[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Informeren voortzetting subsidierelatie ECP (Kamerstuk 26643-1460)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D08554, datum: 2026-02-25, bijgewerkt: 2026-02-25 15:28, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z02426:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


26643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld (…)

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd over de brief ‘Informeren voortzetting subsidierelatie ECP’ van 5 februari 2026 (Kamerstuk 26643, nr. 1460).

De op 25 februari 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ……. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

Voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen

Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger


Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

II Antwoord / Reactie van de minister

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie waarderen het dat de voormalige minister van Economische Zaken de Kamer heeft geïnformeerd over een geconstateerde omissie met betrekking tot het informeren van de Eerste en Tweede Kamer over het verlenen van subsidie aan Stichting ECP voor de InformatieSamenleving. Zij betreuren het dat de Kamer hierover niet tijdig is geïnformeerd.

Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de D66-fractie nog enkele vragen. Deze hebben betrekking op de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidieverstrekking, de mogelijke precedentwerking en de vraag of een vergelijkbare omissie ook bij andere subsidies aan de orde is. Daarom vragen deze leden hoe de minister de effectiviteit en doelmatigheid van de subsidie aan ECP beoordeelt, welke resultaten zijn behaald en hoe deze zich verhouden tot de ingezette publieke middelen. Deze leden constateren daarbij dat de financieringsstructuur geen onderdeel uitmaakte van de evaluatie door de Kwink Groep 1 en vragen hoe de minister borgt dat dit bij toekomstige evaluaties wel wordt meegenomen.

De leden van de D66-fractie vragen tevens of de minister de huidige vormgeving van de subsidie aan ECP de meest kostenefficiënte manier acht om de beoogde beleidsdoelen te realiseren, en welke alternatieven daarbij zijn overwogen. Hoe wordt geborgd dat de Kamer bij een eventuele voortzetting van de subsidie aan ECP na 2026 niet alleen wordt geïnformeerd, maar ook daadwerkelijk in positie wordt gebracht om hierover een politiek oordeel te vormen? Deze leden vragen tevens of de minister van oordeel is dat de Kamer door deze omissie in haar budgetrecht en controlerende taak is beperkt. Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De leden van de D66-fractie vragen tenslotte welke lessen de minister uit deze gang van zaken trekt voor de governance (goed bestuur) van subsidiebesluiten binnen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), en welke concrete wijzigingen zullen worden doorgevoerd om herhaling te voorkomen. Ziet de minister in deze gang van zaken een risico op precedentwerking voor andere structurele of meerjarige subsidies, en hoe wordt voorkomen dat dit een bestuurlijke standaard wordt? Hoe wordt het aangekondigde interne onderzoek vormgegeven? Op welke termijn wordt de Kamer geïnformeerd over de reikwijdte en uitkomsten daarvan, en welke consequenties verbindt de minister aan eventuele nieuwe bevindingen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief aan de Kamer over het voortzetten van de subsidierelatie met ECP Platform voor de InformatieSamenleving. Zij hebben hierover op dit moment geen vragen of opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met verbazing en enige zorg kennisgenomen van de brief over de omissie met betrekking tot het informeren van beide Kamers over het verlenen van subsidie aan ECP.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben allereerst enkele vragen over het niet informeren van de Kamer, zoals is aangegeven in de voorliggende brief. Hoe kan het dat de Kamer niet geïnformeerd is over de verstrekte subsidie terwijl dat wel is vereist? Zijn er meer subsidieregelingen waar de Kamer onjuist of niet over geïnformeerd is? Welke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen? Kan de minister toezeggen dat de Kamer voortaan expliciet en tijdig wordt geïnformeerd over voornemens tot voortzetting van dergelijke subsidierelaties?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in de evaluatie van de Kwink Groep zorgelijke zaken zijn geconstateerd, wat aanleiding geeft voor meer vragen over deze subsidierelatie. Zo wordt in de evaluatie geconstateerd dat de subsidierelatie al meer dan 15 jaar bestaat en dat deze elke vijf jaar moet worden geëvalueerd, maar dat dit in 2023 voor het eerst is gebeurd. Hoe kan het dat deze subsidie zo lang is verstrekt zonder dat de noodzakelijke evaluatie heeft plaatsgevonden? Waarom heeft de minister gekozen voor een jaarlijkse incidentele subsidievorm in plaats van voor een meerjarige subsidie of een andere bekostigingsvorm? Waarom is deze subsidievorm niet aangepast nadat in de evaluatie werd geconstateerd dat deze vorm niet past bij de leidraad van de ministeries aangaande subsidiering?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts enkele vragen over beleidsdoelstellingen bij en effectiviteit van de subsidie aan ECP. Kan de minister concreet uiteenzetten welke beleidsdoelen met deze subsidie worden nagestreefd en hoe wordt gemeten of deze doelen daadwerkelijk worden behaald? Hoe wordt gewaarborgd dat de subsidie enkel wordt gebruikt voor activiteiten die passen binnen de subsidieconstructie? Is daar na de kritische evaluatie uit 2023 – waarin werd geconstateerd dat ook opdrachten zijn verstrekt die beter via een aanbestedingsconstructie uitbesteed hadden kunnen worden – scherper op toegezien? Wordt bijvoorbeeld periodiek beoordeeld of activiteiten kunnen worden beëindigd of anders georganiseerd?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van de evaluatie enkele specifieke vragen over de transparantie en de inkoopconstructies van ECP. Uit de evaluatie blijkt dat ECP-personeel inkoopt bij een gelieerde onderneming waarin de directeur van ECP een belang heeft. Vervolgens wordt in 2021 bijvoorbeeld door de overheid voor zo’n 7 miljoen euro aan subsidie verleend en door ECP voor 4,9 miljoen euro aan diensten ingekocht bij LunaVia B.V. ten behoeve van personeel. Afgaande op de bedragen uit de voorliggende brief, gaat het om zo’n 42 miljoen euro subsidie sinds 2019, zonder enige aanbesteding of concurrentie. Kan de minister een totaaloverzicht geven van de subsidie die verstrekt is aan ondernemingen die gelieerd zijn aan de directeur van ECP of aan andere bestuurders? Kan de minister toelichten hoe wordt geborgd dat hier geen sprake is van belangenverstrengeling of ongeoorloofde bevoordeling? Welke waarborgen zijn er dat deze constructie marktconform en doelmatig is? Op welke wijze wordt gecontroleerd of subsidiegelden rechtmatig en doelmatig worden besteed?

De leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben tevens enkele vragen over de rol van het ministerie van EZK bij het toezicht op ECP en de besteding van de middelen. De evaluatie stelt dat de directeur Digitale Economie van het ministerie van EZK waarnemend lid is van het bestuur van ECP. Was de directeur Digitale Economie op de hoogte van de gekozen inkoopconstructies? Hoe heeft hij die rol vervult na de zeer kritische evaluatie? Zijn de constructies onder zijn toezicht beëindigd of zijn deze nog steeds gaande? In de evaluatie wordt de vraag gesteld of de constructies wel wenselijk of uitlegbaar zijn. Hoe reflecteert de minister op deze conclusie? Waarom heeft de minister de aanbeveling uit de evaluatie om de transparantie van de constructie naar de buitenwereld te vergroten niet opgevolgd? Deze leden vragen daarbij waarom hier niets over is opgemerkt in de brief aan de Kamer uit 2024 2 of in de voorliggende brief. Heeft de minister wijzigingen afgedwongen bij ECP om de opdrachten voortaan aan te besteden?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tenslotte enkele vragen over de verdere voortzetting van de subsidierelatie na 2026. De minister geeft in de brief aan om de Kamer in het najaar van 2026 nader te informeren over eventuele verdere voortzetting. Welke criteria zullen worden gehanteerd bij deze besluitvorming? Zal voorafgaand aan een besluit een aanvullende (externe) evaluatie plaatsvinden? Wordt overwogen om vaste rapportagemomenten of evaluatiekaders vast te leggen in toekomstige subsidiebeschikkingen? Vereist de gekozen vorm van subsidiëring niet dat er een nieuw aanbestedingsproces dient plaats te vinden als de meerjarige subsidieperiode, waarover de Kamer nu voor het eerst is geïnformeerd, afgelopen is?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief met betrekking tot de voortzetting van de subsidierelatie met ECP. Zij zien de waarde van ECP als een onafhankelijk platform en kennisnetwerk om de digitale samenleving aan te jagen, maar zij hebben wel een aantal vragen over de samenwerking met het ministerie en de betrokkenheid van de Staten-Generaal.

Het ministerie van EZK heeft al geruime tijd een subsidierelatie met ECP. De evaluatie van Kwink Groep uit 2023 3 geeft aan dat deze subsidierelatie al ruim 15 jaar bestaat. De leden van de CDA-fractie zijn daarom verbaasd dat de minister de Eerste en Tweede Kamer niet geïnformeerd heeft over de voorzetting van de subsidie conform artikel 4, aanhef en onderdeel b, van de Kaderwet EZ-, LVVN-, en KGG-subsidies (Kaderwet). Gezien de lange geschiedenis zou dit niet als een verrassing moeten komen.

Evaluatie aanbevelingen

De leden van de CDA-fractie vragen wat precies is gedaan met de aanbevelingen in het eerdergenoemde evaluatierapport uit 2023. Kan de minister aangeven welke verbeterstappen zijn ondernomen en in hoeverre dit de samenwerking met ECP heeft verbeterd?

Begrotingssubsidie

De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast waarom er destijds niet voor gekozen is om deze ECP-subsidie in de begroting op te nemen als een begrotingssubsidie. Het langjarige karakter en de substantiële budgettaire effecten (variërend van 3,5 miljoen euro tot 6,7 miljoen euro per jaar) geven hier voldoende aanleiding toe. Het opnemen in de begroting van EZK betrekt deze subsidie structureel bij de besluitvorming in beide Kamers, creëert meer duidelijkheid en maakt de verantwoording transparanter. Kan de minister antwoord geven op de vraag wat de voordelen zijn van het opnemen in de begroting als begrotingssubsidie en op de vraag of deze subsidie eventueel verwerkt kan worden in een volgende begroting van EZK?

Vooruitblik 2027

Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of er gesprekken lopen met ECP over een eventuele voorzetting van de subsidierelatie in 2027 en de jaren daarna. Zo ja, in hoeverre is dit meegenomen in de huidige begroting Economische Zaken? Zo nee, in hoeverre heeft dit invloed op de continuïteit van de bedrijfsvoering van ECP?

Aandacht voor verantwoording

De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van de minister om nadrukkelijker aandacht te schenken aan het voorschrift om de Kamer te informeren bij langdurige subsidies. Wel vragen zij of een dergelijke bepaling ook bij andere ministeries speelt. Kan de minister een overzicht geven van de vraag hoe een bepaling zoals artikel 4, aanhef en onderdeel b, van de Kaderwet is ingeregeld bij andere ministeries? De leden van de CDA-fractie roepen de minister daarom op om de aandacht niet te beperken tot het ministerie van EZK, maar om dit breed onder de aandacht te brengen bij alle ministeries.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake de voortzetting van de subsidierelatie met het ECP. Deze leden hebben echter nog een aantal kritische opmerkingen en vragen over de ontstane governance-structuur rondom de directeur van het ECP die tegelijkertijd directeur is van een eigen private onderneming bij wie het ECP inkoopt, en de wenselijkheid hiervan. De leden van de BBB-fractie hebben daarom de volgende vragen.

Het genoemde rapport ''Evaluatie subsidierelatie ministerie van EZK en ECP'' van de Kwink Groep betreft onderzoek over de periode van 2019 t/m 2022. De leden van de BBB-fractie vragen of de relatie tussen het ministerie van EZK en het ECP daarna gewijzigd is en welke concrete acties de minister sinds de evaluatie over 2019–2022 ondernomen heeft om de inkoopconstructie bij het ECP te heroverwegen, inclusief de vraag of er alternatieve governance- of inkoopmodellen zijn onderzocht. Tevens vragen deze leden waarom er vragen van de pers voor nodig waren om de Kamer te informeren over de overschrijding van de vierjaarsperiode bij de incidentele subsidieverlening, en waarom de minister niet zelfstandig tot de conclusie gekomen is dat de informatieplicht richting de Kamer actief moest worden ingevuld naar aanleiding van het evaluatierapport van de Kwink Groep.

Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie welke expliciete bestuurlijke afweging gemaakt is tussen juridische rechtmatigheid en maatschappelijke uitlegbaarheid bij het besluit om de huidige constructie in stand te houden en voort te zetten, en of voorafgaand aan de subsidieverlening voor 2025 en 2026 is beoordeeld of voortzetting onder dezelfde constructie verenigbaar is met de aanbevelingen uit het evaluatierapport. De leden van de BBB-fractie vragen welk gewicht in deze afweging is toegekend aan de beginselen van goed bestuur, transparantie en integriteit, en hoe deze beginselen concreet zijn meegewogen bij het besluit om de bestaande constructie voort te zetten.

Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of de minister heeft stilgestaan bij precedentwerking van deze constructie voor andere gesubsidieerde instellingen en of er meer van dit soort constructies bekend zijn bij het ministerie of bij andere ministeries.

De leden van de BBB-fractie vragen voorts hoe het risico is beoordeeld op tegenstrijdige belangen tussen publieke taakuitoefening en privaat winstbelang en in hoeverre is onderzocht of deze constructie spanning kan opleveren tussen het publieke belang en het private belang van de uitvoerende onderneming. Ook vragen deze leden welke concrete maatregelen er zijn genomen om het risico op belangenverstrengeling of de schijn daarvan te beperken.

De aanbeveling van Kwink was om transparanter te zijn over de situatie waarin de directie van ECP tevens financieel belang heeft bij de onderneming waar ECP diensten inkoopt. De leden van de BBB-fractie constateren dat hiervoor eerst mediavragen nodig waren. Is er eerder overwogen om deze transparantie uit eigen beweging te vergroten? Zo nee, waarom niet?

Tevens vragen de leden van de BBB-fractie waarom in de aanbiedingsbrief bij het evaluatierapport 4 weinig urgentie te merken was over de governance-spanningen die in het rapport zijn benoemd.

De leden van de BBB-fractie vragen voorts of overwogen is of subsidie het juiste instrument is, gelet op de mate van inhoudelijke sturing, de structurele aard van de relatie en het uitvoeringskarakter van de activiteiten, of dat een opdrachtrelatie juridisch en bestuurlijk passender zou zijn geweest.

De leden van de BBB-fractie vragen daarbij of er na 2022 juridisch advies is ingewonnen over de integriteitsdimensie van deze constructie naast de aanbestedingsrechtelijke beoordelingen.

De leden van de BBB-fractie lezen vervolgens dat in het evaluatierapport wordt verwezen naar een juridisch advies van advocatenkantoor Van Doorne over de aanbestedingsrechtelijke toelaatbaarheid van de constructie. Deze leden verzoeken de minister om dit advies naar de Kamer te sturen. Zij vragen of bevestigd kan worden dat dit advies uitsluitend betrekking heeft op aanbestedingsrechtelijke en staatssteunrechtelijke aspecten, en niet op de integriteitsrechtelijke of governance-dimensie van de constructie. Mocht er ook juridisch zijn geadviseerd over integriteit of tegenstrijdige belangen, dan verzoeken deze leden dit advies eveneens naar de Kamer te sturen.

De leden van de BBB-fractie vragen of kan worden uitgesloten dat besluitvorming over kwaliteit, personele inzet of beëindiging van de samenwerking directe financiële gevolgen heeft voor de zittende directie.

De leden van de BBB-fractie verzoeken tevens om het document naar de Kamer te sturen waaruit blijkt dat voorafgaand aan het verlenen van de incidentele of maatwerksubsidie die de termijn van vier jaar overschrijdt, bestuurlijk is besloten gebruik te maken van de wettelijke uitzondering waarbij overschrijding is toegestaan mits beide Kamers daarover worden geïnformeerd. Deze leden vragen wanneer dit besluit is genomen, op welk niveau binnen het ministerie dat was en of daarbij expliciet is stilgestaan bij de informatieplicht richting de Eerste en Tweede Kamer.

De leden van de BBB-fractie vragen tevens hoe het kan dat gegevens van vóór 2018 niet beschikbaar zijn. Welke archiverings- en bewaartermijnen zijn hier van toepassing? Zijn er ministeries waar historische subsidiedossiers wel volledig toegankelijk zijn en zo ja, welke? Daarnaast vragen deze leden hoeveel incidentele subsidies er bestaan binnen het ministerie van EZK, welk percentage dit is op het totaal aantal verstrekte subsidies en hoeveel van deze subsidies geen specifieke wettelijke regeling met subsidieplafond kennen waarbij meerdere partijen kunnen meedingen.

Tevens vragen de leden van de BBB-fractie of er een centraal subsidieregister is waarin alle typen, soorten en varianten subsidies zijn opgenomen, zowel begrotingsgedekte als niet-begrotingsgedekte subsidies. Indien dit niet het geval is, zouden deze leden erover geïnformeerd willen worden welke ministeries hier wel over beschikken.

Tenslotte vragen de leden van de BBB-fractie hoe de aanbevelingen uit het rapport van Kwink worden overgenomen voordat er een besluit over voortzetting na 2026 genomen wordt.

II Antwoord / Reactie van de minister


  1. Bijlage bij Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92.↩︎

  2. Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 92.↩︎

  3. Idem.↩︎

  4. Idem.↩︎