Antwoord op vragen van het lid Kostic´ over het nodeloos vertragen van de openbaarmaking van emissiegegevens van veehouderijen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D07817, datum: 2026-02-18, bijgewerkt: 2026-02-18 17:04, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van zaak 2026Z03235:
- Gericht aan: F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Indiener: I. Kostic, Tweede Kamerlid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1133
2026Z03235
Antwoord van minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 18 februari 2026)
1
Hoe reflecteert u op het feit dat het Adviescollege Openbaarheid en
Informatiehuishouding (ACOI) zich genoodzaakt ziet om voor de tweede
keer een zeer kritisch advies uit te brengen omdat u vasthoudt aan een
onnodige, kostbare en bureaucratische zienswijzeprocedure, die in strijd
is met het eerdere advies van het Adviescollege?
Antwoord
Ik heb kennisgenomen van het ACOI-advies en de inhoud daarvan. Bij brief
van 4 februari 2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het advies van het
ACOI en mijn reactie daarop1.
2
Kunt u bevestigen dat het ACOI u expliciet heeft geadviseerd uw keuze
voor individuele aanschrijvingen voor zienswijzeverzoeken te
herzien?
Antwoord
Het advies van ACOI is bij uw Kamer bekend en ik heb op 4 februari 2026
mijn reactie daarop met uw Kamer gedeeld.
3
Kunt u bevestigen dat het ACOI u heeft geadviseerd om in te zetten op
actieve openbaarmaking die recht doet aan álle betrokken belangen,
waaronder het publieke belang van transparantie?
Antwoord
Het advies van ACOI is bij uw Kamer bekend en ik heb op 4 februari 2026
mijn reactie daarop met uw Kamer gedeeld.
4
Erkent u dat u deze adviezen naast u neerlegt?
Antwoord
Nee. In mijn brief van 4 februari 2026 heb ik bij uw Kamer aangegeven
wat mijn reactie is op de adviezen van het ACOI.
5
Waarom weigert u nog altijd uitvoering te geven aan de Wet open overheid
(Woo)-verzoeken over emissiegegevens van veehouderijen in Nederland in
2023, 2024 en 2025?
Antwoord 5
De behandeling van deze verzoeken verloopt volgens wettelijke kaders,
waaronder de garantie op zorgvuldige besluitvorming en
rechtsbescherming. Zie ook mijn brief van 4 februari 2026.
6
Wat bedoelt u precies met uw uitspraak dat emissiegegevens binnen de
huidige wetgeving “in principe” openbaar gemaakt zouden moeten worden
(Kamerstuk 32802, nr. 137)?
Antwoord
Emissiegegevens moeten openbaar worden gemaakt. Dit doet echter geen
afbreuk aan het feit dat sprake moet zijn van een ordentelijk proces en
notificatie richting agrarisch ondernemers, zodat zij (als zij daar
aanleiding toe zien) ook de gelegenheid hebben om rechtsmiddelen aan te
wenden. De mogelijkheid bestaat dat in voorkomende gevallen conform de
wet wordt besloten dat (een deel van) de gevraagde informatie niet
openbaar wordt gemaakt.
7
Onderschrijft u de uitspraak van het ACOI dat de wet géén ruimte laat om
de emissiegegevens niet openbaar te maken en dat deze gegevens dus niet
“in principe”, maar onvoorwaardelijk openbaar moeten worden gemaakt? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord
Zie antwoord vraag 6.
8
Waarom wekt u desondanks de indruk dat een zienswijzeprocedure nog
invloed kan hebben op de verplichting tot openbaarmaking van deze
emissiegegevens?
Antwoord
Zie antwoord vraag 6.
9
Bent u zich ervan bewust dat uw handelwijze feitelijk leidt tot een
jarenlange vertraging van de toegang tot emissiegegevens voor
journalisten, maatschappelijke organisaties en burgers? Wat vindt u
hiervan?
Antwoord
Ik vind een zorgvuldige en juridisch houdbare aanpak belangrijk, ook als
dit extra tijd vergt. In het geval van emissiegegevens van agrarische
bedrijven vind ik zorgvuldigheid des te meer van belang omdat het daar
vaak ook
gaat om privéadressen van agrarische ondernemers en hun gezinnen.
10
Bent u zich ervan bewust dat uw handelswijze leidt tot grootschalige
verspilling van schaarse publieke middelen? Wat vindt u hiervan?
Antwoord
Ik ben mij ervan bewust dat het beoordelen van zienswijzen en bezwaren
tijd en inzet vergt. Een zienswijzeprocedure moet naar mijn mening op
een zodanige wijze worden ingericht dat zo veel mogelijk
derde-belanghebbenden worden bereikt. Ik verwerp dan ook het door het
ACOI geschetste beeld van verspilling van schaarse publieke middelen,
omdat dit voorbij gaat aan het bieden van een mogelijkheid aan agrarisch
ondernemers om van hun recht gebruik te maken om een zienswijze te
geven.
11
Hoe rechtvaardigt u dat mogelijk tot 60 miljoen euro, circa 20 procent
van het totale budget van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
(RVO), wordt besteed aan een onnodige, vertragende en juridisch
ondeugdelijke zienswijzeprocedure?
Antwoord
Allereerst wil ik ten zeerste weerspreken dat zienswijzenprocedures
onnodig, vertragend en juridisch ondeugdelijk zijn. Ik ben mij ervan
bewust dat uitvoeringsprocedures publieke middelen vergen. De kosten van
de zienswijzeprocedure zijn afhankelijk van hoeveel Woo-verzoeken naar
emissiegegevens ingediend worden en hoeveel zienswijzen gevraagd worden.
Begin 2025 is een eerste kosteninschatting gemaakt. De genoemde 60
miljoen euro waren het maximum scenario met het uitgangspunt dat 90% van
de aangeschreven agrarisch ondernemers een zienswijze in zou dienen. Het
is op dit moment niet in te schatten hoeveel van de aangeschreven
agrarisch ondernemers zienswijze zal indienen en hoeveel omvangrijke
Woo-verzoeken nog volgen. Zoals hiervoor benoemd, ben ik van mening dat
een zienswijzeprocedure op een zodanige wijze moet worden ingericht dat
zo veel mogelijk derde-belanghebbenden worden bereikt. Zij kunnen dan
zelf de afweging maken of zij een zienswijze willen indienen. Zo levert
deze uitgave een bijdrage aan het opbouwen van het vertrouwen in de
overheid.
12
Kunt u concreet aangeven welke taken van de RVO hierdoor onder druk
komen te staan of niet meer kunnen worden uitgevoerd?
Antwoord
Zie antwoord vraag 11.
13
Heeft u hierover overleg gevoerd met de RVO? Zo ja, wat is hun oordeel
over deze gang van zaken?
Antwoord
Uiteraard heb ik hierover ook gesproken met RVO. Tijdens gesprekken
hierover is onder andere gesproken over de gevolgen van de individuele
procedure.
14
Waarom blijft u doorgaan met het ten onrechte gebruiken van uw
bevoegdheid om openbaarmakingsbesluiten in te trekken, zoals de Raad van
State oordeelde op 24 september 2025 in haar uitspraak over de
openbaarmaking van emissiegegevens?
Antwoord
Ik heb naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State besloten
om bij Woo-verzoeken waarbij reeds zienswijzen zijn uitgevraagd via de
Staatscourant, niet opnieuw zienswijzen uit te vragen via de individuele
procedure. Ik zal dus enkel bij Woo-verzoeken waarbij nog geen
zienswijzen zijn uitgevraagd kiezen voor individuele benadering.
15
Neemt u het oordeel van de Raad van State over dat stelt dat de
zienswijzeprocedure die heeft plaatsgevonden al in overeenstemming was
met artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?
Antwoord
Zie antwoord vraag 14.
16
Neemt u het oordeel van de Raad van State over dat stelt dat u niet
bevoegd was om de openbaarmakingsbesluiten op bezwaar in te trekken?
Antwoord
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24
september 2025 geoordeeld dat de eerder genomen besluiten op bezwaar om
informatie openbaar te maken, niet hadden mogen worden ingetrokken en
dat de gevraagde informatie binnen twee weken openbaar moet worden
gemaakt. Ik heb de gegevens die centraal stonden in die zaak reeds
openbaar gemaakt.
17
Deelt u de conclusie van het ACOI dat uw handelwijze ertoe leidt dat de
samenleving uw beleid om de uitstoot van schadelijke stoffen terug te
dringen onvoldoende kan controleren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee, ik deel de mening van het ACOI niet dat de individuele procedure
ertoe zou leiden dat de samenleving het beleid onvoldoende kan
controleren. Openbaarheid van overheidsinformatie is een groot goed.
Volgens het Verdrag van Aarhus en de Europese
milieu-informatierichtlijn2 is Nederland verplicht
om emissiegegevens openbaar te maken. Bij het openbaar maken van
informatie is echter zorgvuldigheid voor alle betrokkenen gewenst, ook
de betrokken ondernemers.
18
Bent u bereid om uw besluit te herzien, de aanbevelingen van het ACOI
alsnog op te volgen en per direct in te zetten op actieve
openbaarmaking? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nee, zoals hiervoor aangegeven vind ik dat derde-belanghebbenden
proactief en persoonlijk op de hoogte moeten worden gesteld dat er een
Woo-verzoek loopt over openbaarmaking van hun gegevens en ze de
gelegenheid hebben om een zienswijze in te dienen.
19
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn
beantwoorden?
Antwoord
De vragen zijn binnen de gebruikelijke termijn beantwoord.