Gewijzigde motie van het lid Van Eijk c.s. over een verkenning naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken en de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3 (t.v.v. 36748-16)
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Motie (gewijzigd/nader)
Nummer: 2026D05621, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 14:05, versie: 4 (versie 1, versie 2, versie 3)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiรซle HTML versie (kst-36748-41).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36748 -41 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3).
Onderdeel van zaak 2026Z02505:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-02-10 15:00 โ Aangenomen. (Besluit)
- Voor 80: 50PLUS | BBB | ChristenUnie | DENK | FVD | Groep Markuszower | JA21 | PVV | SGP | VVD | Volt
- Tegen 70: CDA | D66 | GroenLinks-PvdA | PvdD | SP
-
2026-02-10 15:00 โ Aangenomen. (Besluit)
- 2026-02-10 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (๐ origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 41 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN EIJK C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 16
Voorgesteld 10 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het voorgestelde box-3-stelsel het eigen gebruik van onroerende zaken forfaitair wordt belast tegen 3,35% van de WOZ-waarde, uitgaande van een volledig jaar;
overwegende dat dit kan leiden tot belastingheffing over een voordeel dat niet of slechts gedeeltelijk is genoten, met name bij vakantiewoningen met een deels consumptief karakter;
overwegende dat de WOZ-waarde een onvolmaakte grondslag vormt en de voorgestelde systematiek juridisch kwetsbaar is;
verzoekt de regering een verkenning te doen naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor (i) het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken, en (ii) de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3, en de Kamer voor 1 juli 2026 te informeren over de uitkomsten,
en gaat over tot de orde van de dag,
Van Eijk
Stoffer
Grinwis