[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inzet C.W. Artikel 2.25 Tweede lid voor nieuw beleid Mijnbouwschade Limburg

Mijnbouw

Brief regering

Nummer: 2026D06077, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 13:57, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32849 -298 Mijnbouw.

Onderdeel van zaak 2026Z02704:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

De ontwerpbegrotingen 2026 worden door de samenloop van de parlementaire behandeling met het verkiezingsreces en de installatie van de nieuwe Tweede Kamer later geautoriseerd dan gebruikelijk. Waar behandeling van een begroting volgens de Europese verordening en de Comptabiliteitswet 2016 voor 1 januari van het begrotingsjaar door beide Kamers wordt afgerond, zal dit nu in de loop van 2026 gebeuren.

De Comptabiliteitswet 2016 stelt in artikel 2.25 dat nieuw beleid dat ten grondslag ligt aan de ontwerpbegrotingen niet uitgevoerd mag worden voordat de Staten-Generaal heeft ingestemd. Omdat latere begrotingsbehandeling al was voorzien, heeft de Kamer eerder een brief ontvangen met de mogelijke gevolgen voor de begroting van Klimaat en Groene Groei en het Klimaatfonds1. Inmiddels acht het kabinet het voor Mijnbouwschade Limburg niet in het belang van het Rijk om de uitvoering aan te houden tot na de autorisatie van de ontwerpbegroting. Daarom doet het kabinet in deze brief voor die maatregel een gemotiveerd beroep op artikel 2.25, tweede lid, Comptabiliteitswet 2016. Conform het verzoek van de Tweede Kamer2 bevat deze brief een onderbouwing waarom een beroep op deze uitzonderingsbepaling noodzakelijk wordt geacht.

Tabel 1 – Overzicht maatregel

in duizenden euro Kas 2026 Verplichtingen 2026
1 Schadeafhandeling mijnbouw Limburg art. 31 € 23.082 € 23.082

Toelichting per maatregel

  1. De regeling Tegemoetkoming Mijnbouwschade Limburg draait om de nasleep van steenkoolwinning in Zuid-Limburg. Na de mijnsluiting in de jaren 70 zijn de mijnen volgelopen met water waardoor de bodem is gaan stijgen. Dit kan leiden tot schade aan de woning.

De regering heeft in de ontwerpbegroting voor het jaar 2026 voor de instelling van het schadeloket van het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg (I3ML) additioneel budget vrijgemaakt. De motie van de leden Vermeer (BBB) en Pierik (BBB)3 verzoekt de regering om het schadeloket uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 toegankelijk te maken voor aanmeldingen. Daarnaast verzoekt de motie van de leden Beckerman (SP), Bushoff (GL-PvdA) en Teunissen (PvdD)4 dat de regering met grote spoed de schaderegeling invoert, niet wacht tot 2026 en dat het kabinet alles op alles zet om de schadeafhandeling zo spoedig mogelijk te starten. Bovenstaande moties zijn afgehandeld5.

Er is gecommuniceerd dat het Rijk, na parlementaire goedkeuring, vanaf 2026 zal gaan starten met de schadeafhandeling. Met het later autoriseren van de ontwerpbegrotingen 2026 door de samenloop van de parlementaire behandeling met het verkiezingsreces en de installatie van de nieuwe Tweede Kamer loopt de schadeafhandeling mogelijk vertraging op en kunnen de particuliere woningeigenaren langer met schade zitten.

Eind 2025 is een digitaal loket geopend en op 2 januari 2026 is het fysieke I3ML loket geopend, zodat er een plek is waar woningeigenaren met mijnbouwschade terecht kunnen. Een particuliere woningeigenaar kan nu bij het nieuwe instituut een aanvraag digitaal, per post of ter plekke bij het loket indienen. I3ML neemt een aanvraag in behandeling als de woning gelegen is in het voor het besluit opengestelde mijnbouwschadegebied. De minister van Klimaat en Groene Groei vraagt voor iedere aanvraag advies aan de Limburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade (hierna commissie). Deze commissie beoordeelt of het aannemelijk is dat de schade het gevolg is van bodembeweging door de voormalige steenkoolwinning. Na ontvangst van het advies van de commissie neemt de minister binnen weken een besluit. De schadegevallen tot 10.000 euro krijgen een financiële tegemoetkoming. De grotere schadegevallen zullen worden hersteld door een aannemer. Naar verwachting zullen de eerste schadegevallen in het najaar van 2026 worden hersteld.

Voor het in behandeling nemen van de aanvragen en het onderzoeken van schade (uitvoeringskosten) moeten betalingen plaatsvinden die niet kunnen wachten tot de autorisatie van de Tweede Kamer (voorzien in de week van 17 maart) en de daaropvolgende autorisatie van Eerste Kamer op de ontwerpbegroting van 2026. 

Verwacht wordt dat de daadwerkelijke schadebetalingen pas later in het jaar zullen plaatsvinden. 

Er is geen ander budgettair verwerkingsmoment anders dan de parlementaire begrotingsbehandeling. U wordt daarom met deze brief geïnformeerd.

Beleidskeuzes uitgelegd 

Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)

1. Doel Het doel wat wordt nagestreefd is een regeling voor schadeafhandeling inrichten voor woningeigenaren in Zuid-Limburg die door na-ijlende effecten van voormalige mijnbouwactiviteiten, zoals verzakking en grondwaterstijging, kampen met schade aan de woning.  
2. Beleidsinstrument Dit betreft een schade-instrument waarbij de Rijksoverheid huiseigenaren in de voormalige mijnstreek een financiële tegemoetkoming biedt en bij grotere schadegevallen herstel-in-natura. 

3. A. Financiële gevolgen voor het Rijk 

    B. Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren

A. Financieel gevolg voor het Rijk in 2026 is € 23,1 mln. 

B. Niet van toepassing

4. Nagestreefde doeltreffendheid De regeling schadeafhandeling mijnbouw Limburg biedt woningeigenaren een financiële tegemoetkoming of herstel-in-natura, zodat een oplossing wordt geboden aan deze eigenaren met schade als gevolg van de voormalige steenkoolwinning in Zuid-Limburg.
5. Nagestreefde doelmatigheid

De inschatting is dat de volgende uitgangspunten ervoor zorgen dat er een gedragen schadeafhandeling komt en dat de kosten van de schadeafhandeling en de tegemoetkomingen daar waar mogelijk te claimen is op de nog bestaande rechtsopvolgers van de voormalige mijnbouwbedrijven: 

  • schadeafhandeling door het instituut I3ML dat gevestigd wordt in Heerlen; 

  • advisering over de schadeafhandeling door de Limburg Kamer van de Commissie Mijnbouwschade;

  • beoordeling van de schadegevallen op basis van aannemelijkheid;

  • met de schadeafhandeling biedt de Rijksoverheid huiseigenaren in de voormalige Mijnstreek voor hun mijnbouwschade bij kleine schadegevallen een financiële tegemoetkoming en bij grotere schadegevallen herstel-in-natura.

6. Evaluatieparagraaf De regeling wordt 1 jaar na de datum van eerste toekenning geëvalueerd en daarna tenminste een keer per 5 jaar. 

 

Sophie Hermans

Minister van Klimaat en Groene Groei


  1. Kamerstukken 2025/2026, 36 800 XXIII, nr. 3. Het opgenomen bedrag van € 13,6 mln. was onvolledig; het juiste bedrag waar CW 2.25 voor wordt ingezet bedraagt € 23,1 mln.↩︎

  2. Kamerstukken 2022/2023, 36 200, nr. 222↩︎

  3. Motie 4263, Kamerstuk 32849, nr. 276 ↩︎

  4. Motie 4267, Kamerstuk 32849, nr. 284↩︎

  5. Kamerstuk 32849, nr. 289↩︎