[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Uitstel beantwoording vragen van de leden Bromet, De Hoop en Vellinga-Beemsterboer over het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden

Mededeling (uitstel antwoord)

Nummer: 2026D06204, datum: 2026-02-09, bijgewerkt: 2026-04-01 11:20, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1060).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z02048:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

1060

Vragen van de leden Bromet, De Hoop (beiden GroenLinks/PvdA) en Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het plan voor het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden (ingezonden 2 februari 2026).

Mededeling van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 9 februari 2026).

Vraag 1

Bent u zich bewust van de onrust die het plan voor het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden heeft veroorzaakt?

Vraag 2

Wat was de directe noodzaak om de beschermingsnorm voor de Waddeneilanden te verlagen en terug te komen op eerdere afspraken?

Vraag 3

Wat was de reactie van de bestuurders op de Waddeneilanden, waar u in uw brief van 27 januari over schrijft?1

Vraag 4

Kunt u de inbreng van de Waddeneilanden in de opgestelde veiligheidsstrategieën delen met de Kamer en aangeven hoe deze is verwerkt?

Vraag 5

Deelt u de mening dat de Waddeneilanden in veel opzichten afwijken van het vaste land en dat dit feit een afwijking van een uniforme landelijke systematiek zou rechtvaardigen?

Vraag 6

Kunt u omschrijven hoe volgens u een rampscenario met zeer hoog water en dijkdoorbraken op de Waddeneilanden er voor de bewoners praktisch uit zou zien, als de uniforme landelijke systematiek consequent wordt toegepast? Kunt u daarbij ingaan op wat «schuilmogelijkheden», inhouden en die nu de basis zijn voor de veiligheidsstrategie?

Vraag 7

Kunt u eenzelfde scenario omschrijven voor evacuatie na de storm en de situatie enkele dagen tot weken later?

Vraag 8

Deelt u de mening dat het evacueren van woningen in overstromende uiterwaarden, hoe vervelend ook, moeilijk vergelijkbaar is met overstromende Waddeneilanden? Of is dit volgens u hetzelfde?

Vraag 9

Hoeveel geld wordt bespaard met het afwaarderen van de veiligheid van Schiermonnikoog en wat zijn de realistische maatschappelijke kosten van een dijkdoorbraak?

Vraag 10

Wie moet betalen bij schade door het falen van een primaire waterkering?

Vraag 11

Waarom is eerst het beschermingsniveau verlaagd, terwijl volgens u de eilandsituatie het van groot belang maakt de specifieke veiligheidsstrategie nader uit te werken? Is dat niet de verkeerde volgorde? Kunt u zich voorstellen dat eilanders hiermee het gevoel krijgen dat hun veiligheid op de tweede plaats komt?

Vraag 12

Klopt het dat met het verlagen van het vereiste beschermingsniveau de levensduur van de versterking niet fysiek wordt vergroot maar slechts administratief, omdat eerder falen bij een lagere norm eerder acceptabel is geworden? Kunt u zich voorstellen dat eilandbewoners dit cynisch vinden?

Vraag 13

Kunt u deze vragen beantwoorden voor het komende commissiedebat Wadden op 12 februari 2026?

Mededeling

Op 2 februari jl. hebben de leden Bromet, De Hoop (GroenLinks-PvdA) en Vellinga-Beemsterboer (D66) schriftelijke vragen gesteld aan mij over het verlagen van het hoogwaterbeschermingsniveau op de Waddeneilanden, kenmerk: 2026Z02048.

De vragen kunnen niet binnen de gestelde termijn worden beantwoord, gezien de benodigde afstemming die nodig is voor de beantwoording van de vragen.

Ik zal u de antwoorden zo spoedig mogelijk doen toekomen.


  1. Kamerstuk 32 698, nr. 94↩︎