[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Lijst van vragen en antwoorden over de Kabinetsreactie Periodieke Rapportage Sociale Vooruitgang (Kamerstuk 34124-33)

Beleidsdoorlichting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Lijst van vragen en antwoorden

Nummer: 2026D00423, datum: 2026-01-08, bijgewerkt: 2026-01-09 08:40, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 34124 -36 Beleidsdoorlichting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Onderdeel van zaak 2026Z00173:

Preview document (🔗 origineel)


34124-33 Kabinetsreactie Periodieke Rapportage Sociale Vooruitgang

nr. Lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)

De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris Buitenlandse Zaken over de Kabinetsreactie Periodieke Rapportage Sociale Vooruitgang (34124, nr. 33).

De daarop door de XXX gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.

Fungerend voorzitter van de commissie,

Boswijk

Griffier van de commissie,

Prenger

Nr Vraag Bijlage Blz. (van) t/m
1

Hoe kijkt u aan tegen de aanbeveling om met name nationale overheden te blijven steunen ten behoeve van het versterken van zorg op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR)? Betekent dit dat nationale overheden meer prioriteit moeten krijgen dan NGO’s op dit gebied?

Het kabinet verwelkomt deze aanbeveling. In lijn met de mondiale gezondheidsstrategie blijft het kabinet inzetten op het versterken van nationale gezondheidssystemen. Dit gebeurt vooral via ongeoormerkte, flexibele en meerjarige financiering van multilaterale organisaties en grote fondsen als het Global Fund. Daarnaast blijft het kabinet (lokale) maatschappelijke organisaties op het terrein van SRGR steunen, in lijn met de motie Dobbe c.s. (nr. 106).

2

Kunt u toelichten of er op dit moment nog consortia van maatschappelijke organisaties met veel tussenlagen worden gefinancierd? Zo ja, tot wanneer loopt deze financiering?

De financiering van dergelijke consortia was onderdeel van het beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld (VMM) (2021-2025) dat per 31 december 2025 is afgelopen. De samenwerking in de instrumenten van het huidige beleidskader Focus (2026-2030) is vereenvoudigd en bestaat uit maximaal twee tussenlagen.

3

Kunt u nader toelichten hoe u aanbeveling drie “Ontwikkel realistische beleidskaders en programma’s binnen de invloedssfeer van Nederland” gaat implementeren in de programmering?

Zoals toegelicht in de Kabinetsreactie op de Periodieke Rapportage, zet het ministerie binnen het beleidskader Focus in op het formuleren van resultaten en doelen die haalbaar zijn binnen de looptijd van het kader. Ook zijn de vereisten voor monitoring en evaluatie vereenvoudigd zodat het minder tijd en middelen vergt van onze partnerorganisaties. Per instrument wordt een beperkt aantal indicatoren voor monitoring gekozen met de nadruk op direct behaalde resultaten.

4

Kunt u nader toelichten waarom het percentage binnen het Focus-kader voor dienstverlening is vastgesteld op 30%?

Uit consultaties met maatschappelijke organisaties in de ontwerpfase van het nieuwe beleidskader Focus en uit zowel de mid-term reviews van de strategische partnerschappen in het VMM-beleidskader (2021-2025) als de IOB SRGR-evaluatie 2012-2022 is gebleken dat er behoefte was aan meer ruimte voor dienstverlening. In het VMM-beleidskader bestond geen inspanningsverplichting op het financieren van dienstverlening. Onder het beleidsinstrument Power of Voices was financiering van dienstverlening zelfs expliciet uitgesloten.

Door een minimumeis van 30 procent te stellen in het nieuwe beleidskader wordt substantiële ruimte voor dienstverlening zeker gesteld en behouden organisaties tegelijkertijd ruimte om zelf te kunnen bepalen wat in hun programma de meest effectieve keuzes zijn die verschillen per thema, context en aanpak.

5

Gelet op de bevinding van de IOB dat flexibele programma’s met omvangrijke budgetten en een lange looptijd positief bijdroegen aan de doelmatigheid: hoe waarborgt het kabinet deze flexibiliteit, nu flexibele fondsen als het Civic Space Fund zijn afgeschaft? Wat doet het kabinet verder met deze aanbeveling?

Het kabinet heeft kennis genomen van de bevindingen van IOB ten aanzien van de doelmatigheid van flexibele programma’s met lange looptijd en omvangrijke budgetten. In lijn met de aanbeveling blijft het kabinet met een ongeoormerkte, flexibele en meerjarige financiering bijdragen aan de multilaterale gezondheidsorganisaties WHO, GFF, Gavi, Global Fund, UNFPA en UNAIDS. De totale financiering aan deze organisaties bedraagt vanaf 2026 in totaal EUR 141,6 mln. per jaar.1

6

Gelet op de bevinding van de IOB dat onderwijsprogramma’s relevant waren en aansloten bij de behoeften van de doelgroepen en behoeften in landen: kan het kabinet uitleggen waarom desondanks is gekozen voor afschaffing van het gehele budget voor onderwijs?

Ten aanzien van de bezuinigingsopdracht heeft het kabinet besloten dat onderwijs geen zelfstandig thema meer is. Het budget op artikelonderdeel 3.4. Onderwijs is daarom afgebouwd. Waar passend binnen de beleidsdoelen en de financiële ruimte, blijft het mogelijk via andere thema’s bij te dragen aan beroeps- en hoger onderwijs en de ontwikkeling van technische vaardigheden.

7

Trekt de IOB conclusies over de doeltreffendheid en doelmatigheid van pleiten en beinvloeden in Nederland? Hoe verhoudt het kabinetsbesluit om pleiten en beinvloeden met overheidsgeld in Nederland niet langer toe te staan, zich tot bevindingen van onderzoeken en evaluaties?

IOB trekt geen conclusies over de doeltreffendheid en doelmatigheid van pleiten en beïnvloeden binnen Nederland.

Graag verwijs ik u naar het verslag van het schriftelijk overleg over de motie Hirsch c.s. (nr. 34) voor verdere toelichting over waarom is besloten om pleitbezorging binnen Nederland geen subsidiabele activiteit te maken in het beleidskader Focus.2

8

Gegeven dat het Focus-kader zich zal inzetten op het formuleren van resultaten en doelen die haalbaar zijn binnen de looptijd van dit kader: erkent het kabinet dat duurzame ontwikkeling een proces van lange adem is? Hoe waarborgt het kabinet dat langetermijndoelen die niet binnen vier jaar behaald kunnen worden, nog steeds gewaarborgd worden? Om wat voor langetermijndoelen gaat dit en hoe worden deze in Focus gewaarborgd?

Het is belangrijk om realistisch te blijven; ontwikkelingsresultaten vergen inderdaad een lange adem. De langetermijndoelen van de acht instrumenten in het beleidskader Focus zijn uiteengezet in de Kamerbrief van 27 juni 2025.3 Capaciteitsversterking en lokaal eigenaarschap zijn belangrijke uitgangspunten van het Focus-kader en zorgen ervoor dat (lokale) maatschappelijke organisaties hun werk nog beter kunnen voortzetten na het aflopen van de subsidieperiode. Dit waren ook belangrijke doelen onder het Versterking Maatschappelijk Middenveld-beleidskader. Deze continuïteit draagt bij aan het waarborgen van langetermijndoelen. De te financieren voorstellen worden ook nadrukkelijk beoordeeld op hun duurzaamheids- en exit strategieën.

3
9

Gelet op de ambitie die het kabinet in deze brief uitspreekt om verbetering in te brengen in het integreren van vrouwenrechten en gender in beleid en programmering: hoe heeft het afschaffen van het Feministisch Buitenlandbeleid bijgedragen aan deze geambieerde verbetering?

Nederland blijft zich inzetten voor de integratie van vrouwenrechten en gendergelijkheid in beleid en programmering, omdat dit aantoonbaar leidt tot effectievere resultaten. Deze inzet is niet afhankelijk van het label van een feministisch buitenlandbeleid. Dit gebeurt via concrete en haalbare verbeteringen binnen de beschikbare middelen zoals genoemd in de kabinetsreactie (o.a. beter toepassen van de OESO-DAC gendermarker, genderanalyses die structureel onderdeel zijn van de activiteitscyclus en het vaker formuleren van genderspecifieke doelstellingen).

4

  1. Kamerbrief over de Nederlandse bijdragen aan 6 multilaterale gezondheidsorganisaties vanaf 2026 (Kamerstuk 36180, nr. 177)↩︎

  2. Kamerstuk 36180, nr. 181, d.d. 8 december 2025.↩︎

  3. Kamerbrief over het beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties in ontwikkelingshulp 2026-2030 (Kamerstuk 36180, nr. 168).↩︎