Reactie op o.a. het gewijzigd amendement van het lid Neijenhuis over het ten minste twee jaar ter beschikking stellen van een bedrag voor compensatie voor verzekerden met een Zvw-pgb (Kamerstuk 36744-35)
Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis)
Brief regering
Nummer: 2026D02817, datum: 2026-01-22, bijgewerkt: 2026-01-23 09:48, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit BBB kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36744 -36 Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis).
Onderdeel van zaak 2026Z01184:
- Indiener: N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-01-27 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Maandag 19 januari jl. heb ik uw Kamer in het wetgevingsoverleg Wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten vanwege aanpassing van de Regeling dienstverlening aan huis (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis) toegezegd voor de stemmingen van aanstaande dinsdag 27 januari een appreciatie te sturen indien Kamerlid Neijenhuis (D66) een aangepast amendement zou indienen. Hierbij ontvangt u een appreciatie op het amendement. Daarnaast heb ik toegezegd om een reactie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) te sturen op het voorliggende wetsvoorstel en de compensatie die voorzien is in de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Appreciatie amendement
De heer Neijenhuis heeft een aangepast amendement (Kamerstuk II
2025/2026, 38744, nr. 35) ingediend, waarmee in de betrokken Wet
aanpassing Regeling dienstverlening aan huis de compensatie voor de
budgethouders Zvw-pgb wordt geregeld.
Dit aangepaste amendement geef ik Oordeel Kamer. Het verankert de werkwijze van compenseren voor de Zvw-budgethouders vanwege de Rdah-regelgeving en biedt ruimte om deze vorm te geven in een ministeriele regeling. Ik zal uw Kamer uiteraard de ministeriele regeling doen toekomen. Ik zal daarbij ook voorzien dat de ministeriele regeling ruimte biedt om eventuele uitkomsten van de evaluatie ten aanzien van de compensatie hierin te kunnen betrekken.
Reactie Nza
Aan Kamerlid Flach (SGP) heb ik toegezegd de reactie van Nza op het wetsvoorstel en de compensatie voor de Zvw-pgb budgethouders in relatie tot de zorgcontinuïteit. De Nza heeft mij de volgende reactie gegeven op de Kamerbrief die ik u op 18 december 2025 heb gestuurd over de compensatie voor de budgethouders Zvw-pgb:
“De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderschrijft met anderen de noodzaak om indirecte discriminatie in de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDAH) weg te nemen door de rechtspositie van zorgverleners te versterken. Echter, onze primaire verantwoordelijkheid als toezichthouder ligt bij het borgen van de maatschappelijke belangen: de toegankelijkheid en continuïteit van voldoende en passende zorg.
Hoewel de exacte effecten van de voorgestelde wetswijziging op dit moment lastig in te schatten zijn voor de NZa, is het duidelijk dat de wijziging een directe impact heeft op de bestedingsruimte van de budgethouders. Wanneer een budgethouder gehouden wordt werkgeverslasten te betalen ontstaat er noodzakelijkerwijs een financieel tekort in het te besteden zorgbudget, waarvan voor de Wlz de hoogte op grond van de Regeling langdurige zorg is gemaximeerd.
Onze zorgen richten zich dan specifiek op twee punten, te weten de continuïteit van de zorg en de financiële houdbaarheid. Indien de stijgende kosten voor de budgethouder niet volledig worden gecompenseerd via een verhoging van de budgetten (Wlz/Zvw-pgb) of een sluitende financiële route, dwingt dit budgethouders tot onwenselijke keuzes. Dit kan leiden tot een vermindering van het aantal uren zorg of het vertrek van zorgverleners die geen lager nettoloon accepteren. Hiermee komt de continuïteit en daarmee de toegankelijkheid van zorg direct in het gedrang. Daarnaast is de voorgestelde compensatie tijdelijk en daarmee een oplossing voor de korte termijn. De NZa heeft zorgen wat betreft de borging op de langere termijn. De NZa gaat ervan uit dat het niet de bedoeling kan zijn dat de bescherming van de zorgverlener ten koste gaat van de zorgcapaciteit van de budgethouder.
De NZa vraagt de regering om expliciet te maken hoe de structurele bekostiging van deze regeling zodanig wordt vormgegeven dat de toegankelijkheid en continuïteit van zorg geborgd blijven met de wijziging van de RDAH. Uiteraard denken wij daarin graag mee, mede op basis van de aangekondigde informatie van de Belastingdienst en de evaluatie van de Wlz. De NZa zal de uitkomsten van de toegezegde evaluaties en de signalen van belangenbehartigers als Per Saldo nauwgezet betrekken in haar toezicht op de toegankelijkheid.”
Ik herken dat het van belang is om de effecten van de wetswijziging te blijven volgen. Hiertoe is tijdens het debat ook besloten door de evaluatie naar de compensatie en de evaluatie naar de wet en uiteraard zal het kabinet uw Kamer hierover telkens informeren. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
de staatssecretaris Langdurige
en Maatschappelijke Zorg,
Nicki J.F. Pouw-Verweij