[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Toelichting op de uitvoering van de Motie van het lid Kostic c.s. over een onderbouwde visie en bijbehorend actieplan voor de toekomst van de Nederlandse industrie (Kamerstuk 29826-250)

Brief regering

Nummer: 2026D08121, datum: 2026-02-20, bijgewerkt: 2026-02-20 14:06, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03561:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft het verzoek gedaan om een nadere toelichting te ontvangen op de uitvoering van de motie-Kostić c.s.1, in aanvulling op de toelichting in de Kamerbrief Industriebeleid met focus2 en de Kamerbrief Toekomstperspectief op de energie-intensieve industrie3 van de minister van Klimaat en Groene Groei. Met deze brief licht ik – mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei – nader toe hoe invulling wordt gegeven aan de motie.

De motie Kostić dateert van 20 maart 2025 en verzoekt de regering om “(…) uiterlijk in Q4 van 2025 met een onderbouwde visie en bijbehorend actieplan te komen voor de toekomst van de Nederlandse industrie en daarbij een integrale afweging te maken in het licht van Europese strategische autonomie, de Clean Industrial Deal, circulaire doelen, gezondheid, schaarse ruimte, woonopgave, natuur, energie, water, arbeidsmarkt en grondstoffen". De motie was ingediend naar aanleiding van de oproep van 13 economen om "keuzes te maken over de toekomst van de Nederlandse industrie, met name de basisindustrie”.

Met het nieuwe industriebeleid wordt een visie uitgezet voor de toekomst van de Nederlandse industrie. Hierin maakt het kabinet scherpe keuzes ten aanzien van de economie, waaronder de industrie. Het kabinet kiest voor een extra impuls voor zes markten die bijzonder belangrijk zijn voor de economie van de toekomst. Bij deze selectie heeft het kabinet een integrale afweging gemaakt op basis van de bijdrage aan (1) het Nederlandse verdienvermogen, (2) onze weerbaarheid (waaronder strategische autonomie) en (3) het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Dit is gedaan op basis van markt- en technologiestudies die de verschillende schaarstes meewegen in de potentie van de Nederlandse positie in een markt. Daarnaast vereist de verduurzamingsopgave van de basisindustrie speciale aandacht in het licht van de wettelijke doelen die het kabinet heeft gesteld op dat gebied.

In deze brief geven we een overzicht van de verschillende acties die het kabinet heeft aangekondigd. Allereerst ten aanzien van de economie in de brede en ten tweede ten aanzien van de energie-intensieve basisindustrie.

Keuzes voor de brede economie

De huidige internationale economische en geopolitieke situatie vraagt om een actievere rol van de overheid in de economie. Met het nieuwe industriebeleid maakt het kabinet daarom keuzes voor markten die in sterke mate bijdragen aan drie centrale doelen: het toekomstig verdienvermogen, de economische weerbaarheid en maatschappelijke uitdagingen. Het nieuwe industriebeleid focust op zes markten, namelijk halfgeleiders, biotechnologie, aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (DSII4) gerelateerde groeimarkten (in het bijzonder 6G, radar, lasersatellietcommunicatie, quantum), digitale diensten (met name AI), machinebouw en innovatieve chemie. Op deze markten worden integrale programma’s ontwikkeld, voortbordurend op bestaand beleid, om deze markten te versterken.

De keuze voor deze markten is gebaseerd op markt- en technologiestudies, in het bijzonder de groeimarktenanalyse.5 De groeimarktenanalyse onderzoekt in welke markten er wereldwijd toekomstige groei wordt verwacht en in hoeverre Nederland daar een positie op kan verwerven gezien de internationale concurrentie. Toekomstige groeiverwachtingen worden beïnvloed door de maatschappelijke uitdagingen, zoals vergrijzing, klimaatverandering, grondstoffenschaarste en geopolitieke spanningen. De mate waarin Nederland een positie op een markt kan opbouwen heeft te maken met aanwezige schaarstes op het gebied van arbeid, ruimte, (fossiele) energie en milieubelastbaarheid. Producten die bovengemiddeld van deze schaarse factoren afhankelijk zijn, zijn in beginsel niet kansrijk als groeimarkt. De onderbouwing voor de zes markten, aan de hand van de drie criteria (verdienvermogen, weerbaarheid en maatschappelijke missies) is toegelicht per markt in de Kamerbrief.

Daarmee komen de keuzes uit het nieuwe industriebeleid voort uit een integrale afweging, conform de motie Kostić c.s., door

  • op bovenbeschreven wijze rekening te houden met de verschillende schaarstes genoemd in de motie;

  • de bijdrage aan verdienvermogen en weerbaarheid (aspect strategische autonomie) mee te nemen als twee van de drie centrale afwegingscriteria;

  • de bijdrage aan maatschappelijke opgaven rondom aspecten zoals verduurzaming, circulaire doelen en gezondheid, mee te nemen als één van de drie centrale afwegingscriteria.

Door te focussen op het snijvlak van verdienvermogen, weerbaarheid en maatschappelijke missies, kunnen de verschillende doelen elkaar versterken. Aanvullend op de gerichte inzet, zorgt het kabinet met generiek en randvoorwaardelijk beleid voor een sterke basis voor alle bedrijven in Nederland.

Met de keuzes in het nieuwe industriebeleid geeft het kabinet een integrale visie, zonder een blauwdruk te geven van de transitie per bedrijfstak op lange termijn. Dat is gezien de onzekerheden over onder meer technologische ontwikkelingen verstandig.

De energie-intensieve industrie

De energie-intensieve basisindustrie (EII) speelt een bijzonder belangrijke rol in de verduurzamingopgave van Nederland. Ondanks zorgen over krimp of sluiting ziet het kabinet reëel perspectief voor de energie-intensieve industrie in Nederland en Europa. De huidige geopolitieke situatie laat niet toe dat ongewenste kwetsbaarheden in strategische waardeketens blijven voortduren. Verduurzaming is de weg vooruit, gegeven de gestegen fossiele energiekosten en het veranderde geopolitieke krachtenveld waarin de EU zich bevindt. Goedkope hernieuwbare energiebronnen, biogrondstoffen en circulaire materiaalstromen zullen de EU niet alleen duurzamer, maar ook weerbaarder maken. Nederland is nog steeds een relatief gunstige locatie voor energie-intensieve industrie. Het kabinet houdt daarom vast aan het bevorderen van investeringen in industriële verduurzaming in Nederland. Verduurzamen vergt echter ook realisme: we moeten rekening houden met het tempo waarin het Europese speelveld de transitie doormaakt (gelijk speelveld) gestimuleerd door nieuwe Europese verduurzamingsmaatregelen. Ook moeten we realistisch zijn over het tempo waarin onder meer energienetten kunnen worden versterkt. Daarnaast moeten we realistische keuzes maken over de inrichting van de industrieclusters, want de opbouw van nieuwe waardeketens op basis van hernieuwbare energie en circulair grondstofgebruik zullen in de tijd gelijk opgaan met ombouw van bestaande installaties, wat de schaarste aan arbeid en ruimte (tijdelijk) verergert. Bovendien moeten we er rekening mee houden dat een deel van de energie-intensieve stappen in productieketens in de toekomst in het buitenland zullen plaatsvinden, bijvoorbeeld omdat daar de beschikbaarheid van biogrondstoffen groter is.

Daarom neemt het kabinet verschillende, samenhangende stappen, zoals verder toegelicht in de brief Toekomstperspectief op de energie-intensieve industrie. Hieronder valt de Nederlandse beleidsinzet op hoofdlijnen voor de onderhandelingen over wetgeving die voortkomt uit de Clean Industrial Deal, ook genoemd in de motie, waaronder een kader voor effectieve vraagcreatie naar duurzame producten, inclusief bouwmaterialen. De brief licht deze beleidslijnen toe en geeft aan wat er nog op stapel staat. Centrale gedachte daarbij is samenhang en integraliteit gericht op de lange termijn, zoals verzocht in de motie.

Tot slot

Met de uitvoering van deze motie zet het kabinet een nieuwe koers in het industriebeleid, en in het specifiek voor de energie-intensieve industrie. Het onafhankelijke advies van de heer Wennink onderstreept de noodzaak en urgentie van scherpe keuzes op basis van maatschappelijke criteria, in het licht van schaarste.

Nederland kan zich in het huidige economische en geopolitieke klimaat geen afwachtende houding veroorloven; niet kiezen is verliezen.

Vincent Karremans

Minister van Economische Zaken


  1. Kamerstuk 29826, nr. 250↩︎

  2. Kamerstuk 29826, nr. 277↩︎

  3. Kamerstuk 29826, nr. 265↩︎

  4. Zoals de in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 zijn vastgesteld. ↩︎

  5. Groeimarkten voor Nederland, bijlage bij Kamerstuk 29826, nr. 277↩︎