Inbreng verslag schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken van 1 en 2 september 2025 (Kamerstuk 21501-02-3220)
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2025D35764, datum: 2025-08-27, bijgewerkt: 2025-08-27 13:08, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A.M. van der Plas, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (BBB)
- Mede ondertekenaar: L.B. Blom, griffier
Onderdeel van zaak 2025Z15428:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2025-08-27 12:00: Informele Raad Algemene Zaken d.d. 1-2 september 2025 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21501-02 Raad Algemene Zaken
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2025
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken hebben enkele fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brieven van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 augustus 2025 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 1-2 september 2025 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3220) en de brief d.d. 18 juli 2025 inzake Verslag van de Raad Algemene Zaken van 18 juli 2025 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3217).
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Van der Plas
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Raad Algemene Zaken van 1-2 september. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de mogelijkheid om in de toekomst geleidelijke toetreding mogelijk te maken voor kandidaat-lidstaten zal worden besproken tijdens de informele Raad. Is het kabinet het eens dat een geleidelijke toetreding met concrete doelen en bijbehorende concrete voordelen bijdraagt aan de integratie van een lidstaat? Bovendien kan een geleidelijk toetredingsproces waar goed bestuur, transparantie en rechtsstatelijkheid desondanks scherp in de gaten worden gehouden een geopolitieke meerwaarde hebben. Ziet het kabinet dit ook? Wat de GroenLinks-PvdA-fractie betreft zou Oekraïne op het vlak van defensie geïntegreerd moeten worden voordat het volledig toetreedt, om Oekraïne beter militair te kunnen ondersteunen en om te kunnen leren van de expertise van dit land. Ziet het kabinet hier de meerwaarde van in? Is de minister bereid zich hiervoor hard te maken?
Tijdens de informele Raad zal vermoedelijk gesproken worden over het openen van het eerste onderhandelingscluster voor Moldavië. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Europese Commissie van mening is dat Moldavië grote stappen heeft gezet en voldoet aan de benodigde criteria, net als Oekraïne. Wat is de inzet van dit kabinet jegens het openen van dit cluster? Is het kabinet bereid zich uit te spreken voor het openen van cluster 1, ook om dit land een pro-Europese impuls te geven?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet het belang van pre-accessiesteun van de Europese Unie (EU) onderstreept. Op welke manier gaat het kabinet zich hier extra voor inzetten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet positief staat ten opzichte van een sterke en effectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaat en de ontvangst van middelen uit de EU-begroting. Deze leden vragen zich af of dit betekent dat het kabinet het voorstel van de Commissie, om de eerbiediging van de rechtsstaat een absolute voorwaarde te maken om in aanmerking te komen voor EU-financiering, steunt. Wat zijn wat betreft het kabinet de mogelijkheden van Nederland om bij te dragen aan de aanscherping van het instrumentarium? Kan het kabinet in het verslag van deze informele Raad een inschatting maken van het krachtenveld onder de EU-lidstaten voor de aanscherping van de budgetconditionaliteit in het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK)? Hoe staat het kabinet in het verlagen van de drempel voor de, tot nu toe helaas ineffectieve, Artikel-7 procedure door bijvoorbeeld van de benodigde 4/5 meerderheid in de Raad een kleinere meerderheid te maken? Of om in plaats van ‘unanimiteit -1’ een 4/5 meerderheid te hanteren voor het sanctie-onderdeel?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Raad zal spreken over EU-hervormingen en merken op dat deze discussie erg langzaam verloopt. Klopt het dat een meerderheid voor Verdragswijziging ver uit zicht is? Is het mogelijk om voldoende interne EU-hervormingen door te voeren zonder Verdragswijziging? Welke mogelijkheden zijn er hiertoe volgens het kabinet? Is het kabinet van mening dat een Verdragswijziging wenselijk is om interne EU-hervormingen door te voeren, bijvoorbeeld om beslissingen te maken over buitenlandbeleid via een gekwalificeerde meerderheid?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding op de informele Raad Algemene Zaken van 1 en 2 september 2025. Zij willen in dit kader enkele punten onderstrepen en het kabinet verzoeken om een nadere toelichting.
Ten eerste constateren de leden van de VVD-fractie dat tijdens de Raad uitgebreid zal worden gesproken over de mogelijke opening van het eerste onderhandelingscluster voor Moldavië. Deze leden erkennen het geopolitieke belang van een duidelijk Europees perspectief voor Moldavië, zeker gezien de voortdurende pogingen van Rusland om de democratische processen daar te ondermijnen via cyberaanvallen, desinformatiecampagnes en andere vormen van destabilisatie. Tegelijkertijd vinden deze leden dat uitbreiding van de EU alleen kan plaatsvinden wanneer kandidaat-lidstaten aantoonbaar en volledig voldoen aan de Kopenhagencriteria. Het oprekken of afzwakken van deze eisen zou de geloofwaardigheid van de Unie ondergraven. Hoe beoordeelt het kabinet de spanning tussen de geopolitieke druk enerzijds en het strikt vasthouden aan de criteria anderzijds? En hoe wil het kabinet voorkomen dat verdere uitbreiding het draagvlak onder de Europese bevolking schaadt? Deze leden zijn er nog geenszins van overtuigd dat opening van het eerste cluster logisch is.
Daarnaast spreken de leden van de VVD-fractie hun zorg uit over de voortdurende blokkade door Hongarije van verdere toetredingsstappen voor Oekraïne. Zij vragen het kabinet of binnen de Raad mogelijkheden worden verkend om dergelijke vetostrategieën te doorbreken, zodat geopolitiek cruciale lidmaatschapskandidaten niet gegijzeld worden door een enkele lidstaat.
Ten aanzien van het rechtsstatelijkheidsinstrumentarium steunen de leden van de VVD-fractie de inzet van het kabinet om strengere waarborgen op te nemen in de nieuwe EU-begroting. Europese middelen dienen niet terecht te komen bij regeringen die fundamentele waarden met voeten treden. Deze leden vragen of het kabinet bereid is zich actief in te zetten voor verdere aanscherping van de budgetconditionaliteit en voor een transparanter en onafhankelijker rechtsstaatrapport. Acht het kabinet daarnaast verlaagde besluitdrempels binnen de artikel 7-procedure wenselijk, zodat structurele schendingen van de rechtsstaat sneller en effectiever kunnen worden aangepakt?
Wat betreft de interne hervormingen van de EU merken de leden van de VVD-fractie op dat dit dossier in een impasse lijkt te verkeren. Voor deze leden staat voorop dat de Unie slagvaardig moet blijven, maar dat institutionele hervormingen geen doel op zich mogen worden. Besluitvorming via unanimiteit kan op cruciale terreinen een blokkerende werking hebben. Is het kabinet bereid om met gelijkgezinde lidstaten te verkennen hoe, binnen de bestaande verdragen, de effectiviteit en besluitvaardigheid van de Unie vergroot kunnen worden? Daarbij is voor deze leden essentieel dat hervormingen gericht zijn op een sterke interne markt, economische concurrentiekracht, veiligheid en de verdediging van de rechtsstaat.
Tot slot benadrukken de leden van de VVD-fractie dat de EU alleen toekomstbestendig kan zijn wanneer zij trouw blijft aan haar kernwaarden en tegelijk in staat is adequaat te reageren op geopolitieke uitdagingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken (RAZ) d.d. 1-2 september 2025. Zij maken van de gelegenheid gebruik om enkele vragen en opmerkingen aan het kabinet voor te leggen.
De leden van de NSC-fractie merken op dat tijdens de informele RAZ het thema EU-uitbreiding aan de orde komt en dat mogelijk wordt verkend of het eerste onderhandelingscluster voor Moldavië geopend kan worden. Zij zien de geopolitieke context en begrijpen de wens van de EU om landen als Moldavië en Oekraïne dichter bij ons te brengen. Tegelijkertijd benadrukken deze leden dat uitbreiding uitsluitend kan plaatsvinden wanneer landen volledig voldoen aan de Kopenhagencriteria. De aan het woord zijnde leden constateren dat voor het kabinet deze criteria leidend blijven. Zij onderschrijven deze lijn, maar wijzen erop dat de praktijk leert dat in eerdere gevallen politieke druk tot concessies heeft geleid. Zo zijn landen als Hongarije en Roemenië in 2004 toegetreden terwijl er nog aanzienlijke zorgen bestonden over corruptiebestrijding en rechtsstatelijkheid. Inmiddels klaagt men, terecht, steen en been over Hongarije. Deelt het kabinet de visie dat Hongarije en Roemenië destijds te vroeg zijn toegelaten en dat dit als les moet dienen voor toekomstige EU-uitbreiding? Deze leden vragen het kabinet daarom niet alleen te bevestigen dat de criteria leidend zijn, maar ook uit te werken hoe Nederland concreet gaat voorkomen dat geopolitieke druk opnieuw leidt tot het te vroeg openen van clusters of tot overhaaste integratie. Welke instrumenten en bondgenoten zet het kabinet hierbij in?
De leden van de NSC-fractie zien dat het kabinet inzet op een strikte koppeling tussen respect voor de rechtsstaat en de toegang tot EU-middelen. Zij steunen dit uitgangspunt, maar wijzen erop dat de praktijk laat zien dat het conditionaliteitsmechanisme vaak laat of halfslachtig wordt toegepast, of dat EU-gelden alsnog worden vrijgegeven als ruilmiddel om steun van Hongarije te verkrijgen voor bijvoorbeeld sancties tegen Rusland. Daarnaast verzoeken deze leden het kabinet om een inschatting te geven van het krachtenveld rond de aanscherping van de budgetconditionaliteit in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Zijn er lidstaten die zich hier tegen verzetten en met welke argumenten?
Daarnaast verzoeken de leden van de NSC-fractie het kabinet tijdens de RAZ duidelijk te maken dat het voorstel van de Europese Commissie voor het nieuwe MFK veel te duur is. Een bijna-verdubbeling, van 1.200 naar 2.000 miljard euro, mag absoluut geen werkelijkheid worden. Kan het kabinet toezeggen dat de minister tijdens de informele Raad opnieuw ondubbelzinnig zal uitspreken dat Nederland met dit voorstel niet akkoord gaat?
De leden van de NSC-fractie hebben met zorg kennisgenomen van het conceptrapport van de liberale Europarlementariër Gozi (uit de Renew Europe-groep van VVD en D66). Hierin wordt gepleit voor meer besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid en voor een verhoging van het EU-budget. Voor deze leden is dit een verkeerde koers. Zij zijn tegen een “ever closer union” en pleiten juist voor een sobere EU-begroting, behoud van unanimiteit bij het buitenlands beleid en het bewaken van nationale soevereiniteit. Deze leden vragen het kabinet of het bereid is in Kopenhagen expliciet duidelijk te maken dat Nederland zich verzet tegen voorstellen die leiden tot verdere uitholling van nationale bevoegdheden of hogere afdrachten. Hoe beoordeelt het kabinet het rapport-Gozi, en deelt het onze conclusie dat dit de verkeerde richting is?
De leden van de NSC-fractie onderstrepen dat Europese samenwerking voor Nederland van groot belang is, maar dat uitbreiding altijd gepaard moet gaan met strikte handhaving van de Kopenhagencriteria, een stevig rechtsstaatinstrumentarium en het behoud van nationale onafhankelijkheid. Alleen zo kan de EU geloofwaardig uitbreiden en slagvaardig opereren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Informele Raad Algemene zaken van 1-2 september 2025.
Over de toepassing van het rechtsstaatmechanisme tegen Hongarije hebben de leden van de D66-fractie nog enkele vragen. Kan de minister een tijdlijn geven van alle acties die door de EU en/of door Nederland zijn ondernomen (bevriezen van miljarden etc.) in reactie op de afbrokkelende rechtsstaat in Hongarije? Welke acties is de minister van plan nog te nemen? Kan de minister een concreet beeld schetsen van het krachtenveld voor verdere stappen in de Artikel 7-procedure tegen Hongarije? Welke landen liggen daar dwars en is hier beweging zichtbaar?
De leden van de D66-fractie lezen in de geannoteerde agenda niets over de EU-uitbreiding met Oekraïne. Welke vorderingen hebben er in de afgelopen maanden plaatsgevonden op het gebied van het EU-lidmaatschap van Oekraïne? Hoe kijkt het kabinet naar de Kopenhagencriteria als het gaat om Oekraïne? Op welke manier draagt het kabinet bij aan het bieden van een concreet toetredingspad voor Oekraïne?
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken