Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20-2376)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D06108, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 13:05, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: L.B. Blom, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z02093:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-02-04 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-02-09 12:00: Informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21501-20 Europese Raad
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2026
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 2 februari 2026 inzake de Geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026 (Kamerstuk 21501-20, nr. 2376).
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Erkens
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de informele Europese Raad van 12 februari 2026. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie vragen wanneer deze informele Raad wat
het kabinet betreft geslaagd is. Welke concrete uitkomsten hoopt het
kabinet te bereiken op deze informele top? Hoe staat het kabinet
tegenover “Buy European”-initiatieven en op welke manier denkt
het kabinet dat dit bij kan dragen aan het
Europese concurrentievermogen?
De leden van de D66-fractie vragen welke nationale opvolging er tot op
heden is gegeven aan het Draghi-rapport. Is de minister bereid om de
Kamer periodiek te informeren over de opvolging van
het Draghi-rapport? Kan de minister dezelfde vragen beantwoorden voor
de Niinistö- en Letta-rapporten?
De leden van de D66-fractie vragen op welke manier de minister van plan is in Europees verband kenbaar te maken dat Nederland positief staat tegenover eerdere toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU), wanneer dit deel uitmaakt van een vredesakkoord in navolging op de aangenomen motie-Klos c.s. (Kamerstuk 36800 V, nr.49). Op welke manier zal de minister opvolging geven aan de aangenomen motie-Klos c.s. over een Europese veiligheidsraad (Kamerstuk 36800 V, nr. 48)? Wanneer kan de Kamer een nieuwe versie of een voortgangsrapportage verwachten van de Nationale Grondstoffenstrategie?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026. Deze leden constateren dat deze Raad vooral in het teken zal staan van het Europees Concurrentievermogen. Zij onderschrijven het belang van een sterk concurrentievermogen, ook in het kader van de recente geopolitieke ontwikkelingen. Wel hebben zij naar aanleiding van de geannoteerde agenda nog een aantal vragen.
Mercosur
De leden van de VVD-fractie merken op dat handelsverdragen het fundament vormen van een economisch welvarend Europa. In het kader daarvan betreuren deze leden dat een meerderheid van het Europees Parlement ervoor heeft gekozen de inwerkingtreding van het EU-Mercosur-akkoord op te schorten om advies in te winnen bij het Europees Hof van Justitie. De Kamer heeft door het aannemen van de motie-Erkens (Kamerstuk 21501-20, nr. 2374) juist aangegeven dat het EU-Mercosur-akkoord alvast in werking dient te treden. Op welke manier heeft het kabinet tot dusver uitvoering gegeven aan deze motie? Welke verdere stappen is het kabinet van plan te nemen om het EU-Mercosur-akkoord alsnog zo snel mogelijk in werking te laten treden?
Europese Kapitaalmarktunie
De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet tijdens de Raad onder andere zal pleiten voor een sterke kapitaalmarktunie. Deze leden juichen dit toe. In hoeverre vindt het kabinet in Europa steun voor een Europese kopgroep aan landen die, vooruitlopend op een volledig Europese kapitaalmarktunie, alvast gaan werken aan een diepere integratie van hun kapitaalmarkten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de aanstaande informele Europese Raad van 12 februari 2026. Deze leden hebben enkele opmerkingen en vragen over de inzet aldaar.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat tijdens de informele Raad wordt gesproken over het concurrentievermogen van de EU. Ook zijn er enkele non-papers verschenen in aanloop naar deze Raad, bijvoorbeeld van Duitsland en Italië. Deze leden vinden de concurrentiekracht van de EU van essentieel belang, maar benadrukken dat een sterkere concurrentiekracht niet wordt bereikt met het blind afschaffen van werknemersrechten, veiligheidsnormen voor producten en schone lucht-normen. Het blind afschaffen hiervan zou er juist voor zorgen dat werknemers en consumenten minder vertrouwen krijgen in EU-normen en zorgt voor problemen op middellange termijn. Is de minister het ermee eens dat het afbreken van werknemersrechten, veiligheidsnormen voor producten en schone lucht-normen niet de weg is die de EU moet inslaan?
Het versterken van het concurrentievermogen van de EU gaat wat deze leden betreft in grote mate om het doen van de juiste investeringen. Dit schreven Mario Draghi en Enrico Letta – die ook aanwezig zullen zijn bij de bijeenkomst in Antwerpen – nadrukkelijk en uitgebreid in hun beide rapporten. Is de demissionair minister-president bereid tijdens de informele Raad naar voren te brengen dat juist deze investeringen het verschil gaan maken en dat deze achterblijven?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lazen dat ook de president van de Europese Centrale Bank (ECB) Lagarde de Europese leiders in aanloop naar de informele Raad van advies voorzag in een checklist die zij stuurde met noodzakelijke stappen die leiden tot meer concurrentiekracht. Onder meer zijn hierin punten opgenomen over gezamenlijke investeringen en Europese obligaties. Heeft zij in haar advies ook gesproken over de noodzaak van Eurobonds? Kan de Kamer haar adviezen (desnoods vertrouwelijk) ontvangen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hoewel tijdens deze informele Raad geen besluiten en conclusies worden verwacht er wel posities worden ingenomen tijdens en voorafgaand aan de Raad, bijvoorbeeld door de non-papers die zijn gepubliceerd door lidstaten. Het Duits-Italiaanse non-paper vraagt om een volgende slag om EU-wetten uit te kleden, wat deels zal resulteren in de afbraak van verworven werknemersrechten en veiligheids-, klimaat- en milieustandaarden. Ook wil het Duits-Italiaanse standpunt vooral investeren in ‘European champions’ waarbij ze hun eigen auto-industrie noemen. Wat deze leden betreft is het juist belangrijk dat landen niet alleen kijken naar hun eigen industrie maar kijken naar het Europees belang. Ook in de Nederlandse hoogwaardige industrie moet geïnvesteerd worden om de concurrentiepositie van de EU te versterken. Is de minister het hiermee eens?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet zich nog niet te voegen bij een van de landen die hun posities al kenbaar hebben gemaakt in een non-paper – ook gezien de demissionaire status van het kabinet en de verwachting van een nieuw missionair kabinet op korte termijn. Deze leden vragen het kabinet nadrukkelijk zich niet aan te sluiten bij het Duits-Italiaanse standpunt. Is het kabinet daartoe bereid?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Europese Raad van 12 februari 2026.
De leden van de BBB-fractie lezen in het artikel ‘Nederland waarschuwt voor risico’s van ‘koop Europees’ bij aanbestedingen’ (Financieel Dagblad, 5 februari 2026) dat Nederland een non-paper mede zou hebben ondertekend, over de Artificial Intelligence (AI) Act en Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Klopt het dat Nederland in aanloop naar de informele Europese Raad deze non-paper mede heeft ondertekend? Zo ja, kan het kabinet toelichten op welk moment dit besluit is genomen en waarom deze non-paper niet actief met de Kamer is gedeeld?
De leden van de BBB-fractie lezen in de non-paper1 onder meer de volgende passage:
“In a time of fast-paced technological advancement, too complicated and burdensome regulation cannot stand in the way of EU’s technological leadership and sovereignty. Simplification will remain key in the digital sphere. We welcome the ambitions in the Digital Omnibus package both on AI and GDPR, but more needs to be done.” Deze leden onderschrijven deze analyse. Europa dreigt achterop te raken wanneer regelgeving innovatie en investeringen in de weg staat. Deze leden zien al langer dat ondernemers, midden- en klein bedrijven en ook agrarische technologiebedrijven vastlopen in complexe digitale verplichtingen, uiteenlopende interpretaties en stapeling van toezicht. Kan het kabinet nader concretiseren wat in deze passage wordt bedoeld met “more needs to be done”, bovenop de reeds aangekondigde vereenvoudiging in de Digital Omnibus, zowel ten aanzien van de AI Act als de AVG? Welke aanvullende vereenvoudigingen acht Nederland wenselijk?
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet borgt dat vereenvoudiging daadwerkelijk leidt tot meer rechtszekerheid en minder regeldruk in de praktijk en niet slechts tot herschikking van bestaande verplichtingen. Deze leden wijzen in dit verband op de door de Kamer aangenomen motie-Flach/Vermeer (Kamerstuk 21501-33, nr. 1171), waarin de regering wordt verzocht zich in Europees verband actief in te zetten voor het schrappen van onnodige regeldruk en nationale koppen op Europese regelgeving. Kan het kabinet expliciet toelichten hoe de inzet in deze non-paper en de verdere onderhandelingen over de digitale agenda zich verhouden tot deze motie? Ziet het kabinet deze non-paper als concrete invulling van deze aangenomen motie?
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Swedish – Finnish non-paper on European Strategic Competitiveness (20260205_europe_table_se-fi-non-paper-competitiveness.pdf)↩︎