)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering te investeren in een onafhankelijk wetenschappelijk kennisprogramma geothermie. 22-02-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Afgedaan met Kamerstuk 32 849, nr. 213
Beckerman, S.M. (SP)
Raan, L. van (PvdD)
Kröger, S.C. (GL) Spreekt uit dat het wenselijk is dat de oliewinning en afvalwaterinjectie onder verscherpt toezicht staan. 19-04-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
Beckerman, S.M. (SP)
Boulakjar, F. (D66)
Omtzigt, P.H. (Omtzigt)
Boucke, R.M. (D66) Verzoekt het kabinet te onderzoeken of het GvO-systeem kan worden uitgebreid door GvO’s te verstrekken op uur- of kwartierbasis in plaats van enkel op jaarbasis, zodat partijen op basis hiervan PPA’s kunnen afsluiten en zo een impuls aan de verduurzaming van de elektriciteitsmarkt kan worden gegeven; verzoekt de regering te onderzoeken of op het stroometiket van Nederlandse energieleveranciers ook informatie kan worden opgenomen over het land van herkomst van de gebruikte GvO’s, zodat consumenten kunnen zien waar de stroom vandaan komt. 14-12-2021 Parlementaire agenda [09-12-2021] - Debat behandeling Wet implementatie EU richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong Onderhanden
Groot, T.C. de (D66) Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering geen nieuwe vergunning af te geven voor gaswinning onder de Waddenzee. 22-02-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
Boulakjar, F. (D66)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering de afvalwaterinjectie in Twente dit jaar te beëindigen en de Kamer actief te informeren over de stappen die daartoe worden gezet, zodat de Kamer te allen tijde de mogelijkheid heeft om een behandelvoorbehoud te maken. 19-04-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Grinwis, P.A. (CU) Verzoekt de regering te bezien of GasTerra een doorstart kan maken als nationaal of Europees handelshuis voor gas. 12-04-2022 Parlementaire agenda [06-04-2022] - TMD Leveringszekerheid van aardgas (CD 22/3) Onderhanden
Bontenbal, H. (CDA)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering uit te werken hoe Staatstoezicht op de Mijnen standaarden voor geothermie gaat stellen waarop onder andere het toezicht gebaseerd zal zijn. 22-02-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Afgedaan met Kamerstuk 33 529, nr. 1029
Beckerman, S.M. (SP)
Raan, L. van (PvdD)
Grinwis, P.A. (CU)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering het omgevingstraject af te ronden, daarbij ook de provincie te betrekken, en de Kamer over de resultaten te informeren voordat eventuele winning van kussengas wordt toegestaan. 07-12-2021 Parlementaire agenda [29-11-2021] - WGO Mijnbouw/Groningen voor MEZK en MBZK Onderhanden
Grinwis, P.A. (CU)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering, er bij het IMG op aan te dringen dat het gebied waar de toepassing van het bewijsvermoeden geldt niet wordt ingeperkt zolang niet is aangetoond wat de oorzaak van schade is of dat het IMG aantoont wat de oorzaak van schade wel is. 05-10-2021 Parlementaire agenda [09-02-2022] - Debat Groningen Onderhanden
Grinwis, P.A. (CU)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga)
Verzoekt de regering in te zetten op versnelling van lopende en in de toekomst startende procedures voor de winning van aardgas uit kleine velden op land en daarvoor met een plan te komen. 6-4-2022 Parlementaire agenda [06-04-2022] - TMD Leveringszekerheid van aardgas (CD 22/3) Onderhanden
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering de ervaringen van omwonenden, gemeenten en provincies mee te nemen in de uitwerking en de evaluatie van nieuwe geothermieprojecten. 17-2-2022 Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
Kröger, S.C. (GL)
Bontenbal, H. (CDA)
Erkens, S.P.A. (VVD)
Raan, L. van (PvdD)
Grinwis, P.A. (CU)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering de afvalwaterinjectie in Twente dit jaar te beëindigen en de Kamer actief te informeren over de stappen die daartoe worden gezet, zodat de Kamer te allen tijde de mogelijkheid heeft om een behandelvoorbehoud te maken. 12-4-2022 Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
Boulakjar, F. (D66)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Segers, G.J.M. (CU)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering een totaaloverzicht van de huidige stand van zaken te maken inclusief alle verschillende regelingen, subsidies, enzovoorts, inzicht te geven in wie wel en niet in aanmerking komt en of deze naar behoren werken, wat er per regeling is uitgegeven en welk deel daarvan apparaatskosten zijn;
Verzoekt de regering voorts voorstellen te doen ter verbetering en versnelling, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren.
7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Afgedaan in «Kamerbrief over versterking van woningen en vergoeding van aardbevingsschade in Groningen» d.d. 21-12-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1109).
Nijboer, H. (PVDA)
Beckerman, S.M. (SP) Spreekt uit dat het overlaadstation aardgascondensaat in Roodeschool verplaatst moet worden;
verzoekt de regering alle noodzakelijke stappen hiervoor te zetten, en de Kamer direct na het zomerreces te informeren over de stand van zaken alsmede de eventuele financiële gevolgen.
7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Onderhanden
Nijboer, H. (PVDA)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering, dit najaar de noodzakelijke wetswijzigingen om het bewijsvermoeden van toepassing te laten zijn aan te bieden aan de Raad van State en te zorgen dat dit door IMG correct wordt toegepast.
Verzoekt de regering voorts, met omwonenden in gesprek te gaan over de door hen gewenste (frequente) metingen zoals bodemdaling metingen aan de randen van het veld, drukmetingen en tiltmetingen en de milieu-effecten op de leefomgeving en de kamer daarover te rapporteren.
7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Onderhanden
Nijboer, H. (PVDA)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering met het IMG in gesprek te gaan en te zorgen dat er nog dit jaar een goede regeling start, en de Kamer daarover voor de begrotingsbehandeling te informeren. 7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Onderhanden
Nijboer, H. (PVDA)
Haga, W.R. van (Groep Van Haga) verzoekt de regering een waakvlamscenario na te streven waarbij er genoeg gas geproduceerd wordt om de installaties en de infrastructuur in stand te houden. 7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Onderhanden
Smolders, H.A.J. (Groep Van Haga)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering het vergunningensysteem binnen de Mijnbouwwet
zo aan te passen dat er slechts tijdelijke winningsvergunningen worden
uitgegeven.
7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Afgedaan met Kamerstuk 32 849, nr. 214
Thijssen, J. (PvdA)
Kröger, S.C. (GL) Verzoekt de regering een wetenschappelijk onderbouwd afbouwpad voor
fossiele winning vast te stellen voor bestaande en eventuele nieuwe
vergunningen in lijn met het doel om temperatuurstijging tot 1,5 graden
te beperken, en dit voor de begrotingsbehandeling EZK met de Kamer te
delen.
7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) Onderhanden
Boulakjar, F. (D66) Verzoekt de regering om de mogelijkheid te onderzoeken om de JongerenTop Groningen uit 2019 in 2023 opvolging te geven en hierover in gesprek te gaan met de organisatoren van de JongerenTop uit 2019. 7-7-2022 Parlementaire agenda [06-07-2022] - Tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen (CD2/6) De jongerentop wordt georganiseerd in Q2 2023.
Paulusma W. (D66)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering de regeling «schade (kosten) bij versterking» ook voor mensen uit batch 1.588 uit te laten voeren. 22-12-2022 Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Afgehandeld met Kamerstuk 36 200-XIII, nr. 120
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt het kabinet om na de parlementaire behandeling van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen een Conferentie voor het Noorden in Groningen te beleggen teneinde deze langetermijninvesteringsagenda op te stellen. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering in gesprek te treden met de Kinderombudsman om uitvoering te kunnen geven aan deze aandachtspunten. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Segers, G.J.M. (CU)
Boulakjar, F. (D66)
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt het kabinet ongelijke behandelingen tegen te gaan en toekomstige fricties te voorkomen 22-12-2022 Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 30/6) Onderhanden
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering om bij het aanbesteden/vergeven van opdrachten tot versterking kritisch te kijken naar de mogelijkheid om hierbij bedrijven van binnen de provincie Groningen te betrekken. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Afgehandeld met Kamerstuk 33 529, nr. 1118
Mulder, A.H. (CDA)
Boulakjar, F. (D66)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering te inventariseren, te beginnen met de vier dorpen,wat er nodig is om deze dorpen aardgasvrij te maken;
verzoekt de regering deze ervaring mee te nemen in een bredere analyse/scan van het aardgasvrij maken van het hele aardbevingsgebied.
13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Nijboer, H. (PvdA)
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging namens Rijk, regio en bewoners binnen deze commissie moeilijk uitlegbare verschillen en voor duidelijke afspraken over transparantie zoals bijvoorbeeld over de openbaarheid van notulen. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Afgedaan met Kamerstuk 33 529, nr. 1117
Mulder, A.H. (CDA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Nijboer, H. (PvdA) Verzoekt de regering te inventariseren hoe groot dit probleem is, en de Kamer daarover in het eerste kwartaal van 2023 te informeren. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Beckerman, S.M. (SP)
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering om Groningse gemeentes te ondersteunen bij het indienen van een aanvraag voor het NIP en deze aanvragen vervolgens met voorrang te behandelen. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Segers, G.J.M. (CU)
Beckerman, S.M. (SP)
Boulakjar, F. (D66)
Meenen, P.H. van (D66) Roept de regering op er zorg voor te dragen dat de extra opgave om de dorpen volledig aardgasvrij te maken niet vertragend zal werken op de versterkingsopgave. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Nijboer, H. (PvdA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Boulakjar, F. (D66)
Kops, A. (PVV) Verzoekt de regering ervoor te zorgen dat 2023 wél het jaar van de uitvoering wordt. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, E. (PVV)
Mulder, A.H. (CDA) Verzoekt de regering een voorstel te doen voor het beter verdelen van de lasten en de lusten in de betrokken regio’s van de gaswinning op land;
verzoekt de regering daaraan de voorwaarde te verbinden dat de inkomsten worden besteed aan verduurzaming en de energietransitie.
13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Segers, G.J.M. (CU)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering alles op alles te zetten om te voorkomen dat bedrijfjes met dit verdienmodel verdienen aan de schadeafhandeling, een verbod niet schuwen, gedupeerden te waarschuwen en te informeren over mogelijkheden voor ondersteuning waarbij geen deel van het schadegeld wordt geëist. 22-12-2022 Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 30/6) Onderhanden
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering te borgen dat deze onterecht afgewezen schades worden herbeoordeeld. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Nijboer, H. (PvdA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Beckerman, S.M. (SP)
Boulakjar, F. (D66)
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering het IMG te vragen om wanneer mogelijk mediation aan bewoners voor te stellen in de fase tussen bezwaar en beroep, om te voorkomen dat een voor bewoners belastende beroepsprocedure noodzakelijk is. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Beckerman, S.M. (SP) Verzoekt de regering de databescherming van IMG te laten doorlichten en de Kamer daarover in het voorjaar te informeren. 22-12-2022 Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 30/6) Onderhanden
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering om huurders van particuliere huurwoningen meer mogelijkheden en recht op initiatief te geven om, zodra een subsidie waardevermeerdering is toegekend, zelf een subsidievoorstel te doen indien de verhuurder op aandringen van de huurder zelf niks onderneemt, en gaat over tot de orde van de dag. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Segers, G.J.M. (CU)
Wijngaarden, J. van (VVD)
Beckerman, S.M. (SP)
Boulakjar, F. (D66)
Meenen, P.H. van (D66) Verzoekt de regering om het IMG om een toelichting te vragen op de toepassing van de trillingstool in de praktijk en in hoeverre alternatieven mogelijk zijn, en de Kamer hierover te informeren. 13-12-2022 Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
Mulder, A.H. (CDA)
Boulakjar, F. (D66)

Overzicht toezeggingen parlementair jaar 2021-2022

In het parlementaire jaar 2021–2022 zijn 240 toezeggingen aan de Eerste en Tweede Kamer gedaan. In de onderstaande tabellen staan de stand van zaken rond de uitvoering van een aantal toezeggingen op de verschillende EZK-beleidsterreinen. De tabel biedt daarmee geen uitputtend overzicht, maar geeft een beeld van de wijze waarop een aantal toezeggingen is/wordt afgehandeld.

Toezegging dat de mkb-toets voor de AI-verordening met de Kamer wordt gedeeld. Parlementaire agenda [24-11-2021] - CD Telecomraad (formeel) d.d. 3 december 2021 Onderhanden
Toezegging dat er in het tweede kwartaal er een actieplan met betrekking tot het vestigingsklimaat komt. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Afgedaan met Kamerbrief "Strategische agenda voor het ondernemingsklimaat in Nederland", Kamerstuk 32 637, nr. 513.
Toezegging om te kijken naar percentage van het evenementengarantiefonds en de risico-inschatting om evenementen door te laten gaan. Parlementaire agenda [10-03-2022] - CD Steunpakket Cultuur met SOCW en MEZK Onderhanden
Toezegging de Kamer voor de zomer te informeren over ambities en budget van ESA in aanloop naar de ministeriële ESA-raad. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Onderhanden
Toezegging om in detailbrief in najaar (voor begrotingsbehandeling EZK) scenario's te schetsen voor verduurzaming industrie met betrekken wetenschappelijke instituten (met stakeholders en wetenschap). Parlementaire agenda [07-04-2022] - CD Verduurzaming industrie Onderhanden
Toezegging dat de Kamerbrief over valorisatie voor de zomer komt. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Afgedaan met Kamerstuk 33 009, nr. 117
Toezegging dat de Kamer uiterlijk volgend jaar geïnformeerd wordt over de voortgang van Techleap. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Onderhanden
Toezegging dat vóór de zomer de Kamer wordt geïnformeerd over de implementatie van de wet in Caribisch Nederland. Parlementaire agenda [21-03-2022] - WGO Nationaal Groeifonds MEZK en MFIN Onderhanden
Toezegging om te kijken naar specifieke gevallen die buiten regelingen vallen. Parlementaire agenda [08-12-2021] - Voortzetting debat Steunpakket Onderhanden
Toezegging de strategie van de campussen (twee moties) bij de vestigingsklimaatbrief te betrekken of met aparte brief te komen. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Afgedaan met Kamerbrief "Innovatie en impact", Kamerstuk 33 009, nr. 117 (11 november 2022)
Toezegging medio 2022 een brief over het verduurzamen van het mkb en de toegang van het mkb tot duurzaamheidsubsidies te sturen. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Onderhanden (gepland voor Q1 2023)
Toezegging dat de minister voor 1 mei met een schriftelijke terugkoppeling komt op de procesdoorrekening van de klimaatplannen met betrekking tot de industrie. Parlementaire agenda [22-02-2022] - Vervolg CD op Hoofdlijnen Onderhanden
Toezegging om te rapporteren in tussentijdse evaluatie over de vraag in hoeverre veldpartijen het initiatief nemen bij aanvragen via de departementale route en hoe er invulling wordt gegeven aan de verantwoording over en controle op de uitgaven die zijn overgeheveld naar andere begrotingen. Parlementaire agenda [21-03-2022] - WGO Nationaal Groeifonds MEZK en MFIN Onderhanden
Toezegging dat de Kamer dit najaar geïnformeerd over het programma Circulaire Economie. Parlementaire agenda [10-02-2022] - CD op Hoofdlijnen Afgedaan met Kamerbrief "Stand van zaken concretisering doelen voor circulaire economie", Kamerstuk 32 852, nr. 204 (15 juli 2022) en Kamerbrief Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) incl. kabinetsreactie op ICER en SER-verkenning, Kamerstuk 32 852, nr. 225, 3 februari 2023
Toezegging om in Q1 2023 met een vergelijking/ inventarisatie van regionale regelingen met betrekking tot digitalisering te komen. Parlementaire agenda [05-07-2022] - TMD Coronasteunpakket met MEZK/MSZW/MFIN/SFIN Onderhanden
Toezegging om dit voorjaar een reactie op het onderzoek van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap naar de Kamer. Parlementaire agenda [06-04-2022] - CD Ondernemen & Bedrijfsfinanciering Onderhanden
Toezegging om met de betrokken ministeries onderzoek te doen naar de betalingstermijnen en daar voor de zomer schriftelijk op terug te komen. Parlementaire agenda [06-04-2022] - CD Ondernemen & Bedrijfsfinanciering Onderhanden
Toezegging om de effecten van de prijsverhogingen op de radiosector te monitoren, maar daarbij te kijken of deze manier van besluitvorming verstandig is of dat we eigenlijk een prima wet hebben en dat we die ook gewoon kunnen toepassen. Parlementaire agenda [08-12-2021] - Tweeminutendebat commerciële radio Onderhanden
Toezegging om de Kamer te informeren over de voortgang van de gesprekken met Brainport over de groeiuitdagingen aldaar en met de bij de solar mobility betrokken partijen in Nederland. Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Innovatie Onderhanden
Toezegging om best practices bespreekbaar te maken met gemeenten en te kijken wie daarin het voortouw kan nemen. Parlementaire agenda [06-04-2022] - CD Ondernemen & Bedrijfsfinanciering Onderhanden
Toezegging te kijken naar de impact van 120 miljoen (verschil tussen 80% en 100% vergoedingspercentage garantiefonds) op het investeringsvermogen van de evenementensector. Parlementaire agenda [13-04-2022] - TMD Steunpakket voor de culturele en creatieve sector Garantieregeling evenementen + Evaluatie field labs (CD 10/3) met MEZK en SOCW Onderhanden
Toezegging om in Letter of Intent in te gaan op benodigde infrastructuur en menskracht. Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden
Toezegging om per zes maanden de Kamer te informeren over maatwerkafspraken met bedrijven. Parlementaire agenda [02-06-2022] - TMD Verduurzaming Industrie + MKE Onderhanden (doorlopend/wordt niet afgedaan)
Toezegging dat het kabinet de Kamer van informatie zal voorzien over afscherming in het Kadaster. Parlementaire agenda [09-09-2021] - Debat over agressie tegen en bedreiging van journalisten Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe de reeds toegezegde brief over innovatie voor 1 december 2022 naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Afgedaan met brief 11-11-2022 Kamerbrief Innovatiebeleid, Kamerstuk 33 009, nr. 117
De Minister van EZK zegt toe aan dhr. Azarkan (DENK) terug te komen op de vraag hoe het komt dat in Nederland de energieprijzen zo hoog zijn in vergelijking met andere landen (en waardoor bedrijven mogelijk eerder vertrekken dan in andere landen). Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan met brief 16-12-2022 «Actuele situatie energie-intensieve industrie ten gevolge van sterke prijsstijgingen energie», Kamerstuk 29 826, nr. 170
De Minister van EZK zegt toe binnen een aantal weken een brief aan de Kamer te sturen waarin zij in brede zin nader ingaat op de ontwikkelingen van de digitale economie. Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Afgedaan met brief 25-22-2022 Strategie digitale economie, Kamerstuk 26 643, nr. 941
De Minister van EZK zegt toe het idee nader te verkennen om bedrijven te verplichten jaarlijks hun data op te schonen en de uitkomst mee te nemen in haar reactie op het manifest van de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering. Parlementaire agenda [14-11-2022] - WGO Begrotingsonderdelen Digitale Zaken met MEZK/SBZ/MJV Afgedaan met brief 25-22-2022 Strategie digitale economie, Kamerstuk 26 643, nr. 941
De Minister van EZK zegt toe dat bij de AMvB en de ministeriële regeling uitvoeringstoetsen komen en zal de Kamer daarover informeren. Parlementaire agenda [14-04-2021] - Debat Groningen (compensatie Shell/Exxon) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe aan dhr. Stoffer (SGP) inzichtelijk te zullen maken wat andere EU lidstaten doen voor bedrijven middels het tijdelijke crisisraamwerk voor staatssteun. Parlementaire agenda [19-10-2022] - CD Bedrijfslevenbeleid Afgedaan
De Minister van EZK zegt toe om in het tweede kwartaal van 2023 terug te komen op de voortgang betreffende het meldpunt bereikbaarheid 112. Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en Post Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe aan mevr. Van der Plas (BBB) om in gesprekken met MKB Nederland/VNO-NCW na te vragen tegen welke knelpunten zij oplopen bij de infrastructuurondersteuning, gelet op de veelheid aan regelingen. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan met brief 20-12-2022 Landelijk actieprogramma netcongestie, Kamerstuk 29 023, nr. 385
De Minister van EZK komt op korte termijn met een visie op de Nederlandse economie in 2050, waarin aandacht is voor de transitie naar duurzame energie en hoogwaardige arbeid. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om de veilingregeling 3,5 gigahertz-band uiterlijk in maart 2023 naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en Post Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Boucke (D66) dat hij de routekaart energieopslag begin 2023 met de Kamer zal delen en daarbij zal ingaan op behoud van Garanties van Oorsprong bij energieopslag. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om in een Kamerbrief over maatwerkafspraken in februari 2023, samen met het nationaal programma verduurzaming industrie, de vraag te betrekken hoe de uitvoering van projecten die al klaarstaan in de industrieclusters versneld kan worden. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe aan dhr. Graus (PVV) wat een goede manier kan zijn om te organiseren dat hij ondersteuning van het ministerie van EZK zal ontvangen voor (de coördinatie van) gesprekken in Limburg over de productie van een Nederlandse auto. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe in de reeds aangekondigde brief over energie-intensieve industrie (einde 2022) in te gaan op keteneffecten, de motie Omtzigt/Dassen en maatregelen als arbeidstijdverkorting. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Afgedaan met brief 16-12-2022 «Actuele situatie energie-intensieve industrie ten gevolge van sterke prijsstijgingen energie», Kamerstuk 29 826, nr. 170
De Minister van EZK zegt toe om de veilingregeling radio inclusief de weging van de ontvangen zienswijzen begin van het eerste kwartaal van 2023 naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en Post Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om te kijken naar signalen met betrekking tot twaalf jaar en twee keer zes jaar (radio) en zal dit meenemen bij het aanbieden van de veilingregeling. Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en Post Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe aan Kamerlid (CDA) dat zij de Smart Industry Index zal bestuderen, zal bezien of deze nuttig kan zijn voor Nederland en daarop in het eerste kwartaal van 2023 terugkomen. Parlementaire agenda [23-11-2022] - Plenaire behandeling begroting Economische Zaken en Klimaat en Nationaal Groeifonds 2023 Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om een interdepartementaal nationaal programma verduurzaming industrie op te stellen en dit aan de Kamer te doen toekomen. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om een nationale routekaart verduurzaming industrie op te stellen en daarin o.a. een ontwikkelpad en randvoorwaarden op te stellen voor het verduurzamen van de industrie, met daarin doelstellingen omtrent klimaatneutraliteit en circulariteit (valt samen met 5788). Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister van EZK zegt aan dhr. Rahimi (VVD) toe welke effecten de lasten voor het bedrijfsleven hebben, en daarbij inzichtelijk te maken wat ondernemers kunnen verwachten bij besluitvormingsgronden. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe om in het eerste kwartaal van 2023 de ‘expression of principles’ met Tata Steel aan de Kamer toe te sturen. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe de reeds toegezegde brief over innovatie voor 1 december 2022 naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Afgedaan met Kamerbrief innovatiebeleid 11 november 2022, Kamerstuk 33 009, nr. 117
De Minister van EZK zegt de Kamer toe terug te komen op de planning van de appreciatie van het MIT-advies. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Ontwikkelingen rondom het coronavirus Afgedaan middels brief Kabinetsreactie op het rapport ‘Coronascenario’s doordacht Handreiking voor noodzakelijke keuzes’, en het MIT-advies ‘Fit voor het najaar’, Kamerstuk 20 232, nr. 254
De Minister van EZK zegt Kamerlid (CDA) toe de Kamer een update te zullen sturen over de Schaalsprong Brainportregio, en kijkt daarbij of het nuttig is dit twee keer per jaar te doen. Parlementaire agenda [19-10-2022] - CD Bedrijfslevenbeleid Onderhanden
De Minister van EZK zegt Kamerlid (PvdA) toe om te verifiëren of signalen van de PvdA over werkomstandigheden in de pakketmarkt (arbeidsvoorwaarden, salaris, contracten) dermate problematisch zijn dat er moet worden ingegrepen. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden.
De Minister van EZK zegt de Kamer een algemene reactie toe op het advies van de Algemene Rekenkamer, of besteding van fondsen conform de Comptabiliteitswet is, en zal daarbij advies inwinnen van een onafhankelijke partij. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt de Kamer toe om begin 2023 een voortgangsbrief met betrekking tot internetdekking te sturen, waarin zij zal ingaan op de uitvoering van de motie-Dekker/Leijten en het tijdpad met betrekking tot ontsluiting. Parlementaire agenda [15-12-2022] - CD Telecommunicatie en Post Onderhanden
De Minister van EZK zegt Kamerlid (VVD) toe om te toetsen of de website WHOA voldoende is of dat er meer communicatie nodig is om de regeling onder de aandacht van ondernemers te brengen. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt Kamerlid (CDA) toe dat er met de verbreding van wet VIFO (waar ook campussen onder vallen) met terugwerkende kracht ook gekeken zal worden naar alle overnames (zoals HTC campus in Eindhoven) die recent hebben plaatsgevonden. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt Kamerlid (PvdA) toe om in de brief over de energie-intensieve industrie (voor het einde van 2022) waarin wordt ingegaan op werktijdverkorting een link te leggen met het PvdA-voorstel voor een werkgarantiefonds. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan met brief 2-1-2023 «Actuele situatie energie-intensieve industrie ten gevolge van sterke prijsstijgingen energie», Kamerstuk 29 826, nr. 170
De Minister van EZK zegt Kamerlid (CDA) toe de Kamer een brief te zullen sturen over de verslechterde concurrentiepositie (o.a. de basis maakindustrie) vanwege de hoge energieprijzen, waarbij ook wordt ingegaan op de risico's van de industrie. Parlementaire agenda [19-10-2022] - CD Bedrijfslevenbeleid Afgedaan met brief 2-1-2023 «Actuele situatie energie-intensieve industrie ten gevolge van sterke prijsstijgingen energie», Kamerstuk 29 826, nr. 170
De Minister van EZK zegt Kamerlid (D66) toe om te kijken of de integraliteit voldoende wordt bereikt met de huidige verduurzamingssubsidies BMBK Groen, EIA en MIA, en daarover de Kamer te informeren in een brief over verduurzaming van het MKB, in het eerste kwartaal van 2023. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe de Kamer te informeren over hoe de 10 mln. EUR uit de bestuurlijke afspraken voor sociaal-emotionele ondersteuning wordt uitgewerkt. Parlementaire agenda [14-04-2021] - Debat Groningen (compensatie Shell/Exxon) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe een brief te sturen die ingaat op het loket ‘opname op verzoek’ om na te gaan of de (meest) risicovolle woningen in de versterkingsopgave zitten. Parlementaire agenda [10-02-2021] - Plenaire behandeling van de tijdelijke wet Groningen (samen met MBZK) Onderhanden
De Minister van EZK zegt toe de Kamer te informeren over afspraken met de regio over de optie van een troikaconstructie. Parlementaire agenda [12-11-2020] - WGO Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De Minister van EZK zegt de leden Stoffer (SGP) en Kamerlid (PVV) toe om, waar banken het MKB niet financieel kunnen ondersteunen, het kabinet zal kijken naar mogelijke doorgeleiding van MKB'ers naar alternatieve financiering. Parlementaire agenda [19-10-2022] - CD Bedrijfslevenbeleid Onderhanden
De Minister van EZK zegt dhr. Stoffer (SGP) toe bij de Kamer cijfers te zullen aanleveren over het aantal bedrijven dat onder de TEK valt. Parlementaire agenda [19-10-2022] - CD Bedrijfslevenbeleid Afgedaan met brief [28-10-2022] - Aantal energie-intensieve mkb-bedrijven onder TEK-regeling, Kamerstuk 32 637, nr. 509
De Minister van Economische Zaken en Klimaat zegt toe om in de begrotingswet de doelstelling van het fonds, zoals beschreven in artikel 1 en 2 van de wet, nader te verduidelijken. Behandeling van de Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds (hierna: de wet) in de Eerste Kamer op 14 juni 2022 Afgedaan met Kamerbrief Doelstelling Nationaal Groeifonds, Kamerstuk 35 976, nr. 29
De Minister van EZK komt op korte termijn met een visie op de Nederlandse economie in 2050, waarin aandacht is voor de transitie naar duurzame energie en hoogwaardige arbeid. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
Toezegging om potentie CESsen meenemen in verkenning elektrificatie. Parlementaire agenda [17-11-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
De Minister zegt toe, in de volgende «Fit for 55»-voortgangsbrief nader in te gaan op het speelveld rond de sociaalklimaatfondsmethoden in Q2;
Toezegging om in 2023 een speelveldtoets voor de industrie uit te voeren.
Parlementaire agenda [27-01-2022] - CD Fit for 55 - CBAM en ETS Onderhanden
Toezegging om te komen meer informatie met betrekking tot meerjarig programma infrastructuur, energie en klimaat. Parlementaire agenda [17-11-2021] - CD Klimaat en Energie Afgedaan met Kamerstuk 29 826, nr. 132
Toezegging om Kamerbrief systeem ETS met marktstabiliteitsreserve voor en nadelen in kader uitfaseren kolencentrales te versturen naar de Kamer. Parlementaire agenda [09-12-2021] - Tweeminutendebat Milieuraad met Stas IenW Niet meer relevant (Onyxcentrale blijft open)
Toezegging om gedragsexperts te raadplegen over effect van fossiele reclames en daarbij voorbeelden uit andere landen bij te betrekken en de Tweede Kamer hier voor de zomer over te informeren. Parlementaire agenda [20-04-2022] - CD Klimaat en Energie (Algemeen) Onderhanden
Toezegging om in Klimaatplan 2024 de koolstofbudgtet-benadering te betrekken Parlementaire agenda [20-04-2022] - CD Klimaat en Energie (Algemeen) Onderhanden
Toezegging om in overleg met bedrijfsleven te gaan over handhaving energiebesparingsplicht en te kijken of we bedrijven kunnen helpen die daar niet onder vallen. Parlementaire agenda [08-03-2022] - CD Milieuraad (I&W/EZK/LNV) Afgedaan met Kamerstuk 30 196, nr. 793
Toezegging om samen met mFIN in voorjaar door middel van een brief de Kamer te informeren over of het mogelijk is om overwinsten van bedrijven in te zetten voor compensatie van lagere inkomenshuishoudens aangaande de energieprijzen. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Afgedaan met Kamerstuk 32 140, nr. 134
Toezegging om terug te komen op hoeveel belasting er nu meer binnenkomt door btw op de prijsstijging energierekening. Ook voor de geprojecteerde prijsstijging in heel 2022, en kunnen we dit dan inzetten voor kwetsbare huishoudens. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Onderhanden
Toezegging om in de Kamerbrief scenario's kernenergie in te gaan op SMRS. Parlementaire agenda [07-04-2022] - CD Verduurzaming industrie Afgedaan met Kamerstuk 32 645, nr. 116
Toezegging om in de brief over datacenters in te gaan op wat de interne datavraag in NL is van de datacenters die in NL gebouwd gaan worden en Nederlandse elektriciteit gaan gebruiken. Parlementaire agenda [17-11-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om in kaart te brengen wat mogelijkheden zijn om de footprint binnen Nederland beter te bekijken en vast te stellen voor wat betreft zonnepanelen. Parlementaire agenda [17-11-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om met gemeentes en provincies in gesprek te gaan over gezamenlijke uitgangspunten voor de plaatsing van windmolens op land en daarbij ook de normen uit omringende landen, mee te nemen. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Onderhanden
Toezegging om helder te krijgen hoe Nederland er in 2030 uit gaan zien met betrekking tot hoge gasprijzen. Parlementaire agenda [27-10-2021] - Debat Fit for 55 Onderhanden
Toezegging voor een tweede kwartaal brief over kernenergie. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Afgedaan met Kamerstuk 32 645, nr. 98
Toezegging om EU samenwerking in TEN-E op volgende Energieraad. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om in gesprek te gaan met partijen en kennisinstellignen of we naar 8 GW kunnen gaan. In het najaar terugkomen op NWP en of doelstelling aangescherpt moet worden. Parlementaire agenda [13-04-2022] - CD Waterstof Onderhanden
Toezegging om in het najaar terug te komen op marktordening net op zee voor waterstof met betrekking tot waterstof. Parlementaire agenda [13-04-2022] - CD Waterstof Onderhanden
Toezegging om Correctiemechanisme invoeren op klimaatbeleid op raming PBL over emissie 8-21 mton voor energiesector, kan er bij behalen doelen gecorrigeerd worden voor het feit dat er veel interconnectie is met buitenland. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Onderhanden
Toezegging om in de kernenergiebrief specifiek in te gaan op wat NL doet met de andere EU landen aangaande ontwikkeling kernenergie. Parlementaire agenda [22-03-2022] - CD Leveringszekerheid van aardgas Afgedaan met Kamerstuk 32 645, nr. 116
Toezegging om brief om Kamer uit te leggen hoe regie op MIEK vanuit EZK versterkt kan worden, inclusief toets op of het goede investeringen zijn. uitgebreid schetsen hoe we vormgevan aan programma 2050 en regionale miek-programma's die vooral belangrijk zijn voor het zesde cluster. En om in het programma energie aandacht te besteden aan de externe check van het cluster energiestrategie en de MIEK. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om in het vierde kwartaal van 2022 voorhang aan de Kamer van nieuwe regels voor inpassingsnormen wind op land. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om een technische briefing aan deze Kamer te laten verzorgen over first come first serve principe zodat we er op een later moment over van gedachten kunnen wisselen. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om hogere doelen EU, door te vertalen ambitie naar opgave per lidstaat. Na de zomer informeren of we ook kunnen doorvertalen naar harde nationale energiebesparingsdoelen (samen met TNO), waarschijnlijk samen met programma K en E. Parlementaire agenda [22-03-2022] - CD Leveringszekerheid van aardgas Onderhanden
Toezegging om dit najaar te komen met elektrificatie brief. Parlementaire agenda [08-09-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om motie Optimalisatiestudie te belegggen. Parlementaire agenda [08-09-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om bij volgende brief terug te komen op welke alternatieven er zijn op het first come first serve principe (om initiatieven van maatschappelijk belang eventueel voorrang te verlenen). Verder onderzoeken wat maatschappelijk de optimale strategie is (projecten van nationaal belang), ook kijkend naar DUI. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om met collega's van de milieuraad te bespreken hoe we dat beter kunnen doen en hoe we de Kamer hier beter over kunnen informeren. Parlementaire agenda [07-04-2022] - CD Fit for 55-pakket Onderhanden
Toezegging om Monitoring energiearmoede en armoedebestreiding wordt structureel uit te voeren en jaarlijks de monitoring naar de kamer te sturen. De eerste monitoring komt in het najaar. Parlementaire agenda [07-04-2022] - CD Fit for 55-pakket Afgedaan met Kamerstuk 29 023, nr. 390
Toezegging om in een brief in te gaan op effect vrijhandelsverdragen op ontbossing voor duurzame energie/klimaatbeleid. Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Onderhanden
Toezegging om met ACM in gesprek te gaan over de richting die het Rijk wil geven op investeringsplannen van netbeheerders (zodat deze meer up-to-date zijn) vanuit MIEK (2030) en NPE (2050) zodat ACM dit kan meewegen in de rol die zij moeten invullen. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief na de zomer uitgebreid in te gaan op het gezamenlijk inkooploket, omdat de Europese Commissie nu ook nog bezig is met de verdere uitwerking daarvan. Parlementaire agenda [22-06-2022] - TMD Energieraad Onderhanden
Toezegging om in de volgende NPRES brief (voor de zomer) terug te komen op lokaal eigenaarschap. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Afgedaan met Kamerstuk 32 813, nr. 1085
Toezegging om gesprek te gaan met OCW en VRO over de stand van zaken met betrekking tot de motie Van Haga over verduurzaming monumenten. Specifiek ook wat hier (door gemeenten) al aan is gedaan of gaat gebeuren. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Afgedaan voor EZK; loopt via BZK
Toezegging om te laten weten hoe het rondetafelgesprek met vertegenwoordigers van energiecooperaties is verlopen. Dit gesprek is georganiseerd nav gesprek met Marjan Minnesma over uitvoering Urgendavonnis. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Afgedaan met Kamerstuk 21 239, nr. 367
Toezegging om vóór de zomer TK te informeren over de uitwerking van instrument stimulering warmtenet. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Onderhanden
Toezegging om na de zomer Tweede Kamer te informeren over stresstest/simulatie op energiesysteem als gas uit Rusland wegvalt, en rapporteren over uitkomst, knelpunten en voorgenomen vervolgacties. Parlementaire agenda [09-06-2022] - CD (Internationale) Gasmarkt/Leveringszekerheid Afgedaan met Kamerstuk 29 023, nr. 342
Toezegging om ervoor te zorgen dat in MIEK en in PES extra aandacht is voor het maken van afspraken wat we waar doen. Parlementaire agenda [13-04-2022] - CD Waterstof Onderhanden
Toezegging om bij verdere uitwerking kernenergieplannen terug te komen over inzet kernenergie waterstofproductie, samen met andere lidstaten. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om met Prinsjesdag met voorstellen kte omen voor structurele maatregelen met als doel 10 megaton cumulatief in te lopen tot 2030. In lijn eerdere aankondiging onafhankelijk advies en brede ambtelijke stuurgroep in kaart brengen hoe met extra normerende maatregelen 55-60% doel dichter in beeld krijgen. En met prinsjesdag onderzoeken gasbesparingstender beste vormgegeven samen met FIN. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om voor het einde van de zomer te informeren over stresstest over bescherm en herstelplan gas en fase 3 afschakelen bedrijven. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om in de zomerbrief nader in te gaan op elektrolyse op zee. Parlementaire agenda [13-04-2022] - CD Waterstof Onderhanden
Toezegging om met VRO verhouding REpowerEU en Ff55 tot nationaal isolatie programma, terugkoppeling volgt in najaar. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om na de zomer verdere appreciatie RepowerEU in trilogen via zes wekenbrief te geven. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om voor de zomer in gesprek te gaan met gemeenten en provincies over gezamenlijke uitgangspunten voor tussentijdse afstandsnormen en voorwaarden hiervan, belang van draagvlak en participatie hierbij benadrukken. Ook kijken naar buurlanden hierbij. Parlementaire agenda [17-02-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur & RES Onderhanden
Toezegging om bij programma K en E vanuit brede welvaartsgedachte en totale footprint inzicht te geven in waar de kasstromen lopen, waarvan we afhankelijk zijn en wat we eraan kunnen doen of af te bouwen en te diversificeren. Parlementaire agenda [22-03-2022] - CD Leveringszekerheid van aardgas Onderhanden
Toezegging om de Kamer te informeren over wat totale pakket EU betekent voor NL (repower europe) en appreciatie ervan en waar we versnelling in de afbouw kunnen aanbrengen t.a.v. Russische fossiele brandstoffen. Parlementaire agenda [22-03-2022] - CD Leveringszekerheid van aardgas Afgedaan met Kamerstuk 29 023, nr. 302
Toezegging om iets beter inzichtelijk te maken welk deel van de afgegeven beschikkingen mogelijk langer zou kunnen doorlopen dan 2027, zodat de Kamer die informatie heeft.
Parlementaire agenda [28-09-2021] - Tweeminutendebat Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om op zeer korte termijn een brief te sturen met daarin een stand van zaken met betrekking tot datacenters en de verwachte groei. Parlementaire agenda [14-10-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om in te gaan op innovatie in uitwerking programma K en E Parlementaire agenda [23-02-2022] - Plenair debat Klimaatnota met MEZK en MKE Onderhanden
Toezegging om een brief te sturen over waarom er wel een specifiek waterstofdoel met industrie is en waarom niet andere aspecten energiemix. Parlementaire agenda [27-10-2021] - Debat Fit for 55 Onderhanden
Toezegging om te kijken bij aanpassing elektriciteitswet in het najaar hoe we kosten netbeheerders en stimulering opslag beter een plek kunnen geven. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Onderhanden
Toezegging om alle varianten voor het meenemen systeemkosten te bezien en daarbij de suggesties van Stoffer en Grinwis over maatschappelijke kosten/baten toets mee te nemen. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Onderhanden
Toezegging om voor ronde 2023 nog een keer goed te kijken naar percentage TTF (70%), mbt aardwarmte en de Kamer hierover te inforemeren. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Onderhanden
Toezegging om terug te komen op circulaire waterstof bij uitwerking van de opschaling, incl de vraag of er een andere categorie moet komen in vierde fase SDE++. Parlementaire agenda [24-03-2022] - CD SDE++ 2021, openstelling SDE++ 2022 en voorstel aanpassing SDE++ per 2023 Afgedaan met Kamerstuk 32 813, nr. 1143
Toezegging om terug te komen op het voorstel van de Zweedse adviseur over hiernieuwebare doelen die stok die voor ESR nuttig zouden kunnen als stok achter deur. Parlementaire agenda [07-04-2022] - CD Fit for 55-pakket Afgedaan met Kamerstuk 22 112, nr. 3409
Toezegging om eind van de zomer een voorstelbrief met de Kamer te delen nav van worst case scenario's uit ENTSOG yearly outlook. Parlementaire agenda [09-06-2022] - CD (Internationale) Gasmarkt/Leveringszekerheid Afgedaan met Kamerstuk 29 203, nr. 342
Toezegging om bij verdere uitwerking kernenergieplannen terug te komen op inzet kernenergie elektriciteit productie/waterstofproductie, samen met andere lidstaten. Parlementaire agenda [22-06-2022] - CD Energieraad Onderhanden
Toezegging om in de zomerbrief ("doelen WOZ na 2030" en "hoe we richting 2030 die 10 GW gaan wegzetten") nader in te gaan op elektrolyse op zee. Parlementaire agenda [13-04-2022] - CD Waterstof Onderhanden
Toezegging om onderzoek te doen naar de effectiviteit van CCS en dit met de Kamer te delen.
Parlementaire agenda [28-09-2021] - Tweeminutendebat Klimaat en Energie Onderhanden
Toezegging om een coordinerende rol te vervullen in het bij elkaar krijgen van de verschillende geldstrome (energie, recreatie etc) waarbij plan Buitendijk als voorbeeld genoemd is. Parlementaire agenda [14-10-2021] - CD Klimaat en Energie Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe de vraag over het toezicht van de ACM op Tennet door te geleiden aan de minister voor Klimaat en Energie. CD Staatsdeelnemingen op 30 november Afgedaan met brief [09-12-2022] - Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Bontenbal (CDA) om met TNO in gesprek te gaan over een eventueel in te richten team kernenergie met oog op realisatie van de plannen uit het coalitieakkoord. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe aan mevr. Leijten (SP) in een brief begin 2023 ook in te gaan op de rol van de ACM aan lid Leijten over rol. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Afgedaan met brief 20-12-2022 Landelijk actieprogramma netcongestie, Kamerstuk 29 023, nr. 385
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Boucke (D66) dat hij de routekaart energieopslag begin 2023 met de Kamer zal delen en daarbij zal ingaan op behoud van Garanties van Oorsprong bij energieopslag. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Dassen (VOLT) om in volgende brieven over kernenergie uitgebreider in te gaan op samenwerking met een aantal landen. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Kernenergie (CD 13/10) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe dat de Nederlandse overheid nauw betrokken blijft bij onderzoek naar nucleaire innovaties, waaronder kleine modulaire reactors en gesmoltenzouttechnieken. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Afgedaan met brief [09-12-2022] - Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Van Raan (PvdD) dat hij in de volgende brief over kernenergie (eind 2022) de Kamer informeren over de status van de ontmantelingskosten den de kerncentrale Borssele. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe in het voorjaar van 2023 aan de Kamer een brief te sturen over CCS. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe om in het eerste kwartaal van 2023 het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen over aanpassing van wet- en regelgeving t.b.v. versnelling van verduurzaming aan de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [09-11-2022] - CD Verduurzaming Industrie Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe in de brief met de update over het MIEK in december 2022 in te gaan op diverse maatregelen, zoals het toepassen van de Crisis- en herstelwet, om de verduurzaming te versnellen. Parlementaire agenda [15-09-2022] - CD Gasmarkt en leveringszekerheid Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Boucke (D66) te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn voor circulariteit en grondstoffen zodat dit standaard wordt bij energieprojecten, waaronder tenders voor wind op zee. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe in de decemberbrief kernenergie een voorkeurslocatie ten aanzien van nieuw te bouwen kerncentrales bekend te maken. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Afgedaan met brief 9-12-2022 Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe voor de begrotingsbehandeling EZK nader in te gaan op de besteding van het budget van het amendement-Erkens/Dassen over een Kennis- en innovatieprogramma op het gebied van nucleaire energie. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Afgedaan met brief 18-11-2022 november 2022 Versterking nucleaire kennis- en innovatiestructuur, Kamerstuk 32 645, nr. 101
De Minister voor KenE zegt toe in de decemberbrief kernenergie nader in te gaan op de vragen van het lid Boucke (D66) over de kosten per kilowattuur van kernenergie. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Afgedaan met brief 9-12-2022 aan de Kamer over Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor K&E zegt aan dhr. Bontenbal (CDA) toe om in de volgende Kamerbrief over de SDE++ aan te geven hoe komende jaren middelen beter ingezet worden ten behoeve van de energietransitie. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Boucke (D66) met RVO in gesprek te gaan over uitbreiding en verbetering van de monitor over de energiebesparingsplicht en de Kamer te informeren over sectorale besparingsdoelen. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt dhr. Thijssen (PvdA) toe met een aangepaste appreciatie terug te komen op het amendement over meer geld voor energiebesparing. Hij gaat daarbij specifiek in op het punt van dhr Thijssen dat het geld niet voldoende terecht komt bij mensen die het hardst nodig hebben en dat gemeenten daarin een rol (met bijbehorende financiering) moeten hebben. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan met Kamerbrief over appreciatie amendement 19 en 20 begrotingsbehandeling EZK 2023, Kamerstuk 36 200-XIII, nr. 86
De Minister voor KenE zal in de toegezegde brief over bindende energiebesparingsdoelen tevens ingaan op alle voorstellen die in het commissiedebat zijn gedaan. Parlementaire agenda [15-09-2022] - CD Gasmarkt en leveringszekerheid Afgedaan met brief 29-11-2022 Stand van zaken energiebesparingsbeleid bedrijven en instellingen, Kamerstuk 30 196, nr. 805
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Erkens (VVD) in een Kamerbrief in te gaan op hoe de gasopslagen meer strategisch gebruikt kunnen worden. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan met brief [09-12-2022] - Gasleveringszekerheid en gasopslagen, Kamerstuk 29 023, nr. 384
De Minister voor KenE zegt toe aan dhr. Grinwis (CU) in de brief over het actieprogramma netcapaciteit of parallel daaraan voor het einde van 2022 de Kamer te informeren over uitwerking van gespreken met ACM over tariefstelling bij opslagdiensten als batterijen en eboilers. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Afgedaan met brief 20-12-2022 Landelijk actieprogramma netcongestie, Kamerstuk 29 023, nr. 385
De Minister voor KenE zegt dhr. Grinwis (CU) toe de Kamer per brief te informeren over het bevorderen of wegnemen van belemmeringen voor smartgrids in woonwijken. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Afgedaan met brief 20-12-2022 Landelijk actieprogramma netcongestie, Kamerstuk 29 023, nr. 385
De Minister voor KenE zegt toe in de volgende brief over groen gas terug te komen op wat groen gas precies is. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Waterstof, groen gas en andere energiedragers (CD 8/12) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe om kamer voor het kerstreces een brief te sturen over kernenergie, o.a. over voorkeur voor locaties. Afgedaan bij brief van 9 december 2022 Nadere uitwerking afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie over kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe te vragen aan de minister voor Klimaat en Energie om de Kamer op korte termijn te informeren over kernenergie. Afgedaan brief [09-12-2022] - Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt mevr. Kröger (GroenLinks) toe om de Kamer vóór de begrotingsbehandeling te informeren over verschillende regelingen voor energiecoöperaties. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Afgedaan met brief [21-11-2022] - Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2023, Kamerstuk 31 239, nr. 367
De Minister voor KenE zegt dhr. Grinwis (CU) toe de Kamer te informeren over de uitvoering van de motie. Grinwis/Erkens over glastuinbouw vóór het einde van 2022. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt mevr. Kröger (GroenLinks) toe om met een schriftelijke appreciatie te komen van het amendement over ILT. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE komt in december met een brief aan de Kamer waarin hij ingaat op de planning voor de bouw van kerncentrales. Afgedaan met brief [09-12-2022] - Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe dat het kabinet zal onderzoeken hoe het prijsplafond op energie, indien dit ook na volgend jaar nog nodig is, gerichter en mogelijk tegen lagere kosten kan worden ingezet. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe dat het kabinet zal onderzoeken hoe het prijsplafond op energie, indien dit ook na volgend jaar nog nodig is, gerichter en mogelijk tegen lagere kosten kan worden ingezet. Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), dat hij in het tweede kwartaal van 2023 naar de Kamer stuurt, terug te komen op het idee voor een gezamenlijk kennisplatform voor een Europees Energiesysteem. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe in de brief over het NPE in gaan op inpassing van 70GW Wind op Zee in relatie tot kernenergie. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Onderhanden
De Minister voor KenE zegt dhr. Grinwis (CU) toe de Kamer te informeren over de uitvoering van de motie Grinwis/Erkens over glastuinbouw vóór het einde van 2022. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Onderhanden
De Minister voor KenE zegt mevr. Kröger (GroenLinks) toe om de Kamer vóór de begrotingsbehandeling te informeren over verschillende regelingen voor energiecoöperaties. Parlementaire agenda [28-09-2022] - CD Elektriciteitsnet, energie-infrastructuur en RES Afgedaan met brief [21-11-2022] - Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2023, Kamerbrief 31 239, nr. 367
De Minister voor KenE zegt toe in de volgende «Fit for 55»-voortgangsbrief nader in te gaan op het speelveld rond de sociaal-klimaatfondsmethoden. Parlementaire agenda [27-01-2022] - CD Fit for 55 - CBAM en ETS Afgedaan met brief [13-05-2022] - Stand van zaken Fit for 55-pakket
De Minister voor Klimaat en Energie zegt toe om beschikbare onderzoeken naar de effectiviteit van CCS de Kamer te doen toekomen. Parlementaire agenda [28-09-2021] - Tweeminutendebat Klimaat en Energie Onderhanden
De Minister voor KenE zal in de volgende rapportage een reflectie geven over de opportuniteit van subsidieverlening aan bedrijven met achterblijvende klimaadinvesteringen vs. bedrijven die hoogwaardige investeringen doen en daarbij extra subsidiëring nodig hebben. Debat Regeringsverklaring Eerste Kamer 15 februari 2022 Onderhanden
Het kabinet zal zowel voor het Klimaatfonds als het Stikstoffonds een instellingswet indienen, zodat een volwaardige parlementaire behandeling kan worden doorlopen. Debat Regeringsverklaring Eerste Kamer 15 februari 2022 Afgedaan met Kamerstukken 36 274, nr. 1 en 2; 36 277, nr. 1 en 2
Het kabinet zal de doelstelling van 55% CO2-reductie juridisch verplichtend vastleggen in de Klimaatwet. Debat Regeringsverklaring Eerste Kamer 15 februari 2022 Afgedaan met Kamerstuk 36 169, nr. 2
Het kabinet is bereid gevolg te geen aan de wens om bij wijzigingswetten geconsolideerde versies mee te sturen aan de Eerste Kamer. De minister voor Rechtsbescherming zal hierover het gesprek met de Eerste Kamer voeren en tijdig een brief sturen over de timing van invoering. Debat Regeringsverklaring Eerste Kamer 15 februari 2022 Onderhanden
De Minister voor KenE zal in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel terugkomen op formulering van EU doelen en of deze bindend zijn of een streefdoel. Parlementaire agenda [24-05-2022] - Debat ‘Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong (35.814)’ Gaat om een bindend doel. (Hiermee beantwoord)
De Minister voor KenE zal in de volgende brief over brief Fit for 55 ingaan op wat er gebeurt als EU-doelen niet worden gehaald en welke consequenties dit heeft. Parlementaire agenda [24-05-2022] - Debat ‘Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong (35.814)’ Afgedaan met Kamerstuk 22 112, nr. 3461
Minister voor KenE: als we dit jaar CO2-beprijzing industrie verder uitwerken, zullen we ook analyse van het prijspad uit deze wet doen en hier de EK en TK over informeren en evt noodzaak tot aanpassingen meenemen. Parlementaire agenda [08-03-2022] - Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking Onderhanden
De Minister voor KenE komt in december met een brief aan de Kamer waarin hij ingaat op de planning voor de bouw van kerncentrales. Parlementaire agenda [13-10-2022] - CD Kernenergie Afgedaan met brief 9-12-2022 Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De minister voor KenE zegt toe dat het kabinet bij de uitwerking van de motie Segers/Marijnissen inzake de werking van de energiemarkt ook de voor- en nadelen van een staatsdeelneming in een energiebedrijf als mogelijk sturingsmechanisme meenemen zal onderzoeken. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
De Minister voor KenE zegt toe dat het kabinet, mede op basis van een advies van Gasunie Transport Services, werkt aan een plan om voor de winter van 2023-2024 de energieleveringszekerheid veilig te stellen. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Afgedaan met brief 9 december 2022 Gasleveringszekerheid en gasopslagen, Kamerstuk 29 023, nr. 384
De Nederlandse overheid blijft nauw betrokken bij onderzoek naar nucleaire innovaties, waaronder ook kleine modulaire reactors en gesmoltenzouttechnieken. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Afgedaan met brief [09-12-2022] - Nadere uitwerking van de afspraken uit het coalitieakkoord op het gebied van kernenergie, Kamerstuk 32 645, nr. 116
De Minister voor KenE zegt toe dat het kabinet zal onderzoeken hoe het prijsplafond op energie, indien dit ook na volgend jaar nog nodig is, gerichter en mogelijk tegen lagere kosten kan worden ingezet. Parlementaire agenda [18-10-2022] - EZK: Algemene Politieke Beschouwingen EK Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe voor het volgende debat te komen met een actieplan geestelijke gezondheid (i.r.t. PEGA), waarin hij o.a. alle acties die er al zijn in kaart brengt en ingaat op kinderen. Parlementaire agenda [30-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief mentaal welzijn bewoners in het aardbevingsgebied d.d. 23-11-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1081).
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe voor het volgende debat de brief over moeilijk uitlegbare verschillen te versturen, en neemt daar de 2-onder-1-kap-casus in mee. Parlementaire agenda [30-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief «Verschillen in de schadeafhandeling en versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning in Groningen» d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1076).
De Staatssecretaris Mijnbouw stuurt voor het commissiedebat van 30-06-2022 de brief over de aanpak van onuitlegbare verschillen in de schade-afhandeling en versterking. Parlementaire agenda [02-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief «Verschillen in de schadeafhandeling en versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning in Groningen» d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1076).
De Staatssecretaris Mijnbouw gaat in overleg met de Staatssecretaris van OCW over de financiering van de regeling voor cultureel erfgoed en informeert de Kamer hierover voorafgaand aan de begrotingsbehandeling 2023 van OCW. Parlementaire agenda [02-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief Matching financiering regelingen Rijksmonumenten aardbevingsgebied Groningen' d.d. 19-10-2022 (Kamerstuk 32 156, nr. 121).
De Staatssecretaris Mijnbouw stuurt in oktober 2022 het werkprogramma mentale gevolgen kinderen aan de Kamer. Parlementaire agenda [02-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief mentaal welzijn bewoners in het aardbevingsgebied d.d. 23-11-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1081).
De Staatssecretaris Mijnbouw stuurt rond september 2022 de planning van de uitvoering van de dorpenaanpak aan de Kamer. Parlementaire agenda [02-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief voortgang versterkingsopgave NCG d.d. 30-01-2023 (Kamerstuk 33 529, nr. 1118).
De Staatssecretaris Mijnbouw brengt voor het einde van 2022 breder in kaart wat de parlementaire enquête betekent voor een aantal dingen, waaronder psychologische gevolgen. Parlementaire agenda [02-06-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Afgedaan in Kamerbrief mentaal welzijn bewoners in het aardbevingsgebied d.d. 23-11-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1081).
De Staatssecretaris Mijnbouw zal met SNN overleggen over de uitvoerbaarheid van de motie-Nijboer (1017) waarin het kabinet wordt verzocht de betreffende termijnen van de woningverbeteringssubsidie zo te verlengen dat mensen de regelingen kunnen gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, bijvoorbeeld tot het einde van de geplande versterking in 2028 plus een jaar, en informeert de Kamer hier voorafgaand aan het CD van 19 mei a.s. de Kamer over. Parlementaire agenda [10-05-2022] - Tweeminuttendebat Mijnbouw Groningen Afgedaan bij de publicatie van de nieuwe regeling voor de subsidie verbetering en verduurzaming Groningen juli 2022.
De Staatssecretaris Mijnbouw zal de Kamer in de zomer van 2022 geïnformeerd over het tevredenheidsonderzoek. Parlementaire agenda [30-03-2022] - Commissiedebat Mijnbouw Groningen Het tevredenheidsonderzoek wordt betrokken bij de evaluatie van de bestuurlijke afspraken (Q3 2023), conform de motie waar het tevredenheidsonderzoek aan was gerelateerd.
De staatssecretaris komt voor de zomer schriftelijk terug op de onuitlegbare verschillen. Parlementaire agenda [30-03-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan in Kamerbrief «Verschillen in de schadeafhandeling en versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning in Groningen» d.d. 26-09-2022 (Kamerstuk 33 529, nr. 1076).
De Staatssecretaris van Mijnbouw zal bekijken of het noodzakelijk is de Mijnbouwwet aan te passen naar aanleiding van de afspraken in het coalitieakkoord. De Kamer wordt hierover voor het zomerreces geïnformeerd. Parlementaire agenda [25-01-2022] - CD Wadden met I&W, EZK en LNV Onderhanden
De staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer informeren via een contourennota of een brief met hoofdlijnen over mogelijkheden voor aanpassingen van de Mijnbouwwet. Parlementaire agenda [12-04-2022] - Interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente Onderhanden
De staatssecretaris zal de Kamer infomeren over een voorstel van de KNMI voor een onafhankelijk meetnetwerk van de KNMI. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatssecretaris gaat met het IMG in overleg over de uitvoeringskosten. Parlementaire agenda [30-03-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe dat hij zal kijken in hoeverre de schadeafhandeling door de Commissie Mijnbouwschade afdoende is als er gecumuleerde activiteiten plaatsvinden en zal kijken naar een nulmeting als soort alternatief voor toepassing bewijsvermoeden. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatsecretaris stuurt de resultaten van studie naar stikstofinjectie van kennisgroep mijnbouw die uiterlijk deze zomer wordt afgerond naar de Kamer. Parlementaire agenda [09-02-2022] - Debat Groningen Onderhanden
De staatssecretaris gaat in gesprek met de branchevereniging voor geothermie over de organisatie van de sector. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe aan het lid Bontenbal om een keer op papier te zetten wie wat wanneer beslist als het gaat om drinkwater. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe een pilot te starten naar geothermie in Limburg. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatssecretaris zal voor de zomer met een voorstel komen voor hoe het boren in de Wadden onmogelijk wordt gemaakt middels een wijziging in wet- en regelgeving. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De staatssecretaris stuurt in juni de maatschappelijke kostenbaten analyse voor Schoonebeek naar de Kamer. Parlementaire agenda [30-03-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatsecretaris zegt toe in kaart te brengen welke opties er zijn om te voorkomen dat er telkens naar juridische middelen gezocht hoeft te worden om de kosten voor schade en versterken bij de NAM in rekening te brengen, en betrekt daarbij ook de mogelijkheid van een heffing. Parlementaire agenda [30-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris zal in het debat van 19 mei a.s. terugkomen of op of er geen nieuwe vergunningen voor gaswinning aan Winntershall zullen worden gegeven. Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe gesprek te organiseren tussen Commissie Mijnbouwschade en Instituut Mijnbouwschade om te zorgen dat het ook zal geschieden (in reactie op motie Segers (CU). Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
De staatsecretaris komt terug t.a.v. plan 1,5 graad. Parlementaire agenda [30-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris zal in de contourennota die voor deze zomer naar de Kamer wordt gestuurd zal ook opnemen hoe wij omgaan met gaswinning onder de Waddenzee. Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
De staatsecretaris stuurt voor het volgende debat de analyse met de juridische mogelijkheden van het weren van Gazprom uit het energiesysteem. Parlementaire agenda [30-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris stuurt direct na de zomer een reactie op de monitoring van de uitvoeringskosten door het IMG in de eerste helft van 2022. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris stuurt voor de zomer het door zijn voorganger toegezegde afbouwplan van fossiele winning in relatie tot de 1,5 graden doelstelling uit het Klimaatakkoord. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De Staatsecretaris zegt toe de resultaten van lopend onderzoek naar de effecten van injectie van water of stikstof in gasvelden dit najaar aan de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [30-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris komt voor het zomerreces terug op de vraag van lid Kröger over de juridische mogelijkheden voor het weren van Gazprom in het energiesysteem. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris stuurt voor volgende debat de brief over de aanpak van onuitlegbare verschillen in de schade-afhandeling en versterking. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris stuurt in de tweede helft van het jaar een brief over zoutwinning aan de Kamer. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris brengt voor het einde van het jaar breder in kaart wat de parlementaire enquête betekent voor een aantal dingen, waaronder psychologische gevolgen. Parlementaire agenda [02-06-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe dat hij een bezoek aan Haaksbergen zal brengen en daar de wens van het lid Kroger zal bespreken. Parlementaire agenda [11-05-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD d.d. 30/3) Onderhanden
De staatssecretaris zegt toe een tussentijdse evaluatie te houden van de Mijnbouwwet na drie jaar. Parlementaire agenda [17-02-2022] - Plenair debat Mijnbouw Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe dat de onafhankelijke commissie verschillen (naar aanleiding van het advies Wientjes) binnen drie maanden verslag uitbrengt. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe dat hij zal kijken of de groep bewoners die door de (vertraagde) versterkingsoperatie een hogere energierekening hebben, te identificeren is. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe in het eerste kwartaal van 2023 het rapport naar aanleiding van de quick scan aardgasvrij naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe begin 2023 een brief aan de Kamer te sturen over nazorg bij mijnbouwactiviteiten. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Afgedaan met Kamerbrief Herziening mijnbouwbeleid: nazorg en zorgplicht, Kamerstuk 32 849, nr. 215
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe om de contourennota over de wijziging van de Mijnbouwwet voor de Kerst aan de Kamer te doen toekomen. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Afgedaan met Kamerbrief Contourennota aanpassing Mijnbouwwet Kamerstuk 32 849, nr. 214
De Staatssecretaris Mijnbouw stuurt een brief over nazorg bij Mijnbouwactiviteiten naar de Kamer begin 2023. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 30/6) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw stuurt uiterlijk in januari 2023 het rapport over gaswinning in relatie tot de klimaatdoelen naar de Kamer. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe de contourennota voor de wijziging van de Mijnbouwwet voor het volgende CD naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met Kamerbrief Contourennota aanpassing Mijnbouwwet Kamerstuk 32 849, nr. 214
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt een brief toe aan de Kamer over de verklaring van de top in Montreal over biodiversiteit en de gevolgen voor de Waddenzee. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer een reactie toe op de zes punten van de Historische Vereniging Harlingen. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer toe opnieuw in gesprek te gaan met de sector (Element NL) om te bespreken of er mogelijkheden voor versnelling zijn met betrekking tot gasproductie op de Noordzee. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De staatssecretaris stuurt een reactie op de zes punten van de Historische Vereniging Harlingen naar de Kamer. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 30/6) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer toe om vóór de behandeling van de novelle een brief te sturen betreffende het regelen van een aanwijzingsbevoegdheid voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (ook in relatie tot de mogelijkheid om schades bij Norg te kunnen laten afhandelen). Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met Kamerbrief 24 november 2022, Wijziging voorstel van wet Tijdelijke Wet Groningen aanwijzingsbevoegdheid Instituut Mijnbouw Groningen, Kamerstuk 36 094, nr. 9
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer toe om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een andersoortig model schadevergoeding, en de Kamer daarover begin 2023 te informeren, vóór het eindrapport van de enquêtecommissie. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met Kamerbrief 31 januari 2023, Onderzoeken schadeafhandeling en funderingsproblematiek, Kamerstuk 33 529, nr. 1113
De Staatssecretaris Mijnbouw wil de waardevermeerderingsregeling toespitsen op mensen die lang wachten op een schadevergoeding zegt toe de Kamer te zullen informeren vóór 1 december. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met Kamerbrief 14 oktober 2022, Wijziging waardevermeerderingsregeling na 1 december 2022, Kamerstuk 33 529, nr. 1071
De Staatssecretaris Mijnbouw onderzoekt of methodes zoals mediation in het schadevergoedingsmodel kunnen worden geïntroduceerd en zegt toe de Kamer hierover te informeren voor het volgende CD van 30 november. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe om voor 8 oktober 2022 een brief aan de Kamer te sturen over het proces richting de herbeoordeling van de waardedalingsregeling, en daarin onder andere te betrekken de resultaten van de consultatieronde in mei ‘22 en de kwestie rondom de percentages. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [13-10-2022] - Toelichting stand van zaken tegemoetkoming voor bewoners die een lagere vergoeding voor waardedalingsschade ontvingen van de NAM dan van het IMG, Kamerstuk 33 529, nr. 1070
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer een brief toe vóór het WGO over de mogelijkheden betreffende de toepassing van bewijsvermoeden Norg. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [29-11-2022] - Schadeafhandeling rondom onder meer gasopslag Norg en bewijsvermoeden, Kamerstuk 33 529, nr. 1087
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt mevr. Van der Plas (BBB) toe om in het WGO Groningen verslag te doen van gesprekken over voortgang inzake de stikstoffabriek Zuidbroek. Parlementaire agenda [22-11-2022] - Begroting Economische Zaken en Klimaat (XIII) Afgedaan in Verslag Wetgevingsoverleg Groningen, 6 december 2022
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe een vervolgbrief over de zogenaamde verschillenanalyse naar de Kamer te sturen, voorzien van de concrete voorbeelden, en die uiterlijk één week voor het volgende CD van 30 november aan de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [24-11-2022] - Verschillen in de schadeafhandeling en versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning in Groningen, Kamerstuk 33 529, nr. 1085
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe om het rapport van de verbinder over de dorpenaanpak dat in oktober 2022 wordt uitgebracht, te voorzien van een reactie en vóór het volgende CD naar de Kamer te sturen. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [24-11-2022] - Reactie advies dorpenaanpak, Kamerstuk 33 529, nr. 1084
De Staatssecretaris Mijnbouw informeert de Kamer vóór het volgende CD over de financiële situatie met betrekking tot de monumentenregeling. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief Kamerbrief matching financiering regelingen Rijksmonumenten aardbevingsgebied Groningen, Kamerstuk 32 156, nr. 121
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe voor volgende commissiedebat een brief over de schadeafhandeling naar Kamer te sturen. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Afgedaan met brief 31-1-2023 Onderzoeken schadeafhandeling en funderingsproblematie, Kamerstuk 33 529, nr. 1113
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe dat in januari 2023 de MKB-tafel bij elkaar komt en dat hij de Kamer hierover per brief informeert. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe bij de Kamer schriftelijk terug te komen op de AMvB voor Zoutkamp. Parlementaire agenda [06-12-2022] - WGO Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris voor Mijnbouw zegt toe dat hij in gesprek gaat met energieleveranciers over bewoners die na terugkeer uit een wisselwoning vast zitten aan een duurder energiecontract. Parlementaire agenda [20-12-2022] - TMD Mijnbouw/Groningen (CD 29/9) Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer toe om vóór de behandeling van de novelle een brief te sturen betreffende het regelen van een aanwijzingsbevoegdheid voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (ook in relatie tot de mogelijkheid om schades bij Norg te kunnen laten afhandelen). Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [24-11-2022] – Wijziging voorstel van wet Tijdelijke Wet Groningen aanwijzingsbevoegdheid Instituut Mijnbouw Groningen, Kamerstuk 36 094, nr. 9
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer toe om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een andersoortig model schadevergoeding, en de Kamer daarover begin 2023 te informeren, vóór het eindrapport van de enquêtecommissie. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief 31-1-2023 Onderzoeken schadeafhandeling en funderingsproblematiek, Kamerstuk 33 529, nr. 1113
De Staatssecretaris Mijnbouw wil de waardevermeerderingsregeling toespitsen op mensen die lang wachten op een schadevergoeding zegt toe de Kamer te zullen informeren vóór 1 december. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [14-10-2022] - Wijziging waardevermeerderingsregeling na 1 december 2022, Kamerstuk 33 529, nr. 1071
De Staatssecretaris Mijnbouw onderzoekt of methodes zoals mediation in het schadevergoedingsmodel kunnen worden geïntroduceerd en zegt toe de Kamer hierover te informeren voor het volgende CD van 30 november. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Onderhanden
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt toe om voor 8 oktober 2022 een brief aan de Kamer te sturen over het proces richting de herbeoordeling van de waardedalingsregeling, en daarin onder andere te betrekken de resultaten van de consultatieronde in mei ‘22 en de kwestie rondom de percentages. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [13-10-2022] - Toelichting stand van zaken tegemoetkoming voor bewoners die een lagere vergoeding voor waardedalingsschade ontvingen van de NAM dan van het IMG, Kamerstuk 33 529, nr. 1070
De Staatssecretaris Mijnbouw zegt de Kamer een brief toe vóór het WGO over de mogelijkheden betreffende de toepassing van bewijsvermoeden Norg. Parlementaire agenda [29-09-2022] - CD Mijnbouw/Groningen Afgedaan met brief [29-11-2022] - Schadeafhandeling rondom onder meer gasopslag Norg en bewijsvermoeden, Kamerstuk 33 529, nr. 1087

Bijlage 3: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

In het kader van operatie Inzicht in Kwaliteit van het kabinet is het overzicht met beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). Net als 2021 betrof 2022 een overgangs- en leerjaar met een eerste uitwerking van de SEA, waarbij in 2022 een traditionele beleidsdoorlichting is afgerond.

In deze ‘Bijlage afgerond evaluatie- en overig onderzoek’ wordt ingegaan op afgeronde onderdelen van de SEA in 2021 en 2022. Voor afgeronde evaluaties/onderzoeken in het verslagjaar 2022 zijn tevens korte samenvattingen met conclusies/aanbevelingen opgenomen die onder de desbetreffende tabellen worden weergegeven.

Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten Synthese 2022 Afgerond In 2021 heeft de beleidsdoorlichting van artikel 1 van de EZK-begroting plaatsgevonden. Deze is eind juni 2022 inclusief kabinetsreactie aan de Kamer aangeboden. 1 Kamerstuk 30 991, nr. 37
Goed werkende (digitale) economie en markten Synthese 2027 Nog te starten De beleidsdoorlichting inzake beleidsartikel 1 is in 2022 afgerond. Een belangrijk deel van het digitale economie beleid is hierin meegenomen. Een ander deel, het ICT-innovatiebeleid, was betrokken in de doorlichtingen van artikel 2 en 3 van de EZK begroting in 2020. Inmiddels is een groot deel van het digitale economie beleid samengebracht op artikel 1 van de EZK begroting waarvoor conform de ontwerpbegroting EZK 2023 een synthese wordt voorzien in 2027. 1
Instrumentevaluaties / monitor:
Evaluatie roadmap digitaal veilige hard- en software ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 26 643, nr. 867
Evaluatie subsidie ECP (DE-breed) ex-post 2023 Lopend 1
Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorenden ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 26 643, nr. 906
Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwet ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 27 879, nr. 89
Raad voor Accreditatie ex-post 2021/2022 Afgerond 1 Kamerstuk 25 268, nr. 203
Autoriteit Consument en Markt (ACM) ex-post 2021 Afgerond 1 Kamerstuk 25 268, nr. 195
Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) ex-post 2023 Nog te starten Deze evaluatie is vanwege beperkte capaciteit uitgesteld naar 2023. 1
De doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 25 268, nr. 209
Adviesgroep Gids Proportionaliteit ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 34 252, nr. 23
Evaluatie Universele Postdienst ex-post 2022 Afgerond 1 Kamerstuk 29 502, nr. 184

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Goed functionerende markten voor bedrijven en consumenten/Goed werkende (digitale) economie en markten

Beleidsdoorlichting artikel 1 Goed functionerende economie en markten

De Europese interne markt, met inbegrip van vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal, vormt een kernonderdeel van de Europese Unie en is cruciaal voor het Nederlandse verdienvermogen. Goed functionerende markten die concurrentie stimuleren en waar de consument goed wordt beschermd, leveren een belangrijke bijdrage aan economische groei en innovatie. Een goed functionerende interne markt is niet vanzelfsprekend, zoals in de corona pandemie o.a. bleek met grenssluitingen. EZK zet zich in EU-verband sterk in voor het competitief houden van markten, voor eerlijke onderlinge verhoudingen in markten, het bevorderen van vrije verkeer van diensten en goederen en bescherming van consumenten. Dit doet EZK door zich onder andere in te zetten voor de verbetering van de aanbestedingspraktijk, Europese afspraken t.a.v. consumentenbescherming en door de actieagenda interne markt. De onafhankelijke deskundigen vinden dat de uitvoering van de beleidsdoorlichting zorgvuldig en professioneel is gedaan. Opmerkingen gaan over de weinige bronnen voor de beleidsdoorlichting, over de beleidsvisie en over de ingewikkeldheid en de manier van beleidsontwikkeling en -evaluatie. De deskundigen vinden, net als Panteia, dat de planning van de evaluaties van de afzonderlijke beleidsterreinen niet altijd samenloopt met de planning van de beleidsdoorlichting zelf. Ook vinden zij dat de onderliggende evaluaties onderling verschillen van aard, opzet en uitvoering. MEZK zal de aanbevelingen benutten voor het verbeteren van de beleidsdoorlichting en de onderliggende rapportages. Dit betreft o.a. het benoemen van besparingsmogelijkheden, planning en de aanpassing van de doelstellingen van het beleidsartikel.

Evaluatie roadmap digitaal veilige hard- en software

Uit de evaluatie van de roadmap uit 2018 kwamen aanbevelingen om stakeholders nog meer te betrekken, de kenbaarheid te vergroten door op een website over de voortgang van de maatregelen te rapporteren, en de bijdrage van de roadmap aan de beleidsdoelstellingen beter meetbaar te maken. De evaluatie gaf als suggesties voor de herijking van de beleidsdoelen in de roadmap: meer aandacht voor ketens en ketenveiligheid, meer aandacht voor de verbinding tussen maatregelen, acties en betrokken partijen, prioritering van maatregelen, meer aandacht voor participatie van het ministerie van EZK in Europa en focussen op fabrikanten en leveranciers in plaats van consumenten. Deze suggesties zijn meegenomen in de totstandkoming van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS) 2022, waar het beleid ten aanzien van digitaal veilige hard- en software een integraal onderdeel van uitmaakt.

Evaluatie bemiddelingsdienst doven en slechthorenden

In 2018 is KPN op grond van de Telecommunicatiewet aangewezen om de telefoniedienst voor doven, slechthorenden en mensen met een spraakbeperking te verzorgen. Deze tekst- en beeldbemiddelingsdienst maakt het mogelijk dat de doelgroep kan bellen met (horende) personen of instanties via een bemiddelaar of gebarentolk. De aanwijzing voor deze bemiddelingsdienst loopt 30 september 2023 af. Onder meer ter voorbereiding op een nieuwe aanwijzing is de uitvoering van de huidige bemiddelingsdienst in 2022 geëvalueerd. Uit de evaluatie volgt dat de bemiddelingsdienst functioneert conform de gestelde eisen. Verder zijn de gebruikers over het algemeen tevreden over de dienst. De evaluatie beschrijft tevens een aantal aandachtspunten voor verbeteringen, waaronder de verruiming van de openingstijden voor de beeldbemiddelingsdienst. Met het aanbieden van de evaluatie aan de Tweede Kamer is toegezegd deze aandachtspunten nader te bestuderen en in het eerste kwartaal van 2023 de Kamer verder te informeren over het beleidsvoornemen met betrekking tot de nieuwe aanwijzing.

Evaluatie van de instellingen onder de waarborgwet

De waarborginstellingen WaarborgHolland B.V. en Edelmetaal Waarborg Nederland B.V. zijn aangewezen als (deeltijd) zelfstandig bestuursorganen voor de wettelijke taken die volgen uit de Waarborgwet 2019. Deze taken bestaan uit het waarborgen van voorwerpen op hun gehalte aan platina, goud, palladium of zilver en deze voorwerpen voorzien van andere merken, indien dat voortvloeit uit de Waarborgwet 2019. De waarborginstellingen zijn in 2022 geëvalueerd, conform de verplichting daartoe in de Kaderwet ZBO’s. De evaluatie toont aan dat het aannemelijk is dat de waarborginstellingen hun taken in de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december 2021 doelmatig en doeltreffend hebben uitgevoerd. Enkele aanbevelingen die voortvloeien uit de evaluatie zien op het verbeteren van de transparantie van kosten en tarieven, de omgang met doorlooptijden, de interne en externe governance en het vergroten van de bekendheid van het waarborgstelsel. Verder concludeert het onderzoeksbureau dat deze evaluatie geen aanleiding geeft om te pleiten voor grote veranderingen of afschaffing van het huidige waarborgstelsel.

De doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS

De evaluatie concludeert in algemene zin dat het CBS in de periode 2016-2020 doeltreffend, doelmatig en onafhankelijk is geweest. Er worden een aantal aanbevelingen gedaan. Zo wordt o.a. aanbevolen om de transparantie in de werkprogramma's van het CBS te vergroten, om samen met andere Europese statistiekbureaus in te zetten op het genereren van meer vergelijkingsinformatie en de interactie tussen de eigenaar, opdrachtgever en het CBS te versterken.

Adviesgroep Gids Proportionaliteit

Kwink concludeert dat het stelsel van wijziging van de Gids proportionaliteit als zodanig functioneert; er is geen aanleiding om de kernelementen van het stelsel aan te passen. Wel is er ruimte voor verbetering: Kwink geeft een zestal aanbevelingen/lessen. EZK zal een lichte opvolging geven aan het rapport: de kernelementen uit het stelsel blijven behouden, verbeteringen zijn in de loop van 2022 doorgevoerd.

Evaluatie Universele Postdienst

  1. Uit de evaluatie blijkt dat de uitvoering van de hoofdelementen van de UPD (betaalbaarheid, toegankelijkheid en minimaal niveau van dienstverlening) op orde is. De evaluatie geeft geen directe aanleiding voor aanpassing regelgeving. De wijziging van de Postwet die parallel in behandeling is bij de Tweede Kamer staat los van de uitkomsten van deze evaluatie.
  2. De informatievoorziening door de UPD verlener over de financiële stand van zaken in relatie tot de UPD richting EZK en de Kamer kan beter volgens de onderzoekers. Deze informatie is nodig voor het monitoren van de publieke belangen en het tijdig kunnen interveniëren.
  3. Het kan zijn dat er in de toekomst een ander of minder complex tariefreguleringssysteem nodig is om de financiële houdbaarheid te borgen.
  4. Onderzoekers adviseren om meer zicht te krijgen op de ontwikkeling van de vraag naar en het aanbod van post- en gerelateerde bezorgdiensten. Dit om tijdig goede reguleringskeuzes te kunnen maken.
Steun- en herstelbeleid Corona Synthese 2026 Nog te starten Dit beleid dient ter ondersteuning en herstel van het bedrijfsleven tijdens en na Covid-19. Hierbij wordt samen opgetrokken met FIN en SZW. Ieder departement neemt de verantwoordelijkheid voor de eigen maatregelen. 2 en 3
Instrumentevaluaties / monitor:
Monitor Coronamaatregelen ter ondersteuning bedrijfsleven ex-durante 2020 e.v. Lopend Monitor om inzicht te krijgen in gebruikers van steunmaatregelen en een traject om de databronnen op microniveau van alle ondersteuningsmaatregelen voor bedrijven te koppelen aan het ABR van het CBS voor impact-analyses (B&I, RvO, CBS). Deze data-infrastructuur biedt de basis voor een evaluatie van het noodpakket (verwacht vanaf 2023), waarvan betrokken departementen (FIN, SZW en EZK) gebruik kunnen maken. 2 en 3 zie: Monitor Coronamaatregelen
Onderzoek overkoepelende macro-economische effecten (CPB) ex-durante 2021 Afgerond Het CPB is in december 2020 door FIN (i.s.m. EZK en SZW) verzocht een analyse te maken van de macro-economische effecten van de opeenvolgende steunpakketten die door het kabinet tijdens de Coronacrisis zijn ingezet en de eerste resultaten in de zomer van 2021 te publiceren. Doel is inzicht krijgen in hoeverre de steunpakketten de economische schade van de Coronamaatregelen hebben beperkt en daarmee lessen te trekken voor de toekomst.
Specifiek is aandacht gevraagd voor de samenstelling van de steunpakketten met indien mogelijk onderscheid naar een aantal grote maatregelen zoals de TVL, NOW, TOZO en Uitstel van Belastingbetaling. Daarnaast worden de economische uitkomsten in Nederland waar mogelijk afgezet tegen de ontwikkelingen in het buitenland. Deze analyses bieden een basis voor het trekken van lessen voor de toekomst en dienen als bouwstenen voor vervolgevaluaties.
2 en 3 Kamerstuk 35 420, nr. 453
Garantieregeling evenementen ex-post 2023 Nog te starten Ondersteunen specifieke doelgroep. Evaluatie is doorgeschoven naar 2023. 2
Ondernemerschap Synthese 2025 Nog te starten 2
Toelichting met stand van inzicht:
In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Daarnaast heeft recentelijk ook een meta-evaluatie van het kapitaalmarktinstrumentarium plaatsgevonden. De conclusie daarbij is dat het deel van de beleidsmix dat de toegang tot kapitaalmarktfinanciering beoogt te vergroten (met garanties en kredietenfaciliteiten) er in slaagt additionaliteit bij de ondersteunde bedrijven te realiseren. Bedrijven verwerven op de kapitaalmarkt additionele financiering voor hun bedrijfsactiviteiten, die zonder overheidsondersteuning niet verworven zouden zijn. Op het terrein van de fiscale ondernemerschapsbevordering is relatief weinig bekend over de additionaliteit. Dialogic stelde eerder vast dat additionaliteit niet aannemelijk lijkt op het terrein van fiscale ondernemerschapsstimulering, in de zin dat het niet bijdraagt aan meer innovatie en ondernemersgroei. Deze instrumenten richten zich echter niet louter op innovatiebevordering, maar zijn ook bedoeld om ondernemerschap in algemene zin te bevorderen. De evaluatieplanning is er op gericht om in 2025 een nieuw synthese onderzoek te doen naar de thema’s op het gebied van ondernemerschap. Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve Samenleving
Instrumentevaluaties / monitor:
BMKB ex-post 2022 Afgerond Dit betreft de reguliere evaluatie, exclusief corona 2 Kamerstuk 32 637, nr. 502
Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolging ex-post 2022 Afgerond 2 Kamerstuk 35 925 IX, nr. 30
Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) ex-post 2022 Afgerond Dit betreft de reguliere evaluatie van de ROM's. Coronamaatregelen worden apart geëvalueerd, hoewel deze wel effect gehad kunnen hebben op het reguliere instrumentarium. In die hoedanigheid wordt dit wel aangestipt. 2 Kamerstuk 32 637, nr. 502
Qredits ex-post 2022 Afgerond Dit betreft de reguliere evaluatie, exclusief corona 2 Kamerstuk 32 637, nr. 502
Evaluatie MKB-toets ex-post 2021 Afgerond 2 Kamerstuk 32 637, nr. 476
Fiscale regelingen startups/gebruikelijk loonregeling innovatieve startups ex-post 2022 Afgerond 2 Kamerstuk 36 202, nr. 3
Evaluatie Startupdelta en Techleap ex-post 2022 Lopend 2
Fiscale ondernemerschapsregelingen ex-post 2023 Nog te starten Is doorgeschoven naar 2023 2
Agentschapsdoorlichting RVO overig 2022 Afgerond 1, 2, 3, 4 en 5 Doorlichting RVO
Invest-NL overig 2022 Afgerond 2 Kamerstuk 35 123, nr. 40

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Ondernemerschap

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

Op 21 april 2022 is de evaluatie van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) afgerond en gepubliceerd door Panteia. De BMKB is één van de oudste (1915) overheidsregelingen in Nederland en heeft als doel om kleine en middelgrote bedrijven (MKB) die in de kern gezond zijn qua rentabiliteit en continuïteit, maar te weinig zekerheden hebben, te ondersteunen bij het verkrijgen van krediet dat men anders niet zou hebben gekregen. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van desk research, kwantitatieve analyses, interviews en enquête. Uit de evaluatie blijkt dat de BMKB als regeling doeltreffend en doelmatig is. De BMKB zorgt in veel gevallen voor de benodigde financiering die bedrijven anders niet hadden gekregen. De BMKB heeft daarnaast een positief effect op de omzetgroei, rentabiliteit, solvabiliteit en het zekerhedenoverschot. Sinds 2016 is de regeling kostendekkend. Aanbevelingen uit de evaluatie waren onder andere om de regeling meer te digitaliseren, de provisie te verlagen en de introductie van de BMKB-Groen. Inmiddels zijn de meeste aanbevelingen opgevolgd en is de BMKB-Groen geïntroduceerd.

Fiscale regelingen gericht op bedrijfsopvolging

Eind april 2022 heeft het CPB het rapport van de evaluatie opgeleverd. De evaluatie betreft de bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR) in de schenk- en erfbelasting, de doorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting (IB) bij overdracht van aanmerkelijk belang respectievelijk bij doorschuiven van de stakingswinst, de stakingsaftrek in de inkomstenbelasting en de vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in de familiesfeer en ten slotte een aantal regelingen in de Invorderingswet. Bij de DSR gaat het om belastinguitstel en bij de BOR om belastingafstel. De evaluatie was met name gericht op de BOR en de DSR vanwege het feit dat deze het grootste (budgettaire) belang en de grootste maatschappelijke impact kennen. De belangrijkste conclusies voor de BOR zijn dat de vrijstelling goingconcernwaarde doeltreffend maar niet doelmatig is. Dit omdat bij een groot deel van de bedrijfsopvolgingen bij de verkrijgers, schenkers of erflaters voldoende vrije middelen beschikbaar zijn om de erf- of schenkbelasting direct te betalen. Het CPB concludeert verder dat het niet mogelijk is om de noodzakelijkheid en de doelmatigheid van de DSR kwantitatief te toetsen. De kabinetsreactie op de evaluatie bevat een aantal kanttekeningen met betrekking tot de beschikbaarheid van vrije middelen om de erf- of schenkbelasting direct te betalen. Aangekondigd is dat in de komende maanden onderzoek zal worden gedaan naar de beste manier om de fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht verder aan te passen met als doel een positief effect op de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de regelingen.

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's)

ROM’s zijn actief om de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s te bevorderen. De ROM’s zijn over de periode 2016-2022 geëvalueerd. Deze evaluatie is uitgevoerd door Buck Consultants en bestond uit een kwantitatieve analyse, econometrisch onderzoek en het houden van enquêtes en interviews. In de evaluatie is gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de inspanningen van de ROM’s op hun drie kerntaken: investeren, innoveren, en internationaliseren. De evaluatie schetst over het geheel een positief beeld van de toegevoegde waarde van de ROM’s waarbij de meerwaarde vooral zit in de geïntegreerde aanpak van investeren, innoveren en internationaliseren in de regio waarbij gelijktijdig de verbindingen met landelijk beleid worden georganiseerd. De evaluatie geeft aan dat het lastig is om de doelmatigheid en doeltreffendheid van de ROM-activiteiten scherp kwantitatief te onderbouwen. Wel kan gesteld worden dat ROM’s over het algemeen hun (output gerelateerde) kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) realiseren voor alle drie de ROM-taken. De belangrijkste beleidsaanbeveling van het onderzoeksbureau is om de betrokkenheid van het Rijk in de ROM’s als uitvoeringsorganisatie te continueren.

Qredits

Qredits verstrekt relatief kleine (tot 250 duizend euro) kredieten aan (startende) ondernemers met een goed ondernemingsplan die niet in aanmerking komen voor het reguliere aanbod van financiering door bijvoorbeeld banken. De (tweede) evaluatie van Qredits is uitgevoerd door het bureau SEO, waarbij gebruik is gemaakt van microdata-analyse: difference-in-difference-regressie, klanttevredenheidsdata en deskresearch. Qredits heeft een belangrijke positie in het financierslandschap voor starters en kleine ondernemers. Uit de evaluatie blijkt dat Qredits deze kredieten doeltreffend en doelmatig aanbiedt. Qredits heeft een positief effect op de omzet en werkgelegenheid van ondernemers. Dit geldt zowel voor bestaande als startende bedrijven. Bij starters zijn de gevonden effecten van Qredits-financiering over de gehele linie groter. Qredits verstrekt op een efficiënte manier financiering. In vergelijking met buitenlande peers maakt Qredits relatief weinig operationele kosten. De drie belangrijkste aanbevelingen zijn: i) Waak voor onbedoelde concurrentie met alternatieve financiers; ii) Zet starters verder centraal, hier kan Qredits met name een verschil maken; iii) evalueer periodiek de onderlinge afhankelijkheden en verwachtingen van Qredits en EZK en expliciteer gezamenlijke ambities en werkafspraken voor de toekomst.

Fiscale regelingen startups/gebruikelijk loonregeling innovatieve startups

Met Prinsjesdag 2022 is de evaluatie van de gebruikelijk loonregeling voor innovatieve startups aangeboden aan de Tweede Kamer. De evaluatie is uitgevoerd op basis van aangiftegegevens en een enquête, die is uitgezet door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De regeling is negatief beoordeeld op doeltreffendheid. Door deze negatieve beoordeling is het niet mogelijk om een concreet oordeel te vellen over de doelmatigheid. Daarnaast is gebleken dat de regeling niet voldoet aan de toetsingselementen van het Toetsingskader Fiscale Regelingen (TFR). Om deze reden is de regeling per 31 december 2022 beëindigd. Er is sprake van overgangsrecht voor bestaande gevallen tot 1 januari 2025.

Agentschapsdoorlichting Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

RVO is een agentschap van EZK die voor verschillende opdrachtgevers beleid uitvoert dat gericht is op het creëren van een gunstig ondernemersklimaat. RVO adviseert en ondersteunt ondernemers en beleidsmedewerkers op het gebied van duurzaamheid, zakendoen over de grenzen, agrarisch ondernemen en innovatie. Kwink heeft in 2022 een doorlichting over het functioneren van RVO in de periode 2014 ‒ 2020 opgeleverd aan de hand van interviews en deskstudie. Het onderzoekrapport concludeert onder meer dat RVO stappen heeft gezet om de doelen opgavegericht, talentgericht, klantgericht en datagedreven werken uit de Agenda 2022 te bereiken. Opdrachtgevers zijn over het geheel genomen tevreden over de dienstverlening en de onderlinge samenwerking. RVO wordt binnen EZK als voorloper beschouwd op het gebied van datagedreven werken. Er zijn geen signalen dat RVO ondoelmatig werkt en in de aansturing is hier bovendien aandacht voor. De bestaande indicatoren en kengetallen bieden echter onvoldoende basis om goed inzicht te hebben in en grip te houden op de doelmatigheid. RVO onderkent dit en werkt aan de opvolging van de verbetervoorstellen uit een onderzoek naar grip en sturing op kostenefficiency dat in 2020 is uitgevoerd.

Invest-NL

Invest-NL heeft tot doel om bij te dragen aan het financieren en realiseren van maatschappelijke transitieopgaven door ondernemingen en aan het bieden van toegang tot ondernemingsfinanciering, indien de markt hierin onvoldoende voorziet. In december 2022 heeft onderzoeksbureau Dialogic een tussentijdse evaluatie uitgevoerd conform de Machtigingswet oprichting Invest-NL. Er is gebruik gemaakt van deskstudie, analyses van projectdata en dossiers en interviews. Gelet op de beperkte tijdsduur sinds de oprichting van Invest-NL heeft dit onderzoek zich niet gericht op doeltreffendheid en doelmatigheid. Dit zal echter wel onderdeel zijn van de volledige evaluatie die zeven jaar na oprichting zal plaatsvinden. De onderzoekers concluderen dat Invest-NL laat zien dat het uit de voeten kan met het huidige mandaat en dat er investeringen plaatsvinden ondanks de randvoorwaarden. Hierdoor is er geen noodzaak het mandaat aan te passen. Er is een groot budget vrijgekomen waarmee tot nu toe voor meer dan €600 miljoen direct in mkb-bedrijven en indirect in fondsen is geïnvesteerd. Vooralsnog is de ontwikkeltaak minder zichtbaar dan de financieringstaak. Voor de toekomst is met name de verdere profilering en positionering van Invest-NL van belang.

Innovatiebeleid Synthese 2025 2 en 3
Toelichting met stand van inzicht:
In 2020 heeft een doorlichting plaatsgevonden van artikel 2 en 3. Innovatie is van groot belang voor het welzijn en de welvaart van alle Nederlanders. Het beeld dat uit de evaluaties naar voren komt over de beleidsmix van het bedrijvenbeleid bevestigt in grote lijnen het beeld dat ook al de voorgaande beleidsdoorlichting naar voren is gekomen. Van instrumenten die zich direct richten op R&D- en innovatiebevordering (Innovatiekrediet, WBSO, Innovatiebox, MIT en SBIR) is het aannemelijk dat de interventies doeltreffend zijn. Vooral voor de fiscale innovatiestimulering (WBSO) en ook voor de Innovatiekredieten zijn substantiële additionele effecten van het beleid vastgesteld. Ook van de innovatiemaatregelen die zich richten op kennisoverdracht tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven en op publiek-private onderzoeksamenwerking (PPS, zoals de TKI’s), een kerndoel van het beleid en een belangrijk middel om innovaties tot stand te laten komen, is het aannemelijk dat ze in meer of mindere mate additionaliteit realiseren, zo laten de evaluaties zien. De evaluatieplanning is erop gericht om in 2025 opnieuw een syntheseonderzoek uit te kunnen voeren voor het thema innovatie. Kamerstuk 32 359, nr. 4 – bijlage Innovatieve Samenleving
Instrumentevaluaties / monitor:
Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid ex-durante Eerste resultaten in 2021 Lopend De Monitoring en effectmeting (M&E) van het innovatiebeleid (Innovatiehelix, voorheen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid) is in opbouw. Op deze wijze zullen eerste data verzameld worden. Zie tevens de voortgangsrapportage van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid in de afgelopen jaren (Kamerstuk 33 009, nr. 102). Dit kan later input vormen voor de evaluatie-aanpak die in de «Expertcommissie Evaluatiemethoden» wordt uitgewerkt. 2 zie: Monitor Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
Evaluatie NSO ex-post 2022 Afgerond 2 Kamerstuk 24 446, nr. 77
Innovatieprestatiecontracten (IPC) ex-post 2023 Nog te starten Deze evaluatie van IPC wordt in samenhang met de evaluatie MIT uitgevoerd. 2
Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research) ex-post 2021 Afgerond 2 Kamerstuk 32 637, nr. 453
Evaluatie subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek (TO2-regeling) ex-post 2022 Afgerond 2 Kamerstuk 32 637, nr. 453
Fundamenteel en toegepast onderzoek ex-post 2023 Lopend 3
PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag) ex-post 2021 Afgerond 2 Kamerstuk 33 009, nr. 101
NWO-TTW ex-post 2022 Afgerond Betreft specifiek het EZK-gefinancierde deel NWO-TTW 2 Kamerstuk 33 009, nr. 118
Evaluatie MIT ex-post 2023 Nog te starten Deze evaluatie van MIT wordt in samenhang met de evaluatie IPC. 2

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Innovatiebeleid

Evaluatie Netherlands Space Office (NSO)

In 2022 is de evaluatie van het Netherlands Space Office (NSO) over de periode 2014-2021 afgerond. Het NSO richt zich op het uitvoeren van het ruimtevaartbeleid en het adviseren bij de voorbereiding ervan. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd door Technopolis en heeft plaatsgevonden op basis van kwalitatieve methoden, waaronder interviews en enquêteonderzoek onder stakeholders. Uit de evaluatie blijkt dat het NSO op doeltreffende en doelmatige wijze zijn taken uitvoert. Er zijn aanbevelingen gedaan voor verbeterrichtingen, mede met het oog op een nieuw op te stellen convenant over de taken, aansturing en verantwoordelijkheden van het NSO. In een beleidsreactie als onderdeel van de Kamerbrief ‘Ruimtevaartbeleid 2022’ (Kamerstuk 24 446, nr. 78) is door de minister van EZK (mede namens de ministers van OCW en I&W) aangegeven dat het NSO de verbeterrichtingen samen met de relevante departementen oppakt en dat de conclusies hiervan in 2023 worden uitgewerkt in het nieuwe convenant.

Evaluatie subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek (TO2-regeling)

In de Visie op het Toegepast Onderzoek (Kamerstuk 32 637, nr. 68) heeft het kabinet toegezegd om de organisaties voor toegepast onderzoek (TO2) elke vier jaar te evalueren op kwaliteit en impact van het onderzoek. De TO2-instellingen zijn voor het laatst geëvalueerd over de jaren 2016-2019, waarbij ook de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Rijksbijdrage aan de TO2-instellingen is onderzocht (Kamerstuk 32 637, nr. 453). Aangezien in de evaluatie van de TO2-instellingen ook de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Rijksbijdrage zijn betrokken, is hiermee tevens voorzien in een evaluatie van de subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek. In de Kamerbrief ‘Innovatie en impact’ van 11 november 2022 (Kamerstuk 33009, nr. 117) is aangegeven dat het kabinet op grond van de uitkomsten van de evaluatie van de TO2-instellingen heeft besloten de financiering van de TO2’s te continueren. Dat gebeurt op basis van de subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek en de TNO-wet. Dit betekent dat de subsidieregeling Instituten voor toegepast onderzoek in 2023 met vijf jaar wordt verlengd.

NWO-TTW

In 2022 heeft een evaluatie plaatsgevonden van de EZK-bijdrage aan NWO-TTW over de periode 2016-2020. Het betreft concreet een evaluatie van het Perspectief-programma van NWO-TTW, aangezien de EZK-bijdrage van NWO-TTW daaraan wordt besteed. Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd door een consortium bestaande uit Technopolis, SEO Economisch Onderzoek en Dialogic. Het heeft plaatsgevonden op basis van kwalitatieve en kwantitatieve methoden, waaronder interviews, enquêteonderzoek en econometrische analyse met microdata. De onderzoekers komen tot positieve conclusies over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid en de doelmatigheid van de uitvoering. Er is ook een aantal aanbevelingen geformuleerd voor verbetering van het beleid en de uitvoering. In de beleidsreactie heeft de minister van EZK aangegeven dat ze aanpassingen in het Perspectief-programma op basis van de aanbevelingen zal aanbrengen in afstemming met NWO-TTW.

Expertcommissie evaluatiemethoden (Theeuwes 2.0) Overig: Ontwikkeling evaluatie-aanpak 2022 Afgerond Als vervolg op de aanbevelingen van de beleidsdoorlichting van het bedrijvenbeleid. Onderzoek staat in het teken van een doorontwikkeling en aanvulling van bestaande evaluatiepraktijk met evaluatieaanpakken die kunnen worden benut voor systeem- en transitie-evaluaties, zoals het missiegedreven innovatiebeleid (inclusief de bijdrage hieraan van de topsectoren) en het CO2-reductiebeleid. 1, 2, 3, 4 Durf te leren, ga door met meten

Samenvatting afgerond onderzoek 2022 SEA-thema: Expertcommissie evaluatiemethoden

Rapport Expertcommissie evaluatiemethoden systeem- en transitiebeleid

In 2012 verscheen het rapport «Durf te meten» van de expertcommissie Theeuwes. Het rapport bood zeer nuttige handvatten om delen van het EZK-instrumentarium methodologisch en ook kwantitatief te evalueren, o.a. door gebruik van econometrische technieken en behandel- en controlegroep. Er is nu aanzienlijk meer bekend over de effecten van het Nederlandse bedrijvenbeleid dan zo’n tien jaar geleden. Maar de aanpak blijkt niet goed toepasbaar bij de evaluatie van systeem- en transitiebeleid. In oktober 2022 is daartoe door een nieuwe expertcommissie onder leiding van Ter Weel het rapport «Durf te leren, ga door met meten» gepubliceerd. Dit rapport biedt een overzicht van zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden, evaluatiekaders en een beslisboom waarmee de effectiviteit van systeem- en transitiebeleid inzichtelijk kan worden gemaakt. Dit rapport is een eerste aanzet. De komende jaren moet duidelijkheid verschaffen over welke kaders, methoden en technieken adequaat de doeltreffendheid en doelmatigheid van dergelijk beleid kunnen vaststellen en welke databehoefte daarbij komt kijken.

Lerende evaluatie Klimaatbeleid Synthese 2024 Lopend De Klimaatwet bepaalt dat iedere vijf jaar een herijking van de opgave plaatsvindt op basis van een evaluatie. Er is voor gekozen om dit te doen via een «lerende evaluatie» (zie: Kamerstuk 32 813, nr. 901). In deze lerende evaluatie is in 2022 in samenspraak met betrokken partijen de scope bepaald (zie: Scoping lerende evaluatie klimaatbeleid; Planbureau voor de Leefomgeving) en wordt dit vervolgens in 2023 en 2024 uitgevoerd. De uitkomsten worden in het nieuwe klimaatplan 2024 betrokken. 4
Instrumentevaluaties sector Elektriciteit en Industrie:
Monitor Klimaatbeleid ex-durante 2020 e.v. Lopend Eind 2021 werd het "Dashboard Klimaatbeleid" gelanceerd. Het dashboard biedt jaarlijks een objectief inzicht in de voortgang van het beleid in het Klimaatplan (dat voor een belangrijk deel is bepaald door het Klimaatakkoord). Een samenvatting van de resultaten uit het «Dashboard Klimaatbeleid» is opgenomen in de Klimaatnota 2022 (Kamerstuknummer 32 813, nr. 1112). 2 en 4 Kamerstuk 32 813, nr. 1112
Studiegroep Invulling Klimaatopgave Green Deal ex-ante/ex-durante 2021 Afgerond Ambtelijke studiegroep die vanuit een brede blik analyseert wat de gevolgen van een aangescherpte Europese reductiedoelstelling is voor 2030 en wat vanuit Nederland mogelijke strategieën zijn om hier invulling aan te geven. 4 Kamerstuk 32 813, nr. 664
Fiscale regelingen Energiebelasting ex-post 2021 Afgerond In samenwerking met FIN; FIN heeft het voortouw. 4 Kamerstuk 31 239, nr. 330
Evaluatie Opslag Duurzame Energie ex-post 2021 Afgerond Evaluatie en toekomstverkenning ODE 4 Kamerstuk 30 196, nr. 752
Monitor RES 1.0 (Regionale Energie Strategie) ex-durante /ex-post 2021 / 2023 Afgerond PBL monitort de voortgang van de RES’en. In de Monitor wordt gereflecteerd op de stand van zaken rond de RES 1.0. PBL analyseert of met de voorstellen van de 30 energieregio’s het doel van 35 terawattuur (TWh) kan worden bereikt, en kijkt daarbij naar de ontwikkelingen rond de thema’s ruimtelijke inpassing, maatschappelijk draagvlak en capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. PBL monitor 2.0 is naar verwachting eind 2023 gereed. 4 Kamerstuk 32 813, nr. 956
Evaluatie SDE+ ex-post 2022 Afgerond 4 Kamerstuk 31 239, nr. 343
Evaluatie TSE-Mooi/DEI+/HER ex-post 2023 Lopend Verwachte afronding eerste helft 2023. 4
Sectorevaluatie CO2-reductieaanpak energie-intensieve Industrie ex-ante 2021 Afgerond Hierbij is aangesloten bij een door de OECD uit te voeren onderzoek in 2020/21 voor EZK en DG Reform van de Europese Commissie naar het Nederlandse CO2- reductiebeleid voor de Nederlandse industrie (informele ex-ante beleidsdoorlichting). 2 en 4 Policies for a climate-neutral industry; lessons from the Netherlands
Evaluatie Regeling Indirecte kostencompensatie ETS (IKC-ETS) ex-post 2022/2023 Lopend 2 en 4
Speelveldtoets impact klimaatbeleid industrie ex- ante 2022 Afgerond Betreft een bijlage bij het Belastingplan 2023 2 en 4 Kamerstuk 36 202, nr. 6

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Klimaatbeleid

Evaluatie SDE+

De evaluatie van de SDE+ die in december 2021 door onderzoeksbureau Trinomics is afgerond, richtte zich op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling. Daarnaast is geïnventariseerd of externe kosten geadresseerd zouden kunnen worden in de SDE++-regeling en zo ja, welke. Trinomics concludeerde dat de SDE+ een kosteneffectief instrument is vergeleken met instrumenten van buurlanden en een grote bijdrage geleverd heeft aan het opschalen van hernieuwbare energieproductie, hoewel niet voldoende om het hernieuwbare-energiedoel van 2020 te behalen. Het overgrote deel van de projecten zou zonder de SDE+ niet zijn gerealiseerd. De opschaling van hernieuwbare warmteproductie is echter achtergebleven en Trinomics concludeert dat de regeling in zijn huidige vorm onvoldoende is voor de opschaling van hernieuwbare warmteproductie. Verder concludeerde Trinomics dat er bij zon- en windprojecten gedurende een aantal jaren een risico op overwinsten heeft bestaan. Opsplitsing van categorieën heeft bijgedragen aan de beperking van overwinsten. Trinomics signaleerde ook een ongewenste mate van non-realisatie bij zon-PV op dak. Trinomics concludeerde tot slot dat het voor veel externe effecten vanwege de complexiteit niet haalbaar lijkt om die mee te wegen in de SDE++-rangschikking.

Speelveldtoets impact klimaatbeleid industrie

De speelveldtoetsen die EZK de afgelopen jaren heeft laten uitvoeren zijn bedoeld als ex-ante beleidsevaluaties, specifiek gericht op weglekrisico’s van klimaatbeleid voor de industrie. De 6 bedrijfscasussen in de speelveldtoets van 2022 bouwen voort op eerder werk van PwC in de speelveldtoets 2019/2020 en geven zicht op de micro verschillen in de effecten van de ingezette instrumenten, zoals het aflopen van de IKC-ETS regeling, voorgenomen wijzigingen van de CO2-heffing en aanpassingen van de energiebelasting. Die effecten zijn soms groot, met grote verschillen per bedrijf(stak). Dat komt vooral door de verschillende regimes in de energiebelasting per bedrijfsproces en doordat niet alle bedrijfstakken al in aanmerking kwamen voor de IKC-ETS regeling. Het onderzoek toont ook knelpunten in het handelingsperspectief richting verduurzaming, zoals netcongestie op het elektriciteitsnet, en niet-passend instrumentarium. De speelveldtoets is aan de Kamer aangeboden als bijlage bij het Belastingplan 2023.

Evaluaties van herziening in regelgevend kader (o.a. Energiewet en Warmtewet) Synthese 2029 Nog te starten Betreft synthese van evaluaties van gewijzigde Elektriciteit- en gaswet en Warmtewet. 4
Instrumentevaluaties / monitor:
Evaluatie N-1 (Besluit uitvalsituaties hoogspanningsnet) ex-post 2023 Lopend Verwachte oplevering zomer 2023 4
Evaluatie totstandkoming toetsing Investeringsplannen landelijke netbeheerders ex-post 2022 Afgerond 4 Kamerstuk 29 023, nr. 305
Evaluatie Besluit experiment afwijken van de Elektriciteitswet 1998 voor decentrale opwekking van duurzame elektriciteit overig 2021 Afgerond 4 Kamerstuk 31 239, nr. 335
Expertisecentrum Warmte ex-post 2021 Afgerond 4 Het Expertise Centrum Warmte is geëvalueerd - Expertise Centrum Warmte
Evaluatie EBN ex-post 2023 Lopend Verwachte oplevering eerste helft van 2023. 4

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Herziening in regelgevend kader (o.a. Energiewet en Warmtewet)

De Minister voor Klimaat en Energie toetst de investeringsplannen van de landelijke netbeheerders (TenneT en Gas Transport Services, GTS) op of netbeheerders zich rekenschap hebben gegeven van ontwikkeling in de energiemarkt. In 2022 heeft de minister de toetsing laten uitvoeren door extern bureau ECORYS. De minister heeft ten behoeve hiervan een toetsingskader opgesteld. Uit de analyse blijkt dat de netbeheerders zich rekenschap hebben gegeven van de ontwikkelingen in de energiemarkt, deze bevindingen zijn overgenomen door de minister. De minister heeft hier de Kamer over geïnformeerd (Kamerstuk 29 023, nr. 305). ECORYS heeft de opdracht naar tevredenheid afgerond. Dit is in een afrondend overleg met hen ook aangegeven.

Een veilig Groningen met perspectief Overig 2023 Lopend Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen 5
Instrumentevaluaties / monitor:
Evaluatie Tijdelijke wet Groningen (inclusief Instituut Mijnbouwschade Groningen) ex-post 2022 Afgerond 5 Kamerstuk 35 250, nr. 45
Evaluatie Commissie Bijzondere Situaties door Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen ex-post 2022 Afgerond 5 Kamerstuk 35 529, nr. 1037
Waardevermeerderingsregeling i.c.m. schademeldingen ex-post 2023 Nog te starten Regeling loopt nog; evaluatie is doorgeschoven naar 2023. 5

Samenvatting afgeronde evaluaties 2022 SEA-thema: Een veilig Groningen met perspectief

Evaluatie Tijdelijke wet Groningen (inclusief Instituut Mijnbouwschade Groningen)

De tijdelijke wet Groningen heeft een wettelijke grondslag voor de publiekrechtelijke afhandeling van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen. In de wet is geregeld dat de schadeafhandeling onafhankelijk plaatsvindt door een zelfstandig bestuursorgaan. In de evaluatie, uitgevoerd door AEF en de Universiteit Utrecht, worden 9 onderzoeksvragen beantwoord die antwoord geven aan de vraag of het beoogd doel van de tijdelijke wet groningen wordt gerealiseerd.

Evaluatie Commissie Bijzondere Situaties door Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen

Een evaluatie over de commissie, de opbrengsten en doeltreffendheid van haar werkzaamheden. Tevens wordt er ingegaan op hetgeen in de komende jaren nodig is voor bewoners uit de regio's waar sprake is van gaswinningsproblematiek. Uit onderzoek komt naar voren dat de commissie door haar onafhankelijkheid en positie buiten het systeem van instanties veel realiseerde.

Agentschapsdoorlichting DICTU overig 2022 Afgerond 40 Doorlichting DICTU
Agentschapsdoorlichting NEa overig 2023 Lopend Verwachte oplevering eerste helft van 2023. 4
Agentschapsdoorlichting RVO overig 2022 Afgerond zie: samenvatting bij SEA-thema Ondernemerschap 1,2,3,4 en 5 Doorlichting RVO
Evaluatie ZBO's: Zie planning in bijlage 1: ZBO's en RWT's

Samenvatting afgeronde overige evaluaties/doorlichtingen 2022

Agentschapsdoorlichting DICTU

In 2022 is de agentschapsdoorlichting DICTU uitgevoerd over de periode 2016-2021 conform de notitie 'Doorlichting nieuwe stijl'. Het doel van de doorlichting is het vormen van een beeld met betrekking tot het functioneren van DICTU in het licht van de Regeling agentschappen bezien vanuit de onderzoekthema’s governance, financieel beheer, bekostiging, doelmatigheid en toekomst. De nadruk van het onderzoek ligt op de laatste jaren, omdat dit het meeste inzicht geeft in de huidige staat van DICTU. Er zijn 8 aanbevelingen gedaan: de aanbevelingen hebben betrekking op de hiervoor genoemde thema’s governance (evalueren kaderovereenkomsten en werkafspraken, noodzaak en wenselijkheid rollenscheiding pSG, verder verbeteren Klantadviesraad en Bestuurlijk Overleg, betrekken opdrachtgevers bij uitwerking en uitvoering Bedrijfsstrategie), financieel beheer (versterking 2e lijn en rol Team Interne Audit, voorleggen belemmeringen Regeling Agentschappen aan ministerie van Financiën), bekostiging (verbetering communicatie rondom kostprijzen) en doelmatigheid (sturing op en ontwikkeling van kritische prestatie-indicatoren). Voor de uitwerking en opvolging van de aanbevelingen wordt in 2023 een implementatieplan opgesteld. Het doorlichtingsrapport is op 20 december 2022 gepubliceerd op rijksoverheid.nl.

Agentschapsdoorlichting RVO

Zie: samenvatting bij SEA-thema Ondernemerschap.

Deze bijlage van het jaarverslag heeft betrekking op ingeplande evaluaties in de SEA van OB2022 EZK, inclusief bijlage 5: Uitwerking SEA.
Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, zie: www.rijksfinanciën.nl.

Bijlage 4: Inhuur externen

1. Interim-management 34.945
2. Organisatie- en Formatieadvies 1.138
3. Beleidsadvies 38.001
4. Communicatieadvisering 2.631
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4) 76.715
5. Juridisch Advies 4.997
6. Advisering opdrachtgevers automatisering 149.738
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie 22.418
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7) 177.153
8. Uitzendkrachten (formatie & piek) 156.287
Ondersteuning bedrijfsvoering 156.287
Totaal uitgaven inhuur externen 410.154

Toelichting op het inhuurpercentage 2022

Het kabinet hanteert, naar aanleiding van de motie Roemer, een norm voor externe inhuur van 10% van de totale personeelskosten. Evenals over voorgaande jaren wordt ook dit jaar deze norm overschreden. Het inhuurpercentage voor EZK komt over de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 uit op 32,1%. De overschrijding van de norm voor inhuur van extern personeel is vooral veroorzaakt door de NCG, DICTU en RVO. Het inhuurpercentage voor EZK over de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 zonder de NCG, DICTU en RVO komt uit op: 10,1%.

De NCG organisatie kenmerkt zich als een projectorganisatie en is van tijdelijke aard (t/m 2028). De organisatie en de benodigde capaciteit zijn in 2022 sterk gegroeid. De formatie is per 1 april 2022 uitgebreid naar 717 fte (was 448). De formatie uitbreiding heeft de mogelijkheden voor een vaste aanstelling verruimd. Er is zwaar ingezet op werving. Echter, NCG heeft te maken met de volgende omstandigheden:

  1. Krapte in de arbeidsmarkt over de volle breedte breedte en veel openstaande vacatures.
  2. Voor een groot aantal specifieke (vaak technisch) georiënteerde functies / vacatures bestaat relatief weinig belangstelling omdat het salarisniveau van het Rijk niet voldoende kan concurreren met de vergoedingen die verstrekt worden via detacheringsbureaus.
  3. De behoefte aan bepaalde functies bestaat voor een relatief korte periode, er is behoefte aan het aanhouden van een relatief ruime flexibele schil.

Het hogere inhuur percentage bij DICTU komt met name door de behoefte aan specifieke ICT-expertise, vooral bij ontwikkeling van nieuwe applicaties en structureel hoge vraag van opdrachtgevers (o.a. door rijksbeleid op het vlak van energie, klimaat en landbouw, rijks digitalisering en overheid op orde). De krappe arbeidsmarkt heeft het dit jaar niet mogelijk gemaakt om te groeien in interne formatie. Gezien de kerntaken en de fluctuerende opdrachtenportefeuilles van DICTU is de Roemer-norm van 10% voor EZK niet haalbaar.

Maatregelen om inhuur te beperken zijn onder meer het jaarlijks formuleren van een inhuurstrategie, verscherpt toezicht op de duur van inhuur, verambtelijking, het gebruik van Rijkstrainee-programma’s en samenwerking met hogescholen en universiteiten. DICTU zet daarnaast in op het beperken van haar dienstverlening tot het verzorgingsgebied van EZK/LNV en het op basis van een afwegingskader leveren van generieke diensten breder in het Rijk. Daarbij wordt ingezet op het maken van keuzes in het dienstverleningsportfolio in overleg met CIO Rijk door het anders beleggen van generieke diensten. Een andere belangrijke lange termijn maatregel is de implementatie van de nieuwe strategie van DICTU waar door aanbestedingen diensten worden afgenomen voor innovatie, beheer en ontwikkeling in plaats van inhuur. Het effect hiervan zal pas in 2024 zichtbaar worden.

De algemene oorzaak van het hogere percentage dan afgesproken komt bij RVO door het opdrachtenpakket, dat gedurende het jaar te maken heeft met pieken en aanvullende opdrachten, o.a. door tijdelijke regelingen (Covid-19 en Energie). Aangezien dit vaak geen structurele werkzaamheden zijn wordt gekozen voor inzet via externe inhuur. Daarnaast wordt het door de krapte op de arbeidsmarkt steeds lastiger om ambtelijk personeel te werven met name bij ICT functies.

Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuur buiten mantelcontracten

In onderstaande tabel wordt weergegeven in hoeveel gevallen in 2022 door het ministerie buiten de mantelcontracten om externe krachten zijn ingehuurd boven het voor de organisaties van het rijk afgesproken maximumtarief van € 225 (exclusief btw).

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief 1
Toelichting Bij de RVO is een senior fiscalist via de Rijksbrede mantel Financiële Adviesdiensten (fiscaal perceel) voor meer dan het maximumuurtarief ingehuurd. De tarieven passen binnen de Rijksbrede afspraken bij die mantel waar in het fiscale perceel geen maxima zijn afgesproken. Tarief is marktconform voor een Vennootschapsbelasting fiscalist.

Bijlage 5: Focusonderwerp FJR 2022

Naar aanleiding van het verzoek van de Tweede Kamer om bij de verantwoording over het jaar 2022 aandacht te besteden aan de terugkeer naar een regulier en voorspelbaar begrotingsproces wordt eenmalig deze bijlage opgenomen in het EZK-jaarverslag 2022. Evenals voorgaande jaren wordt hiermee het focusonderwerp in het FJR gekoppeld aan een verantwoording in de departementale jaarverslagen.

1 NvW ontwerpbegroting 2022 Tegemoetkoming Vaste Lasten, Subsidieregeling Vaste Lasten voor onder andere Nachtsluiting, Nationaal Onderwijslab, klimaatmaatregelen nee nee nee 28-okt-21 21-dec-21
2 2e NvW ontwerpbegroting 2022 Tegemoetkoming Vaste Lasten, IPCEI Micro elektronica II, IPCEI Cloud Infrastructuur & Services, compensatie gestegen energieprijzen Caribisch Nederland nee nee nee 2-dec-21 21-dec-21
3 1e ISB 2022 Steunpakket coronamaatregelen 1e kwartaal 2022 en regeling omzetderving waterschade Limburg ja ja ja 21-dec-21 17-mei-22
4 2e ISB 2022 Aanpassing steunmaatregelen TVL ja ja ja 23-dec-21 17-mei-22
5 3e ISB 2022 Verlenging van de KKC en GO-C voor de eerste helft 2022. ja ja nvt 17-jan-22 31-mei-22
6 4e ISB 2022 IPCEI waterstof ja nee nee 16-feb-22 12-jul-22
7 5e ISB 2022 TVL-Startersregeling en de Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot. ja ja ja 23-maa-22 7-jun-22
8 6e ISB 2022 Vulmaatregelen gasopslag en de waardevermeerderingsregeling ja ja ja 28-apr-22 4-okt-22
9 NvW 6e ISB 2022 Regeling voor zelf aangebrachte voorzieningen en de bijbehorende uitvoeringskosten Nationaal Coördinator Groningen (NCG) ja ja ja 17-mei-22 4-okt-22
10 7e ISB 2022 Tweede en derde golf van de IPCEI waterstof nee nee nee 8-jul-22 29-nov-22
11 8e ISB 2022 Vulmaatregelen gasopslag Bergermeer ja ja ja 31-aug-22 14-feb-23
12 9e ISB 2022 Tegemoetkoming energieprijzen 2022 Ja, via brief Eerste Kamer en Tweede Kamer d.d. 31 oktober 2022 ja ja 7-okt-22 20-dec-22
13 NvW 9e ISB 2022 Tegemoetkoming energieprijzen 2022 Ja, via brief Eerste Kamer en Tweede Kamer onder verwijzing naar brief 9e ISB ja ja 2-nov-22 20-dec-22
14 10e ISB 2022 Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023, bijdrage aan RVO voor TEK en storting reserve BMKB-groen uit cofinanciering EFRO. Ja, via brief Eerste Kamer en Tweede Kamer d.d. 17 december 2022 ja ja 17-nov-22 in behandeling

Nota van wijziging op de EZK-begroting 2022

In deze Nota van wijziging zijn onderwerpen opgenomen waarvoor niet kon worden gewacht op verwerking in een reguliere begrotingswet. Op beleidsartikel 2 betrof dit de volgende onderwerpen, met daarbij de reden van opname in deze Nota van wijziging.

  1. Het kasbudget 2022 van de Tegemoetkoming Vaste Lasten COVID-19 (TVL) is verhoogd met € 80 mln in verband met verwachte nabetalingen bij subsidievaststellingen. In het belang van tijdige betalingen aan bedrijven is hiermee niet gewacht tot de 1e suppletoire begroting 2022.
  2. Het kasbudget voor de Subsidieregeling Vaste Lasten voor onder andere Nachtsluiting (VLN) bedraagt € 180 mln, waarvan € 60 mln was geraamd in 2022. Het verplichtingenbudget bedraagt € 240 mln, waarvan € 60 mln in 2022. In het belang van tijdige betalingen aan bedrijven is hiermee niet gewacht tot de 1e suppletoire begroting 2022.
  3. Voor het NGF-project Nationaal Onderwijslab heeft het kabinet besloten € 79,6 mln om te zetten van voorwaardelijke naar definitieve toekenning. Aangezien dit project al zo ver was ontwikkeld dat begin 2022 de commitering kon plaatsvinden, is niet gewacht op de eerste suppletoire begroting van 2022.

Tweede Nota van wijziging op de EZK-begroting 2022

In deze Nota van wijziging zijn onderwerpen opgenomen waarvoor niet kon worden gewacht op verwerking in een reguliere begrotingswet. Op beleidsartikel 2 betrof dit de volgende onderwerpen, met daarbij de reden van opname in deze Nota van wijziging.

  1. Het verplichtingen- en kasbudget voor 2022 voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten COVID-19 (TVL) is verhoogd met respectievelijk € 1.600 mln en € 1.400 mln in verband met openstelling van de TVL in het vierde kwartaal van 2021. Gezien de mogelijkheid van subsidieaanvraag begin 2022 en de benodigde tijd voor de afhandeling door RVO kon met het verhogen van het budget niet worden gewacht op de 1e suppletoire begroting 2022.
  2. Voor Nederlandse deelname aan de IPCEI Microelectronica 2 (ME2) is via de subsidiemodule IPCEIs € 230 mln beschikbaar gesteld. Op basis van de inschatting wanneer uiterlijk kon worden ingeschreven voor deze IPCEI kon niet worden gewacht op de 1e suppletoire begroting 2022.
  3. Voor Nederlandse deelname aan de IPCEI Cloud Infrastructuur & Services is via de subsidiemodule IPCEIs € 70 mln beschikbaar gesteld. Op basis van de inschatting wanneer uiterlijk kon worden ingeschreven voor deze IPCEI kon niet worden gewacht op de 1e suppletoire begroting 2022.

ISB 2022

De onderwerpen in deze ISB betroffen met name subsidieregelingen voor het bedrijfsleven waartoe het kabinet heeft besloten in verband met de beperkende maatregelen ten gevolge van COVID-19. Het ging hierbij om de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19 (TRSEC), Aanvullend Tegemoetkoming Evenementen (ATE) en Qredits. Bij de TVL ging het om openstelling van de regeling in het eerste kwartaal van 2022, voor de TRSEC en ATE om verlenging van de regeling tot en met het derde kwartaal van 2022 en bij Qredits om verlenging van de overbruggingsfaciliteiten in het eerste kwartaal van 2022. Voor de uitvoering van deze regelingen was additioneel budget benodigd voor uitvoerder RVO. Voor genoemde regelingen was er noodzaak om ze zo spoedig mogelijk open te stellen, om onnodige faillissementen te voorkomen. Om deze reden was een incidentele suppletoire begroting met beroep op artikel 2.27 tweede lid van de CW onvermijdelijk.

Naast deze onderwerpen in het steunpakket coronamaatregelen is in deze ISB een verhoging opgenomen van de subsidieregeling in verband met omzetderving door waterschade in Limburg in juli 2021. Ten tijde van de ISB was de verwachting dat de subsidieregeling spoedig zou worden gepubliceerd en dat daarom niet op een reguliere suppletoire begroting en autorisatie van het parlement kon worden gewacht. De ontwikkeling van de regeling heeft aanzienlijk langer geduurd dan verwacht, waardoor autorisatie wel voorafgaand aan de subsidieverlening heeft plaatsgevonden.

Tweede ISB 2022

In de tweede ISB van 2022 is een verruiming van de openstelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het vierde kwartaal van 2021 opgenomen. Dit betrof een verlaging van de omzetdervingsdrempel van 30% naar 20%. Om het bedrijfsleven zo spoedig mogelijk, na goedkeuring door de Europese Commissie, hiermee te kunnen ondersteunen was een incidentele suppletoire begroting met beroep op artikel 2.27 tweede lid van de CW nodig.

Derde ISB 2022

In de derde ISB van 2022 zijn de coronasteunmaatregelen Garantie Klein Krediet Corona (KKC) en Garantie Ondernemingsfinanciering Uitbraak Corona (GO-C) verlengd tot en met het eerste kwartaal van 2022 en voorbereid tot en met het tweede kwartaal van 2022. In verband hiermee is voor de KKC het verplichtingenbudget verhoogd met € 100 mln en voor de GO-C met € 300 mln, te verplichten na goedkeuring door de Europese Commissie. Vanwege de urgentie om het bedrijfsleven hiermee te ondersteunen was een incidentele suppletoire begroting met beroep op artikel 2.27 tweede lid van de CW nodig.

Vierde ISB 2022

Voor de eerste golf van de IPCEI-waterstof (voor technologische ontwikkeling) is tijdens de augustusbesluitvorming in 2021 € 35 mln beschikbaar gesteld en gereserveerd op de Aanvullende Post (AP) bij het Ministerie van Financiën. Omdat een bestedingsplan voor deze middelen niet voor de Najaarsnota 2021 kon worden opgesteld en de middelen voor de Voorjaarsnota 2022 moesten worden beschikt, is in overleg met de IRF gekozen een ISB in te dienen bij de Eerste- en Tweede Kamer. Deze ISB is op 17 februari naar de Tweede Kamer gestuurd met een beroep op artikel 2.27 lid 2.

Vijfde ISB 2022

In de vijfde ISB van 2022 is de TVL-startersregeling opgenomen, die is opengesteld voor het vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022. Daarnaast was voor de Tijdelijke Subsidieregeling Continuïteit Bruine Vloot nog een laatste budget van € 0,5 mln nodig voor betalingen in verband met afgeronde bezwaarprocedures. Voor beide regelingen gold dat vanwege de urgentie van ondersteuning van het bedrijfsleven een incidentele suppletoire begroting met beroep op artikel 2.27 tweede lid van de CW nodig was.

Zesde ISB 2022

In de zesde ISB van 2022 zijn de budgetmutaties opgenomen die betrekking hebben op de vulmaatregelen voor gasopslag Bergermeer en het verlengen van de waardevermeerderingsregeling. Om gasopslag Bergermeer tijdig gevuld te hebben in lijn met het voorstel van de Europese Commissie om tot verplichte vuldoelen voor gasopslagen te komen, zijn twee maatregelen in deze ISB aangekondigd. Ten eerste is een subsidiemaatregel uitgewerkt die marktpartijen voldoende stimulans geeft om gas op te slaan en ten tweede is beleidsdeelneming EBN aangewezen om de resterende vulbehoefte, die niet wordt gevuld door marktpartijen, in te vullen. Een incidentele suppletoire begroting met een beroep op het 2e lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet was nodig zodat marktpartijen en EBN zo snel mogelijk gas konden opslaan, in het belang van de gasleveringszekerheid.

Daarnaast is in deze ISB een budgetmutatie voor de verlenging van de waardevermeerderingsregeling t/m 1 juli 2022 opgenomen, waarmee bewoners een subsidie kunnen aanvragen voor energieverduurzamingsmaatregelen. Een ISB met een beroep op het 2e lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet was noodzakelijk omdat het nog resterende budget voor deze regeling eind april 2022 mogelijk volledig zou zijn benut.

Nota van wijziging op de Zesde ISB 2022

In de nota van wijziging op de 6e ISB is een budgetmutatie opgenomen voor de regeling zelf aangebrachte voorzieningen. Hiermee worden huurders gecompenseerd voor zelf aangebrachte voorzieningen die verloren zijn gegaan als gevolg van de versterking van een woning. Om de regeling spoedig open te kunnen stellen, heeft het kabinet zich in deze nota van wijziging beroepen op het tweede lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet.

Zevende ISB 2022

Hiermee werd het al bestaande budget van € 1,385 mld voor de golven 2 en 3 van de IPCEI-waterstof, respectievelijk ten behoeve van grootschalige elektrolyse en infrastructuur & opslag, verschoven van 2023 naar 2022.

Een eis om mee te kunnen doen met het notificatietraject van de IPCEI-waterstof is dat Nederland vóór het notificatiemoment budget beschikbaar moet hebben binnen hetzelfde jaar. De ISB was nodig, omdat de deadline voor dit notificatietraject was vervroegd in het kader van RePowerEU en de hierin uiteengezette doelen om versneld onafhankelijk te worden van Russische fossiele brandstoffen.

Achtste ISB 2022

In de achtste ISB van 2022 zijn de budgetmutatiesopgenomen die betrekking hebben op het verder vullen van gasopslag Bergermeer door beleidsdeelneming EBN. Hiervoor heeft EBN een aanvullende subsidie en lening gekregen. Gezien de eindigheid van het vulseizoen van de gasbergingen en de dreiging dat de gastoevoer verder zal dalen, was het van belang om de vulling van de bergingen door te laten gaan. Daarom is in het kader van de gasleveringszekerheid een incidentele suppletoire begroting gestuurd met een beroep op het 2e lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet.

Negende ISB 2022

In de negende ISB van 2022 zijn de budgetmutatiesopgenomen die betrekking hebben op het tijdelijke prijsplafond energie voor kleinverbruikers. In goed overleg met de energieleveranciers is

overeengekomen om een tijdelijke regeling in te stellen in de maanden november en december van dit jaar. Kleinverbruikers ontvangen in deze maanden via de energieleveranciers een tegemoetkoming van gemiddeld

€ 190 per huishouden als korting op de energierekening via de tijdelijke overbruggingsregeling tegemoetkoming energieprijzen kleinverbruikers 2022 (CEK22). Voor deze tegemoetkoming ontvangen de energieleveranciers een eenmalige subsidie voor de uitgekeerde korting. Vanwege de urgentie gelet op het maatschappelijk belang om de verrekening van de tegemoetkoming van 190 euro per kleingebruiker tijdig tot stand te brengen was een incidentele suppletoire begroting met een beroep op het 2e lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet nodig.

Nota van wijziging op de Negende ISB 2022

In de negende ISB werd voor de tijdelijke overbruggingsregeling tegemoetkoming energieprijzen kleinverbruikers 2022 (CEK22) uitgegaan van een raming van € 2,6 mld. Als gevolg van het per abuis betrekken van btw in de berekening werd het benodigde beslag voor de regeling te laag geraamd en had dit € 3,2 mld moeten zijn. Met een Nota van Wijziging op de 9e ISB is deze raming aangepast tot € 3,2 mld.

Tiende ISB 2022

In de tiende ISB van 2022 is aan de regeling Borgstelling mkb (BMKB) een groen luik toegevoegd, om verduurzaming van het mkb extra te ondersteunen en stimuleren. Vanwege de sterk verhoogde energiekosten was nodig dat het mkb zo spoedig mogelijk gebruik kon maken van dit luik. Daarnaast is in deze ISB een budget opgenomen voor uitvoerende werkzaamheden van RVO.nl voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten voor energie-intensieve mkb-bedrijven (TEK-regeling). Aangezien de TEK-regeling naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 wordt gepubliceerd, was nodig per direct met deze werkzaamheden te starten. Om genoemde redenen was een incidentele suppletoire begroting met beroep op artikel 2.27 tweede lid van de CW nodig.

Met de 10e ISB is autorisatie gevraagd voor het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven in 2022 voor de Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023 (CEK23) omdat bij de start van het prijsplafond reeds in december 2022 bevoorschotting moest plaatsvinden aan de betrokken energieleveranciers, zodat zij in januari 2023 het prijsplafond voor de kleinverbruikers kunnen uitvoeren.

Vanwege de noodzaak dat de energiebedrijven uiterlijk op 15 december 2022 een voorschot op de te verlenen subsidie konden ontvangen, zodat zij het prijsplafond per 1 januari in werking konden laten treden is een beroep op het tweede lid van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet gedaan gelet op het maatschappelijk belang om het prijsplafond tijdig tot stand te brengen.

Bijlage 6: Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

Op basis van de informatie uit de verklaringen en rapporten van de managementautoriteiten, certificeringsautoriteit en auditautoriteit en alle overige informatie en met inachtneming van hetgeen na punt 3 vermeld wordt, wordt geconstateerd dat inzake het EFRO over de periode 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022:

  1. de door Nederland opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden naar behoren hebben gefunctioneerd;
  2. de jaarrekening van de Certificeringsautoriteit, in de context van bovengenoemde informatie volledig, nauwkeurig en waarachtig is;
  3. de uitgaven die ter vergoeding bij de Europese Commissie zijn ingediend over de bovenvermelde periode (per saldo € 342.745.717,61; aandeel overheidsuitgaven € 199.449.622,78; waarvan aandeel Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling € 129.883.637,14) in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn.

Bovenstaande constateringen en eventuele punten van voorbehoud zijn beperkt tot zaken van materieel belang en vloeien direct voort uit audits en laten onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving. De bekende onderzoeken en/of correctievoorstellen in verband met de goedkeuring van de ingediende rekeningen door de Europese Commissie zijn opgenomen in de toelichting.

Toelichting

Verklaring Certificeringsautoriteit

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft, in de functie van Certificeringsautoriteit, verklaard dat de jaarrekening volledig, nauwkeurig en waarachtig is, dat de in de jaarrekening opgenomen uitgaven in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht en zijn gedaan voor concrete acties die zijn geselecteerd aan de hand van de voor het operationeel programma geldende criteria en dat de bepalingen van de fondsspecifieke verordeningen in acht zijn genomen.

Rapportages Auditautoriteit

De Auditdienst Rijk heeft, in de functie van Auditautoriteit, geoordeeld dat het toegepaste beheers- en controlesysteem naar behoren functioneert, de jaarrekening een getrouw beeld geeft, en de uitgaven in de jaarrekening wettig en regelmatig zijn. Tevens worden de beweringen in de beheersverklaring van de managementautoriteit door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel worden getrokken.

Beheersverklaring Managementautoriteit

De Managementautoriteiten Noord, Zuid, Oost en West (EFRO) hebben verklaard dat de informatie in de jaarrekening 2019) naar behoren wordt weergegeven. Dit betekent dat de uitgaven die in de jaarrekening zijn opgenomen, zijn gebruikt voor het beoogde doel, zoals gedefinieerd in onderhevige verordening en overeenkomstig zijn met het beginsel van goed financieel beheer en het beheers- en controlesysteem de nodige garanties biedt met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Bekende lopende onderzoeken en/of correctievoorstellen (Europese Commissie, Europese Rekenkamer, OLAF)

De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. De Europese Commissie kan financiële correcties opleggen als zij concludeert dat EU-regelgeving niet op de juiste wijze door de lidstaat is geïnterpreteerd en/of uitgevoerd. Het antifraude-DG van de Europese Commissie (OLAF) kan onderzoeken starten naar onregelmatigheden, waaronder vermoedens van fraude met EU subsidies.

Er zijn ons geen lopende onderzoeken bekend.

Bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33 000 IV, nr. 28,) brengen departementen reeds langer in kaart welke uitgaven zij doen ten behoeve van Caribisch Nederland, uitgesplitst per beleidsartikel en per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. Bedragen onder de € 1 mln hoeven niet apart zichtbaar te worden gemaakt in de budgettaire tabel, hierbij volstaat een toelichting.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) heeft het kabinet besloten het overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Ter uitvoering hiervan wordt bijlage 7: Rijksuitgaven Caribisch Nederland toegevoegd aan de departementale jaarverslagen waarin alle uitgavenreeksen ten behoeve van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba ofwel BES-eilanden) worden opgenomen, ongeacht de hoogte van de uitgaven.

2018 2019 2020 2021 2022
Totaal uitgaven 6.658 8.915 30.080 62.177 40.147
Artikel 1 Goed functionerende economie en markten 741 681 2.523 3.541 4.280
Subsidies (regelingen) R S 90 0 1.843 2.890 3.629
Opdrachten R I 30 29
Bijdrage aan ZBO's/RWT's R S 651 651 651 651 651
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei 2.875 1.443 13.097 26.332 980
Subsidies (regelingen) E S 150 467 12.601 25.831 422
Opdrachten R S 2.725 976 496 501 558
Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatsverandering 3.042 6.791 14.460 32.304 34.887
Subsidies (regelingen) R S en I 3.042 6.791 14.460 32.304 34.887

Toelichting

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Subsidies (regelingen)

Gelijk aan voorgaande jaren (‘20 en ‘21) zijn de tarieven voor vaste internetaansluitingen in Caribisch Nederland ook in 2022 verlaagd met 25 USD voor Bonaire en 35 USD voor St Eustatius en Saba. Tevens is 1 juli 2022 de Tweede Kamer geïnformeerd over het besluit dat vanaf 2023 er – om de mogelijkheden van digitalisering te1002 kunnen benutten – er sprake is van een structurele subsidie voor vast internet.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

EZK financiert het reguliere statistische werkprogramma van CBS voor Caribisch Nederland met een structurele bijdrage van € 0,65 mln. Er worden statistieken en producten geleverd voor allerlei onderwerpen, zoals bevolking, onderwijs, transport, toerisme, prijzen en nutsvoorzieningen. Dit betreft een rijkstaak.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies (regelingen)

Dit betreft de kosten van de subsidieregeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor Caribisch Nederland in verband met de gevolgen van de coronacrisis voor het bedrijfsleven en enkele incidentele subsidies. De subsidies zijn een rijkstaak.

Opdrachten

Naast het reguliere statistische programma zijn er additionele statistieken en onderzoeken uitgevoerd door CBS, onder meer op het gebied van BBP, werken en lonen, inkomens en toerisme. Daarnaast wordt sinds 2022 opdracht aan CBS gegeven voor het jaarlijks opstellen van een Monitor Brede Welvaart. Ook is er in 2022 bijgedragen aan het opstellen van het Saba Tourism Master Plan, aan de organisatie van de Business Federation Bonaire en aan de activiteiten van de KvK Academy. Tot slot is er aan de KvK Bonaire een opdracht verstrekt voor meerdere jaren in het kader van een op te richten Ondernemershuis op Bonaire.

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatsverandering

Subdidies (regelingen)

Dit betreft een structurele rijksbijdrage voor netbeheersubsidies aan de energiebedrijven op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba om de netbeheertarieven op hetzelfde niveau te krijgen als in Europees Nederland. Daarnaast hebben deze energiebedrijven zowel in 2020 als in 2021 in het kader van de coronamaatregelen Incidenteel een additionele subsidie ontvangen om de netbeheertarieven op de eilanden in deze jaren naar 0 te verlagen. Ook heeft het ministerie van EZK, omdat de olievoorziening op Bonaire in de problemen dreigde te komen vanwege de politieke en economische situatie in Venezuela, geïnvesteerd in een beleidsdeelneming in de olieopslag op Bonaire. Tenslotte zijn er in 2022 omvangrijke subsidies verstrekt om het aandeel van de duurzame elektriciteitsopwekking op de eilanden fors te verhogen.

Bijlage 8: NGF-Bijlage

Totaal uitgaven 1.084.400 9.400 96.517 978.483
Artikel 1 Goed functionerende economie en markten 240.100 0 11.179 228.921
AiNed 160.500 5.719 154.781
Nationaal Onderwijslab 79.600 5.460 74.140
Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei 844.300 9.400 85.338 749.562
Groenvermogen van de Nederlandse economie 323.000 10.706 312.294
Health-RI 22.000 10.000 12.000
RegMed XB 56.300 9.400 15.541 31.359
QuantumDeltaNL 282.000 45.855 236.145
Oncode-PACT 161.000 3.236 157.764

Algemeen

Deze bijlage bevat financiële informatie en een beknopte toelichting van de stand van zaken van de NGF-projecten die onder verantwoordelijkheid van EZK vallen. Voor de inhoudelijke rapportage over de voortgang van alle NGF-projecten zie de voortgangsrapportage van de beoordelingsadviescommissie.

In de eerste (2021) en tweede (2022) investeringsronde van het Nationaal Groeifonds zijn er 11 investeringsvoorstellen van EZK op het terrein van Onderzoek, ontwikkeling en innovatie (R&D en innovatie) gehonoreerd. De ronde 1 projecten AiNed, Quantum Delta NL, RegMed XB, Health-RI en GroenvermogenI zijn reeds gestart. Voor AiNed en RegMedXB is in 2022 een reservering omgezet in een directe toekenning en voor Quantum Delta NL is een voorwaardelijke toekenning omgezet in een directe toekenning in 2022. De ronde 2 projecten Oncode-PACT en GroenvermogenII ontvingen een directe toekenning per Voorjaarsnota 2022. Voor Oncode-PACT is eind 2022 de subsidieverlening gestart. De verwachting is dat voor GroenvermogenII in 2023 verplichtingen worden aangegaan. De overige gehonoreerde ronde 2 projecten NXTGEN HIGHTECH, Photondelta, Circulaire Plastics en Nieuwe Warmte Nu! ontvingen een directe toekenning per Ontwerpbegroting 2023. Voor deze projecten zijn in 2022 geen budgetten opgenomen en geen uitgaven gedaan, omdat de middelen pas eind 2022 na parlementaire autorisatie beschikbaar kwamen. De verwachting dat de eerste subsidies begin 2023 worden verleend.

Op het terrein van Kennisontwikkeling is in 2021 voor EZK het investeringsvoorstel Nationaal Onderwijslab AI gehonoreerd. Dit project is in 2022 gestart. Daarnaast is in 2022 het project Opschaling publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs gehonoreerd. Voor dit project is voor 2022 geen budget opgenomen en zijn geen uitgaven gedaan, omdat de middelen pas eind 2022 na parlementaire goedkeuring beschikbaar kwamen.

AiNed

Het voorstel AiNed is een investeringsprogramma om het potentieel van artificiële intelligentie (AI) voor de Nederlandse economie en samenleving te benutten. Het omvat twaalf instrumenten om specifieke knelpunten aan te pakken. In 2022 heeft AiNed nieuwe activiteiten opgezet en zijn bestaande activiteiten met NGF-financiering vervolgd. Zo zijn vier projecten met Nederlandse bedrijven opgestart met ieder € 5 mln budget, die met Europese cofinanciering via een hefboomconstructie gefinancierd zijn. Ook is er een programma opgezet om veelbelovende onderzoekers te ondersteunen, door per universiteit twee promovendi te financieren. Voor de ontwikkeling van het ketenproject zijn nu drie projecten voorgeselecteerd voor verdere uitwerking, waarna één ketenproject gekozen zal worden voor doorontwikkeling. De eerder opgezette MIT-regeling waarin MKB-partners aan kennisinstellingen worden gekoppeld, wordt dit voorjaar in een tweede ronde vervolgd met NGF-middelen. Ook voor de ELSA-labs calls komt er een tweede ronde met NGF-financiering, waar nu ook private partijen aan mee mogen doen.

Nationaal Onderwijslab AI

Het project Nationaal Onderwijslab Artificiele Intelligentie (NOLAI) beoogt innovaties in artificiële intelligentie (AI) op een goede manier te ontwikkelen. Het doel is om te zorgen voor digitale innovaties waar iedere leerling in het primair en voortgezet onderwijs mee vooruit kan. Wereldwijd is dit het eerste publiek gefinancierde lab op het gebied van digitale onderwijsinnovaties. In 2022 is het project gestart en zijn de eerste subsidies verleend. Direct na het besluit tot subsidieverlening op 8 juli 2022 is het project NOLAI gestart met de inrichting van het lab.

Groenvermogen van de Nederlandse economie

Het project GroenvermogenI investeert in een groene-waterstof-ecosysteem bestaande uit (i) klein- en grootschalige demonstratieprojecten, (ii) een R&D-programma en (iii) een human capital programma. Het doel van het project is om toepassingen van groene waterstof in o.a. de chemie, transport en zware industrie versneld mogelijk te maken door innovatie en kostenreductie. Daarmee kan het project ook een waardevolle bijdrage leveren aan de overgang naar een CO2-neutrale samenleving. Het jaar 2022 stond vooral in het teken van het opstarten van het programma. Daarbij is o.a. de maakindustrie actief betrokken geweest. Voor het R&D-programma is een radicaal innovatieve procedure ontwikkeld waarbij consortia tijdens workshops worden gevormd. De eerste calls staan inmiddels open (€ 14,25 mln). Daarnaast is er een pilotregeling van (€ 29,4 mln) opgesteld om opschaling te kunnen versnellen. De eerste beschikkingen zijn hiervoor afgegeven. Ook zijn eerste stappen gezet ter versterking van de samenwerking binnen en tussen de relevante (innovatie)ecosystemen en is de Human Capital Agenda uitgewerkt. Dit in samenwerking met projecten Opschaling publiek-private samenwerking in het beroepsonderwijs en LLO-Katalysator. Na toekenning van Groenvermogen II in ronde 2 is het geheel samengevoegd tot GroenvermogenNL.

Health-RI

Het project Health-RI investeert in (i) de ontwikkeling van een geïntegreerde, nationale gezondheidsdata- en onderzoeks­infrastructuur, (ii) het wegnemen van sociale en organisatorische belemmeringen door middel van een afsprakenstelsel, en (iii) een centraal punt voor data-uitgifte. Het doel is om innovatie in de life sciences and health-sector te stimuleren door data van Nederlandse ziekenhuizen en zorgorganisaties, kennisinstellingen, organisaties in de publieke gezondheid, patiëntenorganisaties, gezondheidsfondsen en bedrijven te standaardiseren en met elkaar te verbinden. Het project richt zich op het delen en gebruiken van (onderzoeks)data. In 2022 heeft Health-RI belangrijke stappen gezet door het verder opbouwen van de Health-RI organisatie én door het integraal aanpakken van de complexe problematiek bij het hergebruik van gezondheidsdata voor onderzoek en innovatie. Het inzicht dat het essentieel is voor primair en secundair data gebruik om gezamenlijk op te trekken wordt steeds breder gedragen. Health-RI is een partij geworden die bekend is in het veld en bij vele tafels wordt uitgenodigd.

Quantum Delta NL

Het programma Quantum Delta NL richt zich op het versterken van het Nederlandse quantum ecosysteem, door te investeren in (1) quantumcomputers, (2) quantumnetwerken en (3) quantumsensoren. Quantum is een ontwikkelende technologie die disruptief kan zijn op het gebied van rekenkracht en daarmee voor nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke opgaven kan zorgen. Door quantumtechnologie kunnen er in de toekomst mogelijk veel veiligere netwerken en communicatie tot stand gebracht worden. Het programma is in uitvoering. Inmiddels is € 282 mln direct toegekend. De eerste calls for proposals van Quantum Delta NL zijn uitgezet en gehonoreerd. Ook is het House of Quantum opgericht en zijn MoU's met Frankrijk en Duitsland getekend.

RegMed XB

Het project RegMed XB investeert in de bouw van vier pilotfabrieken voor de verdere ontwikkeling van regeneratieve gezondheidszorg. Regeneratieve geneeskunde is erop gericht nieuwe behandelingen te ontwikkelen die slim gebruik maken van het zelfherstellend vermogen van ons lichaam. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van gentherapie en (stam)celtherapie. Het doel van RegMed XB is enerzijds om op lange termijn chronische ziekten te kunnen voorkomen of genezen, en anderzijds het Nederlandse bedrijfsleven in staat te stellen om innovatieve producten en processen te ontwikkelen en in te spelen op een sterk groeiende buitenlandse markt.

Eind 2021 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland subsidie verleend voor Fase 1. Begin maart 2022 heeft RegMed XB nadere invulling gegeven aan de gestelde voorwaarden door de Adviescommissie Nationaal Groeifonds zodat de voorwaardelijke toekenning van € 33,3 mln (Fase 2) is omgezet in een onvoorwaardelijke toekenning. Dit heeft geleid tot een positief advies van het Nationaal Groeifonds in april 2022 en een daaropvolgend positief besluit van het kabinet. De verhoging van de beschikking door RVO met € 33,3 mln is reeds doorgevoerd.

Oncode-PACT

Het doel van Oncode-PACT is om een infrastructuur op te zetten met innovatieve modellen en methoden waarmee effectieve kandidaat-kankermedicijnen sneller en goedkoper ontwikkeld worden voor specifieke patiëntengroepen. Hierdoor trekt het project investeringen aan en brengt het nieuwe medicijnen die preciezer en eerder werken bij de juiste patiënt. Dit verbetert de kwaliteit van het leven van kankerpatiënten en versterkt het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Voor dit project is in 2022 € 325 mln toegekend uit het Nationaal Groeifonds, waarvan € 161 mln als directe en € 164 mln als voorwaardelijke toekenning. Het consortium Oncode-PACT heeft een eerste beschikking ontvangen in december 2022. De samenwerkingsovereenkomst wordt op dit moment verder uitgewerkt.

Bijlage 9: Rapportage burgercorrespondentie

1. Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) rapporteert hierbij over de correspondentie van het kerndepartement, het Agentschap Telecom (AT)37 en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met burgers voor het kalenderjaar 2022. In deze rapportage wordt een beeld geschetst van de omvang van de correspondentie tussen burgers en EZK en binnen welke termijn deze correspondentie wordt behandeld.

Onder de term "burgerbrief' wordt volgens de definitie van de Nationale ombudsman verstaan: elk schriftelijk stuk dat een overheidsinstantie van een burger ontvangt. Het medium (brief, fax of e-mail) maakt daarbij niet uit. Ook het begrip burger is breed. Hieronder worden niet alleen individuele burgers begrepen, maar ook groepen en organisaties.

Specifiek betreft het bezwaarschriften, klaagschriften, Wob- en Woo-verzoeken38 en overige brieven en e-mails.

Ook via Rijksoverheid.nl (verzorgd door het Ministerie van Algemene Zaken) zijn er vele contacten met burgers over de EZK-beleidsterreinen.

2. Aantallen

a. Bezwaarschriften (als bedoeld in de AwB) 17.534 13.032
b. Klaagschriften 460 534
c. Overige brieven en e-mails 3.746 5.156
d. Wob-verzoeken 215 237

a. Bezwaarschriften

Het kerndepartement, AT en RVO ontvingen in 2022 de volgende aantallen bezwaarschriften:

2021 2022 2021 2022
Kerndepartement EZK 69 77 48% 57%
RVO.nl 17.149 12.7171 69% 39%2
AT 316 238 90% 88%
  1. Het aantal bezwaarschriften werd in 2022 sterk beïnvloed door de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Van de ontvangen bezwaarschriften waren er 9.257 voor de TVL.
  2. Van de in totaal ca. 17.500 afgehandelde zaken, zagen er ca. 14.500 op de TVL. Vanwege de grote hoeveelheid TVL-bezwaren en ook de druk daardoor op de organisatie, was het zeer moeilijk om deze bezwaren binnen de wettelijke termijn af te handelen. Dit is sec voor TVL voor 28% van de zaken gelukt. Dit drukt de cijfers van het totaal. Wanneer we TVL buiten beschouwing laten is 92% van de zaken tijdig afgehandeld.

b. Klaagschriften

Het kerndepartement, AT en RVO ontvingen in 2022 de volgende aantallen klaagschriften:

2021 2022 2021 2022
Kerndepartement EZK 11 4 55% 75%
RVO.nl 617 525 76% 94%
AT 12 5 100% 100%

c. Overige brieven en e-mails

Het kerndepartement, AT en RVO ontvingen in 2022 de volgende aantal overige brieven en e-mails.

2021 2022 2021 2022
Kerndepartement EZK 3.746 5.156 88% 81%

Toelichting

AT: in 2021 en 2022 zijn ‘overige brieven en e-mails’ niet apart geregistreerd.

RVO: Overige brieven en e-mails worden bij RVO niet apart geregistreerd. Wel registreert RVO de eerstelijns berichten, dit zijn de e-mails en brieven die via de klantcontactcentra binnenkomen. RVO ontving in 2022 63.144 (2021: 72.000) e-mails en brieven, 42.177 hiervan betrof EZK-onderwerpen. Het hoge aantal brieven voor de EZK-opdracht wordt (nog steeds) bepaald door het coronasteunpakket, inclusief de TVL.

d. Wob- en Woo-verzoeken

Het kerndepartement, AT en RVO ontvingen in 2022 de volgende aantallen Wob- en Woo-verzoeken:

2021 2022 2021 2022 2021 2022
Kerndepartement EZK 120 147 35% 11% 10 14
RVO.nl 77 59 90% 41%1 1 2
AT 18 31 38% 58% 1 0
  1. Het tijdigheidspercentage bij EZK ligt lager dan in 2021. Dit komt doordat onder de Wob een verzoek als niet-tijdig werd gekwalificeerd indien sprake was van een ingebrekestelling/beroep niet-tijdig beslissen. Dergelijke situaties deden zich ten tijde van de Wob op het EZK-terrein nauwelijks voor. Onder de Woo hanteert de Woo-unit van RVO het (strengere) criterium dat een verzoek alleen tijdig is afgehandeld wanneer de afhandeling binnen de (verdaagde) beslistermijn heeft plaatsgevonden of wanneer in expliciete afstemming met verzoeker later is beslist.

Lijst van afkortingen

ACER Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators
ACM Autoriteit Consument en Markt
AMvBs Algemene maatregel van bestuur
AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming
BAR Brexit Adjustement Reserve
BBP Bruto Binnenlands Product
BEE Biodiverstiteit, Ecosystemen en Economie
BES Bonaire, Sint Eustatius, Saba
BMKB Borgstellingsregeling Midden- en Kleinbedrijf
BMKB-C Borgstellingsregeling Midden- en Kleinbedrijf Corona
BNC Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen
BNP Bruto Nationaal Product
BZ Ministerie van Buitenlandse Zaken
BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek
CCS Carbon Capture Storage
CEPT Europese Commissie en de Europese Conferentie van administraties voor Post en Telecommunicatie
CIP Concurrentiekracht en Innovatieprogramma
COL Corona Overbruggingslening
COVA Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten
CPB Centraal Plan Bureau
CVaE Commissie van Aanbestedingsexperts
DAB Digital Audio Broadcasting+B20
DACI Dutch Alternative Credit Instrument
DESI Digital Economy and Society Index
DGB&I Directoraat-Generaal Bedrijfsleven en Innovatie
DICTU Dienst ICT Uitvoering
DMA Digital Markets Act
DSA Digital Services Act
DUO Dienst Uitvoering Onderwijs
EB Energiebelasting
EBN Energie Beheer Nederland
ECN Energieonderzoek Centrum Nederland
EFRO Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
EIA Energie- Investeringsaftrek
EIF Europees Investeringsfonds
ESA European Space Agency
ESTEC European Space Research and Technology Centre
ETS Emission Trading System
EU Europese Unie
EZK Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
GGTO Stichting Garantiefonds Gespecialiseerd Touroperators
GO Garantie Ondernemingsfinanciering
GO-C Garantie Ondernemingsfinanciering Corona
GSF Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering
HBO Hoger Beroeps Onderwijs
HHI Herfindahl Hirschman Index
HTSM HighTech Systems & Materials
I&W Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
IAEA International Atomic Energy Agency
ICT Informatie Communicatie Technologie
IEA International Energy Agency
IMG Instituut Mijnbouwschade Groningen
IPC Innovatieprestatiecontract
IPO Interprovinciaal Overleg
ISB Incidentele Suppletoire Begroting
JTF Just Transition Fund
JTI Joint Technology Initiatives
J&V Ministerie van Justitie & Veiligheid
KEV Klimaat - en Energieverandering
KIC Kennis en Innovatieconvenant
KKC Garantieregeling Klein Krediet Corona
KP7 Zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling
KvK Kamer van Koophandel
KWIV Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening
LIOF Limburgse Instituut voor Ontwikkeling en Financiering
LNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
MARIN Maritime Research Institute Netherlands
MBO Middelbaar beroepsonderwijs
MEP Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie
MEV Macro-Economische Verkenning
MIP Meerjaren Investerings Programma
MIT MKB innovatiestimulering Topsectoren
MKB Midden- en Kleinbedrijf
MTIB Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid
Mton Megaton
MVO Maatschappelijk verantwoord ondernemen
NAM Nederlandse Aardolie Maatschappij
NBTC Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen
NCG Nationaal Coördinator Groningen
NDS Nederlandse Digitaliseringsstrategie
NEN Nederlands Normalisatieinstituut
NFIA Netherlands Foreign Investment Agency
NGF Nationaal Groeifonds
NIPO Nederlands Instituut voor Publieke Opinie
NL DTIB Nederlandse Defensie Technologische & Indsutriële Basis
NLR Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratoruim
NRG Nuclear Research Group
NSO Netherlands Space Office
NSFO Nederlandse Schapen- en geitenfokkers Organisatie
NURG Nadere Uitwerking Rivierengebied
NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
NWO Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
NWO-TTW Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek-Toegepaste en Technische Wetenschappen
O&O Onderzoek en Ontwikkeling
OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
OPTA Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit
PAS Programmatische Aanpak Stikstof
PBL Plan Bureau voor de Leefomgeving
PBO Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
PIANOo Professioneel en Innovatief Aanbesteden Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers
PJ Petajoule
PPS Publiek-Private Samenwerking
RCR Rijkscoördinatieregeling
R&D Research and Development
RDA Research & Development Aftrek
RDI Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
RED Richtlijn Hernieuwbare Energie
RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
ROAD Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject
ROM Regionale Ontwikkelingsmaatschappij
RRF Recovery and Resilience Facility
RVB Rijksvastgoedbedrijf
RVO.nl Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
RWT Rechtspersoon met Wettelijke Taak
SBB Staatsbosbeheer
SDa Stichting Diergeneesmiddelen autoriteit
SDE Stimulering Duurzame Energieproductie
SDRA Seismische Dreigings- en Risicoanalyse
SER Sociaal-Economisch Raad
SNN Samenwerkingsverband Noord Nederland
SodM Staatstoezicht op de Mijnen
SSO Shared Service Organisatie
SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TCMG Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen
TIVO Tijdelijk Instituut Versterkingsopgave
TKI Topconsortia voor Kennis en Innovatie
TNO Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek
TOA Time-out-arrangement
TOGS Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren
TOP Technische Ontwikkelprojecten
TSE Transmissible Spongiform Encephalopathies
TTF Title Transfer Facility
TTI Technologisch Topinstituut
TTT Thematisch Technology Transferregeling
TVL Tegemoetkoming Vaste Lasten
TWh Terawattuur
UDAC Uitvoering en Decentraal Advies en Control
UNWTO United Nations World Tourism Organization
UPD Universele Postdienst
VIFO Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames
VMBO Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
VSL Van Swinden Laboratorium
VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WBSO Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk
Wbni Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen
WHOA Wet homologatie onderhands akkoord
WODC Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum
ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan
ZZP Zelfstandige Zonder personeel

  1. __Scenario’s energieprijzen, Centraal Planbureau.↩︎

  2. __Kamerstuk 35 925-XIX, nr. E↩︎

  3. __Kamerstuk 29 023, nr. 385↩︎

  4. __Kamerstuk 22 112, nr. 3566↩︎

  5. __Kamerstuk 21 501-08, nr. 889↩︎

  6. __Kamerstuk 32 637, nr. 513↩︎

  7. __Kamerstuk 33 009, nr. 117↩︎

  8. __Kamerstuk 35 925-XIX, nr. E↩︎

  9. __Kamerstuk 24 446, nr. 78↩︎

  10. __Kamerstuk 35 880, nr. 1↩︎

  11. __Kamerstuk 32 637, nr. 528↩︎

  12. __Kamerstuk 32 637, nr. 511↩︎

  13. __Kamerstuk 29 544, nr. 1120↩︎

  14. __Kamerstuk 29 544, nr. 1173↩︎

  15. __Kamerstuk 26 643, nr. 941↩︎

  16. __Kamerstuk 36 200-VII, nr. 58↩︎

  17. __Kamerstuk 26 643, nr. 925↩︎

  18. __Kamerstuk 22 112, nr. 3437↩︎

  19. __Kamerstuk 21 501-30, nr. 557↩︎

  20. __Kamerstuk 22 112, nr. 3389↩︎

  21. __Kamerstuk 33 529, nr. 1065↩︎

  22. __Kamerstuk 33 529, nr. 1070↩︎

  23. __Kamerstuk 33 529, nr. 1084 en Kamerstuk 33 529, nr. 1118↩︎

  24. __Kamerstuk 33 529, nr. 1067↩︎

  25. __Kamerstuk 22 112, nr. 3438↩︎

  26. __De dienstonderdelen die bij het Ministerie van EZK horen, zijn: RDI, CPB, RVO, ACM, DICTU, IMG, NCG, CBS, NEa, KvK en SodM. In dit document zijn de resultaten concernbreed beschreven. Wanneer het alleen een kerndepartement of dienst betreft is dit expliciet aangegeven. RDI en KvK schrijven ook een eigen openbaarheidsparagraaf. ↩︎

  27. __Ontwikkelingen en cijfers over informatiehuishouding en transparantie worden inzichtelijk gemaakt bij verschillende rapportagemomenten. Voorbeelden naast deze openbaarheidsparagraaf zijn de rapportages over POK- en Woo-gelden, Capaciteitsrapportage, de kwantitatieve Woo-rapportage in de JBR en het rapport Burgercorrespondentie. ↩︎

  28. __Kwantitatieve informatie over de Woo zal worden gedeeld bij de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Voor meer kwantitatieve details over verzoeken anders dan de Woo verwijzen we naar de Bijlage Rapportage Burgercorrespondentie bij dit jaarverslag.↩︎

  29. __De strategische doelen en daarmee de algemene doelstelling van artikel 1 zijn ten opzichte van de begroting 2022 gewijzigd o.a. vanwege het aantreden van het kabinet Rutte IV. ↩︎

  30. __https://www.overalsnelinternet.nl/breedbandkaart↩︎

  31. __Over de jaarlijkse voortgang van het bedrijvenbeleid en over de indicatoren en kengetallen op dit beleidsterrein wordt uitgebreid gerapporteerd op de website www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl. De begroting geeft het overzicht van de budgettaire gevolgen van het bedrijvenbeleid. De website is een bijlage bij de begroting waarin kengetallen en instrumentengebruik zijn opgenomen, inclusief eventuele streefwaarden(realisaties) en evaluaties↩︎

  32. __Winter, J. de, en B. Pruijt (2022) De invloed van het corona steun- en herstelpakket op het Nederlandse bedrijfsleven. Publicatie De Nederlandsche Bank, 29 maart.↩︎

  33. __Definitief Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  34. __Kabinet wil verduurzaming industrie versnellen als tegenwicht hoge energieprijzen | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl↩︎

  35. __Vulgraad op 13 november 2022, beschikbaar via: https://agsi.gie.eu/#/.↩︎

  36. __De leden van het bestuur van ACM vormen een ZBO. De uitgaven voor dit ZBO zijn geraamd op beleidsartikel 1. ↩︎

  37. __Per 1 januari 2023 heet het AT: Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).↩︎

  38. __Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden en is daarmee de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervallen.↩︎