[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Stultiens over misbruik door turboliquidaties

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D08094, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 15:02, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z00784:

Preview document (šŸ”— origineel)


AH 1151

2026Z00784

Antwoord van staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de staatssecretaris van Financiƫn (ontvangen 20 februari 2026)

Vraag 1 1)
Bent u bekend met de artikelen ā€˜Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’, ā€˜Fiscus loopt in tien jaar ruim €1,5 mrd mis door spoorloze ondernemers en plof-bv’s’ 2) en ā€˜Fraude en turboliquidaties in Nederland’ 3)?

Antwoord op vraag 1
Ja, hiermee ben ik bekend.

Vraag 2
Deelt u de analyse dat turboliquidaties in Nederland steeds vaker worden misbruikt om tijd te kopen en verantwoordelijkheid te laten verdampen, waardoor schuldeisers met lege handen achterblijven?

Antwoord op vraag 2
Ik deel deze analyse niet. Waar het jaarlijks aantal turboliquidaties in 2019-2021 circa 40.000 bedroeg en in 2022 zelfs bijna 50.000, is dit aantal in 2024 gedaald tot een totaal van 33.000. Deze daling lijkt verband te houden met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidaties op 15 november 2023 1 Niet bekend is bij hoeveel turboliquidaties sprake is geweest van misbruik. Daarom is ook niet vast te stellen of misbruik is toe- of afgenomen, hoewel uit de praktijk bekend is dat misbruik plaatsvindt.

Vraag 3
Hoe komt het volgens u dat inmiddels bijna 80 procent van de ondernemingen, die worden beƫindigd, worden opgeheven via een turboliquidatie?

Antwoord op vraag 3
Niet kan worden gezegd dat 80% van de ondernemingen wordt beĆ«indigd door de turboliquidatie. Ten eerste bestaan ondernemingen in verschillende rechtsvormen: met rechtspersoonlijkheid (zoals BV’s en stichtingen) of zonder rechtspersoonlijkheid (zoals eenmanszaken en vof’s). De turboliquidatie kan uitsluitend worden toegepast op rechtspersonen. De groep Nederlandse rechtspersonen is dus kleiner dan de groep Nederlandse ondernemingen.. Het WODC-rapport over de werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie, dat afgelopen zomer naar Uw Kamer is gestuurd, bevat een data-analyse hierover (hoofdstuk 6). Hieruit volgt, dat de afgelopen vijf jaar tussen de 77 % en 86% van alle bedrijfsbeĆ«indigingen van rechtspersonen door een turboliquidatie plaatsvindt. Op de vraag waarom zo’n groot aantal bedrijfsbeĆ«indigingen door de turboliquidatie plaatsvindt, is daarom geen eenduidig antwoord te geven.

In het algemeen kan worden aangenomen dat de relatieve snelheid en eenvoud waarmee de turboliquidatie kan worden toegepast een reden is waarom het instrument in de praktijk graag wordt gebruikt. De keerzijde zijn de zorgen over misbruik van de regeling, met name als er schulden achterblijven. Zoals vermeld in reactie op vraag 2, is bekend dat de regeling wordt misbruikt, maar is de omvang van dit misbruik lastig vast te stellen.

Vraag 4
In 2022 verwachtte de Minister voor Rechtsbescherming in verband met de gevolgen van de COVID-19 pandemie voor het bedrijfsleven een mogelijke toename in bedrijfsbeƫindigingen. Dit heeft geleid tot de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie, waarmee een aantal verbeteringen werd doorgevoerd . Het doel van deze tijdelijke wet is om de transparantie van de regeling te vergroten, de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren en misbruik tegen te gaan.
2 Klopt de inschatting dat de Belastingdienst de afgelopen tien jaar naar schatting 1,5 miljard euro aan inkomsten is misgelopen door ondernemers die veelal spoorloos verdwijnen na turboliquidaties? Waarom is er vanuit het kabinet niet veel meer actie ondernomen om dit tegen te gaan?

Antwoord op vraag 4
De Belastingdienst herkent de inschatting van 1,5 miljard over de afgelopen tien jaar aan misgelopen inkomsten niet.

In het (tussentijdse) onderzoeksrapport van 21 september 2021 van de Belastingdienst, dat op 11 augustus 2025 door middel van een Woo-verzoek openbaar gemaakt is,3 zijn cijfers opgenomen met betrekking tot openstaande bedragen bij de Belastingdienst ten tijde van bedrijfsbeƫindigingen over de jaren 2016 tot en met 2019. Van de circa 1.9 miljard euro aan totale openstaande schuld, zag circa 525 miljoen op de turboliquidatie. De omstandigheid dat een schuld openstaat betekent niet dat sprake is van misbruik of fraude. Ook betekent dit niet dat de schuld bij een andere vorm van bedrijfsbeƫindiging wel was voldaan.

Dit betekent overigens niet dat er in het geheel geen maatregelen zijn getroffen. Met de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie is de transparantie van de regeling vergroot en de rechtsbescherming van schuldeisers verbeterd. Zo moet het bestuur van de ontbonden rechtspersoon een financiƫle verantwoording opstellen en deponeren bij het handelsregister. Bestuurders kunnen een bestuursverbod krijgen, onder meer als zij niet aan de genoemde verantwoordingsverplichting hebben voldaan of doelbewust ƩƩn of meer schuldeisers aanmerkelijk hebben benadeeld. Van dergelijke benadeling kan sprake zijn in gevallen van frauduleus handelen.4

Vraag 5
Kunt u de interne analyses van de Belastingdienst met de Kamer delen waaruit blijkt dat ruim tweeduizend ondernemers hun bedrijf ophieven, terwijl zij nog voor enkele honderden miljoenen euro’s aan panden, boten of ander bezit hadden?

Antwoord op vraag 5
Deze interne analyses maken onderdeel uit van een onderzoek dat op eigen initiatief door de Belastingdienst is uitgevoerd. Het rapport bevat voornamelijk bevindingen en aanbevelingen uit de (tussen)rapportage, die al in 2025 openbaar gemaakt is.5 De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor de wetgeving op het gebied van turboliquidaties. De staatssecretaris van FinanciĆ«n – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane is verantwoordelijk voor de Belastingdienst en de gevolgen die turboliquidaties hebben voor de taken op het gebeid van heffen en innen. Vanuit die rol wordt het rapport van de Belastingdienst binnenkort ook met uw Kamer gedeeld door de staatssecretaris van FinanciĆ«n – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane.

Vraag 6
Wat is er precies gebeurd met het onderzoek dat het ministerie in 2019 is gestart naar de omvang van het misbruik van turboliquidaties? Waarom is dit nog niet voltooid en wanneer kan de Kamer de onderzoeksresultaten verwachten?

Antwoord op vraag 6
Door een omissie is dit rapport eerder niet openbaar gemaakt. Zie verder graag het antwoord op vraag 5.

Vraag 7
Klopt het dat misbruikers in Duitsland minder snel ongeschonden wegkomen, doordat zij eerder persoonlijke aansprakelijkheid riskeren? Wat kunnen wij hier in Nederland van leren? Zijn er andere landen die ook een ā€˜turboliquidatie’-procedure kennen, en zo ja, hoe gaan die landen om met het in de bovengenoemde artikelen geschetste risico op fraude en misbruik?

Antwoord op vraag 7
Duitsland kent een verplichting voor bestuurders om in geval van ernstige financiĆ«le problemen het faillissement van de onderneming aan te vragen. Deze regel beoogt schuldeisers te beschermen tegen benadeling, maar of dit ook wordt gezien als een effectieve prikkel tegen misbruik is mij niet bekend. Een verplichting voor bestuurders om in geval van ernstige financiĆ«le problemen het faillissement van de onderneming aan te vragen is onderdeel van het recente richtlijnvoorstel tot harmonisering van het materiĆ«le insolventierecht (een ā€˜duty to file’).6 Nederland was hier kritisch op, omdat het moeilijk is om te bepalen wanneer zo’n verplichting geldt en zo’n plicht een aanzienlijk aansprakelijkheidsrisico in het leven zou roepen voor goedwillende ondernemers. Bovendien zijn er in Nederland al voldoende mogelijkheden om bestuurders aan te spreken indien zij op onrechtmatige wijze schuldeisers benadelen.7 In de uiteindelijke versie van de richtlijn is een meer flexibele benadering opgenomen, mede dankzij de Nederlandse inzet.8 Tijdens de implementatie van de richtlijn zal worden bezien op welke wijze aan de nieuwe verplichtingen van de richtlijn gevolg en invulling zal worden gegeven. De verwachting is dat de richtlijn in de loop van 2026 formeel in werking treedt, waarna de implementatietermijn gaat lopen.

Mij is niet bekend in hoeverre instrumenten in andere landen voor eenvoudige bedrijfsbeƫindigingen overeenkomen met de turboliquidatie. Naar aanleiding van deze vraag zal ik mij hier nader op gaan oriƫnteren. De uitkomsten van deze oriƫntatie zal ik betrekken bij het opstellen van de permanente regeling, die ik verwacht bij Uw Kamer in te dienen in de eerste helft van 2027.

Vraag 8
Deelt u de analyse dat aanscherping van de wet onvermijdelijk is? Bijvoorbeeld voor automatische signalering van herhaald gebruik of zwaardere aansprakelijkheid bij recidive en sancties die echt afschrikken. Welke stappen gaat u zetten om misbruik tegen te gaan?

Antwoord op vraag 8
De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft op 12 augustus 2025 een WODC-onderzoek naar de vraag of en zo ja in hoeverre de doelen van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in de praktijk worden gerealiseerd aan uw Kamer aangeboden.9 In de begeleidende brief heeft de staatssecretaris toegelicht welke verbeteringsmogelijkheden de onderzoekers signaleren en dat zij concluderen dat de Tijdelijke wet bij naleving hiervan bijdraagt aan meer transparantie en in mindere mate aan het voorkomen van misbruik.

In reactie op het onderzoek is de looptijd van de Tijdelijke wet verlengd tot 15 november 2027. De Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft daarnaast een wetgevingstraject aangekondigd om de voorzieningen uit de Tijdelijke wet permanent in te voeren. Bij dit wetgevingstraject worden de bevindingen uit het onderzoeksrapport betrokken en zal worden bezien welke aanpassingen van de regeling wenselijk zijn, ook in het licht van het verrichte evaluatieonderzoek. Het gaat uiteindelijk om het vinden van een juiste balans tussen het faciliteren van relatief laagdrempelige bedrijfsbeƫindiging en het aanbrengen van waarborgen om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen. Het streven is om Uw Kamer in het tweede kwartaal van dit jaar te voorzien van een nadere, inhoudelijke beleidsreactie op het onderzoek.

Vraag 9
Hoe komt het volgens u dat informatie van de Kamer van Koophandel waar de Belastingdienst van afhankelijk is vaak niet klopt, zoals het FD schrijft? Wat gaat u doen om te zorgen dat deze informatie in de toekomst wel betrouwbaar is?

Antwoord op vraag 9
Het handelsregister is een registratie van de verplichte opgave van gegevens door de daartoe bevoegde natuurlijke personen die bij een rechtspersoon betrokken zijn (art. 19, lid 1 Handelsregisterwet 2007). Hierbij bestaat het risico dat gegevens onjuist of verouderd zijn. De KvK stimuleert ondernemers daarom door middel van campagnes om hun gegevens te controleren en actueel te houden. De KvK heeft verder de bevoegdheid om een gegeven te onderzoeken (art. 34, lid 1 Handelsregisterwet 2007) en te beslissen over wijziging van dat gegeven (art. 34, lid 2 Handelsregisterwet 2007). Voor bestuursorganen geldt bovendien een terugmeldplicht richting de Kamer van Koophandel (KvK) bij gerede twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven in het handelsregister of het ontbreken daarvan.

In de bijlage bij de Halfjaarbrief aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit van 19 december 2025 heeft de minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer geĆÆnformeerd dat hij samen met het ministerie van EZ kijkt naar de verschillende mogelijkheden om de poortwachtersrol van de KvK te versterken.10 Daarnaast zal er vanuit het ministerie van EZ op korte termijn een voorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet in consultatie gaan, waarin onder andere de mogelijkheid voor de KvK tot het delen van signalen wordt vastgelegd. Ook wordt de wettelijke grondslag voor de registratie en publicatie van de verschillende bestaande bestuursverboden geharmoniseerd. Een bestuursverbod leidt altijd tot weigering van nieuwe inschrijvingen voor de duur van het verbod.

Vraag 10
Onderschrijft u de conclusie van het WODC in haar onderzoek naar de werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie voor rechtspersonen, namelijk dat effectievere handhaving noodzakelijk is om misbruik te voorkomen? Zo ja, hoe gaat u de handhaving verbeteren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 10
Zie het antwoord op vraag 8.

Vraag 11
Bent u het eens met de in het FD aangehaalde experts die stellen dat het huidige budget van de Belastingdienst om specifiek misbruik van turboliquidaties te onderzoeken een fractie is van wat nodig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dit budget te verhogen?

Antwoord op vraag 11
Bij de invoering van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie is de strafrechtelijke handhaving van de verantwoordingsverplichting belegd bij het Bureau Economische Handhaving van de Belastingdienst (BEH). Sinds 1 januari 2026 wordt deze taak uitgevoerd door de nieuwe Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI), onderdeel van het ministerie van Financiƫn. Vanwege de tijdelijke aard van de wet en de snelheid waarmee implementatie werd verlangd, is voor de maatregelen en de handhaving ervan zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande juridische kaders en de bestaande praktijk. Om die reden is de handhaving van de verantwoordingsverplichting bij turboliquidatie ingepast in de bestaande handhavingspraktijk voor jaarverslaggevingsverplichtingen. De geschatte kosten van de tijdelijke handhavingstaak bij turboliquidatie, waar het budget op is gebaseerd, moeten tegen deze achtergrond worden bezien. Zoals in de memorie van toelichting bij de tijdelijke wet staat vermeld, werden deze geschat op ongeveer 60.000 euro incidenteel voor aanpassing ICT en ongeveer 0,1 mln. euro per jaar voor tijdelijke personele versterking. Deze kosten zijn voldaan uit het budget dat uit de COVID steun- en herstelpakketten beschikbaar is gesteld voor de tijdelijke wet. Dit budget was naar zijn aard tijdelijk, omdat de verwachte effecten van COVID-19 ook tijdelijk zijn. De duur van de wet, twee jaar, was daaraan verbonden. Om de tijdelijke wet te kunnen verlengen per 15 november 2025, is financiering beschikbaar gevonden uit het COVID steun- en herstelpakketten budget dat beschikbaar is gesteld voor de tijdelijke wet. Voor wat betreft de verlengde duur van de tijdelijke wet tot 15 november 2027 zal het huidige budget en de huidige capaciteit in het toezicht moeten voorzien. In het wetgevingstraject om de voorzieningen uit de Tijdelijke wet permanent in te voeren, zal het budget voor de uitvoering van deze wet worden betrokken. Het is niet wenselijk om hierop vooruit te lopen met een verhoging van het budget.

Vraag 12
Waarom is het mogelijk voor een turboliquidatie te kiezen als er sprake is van schulden? Is het wat u betreft een optie om turboliquidaties alleen nog mogelijk te maken voor volledige lege rechtspersonen, dat wil zeggen zonder bezittingen Ʃn zonder schulden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 12
De turboliquidatieregeling biedt ruimte aan bonafide ondernemers om betrekkelijk snel en eenvoudig naar de beƫindiging van hun onderneming toe te werken, door (voorafgaand aan de ontbinding) alles van waarde te verkopen en met de opbrengst daarvan de schulden zoveel mogelijk af te lossen. Als turboliquidatie uitsluitend zonder schulden mogelijk zou zijn, dan zou dat meebrengen dat rechtspersonen met schulden altijd in faillissement afgewikkeld moeten worden. Wanneer er niets van waarde te verdelen is, heeft een faillissement niet altijd meerwaarde. Op grond van jurisprudentie moeten bestuurders van rechtspersonen die (vrijwel) geen baten hebben, daarom de turboliquidatie toepassen als zij de rechtspersoon willen beƫindigen en niet een faillissementsaanvraag indienen. Meerwaarde is er bijvoorbeeld wel als schuldeisers vermoeden dat er sprake is geweest van onrechtmatig of frauduleus handelen van de bestuurders, als gevolg waarvan zij zijn benadeeld. De curator behartigt de belangen van de gezamenlijke schuldeisers en is erop toegerust de informatie te vergaren die nodig is om dergelijke vermoedens van onregelmatigheden nader te onderzoeken.

Zoals ik aangaf in het antwoord op vraag 8, zet ik voor de permanente regeling in op het vinden van een goede balans tussen relatief laagdrempelige bedrijfsbeƫindiging en het aanbrengen van voldoende waarborgen om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen. Ik houd alle opties nog open om dat doel te bereiken.

Vraag 13
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat Fiscaliteit?

Antwoord op vraag 13
Ja, we beantwoorden de vragen voor het genoemde commissiedebat. Voor de bevoegdheidsverdeling op dit dossier verwijs ik u graag naar de beantwoording van vraag 5 en wijs ik verder op het geplande commissiedebat Belastingdienst op 13 maart 2026, mocht u nog nadere vragen willen stellen over de specifieke verantwoordelijkheid van de Belastingdienst en de gevolgen die turboliquidaties hebben voor de taken op het gebied van heffen en innen.

1) Financieel Dagblad, 20 december 2025, https://fd.nl/bedrijfsleven/1581493/misbruik-via-de-plof-bv-kinderlijk-eenvoudig-en-niemand-krijgt-er-vat-op

2) Financieel Dagblad, 19 december 2025, https://fd.nl/bedrijfsleven/1581089/fiscus-loopt-ruim-1-5-mrd-mis-door-spoorloze-ondernemers-en-plof-bvs

3) De Groene Amsterdammer, 19 december 2025, https://www.groene.nl/artikel/fraude-en-turboliquidaties-in-nederland


  1. Bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 36172, nr. 7.ā†©ļøŽ

  2. Kamerstukken II 2021/11, 36 172, nr. 3.ā†©ļøŽ

  3. https://open.overheid.nl/documenten/0b2711e3-9bf6-4e7e-846f-59ec8193ec3c/file).ā†©ļøŽ

  4. Kamerstukken II 2021/11, 36 172, nr. 3.ā†©ļøŽ

  5. https://open.overheid.nl/documenten/0b2711e3-9bf6-4e7e-846f-59ec8193ec3c/file).ā†©ļøŽ

  6. Zie het commissievoorstel van 7 december 2022 tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht COM(2022) 702 final, artikel 36 en verder.ā†©ļøŽ

  7. Zo kan een bestuurder van een rechtspersoon die nieuwe verplichtingen aangaat, terwijl hij weet of behoort te weten dat de rechtspersoon deze niet kan nakomen, aansprakelijk worden gehouden voor de voor de schade die daarvan het gevolg is. Vgl. BNC-fiche, Kamerstukken II 2022-23, nr. 22112-3598.ā†©ļøŽ

  8. Zie voor een meer uitgebreide toelichting de bijlage bij het verslag van de formele JBZ-raad van 8 en 9 december 2025, Kamerstukken II 2025-26, 32 317, nr. 98.ā†©ļøŽ

  9. Kamerstukken II 2024/25, 36172, nr. 7.ā†©ļøŽ

  10. Kamerstukken II 2025/26, 29911, nr. 492, Bijlage Moties en toezeggingen.ā†©ļøŽ