Fiche: RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen
Brief regering
Nummer: 2026D04659, datum: 2026-01-30, bijgewerkt: 2026-01-30 16:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z02012:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-02-10 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Fiche 6: RESourceEU actieplan en voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen
Algemene gegevens
Titel voorstel:
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S RESourceEU-actieplan Versnelling van de strategie voor kritieke grondstoffen om te kunnen inspelen op een nieuwe realiteit
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1252
Datum ontvangst Commissiedocument
3 december 2025
Nr. Commissiedocument
Mededeling RESourceEU: COM(2025) 945
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: COM(2025) 946
EUR-Lex
Mededeling RESourcEU Actieplan: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025DC0945&qid=1765226627106
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52025PC0946&qid=1765226428559
Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet opgesteld.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: niet opgesteld.
Behandelingstraject Raad
Mededeling RESourceEU Actieplan: Raad voor Concurrentievermogen.
Voorstel tot aanpassing verordening kritieke grondstoffen: Raad voor Concurrentievermogen.
Eerstverantwoordelijk ministerie
Het ministerie van Economische Zaken, in nauwe samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Rechtsbasis
Mededeling RESourceEU Actieplan: Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Voorstel tot aanpassing van verordening kritieke grondstoffen: Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Besluitvormingsprocedure Raad
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet van toepassing.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: gekwalificeerde meerderheid.
Rol Europees Parlement
Mededeling RESourceEU Actieplan: niet van toepassing.
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen: medebeslissing.
Essentie voorstel
Inhoud voorstel
Op 3 december 2025 publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) het RESourceEU Actieplan (hierna: Resource EU) en een voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen (Critical Raw Materials Act). Beide zijn onderdeel van het Economische Veiligheidspakket1 dat op 3 december 2025 is gepubliceerd door de Commissie. Vanwege de samenhang tussen de mededeling en het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen worden beide in één BNC-fiche behandeld. Het derde voorstel uit het pakket is de gezamenlijke mededeling over economische veiligheid. Voor dit voorstel wordt een separaat BNC-fiche opgesteld.
De voorstellen staan in het teken van een versnelling en versterking van het Europese kritieke grondstoffenbeleid, vanwege een veranderde geopolitieke context en de toegenomen kwetsbaarheid van Europese industriële waardeketens. De Commissie benadrukt dat de Europese Unie (hierna: EU) momenteel sterk afhankelijk is van een beperkt aantal derde landen dat dominante posities heeft of inneemt in waardeketens met kritieke grondstoffen.
Met de mededeling wil de Commissie de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen versnellen, zodat de EU beter kan omgaan met urgente leveringszekerheidsrisico’s van ruwe en verwerkte kritieke grondstoffen, en componenten die kritieke grondstoffen bevatten. De mededeling sluit volgens de Commissie aan bij bredere EU-initiatieven zoals de verordening kritieke grondstoffen, de Clean Industrial Deal, het Europese defensiebeleid, de Battery Booster Strategie, de Economische Veiligheidsdoctrine en internationale partnerschapsprogramma’s. De mededeling schetst een breed actieplan van zes pijlers dat moet leiden tot een weerbare en duurzamer functionerende Europese grondstoffenvoorziening, met zowel onmiddellijke acties als voorstellen die in de loop van 2026 worden uitgewerkt in wetgeving en uitvoeringsinstrumenten. Op korte termijn focust de Commissie op drie (typen) waardeketens met kritieke grondstoffen: permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie. Deze waardeketens zijn van strategisch belang voor het concurrentievermogen en de transitie- en defensieparaatheids-doelstellingen van de EU. De (aangekondigde) maatregelen moeten voor het bedrijfsleven zorgen voor meer zekerheid in de toelevering van kritieke grondstoffen, waardoor productieonderbrekingen en geopolitieke risico’s afnemen. Ook is het de bedoeling dat Europese bedrijven betere toegang tot financiering krijgen hetgeen investeringen in Europese mijnbouw-, verwerkings- en recyclingprojecten aantrekkelijker maakt. Dit alles versterkt de concurrentiepositie van Europese bedrijven en ondersteunt groei, innovatie en strategische autonomie.
De eerste pijler van het actieplan is de oprichting van een Europees Critical Raw Materials Centre (hierna: CRM Centre), dat in 2026 operationeel moet worden. De Commissie presenteert het juridische kader voor dit centrum in het tweede kwartaal van 2026. Het CRM Centre zal markt- en waardeketeninformatie verzamelen, investeringsstromen coördineren, en vraag en aanbod van kritieke grondstoffen op EU-niveau monitoren. Daarnaast zal het CRM Centre strategische projecten2 binnen en buiten de EU begeleiden richting financiering en uitvoering. Ook zal het CRM Centre ondersteuning bieden aan de kritieke grondstoffenpartnerschappen die de Commissie sluit met derde landen. Het is de bedoeling dat het CRM Centre ook het opbouwen en coördineren van Europese strategische voorraden van kritieke grondstoffen faciliteert.
De tweede pijler van Resource EU is het versnellen van strategische projecten op het gebied van winning, verwerking, recycling of substitutie van strategische grondstoffen.3 Volgens de Commissie komen veel projecten te langzaam van de grond vanwege financieringstekorten en een gebrek aan afnamecontracten. Daarom richt de Commissie een Kritieke Grondstoffen Financierings Hub (hierna: CRM-financieringshub) op die moet zorgen voor overzicht in het geheel van Europese financieringsbronnen. De Commissie streeft ernaar om binnen 12 maanden ten minste €3 miljard aan financiering voor strategische projecten te mobiliseren. Dit betreft een combinatie van EU-begrotingsinstrumenten binnen de begrenzingen van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK) en aanvullende financiering van Europese financiële instellingen. Daarnaast komt de reeds bestaande inzet van de Europese Investeringsbank (EIB) van 2 miljard euro financiering per jaar en de bestaande faciliteit van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) om samen met de Commissie 100 miljoen euro te mobiliseren.. Ook wil de Commissie kritieke grondstoffen onderdeel maken van het bestaande European Defence Investment Programme. De Commissie moedigt lidstaten aan om gebruik te maken van de mogelijkheden die de bestaande staatssteunkaders bieden en op basis van goedgekeurde staatssteunregelingen nationale middelen voor kritieke grondstoffen in te zetten om zo de ontwikkeling van strategische projecten te ondersteunen.
De derde pijler van Resource EU is circulariteit en innovatie. De Commissie beschouwt beide als cruciaal om terugwinning, hergebruik, recycling, en substitutie van kritieke grondstoffen in de EU verder te bevorderen en zo het gebruik van primaire kritieke grondstoffen te verminderen. Afvalstromen die zeldzame aardmetalen bevatten, verlaten momenteel de EU. Om deze binnen de EU te houden, bereidt de Commissie exportrestricties voor deze afvalstromen voor. In het tweede kwartaal van 2026 publiceert de Commissie exportrestricties voor schroot en afval met onderdelen van permanente magneten, met inachtneming van de internationale verplichtingen van de EU. De Commissie denkt na over gerichte maatregelen voor aluminium- en mogelijk koperschroot die in het voorjaar van 2026 worden gepubliceerd. De Circular Economy Act (verwacht Q3 2026) en de Advanced Materials Act (verwacht Q4 2026) zullen ook maatregelen bevatten ter bevordering van recycling en substitutie van kritieke grondstoffen.
De vierde pijler van Resource EU bevat maatregelen om de Europese markt voor kritieke grondstoffen te versterken door middel van vraagbundeling, gezamenlijke inkoop en afnamecontracten. De Commissie heeft hiertoe het EU Energy and Raw Materials Platform (hierna: platform) ontwikkeld. In maart 2026 vindt de eerste matchmakingronde tussen bedrijven plaats voor de drie prioritaire waardeketens van Resource EU. De Commissie stelt dat veel Europese projecten onrendabel zijn door hoge kosten en marktverstorende gedragingen van derde landen. Het platform beoogt deze kloof te verkleinen door vraag te bundelen, bedrijven te verbinden en stabiele afnamecontracten te faciliteren.
De vijfde pijler van het Actieplan kondigt aan dat de Commissie vanaf mei 2026 gebruik zal maken van nieuwe bevoegdheden uit de verordening inzake noodsituaties en veerkracht voor de interne markt (Internal Market Emergency Response and Resilience Act, hierna: IMERA)4 om in tijden van crisis knelpunten in waardeketens met kritieke grondstoffen aan te pakken. Dit kan bestaan uit het opvragen van informatie over productie en voorraden van kritieke grondstoffen bij bedrijven gevestigd in de EU, het uitvoeren van gezamenlijke aankopen en het coördineren van de verdeling van strategische voorraden. Ook kondigt de Commissie aan oneerlijke handelspraktijken, zoals prijsmanipulatie, door derde landen in grondstoffenwaardenketens vroegtijdig te signaleren en doelmatig adresseren door middel van een nieuwe beleidsaanpak (verwacht Q2 2026). De Commissie wil onder andere de samenwerking met partnerlanden met betrekking tot het bevorderen van internationale standaarden.
De zesde en laatste pijler van Resource EU richt zich op diversificatie en internationale partnerschappen. In samenwerking met de lidstaten zet de Commissie in op zowel het versterken van bestaande als het aangaan van nieuwe kritieke grondstoffen partnerschappen met wederzijdse voordelen en verticale waardeketenintegratie5 met grondstofrijke landen.
Daarbij wordt lokale waardecreatie en het creëren van banen in derde landen essentieel geacht. Binnen partnerschappen zet de Commissie in op waardeketenintegratie, samenwerking op het gebied van milieu, sociale en bestuurlijke normen, de ontwikkeling van infrastructuur voor kritieke grondstoffenprojecten, lokale capaciteitsopbouw en onderzoek en innovatie. Daarnaast bouwt de Commissie voort op multilaterale initiatieven: in G20-verband ondersteunt zij de verdere uitwerking van het G20 Critical Mineral Framework, onder meer via samenwerking op het gebied van investeren en betere milieu, sociale en bestuurlijke normen. In G7-verband zet de Commissie in op de Critical Minerals Production Alliance om risico’s van kritieke grondstoffenprojecten gezamenlijk te verlagen en investeringen te coördineren.
De verordening kritieke grondstoffen wordt op een aantal punten aangepast met als doel leveringszekerheidsrisico’s van grote ondernemingen te verminderen, administratieve lasten te verminderen en circulariteit te vergroten.
De eerste wijziging betreft het verminderen van het aantal beoordelingstrajecten dat de Commissie elk jaar organiseert om kandidaten voor strategische projecten te beoordelen. De verplichting voor de Commissie om elk jaar minimaal vier zogeheten calls te organiseren wordt versoepeld, zodat men het aantal kan beperken voor een efficiëntere beoordeling. Een initiatiefnemer van een strategisch project heeft recht op korte vergunningverleningstermijnen en krijgt betere toegang tot financieringspartijen zoals de EIB.
De tweede wijziging richt zicht op de risicoparaatheid van grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken voor de productie van een afgebakende set strategische producten. Deze producten zijn onder andere batterijen, luchtvaartuigen, warmtepompen, robotica, drones, raketwerpers, radarsystemen, satellieten en geavanceerde chips. De Commissie stelt voor om de taak van het identificeren van deze grote ondernemingen te verschuiven van de lidstaten naar de Commissie. In dat kader wordt de Commissie verplicht de betrokken ondernemingen te informeren over hun identificatie en over de verplichting om een risicobeoordeling uit te voeren. Met deze wijziging beoogt de Commissie dubbel werk door lidstaten te voorkomen en risico’s op fragmentatie van de interne markt te beperken. Daarnaast verduidelijkt en breidt het voorstel de inhoud van de risicobeoordeling uit, onder meer door te eisen dat ondernemingen niet alleen de herkomst van strategische grondstoffen in kaart brengen, maar ook de toeleveringsketens van componenten die deze grondstoffen bevatten. Als uit de risicobeoordeling significante kwetsbaarheden voor verstoringen van de toeleveringsketen blijken, dienen ondernemingen zich in te spannen om deze kwetsbaarheden te beperken, bijvoorbeeld door diversificatie, het gebruik van secundaire grondstoffen of substitutie. Ook krijgt de Commissie de bevoegdheid om, in het kader van haar monitoringstaak, rechtstreeks informatieverzoeken aan ondernemingen te richten om na te gaan of zij aan hun verplichtingen voldoen. Tot slot introduceert het voorstel een nieuwe bevoegdheid voor de Commissie om op een later moment via gedelegeerde handelingen nadere risicobeperkende en diversificatiemaatregelen te specificeren. In de voorgestelde tekst is geen rol voor lidstaten voorzien.
Ten derde stelt de Commissie voor om de lijst van producten die een label moeten dragen omdat zij permanente magneten bevatten, uit te breiden. Het doel hiervan is dat afvalverwerkers sneller en eenvoudiger kunnen zien waar magneten zitten, zodat deze beter kunnen worden verwijderd en gerecycled. In vergelijking met de huidige situatie gaat het niet om strengere eisen per product, maar om een bredere groep producten waarop dezelfde informatieplicht van toepassing wordt. Op het etiket moet worden aangegeven of het product permanente magneten bevat en zo ja, welk type magneet. Het gaat om een uitputtende lijst aan producten waarvan doorgaans al bekend is of er permanente magneten in aanwezig zijn. Nieuw is dat de labelplicht expliciet wordt uitgebreid naar onder meer: huishoudelijke apparaten zoals wasmachines, drogers, vaatwassers, stofzuigers en magnetrons; IT- en elektronicaproducten zoals harde schijven; transducers en luidsprekers; drones voor civiel gebruik en gemotoriseerd speelgoed; en elektromotoren (ook wanneer deze zijn ingebouwd in andere producten).
Ten vierde wil de Commissie de recyclingcapaciteit van permanente magneten verhogen door pre-consument afval onderdeel te laten worden van de reikwijdte van artikel 29 van de verordening kritieke grondstoffen. Pre-consument afval is materiaal dat wordt weggegooid tijdens het productieproces van een product. Post-consument afval is materiaal dat wordt weggegooid nadat het is gebruikt door een consument of eindgebruiker. Artikel 29 verplicht bedrijven die producten met permanente magneten op de markt brengen om openbaar te maken welk aandeel in die magneten afkomstig is uit post-consument afval. Deze maatregel is bedoeld om recyclingcapaciteit van permanente magneten sneller op te schalen en de secundaire markt voor permanente magneten te stimuleren. Een secundaire markt is de markt waarin gerecyclede materialen, zoals kritieke grondstoffen die zijn teruggewonnen uit afval, worden verhandeld en gebruikt als alternatief voor nieuw gewonnen (primaire) grondstoffen. Op basis van de verzamelde informatie gaat de Commissie uiterlijk in 2031 ook een minimumaandeel kritieke grondstoffen in permanente magneten vaststellen.
Tot slot stelt de Commissie voor artikel 38 van de verordening kritieke grondstoffen te wijzigen. Dit artikel regelt het gebruik van gedelegeerde handelingen door de Commissie, waaronder voor welke artikelen van de verordening delegatie mogelijk is, de duur daarvan en het toezicht door het Europees Parlement en de Raad. Met het amendement wordt de lijst van artikelen waarvoor gedelegeerde handelingen kunnen worden vastgesteld uitgebreid, waarvan de bevoegdheid om een gedelegeerde handeling voor artikel 24 vast te stellen de grootste wijziging is. Ook wordt de delegatieperiode vastgelegd op acht jaar vanaf 24 juni 2024, en worden de procedures voor intrekking en bezwaar geactualiseerd.
Impact assessment Commissie
Voor zowel de mededeling als het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft de Commissie geen impact assessment opgesteld. Het kabinet vraagt de Commissie met klem om dit alsnog te doen om de gevolgen voor onder andere de regeldruk, uitvoering en handhaving te kunnen beoordelen. Mocht het impact assessment niet worden gepresenteerd door de Commissie, zal het kabinet zelf het nodige doen om zich een beeld te vormen van de regeldrukeffecten zodat die kunnen worden meegenomen in het definitieve oordeel van het voorstel. Hierbij worden belanghebbenden betrokken. Ook vindt het kabinet het van belang dat de Commissie daarbij de verwachte impact van de aangekondigde maatregelen op (gelijkgezinde) handelspartners van de EU in kaart brengt. Denk hierbij onder andere aan Australië, Canada, Japan, Zuid-Korea en andere landen waarmee de EU strategische kritieke grondstoffenpartnerschappen heeft gesloten.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
De Nationale Grondstoffenstrategie6 (NGS) bevat vijf handelingsperspectieven waarmee het kabinet de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen beoogt te vergroten: (1) circulariteit en innovatie; (2) duurzame Europese mijnbouw en verwerking van kritieke grondstoffen (inclusief strategische voorraadvorming); (3) kennisopbouw en monitoring; (4) diversificatie; en (5) verduurzaming van internationale ketens. De NGS en daarop voortbouwende Kamerbrieven lichten deze handelingsperspectieven nader toe.7
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet is positief over de strategische koers van de mededeling Resource EU en de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen. De richting is complementair aan de Nationale Grondstoffenstrategie en de recente Kamerbrief ‘Weerbare ketens: stappen naar strategische voorraden en verwerking van kritieke grondstoffen’.8 Ook draagt de mededeling bij aan de uitwerking van de kamerbrieven Industrie9 en Toekomstperspectief voor de Energie-intensieve industrie,10 waarin het kabinet circulair gebruik en leveringszekerheid van grondstoffen transitie en vraagcreatie in de (energie-intensieve) industrie als randvoorwaarden voor de groene ziet. Ook draagt het bij aan de uitwerking van de Clean Industrial Deal. Tegelijk constateert het kabinet dat Resource EU vooral een plan is: het combineert enkele directe korte termijn beleidsacties met een groot aantal maatregelen die in 2026 nog nader moeten worden uitgewerkt in de vorm van concrete wetgevingsvoorstellen of uitvoeringsinstrumenten.
Het kabinet zal eerst ingaan op de beoordeling van Resource EU en daarna op het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen.
Het kabinet is positief over het voornemen van de Commissie voor de oprichting van een Europees CRM Centre als centraal punt voor gegevens, risicobeoordeling, projectcoördinatie en voorraadvorming. Dit is complementair aan de kabinetsinzet op betere kennisopbouw en monitoring, zoals via het Nederlands Materialen Observatorium. Daarnaast acht het kabinet het van belang dat circulariteit een integraal onderdeel vormt van het CRM Centre. Dit stelt het centrum in staat om inzicht te bieden in zowel het aanbod van secundaire kritieke materialen als de vraag naar deze materialen.
Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat het CRM Centre een heldere, afgebakende taakomschrijving krijgt, en goed aansluit bij bestaande gremia zoals Critical Raw Materials Board11 en de IMERA-raad.12 Het zal pleiten voor structurele betrokkenheid van lidstaten en het bedrijfsleven bij de activiteiten van het CRM Centre, onder meer ten aanzien van strategische projecten en voorraadvorming. Tegelijk is het van belang dat het CRM Centre goed aansluit op andere monitoringsinstrumenten van de Commissie, zoals de Economic Security Information Hub en het Observatorium voor kritieke technologieën. Het kabinet acht het van belang dat het CRM Centre complementair is aan bestaande initiatieven, en dat dubbelwerk wordt voorkomen.
Het bundelen van financieringskanalen in een CRM-hub en het streven naar het mobiliseren van minimaal €3 miljard aan financiering13 binnen het huidige MFK zijn in lijn met de wens van het kabinet om bestaande middelen effectiever in te zetten voor strategische projecten. Ook steunt het kabinet de inzet van de EIB en EBRD op het gebied van kritieke grondstoffen. Het kabinet roept de Commissie op om de middelen beter toegankelijk te maken voor lidstaten en bedrijven, door transparante en duidelijke informatie te verstrekken over beschikbare fondsen en tijdige communicatie over geplande initiatieven, deadlines en voorwaarden voor projectoproepen. Hierdoor wordt gewaarborgd dat lidstaten proactief hun projecten en prioriteiten kunnen inbrengen en de middelen op een effectieve en strategische manier worden ingezet. Met het oog op de verduurzaming- en diversificatie-pijlers van de NGS en de benodigde integratie van waardeketens met inzet op lokale waardetoevoeging, zal het kabinet aandacht vragen voor een goede balans tussen steun aan projecten binnen en buiten de EU, in samenhang met Global Gateway.
Het kabinet verwelkomt de nadruk op circulariteit, betere benutting van bestaande materiaalstromen en innovatie. Dit sluit aan bij het Nederlandse beleid om risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen en de circulariteit van producten en grondstoffen te bevorderen via levensduurverlenging, hergebruik, substitutie en recycling. Daarbij acht het kabinet het van belang dat onder de Ecodesign wetgeving ook complementaire maatregelen worden opgenomen die gericht zijn op efficiënter grondstoffengebruik, zoals materiaal-efficiënt ontwerp, verlenging van de levensduur van producten, repareerbaarheid en alle vormen van hergebruik van producten die veel kritieke grondstoffen bevatten.
Het kabinet staat positief tegenover het beter binnen de EU houden van strategische afval- en schrootstromen, mits dit zorgvuldig, coherent en juridisch steekhoudend gebeurt. Dit bevordert de zelfvoorzienende werking binnen de EU, maakt de EU minder kwetsbaar voor risico’s van strategische afhankelijkheden en kan bijdragen aan energiebesparing door hergebruik van materialen. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat de aangekondigde exportrestricties alleen worden ingevoerd waar een duidelijke noodzaak, proportionaliteit, uitvoerbaarheid (voor zowel douane als het bedrijfsleven) en juridische houdbaarheid, met oog voor de internationale handelsregels, is aangetoond. Het is bij de verdere uitwerking ook van belang dat de gebruikte terminologie in de verordening aansluit bij het Douanewetboek van de Unie en dat duidelijke afbakening plaatsvindt van rollen in de uitvoering tussen Douane, Inspectie Leefomgeving en Transport en decentrale toezichthouders. Het kabinet vraagt aandacht voor het volwaardig overwegen van alternatieve instrumenten (bijvoorbeeld: betere handhaving tegen illegale export, betere codering/classificatie, afspraken met derde landen). Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat aanvullende verplichtingen in de verordening kritieke grondstoffen (zoals uitgebreide labels en rapportage over gerecyclede kritieke grondstoffen) uitvoerbaar blijven en aansluiten bij bestaande en toekomstige EU-productregelgeving zoals de Ecodesign Verordening. Het kabinet ondersteunt de inzet op innovatie via Horizon Europe, de European Innovation Council en de Advanced Materials Act.
Het kabinet is positief over het Raw Materials Mechanism en het EU Energy and Raw Materials Platform als instrumenten om vraag en aanbod bij elkaar te brengen, met name voor de prioritaire waardeketens. Beide geven uitvoering aan artikel 25 van de verordening kritieke grondstoffen. Het initiatief voor matchmaking in het eerste kwartaal van 2026 past bij de kabinetsinzet om bedrijven te helpen bij diversificatie en het vinden van nieuwe leveranciers. Ook is vraagcreatie cruciaal voor de opbouw van een volwassen, Europese markt voor kritieke grondstoffen zoals uiteengezet in het Nederlandse non-paper over vraagcreatie (in de staal- en chemiesector), dat in november 2025 met de Europese Commissie ten behoeve van de Industrial Accelerator Act is gedeeld.14
Ten aanzien van het in Resource EU aangekondigde proces om een prijsbodemmechanisme te verkennen, staat het kabinet open voor verdere analyse. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet, mede op basis van duidelijke signalen vanuit het Europese bedrijfsleven, de noodzaak om dit proces aanzienlijk te versnellen en op korte termijn tot een concreet uitgewerkte verkenning te komen, waarbij het kabinet nadrukkelijk wijst op de risico’s op marktverstoring, juridische beperkingen, aanzienlijke budgettaire implicaties en een lastig te begrenzen precedentwerking.
Het kabinet staat positief tegenover een gecoördineerde Europese aanpak van voorraadvorming. De waardeketens binnen de interne markt zijn te sterk geïntegreerd om op zichzelf staande nationale programma’s effectief te maken. De geplande Europese pilot biedt een kans om praktische vragen rond selectie van kritieke grondstoffen, financieringsvormen, logistiek, bestuursmodellen en de rol van de markt te beantwoorden, voor een zo doeltreffend mogelijke structurelere werkwijze binnen het CRM Centre. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat keuzes voor materialen, volumes en locaties gebaseerd zijn op gedegen analyses en meerwaarde ten opzichte van andere instrumenten voor leveringszekerheid; aansluiting tussen Europese en andere internationale initiatieven op voorraadvorming wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld in NAVO-verband; en zoveel mogelijk samenwerking met marktpartijen wordt opgezocht.
Het kabinet onderschrijft de noodzaak van een robuust crisiskader voor de interne markt en staat positief tegenover de inzet van IMERA voor monitoring, stresstesten, informatieverzoeken en (in uiterste gevallen) gezamenlijke inkoop. Het kabinet kijkt positief naar de voorgestelde initiatieven om de EU te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken door deze te vroegtijdig te signaleren en adresseren. Wat betreft het voorstel om een nieuwe Europese beleidsbenadering te ontwikkelen ten aanzien van oneerlijke handelspraktijken van derde landen wacht het kabinet de concrete voorstellen van de Commissie af. Het kabinet zal de voorstellen toetsen aan internationale handelsregels en (bilaterale) handelsakkoorden en zich ervoor inspannen om eventuele handelsbelemmerende effecten voor (gelijkgezinde) handelspartners tot een minimum te beperken. Ook houdt het kabinet hierbij oog voor regeldruk en administratieve lasten.
Het kabinet werkt momenteel aan de implementatie van de IMERA-verordening en aanverwante regelgeving en zal zich inzetten voor een effectief gebruik van de maatregelen in de IMERA. Het kabinet zal zich ervoor inzetten dat de bestuursmodellen rond IMERA, het CRM Centre en de verordening kritieke grondstoffen goed op elkaar aansluiten, met duidelijke rolverdeling.
Het kabinet verwelkomt de verdere uitbouw van strategische partnerschappen en de strategische benutting van bestaande handelsakkoorden met grondstofrijke landen op basis van wederzijdse voordelen en de multilaterale inzet via G20 en G7 gericht op onder andere gezamenlijke investeringen, derisking van projecten en verbeterde ESG-standaarden. Dit laatste sluit aan bij de Nederlandse inzet op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Het kabinet verwacht dat de standaarden in lijn zijn met door Nederland onderschreven internationale standaarden zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtsnoeren inzake bedrijfsleven en mensenrechten en zal daarover opheldering vragen aan de Europese Commissie. Het kabinet zet zich ervoor in dat partnerschappen worden gebaseerd op wederkerigheid, hoge milieu, sociale en bestuurlijke normen en lokale toegevoegde waarde. Ook zet het kabinet zich ervoor in dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen goed worden gepositioneerd in internationale waardeketens. Het kabinet ziet ruimte om het Resource EU Actieplan verder te versterken door de internationale inzet en strategische partnerschappen met derde landen ambitieuzer vorm te geven. Partnerschappen moeten worden vertaald naar concrete strategische projecten met daadwerkelijke betrokkenheid in kritieke waardeketens, waarbij de rol van de lidstaten en de private sector essentieel is. De uitvoering moet ook gezamenlijk met partnerlanden buiten de EU-27 worden opgepakt, zodat internationale samenwerking en impact daadwerkelijk gerealiseerd worden. Het kabinet roept de Commissie op om een nadrukkelijke coördinerende rol te vervullen in de samenwerking tussen lidstaten op het gebied van kritieke grondstoffen in derde landen. Deze coördinatie zou zich onder meer moeten richten op verticale integratie binnen kritieke grondstoffen waardeketens, gezamenlijke inzet op lokale waarde toevoeging, ESG-standaarden en kennissamenwerking.
Het kabinet vraagt de Commissie om een impactassessment op te stellen, om de effecten van Resource EU op de regeldruk te beoordelen. Resource EU is een mededeling en bevat geen rechtstreeks werkende verplichtingen voor burgers en bedrijven, maar kondigt toekomstige wetgevingsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen aan die op termijn gevolgen voor de regeldruk kunnen hebben. Het kabinet zal zich inzetten voor duidelijke en uitvoerbare verplichtingen zodat het amendement het concurrentievermogen ondersteunt zonder onnodige lasten te creëren.
Het kabinet steunt de doelstelling om de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te verbeteren en versnellen door die op onderdelen aan te passen. Het kabinet is positief over het doel om procedures rond strategische projecten te stroomlijnen en administratieve lasten te verminderen (bijvoorbeeld door flexibilisering van de frequentie van beoordelingsrondes).
Artikel 24 verplicht bepaalde grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken in hun productieproces om regelmatig risico’s in hun toeleveringsketens in kaart te brengen. Als er grote risico’s worden vastgesteld, moeten deze bedrijven maatregelen nemen om die risico’s te beperken. Op dit moment ligt de identificatieplicht van die grote ondernemingen bij de lidstaten. De voorgestelde wijziging verschuift de verantwoordelijkheid voor de identificatie van grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken van de lidstaten naar de Commissie en breidt de verplichtingen rond ketenrisico-analyse, mitigatie en diversificatie uit. Hoewel de doelstellingen om risicovolle strategische afhankelijkheden van één herkomstland te verminderen, de identificatie van relevante ondernemingen centraal te organiseren en de transparantie in grondstoffenketens te vergroten aansluiten bij de zorgen van het kabinet, plaatst deze verschuiving ook wezenlijke vraagtekens bij de te spelen rol van de lidstaten. De invulling van de op een later moment te publiceren gedelegeerde handeling is een aandachtspunt. Het kabinet hecht eraan dat lidstaten op passende wijze worden betrokken bij de aanwijzing van grote ondernemingen als grote gebruikers van strategische grondstoffen en dat zij inzicht kunnen behouden in relevante informatie die bedrijven verstrekken over kwetsbaarheden in hun ketens. Deze informatie is relevant voor het nationale inzicht in economische weerbaarheid en leveringszekerheid. Het kabinet zal daarnaast aandacht vragen voor de wijze waarop de Commissie gebruik kan maken van gedelegeerde handelingen om nadere verplichtingen voor bedrijven vast te stellen. In dat verband is het voor het kabinet van belang dat eventuele verplichtingen proportioneel worden vormgegeven en voldoende ruimte laten voor grote ondernemingen om, binnen duidelijke kaders, eigen afwegingen te maken ten aanzien van risicobeperking en diversificatie. Het kabinet zal zich inzetten voor heldere en objectieve uitgangspunten, onder meer ten aanzien van de afbakening van betrokken bedrijven en de duiding van het begrip “significante kwetsbaarheid”.
Daarbij acht het kabinet het wenselijk dat de rol van de Commissie in de praktijk in eerste instantie ondersteunend en coördinerend is, en dat zwaardere verplichtingen met terughoudendheid worden ingezet. Een adequate en tijdige betrokkenheid van lidstaten bij zowel de aanwijzing van grote ondernemingen als de verdere uitwerking van verplichtingen acht het kabinet daarbij van belang.
Artikel 28 verplicht producenten om bepaalde producten met permanente magneten duidelijk te labelen en digitaal te documenteren, zodat zichtbaar is of en welk type magneet is gebruikt en hoe deze veilig kan worden verwijderd. Dit moet recycling, hergebruik en reparatie vergemakkelijken, doordat essentiële informatie langdurig toegankelijk blijft voor recyclers, reparateurs en toezichthouders. De Commissie stelt voor om de productgroepen waarvoor dit verplicht is uit te breiden. Het kabinet pleit voor verduidelijking en afbakening van de nieuwe productgroep ‘omzetters’ (transducers). Hoewel transducers kritieke grondstoffen kunnen bevatten, acht het kabinet handhaving op componentniveau, met name ten aanzien van labelverplichtingen, niet goed uitvoerbaar. Het kabinet stelt daarom voor de reikwijdte van artikel 28 van de verordening kritieke grondstoffen te beperken tot transducers die als zelfstandig product op de EU-markt worden gebracht, en producten waarin transducers uitsluitend als onderdeel zijn verwerkt hiervan uit te zonderen.
Artikel 29 verplicht producenten om openbaar te maken welk aandeel kritieke grondstoffen in permanente magneten afkomstig is uit gerecycled post-consument afval, en stelt dat de EU minimale percentages gerecycled materiaal kan vastleggen. Het doel is meer transparantie en een hoger gebruik van gerecyclede grondstoffen. De wijziging van artikel 29 breidt de rapportage- en mogelijke minimumpercentage-verplichtingen uit naar zowel pre- als post-consument afval in permanente magneten en scherpt de basis voor gedelegeerde handelingen rond berekening en verificatie aan. Dit ondersteunt de kabinetsdoelstelling om circulariteit in strategische ketens te vergroten, mits de regels uitvoerbaar en goed te controleren zijn. Ook onderkent het kabinet de waarde van het meenemen van pre‑consument afval, aangezien een aanzienlijk deel van de kritieke grondstoffen zich in industriële reststromen bevindt. Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat wet- en regelgeving de ontwikkeling van een afzetmarkt voor post‑consument afval actief bevordert, zodat wordt voorkomen dat de stimulering zich uitsluitend op recycling van pre‑consument afval richt.
Het kabinet zal de Commissie vragen voor heldere en praktisch toepasbare methodieken voor berekening en verificatie, met oog voor de diversiteit van productcategorieën. Het kabinet zal aandacht vragen voor de verhouding tussen verplichtingen die voortkomen uit de verordening kritieke grondstoffen en andere product- en afvalwetgeving, zodat de totale regeldruk voor bedrijven beheersbaar blijft. Het kabinet erkent dat minimum percentages gerecyclede kritieke grondstoffen een afzetmarkt voor kritieke grondstoffen kunnen creëren. Bij het vaststellen van eventuele minimumpercentages gerecyclede inhoud zal het kabinet aandringen op goede onderbouwing (beschikbare volumes, technologische haalbaarheid, kostenimpact).
Eerste inschatting van krachtenveld
De meerderheid van lidstaten staat naar verwachting positief tegenover het Resource EU Actieplan en onderschrijft de noodzaak om de Europese afhankelijkheden op het gebied van kritieke grondstoffen verder te verminderen. Tegelijkertijd is te verwachten dat meerdere lidstaten aandachtspunten zullen hebben bij de uitwerking van specifieke onderdelen van het actieplan. Dit betreft met name de vormgeving en proportionaliteit van exportmaatregelen, de praktische uitvoerbaarheid van verdere versnelling van vergunningverlening binnen bestaande nationale en Europese milieukaders, en alle nog door de Commissie te delen voorstellen zoals het CRM Centre, de Circular Economy Act en de Advanced Materials Act.
Het Europees Parlement heeft vooralsnog geen formeel standpunt ingenomen over het Resource EU Actieplan. Op basis van de verordening kritieke grondstoffen zal het Europees Parlement positief zijn over het Resource EU Actieplan.
De meerderheid van de lidstaten staat positief tegenover onderdelen van het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen. De voorgestelde wijziging van artikel 24 waarin de verantwoordelijkheid voor de definitie- en identificatie van grote ondernemingen die risicoanalyses moeten uitvoeren van hun strategische grondstoffenwaardeketens van lidstaten naar de Commissie wordt door een groot deel van de lidstaten met twijfel ontvangen. Ook pleit het merendeel van de lidstaten voor het structureel blijven betrekken van lidstaten bij het identificeren van grote ondernemingen. Een deel van de lidstaten twijfelt over de nieuwe bevoegdheid van de Commissie om via een gedelegeerde handeling op een later moment de geïdentificeerde grote ondernemingen mitigatieverplichtingen op te leggen. Het merendeel van de lidstaten ontvangt de voorgestelde wijzigingen voor artikel 28 en 29 positief.
Het Europees Parlement heeft nog geen formele positie. De voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen wordt door de ITRE-commissie besproken. Een rapporteur is op dit moment nog niet bekend.
Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Dit betreft een (niet-bindende) mededeling van de Commissie waarin de Commissie geen nieuwe wetgevende maatregelen voorstelt. Nadere beoordeling van de rechtsgrondslag zal daarom te zijner tijd plaatsvinden, als de Commissie bij voorstellen voor nieuwe wetgevende maatregelen een rechtsgrondslag kiest. Ten aanzien van de mededeling die nu voorligt is de grondhouding van het kabinet positief.
De in de mededeling beschreven maatregelen hebben met name betrekking op de interne markt. Op dit terrein heeft de EU een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten (artikel 2 VWEU, juncto artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU). De mededeling heeft tevens betrekking op het terrein van de gemeenschappelijke handelspolitiek. Op dit terrein is de EU exclusief bevoegd (artikel 2 VWEU, juncto artikel 3, eerste lid, onder e, VWEU).
Het oordeel van het kabinet is eveneens positief ten aanzien van de bevoegdheid van de Unie voor de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen. Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU. Artikel 114 VWEU geeft de EU de bevoegdheid maatregelen te nemen op het gebied van de interne markt. Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag, omdat de voorgestelde wijzigingen zien op aspecten die raken aan het functioneren van de interne markt. De verordening kritieke grondstoffen, die met het voorstel wordt gewijzigd, is ook op deze rechtsgrondslag is gebaseerd. De bevoegdheid voor de interne markt is een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten (artikel 2 VWEU, juncto artikel 4, tweede lid, onder a, VWEU).
Subsidiariteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden uitgeoefend, toetst of het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het subsidiariteitsbeginsel).
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de Resource EU mededeling is positief. De mededeling heeft tot doel de Europese weerbaarheid te versterken door de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te verbeteren, risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen en de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versnellen. Gezien de grensoverschrijdende aard van waardeketens van kritieke grondstoffen, de impact van geopolitieke risico’s op de gehele interne markt en het feit dat lidstaten afzonderlijk onvoldoende onderhandelings- en marktpositie hebben ten opzichte van derde landen, kan dit onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Daarom is een EU-aanpak nodig. Door gecoördineerde maatregelen op EU-niveau voor strategische projecten, financiering, circulaire afvalstromen, risicobeheer en partnerschappen met derde landen wordt het gelijk speelveld op het terrein van de interne markt en de Europese waardeketens voor kritieke grondstoffen verbeterd en worden belemmeringen op de interne markt voor investeringen, verwerking en recycling weggenomen. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen is positief. Door de huidige geopolitieke situatie wordt de levering en de zekerheid van kritieke grondstoffen voor de Unie in gevaar gebracht. Met de voorgestelde wijziging wordt daarom getracht het huidige kader te versterken.
Daarbij is het essentieel dat fragmentatie van de interne markt door verschillende regels tussen lidstaten, te voorkomen. Ook is het noodzakelijk dat de administratieve lasten voor betrokken ondernemingen zo laag mogelijk blijven. Deze ondernemingen kunnen namelijk in meerdere lidstaten actief zijn. Dat kan worden bereikt door een centrale administratie op Europees niveau. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd. Ook de uitbreiding van de verplichtingen voor meer producten met permanente magneten (artikel 28 en 29) kan in verband met een ongelijk speelveld niet op centraal, regionaal of lokaal niveau worden geregeld. Om een gelijk speelveld te realiseren voor producten met permanente magneten moeten de verplichtingen voor alle lidstaten gelijk zijn. Daarmee is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
Proportionaliteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel).
De grondhouding van het kabinet ten aanzien van de Resource EU mededeling is positief. De mededeling heeft tot doel de Europese weerbaarheid te vergroten door de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te verbeteren, risicovolle strategische afhankelijkheden te verminderen en de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versnellen. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de mededeling gericht is op EU-brede coördinatie, versnelling van strategische projecten, het bundelen van financieringsinstrumenten en het versterken van partnerschappen met derde landen. Bovendien gaan de voorgestelde maatregelen niet verder dan noodzakelijk, omdat de Commissie hoofdzakelijk stimulerende maatregelen aankondigt, zoals uitgebreidere financiering en de markt voor recycling op gang te brengen en daarmee niet heeft gekozen voor een ingreep die te ver gaat. Ook stelt de Commissie mogelijke exportbeperkingen voor, die echter nog niet zijn uitgewerkt. Daarvoor past een nadere beoordeling per maatregel als de voorstellen daarvoor worden gepubliceerd.
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen is deels positief, deels negatief. De voorgestelde wetgeving heeft tot doel de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen te versterken door bepaalde procedures op het niveau van de Unie te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat grote ondernemingen voorbereid zijn op verstoringen in de toelevering. Daarvoor scherpt het voorstel risicoparaatheidsverplichtingen voor bepaalde grote ondernemingen aan en breidt het bepaalde circulariteitsverplichtingen uit. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstellingen te bereiken. Door het aanscherpen van risicoparaatheidsverplichtingen voor grote ondernemingen worden risicovolle afhankelijkheden beter in beeld gebracht. Ook de uitbreiding en verduidelijking van bepalingen over circulariteit, waaronder rapportage en mogelijke minimumpercentages voor gerecyclede inhoud in permanente magneten, sluiten aan bij de doelstelling om waardeketens duurzamer en weerbaarder te maken, mits deze maatregelen uitvoerbaar en controleerbaar worden vormgegeven. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, omdat extra eisen voor grote ondernemingen om in kaart te brengen hoe hun toeleveringsketens liggen en waar hun kwetsbaarheden zitten, noodzakelijk zijn om een duidelijk beeld te krijgen waar de EU kwetsbaar is op het gebied van kritieke grondstoffen en er op dat vlak niets verandert. Met dit voorstel wordt enkel de verantwoordelijkheid om die ondernemingen te identificeren en op hun verplichting om een risicoanalyse te maken, te wijzen, bij de Commissie gelegd. Om die reden gaat het voorstel niet verder dan noodzakelijk Om die kwetsbaarheden vervolgens af te kunnen bouwen, is het noodzakelijk dat de Commissie kan eisen dat deze ondernemingen maatregelen nemen.. Echter, het kabinet is negatief over dat het voorstel onvoldoende duidelijkheid biedt over de mogelijkheid dat ondernemingen discretie hebben om deze maatregelen in te richten op een manier die aansluit bij hun bedrijfsmatige realiteit. Deze is afhankelijk van de manier waarop de Commissie haar voorgestelde delegatiebevoegdheid uitoefent (zie ook onder 6b).
Financiële consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Consequenties EU-begroting
De Resource EU mededeling bevat verschillende acties die in 2026 kunnen leiden tot wetgevingsvoorstellen of financieringsinstrumenten met mogelijke financiële implicaties, waaronder de oprichting van het CRM Centre, de CRM-financieringshub en maatregelen op het gebied van circulariteit, zoals mogelijke exportrestricties en productnormen. Omdat de financiële gevolgen van deze voorstellen nog onduidelijk zijn, zal het kabinet de Commissie vragen om nadere verduidelijking. Voor zover de Commissie aangeeft uit welke EU-programma’s acties worden gefinancierd, gaat het om bestaande instrumenten zoals InvestEU, het Innovatiefonds, het Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (Just Transition Fund), de Battery Booster Facility en het European Defence Industry Programme. Het kabinet is van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van de EU-begroting 2021-2027 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels van de budgetdiscipline.
Volgens de toelichting bij het voorstel heeft het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen geen gevolgen voor de EU-begroting.15 Dit betekent dat de Commissie uitgaat van uitvoering binnen bestaande personele en financiële middelen. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat er nieuwe of verschoven taken ontstaan, zoals de overdracht van de identificatie van grote ondernemingen van de lidstaten naar de Commissie. In het Raadstraject zal het kabinet aandacht vragen hiervoor en vragen naar de onderbouwing hiervan, mede door de extra analyse en informatieverzoeken richting grote ondernemingen die de Commissie op zich neemt.
Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of medeoverheden
De mededeling Resource EU heeft geen directe financiële of personele consequenties voor de rijksoverheid. Eventuele budgettaire gevolgen die hieruit volgen voor de Rijksbegroting gedekt dienen te worden op en ingepast worden binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement. De mededeling betreft een beleidsmatig actieplan waarin de Commissie richting geeft aan toekomstige initiatieven en aankondigt dat nadere wetgevingsvoorstellen en instrumenten grotendeels pas in 2026 zullen worden gepresenteerd. De mededeling introduceert op dit moment geen nieuwe, juridisch bindende verplichtingen voor lidstaten die tot extra nationale uitgaven leiden. Voor medeoverheden worden eveneens geen financiële of personele gevolgen voorzien, aangezien de mededeling geen rechtstreekse uitvoerings- of handhavingstaken toekent aan provincies, gemeenten of waterschappen. Eventuele budgettaire implicaties kunnen pas aan de orde zijn bij toekomstige wetgevende voorstellen en zullen dan via afzonderlijke BNC-fiches worden beoordeeld. De inschatting van de Commissie dat de mededeling op zichzelf geen nationale financiële gevolgen heeft, wordt door het kabinet gedeeld.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft naar verwachting geen financiële of personele consequenties voor de rijksoverheid. Met het voorstel wordt de identificatie van grote ondernemingen en de beoordeling van hun risicoparaatheid verplaatst van de lidstaten naar de Europese Commissie, waardoor nationale administratieve taken die voortvloeien uit de huidige verordening komen te vervallen. Voor medeoverheden worden geen financiële of personele gevolgen voorzien, aangezien het voorstel geen nieuwe taken, verantwoordelijkheden of uitvoeringsverplichtingen voor deze bestuurslagen introduceert. De inschatting van de Commissie dat het voorstel geen nationale financiële gevolgen heeft, wordt door het kabinet gedeeld.
Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
Doordat de Europese Commissie geen impact assessments heeft gemaakt, heeft het kabinet momenteel nog beperkt zicht op de effecten op de regeldruk, uitvoering en handhaving van de voorstellen. Hierdoor kan het kabinet deze effecten nog niet volledig meewegen.
Resource EU is een mededeling en bevat geen rechtstreeks werkende verplichtingen voor burgers en bedrijven, maar kondigt toekomstige wetgevingsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen aan die op termijn gevolgen voor de regeldruk kunnen hebben. Voor rijk, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties kunnen deze leiden tot extra vergunning- en handhavingstaken, waarvan de omvang pas duidelijk wordt bij de uitwerking van de voorstellen in 2026. Voor burgers worden geen regeldrukgevolgen verwacht. Het kabinet zal er bij de Commissie met klem op aandringen dat de in Resource EU aangekondigde concrete wetgevingsvoorstellen en uitvoeringsmaatregelen, zullen, worden voorzien van een impact assessment, zodat de gevolgen voor de regeldruk kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van de voorstellen.
Voor bedrijven is op korte termijn sprake van vrijwillige regeldruk: deelname aan het EU Energy and Raw Materials Platform. Registratie voor matchmaking en aanlevering van informatie is niet verplicht maar kan wel inspanning vergen (met name voor MKB en middelgrote bedrijven).
Op middellange termijn kunnen de aangekondigde maatregelen leiden tot: aanvullende label- en traceerbaarheidsverplichtingen voor producten met permanente magneten, batterijen en andere CRM-rijke componenten; mogelijk aanpassingen in logistiek en contractering door exportrestricties.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft – zo is de eerste voorlopige inschatting – beperkte regeldrukgevolgen voor het bedrijfsleven en geen directe gevolgen voor burgers. De voorgestelde wijzigingen richten zich primair op grote ondernemingen die actief zijn in kritieke grondstoffenwaardeketens en die op grond van de verordening kritieke grondstoffen verplicht zijn hun risicoparaatheid te beoordelen.
Voor het bedrijfsleven kan sprake zijn van extra administratieve lasten voor de betrokken grote ondernemingen ten opzichte van de huidige verordening kritieke grondstoffen. Dit komt doordat zij mogelijk aanvullende informatie moeten aanleveren aan de Commissie in het kader van risicobeoordelingen en eventuele risicobeperkende maatregelen. Het gaat hierbij om lasten die samenhangen met informatieverplichtingen en interne analyses van toeleveringsketens. Deze lasten zullen niet voor het gehele bedrijfsleven gelden, maar beperkt blijven tot een afgebakende groep grote ondernemingen. Op dit moment is nog geen kwantitatieve inschatting van deze lasten beschikbaar. Daarom zijn deze vooralsnog alleen kwalitatief beschreven.
Tegelijkertijd kan het voorstel leiden tot een afname van regeldruk voor bedrijven, doordat nationale procedures en informatieverzoeken van lidstaten vervallen en worden vervangen door een gecentraliseerde aanpak op EU-niveau. Dit kan met name voor internationaal opererende ondernemingen leiden tot meer uniformiteit en minder versnipperde verplichtingen in verschillende lidstaten tegelijkertijd.
Naast regeldrukkosten kunnen er voor bedrijven andersoortige financiële gevolgen optreden. Als ondernemingen naar aanleiding van risicobeoordelingen besluiten hun toeleveringsketens te diversifiëren, kan dit leiden tot bedrijfseigen kosten. Deze kosten vloeien echter voort uit strategische bedrijfsbeslissingen en niet rechtstreeks uit administratieve verplichtingen die door het voorstel worden opgelegd. Uitzondering hierop is de gedelegeerde handeling op grond van artikel 24, vijfde lid, onder b, waarmee de Commissie risicobeperkende maatregelen kan specificeren, waaronder het vaststellen van maximale afhankelijkheidspercentages van één derde land in de toeleveringsketen van kritieke grondstoffen. Zie daarvoor onderdeel 6b.
De Commissie gaat er in haar toelichting van uit dat de wijzigingen per saldo leiden tot een efficiëntere en minder belastende uitvoering. Het kabinet deelt deze inschatting voorlopig, maar zal in de verdere behandeling aandacht blijven vragen voor een duidelijke afbakening van verplichtingen en het voorkomen van onnodige regeldruk voor bedrijven.
Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De Resource EU-mededeling zet in op versterkte samenwerking met grondstofrijke derde landen via strategische partnerschappen, investeringen en lokale waardecreatie, hetgeen kansen kan bieden voor partnerlanden mits ESG-normen worden geborgd. Tegelijk kunnen maatregelen zoals exportrestricties op schroot, strengere afvalcontroles en het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden leiden tot geopolitieke reacties en tegenmaatregelen die de leveringszekerheid en sociaaleconomische ontwikkeling van derde landen onder druk zetten.
Resource EU is nadrukkelijk geopolitiek van aard en beoogt de risicovolle strategische afhankelijkheden van de EU te verminderen en de economische weerbaarheid te versterken. Door aansluiting bij G20- en G7-initiatieven en Global Gateway vergroot de EU haar internationale slagkracht, maar dit vraagt om zorgvuldige afstemming met andere landen.
Resource EU draagt bij aan het versterken van de strategische autonomie van de EU door diversificatie van toeleveringsketens, ontwikkeling van eigen capaciteit en inzet van crisisinstrumenten zoals IMERA. Per saldo versterkt de mededeling de geopolitieke positie van de EU, maar kan de uitvoering spanningen veroorzaken met sommige derde landen, waarvoor het kabinet inzet op een evenwichtige benadering.
De Commissie stelt dat het amendement de werking van de interne markt verbetert door procedures te stroomlijnen, fragmentatie te voorkomen en circulariteit en de secundaire markt voor kritieke grondstoffen te versterken, onder meer door centralisatie van de identificatie van grote ondernemingen. Volgens de Commissie ondersteunen de wijzigingen daarmee de beschikbaarheid en traceerbaarheid van kritieke grondstoffen voor industriële sectoren.
Omdat geen impact assessment is uitgevoerd, zijn kwantitatieve effecten op het Europese bedrijfsleven beperkt inzichtelijk. Het kabinet verwacht dat de maatregelen op termijn bijdragen aan robuustere EU-waardeketens, maar dat voor een afgebakende groep grote ondernemingen ook nalevingskosten kunnen ontstaan. Het kabinet verwacht dat regeldruk voor het bedrijfsleven beperkt en doelgericht is en zich concentreert op een afgebakende groep grote ondernemingen die strategische grondstoffen gebruiken in hun productieproces voor een afgebakende selectie producten. De belangrijkste extra lasten bestaan uit het periodiek uitvoeren en rapporteren van een risicoanalyse van de toeleveringsketen; deze sluiten grotendeels aan bij bestaande bedrijfsprocessen. De uitbreiding van etiketterings- en informatieverplichtingen voor producten met permanente magneten leidt vooral tot eenmalige aanpassingskosten en beperkte structurele lasten. Voor het mkb worden geen significante regeldrukeffecten verwacht, omdat de verplichtingen niet op hen van toepassing zijn. Het kabinet zal zich inzetten voor duidelijke en uitvoerbare verplichtingen zodat het amendement het concurrentievermogen ondersteunt zonder onnodige lasten te creëren. Mocht het impact assessment niet worden gepresenteerd door de Commissie, zal het kabinet zelf het nodige doen om zich een beeld te vormen van de regeldrukeffecten zodat die kunnen worden meegenomen in het definitieve oordeel van het voorstel. Hierbij worden belanghebbenden betrokken.
De Commissie plaatst het amendement in de context van toenemende geopolitieke druk, waaronder exportbeperkingen door China, en de noodzaak voor de EU om haar aanvoer te diversifiëren. Het amendement kan derde landen indirect raken doordat de EU inzet op minder afhankelijkheid van één herkomstland en verschuiving van vraag naar EU- en ‘trusted partner’-bronnen, wat bijdraagt aan de open strategische autonomie en weerbaarheid van de EU.
Implicaties juridisch
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen zal zeer waarschijnlijk gevolgen hebben voor de Nederlandse wet- en regelgeving. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen (risicoparaatheid van grote ondernemingen) verschuift van de lidstaten naar de Commissie, die deze taken zonder tussenkomst van de lidstaten zal uitoefenen. Dat komt doordat in het voorstel geen rol voor lidstaten is opgenomen onder artikel 24. Dat betekent dat bepalingen die ter uitvoering van artikel 24 van de verordening kritieke grondstoffen zijn opgenomen in de Nederlandse wet- en regelgeving niet langer nodig zijn. Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft geen gevolgen voor de lex silencio positivo.
Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Het voorstel voor de gewijzigde verordening bevat één nieuwe gedelegeerde handeling en wijzigt daarnaast een aantal bestaande gedelegeerde handelingen in de verordening kritieke grondstoffen.
Voorgesteld wordt om de Commissie de bevoegdheid te geven de verordening kritieke grondstoffen aan te vullen door via een gedelegeerde handeling risicobeperkende maatregelen te specificeren die grote ondernemingen moeten nemen wanneer er aanzienlijke kwetsbaarheden in hun toeleveringsketens worden vastgesteld (artikel 24, voorgesteld lid 5b van de verordening kritieke grondstoffen). Het toekennen van deze bevoegdheid is niet mogelijk, omdat het essentiële elementen van de basishandeling betreft, waarvoor een belangrijke politieke afweging vereist is. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet niet wenselijk, omdat het risico bestaat dat via gedelegeerde handelingen vergaande verplichtingen worden opgelegd aan ondernemingen, zonder voldoende betrokkenheid van lidstaten en het bedrijfsleven. Dat de Commissie verplicht is om vooraf deskundigen te consulteren en de lidstaten in Raadsverband kunnen besluiten de delegatiebevoegdheid in te trekken, acht het kabinet onvoldoende daarin. Van belang is dat lidstaten ook zonder de bevoegdheid in te trekken actief betrokken worden wanneer de Commissie besluit verregaande verplichtingen aan grote ondernemingen op te leggen en onder welke voorwaarden dat gebeurt. Aangezien die aspecten van essentieel belang zijn, dienen zij in de verordening nader te worden geregeld. Bovendien acht het kabinet de bevoegdheid onvoldoende afgebakend. Zo wordt onvoldoende duidelijk wat de aard, strekking en duur van die verplichtingen is en onder welke omstandigheden zulke verplichtingen passend zouden zijn.
Het kabinet pleit daarom voor een meer gebalanceerde aanpak, met een sterkere rol voor lidstaten bij het vaststellen van risicobeperkende maatregelen en zal hier tijdens de onderhandelingen aandacht voor vragen.
Daarnaast wordt een verbreding voorgesteld van de al bestaande gedelegeerde handeling van artikel 29 van de verordening kritieke grondstoffen. Specifiek gaat het om artikel 29, lid 2, waarin de Commissie de gedelegeerde bevoegdheid krijgt om regels over de berekening en verificatie van het aandeel gerecyclede inhoud, nu inclusief pre-consument afval vast te stellen. Verder wordt in artikel 29, lid 3, dat ziet op een gedelegeerde handeling voor het vaststellen van minimale aandelen gerecyclede inhoud in permanente magneten, voorgesteld de reikwijdte van deze gedelegeerde handeling te wijzigen. Dit gebeurt in lijn met de voorgestelde wijziging van de reikwijdte onder lid 2 van artikel 29, waarbij naast post-consument afval ook pre-consument afval wordt opgenomen. Met de aanpassing worden de bestaande bevoegdheden van de Commissie in lijn gebracht met de uitbreiding van de reikwijdte van artikel 29. Het toekennen van deze bevoegdheden onder leden 2 en 3 is wel mogelijk, omdat het niet essentiële onderdelen van de basishandeling betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat hiermee op uniforme wijze en op basis van technische expertise kan worden ingespeeld op ontwikkelingen in recyclingmethoden en beschikbaarheid van secundaire grondstoffen, zonder dat een wijziging van de basisverordening nodig is. Delegatie in plaats van uitvoering ligt hier voor de hand omdat het gaat om het vaststellen van algemene technische regels. Het kabinet acht deze bevoegdheden voldoende afgebakend. De bevoegdheid is namelijk beperkt in de tijd (uiterlijk 8 jaar na 24 juni 2024) en duidelijk beperkt tot een gesloten lijst van kritieke grondstoffen. Daarnaast wordt de bevoegdheidsuitoefening afgebakend door een aantal belangrijke waarborgen in artikel 29, lid 3, zoals dat er een voorafgaande effectbeoordeling moet plaatsvinden, dat het minimale aandeel rekening houdt met bestaande en voorspelde beschikbaarheid, technische en wetenschappelijke vooruitgang die van invloed is op terugwinning, en dat onevenredige negatieve gevolgen voor de betaalbaarheid van permanente magneten en producten met die magneten, te voorkomen.
Verder voldoen de voorgestelde gedelegeerde handelingen aan de uitgangspunten uit het Interinstitutioneel Akkoord Beter Wetgeven.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
Het voorstel zal in werking treden twintig dagen na publicatie. Gelet op het feit dat er waarschijnlijk wet- en regelgeving moet worden aangepast ter uitvoering van de gewijzigde verordening, is een datum van inwerkingtreding van twintig dagen na publicatie te kort. Hoewel er al verregaande voorbereidingen zijn getroffen voor het wetgevingsproces ter uitvoering van de verordening, zal er meer tijd nodig zijn. Het kabinet zal zich daarom inzetten voor een langere termijn.
Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
De verordening kritieke grondstoffen bepaalt dat de Commissie uiterlijk op 24 mei 2029 de verordening in het licht van de nagestreefde doelstellingen evalueert en verslag uitbrengt aan het Europese Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. De evaluatie van de voorgestelde aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen kunnen worden meegenomen bij de bestaande reguliere evaluatie in 2029. Het kabinet acht dit wenselijk.
Constitutionele toets
Niet van toepassing.
Implicaties voor uitvoering en/of handhaving
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft naar verwachting gevolgen voor de uitvoering door de Rijksoverheid en mogelijk voor betrokken uitvoeringsinstanties. Op basis van het huidige voorstel is nog niet volledig duidelijk welke taken op nationaal niveau zullen neerslaan.
Voor de uitvoering ligt een rol voor de rijksoverheid voor de hand, in het bijzonder voor het beleidsverantwoordelijke departement, in nauwe afstemming met betrokken uitvoeringsinstanties en andere overheden. Mogelijk betrokken partijen zijn onder meer uitvoeringsorganisaties die al actief zijn op het terrein van kritieke grondstoffen, circulaire economie, verduurzaming industrie, industriebeleid, milieu en economische veiligheid, evenals medeoverheden waar het gaat om ruimtelijke inpassing en vergunningverlening van projecten in kritieke grondstoffenketens. Denk aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de Nederlandse Emissieautoriteit, Planbureau voor de Leefomgeving, Inspectie Leefomgeving en Transport en Bureau Toetsing Investeringen.
De uitvoering zal onder meer bestaan uit afstemming met de Commissie over de toepassing van de aangescherpte verplichtingen van de verordening kritieke grondstoffen. Dit omvat onder andere de identificatie van grote ondernemingen.
Het voorstel kan leiden tot extra administratieve werkzaamheden, met name op het gebied van coördinatie, informatie-uitwisseling en monitoring. De mate waarin dit het geval is, hangt af van de nadere uitwerking van de verplichtingen en de rolverdeling tussen Commissie en lidstaten. Op dit moment is onvoldoende informatie beschikbaar om de uitvoerbaarheid volledig te beoordelen. Indien nodig zal het kabinet betrokken uitvoeringsinstanties vragen om een uitvoeringstoets uit te voeren zodra de nadere uitwerking van het voorstel beschikbaar is.
In algemene zin acht het kabinet de uitvoering in beginsel haalbaar, mits de uiteindelijke verplichtingen proportioneel blijven, duidelijk worden afgebakend en goed aansluiten bij bestaande nationale processen en structuren.
Het voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke kan ook gevolgen hebben voor de handhaving op nationaal niveau. Op dit moment is nog niet volledig uitgewerkt hoe de handhavingsstructuur eruit zal zien en welke verplichtingen concreet handhaafbaar moeten worden gemaakt door nationale autoriteiten. Dit geldt met name voor eventuele verplichtingen voor bedrijven op het gebied van risicobeheer, diversificatie en informatieverstrekking.
Afhankelijk van de uiteindelijke invulling kan het voorstel leiden tot extra werkzaamheden voor handhavingsinstanties zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport en Bureau Toetsingen Investeringen. Bijvoorbeeld door toezicht op naleving van informatieverplichtingen of door het beoordelen van bedrijfsprocessen. Of deze instanties in staat zijn deze taken uit te voeren, kan pas worden vastgesteld zodra de verplichtingen concreter zijn uitgewerkt.
Het kabinet acht het daarom aangewezen om, zodra meer duidelijkheid bestaat over de uitvoerings- en handhavingsverplichtingen, de betrokken handhavingsinstanties te betrekken en zo nodig een handhavingstoets te laten uitvoeren. Daarbij zal nadrukkelijk worden gekeken naar uitvoerbaarheid, capaciteit, proportionaliteit en samenhang met bestaande toezicht- en handhavingskaders.
Implicaties voor ontwikkelingslanden
De aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen heeft geen specifieke, directe bepalingen die zich richten op ontwikkelingslanden. Eventuele effecten voor ontwikkelingslanden vloeien voort uit de bredere gevolgen voor derde landen in het algemeen, zoals beschreven onder de geopolitieke aspecten (onderdeel 5d).
Indirect kan de aanscherping van verplichtingen voor een selectie van grote ondernemingen, waaronder ketenrisicoanalyse en diversificatie, zowel positieve als negatieve effecten hebben voor ontwikkelingslanden. Enerzijds kan een sterkere focus op risicobeperking en naleving van EU-standaarden ertoe leiden dat bedrijven terughoudender worden in hun betrokkenheid bij leveranciers uit ontwikkelingslanden die minder goed aan deze eisen kunnen voldoen. Anderzijds kan een grotere nadruk op diversificatie van grondstoffenaanvoer juist leiden tot nieuwe kansen voor grondstofrijke ontwikkelingslanden, met name voor landen die hun productie en governance verder kunnen verduurzamen.
De uitbreiding van circulariteits- en recyclingverplichtingen, onder meer voor permanente magneten, is primair gericht op het vergroten van de efficiëntie en duurzaamheid van grondstoffengebruik binnen de EU en vormt geen directe beperking van de invoer van primaire grondstoffen. Gezien de beperkte beschikbaarheid van recyclebare volumes en de sterk groeiende totale vraag naar kritieke grondstoffen is het op korte en middellange termijn niet aannemelijk dat deze maatregelen leiden tot een significante verdringing van primaire import.
Op langere termijn kan een verdere opschaling van recycling en het eventuele vaststellen van minimumpercentages gerecyclede inhoud de groei van de vraag naar primaire grondstoffen afremmen. Dit zou indirect gevolgen kunnen hebben voor primaire producenten in ontwikkelingslanden, afhankelijk van het betreffende materiaal, de marktomstandigheden en de mate waarin deze landen kunnen meebewegen richting verduurzaming en waardetoevoeging in de keten. Tegelijkertijd dragen deze maatregelen wel bij aan de EU-doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en efficiënt grondstoffengebruik.
Commission announces strategic approach to strengthen Europe's economic security↩︎
Strategische projecten onder de verordening kritieke grondstoffen zijn projecten voor de winning, verwerking, recycling of substitutie van strategische grondstoffen die door de Europese Commissie worden aangewezen omdat zij van essentieel belang zijn voor de leveringszekerheid van die grondstoffen voor de Europese Unie. De Commissie publiceert jaarlijks een oproep voor bedrijven om zich aan te melden om strategisch project te worden.↩︎
Kritieke grondstoffen zijn grondstoffen met een hoog economisch belang en een hoog leveringsrisico, terwijl strategische grondstoffen een subset daarvan vormen die van essentieel belang zijn voor strategische sectoren van de EU en waarvoor extra doelstellingen en maatregelen gelden om de leveringszekerheid te waarborgen.↩︎
Waardeketenintegratie betekent dat meerdere opeenvolgende stappen van de keten – van winning en verwerking van kritieke grondstoffen tot gebruik en recycling – strategisch met elkaar worden verbonden om leveringszekerheid, toegevoegde waarde en veerkracht te vergroten.↩︎
Kamerstuk 32852-224 – Nationale Grondstoffenstrategie (2022)↩︎
Kamerstuk 32852-395 – Kamerbrief: Weerbare ketens (2025); Kamerstuk 32852-319 – Kamerbrief: Voorraadvormingsprogramma kritieke grondstoffen (2024); Kamerstuk 32852-325 – Kamerbrief: Verwerking van kritieke grondstoffen in Nederland (2024); Kamerstuk 32852-325 – Kamerbrief: Verwerking van kritieke grondstoffen in Nederland (2024); Kamerstuk 32852-326 – Kamerbrief: Gebruik van kritieke grondstoffen in de defensie-industrie (2025).↩︎
Kamerstuk 32852-395 – Kamerbrief: Weerbare ketens (2025)↩︎
Kamerstuk 29826-277 – Kamerbrief: Industriebeleid met Focus (2025)↩︎
Kamerstuk 29826-265 – Kamerbrief: Toekomstperspectief voor de Energie-intensieve industrie (2025)↩︎
De Critical Raw Materials Board (CRM Board) is een door de verordening kritieke grondstoffen ingesteld samenwerkingsorgaan waarin de Europese Commissie en de lidstaten samenwerken aan de uitvoering van het Europese kritieke grondstoffenbeleid. De CRM Board coördineert onder meer de selectie en voortgang van strategische projecten, wisselt informatie uit over risico’s en maatregelen in kritieke grondstoffen waardeketens en ondersteunt afstemming tussen lidstaten en de Commissie bij de uitvoering van de verordening kritieke grondstoffen.↩︎
De IMERA-raad, oftewel raad voor noodsituaties en veerkracht van de interne markt, bestaat uit vertegenwoordigers van lidstaten en adviseert de Europese Commissie. De Raad heeft als doel om de samenwerking, de informatie-uitwisseling en de vlotte, doeltreffende en geharmoniseerde uitvoering van de IMERA-verordening te vergemakkelijken.↩︎
Paragraaf 5 gaat verder in op financiële consequenties.↩︎
Nederlands non-paper Demand Creation for clean products in the chemical and steel industry↩︎
Voorstel tot aanpassing van de verordening kritieke grondstoffen, pagina 3↩︎