Voortgang interlandelijke adoptie
Adoptie
Brief regering
Nummer: 2026D06111, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-02-09 14:05, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 31265 -136 Adoptie.
Onderdeel van zaak 2026Z02728:
- Indiener: A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-03-04 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Hierbij informeer ik u over de ontwikkelingen met betrekking tot het onderwerp interlandelijke adoptie. Ik ga in op de stand van zaken betreffende de afbouw van de interlandelijke adoptie, en het bijbehorende wetsvoorstel dat onlangs in consultatie is gegaan.
Ik zal in deze brief de toezeggingen afdoen die ik heb gedaan tijdens het commissiedebat Personen- en familierecht van 12 maart 2025 om:
uw Kamer te informeren over de stand van zaken betreffende de verlenging van de vergunningen van de vergunninghouders voor bemiddeling;
in te gaan op de adoptie van volwassenen;
in te gaan op de kosten inzake herstel van identiteitsgegevens;
uw Kamer te informeren over het landelijk beleid rondom adoptie uit Hongarije en Zuid-Afrika.
Tevens zal ik een aantal door uw Kamer aangenomen moties afdoen, te weten:
motie van de leden Van Nispen en Tseggai over de vereenvoudiging van de procedure voor identiteitsherstel van interlandelijk geadopteerden1;
motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk over de mogelijkheid van adoptie van volwassenen2.
Stand van zaken afbouw interlandelijke adoptie
Met het afbouwplan dat op 9 december 2024 aan uw Kamer is gepresenteerd, is uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop interlandelijke adoptie tot eind 2030 zorgvuldig wordt afgebouwd.3 In de periode van afbouw kunnen procedures onder eerder ingestelde strenge waarborgen en controles worden voortgezet terwijl wordt toegewerkt naar definitief stoppen met adoptie uit het buitenland. In de afgelopen periode is met de partners in de adoptieketen (Fiom, de Raad voor de Kinderbescherming, de vergunninghouders, de Centrale autoriteit) en in overleg met de betrokken Rijksinspecties gewerkt aan een zorgvuldige uitwerking en uitvoering van het afbouwplan.
Lopende adoptieprocedures
Aspirant-adoptiefouders met een lopende procedure kunnen die in principe tot 1 mei 2030 vervolgen. Tot die datum kunnen de vergunninghouders voor de bemiddeling bij adoptie uit het buitenland nog voorstellen doen voor matching tussen een kind en aspirant-adoptiefouders. Na 2030 is adoptie van buitenlandse kinderen niet meer mogelijk.4 Op 21 mei 2024, de dag waarop mijn voorganger uw Kamer bij brief heeft geïnformeerd over de uitvoering van de motie Van Nispen inzake de afbouw van interlandelijke adoptie, hadden in totaal 587 aspirant-adoptiefouders een lopende adoptieprocedure. Een deel van deze aspirant-adoptiefouders is inmiddels uitgestroomd (ofwel omdat ze gestopt zijn met de procedure ofwel omdat zij een kind hebben geadopteerd), waardoor volgens de laatst beschikbare gegevens nog ongeveer 400 aspirant-adoptiefouders in procedure zijn.5
Met de inwerkingtreding van de in het afbouwplan aangekondigde wetswijziging komt de mogelijkheid tot het indienen van nieuwe adoptieaanvragen volledig te vervallen. Tot die tijd wordt het aspirant-adoptiefouders ontraden om een nieuwe adoptieprocedure te starten. Aspirant-adoptiefouders die zich bij de Centrale autoriteit melden voor adoptie uit het buitenland worden gewezen op het afbouwbeleid en op de mogelijke emotionele belasting en financiële consequenties in relatie tot de beperkte tijd die resteert om een adoptieprocedure af te ronden. Ook bij de voorlichting van Fiom die aspirant-adoptiefouders volgen wordt hier aandacht aan besteed. Vanuit het perspectief dat Nederland adopties uit het buitenland afbouwt, hecht ik eraan dat aspirant-adoptiefouders goed geïnformeerd een realistische afweging maken over het beginnen of vervolgen van een adoptieprocedure. Het aantal personen dat nog een adoptieprocedure opstart is laag. In 2025 heeft zich een beperkt aantal personen bij de Centrale Autoriteit gemeld om zich in te schrijven. Van hen hebben 14 aanvragers de aanvraag doorgezet.
Landenselectie en ‘stoplanden’
In eerdergenoemd commissiedebat Personen- en familierecht van 12 maart 2025 is de vraag gesteld waarom omringende landen besluiten niet meer te adopteren uit bepaalde landen (waarbij specifiek Zuid-Afrika en Hongarije zijn genoemd), terwijl Nederland wel uit een aantal van die landen blijft adopteren. Ieder land van opvang maakt zijn eigen afwegingen als het gaat om het al dan niet adopteren uit een bepaald land. Adopties naar Nederland vinden alleen nog plaats uit een beperkt aantal landen die daar na onderzoek voor zijn geselecteerd. De landenselectie is een belangrijke kwaliteitswaarborg. Er zijn acht landen waaruit nog kan worden geadopteerd, te weten: Zuid-Afrika, Portugal, Thailand, Taiwan, de Filipijnen, Lesotho, Hongarije en Bulgarije6. Deze selectie is met uw Kamer gedeeld en uitvoerig besproken. De Nederlandse Centrale autoriteit heeft vooralsnog geen aanleiding gezien om de adoptierelatie met landen die zijn overgebleven uit de landenselectie te heroverwegen. Signalen over mogelijke misstanden en besluiten van andere landen tot beëindiging van adoptierelaties worden zorgvuldig onderzocht en bekeken. Indien nodig wordt een adoptierelatie heroverwogen. Indien daar aanleiding toe bestaat, zal ik uiteraard uw Kamer informeren in het geval een adoptierelatie moet worden beëindigd.
Vergunninghouders
De vergunninghouders A New Way, de Nederlandse Adoptie Stichting en Stichting Wereldkinderen zijn in 2025 in de gelegenheid gesteld om nog eenmaal hun vergunning voor bemiddeling bij adoptieprocedures te verlengen voor de gebruikelijke duur van vijf jaar. Zij hebben alle drie een verzoek hiertoe ingediend. Aanvullend op de eisen voor de reguliere verlengingsprocedure zijn de vergunninghouders gevraagd om een meerjarenplan aan te leveren. In dit meerjarenplan geven de vergunninghouders onder meer aan welke risico’s zij voorzien voor de bemiddeling gedurende de afbouwperiode en hoe zij deze risico’s zullen ondervangen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) heeft in het kader van verscherpt toezicht deze plannen beoordeeld en positief gewaardeerd. Samen met de beoordeling van de verlengingsaanvragen door het ministerie van JenV, heeft dat ertoe geleid dat de vergunningen zijn verlengd tot 18 december 2030. Stichting Meiling is inmiddels gestopt als vergunninghouder voor bemiddeling in adoptie. Tot 1 april 2026 voert Meiling nog afrondende taken uit.
Vergunninghouders worden ook in de periode van afbouw financieel ondersteund met subsidie. Op deze manier kunnen zij hun organisatie met voldoende gekwalificeerd personeel in stand houden, en kunnen zij de werkzaamheden uitvoeren die nodig zijn voor zorgvuldige afbouw.
Behoud van kennis van vergunninghouders en informatie over het adoptieproces
Het is voor geadopteerde personen van groot belang dat algemene informatie over onder andere adoptieprocedures bewaard en beschikbaar blijft. De vergunninghouders beschikken over veel kennis. Met de afbouw van interlandelijke adoptie houden zij op te bestaan. Ik vind het belangrijk dat de aanwezige kennis goed wordt geborgd. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om individuele adoptiedossiers van kinderen of ouders of andere informatie die persoonsgegevens bevat, maar om algemene informatie, bijvoorbeeld over de samenwerking met landen van herkomst. Ik heb INEA, het landelijke expertisecentrum voor interlandelijke adoptie, daarom gevraagd om daarvoor een plan op te stellen. Zo wordt voorkomen dat de kennis en informatie bij vergunninghouders na de afbouw van de interlandelijke adoptie verloren gaan. Deze informatie kan heel relevant zijn voor geadopteerden, en kan behulpzaam zijn bij het vormen van een beeld over het adoptieproces.
INEA beoogt een overzichtelijk online platform te realiseren waarop alle belangrijke informatie die de vergunninghouders op dit moment hebben vrij toegankelijk is. Het platform zal de beschikbare informatie van vergunninghouders bevatten om vragen van geadopteerden en andere betrokkenen in de toekomst te kunnen beantwoorden als de vergunninghouders er niet meer zijn. Het zal naar verwachting in ieder geval gaan om landenspecifieke gegevens en om informatie over de vergunninghouder, zoals de totstandkoming van de organisatie en hun werkwijze. Daarnaast wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de informatie die geadopteerden zouden kunnen krijgen bij een informatieverzoek of bij rootsvragen aan de vergunninghouder zal worden opgeslagen. De uitvoering van het project wordt door INEA in samenwerking en afstemming met de vergunninghouders vormgegeven. Het is de bedoeling om de informatie van de vergunninghouders één voor één in kaart te brengen. INEA heeft in dit kader ook contact gelegd met de voormalige vergunninghouder Stichting Kind en Toekomst. INEA is gestart met het in kaart brengen van de kennis die wordt overgedragen door (voormalig) vergunninghouder Stichting Meiling.
Wetstraject
Het conceptwetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel is op 23 januari jl. in internetconsultatie gegaan. Met het wetsvoorstel wordt de afbouw van de interlandelijke adoptie geregeld overeenkomstig het afbouwplan, zoals uiteengezet in de brief aan uw Kamer van 9 december 2024. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een regeling voor het onderbrengen van adoptiedossiers van de vergunninghouders bij het Nationaal Archief en voor de toegang tot deze dossiers. Verder wordt de procedure voor identiteitsherstel vereenvoudigd. Onderdeel daarvan is het wijzigen van de voor- en/of achternaam. Hierop ga ik in deze brief verder in onder “Herstel van identiteitsgegevens”.
Het wetsvoorstel bevat ook een regeling voor de selectie en voordracht van personen voor adoptie van in Nederland afgestane of te vondeling gelegde kinderen. Voor de selectie van deze aspirant-adoptiefouders wordt momenteel in de praktijk gebruik gemaakt van de lijst van aspirant-adoptiefouders met een beginseltoestemming voor interlandelijke adoptie. Met de afbouw van interlandelijke adoptie komt deze mogelijkheid te vervallen. Dat vormt aanleiding om te voorzien in een zelfstandig juridisch kader voor de selectie van mogelijke adoptiefouders voor binnenlandse adoptieprocedures na afstand.
Het wetsvoorstel maakt tot slot ook adoptie van volwassenen mogelijk, zoals verzocht in eerdergenoemde motie van de leden Bikker en Diederik van Dijk. Zoals eerder door mijn voorganger toegezegd, heb ik ook navraag gedaan naar de mogelijkheid van adoptie van meerderjarigen in ons omringende landen. Onder meer in Duitsland en Denemarken is dit al mogelijk. Op dit moment is adoptie binnen Nederland op grond van de wet beperkt tot minderjarigen (artikel 1:228, eerste lid, onder a, BW). Het te adopteren kind dient op de dag van het eerste verzoek tot adoptie minderjarig te zijn. In de jurisprudentie wordt op deze beperking in schrijnende gevallen een uitzondering gemaakt. Om de rechtsgelijkheid te waarborgen is het noodzakelijk om de adoptie van meerderjarigen wettelijk te regelen. In het wetsvoorstel heb ik deze jurisprudentie van een wettelijke grondslag voorzien, in de vorm van een uitzondering voor personen die gedurende hun minderjarigheid ten minste vijf jaar door de adoptant zijn verzorgd en opgevoed. In die gevallen wordt het mogelijk de meerderjarige te adopteren.
Verbeterde ondersteuning geadopteerden
Herstel van identiteitsgegevens
Op 30 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de doorlichting van het Besluit geslachtsnaamswijziging, waarbij is aangegeven dat een vereenvoudiging van de wijziging van de voornaam en achternaam voor meerderjarigen wordt overwogen om naamswijziging beter aan te laten sluiten bij de behoeften vanuit de samenleving.7 In het in consultatie gegeven conceptwetsvoorstel voor de afbouw van interlandelijke adoptie is deze vereenvoudiging verwerkt. Het wetsvoorstel regelt dat elke meerderjarige burger zijn voor- en/of achternaam eenmalig zonder opgaaf van reden kan laten wijzigen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Dit kan met een beperkte keuze voor de nieuwe achternaam, bijvoorbeeld de achternaam die men eerder heeft gehad, de achternaam van de andere ouder of voorouder. Naar verwachting zullen de kosten hiervan (veel) lager zijn dan nu het geval is bij de rechter (in geval van wijziging van een voornaam) en Justis (in geval van wijziging van een achternaam). Complexe verzoeken8, tweede verzoeken en verzoeken voor minderjarigen, blijven lopen via Justis. Aanvulling of wijziging van de gegevens in de geboorteakte blijft voorbehouden aan de rechter. Het wetsvoorstel regelt dat bij een eventueel verzoek aan de rechter ook gelijk om wijziging van de voor- en/of achternaam kan worden verzocht, bijvoorbeeld bij een verzoek om herroeping van de adoptie. Zo kunnen verschillende verzoeken over identiteitsherstel en naamswijziging in één procedure aan dezelfde rechter worden voorgelegd. Voor herroeping van een interlandelijke of binnenlandse adoptie wordt de (beperkende) wettelijke termijn die nu geldt9, geschrapt. Hiermee worden de mogelijkheden tot identiteitsherstel in de toekomst structureel eenvoudiger en goedkoper.
Herstel van oorspronkelijke nationaliteit
Bij geadopteerden kan ook de wens leven om de oorspronkelijke nationaliteit te herstellen. Bij brief van 4 maart 202510 heeft mijn voorganger uw Kamer toegelicht dat alleen indien de betrokkene inderdaad niet meer in het bezit is van de oorspronkelijke nationaliteit, en het volgens het nationaliteitsrecht van het land van herkomst mogelijk is om de nationaliteit te herstellen, van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit sprake kan zijn. Ook is in die brief toegelicht dat herstel van de oorspronkelijke nationaliteit, gelet op de bepalingen in de Rijkswet op het Nederlanderschap, moet worden afgewogen tegen het verlies van de Nederlandse nationaliteit. Een uitgangspunt van de Rijkswet op het Nederlanderschap is namelijk het voorkomen van meervoudige nationaliteit. Bij het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit betekent dit in de regel dan ook automatisch verlies van de Nederlandse nationaliteit.11 Mijn voorganger heeft daarbij aangegeven de mogelijkheden te onderzoeken om tegemoet te komen aan de wens van herstel van de oorspronkelijke nationaliteit. Ik acht het belang van behoud van het Nederlanderschap bij herstel van de oorspronkelijke nationaliteit onder deze omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om een aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap te rechtvaardigen. Ik hecht sterk aan het algemeen geldende uitgangspunt van het voorkomen van meervoudige nationaliteit. Het is dan ook belangrijk een dergelijke beslissing tot herstel van nationaliteit weloverwogen te maken. Er wordt zorg voor gedragen dat interlandelijk geadopteerden die herstel van hun oorspronkelijke nationaliteit wensen zo goed mogelijk geïnformeerd worden over de mogelijke juridische consequenties daarvan voor hun Nederlandse nationaliteit. Naast de algemeen toegankelijke informatie via bijvoorbeeld rijksoverheid.nl, biedt INEA interlandelijk geadopteerden hierover ook specifieke informatie aan.
Pilot DNA-kits
In de brief van 4 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer bericht dat INEA is verzocht om een pilot te starten waarbinnen naast gedegen voorlichting ook DNA-kits beschikbaar gesteld worden.12 DNA-onderzoek kan soms de enige mogelijkheid zijn om een zoektocht te starten, bijvoorbeeld als sprake is geweest bij misstanden rondom de adoptie, en kan verwantschap bevestigen als in het land van herkomst vermoedelijke familieleden zijn gevonden. Deze pilot is op 2 december 2025 van start gegaan. Inmiddels zijn er 782 aanvragen ingediend en zijn 1.510 vouchers voor DNA-kits uitgegeven.13 Deze pilot loop tot en met juli 2026. Daarna zal de pilot worden geëvalueerd. Vanzelfsprekend zal ik de resultaten daarvan met uw Kamer delen.
Evaluatie INEA
Bij voornoemde brief van 4 maart 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer ook geïnformeerd over zijn voornemen om een onafhankelijk onderzoeksbureau te vragen om het duurzame ondersteuningsaanbod van INEA te evalueren en te komen met aanbevelingen om dat aanbod verder te versterken. Inmiddels is deze evaluatie afgerond. Met deze brief bied ik uw Kamer het evaluatierapport aan.
INEA is in 2023 opgericht. Uit de evaluatie blijkt dat INEA in korte tijd een stevige basis heeft opgebouwd en al veel heeft bereikt als expertisecentrum voor interlandelijk geadopteerden. Verder blijkt dat er een duidelijke vraag is naar een centrale plek voor informatie, ondersteuning en erkenning. INEA staat nu voor de opgave om verder uit te groeien tot een toekomstbestendige organisatie. Met als belangrijkste aandachtspunten verdere professionalisering, het vergroten van het bereik, aansluiting van het aanbod van INEA op de behoeften, heldere communicatie met onder meer belangenorganisaties, het versterken van samenwerking met ketenpartners en vergroting van het mandaat en de zichtbaarheid van INEA binnen de huidige governance. Deze aandachtspunten zijn herkenbaar voor zowel INEA als voor mij.
Met INEA en Fiom, waarbij INEA bestuurlijk is ingebed, heeft inmiddels een eerste overleg over de evaluatie plaatsgevonden. De aanbevelingen uit het evaluatierapport worden door INEA meegenomen in een strategisch meerjarenplan waaraan INEA op dit moment werkt. Hierover blijf ik uiteraard met INEA en Fiom in gesprek.
Dossiers
Overdracht dossiers naar het Nationaal Archief
Met het oog op de motie van de leden Van Nispen en Ellian die oproept om alle overheids- en private archieven met betrekking tot binnenlandse afstand en adoptie over te brengen naar het Nationaal Archief14, heeft mijn voorganger u bij brief van 11 juli 2025 bericht dat voor de overbrenging van private archieven naar het Nationaal Archief een wetswijziging is vereist. Zoals toegezegd, is de haalbaarheid van een wettelijke grondslag tot overbrenging van deze archieven onderzocht.15 Dat is gebeurd in het kader van het wetsvoorstel over de afbouw van interlandelijke adoptie. Zoals bekend, geldt deze ambitie om dossiers zoveel mogelijk te centraliseren bij het Nationaal Archief zowel ten aanzien van interlandelijke adoptie als binnenlandse adoptie. Dit heeft er mede toe geleid dat in het conceptwetsvoorstel over de afbouw van interlandelijke adoptie een wettelijke grondslag is opgenomen voor de overdracht van de dossiers van de vergunninghouders aan het ministerie van JenV. Daardoor komen de dossiers van de vergunninghouders voor overbrenging naar het Nationaal Archief in aanmerking. Met betrekking tot andere private archieven wordt een wettelijke grondslag voorgesteld die de overdracht van deze archieven aan het ministerie van JenV mogelijk maakt.
Professionele begeleiding bij inzage van dossiers
Mijn voorganger heeft bij brief van 11 juli 2025 toegezegd u nader te informeren over de mogelijkheid om te voorzien in professionele ondersteuning bij inzage van adoptiedossiers, voor alle inzageverzoeken waarbij die ondersteuning wordt gewenst door betrokkenen. Met INEA en Fiom zijn inmiddels verkennende gesprekken gevoerd. De bereidheid om deze inzageverzoeken desgevraagd te begeleiden is er. Op dit moment vindt nadere afstemming plaats over de wijze waarop deze ondersteuning geboden kan worden, onder meer met het oog op de reisbewegingen die hiervoor door medewerkers van deze organisaties moeten worden gemaakt. Begeleiding bij inzage vereist immers fysieke aanwezigheid. Daarnaast moet kennis van de verschillende dossiers en archieven voor een effectieve begeleiding geborgd zijn.
Tot slot
Zoals uit het voorgaande blijkt, wordt de afbouw van de interlandelijke adoptie op dit moment voortvarend en zorgvuldig uitgevoerd, conform het eerder toegezonden afbouwplan. Met het wetsvoorstel dat onlangs in consultatie is gegaan, wordt ook de daarvoor benodigde wettelijke grondslag voorbereid. Tevens worden met dit conceptwetsvoorstel verschillende verbeteringen voor geadopteerden en ook voor andere burgers gerealiseerd.
Na de afbouw blijft een toekomstbestendig stelsel over voor de adoptie van kinderen in Nederland. De ondersteuning van interlandelijk geadopteerden via het aanbod van INEA wordt verder geprofessionaliseerd en versterkt naar aanleiding van de aanbevelingen uit de evaluatie van INEA.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
mr. A.C.L. Rutte
33836, nr. 111↩︎
33836, nr. 116↩︎
Kamerstukken II, 2024/2025, 31 265, nr. 133↩︎
Er geldt een tijdelijke uitzondering voor adoptie van biologische (half-)broertjes en zusjes.↩︎
Peildatum 31 augustus 2025.↩︎
uiterlijk 18 december 2025 is de adoptierelatie definitief beëindigd met China, Slowakije, Haïti, de Verenigde Staten, Tsjechië, Peru, Colombia en Burkina Faso.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 33 836, nr. 123.↩︎
De verzoeker wil bijvoorbeeld een bredere keuze voor de achternaam.↩︎
Het verzoek moet nu tussen het 20ste en 22ste levensjaar van de geadopteerde worden gedaan.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 31 265, nr. 134↩︎
Artikel 15, eerste lid, onder a RWN. In artikel 15, tweede lid zijn de uitzonderingen opgenomen.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 31 265, nr. 134.↩︎
Peildatum 21 januari 2026.↩︎
Kamerstukken II 2023/24, 33 836, nr. 94.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 31 265, nr. 135.↩︎