Uitstel beantwoording vragen van het lid Van Ark over "het bericht ‘Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen"
Mededeling (uitstel antwoord)
Nummer: 2026D06839, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-13 13:06, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (ah-tk-20252026-1088).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Onderdeel van zaak 2026Z01004:
- Gericht aan: A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Gericht aan: M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Indiener: A.F.J. van Ark, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Aanhangsel van de Handelingen |
| Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden |
1088
Vragen van het lid Van Ark (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen» (ingezonden 21 januari 2026).
Mededeling van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 12 februari 2026)
Vraag 1
Herkent u het beeld dat jaarlijks ruim 3.000 mensen in Nederland overlijden aan beroepsziekten als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, en dat circa één miljoen werknemers hiermee in aanraking komen?1
Vraag 2
Deelt u de zorg dat blootstelling aan gevaarlijke stoffen vaak onzichtbaar is en dat gezondheidsschade zich pas na jaren openbaart, waardoor risico’s in de praktijk worden onderschat door werkgevers én werknemers?
Vraag 3
Hoe vaak en op welke schaal worden er in Nederland daadwerkelijk blootstellingsmetingen op persoonsniveau uitgevoerd, zoals beschreven in het artikel, en in hoeveel gevallen gebeurt dit op initiatief van de werkgever versus naar aanleiding van toezicht of handhaving door de Arbeidsinspectie?
Vraag 4
Kunt u aangeven om welke sectoren of beroepsgroepen het gaat waar de blootstelling aan gevaarlijke stoffen niet direct zichtbaar is, maar waar desondanks nog onvoldoende maatregelen worden genomen om de risico’s op blootstelling te beperken?
Vraag 5
Acht u het huidige toezicht en de handhaving voldoende, met name bij bedrijven waar geen zichtbare uitstoot of «klassieke» industriële risico’s aanwezig lijken te zijn? Zo ja, waarop baseert u dat; zo nee, welke verbeteringen acht u noodzakelijk?
Vraag 6
Erkent u het beeld dat richtlijnen op de werkvloer tekortschieten, zoals wordt gesteld in dit artikel? Welke aanvullende maatregelen overweegt u om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen structureel terug te dringen?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Van Ark over «het bericht «Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen» met kenmerk 2026Z01004 niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is. Er is nadere afstemming nodig met de Nederlandse Arbeidsinspectie over de toezichts- en handhavingsaspecten.
Ik streef ernaar de antwoorden zo snel als mogelijk aan uw Kamer te sturen.
WNL, 21 januari 2026, «Sluipmoordenaar op de werkvloer: 3.000 doden per jaar door schadelijke stoffen», https://wnl.tv/2026/01/20/sluipmoordenaar-op-de-werkvloer-3000-doden-per-jaar-door-schadelijke-stoffen↩︎