[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op verzoek commissie over de brief van Strategisch Beraad Kunstonderwijs over de vermeende uitsluiting van kunstdisciplines op scholen

Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)

Brief regering

Nummer: 2026D01022, datum: 2026-01-14, bijgewerkt: 2026-01-14 13:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36699 -39 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen).

Onderdeel van zaak 2026Z00420:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 14 januari 2026
Betreft Reactie op brief van Strategisch Beraad Kunstonderwijs

Onderwijsprestaties en Voortgezet Onderwijs

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

57663685

Uw brief

03 december 2025

Uw referentie

2025D49025

Hierbij stuur ik op verzoek van uw commissie mijn reactie op de brief van 17 november 2025 inzake de vermeende uitsluiting van kunstdisciplines op scholen (kenmerk: 2025D49025).

In deze brief vraagt het Strategisch Beraad Kunstonderwijs (hierna: SBK) de Tweede Kamer om ervoor te zorgen dat leerlingen met vijf kunstdisciplines, te weten: beeldende vormgeving, muziek, dans, theater en film, op school in aanraking komen en om de voorgestelde overgangsperiode van 4 jaar terug te brengen naar 1 of 2 jaar.

Ik vind het belangrijk dat kinderen in aanraking komen met kunstonderwijs. Kunst helpt leerlingen om de ander en de wereld te begrijpen en om betekenis te geven aan ervaringen. Kunst kan bijdragen aan creativiteit en dat kan weer helpen om problemen aan te pakken. Daarom is het ook een wezenlijk onderdeel van het curriculum. In de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat dit leergebied dan ook opgenomen en in aansluiting daarop, zijn er kerndoelen geformuleerd die scholen moeten verwerken in hun onderwijsprogramma.

Harmoniseren terminologie

Omdat de kerndoelen geactualiseerd worden, verandert er een en ander in wet- en regelgeving. Hierover hebben wij elkaar gesproken tijdens de plenaire behandeling van het wetvoorstel herziening wettelijke grondslagen kerndoelen op 26 november 2025. Met het wetsvoorstel worden de randvoorwaarden geregeld om ambitieuze, concrete en actuele kerndoelen vast te stellen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om meteen ook de terminologie zoals gebruikt in verschillende onderwijswetten te harmoniseren. Er worden nu namelijk verschillende termen gebruikt, terwijl het in de praktijk om dezelfde leergebieden gaat. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de wetswijziging om nieuwe onderwerpen toe te voegen, of te schrappen. Dat is in de werkopdracht aan SLO ook opgenomen.1

In de tabel hieronder ziet u hoe het voor het leergebied Kunst en Cultuur nu geformuleerd is in wet- en regelgeving (‘huidige formulering’) en hoe het in het wetsvoorstel en de toekomstige kerndoelen geformuleerd wordt (‘nieuwe formulering’).

Huidige formulering Nieuwe formulering
PO

WPO

(wetsniveau)

Het onderwijs omvat: [
] expressie-activiteiten

Het onderwijs omvat: [
]

muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film

Besluit vernieuwde kerndoelen WPO

(in de kerndoelen)

Kerndoel 54: de leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken. Volgt wettekst
VO

WVO 2020

(wetsniveau)

De kerndoelen besteden aandacht aan aspecten van [
] beeldende vormgeving, muziek, drama en dans

Het onderwijs omvat:

muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film

Uitvoeringsbesluit WVO 2020

(in de kerndoelen)

Kerndoel 50: de leerling leert [
] kijken naar beeldende kunst, luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen. Volgt wettekst

In de Wet op het Primair Onderwijs worden geen specifieke kunstdisciplines genoemd, maar wordt er gesproken van ‘expressie-activiteiten’. Wat hieronder moet worden verstaan wordt uitgewerkt in de kerndoelen zelf (Besluit vernieuwde kerndoelen WPO): de leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging gebruiken. ‘Beelden’ en ‘muziek’ komen overeen met twee kunstdisciplines: beeldende vormgeving en muziek.2 De andere termen (taal, spel en beweging) kunnen aan de orde komen in disciplines als theater, film of dans, maar omdat deze disciplines niet gespecificeerd worden, zijn ze niet verplicht. Je kunt taal, spel en beweging immers ook anders invullen. In het wetsvoorstel en bijbehorend besluit is dit eenduidiger opgeschreven en blijft de huidige praktijk grotendeels behouden.3

In de Wet op het Voortgezet Onderwijs worden vier disciplines genoemd, namelijk beeldende vormgeving, muziek, drama en dans. Maar, omdat er staat ‘aspecten van’ hoeven scholen niet noodzakelijkerwijs alle vier de disciplines aan te bieden. Wat onder ‘aspecten van’ moet worden verstaan wordt uitgewerkt in de kerndoelen zelf (Uitvoeringsbesluit WVO 2020): de leerling leert kijken naar beeldende kunst, luisteren naar muziek en te kijken en luisteren naar theater-, dans- of filmvoorstellingen. De disciplines muziek en beeldende kunst zijn dus verplicht, plus één van de drie overige disciplines naar keuze. Dit is waar scholen momenteel naar moeten handelen en daarom is deze formulering nu ook in het wetsvoorstel overgenomen. In het wetsvoorstel wordt voortaan net als in het primair onderwijs de term [het onderwijs] ‘omvat’ gebruikt. Anders dan bij de frase ‘aspecten van’ betekent dit dat op wetsniveau bepaald wordt dat het genoemde allemaal verplicht moet worden aangeboden op school. Daarmee verdwijnt de onduidelijkheid die ‘aspecten van’ opleverde. In het wetsvoorstel en bijbehorend besluit is alles dus enkel eenduidiger opgeschreven en blijft de praktijk hetzelfde.

De oproep van het SBK

Het SBK heeft de wens om alle vijf de kunstdisciplines verplicht te stellen. In een oude versie van het wetsvoorstel waren de vijf kunstdisciplines allen verplicht. Dit is echter een verzwaring ten opzichte van de huidige situatie, daarom sluit de laatste versie van het wetsvoorstel aan bij de huidige situatie, waarbij dus twee kunstdisciplines verplicht zijn, plus minimaal één van de drie overige disciplines. De SBK geeft aan dit niet als een verzwaring te zien ten opzichte van de huidige situatie. Uiteraard zijn er mogelijkheden om disciplines in samenhang aan te bieden, maar daar zit mijns inziens wel een limiet aan. Er liggen hoge ambities op basisvaardigheden en daar ligt nu de grootste urgentie. Scholen die er ruimte voor ervaren moedig ik natuurlijk van harte aan om alle vijf de kunstdisciplines aan te bieden, maar ik verplicht het niet.

Hoewel in de werkopdracht aan SLO stond dat de actualisatie binnen de kaders van het huidige stelsel plaatsvond, is hier blijkbaar onduidelijkheid ontstaan over wat dit betekent voor het leergebied Kunst en Cultuur. Dat is, zoals het SBK schrijft, inderdaad laat opgemerkt. Dat is een les voor actualisaties in de toekomst.

Verder merkt SBK op dat de verschillende kunstdisciplines een ongelijke positie hebben. Zij beschouwt dit als een achteruitgang van de breedte en kwaliteit van het kunstonderwijs. Zoals gezegd, is dit echter geen achteruitgang, maar status quo.

Overgangsperiode verkorten

Verder verzoekt SBK om de overgangsperiode te verkorten naar 1 of 2 jaar. De nieuwe kerndoelen kunst en cultuur worden bij spoedige afhandeling per 1-8-2027 vastgesteld, dus dat is over 1,5 jaar. Omdat op datzelfde moment ook de kerndoelen van zes andere leergebieden worden vastgesteld, is het niet reëel of wenselijk om van scholen te verlangen dat ze meteen hun onderwijs daarop hebben aangepast en geldt er een overgangsperiode van 4 jaar totdat de Inspectie gaat handhaven. Daarom wil ik de periode niet verkorten.

Foutieve weergave beslisnota

Het SBK geeft aan dat de mening van de vakvereniging onderwijs kunst en cultuur (VONCK) en de vakvereniging leraren schoolmuziek (VLS) foutief worden weergegeven in de beslisnota die meeging met de nota van wijziging op het wetsvoorstel.4 In de beslisnota staan de bezwaren van de vakverenigingen samengevat in een lijst bullets. Daartussen staat een bullet met de tekst: “dit leidt wel tot een verzwaring van de taak van scholen. Daarom adviseren wij dit niet.” Het lijkt alsof dit een uitspraak van de vakverenigingen is, terwijl het hier gaat om het ambtelijk advies. Hier is nadien contact over geweest met de vakverenigingen, maar dat heeft voor mij niet geleid tot een ander besluit.

Tot slot

Ik wil nogmaals benadrukken dat ik veel waarde hecht aan kunst en cultuur. Daarom ben ik ook blij met de geactualiseerde kerndoelen voor dit leergebied. Ik hoop dat deze kerndoelen scholen inspireert om eigentijds kunst en cultuuronderwijs te geven. Ik vertrouw erop dat scholen goed nadenken over de keuzes die zij maken over het (al dan niet in samenhang) aanbieden van de verschillende kunstdisciplines, zodat leerlingen hun artistieke en creatieve talenten tot bloei kunnen laten komen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Koen Becking


  1. https://www.slo.nl/@22375/werkopdracht-kerndoelen-2023/↩

  2. In de bijbehorende karakteristiek staat over beeldend: “ze leren beeldende mogelijkheden van diverse materialen onderzoeken, aan de hand van de aspecten kleur, vorm, ruimte, textuur en compositie. Dit komt feitelijk overeen met beeldende vormgeving.↩

  3. In feite is hier sprake van een kleine uitbreiding, omdat nu ook één van de drie overige kunstdisciplines moet worden aangeboden.↩

  4. Kamerstukken II 2024/25, 36699, nr. 7↩