[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Verslag

Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betereinformatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken (PbEU 2024, L 825) (Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten)

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D07043, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-04-07 09:24, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36873 -5 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betereinformatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken (PbEU 2024, L 825) (Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten).

Onderdeel van zaak 2025Z22646:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 873 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van de Richtlijnen 2005/29/EG en 2011/83/EU wat betreft het versterken van de positie van de consument voor de groene transitie door middel van betere informatie en door middel van bescherming tegen oneerlijke praktijken (PbEU 2024, L 825) (Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten)

Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 12 februari 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

1. Algemeen

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel betreffende de Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten. Deze leden onderschrijven het belang van het beschermen van de gezondheid, veiligheid en economische en juridische belangen van consumenten, evenals het belang van goede en betrouwbare informatievoorziening. Tegelijkertijd hebben deze leden nog enkele vragen en opmerkingen bij het voorliggende voorstel.

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben hierover nog een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel en de nota van wijziging en hebben daarover op dit moment geen verdere vragen.

2. De richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten

De leden van de D66-fractie begrijpen dat dit wetsvoorstel de positie van de consument moet versterken. Deze leden hebben hierbij de volgende vragen. Kan de regering concreet maken hoe dit voorstel in de praktijk leidt tot betere keuzes en niet alleen tot meer informatie? Hoe wordt geborgd dat betere informatie voor consumenten over levensduur, updates en reparatie ook begrijpelijk en vergelijkbaar is, zodat consumenten er daadwerkelijk op kunnen sturen? Deze leden vragen voorts hoe de informatieplichten volgens de regering concreet bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie en het langer gebruiken van producten. Hoe wordt in de praktijk geborgd dat deze informatieplichten leiden tot minder greenwashing en niet vooral tot juridisering en onzekerheid bij goedwillende bedrijven?

3. Gevolgen voor het bedrijfsleven

De leden van de D66-fractie lezen dat de indicatieve totale regeldruk voor het

Nederlandse bedrijfsleven neerkomt op 45–67 miljoen euro per jaar, en

218–231 miljoen euro eenmalig. Deze leden vragen of de regering kan toelichten hoe robuust deze schatting is en welke aannames daarin het meest bepalend zijn. Kan de regering uitsplitsen welk deel van deze regeldruk vooral bij mkb-bedrijven terechtkomt en welk deel bij grote ondernemingen? Hoe weegt de regering deze regeldruk af tegen de verwachte voordelen voor consumentenbescherming en een eerlijker speelveld?

De leden van de VVD-fractie vragen wat het verschil in regelgeving is voor keurmerken in landen binnen de EU en voor keurmerken in landen buiten de EU die een belangrijke handelspartner zijn. Is met dit wetsvoorstel geprobeerd aansluiting te zoeken met regelgeving omtrent keurmerken in economisch opzicht belangrijke niet-EU-landen, om het zo voor wereldwijd opererende bedrijven in Nederland gemakkelijker te maken? Zo ja, op welke manier? Zo nee, ziet de regering daar ruimte toe?

Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie of bedrijven die niet in landen binnen de EU zijn gevestigd, maar die wel goederen naar landen binnen de Europese interne markt exporteren, ook aan deze regels voor keurmerken moeten voldoen. Zo ja, hoe zal hierop worden gehandhaafd, specifiek in het geval van buitenlandse webshops?

4. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) concludeert dat het wetsvoorstel grotendeels handhaafbaar en uitvoerbaar is, maar ook aandachtspunten noemt. Daarom vragen deze leden of de regering per belangrijk aandachtspunt kan aangeven hoe zij verwacht dat dit in de praktijk wordt opgelost. Welke extra capaciteit, expertise of middelen zijn bij de ACM nodig om deze nieuwe taken goed uit te voeren, en zijn die structureel geborgd?

5. Advies en consultatie

De leden van de VVD-fractie lezen dat bij het implementatiewetsvoorstel geen internetconsultatie heeft plaatsgevonden, omdat volgens de toelichting de richtlijn maximumharmonisatie betreft en er geen afwijkingsmogelijkheden of keuzeopties voor de lidstaten zijn. Kan hieruit worden opgemaakt dat deze richtlijn in alle andere EU-lidstaten hetzelfde wordt geïmplementeerd? Zo ja, wat is dan het verschil met een verordening? Betekent deze geharmoniseerde implementatie voor keurmerken volgens de regering dan ook dat het voor Nederlandse bedrijven gemakkelijker wordt om in andere EU-landen zaken te doen?

De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat belanghebbenden via een informatiebijeenkomst zullen worden geïnformeerd over de werking van de nieuwe regels die per 27 september 2026 van toepassing worden. Hoe worden ondernemers in den brede meegenomen in deze nieuwe regelgeving waar zij aan zullen moeten voldoen? In de toelichting lezen deze leden bijvoorbeeld ook dat de geharmoniseerde kennisgeving op een in het oog springende wijze moet worden aangebracht, bijvoorbeeld op een opvallende poster aan een wand in de winkel, naast de kassa of, in het geval van onlineverkoop, als algemene vermelding op de website van de desbetreffende handelaar. De leden van de VVD- fractie kunnen zich voorstellen dat niet alle ondernemers hier te allen tijde van op de hoogte zijn.

De voorzitter van de commissie,

Michon-Derkzen

De adjunct-griffier van de commissie,

Krijger