Stand van zaken verbod stroomstootapparatuur in de veehouderij
Dierenwelzijn
Brief regering
Nummer: 2025D48642, datum: 2025-11-27, bijgewerkt: 2025-11-28 14:55, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 28286 -1408 Dierenwelzijn.
Onderdeel van zaak 2025Z20666:
- Indiener: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2025-12-03 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Op 11 september 2025 heeft uw commissie mij verzocht om de Kamer te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het verbod op het gebruik van elektrische veedrijfmiddelen in de veehouderij. Met deze brief geef ik antwoord op deze vraag.
Begin dit jaar is het ontwerpbesluit voor een verbod op het gebruik elektrische veedrijfmiddelen bij dieren in de veehouderij ter notificatie aan de Europese Commissie voorgelegd. Gedurende de stand-still van 3 maanden heb ik geen opmerkingen van de Europese Commissie ontvangen. Daarmee is de standstill-periode geëindigd. Op 28 juli heeft de Afdeling advisering van de Raad van State het advies op het ontwerpbesluit verbod gebruik elektrische veedrijfmiddelen in de veehouderij openbaar gemaakt1. Het is een positief advies en heeft dictum B, wat betekent dat er geadviseerd wordt rekening te houden met een aantal opmerkingen van de Afdeling voordat een besluit wordt genomen. De afgelopen maanden is het advies verwerkt in het ontwerpbesluit en de bijbehorende nota van toelichting, daarbij is een nader rapport opgesteld. Dit heeft enige tijd gekost.
Omdat het kabinet demissionair is, is het standaard gebruik dat het nader rapport en het ontwerpbesluit aan de ministerraad worden voorgelegd waarna deze zullen worden aangeboden aan het Kabinet van de Koning. Binnen het kabinetsbeleid over de vaste verandermomenten zie ik ruimte om gebruik te maken van een uitzonderingsgrond op de vaste invoeringstermijn van twee maanden.
Het streven is dat inwerkingtreding op 1 januari 2026 zal plaatsvinden.
Hoogachtend,
Femke Marije Wiersma
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur