Stand van zaken optimalisering taaleis in de Participatiewet
Uitvoering en evaluatie Participatiewet
Brief regering
Nummer: 2026D06368, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 16:31, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderdeel van kamerstukdossier 34352 -350 Uitvoering en evaluatie Participatiewet.
Onderdeel van zaak 2026Z02833:
- Indiener: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-02-11 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-10 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
34352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet
Nr. 350 Brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 februari 2026
Tijdens het commissiedebat uitvoering sociale zekerheid van 17 december 2025 vroeg het lid Ceulemans (JA21) welke stappen zijn gezet sinds het voorjaar van 2025 in het kader van het uitvoeren en handhaven van de taaleis. Aan uw Kamer is toegezegd u hierover te informeren voor het commissiedebat Participatiewet.
Deze brief geeft een overzicht van de stappen die zijn en worden gezet in het kader van het traject dat ik heb stevig ingezet om de taaleis te optimaliseren. Hierover heb ik uw Kamer met mijn brief van 29 september 2025 geïnformeerd.1 Wie de Nederlandse taal niet spreekt, kan onvoldoende meedoen. Er moet daarom zo lang sprake is van een bijstandsuitkering een inspanning worden geleverd om de Nederlandse taal te leren. Ik vind het belangrijk dat de taaleis mensen in staat stelt om te participeren en uit te stromen uit de bijstand naar werk én dat deze uitvoerbaar is voor gemeenten. Daarom wil ik de geconstateerde knelpunten oplossen. In april wordt uw Kamer geïnformeerd over het plan om de taaleis te verbeteren en over hoe de beschikbare middelen kunnen worden ingezet, zodat in 2027 meer mensen kunnen participeren met behulp van een effectieve taaleis.
Gemeenten zien het belang van taal als middel naar werk. Daarom verwacht ik dat zij de taaleis zullen opleggen en handhaven. Met de overheveling van de handhaving van de Participatiewet naar het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten zullen gemeenten hier beter toe in staat zijn. Onder het voorgenomen maatregelenbeleid kan de uitkering met 25% worden verlaagd bij een geconstateerde overtreding. Bij herhaalde overtredingen kunnen gemeenten de uitkering tot 100% verlagen. Zij zullen hier beleid op moeten maken.
Hieronder treft uw Kamer een overzicht van de stappen die in 2025 en begin 2026 zijn en worden gezet om tot een optimale taaleis te komen met de ondersteuning die daarbij hoort:
Het kabinet heeft middelen beschikbaar gesteld voor taalonderwijs aan de doelgroep taaleis. Deze middelen ga ik gebruiken om gemeenten in staat te stellen effectief taalbeleid te voeren met de ondersteuning die daarbij hoort. In 2027 gaat het om een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot
€ 17,4 miljoen structureel. Ik ben met gemeenten in gesprek hoe deze middelen zo goed mogelijk kunnen worden ingezet.In de tweede helft van 2025 heb ik met wethouders van kleine, middelgrote en grote gemeenten gesproken over de uitvoering en de handhaving van de taaleis. Ik heb in deze gesprekken benadrukt dat de taaleis in het kader van de Participatiewet een wettelijke verplichting is en erop aangedrongen dat gemeenten daar uitvoering aan geven. Ook heb ik de wethouders naar knelpunten gevraagd.
Ik heb ook een onderzoek uitgezet om de evaluatie van de taaleis uit 2019 te actualiseren, om een zo actueel mogelijk beeld te hebben van de uitvoering van de taaleis en mogelijke verbeterpunten. De uitkomsten van dit onderzoek worden in april met uw Kamer gedeeld.
Ik heb rondetafelgesprekken georganiseerd met onder andere werkgevers, gemeenten en taalaanbieders om bij hen op te halen welke knelpunten zij ervaren en hoe mensen in de bijstand zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden om de taal te leren en aan het werk te gaan. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden in december en in februari en maart staan nog enkele gesprekken gepland. Daarnaast voer ik parallel gesprekken met ervaringsdeskundigen over hun ervaringen en verbetermogelijkheden.
Naast het optimaliseren van de taaleis, zet ik meer stappen om specifiek statushouders naar werk te begeleiden. In het voorjaar van 2026 gaan bijvoorbeeld 10 gemeenten starten met een traject van hogeschool Arnhem Nijmegen voor het beter begeleiden van vrouwelijke statushouders.
Ik vind het belangrijk om tot een taaleis te komen die mensen in staat stelt om te participeren en uitvoerbaar is voor gemeenten. In april wordt uw Kamer geïnformeerd over het plan om de taaleis te verbeteren zodat in 2027 meer mensen kunnen participeren met behulp van een effectieve taaleis.
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.N.J. Nobel
Kamerstuk 34 352, nr. 345.↩︎