[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Reactie op de brief van de Dierencoalitie en de Dierenbescherming over gevolgen van stikstofbeleid voor dierenwelzijn

Brief regering

Nummer: 2026D07717, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 11:09, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03418:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om een reactie op de brief van de Dierencoalitie en de Dierenbescherming te Den Haag d.d. 7 januari 2026 over “Reactie Dierencoalitie en Dierenbescherming m.b.t. gevolgen van stikstofbeleid voor dierenwelzijn” (kenmerk 2026Z00134/2026D02670), ontvangt u deze Kamerbrief.

De Dierencoalitie en de Dierenbescherming dringen in hun brief aan op een toetsing van de stikstofmaatregelen gericht op óf, en in hoeverre, deze bijdragen aan dierwaardigheid, ook in relatie tot de aangenomen motie-Kostić/Koekkoek (Kamerstuk 35 334, nr. 391). Zij geven aan dat met het oog op de wettelijke deadline van een dierwaardige veehouderij in 2040 alleen maatregelen zouden moeten worden getroffen die én stikstof reduceren én het dierenwelzijn verbeteren. In hun brief geven de Dierencoalitie en de Dierenbescherming ook aan dat er moet worden ingezet op win-win maatregelen in plaats van op win-verlies maatregelen.

Uiteraard hebben win-win maatregelen ook mijn voorkeur. Het beleid en verschillende maatregelen die voor verschillende opgaven wordt gemaakt, wordt daarom zoveel mogelijk integraal aangevlogen. Immers, het komt allemaal samen op het boerenerf. Zo wil ik zo veel mogelijk voorkomen dat beleid gericht op de ene opgave ingaat tegen andere opgaven waar agrarische ondernemers ook aan werken en dat maatregelen elkaar juist zo veel mogelijk versterken.

De Dierencoalitie en de Dierenbescherming uiten hun zorg naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant over het voeren van minder eiwit aan melkkoeien. Het verlagen van het ruw-eiwitgehalte in het rantsoen voor melkvee is een beleidsinitiatief waarbij de overheid nauw samenwerkt met de melkveesector. Dit gebeurt vanuit de gezamenlijke ambitie om de stikstofuitstoot te verminderen, maar waar duidelijk ook gesteld is dat dit niet ten koste mag gaan van de diergezondheid en het dierenwelzijn. Juist omdat veehouders hun zorg voor diergezondheid hebben uitgesproken aan het begin van dit beleidsinitiatief is veel aandacht besteed aan het monitoren van mogelijke effecten van aanpassingen in het voer. Daarom is uit voorzorg de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan de relatie ruw eiwitgehalte en diergezondheid, bovenop de gebruikelijke diergezondheidsmonitoring die op elk bedrijf gebeurt onder toezicht van de dierenarts. Een belangrijk onderdeel hiervan is de pilot Koe en Eiwit, waarin praktijkervaringen en onderzoeksresultaten worden verzameld en geanalyseerd. Maar ook andere signalen zijn hier belangrijk.

Het artikel in de Volkskrant gaat in op zo’n signaal, namelijk de inwendige vervetting bij melkkoeien die is geconstateerd in de sectiezaal van Royal GD. Het is belangrijk om dit in de goede context te plaatsen. De dieren die in de sectiezaal terechtkomen, worden ingestuurd vanwege gezondheidsproblemen en vormen daarom geen representatieve afspiegeling van de totale melkveepopulatie. Deze bevindingen kunnen daarom niet zonder meer worden geëxtrapoleerd naar de hele sector. Bovendien zijn er meerdere factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van inwendige vervetting. GD heeft inwendige vervetting verder onderzocht door middel van verschillende pilotstudies. Dit heeft veel waardevolle informatie opgeleverd, maar vooralsnog kan men geen conclusie trekken over de oorzaak van de inwendige vervetting. Er wordt nagedacht over vervolgonderzoek om de verschillende hypotheses te toetsen en als minister volg ik dit op de voet.

De sectorafspraken over ruw eiwitgehalte zijn tot nu toe steeds gebaseerd op vrijwillige deelname en een sectorgemiddeld streefdoel. Zo behouden veehouders keuzevrijheid en is er ruimte om in te spelen om bedrijfsspecifieke omstandigheden. Het huidige sectordoel is 158 gr RE/kg DS in 2026. Bij het vaststellen van een dergelijk doel is rekening gehouden met een veiligheidsmarge en de ervaringen uit de Koe en Eiwit pilot. Binnen de pilot Koe en Eiwit heeft bijvoorbeeld een deelonderzoek uitgewezen dat het verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen geen negatieve effecten had op de diergezondheid1. De deelnemers van deze pilot zaten in 2024 op een gemiddeld eiwitgehalte van 156 gr RE/kg DS2. Daarnaast is op de Dairy Campus onder gecontroleerde omstandigheden onderzocht wat verschillende, relatief lage eiwitniveaus voor gevolgen hebben op de diergezondheid. De eindrapportage hiervan wordt voor de zomer verwacht. Tot nu toe heb ik van de betrokken onderzoekers geen signalen ontvangen dat er zorgen zijn over de diergezondheid ten gevolge van eiwitgehaltes die in het onderzoek worden gehanteerd. Gezien de aard van de sectorafspraak en de vele onderzoeken die lopen, acht ik de diergezondheid in relatie tot deze afspraak hiermee geborgd. En uiteraard blijf ik bij beleidsinitiatieven die ingrijpen op de levensomstandigheden van dieren, de gevolgen op diergezondheid en dierenwelzijn meewegen.

Ook uiten de Dierencoalitie en Dierenbescherming zorgen over het beleid op technologische innovaties. Mijn eerder ingezette innovatiebeleid, met ondersteuning via de Sbv-regeling, is gericht op brongerichte en integrale emissiereductie. Ontwikkeling van dergelijke technieken kost tijd en wordt bemoeilijkt door verschillende factoren, zoals de stilliggende natuurvergunningverlening. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 26 juni 2023 (Kamerstuk 30 175, nr. 447) is een belangrijk aandachtspunt daarbij dat nageschakelde technieken (zoals luchtwassers) een verdergaande emissiereductie van verschillende emissies, waaronder fijnstof, geur en ammoniak, kunnen opleveren in vergelijking met de brongerichte technieken die op dit moment beschikbaar zijn. Het grotere potentieel van nageschakelde technieken is relevant, omdat hiermee meer emissiereductie te behalen is. Tegelijkertijd kleven aan bepaalde nageschakelde technieken nadelen, voor bijvoorbeeld brandveiligheid of inderdaad dierenwelzijn.

Dit leidt tot het dilemma dat de meest effectieve technieken voor emissiereductie uit stallen voor bepaalde diercategorieën vanuit andere oogpunten juist minder gewenst zijn. De brongerichte aanpak verschilt van nageschakelde technieken, waarbij de emissies eerst ontstaan en de stalruimte bereiken, en vervolgens uit de lucht worden verwijderd voordat de lucht de stal verlaat. Bij een brongerichte techniek wordt de uitstoot van verschillende emissies zoveel mogelijk voorkomen, door emissies bij de bron aan te pakken. Voor zover een techniek nadelen heeft voor bijvoorbeeld brandveiligheid of dierenwelzijn, kunnen mitigerende maatregelen worden genomen. Ik deel daarom niet de gedachte dat deze innovaties win-verlies oplossingen zijn.

Ook geldt het andersom en kunnen sommige maatregelen ten behoeve van dierwaardigheid effecten hebben op de stikstofopgaven en breder op emissies van broeikasgassen, fijnstof en geur. Samen met partijen van het convenant dierwaardige veehouderij zullen onderzoek en pilots worden ingezet om tot oplossingen hiervoor te komen. Hiermee beschouw ik ook de motie Kostić/Koekkoek over stikstofmaatregelen toetsen op dierwaardigheid als afgedaan3.

Hoogachtend,

Femke Marije Wiersma

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. https://koeeneiwit.nl/nieuws/resultaten-2-jaar-diergezondheidsmonitoring/

    https://koeeneiwit.nl/nieuws/kalf-en-koe-gezond-bij-minder-eiwit-cijfers-geven-vertrouwen/

    https://koeeneiwit.nl/nieuws/geen-reden-tot-zorg-koeien-blijven-gezond-met-minder-ruw-eiwit/

    https://koeeneiwit.nl/nieuws/ook-met-minder-eiwit-blijven-koe-en-kalf-gezond/↩︎

  2. Koe en Eiwit - Tussentijdse Rapportage 2024↩︎

  3. Kamerstuk 35 334, nr. 391↩︎