Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026 (2026Z03581)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D08303, datum: 2026-02-23, bijgewerkt: 2026-02-23 14:49, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.J. van der Werf, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (D66)
- Mede ondertekenaar: L.B. Blom, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z03581:
- Indiener: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-02-23 14:00: Informele Raad Algemene Zaken d.d. 2 en 3 maart 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-03-05 10:00: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (š origineel)
21501-02 Raad Algemene Zaken
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld d.d. .. 2026
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 20 februari 2026 inzake de geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026 (Zaaknummer 2026Z03581).
Bij brief van ... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De tijdelijk voorzitter van de commissie,
Van der Werf
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat er mogelijk voorstellen worden gedaan om het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) op te nemen in concurrentie- of veerkrachtfondsen (bijvoorbeeld het Competitiveness Fund) binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat opname van LIFE in een breder concurrentie- of veerkrachtfonds (zoals een mogelijk Competitiveness Fund) leidt tot verdringing van langjarige natuurherstelprojecten door kortetermijnindustriebeleid? Kan het kabinet bevestigen dat het zich in de Raad actief zal inzetten voor het behoud van een zelfstandig en ringfenced LIFE-programma in het MFK 2028ā2034, gezien het feit dat LIFE het enige Europese Unie (EU)-instrument is dat volledig gericht is op milieu, biodiversiteit en klimaat?
De leden van de D66-fractie stellen daarnaast dat Hongarije op iedere mogelijke manier sancties tegen Rusland, steun aan OekraĆÆne en het toetredingsproces van OekraĆÆne in het algemeen blokkeert. Op welke manier zal de druk op Hongarije worden verhoogd om hun veto op deze onderwerpen op te heffen?
Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de Informele Raad Algemene Zaken waarin EU- uitbreiding centraal staat. Deze leden hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernamen afgelopen week dat premier OrbÔn de 90 miljard van de EU, bedoeld voor financiële steun aan Oekraïne, blokkeert. Zijn er sinds vorige week gesprekken gevoerd met de Hongaarse regering om druk uit te oefenen op dit besluit? Wordt hier en marge van de informele Raad over gesproken en zo ja, wat is de inzet van Nederland? Wordt er gezocht naar manieren om de lening via een route te verstrekken waar geen unanimiteit voor nodig is? Is de minister in dit licht bereid om het gesprek over de bevroren Russische tegoeden opnieuw te starten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat OekraĆÆne en MoldaviĆ« klaar zijn voor de volgende toetredingsstappen als kandidaat-lidstaat en het openen van meerdere onderhandelingsclusters. Zolang Hongarije deze stappen blokkeert stranden verdere stappen echter. Op welke manier is de minister van plan OekraĆÆne en MoldaviĆ« te ondersteunen bij de nodige hervormingen voor EU-lidmaatschap, zodat zij naar lidmaatschap kunnen toegroeien zolang het officiĆ«le toetredingsproces niet verder komt? Deze leden ontvangen graag een antwoord dat de Nederlandse inzet weergeeft binnen de EU en op bilateraal niveau. Wat is de Nederlandse inzet tijdens de informele Raad ten aanzien van de ambitie om in 2028 of 2029 een nieuwe lidstaat te verwelkomen? Acht het kabinet dit realistisch? Wat is de positie van het kabinet ten opzichte van toetreding van OekraĆÆne en MoldaviĆ« zonder vetorecht? Sluit deze vorm aan bij de door het kabinet bepleitte āEuropa van verschillende snelheden?ā Is de minister van mening dat zoān traject ook passend is voor kandidaat-lidstaten als Montenegro en AlbaniĆ«?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen voorts dat er tijdens de informele Raad wordt gesproken over het nieuwe MFK. Er zijn binnen de Raad verschillende opvattingen over de omvang van het MFK in het voorstel van de Europese Commissie (EC). Is het kabinet van mening dat de voorgestelde omvang van het MFK te hoog is? Is de minister het ermee eens dat met de groeiende uitdagingen waarbij ook in Europees verband moet worden opgetreden, zoals de concurrentiepositie van de EU, de energietransitie en defensiesamenwerking in de EU, de omvang van het MFK de grote ambities op deze terreinen moet weerspiegelen? Is hij van mening dat dat met het huidige voorstel gebeurt? Is de minister het ermee eens dat, gezien de inflatie en het aandeel van de terugbetaling aan het coronaherstelfonds, wat ook in het nieuwe MFK zit, het nieuwe MFK de facto helemaal niet echt in omvang groeit? Houdt het kabinet vast aan de extra bezuiniging van 1,6 miljard euro minder afdrachten aan de EU die in de begrotingsreeks staat voor 2028? Zo ja, waarom? Acht de minister dit realistisch?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in het kader van het MFK ook wordt gesproken over de hervorming van de cohesiefondsen die geĆÆntegreerd worden in de nationale en regionale partnerschappen (NRPP). Deze leden zijn van mening dat de rol van regioās dreigt te verzwakken en achten het van belang dat deze regie blijven houden gezien het feit dat de EU-fondsen van belang zijn voor de regionale economie. Is de minister het ermee eens dat de Europese cohesiemiddelen cruciaal zijn voor structurele investeringen in regioās die anders achterblijven en hoe gaat hij ervoor zorgen dat regie voor de regioās op de cohesiefondsen wordt behouden? Wat is hier de inzet van Nederland? Gaat de minister zich ervoor inzetten dat middelen uit het NRPP langjarig geoormerkt blijven voor specifieke regioās, zodat zij deze gebiedsgericht kunnen inzetten?
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken