[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Geannoteerde agenda Raad voor Concurrentievermogen van 26 en 27 februari 2026

Brief regering

Nummer: 2026D07724, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 11:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03420:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Op 26 en 27 februari 2026 organiseert het Deens voorzitterschap een formele Raad voor Concurrentievermogen over de onderdelen 1) industrie en interne markt en 2) onderzoek en innovatie. Met deze brief stuur ik u de geannoteerde agenda met daarin een beschrijving van de discussiepunten en de Nederlandse inzet. De geannoteerde agenda voor het onderdeel onderzoek en innovatie stuur ik u mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Vincent Karremans

Minister van Economisch Zaken


Inleiding

De Raad voor Concurrentievermogen (hierna: Raad) op 26 en 27 februari a.s. staat in het teken van twee onderdelen: 1. Interne markt & Industrie en 2. Onderzoek & Innovatie. Deze indeling wordt ook aangehouden in de geannoteerde agenda.

Interne Markt en Industrie (26 februari 2026)

Verordening tot instelling van het Europees Concurrentievermogenfonds: een strategisch instrument voor een veerkrachtig mkb en Europese waardeketens

(Beleidsdebat)

Toelichting agendapunt

De Raad bespreekt het Commissievoorstel voor een European Competitiveness Fund (ECF), en de rol ervan voor het mkb en Europese waardeketens. Het ECF is onderdeel van het pakket voor een nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034. Met dit voorstel beoogt de Commissie twaalf programma's onder het huidige MFK samen te voegen tot één raamwerk met als overkoepelend doel het versterken van het EU-concurrentievermogen, meer in het bijzonder in de strategische sectoren en technologieën die daarvoor cruciaal zijn. Op het gebied van concurrentievermogen zal het ECF een belangrijke financieringsbron zijn voor het EU-beleid vanaf 2028. Het voorstel wordt momenteel behandeld op ambtelijk niveau in het Raadskader (Raad Algemene Zaken).

Nederlandse positie

De kabinetsinzet op zowel het MFK1 als het ECF2 is 12 september jl. met de Kamer gedeeld. Zoals de rapporten van Draghi en Letta duidelijk hebben gemaakt, is de versterking van het Europese concurrentievermogen essentieel voor de toekomst van de EU. Een ambitieus ECF is daarmee een belangrijk onderdeel van een gemoderniseerd MFK.

Het kabinet ondersteunt het belang dat de Commissie via dit voorstel hecht aan het versterken van het Europese concurrentievermogen en benadrukt daarbij het belang van de verhoging van productiviteitsgroei. Het kabinet acht het van belang dat waar mogelijk wordt gefocust op de meest strategische technologieën en sectoren. Ook vindt het kabinet het van belang dat besteding van middelen over de gehele breedte van het ECF zoveel als mogelijk op basis van excellentie en impact en in open competitie plaatsvindt. Alleen dan kan een ECF een serieus antwoord bieden aan de huidige geo-economische situatie en uitdagingen zoals geïdentificeerd door Draghi en bijdragen aan de strategische relevantie van de EU.

Het is positief dat het ECF bijdraagt aan het versterken van de Europese waardeketens en zich richt op een naadloos investeringstraject van onderzoek tot start-up, scale-up en wereldwijde productie. Hierbij onderstreept het kabinet het belang van het innovatieve mkb, zoals start- en scale-ups. Hiervoor is het voor het kabinet van name van belang dat de administratieve lasten verminderd worden om toegang tot financiering voor deze bedrijven te verbeteren. Het kabinet ziet minder in een specifiek geoormerkt deel van de ECF-middelen voor bepaalde bedrijfscategorieën zoals mkb.

Ook benadrukt het kabinet het mobiliseren van privaat kapitaal, bijvoorbeeld door een groter aandeel van garanties onder het InvestEU-instrument in het ECF. Het kabinet zal deze punten waar mogelijk samen met gelijkgestemde lidstaten opbrengen, en waardeert de mogelijkheid om in de Raad voor Concurrentievermogen van gedachten te wisselen over het ECF.

Krachtenveld

In den brede is er steun vanuit de meeste lidstaten voor de ambitieuze doelen van het ECF. Wel hebben veel lidstaten nog vragen hoe het ECF in de praktijk zal functioneren en over de link met andere fondsen. Ook zijn er verschillende opvattingen over de prioritering en reikwijdte binnen het ECF. Daarnaast hechten veel lidstaten, waaronder Nederland, aan het belang van excellentie en impact, waar andere lidstaten geografische spreiding en balans benadrukken.

Het jaarlijkse Interne Markt en Concurrentievermogen rapport 2026 (Gedachtewisseling)

Toelichting agendapunt

Er zal tijdens de Raad een gedachtewisseling plaatsvinden over het jaarlijkse interne-markt- en concurrentievermogen rapport. De Europese Commissie presenteerde op 30 januari 2026 dit jaarlijks rapport waarin zij over de stand van zaken van de Europese interne markt en concurrentievermogen rapporteert aan de hand van 29 Key Performance Indicators (KPI’s).

Nederlandse positie

Het kabinet verwelkomt het jaarlijkse interne-markt- en concurrentievermogen rapport en onderschrijft de urgentie om echt concrete stappen te zetten en daadwerkelijk interne-marktbelemmeringen weg te nemen. Het rapport geeft nuttige inzichten, onder meer via de KPIs, in de voortgang van de interne markt. Wel is het kabinet kritisch, omdat de potentie van het rapport nog niet volledig wordt benut. Zo zijn veel van de KPI’s macro-economisch en abstract en weerspiegelen ze niet de knelpunten die ondernemers en burgers in de dagelijkse praktijk ervaren. Ook is het voor het kabinet belangrijk dat er concrete opvolging wordt gegeven aan het rapport. Voorstellen daartoe ontbreken in het rapport.

Het rapport bevat voor het eerst ook een interne-markthandhavingsagenda. Hoewel het kabinet de aandacht van de Commissie voor handhaving steunt, voldoet de uiterst beknopte interne-markthandhavingsagenda niet aan de verwachting van het kabinet. Nederland riep in april 2025 met vijftien andere lidstaten in een gezamenlijk non-paper op tot een actievere handhaving van het interne markt-acquis, gericht op het slechten van concrete barrières die vrij verkeer belemmeren. Daarnaast riep Nederland in het non-paper op tot meer transparantie van de Commissie over haar handhavingsprioriteiten, zodat daarover een dialoog tussen Commissie, Raad van Ministers, lidstaten en het Europees Parlement plaats kon vinden.3 Het kabinet zal met de andere ondertekenaars de Commissie oproepen tot een meer transparante en volledige handhavingsagenda en een dialoog daarover.

Krachtenveld

Het versterken van de interne markt staat bij vrijwel alle lidstaten hoog op de agenda. Dit rapport benadrukt voor meerdere lidstaten het gevoel van urgentie.

Noodplannen voor industriële weerbaarheid: follow-up van de industriële actieplannen voor de Europese staal-, automobiel- en chemische industrie in het kader van de Clean Industrial Deal

(Gedachtewisseling)

Toelichting agendapunt

Ter uitwerking van de Clean Industrial Deal heeft de Europese Commissie in 2025 een aantal actieplannen voor strategische sectoren uitgewerkt, specifiek de chemische industrie, de staal- en metaalsector en de automobielindustrie. In deze actieplannen wordt langs verschillende interventielijnen beschreven hoe het concurrentievermogen wordt verbeterd, de verduurzaming gestimuleerd en de weerbaarheid van de sector kan worden versterkt. Via verschillende maatregelen worden deze plannen, die geen wetgeving bevatten, al nader uitgewerkt, bijvoorbeeld via de Critical Chemicals Alliance.

Nederlandse positie

Voor de uitgebreide Nederlandse positie op de actieplannen verwijst het kabinet naar de bijbehorende BNC-fiches. Over het algemeen is het kabinet van mening, in lijn met het Draghi rapport, dat verduurzaming, weerbaarheid en concurrentievermogen elkaar versterken.

Het kabinet is van mening dat verduurzaming een stimulans voor weerbaarheid is. In de kamerbrief toekomstperspectief voor de energie-intensieve industrie,4 zet het kabinet verder uiteen hoe de Nederlandse inzet richting de EU op bestendiging weerbaarheid via bijvoorbeeld vraagcreatie en adresseren randvoorwaarden eruitziet. In dit verband kijkt het kabinet ook uit naar de maatregelen die de Europese Commissie voorstelt in de komende Industrial Accelerator Act, die mede bedoeld is als opvolging van de verschillende actieplannen.

Krachtenveld

De discussie in de EU focust zich momenteel sterk op weerbaarheid en hoe dit versterkt kan worden. Er lijkt brede overeenstemming te bestaan dat enige vorm van ingrijpen noodzakelijk is, maar hoe leidt nog tot interne discussies.

Raadsconclusies over de Consumentenagenda 2030

De Raad zal naar verwachting Raadsconclusies aannemen over de Consumentenagenda 2025-2030. De Raadsconclusies benadrukken het belang van effectieve handhaving van consumentenrecht, versterking van de interne markt voor consumenten en betere bescherming van consumenten in de digitale economie. Daarnaast staan simplificatie, het verminderen van regeldruk en het beschermen van de consument in kwetsbare situaties centraal. Als majeure wijzigingen uitblijven, zal Nederland naar verwachting in kunnen stemmen met de Raadsconclusies.

Onderzoek en Innovatie (27 februari 2025)

Dit deel van de Geannoteerde Agenda is mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gaat enkel over het onderzoeks- en innovatiedeel van de Raad.

Horizon Europe (2028-2034), het tiende kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie

Beleidsdebat

In de Raad is wederom een beleidsdebat voorzien over het volgende (tiende) kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (O&I), Horizon Europe (2028-2034). Er is op het moment van schrijven nog geen nadere informatie beschikbaar over de inhoud van het debat. Naar verwachting wil het voorzitterschap spreken over de voortgang van de onderhandelingen van het wetgevende pakket voor het volgende kaderprogramma. Dit totale pakket van het kaderprogramma is complex. Hoewel er steeds meer onderdelen zijn waarover een zekere mate van overeenstemming tussen lidstaten bestaat, zijn er ook nog onderwerpen die verdere bespreking nodig hebben. Hoewel de Commissie gaandeweg meer informatie geeft, zijn enkele voorbeelden van thema’s die vragen om nadere bespreking de relatie en complementariteit tussen Horizon Europe en het Europese Concurrentievermogenfonds (ECF) en de daarbij behorende governance, alsook de randvoorwaarden en implementatie van dual-use O&I en de nadere invulling en werking van het partnerschappenportfolio.

De Nederlandse inbreng tijdens het beleidsdebat wordt gebaseerd op het BNC-fiche5 over Horizon Europe dat op 12 september 2025 met uw Kamer is gedeeld.

Nederlandse positie

Het Europese kaderprogramma moet op een samenhangende en integrale wijze het hele spectrum van O&I ondersteunen: van fundamenteel onderzoek tot innovatie, commercialisatie en maatschappelijke impact en van nieuwsgierigheid-gedreven tot thematisch gestuurde O&I. Om voldoende Europese meerwaarde en kritische massa te bereiken, is het belangrijk om binnen de thematische sturing strategische keuzes te maken om te bepalen welke langetermijninvesteringen nodig zijn. Door gerichte inzet kunnen O&I-ecosystemen op strategische thema’s binnen Europa groeien, in goede verbinding met de benodigde expertise en talent wereldwijd. Inzet van het kabinet is dat ook vernieuwende en risicovolle ideeën ondersteund worden. Voor het hele kaderprogramma zijn excellentie en impact de uitgangspunten. De inzet op met name het collaboratieve O&I hangt samen met en volgt de programmering van het ECF, zodat het gehele ontwikkeltraject van kennis tot de markt zo goed mogelijk wordt ondersteund en resultaten niet onbenut blijven. Hiervoor is wel een duidelijke complementariteit tussen het ECF en Horizon Europe nodig.

Krachtenveld

Tijdens voorgaande Raden werd het voorstel voor Horizon Europe (2028- 2034) breed verwelkomd. In algemene zin verwelkomen lidstaten tevens de verwevenheid tussen het ECF en Horizon Europe als zelfstandig programma. Het heeft de potentie om de gehele ‘investment journey’ van ideeën en innovaties gestroomlijnd en effectief te ondersteunen. Veel lidstaten hebben – net als Nederland - aangegeven dat de samenhang tussen het ECF en Horizon Europe nog niet duidelijk is en nadere uitwerking verdient onder andere ten aanzien van het maken van strategische thematische keuzes voor de O&I-inzet.

Fonds voor Onderzoek inzake Kolen en Staal

Aanname verordening

De Raad is voornemens om de herziening van de verordening voor het Fonds voor Onderzoek inzake Kolen en Staal (RFCS) aan te nemen. De aanpassingen in deze verordening zijn een uitwerking van het EU-actieplan voor Staal en Metaal van maart 2025. Het RFCS kan hierdoor investeringen in innovatief staalonderzoek, gericht op decarbonisatie en de schone transitie, vereenvoudigen en versnellen. Ook wordt hiermee ingezet op het behoud van het technologische en industriële leiderschap van Europa.

Het RFCS heeft een eigenstandige juridische basis, buiten het Meerjarig Financieel Kader (MFK) om. Het wordt gefinancierd via de overgebleven activa en inkomsten die gegenereerd zijn door de voormalige Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en deze fondsen mogen uitsluitend worden besteed aan onderzoek in sectoren die verband houden met de kolen- en staalindustrie.6

Nederlandse positie

Het kabinet ziet de staalsector als potentieel strategisch, met het oog op weerbaarheid, verduurzamingspotentieel en lange termijn concurrentievermogen. Hierbij is ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling binnen een industrie gedreven programma belangrijk. Voor Nederland is het van belang dat er via dit fonds ook de komende jaren financiering beschikbaar is voor kwalitatief hoogwaardige projecten om deze hervormingen verder vorm te geven. Het voortzetten van dit fonds tot 2034 ondersteunt dit doel.

Krachtenveld

Het belang van dit fonds wordt breed gesteund door de lidstaten, waarbij de Nederlandse inzet om ook de komende jaren financiering beschikbaar te hebben voor kwalitatief hoogwaardige projecten wordt onderschreven.


  1. Kamerstuk II 2024/25, 21 501-20, nr. 2268↩︎

  2. Kamerstuk II 2024/25, 22-112 nr. 4153↩︎

  3. Kamerstuk 21 502-30, nr. 630.↩︎

  4. Kamerstuk↩︎

  5. Kamerstuk 22 112, nr. 4154.↩︎

  6. Protocol (nr. 37) bij de Verdragen (verbonden aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) betreft de financiële gevolgen van het verstrijken van het EGKS-Verdrag en het Onderzoeksfonds voor Kolen en Staal (RFCS - Research Fund for Coal and Steel).↩︎