Geannoteerde Agenda Eurogroep en Ecofinraad 19-20 januari 2026
Bijlage
Nummer: 2026D00621, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 12:51, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026 (2026D00620)
Preview document (🔗 origineel)
Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 19-20 januari 2026
Eurogroep
Agendaonderwerp: Eurozone aanbevelingen
Document: 'Recommendation on the economic policy of
the euro area' is beschikbaar op de website van de Europese
Commissie.1
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 25 november 2025 publiceerde de Commissie het herfstpakket in het
kader van het Europees Semester (Semester).2 Het
Europees Semester betreft de jaarlijkse coördinatie van het
macro-economisch en sociaal beleid van de EU. Het Semester volgt een
jaarlijkse cyclus die begint in het najaar met de publicatie van het
herfstpakket. Het herfstpakket schetst aan de hand van verschillende
documenten de macro-economische risico’s, algemene sociale en
economische prioriteiten en geeft de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor
de komende perioden.
Een van de onderdelen van het herfstpakket is een voorstel voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (Euro Area Recommendation, EAR). In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor de eurozone geïdentificeerd. Die zien op het versterken van het vermogen van de eurozone om op externe schokken te reageren, kansen voor groei te benutten, en de stabiliteit te waarborgen. De EAR biedt een kader om (onder andere in de Eurogroep) gesprekken te voeren over de prioriteiten voor de eurozone.
De Commissie stelt dit jaar veertien aanbevelingen voor, die hieronder thematisch zijn samengevat en opgesomd.
Begrotingsbeleid en defensie
Respecteer de door de Raad aanbevolen netto uitgavenpaden om de
houdbaarheid van overheidsfinanciën te waarborgen, met waar relevant
inachtneming van de tijdelijke flexibiliteit toegekend door de nationale
ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven. Dat zou moeten leiden tot
passend gedifferentieerd begrotingsbeleid en resulteren in een over het
algemeen neutraal begrotingsbeleid in 2026.
Voer begrotingsstrategieën voor de middellange termijn uit die, met inachtneming van de netto-uitgavenpaden, ruimte bieden voor uitgaven in verband met de noodzaak om defensiecapaciteiten te verbeteren, concurrentievermogen te versterken, en investeringen in strategische prioriteiten te vergroten. Voer herprioritering uit in nationale begrotingen en neem maatregelen om de doeltreffendheid, efficiëntie, kwaliteit en samenstelling van de overheidsinkomsten en –uitgaven te verbeteren, waaronder door het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatverandering gerelateerde verliezen.
Pak knelpunten in de defensie-industrie aan om, in overeenstemming met het Defence Readiness Roadmap 20303, ervoor te zorgen dat extra overheidsuitgaven worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten. Bevorder een EU-brede markt voor defensiematerieel; stimuleer gezamenlijke aanbestedingen die de efficiëntie en interoperabiliteit helpen te verbeteren en de fragmentatie verminderen.
Voltooi de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk 31 augustus 2026 en ondersteun de financiering van investeringen in daaropvolgende jaren door het coördineren van nationale en EU-financiering. Zorg voor de absorptie van beschikbare EU-middelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die worden geboden door de mid-term review van het cohesiebeleid.
Arbeidsmarkt
Bevorder bijscholing en omscholing van de beroepsbevolking met oog op het verhogen van de productiviteit en innovatiecapaciteit en voor het ondersteunen van strategische sectoren.
Versterk het onderwijs- en opleidingsbeleid om onderwijsuitkomsten te verbeteren, met specifieke aandacht voor basis- en digitale vaardigheden. Zorg voor een betere afstemming tussen vraag en aanbod van vaardigheidsprofielen.
Pak onevenwichtige verhoudingen in vaardigheden en grote regionale verschillen in vaardigheden en menselijk kapitaal aan. Bevorder de kwaliteit van banen en verhoog arbeidsparticipatie, ook voor ondervertegenwoordigde groepen op de arbeidsmarkt. Neem maatregelen om grensoverschrijdende mobiliteit binnen de interne markt en legale migratie van individuen uit derde landen in krapteberoepen te faciliteren. Versterk de prikkels om te werken door de belastingdruk op arbeid te verleggen, onder meer door gerichte hervormingen van belasting- en uitkeringsstelsels. Onderneem actie om armoede te bestrijden en te verminderen, door het waarborgen en versterken van adequate en duurzame sociale beschermings- en inclusiesystemen, evenals de toegang tot betaalbare, duurzame en kwalitatief goede huisvesting. Zorg voor effectieve betrokkenheid van sociale partners bij beleidsvorming en versterk de sociale dialoog.
In overeenstemming met nationale praktijken en met inachtneming van de rol van sociale partners en de sociale dialoog, versterk de voorwaarden die duurzame loongroei ondersteunen, met name voor lage- en middeninkomens, in overeenstemming met productiviteitsontwikkeling, hierbij rekening houdend met de risico's van inflatie en concurrentievermogensverschillen binnen de eurozone.
Investeringen en innovatie
Prioriteer overheidsinvesteringen en stimuleer particuliere investeringen in onderzoek en innovatie, industriële decarbonisatie, schone energie, de digitale transitie, economische veiligheid, en de vermindering van strategische afhankelijkheden in toeleveringsketens.
Bevorder de herverdeling van middelen naar sectoren en technologieën met een hoog groeipotentieel, en versterk innovatie-ecosystemen, onder meer door de banden tussen verschillende stakeholders, zoals het bedrijfsleven en universiteiten of onderzoeksinstituten, te versterken en de rol van durfkapitaal bij de financiering van startups en de versnelde invoering van digitale en schone technologieën te ontwikkelen.
Interne markt
Elimineer interne belemmeringen en verschillen in regelgeving op nationaal niveau, evenals resterende tekortkomingen op het gebied van omzetting en conformiteit, om de interne markt te verdiepen en de efficiëntie en het opschalingsvermogen van bedrijven te vergroten.
Bevorder vereenvoudiging van regelgeving door onnodige lasten in kaart te brengen en te verminderen en door te zorgen voor transparantie en gerichte regelgeving, onder meer door effectief gebruik te maken van stakeholder consultaties in het wetgevingsproces en door ex-postevaluaties van wetgeving.
Spaar- en Investeringsunie
Ontwikkel een Spaar- en Investeringsunie, in lijn met de Commissiemededeling van maart 20254, voor de bevordering van een concurrerende kapitaalmarkt en banksectoren om Europese spaartegoeden te mobiliseren richting langetermijninvesteringen, met name in sectoren in de Europese Economie met hoog groeipotentieel en die van strategisch belang. Pak kapitaalmarktfragmentatie en belemmeringen voor grensoverschrijdend aanbod en gebruik van financiële diensten, en verschillen in nationale toezichtpraktijken, aan door snel vooruitgang te boeken met het komende wetgevingspakket inzake integratie van- en toezicht op de kapitaalmarkten.
Neem maatregelen om de 2025 aanbevelingen van de Commissie te implementeren die zien op het vergroten van de beschikbaarheid van spaar- en beleggingsrekeningen middels gesimplificeerde en voordelige belastingbehandeling (september 2025)5 en over pensioendashboards, pensioentrackingssystemen en automatische deelname (november 2025)6, en de aanbevelingen uit de mededeling over een financiële geletterdheidsstrategie voor de EU (september 2025)7.
Internationale rol van de euro en digitale euro
Neem alle nodige maatregelen voor de invoering van een digitale euro, bevorder innovatie en concurrentie op de betalingsmarkt en zorg voor blijvende toegang en bruikbaarheid van centrale bankgeld in een digitaliserende economie.
Bevorder de internationale rol van de euro en zet in op het versterken van de mondiale positie ervan, onder meer door kwetsbaarheden in de Europese financiële infrastructuren aan te pakken.
Macro-financiële stabiliteit
Monitor de risico’s voor de macro-financiële stabiliteit, waaronder de risico's die voortvloeien uit:
de kwaliteit van activa,
de dynamiek van herbeprijzing
klimaat- en milieu gerelateerde blootstellingen
verwevenheden tussen banken en niet-banken op de belangrijkste financiële markten en via particuliere financiering
Versterk waar nodig het regelgevend kader en toezichtskader voor de niet-bancaire financiële bemiddelingssector om ervoor te zorgen dat opkomende kwetsbaarheden effectief worden geïdentificeerd en beheerd.
Appreciatie
Nederland verwelkomt de EAR en ziet deze als een belangrijk onderdeel binnen het Europees Semester. De EAR biedt de eurozonelidstaten nuttige richtsnoeren die zijn afgestemd op de specifieke, actuele uitdagingen binnen de Economische en Monetaire Unie. Door een gemeenschappelijk begrip van de belangrijkste beleidsprioriteiten te bieden, draagt de EAR bij aan effectievere beleidscoördinatie binnen de EMU. Zo draagt de EAR bij aan het versterken van de weerbaarheid en het vermogen van de EMU om stabiliteit te waarborgen en kansen voor groei te benutten.
Het Commissievoorstel voor de EAR bevat verschillende onderdelen die Nederland onderschrijft. Zo benadrukt Nederland het belang van schuldhoudbaarheid in de lidstaten en onderschrijft het daarbij de aanbeveling voor het herprioriteren van nationale begrotingen, onder andere in verband met hogere defensie-uitgaven. Daarnaast steunt Nederland de aandacht in de EAR voor voortgang op de kapitaalmarktunie en specifiek de aanbeveling om divergentie in toezicht op de kapitaalmarktunie tegen te gaan. Ook verwelkomt Nederland de aandacht voor onderzoek en innovatie, decarbonisatie, de digitale transitie, de verdieping van de interne markt en aanpak van regeldruk. Verder onderschrijft Nederland het belang van het bevorderen van (basis)vaardigheden om een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te stimuleren en een goede match van vraag en aanbod naar vaardigheden op de arbeidsmarkt te bevorderen.
Vervolg
De EAR zal, na bespreking in deze Eurogroep van 20 januari, bij de Ecofinraad van februari worden goedgekeurd. Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad in maart, en formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april.
Agendaonderwerp: Uitbreiding van de eurozone: update over de omwisseling van de euro in Bulgarije
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Bulgarije is per 1 januari 2026 toegetreden tot de eurozone en heeft de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. Over de aanloop en besluitvorming hierover is de Kamer steeds geïnformeerd middels de geannoteerde agenda en verslagen van de Eurogroep en Ecofinraad.8 Met deze toetreding neemt Bulgarije vanaf 1 januari 2026 ook deel aan het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Naar verwachting zal Bulgarije tijdens de Eurogroep een korte presentatie geven over het verloop van de invoering van de euro. Nederland kan de presentatie aanhoren.
Agendaonderwerp: Nabespreking van de G7
Document: N.v.t.
Aard bespreking: N.v.t.
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Eurogroep zal spreken over de bijeenkomst van G7-landen van 12 januari jl. Nederland nam als niet-G7-lid niet deel aan deze bijeenkomst. Naar verwachting zal de Franse minister als G7-voorzitter een terugkoppeling geven. Mogelijke onderwerpen die op de agenda stonden bij de G7 meeting zijn de recente geopolitieke ontwikkelingen en toegang tot kritieke grondstoffen. Nederland kan de bespreking aanhoren. Voor Nederland blijven deze onderwerpen van groot belang.
Agendaonderwerp: Selectieproces voor de ECB-vicepresident
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Bespreking van voorgedragen kandidaten en mogelijk besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Consensus
Toelichting:
De Eurogroep zal spreken over de benoeming van de vicepresident van de Europese Centrale Bank (ECB). De huidige vicepresident, de Spanjaard Luis de Guindos, is in juni 2018 aangetreden als vicepresident van de ECB. Zijn termijn loopt in 2026 af. Leden van het dagelijks bestuur van de ECB worden voor acht jaar benoemd, zonder mogelijkheid tot een nieuwe termijn.
De benoeming van ECB-bestuursleden is vastgelegd in artikel 283 van het Verdrag betreffende de werking van de EU. Eurozone lidstaten kunnen kandidaten voordragen. Op het moment van schrijven is de deadline voor het voordragen van kandidaten (9 januari) nog niet verstreken. Tijdens de Eurogroep van 19 januari zullen de kandidaten besproken worden. Indien er consensus is, zal er een kandidaat worden voorgedragen aan de Europese Raad. De Europese Raad (in de eurozone-samenstelling) zal het nieuwe bestuurslid formeel benoemen, nadat het Europese Parlement en het bestuur van de ECB hun advies over de kandidaat hebben uitgebracht.
Ecofinraad
Agendaonderwerp: Werkprogramma Cypriotisch
voorzitterschap
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Presentatie en gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Cyprus is in de eerste helft van 2026 de voorzitter van de Raad van de
Europese Unie. In het werkprogramma zet Cyprus de prioriteiten uiteen en
die zien onder andere op het versterken van de autonomie van de EU en
het vergroten van de mondiale economische positie van de Unie.9 Op specifiek het economische en
financiële beleidsterrein zal het Cypriotisch voorzitterschap zich
bovenal gaan richten op de onderhandelingen over het MFK 2028-2034.
Verder zal het voorzitterschap zich richten op de versterking van het
Europese concurrentievermogen en diverse initiatieven in relatie tot de
Europese Spaar- en Investeringsunie, waaronder de versterking en
integratie van de Europese bankensector. Het Cypriotisch voorzitterschap
zal ook aandacht besteden aan de vereenvoudigingsagenda en ‘tax
decluttering’, alsmede aan de voortgang van de hervorming van de
Douane-unie. In deze Ecofinraad zal Cyprus het werkprogramma voor de
periode 1 januari t/m 30 juni 2026 presenteren. Nederland kan de
presentatie aanhoren.
Agendaonderwerp Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne
Document: N.v.t.
Aard bespreking: Gedachtewisseling
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
De Ecofinraad zal van gedachten wisselen over de economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne en over Europese steunmaatregelen. Dit is een regulier terugkerend agendaonderwerp op de Ecofinraad.
Oekraïne ontvangt momenteel steun uit o.a. de Oekraïne-faciliteit met een totale omvang van EUR 50 mld. voor de periode 2024-2027, de G7 Extraordinary Revenue Acceleration (ERA) leningen van ca. EUR 45 miljard en het IMF-programma. Uit de Oekraïne-faciliteit heeft de Europese Unie op 22 december jl. EUR 2,3 miljard voor tranche zes uitbetaald, nadat de Raad en Commissie eerder vaststelde dat Oekraïne aan acht hervormingsstappen uit het Oekraïneplan had voldaan. Daarnaast heeft de Commissie op 13 november de tiende en tevens laatste tranche van het EU-aandeel in de ERA-leningen verstrekt aan Oekraïne, met een omvang van EUR 4,1 miljard. Met de uitbetaling van deze tranche heeft de EU het totale EU-aandeel in de ERA-lening van EUR 18,1 miljard uitbetaald.
Tijdens de Europese Raad op 18 december jl. is een akkoord bereikt om Oekraïne in de komende twee jaar te ondersteunen met 90 miljard euro aan leningen. De Kamer is op 19 december jl. over dit akkoord geïnformeerd.10
Oekraïne heeft in september 2025 bij het IMF een aanvraag ingediend voor een nieuw IMF-programma met een omvang van USD 8,1 mld., welke momenteel door het IMF wordt beoordeeld. Het programma kan ter goedkeuring aan de raad van bewind van het IMF worden voorgelegd als het financieringstekort voor het eerste jaar van het programma gedekt is. Met het akkoord dat bereikt is tijdens de Europese Raad van 18 december is dit – bij de huidige aannames – het geval. Het programma wordt daarom naar verwachting in januari of februari ter goedkeuring aan de raad van bewind van het IMF voorgelegd. Daarnaast zijn lidstaten van het IMF gevraagd om financing assurances af te geven, waarmee zij toezeggen Oekraïne financieel te zullen blijven steunen en zorg te zullen dragen voor de schuldhoudbaarheid van Oekraïne. Het Kabinet heeft aangegeven bereid te zijn financing assurances af te geven voor dit programma, net zoals het Kabinet eerder heeft gedaan voor het voormalige IMF-programma11. Daarnaast is het Kabinet voornemens om via de Group of Creditors of Ukraine (GCU) mee te werken aan het herstructureren van de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne. Dit houdt in eerste instantie in dat de betalingsstop op bilaterale claims wordt verlengd tot eind 2029 (parallel aan de looptijd van het nieuwe IMF-programma).
Het ongedekte financieringstekort van Oekraïne werd door de Europese Commissie geschat op EUR 135 mld. voor de periode 2026-2027 voor zowel militaire als macro-financiële noden. Bij de berekening van dit resterende tekort is al rekening gehouden met het nieuwe IMF-programma van USD 8,1 mld. Met de EU-leningen van EUR 90 mld. dekt de EU twee derde van het ongedekte financieringstekort in 2026 en 2027. Het resterende tekort van EUR 45 mld. dient – volgens de EU – door andere internationale donoren gedekt te worden.
Agendaonderwerp: Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF)
Document: De Commissievoorstellen voor aanpassing van uitvoeringsbesluiten van de Raad ter goedkeuring van de herstel- en veerkrachtplannen worden voorafgaand aan het overleg gepubliceerd op eur-lex.europa.eu.
Aard bespreking: Aanname uitvoeringsbesluiten van de Raad
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid
Toelichting:
Tijdens de Ecofinraad zal worden stilgestaan bij de stand van
zaken ten aanzien van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF).
Daarnaast zal de Raad uitvoeringsbesluiten aannemen waarmee wijzigingen
van de herstel- en veerkrachtplannen die lidstaten hebben opgesteld in
het kader van de HVF, formeel worden goedgekeurd. Op het moment van
schrijven gaat het in elk geval om wijziging van de plannen van Finland,
Ierland, Duitsland, Spanje, Zweden en Nederland. Lidstaten kunnen, op
basis van artikel 21 van de HVF-verordening, gebruik maken van de
mogelijkheid om hun herstel- en veerkrachtplan aan te passen op grond
van objectieve omstandigheden of wanneer een beter alternatief wordt
voorgesteld waarbij het oorspronkelijke ambitieniveau van de maatregel
onveranderd blijft. De Commissie beoordeelt of de redenen die lidstaten
aandragen een wijziging van de herstelplannen rechtvaardigen en of de
herstelplannen na deze aanpassingen nog steeds voldoen aan alle eisen
van de HVF-verordening.
De Europese Commissie oordeelt dat de redenen die bovenstaande lidstaten aandragen, een aanpassing van het HVP rechtvaardigen en dat de herstelplannen ook na deze aanpassingen voldoen aan de eisen van de HVF-verordening. Nederland kan zich vinden in het oordeel van de Commissie. Nederland is daarom voornemens om in te stemmen met de voorstellen tot aanpassing van de uitvoeringsbesluiten van de Raad.
In een mededeling van 4 juni 2025 roept de Commissie lidstaten op om hun Herstel- en Veerkrachtplannen uiterlijk eind 2025 te herzien om ervoor te zorgen dat alle maatregelen vóór 31 augustus 2026 volledig zijn uitgevoerd. Volgens deze mededeling is het mogelijk de specifieke bewoording van mijlpalen en doelstellingen aan te passen om zo de administratieve lasten te verlichten met behoud van de algehele ambitie. Onderstaand vindt u een uitgebreidere toelichting over de aanpassing van het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan.
Aanpassing Nederlandse HVP
In lijn met de mededeling van de Commissie van 4 juni 2025 heeft Nederland sinds de afgelopen zomer in overleg met de Commissie een wijzigingsverzoek voorbereid van het Nederlandse HVP. Voor 23 maatregelen heeft Nederland verzocht om de specifieke bewoording van mijlpalen en doelstellingen aan te passen om zo de administratieve lasten te verlichten. Daarnaast wordt met dit wijzigingsverzoek voorgesteld om de investeringen die op dit moment niet meer haalbaar geacht worden tijdens de looptijd van de HVF te vervangen voor een beter alternatief. Dit betreft de volgende maatregelen: de investering in noodsleepboten voor windparken (ERTV’s); een deel van de investeringen in Intelligente Wegkantstations (IWKS); een deel van de Woningbouwimpuls (WBI); en een deel van de investering in het Nationaal onderwijslab AI. Ter vervanging van (delen van) deze investeringen zijn een aantal vervangende maatregelen voorgesteld. Deze maatregelen zijn alle onderdeel van reeds begroot (en deels uitgevoerd) beleid. Het betreft de volgende maatregelen: de subsidieregeling voor elektrische personenauto's (SEPP); de subsidieregeling voor emissieloze vrachtwagens (AanZET); de Startbouwimpuls (SBI); en de ophoging van de reeds in het HVP opgenomen maatregel investeringssubsidie voor duurzame energie en energiebesparing (ISDE). In het wijzigingsverzoek heeft Nederland ook voorgesteld om de vertraagde hervormingen, de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wet Regie), Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en het ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten naar het vijfde betaalverzoek te verplaatsen. Met deze verplaatsing wordt de maximale looptijd van de HVF benut om het alsnog mogelijk te maken de mijlpalen te behalen. Een inhoudelijke wijziging van de mijlpalen is echter (vooralsnog) niet mogelijk. Het wijzigingsverzoek is op 13 november 2025 ingediend bij de Europese Commissie. Als het wijzigingsverzoek wordt goedgekeurd dan zal het kabinet het nieuwe raadsuitvoeringsbesluit waarin alle nieuwe mijlpalen en doelstellingen staan opgenomen met de Kamer delen.
Indiening derde betaalverzoek HVP
Op 11 december 2025 heeft Nederland het derde Nederlandse betaalverzoek ingediend bij de Europese Commissie. Alle mijlpalen en doelstellingen (M&D’s) uit dit betaalverzoek zijn behaald met uitzondering van de Wet regie volkshuisvesting, het daarmee samenhangende ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten en de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Doordat in het hierboven benoemde wijzigingsverzoek wordt verzocht om deze mijlpalen te verplaatsen naar een later betaalverzoek was de weg vrijgekomen voor het indienen van dit betaalverzoek. Indien het wijzigingsverzoek en vervolgens het betaalverzoek worden goedgekeurd dan zal Nederland naar verwachting €551 miljoen ontvangen. Hierover zal de Kamer te zijner tijd nader worden geïnformeerd.
Agendaonderwerp: Europees Semester 2026: goedkeuren
van de conclusies Alert Mechanism Report
Document: Het 'Alert Mechanism Report 2026' is
beschikbaar op de website van de Europese Commissie.12
Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies
Besluitvormingsprocedure: N.v.t.
Toelichting:
Op 25 november 2025 publiceerde de Commissie het herfstpakket in het kader van het Europees Semester (Semester).13 Het Europees Semester betreft de jaarlijkse coördinatie van het macro-economisch en sociaal beleid van de EU. Het Semester volgt een jaarlijkse cyclus die begint in het najaar met de publicatie van het herfstpakket. Het herfstpakket schetst aan de hand van verschillende documenten de macro-economische risico’s, algemene sociale en economische prioriteiten en geeft de lidstaten beleidsrichtsnoeren voor de komende perioden.
Het pakket bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report, AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP). Tijdens de Ecofinraad worden er Raadsconclusies aangenomen over het AMR.
In het AMR worden mogelijke macro-economische onevenwichtigheden in lidstaten opgespoord en wordt bepaald welke lidstaten worden onderworpen aan een diepte-onderzoek. Dit jaar zal de Commissie diepte-onderzoeken uitvoeren voor de zeven landen bij wie afgelopen voorjaar macro-economische onevenwichtigheden zijn geconstateerd.14 Dit zijn Nederland, Griekenland, Italië, Hongarije, Roemenië, Slowakije en Zweden. De resultaten van de diepte-onderzoeken worden in het voorjaar van 2026 verwacht, als onderdeel van het lentepakket in het kader van het Europees Semester.
In het AMR beschrijft de Commissie dat de inflatie in de EU is gedaald en dat de arbeidsmarkt weerbaar is gebleken met een lage werkloosheid. Verder zijn de leenkosten voor overheden stabiel gebleven. Tegelijkertijd identificeert de Commissie potentiële economische kwetsbaarheden door hoge schulden, lage investeringen, oplopende kostenverschillen tussen lidstaten, aanhoudend hoge huizenprijzen en een verslechterende financiële positie van bedrijven. Daarnaast constateert zij stabiliteitsrisico’s in het financiële stelsel, waaronder afhankelijkheid van buitenlands kapitaal, kwetsbaarheden bij niet-banken, risico’s in de vastgoedsector en nieuwe dreigingen zoals cyberaanvallen en de groei van crypto-activa.
Appreciatie
Voor Nederland is dit het twaalfde jaar op rij dat de Commissie onderzoek doet naar mogelijke onevenwichtigheden in de economie. Afgelopen voorjaar concludeerde de Europese Commissie op basis van het uitgevoerde diepteonderzoek macro-economische onevenwichtigheden ten aanzien het overschot op de lopende rekening en de hoge private schulden. Hierover is de Kamer destijds geïnformeerd.15 Op basis van de conclusies van afgelopen voorjaar heeft de Commissie besloten voor Nederland opnieuw een diepteonderzoek uit te voeren.
Nederland kan de AMR verwelkomen en erkent het belang van het voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden. Nederland wacht de uitkomsten van het diepteonderzoek af en onderschrijft het belang van de diepteonderzoeken en een gedegen monitoring van de macro-economische ontwikkelingen door de Commissie in het kader van de MEOP.
Agendaonderwerp: Implementatie Stabiliteits-en
Groeipact – Beoordeling buitensporige tekorten
Document: https://commission.europa.eu/business-economy-euro/european-semester/european-semestertimeline/european-semester-autumn-package_en
Aard bespreking: Besluitvorming
Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde
meerderheid
Toelichting:
De Commissie beoordeelt jaarlijks de aanwezigheid van buitensporige tekorten in lidstaten in het kader van artikel 126, lid 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Zij doet dit wanneer het begrotingstekort de referentiewaarde van 3% overschrijdt of wanneer de schuld de referentiewaarde van 60% overschrijdt én onvoldoende snel daalt. In het herziene raamwerk beoordeelt de Commissie dit laatste criterium concreet aan de hand van de uitgavengroei. De Commissie start een onderzoek wanneer de lidstaat bepaalde drempelwaarden overschrijdt voor de afwijking van het uitgavenpad dat de Raad aan de lidstaat heeft aanbevolen. Omdat dit uitgavenpad pas in januari 2025 is aanbevolen, is 2025 een transitiejaar. De Commissie beoordeelt dit najaar daarom alleen overschrijdingen van de tekortnorm, maar nog niet een overschrijding van het uitgavenpad. De Commissie baseert zich daarbij op de gerealiseerde cijfers voor het begrotingstekort in 2024 en de verwachte cijfers voor het begrotingstekort in 2025.
Op basis van de gerealiseerde en verwachte cijfers constateert de Commissie dat in Duitsland en Finland het tekort in 2025 (en in Finland ook in 2024) de referentiewaarde van 3% bbp overschrijdt. Dit vormde aanleiding voor de Commissie om voor deze lidstaten een onderzoek naar het bestaan van een buitensporig tekort te starten. Daarbij geldt dat noch Duitsland noch Finland voldoen aan de voorwaarden om relevante factoren (zoals conjuncturele omstandigheden of extra investeringen) formeel mee te wegen bij de beoordeling van hun tekort, omdat beide landen een overheidsschuld hebben boven 60% bbp en de overschrijding van de tekortnorm niet tijdelijk en beperkt is. Zowel in Duitsland als in Finland wordt het tekort voor een belangrijk deel veroorzaakt door oplopende defensie-uitgaven. Om die reden hebben beide landen een verzoek ingediend voor activatie van de nationale ontsnappingsclausule, waardoor tijdelijk ruimte ontstaat voor deze extra uitgaven. Mede hierdoor concludeert de Commissie dat er voor Duitsland op dit moment geen aanleiding is om een buitensporig tekort vast te stellen. Voor Finland oordeelt de Commissie dat het tekort ook na correctie voor de extra defensie-uitgaven boven de referentiewaarde blijft. De Commissie stelt daarom aan de Raad voor om het bestaan van een buitensporig tekort in Finland vast te stellen. De Raad zal hierover besluiten tijdens de Ecofinraad van januari. Nederland kan zich vinden in het oordeel van de Commissie en is voornemens in te stemmen met het daartoe strekkende Raadsbesluit in de Ecofinraad.
De Commissie heeft tevens onderzocht of lidstaten voor wie eerder al door de Raad een buitensporig tekort is vastgesteld, effectief gevolg hebben gegeven aan de aanbevelingen om aan deze tekorten een einde te maken. Dit betreft België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Polen, Roemenië en Slowakije. Bij deze beoordeling oordeelt de Commissie dat alle bovengenoemde lidstaten voldoende effectieve opvolging hebben gegeven.
Overig
Nederland heeft eind 2022 ingestemd met het Raadsuitvoeringsbesluit
inzake maatregelen tegen Hongarije op grond van de
MFK-rechtsstaatverordening. Hiermee zijn circa 6,4 miljard euro aan
EU-cohesiemiddelen voor Hongarije opgeschort16
en is een verbod opgelegd om nieuwe (juridische) verplichtingen aan te
gaan met de trusts van openbaar belang. Eind 2024 is Hongarije 1 miljard
euro aan geblokkeerde EU-cohesiemiddelen definitief verloren, omdat het
geen maatregelen heeft getroffen die ertoe hebben geleid dat het
Raadsuitvoeringsbesluit ten aanzien van de blokkering van de
EU-cohesiemiddelen is aangepast.17 Doordat Hongarije
opnieuw geen dergelijke maatregelen heeft getroffen, is eind 2025 1
miljard euro wederom definitief vervallen.
https://commission.europa.eu/publications/euro-area-recommendation_en↩︎
https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-autumn-package_en↩︎
https://defence-industry-space.ec.europa.eu/eu-defence-industry/readiness-roadmap-2030_en↩︎
https://commission.europa.eu/document/download/8be79e75-a451-4dd9-a4ed-ead4439a7118_en?filename=COM_2025_957_1_EN_0.pdf#page=10&zoom=100,0,929↩︎
https://commission.europa.eu/document/download/8be79e75-a451-4dd9-a4ed-ead4439a7118_en?filename=COM_2025_957_1_EN_0.pdf#page=10&zoom=100,0,943↩︎
https://commission.europa.eu/document/download/8be79e75-a451-4dd9-a4ed-ead4439a7118_en?filename=COM_2025_957_1_EN_0.pdf#page=10&zoom=100,0,958↩︎
https://commission.europa.eu/document/download/8be79e75-a451-4dd9-a4ed-ead4439a7118_en?filename=COM_2025_957_1_EN_0.pdf#page=10&zoom=100,0,974↩︎
O.a. in Kamerstukken II, 21 501-07, nr. 2097 (geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad, februari 2025), Kamerstukken II, 21 501-07, nr. 2010 (verslag Eurogroep en Ecofinraad, april 2025), Kamerstukken II, 21 501-07, nr. 2119 (nazending geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad, juni 2025)↩︎
https://cyprus-presidency.consilium.europa.eu/en/programme/programme-of-the-cyprus-presidency/↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 21501-20, nr. 2361↩︎
Kamerstukken II, 2022-2023, 26234, nr. 275↩︎
https://commission.europa.eu/publications/alert-mechanism-report_en↩︎
https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-autumn-package_en↩︎
https://commission.europa.eu/publications/2025-european-semester-spring-package_en↩︎
Kamerbrief met nazending Geannoteerde Agenda Eurogroep en Ecofinraad juni 2025 https://open.overheid.nl/documenten/1727a7c0-ea5d-4a67-93ca-70f02c2cc9b2/file↩︎
Kamerstuk 21501-07, nr. 1916↩︎
Kamerstuk 21501-07, nr. 2087↩︎