Rapporten over het stichten van nieuwe scholen in het funderend onderwijs en over dislocaties in het basisonderwijs
Primair Onderwijs
Brief regering
Nummer: 2026D07706, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-03-11 17:08, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-31293-869).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Startbekostiging Nieuwe Scholen. Eindrapport SEO
- Dislocaties gelokaliseerd. Eindrapportage Oberon
- Evaluatie Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Eindrapportage 2026
- Beslisnota bij Kamerbrief inzake rapporten over het stichten van nieuwe scholen in het funderend onderwijs en over dislocaties in het basisonderwijs
Onderdeel van kamerstukdossier 31293 -869 Primair Onderwijs.
Onderdeel van zaak 2026Z03415:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-11 10:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-03-05 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vaststellen op 11 maart 2026 om 10.00 uur. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-02-25 14:35: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-05 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-03-11 10:00: Rapporten over het stichten van nieuwe scholen in het funderend onderwijs en over dislocaties in het basisonderwijs (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
31 293 Primair Onderwijs
31 497 Passend onderwijs
Nr. 869 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 februari 2026
In december 2025 en januari 2026 verschenen drie onderzoeksrapporten, die ik graag gezamenlijk aanbied aan uw Kamer. De eerste twee rapporten gaan over het stichten van nieuwe scholen in het funderend onderwijs. Het derde onderzoek gaat over dislocaties in het basisonderwijs. De onderzoeken zijn ook gepubliceerd op de website van de rijksoverheid. In deze brief schets ik kort de inhoud van de drie rapporten. Voor de zomer ontvangt u, zoals toegezegd in het tweeminutendebat van 11 december 2025, een beleidsreactie.1
Evaluatie «Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen»
Vanaf de zomer van 2021 volgden Oberon, Kohnstamm Instituut en KBA Nijmegen de implementatie van de nieuwe stichtingsprocedure voor scholen in het funderend onderwijs. De onderzoekers spraken met initiatiefnemers van nieuwe scholen, met gemeenten en met enkele andere belanghebbenden. In deze eerste evaluatie staat wat hun ervaringen waren met de nieuwe stichtingsprocedure en hoe de kwaliteitstoets voor nieuwe scholen uitwerkt. De eerste scholen onder de nieuwe stichtingsprocedure hebben hun deuren geopend in augustus 2023.
Rapport «Startbekostiging nieuwe scholen»
SEO Economisch onderzoek onderzocht in de tweede helft van 2025 of de startbekostiging, een bedrag dat schoolbesturen kort voor de opening van een nieuwe school ontvangen, toereikend is voor de kosten die zij moeten maken in de aanloop naar de start van de school. De conclusies van de onderzoekers gaan over de hoogte van de startbekostiging en ook over het moment waarop de startbekostiging uitgekeerd wordt.
Onderzoek «Dislocaties gelokaliseerd»
Het basisonderwijs kent twee typen «erkende» vestigingen: hoofdvestigingen en nevenvestigingen. Daarnaast bestaan er ook honderden dislocaties: niet-erkende onderwijslocaties, waar weliswaar onderwijs wordt gegeven, maar die niet wettelijk verankerd zijn.
Oberon deed in de tweede helft van 2025 onderzoek naar deze dislocaties om een beter beeld te krijgen van het landschap van dislocaties.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
K.M. Becking
Kamerstukken II 2025/2026, 35 050, nr. 61.↩︎