36858 Verslag houdende een lijst van vragen inzake wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones)
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2025D47862, datum: 2025-11-24, bijgewerkt: 2025-11-27 14:14, versie: 4 (versie 1, versie 2, versie 3)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2025D47862).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie (D66)
- Mede ondertekenaar: N.E. Manten, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2025Z20077:
- Indiener: R.P. Brekelmans, minister van Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
- 2025-11-20 13:32: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2025-11-20 15:00: Extra procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Defensie
- 2025-11-24 12:00: Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Defensie
- 2025-11-26 17:30: Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Defensie
- 2025-11-27 12:00: STEMMINGEN (over alle amendementen ingediend bij het Pakket Belastingplan 2026 en over de ingediende moties) (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
2025D47862 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Defensie over de Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones) (Kamerstuk 36 858).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-Griffier van de commissie,
Manten
| Nr | Vraag |
| 1 | Kan per artikel aangegeven worden wat de (verwachte) onderbesteding is voor het jaar 2025? |
| 2 | Kunt u nader toelichten op welke wijze de directe aanschaf van IRIS-radars en gerelateerde voertuigen en verbindingen cruciaal is om landgebonden eenheden en personeel op kritieke locaties te beveiligen tegen de toenemende drone dreiging, zoals gesteld in relatie tot de urgentie van deze dreiging? |
| 3 | Wat zijn de directe consequenties voor de operationele inzetgereedheid van de Counter-UAS (drone interventieteams) als de aanschaf van IRIS-radars niet tijdig plaatsvindt en er een vertraging ontstaat tot minimaal medio 2026, met als gevolg dat de optie op de radars verloopt en de huidige beschikbare radars worden uitgeleverd aan andere partijen? |
| 4 | Hoe essentieel is de capaciteit van het project Skyranger (Combat C-UAS), gericht op het effectief bestrijden van UAS (tot 600 kg) en luchtdoelen op zeer korte afstand (tot 5 km), voor het garanderen van de veiligheid van onze landgebonden eenheden tegen de toenemende drone dreiging in kwantiteit en kwaliteit? |
| 5 | Op welke wijze beïnvloedt de urgente behoefte aan aanvullende C-UAS middelen voor de bestrijding van drones direct de inzet in het National Defence Plan (NATO Force model, Hoofdtaak 1)? |
| 6 | Welke specifieke financiële mutaties op de begroting voor het jaar 2025 zijn noodzakelijk om contracten voor de bestrijding van drones in 2025 aan te gaan, gezien de budgettaire bijstellingen van € 57,0 miljoen op artikel 1 en € 74,1 miljoen op artikel 3? |
| 7 | Welke lessen zijn getrokken uit de drone-incidenten van dit weekend en waarom konden de drones ondanks bestaande maatregelen meerdere malen ongehinderd het luchtruim boven militaire bases binnendringen? |
| 8 | Zijn de dronebestrijdingscapaciteiten die nu versneld worden aangeschaft ook bedoeld om in te zetten tegen kleine en middelkleine drones? |
| 9 | Welk type drones waren betrokken bij de incidenten van afgelopen week? |
| 10 | Tegen welk type drones en andere luchtdoelen is de Skyranger 30 hoofdzakelijk ontworpen om ingezet te worden? |
| 11 | Zijn de aan te schaffen capaciteiten bedoeld voor de permanente verdediging van kritieke infrastructuur in Nederland of primair voor inzetbare eenheden aan de oostflank? |
| 12 | Welke investeringen zijn vertraagd en waarom? |
| 13 | Worden de drone-interventieteams uitsluitend ingezet ter bescherming van kritieke locaties op eigen grondgebied? |
| 14 | Zijn de drones op beeld vastgelegd? Zo nee, waarom niet? |
| 15 | Welke concrete incidenten of waarnemingen vormen de basis voor de constatering dat er sprake is van een «toenemende inzet» van ongeïdentificeerde class-I en class-II drones boven Nederlands grondgebied en kritieke locaties? |
| 16 | Op welke wijze is de urgentie van de dreiging beoordeeld en door welke instanties? |
| 17 | Sinds wanneer is Defensie op de hoogte van deze versnelde dreigingsontwikkeling? |
| 18 | Van welke producenten zijn de «gerelateerde voertuigen en verbindingen» afkomstig? |
| 19 | Afgelopen weekend zijn er drie keer drones boven Nederlandse luchthavens gesignaleerd, is er een verband met recente dronemeldingen in het buitenland? |
| 20 | Zijn er in Nederland drones onderschept? Zo nee, waarom niet? |
| 21 | Welke partijen ontvangen de IRIS-radars indien Nederland niet tijdig bestelt? |
| 22 | Waarom leidt het niet meenemen van de additionele Skyrangers tot minimaal zes maanden vertraging en tot het volledig heropenen van contractonderhandelingen? |
| 23 | Worden met de aanduiding «kritieke locaties» doelen in het buitenland bedoeld en zo ja, betreft dit dan alleen NAVO-gebied? |
| 24 | Zijn de uitgewerkte maatregelen die voortvloeien uit de investeringen uit de Voorjaarsnota primair gericht op de bescherming van het eigen grondgebied en het NAVO-gebied? |
| 25 | In de nota van wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026, schrijft de Minister dat Defensie gebruik maakt van de bestaande ruimte binnen de overprogrammering om tijdig te kunnen investeren in gevechtskracht, innovatie en randvoorwaarden op artikel 3 (Land materieel), en dat daarvoor de overprogrammering in artikel 1 Defensiebreed materieel naar beneden wordt bijgesteld (€ 751,7 miljoen). Kunt u deze bijstelling nader toelichten? |
| 26 | Waarom wordt € 57 miljoen specifiek vanuit artikel 2 (Maritiem Materieel) overgeheveld naar artikel 1? |
| 27 | Welke specifieke maritieme projecten lopen hierdoor vertraging op en wat is de omvang van die vertraging per project? |
| 28 | Hoe is bepaald dat de herschikking van € 98,4 miljoen uit maritieme projecten geen negatieve operationele gevolgen heeft, met het oog op toenemende aanwezigheid van Rusland in onze wateren? |