Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Informele Raad WSB d.d. 12-13 februari 2026 te Cyprus (Kamerstuk 21501-31-810)
Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D05714, datum: 2026-02-05, bijgewerkt: 2026-02-05 15:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD)
- Mede ondertekenaar: E.E. van den Broek, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z02078:
- Indiener: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-02-04 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-05 10:00: Informele Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op 12 en 13 februari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-02-10 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
21501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr.
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld … 2026
In de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestond bij enkele fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de op 2 februari 2026 ontvangen Geannoteerde Agenda Informele Raad WSB d.d. 12-13 februari 2026 te Cyprus (Kamerstuk 21501-31, nr. 810).
Bij brief van ….. 2026 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze beantwoord. De vragen en opmerkingen van de fracties en de antwoorden van de minister zijn hieronder afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Burg
Adjunct-griffier van de commissie,
Van den Broek
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II Antwoord/Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ten behoeve van de Informele Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op 12 en 13 februari 2026. Deze leden hebben naar aanleiding van de stukken enkele vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat in het kader van Europese Anti-Armoedestrategie vanuit het Europees Parlement onder meer de suggestie wordt gedaan om een Europese Unie (EU-)richtlijn te introduceren op het vlak van toereikende minimuminkomens en sociale inclusie ("an EU directive on adequate minimum income and active social inclusion"). Deze leden vragen hoe de minister aankijkt tegen een mogelijk richtlijn over toereikend inkomen. Hoe zou een dergelijke leidraad zich bijvoorbeeld verhouden tot de recent aangenomen Wet implementatie EU-richtlijn toereikende minimumlonen en de hieraan ten grondslag liggende richtlijn, zo vragen deze leden. Gaat het om een soortgelijk mechanisme of zijn de details onvoldoende uitgewerkt om hierover uitspraken te kunnen doen?
Uit de beraadslagingen lezen deze leden voorts dat eerdere voorstellen en teksten rondom de eerlijke verdeling van inkomen en vermogen zijn afgezwakt. Deze leden vragen wat de minister vindt van het al dan niet opnemen van voorstellen rondom inkomens- en vermogensongelijkheid.
De leden van de D66-fractie lezen in de one-pager over de Europese armoedeaanpak dat de minister graag aandacht uit ziet gaan naar “comprehensive policies that promote social inclusion, labour market integration, and skills development”. Deze leden vragen welke rol en toegevoegde waarde de minister hier ziet weggelegd voor de EU. In de one-pager staat daarnaast dat de The European Child Guarantee heeft geleid tot “concrete tools to combat child poverty”. Kan de minister hier voorbeelden van noemen, zo vragen deze leden.
Ten slotte lezen de leden van de D66-fractie dat Cyprus als EU-voorzitter de ambitie heeft uitgesproken om op Verordening 883 een akkoord te bereiken. De bezwaren van de minister op de verordening zien voornamelijk toe op verruiming van de exportmogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk van het herzieningsvoorstel, zo lezen de leden in de geannoteerde agenda. Op hoeveel Werkloosheidswet (WW-)uitkeringen hebben deze eventuele verruimingen naar schatting betrekking? Zijn de bezwaren van het kabinet voornamelijk juridisch van aard of zijn er zorgen over de effecten op de uitvoering? Ook lezen deze leden dat de minister in januari 2025 een non-paper heeft verspreid dat raakt aan dit onderwerp. De minister vindt dat de beoogde modernisering van de Verordening niet wordt bereikt met het huidige herzieningsvoorstel, zo lezen deze leden. Welke andere landen delen deze inschatting? Zijn er andere landen die onderdelen van het non-paper onderschrijven? Zo ja, welke?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het onderwerp Verordening 883/2004 niet is geagendeerd voor de Informele Raad, maar dat de geannoteerde agenda wel een kwartaalrapportage bevat. Deze leden nemen kennis van het feit dat Nederland de voorlopige politieke akkoorden in 2019 en 2021 niet steunde vanwege bezwaren bij verruiming van exportmogelijkheden in het werkloosheidshoofdstuk en dat Nederland inzet op modernisering, mede gelet op veranderingen in de arbeidsmarkt (digitalisering en hybride werken). Deze leden lezen ook dat Cyprus de ambitie heeft uitgesproken om op dit dossier tot een akkoord te komen, terwijl er nog geen formele onderhandelingsmomenten gepland zijn. Deze leden vragen of de regering inmiddels zicht heeft op de beoogde aanpak van het Cypriotisch voorzitterschap om tot een doorbraak te komen, en wat dit betekent voor de Nederlandse onderhandelingspositie.
De leden van de CDA-fractie merken op dat Nederland bij het agendapunt “eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid” zal uitdragen dat een goed werkend internationaal verdragenstelsel bijdraagt aan fatsoenlijk werk en sociale rechtvaardigheid, en dat dit daarnaast bijdraagt aan een gelijk speelveld voor bedrijven. Ook nemen deze leden kennis van het feit dat Nederland daarbij de fundamentele IAO-verdragen prioritair noemt. Deze leden vragen welke concrete knelpunten de regering op dit moment ziet bij de naleving en handhaving van deze fundamentele arbeidsnormen in de praktijk, en welke punten Nederland hierover concreet wil inbrengen in de gedachtewisseling tijdens de Informele Raad.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het agendapunt over de Europese anti-armoedestrategie. Daarbij merken deze leden op dat Nederland voornemens is te interveniëren langs de lijnen van een eerder met de Kamer gedeeld non-paper en dat de inzet voortbouwt op het Nationaal Programma Armoede en Schulden, met onder meer aandacht voor een geïntegreerde aanpak, preventie, intergenerationele armoede en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Deze leden vragen hoe de regering deze vier elementen concreet wil terugzien in de uiteindelijke Europese Anti-Armoedestrategie (bijvoorbeeld via indicatoren, monitoring, aanbevelingen of financieringskoppelingen) en op welke momenten de Kamer wordt betrokken.
II Antwoord/Reactie van de minister