Reactie op verzoek commissie over de motie Abdi en De Hoop over overleggen over de impact van de voorgenomen bezuinigingen op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van het ov-aanbod (Kamerstuk 23645-873)
Openbaar vervoer
Brief regering
Nummer: 2026D06438, datum: 2026-02-10, bijgewerkt: 2026-02-11 09:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van kamerstukdossier 23645 -878 Openbaar vervoer.
Onderdeel van zaak 2026Z02867:
- Indiener: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-02-12 14:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (đ origineel)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG |
|---|
| Datum | 10 februari 2026 |
|---|---|
| Betreft | Reactie op commissiebrief met verzoek om een reactie op brief CNV van 15 januari m.b.t. motie Abdi en De Hoop |
Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon |
Onze referentie 62078334 |
Uw e-mail 05 februari 2026 |
Uw referentie 2026D05551 |
| Bijlagen |
Hierbij stuur ik u mijn reactie op het verzoek van de vaste Kamercommissie OCW om een reactie te geven op de brief van CNV Onderwijs over mijn brief van 19 december 20251 inzake de aangenomen motie van de Tweede Kamerleden Abdi en De Hoop (beiden GroenLinks-PvdA).2
Deze motie is ingediend naar aanleiding van de uitkomsten van het herijkingsonderzoek 2023-2024 voor het studentenreisproduct en het tweeminutendebat daarover.
Naar aanleiding van mijn brief van 19 december jl. die beschrijft hoe ik de motie ga uitvoeren, vraagt CNV Onderwijs om onderwijs en ov in samenhang te behandelen en vraagt mij om duidelijk te maken welke stappen ik daartoe wil zetten.
In mijn brief van 19 december jl. heb ik uiteengezet wat mijn rol als minister van OCW is binnen de privaatrechtelijke overeenkomst die ik namens de Staat heb met de verenigde ov-bedrijven in Nederland voor het mogelijk maken van het studentenreisproduct. Ik kondig ook, vanuit de mogelijkheden die ik heb binnen mijn rol, de stappen aan om uitvoering te geven aan de motie van de leden Abdi en De Hoop.
Zo benoem ik dat het ritme voor het komende herijkingsonderzoek is aangepast op verzoek van de ov-bedrijven. Doordat de resultaten eerder beschikbaar komen (halverwege 2026), is er meer tijd voor de sector om zich voor te bereiden op de effecten. De kaartprijzen zullen herijkt worden per 1 januari 2027 op basis van het komende herijkingsonderzoek. Na vaststelling van het komende herijkingsonderzoek, ga ik in gesprek met het ministerie van IenW en vertegenwoordigers van de decentrale overheden over de resultaten. Daarnaast zal ik net als mijn ambtsvoorgangers afgelopen jaren reeds hebben gedaan, het afgeronde herijkingsonderzoek ook aan de Kamer aanbieden.
Dit zijn de concrete stappen die ik komend jaar wens te zetten, passend binnen mijn contractuele rol als klant. Ik hoop met deze stappen vooraf meer inzicht te geven in de ontwikkelingen van het reisgedrag van studenten en de gevolgen voor de contractuele vergoeding vanuit OCW aan de ov-bedrijven.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gouke Moes