[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

WUR rapport fase 1: Verkenning emissiereducerende maatregelen geitenhouderij

Brief regering

Nummer: 2026D07714, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 11:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03417:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Bij deze stuur ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Rapport ‘Verkenning van maatregelen voor het verminderen van emissies van bioaerosolen uit melkgeitenbedrijven’ van Wageningen University & Research (WUR) toe. Ik dank WUR hartelijk voor dit rapport. Uw Kamer is op 9 januari jl. geïnformeerd over de kabinetsreactie op het Gezondheidsraadadvies over longontstekingen bij omwonenden van geitenhouderijen1. Daarin is dit WUR- rapport aangekondigd en is aangegeven dat dit bijdraagt aan het zoeken naar mogelijke technische, bedrijfs- en organisatorische maatregelen voor emissiereductie van bacteriën, fijnstof en endotoxinen uit geitenhouderijen om het gezondheidsrisico voor omwonenden te verminderen.

In het debat van 14 januari is toegezegd in februari ook de antwoorden te geven op de aanvullende vragen aan de VGO-onderzoekers, over het risico voor omwonenden op 500-1000 m van geitenbedrijven en over de relatie tussen de omvang van het geitenbedrijven en risico in relatie tot emissiereducerende maatregelen in de bedrijfsvoering. We hebben op dit moment nog niet alle antwoorden ontvangen. Uw Kamer wordt na ontvangst van de antwoorden op beide vragen geïnformeerd.

Inhoud WUR-rapport

De verkenning in het WUR-rapport bestaat uit literatuuronderzoek en rondetafelgesprekken met geitenhouders. Het literatuuronderzoek vat samen wat bekend is over stalemissies en factoren die daarbij een rol spelen en mogelijkheden om die te verminderen. De mogelijke maatregelen zijn bij de rondetafelgesprekken met geitenhouders besproken en aangevuld. In het rapport hebben experts mogelijke emissieverlagende maatregelen beoordeeld op het emissieverlagende effect, toepasbaarheid in de geitenhouderij, toepasbaarheid bij nieuwbouw versus bestaande bouw, ongewenste neveneffecten en het draagvlak. Er zijn (nog) geen maatregelen in de praktijk getest.

In totaal zijn er ruim 100 mogelijke maatregelen geïdentificeerd die zijn onderverdeeld in 14 maatregelengroepen. Maatregelen lopen uiteen van managementmaatregelen gericht op specifieke bronnen en/of aerosolisatieprocessen binnen de stal tot zogenoemde “end-of-pipe” maatregelen gericht op het reinigen van uitgaande ventilatielucht en tot herontwerp van stallen bij nieuwbouw of renovatie. Het WUR-rapport concludeert dat er helaas geen ideale maatregel2 is gevonden. Wel zijn er aangrijpingspunten voor maatregelen geïdentificeerd. Daarbij gaat het om het voorkomen van piekperioden bij instrooien en uitmesten van stropotstallen, het stapelen van stalmaatregelen met een bescheiden effect, het aanbrengen van mechanische ventilatie met “end-of-pipe” luchtreiniging en het verminderen van bioaerolemissies uit stromestopslagen. Daarnaast schetst WUR dat ook alternatieve, innovatieve huisvestingsconcepten (die nog in ontwikkeling zijn) de emissies mogelijk kunnen verlagen. Dit gaat om mogelijkheden voor de lange termijn.

Volgens WUR heeft de inventarisatie geen concrete selectie van maatregelen opgeleverd die op korte termijn met een vastgesteld effect ingezet kunnen worden. De WUR onderzoekers geven aan dat een tweetal zaken nodig is om te komen tot concrete maatregelen: een integrale discussie tussen overheden, geitensector en andere stakeholders gevolgd door keuzes over welke maatregelengroepen als gewenst worden gezien; en het doorontwikkelen/ optimaliseren van maatregelen en het vaststellen van hun effectiviteit ten aanzien van het reduceren van emissies.

Beleidsreactie

Het rapport geeft meer duidelijkheid over wat kan, en wat (nog) niet kan. Natuurlijk is het jammer dat er geen ideale maatregel gevonden is. Maar er zijn wel aangrijpingspunten voor emissieverlagende maatregelen geïdentificeerd.

Sommige van deze maatregelen zouden volgens de WUR op relatief korte termijn kunnen worden toegepast door geitenhouders, omdat het om gebruik of aanpassing van bestaande technieken gaat. Uit toelichting van de WUR blijkt dat dit betekent dat deze in principe in 1 tot 2 jaar kunnen worden doorgevoerd op een bedrijf. Mogelijk zijn er geitenhouders die hier nu al stappen op willen zetten. Echter, de effectiviteit op het reduceren van emissies en soms ook de toepasbaarheid in de geitenhouderij ervan moeten nog vastgesteld worden.

Daarbij zal, zoals WUR aanbeveelt, voor sommige maatregelen ook een integrale discussie nodig zijn, waarbij naast emissies van bioaerosolen ook andere emissies (ammoniak en geur), dierenwelzijn, efficiëntie en arbeidsgemak, energieverbruik, brandveiligheid en landschappelijke inpassing een rol kunnen spelen.

Vervolgproces en fase 2 onderzoek WUR

Op korte termijn zal, mede in het licht van het sectorplan3, met de sector worden gesproken over het rapport en de mogelijkheden die de sector ziet als het gaat om het nemen van maatregelen die mogelijk kunnen bijdragen aan de vermindering van emissies. Zoals aangegeven in de kabinetsreactie van 9 januari jl. zullen we verkennen of er maatregelen zijn die emissies mogelijk kunnen verminderen, niet ingrijpend of kostbaar zijn en snel zouden kunnen worden toegepast: de zogenaamde “no-regret”-maatregelen.

Verder heeft het kabinet in de kabinetsreactie van 9 januari jl. aangegeven dat, als uit dit 1e fase onderzoek voldoende aanknopingspunten blijken, in het eerste kwartaal van 2026 gestart zou worden met fase 2 van het onderzoek beschreven in het WUR-spoedadvies4. De opdracht voor dit onderzoek wordt nu in gang gezet. In gesprek met de sector, WUR en andere relevante partijen zullen op korte termijn maatregelengroepen worden geïdentificeerd die wenselijk zijn om verder te onderzoeken in het fase 2 onderzoek van WUR, bijvoorbeeld middels pilots in combinatie met het vaststellen van het effect op emissies. Dit betreft het meerjarig vervolgonderzoek met meetcampagne en ontwikkelprogramma, zoals omschreven in het WUR-spoedadvies. Zo’n meetcampagne en ontwikkelprogramma hebben, zoals eerder aan uw Kamer gemeld, een doorlooptijd van minimaal 2-3 jaar, mogelijk langer.

Verdere plan van aanpak gezondheidsrisico omwonenden

Met bovenstaand proces wordt ingezet op emissiereducerende maatregelen waarbij sprake is van een afname van stalemissies. Het uitgangspunt daarbij is dat op basis van het Gezondheidsraadadvies daardoor een reductie van het gezondheidsrisico voor omwonenden te verwachten is. Of dit het gewenste effect heeft kan alleen door toekomstige monitoring worden vastgesteld. Verlaging van emissie en monitoring van gezondheidseffecten zijn twee van de sporen die zijn opgenomen in de kabinetsreactie in de Kamerbrief van 9 januari jl. De komende maanden wordt gewerkt aan de uitwerking van een voorstel voor de diverse componenten van de aanpak om het gezondheidsrisico rondom geitenhouderijen te verlagen. U kunt dit, zoals besproken met uw Kamer, verwachten voor de zomer.

Hoogachtend,

Femke Marije Wiersma

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. Kamerstukken, 2025-2026, 28 973, nr. 287↩︎

  2. Een ideale maatregel zou volgens WUR “emissies van bioaerosolen in hoge mate verminderen, breed inpasbaar zijn in huidige bedrijven, geen ongewenste neveneffecten geven of zelfs extra voordelen geven, een grote mate van acceptatie hebben, faalongevoelig zijn en weinig kosten”.↩︎

  3. Samen bouwen aan vitaal nabuurschap, sectorplan voor het verlagen van de bacteriële concentraties en emissies uit de geitenstal, Platform Melkgeitenhouderij, LTO, NGZO, december 2025↩︎

  4. Notitie: Advies Spoedadvies verlagen bacterie-emissies in geitenhouderijen, WUR, 10 april 2025, bijlage bij Kamerstukken 2024-2025, 28 973, nr. 268.↩︎