Verslag JBZ Raad 22-23 januari 2026
Bijlage
Nummer: 2026D04982, datum: 2026-02-03, bijgewerkt: 2026-02-03 10:47, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Verslag informele JBZ Raad 22-23 januari 2026 (2026D04981)
Preview document (🔗 origineel)
Verslag van de bijeenkomst van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 januari 2026
Binnenlandse Zaken
Werksessie I - Duurzame benaderingen van terugkeer en herintegratie
De informele Raad wisselde aan de hand van twee presentaties (één van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en één van Frontex over (vrijwillige) terugkeer en herintegratie) van gedachten over het bevorderen van terugkeer vanuit de EU en herintegratie in landen van herkomst. Er was brede consensus onder de lidstaten dat vrijwillige terugkeer het uitgangspunt is, maar dat het kunnen effectueren van gedwongen vertrek noodzakelijk is voor het goed functioneren van het Europese asiel- en migratiesysteem. In dat kader benadrukte Nederland, net zoals een meerderheid van de lidstaten, het belang van het snel bereiken van een conclusie in de triloog over de terugkeerverordening. Nederland heeft, net als veel andere lidstaten, ingebracht dat alle tot de EU ter beschikking staande instrumenten (zoals brede partnerschappen, visum- en handelsinstrumenten) ingezet dienen te worden voor het verbeteren van terugkeersamenwerking met derde landen. Meerdere lidstaten onderstreepten het belang van een geïntensiveerde coördinatie en informatie-uitwisseling tussen lidstaten en een (sterkere) rol voor Frontex in de ondersteuning bij terugkeer.
Werklunch – Terugkeer naar Syrië en Afghanistan
In de werklunch wisselde de informele Raad van gedachten over terugkeer naar Syrië en Afghanistan. Ten aanzien van terugkeer vanuit de EU naar Syrië was er brede consensus in de Raad dat het bevorderen van terugkeer, zowel vrijwillig als op termijn gedwongen, van belang is. De meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, steunde het voorstel van het Voorzitterschap voor een gecoördineerd actieplan op Syrië. Het voorstel behelst een actieplan opgesteld door de Europese Commissie in samenwerking met de Syrische autoriteiten en gericht op een integrale aanpak om terugkeer vanuit zowel de EU als de regio te bevorderen en irreguliere migratie tegen te gaan. Het actieplan zal daarom onder andere ook gericht zijn op het verbeteren van de socio-economische omstandigheden in Syrië. Verschillende lidstaten gaven aan voor zowel Syrië als Afghanistan dat de terugkeer van personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde prioriteit heeft. Ook was er brede steun voor het bevorderen van terugkeer van vertrekplichtigen naar Afghanistan. In navolging van de gezamenlijke brief van twintig lidstaten,1 inclusief Nederland, waarin werd opgeroepen tot een EU-benadering voor het bevorderen van terugkeer naar Afghanistan, heeft de Commissie verschillende acties ondernomen, waaronder een operationeel bezoek aan Afghanistan. Tijdens de informele Raad werden deze activiteiten verwelkomd en sprak een meerderheid van lidstaten, waaronder Nederland, steun uit voor de continuering van de inzet van de Commissie. Nederland heeft daarnaast, net als verschillende andere lidstaten, aandacht gevraagd voor het niet normaliseren van de relatie met de de facto autoriteiten.
Werksessie II - Versterken van het Schengengebied: Interne veiligheidsmaatregelen om secundaire migratie binnen Schengen te voorkomen
Het Cypriotische voorzitterschap gaf in deze sessie een presentatie over de nationale maatregelen ten behoeve van het tegengaan van secundaire migratie. De Raad wisselde tegen deze achtergrond van gedachten over de mogelijke interne veiligheidsmaatregelen om secundaire migratie binnen het Schengengebied tegen te gaan. De Commissie stond in dit kader positief stil bij de eerste resultaten sinds de start van de gefaseerde livegang van het Entry Exit Systeem. Daarnaast benadrukte de Commissie het belang van de effectieve implementatie van het Pact en legde zij in deze context de nadruk op de implementatie van Eurodac en screening procedures. Dit belang werd door meerdere lidstaten beaamd. Ook benadrukte de Commissie het nut van regionale samenwerkingsverbanden, waaronder op het gebied van informatie-uitwisseling en gezamenlijke bilaterale en regionale politieoperaties en -samenwerking. Op dit punt was er in de Raad brede overeenstemming. Een deel van de lidstaten sprak zich negatief uit over het continueren van de binnengrenscontroles. Een ander deel van de lidstaten benadrukte dat deze binnengrenscontroles op dit moment nog noodzakelijk zijn. Ook vroeg een meerderheid van de lidstaten aandacht voor het versterken van de buitengrenzen.
Justitie
Werksessie I - Versterking van confiscatie van crimineel vermogen in een veranderend financieel landschap
Tijdens de informele JBZ-Raad vond er een gedachtewisseling plaats over de versterking van confiscatie in een veranderend financieel landschap. Tijdens de gedachtewisseling werden lidstaten gevraagd te reflecteren op de vraag of het bestaande strafrechtelijke instrumentarium volstaat in het licht van nieuwe financiële risico’s, en of publiek-private samenwerking op EU-niveau verder moet worden versterkt. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, gaf aan dat de huidige regelgeving op dit terrein, zoals het anti-money laundering package (AML-pakket) en de Confiscatierichtlijn, nog geïmplementeerd moet worden en dat het om die reden op dit moment te vroeg is voor nieuwe regelgeving. Hierbij onderstreepten de lidstaten het belang dat de implementatie voortvarend wordt afgerond en de werking ervan gemonitord en geëvalueerd wordt.
Eurojust benadrukte dat een gebrek aan snelheid het grootste obstakel vormt bij de confiscatie van crimineel vermogen. Door de gemakkelijke en snelle opening van nieuwe rekeningen is effectieve confiscatie vaak te laat. Om dit tegen te gaan, is snelle informatie-uitwisseling tussen Financial Intelligence Units (FIUs) essentieel; een taak die door de Autoriteit voor de Bestrijding van Witwassen (AMLA) wordt gefaciliteerd.
In een eerder Belgisch non-paper zijn mogelijke praktische oplossingen voorgesteld. In dit kader stelde Nederland, met steun van enkele lidstaten, voor om door te spreken over dit onderwerp, bijvoorbeeld in een expertbijeenkomst over de inhoud van dit non-paper. Daarnaast streeft Nederland naar verdere samenwerking met andere lidstaten om lacunes rond Crypto Asset Service Providers en grensoverschrijdende asset recovery aan te pakken.
Europol benadrukte de ondersteuning die het kan bieden vanuit zijn expertisecentrum, met name op het gebied van track, trace, seize en freeze van crimineel vermogen. Daarnaast ziet Europol ruimte voor verbetering in de samenwerking tussen politiediensten onderling en met Europol zelf, alsmede in de publiek-private samenwerking.
De meerderheid van de lidstaten gaf aan positief te staan tegenover het verder bevorderen en reguleren van publiek-private samenwerking op EU-niveau, mits dit op een transparante wijze gebeurt. Verder werd er aandacht gevraagd voor flexibiliteit en het in acht nemen van nationale context. Daarnaast riepen diverse lidstaten op om, binnen de bestaande regelgeving, de informatie-uitwisseling met private partijen te vergemakkelijken, zonder afbreuk te doen aan privacy en andere grondrechten.
Werksessie II - Grensoverschrijdende samenwerking en teruggave van illegaal verkregen cultuurgoederen
De informele JBZ-Raad stond stil bij het juridische raamwerk met betrekking tot de aanpak van cultureel erfgoedcriminaliteit. Momenteel bepaalt het EU-recht niet welk nationaal recht van toepassing is bij grensoverschrijdende teruggave van onrechtmatig verkregen cultuurgoederen. Dit leidt tot uiteenlopende uitkomsten binnen de Unie en ‘law shopping’.2 Om te bepalen of actie op EU-niveau vereist is, en of voorbereidend werk zou moeten worden gestart voor de ontwikkeling van regels over het toepasselijke recht, stelt de Commissie voor om een gedetailleerde analyse en impactassessment uit te voeren. Nederland, samen met een groot deel andere lidstaten, steunt dit voorstel van de Commissie.
Het Europees Parlement (EP) is voorstander van EU-optreden op dit terrein; volgens het EP is EU-wetgeving noodzakelijk om regels te harmoniseren, rechtszekerheid te waarborgen en private handhaving te versterken. Naast de brede overeenstemming, wezen lidstaten op mogelijke juridische bezwaren, zowel van verdragsrechtelijke aard als ten aanzien van de vraag of cultureel erfgoed anders kan worden behandeld dan andere gestolen goederen. Ook werd er gewezen op het belang van het territorialiteitsbeginsel, waarbij cultureel erfgoed terug moet keren naar het land van oorsprong en het feit dat derde landen dit principe vaak niet toepassen.
Nederland benadrukte het belang van actieve bijdragen aan de internationale aanpak van illegale handel in cultuurgoederen en onderschrijft het standpunt van het Voorzitterschap dat verdere versterking van de samenwerking noodzakelijk is. Volgens Nederland kan deze samenwerking worden geïntensiveerd door in te zetten op informatie- en kennisuitwisseling, evidence-based onderzoek en deskundigheidsbevordering. Hierbij kan een prominentere rol voor het Europees politienetwerk EU CULTNET een belangrijke bijdrage rol spelen.3
Werklunch – Het bevorderen van alternatieven voor detentie voor jongeren waaronder doorverwijzen naar een drugsbehandeling
Tijdens de werklunch stond centraal hoe jongeren en jongvolwassenen met drugsproblematiek die in aanraking komen met het strafrecht effectief kunnen worden doorverwezen naar alternatieven voor detentie. Het Cypriotische voorzitterschap presenteerde hun systeem van Social Intervention Officers waarbij gespecialiseerde politieagenten met een achtergrond in sociale wetenschappen worden ingezet. Deze agenten hebben de mogelijkheid eerste delinquenten met een drugsachtergrond binnen een week door te verwijzen naar behandelcentra als alternatief voor strafvervolging. Het Cypriotische voorzitterschap sprak over een succesvol programma, dat momenteel wordt geëvalueerd.
De Europese Commissie benadrukte het belang van preventie en het voorkomen van recidive, met als doel jongeren zo snel mogelijk uit het criminele circuit te halen en hun strafrechtelijke trajecten zo kort mogelijk te houden. Deze visie werd gedeeld door het Europees Parlement, het Europees Bureau voor de grondrechten (FRA) en het Europees Drugsagentschap (EUDA).
Nederland bracht in dat voor het jeugdstrafrecht het principe geldt "licht waar het kan, zwaar waar het moet", met een sterke focus op het vinden van een passende straf, gecombineerd met hulp bij verslavingsproblematiek. Nederland steunt de uitwisseling van best practices op EU-niveau en ziet een belangrijke rol voor de EU op het gebied van kennisvergaring en het delen van risk assessment tools. Deze benadering werd door meerdere lidstaten onderschreven.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, KST 32317, nr. 984.↩︎
Law shopping betekent in deze context dat partijen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende zaken over onrechtmatig verkregen cultuurgoederen bewust een rechtsgebied kiezen waar de wetgeving voor hen het gunstigst is.↩︎
CULTNET is een informeel EU netwerk van politieautoriteiten en deskundigen die bevoegd zijn op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed.↩︎