[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034-33)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D01357, datum: 2026-01-15, bijgewerkt: 2026-01-15 12:01, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2025Z21212:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 034 Maatschappelijke diensttijd

Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld d.d. …

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de staatssecretaris d.d. 4 december 2025 inzake de Stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 (Kamerstuk 35034, nr. 33). Bij brief van ... heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De fungerend voorzitter van de commissie

Bromet

Adjunct-griffier van de commissie

Easton

Inhoud

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

  • Inbreng van de leden van de D66-fractie

  • Inbreng van de leden van de VVD-fractie

  • Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

  • Inbreng van de leden van de CDA-fractie

  • Inbreng van de leden van de BBB-fractie

  • Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie

II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

Inbreng van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zaken met betrekking tot de maatschappelijke diensttijd. Deze leden hebben momenteel geen vragen hierover.

Inbreng van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Kamerbrief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025 en hebben daarover geen vragen.

Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen vooropstellen dat zij het belangrijk vinden dat jongeren de mogelijkheid hebben om iets te doen voor de samenleving. Deze leden zien dat MDT voor sommige jongeren die mogelijkheid gedeeltelijk biedt. Deze leden zijn al vaker kritisch geweest over de verhouding tussen het geld dat naar MDT gaat ten opzichte van de subsidies die bestaande jongerenorganisaties krijgen. Terwijl bestaande jongerenorganisaties moeite hebben met financieel gezond blijven, werd er veel geld vrijgemaakt om een nieuwe MDT-structuur te bouwen. Deze leden vinden het nog steeds een gemiste kans dat er niet veel meer is gekeken naar het versterken en uitbreiden van de structuren die er al bestaan rondom het doen van vrijwilligerswerk voor jongeren.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik van de middelen voor MDT. Kan de staatssecretaris deze leden inzicht geven in de hoeveelheid signalen waar het om gaat en wat de ordegrootte is qua geld? Verder lezen deze leden in de brief dat er in de nieuwe regeling van organisaties een minimale solvabiliteit van 25 procent wordt verwacht en een werkkapitaal van minimaal tien procent ten opzichte van het aangevraagde subsidiebedrag. Nu blijkt dat voor een deel van de in voorgaande jaren gesubsidieerde MDT-organisaties de solvabiliteitseis niet haalbaar is. De staatssecretaris geeft aan dat dit deel groter is dan verwacht. Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel organisaties dit zijn, in absolute aantallen en percentage van de aanvragen? Klopt het beeld van deze leden dat de afwijzingen vooral kleinschalige organisaties zijn zonder winstoogmerk? Vindt de staatssecretaris dat het doel van MDT nog steeds overeind staat als kleinschalige vrijwilligersorganisaties geen aanvraag meer kunnen doen voor subsidie?

In een eerder debat op 14 november 2023 over MDT merkte het lid Westerveld op dat de subsidieaanvragen erg scheef verdeeld zijn over Nederland. Zo waren er in Drenthe, Zeeland en Limburg nul subsidieaanvragen en in Groningen en Flevoland slechts één. In Noord-Holland waren er negentien aanvragen en in Zuid-Holland zeventien. Zijn de aanvragen ondertussen beter verdeeld over Nederland? Kunnen nu ook Drentse, Zeeuwse en Limburgse jongeren profiteren van het geld dat wordt gestoken in MDT?

Inbreng van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden maken graag gebruik van de mogelijkheid over deze brief aanvullende en verduidelijkende vragen te stellen.

Ten eerste willen de leden van de CDA-fractie opmerken dat er vorig jaar bij de begrotingsbehandeling OCW ook problemen speelden bij de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre dit dezelfde problemen zijn als genoemd in de brief van 4 december 2025? Als er sprake is van dezelfde soort problematiek, welke acties zijn er vervolgens ondernomen om dit probleem op te lossen?

De staatssecretaris geeft twee argumenten om de financiële voorwaarden voor het verkrijgen van een MDT-subsidie aan te scherpen. Enerzijds om te zorgen voor meer zekerheid over de financiële gezondheid en stabiliteit van organisaties, anderzijds om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden te voorkomen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties subsidie voor de MDT terug hebben moeten geven omdat misbruik of oneigenlijk gebruik is vastgesteld of waarbij onduidelijk is of de financiële middelen goed zijn besteed? Klopt het dat bijna 70 procent van de organisaties niet in aanmerking komt voor een subsidie? In hoeverre is het budget voor MDT 2025 ten bedrage van € 125 miljoen besteed? Hoe groot is het deel van de organisaties dat vervolgens in aanmerking komt voor een overbruggingssubsidieregeling? Hoeveel organisaties komen hier niet voor in aanmerking? Kan de staatssecretaris aangeven wat de gevolgen zijn van de aangescherpte voorwaarden en de (beperkte?) overbruggingsregeling voor het aantal MDT-plekken en de gevolgen voor jongeren die hierdoor mogelijk geen MDT-traject kunnen volgen?

Er is gebleken dat een aantal van deze organisaties, bijvoorbeeld vanwege hun ANBI-status of vanwege het feit dat zij van meerdere subsidieverstrekkers subsidies ontvangen voor het uitvoeren van verschillende projecten, beperkt zijn in het opbouwen en aanhouden van eigen vermogen. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel organisaties dit zijn en waarom het er meer zijn dan verwacht? Betreft dit vooral organisaties uit een bepaalde sector of loopt dit door alle sectoren heen? Speelt dit in bepaalde regio’s meer dan in andere regio’s of niet?

De staatssecretaris stelt dat de lessen van de MDT-regeling 2025 in de ontwikkeling van de subsidieregeling MDT 2026 zoveel mogelijk worden meegenomen. Volgens de leden van de CDA-fractie vraagt dit wat meer uitleg. Welke lessen worden er precies meegenomen en welke niet? En waarom niet? Vindt de staatssecretaris dat het veld hier voldoende in is meegenomen? Immers, de eisen en criteria worden getoetst bij een aantal MDT-organisaties. Waarom “een aantal”, vragen de leden van de CDA-fractie zich af. Kan de staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre MDT-organisaties betrokken worden bij het vaststellen, ontwerpen of bijstellen van de eisen en criteria van de subsidieregeling?

Vervolgens streeft de staatssecretaris naar nieuwe financiële eisen en toetsingscriteria die enerzijds meer zekerheid over de financiële gezondheid van organisaties geven en die anderzijds beter passen bij de diversiteit van het MDT-netwerk. Deze eisen en criteria moeten vervolgens voldoen aan de Rijksbrede financiële kaders. Hoe verhouden deze Rijksbrede financiële kaders zich tot het feit dat veel verenigingen en stichtingen een ANBI-status hebben of van meerdere subsidieverstrekkers gebruik moeten maken? De aanvullende financiële eisen (werkkapitaal en solvabiliteit) leiden in de praktijk toch tot verschillen in behandeling van aanvragen door bv’s en stichtingen of verenigingen? Kan de staatssecretaris hier uitgebreid op in gaan?

Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de toekomstige subsidieregelingen eenvoudiger worden, gebaseerd op kwaliteit en gericht op een duurzame opbouw van de organisaties in het MDT-netwerk?

Kan de beantwoording van dit schriftelijk overleg voor de behandeling van de begroting OCW 2026 naar de Kamer worden gezonden?

Inbreng van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de stand van zaken gevolgen gewijzigde financiële voorwaarden subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden hebben de volgende vragen aan de staatssecretaris.

De leden van de BBB-fractie constateren dat door de aangescherpte eisen voor solvabiliteit en werkkapitaal een aanzienlijk deel van de bestaande organisaties voor MDT niet langer in aanmerking komt voor subsidie. Dit leidt ertoe dat waardevolle maatschappelijke initiatieven, vaak met een ANBI-status of afhankelijk van meerdere subsidieverstrekkers, hun activiteiten moeten staken of overbruggen tot de volgende subsidieronde. Het kabinet erkent dat deze uitkomst onwenselijk is, maar biedt voor de huidige ronde geen oplossing. Hoe wordt geborgd dat de nieuwe eisen voor 2026 daadwerkelijk recht doen aan de spreiding van het netwerk van MDT zodat ook kleinere en maatschappelijk relevante organisaties kunnen blijven deelnemen? Is de staatssecretaris bereid om vooruitlopend op de nieuwe regeling te onderzoeken of er alsnog een tijdelijke oplossing kan worden geboden voor de groep organisaties die nu buiten de boot valt, zodat opgebouwde maatschappelijke waarde niet verloren gaat? Op welke wijze worden de lessen uit deze subsidieronde concreet meegenomen in de ontwikkeling van de regeling voor 2026 en hoe worden betrokken organisaties hierbij actief betrokken?

Inbreng van de leden van de ChristenUnie-fractie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stand van zaken van de gevolgen van de gewijzigde financiële voorwaarden van de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd 2025. Deze leden begrijpen vanuit het veld dat de gevolgen door de gewijzigde financiële voorwaarden groot zijn, voor de maatschappelijke organisaties en daarmee voor de vele jongeren die een MDT-traject doen. Deze leden hebben daarom een aantal vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie missen in de brief van de staatssecretaris informatie over de schaal van de gevolgen. Kan de staatssecretaris een indicatie geven van het aantal organisaties dat géén subsidie heeft kunnen aanvragen door de nieuwe financiële voorwaarden? Hoeveel van deze organisaties waren de afgelopen jaren wél onderdeel van het MDT-netwerk?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel subsidieaanvragen voor de subsidieregeling MDT 2025 zijn ingediend. Hoeveel zijn er daarvan toegekend en hoeveel zijn er afgewezen? Hoeveel van de afgewezen organisaties waren in het verleden wel onderdeel van het MDT-netwerk en hebben subsidie ontvangen? Hoeveel van de organisaties zijn afgewezen op basis van werkkapitaal en/of solvabiliteit? Hoeveel van de organisaties die op grond van deze eisen zijn afgewezen, hebben eerder wél MDT-subsidie ontvangen? Hoeveel jongeren hebben daardoor geen MDT-traject kunnen volgen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het afwijzen van de aanvragen gepaard is gegaan met toelichting of onderbouwing en/of met de toepassing van wederhoor. Als dat niet is gebeurd, waarom?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen voor hoeveel miljoen euro er subsidie in totaal is aangevraagd. De leden vragen of het budget voor MDT voor 2025 volledig wordt besteed. Zo nee, hoeveel budget is er over?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de beslisnota dat er meerdere signalen waren van misbruik en oneigenlijk gebruik bij MDT. Kan de staatssecretaris dit verder toelichten? Om hoeveel signalen ging dit? Welk percentage van het MDT-netwerk raakt dit?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat er met MDT-organisaties ambtelijke gesprekken zijn gevoerd en dat er mogelijkheden zijn verkend om voor deze groep aanvullende maatregelen ter overbrugging te treffen, maar dat deze niet haalbaar en uitvoerbaar bleken. Kan de staatssecretaris toelichten aan welke mogelijkheden werd gedacht en waarom deze niet haalbaar en uitvoerbaar bleken?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de staatssecretaris aan welke aanpassingen wordt gedacht voor de subsidieregeling van 2026. Op welke wijze wordt geborgd dat ook ANBI-stichtingen en -verenigingen, die te maken hebben met regels voor het aanhouden van eigen vermogen, straks aan de voorwaarden kunnen voldoen? Welke concrete lessen trekt de staatssecretaris uit de ervaringen met deze subsidieregeling voor de volgende? Op welke wijze worden ook MDT-organisaties betrokken bij de vormgeving van de nieuwe regeling en hoe wordt voorkomen dat deze straks weer worden geconfronteerd met criteria waar zij niet aan kunnen voldoen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat voorheen het MDT-prooflabel bestond, een soort kwaliteitskeurmerk bedoeld om het subsidieaanvraagproces te vereenvoudigen en dat liet zien dat organisaties bewezen kwaliteit leverden. Waarom bestaat dit label niet meer, zo vragen deze leden. Van hoeveel MDT-organisaties die in het verleden over dat label beschikten, is de subsidieaanvraag afgewezen? Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat volgende subsidieregelingen worden vereenvoudigd, gericht zijn op duurzame opbouw en samenwerking, waarbij geleverde kwaliteit een belangrijke rol speelt?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen wanneer de Kamer het meerjarenplan rondom MDT kan verwachten. Is daarin een visie opgenomen om een duurzame samenwerking met het MDT-netwerk (met bijbehorende financiering) te borgen zodat ook in de toekomst jongeren de waardevolle MDT-trajecten kunnen volgen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de staatssecretaris om nog voor de aanstaande begrotingsbehandeling van OCW het verslag van het schriftelijk overleg naar de Kamer te sturen.

II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap