[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Kabinetsreactie op 'Input Commissiedebat ZZP Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN)'

Brief regering

Nummer: 2026D07153, datum: 2026-02-12, bijgewerkt: 2026-02-12 17:27, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03218:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens de procedurevergadering van 13 januari jl. sturen wij – de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën -Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane – hierbij onze reactie op het position paper van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) dat ten behoeve van het commissiedebat zzp van 18 december 2025 was aangeleverd.

In het position paper wordt ingegaan op de geagendeerde Kamerstukken12 voor het commissiedebat dat wij met elkaar hebben gevoerd. Er wordt gesproken over de gevolgen van de handhaving op arbeidsrelaties en de zachte landing in 2025, over het belang van (wettelijke) verduidelijking van het gezagscriterium en over mogelijke vervolgstappen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Met deze brief reageren wij op deze onderwerpen.

Wij willen allereerst benadrukken dat het goed was hierover met uw Kamer te hebben gedebatteerd in zowel het commissiedebat als het daaropvolgende tweeminutendebat zzp op 18 december 2025. Daarnaast wijzen wij graag op de brieven die voorafgaand (voortgangsbrief werken met en als zelfstandige(n)3) en na (brief gedeeltelijke verlenging zachte landing4) deze debatten zijn gestuurd. Het kabinet neemt de zorgen die door uw Kamer zijn geuit over mogelijke gevolgen op de arbeidsmarkt en voor individuele zzp’ers serieus. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet de zachte landing gedeeltelijk verlengd. De Belastingdienst heeft naar aanleiding daarvan het Handhavingsplan arbeidsrelaties 20265 aangepast. Uw oproep om de beweging in de markt gaande te houden, en tegelijkertijd te zorgen voor rust onder welwillende partijen die hard bezig zijn volgens wet- en regelgeving te werken, is daarmee gehoord en wordt door het kabinet onderschreven. Op die manier blijven we schijnzelfstandigheid zoveel mogelijk tegengaan. Ook sociale partners hebben het kabinet daartoe opgeroepen.

Ook de komende periode zetten wij ons in om partijen die het goed willen doen te ondersteunen, en de bewustwording over het aangaan van de juiste arbeidsrelatie verder te vergroten. We zien dat activiteiten op het gebied van voorlichting en communicatie een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van partijen om te komen tot een beoordeling van de arbeidsrelatie. Daarnaast hebben de opheffing van het handhavingsmoratorium en jurisprudentie in de afgelopen jaren6 gezorgd voor meer bewustwording in de markt.

VZN wijst er onder andere op dat opdrachtgevers – in aanloop naar en sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen per 1 januari 2025 – te voorzichtig zijn geworden met de inhuur van zzp’ers, waardoor opdrachten teruglopen. Daarnaast geven ze aan dat de dienstverbanden die worden aangeboden in veel gevallen niet aantrekkelijk genoeg zijn, of dat organisaties werkenden dwingen om via tussenkomstbedrijven te werken.

Het kabinet merkt in algemene zin dat veel betrokkenen in diverse sectoren hard bezig zijn om hun werkwijze aan te passen om te werken conform wet- en regelgeving. Er wordt actief nagedacht over het aangaan van de juiste arbeidsrelatie – in aanloop naar, maar ook sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Er is sprake van een maatschappelijke beweging waarin veel partijen het echt goed willen doen en hier ook naar handelen. Wij blijven ons inzetten om deze beweging te ondersteunen, onder meer door voorlichting te geven aan werkgevenden en werkenden, omdat deze overgang niet altijd eenvoudig is. Zo horen wij net als VZN en uw Kamer de signalen over de gevolgen voor de bedrijfsvoering van organisaties waar veel potentieel schijnzelfstandigen werk(t)en of over (tijdelijk) onnodige terughoudendheid onder werkgevenden om zelfstandigen in te huren. In onze communicatie, Kamerbrieven en de gesprekken die door het hele land gevoerd worden, benadrukken we de meerwaarde die zelfstandig ondernemers hebben voor onze economie en hoe nog wél met en als zelfstandige(n) gewerkt kan worden. Tegelijkertijd maken we zo duidelijk mogelijk wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat kader is goed werkgeverschap een belangrijke manier om werknemers aan te trekken of te behouden voor een organisatie, en tegemoet te komen aan de behoefte van werkenden. Bijvoorbeeld als het gaat om flexibiliteit of autonomie. Daarom is het van belang om hier aandacht aan te blijven besteden.

VZN geeft verder aan wat volgens hen de gewenste vervolgstappen zijn op het gebied van wetgeving en handhaving. Daarbij spreken zij de wens uit om het rechtsvermoeden uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) zo spoedig mogelijk in te voeren. Daarnaast pleiten ze voor duidelijke criteria op basis waarvan bepaald wordt of iemand zelfstandig ondernemer is, waaronder het opbouwen van een bedrijfsbuffer. Tot slot pleiten ze voor gerichte handhaving, in die situaties waar zelfstandigen werken onder het in Vbar genoemde uurtarief voor het rechtsvermoeden (36 euro, peildatum 1 januari 2025).

Het kabinet heeft in diverse voortgangsbrieven uitgebreid beschreven dat het werken met en als zelfstandige(n) toekomstbestendiger wordt gemaakt langs drie lijnen: zorgen voor een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1), meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt als werknemer of zelfstandige (lijn 2) en verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).

Met het oog op het recent gepresenteerde coalitieakkoord7 van D66, VVD en CDA, wil het huidige kabinet niet vooruitlopen op de te nemen vervolgstappen binnen het wetgevingstraject Vbar (zowel over de wijze van verduidelijking wanneer iemand werknemer is en wanneer werk gedaan kan worden als zelfstandige, als het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst gekoppeld aan een uurtarief). Om die reden zal dit kabinet de Nota naar aanleiding van het Verslag bij wetsvoorstel Vbar op dit moment niet naar de Kamer sturen.

Tegelijkertijd is er door diverse partijen in de Tweede Kamer gewerkt aan een initiatiefwetsvoorstel over hetzelfde onderwerp. Het kabinet onderschrijft het doel van de initiatiefnemers: zorgen voor meer rust en zekerheid onder zowel zelfstandigen en opdrachtgevers, als werknemers en werkgevers. Het is aan een volgend kabinet om in gezamenlijkheid met uw Kamer zo snel als mogelijk te bezien hoe daar het beste voor kan worden zorgen. Daarbij merkt het kabinet op dat de wettelijke (open) norm om werknemers van zelfstandigen te onderscheiden de afgelopen jaren steeds verder is ingekleurd door rechterlijke uitspraken (jurisprudentie). Ook de opheffing van het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen is voor veel partijen een aansporing geweest om hun arbeidsrelaties tegen het licht te houden, waarmee duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen werken als zelfstandige of als werknemer.

Wat betreft de handhaving op schijnzelfstandigheid wijzen we graag nogmaals op het debat dat wij hierover hebben gevoerd met elkaar, de Kamerbrief daarover van 19 december 2025 en het aangepaste Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026. De Belastingdienst blijft risicogericht handhaven op juiste en volledige aangiften loonheffingen. Daarbij geldt dat schijnzelfstandigheid in alle sectoren voor komt, en niet alleen aan de basis van de arbeidsmarkt. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) is verantwoordelijk voor de naleving van arbeidswetten. Conform de motie Flach c.s.8 handhaaft de NLA risicogericht op onder andere onderbetaling en arbeidsuitbuiting.

Wat het kabinet betreft blijft het toekomstbestendiger maken van het werken met en als zelfstandige(n) langs de drie genoemde lijnen van belang (gelijker speelveld, verduidelijking en handhaving). Op die manier wordt gewerkt aan meer rechtszekerheid en duidelijkheid onder zelfstandigen, opdrachtgevers, werknemers en werkgevers, zodat zij sneller weten waar ze aan toe zijn en schijnzelfstandigheid wordt voorkomen. Uiteraard in goed overleg met uw Kamer, werkgevers-, werknemers én zelfstandigenorganisaties zoals VZN.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

Mariëlle Paul

De staatssecretaris van Financiën –

Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane,

Eugène Heijnen


  1. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 293.↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 294.↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 295.↩︎

  4. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 302.↩︎

  5. https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/brochures_en_publicaties/handhavingsplan-arbeidsrelaties↩︎

  6. In het bijzonder de uitspraken van de Hoge Raad inzake Deliveroo (2023), Helpling (2025 en Uber (2025).↩︎

  7. https://www.kabinetsformatie2025.nl/documenten/2026/01/30/aan-de-slag---coalitieakkoord-2026-2030↩︎

  8. Kamerstukken II, 2025/2026, 31 311, nr. 299.↩︎