Fiche: Aanbeveling voor het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK) over deelname aan de interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan cohesiefondsen
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Brief regering
Nummer: 2026D05997, datum: 2026-02-06, bijgewerkt: 2026-02-09 10:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4265 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z02674:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-02-10 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-24 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Fiche 6: Aanbeveling voor het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK) over deelname aan de interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan cohesiefondsen
Algemene gegevens
Titel voorstel
Aanbeveling voor een Besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie en over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk om de economische en sociale ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie te verkleinen.
Datum ontvangst Commissiedocument
22 december 2025
Nr. Commissiedocument
COM(2025) 804 final
EUR-Lex
EUR-Lex - 52025PC0804 - EN - EUR-Lex
Nr. impact assessment Commissie en Opinie
Niet opgesteld
Behandelingstraject Raad
Raad Algemene Zaken
Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei in nauwe samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken
Essentie voorstel
In dit voorstel doet de Europese Commissie (hierna: de Commissie) een
aanbeveling
aan de Raad tot goedkeuring van het openen van onderhandelingen met het
Verenigd Koninkrijk
(VK). De aanbeveling ziet op de onderhandelingen over twee separate
overeenkomsten, te weten de deelname van het VK aan de interne
elektriciteitsmarkt van de Europese Unie (EU) en de financiële bijdrage
van het VK aan het verminderen van sociale en economische ongelijkheden
tussen de regio’s van de EU (cohesieovereenkomst). Deelname van het VK
aan de interne elektriciteitsmarkt van de EU zou de efficiëntie van de
elektriciteitshandel tussen beide partijen verbeteren en investeringen
in elektriciteitsinfrastructuur, inclusief hernieuwbare energie,
vergemakkelijken. Bovendien wordt het gelijk speelveld tussen de EU en
het VK hierdoor versterkt. De cohesieovereenkomst moet vastleggen dat
het VK op permanente en juridisch bindende wijze bijdraagt aan het
verminderen van sociale en economische ongelijkheden, waarbij de hoogte
van de bijdrage op een passend niveau wordt vastgesteld.
Op 19 mei 2025 hielden de EU en het VK een eerste top sinds het uittreden van het VK uit de Unie. De top stond in het teken van een hernieuwd versterkt partnerschap.1 In een gezamenlijke verklaring herbevestigden zij gemeenschappelijke waarden, gedeelde prioriteiten en hun toewijding aan het implementeren van het Terugtrekkingsakkoord en de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst.2 Het VK en de Commissie presenteerden een zogenaamd Common Understanding, een politiek commitment aan vervolgonderhandelingen op een aantal beleidsterreinen. In deze verklaring is onder meer de intentie vastgelegd om te onderhandelen over de deelname van het VK aan de EU interne elektriciteitsmarkt. Tevens zijn hiervoor een aantal uitgangspunten overeengekomen, waaronder dynamische afstemming van het relevante EU-acquis, dat er een gelijk speelveld moet gelden en een balans moet worden gevonden tussen rechten en plichten.
Op basis van het common understanding hebben de Commissie en het VK verkennende gesprekken gevoerd over integratie in de elektriciteitsmarkt. Op andere terreinen zijn onderhandelingen reeds gestart, bijvoorbeeld over sanitaire en fytosanitaire maatregelen en het koppelen van emissiehandelssystemen. Op 13 november jl. hebben de Commissie en de Raad een verklaring aangenomen waarin staat opgenomen dat zij in het geval het VK op onderdelen integreert in de EU interne markt, zullen reflecteren op een passende contributie van het VK aan het reduceren van sociale en economische ongelijkheden in de EU.
Sinds januari 2021 hebben de EU en het VK twee gescheiden elektriciteitsmarkten met eigen wet- en regelgeving en controlesystemen. Noord-Ierland vormt hierop een uitzondering, omdat daar EU-regels worden toegepast conform het Terugtrekkingsakkoord en het Windsor Raamwerk. Ondanks dat de elektriciteitsmarkten van de EU en het VK veel gemeenschappelijke ontwerpkenmerken hebben, wijken delen van het juridische kader in het VK sinds het uittreden af van dat van de EU. De Handel- en Samenwerkingsovereenkomst voorziet in de oprichting en implementatie van een procedure voor de toewijzing van capaciteit op elektriciteitskoppelingen op de spotmarkt, gebaseerd op het concept van Multi-region loose volume coupling. Deze vorm van marktkoppeling bleek echter moeilijker te implementeren dan verwacht. Sinds de EU-VK top hebben de Commissie en het VK, op verzoek van laatstgenoemde, in detail de noodzakelijke voorwaarden onderzocht en een reeks onderliggende parameters geïdentificeerd voor de mogelijke deelname van het VK aan de interne elektriciteitsmarkt van de EU. De voorgestelde overeenkomst moet de balans tussen rechten en plichten in acht houden om zo een gelijk speelveld te creëren tussen de EU en het VK. De Commissie stelt dat een overeenkomst op het gebied van integratie in de elektriciteitsmarkt de volgende onderdelen moet bevatten: (a) dynamische afstemming van EU-acquis, (b) waarborging van uniforme interpretatie daarvan, (c) een geschillenbeslechtings-mechanisme met een onafhankelijk arbitragehof op basis van de Handels- en Samenwerkings-overeenkomst, en (d) een robuust mechanisme voor de naleving van geschillenbeslechting met een rol voor het EU-Hof van Justitie als hoogste autoriteit voor toepassing van het EU-recht. Voor het VK zou dynamische afstemming van EU-wetgeving gelden op het gebied van de elektriciteitsmarkt, samen met toepassing van EU-regels op het terrein van hernieuwbare energie, milieu, en staatssteun aan de elektriciteitssector om een gelijk speelveld te borgen. Deze afstemming van EU-wetgeving zal zowel voor de groothandel- als retailmarkt gelden. Het VK zal worden geconsulteerd bij de start van het ontwerpen van EU-wetgeving, maar ontvangt geen beslissingsbevoegdheid of recht op deelname aan Raadsformaties. Ook mag de Britse toezichthouder verantwoordelijk voor energie deelnemen aan de Europese toezichthouder ACER, zonder stemrecht. Verder moet de bestaande geschillenbeslechtingsprocedure van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing worden op deze nieuwe overeenkomst, inclusief de mogelijkheid tot maatregelen als laatste redmiddel indien de uitspraak van een arbitragetribunaal niet wordt nagekomen. De Commissie stelt dat het VK ook een financiële bijdrage zou moeten leveren aan de kosten op de desbetreffende beleidsterreinen, zoals de werking van agentschappen, systemen en databases waar het VK toegang tot zou krijgen.
Daarnaast streeft de EU ernaar om middels een separate overeenkomst een permanent, juridisch bindend mechanisme tot stand te brengen voor de passende financiële bijdrage van het VK aan het verminderen van economische en sociale ongelijkheden tussen de regio's van de EU. De Niet alle burgers en ondernemers in lidstaten profiteren evenveel van de interne markt. Een financiële bijdrage dient deze sociale en economische verschillen tegen te gaan. De financiële bijdrage van het VK zou worden berekend op basis van de financiële bijdrage van de EU aan het verminderen van de ongelijkheden tussen de regio's, rekening houdend met de relatieve omvang van de Britse economie en het aandeel van de EU interne markt waaraan het VK deelneemt. Hierbij wordt niet nader toegelicht om welke onderdelen van integratie in de interne markt het gaat. De Commissie stelt dat ook deze overeenkomst een geschillenbeslechtingsprocedure moet bevatten. Volgens het voorstel zouden de twee separate akkoorden inzake integratie in de EU elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan het reduceren van sociale en economische ongelijkheden tussen de regio’s tegelijkertijd in werking treden. De Commissie wordt namens de Unie als onderhandelaar aangesteld en de onderhandelingen over beide overeenkomsten moeten gelijktijdig starten.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet koestert een goede relatie met haar buurlanden, waaronder ook in het bijzonder het VK.3 Het VK is voor Nederland en de EU een belangrijke partner, bijvoorbeeld voor Europese veiligheid en steun aan Oekraïne. De relatie tussen de EU en het VK is op een economische pijler gestoeld. De EU en het VK zijn belangrijke handelspartners van elkaar en hebben verweven markten, o.a. op het gebied van elektriciteit. De samenwerking tussen het VK en Nederland op het gebied van energie is recent ook bekrachtigd in de niet-bindende overeenkomst Energy transition: UK- Netherlands. Vanwege de nauwe verwevenheid steunde Nederland in aanloop naar de EU-VK top op 19 mei jl. de inzet van de Commissie om de relatie tussen de EU en het VK te versterken waar dit van toegevoegde waarde is.4 Het kabinet heeft zich in die context specifiek ingezet voor toekomstbestendige lange-termijnafspraken die duidelijkheid bieden voor de ontwikkelaars van elektriciteitsinfrastructuur en wind op zee.5 Tijdens de top werd conform de Nederlandse inzet het startschot gegeven voor een versterkt partnerschap tussen de EU en het VK. Verdragspartijen kwamen overeen dat zij het hoofdstuk over energie van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst zullen verlengen tot maart 2027. Na goedkeuring door de Raad is de verlenging van dit hoofdstuk op 19 juni jl. door de EU-VK Partnerschapsraad onder de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst bekrachtigd. Daarnaast kwamen de Commissie en het VK in het common understanding overeen om vervolgonderhandelingen te starten over een aantal onderwerpen. Zij wilden verkennen onder welke voorwaarden integratie van het VK in de interne EU-elektriciteitsmarkt mogelijk zou zijn. Het kabinet verwelkomt deze aankondiging, omdat integratie kan bijdragen aan de stabiliteit van de elektriciteitsmarkt, leveringszekerheid voor elektriciteit en zekerheid kan geven voor (toekomstige) investeerders in energieprojecten.6 In de daaropvolgende maanden vonden verkennende gesprekken plaats tussen de Commissie en het VK. Nederland heeft de Commissie opgeroepen om snel te komen tot publicatie van een aanbeveling aan de Raad om de onderhandelingen over integratie van het VK in de EU-elektriciteitsmarkt te starten.7
Tijdens de Raad Algemene Zaken op 17 november jl. vroegen enkele lidstaten aandacht voor de financiële bijdrage van het VK vanwege gedeeltelijke integratie in de interne markt. Integratie in de interne markt is vooralsnog alleen voorzien middels een mogelijke sanitaire en fytosanitaire en een elektriciteitsovereenkomst. Nederland heeft ingestemd met een verklaring van de Raad en de Commissie waarin staat dat de Unie zal reflecteren op een gepaste bijdrage van het VK aan cohesiefondsen. Mede dankzij de Nederlandse inzet heeft de Raad in de verklaring ook een oproep aan de Commissie opgenomen om voor het einde van 2025 een aanbeveling te publiceren voor het openen van onderhandelingen over integratie van het VK in de elektriciteitsmarkt. Deze aanbeveling is gepubliceerd en wordt middels dit fiche beoordeeld.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie om onderhandelingen te openen met het VK over deelname aan de EU interne elektriciteitsmarkt. De presentatie van dit voorstel is conform de Nederlandse inzet en het kabinet zet in op spoedige aanname van het gecombineerde mandaat, zodat onderhandelingen over integratie in de elektriciteitsmarkt voortvarend kunnen starten. Nederland heeft belang bij integratie van het VK in de elektriciteitsmarkt gezien de huidige mate van verbondenheid van het Nederlandse en Britse elektriciteitsnet. Daar komt bij dat met het oog op toekomstige plannen voor de ontwikkelingen van wind en infrastructuur op de Noordzee, waaronder het LionLink project, investeerders in het Nederlandse elektriciteitssysteem gebaat zijn bij lange termijn duidelijkheid en verbeterde afspraken over marktkoppeling tussen de EU en het VK. Des te meer omdat de huidige afspraken zoals opgenomen in de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst over marktkoppeling in de vorm van het Multi Region Loose Volume Coupling mechanisme niet werkbaar bleken. Ook kan een dergelijke overeenkomst voor de EU als geheel voordelig zijn, omdat een koppeling van elektriciteitsmarkten bijdraagt aan de borging van de leveringszekerheid van elektriciteit, het verbeteren van de integratie van hernieuwbare energie en daarmee vergroten van het aandeel hernieuwbare energie en efficiëntere levering op de Nederlandse en Europese markt, met daarmee mogelijk gepaard gaande verlaging van elektriciteitsprijzen.
Het voorstel bevat relevante onderdelen en de noodzakelijke voorwaarden voor integratie in de EU elektriciteitsmarkt. Om de integriteit van de elektriciteitsmarkt en eerlijke concurrentie te bewaken, is het noodzakelijk dat het VK relevante EU-acquis toepast. Daarom is het kabinet tevreden over de randvoorwaarde dat het VK wetgeving op het gebied van de elektriciteitsmarkt hierop dynamisch afstemt. Ook verwelkomt het kabinet de eis dat het VK de voor de elektriciteitsmarkt relevante bepalingen ten aanzien van staatssteun, hernieuwbare energie en milieu afstemt om het gelijke speelveld met het VK te borgen op de interne elektriciteitsmarkt. Tevens steunt het kabinet de inzet van de Commissie op een robuust systeem om EU-acquis te implementeren, monitoren en handhaven. Het kabinet zal daarbij aandacht vragen voor toepassing van de relevante bepalingen ten aanzien van mededinging voor elektriciteit. De voorziene mogelijkheid om het VK te consulteren over EU wetgeving kan het kabinet steunen.
De wens om tot een overeenkomst te komen over een bijdrage van het VK aan economische en sociale cohesie van de Unie, is volgens het kabinet goed verdedigbaar. Het voorstel voorziet in een raamwerkovereenkomst voor deze bijdrage. Het kabinet kan de gedachte volgen dat niet alle lidstaten evenveel profiteren van de interne markt en deze verschillen tegen moeten worden gegaan door deelnemers aan de interne markt. Ook andere derde landen die op deelterreinen geïntegreerd zijn in de EU interne markt, zoals Noorwegen, leveren een dergelijke financiële bijdrage. Hierbij dient opgemerkt te worden dat iedere casus anders is en het VK in zeer beperkte mate in de EU-markt integreert. Deze notie komt terug in de voorgestelde rekenmethode en het kabinet zal hiervoor aandacht houden vanuit het oogpunt van redelijkheid en billijkheid. Wel is het kabinet kritisch over de voorgestelde politieke koppeling tussen de inwerkingtreding van beide overeenkomsten. Het kabinet merkt op dat de Raad hier te zijner tijd over zal besluiten wanneer de uitkomst van onderhandelingen voorligt. Tevens zal het kabinet vragen stellen over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van gelijktijdige inwerkingtreding van de twee afzonderlijke overeenkomsten.
Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting kan het voorstel brede steun genieten van de Raad. Mogelijkerwijs zullen lidstaten wiens elektriciteitsmarkt direct gekoppeld is aan die van het VK het meest positief zijn over het voorstel om hierover onderhandelingen te openen. Zij hebben naar verwachting immers direct baat bij een overeenkomst op dit vlak.
Ook zullen lidstaten het principe van een overeenkomst over een bijdrage van het VK aan sociale en economische ongelijkheden tussen regio’s naar verwachting kunnen steunen. De Raad heeft in november immers ingestemd met een verklaring hierover. Enkele EU-lidstaten zullen naar verwachting een zo sterk mogelijke koppeling willen tussen de onderhandeling en inwerkingtreding van beide overeenkomsten.
De positie van het Europees Parlement is op moment van schrijven onbekend. Naar verwachting zal voor de onderhandelingen over integratie in de elektriciteitsmarkt steun zijn in het Europees Parlement. Onder de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst is een parlementaire partnerschapsraad opgericht, waarin leden van het Europees Parlement zitting hebben. In een aanbeveling van deze partnerschapsraad van 17 maart jl. heeft deze raad nauwere samenwerking tussen de EU en het VK op het gebied van duurzame energie verwelkomd.
Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Bevoegdheid
Het oordeel van het kabinet is positief, al zal wat betreft de overeenkomst over de financiële contributie van het VK om de economische en sociale ongelijkheden tussen regio’s te reduceren, nog een materiële rechtsgrondslag moeten worden toegevoegd. Op grond van artikel 218, lid 3 VWEU kan de Commissie aanbevelingen doen aan de Raad voor de vaststelling van een Raadsbesluit waarbij machtiging wordt gegeven om onderhandelingen over een verdrag te openen en om de onderhandelaar namens de Unie aan te wijzen. Op grond van artikel 218, lid 4 VWEU kan de Raad de onderhandelaar richtsnoeren meegeven en een bijzonder comité aanwijzen in overleg waarmee de onderhandelingen moeten worden gevoerd.
De aanbeveling heeft betrekking op de interne elektriciteitsmarkt en sociale en economische cohesie tussen regio’s. Ten aanzien van de overeenkomst over de EU-interne elektriciteitsmarkt, is de aanbeveling gebaseerd op artikel 194, tweede lid, VWEU. Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag. Artikel 194, tweede lid VWEU geeft de EU de bevoegdheid om maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn in het kader van de totstandbrenging en de werking van de interne (energie-)markt. Op het terrein van energie is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, lid 2, onder i VWEU). In de in artikel 3, lid 2 VWEU gespecificeerde gevallen, kan dan toch sprake zijn van een EU-exclusieve bevoegdheid. Volgens de Commissie heeft de EU een exclusieve bevoegdheid om een dergelijke overeenkomst te sluiten.
Wat betreft de overeenkomst over de financiële contributie van het VK om de economische en sociale ongelijkheden tussen regio’s te reduceren, zal deze worden gebaseerd op Deel drie, Titel XVIII van het VWEU (economische, sociale en territoriale samenhang). Op het terrein van economische, sociale en territoriale samenhang hebben de EU en de lidstaten een gedeelde bevoegdheid (artikel 4, lid 2, onder c VWEU). De exacte materiële rechtsgrondslag is echter nog onbekend. Het kabinet zal aandacht vragen voor het toevoegen van de juiste materiële rechtsgrondslag.
Wanneer de overeenkomst is uitonderhandeld, dienen de rechtsgrondslagen van de Raadsbesluiten tot ondertekening en sluiting van de overeenkomst apart beoordeeld te worden op basis van de uiteindelijke tekst (in het bijzonder het doel en de inhoud van de overeenkomst).
Subsidiariteit
Het subsidiariteitsbeginsel is niet van toepassing voor zover er sprake is van een exclusieve bevoegdheid van de Unie. Voor zover sprake is van een gedeelde bevoegdheid, is de grondhouding van het kabinet positief. De aanbeveling heeft tot doel de Commissie te machtigen tot het openen van onderhandelingen namens de EU over de integratie van het VK in de interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan het verkleinen van sociale en economische verschillen tussen de regio’s. Door het overeenkomen van twee akkoorden over integratie van het VK in de interne elektriciteitsmarkt met bepaalde voorwaarden, wordt de interne markt uitgebreid en het gelijk speelveld op het terrein van elektriciteitshandel met het VK verbeterd. De elektriciteitsmarkt en cohesiefondsen richten zich beide op grensoverschrijdende problematiek. Gezien het gaat om aansluiting van een derde land op deze onderwerpen met een grensoverschrijdend karakter, kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De aanbeveling heeft tot doel de Commissie te machtigen tot het openen van onderhandelingen namens de EU over de integratie van het VK in de interne elektriciteitsmarkt en een bijdrage van het VK aan het verkleinen van sociale en economische verschillen tussen de regio’s. Het voorgestelde optreden is geschikt om de doelstelling te bereiken, omdat het voorziet in afspraken over de groothandel en retailmarkt die noodzakelijk zijn voor het faciliteren van elektriciteitshandel. Ook voorziet het voorgestelde optreden in een rekenmethode met relevante elementen om tot een cohesiebijdrage te komen. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de voorziene overeenkomst ten aanzien van de integratie van het VK in de interne elektriciteitsmarkt slechts gericht is op het wegnemen van de obstakels bij de huidige marktkoppeling met het VK. De voorziene overeenkomst ten aanzien van de sociale en economische cohesie van de Unie, is er louter op gericht om tot een gepaste bijdrage te komen die structureel door het VK moet worden geleverd.
Financiële gevolgen
Het voorstel heeft gevolgen voor de EU-begroting. Ten eerste zal de deelname van het VK aan de interne elektriciteitsmarkt en relevante agentschappen budgetneutraal zijn, ervan uitgaande dat de kosten die dit met zich meebrengt door het VK gedekt zullen worden. Deze kosten worden in het voorstel niet verder gespecificeerd. Nederland ziet het belang van toetreding van het VK tot de interne markt maar over de kosten die hierbij komen kijken zullen afspraken gemaakt moeten worden met het VK. Het voorstel van de Commissie voorziet in dergelijke afspraken.
De bijdrage die nog overeengekomen zal worden met het VK als onderdeel van de elektriciteitsovereenkomst moet de kosten reflecteren die de Unie op het desbetreffende beleidsterrein maakt.
Daarnaast dient de overeenkomst inzake sociale en economische ongelijkheden tussen regio’s een bijdrage van het VK aan de Unie vast te leggen. Hier is het nog onduidelijk wat de VK-bijdrage inhoudt en wat de consequenties voor de EU-begroting zijn, omdat dit onderdeel zal zijn van de uitkomst van de onderhandelingen. De Commissie stelt voor om de bijdrage van het VK te berekenen op basis van de financiële bijdrage van de EU aan het verminderen van de ongelijkheden tussen de regio's, de relatieve omvang van de Britse economie en het aandeel van de EU interne markt waaraan het VK deelneemt. Het kabinet acht dit een juiste benadering, aangezien hierbij rekening wordt gehouden met de reikwijdte van de integratie van het VK in de interne markt. Wel roept het voorstel vragen op, zoals wat de uitkomst van deze berekening is. Het kabinet zal hiernaar vragen. Naar verwachting kan de overeenkomst inzake cohesie leiden tot een lagere afdracht van aan de begroting. Het kabinet acht het wenselijk dat een dergelijke financiële bijdrage tot lagere afdrachten leidt in plaats van naar een andere budgetpost gaat.
Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Integratie van het VK in de EU-elektriciteitsmarkt kan bijdragen aan een gelijk speelveld tussen EU-lidstaten en het VK. Bovendien kan dit de regeldruk voor marktdeelnemers beperken. Directe marktkoppeling is efficiënter vanuit economisch oogpunt en kan om die reden bijdragen aan de concurrentiekracht van de EU en het VK. Een financiële bijdrage van het VK aan het reduceren van economisch en sociale ongelijkheden tussen regio’s komt tevens de Unie ten goede.
De voorgestelde overeenkomsten maken nauwere samenwerking tussen de EU en het VK mogelijk. Het brede partnerschap tussen de EU en het VK wordt deze overeenkomsten op specifieke beleidsterreinen versterkt. Een sterk partnerschap tussen Europese partners in van geopolitiek belang.