Verslag van een schriftelijk overleg Antwoorden op vragen commissie over o.a. de voortgangsrapportage Hersteloperatie toeslagen over de periode mei - augustus 2025 (21e VGR)(Kamerstuk 36 708-58)
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D07203, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-13 11:24, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiƫn (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: W.A. Lips, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Reactie op advies Oudercommissie inzake het Informatie- en aanmeldportaal
- Advies aanpak hersteloperatie Aanmeldportaal en MijnHerstel
- Beslisnota bij het Verslag van een schriftelijk overleg Antwoorden op vragen commissie over o.a. de voortgangsrapportage Hersteloperatie toeslagen over de periode mei - augustus 2025 (21e VGR)(Kamerstuk 36 708-58)
Onderdeel van zaak 2026Z03248:
- Indiener: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiƫn
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- 2026-03-12 10:00: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
Preview document (š origineel)
II Reactie van de Staatssecretaris van Financien ā Herstel en Toeslagen
Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de financiƫle compensatie van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag dat naar verwachting de UHT eind 2025 alle integrale beoordelingen heeft gedaan. Uitzondering hierop zijn de ouders die moeilijk of niet kunnen worden bereikt, de afronding van deze groep loopt door in 2026 en vragen hoe wordt geborgd dat de afronding van integrale beoordelingen [IB] in 2026 niet leidt tot nieuwe vertragingen voor moeilijk bereikbare ouders.
De UHT hecht er groot belang aan dat ook ouders die moeilijk of niet bereikbaar zijn, zo zorgvuldig en voortvarend mogelijk worden geholpen. Er is geen aanleiding voor eventuele vertraging van de afronding van deze groep ouders.
Tevens vragen deze leden welke verklaring is er voor het feit dat drie procent van de ouders nog in behandeling voor IB is, ondanks eerdere toezeggingen over afronding.
De toezeggingen zagen op afronding per eind december 2025. Die doelstelling is inmiddels bereikt. Per eind december 2025 zijn alle integrale beoordelingen conform de toezegging afgerond, behalve van een aantal ouders waar sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals ouders die UHT niet heeft kunnen bereiken. UHT heeft diverse maatregelen genomen om weer in contact te komen met deze ouders en UHT blijft zich de komende tijd inzetten om de beoordeling af te ronden van ouders die eerder niet bereikbaar waren.
Ten aanzien van de bezwaarafhandeling vragen de leden van de VVD hoe de UHT om gaat met de stijging naar 18.115 bezwaren en welke structurele maatregelen worden genomen om deze instroom te beperken. Tegelijk constateren de leden dat het percentage van ouders dat in bezwaar ging tegen de integrale beoordeling is gedaald van 24 procent naar 17 procent en zij vragen welke concrete verbeteringen hebben geleid tot deze daling en hoe wordt dit percentage verder teruggebracht.
Er zijn maatregelen toegepast om de instroom te beperken bij de afhandeling van de integrale beoordelingen. Dit heeft een daling van het bezwaarpercentage van 24 naar 17 procent tot gevolg gehad. Ook bij andere regelingen probeert UHT het aantal bezwaren waar mogelijk te beperken. Het huidige aantal bezwaren is conform de prognose en UHT heeft daar de capaciteit ook op aangepast, met als inzet om binnen de kabinetsdoelstelling van eind 2026 alle IB bezwaren afgerond te hebben. Als ouders meerdere bezwaren hebben lopen tegen verschillende beschikkingen, worden deze zoveel als mogelijk in ƩƩn keer opgepakt. Verder verken ik op dit moment hoe IB-bezwaren en aanvragen voor compensatie van aanvullende schade zoveel als mogelijk in ƩƩn keer kunnen opgepakt. Om ouders de mogelijkheid te bieden een geschil over aanvullende schade direct aan de rechter voor te leggen ondersteun ik de mogelijkheid van rechtstreeks beroep.
Het huidige aantal bezwaren is conform de prognose en UHT heeft daar de capaciteit ook op aangepast, met als inzet om binnen de kabinetsdoelstelling van eind 2026 alle IB bezwaren afgerond te hebben. Als ouders meerdere bezwaren hebben lopen tegen verschillende beschikkingen, worden deze zoveel als mogelijk in ƩƩn keer opgepakt. Verder verken ik op dit moment hoe zoveel als mogelijk IB-bezwaren en aanvragen voor compensatie van aanvullende schade zoveel mogelijk in ƩƩn keer kunnen opgepakt. En ik verken op het gebied van aanvullende schade welke kansen en mogelijkheden er liggen rondom het overslaan van de bezwaarfase en de optie voor rechtstreeks beroep.
De leden van de VVD-fractie lezen dat er nauw overleg blijft plaatsvinden met de BAC om de capaciteit en de versnelling te monitoren en indien nodig aanvullende maatregelen te nemen, en vragen welke aanvullende maatregelen het kabinet in overweging heeft en wat dat dan zou betekenen voor de doorlooptijden.
Op dit moment is sprake van intensieve samenwerking tussen het ministerie van Financiƫn en de BAC over het sneller afdoen van bezwaarzaken. Het ministerie en de BAC zetten in op een lagere instroom van zaken bij de BAC, onder meer door beter inzicht in reeds beantwoorde rechtsvragen. Ook wordt ingezet op triage aan de zijde van de BAC.
De leden van de VVD-fractie waren in de veronderstelling dat hybride insourcing een oplossing zou zijn voor de capaciteitstekorten bij de bezwaarafhandeling. Deze leden stellen vast dat er verstoringen en vertragingen zijn en dat een evaluatie nog niet mogelijk is en vragen of het kabinet inzicht kan geven in de resultaten van hybride insourcing tot nu toe.
Het doel van de pilot niet is behaald, omdat er geen sprake was van een snellere afdoening van de bezwaardossiers. Ook heeft de pilot helaas geen nieuwe inzichten gegeven voor een aangepaste werkwijze van het bezwaarproces. In de aankomende voortgangsrapportage (periode september ā december 2025) zullen de bevindingen nader worden toegelicht.
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de aanvullende schade dat het gemiddelde uitgekeerde bedrag via SGH 72.937 euro bedraagt, terwijl via de CWS gemiddeld 26.000 euro wordt uitgekeerd en vraagt het kabinet om een verklaring van deze grote verschillen in uitgekeerde bedragen tussen SGH en de CWS en hoe rechtsgelijkheid wordt gewaarborgd.
Het betreft twee verschillende routes met verschillende systematiek en kenmerken. Ten eerste kennen de routes een verschillende instroom van gedupeerden. Het verschil tussen de uitgekeerde bedragen laat zich daarnaast onder andere verklaren door het verschil in benaderingswijze van causaliteit en de opbouw van de vergoedingen. Bij de berekeningswijze van CWS wordt op basis van onderbouwende stukken nadrukkelijker getoetst op aannemelijkheid van het causale verband tussen de aangevoerde schade en de kinderopvangproblematiek. Hierbij wordt vervolgens uitgegaan van daadwerkelijke financiƫle schade, en eindigt de route in een individuele beschikking. De ouder ontvangt hierop een beschikking.
Bij SGH (en bij MijnHerstel) wordt causaliteit aangenomen als -op basis van het verhaal van de ouder, op onderdelen aangevuld met ondersteunende stukken- aannemelijk is dat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden na de startdatum van de kinderopvangtoeslagproblematiek. Bij SGH (en bij MijnHerstel) wordt niet de daadwerkelijke financiƫle omvang van de schade berekend, maar wordt uitgegaan van forfaitaire bedragen. De forfaitaire benadering heeft tot doel om te komen tot een ruimhartige schadevergoeding, zonder tijdrovende juridische procedures. Zowel bij SGH als MijnHerstel is de inzet om de compensatie af te ronden met een vaststellingsovereenkomst.
Ten aanzien van de schuldenaanpak vragen de leden van de VVD-fractie hoe wordt gecontroleerd dat kwijtschelding van publieke schulden correct en volledig plaatsvindt, gezien de omvang van 1 miljard euro sinds de start van de aanpak.
Publieke schulden worden alleen kwijtgescholden als zij voor 31 december 2020 zijn ontstaan. Op het moment dat iemand zich als gedupeerde bij UHT aanmeldt, worden de publieke schulden van de ouder tijdelijk gepauzeerd. Nadat UHT de ouder als gedupeerde heeft aangemerkt ontvangen de publieke schuldeisers hierover bericht. Publieke schuldeisers controleren vervolgens op basis van deze berichtgeving welke publieke schulden in aanmerking komen voor kwijtschelding, zodat de publieke schulden worden kwijtgescholden van gedupeerde ouders die zijn ontstaan voor 31 december 2020.
Zowel de VVD-fractie als de CDA-fractie geven aan signalen te ontvangen dat ouders verrast worden door hun schulden of door de brieven die zij hierover ontvangen en vraagt het kabinet welke maatregelen zij neemt om deze (communicatie)problemen structureel op te lossen.
Onverwachte schulden vallen ouders zwaar. Dat vind ik vervelend. We doen erg ons best om ouders zo goed mogelijk te informeren. Aan het begin van de invorderingspauze is per brief gecommuniceerd dat de invorderingspauze duurt zolang de UHT-behandeling loopt. Tijdens de pauze zijn nieuwe belastingaanslagen en terugvorderingsbeschikkingen verstuurd om ouders op de hoogte te houden van nieuwe schulden. In april 2024 is binnen het UHT-proces ingevoerd dat persoonlijk zaakbehandelaars en het Serviceteam ouders adviseren om te betalen, ook indien de behandeling door UHT nog niet is afgerond. Het serviceteam neemt contact op gezinnen in financieel kwatsbare situaties.
Na afloop van het UHT-traject krijgen ouders twee keer een brief met een overzicht van de openstaande bedragen (dit is ook online beschikbaar) en in de laatste brief staat ook de betaaltermijn. De brieven zijn opgesteld met behulp van een ouderpanel. Er wordt ook informatie gedeeld via webinars en op de UHT-website.
De toeslagschuld mag verspreid over 24 maanden afgelost worden. Lukt dat niet, dan kan een persoonlijke betalingsregeling worden aangevraagd die past bij de betaalcapaciteit van de ouder.
De leden van de VVD-fractie hebben, evenals de leden van de CDA-fractie, vragen over de aanpak voor gezinnen die de regie kwijt zijn geraakt. Zij vragen hoeveel gezinnen inmiddels gebruik hebben gemaakt van deze intensieve begeleiding en hoe het succes van de aanpak wordt gemeten.
Afgelopen zomer is gestart met de aanpak: na pilotfase wordt deze aanpak nu steeds verder verbeterd. In totaal zijn tot nu toe ca. 60 gezinnen geholpen op weg naar eigen regie.
Naar verwachting zal deze aanpak uiteindelijk voor circa 750 ā 1.500 gezinnen zinvol kunnen worden ingezet.
Als maatstaf voor succes wordt gekeken naar de mate waarin acute problemen worden opgelost, vastgelopen dossiers duurzaam in beweging komen en er indien nodig een langetermijnperspectief op ondersteuning.
De leden van de VVD-fractie vragen welke vervolgstappen worden overwogen naar aanleiding van het vooronderzoek Landelijk Steunpunt voor Toeslagengedupeerden en wat hiervoor de planning is. Tevens vragen zij welke budgettaire gevolgen de oprichting en operationalisering van een dergelijk steunpunt heeft.
Het Landelijk Steunpunt Mentaal Welzijn voor Toeslagengedupeerden start gefaseerd; enerzijds als informatiepunt voor zowel gedupeerden als professionals, anderzijds als doorgeleidingsfunctie in de leerfase. In de leerfase, van eind Q1 tot en met Q2 2026, wordt aan de hand van concrete verzoeken ervaring opgedaan met de typen hulpvragen en ondersteuningsbehoeften.
In de leerfase biedt het landelijk steunpunt:
Toeleiding naar passend hulpaanbod binnen bestaande voorzieningen (onafhankelijke procesbegeleiding, psycho-sociale ondersteuning, GGZ);
Psycho-educatie aan gedupeerde ouders, getroffen jongeren;
Kennis voor gemeenteambtenaren en betrokken zorgverleners rondom trauma-, en stressgerelateerde problemen.
Na de leerfase vindt verder uitbouw en opschaling plaats.
Voor zo goed mogelijke verbinding met het gehele hersteltraject van ouders en jongeren krijgen de mentale hulpvragen zoveel als mogelijk een plek binnen het plan van aanpak van de Brede Ondersteuning.
De oprichting en operationalisering van het steunpunt heeft geen (extra) budgettaire gevolgen. Hiervoor zijn reeds financiƫle middelen gereserveerd en goedgekeurd.
Voorts vragen de leden hoe een dergelijk steunpunt zich verhoudt tot de brede ondersteuning door gemeenten
In het voorjaar van 2024 hebben de VNG en gemeenten de noodzaak uitgesproken voor een centrale voorziening psychosociale ondersteuning bij mentaal welzijn om knelpunten weg te nemen die gemeenten op dit terrein ervaren bij de brede ondersteuning aan gedupeerde gezinnen.
Het Landelijk Steunpunt verbindt gemeenteambtenaren aan professionals en organisaties in het netwerk van hulp en zorgverleners om zo doorverwijzingen vanuit gemeenten soepeler te laten verlopen en hun hulp aan (kinderen van) gedupeerden te verbeteren. Vanuit gemeenten is er grote behoefte aan kennisdeling rondom trauma-, en cultuursensitief met en tussen gemeenten, betrokken professionals en het landelijk steunpunt mentaal welzijn.
De leden van de VVD-fractie begrijpen uit het rapport van Divosa dat gemeenten die iets willen stopzetten, zich richten op het terugdringen van materiele beschikkingen. Deze leden vragen het kabinet hierop een reactie te geven.
MateriĆ«le verstrekkingen kunnen voor een ouder of jongere in de eerste fase noodzakelijk zijn bij het weer oppakken van diens leven. Sinds de invoering van de termijnen voor de brede ondersteuning is er zes maanden de tijd vanaf het eerste gesprek om materiĆ«le voorzieningen toe te kennen die noodzakelijk en doelmatig zijn voor mensen om weer op een goede manier verder te kunnen met hun leven. De gemeente beoordeelt de draagkracht en noodzakelijkheid van de verstrekking. Vaak zijn deze materiĆ«le voorzieningen nodig om rust te realiseren in een gezin en om aan dieperliggende problemen te kunnen werken. Gemeenten kunnen aanvragen voor materiĆ«le verzoeken afwijzen als deze niet passend, doelmatig of noodzakelijk zijn. Inmiddels zijn binnen het financieel herstel alle IBās afgerond en hebben ouders tot en met de IB gemiddeld ā¬40.400 euro ontvangen.
De leden van de VVD-fractie stellen dat gemeenten vragen om heldere kaders, uniforme richtlijnen en een concrete einddatum en vragen of het kabinet de eerste bevindingen van de aangestelde kwartiermaker met de Kamer kan delen.
De eerste bevindingen van de bestuurlijk regisseur hebben geleid tot bestuurlijke afspraken tussen de VNG en het ministerie van Financiën, waar meerjarige (financiële) zekerheid van de brede ondersteuning een onderdeel van is, gekoppeld aan een uiterste aanmelddatum voor de toegang tot brede ondersteuning. Uw Kamer is hierover recentelijk per brief geïnformeerd.1 Ook daarvoor zijn maatregelen getroffen ten behoeve van meer harmonisatie, via de toevoeging van termijnen voor de duur van een plan van aanpak aan de Wet hersteloperatie toeslagen en format beleidsregels, ontwikkeld door de VNG. Dit biedt ouders en kinderen meer duidelijkheid over de hulp die zij van gemeenten ontvangen en hoe deze hulp tot stand komt.
De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van organisatie en financiƫn dat de feitelijke bezetting binnen de UHT per eind augustus 1.909 FTE is en dat dit een daling is ten opzichte van 2.280 FTE in mei. Zij vragen hoe wordt voorkomen dat deze daling in bezetting leidt tot vertraging in de afhandeling van dossiers.
Voor UHT staat de opgave om herstel te bieden aan ouders, kinderen en ex-toeslagpartners als vanzelfsprekend centraal. De daling van het aantal fte heeft ermee te maken dat de werkzaamheden afnemen ā te beginnen bij de integrale beoordelingen die eind 2025 nagenoeg zijn afgerond.
EƩn van de uitgangspunten is daarom dat medewerkers die klaar zijn met een bepaalde taak, daar waar mogelijk, ingezet worden op taken die nog moeten worden gedaan. Zo wordt interne doorstroom gefaciliteerd van medewerkers die klaar zijn met integrale beoordelingen, naar bijvoorbeeld het organisatieonderdeel waar bezwaren en beroepen worden behandeld. Ook heeft UHT specifieke taken bij de uitvoering van de nieuwe MijnHerstel-route voor aanvullende schade.
Naar aanleiding van de constatering van de UHT dat er onterecht uitbetalingen vanuit de kindregeling zijn gedaan aan stiefkinderen, voor een totaalbedrag van 972.000 euro, vragen de leden van de VVD-fractie welke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen en hoe hierover wordt gerapporteerd aan de Kamer.
Er is inderdaad vastgesteld dat er ten onrechte uitbetalingen aan stiefkinderen hebben plaatsgevonden. Om herhaling te voorkomen zijn de selectiecriteria voor de regeling direct geactualiseerd en is een aanvullende controle ingebouwd. Op het moment van uitbetaling wordt getoetst of de kinderen voldoen aan de selectiecriteria. Daarnaast worden periodieke steekproefcontroles uitgevoerd om nieuwe risicoās tijdig te signaleren. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het bredere kwaliteitskader waarin structurele checks en waarborgen zijn verankerd. Over eventuele damages, kwaliteitsmaatregelen en de voortgang wordt regulier gerapporteerd in de periodieke voortgangsrapportages aan de Kamer.
De leden van de VVD-fractie lezen dat binnen de totale raming een herschikking heeft plaatsgevonden, waarbij middelen die niet benodigd zijn door een bijstelling van het geraamde aantal gedupeerde ouders toegevoegd zijn aan de reservering voor de brede ondersteuning (totaal 281 miljoen euro). Deze leden vragen of het kabinet kan onderbouwen waarom deze reservering juist nu moet worden verhoogd, wat de totale reservering voor brede ondersteuning is, hoe dit budget zich heeft ontwikkeld over de afgelopen jaren, of deze bedragen via de Spuk beschikbaar worden gesteld aan gemeenten en of deze bedragen volledig worden/zijn besteed.
Het ministerie heeft op 30 juni 2025 de eerste declaraties over 2024 inzake de brede ondersteuning van gemeenten ontvangen. De ontvangen declaraties gaven aanleiding om de begroting naar boven bij te stellen. Dit inzicht was bij Voorjaarsnota 2025 nog niet voorhanden en is daarom per Miljoenennota 2026 in de begroting verwerkt.
Ultimo 2025 is de totale reservering voor brede ondersteuning ca. ā¬662 mln.
Bij de originele publicatie van de Spuk-regeling in 2021 was geen plafond opgenomen. In 2021 is een plafond van ā¬195 mln. geĆÆntroduceerd. In 2023 is het plafond tweemaal gewijzigd, in eerste instantie naar ā¬221,5 mln. en daarna naar ā¬256 mln. In 2025 is besloten om het plafond te verhogen naar het huidige budget (ā¬662 mln.).
Gemeenten kunnen via declaraties middels de Spuk-regeling een beroep doen op de gereserveerde middelen. Het ministerie verwacht dat de reservering volledig zal worden uitgeput.
Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van het bezwaarproces benieuwd naar de tevredenheid van gedupeerden over de uitkomst van bezwaar- en beroepsprocedures. Deze leden vragen of gedupeerden hierover worden bevraagd en of hier informatie of onderzoek over beschikbaar is.
Onderzoeksbureau Motivaction doet al ruim vier jaar in opdracht van UHT onderzoek naar ouderbeleving rondom de integrale beoordeling. Ook voert Motivaction sinds 2025 elk kwartaal kwantitatief onderzoek uit naar de ervaringen met de bezwaarprocedure na beslissingen uit de integrale beoordeling. Het meest recente onderzoek (uitgevoerd van juli t/m september 2025) laat met betrekking tot de uitkomst van bezwaar zien dat een meerderheid van de respondenten aangeeft dat UHT hun bezwaar eerlijk en zonder vooroordelen heeft behandeld. Deze resultaten zijn indicatief vanwege een laag aantal respondenten. Dit lage aantal lijkt veroorzaakt doordat veel ouders communiceren met UHT via hun gemachtigde. Een minderheid van de ouders vindt dat de uiteindelijke beslissing recht doet aan de situatie. Gedupeerden worden op dit moment niet bevraagd naar hun tevredenheid over de uitkomsten van beroepsprocedures.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van de dossiers blij om te lezen dat de UHT een proces heeft ontwikkeld om ongelakte dossiers te verstrekken aan advocaten op basis van afspraken over de vertrouwelijkheid. Tegelijk lezen de leden dat de UHT nieuwe laksoftware in gebruik heeft genomen, waardoor het verstrekken van gelakte dossiers eveneens is versneld. Deze leden zijn benieuwd naar precieze getallen en vragen hoeveel sneller het verstrekken van gelakte dossiers gaat ten opzichte van het eerdere proces. Ook vragen zij hoe lang het duurt voordat een ongelakt dossier aan advocaten wordt verstrekt.
De nieuwe laksoftware heeft uiteindelijk helaas niet zozeer voor een versnelling gezorgd, maar is vooral waardevol gebleken om minder afhankelijk te zijn van de bestaande software. Het proces is in 2025 ten opzichte van 2024 desondanks met ruim 15% versneld. Deze gerealiseerde versnelling komt vooral door de andere maatregelen, zoals minder lakken, het efficiƫnter maken van het lakproces waardoor er minder medewerkers voor nodig zijn, de toegenomen expertise van medewerkers en de verduidelijkte werkinstructies. Daarnaast is de personele bezetting verhoogd, met als effect dat er in 2025 ruim 40% meer dossiers zijn verstrekt dan in 2024.
De doorlooptijd van het proces van het samenstellen en verstrekken van een ouderdossier is, net als bij een gelakt ouderdossier, zoān twee tot drie maanden. Die tijd zit vooral in het proces van samenstellen van het ouderdossier op basis van informatie uit diverse systemen en bronnen. Een ongelakt dossier vraagt enkele uren minder behandeltijd omdat er weinig of geen gegevens hoeven te worden geanonimiseerd, maar dit heeft nauwelijks of geen effect op de snelheid waarmee het dossier wordt verstrekt aan advocaten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar het tijdpad voor het herinrichten van het stelsel voor aanvullende schade en hoe lang de verwachting is dat ex-toeslagpartners dienen te wachten voordat ook hun aanvullende schade (boven de reeds ontvangen forfaitaire ā¬10.000) kan worden gecompenseerd.
Daarover is nog geen duidelijkheid. Ex-toeslagpartners hebben een forfaitaire compensatie van ā¬10.000 ontvangen en toegang tot brede ondersteuning en de schuldenaanpak. Het kabinet werkt momenteel aan opties voor de compensatie van hun eventuele aanvullende schade, die een snelle en eenvoudig uit te voeren oplossing kan bieden en tegelijk rechtdoet aan de geleden schade van ex-toeslagpartners.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van de inrichting van de uitvoeringsorganisatie blij dat er is ingezet op aanvullende initiatieven om senior juristen te werven en zijn teleurgesteld dat dit slechts minimaal effect heeft gesorteerd. Deze leden zijn benieuwd welke aanvullende initiatieven er zijn ingezet en vragen wat de verwachting was wat betreft instroom van nieuwe senior juristen naar aanleiding van deze initiatieven en wat de redenen zijn ālos van de krappe arbeidsmarktā waardoor dit tegenviel. Verder vragen zij of er plannen zijn om (andere) initiatieven op te zetten of de ingezette initiatieven te continueren tot er wel voldoende senior juristen aan de slag kunnen.
Er zijn verschillende aanvullende initiatieven ingezet om senior juristen te werven voor UHT. Vacatures voor de functie van senior jurist staan doorlopend open voor zowel vaste functies alsook via (externe) detachering. Voorts is een uitvraag gedaan bij juridische afdelingen van verschillende departementen om te inventariseren of er beroepsjuristen interesse hebben in een overstap naar UHT (in vaste dienst of detachering). Ook is er een netwerkcafƩ georganiseerd. Tot op heden hebben deze initiatieven niet tot een vermindering van de wervingsbehoefte geleid.
De handhaving op de Wet DBA per januari 2025 heeft tot gevolg dat de nieuwe instroom van senior juristen verder is gedaald. Daarnaast is niet ondenkbaar dat, vanwege het tijdelijke karakter van de UHT-organisatie, senior juristen eerder kiezen voor een andere werkgever.
De reeds aanvullende ingezette initiatieven worden gecontinueerd. Ook worden andere initiatieven verkend waaronder het op een andere manier onder de aandacht brengen van vacatures, bijvoorbeeld in landelijke dagbladen. Binnen UHT zijn verder maatregelen getroffen om de beschikbare capaciteit onder senior juristen efficiƫnter in te zetten op het gebied van onderlinge werkverdeling. Daarnaast wordt intern bezien of er (potentiƫle) juristen zijn, werkzaam binnen andere onderdelen van de organisatie, die een mogelijke interne overstap kunnen/willen maken. Dit mede in het licht van de aankomende afbouw van bepaalde onderdelen van UHT.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van de Oudercommissie blij om te lezen dat de zorgen van de Oudercommissie serieus worden genomen. Wel zijn deze leden benieuwd naar welke afspraken er gemaakt zijn over de borging van de inbreng van de oudertoetsgroep en de Oudercommissie en vragen de staatssecretaris om deze afspraken met de Kamer delen.
Zowel de Oudercommissie als de oudertoetsgroep heeft voor de MijnHerstel-route in verschillende bijeenkomsten verbeteringen aangedragen. De meeste daarvan (uit de oudertoetsgroep 55 van de 60 aanbevelingen) zijn voor de livegang van het informatie- aanmeldportaal en MijnHerstel verwerkt.
Naast het formele schriftelijke advies van de Oudercommissie over MijnHerstel, waarop ik ook schriftelijk heb gereageerd, is ook in diverse bijeenkomsten met de Oudercommissie van gedachten gewisseld over het Aanmeld- en informatieportaal en de MijnHerstel route. Naar aanleiding van de demo is een aantal concrete suggesties van de Oudercommissie doorgevoerd.
Nu het aanmeld- en informatieportaal en MijnHerstel live zijn gegaan kunnen signalen en verbeterpunten nog steeds worden gemeld, niet alleen door leden van de Oudercommissie of de oudertoetsgroep, maar door alle gebruikers, en worden deze waar mogelijk opgepakt en doorgevoerd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse de brief van de Oudercommissie gelezen. Deze leden zijn benieuwd naar de datum waarop deze is opgesteld en vragen de staatssecretaris om dat aan te geven.
De brief waaraan GroenLinks-PvdA lijkt te refereren is een schriftelijk advies van de Oudercommissie over de afhandeling van aanvullende schade die ik op 20 november 2025 heb ontvangen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd wat de reactie van de staatssecretaris is op het advies van de Oudercommissie om terug te komen op het naar beneden bijstellen van bedragen voor UIG-posten in het schadekader.
De bedragen die zijn vastgesteld voor UIGās zijn sinds de ingebruikname van het forfaitaire schadekader van SGH in juli 2024 ongewijzigd. Hetzelfde schadekader wordt gebruikt door MijnHerstel.
Het schadekader biedt ouders de mogelijkheid om, binnen de leefgebieden FinanciĆ«n, Gezin en Welzijn en Zorg, een vergoeding te ontvangen voor een uitzonderlijk impactvolle gebeurtenis (UIG) die samenhangt met het betreffende leefgebied, maar die niet in het schadekader is vervat. In de praktijk gaat het hierbij veelal om gebeurtenissen van emotionele aard die voor ouders, en vaak ook voor hun kinderen, zeer ingrijpend zijn geweest. Bij de beoordeling van deze UIGās staat het verhaal van de ouder centraal. Er worden bewust geen ondersteunende stukken gevraagd, juist om ouders niet opnieuw te belasten en om ruimte te bieden aan ervaringen die zich niet altijd laten vangen in documenten. Het vastgestelde bedrag voor deze vergoeding is zorgvuldig afgewogen. Daarbij is niet alleen gekeken naar de ernst en impact van individuele gebeurtenissen, maar ook naar het collectieve karakter van de forfaitaire route en de brede variĆ«teit aan gebeurtenissen die hieronder kunnen vallen. Het bedrag is bedoeld als een erkenning van het leed en de ervaren impact, niet als een volledige compensatie van alle gevolgen die ouders hebben ondervonden. Deze afweging doet op geen enkele wijze af aan de ernst van de gebeurtenissen die ouders hebben meegemaakt. Integendeel, juist door het laagdrempelige karakter van deze schadeposten en het centraal stellen van het verhaal van de ouder, wordt beoogd om erkenning te bieden voor ervaringen die anders moeilijk een plek zouden krijgen binnen het schadekader.
Deze leden zijn verder benieuwd naar de zorgen die de Oudercommissie per brief heeft gedeeld over zowel de inhoud als het proces van totstandkoming van de schaderoute MijnHerstel en vragen de staatssecretaris deze brief met de Kamer te delen. Ook zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd wat de opvolging is geweest ten aanzien van elk advies en punt dat de Oudercommissie heeft gemaakt. Deze leden hebben er begrip voor dat wellicht niet elke opmerking of advies is overgenomen, mits gemotiveerd kan worden wat daarvan de reden is.
Zowel de brief van de Oudercommissie als mijn reactie hierop is als bijlage bij dit verslag gevoegd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn het āzoals eerder kenbaar gemaakt in dit overlegā volmondig eens met de opmerking van de Oudercommissie dat de voortgangsrapportages op dit moment kwantitatief is ingestoken en er onvoldoende zicht is op de ervaringen en tevredenheid van ouders/gedupeerden en wensen eveneens dat hierover wordt gerapporteerd. Zij vragen de staatssecretaris op deze wens te reflecteren
De voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen ziet voornamelijk op cijfermatig onderbouwde vorderingen, bedoeld om de beide Kamers periodiek te informeren over de voortgang van de uitvoering van de hersteloperatie.
Monitoring van de hersteloperatie vanuit het ouderperspectief en oudertevredenheid vind ik ook waardevol. Op onderdelen zijn hier gegevens over beschikbaar en wordt hierover gerapporteerd.
Of en op welke manier invulling kan worden gegeven aan monitoring voor de hersteloperatie in zijn totaliteit, die ook representatief is voor de gehele groep van gedupeerde ouders, vraagt nadere analyse. Ik wil dit ook bezien in samenhang met de evaluatie van de Wet hersteloperatie toeslagen die begin dit jaar van start zal gaan. Ik heb de Oudercommissie gevraagd hierover mee te denken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de brede toegankelijkheid van het aanmeldportaal en vragen de staatssecretaris naar de vereisten van het Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid.
De gehele website van het informatie- en aanmeldportaal is ontworpen en ontwikkeld met het toegankelijkheidsperspectief als speerpunt. Op het portaal is een toegankelijkheidsverklaring gepubliceerd (https://www.toegankelijkheidsverklaring.nl/register/24684), enĀ daardoor voldoet deze aan de wet. Door middel van testen met daaraan gekoppelde verbeterplannen wordt continu aan de verbetering van de toegankelijkheid gewerkt. Verder is ten aanzien van de toegankelijkheid een meldingsproces ingericht waarbij aandachtspunten ten aanzien van toegankelijkheid gemeld kunnen worden, hier wordt binnen 2-4 weken na melding opvolging aan gegeven. Dit kan gevonden worden op:Ā https://schadeherstel.toeslagen.nl/toegankelijkheid/.
Het aanmeldportaal wordt opgenomen in het dashboard digitoegankelijk, dit volgt automatisch op het publiceren van de toegankelijkheidsverklaring in het register.
Voorts vragen de leden of de staatssecretaris ook kan reflecteren op de vraag wat gedupeerden die om wat voor reden dan ook geen toegang hebben tot een internetverbinding moeten doen om zich aan te melden via het portaal. Zij vragen of het tevens mogelijk is om de module van MijnHerstel offline in te vullen en bijvoorbeeld via de post in te sturen.
Gedupeerden die geen toegang hebben tot een internetverbinding, of die om andere redenen hun aanvraag niet digitaal willen doen, kunnen zich via de post aanmelden. Het is -gegeven de digitale ondersteuning die beschikbaar is binnen MijnHerstel- niet mogelijk een schadestaat met ondersteunende documenten offline in te dienen. Wel kunnen gedupeerden hun schadestaat offline samen met hun gemachtigde opstellen. De gemachtigde kan vervolgens de indiening in de online omgeving verzorgen.
Daarop aanvullend zijn de leden ook benieuwd naar het taalniveau van het aanmeldportaal. Het viel deze leden op dat het bezoekers van het aanmeldportaal worden begroet door een muur van tekst met waarschijnlijk allerlei relevante informatie. Zij vragen naar het taalniveau van het aanmeldportaal en of de informatie op het aanmeldportaal en de manier waarop deze wordt gepresenteerd is gedeeld met relevante stakeholders die zich bezighouden met begrijpelijke en toegankelijke taal.
Uitgangspunt bij het opstellen van tekst voor het informatieportaal, aanmeldportaal en MijnHerstel is schrijven op taalniveau B1. Enkel wanneer dit leidde tot ontbreken van belangrijke nuances, is hiervan afgeweken. Verder is gebruik gemaakt van infographics, en zijn er uiteenlopende videoās beschikbaar. Ook op die manier kunnen gedupeerden de informatie tot zich nemen. Ook deze videoās zijn op taalniveau B1 en voorzien van ondersteunende animaties. Als zaken toch onduidelijk zijn, kunnen ouders bellen met het Serviceteam. Alle gemachtigden zijn voorzien van extra informatie die hierbij relevant kan zijn.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tevreden met het feit dat het ministerie en SGH samenwerken aan de verdere opschaling van de SGH-route. Gelet op de ambitie om met de SGH-route 100 VSOās per week te realiseren en de ambitie van de staatssecretaris om de (financiĆ«le) hersteloperatie eind 2027 afgerond te hebben zou dit betekenen dat er via de SGH-route 10.000 tot 11.000 VSOās gerealiseerd kunnen worden. Zij vragen de staatssecretaris aan te geven wat dit betekent voor het aantal VSOās dat via de route MijnHerstel worden gerealiseerd, wat de inschatting van het totale aantal is en wat de inschatting is van het aantal VSOās dat per week via MijnHerstel gerealiseerd dienen te worden om de ambitie van eind 2027 te behalen. Voorts vragen zij of de organisatie aan de achterkant van MijnHerstel zodanig is dat de vereiste opschaling behaald kan worden of dat de staatssecretaris nu al hobbels voorziet, zoals het gebrek aan voldoende senior juristen.
Uitgaande van de raming in het rapport van de Commissie Van Dam, zullen circa 26.000 gedupeerden een verzoek voor vergoeding voor aanvullende schade doen. Op dit moment zijn circa 2.600 aanvragen voor een vergoeding voor aanvullende schade afgerond. Met SGH is de afspraak gemaakt dat zij per 1 april 2026 is opgeschaald naar 100 VSOās per week. Uitgaande van uiteindelijk 11.000 VSOās via SGH, zouden daarmee circa 12.400 verzoeken via MijnHerstel uitgevoerd worden. De organisatie aan de achterkant van MijnHerstel is zodanig ingericht dat de vereiste opschaling behaald kan worden. Er hebben zich al circa 9.000 mensen aangemeld voor aanvullende schade via CWS.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen dat de VSO als uitgangspunt wordt genomen. Deze leden zijn benieuwd hoe lang het duurt voordat er een beslissing te verwachten is op de aanvraag van een gedupeerde via de MijnHerstel-route.
De verwachting is dat de eerste gedupeerden in de loop van januari een terugkoppeling op hun schadestaat ontvangen. Op het moment dat zij deze ontvangen, kunnen zij waar relevant aanvullende informatie inleveren en hun verzoek aangevuld indienen. Als zij het eens zijn met de uitkomst, en na saldering van de reeds ontvangen schadevergoeding recht hebben op een aanvullend bedrag, dan kunnen zij een concept VSO en vervolgens een VSO genereren.
De leden van de GroenLinks-PvdA fractie zijn, evenals de leden van de CDA-fractie, ook benieuwd of het klopt dat gedupeerden ermee moeten instemmen dat de beslistermijn wordt opgeschort, en zo ja, wat de rationale en grondslag is achter die eis. De leden van de CDA-fractie en de PvdA-fractie vragen wat de juridische basis is om bij een keuze voor een van de hoofdroutes steeds tot opschorting over te gaan tijdens die hele route. Deze leden vragen of het niet vreemd is dat alle aanmeldingen in het portaal daarmee in feite worden opgeschort. Ook vragen deze leden of de staatssecretaris het wenselijk vindt dat ouders daarmee geen enkele juridische stok hebben in de wachtrij voor een schaderoute.
Op het moment dat de Staat en de ouder proberen om gezamenlijk tot een vaststellingsovereenkomst te komen wordt instemming van de ouder gevraagd voor het opschorten van de termijn (artikel 4:15, lid 2 sub a). Indien het niet lukt om tot overeenstemming te komen gaat de beslistermijn weer lopen. Ook kan op grond van artikel 4:15 opschorting plaatsvinden omdat de aanvraag onvoldoende is om daar een besluit op te nemen.
Overigens is de realiteit dat de juridische stok achter de deur niet altijd effectief is, omdat het aantal beroepen-niet-tijdig-beslissen op sommige onderdelen van de hersteloperatie groter is dan de afhandelcapaciteit. Dit geldt zeker ook voor de wachtrij bij de CWS.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat voor ouders die enkel gedupeerd zijn vanwege een onterecht label opzet/grove schuld en voor nabestaanden van ouders waarbij de integrale beoordeling niet de volledige schade dekt, nader wordt uitgewerkt hoe zij via de methode van individuele berekening kunnen worden geholpen. Zij vragen de staatssecretaris aan te geven op welke termijn zij verwacht dat deze nadere uitwerking afgerond zal worden.
Ouders die enkel gedupeerd zijn vanwege een onterecht label opzet/grove schuld en nabestaanden van ouders waarbij de integrale beoordeling niet volledig de schade dekt kunnen op dit moment terecht bij CWS. Momenteel wordt in kaart gebracht of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn in de context van aanvullende schade.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten aanzien van MijnHerstel signalen ontvangen van advocaten die zich zorgen maken over het proces. Deze leden zien in de stukken en brief van de regering regelmatig dat gedupeerden worden aangespoord om de route van MijnHerstel met advocaten te doorlopen. Het is echter voor deze leden onduidelijk op welke manier advocaten een vergoeding krijgen voor deze begeleiding.
De subsidieregeling Pakket Rechtsbijstand Herstelregelingen Kinderopvangtoeslag 2023 biedt advocaten die een gedupeerde ouder bijstaan de mogelijkheid om een toevoeging aan te vragen. Hierdoor ontvangt de gedupeerde ouder kosteloze rechtsbijstand en ontvangt de advocaat een vergoeding voor specifieke werkzaamheden.
De werkzaamheden die verricht worden voor MijnHerstel vallen momenteel onder de vso-fase in deze subsidieregeling. Het ministerie van Financiƫn is samen met de Raad voor Rechtsbijstand bezig met een herijking van deze regeling. Met de Werkgroep toeslagenadvocaten van de Nederlandse Orde van Advocaten is regelmatig contact hierover.
Het voornemen is om in die herijking een aparte fase in te regelen voor MijnHerstel. De Werkgroep toeslagenadvocaten is hierover geĆÆnformeerd, samen met informatie over de voorgenomen ophoging van het aantal maximale punten voor de werkzaamheden in dat kader. Na een jaar zal de Raad voor Rechtsbijstand een tijdschrijfonderzoek uitvoeren, waarin onder meer bezien zal worden of het aantal punten aansluit bij het gemiddelde aantal gedeclareerde uren.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beslisnota bij de kamerbrief over de openstelling van het informatie- en aanmeldportaal van MijnHerstel wat de spelregels zijn voor gedupeerden, die willen overstappen van MijnHerstel richting SGH/CWS of andersom. Deze leden zijn blij met deze helderheid, maar hebben hierover toch nog enkele vragen. Zo zijn deze leden, net als de leden van de CDA-fractie, benieuwd op welke manier gedupeerden worden geĆÆnformeerd over de (on)mogelijkheden van overstappen binnen het aanmeldportaal. Zij vragen op welke manier gedupeerden duidelijk wordt gemaakt dat wanneer een aanvraag āin behandelingā is genomen, dat een overstap vervolgens niet meer mogelijk is en op welke manier zij daarvoor worden gewaarschuwd.
Gedupeerden worden op verschillende momenten over de mogelijkheden met betrekking tot overstappen geĆÆnformeerd. Ten eerste is de informatie uiteengezet op het informatie- en aanmeldportaal en op de website van SGH. Daarnaast worden gedupeerden er binnen MijnHerstel op gewezen, voordat zij hun schadestaat voor het eerst indienen, dat hun verzoek hiermee in behandeling wordt genomen en zij niet meer kunnen overstappen. Ook bij SGH wordt de ouder hierover geĆÆnformeerd via verschillende kanalen en op diverse momenten in het proces.
Verder vragen deze leden wat het beleid is ten aanzien van gedupeerden die reeds een VSO hebben afgesloten, maar die onder de voorwaarden van het uniform forfaitair schadekader wellicht recht zouden hebben gehad op hogere schadebedragen.
Een VSO wordt gesloten tegen finale kwijting, waarbij de ouder en de overheid instemmen met finale beslechting van de aanvullende schade. Ik heb uw Kamer eerder geĆÆnformeerd2 dat een VSO met finale kwijting een definitieve afronding is van het financieel herstel. Hierbij merk ik op dat bijna alle VSOās die reeds zijn afgesloten, verliepen via de SGH-route. Die zijn gebaseerd zijn op het SGH-kader, dat gelijk is aan het geüniformeerde forfaitaire schadekader. Ik heb begrip voor de zorgen van ouders en neem deze zorgen serieus, maar de prioriteit ligt bij het afhandelen van compensatieaanvragen van ouders die überhaupt nog geen schadecompensatie hebben ontvangen. Deze lijn heeft mijn ambtsvoorganger eerder met uw Kamer gedeeld3 en wordt door mij gehandhaafd.
Verder vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op welke manier gedupeerden worden geĆÆnformeerd over de bestuursrechtelijke schaderoute. Zij vragen of er binnen het aanmeldportaal informatie over deze route is opgenomen, en indien dat niet het geval is, wat de overwegingen zijn om deze informatie niet op te nemen.
In lijn met het advies van de Commissie Van Dam is het uitgangspunt is dat ouders die geen vaststellingsovereenkomst willen sluiten een bestuursrechtelijk besluit ontvangen op basis van een concept VSO. Op het informatieportaal wordt de ouder voorgelicht over de bestuursrechtelijke aspecten. Ik onderzoek op dit moment de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van de optie om een getekende VSO te voorzien van een beschikking voor ouders die daar sterk aan hechten.
Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie lezen dat om inzicht te krijgen in hoe de uitvoering van de Brede Ondersteuning in de praktijk verloopt, Divosa een eerste inventarisatie heeft uitgezet. Aan de enquĆŖte van Divosa heeft 22 procent van de gemeenten meegedaan. Deze leden vragen wat de reden is dat zo weinig gemeenten aan het onderzoek hebben deelgenomen en vragen of de staatssecretaris het beeld uit het onderzoek voldoende representatief acht. De leden van de BBB-fractie hebben een soortgelijke vraag gesteld, namelijk hoe representatief dit onderzoek is voor de landelijke uitvoering van de Brede Ondersteuning en hoe ervoor wordt gezorgd dat knelpunten in de overige gemeenten ook boven water komen.
Divosa heeft zelfstandig een inventarisatie gedaan onder haar leden waarbij om medewerking is gevraagd. Het ministerie van Financiën had hierbij geen betrokkenheid. Van Divosa heb ik begrepen dat de uitvraag niet tot doel had om representatief te zijn, maar om te inventariseren hoe de respondenten de uitvoering van de hersteloperatie ervaren en of zij knelpunten ervaren. Leden die 76 gemeenten vertegenwoordigen hebben meegewerkt aan de inventarisatie. Eerder in de hersteloperatie is in opdracht van de VNG verschillende keren onderzoek gedaan onder alle gemeenten naar de uitvoering van de brede ondersteuning. Over de uitkomsten is uw Kamer via voortgangsrapportages in 2023 en 2024 geïnformeerd.
De bestuurlijk regisseur zal conform zijn opdracht de effectiviteit van de brede ondersteuning monitoren.
De leden van de CDA-fractie constateren dat 70 procent van de ondervraagde gemeenten aangeeft meer tijd nodig te hebben om brede ondersteuning te verlenen aan haar inwoners. De leden van de CDA-fractie vragen hoe de staatssecretaris hierop reflecteert in relatie tot de gestelde strenge termijnen.
Respondenten vragen in de inventarisatie met name om duidelijkheid over termijnen om ongelijkheid te voorkomen en beter te kunnen plannen. Recentelijk is uw Kamer geïnformeerd over bestuurlijke afspraken tussen de VNG en het ministerie van Financiën waarin langdurige financiële zekerheid en een uiterste aanmelddatum voor de toegang tot brede ondersteuning zijn afgesproken. Dit biedt ouders, kinderen en gemeenten meer duidelijkheid over hoe lang de brede ondersteuning beschikbaar blijft en tot wanneer gemeenten kosten mogen verantwoorden. Ook biedt het tijd om te zorgen voor een verantwoorde overgang van brede ondersteuning naar het regulier sociaal domein. Daarmee is de gevraagde duidelijkheid voor ouders, kinderen en gemeenten er gekomen.
De Kamer heeft inmiddels een brief ontvangen over de bevindingen van de heer Blokhuis en de aanpassingen die gaan worden gedaan met betrekking tot de brede ondersteuning. Namelijk het oprekken van de termijn zodat beter aangesloten wordt op het tempo van financieel herstel, zoals ook een groot deel van de Kamer destijds al heeft voorgesteld, maar door het kabinet werd afgewezen. De leden van de CDA-fractie vragen waarom hier destijds geen ruimte voor was, maar nu blijkbaar wel. Ook vragen deze leden waarom ervoor is gekozen ouders hierover onnodig in onzekerheid te laten verkeren.
Zowel getroffen ouders, hun kinderen als gemeenten hebben duidelijkheid gevraagd over de uiterste aanmelddatum voor de brede ondersteuning. Onderdeel van de afspraken is daarom de zekerheid dat alle betrokkenen die mogelijk recht hebben op de brede ondersteuning zich tot 1 september 2027 bij gemeenten kunnen aanmelden. De uiterste aanmelddatum van 1 september 2027 is gekozen omdat deze ouders genoeg tijd geeft om zich aan te melden en gemeente de tijd geeft om toe te werken naar het afronden van de brede ondersteuning. De afspraken zijn onderdeel van een gezamenlijk besluitvormingsproces met de VNG. Eerder kon ik hier niet op vooruit lopen.
Ten aanzien van het rapport over het Landelijke steunpunt voor toeslaggedupeerden merken de leden van de CDA-fractie op dat van groot belang is dit steunpunt op afstand van het ministerie te zetten, omdat dit in de ogen van de ouders de dader is. Deze leden vragen, evenals de leden van de VVD-fractie, hoe de staatssecretaris de positionering van een dergelijk steunpunt voor zich ziet.
De organisaties ARQ en SOS International nemen de inrichting en operationalisering van het steunpunt voor hun rekening. Hiermee wordt de uitvoering van het Landelijk Steunpunt bewust verzorgd door organisaties met de benodigde expertise. De inrichting, vormgeving en uitvoering van het steunpunt vinden plaats in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen uit de doelgroep en met andere experts.
Ten aanzien van jongeren lezen de leden van de CDA-fractie dat een meldpunt geopend was met betrekking tot DUO-schulden. De uitkomsten zijn inmiddels bekend en deze leden zouden graag een reactie willen van de staatssecretaris op de volgende constateringen:
1. Gedupeerde jongeren hebben twee keer zo veel hoge DUO-schulden als gemiddeld;
2. Gedupeerde jongeren hebben twee keer vaker hun studie afgebroken dan gemiddeld (40 procent van de gedupeerde jongeren heeft hun studie afgebroken, landelijk minder dan 20 procent);
3. De impact van het toeslagenschandaal duurt tot op de dag van vandaag voort op het leven van gedupeerde jongeren. Zij hebben last van chronische stress, psychische problemen, groot wantrouwen jegens overheid en anderen, verbroken familiebanden en onstabiele woonsituaties; en
4. Meer dan de helft van de gedupeerde jongeren heeft DUO (mede) gebruikt om thuis te helpen overleven. Bijna 80 procent geeft aan DUO te hebben gebruikt om zelf te overleven, omdat ouders dat door het toeslagenschandaal niet konden.
Ik heb kennisgenomen van het eindverslag van de kinderombudsmannen waarin jongeren hun ervaringen delen over opgroeien in stress en armoede en welke impact dit heeft op hun toekomstperspectief. Samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heb ik de kinderombudsmannen hier ook over gesproken. In de beantwoording op de schriftelijke vragen die op 12 februari jl. zijn gesteld door het de leden Westerveld (GroenLinks-PvdA), Dijk (SP) en Inge van Dijk (CDA) zullen we een verdere reactie geven.
De leden van de CDA-fractie vragen de staatsecretaris om de toezegging dat compensatie van DUO-schulden die nu via de ouders plaatsvindt, rechtstreeks bij DUO wordt afgelost.
FinanciĆ«le compensatie en aanvullende schadevergoeding in de hersteloperatie gaat naar de erkend gedupeerde ouder en diens gezin, o.a. via de aanvullende schadeherstelroute door middel van een vaststellingsovereenkomst met de ouder. Het gaat dan bijvoorbeeld om financiĆ«le compensatie voor gemist inkomen. Wanneer het inkomensverlies of andere schade van de ouder destijds deels werd opgevangen door de financiĆ«le bijdrage van bijvoorbeeld een kind aan het huishouden, dan kan een ouder ervoor kiezen om een deel van de financiĆ«le compensatie in te zetten voor het desbetreffende kind, bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan het aflossen van een studieschuld. Het is dus aan de ouder om te bepalen of en op welke wijze het ontvangen bedrag geheel of gedeeltelijk ten goede komt aan mensen die hen ten tijde van de toeslagenaffaire financieel hebben bijgestaan. Ik kan om die reden geen toezegging doen om financiĆ«le compensatie die via de ouder plaatsvindt rechtstreeks te gebruiken voor het (deels) aflossen van een studieschuld. Ik zie wel meerwaarde in ouders extra te wijzen op de mogelijkheden voor het besteden van de vergoeding ā zoals een bijdrage aan het aflossen van een studieschuld van een kind ā in het kader van nazorg. Hier wil ik graag extra op inzetten.
Mocht de studielening tot problemen leiden voor jongeren, dan kunnen zij bovendien contact opnemen met DUO. DUO kent verschillende voorzieningen waar jongeren in veel gevallen een beroep op kunnen doen als zij problemen ervaren bij het terugbetalen van de lening, of tegen onvoorziene omstandigheden aanlopen tijdens hun studie. Ook toeslagenjongeren die zich in een dergelijke situatie bevinden kunnen hier gebruik van maken.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake compensatie van aanvullende schade in de hersteloperatie toeslagen. Deze leden lezen dat het online portaal de startplek wordt voor verdere behandeling van aanvullende schade. Ouders worden hierover schriftelijk benaderd. Deze leden vragen wat er gebeurt als ouders niet reageren op de brief en of de brief de enige route is via welke ouders worden benaderd.
De ouders die op dit moment in de CWS-wachtrij staan krijgen binnenkort een brief thuisgestuurd waarmee zij worden gevraagd een keuze te maken voor ƩƩn van de twee forfaitaire schaderoutes.
Naast een brief communiceren we ook naar ouders via allerlei andere kanalen: door middel van posts op sociale media, die ook worden verspreid in informele netwerken van ouders, via nieuwsbrieven en sites van UHT, SGH en het ministerie, door communicatie stakeholders die ook veel contacten hebben met gedupeerde ouders, waaronder gemeenten en via berichtgeving in de pers. Daarnaast informeren we ook advocaten die gedupeerde ouders bijstaan bij het aanvragen van aanvullende schade. Zo krijgen de advocaten van de ouders die in de wachtrij staan bij CWS ook de brief aan de ouders toegestuurd. Als zowel de ouder als de advocaat niet reageert op de betreffende brief, worden nog nader te bepalen vervolgacties ingezet.
De ouders die bij SGH in het proces zitten, worden door SGH begeleid om naar het Aanmeldportaal te gaan.
Deze leden vragen de staatssecretaris verder om aan te geven hoe de opschaling van SGH zo wordt vormgegeven dat 100 VSOās per week inderdaad kunnen worden gerealiseerd. Ook vragen deze leden of de staatssecretaris kan aangeven wat de kostenontwikkeling per VSO bij SGH is vanaf de startfase SGH tot nu.
SGH richt een organisatie in die structureel de ondersteuning van 100 gedupeerde ouders (Vertellers) per week kan faciliteren. Hierover waren al eerder afspraken gemaakt maar om diverse redenen is de beoogde output tot op heden niet gehaald. Om de afgesproken opschaling in 2026 mogelijk te maken is volgens inschatting van SGH een bezetting van circa 120 FTE actieve schadeanalisten noodzakelijk. SGH schaalt op naar een formatie van 185 FTE aan schadeanalisten voor 2026, omdat zij een buffer nodig hebben om het aantal actieve schadeanalisten constant te houden, vanwege de inwerkperiode voor instroom aan nieuwe analisten en frictie als gevolg van uitstroom van analisten. Daarnaast schaalt SGH op in coƶrdinatoren en ondersteunende functies.
Op basis van de huidige inzichten is het nog te vroeg om te overzien hoe de hersteloperatie er in 2027 uit ziet en welke bijbehorende capaciteit van SGH hiervoor nodig is. Het ministerie heeft afgesproken met SGH om na de definitieve sluitingstermijn voor de aanmelding voor aanvullende schade op 1 april 2026, samen met SGH te kijken naar de benodigde capaciteit voor 2027.
In 2024 zijn bij SGH 444 VSOās afgesloten. De gemiddelde uitvoeringskosten per VSO bedroegen in 2024 ruim ā¬40.200. In 2025 zijn 1.305 VSOās afgesloten, de gemiddelde uitvoeringskosten per VSO bedroegen in 2025 ruim ā¬27.100.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de staatssecretaris ouders adviseert om voor MijnHerstel een advocaat in te schakelen. Deze leden vragen of hiervoor naar verwachting voldoende betaalbare advocaten beschikbaar zijn en zo niet, of herstel dan wederom vertraging oploopt met name ook omdat door advocaten wordt aangegeven dat momenteel geen adequate voorziening is voor rechtsbijstand bij MijnHerstel in het kader van de gefinancierde rechtsbijstand.
Een aanzienlijk aantal gedupeerde ouders heeft een rechtsbijstandverlener of heeft daar bijstand van gekregen. Ik ben regelmatig in gesprek met zowel de Nederlandse Orde van Advocaten als met de Werkgroep toeslagenadvocaten en zal ook langs die weg eventuele signalen over knelpunten monitoren. Op dit moment zijn er geen signalen dat er te weinig advocaten beschikbaar zullen zijn om gedupeerde ouders bij te staan voor MijnHerstel.
Verder lezen de leden dat ouders voor bepaalde gebeurtenissen kan worden gevraagd om ondersteunende stukken aan te leveren. Deze leden vragen voor wat voor gebeurtenissen zulke aanvullende stukken nodig zijn en hoe voorkomen wordt dat dit weer neigt naar bewijzen, wat we juist met elkaar niet meer wilden.
Binnen MijnHerstel kunnen ouders zelfstandig of met ondersteuning van een gemachtigde hun verhaal toelichten en relevante stukken indienen. Zij worden daarbij ondersteund door een gebruiksvriendelijke digitale omgeving, waarin zoveel mogelijk informatie vooraf is ontsloten om de indiening te vergemakkelijken en de administratieve last voor ouders te beperken. Daar waar binnen MijnHerstel gevraagd wordt om ondersteunende stukken, gaat het erom met documenten aannemelijk te maken dat de gebeurtenis waarvoor een vergoeding wordt gevraagd heeft plaatsgevonden. En dat dit plaatsvond nadat de problemen met de kinderopvangtoeslag zijn begonnen. Voor bepaalde gebeurtenissen worden ondersteunende stukken gevraagd vanwege de aard van de gebeurtenis of de wijze waarop de schade wordt vastgesteld. Dit betreft onder meer gebeurtenissen zoals een verhuizing, het verlies van een koopwoning of een structureel hogere huur, evenals schadeposten waarvoor berekeningen nodig zijn op basis van aantallen, duur of hoogte, zoals schade op het leefgebied Werk en de varianten binnen het leefgebied Gezin. Ook gaat het om gebeurtenissen waarbij doorgaans sprake is geweest van rechterlijke tussenkomst, zoals faillissement, WSNP/MSNP en beschermingsbewind.
Bij de forfaitere routes wordt oorzaak en gevolg voornamelijk verondersteld, in de individuele berekening vragen we aan ouders om de causaliteit aannemelijk te maken. Van ouders wordt nadrukkelijk niet gevraagd om met documenten het causaal verband met de kinderopvangtoeslagproblematiek of de omvang van de schade aan te tonen. Het causaal verband en de schade worden verondersteld op basis van de tijdlijn en de toelichting van de ouder. Ouders zijn vrij in de keuze van de documenten die zij aanleveren. Er geldt daarbij een vrije onderbouwing: alle stukken die relevante informatie bevatten en bijdragen aan de aannemelijkheid van de gebeurtenis kunnen worden gebruikt. Om ouders hierin verder te ondersteunen, wordt voortdurend gewerkt aan het ontsluiten van aanvullende documenten. Veel gebeurtenissen worden onderbouwd met gegevens uit toegankelijke overheidssystemen zoals MijnOverheid, MijnDUO en MijnUWV.
De leden van de CDA-fractie lezen dat op het portaal wordt ingelogd met DigiD. Deze leden vragen of de staatssecretaris zich bewust is dat dit voor ouders spannend kan zijn, omdat dit weer het gevoel kan oproepen van āovergenomen wordenā door de overheid.
DigiD is een persoonlijke, digitale inlogmethode waarmee alle burgers veilig online zaken kunnen regelen bij overheidsorganisaties. Via DigiD kunnen burgers zich identificeren en worden persoongesgevens beschermd; zo ook voor het aanvragen van aanvullende schade.
Gedupeerden die om wat voor reden dan ook geen gebruik willen maken van DigiD kunnen zich via het postformulier aanmelden voor aanvullende compensatie.
De leden lezen dat MijnHerstel zal worden doorontwikkeld. Deze leden merken op dat het goed is dat het systeem waar nodig wordt aangepast, maar vragen hoe wordt voorkomen dat lopende dit proces onevenredig grote verschillen kunnen ontstaan in behandeling en bejegening van ouders ten aanzien van ouders die het traject al hebben doorlopen.
Rondom de livegang van MijnHerstel is continu zorgvuldig de weging gemaakt tussen snelheid en compleetheid. Hierbij is gekeken op welke manier het mogelijk was en is gedupeerden zo snel mogelijk helderheid en toegang te bieden, en tegelijkertijd een gelijkwaardige behandeling en bejegening te borgen. De medewerkers die bij MijnHerstel aan de slag gingen zijn mede geselecteerd op de mate waarin zij passen binnen de cultuur van een hersteloperatie.
De verdere doorontwikkeling van MijnHerstel is gericht op het vergroten van de gebruiksvriendelijkheid. Een verdere doorontwikkeling wijzigt derhalve niet de behandeling van een schadestaat en bejegening van de gedupeerde. Uit tevredenheidsonderzoek over de afgelopen periode blijkt overigens dat ouders tot op heden MijnHerstel waarderen met gemiddeld een 7,5.
De leden van de CDA-fractie vragen verder waarom de handleiding met betrekking tot het schadekader nog niet gereed is, terwijl er al wel mee wordt gewerkt. Deze leden vragen de staatssecretaris of dat verstandig is.
De handleiding is op 23 december 2025 gepubliceerd. De inschatting is dat de relatief korte periode tussen livegang en publicatie handleiding goed was te overbruggen. Daarnaast is en wordt voorzien in training en opleiding en werkinstructies voor de organisatie, waardoor kennis en kunde met het uniforme forfaitaire schadekader voldoende is geborgd
Deze leden merken ook op dat er nog steeds, of weer, discussie is met SGH over het schadekader. SHG is van mening dat de strakke inrichting nu vertraging en meer bezwaren tot gevolg heeft. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt en of de staatssecretaris deze begrijpelijke zorg met cijfers kan ontkrachten.
Het uniforme schadekader is in samenwerking met SGH tot stand gekomen. In het huidige uniforme schadekader heeft enkel een aantal kleine aanpassing plaatsgehad op het reeds bestaande schadekader dat al tijden wordt toegepast door SGH, het uitvoeringsbeleid is opgenomen in het kader. Ik herken de discussie over kaders daarom niet. De aanpassingen zijn voor een aantal punten een verruiming of nadere uitwerking van schadeposten op basis van anderhalf jaar praktijkervaring met het kader en uiteenlopende casuĆÆstiek en zijn gezamenlijk met SGH doorgevoerd. Het is voor beide routes hierdoor een toepasbaar en werkbaar schadekader. En van een strakke inrichting of een strakkere inrichting dan voorheen is daarmee geen sprake.
Er wordt bovendien een kwaliteitsstelsel opgezet voor de MijnHerstel-route dat vergelijkbaar is met het kwaliteitsstelsel voor de SGH-route. Daarbij vindt een integraal overleg plaats over de schaderoutes heen om de gelijkwaardige toepassing van het schadekader in de verschillende routes te waarborgen.
De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat voor de bestuursrechtelijke route een ander schadekader geldt. Deze leden vragen of er eigenlijk wel sprake is van ƩƩn uniform schadekader. Ook vragen deze leden op basis van welk kader in de precieze berekening wordt gewerkt.
Er is één geüniformeerd forfaitair schadekader dat wordt toegepast in zowel de SGH-route als bij MijnHerstel. In de individuele berekening geldt een kader dat dezelfde basis heeft als het uniforme forfaitaire schadekader maar dat op onderdelen is aangepast om recht te kunnen doen aan de individuele situatie. Net als in de Regieroute VSO zal in de individuele berekening worden uitgegaan van de (werkelijk) geleden schade, op basis van het hetzelfde kader en gebaseerd op het civiele schadevergoedingsrecht. Daarin zitten op onderdelen overigens ook nog een aantal forfaitaire vergoedingen, dit ziet bijvoorbeeld op immateriële schadeposten.
Deze leden merken op dat met betrekking tot de individuele berekening nog veel niet bekend is en vragen of de staatssecretaris over wat wel bekend is een zo volledig mogelijk beeld kan geven van hoe de route eruit komt te zien, de tijdsplanning dat deze route ook kan worden opengezet en of deze route geschikt is voor ondernemers of mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt als gevolg van de Toeslagenaffaire.
De individuele berekening is in ontwikkeling, en de verwachting is dat hierover in de loop van februari meer duidelijkheid verschaft kan worden. Bij de ontwikkeling van de individuele berekening wordt voortgebouwd op de werkwijze van de VSO regieroute. De route zal geschikt zijn voor gedupeerden voor wie het forfaitaire kader niet past bij hun persoonlijke situatie. Het gaat hier bijvoorbeeld om ondernemers of mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt als gevolg van de Toeslagenaffaire. De door de ouder opgestelde schadestaat uit een van de forfaitaire routes dient samen met aanvullende onderbouwing voor causaliteit en specifieke schade als vertrekpunt voor de individuele berekening.
Het is echter van belang om op te merken dat de verwachting is dat het ruimhartige forfaitaire kader voor het overgrote deel van de gedupeerde ouders voldoende is om hun aanvullende schade te kunnen compenseren. De individuele berekening leidt niet in alle gevallen tot een hogere financiƫle compensatie; daar worden ouders op het informatieportaal ook op gewezen en het is van belang dat gedupeerden waar mogelijk in contact te treden met een advocaat voordat zij de stap naar de individuele berekening zetten.
De leden van de CDA-fractie constateren dat in de technische briefing is toegelicht hoe ouders eventueel kunnen overstappen van de ene route naar de andere route. Deze leden, evenals de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, vragen of de staatssecretaris de spelregels over overstappen duidelijk wil publiceren op de website.
Alle informatie omtrent overstappen is uiteengezet op het Informatie- en Aanmeldportaal en op de website van SGH.
De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze met lopende bezwaren IB in het kader van MijnHerstel wordt omgegaan.
Het uitgangspunt van het kabinet is om ouders die een bezwaar hebben lopen tegen hun IB en tevens een aanvraag indienen voor compensatie van aanvullende schade, zoveel mogelijk integraal te helpen. Momenteel wordt door het kabinet gewerkt aan een werkwijze die hierin moet voorzien.
De leden van de CDA-fractie merken op dat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat een ouder via SGH een VSO sluit over aanvullende werkelijke schade, waarbij tevens het IB-bezwaar moet worden ingetrokken. Dit terwijl de ouder zich niet realiseert wat dit betekent en de betrokken advocaat niet conform de verplichtingen in de Awb op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen intrekking van dit bezwaar. Deze leden vragen of de staatssecretaris deze situatie herkent en deelt dat die onwenselijk is. Deze leden vragen of de staatssecretaris bereid is hiervoor naar oplossingen te zoeken, zonder dat hierover ingewikkelde juridische procedures over moeten worden gevoerd.
Ik herken de in de vraagstelling geformuleerde situatie niet. Als een ouder en de Staat een VSO sluiten over aanvullende schade, tekenen de ouder en de Staat voor finale kwijting. Dat wil zeggen dat het financieel herstel wordt afgerond en eventuele lopende claims of bezwaren over en weer worden ingetrokken. Dit is duidelijk in de VSO opgenomen, en ouders en gemachtigden worden hierover geĆÆnformeerd.
Ook vragen deze leden of de staatssecretaris bereid is om aan ouders alle op het bezwaar betrekking hebbende stukken te geven als zij gevraagd worden om een lopende bezwaarprocedure in te trekken.
Ouders krijgen standaard het ouderdossier vóór de start van de behandeling van hun bezwaar. Daar zitten alle stukken in die betrekking hebben op hun zaak. Het kan voorkomen dat een ouder/gemachtigde eerder in het proces aangeeft open te staan voor een VSO, dan is er mogelijk nog geen ouderdossier samengesteld. Op verzoek kan dan alsnog een ouderdossier worden samengesteld.
Voorts vragen deze leden of de bestuursrechtelijke schaderoute voor ouders open blijft staan, met de daarbij behorende bezwaar- en beroepsmogelijkheid.
Een ouder heeft altijd het wettelijke recht om van de overheid een besluit (beschikking) te ontvangen over aanvullende schade, conform de Wet hersteloperatie toeslagen en de Awb. Op dit moment is het aanmeldportaal de start van de bestuursrechtelijke route. De inzet is om er samen uit te komen met een vaststellingsovereenkomst (eerst via de forfaitaire route en als dat niet lukt via de individuele berekening). We onderzoeken momenteel opties om de bestuursrechtelijke afronding voor ouders die hun financieel herstel niet via een VSO willen afronden op efficiƫnte wijze in te richten. Hierbij wordt rechtstreeks beroep bij de rechter ondersteund.
Verder vragen de leden van de CDA-fractie of er ruimte is voor contact tussen gemachtigden en overheid alsmede voldoende flexibiliteit of onderhandelingsruimte om tot een vorm van maatwerk te komen in MijnHerstel.
Zowel MijnHerstel als SGH werken volgens hetzelfde ruimhartige forfaitaire schadekader; een kader dat zich kenmerkt door vaste bedragen per gebeurtenis en de aannemelijkheid dat die gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Binnen dit kader is er mogelijkheid tot maatwerk in de vorm van de āUitzonderlijk Impactvolle Gebeurtenissenā: gebeurtenissen die in de overige posten in het schadekader niet terugkomen, maar waarvan het niet rechtvaardig zou zijn als deze niet zouden worden erkend richting de ouder. Daarnaast is voor situaties waarin bepaalde documentatie ontbreekt in een casuĆÆstiektafel voorzien hier is altijd ruimte voor de uitzondering. Maatwerk is onze standaard.
De leden van de CDA-fractie vragen of het dasboard in de voortgangsrapportage kan worden uitgebreid met alle routes die financieel herstel raken zodat er een totaaloverzicht ontstaat en de Kamer ook weet hoeveel ouders inderdaad financieel volledig zijn gecompenseerd.
In het dasboard in de 21e VGR was de voortgang opgenomen van de schaderoutes die in de rapportageperiode mei-augustus 2025 beschikbaar waren. Met de openstelling van MijnHerstel op 2 december 2025 zal het dashboard in de volgende VGR ook informatie over deze schaderoute bevatten. Tevens zal informatie worden opgenomen over het totaal aantal ingediende en afgeronde aanvragen voor compensatie van aanvullende schade.
De leden van de CDA-fractie vragen hoeveel ouders zich hebben gemeld na sluiting van de aanmeldtermijn en hoeveel ouders vervolgens nog zijn toegelaten, dan wel afgewezen.
Er hebben zich 3.277 ouders gemeld bij UHT na sluiting van de aanmeldtermijn, waarvan 1.156 zijn toegelaten en 2.051 zijn afgewezen (peildatum 02-01-2026).
Veel ouders die in eerste instantie niet gedupeerd worden geacht bij de eerste toets, kunnen bij de integrale beoordeling alsnog wel gedupeerd blijken (13.900). Deze leden vragen of de staatssecretaris nog eens goed kan uitleggen hoe dit precies komt.
De eerste toets is bewust ingericht als een snelle en laagdrempelige beoordeling, met als doel om ouders - waar dit mogelijk is - snel duidelijkheid te geven over de vraag of zij mogelijk in aanmerking komen voor herstel. Blijkt uit de eerste toets dat de ouder gedupeerd is, dan wordt de ouder direct financiƫle compensatie geboden middels de Catshuisregeling (30.000 euro).
De integrale beoordeling heeft een ander doel. Deze beoordeling is bedoeld om zorgvuldig en volledig vast te stellen of en in welke mate een ouder is gedupeerd en welke precieze compensatie daarbij hoort. Ook is er meer tijd en ruimte voor de ouder om het eigen verhaal te doen en aanvullende informatie aan te leveren. De persoonlijk zaakbehandelaar stelt in de integrale beoordeling een overzicht op van alle beschikbare informatie, dat door de ouder kan worden gecontroleerd en aangevuld. Hierna wordt beoordeeld of en op welke herstelregelingen recht bestaat. Door deze grotere diepgang en bredere informatiebasis kan in de integrale beoordeling alsnog blijken dat sprake is van gedupeerdheid.
Verder lezen deze leden dat het aantal bezwaren enorm hoog is en de getroffen maatregelen om bezwaren te voorkomen een verlaging tot gevolg gehad hebben, maar niet significant (van 24 procent naar 17 procent). Deze leden vragen waarom het niet lukt dit aantal terug te brengen naar redelijke proporties.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om bezwaren te voorkomen, waaronder betere communicatie naar ouders over de beoordeling. Dat heeft ertoe geleid dat circa een derde minder ouders in bezwaar gaat na de integrale beoordeling. Desondanks kan een deel van de beoordeelde ouders zich niet verenigen met de uitkomst van de integrale beoordeling. Zo maken gedupeerden vaak bezwaar tegen de hoogte van de compensatie, of tegen het aantal toeslagjaren waarvoor is gecompenseerd. Niet-gedupeerde ouders maken bezwaar omdat zij menen wel gedupeerd te zijn en behoefte hebben aan hun dossier.
Ook vragen deze leden naar de visie van de BAC hierop en of de BAC oplossingen ziet.
De BAC is hierover om een reactie gevraagd. Zij geeft aan rondom het terugdringen van bezwaar het als een remmende factor te zien dat ouders niet standaard hun hele dossier ontvangen bij het besluit op hun IB. Daarnaast merkt de BAC op dat het aandeel bezwaren met de uitkomst (deels) gegrond al jaren rond de 40% schommelt en dat dit een motivatie kan zijn om in bezwaar te gaan. Ook merkt de BAC op dat het feit dat gewerkt wordt met vaststellingsovereenkomsten op bezwaarzaken voor ouders en gemachtigden een aanleiding kan vormen om in bezwaar te gaan. Tot slot merkt de BAC op dat het denkbaar is dat het overschrijden van de beslistermijnen op bezwaar en de bijbehorende systematiek met dwangsommen een motivatie kan zijn voor ouders en gemachtigden om een bezwaar in te dienen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat in ongeveer tien procent van de gevallen de UHT afwijkt van het BAC-advies. Het is van groot belang dat het BAC een onafhankelijk karakter houdt, maar door het recht van de UHT om dit te overrulen staat dit op spanning. Deze leden vragen of de Kamer meer inzicht kan krijgen in de redenen voor gemotiveerde afwijking van BAC-adviezen.
Het komt voor dat er nieuwe feiten na totstandkoming van het BAC advies beschikbaar zijn. Omdat de BAC slechts eenmalig advies geeft, moet UHT afwijken van het advies indien de nieuwe feiten leiden tot een andere conclusie. Daarnaast zijn de betrokken ambtenaren op grond van hun ambtseed, wet- en regelgeving en werkinstructie onafhankelijk in hun oordeel.
Circa 36% van de ouders gaat na een beslissing op bezwaar in beroep tegen het IB besluit en 54% gaat in beroep na een beslissing op bezwaar tegen een besluit over aanvullende schade.
De leden van de CDA-fractie ontvangen over het proces van mediation wisselende geluiden. In sommige gevallen start deze namelijk met de mededeling dat er wel gesproken wordt, maar niks meer wordt aangepast. Deze leden vragen of de staatssecretaris dit herkent en wat dan het nut is van een mediationtraject voor ouders.
Ik herken dit niet. Mediation in bezwaar is bedoeld om samen met gedupeerden te zoeken naar een passende oplossing voor het bezwaar en er samen uit te komen. Hierbij kan een uitkomst zijn dat het besluit in primo wordt heroverwogen en wordt bezien of maatwerk nodig is.
In sommige gevallen kan, ondanks het goede gesprek en welwillendheid van beide kanten, geen andere conclusie worden getrokken over gedupeerdheid of over uit te keren bedragen dan er al is gedaan. In die gevallen benut UHT het mediationtraject alsnog om persoonlijk in gesprek te gaan met de ouder en advocaat en uitleg te geven over hoe de beoordeling tot stand is gekomen. Ook geeft het mediationtraject gedupeerden de gelegenheid nogmaals uitgebreid hun verhaal te vertellen, wat kan bijdragen aan het herstel.
Ten aanzien van hybride insourcing vragen de leden van de CDA-fractie tot wanneer de pilot nu doorloopt en wanneer evaluatie plaatsvindt.
De pilot is eind september 2025 afgesloten en in oktober 2025 geƫvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat er geen sprake was van een snellere afdoening van de bezwaardossiers.
De leden van de CDA-fractie lezen dat ouders de dienstverlening van UHT met een 6 of 7 waarderen. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris reflecteert op deze score, in relatie tot het feit dat we te maken hebben met een hersteloperatie voor ouders deel veel leed hebben doorgemaakt.
Elk kwartaal laat UHT de beleving van ouders over de verschillende processen binnen het financieel herstel meten. De meeste ouders die in Q2 2025 hebben meegedaan aan dit belevingsonderzoek geven een algemene tevredenheidsscore van een 6 of 7 over de verschillende processen, bijvoorbeeld over de integrale beoordeling en de diensten van het serviceteam. Het contact met medewerkers van UHT wordt over het algemeen hoger beoordeeld met een 7 of 8. Dit is vrij consistent gebleven de afgelopen jaren. We zien in Q3 2025 dat er een significante stijging is in de waardering van proces en contact bij Integrale Beoordeling, Serviceteam en Nazorgteam. Gesignaleerde verbeterkansen die voortkomen uit extern onderzoek en uit het verzamelen van interne- en externe signalen hebben geleid tot aanpassingen ter verbetering van de dienstverlening. Bij de uitvoering van de verschillende regelingen zijn processen en instructies aangepast om de stem van de ouders terug te laten komen in de dienstverlening van UHT. Oplossingsgericht en dienstbaar werken is steeds meer de cultuur van de hersteloperatie.
De leden van de CDA-fractie merken ook op dat het tempo van de CWS onverminderd laag is en de wachttijden onverminderd lang. Deze leden vragen de staatssecretaris hoe kan worden voorkomen dat de nog te ontwikkelen regietafels zo meteen eenzelfde tempo laten zien.
Ik ga er vanuit dat de leden hier doelen op de inrichting van de individuele berekening. De inrichting van de individuele berekening is nog in volle gang. Schaalbaarheid is bij de inrichting een belangrijk criterium. Er wordt een werkwijze gebruikt die lijkt op de regieroute VSO. Daar hebben we inmiddels veel succesvolle ervaring opgedaan met het doen van vergelijkbare berekeningen van aanvullende schade.
Ten aanzien van de bestuursrechtelijke beschikking als alternatief voor de VSO lezen deze leden dat de consequentie van vernietiging van de VSO is dat de ouder het ontvangen bedrag terug moet betalen. Deze leden vragen waar in het proces dit wordt gecommuniceerd en vragen de staatssecretaris om te bevestigen dat dit niet geldt voor de ā¬30.000 Catshuisregeling.
In de Kamerbrief van 25 november 20254 heeft het kabinet aangegeven opties te onderzoeken voor de bestuursrechtelijke afronding van een aanvraag voor compensatie van aanvullende schade voor ouders die niet tot een VSO komen. Hier is geen sprake van het vernietigen van een VSO, want er is in deze gevallen geen VSO. Ā Een ouder die als uitkomst van een schaderoute een VSO heeft gesloten heeft de schaderoute daarmee afgerond. Mocht, in een uitzonderlijk geval, de ouder achteraf menen dat de VSO nietig/vernietigbaar is, dan kan de ouder dat voorleggen aan de rechter. Als de rechter besluit dat een VSO nietig/vernietigd is, dan is de uiterste consequentie dat de VSO ongedaan wordt gemaakt en de ouder het ontvangen bedrag terug moet betalen. Betalingen die een ouder voorafgaand aan en los van de VSO heeft gekregen maken geen deel uit van de schade-VSO en blijven gewoon in stand.
Met betrekking tot de aanpak van schulden bereiken deze leden diverse signalen dat ouders door de duur van het traject van financieel herstel wederom in de financiƫle problemen en schulden terecht komen. Dit kan in de ogen van deze leden nooit de bedoeling zijn van een hersteloperatie. Deze leden vragen of de staatssecretaris deze signalen herkent en hoe zij hiermee wil omgaan.
Zoals eerder aangegeven (reactie op VVD) begrijp ik dat de onverwachte schulden ouders zwaar vallen. We zetten dan ook uiteenlopende communicatiekanalen en āmiddelen in om ouders zo goed mogelijk te informeren. Aan het begin van de invorderingspauze is per brief gecommuniceerd dat de invorderingspauze duurt zolang de UHT-behandeling loopt. Er is ook informatie gedeeld via webinars en op de UHT-website. Tijdens de pauze zijn nieuwe belastingaanslagen en toeslagen- terugvorderingsbeschikkingen verstuurd om ouders op de hoogte te houden van nieuwe schulden.
In april 2024 is binnen het UHT-proces ingevoerd dat persoonlijk zaakbehandelaars en het Serviceteam ouders adviseren om te betalen, ook indien de behandeling door UHT nog niet is afgerond.
Nadat de integrale beoordeling is afgerond, ontvangt de ouder een brief met uitleg dat de pauzering stopt. De ouder krijgt een overzicht van alle openstaande aanslagen en terugvorderingsbeschikkingen (dit is ook online beschikbaar). De brieven zijn opgesteld met behulp van een ouderpanel. De toeslagschuld mag verspreid over 24 maanden afgelost worden. Lukt dat niet, dan kan een persoonlijke betalingsregeling worden aangevraagd die past bij de betaalcapaciteit van de ouder. In alle gevallen neemt het serviceteam contact op met financieel kwetsbare gezinnen.
Voorts vragen deze leden of het probleem van niet afgemeld zijn van schulden bij het BKR voor de ouders inmiddels is opgelost.
Sociale Banken Nederland (SBN) vraagt na het overnemen van schulden altijd aan schuldeisers om de negatieve BKR-registratie te verwijderen. De schuldeiser meldt de betaalde schuld dan, volgens de gemaakte afspraken, af bij BKR. Een ouder kan ook een verzoek doen bij de schuldeiser. Bijvoorbeeld als de schuld niet door SBN maar door de ouder zelf is betaald. Op de website van UHT wordt hier informatie, inclusief voorbeeldbrief, over gedeeld.
De leden van de CDA-fractie lezen in de voortgangsrapportage over āgezinnen die de regie kwijt zijnā. Deze leden vragen, evenals de leden van de VVD-fractie, of inmiddels in beeld is om hoeveel gezinnen dit gaat. Ook vragen deze leden of de Kamer kan worden geĆÆnformeerd over de aanpak die wordt gehanteerd voor deze gezinnen.
Specifiek voor deze gezinnen starten we met de Aanpak Intensieve Ondersteuning. Het hoofddoel van de Intensieve Ondersteuning is om de naar meest actuele inschatting, 750 tot 1500 gezinnen die het betreft te ondersteunen en begeleiden naar een stabiele situatie, waarin herstel kan plaatsvinden en een basis wordt gelegd voor het ontwikkelen van eigen regie, al dan niet met hulp.
Afgelopen zomer is gestart met de aanpak, eerst in pilot fase en vervolgens in een doorontwikkeltraject. In totaal zijn tot nu toe ca. 60 gezinnen geholpen op weg naar eigen regie.
De leden van de CDA-fractie vragen of de staatssecretaris de Kamer ook kan informeren over de huidige status van hulp aan ouders in het buitenland, met name over hoe het aanvragen van hulp in eigen land werkt en functioneert. Ook hier bereiken deze leden veel signalen dat hulp voor deze ouders moeizaam verloopt in tegenstelling tot wat deze leden in de voortgangsrapportage lezen, namelijk dat de focus ligt op afronding. Deze leden vragen dan ook waarom dit wat de staatssecretaris betreft redelijk en verantwoord uitwerkt.
Gedupeerde ouders in het buitenland hebben recht op ondersteuning op de vijf leefgebieden en indien gewenst en realiseerbaar op hulp bij remigratie. Deze ondersteuning wordt geleverd door het Ondersteuningsteam voor ouders in het buitenland (OTB) aan ouders die voor 31 december 2021 niet meer woonachtig waren in Nederland.
Nadat UHT de gedupeerdheid heeft vastgesteld en de ouder toestemming heeft gegeven om contactgegevens te delen met OTB, neemt OTB contact op met de ouder. Daarnaast participeert het OTB in het buitenland in diverse netwerken van lokale gemeenschappen en lokale overheden om de bekendheid over het aanbieden van ondersteuning in het buitenland voor gedupeerde ouders onder de aandacht te brengen. Hoewel het doel van de hulp hetzelfde is, is vanaf de start van de regeling ook onderkend dat de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de geldende wetgeving in het buitenland, maken dat er grenzen zijn aan wat mogelijk is en dat niet overal hetzelfde niveau kan worden bereikt als via ondersteuning door gemeenten in Nederland.
Klachten over de UHT worden niet gepresenteerd in de voortgangsrapportage, constateren de leden van de CDA-fractie. Zij vragen of de staatssecretaris bereid is om inzicht te geven in de aard van de klachten en de afwikkeling daarvan. Zij vragen naar de percentages van gegrond/ongegrondheid en op welke wijze wordt gereflecteerd op gegronde klachten.
Klachten die betrekking hebben op de organisatie UHT worden verwerkt in het jaarverslag van Dienst Toeslagen, waar UHT onderdeel van is. Klachten worden behandeld door het UHT Klachtenteam.
In de periode tussen 1 mei 2025 en 2 januari 2026 heeft UHT in totaal 232 klachten ontvangen. Deze klachten hebben betrekking op verschillende processen, waaronder bijvoorbeeld de integrale beoordeling, het serviceteam, bezwaar en de kindregeling. Ongeveer twee derde van de klachten is (deels) gegrond verklaard en circa een derde ongegrond.
Indien een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, dan krijgt de klager daarvan een terugkoppeling en worden de daaruit voortvloeiende signalen besproken met de verantwoordelijken om de processen of dienstverlening te verbeteren.
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de staatssecretaris hun beeld deelt dat het amendement Leijten dat toeziet op hulp bij nabestaanden een hele goede manier is om complexe dossiers verder te brengen en daadwerkelijk kan bijdragen aan herstel. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris deze aanpak verder wil brengen in de hersteloperatie.
In de nabestaandenregeling wordt standaard gewerkt met een persoonlijk zaakbehandelaar die de nabestaande helpt met het doorlopen van zijn of haar herstel. Voor complexe nabestaanden dossiers is ook de integrale aanpak van het Instituut Publieke Waarden (IPW) beschikbaar, in lijn met het amendement Leijten. Een soortgelijke aanpak wordt ook toegepast in het hersteltraject voor gezinnen die de regie kwijt zijn (zoals benoemd door de Commissie Van Dam). Ook de afwikkeling van aanvullende schade in MijnHerstel in samenloop met bezwaar wordt zo veel mogelijk ingericht vanuit het principe van ā1x dossier open en dichtā.
Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie vragen welke beleidsvrijheid gemeenten momenteel hebben om eigen handelingskaders te hanteren als het gaat om materiƫle verstrekkingen (waaronder spullen, diensten en activiteiten), bijvoorbeeld als het gaat om vastleggen van welke producten wel (en onder welke omstandigheden) en niet aangevraagd kunnen worden, normbedragen et cetera. De leden vragen ook wat de wettelijke ondergrens is waaraan gemeenten van het Rijk moeten voldoen als het gaat om materiƫle verstrekkingen in het kader van de brede ondersteuning.
Materiƫle voorzieningen toekennen is mogelijk in de zes maanden na het eerste gesprek met een gedupeerde ouder of kind van een gedupeerde ouder. Daarvoor stelt men verplicht een plan van aanpak op met doelen en eventuele toegekende voorzieningen. Materiƫle voorzieningen dienen noodzakelijk en doelmatig te zijn voor het weer oppakken van het leven van een ouder of jongere. Wat noodzakelijk is, bepaalt de namens de gemeente gemandateerde medewerker vanuit gesprekken met de rechthebbende. Gemeenten hebben de vrijheid om zelf aanvullend op de Wet hersteloperatie toeslagen beleidsregels of kaders op te stellen. Om hen daarbij te helpen, heeft de VNG modelbeleidsregels5 opgesteld en verspreid.
De leden van de JA21-fractie vragen of de staatssecretaris de Kamer kan voorzien van bestaande handelingskaders van gemeenten die hier een relatief strikte, een gemiddelde en een relatief soepele invulling aan geven.
Een dergelijk overzicht is niet beschikbaar. De VNG heeft wel modelbeleidsregels (2025), handreikingen en andere vormen van ondersteuning voor gemeenten ontwikkeld die de toeleiding naar hulp zoveel mogelijk gelijk trekken (harmoniseren). We zien dat veel gemeenten van deze ondersteuning gebruik maken. Ook heeft de bestuurlijk regisseur als opdracht om te kijken op welke manier meer harmonisatie mogelijk is; hij gaat daar de komende periode in samenwerking met onder andere de VNG en gemeenten mee aan de slag. Daarbij blijft de daadwerkelijke invulling van een plan van aanpak en toekenning van eventuele voorzieningen uiteindelijk standaard maatwerk.
De leden van de JA21-fractie vragen waarom pas nu, als onderdeel van de opdracht aan de heer Blokhuis, werk wordt gemaakt van het hervormen van de gemeentelijke ondersteuning, terwijl al lange tijd bekend is dat gemeenten worstelen met disproportionele materiƫle aanvragen en sterke behoefte hebben aan duidelijke kaders.
Er wordt sinds 2021 continu gewerkt aan het verbeteren van de brede ondersteuning. Begin 2025 zijn de termijnen van zes maanden voor materiƫle verstrekkingen en twee jaar voor immateriƫle voorzieningen voor de brede ondersteuning ingegaan. Daar is een uitgebreide verkenning met gemeenten en het rijk aan vooraf gegaan in 2024. Ook heeft de VNG in mei 2025 model-beleidsregels gepubliceerd om bij te dragen aan harmonisatie van de brede ondersteuning. Ook komend jaar wordt bekeken waar de brede ondersteuning nog verder verbeterd en geharmoniseerd kan worden: de opdracht van de bestuurlijk regisseur is onder andere om gemeenten te ondersteunen bij de harmonisatie van de brede ondersteuning en om bij te dragen aan monitoring en het oplossen van knelpunten.
De leden van de JA21-fractie vragen of de cijfers kloppen zoals weergegeven door De Volkskrant van 5 december jongstleden over de vertienvoudiging van de kosten met betrekking tot de brede ondersteuning in vijf jaar tijd. Zij vragen om een nadere specificatie op welke onderdelen deze kosten betrekking hebben. Voorts vragen zij naar de deze kosten voor dit jaar.
Vijf jaar geleden bevond de brede ondersteuning zich nog in de opstartfase, met een beperkte doelgroep en minimale voorzieningen. Inmiddels is de doelgroep fors uitgebreid (ouders, kinderen, ex-partners, nabestaanden), zijn er meer ouders bijgekomen en is de ondersteuning wettelijk verankerd. Het aantal gedupeerde ouders en andere rechthebbenden is hoger dan de oorspronkelijke inventarisaties en ook de langere doorlooptijd van de hersteloperatie heeft invloed op de kosten die gemeenten maken in het kader van de brede ondersteuning. Bovendien konden nazorgkosten pas na verloop van tijd door gemeentenĀ worden gedeclareerd door een aanpassing in de verantwoordingsmethodiek, wat de kostenontwikkeling ook heeft beĆÆnvloed.
De kosten die de gemeenten in 2024 hebben gemaakt (en die in 2025 door het ministerie zijn betaald) bedragen ā¬210 mln. Deze kosten zijn verdeeld in verschillende onderdelen, die hieronder zijn uitgesplitst:
Onderdeel A (registratie, eerste contact en inventarisatie), B (plan van aanpak en brede ondersteuning) en D (nazorg) & F (driegesprekken), tezamen: ā¬47.774.903,
Onderdeel C (inkoop en uitvoering van trajectzorg op leefgebieden): ā¬113.835.970,53
Onderdeel E (organisatiekosten): ā¬33.746.799,20
Onderdeel E (organisatiekosten kindregeling): ā¬3.630.430,73
De leden van de JA21-fractie vragen wat de gemiddelde kosten van materiƫle verstrekkingen zijn vanuit de brede ondersteuning per persoon, en naar de hoogste kosten van materiƫle verstrekkingen zijn die aan ƩƩn betrokkene zijn toegekend.
Er wordt in de verantwoording van de brede ondersteuning door gemeenten via de Spuk geen onderscheid gemaakt tussen materiĆ«le en immateriĆ«le verstrekkingen. Bovendien kan een plan van aanpak betrekking hebben op meerdere personen, omdat het gezin van een ouder onderdeel van het plan kan zijn. Gemiddelde kosten en hoog(s)te van materiĆ«le verstrekkingen vanuit de brede ondersteuning per persoon zijn daarom niet bekend. Er zijn tot en met 2024 in totaal 23.675 plannen van aanpak opgesteld, sinds 2021 is in totaal bijna ā¬400 miljoen aan gemeenten uitgekeerd voor het bieden van brede ondersteuning.
Tenslotte vragen de leden naar het detailniveau waarop het Rijk, dat de kosten richting gemeenten vergoedt, inzicht heeft in materiƫle verstrekkingen door gemeenten.
Het Rijk heeft inzicht in de totale uitgaven van gemeenten voor trajectzorg, waarin zowel materiƫle als immateriƫle verstrekkingen zijn opgenomen. Gemeenten rapporteren deze uitgaven als een verzamelpost, zonder onderscheid te maken tussen materiƫle en immateriƫle verstrekkingen. Dit betekent dat er geen specifiek inzicht is in de kosten voor materiƫle verstrekkingen afzonderlijk.
Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de volgende vragen aan de staatssecretaris over de opening van MijnHerstel: welke opties zijn er voor ondernemers om deel te nemen aan de MijnHerstel route? Zijn er signalen dat hier zaken verkeerd lopen? Welke opties hebben ondernemers voor eventuele rechtsbijstand? Krijgen ondernemers dezelfde mogelijkheden geboden als niet-ondernemers? Hoeveel ouders gaan naar verwachting van de staatssecretaris nog de keuze maken tussen MijnHerstel en SGH?
Ondernemers kunnen deelnemen aan de MijnHerstel route, en hierbij een beoordeling ontvangen. Als blijkt dat de forfaitaire bedragen van MijnHerstel niet passen bij de situatie van de gedupeerde ondernemer, kan deze ervoor kiezen een vervolgstap te zetten richting de Individuele berekening. Dit proces is gelijk aan de werkwijze voor ondernemers die in de eerste plaats kiezen voor SGH.
Er zijn hier geen signalen dat er zaken verkeerd lopen. De individuele berekening wordt momenteel uitgewerkt en de verwachting is dat als deze toegankelijk is, ondernemers voor wie het forfaitaire kader niet passend is voortvarend geholpen kunnen worden.
Ondernemers hebben, net als niet-ondernemers, toegang tot rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand. Op het informatieportaal is hier toelichting voor opgenomen: Juridische hulp bij schade | Schadeherstel Toeslagen
Op grond van het rapport van Dam is de inschatting dat in totaal 26.000 ouders een verzoek om aanvullende schade zullen doen. Hiervan zijn ca. 2.600 verzoeken afgerond. Momenteel hebben ca. 2.650 gedupeerden gekozen voor SGH (waarvan ca. 800 na livegang), en ca. 420 voor MijnHerstel. En eerder ca. 8.800 voor CWS. De aanmeldingen voor SGH en CWS vonden grotendeels voor livegang van het aanmeldportaal plaats.
Voorts vragen de leden van de BBB-fractie of de opening van de route MijnHerstel ook is bedoeld om het aantal bezwaren te doen afnemen.
Het doel van MijnHerstel is om de afhandeling van compensatie van aanvullende schade te versnellen en ouders eerder voorbij het onrecht te helpen. Het uitgangspunt van het kabinet is verder om ouders die een bezwaar hebben lopen tegen hun IB en tevens een aanvraag indienen voor compensatie van aanvullende schade, zoveel mogelijk integraal te helpen. Momenteel wordt door het kabinet gewerkt aan een werkwijze die hierin moet voorzien. Uw Kamer wordt hierover spoedig geĆÆnformeerd.
De meeste bezwaren treffen de beoordeling, constateren deze leden. Zij vragen in hoeveel gevallen het nog steeds gaat om bezwaren tegen de status van niet gedupeerde en in hoeveel gevallen het gaat om bezwaren tegen de hoogte van de financiƫle compensatie.
Ongeveer twee derde van de bezwaren tegen de IB is ingediend door ouders die zijn beoordeeld als gedupeerde en een derde is ingediend door personen die in de IB als niet gedupeerde zijn beoordeeld.
De leden van de fractie van de BBB vragen hoeveel tijdwinst bij de afwikkeling van bezwaren de staatssecretaris verwacht te kunnen boeken door het hanteren van het nieuwe schadekader met twee routes, en bij welk type bezwaren de meeste tijdwinst kan worden behaald.
Het uniforme forfaitaire schadekader wordt toegepast bij aanvragen voor compensatie van aanvullende schade die niet in de IB is vergoed. Het schadekader wordt niet toegepast bij behandeling van het IB-bezwaar. Zoals hierboven is toegelicht werkt het kabinet wel aan manieren om de afhandeling van IB-bezwaren te betrekken bij de schade-VSO om te bespoedigen dat ouders het financieel herstel in ƩƩn keer kunnen afronden.
Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie, evenals die van de CDA-fractie, nog een vraag over de Divosa-enquete onder gemeenten over de rol van gemeenten in de hersteloperatie. Deze enquĆŖte is door 76 gemeenten ingevuld. Daaruit blijkt dat 74 procent van de deelnemende gemeenten aan de Divosa-enquĆŖte momenteel in staat is om alle benodigde vormen van brede ondersteuning te verlenen. Slechts 76 gemeenten hebben deelgenomen aan het onderzoek, zo constateren deze leden. Zij vragen hoe representatief dit is voor de landelijke uitvoering van de Brede Ondersteuning. Tevens vragen zij hoe ervoor wordt gezorgd dat knelpunten in de overige gemeenten ook boven water komen.
Divosa heeft zelfstandig een inventarisatie gedaan onder haar leden waarbij om medewerking is gevraagd, waarbij het geen doel was om representatief te zijn, maar te inventariseren hoe de respondenten de uitvoering van de hersteloperatie ervaren en of zij knelpunten ervaren. Leden die 76 gemeenten vertegenwoordigen hebben meegewerkt aan de inventarisatie van Divosa. Eerder in de hersteloperatie is in opdracht van de VNG vijf keer onderzoek gedaan onder alle gemeenten naar de uitvoering van de brede ondersteuning. Over de uitkomsten is uw Kamer via voortgangsrapportages in 2023 en 2024 geĆÆnformeerd.
Kamerstuk II, 2025/2026, 36 708, nr. 61ā©ļø
Kamerstukken II 2023/24, 31066, nr. 1451ā©ļø
Plenair debat over het proces van afhandeling van compensatie van aanvullende werkelijke schade in de toeslagenaffaire, d.d. 13 juni 2024ā©ļø
Kamerstukken II, 2025/26, 36708, nr. 60ā©ļø
Nieuwe model beleidsregels brede ondersteuning toeslagen | VNGā©ļø