[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

De financiële invulling van humanitaire hulp in 2026

Brief regering

Nummer: 2026D00775, datum: 2026-01-12, bijgewerkt: 2026-01-12 17:44, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z00308:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

In deze brief zet het kabinet uiteen hoe het budget voor humanitaire hulp in 2026 wordt verdeeld. Nederland blijft, een stabiele en betrouwbare humanitaire donor, met een budget dat grotendeels op peil blijft. Ook blijft het kabinet inzetten op meerjarige en flexibele voorfinanciering aan gespecialiseerde hulporganisaties. Dit stelt partners in staat om snel, duurzaam, en op schaal hulp te verlenen, zowel in crises die veel (politieke) aandacht krijgen, als bij plotselinge natuurrampen of langdurige, ‘vergeten’ crises.

De wereldwijde humanitaire noden blijven hoog door gewapende conflicten zoals in Soedan, Gaza en Oekraïne, en door grootschalige natuurrampen, zoals de recente overstromingen in Zuidoost-Azië. Volgens de Verenigde Naties (VN) zullen in 2026 wereldwijd naar schatting 239 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben.1 Omdat er onvoldoende middelen zijn om iedereen te helpen zijn hulporganisaties genoodzaakt te prioriteren en worden middelen in de eerste plaats ingezet voor mensen met de meest acute en levensbedreigende behoeften.

Tegen deze achtergrond werkt de VN in samenwerking met donoren en non-gouvernementele organisaties (ngo’s) aan noodzakelijke hervormingen van het humanitaire systeem.2 Deze hervormingen richten zich naast scherper prioriteren, ook op het terugdringen van kosten, bijvoorbeeld door het beter delen van data tussen organisaties en het gezamenlijk gebruik maken van vluchten of vrachtwagens met hulpgoederen. In dat licht wordt ook steeds meer ingezet op het organiseren van hulp op lokaal niveau, door gebruik te maken van lokale en nationale organisaties.

Bescherming van humanitaire ruimte en hulpverleners

Voor hulporganisaties wordt het steeds lastiger om de meest kwetsbaren te bereiken en te beschermen. In verschillende landen staat de naleving van internationale humanitaire regels en de toegang voor hulporganisaties onder druk. Humanitaire hulp wordt steeds meer gebruikt als een instrument voor politiek of militair gewin. Hulpverleners worden bovendien geconfronteerd met geweld: in 2025 kwamen wereldwijd ten minste 329 hulpverleners om het leven, raakten 180 gewond en werden 97 ontvoerd.3 Het kabinet blijft zich in 2026 op diplomatiek vlak actief inzetten voor het behoud van humanitaire principes en het vergroten van humanitaire toegang, onder andere in Gaza, Soedan en de Democratische Republiek Congo. Daarnaast blijft Nederland zich hard maken voor de bescherming van hulpverleners, onder andere via de ‘Group of Friends' van de Declaration for the Protection of Humanitarian Personnel4 en door bij te dragen aan het Global Initiative ter bevordering van het humanitair oorlogsrecht.5

Naast levens redden met humanitaire hulp, levens verbeteren met ontwikkelingshulp

Waar Nederland met humanitaire hulp inzet op levensreddende en levens ondersteunende hulp, beoogt het kabinet met ontwikkelingshulp de situatie van mensen op de lange termijn te verbeteren. Deze bredere inzet wordt beschreven in de 5 begrotingsartikelen uit de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp en humanitaire hulp vullen elkaar aan. Zo draagt Nederland in de Palestijnse Gebieden bij aan ontwikkelingsprogramma’s gericht op bijvoorbeeld voedselzekerheid en de watervoorzieningen, waar de humanitaire hulp zich richt op het direct leveren van voedsel, bescherming en medische hulp. Ook in Syrië blijft levensreddende hulp essentieel, maar daarnaast steunt Nederland sinds de val van Assad ook projecten op onder andere het gebied van ontmijning, wederopbouw en economisch herstel. In Oekraïne draagt Nederland zowel bij aan de verlichting van urgente noden via humanitaire inzet, als aan ontwikkelingsprogramma’s die zich bijvoorbeeld richten op het vergroten van de capaciteit van lokale Oekraïense autoriteiten om dat zelf te doen. In de Democratische Republiek Congo wordt humanitaire hulp vooral geleverd in Noord- en Zuid-Kivu. Met ontwikkelingsmiddelen draagt Nederland daarnaast bij aan veiligheid en stabiliteit in de regio, bijvoorbeeld via partnerschappen die het maatschappelijk middenveld ondersteunen bij lokale en regionale conflictbemiddeling.

Financiële invulling voor humanitaire hulp 2026

Gelet op de grote humanitaire noden en de wereldwijd afnemende financiering is het belangrijk om te kijken hoe hulp slimmer kan worden georganiseerd en hoe beschikbare middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Meerjarige en flexibele voorfinanciering, die vroeg in het jaar beschikbaar komt, geeft humanitaire partners de ruimte om vooruit te plannen, sneller te handelen wanneer dat nodig is, alsook zich snel aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Nederland geldt hierin als voorbeeld richting andere donoren en wil andere landen blijven inspireren dit voorbeeld te volgen. Daarom zet Nederland deze manier van financieren ook in 2026 zelf voort.

Het kabinet financiert een selectie van organisaties dat elkaar aanvult: VN-organisaties en fondsen, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. Met ieder hun specifieke rol, gebaseerd op mandaat en toegevoegde waarde, vullen deze organisaties elkaar aan en dragen zo bij aan een effectieve humanitaire respons. Naast bilaterale kanalen, draagt Nederland als EU-lidstaat bij aan de humanitaire inzet van de Europese Unie.

Verdeling van middelen

Het totale Nederlandse budget voor humanitaire hulp (artikel 4.1) in 2026 bedraagt EUR 474,9 miljoen. Dit bedrag is exclusief EUR 18 miljoen specifieke bijdragen (artikel 5.3) voor humanitaire hulp in Oekraïne. De middelen worden verdeeld over vier kanalen. Voor de kanalen 1, 3 en 4 liggen de bijdragen grotendeels meerjarig vast, en zijn deze veelal ongeoormerkt. Dat wil zeggen dat Nederland aan partners niet vooraf een opdracht geeft om specifieke activiteiten uit te voeren in een bepaald land, maar dat zij de ruimte krijgen om op basis van een objectieve methode te bepalen waar humanitaire hulp het meest nodig is, en welke vorm van hulp op dat moment het meest noodzakelijk is. Nederlandse hulp volgt op die manier de mensen het meest in nood, ook over landgrenzen heen. Deze methode van financiering leidt ertoe dat de middelen die besteed worden aan mensen in nood via de Verenigde Naties (tabel 1), de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse Rode Kruis (tabel 3) ook grotendeels in de grootste crisis contexten terechtkomen, zoals in de Palestijnse Gebieden en Soedan. De Nederlandse bijdrage aan de mensen in nood in de grootste crises zal dus hoger zijn dan de bijdragen voor hulpverlening in specifieke humanitaire contexten (kanaal 2) alleen.

  1. Bijdragen aan gespecialiseerde internationale hulporganisaties van de Verenigde Naties (VN) en de Rode Kruisbeweging

EUR mln.
Central Emergency Response Fund (CERF) 48
UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (UN OCHA) 7
United Nations International Children’s Emergency Fund (UNICEF) 17
United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) 35
United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees is the Near East (UNRWA)6 11
World Food Programme (WFP) 60
UN Humanitarian Air Service (UNHAS) 3
International Committee of the Red Cross (ICRC) 55
International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC), via het Nederlandse Rode Kruis 1,9
Totaal 237,9

VN-organisaties kunnen door hun wereldwijde aanwezigheid en capaciteit snel opschalen en grootschalige hulp bieden, en vervullen een cruciale coördinerende rol die zorgt voor samenhang in de wereldwijde humanitaire inzet. Het mandaat van de VN-organisaties wordt door het voltallige VN-lidmaatschap verleend wat hen bijzondere legitimiteit geeft en hun rol als erkende humanitaire actor versterkt. De organisaties die in de tabel genoemd worden hebben allemaal een eigen mandaat en specifieke toegevoegde waarde waardoor ze elkaar versterken.

De Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging is van groot belang vanwege de rol van het ICRC als onafhankelijk hoeder van het humanitair oorlogsrecht, vastgelegd in de Verdragen van Genève. In dat kader faciliteert ICRC onder andere gevangenenruil en gezinshereniging. Daarnaast is de IFRC, via hun nationale verenigingen, zoals het Nederlandse Rode Kruis, in 191 landen met 17 miljoen vrijwilligers diep verankerd in lokale gemeenschappen. Daardoor kunnen zij snel en context-specifiek hulp bieden: vóór, tijdens en na een crisis.

  1. Bijdragen voor hulpverlening in specifieke humanitaire contexten, incl. reserve

EUR mln.

Financiering aan de humanitaire landenfondsen van de VN voor:

  • Palestijnse Gebieden

  • Soedan

  • Syrië

  • Afghanistan

  • Jemen

  • Zuid-Soedan

  • Democratische Republiek Congo

  • Ethiopië

  • Somalië

  • Tsjaad

16

16

14

11

11

11

8

8

8

5

Reserve waarmee een extra bijdrage gedaan kan worden in noodsituaties gedurende het jaar. 29,1
Totaal 137,1

Nederland levert via de humanitaire landenfondsen van de VN steun aan humanitaire crises waar de noden het hoogst zijn. De landenfondsen zijn toegankelijk voor internationale, nationale en lokale organisaties en spelen een belangrijke rol in de coördinatie en uitvoering van hulp in de meest complexe humanitaire contexten. In 2026 zal Nederland bijdragen aan de humanitaire landenfondsen voor de Palestijnse Gebieden, Soedan, Syrië, Afghanistan, Jemen, Zuid-Soedan, Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Somalië, Tsjaad en Oekraïne. De selectie van de betreffende landenfondsen en de hoogte van de Nederlandse bijdragen in 2026 zijn gebaseerd op een rangschikking met behulp van internationaal erkende data en indicatoren die weergeven per land hoeveel mensen in nood zijn, hoeveel financiering nodig is om die mensen van hulp te kunnen voorzien, en wat de financiële dekkingsgraad van een betreffend landenfonds is.

Daarnaast houdt Nederland in 2026 zoals altijd een financiële reserve aan. Met de reserve kan Nederland een extra bijdrage doen in noodsituaties gedurende het jaar, boven op de uitkeringen uit de noodfondsen van de VN en de Rode Kruisverenigingen, en naast bijdragen die de organisaties zelf al doen per crisis.

  1. Subsidies voor de partnerschappen met de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse Rode Kruis

EUR mln.
Dutch Relief Alliance 67,8
Nederlandse Rode Kruis 14,2
Totaal 82

Via de Dutch Relief Alliance en het Nederlandse Rode Kruis investeert Nederland in professionele en ervaren organisaties die snel kunnen opschalen, wereldwijd flexibel kunnen inspelen op acute en veranderende noden, en diep verankerd zijn in de lokale context. Daarbij is er expliciete aandacht voor de bescherming en ondersteuning van vrouwen, meisjes en andere kwetsbare groepen. De Dutch Relief Alliance bundelt daarbij de krachten van veertien Nederlandse hulporganisaties en werkt samen met meer dan negentig lokale partners, ook in gebieden waar andere hulporganisaties niet altijd aanwezig zijn. Het Nederlandse Rode Kruis heeft de mogelijkheid te werken met 191 andere nationale verenigingen wereldwijd op het gebied van rampenrespons en het versterken van de weerbaarheid van gemeenschappen.

  1. Bijdragen voor diverse hulporganisaties die zich inzetten voor belangrijke humanitaire thema’s, zoals lokaal geleide hulp, de bescherming van hulpverleners, anticiperende hulp in conflictgebieden, geestelijke en psychosociale steun en water-gerelateerde rampen

EUR mln.
Totaal 17,9

Deze bijdragen worden ingezet voor het veiliger en nog effectiever maken van humanitaire hulp, zoals lokaal geleide hulp, de bescherming van hulpverleners en anticiperende hulp in conflictgebieden. Een voorbeeld is de bijdrage aan de International NGO-Safety Organisation, die veiligheidstrainingen verzorgt en wereldwijd actuele informatie verzamelt en deelt ter bescherming van hulpverleners. Daarnaast ondersteunt Nederland partners die zich richten op geestelijke en psychosociale hulp en expertise op het gebied van water-gerelateerde rampen, waar Nederland goed in is. Tot slot is er budget voor trainingen, kennisuitwisseling en daarmee het versterken van de benodigde diplomatieke inzet om bijvoorbeeld toegang te onderhandelen.


Nederlandse Humanitaire hulp aan Oekraïne EUR mln.
Humanitair landenfonds van de VN 9
International Committee of the Red Cross (ICRC) 6
World Health Organisation (WHO) 3
Totaal 18

Naast de middelen die via de vier bovenstaande kanalen uit artikel 4.1 van de BHO begroting worden ingezet, stelt Nederland voor Oekraïne extra middelen beschikbaar voor het lenigen van humanitaire noden, zoals aan uw Kamer gemeld in brief 36 045, nr. 239 d.d. 3 oktober 2025, Deze steun komt niet uit artikel 4.1., maar maakt onderdeel uit van het Nederlandse generaal gefinancierde pakket aan niet-militaire steun voor Oekraïne in 2026 en is in de Memorie van Toelichting bij de Rijksbegroting van 2026 in brief 36 000 V, nr. 2 terug te vinden onder artikel 5.3. Deze middelen worden verdeeld tussen het humanitair landenfonds van de VN en het ICRC. Daarnaast wordt EUR 3 miljoen beschikbaar gesteld aan de Wereldgezondheidsorganisatie voor geestelijke en psychosociale steun.

NGO-Monitor rapport

Het kabinet komt middels deze brief ook terug op het verzoek van de vaste commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 13 maart 2025 voor een aanvullende reactie op het NGO Monitor-rapport ‘A Strategic Approach to Deradicalization of Palestinian Society’, gepubliceerd in juli 2024.7 De kabinetsreactie op dit rapport werd door de voormalig minister voor Buitenlandse handel en ontwikkelingshulp als afdoende beschouwd.8 In de procedurevergadering van de vaste Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 18 december 2025 is hier nogmaals om gevraagd.

Het kabinet deelt de mening van NGO-monitor over het belang van goede due dilligence. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Ik verwijs hierbij naar beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp9.

Aanvullend onderstreept het kabinet nogmaals altijd zeer serieus om te gaan met signalen over misbruik van ontwikkelingshulpgelden of aantijgingen die wijzen op banden tussen hulporganisaties en terroristische organisaties, zo ook rapporten van NGO Monitor. Gezien de ernst van de beschuldiging en de mogelijke gevolgen als iemand of een organisatie beschuldigd wordt van steun aan terrorisme, hecht het kabinet in elk afzonderlijk geval groot belang aan onderbouwing van een eventuele beschuldiging, met bewijs dat inzichtelijk is voor de beschuldigde en zijn of haar advocaten, en dat getoetst wordt door een rechter. Voor Nederland zijn de terrorisme sanctielijsten van de VN en de EU leidend bij het bepalen welke organisaties als terroristisch worden beschouwd.

Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,





Aukje de Vries

  1. UNOCHA GHO 2026: https://humanitarianaction.info/document/global-humanitarian-overview-2026↩︎

  2. IASC: https://interagencystandingcommittee.org/humanitarian-reset↩︎

  3. Humanitarian Outcomes: https://www.aidworkersecurity.org/↩︎

  4. Australisch initiatief: https://protect-humanitarian-personnel.org/about↩︎

  5. Global Initiative ICRC: https://www.upholdhumanityinwar.org/↩︎

  6. 23432-559/2025D11157↩︎

  7. Kamerstuk 23 432, nr. 559↩︎

  8. Kamerstuk 2024Z09908↩︎