[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Fiche: Mededeling Battery Booster-strategie

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Brief regering

Nummer: 2026D07312, datum: 2026-02-13, bijgewerkt: 2026-02-20 11:37, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4277 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.

Onderdeel van zaak 2026Z03294:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Fiche 10: Mededeling Battery Booster-strategie

  1. Algemene gegevens

  1. Titel voorstel

Mededeling van de Commissie “Batterij-booster”-strategie

  1. Datum ontvangst Commissiedocument

16 december 2025

  1. Nr. Commissiedocument

C(2025) 8950

  1. EUR-Lex

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52026XC00682

  1. Nr. impact assessment Commissie en Opinie

Niet opgesteld

  1. Behandelingstraject Raad

Raad voor Concurrentievermogen

  1. Eerstverantwoordelijk ministerie

Ministerie van Economische Zaken

  1. Essentie voorstel

Op 16 december jl. publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) de Automotive Package, een beleidspakket dat tot doel heeft de Europese auto-industrie te ondersteunen bij de transitie naar zero-emissiemobiliteit. Een van de vijf onderdelen van dit pakket is de mededeling Battery Booster Strategy (Batterij-stimuleringsstrategie).

Hiermee wil de Commissie de batterijwaardeketen van de Europese Unie (EU) – en in het bijzonder die van de auto-industrie – stimuleren. Dit doet ze omdat de Europese batterijindustrie van groot belang is voor het realiseren van de klimaatdoelen van de EU en om economische veiligheid, energiezekerheid en defensiecapaciteiten te versterken. De vraag naar batterijen in de EU zal naar verwachting de komende jaren sterk toenemen als gevolg van de elektrificatie van de mobiliteitssector (automotive, luchtvaart en maritieme sector), de toenemende vraag naar drones en de groeiende behoefte aan batterijen voor energieopslag ter vermindering van netcongestie. In de EU is veel geïnvesteerd in batterijen, maar vanwege overproductie in derde landen en een gebrek aan een mondiaal gelijk speelveld kan de EU haar ambitie om een sterke batterijwaardeketen in huis te hebben, nog niet waarmaken. Daarom komt de Commissie met een industriestrategie die gestoeld is op de sterktes van de EU-lidstaten om de batterijwaardeketen verder te ontwikkelen.

De strategie is gericht op de productie van batterijen, en bouwt voort op eerdere initiatieven zoals de Batterijverordening (EU), het Actieplan voor de Europese auto-industrie (Automotive Action Plan) en de Netto-nul-industrie-verordening.

De Batterij-stimuleringsstrategiebestaat uit zes pijlers. Allereerst de pijler over de financiële steun voor opschaling van productie. Ten tweede, over de ontwikkeling van een veerkrachtig upstream waardeketen. Ten derde over de zorgen voor een gelijk speelveld en waardevolle investeringen. Ten vierde, over het stimuleren van vraag naar in de EU geproduceerde batterijen. Ten vijfde, over de versterking van onderzoek, innovatie en vaardigheden. Tenslotte, over de Europese coördinatie en governance. Hieronder volgt een toelichting per pijler.

De eerste pijler ziet toe op de financiële steun voor opschaling van productie. De Commissie stelt gerichte financiële ondersteuning voor om Europese batterijproducenten te helpen in de kapitaalintensieve en risicovolle opschalingsfase. Kern hiervan is de oprichting van de Battery Booster Facility, waarmee EUR 1,5 miljard euro uit het Innovatiefonds beschikbaar komt in de vorm van renteloze, prestatiegebonden leningen. Dit is bestemd voor de opschalingsfase van Europese batterijcelproducenten ten behoeve van elektrische voertuigen. Daarnaast benadrukt de Commissie dat de bestaande staatssteunkaders, waaronder het Clean Industrial State Aid Framework, ruimte bieden voor nationale steunmaatregelen en nodigt zij lidstaten uit deze mogelijkheden actief te benutten.

De tweede pijler ziet toe op de ontwikkeling van een veerkrachtige upstream waardeketen. De Commissie wil de afhankelijkheid van import van kritieke grondstoffen uit derde landen verminderen door winning, verwerking en recycling binnen de EU te stimuleren. Daartoe zet zij onder meer in op het RESourceEU Action Plan, dat gericht is op het versnellen van investeringen in de waardeketen van kritieke grondstoffen. Daarnaast worden strategische projecten ondersteund in het kader van de verordening inzake kritieke grondstoffen voor Europa (Critical Raw Materials Act), wordt extra financiële steun (EUR 300 miljoen) beschikbaar gesteld voor grondstoffenprojecten en worden maatregelen genomen om batterijrecycling in Europa te versterken, waaronder beperkingen op de export van batterijafval en zwarte massa (‘black mass’).

De derde pijler ziet toe op een gelijk speelveld en waardevolle investeringen. De Commissie kondigt aan strengere eisen te willen stellen aan investeringen uit derde landen in de batterijsector, zodat deze meerwaarde opleveren voor Europa als geheel, door bij te dragen aan kennisopbouw, innovatie, werkgelegenheid en de versterking van Europese waardeketens. Projecten in strategische segmenten van de waardeketen kunnen daarbij worden onderworpen aan voorwaarden op het gebied van bestuur en toezicht, de mate van zeggenschap van niet-EU-investeerders, ongewenste technologieoverdracht, onderzoek en ontwikkeling en personeelsontwikkeling. Daarnaast geeft de Commissie aan haar instrumentarium op grond van de verordening buitenlandse subsidies actief in te blijven inzetten om een gelijk speelveld op de interne markt te waarborgen.

De vierde pijler ziet toe op het stimuleren van vraag naar in de EU geproduceerde batterijen. Om de afzetmarkt te versterken, wil de Commissie EU-inhoudsvereisten introduceren voor in de EU geproduceerde batterijen en batterijcomponenten bij publieke steun en aanbestedingen, met inachtneming van internationale verplichtingen. Hiermee beoogt zij zowel de benutting van bestaande productiecapaciteit te vergroten als investeringen in de Europese batterijsector te stimuleren en de weerbaarheid van de waardeketen te versterken.

De vijfde pijler ziet toe op de versterking van onderzoek, innovatie en vaardigheden. De Commissie zet in op verdere ondersteuning van onderzoek en innovatie via onder meer Horizon Europe en het Batt4EU-partnerschap, met aandacht voor nieuwe batterijtechnologieën, recycling, kostprijsverlaging en productieprocessen. Daarnaast wordt ingezet op scholing, bij- en omscholing om te voorzien in de groeiende behoefte aan gekwalificeerd personeel in de batterijsector.

Als onderdeel van de zesde pijler, Europese coördinatie en governance, introduceert de Commissie een Coördinatie-instrument voor Concurrentievermogen (Competitiveness Coordination Tool; CCT) als pilot voor de batterijsector. Dit instrument moet zorgen voor betere afstemming tussen EU- en nationale maatregelen, financiering en vraaginstrumenten, met als doel de effectiviteit en samenhang van het beleid te vergroten.

  1. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel

  1. Essentie Nederlands beleid op dit terrein

Het kabinet zet met gericht industriebeleid1 en de Nationale Technologiestrategie2 (NTS) in op het versterken van het verdienvermogen en het vergroten van de economische veiligheid en weerbaarheid. Onze inzet op batterijen vloeit hieruit voort, aangezien batterijen een belangrijke bijdrage leveren aan het verdienvermogen, de economische veiligheid en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen, in het bijzonder de energietransitie en netcongestie. Mede daarom zijn batterijen aangemerkt als groeimarkt in het Groeimarktenrapport.3

Het kabinet stimuleert de Nederlandse batterijwaardeketen op een strategische wijze. Het kabinet richt zich op het versterken van de Nederlandse en Europese positie op strategische schakels in de waardeketen, om afhankelijkheden evenwichtiger en meer wederzijds te maken.

Dit is gedefinieerd in de Actieagenda Batterijsystemen,4 waarover de Kamer jaarlijks5 wordt geïnformeerd. Deze actieagenda wordt dit jaar herijkt. Er wordt onder meer strategisch ingezet op de volgende generatie batterijen en batterijcomponenten. Het op grote schaal produceren van batterijcellen – zoals in zogenoemde ‘gigafabrieken’ – is op dit moment geen ambitie van het kabinet.

Wel zet het kabinet in op het organiseren van de gehele batterijwaardeketen binnen de EU, inclusief gigafabrieken, waarbij Nederland vanuit zijn sterke punten bijdraagt.

In dat kader zet het kabinet zich in voor het verbeteren van de randvoorwaarden en het stimuleren van de vraagzijde in strategische sectoren, zoals ook is vastgelegd in de kabinetsvisie EU-concurrentievermogen.6

Voor de stimulering van de Nederlandse batterij-industrie en de versterking van het batterij-ecosysteem trekt het kabinet onder meer EUR 291 miljoen uit het Nationaal Groeifonds uit voor het programma Material Independence & Circular Batteries. Dit programma richt zich op innovatie en opschaling, met als primair doel het versterken van duurzaam verdienvermogen. In het rapport De route naar toekomstige welvaart (het zogeheten Rapport-Wennink7) worden twee grootschalige opschalingsinitiatieven op het gebied van batterijen aanbevolen. Daarnaast identificeert dit rapport diverse randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van deze initiatieven, waaronder – naast financiering – regelgeving, vergunningverlening, elektriciteitskosten en netcongestie.

Voor een gezonde batterij-industrie is de leveringszekerheid van grondstoffen van cruciaal belang. Het kabinet zet zich daarom in op vijf handelingsperspectieven uit de Nationale Grondstoffenstrategie8 en het Nationaal Programma Circulaire Economie, die nauw samenhangen met de Critical Raw Materials Act en het RESourceEU Action Plan van de Commissie.

  1. Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel

Het kabinet erkent het belang van een voldoende beschikbaarheid van batterijen voor de Nederlandse samenleving, evenals de kansen die dit biedt voor het verdienvermogen en de energietransitie. Het kabinet staat daarom in algemene zin positief tegenover de mededeling Batterij-stimuleringsstrategieen de aandacht die de Commissie aan dit onderwerp besteedt. Naast het hierboven geschetste kernpunt heeft het kabinet nog enkele aanvullende opmerkingen en aandachtspunten.

Het kabinet ziet als belangrijkste aandachtspunt dat de Batterij-stimuleringsstrategieonvoldoende inzet op de opschaling van innovatieve batterijtechnologie. De mededeling lijkt zich momenteel vooral te richten op het versneld opschalen van bestaande batterijtechnologie voor de auto-industrie. Dit is van groot belang, maar brengt ook een aanzienlijk risico met zich mee: Europa dreigt te concurreren op grootschalige, relatief laagwaardige productie, waarin andere regio’s structureel sterker zijn. De ervaringen met het bedrijf Northvolt laten zien dat deze route kwetsbaar is. De enige manier waarop de Europese batterij-industrie duurzaam concurrerend kan zijn, is door batterijen te produceren die technologisch superieur zijn aan die van internationale concurrenten.

Het kabinet ziet een robuuster en strategisch sterker groeipad in een tweesporenbeleid van de Commissie. Dit houdt enerzijds in dat op korte termijn wordt ingezet op het naar de EU halen van gigafabrieken voor batterijproductie, zodat een substantieel deel van de productiecapaciteit in Europa wordt verankerd. Anderzijds is het van belang om parallel hieraan te investeren in de ontwikkeling van innovatieve batterijtechnologie, zodat deze op termijn kan worden geïmplementeerd in Europese fabrieken.

De opschaling van innovatieve batterijtechnologie volgt een ander groeipad, waarbij opschaling het meest effectief kan beginnen in kleinere, gespecialiseerde markten zoals defensie en consumentenelektronica. In deze markten is ruimte om technologie te valideren en productie stapsgewijs op te schalen. Een bijkomend voordeel is dat de benodigde investeringsvolumes aanzienlijk lager zijn dan bij directe opschaling naar grootschalige productie voor de auto-industrie. Vanuit deze positie kan vervolgens worden doorgegroeid naar grootschalige toepassingen, waaronder automotive.

De aanwezigheid van zogenoemde gigafabrieken in Europa is daarbij van cruciaal belang, omdat nieuwe technologieën daar daadwerkelijk kunnen worden geïntegreerd. Deze aanpak biedt betere kansen om technologisch onderscheidend vermogen en strategische schakels in Europa op te bouwen en is daarmee ook op de lange termijn gunstiger voor de Europese auto-industrie. Juist deze innovatieve bedrijven ervaren momenteel echter grote financieringsknelpunten, terwijl zij het grootste strategische en economische potentieel vertegenwoordigen.

Ten aanzien van pijler I ondersteunt het kabinet de inzet van de Commissie om ook via financiële instrumenten de opschaling van batterijproductie in Europa te stimuleren. Daarbij merkt het kabinet op dat de investeringsomvang van batterijcelfabrieken, zoals die in Azië en Noord-Amerika, vaak in de orde van meerdere miljarden euro’s ligt. In dat licht kan de Battery Booster Facility van EUR 1,5 miljard aan rentevrije leningen een beperkte impact hebben.

Het kabinet acht het wenselijk dat publieke steun aan grootschalige batterijproductiefaciliteiten in de EU waar mogelijk ook leidt tot kennisdeling binnen de Europese batterijsector. Daarmee kan publieke financiering niet alleen productiecapaciteit ondersteunen, maar tevens bijdragen aan het versterken van het bredere Europese innovatie-ecosysteem.

Daarnaast is het kabinet van mening dat de middelen binnen de Battery Booster Facility breder inzetbaar zouden moeten zijn, zodat ook de opschaling van innovatieve batterijen voor andere toepassingen dan elektrische voertuigen, zoals consumentenelektronica en drones, kan worden ondersteund. Deze technologieën kunnen zich vervolgens doorontwikkelen tot toepassingen voor de auto-industrie.

Volgens de ETS-richtlijn, die de juridische basis vormt voor het Innovatiefonds, zijn middelen uit dit fonds bedoeld voor technologieën die innovatief zijn en nog niet commercieel levensvatbaar zijn.

Het kabinet is van oordeel dat de opschaling van innovatieve batterijtechnologieën beter binnen deze definitie past dan het opzetten van bestaande technologieën in Europa die elders, met name in Azië, al commercieel zijn bewezen.

Bovendien kan voor deze toepassingen met relatief beperkte financiële middelen een grotere impact worden gerealiseerd. Hoewel de Commissie binnen het Innovatiefonds de ruimte heeft om zelfstandig keuzes te maken, acht het kabinet het wenselijk dat ook deze toepassingen expliciet worden meegenomen in de afwegingen.

Het kabinet herkent de in Pijler II (ontwikkeling van een veerkrachtige upstream waardeketen) geschetste situatie, en verwelkomt de aangekondigde acties van de Commissie. Het kabinet waardeert het streven van de Commissie om op korte termijn minimaal EUR 3 miljard aan financiering te katalyseren binnen de begrenzingen van het huidige Meerjarig Financieel Kader, zoals aangekondigd in het RESourceEU actieplan. Dit actieplan wordt verder beoordeeld in het BNC-fiche Mededeling RESourceEU Actieplan.9

Het kabinet erkent het belang van de opbouw van EU-capaciteiten op kritieke technologieën en sectoren. Tegelijkertijd blijft het realiseren van internationaal weerbare en betrouwbare waardeketens met partnerlanden essentieel voor het verminderen van kwetsbaarheden en het waarborgen van economische veiligheid. Daarbij blijft het kabinet ook inzetten op een zo groot mogelijke beperking van de mogelijke negatieve impact van EU-maatregelen op partnerlanden.

Het kabinet onderschrijft het onder pijler III beschreven belang van het behoud en de versterking van een gelijk speelveld op de interne markt van de EU en in mondiale waardeketens. De huidige internationale economische en geopolitieke context, waarin Europese batterijproducenten worden geconfronteerd met oneerlijke concurrentie en actieve industriepolitiek vanuit derde landen, vraagt om een actievere en meer strategische inzet op EU-niveau en waar nodig passende inzet van het EU-handelsinstrumentarium zoals de Verordening Buitenlandse Subsidies door de Commissie.

Het kabinet steunt de inzet van de Commissie om binnen Pijler III te borgen dat investeringen in de Europese batterijsector daadwerkelijk bijdragen aan de versterking van de Europese waardeketen. Het is van belang dat investeringen vanuit derde landen gepaard gaan met toegevoegde waarde voor de EU, onder meer door het mogelijk maken van verdere ontwikkeling van technologie in de EU en het voorkomen en mitigeren van risicovolle strategische afhankelijkheden. Het kabinet kijkt uit naar de verdere uitwerking en concretisering van de aankondiging dat projecten mogelijk moeten gaan voldoen aan aanvullende voorwaarden. Hoewel het kabinet als uitgangspunt hanteert dat er terughoudend moet worden omgegaan met de inzet van het staatssteuninstrumentarium, ziet het kabinet voor de batterijwaardeketen voldoende onderbouwing en urgentie om in dit geval passende en beperkte nationale steun te kunnen bieden, op basis van de mogelijkheden die de huidige staatssteunkaders bieden.

Het kabinet verwelkomt de inzet van de Commissie om via Pijler IV de Europese batterijwaardeketen te versterken. Deze inzet kan bijdragen aan het vergroten van de economische veiligheid en concurrentiepositie van de EU en ondersteunt zowel de digitale als de groene transitie. Het beter benutten van de schaal en voorspelbaarheid van de vraag naar batterijen kan investeringszekerheid bieden, opschaling mogelijk maken en innovatie stimuleren in strategische segmenten van de waardeketen. Daarmee wordt ook de strategische relevantie van de EU in mondiale waardeketens en de economische veiligheid versterkt. Daarbij hecht het kabinet eraan dat de focus ligt op toekomstige groeimarkten, zoals de volgende generatie batterijen waarin Nederland en de EU strategische posities kunnen opbouwen. Het kabinet kijkt verder uit naar de uitwerking in het aankomende EU-voorstel Industrial Accelerator Act.10

Ten aanzien van de aangekondigde vereisten voor EU-inhoud erkent het kabinet dat dergelijke maatregelen de vraag naar Europese batterijen en onderdelen daarvan kan stimuleren, maar identificeert het kabinet ook nadelige effecten, zoals mogelijke prijsstijgingen, lagere kwaliteit, hogere administratieve lasten en een negatieve impact op de betrekkingen met (gelijkgezinde) handelspartners. Om tot een gedegen afweging te komen, zal het kabinet de Commissie daarom om een gedegen onderbouwing voor de noodzaak van een eventuele inzet van EU-inhoud vereisten verzoeken, vergezeld van een overzichtelijke weergave van de verwachte voor- en nadelen, met in achtneming van de internationale verplichtingen van de EU.

Tot slot merkt het kabinet op dat de vraag naar in de EU geproduceerde batterijen ook kan worden gestimuleerd door het stellen van eisen aan batterijen. Nederland zet in op de productie van batterijen die safe & sustainable by design zijn. Het aanscherpen van veiligheids- en recyclingvereisten voor gebruikte batterijen kan – mits zorgvuldig en doelgericht toegepast – eveneens bijdragen aan het versterken van de vraag naar in Europa geproduceerde batterijen.

De Commissie onderstreept in Pijler V: versterking van onderzoek, innovatie en vaardigheden het belang van onderzoek en innovatie in een ontwikkelend veld, en wil ecosysteemontwikkeling gaan versnellen. Het initiatief tot oplijnen en defragmenteren van private en publieke investeringen kan op de steun van het kabinet rekenen. Dit is belangrijk als we willen zorgen dat de EU een rol speelt in elke schakel van de batterijwaardeketen. Omdat het kabinet strategisch en gericht inzet op enkele onderdelen van de batterijwaardeketen, is het belangrijk dat de Commissie het totaaloverzicht van de gehele keten behoudt. Hoewel significante budgetten voor onderzoek en innovatie al in eerdere communicaties en in het meerjarig financieel kader 2021-2027 zijn aangekondigd, is het cruciaal voor de EU om voor te sorteren op de volgende generatie batterijtechnologieën. De huidige generatie batterijen wordt gedomineerd door derde landen, maar juist voor deze volgende generatie zijn de kaarten nog niet geschud. Het kabinet ziet innovatie dan ook als belangrijke ingang tot toekomstig verdienvermogen.

Hoewel de mededeling neutraal is als het gaat om thema’s en technologieën, wil het kabinet benadrukken dat batterij-innovatie breder moet zijn dan elektrische voertuigen. Langdurige energieopslag, defensietoepassingen, hergebruik en tweede gebruik, duurzaamheid en veiligheid moeten ook stevig worden verankerd in de R&D-programmering van de EU.

Ook ten aanzien van de aandacht voor vaardigheden en talent is het kabinet positief. Het kabinet onderschrijft het belang van sterke STEM-vaardigheden voor het realiseren van maatschappelijke en economische opgaven. In lijn met het staande kabinetsbeleid richt de inzet zich op de versterking van groene en digitale vaardigheden, onder meer via het Actieplan Groene en Digitale Banen naast ook de Nationale Technologiestrategie. Daarnaast acht het kabinet het van groot belang om de deelname aan scholing onder volwassenen te vergroten. Vooral de deelname aan praktijkgerichte scholing die nodig is voor maatschappelijke opgaven als de energietransitie en die de krapte in maatschappelijk cruciale sectoren tegengaat.

In Pijler VI: Europese coördinatie en governance kondigt de Commissie aan een pilot te starten voor de batterijsector met het nieuwe Coördinatie-instrument voor Concurrentievermogen (CCT). Het kabinet is benieuwd naar de uitwerking en uitkomsten daarvan, en juicht het initiatief toe. De activiteiten van het CCT sluiten goed aan bij de activiteiten van het Battery Competence Cluster – The Netherlands (BCC-NL), de stichting die het Nederlandse batterijecosysteem organiseert en vertegenwoordigt.

In de conclusie meldt de Commissie nog dat de Commissie direct aan de slag gaat met het opzetten van de Battery Booster Facility, zodat bedrijven al in het eerste kwartaal van 2026 hun voorstellen tot het gebruik daarvan kunnen indienen. Het kabinet waardeert de snelheid van handelen van de Commissie, omdat zij daarmee duidelijk maakt dat de urgentie van batterijen voor de Europese economie, weerbaarheid en de energietransitie scherp in beeld is.

  1. Eerste inschatting van krachtenveld

Over het algemeen bestaat onder de lidstaten consensus dat de batterijsector van groot belang is voor de strategische autonomie van Europa. Dit leidt ertoe dat de EU-27 de druk voelt om maatregelen te nemen ter ondersteuning van deze sector. Over de wijze waarop lopen de meningen echter uiteen. Zo verschillen lidstaten van inzicht over het gebruik van een Europees voorkeursprincipe. Sommige landen zijn een uitgesproken voorstander en weten dit onderwerp effectief op de EU-agenda te plaatsen. Andere lidstaten zijn terughoudender, onder meer vanwege de hoge kosten en het mogelijk verstorende effect op het open en gelijk speelveld. Tegelijkertijd leidt de toenemende druk op de Europese industrie ertoe dat bij lidstaten het besef groeit dat een vorm van een voorkeursprincipe mogelijk wenselijk kan zijn.

Daarnaast bestaat discussie over de reikwijdte van het voorstel. Lidstaten met een grote auto-industrie hebben opgeroepen de focus te leggen op batterijen voor de automotive sector. Nederland pleit daarentegen voor een verbreding van deze focus, bijvoorbeeld naar next-generation batterijen voor onder meer drones. De verwachting is dat lidstaten met zowel een grote auto-industrie als een sterke innovatieve batterijsector deze oproep zullen steunen.

  1. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

  1. Bevoegdheid

De grondhouding van het kabinet is positief. In de mededeling worden voorstellen aangekondigd die betrekking hebben op industrie-, mededingings- en interne marktbeleid en handelspolitiek. Op het terrein van industrie is sprake van een ondersteunende bevoegdheid van de EU, op grond van artikel 6, sub b VWEU. Op het gebied van de interne markt heeft de EU een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU). Op het gebied van de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de interne markt nodig zijn, waar ook de staatssteunregels onder vallen, en de gemeenschappelijke handelspolitiek is sprake van een exclusieve bevoegdheid van de EU, artikel 3, eerste lid, onder b respectievelijk onder e VWEU.

  1. Subsidiariteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de Europese batterijsector te versterken. Gezien het grensoverschrijdende karakter van de batterijwaardeketen, de internationale marktontwikkelingen en de gezamenlijke Europese belangen kan deze doelstelling niet voldoende door de lidstaten afzonderlijk op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden gerealiseerd. Een aanpak op EU-niveau is daarom gerechtvaardigd.

De aangekondigde maatregelen, investeringen en aanbevelingen hebben het potentieel om het gelijke speelveld te versterken. Om deze redenen is optreden op EU-niveau gerechtvaardigd.

  1. Proportionaliteit

De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling beoogt de Europese batterijsector te ondersteunen en het EU-concurrentievermogen te versterken. Het voorgestelde optreden is in beginsel geschikt om deze doelstelling te bereiken, aangezien de Commissie een integrale en samenhangende visie presenteert op maatregelen, investeringen en aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van de batterij-industrie.

Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat de mededeling zich enkel richt op duidelijk geïdentificeerde knelpunten in de Europese batterijwaardeketen zoals de kapitaalintensieve opschalingsfase van productie, strategische afhankelijkheden in de upstream keten en het ontbreken van voldoende voorspelbare vraag. Het kabinet acht de voorgestelde maatregelen in beginsel proportioneel, mits de verdere uitwerking doelgericht blijft en geen onnodige administratieve lasten voor bedrijven veroorzaakt.


  1. Financiële gevolgen

De mededeling bevat geen aankondigingen van aanvullende uitgaven buiten de kaders van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK). De Commissie verwijst voornamelijk naar de inzet en herprioritering van reeds beschikbare middelen.

De aangekondigde mobilisatie van EUR 1,5 miljard uit het Innovatiefonds betreft middelen waarover de Commissie binnen de bestaande kaders zelfstandig besluiten kan nemen. Daarin zijn er geen directe financiële gevolgen voor de Nederlandse begroting voorzien.

  1. Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten

De mededeling bevat op zichzelf geen direct bindende wet- of regelgeving en leidt daarmee niet onmiddellijk tot extra regeldruk voor bedrijven of overheden. Eventuele gevolgen voor de regeldruk zijn afhankelijk van de verdere uitwerking van de aangekondigde maatregelen, met name waar het gaat om voorwaarden bij publieke steunmaatregelen, aanbestedingen en eventuele Europese Lokale Inhoudsvereisten. Het kabinet benadrukt het belang van een proportionele, doelgerichte en tijdelijke toepassing van dergelijke instrumenten, zodat onnodige administratieve lasten en kostenstijgingen voor bedrijven worden voorkomen.

De maatregelen uit de mededeling kunnen de EU-concurrentiekracht op het gebied van batterijen vergroten, en daarmee het verdienvermogen, de economische veiligheid en energietransitie bevorderen voor de EU. Opschaling en financiering daarvan zijn een belangrijk knelpunt in de EU ten opzichte van Azië en Noord-Amerika, en daarom kunnen de maatregelen uit de mededeling potentieel bijdragen aan een minder disproportioneel afhankelijk Europa met een eigen, concurrerende batterijwaardeketen. De uiteindelijke impact op de concurrentiekracht zal daarbij mede afhangen van de mate waarin de instrumenten ruimte bieden voor innovatie en technologische differentiatie, waaronder de ontwikkeling van volgende generatie batterijen.

Hoewel de voorgestelde maatregelen op termijn effect kunnen hebben op handelsrelaties met landen die momenteel een dominante positie hebben in batterijproductie, is het verstorende geopolitieke effect naar verwachting beperkt, mede gezien de omvangrijke industriële steun die deze landen zelf toepassen. Per saldo verwacht het kabinet een positief effect op de geopolitieke positie van de EU door het vergroten van de economische weerbaarheid en leveringszekerheid.

De mededeling past binnen een bredere inzet van de EU op het versterken van het concurrentievermogen en de open strategische autonomie van de EU. Door te investeren in een robuustere batterijwaardeketen kan de afhankelijkheid van derde landen voor kritieke technologieën en grondstoffen worden verminderd. Tegelijkertijd kunnen de aangekondigde EU-inhoud vereisten de handelsbetrekkingen met derde landen mogelijk onder druk zetten. Dat kan de reputatie van de EU als betrouwbare handelspartner schaden, bemoeilijkt mogelijk onderhandelingen over handelsakkoorden en kan de EU inzet op handelsdiversificatie ondermijnen. Het risico bestaat dat derde landen tegenmaatregelen treffen die de toegang voor Europese bedrijven tot derde markten belemmeren of de toevoer van bijvoorbeeld kritieke grondstoffen onder druk zetten. Bij de nadere uitwerking van de aangekondigde plannen zal het kabinet zich er daarom voor inspannen dat eventuele handelsbelemmerende effecten beperkt blijven.


  1. Kamerstukken II 2025/26, 29826, nr. 277↩︎

  2. Kamerstukken II 2023/24, 33009, nr. 140↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 29826, nr. 277; bijlage Groeimarkten voor Nederland.↩︎

  4. Kamerstukken II 2022/23, 31209, nr. 239↩︎

  5. Kamerstukken II 2025/26, 31209, nr. 266↩︎

  6. Kamerstukken II 2024/25, 21 501-30, nr. 621↩︎

  7. Kamerstukken II 2025/26, 32637, nr. 739↩︎

  8. Kamerstukken II 2022/23, 32852, nr. 224↩︎

  9. Kamerstukken II 2025/26, 22112-4244↩︎

  10. Nederlandse naam nog niet bekend↩︎