Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZ en J&V, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D09379, datum: 2026-03-02, bijgewerkt: 2026-03-03 09:53, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-02 10:00: Wetgevingsoverleg commissie Digitale Zaken ter behandeling van de ontwerpbegrotingen BZK, EZ en J&V, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Digitale Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, De ontwerpbegrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitale zaken
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 2 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, over:
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 september 2025 inzake plan van aanpak voor de periodieke rapportage over begrotingsartikel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (30985, nr. 68);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (36800-VII);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (36800-XIII);
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (36800-VI);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 3 oktober 2025 inzake verzamelbrief digitalisering oktober 2025 (26643, nr. 1423);
de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (commissie voor Digitale Zaken) (36800-VII, nr. 13);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 november 2025 inzake stand van zaken investeringsagenda (26643, nr. 1435);
de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 18 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (commissie voor Digitale Zaken) (36800-XIII, nr. 11);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 21 november 2025 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (commissie voor Digitale Zaken) (36800-VI, nr. 16);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 9 december 2025 inzake plan van aanpak voor aangenomen ontraden moties ingediend tijdens het notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie d.d. 29 september 2025 en het tweeminutendebat Telecomraad (informeel) d.d. 9 oktober 2025 (26643, nr. 1441);
de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 december 2025 inzake verzamelbrief digitalisering december 2025 (26643, nr. 1450).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Digitale
Zaken,
Kathmann
De griffier van de vaste commissie voor Digitale Zaken,
Boeve
Voorzitter: Kathmann
Griffier: Boeve
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Van den Berg, El Boujdaini, Ceder, Emiel van Dijk, Kathmann, Rajkowski en Zwinkels,
en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en de heer Van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Beste allemaal, ik open deze vergadering van de vaste commissie voor
Digitale Zaken. Aan de orde is het wetgevingsoverleg over de
ontwerpbegrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft
die zien op digitale zaken. Ik heet vandaag bijzonder van harte welkom
de bewindspersonen, de staatssecretaris van EZK, mevrouw Aerdts, en de
staatssecretaris van BZK, de heer Van der Burg. Wat zijn jullie toch
bofkonten dat jullie een hele week hebben gehad om jullie volledig voor
te bereiden op al die begrotingen!
Staatssecretaris Van der Burg:
Zelfs dat niet eens!
De voorzitter:
Nee, precies: niet eens een week, inderdaad. Dat maakt het extra fijn
dat u er bent. Natuurlijk ook van harte welkom aan mijn
collega-Kamerleden. We hebben vandaag in totaal zeven uur de tijd voor
dit wetgevingsoverleg. Ik denk dat we in de eerste termijn beginnen met
vier interrupties per fractie. Zorg ervoor dat een vervolgvraag ook echt
een vervolgvraag is en houd het ook een beetje kort. Dan bepalen we aan
de hand van de tijd die nog beschikbaar is voor de tweede termijn, wat
we doen met de interrupties in tweede termijn, want meer dan zeven uur
hebben we gewoon niet.
Het is misschien voor de kijkers thuis en de mensen op de publieke
tribune niet helemaal een begrip, maar we hanteren hierbij de
sprekersvolgorde van de begrotingsbehandelingen. Daarom moet ik nu even
mevrouw Rajkowski van de VVD vragen om het voorzitterschap van mij over
te nemen, zodat zij het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid
het woord kan geven.
Voorzitter: Rajkowski
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de eerste spreker, mevrouw
Kathmann van GroenLinks-PvdA, voor haar inbreng.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De digitale wereld staat in de fik. Miljarden
euro's worden doorgesluisd naar het internationale grootkapitaal,
sociale media vergiftigen onze samenleving en onze hele digitale
overheid wordt in de uitverkoop gedaan. Of het nou DigiD, de NS of de
Belastingdienst is: Nederland draait bijna volledig op Amerikaanse
computers. Bedrijven en overheden weten steeds meer van ons. Met één
datalek ligt al onze informatie op straat, zoals we konden zien bij
Odido en het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.
Er zijn miljoenen Nederlanders die digitaal in de steek worden gelaten,
voor wie het internet ingewikkeld is, die er niet uitkomen met de
lastige formulieren en websites van de overheid. Ik heb het over mensen
die recht hebben op financiële steun, maar die niet krijgen omdat DigiD
te ingewikkeld is, en over Nederlanders voor wie internet en een
telefoontje naast alle andere hoge kosten gewoon te duur is. Kortom, we
staan voor een gigantische klus met z'n allen.
Mevrouw Aerdts en meneer Van der Burg: welkom in de commissie voor
Digitale Zaken! Ik zei het net al als voorzitter en nu ook nog als lid
van de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het is geweldig
nieuws dat u er bent. Onze digitale wereld vraagt om een kabinet met een
visie, met daadkracht, met plannen, met geld en met een mandaat. Er is
geen tijd te verliezen.
Tegenover u zit een commissie met leden wiens handen jeuken. Van links
tot rechts hebben wij de afgelopen jaren een koers uitgestippeld.
Nederland moet los van het bigtechinfuus. We hebben een sterke
techindustrie nodig en we moeten Nederland digitaal veiliger maken. We
knokken in Europa voor onze privacy en stevige wetten om het internet
vrij en veilig te houden. We maken de overheid, de zorg en het onderwijs
digitaal toegankelijk. In deze commissie is er geen gebrek aan
denkkracht, durf ik wel te zeggen.
GroenLinks-Partij van de Arbeid wil graag dingen in gang zetten. Wij
zitten hier niet om moeilijk te doen, maar vooral om dingen te bereiken.
Daarom heb ik vandaag een aantal moties voorbereid en ook gedeeld met
andere partijen, te beginnen met cyberveiligheid. Pas als dingen fout
gaan, realiseren wij ons het belang van digitale veiligheid. Vorige week
zijn de gegevens van miljoenen Nederlanders bruut gelekt. Het is
onderwerp van gesprek geworden. Dit weekend ging het op
kringverjaardagen door het land vaak over de vraag: ben jij ook
Odidoklant? Mensen zijn terecht bezorgd. Nog nooit zijn er zo veel
persoonsgegevens op straat terechtgekomen. Ik mag verwachten dat het
kabinet er alles aan doet om slachtoffers te helpen en om ook Odido bij
te staan. Een aanval op deze schaal is niet meer iets tussen een bedrijf
en zijn klanten. Dit is een zaak van nationaal belang.
100% veilig bestaat natuurlijk niet. Dat weten we allemaal. Geen enkel
bedrijf kan je garanderen dat er nooit een cyberaanval zal komen. Het is
daarom extra belangrijk om standaard digitale hygiëne toe te passen,
zodat het risico zo klein mogelijk wordt. Dat doe je door goed
databeleid, handhaving van bewaartermijnen, maatregelen tegen phishing
en door digitale vaardigheden te ontwikkelen op de werkvloer. Steeds
meer bedrijven stellen bijvoorbeeld een digitale hulpverlener aan. Het
is natuurlijk zorgwekkend dat dit kon gebeuren. Vanzelfsprekende
veiligheidsmaatregelen waren niet genomen. Er waren zo veel data
opgeslagen en die werden veel te lang bewaard. Mensen willen terecht
weten waar ze aan toe zijn. Ik verwacht dat het kabinet open en eerlijk
zal zijn over de gevolgen van de hack. Mijn vraag is: hoe blijft u
Nederland hierover informeren de komende tijd?
Mensen willen meer dan alleen informatie; ze willen ook wat doen. Dat
geldt met name voor kwetsbare groepen, voor wie het lekken van gegevens
nog pijnlijkere gevolgen kan hebben. Denk aan vrouwen in onveilige
thuissituaties van wie de privégegevens, zoals een huisadres en
telefoonnummer, nu al op het darkweb staan. Dat is gewoon echt een
onacceptabel risico. De Digitale Dolle Mina's, een groep vrouwen die
zich inzet om de digitale wereld terug te winnen voor het publieke
belang, hebben praktische tips gedeeld, namelijk: dataminimalisatie moet
altijd het uitgangspunt zijn binnen organisaties, zorg voor extra
beveiliging van informatie van kwetsbare groepen, stop met het opslaan
van gedetailleerde verhalen over geweld en dreiging, en communiceer
transparant met tips, gericht op verschillende doelgroepen. Wat ben ik
blij dat je bij de Digitale Dolle Mina's terechtkan voor hulp en
informatie, maar dat zou je ook van de overheid verwachten. Daarom vraag
ik het kabinet om het stappenplan van de Digitale Dolle Mina's te
steunen. Welke stappen gaat dit kabinet zelf zetten om na een groot
datalek mensen gerust te stellen en praktische tips te geven? Kan dat
ook met oog voor kwetsbare groepen wier informatie nog gevoeliger
is?
De tijd is eigenlijk rijp voor een nationaal plan voor digitale
veiligheid. We moeten burgers op weg helpen en laten zien dat je dingen
kan doen om jezelf te beschermen. Daarom pleit GroenLinks-Partij van de
Arbeid al langer voor een basispakket digitale veiligheid: een nationale
voorziening voor burgers die bestaat uit een soort digitaal EHBO-pakket,
met daarin een VPN, een adblocker, een wachtwoordmanager en
antivirussoftware. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil dat de overheid
de touwtjes in handen neemt. Ga samen met bedrijven optrekken om iets
volledig nieuws te bouwen, iets wat werkt voor iedereen, iets wat gewoon
één centrale plek is voor je essentiële beveiliging. Bouw samen met
Nederlandse ICT'ers een pakket met open software, veiligheidssoftware.
Biedt dat centraal aan. Zorg dat het op alle apparaten beschikbaar is en
dat het is gemaakt met oog voor gebruiksgemak, zodat iedereen het kan
gebruiken.
Cyberveiligheid is helaas voor heel veel mensen niet bereikbaar. Het is
te ingewikkeld om te installeren, er is zo veel op de markt dat je
keuzestress krijgt of het is simpelweg gewoon te duur. In deze digitale
wereld moet je veiligheid eigenlijk ook niet privatiseren. Daar zijn de
uitdagingen gewoonweg te groot voor. Ik snap dat hier al een markt voor
is, maar als die niet levert wat mensen nodig hebben om zich nu te
beschermen, dan moet je wat nieuws doen. Ik vraag het kabinet om met mij
mee te denken over hoe zo'n basispakket digitale veiligheid eruit zou
kunnen zien en op welke manier je dat kan realiseren.
Met digitale veiligheid kan je natuurlijk niet jong genoeg beginnen.
Laatst bleek uit onderzoek van onder andere Stichting HackShield dat
minstens de helft van de jongeren online onveilige situaties meemaakt.
Bijna 90.000 kinderen hebben meegedaan aan dat onderzoek, dus het is een
ongekend grote peiling. Dat moet ons aan het denken zetten. Je gunt
ieder kind namelijk een veilige online omgeving met leuk sociaal
contact. Daar moet je ze bij helpen, maar voor veel mensen is het
ingewikkeld om met hun kinderen over de online wereld te praten.
Gelukkig zijn er organisaties zoals HackShield, die speelse lespakketten
maken die honderdduizenden kinderen in het klaslokaal bereiken. Het
blijkt dé manier te zijn om ingewikkelde situaties die kinderen online
meemaken, bespreekbaar te maken. De grootste digitale talentjes worden
ook nog beloond als cyberhero. Een aantal daarvan worden de ethische
hackers van de toekomst.
Op 5 februari kwam HackShield naar de Tweede Kamer om met ons te praten.
Hoewel hun werk een groot succes is, blijft het financieel een uitdaging
om snel op de laatste online trends te kunnen reageren. Hoe sneller er
een nieuwe les is ontwikkeld, hoe beter die aansluit op wat jongeren
echt meemaken. HackShield kan per kwartaal een lespakket maken, maar dat
kost geld. Momenteel krijgt HackShield alleen bijdragen van scholen,
gemeenten en private fondsen. GroenLinks-Partij van de Arbeid stelt
vandaag voor om vanuit verschillende ministeries een steentje bij te
dragen aan deze lessen, die nu al talloze klaslokalen bereiken. Dat
stellen we ook voor in de initiatiefnota Veilig online, die is ingediend
door onze oud-collega's Rosemarijn Dral van de VVD en Marieke Koekkoek
van Volt, en die ik binnenkort mede zal verdedigen. We pleiten daarin
voor een structurele financiering van organisaties die werken aan
digitale veiligheid. Laten we in de tussentijd alvast wat doen en
bijdragen aan het werk van HackShield. Het ontwikkelen van een lespakket
kost €250.000 per jaar. Al is dat heus een groot bedrag, we kunnen dat
minstens voor het komende jaar ophoesten. In de initiatiefnota staan al
voorstellen voor dekkingen, zoals onbenut geld dat bestemd is voor
digitale vaardigheden, preventie en cyberveiligheid, maar ik vraag de
staatssecretaris graag om mee te denken over een geschikte
dekking.
We hebben online echt wat te beschermen. Om onze cyberveiligheid te
vergroten, moeten we voorkomen dat er zo ontiegelijk veel data over ons
rondslingeren. Privacy is niet voor niets een grondrecht. Het recht op
bescherming tegen de overmacht en datahonger van grote bedrijven en de
overheid is in 2026 van essentieel belang. De allergrootste bedrijven
ter wereld worden schatrijk van onze data. Het stelen, koppelen en
doorverkopen van onze data is hun verdienmodel. Ook de overheid kan er
wat van. Soms is het uit onkunde, omdat verouderde ICT-systemen het
moeilijk maken om gegevens te wissen of omdat databescherming op de
werkvloer nog niet tussen de oren zit, maar te vaak is het uit onwil,
omdat zo veel data van burgers verzamelen ook wel heel handig blijkt te
zijn als je mensen wil profileren of surveilleren.
Een kabinet dat zegt voor digitale veiligheid te zijn, moet een visie
hebben op de manier waarop we met de data van burgers omgaan. Goede
databescherming is de allerbeste manier om cyberveilig te zijn. Als je
dat goed wil doen, moet je dus actief opkomen voor privacy en je altijd
verzetten tegen massasurveillance. In nationale wetten, in ons beleid en
ook in onderhandelingen over Europese regels moet Nederland knokken voor
maximale cyberveiligheid. De Kamer heeft dit al bevestigd door keer op
keer te stemmen voor het recht op end-to-endencryptie en te zeggen dat
deze niet omzeild mag worden, en door het kabinet de opdracht te geven
om in Europa kritisch te zijn op wetten die onze privacy kapotmaken. Ik
wil als Kamerlid zeker weten dat dit ook het uitgangspunt blijft van het
kabinet. Ik zal daar zo ook een motie over indienen.
Het kabinet is ambitieus op het gebied van digitale zaken. Althans, op
papier staan er een hele hoop goede dingen. De afgelopen jaren hebben we
die in de commissie vaak genoeg gezien. We roepen dan op papier de
wereldvrede uit en vervolgens verandert er in de praktijk niet heel
veel. Ik wil voorkomen dat we straks allemaal weer in Groundhog Day
terechtkomen. Er zijn al een hoop belangrijke debatten geweest en de
Kamer heeft al duidelijk gezegd welke kant het beleid op moet. Uw
voorgangers schreven ook al de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren
en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. De basis ligt er al. Ik zou
zeggen: doe daar de waslijst van aangenomen Kamermoties en de
initiatiefnota's van de afgelopen twee jaar bij, schiet er een nietje
doorheen en ga aan de slag. Ik zal ook met een motie voorstellen om dit
te doen; als het nodig is, hoor, want u kunt dat natuurlijk ook alvast
zelf bestendigen.
Een laatste kopzorg die ik graag wil oplossen, zit 'm in de centen. Ik
ga straks nog wat meer dingen zeggen over de begroting, maar ik verklap
alvast dat GroenLinks-Partij van de Arbeid bezorgd is over het budget
voor digitalisering. Er wordt al jaren geen geld vrijgemaakt voor de
grote ambities voor ICT. Uw voorganger, Eddie van Marum, maakte al een
berekening. Er is ongeveer 950 miljoen per jaar nodig voor de
Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat is hét grote plan voor een
onafhankelijk digitaal Nederland. Dat wordt straks betaald door het Rijk
samen met andere overheden en organisaties, maar we hebben nog geen idee
wat het Rijk bereid is te betalen. Wat we eigenlijk nodig hebben, zijn
digitale Deltawerken. Deze tijd vraagt om een ongelofelijke
transformatie van onze ICT, zodat burgers er altijd op kunnen rekenen.
Zonder investeringen blijft het bij overlegtafels en onderzoeken. Ik wil
weten of dit kabinet bereid is om die keuze te maken. Met een motie zal
GroenLinks-Partij van de Arbeid vragen om op Prinsjesdag duidelijk te
maken welk deel van die 950 miljoen euro het Rijk zal gaan betalen en
hoe we dat gaan doen. Pas als we die keuze maken, kunnen we dingen in
gang zetten en Nederland digitaal veilig maken.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben dolgelukkig om hier tegenover een nieuw
kabinet met frisse ideeën te zitten. Maar het allerliefst zat ik
tegenover één minister van Digitale Zaken, iemand die echt de politieke
eindbaas is over onze ICT en al het digitale beleid. Zij is er niet
gekomen en dat is doodzonde. Je kan het ook optimistisch zien: in plaats
daarvan hebben we twéé staatssecretarissen Digitale Zaken. De een gaat
over het digitale beleid, de ander gaat over de digitale uitvoering. Het
was een grote verrassing toen ik dat zag, moet ik bekennen. We hebben nu
een staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Zij is
verantwoordelijk voor de infrastructuur en de autonomie, de digitale
overheid, de digitale samenleving en de Digitale Dienst, waar ik straks
nog wat vragen over heb. Dan is er de staatssecretaris Slagvaardige
Overheid. Hij is de baas over AI binnen de overheid, de
informatieveiligheid, digitale toegankelijkheid en ICT-organisaties
zoals SSC-ICT en Logius, toevallig precies de dingen die zijn collega
juist weer mag gaan coördineren. Er is ook een minister van Justitie en
Veiligheid. Die mag dan weer gaan over de cyberveiligheid, toevallig de
enige digitale zaak waar wél wat geld voor lijkt te zijn. Zijn
staatssecretaris gaat dan weer over het beschermen van data en de
Autoriteit Persoonsgegevens.
Mijn punt is duidelijk: het is gewoon wat ingewikkeld geworden. Dit is
voor mij als Kamerlid best lastig te volgen, laat staan als je als
burger meekijkt. Ik ga daarom deze ene keer wat vragen stellen over hoe
jullie de rollen verdeeld hebben, zodat het daarna ook gewoon duidelijk
is. Hoe is deze verdeling gemaakt? Waarom zijn bepaalde dingen bij
Binnenlandse Zaken belegd en andere weer bij Economische Zaken? Was het
niet verstandiger geweest om zowel het beleid als de
uitvoeringsorganisatie bij één bewindspersoon te beleggen, zodat één
iemand helemaal de baas is? Wat zijn de voordelen van deze verdeling?
Zijn er in de formatie adviezen gemaakt waarop deze verdelingen zijn
gebaseerd en, zo ja, kunnen we die als Kamer dan ontvangen? Dat zou de
boel namelijk een stuk duidelijker maken. Op papier oogt het allemaal
niet zo slagvaardig en efficiënt, maar ik hoop dat de
staatssecretarissen het tegendeel bewijzen. Ik hoop voor ons en de
bewindspersonen dat we straks niet voor elk debat weer iedereen samen
moeten uitnodigen of nog meer bewindspersonen moeten uitnodigen. Dat is
wel gezellig hoor, en als het nodig is, zullen we dat ook zeker doen.
Eén ding hebben de staatssecretarissen in ieder geval gemeen, en dat is
dat ze allebei eigenlijk geen geld hebben, op de begroting niet en in de
financiële bijlage van de coalitieplannen niet. Dat is jammer, want de
digitale ambities vallen of staan met de centen. Ik maak me daar echt
zorgen over. Hoe denkt het kabinet al die ambities waar te maken zonder
geld? Wanneer kunnen we een stevig financieel voorstel verwachten?
Het lijkt hier serieus weleens Groundhog Day, want elk jaar hebben we
ditzelfde gesprek. Om als Kamerlid mijn werk te doen, moet ik weten hoe
het geld wordt verdeeld, maar antwoord op de grote financiële vragen
krijgen we heel vaak niet, dus moeten we het doen met de kostenpost ICT,
waarvan eigenlijk niemand me ooit goed kan vertellen wat die is. Ik ga
het dus nog een keer proberen: wat gaan deze staatssecretarissen doen om
de Kamer meer inzicht te geven in de uitgaven op het gebied van Digitale
Zaken? Gaan zij hun stinkende best doen om bestaande budgetten voor
digitalisering zo veel mogelijk samen te brengen en duidelijk inzicht te
geven in waarvoor het wordt gebruikt? Gaat het kabinet komen met één
begroting voor Digitale Zaken, zodat we politieke besluiten kunnen nemen
over hoe het geld verdeeld wordt voor dit onderwerp?
Dan de autonomie. GroenLinks-Partij van de Arbeid strijdt voor een
sociaal, groen en digitaal Nederland. Digitalisering is nooit een doel
op zich, maar een middel om de macht in onze samenleving eerlijker te
verdelen. Het is een manier om duurzame innovatie aan te jagen, om onze
economie sterk en onafhankelijk te maken, zodat die werkt voor mensen en
niet voor het grote geld. Over dat laatste lees ik hele mooie woorden.
Nog nooit heeft een kabinet zo stellig gezegd dat we digitaal autonoom
moeten worden. Dat is goed, want dat is precies waar de Kamer het van
links tot rechts over eens is. Ik herken een hoop punten uit mijn
initiatiefnota uit 2024, Wolken aan de horizon, die ik samen met
oud-Kamerlid Jesse Six Dijkstra schreef over cloudonafhankelijkheid. Ook
de brede oproep van partijen uit het stuk Ons Digitaal Fundament is heel
goed aangekomen. De centrale digitale dienst die we graag willen, gaat
er gewoon komen. De invulling van de digitale dienst is nog wel een
uitdaging. Ik ben benieuwd hoe het kabinet dit gaat oppakken. Hoe zien
de staatssecretarissen één digitale dienst voor zich? Welke competenties
moeten in zo'n digitale dienst terechtkomen voor het beste resultaat?
Welke ICT-organisaties gaan mogelijk op in zo'n digitale dienst? Is het
aan de staatssecretaris Slagvaardige Overheid of aan de staatssecretaris
Digitale Economie om dit vorm te geven? Is het kabinet bereid om
verschillende opties aan de Kamer voor te leggen, zodat er een politiek
debat kan zijn over de voor- en nadelen van verschillende
uitwerkingen?
Over autonomie heeft de Kamer ook genoeg gezegd. Vorig jaar hebben we
hier vaker debatten over gehad, met als uitkomst een stevige opdracht:
maak van de overheid een marktmeester die alternatieven voor big tech
inkoopt, stop met onnodige migraties naar de Amerikaanse cloud, maak een
plan B en een exitstrategie voor de ICT waarvan we nog afhankelijk zijn,
ga samen met Nederlandse bedrijven een veilige rijkscloud bouwen, en
stel een doel; in 2029 moet 30% van de clouddiensten van de overheid in
Nederlands-Europese handen zijn. Dit waren moties van mij en mijn
collega's. Ik vraag het kabinet om deze uit te voeren. Kunnen de
staatssecretarissen uitleggen hoe zij dat gaan doen en wat zij
daadwerkelijk anders gaan doen dan hun voorgangers, zodat de plannen van
de Kamer ook worden uitgevoerd?
Dan de jongeren. Het is goed dat het kabinet plannen heeft voor de
onlineveiligheid van jongeren. Het internet hoort veilig, leuk en vrij
te zijn, maar door de gierigheid en de machtslust van big tech raken we
eigenlijk steeds meer vrijheid kwijt. De techbro's van Trump pompen
sociale media vol met haat en nepnieuws. Algoritmes maken ons verslaafd
aan onze telefoons, zodat er nóg meer data van ons kunnen worden
gestolen. Inmiddels weten zowel de techbedrijven als de cybercriminelen
alles van ons. Het is keihard nodig dat we de macht van big tech
openbreken met strenge wetten in Nederland en in Europa.
GroenLinks-Partij van de Arbeid beseft volledig dat het prikken is in
een wespennest, want de techlobby en de furie van Trump liggen op de
loer. Jaarlijks geeft big tech zo'n 150 miljoen euro uit aan lobby in
Brussel. Amerikaanse ambassades hebben de opdracht gekregen om te
lobbyen tegen de Europese internetwetten. Het huis van afgevaardigden
heeft zelfs de frontale aanval geopend op onze toezichthouder, de ACM,
en ngo's die zich inzetten voor privacy, omdat die in strijd zijn met de
belangen van Elon Musk en Mark Zuckerberg. We moeten bereid zijn om die
strijd aan te gaan, want we kunnen 'm winnen. Beter nog: we móéten 'm
winnen — voor de digitale veiligheid, de privacy en de vrijheid van
onszelf en van onze kinderen. De Kamer is hier al heel lang duidelijk
over. Er moet een Europees, en anders een Nederlands, verbod komen op
verslavende algoritmes. We moeten de internetwetten volop blijven
handhaven en versterken. Kom met een digitale kijkwijzer, zodat kinderen
en opvoeders weten wat de risico's zijn van onlineplatforms. Kan het
kabinet vertellen hoe het deze wensen van de Kamer gaat uitvoeren en
wanneer we actie kunnen verwachten? Wat mist er nog? Dit waren allemaal
dingen om uit te werken, wat het kabinet op papier al belooft. Helaas
zijn er ook een paar dingen die ik volledig mis en waar ik aandacht voor
wil vragen. Daarna is het klaar hoor.
Ik wil beginnen met digitale inclusie. Digitalisering is een kans,
zolang iedereen de kans krijgt om ervan te profiteren. We weten echter
dat het tegenovergestelde ook waar is. Voor zo'n 4 miljoen Nederlanders
is online dingen regelen weleens lastig. Voor 2,5 miljoen mensen is dat
eigenlijk structureel een probleem. Er zijn te veel mensen in Nederland
die digitaal in de knel zitten.
Al jaren strijd ik voor Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO's.
Dat is dé plek waar je alle vragen over het internet kunt stellen. Er
zijn er al honderden van in Nederland, in allerlei bibliotheken en
buurthuizen. Toen het vorige kabinet hierop wilde bezuinigen, wist de
Tweede Kamer dit met veel moeite terug te draaien. Ik ben daar
ongelofelijk blij mee, maar het is niet genoeg. De IDO's redden namelijk
gewoon mensenlevens. Dat heb ik met mijn eigen ogen gezien toen ik een
paar dagen meeliep met het IDO in Rotterdam. Er kwam een dwarsdoorsnede
van Nederland binnen: jong, oud, man, vrouw, mensen met allerlei
achtergronden. Eén meneer blijft me nog steeds bij. Hij was 67 en had
last van een hartkwaal. Hij was soms dakloos, maar altijd thuisloos. Het
lukte hem niet om digitaal een AOW aan te vragen. Dat geld had hij hard
nodig. Een IDO-medewerker hielp hem die aanvraag te doen. Hij werd niet
doorverwezen, maar direct geholpen. Ik ben er echt van overtuigd dat dit
zijn leven heeft gered. De IDO's zijn een voorbeeld van hoe je mensen op
weg helpt, zonder bureaucratisch gedoe. In die loketten wordt geweldig
werk gedaan, voor een hele kleine prijs. Ik vraag daarom aan de
staatssecretarissen nogmaals het volgende: hoe zien zij de rol van de
IDO's in een Nederland dat steeds digitaler wordt? Heeft het kabinet de
ambitie om de IDO's verder te versterken, zodat nog meer mensen hun
vraag ergens kwijt kunnen en goed geholpen kunnen worden? Is het kabinet
bereid om te kijken of de IDO's een plekje in de wet kunnen krijgen,
zodat per wet geregeld is dat burgers recht hebben op deze dienst?
Laten we wel wezen: de digitale wereld is niet alleen ingewikkeld, maar
ook nog eens flink duur. Tel het maar bij elkaar op: je eigen telefoon,
alle apparaten die je kinderen nodig hebben voor school, het
internetabonnement zelf en genoeg mobiele data. Voor veel gezinnen in
armoede is dat echt veel te veel. Volgens GroenLinks-Partij van de
Arbeid is internet een basisvoorziening, want zonder verbinding val je
al snel buiten de boot. Daarom heb ik in 2024 een motie ingediend om met
de internetproviders in gesprek te gaan en betaalbaar internet te
regelen voor huishoudens in armoede. Is die motie inmiddels uitgevoerd?
Op welke manier zorgen we ervoor dat elke Nederlander internet heeft,
ongeacht de dikte van diens portemonnee? Is het kabinet het met
GroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat internet een basisvoorziening
is? Wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat niemand wordt
buitengesloten van de digitale wereld? De digitale kloof doet zich ook
voor in de cyberveiligheid. Stichting Allemaal Digitaal deelde daarover
een belangrijke waarschuwing. Er is een grote groep mensen die hun
toegang verliezen tot hun bankrekening en DigiD doordat Android en Apple
de besturingssoftware van oude smartphones niet meer bijhouden. Een
andere groep kan die updates nog wel installeren, maar vindt dat heel
ingewikkeld. Kortom, wat gaat de overheid doen om mensen te laten weten
dat hun telefoons mogelijk verouderd raken en dat veiligheidsupdates
noodzakelijk zijn? Dit speelt nu, want het speelt in maart en het is
vandaag 2 maart. Hoe zorgt dit kabinet ervoor dat nieuwe hardware, zoals
een gebruiksvriendelijke telefoon om zaken met de zorg en de overheid te
kunnen doen, bereikbaar is voor alle huishoudens?
Dan nog iets wat mist in de kabinetsplannen: een visie op onlinerechten.
Ik had het er al over: privacy is geen luxe maar broodnodige
cyberveiligheid. Dit is een onderwerp waar het kabinet en de Tweede
Kamer wel vaker op botsen. Denk aan het voorstel in Brussel voor
chatcontrole, oftewel de CSAM-verordening. Het is volstrekt onacceptabel
dat heel Europa te maken zou krijgen met massasurveillance en dat al
onze appjes gescand zouden moeten worden. De Kamer heeft meermaals
gezegd: dat mag nooit gebeuren. Eind vorig jaar heeft de Kamer nog een
voorbehoud gemaakt ten aanzien van de Omnibuswetten van Europa. In dit
dereguleringspakket van de Europese Commissie zitten plannen om
privacywetgeving en AI-regulering te verzwakken. De Kamer heeft het
kabinet op pad gestuurd met harde voorwaarden om dat te voorkomen. Maar
in de plannen van het kabinet lees ik niks over dingen zoals het recht
op end-to-endencryptie of het beschermen van online anonimiteit. Er
staat zelfs dat het kabinet de Omnibuswetten steunt, terwijl de Kamer
toch duidelijk heeft gezegd dat het niet ten koste mag gaan van
belangrijke rechtsbescherming. Kortom, ik vraag aan dit kabinet: wat is
de visie op het recht op end-to-endencryptie en online anonimiteit, hoe
kijkt dit kabinet naar de Europese CSAM-verordening, dat plan voor
chatcontrole en de waarschuwing van de AIVD dat dit onze nationale
veiligheid zou aantasten? En steunt dit kabinet de Omnibus Digitaal en
de Omnibus AI?
Dan zijn er nog allerlei keuzes die gemaakt moeten worden over de
infrastructuur. We moeten namelijk als een speer gaan investeren in
nieuwe zeekabels. Niet voor niks droeg ik met Prinsjesdag de
zeekabelhoed, die nu elk jaar doorgegeven gaat worden aan een ander
digitaal Kamerlid. De markt heeft namelijk gefaald. Het lukt de private
partijen maar niet om zeekabels aan te leggen. Als de overheid op haar
handen blijft zitten, worden we door al onze buurlanden ingehaald en
komt er straks nooit meer een zeekabel naar Nederland. Onze kabels zijn
oud en worden binnenkort ontmanteld, dus wat gaan we doen? Gaan we staan
kijken terwijl onze digitale infrastructuur in elkaar zakt of gaan we
ambitieus investeren in datakabels?
De Kamer heeft allerlei moties aangenomen die oproepen om nieuwe kabels
in Nederland aan te landen. Eentje spreekt uit dat we een Arctische
zeekabel naar Nederland willen halen met publieke financiering, eentje
vraagt om de Far North Fiber hierheen te halen en nog eentje vraagt om
een plan om Caribisch en Europees Nederland te verbinden met een nieuwe
zeekabel. Ik ben wel benieuwd wat het kabinet met deze aangenomen moties
gaat doen. Gaat de staatssecretaris op de volgende begroting geld
vrijmaken voor digitale infrastructuur en het aanleggen van deze nieuwe
kabels? Zijn we het met elkaar eens dat de markt die kabels niet gaat
leggen, maar dat we met publieke investeringen wel stappen kunnen
zetten? Gaat het kabinet de publieke financieringsopties die zijn
uitgewerkt naar aanleiding van mijn motie ook echt verder uitwerken en
hiervoor gebruiken?
Ook voor AI-infrastructuur tikt de tijd maar door. In dit voorjaar
worden er vijf AI-gigafabrieken aanbesteed in Europa. Dit is een enorme
hoop rekenkracht, die we kunnen realiseren met Europees geld.
Nederlandse spelers bereiden zich ook voor om mee te doen, maar het is
onduidelijk of het Rijk ook iets gaat doen. Daarom vraag ik de
staatssecretaris hoe zij kijkt naar de komst van een AI-gigafabriek naar
Nederland, wat de rol van zo'n gigafabriek in de digitale infrastructuur
in Nederland zou zijn, of het kabinet het plan steunt en wat het gaat
doen om het succesvol naar Nederland te halen. Een sterke infrastructuur
houdt ons veilig. Het is nodig dat Defensie ook aan tafel zit als er
gepraat wordt over zeekabels en soevereine datacenters. Beter nog, de
Kamer heeft met een motie ook gevraagd om Defensie structureel te
betrekken bij digitalisering. Hoe gaan deze staatssecretarissen
samenwerken met hun Defensiecollega's om in het nationale belang de
digitale infrastructuur te versterken? Is het een optie om bepaalde
…
De voorzitter:
Excuus, mevrouw Kathmann. Ik ga u toch even onderbreken. Het is een WGO,
dus u mag onbeperkt spreken. Wel wil ik aangeven dat u 30 minuten had
opgegeven voor de eerste en tweede termijn bij elkaar. U zit op 25
minuten. U mag natuurlijk spreken zolang u wilt, maar in het kader van
verwachtingsmanagement wil ik even vragen hoeveel u ongeveer nog
moet.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ik ben bijna klaar. Ik lig helemaal op schema, althans, mijn eigen
schema.
De voorzitter:
Oké. Ga uw gang.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
De vraag was: hoe gaan deze staatssecretarissen samenwerken met hun
Defensiecollega's om in het nationale belang de digitale infrastructuur
te versterken? Is het een optie om bepaalde projecten samen met Defensie
te financieren? Zo ja, welke projecten zouden dat kunnen zijn?
Ik ga afronden, maar niet voordat ik dit laatste belangrijke punt maak.
In de plannen van het kabinet staat niks over digitalisering in
Caribisch Nederland. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba lopen nu al tegen
de limieten van de digitale infrastructuur aan. Als we goede ICT-plannen
maken voor Europees Nederland, wordt elke keer eigenlijk weggekeken van
hoe we die voor Caribisch Nederland ook laten werken. Kabinet na kabinet
belooft dat de digitale dienstverlening in het hele Koninkrijk gelijk
moet zijn — dat is gelijkwaardigheid — maar elke keer dat er een datawet
of ICT-wet wordt gemaakt, wordt Caribisch Nederland vergeten. De
schouders worden opgehaald, want het is duur of ingewikkeld. Daarom
diende ik vorig jaar een motie in, die unaniem is aangenomen, om de
privacybescherming in heel het Koninkrijk op gelijk niveau te krijgen.
Dat vraagt om forse investeringen in betere ICT op de Caribische
eilanden. Daarover gaan mijn laatste vragen aan het kabinet. Wat is de
visie van dit kabinet op digitalisering in het hele Koninkrijk? Wat gaat
het kabinet doen om de digitale infrastructuur en ICT in Caribisch
Nederland te versterken? Kunnen we dan van dit kabinet verwachten dat
wetgeving over digitalisering ook altijd van toepassing wordt in
Caribisch Nederland?
Het moge duidelijk zijn dat dit geen saaie jaren worden. Op het gebied
van digitale zaken is er nog een hele wereld te winnen. Ik kijk er
oprecht naar uit om met dit kabinet samen te werken om al die goede
ambities waar te maken. Ja, er bestaat wel degelijk zoiets als een
linkse cloud en rechtse wifi. Het hoort ook in de politiek dat je van
mening verschilt, maar in deze commissie geldt dat voor zo'n 20% van de
onderwerpen. Laten we met z'n allen ook gewoon blijven kijken naar de
80% van de onderwerpen waar we van links tot rechts echt allemaal achter
staan, maar die daardoor ook weleens vergeten worden of vertraging
oplopen. Ik kijk ook uit naar de antwoorden van de staatssecretarissen.
Ik wens u allebei, en natuurlijk alle medewerkers en alle mensen achter
de schermen, heel veel succes, niet alleen met de beantwoording van de
deze stapel vragen.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Ik geef het voorzitterschap weer terug aan mevrouw
Kathmann.
Voorzitter: Kathmann
De voorzitter:
Ja, dank u wel, voorzitter. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw
Rajkowski van de VVD. O, mevrouw El Boujdaini van D66, bedoel ik. Sorry,
we zitten in begrotingsvolgorde; dat klopt.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ja, dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin wil ik ook graag de nieuwe
bewindspersonen welkom heten. Ik kijk heel erg uit naar de constructieve
samenwerking die we de komende periode gaan hebben.
Voorzitter. Technologie heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. AI
schrijft sollicitatiebrieven, algoritmes bepalen wat we zien en
navigatieapps sturen het verkeer in onze steden. Steeds meer mensen
delen hun leven op sociale media en met AI, maar mensen vraag zich ook
af: blijft mijn baan bestaan, is wat ik zie nog echt en wie heeft de
macht? Want de macht verschuift naar platforms en cloud- en AI-providers
buiten onze democratische controle om. Dat vraagt om politieke sturing.
Afgelopen week kwam ons ter ore dat Trump zijn diplomaten de opdracht
gaf om te lobbyen tegen pogingen om digitaal soeverein te zijn. Dit
baart mij zorgen. Wij gaan zelf over onze soevereiniteitsagenda, samen
met de EU. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de startende lobby tegen
onze soevereiniteitsagenda? Wat kan het kabinet hiertegen doen?
Voorzitter. Nu onze digitale soevereiniteit zo onder druk staat, ben ik
heel erg blij met de ontzettend ambitieuze plannen van deze coalitie.
Voor het eerst heeft Nederland een staatssecretaris Digitale Economie en
Soevereiniteit, met het expliciete mandaat om Nederland digitaal
autonoom te maken en met een heldere boodschap. Grote IT-projecten
worden centraal getoetst aan IT-standaarden, en inkoop en aanbestedingen
worden gestandaardiseerd en gecentraliseerd waar dat nodig is. Ook komt
er een rijksbrede digitale dienst. We versterken de technische expertise
van de overheid en we kiezen voor een Europees-Nederlandse techsector
met een nationale aanpak voor digitale infrastructuur, een agentschap
voor disruptieve innovatie en een investeringsinstelling.
Tegelijkertijd bespreken we vandaag een begroting uit een tijd waarin
digitale soevereiniteit en onze digitale economie nog niet het
zwaartepunt waren dat ze nu zijn, en dat terwijl het kabinet er net
zeven dagen zit. Dat vraagt van ons ook om vooruit te kijken.
Voorzitter. Digitale soevereiniteit staat hoog op de politieke agenda,
omdat het ons steeds duidelijker wordt dat wij de regie moeten
terugpakken in deze geopolitieke context. De aandacht was al eerder
gevestigd op de Belastingdienst, en afgelopen week gebeurde dat weer.
Een nieuw IT-systeem dat de btw moet innen, is wéér volledig Amerikaans.
Iedere keer komt er weer iets aan het licht. We verzanden steeds in dit
soort incidenten. Daar moeten we een oplossing voor vinden, maar dat kan
alleen als we niet meer worden overvallen en weten hoe de overheid
ervoor staat. We moeten weten welke afhankelijkheden we hebben om op
tijd te kunnen bijsturen. Daarom vraag ik de staatssecretaris: kan er
uitgezocht worden waar onze grootste kwetsbaarheden zitten, waar we als
eerste mee aan de slag moeten om zelf de regie daarop terug te pakken en
goede keuzes te maken? Kan de staatssecretaris de Kamer een overzicht
sturen van de grote ICT-aanbestedingen die de komende twee jaar gepland
staan binnen het Rijk en uitvoeringsorganisaties? Ook heb ik de vorige
staatssecretaris van BZK gevraagd om een lijst van grote IT-contracten
die in de komende twee jaar aflopen. Kan het kabinet dit de Kamer nog
toesturen? En kan daarbij ook worden aangegeven welke migraties of
overstappen naar nieuwe cloudomgevingen op de planning staan?
Voorzitter. Dan het datalek bij Odido, waarschijnlijk het grootste
datalek dat Nederland ooit heeft gekend. Dit raakt mensenlevens.
Bankrekeningnummers, documentnummers van identiteitsbewijzen en zelfs
zeer gevoelige informatie van slachtoffers van huiselijk geweld en
stalking zwerven nu allemaal rond op het darkweb. Bedrijven zoals Odido
hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit kan in de toekomst
echt niet meer gebeuren. Daarom heb ik enkele vragen. Klopt het dat
Odido gegevens van oud-klanten langer dan toegestaan bewaarde? Is hier
daarom ook sprake van AVG-overtredingen? Welke sancties of maatregelen
kan de overheid opleggen als bedrijven structureel te lang data bewaren?
Wat kunnen mensen van wie de gegevens onderdeel zijn van het datalek
doen om zichzelf te beschermen? Is onze bestaande wetgeving toereikend?
Zou er dan beter gehandhaafd moeten worden? Of moet het
toezichthouderschap misschien steviger ingericht worden? Wat kunnen we
leren van dit datalek, zodat de juiste maatregelen getroffen kunnen
worden om dit in de toekomst te voorkomen?
Voorzitter. AI verandert onze economie fundamenteel. Het biedt kansen
voor bedrijven bij productontwikkeling, helpt processen te automatiseren
en kan ook softwareontwikkeling, kennis en ideevorming democratiseren.
Tegelijkertijd verschuiven de machtsverhoudingen. OpenAI, Meta en Google
bepalen hoe AI redeneert en welke bronnen er worden aangesproken. We
zien de schaduwkanten hiervan. Schrijvers en makers ontdekken dat hun
werk zonder toestemming is gebruikt. Jonge meisjes zien naaktfoto's van
zichzelf voorbijkomen die ze nooit hebben gemaakt: deepfakes. Banen
veranderen sneller dan mensen kunnen bijbenen. AI is een infrastructuur
geworden, en infrastructuur laat je niet volledig door anderen bepalen.
Het is zo belangrijk dat we ook in Europa zelf bouwen. Daarom ben ik
trots op TNO, SURF en het NFI, en op het initiatief rond GPT-NL. Want
wat zou het krachtig zijn als we GPT-NL op onze scholen laten draaien,
als ambtenaren ermee werken in plaats van alleen met Amerikaanse
modellen en als we het kunnen opschalen naar een GPT-EU — niet door het
halve internet te scrapen, maar met hoogwaardige data, respect voor
auteursrechten en journalisten die eerlijk betaald worden. Dat is
digitale autonomie op Nederlandse wijze. Maar dat vraagt wel om een
goede data-infrastructuur en om het beter bundelen en standaardiseren
van openbare data. Daarom heb ik ook hierover een aantal vragen. Wat
doet het kabinet concreet om hoogwaardige publieke datasets veilig te
ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkeling? En ziet de staatssecretaris
kansen om GPT-NL door te ontwikkelen naar GPT-EU?
Voorzitter. We moeten dus zelf bouwen en niet alleen gebruiker zijn. We
moeten goede keuzes maken om strategisch in te kopen. Dat brengt mij bij
mijn volgende punt: slim inkopen en gebruikmaken van de miljarden die we
jaarlijks al besteden aan ICT. We moeten betere keuzes maken en richting
geven. Dat betekent wat mij betreft niet dat we iedere euro tot op de
cent precies inzichtelijk moeten maken, want dat gaat z'n doel voorbij.
Maar de suggestie om een rijke financiële paragraaf op te nemen in
projecten en programma's klinkt als een goed plan. Hoe ziet de
staatssecretaris dit?
Voorzitter. Dan komen we bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
aan. Nu komt er ook zo'n financiële paragraaf voor de NDS, maar de brief
van het vorige kabinet met de stand van zaken daarvan stemt mij weinig
hoopvol. Het lijkt eerlijk gezegd meer op een berekening op de
achterkant van een bierviltje. Ik ben het dan ook eens met de
kanttekeningen van begrotingsrapporteur Kathmann. Veel dank ook voor uw
werk, mevrouw Kathmann. Er ontbreken namelijk een onderbouwing van de
cijfers, een prioritering en een overzicht van wat er uit bestaande
middelen kan worden gedaan en welke andere financieringsbronnen er
kunnen worden aangesproken. Daarom heb ik ook hierover een aantal
vragen. Hoe ziet de staatssecretaris dit proces de komende periode?
Welke politieke wegingen moeten er plaatsvinden? Hoe gaat de
staatssecretaris dit prioriteren?
Voorzitter. Ik wil het ook hebben over de regie op onze vitale digitale
infrastructuur. Deze is inmiddels net zo vitaal als onze
energievoorziening en de waterkeringen. Regie betekent niet: alles
nationaal doen. Het betekent vooral bewuste keuzes maken, zeker rond
systemen als DigiD. Een opvolger daarvan is de European Digital Identity
Wallet, ook wel de EDI-wallet genoemd. Nederland ontwikkelt daarom de
NL-wallet, zodat burgers meer regie krijgen over hun gegevens. Dit biedt
ook kansen voor bedrijven. Volgens de eIDAS-verordening moet eind 2026
minstens één EDI-wallet beschikbaar worden gesteld.
Daarom heb ik hier vragen over. Hoe staat het met de ontwikkeling van de
NL-wallet? Wordt de deadline van eind 2026 voor het beschikbaar stellen
van de NL-wallet gehaald? Zo nee, hebben we hier dan wel een plan voor?
Kiest Nederland voor een overheidswallet of voor een ecosysteem met
meerdere, ook private wallets met strikte certificering en eisen? Waarom
kiest Nederland ervoor om onderdelen van het EDI-walletstelsel zelf te
ontwikkelen? Sluit de ontwikkeling van de NL-wallet ook aan op andere
EU-landen waar al gebouwd en beproefd wordt via open standaarden en
herbruikbare componenten? Wordt de NL-wallet in de toekomst samen met de
markt ontwikkeld? Ziet de staatssecretaris de wallet als kans voor
veilige en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?
Voorzitter. Dan wil ik het nog graag hebben over de zeekabels, want meer
dan 95% van het internationale dataverkeer loopt via onderzeese
zeekabels. Regie op vitale digitale infrastructuur gaat verder dan
alleen Nederland. Het gaat ook om het Caribische deel van het
Koninkrijk. Zeekabels zijn ook daar cruciaal voor verbinding en digitale
soevereiniteit. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Onderschrijft de
staatssecretaris ook het belang van de soevereiniteit van het Caribische
deel van het Koninkrijk? Ik heb hier later ook nog een voorstel
over.
Tot slot, voorzitter. Ik ben ontzettend benieuwd naar de uitwerking van
de ambitieuze plannen van dit kabinet. Technologie kan onze levens en
economie versterken, maar ook onzekerheden over banen, veiligheid en
afhankelijkheid vergroten. We staan nu echt op een kantelpunt: óf we
blijven digitaal gebruiker van andermans systemen óf we gaan bouwen aan
onze eigen digitale toekomst. Laten we dus zorgen dat Nederland niet
alleen gebruiker is, maar ook bouwer. Aan de slag.
De voorzitter:
Ik zie geen interrupties. O, er is toch een interruptie van de heer Van
den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wilde mevrouw El Boujdaini eerst even laten uitspreken. Ik hoor een
hele hoop positieve zaken waarmee we het als JA21 eens zijn. We maken
ons primair zorgen dat er ondanks de goede ambities geen budget voor
staat gereserveerd. Ik vraag me af of mevrouw El Boujdaini kan
toelichten hoe zij daarnaar kijkt. Hoe gaan we de ambitieuze agenda in
de komende jaren ook echt realiseren?
Mevrouw El Boujdaini (D66):
De afgelopen jaren hebben we echt heel veel geld uitgegeven aan ICT. Wij
hebben daar nooit een aparte regel voor gehad. Wel besteden we aan en
kopen we in zonder duidelijke keuzes te maken en zonder te prioriteren
waaraan we het geld nou echt willen besteden. Er wordt dus echt al heel
veel geld uitgegeven. Dat geld is dus al beschikbaar. Het enige wat ons
echt te doen staat, is de keuzes maken. Waar gaan we het aan uitgeven?
Wie willen we dat ons digitaal gezien gaat bedienen? Dat vraagt dus ook
om een andere aanpak en een andere richting. Dat gaat niet alleen maar
over de vraag of er een potje klaarstaat of niet.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat is helder. Inderdaad, er wordt gelukkig al een hele hoop geld
besteed aan digitalisering. Maar een concreet voorbeeld is dat in het
coalitieakkoord staat dat ook IT'ers marktconform beloond moeten gaan
worden. Ik weet uit ervaring dat zelfs mbo'ers op ICT meer dan een ton
per jaar kunnen verdienen. Wel denk ik dat het heel goed zou zijn als er
een budget komt om dat ook echt te kunnen betalen, of anders een potje
waar we het uit kunnen halen. Hoe kijkt mevrouw El Boujdaini
daarnaar?
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Per jaar geven we nu ongeveer 3,7 miljard euro uit aan inhuur, waarvan
het grootste gedeelte gaat naar IT'ers, dus naar IT-inhuur. We zitten
zelfs op 15% inhuur, terwijl de Roemernorm 10% is. Dat betekent dat we
daar veel te veel geld aan uitgeven. Het is juist een hele mooie
ontwikkeling dat we IT-talenten naar ons toe willen trekken en voor ons
als overheid willen laten werken. Zo kunnen we besparen op de inhuur,
waarmee geld wordt vrijgespeeld dat we inderdaad weer kunnen uitgeven
aan goede IT-mensen. Ik denk dus dat er echt heel veel kansen liggen en
dat we juist naar dat soort dingen moeten kijken: waar kunnen we het
geld slimmer en beter inzetten? Ik denk dat zo'n IT-specialist inderdaad
een heel goed voorbeeld is van een manier om dat anders te doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Afrondend. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dan zou ik zeggen: aan de
slag met voorstellen om echt te gaan zorgen voor minder inhuur. Dat
betekent wel dat we daarvoor aan de voorkant, bij de aanbestedingen,
concrete regels moeten gaan vaststellen. Ik nodig de partijen dus uit
voor een gezamenlijk voorstel.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik ben er helemaal voorstander van om samen aan de slag te gaan.
De voorzitter:
Nou, dat is mooi. Dan is het woord nu aan de heer Van Dijk van de
fractie van de PVV.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Voorzitter, dank u wel. De PVV-fractie wil een digitaal Nederland dat
veilig en soeverein is. Digitalisering is een kans om ons land
efficiënter, sterker en onafhankelijker te maken. Zonder keiharde
cybersecurity en een overheid die hierop de regie pakt, wordt het echter
een levensgroot risico voor burgers, bedrijven en de nationale
veiligheid. Het recente datalek bij telecomprovider Odido, waarbij
persoonsgegevens van ruim 6,2 miljoen klanten zijn gelekt en inmiddels
op het internet zijn gezet, vormt een schrijnend voorbeeld van falend
digitaal beleid en roept ernstige vragen op over de naleving van de
AVG.
De inbraak die op 7 en 8 februari werd uitgevoerd door hackersgroep
ShinyHunters, omvatte gevoelige informatie zoals namen, adressen,
telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedata, IBAN-nummers en
identiteitsgegevens uit paspoorten of rijbewijzen. De vraag is of dit
incident een schending is geweest van artikel 32 van de AVG, dat
organisaties verplicht tot het nemen van passende technische en
organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen. Het
systeem van Odido is kwetsbaar gebleken voor aanvallen. Dat wijst op
onvoldoende robuuste beveiliging en monitoring. Hoe kon een bedrijf dat
miljoenen privacygevoelige klantgegevens in zijn database heeft staan,
deze aanval niet afweren? Dit is niet alleen een technisch manco, maar
ook een strategische blunder, die de privacy van burgers op het spel
heeft gezet en die de komende vele jaren kan leiden tot
identiteitsdiefstal of phishingcampagnes, met alle nare gevolgen van
dien.
Bovendien schiet Odido tekort in transparantie en tijdige communicatie,
een kernvereiste onder de AVG. Hoewel het bedrijf de inbreuk meldde aan
de Autoriteit Persoonsgegevens en zijn klanten informeerde via e-mail of
sms, kwam pas na journalistiek onderzoek aan het licht dat er ook
interne klantnotities met gevoelige details waren gestolen. Die
informatie had Odido in eerste instantie onder de pet gehouden. Dit
druist in tegen de artikelen 33 en 34 van de AVG, die stellen dat er bij
een zeer hoog risico binnen 72 uur melding moet worden gemaakt aan de
betrokkenen. De vertraagde erkenning van de volledige omvang van het lek
suggereert de neiging om de omvang van dit fiasco te bagatelliseren.
Odido beweerde zelf niet op de hoogte te zijn van de notities, hoewel de
hackers hiervan een sample hadden aangeboden. Dergelijke omissies
vergroten het risico voor getroffen individuen en ondermijnen het
vertrouwen in de sector.
Ten slotte illustreert deze casus de bredere zwakte van het Nederlandse
digitale landschap onder de AVG. Ondanks strenge regels lijken boetes en
sancties onvoldoende afschrikwekkend. Odido weigerde losgeld te betalen,
wat volkomen begrijpelijk is, maar de publicatie van data op het
internet na het verstrijken van het ultimatum op 26 februari heeft de
schade wel verergerd. De Autoriteit Persoonsgegevens moet hier een
diepgaand onderzoek naar instellen. Ik begrijp dat ze dat ook aan het
doen zijn. Wat de PVV betreft, moeten maximale boetes tot 4% van de
wereldwijde omzet worden opgelegd om herhaling te voorkomen. Zonder
strengere handhaving blijft de AVG namelijk een papieren tijger, terwijl
burgers de dupe worden van corporate nonchalance. Odido's beloften van
additionele maatregelen klinken hol na dergelijk grootschalig
falen.
Het is tijd voor echte accountability in plaats van excuses. De PVV
vindt dan ook dat gedupeerden ruimhartig tegemoet moeten worden gekomen.
De tijd dat dit soort bedrijven zonder gevolgen hun klanten kunnen
duperen moet maar eens afgelopen zijn. De PVV heeft dan ook een aantal
vragen voor de bewindslieden. Hoe kan het dat dit grote datalek heeft
plaatsgevonden onder toezicht van het Agentschap Telecom en de ACM? Kan
de staatssecretaris aangeven wat hij gaat doen om te voorkomen dat grote
bedrijven roekeloos privacygevoelige data, zoals paspoorten, ID-kaarten
en rijbewijzen, veel langer dan noodzakelijk opslaan? Is de
staatssecretaris het met de PVV eens dat deze gevoelige persoonsgegevens
niet langer dan nodig mogen worden opgeslagen? In het geval van een
telefoonboer als Odido betekent dit dus dat ze na het verifiëren van de
identiteit die gegevens binnen 24 uur verwijderen van hun systemen.
Langer hebben ze die namelijk helemaal niet nodig. En is de
staatssecretaris bereid om dataminimalisatie af te dwingen? Kan de
staatssecretaris aangeven of het klopt dat, nu er zo veel
identiteitsbewijzen, paspoorten en rijbewijzen zijn gelekt, de overheid
heeft geadviseerd om de identiteitsdocumenten van gedupeerden niet te
vernieuwen? Zo ja, is de staatssecretaris dan bereid het zekere voor het
onzekere te nemen en tóch klanten waarvan hun ID-gegevens op het
internet liggen te adviseren een nieuw bewijs aan te vragen? En is de
staatssecretaris dan ook bereid om ervoor te zorgen dat de kosten die
hiermee gemoeid zijn volledig voor rekening van Odido komen?
Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle andere schade die burgers, al dan
niet in de toekomst, als gevolg van dit lek oplopen. De PVV vindt dat
bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen om uiterst voorzichtig
om te gaan met andermans privacy. Als dit moedwillig niet gebeurt, dan
moeten daar consequenties aan zitten om bedrijven te bewegen om te
kiezen voor veiligheid in plaats van voor het ongelimiteerd opslaan van
allerlei privacygevoelige informatie die ze eigenlijk geen ene donder
aangaat.
Voorzitter. Is de staatssecretaris het dus met de PVV eens dat, als het
gaat om schadevergoedingen, de bewijslast bij het bedrijf moet komen te
liggen en dat de klant geen risico's moet lopen bij het lekken van zijn
informatie in plaats van dat de klant moet aantonen dat hij schade lijdt
als gevolg van een lek? Het is natuurlijk de omgekeerde wereld dat als
je paspoort, medische gegevens en je IBAN-nummer in een mooi pakketje op
straat liggen, je de komende jaren digitaal over je schouder moet kijken
of je identiteit niet wordt gestolen, je bankrekening niet wordt
leeggehaald, er geen contracten op je naam worden afgesloten en je niet
het doelwit wordt van phishingcampagnes, terwijl een bedrijf de handen
in onschuld kan wassen en kan volhouden dat er geen schade wordt
geleden. Mijn vraag is dus of de staatssecretaris bereid is om hier
actie op te ondernemen.
De voorzitter:
Meneer Van Dijk, u heeft een interruptie van mevrouw Rajkowski van de
VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik kan een heel eind meegaan met de PVV als het gaat om alle zorgen
rondom de mensen die in het datalek zitten en voor wat er misschien
allemaal nog gaat komen, aangezien nog niet alle data is gepubliceerd.
Ik hoor alleen ook een oproep om voor bepaalde bedragen te gaan
beboeten. Er wordt daarmee geïnsinueerd dat er geen toezichthouder meer
nodig is en dat de politiek zou gaan bepalen welke bedrijven welke
boetes zouden krijgen. Heb ik dat goed begrepen? Als het antwoord ja is,
heb ik namelijk nog een vervolgvraag.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dat heeft u goed begrepen. Ik verwijs naar de 4% van het bedrag dat aan
boetes kan worden opgelegd dat is opgenomen in de AVG. Uiteraard gaat de
toezichthouder daarover, maar ik zou wel graag vanuit de politiek zien
dat wij daarin stelling nemen. Als het gaat om 6,5 miljoen burgers die
gedupeerd worden door een bedrijf, dan kan dat niet zonder consequenties
blijven en kunnen wij niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Daar
moet echt gevolg aan worden gegeven, zodat dit in de toekomst niet meer
gebeurt. De enige manier waarop bedrijven dat leren, is door het krijgen
van boetes en niet door ermee weg te komen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat ben ik zeker met de PVV eens. Daarom hebben we in Nederland zoiets
moois als de rechtsstaat. Wij hebben een toezichthouder. We hebben
rechters. Er kunnen allemaal rechtszaken gevoerd worden als bedrijven
grove nalatigheid vertonen en mensen in de problemen brengen, terwijl
dat helemaal niet nodig was geweest. Daar kan dan op geacteerd worden.
Op het moment dat de politiek hier gaat bepalen welke bedrijven welke
boetes opgelegd moeten krijgen, hebben we dus eigenlijk geen rechtsstaat
meer nodig. Dat is het moment waarop ik op ga staan. Het is niet aan ons
om te bepalen welke bedrijven hoeveel boetes krijgen. Als het goed is,
kent mijn collega van de PVV niet het hele dossier, tenzij hij zelf
onderdeel van de hackersgroep is. Ook de oproep daartoe vind ik dus zeer
onzorgvuldig. Ik wil toch nog even gezegd hebben dat ik natuurlijk alle
zorgen over Odido onderschrijf, maar laten we dit wel zo netjes en
rustig mogelijk oplossen. De verantwoordelijkheid van de politiek hierin
is om gedupeerden zo goed mogelijk te helpen. Als het gaat om wet- en
regelgeving en beleid, hebben wij dan touwtjes in handen of knoppen waar
we aan kunnen draaien om dit zo veel mogelijk te kunnen voorkomen? Daar
zal ik straks in mijn spreektekst ook enkele voorstellen voor
doen.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Wij maken hier met z'n allen de regels en wetten. Als wij vinden dat die
regels en wetten onvoldoende uitgerust zijn om de privacy van onze
burgers te beschermen en om bedrijven aan te sporen om daadwerkelijk de
privacy te waarborgen, dan kunnen we hier gewoon de oproep doen dat de
fouten die hier gemaakt zijn, niet zonder consequenties kunnen blijven.
We moeten staan voor de privacy van de burgers en voor de rechten van
die burgers en we moeten niet achter het bedrijfsleven gaan staan dat te
pas en te onpas allerlei privacygevoelige data opslaat, zelfs tot
medische data aan toe of data over het feit dat iemand onder toezicht
staat of in de schuldhulpverlening is. Dat zijn gewoon data die het
bedrijfsleven helemaal geen ene bal aangaan. Daar moeten we die
bedrijven absoluut niet mee weg laten komen.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Maar dan constateer ik dat de PVV eigenlijk bedoelt dat er dus een
lacune in de wetgeving is. Dat is inderdaad waar onze
verantwoordelijkheid ligt, zoals de heer Van Dijk zegt. Dan verwacht ik
ook dat er een voorstel komt over waar we iets kunnen verbeteren, zodat
we daar met elkaar over kunnen hebben hier. Anders zijn het namelijk
alleen maar oproepen om slachtoffers te helpen. Die zullen we met z'n
allen onderschrijven; dat kunnen we met z'n allen ook doen. Het
moeilijke aan ons werk is om vervolgens te kijken hoe we er nou met wet-
en regelgeving en beleid voor kunnen zorgen dat we dit in de toekomst zo
veel mogelijk voorkomen. Dan verwacht ik van een serieuze en grote
partij dat die ook met ideeën voor oplossingen komt op het moment dat
die zorgen uit. Die heb ik nog niet gehoord.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dat komt omdat u met een interruptie kwam en ik mijn verhaal nog niet
had afgemaakt. Ik hoor ook graag van de staatssecretarissen hoe zij dat
zien. Zoals ik heb gezegd: er is geen lacune; er bestaat gewoon een
mogelijkheid om tot 4% van de wereldwijde omzet aan boetes op te leggen.
Daar ben ik dan ook een groot voorstander van. De wet- en regelgeving
ligt er; maak er dan ook gebruik van. Laat zien dat de AVG geen papieren
tijger is. Laat zien dat je het feit dat er 6,2 miljoen
identiteitsbewijzen of privacygevoelige informatie van 6,2 miljoen
burgers op straat komt te liggen, serieus neemt. Dat is mijn
antwoord.
De voorzitter:
U kunt verder met uw betoog.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Tot slot. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer de
Cyberbeveiligingswet echt in werking treedt? Welke boetes en dwangsommen
die, in tegenstelling tot vrijblijvende papieren verplichtingen, wél
pijn doen, zijn daarin opgenomen?
Voorzitter. Wij willen meer efficiëntie en bescherming van de burger.
Gebruik AI en digitalisering om het ambtenarenapparaat fors af te
slanken en de administratieve lasten voor burgers en bedrijven te
verlagen. Dit mag echter niet ten koste gaan van privacy of
keuzevrijheid, dus: geen digitale euro. Zorg voor de verplichte
acceptatie van contant geld en zorg voor voldoende mogelijkheden voor
burgers voor direct contact met de overheid. DigiD kan en mag nooit de
enige toegangspoort tot overheidsdiensten worden. Er moet altijd iemand
aan het loket beschikbaar zijn. Wij willen innovatie zonder naïviteit.
Wij zijn voor het investeren in AI, maar met strenge eisen aan
algoritmetransparantie en een stop op onbeperkte dataverzameling door
bedrijven.
Voorzitter. De PVV wil een digitaal Nederland waarin burgers zich veilig
voelen, waarin bedrijven kunnen innoveren zonder verstikkende Brusselse
regeldruk en waarin de overheid de Nederlandse belangen vooropstelt. De
Odidocasus bewijst dat het huidige beleid nog te soft, te gefragmenteerd
en te afhankelijk van het buitenland is. Wij verwachten dan ook concrete
harde maatregelen. Nederland verdient beter dan dat 6,2 miljoen burgers
wakker worden met al hun gevoelige gegevens op het internet.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Ons land heeft altijd vooropgelopen in de wereld.
Bluetooth, wifi, de handel in aandelen: het was er allemaal niet geweest
zonder Nederlandse vindingrijkheid. Met onze handelsgeest gaan wij dan
ook de hele wereld over. Denk aan de haven van Rotterdam, de grootste
van Europa, of aan Wageningen, dat door alle bedrijven en instellingen
in de omgeving wereldwijd koploper is op het gebied van voedsel- en
landbouwtechnologie.
Er moet echter wel wat gebeuren om dit soort vaderlandse trots in de
toekomst in Nederland te laten bestaan, in Nederland te laten blijven.
Baanbrekende ondernemingen zoals Apple, Google, Uber en OpenAI, hebben
allemaal hun oorsprong gehad in de VS, niet in Europa en niet in
Nederland. In China wordt er bijvoorbeeld een fabriek voor elektrische
auto's uit de grond gestampt, zo groot als de stad Breda. Het is ook
niet zo dat we nergens trots op mogen zijn. We hebben namelijk een
digitaal enorm vaardige bevolking en het Nederlandse internet behoort
tot de beste ter wereld. Ook om onze kwantumtechnologie worden wij
daadwerkelijk geroemd. Op dat gebied zijn wij concurrenten met China en
de VS. Op het gebied van AI en ons digitale knooppunt moeten we echter
nog wel wat stappen zetten, terwijl we de mensen, de kennis en de wil
echt wel in huis hebben. Het is dus belangrijk dat we volop blijven
investeren in AI, bijvoorbeeld door de bouw van een AI-fabriek in
Noord-Nederland.
Het stukje over zeekabels zal ik iets inkorten. Vele collega's hebben
het al genoemd: hoe staat het met de aanleg van de nieuwe zeekabels, die
broodnodig zijn om onze digitale koploperspositie te behouden?
Voorzitter. Dan Odido. De hackersgroep ShinyHunters was tot voor kort
onbekend bij het grote publiek, maar zorgt inmiddels voor grote onrust
onder miljoenen Nederlanders. Mensen vragen zich af: "Word ik straks
opgelicht? Kan ik een e-mail nog wel vertrouwen? Op welke link mag ik
eigenlijk wel of niet klikken?" Het lek is nog niet voorbij. Er zouden
nog miljoenen gegevens achtergehouden worden, zoals documentnummers van
paspoorten, rijbewijzen en identiteitsbewijzen. Met zulke informatie is
identiteitsfraude, phishing en oplichting wel heel eenvoudig. Wat deze
zaak extra zorgwekkend maakt, is dat er meer gegevens op straat lijken
te liggen dan je redelijkerwijs van een telecomprovider zou verwachten,
zoals zeer gevoelige gegevens van slachtoffers van stalking en huiselijk
geweld. Voor hen kan dit soort datalekken een direct, gevaarlijk gevolg
hebben.
Voorzitter. Honderd procent veiligheid bestaat niet, ook niet online, al
zou ik dat wel willen. Dat mag alleen nooit een excuus zijn om
achterover te leunen. We moeten hier dus twee dingen doen: datalekken zo
veel mogelijk voorkomen en klaarstaan met een stevig plan voor als het
wel een keertje misgaat. Dat gaat immers nog een keer gebeuren. Het
vraagt om actie van de samenleving en het bedrijfsleven, maar ook van de
overheid. Daarom roep ik het kabinet op om in ieder geval op de volgende
zeven punten tot actie over te gaan om datalekken te voorkomen.
De voorzitter:
Voordat u aan uw zeven punten begint, krijgt u een interruptie van de
heer Ceder van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Nou, voorzitter, ik ben wel benieuwd naar die zeven punten.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Maar …
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik hoor die dus graag eerst. Misschien vervalt mijn interruptie
dan.
De voorzitter:
Ik vind dat dit een heel mooi begin is van deze commissie: benieuwd zijn
naar de punten van de ander! Dat onderstreep ik helemaal.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dit is een van de meest vriendelijke interrupties die ik in het
afgelopen jaar van de heer Ceder heb gehad. De zeven punten. Hier komen
ze.
Nummer één gaat over het versneld invoeren van de NIS2-richtlijn. Kan de
staatssecretaris toezeggen dat alles op alles wordt gezet om de
NIS2-richtlijn zo snel mogelijk in te voeren? Nederland loopt al
hopeloos achter. Een verdere vertraging kunnen we ons echt niet
veroorloven.
Het tweede punt gaat over duidelijkheid over het bewaren van
restgegevens. Is de staatssecretaris bereid de toezichthouder te vragen
om hierover met een helder advies te komen? Wanneer is het noodzakelijk
om adresgegevens te bewaren en wanneer niet? Als je een concertticket
koopt aan de balie, wordt er niet om je adres gevraagd. Als je het
ticket digitaal koopt, is je adres ineens wel nodig, ook als je het
digitaal ontvangt. Dit verschil verdient uitleg en begrenzing. Ik
verwijs gemakshalve even naar de dataminimalisatie en de Digitale Dolle
Mina's, die al door voorgaande collega's zijn genoemd.
Voorzitter. Het derde punt gaat over de modernisering van de
toezichthouder. Een toezichthouder moet niet alleen handhaven, maar ook
actiever richting geven vooraf. Bedrijven hebben juist behoefte aan
duidelijke richtlijnen: welke data mag je wel bewaren en welke juist
niet? Dat voorkomt onnodige opslag en risico's. Ik doel dus op een
toezichthouder die niet alleen achteraf kan beboeten, maar die ook
vooraf mee kan denken als bedrijven daarom vragen. Graag een reactie van
de staatssecretaris. Ik weet even niet bij welke van de twee dit
thuishoort, maar ik hoor graag hoe het zit met de ontwikkeling van de AP
op dat gebied.
Voorzitter. Dan nummer vier.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben benieuwd hoe de VVD kijkt naar het idee om de Autoriteit
Persoonsgegevens te laten helpen als bedrijven die twijfelen willen
toetsen of zij iets wel volgens de regels doen. Ik hoorde zoiets als:
aan de voorkant in plaats van beboeten. Dat zou je ook kunnen uitleggen
als meer regels en nog meer druk op het mkb bijvoorbeeld. Ik ben dus
benieuwd. Is de VVD het met mij eens dat we vooral de gelegenheid moeten
geven om vooraf te toetsen?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, ik bedoel juist precies dat. Wat mevrouw Zwinkels aangeeft, kleurt
al meteen in wat ik bedoelde: je moet vooraf het gesprek met elkaar
kunnen aangaan en een bedrijf moet ook om hulp kunnen vragen zonder dat
daar meteen een boete of zo aan vastzit.
De voorzitter:
Volgens mij was u bij punt vijf van uw stappenplan.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Vier!
De voorzitter:
O, vier.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Punt vier gaat over investeren in weerbaarheid via HackShield,
voorzitter; ik denk niet dat u zou willen dat ik dat zou overslaan.
Digitale weerbaarheid begint vroeg. Laten we er dus voor zorgen dat
HackShield blijft bestaan, zodat kinderen op de basisschool al leren
over kansen en gevaren van technologie. Zo bouwen we aan een generatie
die digitaal vaardig en weerbaar is. Kan de staatssecretaris reageren op
de onrust die is ontstaan over het wel of niet voortbestaan van
HackShield? Heeft zij al ideeën om dit onderwerp verder aan te
pakken?
Dan de aanpak van cybercriminelen. Wat is nodig om cybercriminelen zodra
zij worden gepakt, daadwerkelijk achter slot en grendel te krijgen? Is
hier sprake van een wettelijke lacune, waardoor cybercriminelen nu soms
vrijuit gaan? Ik ken verhalen over verdachten die bijvoorbeeld gegevens
op de hardware die in beslag is genomen, op afstand wissen; uiteindelijk
blijkt dan in de rechtszaak dat dat mag. Overigens denk ik dat het bij
het in beslag nemen van bewijs niet per se gaat om de hardware of de
laptop, maar om wat daarop staat, maar dat soort dingen zorgen er dus
wel voor dat cybercriminelen vrijuit kunnen gaan. Ik kan me voorstellen
dat dit niet iets is waar snel een antwoord op komt. Dat begrijp ik. Als
het onderzoek daarnaar een tijdje duurt, is dat dus prima, maar dat is
waar ik naar zoek.
Voorzitter. Dan punt zes: de Europese sanctielijsten. Hoe staat het met
de uitvoering van de moties van mijn adres om cybercriminelen op
Europese sanctielijsten te plaatsen wanneer zij zich bevinden in landen
zonder uitleveringsverdrag, zoals Rusland? Graag een stand van
zaken.
Voorzitter. Dan zeven: een concreet handelingskader voor slachtoffers.
Met alleen een naam of IBAN kan een crimineel vrij weinig, maar met een
combinatie van naam, adres, rekeningnummer en documentgegevens wordt
oplichting opeens een stuk eenvoudiger. Dat is niet alleen zo omdat
phishingmails dan realistischer worden, maar ook omdat veel bedrijven
precies deze gegevens gebruiken om iemands identiteit aan de telefoon te
verifiëren. Dat deed Odido de afgelopen dagen ook nog. Een naam kan je
niet zomaar veranderen. Een nieuw paspoort aanvragen kan wel — ik zou
dat eerlijk gezegd doen. Een nieuwe bankrekening openen voor een nieuw
IBAN-nummer kan ook. Maar een bsn-nummer vervangen is vrijwel
onmogelijk. Hoe kunnen we slachtoffers dus toch nog wat meer bieden dan
alleen het advies om vooral heel goed op te letten, omdat het allemaal
al gebeurd is?
Daarom vraag ik dus aan beide staatssecretarissen — ik denk dat dit een
gezamenlijk iets is — om met onder anderen toezichthouders, dataexperts
en het bedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voor
slachtoffers van datalekken. Welke gegevens zouden vervangbaar moeten
worden, en onder welke voorwaarden? Waar kan de overheid faciliteren?
Hoe zorgen we ervoor dat slachtoffers snel, praktisch en effectief
geholpen worden? Btw-nummers zijn ook een voorbeeld. In btw-nummers die
nu bijvoorbeeld aan zzp'ers worden uitgegeven, staat het bsn niet meer.
In het verleden was dat wel zo. Er is toen voor gekozen om die
btw-nummers niet te vervangen. Dat is voor de zzp'ers die nu met het
datalek te maken hebben zeer, zeer vervelend.
Bij dezen kondig ik ook graag aan dat ik als Tweede Kamerlid dit gesprek
wil kunnen voeren met een rondetafel van experts, waarin we
verschillende partijen, misschien zelfs Odido, kunnen uitnodigen om in
gesprek te gaan. Ik kom nog met een voorstel richting de commissie
hierover.
Voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen, maar als gegevens eenmaal op
het darkweb circuleren, moet de overheid ook naast haar burger gaan
staan. Dat moet zij niet enkel met goede bedoelingen doen, maar met een
concreet plan. Dat zijn we alle miljoenen Nederlanders die nu in
onzekerheid zitten, verschuldigd.
Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Dat is niet het laatste punt van mijn
plan, maar gewoon van mijn inbreng.
De voorzitter:
Dan blijft de interruptie van de heer Ceder toch overeind.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat dacht ik al.
De voorzitter:
Dan luisteren we eerst de heer Ceder, en dan naar het vervolg van uw
betoog.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij zijn dat goeie punten, die ook opvolging moeten krijgen. Het
punt van Odido houdt het hele land bezig, ik denk terecht, en ook de
Kamer. Ik constateer dat er een best bittere nasmaak bestaat over de
wijze waarop men een schadevergoeding kan krijgen of in ieder geval
gegevens kan vervangen. U geeft terecht aan dat sommige gegevens niet
vervangen kunnen worden, zoals een bsn-nummer, zonder dat de overheid
daarbij helpt. Maar een paspoort of rijbewijs vervangen kost ook geld.
Momenteel is het zo dat je werkelijke schade eventueel zou kunnen
claimen, maar dan moet je aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van
misbruik van de gegevens. Veel mensen willen dat liever vóór zijn, maar
daar bestaat momenteel geen handelingskader voor. Dat vind ik
problematisch, omdat ik denk dat het risico bestaat dat we dit in de
toekomst veel vaker gaan krijgen. Dan zou je graag willen dat mensen van
tevoren gegevens kunnen veranderen en dat de vergoeding wordt neergelegd
bij de partij die onvoldoende waarborgen heeft gecreëerd. Daar is wel
een wetswijziging of een handelingskader voor nodig, denk ik. Mijn vraag
is of u dat ook zo ziet. Zou je niet al in een veel eerder stadium,
zonder dat er daadwerkelijk sprake is van fraude, je gegevens preventief
moeten kunnen vervangen indien er sprake is van een datalek?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, zeker. Dat was ook precies wat ik bedoelde met het ontwikkelen van
een handelingskader, juist om zaken te kunnen voorkomen.
Identiteitsfraude wil je inderdaad voorkomen, want op het moment dat die
al heeft plaatsgevonden, is het hartstikke moeilijk om dat aan te tonen.
Voor mensen die het overkomt, zorgt het voor heel veel stress,
jarenlang. Je moet maar bewijzen dat jij iets niet hebt aangevraagd of
geregeld. Stel dat er allerlei abonnementen worden afgesloten waarmee
allerlei criminele dingen gedaan worden. Dit kan mensen echt ruïneren.
We moeten er dus voor zorgen dat ... Het liefst zou ik ervoor zorgen dat
we heel snel de mogelijkheid krijgen om met heel slimme wallets te gaan
werken, die ook toegankelijk zijn voor mensen die digitaal minder
vaardig zijn, want dan hoef je niet al je gegevens bij al die bedrijven
neer te leggen. Dat voelt nog een beetje als toekomstmuziek, dus daarom
moet je preventief gegevens kunnen veranderen op het moment dat er een
datalek plaatsvindt. Ik somde net een rijtje op. Verhuizen en je naam
veranderen is allemaal wat lastiger. Bsn is misschien complex, maar in
theorie zou het wel moeten kunnen.
Als we dit gaan doen, ben ik als Tweede Kamerlid wel nieuwsgierig of we
het dan gigantisch moeilijk maken voor de overheid en of dat dan de
moeite waard is, of dat we beter voor een andere route kunnen kiezen. Ik
heb de afgelopen dagen contact gehad met veel banken en experts uit het
betalingsverkeer over de vraag hoe makkelijk het is om een IBAN te
wijzigen zonder dat je al je gegevens, spaarpotjes en al dat gedoe moet
overzetten. Blijkbaar is de architectuur van de bankenwereld helemaal
gericht op IBAN, dus dat is niet zo makkelijk. Ik ben dus echt op zoek.
Als de heer Ceder daar creatieve ideeën voor heeft, hoor ik het graag.
Daarom kwam ik erop uit om nu in dit debat niet te zeggen: deze gegevens
moet je kunnen veranderen. Omdat ik de afgelopen dagen met zoveel
experts heb gesproken die het eigenlijk ook niet zo goed wisten, stelde
ik voor om zelf met een rondetafel te komen en aan het kabinet te vragen
om ook met ons mee te denken.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat laatste ondersteun ik. Ik denk dat het goed is om met experts te
praten over hoe we dit in het kader van een veilige toekomst beter
kunnen regelen. Ik ben het ermee eens dat sommige dingen wat
ingewikkelder zijn om te vervangen, zoals het bsn en IBAN. Daar moeten
we het goed over hebben met elkaar.
Het punt waar ik nu mee zit, is het volgende. Ik vraag dit omdat ik
twijfel of ik hier een voorstel over wil indienen. Het blijft in de
lucht hangen wie financieel gezien verantwoordelijk is voor het
preventief vervangen van gegevens. Dan heb ik het bijvoorbeeld over het
vervangen van een paspoort. Dat kost tientallen euro's. U en ik kunnen
dat misschien makkelijker betalen dan andere mensen. Het is best gek dat
daar niets voor geregeld is. Mijn vraag is of u er muziek in ziet om te
regelen dat, indien er een minimale combinatie van een aantal gegevens
is waarbij fraude makkelijker aantoonbaar is, het bedrijf of de
organisatie waar het lek is ontstaan in principe gehouden is om dat te
vergoeden. Ik denk dat dat misschien nog makkelijker te regelen is dan
het bsn of IBAN, waarbij ik alle complexiteiten begrijp. Misschien
moeten we daar ook wat meer informatie over inwinnen. Hoe kijkt u tegen
dat voorstel aan?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat is superinteressant. We zouden straks de schorsing kunnen gebruiken
om daarnaar te kijken. Ik zou graag meedoen aan zo'n voorstel als de
heer Ceder daarmee komt. Het lijkt mij inderdaad dat de organisatie waar
het datalek heeft plaatsgevonden, verantwoordelijk is voor het betalen
daarvan, zeker als het gaat over een rijbewijs of paspoort. In sommige
gemeenten betaal je niet alleen de leges, maar ook nog een boete
daarbovenop. In Utrecht hoeft dat niet meer — dat hebben we afgeschaft,
by the way — maar in sommige gemeenten moet dat nog wel. Dat voelt
gewoon heel oneerlijk, want het gaat ook niet over weinig geld. Dat vind
ik dus zeker een goed idee.
De voorzitter:
U kunt verdergaan met uw betoog, mevrouw Rajkowski.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank, voorzitter. Mijn laatste stuk dan. Dat gaat over
arbeidsproductiviteit bij de Rijksoverheid. Die wil ik met AI verhogen.
Nederland kan zich niet veroorloven om achterover te leunen. Onze
arbeidsproductiviteit groeit al jaren te traag, terwijl de uitdagingen
alleen maar groter worden. Als we minder mensen beschikbaar hebben die
ook steeds minder werken, en we krijgen wel steeds meer taken, dan is er
volgens mij maar één route vooruit: slimmer werken. Kunstmatige
intelligentie biedt daar enorme kansen voor, niet als speeltje, maar als
serieus instrument om ambtenaren te ondersteunen, processen te
versnellen en het aantal fouten te verminderen. Dat leidt tot minder
papier, minder dubbel werk en meer tijd voor inhoud en dienstverlening
richting burgers. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij concreet gas
gaat geven op het gebied van arbeidsproductiviteit en de inzet van AI
binnen de overheid?
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn geen interrupties. Dan is het woord aan de heer Van
den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik moest even omschakelen. Nogmaals dank. Voor
ons ligt de begroting van Digitale Zaken. Of nou ja, digitale zaken: het
zijn op dit moment de begrotingen van BZK, Justitie en Veiligheid en
Economische Zaken en Klimaat. Daarin mocht gegraven worden naar delen
die aan de commissie voor Digitale Zaken raken. Deze begrotingen zijn
nog even geschreven door het vorige kabinet, en niet door het kabinet
van deze staatssecretarissen. Het is een staatssecretaris geworden, maar
we hadden eigenlijk gehoopt op een minister van Digitale Zaken. Gelukkig
hebben we nu wel deze twee kundige staatssecretarissen. Daar kijk ik ook
wel naar uit, maar een minister was toch wel mooi geweest voor de
regie.
Voorzitter. Als u inmiddels de draad een beetje kwijt bent, dan bent u
niet de enige. Daarom start ik mijn inleiding gelijk met een rondje
vragen. Hoe gaat de begroting er volgend jaar uitzien? Mogen we dan weer
puzzelen, of mogen we dan iets van een overzicht verwachten? Waarom is
de keuze gemaakt om de portefeuille Digitale Zaken zo op te delen? De
ene staatssecretaris is onder andere coördinerend op digitalisering en
soevereiniteit, en heeft de digitale overheid in haar portefeuille.
Staatssecretaris Van der Burg heeft onder andere ICT, Logius en human
IT-capital in zijn portefeuille. Hoe moeten we dit zien? Hoe werkt dit?
Kunnen de staatssecretarissen mij een rode draad geven voor hoe het er
logistiek de komende jaren uit komt te zien qua Digitale Zaken?
Voorzitter. Begrotingen betekenen het kwantificeren van doelen. Hoeveel
geld geef je uit aan het een, en wat geef je daarom minder of niet meer
uit aan het ander? Als ik dan kijk naar het voorgaande kabinet, denk ik:
hm, dat was niet per se veel wat betreft doelen, maar ook zeker niet wat
betreft middelen. Om het de beide staatssecretarissen wat makkelijker te
maken, zal ik ze daar op dit moment niet te veel over bevragen. We
hebben nu immers een coalitieakkoord met gelukkig een aantal hele mooie
doelen op Digitale Zaken. Daar ga ik vandaag mijn focus op leggen.
Voorzitter. In dat coalitieakkoord heeft het zelfs een eigen hoofdstuk,
zoals al even is gezegd: Nederland koploper in een digitale wereld. Dat
heb ik natuurlijk vol enthousiasme gelezen. Mooie plannen, beginnend met
digitale autonomie, het versterken van technische capaciteit, een
nationale aanpak voor digitale infrastructuur, publiek-private
investeringen, cyberweerbaarheid — had Odido dat maar eerder gedaan — en
het internet veiliger maken voor jongeren. Dit zijn echt plannen waar
wij voordelen in zien.
Voorzitter. Wat wil het lot nu? Toen ik de budgettaire bijlage er nog
eens bij pakte, heb ik precies nul euro kunnen vinden voor digitale
zaken. Ik weet niet of u al eens heeft geprobeerd om van lucht brood te
bakken, maar ik kan u vertellen dat dat verdraaid lastig is. Daarom
dacht ik, toen er een vragenronde aan de minister van Financiën kwam
over de budgettaire tabel: ik ga dat gewoon helemaal nalopen; misschien
heb ik gewoon iets gemist. Ik neem u even mee.
Vraag 136: Welke middelen zijn gereserveerd voor de oprichting van een
digitale dienst en het aantrekken van IT-talent? Antwoord: In het
coalitieakkoord zijn geen additionele middelen gereserveerd voor de
oprichting van een digitale dienst en het aantrekken van IT-talent.
Vraag 214: Welke budgettaire consequenties worden voorzien voor de
plannen voor digitalisering en ICT? Antwoord: Dit betreft een uitwerking
van het coalitieakkoord en zal door het kabinet verder worden
uitgewerkt. Er zijn in het coalitieakkoord geen additionele middelen
hiervoor gereserveerd.
Vraag 215: Welke aanvullende middelen worden geïnvesteerd in
sleuteltechnologieën zoals AI en vanuit welke budgetten wordt dit
gefinancierd? Antwoord: In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende
middelen gereserveerd voor AI. Wel zijn er bestaande budgetten die
worden ingezet voor dit doel, bijvoorbeeld voor AI-pilots ter
verbetering van de dienstverlening. Ik heb nog wel drie, vier, vijf of
zelfs zes vragen staan die ik allemaal kan opdreunen, maar dat zal ik u
voor nu besparen. U snapt de strekking: er zijn in dit coalitieakkoord
geen middelen gereserveerd voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.
Het is nog niet duidelijk in hoeverre de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie uit bestaande middelen gefinancierd kan
worden.
Voorzitter. Als ik al deze vragen zo doorlees, heb ik een korte
samenvatting: er zijn gewoon geen middelen gereserveerd. Daarom heb ik
de vraag aan de staatssecretarissen hoe zij hun taak gaan vervullen
zonder deze middelen. Kunnen zij deze plannen van aanpak doorgeven aan
andere ministeries? Moet ik het dan zo zien? Kunnen zij aan het
ministerie van Financiën vragen waarom wij nog belasting heffen, als de
overheid doelen kan stellen zonder middelen daarvoor op te nemen? Nee,
voorzitter, alle gekheid op een stokje: de oprechte vraag is hoe de
staatssecretarissen hun taken verwachten te gaan vervullen zonder deze
middelen. Waar moeten de middelen daartoe dan vandaan komen, en vooral:
hoeveel middelen zijn er nodig voor de gestelde doelen? Daarover denken
wij natuurlijk heel graag mee.
Voorzitter. Dan nog een ander punt, dat in dit debat al heel vaak werd
genoemd. Een aantal weken geleden kwam naar buiten dat bij Odido een
datalek heeft plaatsgevonden. De verantwoordelijke hackergroep
ShinyHunters is sinds donderdag begonnen met het in stappen lekken van
gegevens van de ruim 6 miljoen gedupeerden. Een deel van deze data lijkt
data te zijn die de telecomprovider niet meer had mogen hebben of soms
zelfs nooit had mogen noteren. Er was een mogelijkheid voor Odido om een
som te betalen en daarmee het datalek mogelijk te voorkomen. Uit
berichtgeving blijkt dat Odido dat niet heeft gedaan, onder andere op
advies van de overheid. Daar heb ik een aantal vragen over. Hoe frequent
worden telecomproviders of bedrijven met een grote hoeveelheid gevoelige
informatie gecontroleerd door het CIOT of de Autoriteit
Persoonsgegevens? Wat wordt er meegenomen in een controle van het CIOT
dan wel van de AP? Wat gebeurt er als een bedrijf niet aan de regels
voldoet? Waarom heeft de overheid geadviseerd om niet te betalen aan de
hackersgroep om de data te beschermen? Op het platform Tweakers staat
dat het OM mogelijk een onderzoek start naar Odido. Kan dat worden
bevestigd? Wat gaat het OM dan precies onderzoeken? Wat wordt
gedupeerden aangeraden om te doen? Wordt er onderzoek naar gedaan of
Odido zich aan de AVG heeft gehouden, zoals meneer Van Dijk net ook al
zei? Dan heb ik een vraag met betrekking tot de gedupeerden. Kunnen
gedupeerden juridisch reeds aanspraak maken op een schadevergoeding of
moeten daarvoor eerst nog andere onderzoeken hebben
plaatsgevonden?
Ik rond af, voorzitter. Het gaat om een hele hoop vragen. Ik wil vooral
de staatssecretarissen allebei heel veel succes wensen. Ik wil vooral
ook toejuichen dat er overduidelijk meer focus is gekomen op het gebied
van Digitale Zaken. Ik vind het als liberaal-conservatief Kamerlid
vooral fijn dat er een duidelijke focus is op de economische kansen van
digitalisering en wat het onze maatschappij kan brengen. Het
rapport-Wennink staat er ook helemaal vol mee. Ik wil dus bijna zeggen:
laten we de komende jaren aan de slag gaan om het echt een stap verder
te brengen en om niet meer alleen te kijken vanuit het dienstverlenende
aspect, maar vooral ook echt vanuit de vraag waar de kansen zijn. Ik wil
ze nogmaals heel veel succes wensen.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dan zie ik geen interrupties. Het woord is aan mevrouw Zwinkels van het
CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte welkom aan de
twee nieuwe staatssecretarissen, voor Digitale Economie en
Soevereiniteit en voor een Slagvaardige Overheid. Ik kijk ernaar uit om
de komende jaren met hen samen te werken. Vandaag is een mooie
gelegenheid om de visie van de nieuwe staatssecretaris voor Digitale
Economie en Soevereiniteit te horen. Daar ben ik heel erg benieuwd
naar.
De staatssecretaris gaat aan de slag met een coalitieakkoord waarin
goede afspraken zijn gemaakt over Digitale Zaken. Ik zal hieruit vandaag
een aantal zaken toelichten die voor mijn partij extra belangrijk zijn,
maar ik begin voor nu met de voorgenomen centrale sturing op
digitalisering. Hierbij heb ik allereerst de vraag aan de
staatssecretaris hoe zij invulling gaat geven aan die centrale sturing.
Er liggen hierin grote kansen. Ook ben ik benieuwd naar de eerste stap
die de staatssecretaris gaat zetten als het gaat om de kennisdeling
tussen ministeries, en om slagvaardige besluitvorming over de digitale
infrastructuur en de dienstverlening van de overheid. Kan de
staatssecretaris bijvoorbeeld zorgen dat er om in aanmerking te kunnen
komen voor IT-projecten boven de 5 miljoen euro vanaf deze week
financieringsaanvragen moeten worden ingediend die aan centrale
IT-standaarden worden getoetst?
Ik noemde het al: in het coalitieakkoord zijn mooie afspraken gemaakt
over digitalisering. Een van de punten waarover ik het meest te spreken
ben, is dat er een duidelijke opdracht ligt om werk te maken van de
onlineveiligheid van kinderen en jongeren. We willen een Europese
minimumleeftijd voor sociale media. Een ander punt in deze context — dit
is voor mijn fractie echt belangrijk — is dat we gaan inzetten op
strenge regulering van in-gameaankopen, zeker als kinderen pushmeldingen
krijgen waarin ze aangemoedigd worden om vooral nog extra geld uit te
geven aan die in-gameaankopen. Wat ons betreft pakt de staatssecretaris
dit snel op. Kan de staatssecretaris toezeggen de Kamer nog voor de
zomer te informeren over hoe zij hier werk van gaat maken?
Dit speelt bijvoorbeeld bij Roblox. Over dit onlinespelplatform is veel
te doen geweest. Het was vorige week nog in het nieuws. Ik heb er ook
mondelinge vragen over gesteld. Inmiddels loopt er een tweetal
onderzoeken naar Roblox: één door de ACM en een door het ministerie van
Binnenlandse Zaken. Het ministerie laat een
kinderrechtenimpactassessment uitvoeren. Eerder is er een dergelijk
kinderrechtenimpactassessment gedaan naar TikTok, Snapchat en Instagram.
Wat is er vervolgens gedaan met deze uitkomsten? Ik las dat deze
mogelijk verwerkt worden in de digitale kijkwijzer. Klopt dit? Wat is de
stand van zaken van de uitwerking van die digitale kijkwijzer? Wij maken
ons ook zorgen over de whatsappkanalen, waardoor vooral filmpjes en
foto's van kinderen opeens door anderen op YouTube worden gezet. Herkent
de staatssecretaris dit beeld? Wordt WhatsApp meegenomen in die digitale
kijkwijzer?
Als we breder naar de bescherming van mensen kijken, zijn we ook
voorstander van het beter in de wet verankeren van digitale rechten van
mensen, zoals het recht op transparantie en het recht op eigenaarschap
van data.
Een andere prioriteit voor het CDA is het voorkomen en afbouwen van
digitale afhankelijkheden. Voor het reces hebben we hier een goed debat
over gehad in het kader van de overname van Solvinity. Wat het CDA
betreft kunnen we niet alles in één keer afbouwen. We erkennen dat het
tijd gaat kosten, maar we moeten de basis wel op orde brengen. Een
startpunt hiervoor is betere sturing bij de aanbesteding en uitbesteding
van digitale diensten aan marktpartijen. In het debat hebben we hier
suggesties voor aangedragen en een tweetal moties over ingediend.
Zoals ik al eerder zei, kan de staatssecretaris aan de slag gaan met
mooie onderwerpen. Ze krijgt het centrale stuur in handen, maar zal ook
moeten samenwerken met collega-bewindspersonen van andere ministeries.
Voor nu noem ik er drie. Allereerst Economische Zaken. Ten aanzien van
digitale economie zijn wij benieuwd naar de geplande AI-fabriek in
Groningen. In eerdere stukken werd gesteld dat deze al in 2026 in
gebruik genomen zou kunnen worden. Wat is de status en hoe worden wij
hierover geïnformeerd? Ten tweede digitale adoptie door het mkb, zowel
wat betreft cybersecurity, waar we het net over hadden, met de
Autoriteit Persoonsgegevens, als innovatie. Het mkb wordt in 2026 verder
ondersteund in het digitaliseren van bedrijfsprocessen vanuit de
zogenaamde Smart Industry Schaalsprong Agenda en de European Digital
Innovation Hubs. Hoe gaat dit eruitzien en wat kunnen wij op dit punt
verwachten?
Ten tweede Binnenlandse Zaken. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan
en voor onze democratie is digitale weerbaarheid ook enorm belangrijk.
Wordt er goed gemonitord of er in de campagnetijd geen sprake is van
inmenging en manipulatie? We lezen over de ondersteuning die het kabinet
wil bieden aan kleinere gemeenten in 2026. Zijn deze plannen al goed
uitgewerkt, zodat ook de nieuw verkozen raadsleden hier snel mee
geholpen zijn? Dat geldt overigens ook voor ambtenaren, gelet op het
programma ten aanzien van hun digitale vaardigheden. Hierbij kunnen we
ook de koppeling maken met de recente berichtgeving over AI en
stemhulp.
Ten derde en tot slot de zorg. We zien dat op verschillende onderwerpen
stappen gezet kunnen worden als het gaat om het gebruik van digitale
innovaties. Het CDA vindt dat we zinvolle toepassingen in de praktijk
moeten steunen, onder andere in de zorg. Wat het CDA betreft is er
bijvoorbeeld nog een wereld te winnen met het op orde krijgen van de
digitale gegevensuitwisseling. Gaat de staatssecretaris zich in het
kabinet ook hardmaken voor dit soort kansen, zoals het mogelijk maken
van digitale gegevensuitwisseling in de zorg?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de
ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan de nieuwe
bewindspersonen. Veel succes en zegen bij hun werk.
Het is mijn hoop dat het kabinet ambitieus aan de slag gaat om te zorgen
voor een veilig en toegankelijk internet. Er gebeurt namelijk heel veel
in de wereld. We leven niet in een tijdperk van verandering, maar een
verandering van tijdperk. Ik mis soms weleens de ambitie van kabinetten
— niet van dit kabinet, want dit moet nog beginnen — in zowel visie,
financiële middelen als tempo. Ik hoop dat dit kabinet een goed
voorbeeld gaat geven. Ik zal een aantal zaken noemen waarvan ik het
gevoel heb dat een van deze onderwerpen speelt.
Allereerst de overheidsdomeinextensie. Een veilig internet gaat
bijvoorbeeld over het voorkomen van misleiding, phishing. Er zijn
commerciële sites actief die zich voordoen als een officiële website van
de overheid en die overheidsdiensten aanbieden tegen hoge prijzen,
terwijl die in werkelijkheid gratis of op z'n minst een stuk goedkoper
zijn. Er vindt ook veel oplichting plaats. Dat loopt in de tienduizenden
gevallen per jaar. Nog erger is het als het juist criminele namaaksites
zijn die zo persoonsgegevens van burgers buitmaken. Een manier om
verwarring te voorkomen en om burgers meer zekerheid te geven over het
feit dat zij zich daadwerkelijk op een overheidssite bevinden, is zorgen
voor een overheidsdomeinextensie, bijvoorbeeld .gov.nl. Al in 2024 nam
een voorganger van deze bewindspersonen, toenmalig staatssecretaris Van
Huffelen, hier een principebesluit over, namelijk "dat gaan we doen",
maar sindsdien is er volgens mij bar weinig gebeurd. Kan de
staatssecretaris toezeggen met vaart te gaan toewerken naar één
officiële overheidsdomeinextensie? Welke stappen worden hier dit jaar
nog op gezet? Ik hoop op voortvarendheid en ik overweeg ook een motie op
dit punt.
Voorzitter. Dan het onderwerp leeftijdsverificatie. Een onderwerp waar
onze partij zich al langer voor inzet, is online leeftijdsverificatie
voor diensten waarvoor een minimumleeftijd geldt. Ik vind het goed om in
het coalitieakkoord te lezen dat het kabinet wil inzetten op een
handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor social media met
privacyvriendelijke leeftijdsverificatie. Maar het was ook een wens van
de Kamer om te komen tot nationale wetgeving voor betrouwbare en
privacyvriendelijke leeftijdsverificatie, bijvoorbeeld voor het kunnen
kopen van alcohol op websites, online gokken en het kunnen bekijken of
kopen van diensten van verschillende websites waarvoor je volgens de wet
een bepaalde minimumleeftijd moet hebben. Ik heb hier met de vorige
staatssecretaris best mee geworsteld, omdat deze pertinent weigerde om
de aangenomen moties voor een nationale wetswijziging uit te voeren. Ik
hoop dat de Kamer deze strijd niet opnieuw met het kabinet hoeft aan te
gaan. Mijn vraag is daarom: wanneer kunnen we van het kabinet nationale
wetsvoorstellen over leeftijdsverificatie, zoals andere landen in Europa
al doen, richting de Kamer verwachten?
Voorzitter. Dan ten aanzien van schermgebruik. Er is al wat gezegd over
de richtlijnen. Het is goed dat die er zijn, maar hoe gaan we die aan de
man brengen? Ik heb eerder gepleit voor een digitale schijf van vijf
waarmee je de richtlijnen actief onder de aandacht brengt — dat kan ook
op een andere manier — bij scholen en GGD's, waardoor kinderen maar ook
ouders continu in contact komen met die richtlijnen van de overheid en
we het gaan normaliseren en normeren. Kan de staatssecretaris toezeggen
die richtlijnen uit te gaan werken en te zorgen dat deze op plekken
terechtkomen waar kinderen en ouders vaak zijn?
Voorzitter. Dan een belangrijk onderwerp, een hardnekkig probleem rondom
online kindermisbruik. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel
Geweld tegen Kinderen heeft meermaals de noodklok geluid over de enorme
schaal waarop online seksueel kindermisbruik plaatsvindt, en over het
feit dat het aantal meldingen in de afgelopen jaren enorm is gegroeid.
Het trieste feit is dat naar schatting meer dan 50% van het
onlinekindermisbruik wereldwijd in Nederland wordt gehost. Ik lees in
het coalitieakkoord dat onlinekindermisbruik wordt aangepakt. Dat is
mooi. Maar kan de staatssecretaris meer delen over wat we nou
daadwerkelijk gaan doen? In Denemarken loopt een onderzoek om te
verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpak
van bijvoorbeeld verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen
voor misbruik dat via livestreams plaatsvindt. Kan de staatssecretaris
toezeggen mogelijke maatregelen te verkennen en de Kamer hier in ieder
geval voor het zomerreces over te informeren?
Eerder is een voorstel van mij aangenomen dat vroeg om verplichte
leeftijdsverificatie op seksadvertentieplatforms, om kindermisbruik
tegen te gaan. Dat betekent dat iemand die seksuele diensten aanbiedt,
voordat die op een website komt, online moet verifiëren dat die de
minimale leeftijd heeft voordat die wordt geplaatst. Het klinkt gek,
maar die verplichting bestaat niet in Nederland, met misbruik als
gevolg. Het vorige kabinet weigerde deze motie uit te voeren, met als
reden dat online leeftijdsverificatie makkelijk kan worden omzeild. Dit
lijkt me geen goede reden. Een meerderjarige kan ook bier kopen en dit
vervolgens doorgeven aan een minderjarige, en er zijn vele manieren om
bepaalde wetgeving te omzeilen, maar dat is toch geen reden om voortaan
niet meer om een ID te vragen in de supermarkt? Mijn ernstige, serieuze
vraag is dan ook: kan het kabinet alsnog toezeggen die motie uit te
voeren, waardoor we in ieder geval aan de voorkant, als het gaat om
seksadvertentieplatforms, kindermisbruik kunnen tegengaan?
Voorzitter. Ook is het van belang dat slachtoffers van seksuele
uitbuiting, minderjarig of niet, de hulp krijgen die zij nodig hebben.
Een belangrijk instrument hiervoor is het Online Outreach Programma. Tot
en met oktober 2025 liep het Online Outreach Programma, gefinancierd
door Justitie en Veiligheid. Middels dit programma werden proactief
potentiële slachtoffers van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik
bereikt. Ik vind het onbegrijpelijk dat een dergelijk effectief
programma niet wordt voorgezet. Ik ga daarom straks een amendement
indienen om hier nog dit jaar geld voor vrij te maken. Het is niet veel
geld, maar het helpt wel om een aantal mensen die in een hele kwetsbare
positie zitten alsnog uit de verschrikkelijke wereld van seksuele
uitbuiting te halen. Ik hoor graag de appreciatie van het kabinet.
Ten aanzien van Odido hebben we al wat uitgewisseld, dus ik sluit me aan
bij de vragen van mijn voorgangers. Ik heb nog wel twee andere vragen.
Is het kabinet bereid om een publiekscampagne op te starten om
bijvoorbeeld tweestapsverificatie de norm te maken? Dit maakt oplichting
veel lastiger voor mensen die gegevens in handen hebben. Ik heb het er
al in mijn interruptie met mevrouw Rajkowski over gehad: de huidige
schaderegeling is wat mij betreft niet voldoende. Je kan alleen schade
claimen op het moment dat er daadwerkelijk schade is, maar preventieve
maatregelen worden niet vergoed. Denk bijvoorbeeld aan
paspoortvervanging. Dat lijkt me wel het minste wat we kunnen bieden;
dat laat de casus-Odido ook zien. Ik zou graag willen dat de wetgeving
of richtlijnen hierop aangepast worden, zodat dit mogelijk wordt en ook
de norm wordt. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar?
Voorzitter. De opkomst van AI zorgt ervoor dat er allerlei nieuwe kansen
ontstaan, maar er ontstaan ook uitdagingen, bijvoorbeeld rondom
auteurschap. De ChristenUnie wil dat Nederlanders via het auteursrecht,
naar Deens voorbeeld, copyright op hun eigen lichaam, gezichtskenmerken
en stem krijgen, als vorm van bescherming van de lichamelijke
integriteit. Eerder vroeg een Kamermeerderheid hier al om, maar het
toenmalige kabinet wilde dit nog niet. Hoe kijkt het nieuwe kabinet
hier, met de snelle ontwikkelingen rond de implementatie van AI, nu
tegen aan? Is het kabinet bereid hier de nodige wetgeving of regels voor
op te stellen?
Voorzitter, tot slot: toegankelijkheid. Digitale toegankelijkheid is van
gigantisch belang, zeker als steeds meer overheidsdiensten digitaal
plaatsvinden. Daar is dan ook vaak DigiD voor nodig. Sommige mensen
hebben iemand anders, bijvoorbeeld een mantelzorger, die zaken voor hen
regelt. Dat zijn mensen die handelingsonbekwaam zijn of gewoon niet meer
zelf hun zaken kunnen regelen. Die hebben in de huidige systematiek dan
wel een probleem. De DigiD mag immers niet door iemand anders worden
gebruikt. Een motie van mij ging hier ook over, maar ik zie nog geen
beweging hierin. Kan het kabinet toezeggen dat het voor het zomerreces
de nodige wijzigingen naar de Kamer stuurt om mensen met een beperking
daadwerkelijk te betrekken en digitale toegankelijkheid echt handen en
voeten te geven?
Voorzitter. Tot zover mijn vragen. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan is het woord aan mevrouw
Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Op 19 maart 2024 schokte het AD met het nieuws dat
tientallen bekende Nederlanders, waaronder Tweede Kamerleden en leden
van het Koninklijk Huis, figureren in deepfakepornovideo's. Deze zijn
vaak tienduizenden keren bekeken. Wij kregen het advies: blijf stil en
doe aangifte; dan komt het vast snel goed. Dat is deze maand twee jaar
geleden. Ik heb vanochtend even gekeken. Nog steeds staan deze
deepfakepornovideo's van mij online, op meerdere websites. Die staan
niet in een onvindbaar hoekje van het internet, maar zijn eenvoudig via
Google te vinden. "Blijf stil en doe aangifte" is volstrekt onvoldoende.
Ja, er is één website op zwart gegaan. Voor zover we weten is er iemand
aangehouden, een 73-jarige Nederlandse man. Of het OM gaat vervolgen,
weten we niet. Je kunt de video's echter nog steeds gewoon bekijken.
Kunt u zich voorstellen dat ik dit volstrekt onacceptabel vind?
Dit is mijn voorbeeld, maar ik noem dit omdat dit voor steeds meer
meisjes en vrouwen alleen maar erger wordt. Vrouwen waren buiten en
thuis al te vaak niet veilig. Nu zijn ze ook online niet veilig. Het
internet wordt dag na dag onveiliger. Cijfers van Offlimits laten dat
ook zien. In 2024 nam een recordaantal slachtoffers contact op met
Offlimits, gemiddeld meer dan 600 meldingen per maand. In 2025 zet die
stijging van het aantal meldingen zich onverminderd voort. 99% van de
slachtoffers is vrouw. Veel erger is dat heel veel van hen minderjarig
zijn. Kom niet met: blijf stil en doe aangifte. Hier moet veel meer
gebeuren. Dit mag niet het nieuwe normaal worden. Wat gaat het nieuwe
kabinet hieraan doen? Kinderporno kan binnen 24 uur offline gehaald
worden. Wil het kabinet zorgen dat dat ook voor deepfakeporno gaat
gebeuren? Offlimits zegt: "Extra wetgeving is niet nodig; de wet is er.
Het is de handhaving die ontbreekt." Ik deed aangifte van de websites
die nu online staan en kreeg te horen dat het niet opgepakt ging worden.
Hoe zorgen we dat dit wél prioriteit gaat krijgen? Want het wordt alleen
maar erger. Inmiddels kun je via Grok op X mensen uitkleden en kun je
ook dit soort video's maken. Offlimits en Fonds Slachtofferhulp spannen
een kortgeding aan tegen Grok en X: voorkom dat techbro's
grensoverschrijdend gedrag gaan faciliteren. Wat gaat het kabinet
hieraan doen? Mijn pleidooi vandaag is dat voor een vrij en veilig
internet. Dat betekent harder ingrijpen wanneer dat niet zo is, zoals
bij de opkomst van deepfakeporno, maar dat betekent ook heel veel
ellende voorkomen.
Voorzitter. Ik ben de laatste spreker, dus ik kan mij bij heel veel
sprekers aansluiten die zaken hebben gezegd over bijvoorbeeld
Odido.
De SP pleit voor digitaal democratiseren, minder macht voor Amerikaanse
techbro's en meer zelf doen. De lakmoesproef voor dit kabinet is ook
heel duidelijk. Na de plannen om het bedrijf achter DigiD te verkopen
aan Amerikanen en de NS die diensten wil uitbesteden, bleek het nog
gekker te kunnen. De Belastingdienst gaat de btw-ICT uitbesteden aan het
Amerikaanse bedrijf FAST voor software. Dit betreft software en service.
Kan Trump er straks voor zorgen dat er geen btw meer binnenkomt bij de
overheid? Dat vragen we aan het kabinet. Hoe dom kunnen we zijn? Wil het
kabinet erkennen dat de eerste reactie, namelijk dat het allemaal wel
meevalt, een fout was en dat het wel gaat bezien hoe we dit soort zaken
kunnen voorkomen? Hoe kunnen we praten over soevereiniteit als we
ondertussen onszelf in een wurggreep aan het worstelen zijn? Is het hier
nog mogelijk in te grijpen? We begrijpen dat dat hier niet meer zo is.
Deelt het kabinet onze mening dat we überhaupt moeten stoppen met het
aanbesteden van dit soort diensten? Hoe gaat het kabinet dit doen? Ik
vraag dit ook gelet op waar collega's al op gewezen hebben: de plannen
zijn mooi en de doelen zijn mooi, maar zolang de middelen ontbreken
kunnen we ook moeilijk zelf publieke alternatieven opzetten.
Een vrij en veilig internet betekent digitale autonomie, maar dat is
niet hetzelfde als Europese techbro's hetzelfde laten doen als
Amerikaanse techbro's. De ontwikkeling van AI moeten we niet overlaten
aan commercie en techmiljardairs. Vooruitgang moet vrijheid brengen, in
plaats van onzekerheid voor velen en grote winsten voor een enkeling. In
Trouw is een reconstructie te lezen van hoe tijdens een etentje bij
minister Karremans zes techbro's het AI-beleid van het nieuwe kabinet
mochten vormgeven. Dan lijkt de hebzucht toch wel te winnen. Dit AI
Deltaplan kwam er mede na een oproep van de Autoriteit Persoonsgegevens.
Zij vond dat zo'n plan moest zorgen voor het "beschermen van
grondrechten en fundamentele waarden" waarbij "overheid, bedrijven en
burgers allemaal een rol hebben", maar dit AI Deltaplan lijkt daar haaks
op te staan, met wensen als "move fast and break things", waarmee onder
andere aan arbeidsrecht wordt getornd.
Ik vraag aan het kabinet of het onze mening deelt dat de voordelen van
AI juist ten goede moeten komen aan werknemers en dat we niet moeten
tornen aan bijvoorbeeld het ontslagrecht. Welke waarborgen bouwt het in
om te voorkomen dat we met publiek geld bedrijven groot maken die
vervolgens alsnog verkocht kunnen worden aan Amerikaanse partijen?
Gelooft het werkelijk dat de bomen altijd tot in de hemel zullen
groeien? Zo'n 95% van alle generatieve AI-projecten faalt, blijkt uit
onderzoek van het MIT. Hoe voorkomt het dat we straks met publiek geld,
bijvoorbeeld geld uit de pensioenpotten, een economische bubbel aan het
creëren zijn, die als die barst de samenleving opzadelt met nieuwe hoge
kosten?
Voorzitter. Dit is mijn laatste punt. Daar is al aandacht voor gevraagd,
maar ik wil het ook expliciet benoemen. Wanneer we het hebben over
digitale autonomie en digitale veiligheid, gaat het vaak over Nederland,
maar niet expliciet over het Caribisch deel van het Koninkrijk, terwijl
ze daar misschien nog wel kwetsbaarder zijn. De NCTV wijst op
structurele afhankelijkheden, die een kwetsbaar ecosysteem vormen. Bijna
al het internetverkeer loopt via zeekabels naar Puerto Rico, waar het
aansluit op een internetknooppunt in de VS. Bij storingen zijn er weinig
alternatieven. De NCTV pleit voor meer inzicht in afhankelijkheden en
het ontwikkelen van terugvalopties. Onze vragen zijn als volgt. Hoe gaat
het kabinet ook de digitale autonomie van het Caribisch deel van het
Koninkrijk versterken? Wat is de laatste stand van zaken wat betreft de
zeekabels? Collega's vroegen hier ook al naar. Wat is er extra nodig om
ervoor te zorgen dat inwoners daar digitaal vrij en veilig kunnen
zijn?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat brengt ons bij het einde van de eerste termijn van de
Kamer. Er zijn veel vragen gesteld, over drie verschillende begrotingen.
Volgens mij moet er ook nog heen en weer gewandeld worden en zit er een
lunchpauze tussen. Ik denk dat het realistisch is om een uur te
schorsen. Dat betekent: tot 12.41 uur. We kunnen er ook 12.45 uur of
12.40 uur van maken. We schorsen tot 12.45 uur.
De vergadering wordt van 11.42 uur tot 12.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is inmiddels 12.45 uur, dus we gaan verder met dit WGO Digitale
Zaken. We gaan beginnen met de beantwoording door de
staatssecretarissen. Het is handig als we eerst even een totaalbeeld
krijgen van alle blokjes. Ik denk dat mevrouw Aerdts daarna gaat
beginnen.
Staatssecretaris Aerdts:
Zeker, voorzitter. Ik heb zes onderwerpen waar ik eerst bij stil zal
staan. Het coalitieakkoord, de portefeuilleverdeling en de begroting
zijn nummer een. Daarna komen digitale soevereiniteit, de digitale
economie, de digitale samenleving, de digitale overheid en de begroting
JenV, of overig JenV. En dan is mijn collega.
Staatssecretaris Van der Burg:
Die neemt het dan over met BZK, de Carieb en overige.
De voorzitter:
Dat is heel helder. Heel veel dank. Dan is het woord aan u.
Staatssecretaris Aerdts:
Dank u wel, voorzitter. Ik voel me ontzettend vereerd dat ik vandaag en
in de komende periode met uw Kamer in gesprek mag gaan over de digitale
toekomst van Nederland. Vanuit mijn achtergrond in veiligheid heb ik ook
ervaren dat de wereld er een aantal jaar geleden heel anders uitzag. Ik
wil er allereerst heel graag bij stilstaan dat we zo veel geluk hebben
met zo'n actieve en kundige digitale commissie. Wij kijken dus
ontzettend uit naar die samenwerking.
Digitalisering is een transitie die ingrijpt in alle facetten van onze
economie, samenleving en overheid. Het vormt de ruggengraat van allerlei
vitale processen en van de benodigde economische groei en innovatie in
de komende decennia. Het is dé motor die ons in staat stelt om
concurrerend te blijven en nieuwe kansen te creëren. Tegelijkertijd zijn
er vele uitdagingen, onder andere rond risicovolle strategische
afhankelijkheden van landen buiten Europa en rond verslavende algoritmes
en schadelijke content, ook in relatie tot onze democratische
rechtsstaat.
Digitalisering raakt iedereen, maar jonge mensen misschien nog wel het
meeste. Zij groeien op in een wereld waarin online en offline volledig
met elkaar verweven zijn, waarin kansen voor ontwikkeling hand in hand
gaan met risico's als desinformatie, verslaving en verlies van privacy.
Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat technologie hun
talent versterkt in plaats van beperkt en dat zij niet alleen gebruikers
zijn, maar ook medevormgevers van de digitale toekomst.
Digitale soevereiniteit betekent daarom ook investeren in digitale
vaardigheden, weerbaarheid en gelijke kansen voor de volgende generatie.
Als staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit ben ik
verantwoordelijk voor de coördinatie over de volle breedte van
digitalisering en soevereiniteit, van onze digitale economie en
samenleving tot aan de digitale overheid. Bij de digitale overheid is
mijn rol kaderstellend, terwijl mijn collega-staatssecretaris Eric van
der Burg vanuit zijn portefeuille, Slagvaardige Overheid, gaat over de
realisatie van de digitaliseringsopgave voor de Rijksoverheid. Ik ben
blij met deze verantwoordelijkheid en met de ambities die in het
coalitieakkoord staan over deze toekomst. Wij zijn erg blij met dat hele
hoofdstuk. We kunnen er namelijk niet langer omheen draaien: het gaat
niet goed met de Europese digitale positie ten opzichte van de rest van
de wereld. Maakte de Europese digitale sector in 2010 nog een kwart van
de wereldwijde digitale sector uit; in de afgelopen jaren is dat
geslonken naar 11% in 2022 en nu zelfs naar minder dan 10%. Als we
kijken naar research and development, zien we dat de EU zo'n 7% van deze
uitgaven op het gebied van ICT-software voor haar rekening neemt en
slechts 11% op het gebied van ICT-hardware. Deze ontwikkeling vergroot
onze afhankelijkheid van andere landen, met name de Verenigde Staten en
China. Onze samenleving draait feitelijk op technologie van buiten. Er
zijn brede zorgen over wie mogelijk toegang heeft tot onze data; dat
hebben we afgelopen week ook weer duidelijk gezien.
Als je dat combineert met de geopolitieke realiteit, weet je genoeg. Dit
zet onze economie, onze veiligheid en onze samenleving onder druk. Er is
een omslag nodig. We moeten als Nederland en Europa onze
afhankelijkheden verkleinen. We moeten zelf meer een speler zijn en
sleutelposities opbouwen: van pilotland naar opschaalland. En we moeten
als overheid bewuster gaan kiezen en sturen op de inrichting van onze
digitale systemen en infrastructuur, overigens zonder daarbij volledig
digitaal soeverein of autonoom te zijn. Het gaat erom dat we risicovolle
strategische afhankelijkheden afbouwen en waar mogelijk zelf
strategische posities opbouwen. Daarvoor is een trendbreuk nodig. Onze
huidige inzet is onvoldoende. We gaan te langzaam, ondanks alle goede
inspanningen rond wetgeving, innovatie, de AI-fabriek en de NDS. Kortom,
ik wil aan de slag. Ik zei net al: Rob geeft ons een euro voor elke keer
dat we dat zeggen. Dat is niet helemaal waar, maar ik ben altijd blij
als het genoeg terugkomt. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwe visies
of strategieën — in voorbereiding op dit debat heb ik voor mezelf zeker
50 plannen, strategieën en bullets genoteerd op een hele grote lijst —
maar we gaan wel vooruit met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, de
Strategie Digitale Economie, de Agenda DOSA en de Nederlandse
Cybersecuritystrategie. Ik wil deze stukken doorvertalen naar gerichte
actie en concrete resultaten.
Daarbij wil ik de volgende accenten zetten. Allereerst wil ik blijvend
inzetten op de protect-maatregelen met het EU Digital Rulebook, waarmee
we spelregels opstellen voor de digitale platforms en opkomende
technologieën als AI en cybersecurityeisen stellen aan digitale
producten en organisaties. Het kabinet wil ook extra maatregelen nemen
om een minimumleeftijd voor gebruikers van sociale media te
introduceren. Maar denk ook aan interventies rond 5G of bij ongewenste
overnames. Kortom, die protect-agenda zetten we met extra energie
voort.
Tegelijkertijd is het ook helder dat we ons tegen die afhankelijkheid
niet kunnen weren met alleen wetgeving en veiligheidsmaatregelen. Er is
grote noodzaak om echt werk te maken van de promote-agenda, door te
investeren in ontwerp, ontwikkeling en het gebruik van Nederlandse en
Europese digitale sleuteltechnologie, modellen en infrastructuur. Als je
vergeet om te promoten, heb je ook niks om te protecten. Het vizier moet
nadrukkelijk gericht zijn op het versterken van onze eigen digitale
technologische slagkracht, zodat we concurrerend en weerbaar zijn. Het
moet ook plaatsvinden op basis van Europese waarden. Overheid,
bedrijfsleven, kennisinstellingen en de financiële sector moeten
hiervoor de handen ineenslaan, in Nederland, in Europa en met onze
partners wereldwijd.
De overheid kan dit faciliteren, enerzijds door gericht en ambitieus
beleid te maken, door alles te doen om techbedrijven hier te laten
pionieren en ze vervolgens te behouden als ze groeien, nationaal en
Europees, en anderzijds door zelf het goede voorbeeld te geven als een
overheid die zelf digitaal autonomer wil worden, de regie neemt in de
eigen ICT-huishouding en tegelijkertijd werk maakt van haar rol als
launching customer. De sleutel daartoe ligt deels in Nederland en deels
in Europa. Ons aanbestedingskader moet meer ruimte bieden om op grond
van autonomie, weerbaarheid en veiligheid te kiezen voor Europese
digitale infrastructuur, producten en diensten.
Tot slot, voorzitter. Een digitale economie en samenleving kunnen niet
zonder een sterke digitale overheid. Het is onze verantwoordelijkheid om
te zorgen voor een overheid die digitaal toegankelijk is voor iedereen,
efficiënt werkt en weerbaar is tegen dreigingen van buitenaf. Dat
betekent dat publieke dienstverlening begrijpelijk, gebruiksvriendelijk
en inclusief moet zijn, zodat burgers en ondernemers daadwerkelijk
profiteren van de digitalisering. Het betekent dat er meer regie komt in
het inkoopbeleid om zo de ontstane ongewenste afhankelijkheden af te
bouwen. Wij zullen niet alleen samenwerken, maar ook altijd in contact
staan met onze collega's van bijvoorbeeld de ministeries van OCW, VWS,
BZK, Defensie en Economische Zaken. U gaf dat ook al een aantal keer
aan. Ik zeg daarbij wel: dit gaat niet van de ene op de andere dag. Maar
het moet wel gebeuren. Alleen met een digitaal volwassen overheid, een
weerbare samenleving en een excellente digitale infrastructuur met
bedrijven van wereldklasse, kunnen we onze publieke waarden borgen, het
vertrouwen van burgers versterken en onze digitale soevereiniteit
waarmaken. Daarvoor zet ik me de komende periode vol overtuiging
in.
Ik zal eerst even stilstaan bij alle vragen over het coalitieakkoord, de
portefeuilleverdeling en de begroting. Allereerst de vraag van mevrouw
Kathmann of er in de formatie adviezen zijn gemaakt waarop de verdeling
van deze portefeuille is gebaseerd. U bent ermee bekend dat de formateur
over het algemeen op sommige momenten informatie vraagt vanuit de
departementen. De inhoudelijke beantwoording wordt actief openbaar
gemaakt door de formateur en de informateur. Er is ook een ambtelijk
advies uitgebracht over de precieze verdeling. Daarbij zijn wij helemaal
nog niet betrokken geweest, want op dat moment waren wij nog niet
beëdigd als staatssecretaris. Wij zoeken nog even naar de correcte
manier om dat openbaar te maken: of de formateur dat zou moeten doen of
dat wij dat zouden kunnen doen. We zijn echter wel voornemens om het te
doen. We zullen ervoor zorgen dat dat via de goede route bij u terecht
zal komen.
Een andere vraag die een aantal keer terugkwam, onder andere bij mevrouw
Kathmann, de heer Van den Berg en mevrouw El Boujdaini, is hoe het
kabinet denkt al deze ambities waar te kunnen maken zonder geld.
"Wanneer kunnen we een stevig financieel voorstel verwachten?" Aan de
ene kant snap ik soms wat u zegt: er komt geen geld bij. Dat is ook in
antwoord op veel technische vragen zo verwoord. Aan de andere kant
prioriteert het kabinet de versterking van de concurrentiekracht en het
verdienvermogen. Digitalisering en AI hebben daarin een hele prominente
rol. Ik wil mij er dan ook voor inzetten dat het kabinet echt actie gaat
ondernemen. Dat doe ik bijvoorbeeld door te bevorderen dat de
innovatiemiddelen van het NADI in de start- en scale-upfinanciering van
de Nederlandse investeringsinstelling ook open komen te staan voor
digitale Nederlandse tech-ecosystemen. Er komt structureel 100 miljoen
voor de Nationale Technologiestrategie en voor innovatie. De uitwerking
moet nog plaatsvinden, maar we gaan er natuurlijk op inzetten dat er ook
een sterke digitale component zal zijn.
Dat er centraal geen aanvullende middelen worden gereserveerd, betekent
verder niet dat er geen geld wordt uitgegeven. Overheidsorganisaties
geven ieder voor zich middelen uit om genoemde kansen te realiseren en
uitdagingen aan te pakken. Daarom ga ik ook in gesprek met diverse
overheidsorganisaties, zoals het Rijk, dienstverleners, gemeenten,
provincies en waterschappen, om te kijken hoe we onze ambities zo veel
mogelijk kunnen realiseren.
Mevrouw El Boujdaini vroeg zich ook af hoe ik dit proces de komende
periode voor me zie. Op dit moment wordt er interbestuurlijk gewerkt aan
een volledige uitwerking van de investeringsagenda. Dat gebeurt met
gemeenten, provincies, waterschappen et cetera. Daarin komt ook een
nadere uitwerking en onderbouwing van de kosten. Daarin komen ook de
eventuele baten van de NDS voor Nederland aan bod, evenals de
voorgestelde financieringsmogelijkheden. Mijn aandacht zal de komende
tijd uitgaan naar welke plannen realistisch en haalbaar zijn en waarvoor
we met andere bestuurslagen de benodigde mensen en middelen zouden
kunnen vrijspelen.
Mevrouw Kathmann vroeg ons wat wij gaan doen om de Kamer meer inzicht te
geven in de uitgaven op het gebied van digitale zaken. We willen ons
daar echt uitermate voor inspannen en u hierover op een later moment
informeren. De afgelopen tijd is er op ambtelijk niveau al contact
geweest met het ministerie van Financiën om de mogelijkheden hiervoor
goed in kaart te brengen. Maar zoals u net ook al aangaf, zitten we nu
volgens mij formeel aan het einde van week 1 of aan het begin van week
2. Ik wil me er dus echt nog even goed in verdiepen. Zo kan ik een goed
voorstel doen.
Nog een vraag van mevrouw Kathmann: hoe gaan deze staatssecretarissen
samenwerken met hun Defensiecollega's om het nationale belang in de
digitale infrastructuur te versterken, zoals ook is gevraagd in de motie
op stuk nr. 18 (36592) (#4)? Ze vroeg of het een optie is om bepaalde
projecten samen met Defensie te financieren en, zo ja, waar het dan om
kan gaan. Het antwoord is: jazeker. We doen het ook al. De AI-fabriek in
Groningen is een concreet voorbeeld van een gezamenlijke investering om
de digitale infrastructuur te versterken. Verder vindt er samenwerking
met Defensie plaats rondom bijvoorbeeld de actieagenda voor
cybersecuritytechnologieën, als onderdeel van de Nationale
Technologiestrategie, de Nationale Cryptografiestrategie — hier gaan we
al met de strategieën! — en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat
is ter bevordering van de digitale soevereiniteit en
cybersecurity.
Mevrouw El Boujdaini vroeg mij ook nog hoe ik aankijk tegen een
financiële paragraaf bij projecten en programma's. Daar ben ik een groot
voorstander van. Vanuit de Comptabiliteitswet is het al verplicht om bij
nieuwe voornemens en voorstellen de financiële gevolgen in kaart te
brengen. De complexiteit hierbij is wel dat niet altijd precies
inzichtelijk gemaakt kan worden wat nou een ICT-component is, omdat die
soms verweven is met andere kosten. Om het inzicht in die financiën te
vergroten, loopt er al een traject om de financiële gegevens van grote
ICT-projecten te verbeteren.
Dit ter afronding van mijn eerste blokje, te weten coalitie,
portefeuille en begroting.
De voorzitter:
Dan geef ik even het woord aan mevrouw Kathmann van GroenLinks-Partij
van de Arbeid! Zij heeft een vraag over de financiering. Dank in ieder
geval voor de beantwoording. In een eerder debat was er een
interruptiedebatje tussen mevrouw Zwinkels en de heer Van den Berg over
financiering. Toen mevrouw Zwinkels daarin gevraagd werd naar de
financiële uitdagingen, antwoordde zij dat zij ook nog wel mogelijkheden
zag rond de uitbreiding van het defensiebudget en wat daaraan allemaal
uitgegeven gaat worden. Dat zou misschien ook zijn weg kunnen vinden
naar bepaalde aspecten van digitalisering of de NDS. Daar ben ik heel
blij mee, maar wordt dat meegenomen in het plaatje dat wij krijgen? En
bestaan daar al stukken over? Zijn er al gedachtewisselingen over
geweest?
Staatssecretaris Aerdts:
Op dit moment bestaan daar nog geen stukken over. Dit is wel iets wat we
met elkaar gaan bespreken, maar het is nu eigenlijk nog te vroeg om
daarover uitspraken te doen. Maar nu wij weten dat dit voor uw commissie
zo belangrijk is, zullen we dit meenemen als wij u hierover verder
informeren.
De voorzitter:
Dan is er een vraag van de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, daarop volgend. Kan de staatssecretaris bevestigen of die 1,5% van
het NAVO-budget — daar hebben we het volgens mij over, want 3,5% is
strikt genomen voor militair materieel en 1,5% is voor de ondersteunende
zaken — ook echt gebruikt kan worden voor al deze digitale infra? En zo
nee, kan zij dat dan uitzoeken?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik kan dat nu nog niet toezeggen. Het wordt op dit moment uitgezocht,
maar als we daar een update van hebben, komen we zeker bij deze
commissie terug.
De voorzitter:
U kunt verder met uw tweede blokje, geloof ik. Ja.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan gaan we verder met de vragen die de commissie heeft gesteld over
digitale soevereiniteit.
Mevrouw Kathmann vroeg of het kabinet, zoals de Kamer heeft gevraagd,
een streefdoel gaat stellen voor wanneer we onafhankelijk moeten zijn.
Dat ging onder andere over het opslaan van 30% van de cloudapplicaties
in Nederland, zoals gevraagd in de motie op stuk nr. 5 (36574) (#5). Ik ben
bezig met het uitvoeren van deze motie. Ik ben dus ook voornemens om in
het herziene rijkscloudbeleid een streefdoel op te nemen. De begin
februari gepubliceerde rijksbrede IT-sourcingstrategie en de
onderliggende handreiking geven richting aan het maken van die bewuste
risicogebaseerde keuzes rond onafhankelijkheid. Ik wil ook aangeven dat
veel van de huidige migraties een gevolg zijn van besluitvorming van een
aantal jaren geleden, net als de aanbesteding, waar we hier vandaag ook
over spraken. De geopolitieke situatie zag er toen nog heel anders uit.
Ik begrijp echt het gevoel van urgentie, maar een overhaaste exit kan
nog wel wat risico's meebrengen voor de continuïteit. Wij wegen dat dus
zorgvuldig af, maar kortgezegd zijn we bezig met het uitvoeren van de
motie. Ik ben ook voornemens om een streefdoel op te nemen.
Dan de motie-Kathmann over het in principe stoppen met migraties naar de
Amerikaanse cloud, tenzij enorm goed onderbouwd en goedgekeurd. Dat is
de motie op stuk nr. 1315 (26643) (#6). Ik ben het helemaal met u eens dat
een zorgvuldige afweging van het grootste belang is bij cloudmigratie.
In het herziene rijkscloudbeleid, dat ik in het eerste halfjaar verwacht
aan uw Kamer te sturen, worden deze voorwaarden dan ook verder
aangescherpt, en wordt gewerkt aan het beperken van de afhankelijkheden
van vooral enkele leveranciers en het inperken van de geopolitieke
risico's. Zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd, blijft wel gelden
dat departementen zelf verantwoordelijk zijn voor hun cloudbeleid en de
bijbehorende risicoanalyses.
De andere motie van mevrouw Kathmann vroeg om een plan B en een snelle
exitstrategie op te stellen voor alle delen van de overheid waar we
afhankelijk zijn van één niet-Europese leverancier. Hoe staat het met de
uitvoering van die motie? Ik onderschrijf vanzelfsprekend de noodzaak om
de strategische afhankelijkheden van een beperkt aantal grote
leveranciers te verminderen. Ook wordt in het herziene cloudbeleid
opgenomen dat de departementen bij het gebruik van clouddiensten zowel
de leveranciersafhankelijkheid als het geopolitieke risico bij die
betreffende toepassingen en afwegingen moeten meenemen. Waar deze
risico's aanwezig zijn, wordt ook gevraagd om een exitplan voor de korte
termijn op te nemen — u zou dat plan B kunnen noemen — dat naast het
plan voor geplande migratie op de lange termijn bestaat.
Dan vroeg mevrouw El Boujdaini of de staatssecretaris een integraal
overzicht heeft van waar onze meest kwetsbare afhankelijkheden zitten
en, zo nee, wanneer de Kamer dat overzicht kan verwachten. We zijn bezig
om deze kwetsbare afhankelijkheden in kaart te brengen. De aanpak voor
het in kaart brengen van die risicovolle strategische afhankelijkheden
is ook vastgelegd in de Kamerbrief van 12 mei 2025. In de NDS, die zich
richt op het versnellen van het inzicht in de kritieke
IT-dienstverlening en de bouwstenen daarvan, verkennen we daarom al heel
expliciet de uniforme methodiek en gemeenschappelijke taal om te
definiëren wat die kritieke diensten dan zijn. Daarnaast verkennen we
een minimale registratiestandaard voor wat verschillende lagen binnen de
overheidsorganisaties lokaal vastleggen over deze diensten in hun eigen
systemen.
Dan was er nog een vraag van D66. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de
lobby die de VS gaan starten tegen onze soevereiniteitsagenda? En wat
kan het kabinet daartegen doen? De positie van de Verenigde Staten ten
aanzien van de Europese digitale wet- en regelgeving is mij bekend.
Allereerst wil ik vooropstellen dat Nederland en de EU over hun eigen
wet- en regelgeving gaan en dat er geen aanpassing van regelgeving onder
druk van derden mag plaatsvinden. Ik denk dat dit ontzettend belangrijk
is als we over soevereiniteit praten. De VS zijn en blijven een van onze
belangrijkste bondgenoten buiten de EU. Onszelf losmaken van de VS is
niet in ons belang. Wel hebben de VS aangegeven dat Europa voor zijn
veiligheid vaker op eigen benen moet staan en minder afhankelijk moet
worden. Dat is dan ook de inzet van dit kabinet en van de EU. De
digitale soevereiniteitsagenda van dit kabinet past in dat kader. Die
agenda versterkt onze eigen digitale weerbaarheid, onder meer door het
gericht afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden op
bijvoorbeeld de cloud en door zelf te gaan investeren in Europese
organisaties. Het is van belang dat we hierover in gesprek blijven met
de Verenigde Staten en Amerikaanse techbedrijven. Ik zal inzetten op een
spoedige kennismaking met de Amerikaanse ambassadeur om het wederzijds
belang van deze agenda te benadrukken. Verder zal ik hierover in nauw
contact blijven met Europese counterparts. De eerste mogelijkheid
daarvoor is waarschijnlijk tijdens de informele Telecomraad op 23 en 24
maart aanstaande.
Naar aanleiding van de aanbesteding van de Belastingdienst vroeg mevrouw
Beckerman of we moeten stoppen met aanbestedingen voor Europese
bedrijven. Zoals ik net al zei: gelet op continuïteit en de geopolitieke
situatie, zitten er natuurlijk risico's aan om dat in een keer te doen.
In Europees verband wordt er nu gesproken over wat er mogelijk is rond
het voorsorteren op Europese leveranciers. Dit kabinet zet zich
daarnaast in Europees verband ook in voor het versterken van de
cloudsoevereiniteit bij overheden, het beter kunnen sturen op
strategische autonomie bij aanbestedingen en het bieden van meer
mogelijkheden om risico's voor de nationale veiligheid te beperken of
uit te sluiten. Ik begreep dat er volgende week een commissiedebat over
deze specifieke casus is, waarin mijn collega, de staatssecretaris van
Financiën, heel expliciet op deze zaak zal ingaan.
Dan kom ik aan het einde van dit blokje en gaan we door met het
volgende, digitale economie. Mevrouw Zwinkels gaf aan dat in eerdere
stukken werd gesteld dat de AI-fabriek al in 2026 in gebruik zou worden
genomen. Zij vroeg naar de stand van zaken wat dit betreft. De start van
het AI-expertisecentrum is voorzien in de zomer van 2026. De
AI-supercomputer is naar verwachting eind 2027 of begin 2028 gereed voor
ingebruikname. De exacte tijdlijn van de realisatie van de supercomputer
is onder andere afhankelijk van de aanbesteding door de European High
Performance Computing Joint Undertaking. De potentiële gebruikers,
waaronder start-ups, overheden en onderzoekers, kunnen overigens nu al
rekentijd aanvragen op bestaande supercomputers in andere lidstaten van
die EuroHPC Joint Undertaking. Ik struikel een beetje over de naam! Ik
zal uw Kamer nadrukkelijk op de hoogte houden van de voortgang van de
realisatie van de AI-fabriek. Ik kijk er ook naar uit, want dit wordt
een van mijn eerste werkbezoeken in het kader van dit
staatssecretariaat.
Mevrouw Kathmann vroeg hoe het kabinet kijkt naar de komst van de
AI-gigafabriek naar Nederland. Steunt het kabinet dit plan? Wat gaat het
doen om die fabriek succesvol naar Nederland te halen? Ik steun het
initiatief van de Europese AI-gigafrabrieken van harte. Dit is
ontzettend belangrijk voor het verstevigen van de Europese
AI-infrastructuur, maar de meerwaarde van die AI-gigafabriek hangt onder
andere af van wat daar gebeurt, wie die gebruikt en welke ecosystemen
daaraan verbonden zijn. Er zijn meerdere Nederlandse initiatiefnemers
met plannen voor een AI-gigafabriek in Nederland. Om Nederlandse
voorstellen voor de gigafabriek kansrijk te laten meedingen in de
Europese call is het noodzakelijk dat de Rijksoverheid zich al vóór
openstelling financieel committeert aan de afname van een substantiële
hoeveelheid rekenkracht. Zoals al werd aangegeven, heeft het kabinet
vooralsnog geen middelen op de rijksbegroting gereserveerd voor dit
initiatief. Mocht Nederland zich niet financieel kunnen committeren, dan
blijven er mogelijkheden voor consortia om privaat AI-infrastructuur te
realiseren buiten de kaders van deze Europese call.
Mevrouw Kathmann vroeg ook nog wat de rol zou kunnen zijn van zo'n
gigafabriek in de digitale infrastructuur van Nederland. In algemene zin
spelen deze fabrieken natuurlijk een strategische rol in de digitale
infrastructuur en economie. Ze zouden fysieke publiek-private
infrastructuur en rekenkracht in Europa bieden, die nodig is voor het
trainen en het draaien van geavanceerde AI-modellen en -toepassingen.
Dit stelt onderzoekers, bedrijven en overheden in staat om AI-modellen
en -toepassingen te ontwikkelen en te gebruiken op Europese
infrastructuur. Tegelijkertijd hangt de precieze rol van zo'n fabriek in
de digitale infrastructuur in Nederland onder andere af van wat er
gebeurt, wie het gebruikt en welke systemen je daaraan hebt
verbonden.
D66 vroeg nog: wat doet het kabinet nou concreet om hoogwaardige
publieke datasets te ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkelingen? Op
het opendataplatform data.overheid.nl publiceert de overheid deze
opendatasets. In 2025 is hier nog een aantal high value datasets aan
toegevoegd, zoals basisregistraties, data over mobiliteit en economische
data. Deze sets zijn machineleesbaar, AVG-compliant — belangrijk! — en
herbruikbaar voor AI-ontwikkelingen. Enkele publieke organisaties hebben
aanvullende data ter beschikking gesteld.
Mevrouw Kathmann vroeg nog hoe dit kabinet aankijkt tegen de Omnibus
Digitaal- en de Omnibus AI-wetgeving en of dat een andere opvatting is
dan die van het kabinet-Schoof. De opvatting van het kabinet over dit
onderwerp verschilt niet noemenswaardig van die van het vorige kabinet.
Ook voor dit kabinet is het verlagen van de regeldruk een belangrijke
prioriteit. Daarbij blijft een belangrijk uitgangspunt bij de Omnibus
Digitaal dat er geen afbreuk mag worden gedaan aan de doelen van de
wetgeving of aan de bescherming van grondrechten. Dat zal de inzet van
dit kabinet blijven in de onderhandelingen.
Dan gaan we er nog één krijgen om over te struikelen: mevrouw Zwinkels
vroeg hoe de Smart Industry Schaalsprong Agenda en de European Digital
Innovation Hubs ter ondersteuning van het mkb bij de digitalisering van
de bedrijfsprocessen eruitziet en wat er nou te verwachten is. Wij zijn
voornemens om de Europese Digitale Innovatie Hubs te verlengen tot en
met 2028, waarbij de focus ligt op de toepassing van kunstmatige
intelligentie en cybersecurity binnen het mkb. Het kabinet trekt hier
samen met de EU en de provincies ongeveer 27 miljoen voor uit voor de
periode tot en met 2028. Het kabinet zet ook in op het Smart
Industryprogramma. Dat zet het voort tot 2028 om de digitalisering van
de Nederlandse maakindustrie verder te versnellen. De focus ligt op
voorlichting aan ondernemers en het ontwerpen van nieuwe methodieken,
bijvoorbeeld op het gebied van AI en opleidingen, die ook kunnen worden
opgeschaald in dit programma. Het ministerie van Economische Zaken en
Klimaat trekt bijna 1 miljoen uit voor het Smart Industryprogramma.
Beide programma's dragen bij aan de ambities zoals we die hebben
neergelegd in de Strategie Digitale Economie.
Dan de zeekabels. Mevrouw Kathmann vroeg of we op de volgende begroting
geld gaan vrijmaken voor digitale infrastructuur en de nieuwe zeekabels
en of we de publieke financieringsopties hiervoor, die zijn uitgewerkt
naar aanleiding van haar motie, verder gaan uitwerken.
De voorzitter:
Ik ben daar heel benieuwd naar, maar voordat u die vraag beantwoordt,
gaan we naar mevrouw Zwinkels. Zij heeft een vraag.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Klopt, voorzitter. Mijn vraag gaat over de hubs voor het mkb, even kort
samengevat. Ik ben heel erg benieuwd wat ondernemers nu kunnen
verwachten. Ik probeer dat in begrijpelijke taal te krijgen voor
ondernemers. Kunnen ze een aanvraag doen? Kunnen ze veel voorlichting
verwachten? Zo ja, hoe ziet die er dan uit? Als dit debat daar niet de
gelegenheid voor is, mag het ons ook toegestuurd worden per brief, maar
ik vind het heel erg belangrijk dat dit heel concreet wordt gemaakt en
niet in abstracte termen of programma's blijft hangen.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik snap de vraag van mevrouw Zwinkels heel goed. Het reikt voor nu te
ver om dit helemaal uit te leggen, maar we zullen uw Kamer daar zeker
over informeren, op korte termijn.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zou eigenlijk bijna willen voorstellen om eens een keer een soort van
harmonie in al die strategieën te gaan creëren, want ik kan me
voorstellen dat de staatssecretaris het overzicht kwijtraakt; dat geldt
in ieder geval wel voor mij. Ik heb vooral een vraag over de AVG. Er
werd net even gesproken over de grondrechten. Ik weet dat het in het
Omnibuspakket een voornemen is om bijvoorbeeld het toezicht op het
melden van het lekken van informatie, zoals nu bij Odido heeft
plaatsgevonden, naar Europa te verplaatsen. Hoe staat dit kabinet daar
nu in, zeker gezien het subsidiariteitsbeginsel?
Staatssecretaris Aerdts:
Zoals u ziet, fluistert de persoon aan mijn linkerzijde mij nog even
iets in. U moet het voor mij dus wel een keer herhalen. Deze
onderhandelingen lopen nu. Onze inzet is om vast te houden aan onze
eigen nationale toezichthouders en er in ieder geval voor te zorgen dat
geen doublures op Europees niveau zullen ontstaan.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat ondersteunen wij.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter. Dan ga ik toch door naar de zeekabels. Dank voor de vragen.
Mevrouw Rajkowski stelde hier ook een vraag over. Nieuwe strategische
zeekabelverbindingen zijn inderdaad hard nodig om onze koploperspositie
te behouden. Daar zet ik mij samen met de Zeekabel Coalitie hard voor
in. Sinds 2019 zijn met private financiering diverse korte kabels
aangelegd naar het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. De afgelopen jaren
blijkt echter ook dat de markt grote moeite heeft met het rondkrijgen
van een businesscase en de financiering voor de nieuwe strategische
zeekabels. Een belangrijk project is de aanleg van de IOEMA-kabel. Deze
zal Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Denemarken met
elkaar verbinden. Ik zet ook in op een aansluiting op de Arctische route
naar Azië. Met een publieke financiering zouden inderdaad stappen gezet
kunnen worden. De Europese Connecting Europe Facility is hiervoor in
ieder geval zeer belangrijk. Voor dergelijke investeringen is nu echter
geen budget op de begroting van EZ gereserveerd; daarvoor is momenteel
ook geen ruimte. Als Nederland deze projecten wil financieren, zullen we
keuzes moeten maken of zullen andere beleidsdoelstellingen moeten worden
bijgesteld of moeten vervallen. Ook in het coalitieakkoord zijn geen
specifieke middelen voor deze kabels gereserveerd. Investeringen in
digitale infrastructuur met een positieve businesscase zullen worden
meegenomen in de besluitvorming rond de vorming van een
investeringsinstelling.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik hoor de staatssecretaris in ieder geval niet zeggen dat er in de
toekomst geen mogelijkheden zijn. Er moet dus vooral gekeken worden of
dit wellicht wel mogelijk is in andere begrotingsperiodes. Klopt
dat?
Staatssecretaris Aerdts:
Wij hebben wat dit betreft nog wel veel verwachtingen van de markt. Het
is niet zinvol om deze instrumenten verder uitwerken terwijl daar nú
geen financiële dekking voor is, maar het kan natuurlijk een wens van uw
Kamer zijn om daar in de toekomst nog meer naar te kijken.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dat begrijp ik. Als deze staatssecretaris met bepaalde financiën en
opdrachten op pad wordt gestuurd, dan is 'm dat ook. De boodschap is
helder; dat wordt ook zo weer teruggelegd. Ik ben dan wel nieuwsgierig:
gaan wij binnenkort een belangrijke deadline missen? Een verbinding met
het Verenigd Koninkrijk, Denemarken et cetera is goed, maar missen wij
op korte termijn deadlines van aanbestedingen of deals over het
trans-Atlantische deel doordat wij nu niks kunnen doen omdat daar geen
geld voor is? Daar ben ik dan nieuwsgierig naar. Hebben we een halfjaar?
Hebben we twee jaar? Wat is in dezen zo'n beetje de tijdlijn?
Staatssecretaris Aerdts:
Mag ik hier in de tweede termijn even op terugkomen? Dan kijken we hier
voor u even goed naar.
De voorzitter:
De heer Van den Berg van JA21 heeft ook een vraag.
De heer Van den Berg (JA21):
Nu volg ik het even niet meer, want ik hoor de staatssecretaris
enerzijds zeggen dat de markt onvoldoende beweegt, maar als wij dan
vragen om toch publiek te gaan deelnemen, dan zegt zij dat zij nog heel
veel verwacht van de markt. Die twee stroken volgens mij helemaal niet
met elkaar. Hoe zit dat precies?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik kom ook hierop in tweede termijn nog iets uitgebreider terug.
De voorzitter:
Dan heeft het lid Kathmann van GroenLinks-PvdA nog een vraag. Als de
staatssecretaris hierop terugkomt in de tweede termijn, kan zij daar dan
bij betrekken dat de markt ons al een paar jaar lang op het hart drukt
dat er zeker een deadline is en dat, als we nu publiek niks doen, over
twee jaar 100% van de markt in handen is van grote techbedrijven? We
hebben het hier over kabels waar 99% van het hele internetverkeer
doorheen gaat. Alle woorden over digitale autonomie die in het
coalitieakkoord staan, vallen of staan dus ook een beetje met deze
zeekabels. Er is ook een heel breed aangenomen motie die echt een oproep
inhoudt aan de Kamer, zo van: fijn dat dit nu gesteund wordt in de
lobby, maar de stap naar publieke investering is gewoon noodzakelijk om
iets los te trekken.
Staatssecretaris Aerdts:
Dit zullen we inderdaad meenemen in ons antwoord in de tweede
termijn.
We blijven nog heel even bij de zeekabels, namelijk die in het Caribisch
deel van het Koninkrijk. Mevrouw El Boujdaini gaf het al aan: 95% van
het internationale dataverkeer loopt via onderzeese kabels. Regie hebben
over de digitale vitale infrastructuur gaat verder dan alleen Nederland.
Het gaat namelijk ook om het Caribisch deel van het Koninkrijk. Er werd
gevraagd hoe wij hiernaar kijken. Wij bevestigen dat die zeekabels
cruciaal zijn voor het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarom heeft
mijn ministerie vorig jaar onderzoek laten doen naar de
zeekabelverbindingen in het Caribisch gebied. Dat is ook met uw Kamer
gedeeld. Er wordt een belangrijke stap gezet door Bonaire met het
CELIA-zeekabelproject te verbinden. Dit staat gepland om operationeel te
worden in de loop van 2027. Op dit moment laat de Europese Commissie een
haalbaarheidsstudie doen naar de soevereine digitale ontsluiting van het
Caribisch gebied. Naar verwachting is dat onderzoek eind dit jaar
gereed. Dit zien wij ook als een belangrijke input voor het
haalbaarheidsonderzoek dat ik zelf wil gaan uitvoeren naar de
trans-Atlantische kabel tussen Europees en Caribisch Nederland, waar om
werd gevraagd in de motie van mevrouw Kathmann. Met het aanleggen van
die zeekabels zijn aanzienlijke bedragen gemoeid. Het vergt voor ons dus
ook echt een zorgvuldig proces en goede keuzes. We zullen in de tweede
termijn terugkomen op al die termijnen en op welke beslissingen er
mogelijk genomen worden.
We gaan verder met het vierde onderwerp: de digitale samenleving.
Allereerst de ambities als het gaat om online kinderrechten. Mevrouw
Kathmann vroeg wat het kabinet gaat doen om kwetsbare groepen te
ondersteunen. Mijn ambitie is dat digitale diensten veiliger worden,
zeker voor kwetsbare groepen. We zien dat die digitale diensten
schadelijke elementen bevatten, met name voor deze groepen. Dan gaat het
bijvoorbeeld om content of om de verleiding om veel te lang online te
blijven. Ik zie ook dat diensten die veilig zijn heel veel meerwaarde
kunnen hebben, bijvoorbeeld voor kinderen. Daarom ga ik in de komende
tijd, samen met andere departementen in het veld, kijken hoe we die
digitale wereld veiliger kunnen maken voor kwetsbare groepen. Dat kun je
zeker doen door te voorkomen dat ze schadelijke content kunnen zien of
dat ze daar door verslavende algoritmen veel te veel in mee worden
getrokken.
U stelde ook nog een vraag over het basispakket digitale veiligheid: wil
het kabinet meedenken over hoe dat basispakket eruit kan zien en op
welke manier dit gerealiseerd kan worden? Diverse marktpartijen bieden
een veiligheidspakket aan. Een deel van de genoemde producten wordt
gratis aangeboden. Ik wil graag met de aanbieders van deze producten de
inhoud en de toegankelijkheid van het aanbod bezien, en ook bekijken hoe
dat eventueel verbeterd kan worden. Daarbij is het belangrijk dat er een
pakket blijft worden aangeboden. Wij doen dit al. Voor mkb'ers wordt
subsidie beschikbaar gesteld via de regeling Mijn Cyberweerbare Zaak. Op
de websites van Veiliginternetten.nl en het Nationaal Cyber Security
Centrum worden burgers en bedrijven geïnformeerd over basismaatregelen
die zij zelf kunnen treffen op het gebied van cyber. Mijn collega van
BZK financiert in dit kader bovendien de nationale cursus Digitale
Weerbaarheid, voor alle Nederlanders vanaf 12 jaar en ouder. Ook
financiert BZK de cursus Digisterker voor de doelgroep senioren,
specifiek ook bedoeld voor bibliotheken.
Mevrouw Zwinkels stelde nog een vraag over de concrete inzet voor de
minimumleeftijd voor social media. Het kabinet onderzoekt op dit moment
hoe een verbod op sociale media op Europees niveau kan worden bereikt.
We willen dat graag Europees regelen. Dat heeft ermee te maken dat met
een aantal landen de kans om het te omzeilen minder groot wordt. Dat is
ontzettend belangrijk voor ons, maar het uitgangspunt blijft dat de
gegevens van jongeren en kinderen beschermd gaan worden als zij hun
leeftijd zouden moeten aantonen. We verwachten hierover dit voorjaar nog
een rapport van de Universiteit van Amsterdam. Het kabinet zal voor het
zomerreces uw Kamer informeren over de uitkomsten van het onderzoek en
over hoe wij daar verder op zullen acteren.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Uiteraard is het altijd het slimst om dit soort dingen Europees te
regelen. Ik constateer wel dat de geopolitieke situatie zodanig is dat
ik me afvraag wat voor vuist Europa daadwerkelijk op dit gebied durft te
maken richting de VS. Ik zie dat verschillende landen daarom juist
individueel maatregelen nemen. Dan bereik je misschien hetzelfde, maar
via een route die politiek wat handiger is. Zou u in de brief aan de
Kamer ook mee willen nemen of u, als er op Europees niveau geen route
lijkt te zijn om dit te regelen, dan een mogelijkheid ziet om met
gelijkgestemde landen alsnog zoiets op poten te zetten?
Staatssecretaris Aerdts:
Dat advies neem ik graag mee.
Mevrouw Kathmann sprak over de betaalbaarheid van internet. Zij vroeg:
wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat niemand wordt
buitengesloten in de digitale wereld? Ik ben het helemaal met mevrouw
Kathmann eens dat toegang tot internet een basisbehoefte is. Het kabinet
ziet op dit moment evenwel geen aanleiding voor een landelijke aanpak of
een generieke regeling voor lagere, sociale internettarieven. Uit
onderzoek is namelijk ook gebleken dat de Nederlandse internetprijzen
niet hoog zijn in vergelijking met andere landen. Daarnaast gaat de
Autoriteit Consument & Markt strenger toezien op de
informatieverplichting van telecomaanbieders richting consumenten. Dat
geeft meer duidelijkheid over het aanbod dat beter bij persoonlijke
omstandigheden moet passen. Voor kwetsbare huishoudens, waar bredere
problematiek speelt, kan een lokale maatwerkaanpak helpen. De gemeente
Rotterdam is hier een goed voorbeeld van. Denk hierbij aan huishoudens
zonder geschikte apparatuur, met beperkte digitale vaardigheden en met
hogere maandlasten dan nodig in relatie tot het daadwerkelijke
internetgebruik.
Mevrouw Zwinkels en mevrouw Kathmann vroegen allebei wanneer we de
digitale kijkwijzer officieel kunnen verwachten. Er zijn verkennende
gesprekken gevoerd met het NICAM en de ministeries van BZK, VWS en OCW.
Eind vorig jaar is besproken dat de uitvoering van de motie het beste
past bij het mediabeleid van OCW en het jeugdbeleid van VWS. De
bestaande kijkwijzer wordt namelijk deels betaald door deze twee
ministeries. Het ministerie van OCW is in goed overleg met het NICAM
over de plannen. Het ministerie van OCW zal de Kamer informeren als de
gesprekken met het NICAM zijn afgerond. De verwachting is dat dat voor
de zomer zal gebeuren.
Mevrouw Zwinkels vroeg naar de kinderrechtenimpactassessments: wat wordt
er gedaan met de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassessments die
zijn uitgevoerd voor Roblox en TikTok? Worden die uitkomsten meegenomen
in de digitale kijkwijzer? Die uitkomsten gebruiken we onder andere voor
de gesprekken met de platforms en voor bewustwording van ouders via de
publiekscampagne Blijf in Beeld. Eind vorig jaar is besproken dat de
uitvoering van de motie over de digitale kijkwijzer … O, dit heb ik net
al verteld. Ik zal samen met mijn collega, de staatssecretaris van OCW,
bekijken hoe we de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassessments mee
kunnen nemen in de digitale kijkwijzer en beoordelen of dat nuttig
is.
De heer Ceder vroeg mij: wanneer kunnen we van het kabinet
wetsvoorstellen verwachten over leeftijdsverificatie?
De voorzitter:
Mevrouw Zwinkels heeft eerst nog een vraag.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Eén vraag ten aanzien van dat assessment. In gesprek met het vorige
kabinet was ik in de veronderstelling dat dit wel iets meer omvatte dan
alleen input voor een bewustwordingscampagne en het tweede punt dat
mevrouw Aerdts maakte. Ik ben dus nog wel benieuwd of dat op zichzelf
niet voldoende status heeft om, bijvoorbeeld, wat meer te reguleren als
blijkt dat er een hele negatieve impact is.
Staatssecretaris Aerdts:
Mag ik hier in de tweede termijn nog iets uitgebreider op terugkomen?
Fijn.
Dan de vraag van de heer Ceder: wanneer kunnen we van het kabinet
wetsvoorstellen verwachten over leeftijdsverificatie? Mijn
ambtsvoorganger heeft op 19 februari 2025 de Kamer geïnformeerd over
motie-Ceder/Six Dijkstra en heeft een technische briefing aangeboden.
Dat aanbod staat wat ons betreft nog steeds, want het gaat over complexe
materie. Uw vraag was enerzijds gericht op leeftijdsverificatie bij
sociale media en anderzijds op het beschermen van kinderen tegen
bepaalde praktijken die bij wet verboden zijn. Ik denk dat het
belangrijk is om nog te zeggen dat het uitgangspunt van dit kabinet is
dat alles wat offline verboden is, online ook verboden zou moeten zijn.
De brief waar ik net over sprak, heeft eigenlijk betrekking op het
tweede element. Voor het eerste deel, de leeftijdsgrens voor sociale
media, waar we net ook over spraken, ga ik me hardmaken, in eerste
instantie op Europees niveau. Ik verwacht uw Kamer voor het zomerreces
te kunnen informeren over de stand van zaken.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben bekend met de brief van uw voorganger. De Kamer heeft, denk ik,
een of twee keer per motie gevraagd om de voorbereiding van nationale
wetgeving om de voorwaarden voor digitale leeftijdsverificatie vast te
leggen. De reden is dat bedrijven die dat nu doen, het op zeer
omslachtige manier doen en het te omzeilen valt. We zouden daarmee ook
niet het eerste land zijn. Frankrijk, Spanje, Engeland en volgens mij
nog meer landen zijn daar al mee bezig. Mijn concrete vraag was
eigenlijk of het kabinet-Jetten van plan is om in tegenstelling tot het
kabinet-Schoof door te pakken en met specifieke nationale wetgeving te
komen. Daar was namelijk een brede meerderheid voor in de Kamer en ik
denk dat die er nog steeds is. Daarmee bereik je het doel dat de
staatssecretaris en ik delen, namelijk dat wat offline verboden is,
digitaal feitelijk ook verboden is. Dat moet je mogelijk maken. Ik maak
graag gebruik van het aanbod van een technische briefing en wil graag
nadenken over de vraag op welke wijze dat kan. De vraag is of het
kabinet bereid is om met nationale wetgeving te komen.
Staatssecretaris Aerdts:
Het is fijn dat u wilt ingaan op het aanbod van een technische briefing.
De eerste route die wij als kabinet willen volgen, is kijken of het via
de Europese weg kan. Als je met z'n allen een vuist maakt, is dat
natuurlijk een sterker principe, ook met het oog op omzeiling. Maar wij
willen zeker ook nog een keer kijken naar wat je mogelijk in de
tussentijd hier zou kunnen doen en wat daarin langs de Europese route de
fasering zou kunnen zijn. Ik zei dat ook al tegen mevrouw Rajkowski. Dat
zal ik meenemen en we komen daar zeker voor het zomerreces op
terug.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Daarop terugkomend: dat zie ik als een toezegging. Ik vind het fijn dat
dat in een brief terugkomt. Maar dit antwoord past bij een Europees
socialmediaverbod. Ik ben er niet op tegen om dat pad te verkennen, maar
dat gaat niet op bij nationale wetgeving over zaken die wij in Nederland
of verboden, of beperkt hebben tot een bepaalde minimumleeftijd. Een
voorbeeld: alcohol kopen is geen Europese competentie. Het verschilt per
land tot welke leeftijd dat begrensd is. Hetzelfde geldt voor gokken,
kijkwijzers, pornografische websites, gewelddadige websites, noem maar
op. Dat zijn geen Europese competenties. Per land heeft elk parlement in
zijn wijsheid bedacht wat de minimumleeftijd is voordat iemand daar
gebruik van kan maken, daarnaar kan kijken of daar diensten van kan
afnemen. Het blijkt heel makkelijk te omzeilen. Digitaal alcohol kopen
is heel makkelijk, of je nou 8 jaar of 18 jaar bent, omdat die
leeftijdsverificatie gewoon niet deugt en we verouderde wetgeving
hebben. Mijn specifieke vraag is — ik stel 'm omdat ik met het vorige
kabinet ruzie heb moeten maken; ik hoop dat met deze bewindspersonen
niet ook te hoeven doen — of de staatssecretaris bereid is om dat op dit
specifieke aspect in navolging van andere landen wettelijk te gaan
borgen. Nogmaals, het is geen Europese competentie en het is ook niet
logisch om het Europees te regelen omdat de minimumleeftijden per land
verschillen. Als wij dat niet doen, is het alternatief dat al die
diensten waarvan wij gezegd hebben dat ze niet gezond zijn voor
minderjarigen, de facto wel gewoon beschikbaar zijn in de digitale
leefwereld. Volgens mij wil niemand dat.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik denk dat wij dezelfde zorg met elkaar delen. Ik vind de Europese weg
nog steeds wel zinvol als het gaat om het omzeilen, ook al heb je andere
leeftijden met elkaar afgesproken. Als kinderen het vervolgens in België
of in Duitsland wel online kunnen gaan kopen, blijf ik erbij dat die
Europese weg daarin een heel belangrijke is. Maar ik zal het zeker
meenemen in de uitwerking. We hadden het er net al een beetje grappend
over, maar het is inderdaad week 2. Ik neem deze gedachte zeker mee. Ik
hoop niet dat we al in week 2 ruzie moeten maken, maar we zullen elkaar
hierop vast vaker tegenkomen.
De voorzitter:
Nog één vraag van de heer Ceder?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dit is geen interruptie. Ik beschouw dit als een toezegging. Ik wil echt
weten wat het kabinet gaat doen. Kunnen wij afstemmen dat dit ergens
terugkomt? Ik wil namelijk heel graag dat die motie wordt uitgevoerd.
Vandaar dat ik ...
De voorzitter:
Uw vraag is: is dit een toezegging?
Staatssecretaris Aerdts:
Als ik het zo mag interpreteren dat ik mij hier inderdaad verder in ga
verdiepen en daar uitgebreider op terugkom, dan is het inderdaad een
toezegging.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Fijn. En wanneer dan?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik moet me hier echt nog verder in verdiepen, maar ik probeer hier voor
de zomer bij u op terug te komen.
De voorzitter:
Ik zie een knikkende meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vind het meireces fijner, maar ik ga hier dan in mee. Ik beschouw het
dan als een toezegging dat hierop wordt teruggekomen.
Staatssecretaris Aerdts:
Als het er sneller is, dan komt het natuurlijk ook sneller uw kant
op.
Voorzitter. Om terug te komen op een vraag van mevrouw Zwinkels: gaat de
staatssecretaris zich hardmaken voor kansen in de gegevensuitwisseling
en AI in de zorg? Het verbeteren van die gegevensuitwisseling heeft
zeker mijn aandacht. Ik gaf net al aan dat het ministerie van VWS echt
een van de belangrijke partners is op deze portefeuille. Met het
Federatief Datastelsel werken wij aan het makkelijker kunnen delen van
gegevens die nodig zijn voor dienstverlening en maatschappelijke
opgaven. Ook werken we daarbij aan het oplossen van de knelpunten in die
gegevensdeling. Daarbij is er zowel aandacht voor de concrete casuïstiek
alsook voor de onderliggende grondoorzaken. Mijn collega van VWS staat
primair aan de lat om die kansen in eerste instantie te verzilveren,
maar waar nodig ondersteun ik haar daar zeker bij.
Dan was er een vraag van de heer Ceder wat betreft het onder de aandacht
brengen van de richtlijnen voor gezond schermgebruik: hoe gaan we die
richtlijnen actief onder de aandacht brengen bij scholen, GGD's en
ouders? We gaan die richtlijnen inderdaad actief onder de aandacht
brengen. Denk daarbij aan scholen, GGD's, maar ook aan ouders. Samen met
bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut en het Netwerk Mediawijsheid
wordt er nu gewerkt aan een implementatieplan voor die richtlijnen.
Hierbij worden ook de GGD's, de kinderopvang en het onderwijs actief
betrokken. In het implementatieplan wordt gekeken hoe we die richtlijnen
op plekken kunnen laten komen waar die ouders en kinderen ook veel
komen. Ze worden ook geborgd in bestaande instrumenten, zoals de
MediaDiamant, die allerlei concrete tips voor ouders bevat.
De heer Ceder stelde ook nog de vraag of het mogelijk zou zijn om een
publiekscampagne te starten om tweestapsverificatie de norm te maken.
Recent is de campagne "Dubbel beveiligd is dubbel zo veilig" afgelopen.
Deze campagne van het ministerie van Justitie en Veiligheid en BZK was
specifiek gericht op het bevorderen van het instellen van die
tweefactorauthenticatie voor e-mail en sociale media. In het kader van
deze campagne waren er onder meer reclamespotjes te zien op tv en
beschikken alle bibliotheken nu over een stappenschema voor burgers om
die tweefactorauthenticatie — ik struikel over het woord — in te
stellen.
Dan was er nog een vraag van mevrouw Kathmann over het investeren in
weerbaarheid via HackShield. Ik hoorde ook anderen hierover spreken. Die
digitale weerbaarheid begint inderdaad vroeg. Zo bouwen we aan een
generatie die digitaal vaardig en weerbaar is. Dit is inderdaad een
gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, die vraagt om
betrokkenheid van de relevante departementen, private partijen en
maatschappelijke organisaties. Het lectoraat Online Weerbaarheid van de
Hogeschool Saxion voert momenteel een onafhankelijke effectenevaluatie
uit naar HackShield. De uitkomsten worden aan het einde van het eerste
kwartaal van 2026 verwacht. Als dit positief is, kan in afstemming met
de betrokken departementen naar een manier worden gezocht waarop er
financiële steun aan HackShield en soortgelijke initiatieven tot 2027
kan worden vormgegeven. In aansluiting op de Nederlandse
Cybersecuritystrategie worden de digitale weerbaarheidsvaardigheden in
2027 een verplicht onderdeel van het curriculum in het funderend
onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Er zullen ook meer
lespakketten door de onderwijsuitgevers worden ontwikkeld. Ik ben bij
het einde van dit blokje aangekomen; ik wilde bijna hetzelfde nog een
keer doen.
Dan kom ik bij mijn een-na-laatste mapje.
De voorzitter:
Voordat u daaraan begint, is er een vraag van mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voorzitter, vindt u het fijn als we gemiste vragen bij het blokje zelf
doen of liever aan het einde?
De voorzitter:
Het handigst is het als u er meteen op ageert als u een vraag mist in
een blokje. Als dat lastig is, kan het natuurlijk ook aan het einde,
bijvoorbeeld als u uiteindelijk toch nog een vraag mist. Dat kan
allebei.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan ga ik mijn best doen om het meteen bij het blokje te doen. Anders
komt het misschien ook nog aan het einde. Ik heb twee antwoorden gemist.
Ik had een vraag gesteld over de in-gameaankopen. Die lijkt me relevant
in dit blokje. Ik heb ook de vraag gemist in hoeverre de whatsappkanalen
worden meegenomen in de digitale kijkwijzer. Dat zijn twee specifieke
vragen waar ik nog geen antwoord op heb.
De voorzitter:
Dan is de vraag: is dat misschien nog voor een ander blokje?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik denk dat ze heel goed in dit blokje hadden gepast. Ik zie ze hier
niet in zitten. Ik kom er graag in de tweede termijn sowieso even op
terug. Wie weet komen we ze verrassend genoeg nu nog tegen, maar ik
verwacht dat ik er in de tweede termijn even op terugkom.
De voorzitter:
Dan kunt u verder met het blokje overheid. Volgens mij zijn we daar nu.
Yes.
Staatssecretaris Aerdts:
Precies. Het is mijn vijfde en een-na-laatste blokje. We starten met de
Digitale Dienst; u sprak daar bijna allemaal over. In het
coalitieakkoord is afgesproken dat we een compacte, deskundige digitale
dienst gaan oprichten met twee competenties: het vaststellen van de
kwaliteitsstandaarden en het borgen van de ontwerpkeuzes. Ik verwacht
binnenkort het advies van de NDS-raad te ontvangen dat tijdens de vorige
kabinetsperiode is aangevraagd. Ik ben voornemens u voor het zomerreces
over de uitwerking van het advies te informeren. Op dit moment heeft het
kabinet nog niet besloten of er ICT-dienstverleners in de Digitale
Dienst opgaan en, zo ja, welke. Zoals ook is benoemd in het
coalitieakkoord, vinden we dat die dienst compact moet zijn, maar over
de uitwerking moet ik echt nog bij u terugkomen. Dat is in de eerste
week nog niet gelukt. We willen natuurlijk het advies afwachten.
Dan was er nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: kan de
staatssecretaris aangeven welke migraties of overstappen naar de cloud
op de planning staan? Volgens mij gaan de twee volgende vragen daar ook
over. Het gaat over een overzicht van de rijksaanbestedingen. Wij gaan
aan die overzichten werken en op het moment dat we die hebben, zullen we
die ook met u delen.
Dan was er nog een vraag van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg of ik ervoor
kan zorgen dat vanaf deze week de financieringsaanvragen die moeten
worden ingediend om in aanmerking te komen voor IT-projecten van meer
dan 5 miljoen, aan de centrale IT-standaarden worden getoetst. Nee, ik
kan er niet voor zorgen dat dat vanaf deze week zo is, maar ik ben de
maatregel wel aan het uitwerken. Ik kijk hoe we dit zo goed mogelijk
kunnen organiseren. Ik kom hier zo snel mogelijk bij u op terug, in
ieder geval voor de zomer, en als het eerder kan, dan is het
eerder.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank voor deze toezegging. Ik zou nog even willen vragen of daar ook een
soort voorstel in kan komen voor hoe het proces eruit gaat zien ten
aanzien van de besluitvorming over dit soort grote, nieuwe
IT-projecten.
Staatssecretaris Aerdts:
Ja.
Mevrouw El Boujdaini vroeg nog naar de ontwikkeling van de NL-wallet.
Een eerste versie van de publieke NL-wallet is in 2025 getest met
bewoners van de gemeenten Amsterdam en Nijmegen. Met de inzichten die
zijn opgedaan, wordt dit verder doorontwikkeld. We nemen dit jaar deel
aan Europese proeven, de zogeheten European Large Scale Pilots. Er wordt
ook naar gestreefd om dit jaar te starten met de certificering van de
publieke NL-wallet. Hierbij wil ik nog even de vrijwilligheid
benadrukken.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Betekent dat dan dat de NL-wallet op tijd af is in 2026, of is de
roll-out in 2027?
Staatssecretaris Aerdts:
Om daar antwoord op te geven: nee, hij is niet volledig klaar. Daar was
uw Kamer ook al over geïnformeerd door mijn voorganger. Ik geef u aan
welke ontwikkelingen op dit moment spelen, maar het gaat niet lukken om
dat in 2026 volledig uit te voeren.
De voorzitter:
Heeft u nog een vervolgvraag?
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ja. Heeft dat dan nog bepaalde consequenties voor ons als Nederland
richting de EU?
Staatssecretaris Aerdts:
We gaan even door in het setje. Mijn ambtsvoorgangers hebben de Kamer
inderdaad laten weten dat het langer duurt. Dit komt mede doordat de
Europese standaarden en specificaties nog beschikbaar gesteld moeten
worden. Daarna is er in Nederland nog een wetswijziging nodig om de
publieke wallet en het EDI-stelsel te laten functioneren. Ik streef
ernaar om eind 2026 de uitvoeringswet in consultatie te brengen. Daarbij
bekijken we ook nog of we additionele middelen kunnen vrijmaken om de
implementatie te versnellen. Vanzelfsprekend zullen we uw Kamer daarvan
op de hoogte houden.
De voorzitter:
U kunt verdergaan.
Staatssecretaris Aerdts:
In vervolg daarop ook een vraag van D66: kiest Nederland voor één
overheidswallet of voor een ecosysteem met meerdere, ook private wallets
met strikte eisen en certificering? Nederland realiseert een stelsel
waarin zowel de publieke NL-wallet als private wallets kunnen worden
gebruikt als zij aan de eisen voldoen om gecertificeerd te worden. Zo
kunnen inwoners zelf kiezen of ze gebruik willen maken van een publiek
of van een privaat middel. Het EDI-stelsel komt tot stand in
samenwerking met overheidspartijen en private partijen. Er zijn
onderdelen van het stelsel die privaat worden belegd, bijvoorbeeld
vertrouwensdiensten. Onderdelen als toezicht en digitale identiteit van
de burger zijn natuurlijk nadrukkelijk publieke taken. De NL-wallet zal
door overheidspartijen worden gebouwd en ook publiek worden beheerd. De
publieke NL-wallet wordt ook open source ontwikkeld.
Dan nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: sluit de ontwikkeling van de
NL-wallet, waaraan wordt gebouwd en welke beproefd wordt via die open
standaarden en herbruikbare componenten, ook op andere EU-landen aan?
Het Europese raamwerk zorgt er met die standaard voor dat de EDI-wallets
in alle lidstaten van de EU gebruikt kunnen worden. Veel toepassingen
worden dan ook getest in die grotere proefprojecten waar ik net al over
sprak. Er wordt nauw samengewerkt met andere lidstaten. Zo wordt
natuurlijk ook gekeken hoe je het beste van elkaar kunt leren en of
bepaalde componenten ook hergebruikt kunnen worden.
U stelde ook nog een vraag — die sluit ook aan op een vraag van de heer
Ceder — of die wallet ook een kans is voor veilige en
privacyvriendelijke leeftijdsverificatie. Wij volgen de ontwikkelingen
met die verschillende verificatie-instrumenten in de verschillende
Europese landen met heel veel interesse. De inzet van die EDI-wallets
kan daarin een van de mogelijkheden zijn. In de Europese kaders voor de
wallets zijn veel maatregelen genomen die ervoor zorgen dat gebruikers
juist op een veilige en privacyvriendelijke manier kunnen beschikken
over hun gegevens. Daarbij is opnieuw van belang dat het gebruik van die
wallets altijd vrijwillig is. Er zullen daarom ook alternatieven
gevonden moeten worden voor mensen die geen EDI-wallet willen
gebruiken.
Over de deadline hebben we net gesproken. Daarmee kom ik ook aan het
einde van dit blokje over de digitale overheid.
Dan beginnen we met het laatste blokje, voordat ik het woord geef aan
mijn collega, of eigenlijk voordat u het woord geeft aan mijn collega.
We beginnen met de zorg die u eigenlijk allemaal heeft gedeeld, over
Odido. Vanzelfsprekend betreuren wij natuurlijk dat die aanval heeft
plaatsgevonden en dat er zó veel mensen geraakt zijn, waaronder ook de
kwetsbare groepen waar u vandaag allemaal, terecht, denk ik, heel
nadrukkelijk bij heeft stilgestaan. Dit laat ook zien hoe belangrijk
goede omgang met die persoonsgegevens is en dat de eisen die al in de
wet staan er absoluut niet voor niks zijn. Op dit moment doet de politie
onder leiding van het landelijk parket een strafrechtelijk onderzoek
naar de aanval en de daders. Als u daar vragen over heeft, moet u
daarmee echt naar het Openbaar Ministerie; daar kunnen wij verder geen
uitspraken over doen.
De toepasselijke wettelijke kaders, de zorgplicht in de
Telecommunicatiewet en de AVG, zijn in principe goed uitgerust om een
adequaat beschermingsniveau te waarborgen. Echter, de Rijksinspectie
Digitale Infrastructuur is de toezichthouder op de zorgplicht uit de
Telecomwet en de Autoriteit Persoonsgegevens is de toezichthouder op de
AVG. Volgens het stelsel van de AVG is de verwerkingsverantwoordelijke
organisatie, in dit geval Odido, verantwoordelijk voor de naleving van
de AVG en dient die naleving te kunnen worden aangetoond. Op dit moment
wachten wij gewoon de resultaten van het onderzoek van de AP en de RDI
af, en kan ik hier eigenlijk nog geen uitspraken over doen. Dat is hoe
wij het hebben ingericht, wat denk ik ook heel goed is. Daar kunnen we
op dit moment dus nog geen uitspraken over doen, behalve dat wij die
zorgen natuurlijk delen en dat wij in alle communicatie die wij doen
mensen echt aanraden om voorzichtig te zijn. Ik deel daarbij ook de
zorgen die u daarover had.
Dan was er de vraag: wat kunnen slachtoffers op dit moment zelf doen? Op
de website Have I Been Pwned kunnen mensen controleren of hun gegevens
bekend zijn geworden bij het datalek. Het is van belang dat mensen
informatie krijgen over de risico's die zij lopen en wat zij kunnen
doen. Op de sites van onder andere Odido, de politie en de Autoriteit
Persoonsgegevens, www.veiliginternet.nl, is daar meer informatie over te
vinden. Ik snap dat het lastig klinkt, maar betrokkenen kunnen zich toch
weren door extra alert te zijn op ongebruikelijke activiteiten. Denk dan
aan gekke telefoontjes, mailtjes en linkjes die je dan krijgt. Check ook
op de afzender bij onverwachte berichten waarin je om actie wordt
gevraagd, zoals de vraag om op een linkje te klikken.
Odido-klanten kunnen de komende twee jaar kosteloos gebruikmaken van het
veiligheidspakket. Vooruitlopend daarop roept mevrouw Rajkowski het
kabinet op tot actie om datalekken te voorkomen en slachtoffers te
helpen. Ik ga op enkele van die punten wat uitgebreider in.
De voorzitter:
Voordat u dat doet, heeft de heer Van Dijk van de PVV een vraag voor
u.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik had een hele heldere vraag gesteld: klopt het dat de overheid het
advies heeft gegeven bij iedereen van wie identiteitsbewijzen en
dergelijke gelekt zijn, dat het niet nodig is om die te vervangen? Klopt
dat advies?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik zou daar wat later in dit blokje op terugkomen, maar ik zoek het er
nu even bij. In eerste instantie staan op het paspoort de bsn-gegevens,
die misschien ook op andere dingen staan. Met dat paspoort zelf kan niet
zoveel gedaan worden. Het is natuurlijk een van de bouwstenen die
criminelen kunnen gebruiken om achter die gegevens te komen. Alleen het
aanvragen van een nieuw paspoort zal de getroffenen niet per definitie
beschermen tegen deze schade. Daarom adviseert de overheid niet om een
paspoort of identiteitskaart te vernieuwen. Met alleen zo'n
paspoortnummer — dát verander je namelijk, niet je bsn-nummer — kunnen
criminelen geen bankrekening openen of een telefoonabonnement op een
andere naam afsluiten. De kwetsbaarheid ligt er voor getroffenen in dat
zij door criminelen worden benaderd die op basis van zo'n paspoort
proberen meer informatie te verkrijgen. Het is dus nadrukkelijk wel een
extra haakje, maar vervangen wordt door de overheid niet aanbevolen.
Criminelen kunnen die informatie vooral gebruiken voor meer gerichte
phishingaanvallen om nog meer informatie te verkrijgen.
De voorzitter:
De heer Van Dijk heeft een vervolgvraag.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Het is toch wel raar natuurlijk dat de overheid zegt: "Het
burgerservicenummer is bekend, maar daar kunnen ze niet zo veel mee.
Phishing is inderdaad een risico, maar als je je paspoort verandert,
verandert je burgerservicenummer niet. Dan loop je eigenlijk hetzelfde
risico, dus waarom zou je je identiteitsbewijs veranderen?" Ik vind dat
wel een beetje een gemakzuchtige houding van de overheid, zeker
aangezien het gigantische gevolgen kan hebben voor de mensen van wie de
data is gelekt. De overheid zegt dan dat phishing, identiteitsfraude,
contracten die op je naam worden afgesloten zonder dat je er erg in
hebt, allemaal niet genoeg reden zijn om te zeggen: we nemen het zekere
voor het onzekere. De overheid heeft zelf een app in het leven geroepen
tegen het delen van je pasfoto als je bijvoorbeeld een scan opstuurt
naar de makelaar, de notaris of naar wie dan ook. Alles kan dan
weggelakt en zwartgemaakt worden om identiteitsfraude, phishing en noem
het maar op te voorkomen. Nu liggen er dus bijna 5 miljoen unieke
documenten op straat en dan is het advies: "Phishing is vervelend. Hou
in de gaten dat je niet op linkjes klikt die je niet kent, maar je hoeft
niks te veranderen. Je hoeft geen nieuw paspoort of identiteitsbewijs
aan te vragen". Ik vind dat echt getuigen van enorme naïviteit, als ik
het zo mag zeggen.
Staatssecretaris Aerdts:
Wij delen die zorg absoluut. Ik vind het iets te makkelijk om te doen
alsof we daar heel makkelijk overheen stappen. Dat is nadrukkelijk niet
zo. Wij wachten op dit moment echt nog wel het onderzoek van de AP en de
RDI af, om te zien wat er precies gebeurt. Ik heb er moeite mee om
daarop vooruit te lopen. We hebben die toezichthouders niet voor niks,
en die moeten eerst hun onderzoek kunnen doen. Maar ik deel de zorg: dit
is één van de bouwsteentjes die gebruikt gaan worden door criminelen.
Die zorg deel ik absoluut met u. Ik vind het een vervelend antwoord om
te geven, maar de situatie waar deze miljoenen Nederlanders nu mee te
maken hebben, is wel dat een deel van hun gegevens nu zo op straat
ligt.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik heb helemaal niet gevraagd om het onderzoek niet af te wachten. Ik
heb het volgende gezegd. De overheid gaat er altijd zo prat op dat ze
burgers waarschuwt: "Deel niet zomaar je data, maak je bsn-nummer zwart,
maak je handtekening zwart, maak je pasfoto zwart, want dat is allemaal
niet nodig voor het verifiëren van je identiteit. Als iemand op basis
van deze gegevens met je identiteit aan de haal gaat, bestaat het risico
dat dat tot gigantische problemen in de toekomst leidt. Dat geldt niet
alleen voor vandaag of gister, maar voor de komende jaren, want die
paspoorten zijn vijf of tien jaar geldig, afhankelijk van wanneer je het
hebt aangevraagd." Is het dan niet verstandig dat de staatssecretaris
juist op dit moment zegt: "Het is een klein advies, maar neem het zekere
voor het onzekere. Wij kunnen als overheid niet bemiddelen in die
kosten, maar betaal die €50, €60, €80 of €100 zelf, want dat gaat je een
enorme lading problemen besparen"? Is dat niet gewoon het verstandigst?
Ik vind dat het bedrijf zelf, Odido, daarvoor moet gaan betalen, maar is
het niet het verstandigst dat de overheid zegt: "Neem het zekere voor
het onzekere, pas op met je privacy, zorg dat je in de toekomst niet in
de problemen komt doordat je zoiets vandaag liever niet doet, omdat de
overheid zegt dat het niet zo prangend is"?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik snap deze zorg echt. Ik zou ook graag willen dat ik hierbij kon
helpen, maar de vraag is natuurlijk wel of het wisselen van het
paspoort, met de kosten die daarmee gemoeid zijn, de juiste weg is. Wat
betekent dat bij weer een datalek? Deze gegevens liggen natuurlijk
grotendeels ... Dan gaat het alleen om het nummer van de
identiteitskaart dat dan niet op straat zou liggen, maar wat gebeurt er
dan in het geval van een volgende hack? De impact van wat er zal
gebeuren als wij bij deze datahack allemaal ons paspoort gaan wisselen
... Ik snap echt de zorgen. Ik zou daarbij willen helpen, maar op dit
moment is dit niet het advies dat wij als overheid geven.
De voorzitter:
Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid — dat ben ik —
heeft nog een vraag.
Ik snap de beantwoording van de staatssecretaris heel goed. Voor een
heel groot deel kan ik daar ook in meegaan. De staatssecretaris zei zelf
ook al dat er terecht door heel veel verschillende fracties aandacht is
gevraagd voor de meest kwetsbare groep. Ik zei net ook al, bijvoorbeeld
toen ik het had over de site van de Digitale Dolle Mina's, dat er dus
gegevens op straat liggen van vrouwen die gestalkt zijn, te maken hebben
met huiselijk geweld en noem maar op. Het klinkt misschien heel
alarmerend, maar die zijn in gevaar. Kan specifiek deze groep wel iets
extra's verwachten om hun veiligheid meer te waarborgen dan nu gebeurt?
Ze worden nu, bijvoorbeeld door andere organisaties, wel doorverwezen
naar bijvoorbeeld Veilig Thuis of noem maar op, maar ligt er al een
aanpak? Wordt bijvoorbeeld tegen deze groep wel gezegd dat ze alles
moeten vervangen en dat ze daarmee geholpen gaan worden, om zo
letterlijk hun veiligheid beter te borgen?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik snap de vraag van mevrouw Kathmann heel goed. Ik kom daar heel graag
in de tweede termijn even uitgebreider op terug.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil ook nog even een duit in het zakje doen. Als ik de
staatssecretaris goed beluister, dan is het dus zo dat wanneer er een
datalek plaatsvindt en je IBAN, adresgegevens, paspoortgegevens en bsn
op straat komen te liggen, zoals bij Odido, je plat gezegd gewoon pech
hebt en wij daar als overheid helemaal niks meer aan kunnen doen, ook
niet in toekomstige gevallen. Het is dus zo dat we alleen het advies
kunnen geven om voorzichtig te zijn en dat een paspoort vervangen geen
zin heeft omdat je bsn hetzelfde blijft. Kortom, hoor ik nu goed dat de
overheid in dit soort situaties, ook in de toekomst, eigenlijk niks kan
veranderen?
Staatssecretaris Aerdts:
Laat mij anders even verdergaan met de punten van mevrouw Rajkowski waar
ik op inging. Ik denk dat we op deze onderwerpen ook nog terugkomen. Het
tweede punt was of ik de Autoriteit Persoonsgegevens wil vragen om met
advies te komen over wanneer het noodzakelijk is om adresgegevens wel en
niet te bewaren. Deze vraag geleid ik even door aan mijn collega's bij
het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hetzelfde geldt eigenlijk
voor het derde punt, waarin wordt gevraagd of de AP meer vooraf kan
meedenken in plaats van alleen maar achteraf beboeten.
Ik kom nog even terug op het zevende punt, waarin wordt gevraagd om
samen met anderen te komen tot een duidelijk handelingskader voor de
slachtoffers van datalekken. Ik ben heel graag bereid om dit samen met
de staatssecretaris van JenV op te pakken en in te vullen. Ik kan nu uit
de losse pols natuurlijk geen toezegging doen over hoe het er precies
uit gaat zien, maar ik doe heel graag de toezegging om naar een
handelingskader te kijken met mijn collega van JenV. Heel veel dank voor
deze suggestie.
Er waren nog een aantal vragen gesteld over het nadeel van compensatie
en losgeld. Ik snap de vragen over compensatie heel erg goed en die
zorgen deel ik. Aan de andere kant is het niet aan mij als
bewindspersoon om hierop te reageren. Als mensen recht menen te hebben
op compensatie, dan hebben ze de mogelijkheid om de civielrechtelijke
weg te volgen. Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen, sluit
aan bij de visie van de overheid. Wanneer cybercriminelen worden
betaald, blijft hun verdienmodel natuurlijk levend. De uiteindelijke
afweging is natuurlijk aan het gehackte bedrijf. Als ze wel zouden
betalen, is het de vraag of ze er echt vanuit kunnen gaan dat die data
veilig zijn. De politie weet uit onderzoek dat criminelen hun gegevens
niet altijd verwijderen en soms alsnog doorverkopen of opnieuw om geld
vragen.
Voorzitter. Mevrouw Rajkowski vroeg nog wat er nodig zou zijn om
cybercriminelen zodra ze worden gepakt daadwerkelijk achter slot en
grendel te krijgen. Ze vroeg of er sprake is van een wettelijke lacune,
waardoor ze nu soms vrijuit kunnen gaan. Ik ben het helemaal met haar
eens dat dit soort criminelen achter slot en grendel horen. De politie
en het OM werken daar in Nederland ook hard aan. Het probleem is echter
dat deze cybercriminelen zich vaak in landen bevinden waar geen
rechtshulprelatie mee bestaat. Om die reden wordt ook ingezet op
alternatieve interventie, zoals verstoring of cybersancties. Wanneer zij
zich wel in Nederland bevinden, kunnen ze worden vervolgd. De huidige
strafmaat staat niet in verhouding tot de ernst en impact van
cybercriminaliteit. Om die reden werkt de minister van JenV, ook conform
het coalitieakkoord, aan de verhoging van de strafmaat bij zware
cybercriminaliteit.
Mevrouw Rajkowski vroeg ook nog hoe het staat met de uitvoering van
moties en toezeggingen om cybercriminelen op Europese sanctielijsten te
plaatsen wanneer zij zich in landen zonder uitleveringsverdrag bevinden,
bijvoorbeeld Rusland. Eind juni 2024 zijn voor het eerst op Nederlands
initiatief cybercriminelen op die Europese sanctielijst geplaatst. In
juni '25 zijn die sancties ook verlengd. Voor het instellen van de
EU-sancties is unanieme steun van alle lidstaten een voorwaarde. Daarbij
spelen overwegingen als de impact van een aanval op de EU en de mate
waarin de betrokkenheid van een individu met zekerheid kan worden
aangewezen, een belangrijke rol. De inschatting van het Openbaar
Ministerie en de politie is dat de concrete impact van sancties op
cyberterrein substantieel is. De minister van JenV, de minister van
Buitenlandse Zaken, de politie en het OM werken nauw samen om de
mogelijkheid van cybersancties, ook op initiatief van andere lidstaten,
vaker in te zetten.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb een vraag maar ook meer een suggestie. Ik hoor de
staatssecretaris zeggen dat wij deze criminelen moeilijk te pakken
kunnen krijgen omdat zij zich in landen bevinden waar wij geen
rechtshulprelatie mee hebben. Het is maar een idee, maar zouden wij niet
bijvoorbeeld met ons Defensie Cyber Commando — ik weet dat de
staatssecretaris ook wat ervaring heeft met inlichtingen — iets met een
offensief kunnen doen, een soort van "play stupid games, win stupid
prizes"? Dan kunnen wij als Nederland in dit soort gevallen zeggen: dit
moet je niet doen; hier kunnen wij ook andere sancties dan wel acties
aan koppelen.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik weet dat hier in de sector heel uitgebreid over wordt gesproken. Ik
zal me hierover ook nadrukkelijk meer laten informeren en er met mijn
collega's van JenV over in gesprek zal gaan. Dank.
De heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski spraken allebei over de
NIS2-richtlijn. Zij vroegen of deze zo snel mogelijk kan worden
ingevoerd en welke boetes en dwangsommen daarbij zijn opgenomen. Wij
delen het belang van een snelle invoering van die richtlijn. De
actualiteit laat natuurlijk elke dag zien dat verdere vertraging echt
geen optie is. Daarom gaan we die richtlijn ook via de
Cyberbeveiligingswet invoeren. Die snelle implementatie staat expliciet
in het coalitieakkoord genoemd. De implementatie vindt plaats onder de
verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. Het
wetgevingsdebat met de minister staat op 16 maart gepland. Zo wordt
ernaar gestreefd om die wet nog in het tweede kwartaal van 2026 te
implementeren. Om nog even terug te komen op die boetes: het
wetsvoorstel bevat een heel handhavingsinstrumentarium, waaronder het
opleggen van een last onder bestuursdwang en de bestuurlijke
boete.
Voorzitter. De heer Ceder zei dat er in het coalitieakkoord expliciet
staat dat online misbruik wordt aangepakt. Hij vroeg: kan de minister
toezeggen om de aanpak van online kindermisbruik prioriteit te geven en
hier structurele middelen voor vrij te maken? We delen deze zorg over
online seksueel kindermisbruik en geven hier ook zeker prioriteit aan.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid subsidieert Offlimits voor de
ondersteuning van slachtoffers, de verwijdering van
seksueelmisbruikmateriaal en begeleiding van mensen die zich zorgen
maken over hun gevoelens richting minderjarigen. Sinds 1 juli 2024 is de
Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal van
kracht, waarmee de Autoriteit Persoonsgegevens aanbieders kan
verplichten om materiaal ontoegankelijk te maken of te verwijderen. De
politie voert de strafrechtelijke aanpak uit via haar specialistische
team, dat de afgelopen jaren met 26 fte is uitgebreid.
Seksueel misbruik laat diepe en blijvende sporen achter. Het kabinet
vindt het zorgwekkend dat veel beeldmateriaal nog online beschikbaar is
en versterkt de aanpak daarom met structurele capaciteit en middelen,
waaronder extra fte's en 2 miljoen euro vanuit het vorige kabinet. Zoals
in het coalitieakkoord is vastgelegd, worden er bovendien extra cyber-
en zedenrechercheurs opgeleid. Het kabinet blijft de aanpak verbeteren,
nationaal en internationaal, en werkt daarbij samen met experts en
partners.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman heeft een vraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, tenzij er nog meer antwoorden komen hierover. Ja? Dan wacht ik heel
eventjes.
De voorzitter:
U gaf het al aan. Sorry, mevrouw Beckerman. Dan doen we het aan het
einde.
Staatssecretaris Aerdts:
Zeker. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog: hoe kijkt het kabinet naar de
CSAM-wetgeving en het plan voor chatcontrole dat de nationale veiligheid
aan zou kunnen tasten? Het standpunt inzake de Europese Verordening ter
bestrijding van online seksueel kindermisbruik is onveranderd. Het
kabinet heeft zorgen over de bescherming van privacy, grondrechten en
digitale weerbaarheid. Hoewel het advies van de AIVD een bijdrage levert
aan de afweging, is het één element in de bredere overweging. Daarbij
spelen ook andere elementen, zoals de bescherming van kinderen tegen de
verspreiding van online kindermisbruik, privacy en grondrechten,
nadrukkelijk een belangrijke rol. Vanwege het tijdelijke karakter zijn
er periodiek momenten waarop de afweging kan worden herzien. Het
permanent maken van de regeling betekent dat deze heroverwegingen komen
te vervallen, wat de zorgen van het kabinet vergroot. Dit resulteert in
de wens om ons van stemming te onthouden, maar uiteindelijk in een
tegenstem ter uitvoering van de motie-Kathmann. Die tegenstem staat nog
steeds. Dat neemt niet weg dat het kabinet het doel van de verordening
onverminderd blijft steunen. Het verspreiden van materiaal van seksueel
misbruik van kinderen is verschrikkelijk en verwerpelijk en moet zo veel
mogelijk worden tegengegaan. Daarvoor is samenwerking op Europees niveau
essentieel.
Dan ga ik nog even in op de vraag hierover van de heer Ceder. Hij vroeg:
kan de staatssecretaris toezeggen om mogelijke maatregelen te verkennen
en de Kamer hier voor het zomerreces over te informeren? Ik gaf net al
aan dat wij de ambitie delen om deze afschuwelijke vorm van
criminaliteit te bestrijden. Daarom zetten we in op de gezamenlijke
EU-aanpak van de verordening en richtlijn tegen online seksueel
misbruik, die ik net heb toegelicht. De minister van Justitie en
Veiligheid is de coördinerend bewindspersoon voor de aanpak van online
seksueel kindermisbruik. Hij informeert de Kamer tweejaarlijks via de
voortgangsbrief over de aanpak van deze delicten.
Ik weet niet of ik hiermee ook de vraag heb beantwoord die mevrouw
Beckerman mogelijk nog had. Ik kom aan het einde van het blokje.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik stelde een aantal vragen, vrij veel eigenlijk, over de deepfakes:
pornoafbeeldingen van minderjarigen en volwassenen. Ik noemde ook mijn
eigen voorbeeld. Al twee jaar lang staan er meerdere
deepfakepornovideo's online. Je kunt ze gewoon vinden via Google. In die
jaren hoor ik iedereen het verschrikkelijk vinden, maar het staat er nog
steeds. Wat gaat het kabinet daaraan doen?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik kom hier heel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug.
Excuus.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar ik heb bijna mijn hele betoog hieraan opgehangen, omdat dit gewoon
echt groot is. Dit gaat niet over mij. Dit gaat over heel veel meisjes
en vrouwen. De aanpak schiet tekort. We horen eigenlijk al die jaren
hetzelfde. Misschien kan de staatssecretaris op mijn voorstel ingaan.
Kinderporno kan binnen 24 uur offline worden gehaald. Zou het niet slim
zijn om dat voor al dit soort deepfake pornografisch materiaal te
doen?
Staatssecretaris Aerdts:
Mijn excuses. Wij hebben dit op dit moment laten liggen. Ik kom er echt
heel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Excuus.
De voorzitter:
Dan bent u aan het einde van uw blokjes. Dan gaan we naar … Nee, er
liggen nog vragen. De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik liep even weg. Ik denk niet dat mijn vraag beantwoord is, omdat hij
in een ander blokje zat. Ik had nog een vraag over de
seksadvertentieplatforms. Het is namelijk momenteel niet verplicht om
aan de voorkant aan leeftijdsverificatie te doen voor mensen die het een
goed plan vinden om online een platform te creëren waarop vrouwen
seksuele diensten kunnen aanbieden. Dit maakt dat dit een van de vormen
is waarin kindermisbruik, dus minderjarigen die seksuele diensten
aanbieden, een mogelijkheid is in ons land. Dat kan je heel simpel
voorkomen door dit soort aanbieders te verplichten om aan
leeftijdsverificatie te doen. Dat doen we momenteel nog niet. Mijn vraag
is of de staatssecretaris het ook een goed idee vindt om dit te regelen.
Dat zal volgens mij óf een wettelijke verplichting óf iets minder zwaars
vragen. Maar ik denk dat het een wettelijke verplichting vraagt. Mijn
vraag was of de staatssecretaris bereid is om dat op te pakken.
Staatssecretaris Aerdts:
Volgens mij heb ik aan de heer Ceder toegezegd om voor de zomer op alle
issues rond de leeftijdsverificatie terug te komen. Ik zal dit ook
nadrukkelijk meenemen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat is goed. Daarbij merk ik op dat mijn eerdere punt over
leeftijdsverificatie ging om diensten af te nemen. Dit specifieke punt
gaat over leeftijdsverificatie om diensten aan te kunnen bieden,
specifiek in het kader van kindermisbruik. Het zijn dus wel twee
verschillende dingen, waarbij de staatssecretaris in haar wijsheid
misschien verschillende afwegingen maakt. Het gaat wel echt om twee
verschillende … "Kanten van de medaille" wil ik het niet noemen, maar
het zijn wel twee verschillende dingen.
De voorzitter:
Ik zie de staatssecretaris knikken om aan te geven dat ze die twee
dingen goed in het vizier heeft. Dan is er nog één resterende vraag van
de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het blokje over Odido ging wat mij betreft redelijk snel, dus misschien
heb ik het gemist, maar ik had ook nog een vraag gesteld over de onvrede
die leeft bij mensen die bepaalde gegevens willen vervangen. Zij kunnen
de kosten daarvan nu eigenlijk niet verhalen, omdat je volgens het
wettelijke systeem pas echt iets kan bij daadwerkelijk geconstateerde
fraude. Mijn vraag was of het niet wijs is om te verkennen of je bij een
lek, niet altijd, maar als het om een aantal cruciale gegevens gaat, die
kosten preventief al ergens kan verhalen. Dat voorkomt dat mensen moeten
wachten totdat ze echt slachtoffer zijn voordat ze de kosten kunnen
verhalen. Ik was benieuwd hoe de staatssecretaris daarnaar kijkt.
De voorzitter:
Als ik daar eerst even antwoord op mag geven als voorzitter: volgens mij
is aangegeven dat er samen met de staatssecretaris van JenV wordt
opgetrokken om te kijken naar een plan van aanpak voor veel meer
handelingsperspectief voor slachtoffers van lekken. Ik denk dat dit
daarin wordt meegenomen. Misschien wil de staatssecretaris zelf nog iets
aanvullen? Nee, zie ik. Volgens mij wordt u dus bediend, meneer
Ceder.
Dan is het woord nu aan staatssecretaris Van der Burg.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Ook van mijn kant eerst even een korte inleiding. Dan ga ik
over op de verschillende vragen. Ik begin daarbij eerst met de
BZK-zaken. Dan doe ik Koninkrijksrelaties. Dan resteert er nog één vraag
die eigenlijk bij geen van ons tweeën hoort, maar die we toch gaan
beantwoorden.
Ik ben staatssecretaris van BZK. Een van de belangrijkste prioriteiten
daarin is een slagvaardige overheid. Daar zit een taakstelling op vanuit
het coalitieakkoord. Die gaan we gewoon realiseren. Er is niets mis met
een efficiënte overheid.
Voorzitter. Maar nog belangrijker is een effectieve overheid. Daar
begint het wat mij betreft mee. Als je nou zou moeten zeggen wanneer
mijn staatssecretariaat geslaagd is, dan is dat op het moment dat wij op
belangrijke dossiers, meestal liggend bij collega's, kunnen leveren. Het
gaat dan bijvoorbeeld om wonen, om de hersteloperatie Groningen, om
stikstof en om veiligheid. Wat we nodig hebben, is een overheid die het
Rotterdamse imago hooghoudt. Dat spreekt ongetwijfeld ook de voorzitter
aan. Al bent u waarschijnlijk een Spartaan, denk ik toch aan "geen
woorden maar daden". Dat is het allerbelangrijkste, denk ik.
Daarnaast is het belangrijk dat we als overheid toegankelijk en
betrouwbaar zijn. Bij "toegankelijk" denk ik uiteraard aan
digitalisering. Dat is ook niet gek in in deze commissie. Maar ik denk
ook aan loketten. Het was de voorzitter die in haar rol van lid van
GroenLinks-PvdA heel nadrukkelijk stilstond bij de 2,5 miljoen mensen
voor wie de digitale wereld nog één of meerdere stappen te ver is en bij
wie je ook heel nadrukkelijk moet kijken naar ondersteuning. Loketten
spelen daarbij een buitengewoon belangrijke rol.
Als ik het heb over een toegankelijke en digitale overheid, heb ik het
nadrukkelijk niet alleen over de Rijksoverheid. Ik heb het dan heel
nadrukkelijk over de overheid als totaal. Dat zijn dus gemeenten,
waterschappen, provincies en de Rijksoverheid, maar vergist u zich niet.
U en ik denken ook nog weleens aan zbo's, zoals het CBR, het UWV of de
Sociale Verzekeringsbank, maar voor normale Nederlanders, wat wij met
z'n allen in deze ruimte niet zijn omdat we toch enigszins vervormd
zijn, zijn die ook gewoon onderdeel van de overheid. Als ik het dus heb
over "de overheid", dan heb ik het nadrukkelijk over dat totaal. De
inzet is dus wat mij betreft, ook als het gaat om digitalisering: van
Rijksoverheid naar overheid. Dat is een heel belangrijke, die ik mee wil
geven.
Op het digitale vlak zijn mijn collega en ik een soort eeneiige
tweeling, zoals zij daarnet ook zei. Ik weet dat het biologisch niet
kan, gezien het feit dat we jongetje en meisje zijn, maar wij zijn toch
een eeneiige tweeling. Daarbij is het heel simpel: de staatssecretaris
van EZK stelt de kaders, en ik voer die uit als het gaat om de overheid.
Dat is het allerbelangrijkste. Daarbij gaat het wat mij betreft om een
aantal zaken. Het gaat dan om coördinatie. Dat is een rol die we hebben.
En het gaat om regie — dan wordt ie al wat strakker — maar ook om
investeren. Ook dat zie je terugkomen in de verschillende documenten die
u in de afgelopen tijd heeft gekregen.
Investeren gaat over infrastructuur en over ICT. Daar zijn al
opmerkingen over gemaakt, ook vanuit D66, en het klopt inderdaad dat 44%
van de totale inhuur van ons als Rijksoverheid ICT is. Het gaat, even
afgerond, om 1,6 miljard. Dat zijn enorme bedragen. We moeten dus
investeren in infrastructuur, in ICT-kennis, in onze eigen ambtenaren
als het gaat om het digitaliseren, en zeker ook in bestuurders. Ik denk
dat het eerste woordje van sommigen van u niet "mama" was, maar "iPad"
of "iPhone", maar toen ik naar de lagere school ging — toen heette het
nog geen basisschool — had ik nog gewoon een tafeltje met een inktpotje
en een vakje waarin je je kroontjespen kon leggen. Ik denk dus dat ik
een hele hoop van u kan leren, maar ik vraag ook enig mededogen van u,
in elk geval in dit debat maar ik vrees ook in een aantal latere
debatten. U bent namelijk de meester of juf, en ik de leerling. Dat
gezegd hebbend, ga ik in op een aantal vragen die zijn gesteld.
Ik begin met een vraag van het CDA. Welke stappen gaat de
staatssecretaris zetten in de kennisdeling tussen de ministeries en in
een slagvaardige besluitvorming over digitale infrastructuur en
dienstverlening van de overheid? Alle ministeries werken natuurlijk op
een aantal punten al samen. Dat we samenwerken met andere ministeries is
wel bijzonder, zeg ik erbij als staatssecretaris die niet alleen gaat
over digitalisering maar ook over een slagvaardige overheid. Ik kom uit
de gemeentelijke overheid, zoals ook sommigen van u, waar je niet
verticaal maar horizontaal denkt. We hebben dus echt nog wel slagen te
maken in de samenwerking tussen verschillende ministeries, waarbij het
horizontaal zou moeten gaan over de vraag hoe we bepaalde problemen
oplossen. In de digitalisering trekken in ieder geval de CEO's met
elkaar op in het CEO-beraad. Ze kijken bijvoorbeeld ook heel
nadrukkelijk gezamenlijk hoe ze de generieke digitale infrastructuur met
elkaar kunnen neerzetten.
Een van de prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is
natuurlijk het ervoor zorgen dat we veel meer aansluiten bij de
belevingswereld van de Nederlandse burger, die op een andere manier
denkt dan hier gemiddeld wordt gedacht, in plaats van bij onze
belevingswereld. Dat past heel goed bij de gedachte van één overheid.
Met "onze belevingswereld" maak ik mezelf overigens te groot; het moet
zijn "uw belevingswereld". Kennis delen is daarin uitermate belangrijk.
Ook daarvoor geldt dat dat voor alle lagen uitermate belangrijk is, dus
van gemeente tot waterschap en van provincie tot Rijksoverheid. Vanuit
de VVD kwam de vraag of de staatssecretaris kan aangeven hoe hij
concreet gas gaat geven op de arbeidsproductiviteit en de inzet van AI
binnen de overheid.
De voorzitter:
Voordat u gaat antwoorden op die mooie vraag, is er nog een vraag van
mevrouw Zwinkels van het CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het pleidooi van de staatssecretaris spreekt mij ontzettend aan. Ik kom
zelf ook uit de gemeentepolitiek. Ik ben toch nog ergens benieuwd naar.
Wij hebben namelijk ook echt wel signalen gekregen dat het niet zo
eenvoudig is. Het is hartstikke weerbarstig om die kennisdeling goed op
orde te krijgen binnen de overheid, zowel tussen ministeries als
richting gemeenten. We hadden laatst nog een discussie met de VNG over
bijvoorbeeld de kennisopbouw rondom digitale soevereiniteit. Ik zou
daarom toch nog een extra vraag willen stellen aan de staatssecretaris.
Wat is er op dit moment nodig om die kennisdeling wel te kunnen
bevorderen? Waar loopt de staatssecretaris op dit moment naar
verwachting tegenaan? Welke knelpunten gaat hij oplossen?
De voorzitter:
Dat zijn drie vragen.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, en die vragen kan ik maar beperkt beantwoorden. Een van de
prioriteiten die de minister van BZK heeft gesteld — daarmee is dat
automatisch ook mijn prioriteit — is investeren in de relaties met
gemeentes, provincies en waterschappen. Voor een deel gaat dat om het
herstellen van datgene wat er de afgelopen jaren beschadigd is geraakt.
We moeten ons er echter ook van bewust zijn dat gemeentes bovendien de
eerste overheid zijn. Dat is niet alleen zo in de opbouw van ons bestel,
maar de gemeente is voor heel veel mensen ook gewoon dé plek waar ze
naartoe gaan als ze geconfronteerd worden met de overheid. Zij komen
niet hier in de Tweede Kamer. Zij komen niet bij de ministeries. Zij
komen in het gemeentehuis. Ze komen daar niet alleen omdat ze een
paspoort of een rijbewijs komen ophalen, maar omdat dat voor hen hét
contact met de overheid is. Ik kom straks nog terug op de
informatiepunten, dus mevrouw Kathmann hoeft niet meteen in woede uit te
barsten omdat ik hele rare dingen zeg. Het is belangrijk dat we ervoor
zorgen dat we de gemeentes weer in positie brengen. Dat is een
prioriteit van ons ministerie. We gaan daar ook vol op inzetten. Daarin
speelt alles wat te maken heeft met digitalisering dus ook een
rol.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Rajkowski van de VVD. Kan de
staatssecretaris aangeven hoe hij concreet gas gaat geven op de
arbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid? We hebben
daar in eerste instantie de Nederlandse Digitaliseringsstrategie voor.
Dat is een belangrijke. Ik noemde het net al even in mijn algemene
inleiding, maar ook daarvoor geldt dat we op vier niveaus in de
infrastructuur investeren wat betreft de ICT. Daarbij kijken we ook hoe
we meer ICT-kwaliteit en -capaciteit kunnen trekken binnen de overheid,
opdat — uw buurvrouw van D66 zal dat ook zien — de inhuur van ICT'ers in
de toekomst specifiek gaat dalen. Daarnaast investeren we op dat punt
ook in onze eigen ambtenaren en bestuurders. Dat is buitengewoon
belangrijk. Maar we kijken ook hoe we AI nu al kunnen toepassen. Denk
daarbij bijvoorbeeld aan de transcribeertool en de chatbots die we
daarop willen inzetten. U heeft wellicht gezien dat we de vlam.ai hebben
geïntroduceerd, en anders zal ik ervoor zorgen dat u daar informatie
over krijgt. De ministeries van AZ, BZK, VRO, IenW, OCW, VWS en SZW gaan
kijken hoe ze met die AI-assistent makkelijker alle veelvoorkomende
vragen et cetera kunnen gaan beantwoorden. Als het aan de voorzitter
ligt, gaan we naar meneer Van den Berg.
De voorzitter:
Ja, we gaan naar meneer Van den Berg, want ik verwacht dat hij zijn
vraag door de staatssecretaris beantwoord wil zien worden en niet door
AI.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, u bent de chatbot, voorzitter! Ik hoorde het hele rijtje van de
staatssecretarissen. Het ging zo snel dat ik niet zo goed weet of JenV
daartussen zit. Waarom vraag ik dat? Ik denk dat er juist voor de
nationale politie, voor de marechaussee of voor de boa's echt een kans
ligt om bijvoorbeeld wetsvoorstellen op te zoeken, om te bekijken hoe
het met bepaalde jurisprudentie zit, om te zien wat het handelingskader
is of om de organisatie van de politie, boa's in haar geheel en andere
organisaties veel gestroomlijnder te maken. Hoe kijkt de
staatssecretaris daarnaar?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het antwoord is nee. JenV doet daarin niet mee. JenV heeft daarvoor
eigen oplossingen bedacht. Zonder dat ik daarmee ook maar enige vorm van
kritiek op JenV lever, is dat overigens wel een onderwerp waar we de
komende jaren naar moeten gaan kijken. Soms heb je specifieke
oplossingen nodig voor specifieke organisatieonderdelen van de overheid.
Soms kun je ook kijken naar generieke oplossingen, want dat draagt dan
weer bij aan een slagvaardige overheid. Dan heb je inderdaad gewoon één
systeem waar iedereen gebruik van kan maken of maak je systemen
compatible. Op dit moment doet JenV het echter anders dan de ministeries
die ik zojuist genoemd heb.
De heer Van den Berg (JA21):
Dit had een antwoord kunnen zijn dat gegenereerd is door zo'n chatbot.
Ik snap de staatssecretaris in dezen wel, maar ik zou willen zien dat we
dit niet in de komende jaren, maar eerder in de komende maanden gaan
stroomlijnen. Hoe komen wij tot een slagvaardige overheid? Dat staat in
het coalitieakkoord. JenV hoort daar natuurlijk net zo goed bij. Kortom,
integratie en heel snel, als het kan!
Staatssecretaris Van der Burg:
Op zich ben ik het nadrukkelijk eens met dit principe. Ik streef naar
een slagvaardige overheid. Ik streef naar één overheid en ik streef ook
naar eenheid. Dat gezegd hebbende, ga ik zeggen wat mijn collega net ook
een paar keer heeft gezegd, namelijk dat we inmiddels 171 uur
staatssecretaris zijn, maar nog tot mei 2030 hebben te gaan, dus dat een
klein beetje inwerken nog wel aan de orde is. Naarmate ik hier langer
zit, bijvoorbeeld in mei 2030, mag u mij iets harder om de horen slaan
dan op 2 maart 2026. Daar is het nu nog net even iets te vroeg voor. Ik
hoor u vragen hoeveel uur we er tegen die tijd zitten, maar daar kunt u
met AI nou heel makkelijk antwoord op krijgen, meneer Van den Berg. Daar
heeft u geen staatssecretaris voor nodig.
Dat gezegd hebbende, wilde ik overgaan naar GroenLinks-PvdA. Ik had al
gezegd dat de gemeente natuurlijk een centrale rol moet spelen als
eerste overheid voor heel veel burgers. Wij kennen ook de verschillende
voorstellen die door GroenLinks-PvdA zijn ingediend met betrekking tot
de IDO's. Er is mij gevraagd hoe ik de rol van de IDO's zie in een
wereld die steeds digitaler wordt. De IDO's zijn natuurlijk buitengewoon
belangrijk. Daarin ligt een speciale link met de rol die bibliotheken
daarin moeten spelen. Dat komt door een aangenomen motie op voorstel van
mevrouw Kathmann. Tot vorige week maandag 11.00 uur was ik toevallig ook
woordvoerder op het gebied van bibliotheken aan de andere kant van de
tafel. Ik weet bijvoorbeeld dat de IDO's in het kader van de verandering
of verbetering van de Bibliotheekwet aan de orde zouden kunnen komen en
waarschijnlijk ook gaan komen. Ik zie de IDO's in ieder geval als een
belangrijk instrument.
De bibliotheken zijn wat mij betreft een van die plekken. Die discussie
heeft u ook gehad met mijn voorganger. Er zullen ook andere plekken zijn
waar mensen informatie kunnen vinden en ophalen. Daarbij kunt u denken
aan buurthuizen en scholen et cetera. Gemeentes zijn daarin weer
buitengewoon belangrijk. Gemeentes moeten daarin de regie voeren. Dan
kan er discussie ontstaan tussen mij en het lid Kathmann — die kan
trouwens nooit ontstaan tussen mij en voorzitter Kathmann — maar ik vind
in ieder geval dat de gemeentes daar een belangrijke rol in moeten
spelen. Ik ben zelf in mijn vorige rol in veel bibliotheken geweest en
ik zie hoe belangrijk het is. Daarbij zie je overigens ook steeds vaker
dat gemeente, bibliotheek, IDO en nog een aantal functies vaak
letterlijk in hetzelfde gebouw komen te zitten. Ik denk daarbij aan
Hellendoorn en Harderwijk, maar ik heb het op meerdere plekken gezien.
Ook hier in Den Haag is het allemaal buitengewoon geconcentreerd. Daar
kun je dus wel degelijk naar kijken. De IDO's zijn buitengewoon
belangrijk.
De vervolgvraag van mevrouw Kathmann hierop was: heeft het kabinet de
ambitie om de IDO's nog verder te versterken, zodat nog meer mensen daar
gebruik van kunnen maken? Zeker, maar wel weer in samenspraak en onder
de regie van de gemeentes. We gaan nadrukkelijk kijken hoe we die
positie kunnen verbeteren. Ik vond uw verhaal over die meneer met wie u
gesproken had, dan wel van wie u had gezien hoe het ging, buitengewoon
belangrijk. Ik denk dat we onvoldoende beseffen dat bijna 2,5 miljoen
mensen worstelen met zaken die voor u, en in beperktere mate voor mij,
eigenlijk vrij gewoon zijn.
Een derde vraag over IDO's: is het kabinet bereid om te kijken of de
IDO's ook een plek kunnen krijgen in de wet? Ik benadruk het nu voor de
derde en laatste keer en dan houd ik op over de gemeentes, want dan heb
ik het punt wel duidelijk gemaakt: ook hiervoor geldt wat mij betreft
dat je het moet doen met bestuurlijke afspraken met gemeentes. Ik vind
echter dat we goed moeten kijken naar het wettelijk verankeren van
dienstverlening, ook op dit punt. Ik vind het namelijk zo'n belangrijk
punt. We moeten echt kijken of we de dienstverlening van de overheid
richting de burger wettelijk kunnen verankeren.
De heer Ceder stelde een vraag. Ik zal 'm even voorlezen: "Kan de
staatssecretaris toezeggen met vaart toe te streven naar één extensie?
Welke vervolgstappen worden er dit jaar gezet?" U weet dat we bezig zijn
met een impactonderzoek om de implicaties helder te krijgen. Dat gaat
dan overigens niet alleen om overheid.nl, maar ook om gov.nl. Ik hoop
dat we dat voor het eind van het eerste kwartaal — ik weet dondersgoed
dat het eerste kwartaal eind deze maand eindigt — kunnen afronden, zodat
ik u voor het meireces kan informeren. Materieel betekent dat dus dat u
daar volgende maand over geïnformeerd zou moeten worden, via een
Kamerbrief.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ben blij dat we daar binnen nu en een paar weken informatie over
krijgen. Ik ben nog wel op zoek naar het volgende. Er is in 2014 een
principebesluit genomen. Ik wil graag weten of de uitkomst van de
impactanalyse nog uitmaakt voor de vraag of dat principebesluit wordt
hernomen of niet. Ik vraag dit omdat in de afgelopen jaren, al sinds
2019, onderzoek op onderzoek heeft plaatsgevonden waarin ook een
impactanalyse is gedaan: consultantsrapporten, een adviesrapport. Ik zie
hier vijf, zes rapporten die allemaal zeggen dat wij dit moeten doen.
Dat staat nog even los van de vraag hoe duur en hoe ingewikkeld het is,
maar dit is wel verstandig. Mede op grond daarvan heeft de voorganger
van deze staatssecretaris, mevrouw Van Huffelen, hierover een
principebesluit genomen. Ik wil best met de staatssecretaris meebewegen
en afwachten wat hiervoor nodig is, wat de tijdlijn is en wat het gaat
kosten. Dat moeten we allemaal passen en meten, maar mijn vraag is wel
of het principebesluit nog staat.
Staatssecretaris Van der Burg:
Als je een onderzoek doet, moet je de uitkomsten altijd serieus nemen.
Als je zegt "ik doe een onderzoek, maar de uitkomst staat van tevoren
vast", dan moet je het onderzoek niet doen. Dat past niet binnen een
slagvaardige overheid en het is in het algemeen vrij dom om dat te doen.
In die zin moet je het onderzoek dus afwachten om je conclusies te
kunnen trekken. Dat is één. Twee. Houd je het principebesluit in stand
op basis van het onderzoek dat eind deze maand is afgerond, dan zul je
nog steeds met elkaar een aantal zaken op een rijtje moeten zetten,
bijvoorbeeld: wat gaat het kosten? Bij de vraag "wat gaat het kosten"
denk ik niet alleen aan geld, maar ook aan capaciteit en aan tijd in
relatie tot andere zaken die ook moeten worden geregeld. Er zijn immers
ook andere zaken die prioriteit hebben. Daar kom ik zo op, als ik inga
op de volgende vraag van de heer Ceder. Aan de uitkomst van het
onderzoek zijn dus de volgende vragen gekoppeld: al of niet doen, en wat
kost het qua tijd, geld en capaciteit? Dan kun je er pas een plan op
zetten. Laat er geen misverstand over bestaan: dat principebesluit is
natuurlijk niet voor niks genomen. De implicaties die in de vraag van de
heer Ceder zitten, staan overeind. Dat laat onverlet dat ik nu niet kan
zeggen dat we het zo, zo en zo gaan doen. Daarvoor moet ik die stukken
eerst hebben ontvangen en gezien, van commentaar hebben voorzien en,
zoals beloofd, voor het meireces naar u hebben gestuurd.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Om te voorkomen dat ik hier een motie over indien, vraag ik het
volgende. Begrijp ik goed dat de minister bij dezen toezegt dat hij met
een brief zal komen waarin hij duidelijkheid geeft over het al dan niet
hernemen of voortzetten van het principebesluit en dat hij, als dat
wordt voortgezet, dit koppelt aan een tijdlijn en daarbij aangeeft welke
middelen daarvoor beschikbaar zijn en welke dilemma's er misschien nog
zijn? Dan is er in ieder geval duidelijkheid. De Kamer vraagt hier nu al
bijna twee jaar om, terwijl wij zien dat wereld om ons heen steeds aan
het veranderen is en de urgentie om in ieder geval een duidelijke koers
te varen misschien wel hoger is dan ooit. Ik vraag mij dus even af of al
deze afwegingen in die brief terugkomen. Kan hij dat ook
toezeggen?
Staatssecretaris Van der Burg:
Als de griffie één woord aanpast in deze vraag — nou, niet in de vraag,
want die is al gesteld — en het woord "minister" vervangt door
"staatssecretaris", dan kan dit verder als toezegging worden
genoteerd.
Ik ga meteen naar de volgende vraag van de heer Ceder. Hij vroeg mij de
Kamer voor het zomerreces te informeren over de digitale
toegankelijkheid voor mensen met een beperking en hij vroeg mij hen
daadwerkelijk te betrekken bij de oplossing daarvan. Daarbij maak ik
even een kanttekening. We beginnen met kinderen. Per 1 juli 2026 zal de
Bevoegdheidsverklaringsdienst ouderlijk gezag voor kinderen tot 12 jaar
live gaan. Dan kunnen ouders met hun eigen DigiD de digitale
dienstverlening voor hun kinderen regelen. Dat is dus stap één: kinderen
eerst. Ik neem aan dat dat niet op al te veel bezwaren stuit. Daarna zal
gewerkt worden aan de Bevoegdheidsverklaringsdienst voor wettelijke
vertegenwoordigers. Daarmee kunnen wettelijke vertegenwoordigers met hun
eigen DigiD, net als ouders dat kunnen voor hun kinderen, de digitale
dienstverlening regelen voor mensen die handelingsonbekwaam zijn. Het
volgende is wel een belangrijke, zeg ik er maar even bij: het gaat
natuurlijk om mensen die handelingsonbekwaam zijn. Mensen met een
beperking zijn niet handelingsonbekwaam; de meesten van ons hebben wel
enige vorm van beperking. Als het gaat om het in de plaats treden, dan
moet het echt gaan om handelingsonbekwaamheid. Uiteraard zijn we
daarover in gesprek met de wettelijke vertegenwoordigers van mensen met
een beperking en kijken we dan ook wat we met anderen kunnen doen.
Hiermee wil ik dit blokje meteen maar afsluiten, zodat ik samen met u
kan ingaan op de Cariben, maar niet voordat …
De voorzitter:
… de heer Ceder een vraag heeft gesteld.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb inmiddels, na een aantal jaren, geleerd dat je even moet
doorvragen om te kijken of je elkaar goed begrijpt. Dat is om te
voorkomen dat we dit punt over een halfjaar weer met elkaar bespreken.
Voor zover ik weet, is er een wetswijziging nodig, in ieder geval om
deze zaken voor mensen die handelingsonbekwaam zijn, in werking te
kunnen laten treden. Als dat niet klopt, hoor ik dat graag. Als dat wel
zo is, is daar natuurlijk een traject voor nodig. Ik hoor dan ook graag
wat er, even los van het informeren van de Kamer, nu precies uitgewerkt
wordt. Als het namelijk een wetswijziging is, gaat daar een traject van
ongeveer twee jaar aan vooraf. Als het een richtlijnaanpassing is, is
dat prima, maar kunnen we dan wel een toezegging verwachten dat die
aanpassing er voor het zomerreces ligt? Wat kunnen we in ieder geval
voor het zomerreces verwachten van de staatssecretaris?
Staatssecretaris Van der Burg:
Zowel mijn hersenhelft links van mij als die rechts van mij heeft gezegd
dat een wetswijziging niet nodig is. Dat komt doordat wettelijke
vertegenwoordigers namelijk al wettelijke vertegenwoordiger zijn, en dus
al mogen handelen. Het gaat hier dus meer om de techniek die erachter
zit dan om de wettelijke basis. Het antwoord daarop is dus: nee, er is
geen wetswijziging nodig.
Voorzitter. Dan wilde ik met u naar de Cariben gaan.
De voorzitter:
Eén laatste vervolgvraag van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het is fijn dat dit opgehelderd is. Als ik het goed begrijp, betekent
dit dus wel dat de staatssecretaris toezegt dat de techniek voor het
zomerreces live is, nadat dat punt van de kinderen geregeld is. Als ik
dat verkeerd begrijp, hoor ik graag vanaf wanneer het wel in werking
treedt. De reden daarvoor is dat we hier geregeld vragen over krijgen
van mensen die hier elke dag mee te maken hebben. Ik hoop dus dat, als
het een techniekkwestie is, we in ieder geval duidelijkheid hebben over
wanneer dat dan opgelost is. Dan kunnen we mensen dit antwoord ook
meegeven.
Staatssecretaris Van der Burg:
Het antwoord is wederom "nee". Op 1 juli hebben we het rond voor de
categorie kinderen en ouders. Na 1 juli gaan we het regelen voor mensen
met een beperking die handelingsonbekwaam zijn, zeg ik er toch nog maar
bij. Dat is dus ná 1 juli. Vóór 1 juli: ouders en kinderen.
De voorzitter:
De laatste vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank voor deze opheldering. Mijn vraag blijft toch wanneer het dan wel
geregeld is voor de categorieën waar ik het over heb. Ik kan er genoegen
mee nemen als de staatssecretaris eventueel zou kunnen toezeggen dat het
voor het kerstreces voor die categorieën geregeld is. Dat mag ook wat
eerder of wat later, maar ik heb wel behoefte aan een concrete deadline.
Dan kunnen we het namelijk ook communiceren. Ik maak er zelf geen
gebruik van, maar er zijn veel mensen die in ieder geval wat houvast
nodig hebben om te weten wanneer ze daar gebruik van kunnen maken.
Staatssecretaris Van der Burg:
Wat ik ga doen, is u op dit specifieke punt even een briefje sturen. Dan
kan ik eventjes bekijken wat een realistisch tijdstip is. Ik ben meer
van de categorie "underpromise, overdeliver" dan andersom. Daarom kom ik
even met een briefje terug bij de heer Ceder, en daarmee uiteraard bij
de hele commissie.
De voorzitter:
Heeft u toch mooi een brief toegezegd gekregen! Dan is de volgende vraag
inderdaad natuurlijk ...
Staatssecretaris Van der Burg:
Voor het kerstreces! Nee, hoor: binnen twee weken.
De voorzitter:
Binnen twee weken komt er een brief. Dat staat genoteerd. Dan kunnen we
nu door naar het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, dan gaan we nu naar het Caribisch deel, voorzitter. Ik zei net in
mijn algemene inleiding dat ik een eeneiige tweeling ben met de
staatssecretaris van Economische Zaken, maar er is één iemand met wie ik
een nog betere relatie heb als staatssecretaris Slagvaardige Overheid
dan met de staatssecretaris van Economische Zaken: de staatssecretaris
die gaat over Koninkrijksrelaties. Die is nog meer in mijzelf verenigd.
U mag er dus van uitgaan dat ik vanuit die gedachte denk. Daarbij maak
ik wel even een nadrukkelijk onderscheid. In de vragen liepen het
"Koninkrijk" en "Caribisch Nederland" soms een beetje door elkaar heen.
Als we het hebben over het Koninkrijk, dan hebben we het over de vier
landen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Nederland. Daarbij hebben we te
maken met vier gelijkwaardige landen, waarbij ieder land in beginsel
zelf verantwoordelijkheid kent. Je kunt er wel voor zorgen dat we elkaar
helpen. De uitgangspositie voor Bonaire, Statia en Saba is anders.
Daarbij hebben we het over Caribisch Nederland. We mogen ze geen
"gemeenten" noemen, maar moeten ze "openbare lichamen" noemen, maar ik
ga toch uit van "342 plus 3 is 345" gemeenten waarvoor we aan de lat
staan. Dat is ook wel het uitgangspunt.
Mevrouw Kathmann vroeg of we van het kabinet kunnen verwachten dat de
wetgeving voor digitalisering ook altijd van toepassing wordt voor
Caribisch Nederland. We hebben in het coalitieakkoord heel nadrukkelijk
herhaald wat ook in het verleden al is gezegd: comply or explain.
Oftewel, in normaal Nederlands: voer uit of leg uit. Dat is wat mij
betreft ook het uitgangspunt als het gaat om Caribisch Nederland. Dat is
breder, zeg ik erbij, dan digitalisering. Het geldt gewoon in zijn
algemeenheid. Dit geldt ook voor onze eilanden in de kop van Nederland.
Soms heb je te maken met het feit dat het een eiland is of dat het een
buitengewoon kleine gemeente dan wel openbaar lichaam is, en dan moet je
maatwerk leveren. Je hebt ook te maken met de afstand; je moet ook
bedenken dat de drie landen en de drie gemeentes, of openbare lichamen,
zoals ik ze officieel moet noemen, niet geclusterd bij elkaar liggen.
Bonaire werkt samen met de 800 kilometer verderop gelegen Saba en
Statia. Dat zijn allemaal dingen waardoor je extra maatwerk moet
leveren. Maar ja, dat is wel gewoon het uitgangspunt.
De vervolgvraag van mevrouw Kathmann was: wat is de visie van het
kabinet op digitalisering in het hele Koninkrijk? Deze beantwoord ik
even voor Caribisch Nederland, zoals ik net heb gezegd. Voor het
Koninkrijk geldt nadrukkelijk dat de drie andere landen daar zelf
verantwoordelijk voor zijn. Uiteraard kunnen wij met elkaar samenwerken
en van elkaar leren, maar ons beleid richt zich dus op Europees
Nederland, inclusief Caribisch Nederland, en niet zozeer op het
Koninkrijk, zeg ik er even bij ter nuancering.
Wat gaat het kabinet doen om digitale infra in Caribisch Nederland te
versterken? We hebben sowieso 4 miljoen — ik zeg "we" — ter beschikking
gesteld voor verdere modernisering van de vaste netwerken. De ACM heeft
onderzoek gedaan naar marktordeningsmodellen, specifiek voor telecom. U
weet dat er op de eilanden, breder dan alleen op het gebied van ICT, het
een en ander speelt rondom telecom. In een later stadium moeten we ook
de Wet telecommunicatievoorzieningen BES gaan moderniseren. De tijd gaat
harder dan de wetgeving aankan. Een van de belangrijke punten bij
connectiviteit — daar kom ik ook nog over te spreken met de collega's
van IenW — is het openbaar vervoer of varianten daarop. Het is niet fijn
om te horen voor iemand van GroenLinks-PvdA, maar daar geldt het
vliegtuig als een vorm van openbaar vervoer. Zeker als het gaat om
digitale infrastructuur, moet je ook naar de prijs-kwaliteitverhouding
kijken. Die is anders dan hier in grote delen van Nederland. Dat speelt
voor een deel ook al bij de Waddeneilanden. Het aanleggen van ICT in
Amsterdam of Rotterdam is van een andere orde dan op Schiermonnikoog,
laat staan op Saba.
Dan ga ik naar een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66. Zij vroeg:
onderschrijft de staatssecretaris ook het belang van de soevereiniteit
van het Caribisch deel van het Koninkrijk? Dan zult u denken:
soevereiniteit, dat hoort toch eigenlijk bij de collega thuis? Het hoort
bij ons alle twee thuis; één mond, zeg ik toch maar eventjes. We zijn
natuurlijk ook aan het kijken hoe we de nationale weerbaarheidsaanpak
specifiek in Caribisch Nederland kunnen vormgeven. Als je het hebt over
weerbaarheid, dan gaat het al snel veel breder dan alleen
digitalisering. Dan spreken we ook over meer collega's dan alleen wij
tweeën. Dat speelt benedenwinds heel sterk in relatie tot bijvoorbeeld
Venezuela en Amerika. Dat is iets voor een andere commissie, maar ik
noem het in dit kader toch ook maar even.
Dat was het blokje over Caribisch Nederland, voorzitter. Ik zou naar de
laatste vraag willen gaan, die over het laatste blokje gaat. Dat ga ik
dan ook doen.
De voorzitter:
Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft dan nog een
vraag. Ik ben ongelofelijk blij met de beantwoording van de
staatssecretaris wat betreft comply or explain: we willen dus gewoon
complyen. Maar dat is wel al heel veel jaren toegezegd aan de Kamer, en
toch gebeurde het niet. Toch gingen we elke keer maar weer explainen
waarom we niet gingen complyen. Wat gaat deze staatssecretaris anders
doen waardoor het nu wel gaat lukken? Wat was het? We mochten u in 2030
wat harder toespreken dan deze week?
Staatssecretaris Van der Burg:
Het betekent dat ik dat vervelende mannetje ben in de ministerraad dat
bij alle wetgeving deze vragen gaat stellen. Het begint natuurlijk met
complyen or explainen in de wet- en regelgeving die je voorlegt aan de
ministerraad en daarmee aan de Kamer. Als het goed is, ben ik dan de
horzel in de ministerraad en bent u weer de horzel richting de andere 27
maar daarmee ook richting mij, dat u tegen die andere 27 zegt "hoe zit
dat?" en dat u tegen mij zegt "hé, Van der Burg, zit u wel voldoende als
een bok op de haverkist?" Dat is namelijk zoals het hoort te werken,
zodat wij elkaar scherp houden op dit punt. Soms zijn er ook goede
redenen voor een uitzondering. Dan is dat explain ook gewoon een
rechtvaardig explain. Maar uitgangspunt is wel dat we daar wat strakker
op gaan zitten met elkaar.
Dan de laatste vraag die ik in mijn mapjes heb zitten, voorzitter. Dat
was een vraag van mevrouw Zwinkels en die ging specifiek over monitoring
desinformatie in campagnetijd. Die zit in een apart mapje, omdat die
niet onder een van ons tweeën valt. Als het namelijk gaat om
verkiezingen, valt het allemaal onder de minister van BZK. Hij is de
hoeder van de verkiezingen en moet dat allemaal goed in de gaten houden.
We hebben natuurlijk ook bij de afgelopen verkiezingen — ik vrees dat we
dat de komende tijd ook zullen moeten doen — goed opgelet of er
bijvoorbeeld sprake is van buitenlandse inmenging, van manipulatie. Het
ingewikkeldst wordt het bij fake news en desinformatie. Want je hebt
natuurlijk echte fake news en echte desinformatie, maar soms noemen we
het ook gewoon "campagne". Dat is het ingewikkelde waar je altijd heel
voorzichtig mee moet zijn. De minister van BZK werkt op dit moment aan
een pilot over detectie voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.
Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: meer dan dat kan ik u daar
niet over zeggen. Daarvoor zult u bij mijn minister moeten zijn.
De voorzitter:
Dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de beantwoording. Ik
kijk heel even naar mijn collega-Kamerleden of er nog vragen zijn
blijven liggen. Nee. Dat brengt ons dan gelijk bij de tweede termijn van
de Kamer.
Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter, een punt van orde.
De voorzitter:
Jazeker.
Staatssecretaris Van der Burg:
Mag die tweede termijn van de Kamer over twee minuten beginnen?
De voorzitter:
Zeker. Ja hoor. Goed voorstel.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Dan gaan we van start met de tweede termijn van de Kamer en vraag ik
even aan mevrouw Rajkowski of zij het voorzitterschap wil overnemen om
het woord te kunnen geven aan het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van
de Arbeid.
Voorzitter: Rajkowski
De voorzitter:
Yes. Gaat uw gang, mevrouw Kathmann.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Ja, dank. Ik wilde eigenlijk heel anders beginnen, maar dan zit je zo'n
beetje te scrollen ... We zitten namelijk allemaal te veel op onze
telefoon, ook ik. En dan komt staande deze vergadering het bericht
binnen dat de VNG werkt aan een soort nieuwe raamovereenkomst met
Microsoft voor 2027. Dat is dus een soort collectief
samenwerkingsverband, waar wij dan lekker mee doorgaan. Ik snap dat deze
staatssecretarissen er nog maar kort zitten, maar ik wil ze eigenlijk
vooral meenemen in dit circus omdat dit dus altijd zo gaat. Wij
schrijven dingen op, wij willen dingen en dan ben je aan het vergaderen
... Ik zei net al tegen iemand: hovenier worden of imker lijkt me ook
een heel leuk beroep. Misschien moet ik dat maar eens overwegen. Hier
denk ik namelijk weleens: hoeveel voorstellen kunnen we nog laten
aannemen in de Tweede Kamer? Hoeveel ambitie kunnen we hebben? Hoeveel
mooie woorden kunnen er worden opgeschreven in het
coalitieakkoord?
Ik hoop eigenlijk vandaag van de staatssecretarissen de toezegging te
krijgen dat dit bericht even flink onder de loep wordt genomen en dat er
nu geen onomkeerbare stappen in de onderhandelingen worden gezet. Er
moet eens opgehouden worden met het altijd maar hebben over
dienstverlening versus "we moeten door met big tech". Het doet mij heel
erg denken aan de tijd dat ik in de parlementaire enquêtecommissie
Groningen zat, waar we elke keer als Kamer maar te horen kregen: de
leveringszekerheid, de leveringszekerheid! Eigenlijk bleek dat we 30
jaar lang helemaal niet wisten wat dat betekent. Zo is het ook bij
digitale dienstverlening. Er wordt altijd gelijk geroepen: we kunnen
niet anders, want dan komt de dienstverlening aan burgers in gevaar. Dan
zijn er allemaal mensen ongerust, maar dat is gewoon niet waar!
Ik wil eigenlijk de toezegging hebben dat wij als Kamer, als we daarover
spreken, geïnformeerd worden over hoe die dienstverlening dan in gevaar
komt. Er moet niet altijd maar geroepen en geschermd worden. Ik ben dat
zat. Ik heb echt het idee dat we elke keer weer drie stappen teruggaan
in plaats van vooruit zetten. Ik heb juist het idee dat het met het
coalitieakkoord heel erg de bedoeling is om zelfs meer dan twee stappen
vooruit te zetten. Dat wilde ik even zeggen over de actualiteit. Ik
begrijp dat deze twee staatssecretarissen hier verder misschien ook niet
al te uitgebreid op in kunnen gaan, gezien de korte periode dat zij er
zitten.
Dan heb ik nog een actualiteit, waar ik ook maar gelijk een motie aan
heb gewijd. Zojuist vernam ik alarmerende berichten over de
Belastingdienst, namelijk dat die de btw-systematiek volledig in handen
van de Amerikanen wil geven. Afgelopen vrijdag hebben we daarover ook de
beantwoording van het kabinet gehad. Die informatie lijkt niet te
kloppen. Ik denk dat de mensen van het kabinet die die woordvoering
hebben gedaan, ook niet goed geïnformeerd zijn. Het is wel degelijk zo
dat zowel het beheer als het onderhoud gewoon volledig in handen komen
van de Amerikanen. Het mooie aan het laatste alarmerende bericht is dat
we dit nog kunnen stoppen.
Daarom heb ik daar een motie aan gewijd. Die luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Belastingdienst voornemens is om het beheer en het
onderhoud van de btw-systematiek uit te besteden aan een Amerikaans
bedrijf;
constaterende dat hierdoor de inning van ongeveer 1,5 miljard euro btw
per week direct afhankelijk wordt van één Amerikaans bedrijf;
overwegende dat het nog niet te laat is om deze uitbesteding te
heroverwegen, zodat de problematische afhankelijkheid van de Verenigde
Staten niet toeneemt;
verzoekt de regering om het beheer en het onderhoud van de
btw-systematiek van de Belastingdienst binnen Europa te houden, en geen
onomkeerbare stappen te zetten in deze ICT-migratie totdat de Kamer
hierover volledig is geïnformeerd en zich heeft kunnen uitspreken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.
Zij krijgt nr. 68 (36800-VII) (#7).
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Hoe weet ik nou dat die informatie niet klopt? Als je naar TenderNed
gaat, dan zie je dat daar gewoon duidelijk staat dat het wel degelijk
zowel over beheer als over onderhoud gaat. Welingelichte bronnen binnen
de Belastingdienst zeggen nu: Tweede Kamer, jullie hoeven deze keer niet
alleen maar boos en opgewonden te zijn, want we kunnen dit gewoon nog
terugdraaien; de mensen die dit nu doen, zijn niet weg en de computers
die het uitvoeren gelukkig ook niet.
Dan heb ik een volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van gegevens als
gevolg van het datalek bij Odido en het bevolkingsonderzoek naar
baarmoederhalskanker, maar mensen vaak niet weten wat zij kunnen doen om
zichzelf online te beschermen;
overwegende dat een publiek aangeboden basispakket digitale veiligheid
cyberveiligheid toegankelijk kan maken voor mensen ongeacht hun digitale
vaardigheid of inkomen;
verzoekt de regering om een basispakket digitale veiligheid te
ontwikkelen, samen met Nederlandse bedrijven, met in ieder geval een
VPN, een adblocker, een wachtwoordmanager en antivirussoftware;
verzoekt de regering om dit basispakket digitale veiligheid te
ontwikkelen met toegankelijkheid als uitgangspunt, dit pakket publiek
aan te bieden, en de Kamer in de verzamelbrieven Digitalisering
periodiek te informeren over de voortgang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.
Zij krijgt nr. 69 (36800-VII) (#8).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ruim de helft van jongeren negatieve ervaringen heeft
online;
overwegende dat jongeren geholpen zijn bij speelse manieren om digitaal
weerbaar te worden die aansluiten bij hun leefwereld;
overwegende dat verschillende ministeries verantwoordelijk zijn voor de
onlineveiligheid van jongeren, maar een centrale financiering voor
publiek-private samenwerkingen in dit domein ontbreekt, zoals ook
gesteld in de initiatiefnota Veilig online;
overwegende dat een stichting als HackShield nu al lespakketten voor
jongeren ontwikkelt die invulling geven aan de beleidsdoelen van de
betrokken ministeries, maar geen publieke financiering ontvangt;
verzoekt de regering om ontwikkelaars van lespakketten voor de digitale
veiligheid van jongeren financieel tegemoet te komen en vanuit bestaande
budgetten van de ministeries van BZK, JenV, EZ, VWS en OCW te komen tot
een publieke financiering van minstens één jaar;
verzoekt de regering om hierbij rekening te houden met de
financieringsopties die zijn voorgesteld in de initiatiefnota Veilig
Online, en de Kamer over dit voorstel te informeren in de verzamelbrief
Digitalisering in Q2 van 2026,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Van den Berg en
Dassen.
Zij krijgt nr. 70 (36800-VII) (#9).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesproken op
het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het in stand
houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy;
overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen op
het gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal als
internationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze
rechten;
verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht op
end-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wens van
de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevante
nationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 71 (36800-VII) (#10).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vorige kabinetten hun digitale ambities hebben
vastgesteld in meerjarige strategieën, waaronder de Werkagenda
Waardengedreven Digitaliseren en de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie;
overwegende dat de Kamer zelf ook met breedgedragen voorstellen is
gekomen ter ondersteuning van deze ambities, waaronder de initiatiefnota
Wolken aan de horizon en het document Ons Digitaal Fundament;
overwegende dat de Kamer geholpen is met een concretisering van de
kabinetsambities, het actualiseren van het staande beleid en
duidelijkheid over hoe aangenomen Kamermoties en -voorstellen worden
uitgevoerd;
verzoekt de regering om een meerjarige digitaliseringsagenda op te
stellen, gebaseerd op de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren, de
Nederlandse Digitaliseringsstrategie, en aangenomen Kamermoties
en-voorstellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.
Zij krijgt nr. 72 (36800-VII) (#11).
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
En de laatste. Excuses, mensen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er naar verwachting 950 miljoen euro per jaar nodig is
om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit te voeren;
overwegende dat nog onduidelijk is welke bijdrage de Rijksoverheid gaat
leveren aan deze investeringsagenda en hier in de coalitieplannen geen
geld voor is gereserveerd;
verzoekt de regering om met Prinsjesdag 2026 een voorstel te presenteren
over de financiële bijdrage van de Rijksoverheid aan de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 73 (36800-VII) (#12).
Oké, dan geef ik het voorzitterschap terug. O, er is toch nog een
interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Allereerst zou ik nog even willen meegeven dat ik de motie over het
budget voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wel zou willen
medeondertekenen als dat kan, net als die over
end-to-endencryptie.
Dan even inhoudelijk over de motie die gaat over de btw-software van de
Belastingdienst. Ik snap inderdaad de zorgen die er zijn. Die is
natuurlijk erg belangrijk voor het op orde houden van onze begroting,
maar ik vraag mij wel af of die motie niet wat prematuur is.
Tegelijkertijd — dan kijk ik ook een beetje in de richting van het
kabinet — vraag ik mij af of er überhaupt wel alternatieven beschikbaar
zijn die net zo goed, betaalbaar, veilig enzovoort enzovoort zouden
zijn.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Dat zijn hele goede vragen van de heer Van den Berg. Ja, de
alternatieven zijn er. Op dit moment doen we dat trouwens ook. Die
mensen zijn niet weg, die computers zijn niet weg en er zijn Europese
aanbieders die dit zouden kunnen. Ik heb goed ingelichte bronnen bij de
Belastingdienst — maar ik kan de namen niet noemen — die ook gewoon
zeggen … Daarom is dit ook het mooie en is dit niet prematuur, want we
hebben heel vaak haast. Erger nog, we hebben heel vaak geen haast meer,
omdat we eigenlijk voor voldongen feiten staan. Hiervan is nu gewoon
gezegd: we kunnen dit nog stoppen. Daarom is het zeker niet prematuur.
Daarom is het goed dat er nu geen onomkeerbare stappen gezet worden,
zodat we dit nog kunnen stoppen en we niet dadelijk, over een week, twee
weken of een maand weer te horen krijgen: ja, we hadden dit eigenlijk
allemaal wel willen stoppen, maar helaas, u staat voor een voldongen
feit. Vandaar toch mijn haast. Ik werd door deze actualiteit zelf ook
voor een voldongen feit geplaatst. Wat mij nog meer haast geeft, is dat
vrijdag door het kabinet is gezegd: dit is niet zo; het gebeurt allemaal
door mensen van de Belastingdienst in Apeldoorn. Dat schijnt gewoon niet
te kloppen, gezien de gegevens die op TenderNed staan. Dit gaat over
beheer en onderhoud, dus vandaar mijn haast.
De voorzitter:
Helder. Dan nog een vervolgvraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan houd ik me toch maar even van de domme. Als die alternatieven zo
goed zijn, waarom hebben ze de aanbesteding dan niet gewonnen?
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Daar heb ik niet naar kunnen kijken. Wij krijgen als Kamer heel vaak te
horen dat dit de goedkoopste optie of de efficiëntste optie was, of dat
er, zoals we natuurlijk al heel vaak in gesprekken hebben gehoord, geen
alternatieven zijn. Nee, dat klopt, als je precies een Microsoft wil.
Dat is er niet. Maar ze moeten anders gaan benchmarken en dan zijn die
alternatieven er wel.
De voorzitter:
Dank. De motie op stuk nr. 73 wordt dus medeondertekend door de heer Van
den Berg van JA21. De motie op stuk nr. 72 ook? Weet u het zeker?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga even spieken.
De voorzitter:
Dan houd ik het even bij de motie op stuk nr. 73 en als u het zeker
weet, laat u het nog even weten.
Mevrouw Kathmann, ik geef het voorzitterschap weer terug.
Voorzitter: Kathmann
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw El Boujdaini van
D66.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop eigenlijk dat we met het nieuwe kabinet
dat er zit vooral dingen gaan uitvoeren. We hebben echt al heel erg veel
plannen, strategieën en documenten liggen met allemaal hele goede ideeën
en de stand van zaken, dus ik hoop vooral dat daar nu uitvoering aan
gegeven gaat worden. Daar kijk ik in ieder geval heel erg naar uit.
Tegelijkertijd, door wat mevrouw Kathmann net zei, zijn er nog steeds
berichten die mij ook zorgen baren. Het voelt af en toe alsof we dweilen
met de kraan open. Er is dus nog een hoop te doen op het gebied van
soevereiniteit en het sterker maken van onze Nederlandse en Europese
techsector.
Dat brengt mij bij het volgende. We moeten ook uitvoering geven aan het
coalitieakkoord. Ik heb een drietal moties die daar hopelijk aan kunnen
bijdragen. De eerste is als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat we in het gehele Koninkrijk meer werk willen maken van
digitale soevereiniteit;
overwegende dat er meerdere opties zijn om het Caribisch deel van het
Koninkrijk der Nederlanden digitaal soeverein te maken via zeekabels die
Sint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba en Bonaire met elkaar kunnen
verbinden via een directe verbinding of via Saint Lucia;
verzoekt de regering te verkennen hoe de digitale soevereiniteit van het
Caribisch deel van het Koninkrijk het beste versterkt kan worden via
zeekabels, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van den
Berg en Kathmann.
Zij krijgt nr. 74 (36800-VII) (#13).
Mevrouw El Boujdaini (D66):
De tweede, over GPT-NL en data-infrastructuur.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met GPT-NL een soeverein en Nederlands taalmodel wordt
gebouwd met respect voor auteursrechten en mensenrechten;
overwegende dat het voor het doorontwikkelen van initiatieven zoals
GPT-NL van belang is om hoogwaardige publieke en private data te
hebben;
overwegende dat uitgeverijen inmiddels een licentiemodel hebben
opgericht om private data te ontsluiten, maar er nog grote kansen liggen
om bestaande publieke data beter te ontsluiten;
verzoekt de regering te verkennen hoe bestaande publieke data beter
gebundeld kunnen worden ten behoeve van initiatieven zoals GPT-NL,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Kathmann, Van den
Berg en Rajkowski.
Zij krijgt nr. 75 (36800-VII) (#14).
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dan de laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de commissie Digitale Zaken geen "eigen"
begrotingshoofdstuk heeft maar wel samen wordt behandeld;
constaterende dat door de spreiding van de begroting het moeilijk is om
het overzicht en inzicht scherp te hebben op digitaliserings- en
IT-uitgaven;
overwegende dat er mogelijkheden zijn om meer overzicht en inzicht te
krijgen in de uitgaven van Digitale Zaken;
verzoekt de regering om een plan te maken deze kosten voor digitale
diensten en producten inzichtelijker te krijgen door in nieuwe projecten
en programma's een financiële paragraaf op te nemen die dit duidelijk
maakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van den
Berg en Kathmann.
Zij krijgt nr. 76 (36800-VII) (#15).
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Van Dijk van de PVV.
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij telecomprovider Odido de persoonsgegevens van ruim
6,2 miljoen (ex-)klanten zijn ontvreemd en openbaargemaakt, waaronder
gevoelige gegevens als IBAN-bankrekeningnummers, identiteitsdocumenten
en e-mailadresgegevens;
constaterende dat de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek doet naar
mogelijke overtredingen van de AVG, in het bijzonder het te lang bewaren
van persoonsgegevens van voormalige klanten;
overwegende dat de AVG strenge eisen stelt aan dataminimalisatie,
opslagbeperking en passende technische en organisatorische
beveiligingsmaatregelen en dat grote datalekken bij een vitale sector
als telecom de samenleving ernstig schaden;
overwegende dat effectieve en tijdige handhaving door de Autoriteit
Persoonsgegevens essentieel is om burgers te beschermen en bedrijven te
prikkelen tot compliance;
verzoekt de regering de Autoriteit Persoonsgegevens te instrueren tot
een spoedig en volledig onderzoek naar de naleving van de AVG door
Odido, met prioriteit voor de bewaartermijnen en beveiliging van de
klantcontactsystemen, en waar nodig de maximale bestuurlijke boete op te
leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Emiel van Dijk.
Zij krijgt nr. 77 (36800-VII) (#16).
De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank aan beide staatssecretarissen voor de beantwoording van al mijn
vragen. Ik had aanvankelijk drie moties voorbereid, maar ik heb besloten
er twee niet in te dienen vanwege de goede beantwoording. Dank daarvoor.
Dan heb er ik nog eentje over. Die is vooral bedoeld als steun in de
rug, omdat ik verwacht dat hier veel achter weg gaat komen. Als het wat
grotere dingen zijn, is het toch beter om een motie in te dienen dan om
een toezegging te vragen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat hacks en datalekken zo veel mogelijk voorkomen moeten
worden, maar honderd procent veiligheid niet bestaat en er ook rekening
gehouden moet worden met hacks en datalekken in de toekomst waar
gevoelige persoonsgegevens op straat komen te liggen;
constaterende dat met alleen een naam of een IBAN een crimineel weinig
kan, maar met een combinatie van naam, adres, rekeningnummer en
documentgegevens oplichting plotseling een stuk eenvoudiger wordt en
organisaties deze combinaties vaak gebruiken ter verificatie van de
identiteitsgegevens;
constaterende dat het veranderen van persoonsgegevens identiteitsfraude
of oplichting kan voorkomen maar dat een naam of adres niet zo makkelijk
te veranderen is, dus dat er wellicht gekeken moet worden naar een IBAN,
btw-nummer, bsn of andere (persoons)gegevens;
verzoekt de regering om samen met toezichthouders, data-experts en het
bedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voor
slachtoffers van datalekken, en de Kamer hierover uiterlijk Q4 van 2026
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rajkowski, El Boujdaini,
Zwinkels, Van den Berg en Ceder.
Zij krijgt nr. 78 (36800-VII) (#17).
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank, voorzitter. Allereerst: fijn dat we zo goed het debat hebben
kunnen voeren, zo'n eerste keer. Ik wens beide staatssecretarissen nog
heel veel succes met de vele uren die er nog gaan komen tot 2030. Ik heb
er vertrouwen in dat jullie vast de rit gaan uitzitten en dat we over
een paar jaar terugkijken naar dit moment en denken: we hebben iets
goeds en moois in gang gezet. Ik ga daar nog wel twee moties voor
indienen.
Voorzitter. Ik zei het al in het begin: de economische kansen van
digitalisering vinden wij als JA21 ontzettend belangrijk. Het
rapport-Wennink sprak al terecht over die zeekabels. Tegelijkertijd doet
dat ten eerste iets met het verdienvermogen, maar ten tweede ook zeker
met onze soevereiniteit. Daar wil ik dus absoluut wel versnelling in
gaan aanbrengen. Daar heb ik twee moties voor.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen de
aanleg beoogt van een pan-Arctische zeekabel tussen Europa en Azië met
aanlanding in Nederland;
overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale open
strategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen van
Nederland;
overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding van
zeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;
verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie en
Europese partners, de realisatie van de pan-Arctische zeekabel met
aanlanding in Nederland zo snel mogelijk te verkennen, en de Kamer
uiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren over het uitvoeringsplan
en de benodigde besluitvorming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, El Boujdaini,
Rajkowski, Beckerman, Kathmann en Zwinkels.
Zij krijgt nr. 79 (36800-VII) (#18).
De heer Van den Berg (JA21):
Mevrouw Rajkowski, ik hoop dat ik uw naam goed uitsprak.
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nee, maar dat komt goed.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik moet er nog een beetje op oefenen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen de
aanleg beoogt van een trans-Atlantische zeekabel tussen Nederland en de
Caribische landsdelen met verbinding naar Noord- en/of
Zuid-Amerika;
overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale open
strategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen van Nederland
en de Caribische landsdelen;
overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding van
zeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;
verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie en
Europese partners, de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel te
versnellen, en de Kamer uiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren
over het uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 80 (36800-VII) (#19).
De heer Van den Berg (JA21):
Vooralsnog ben ik de enige. Ik kijk uit naar een reactie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Voordat ik begin, zeg ik tegen de heer Van den Berg dat ik ook graag
zijn eerste voorstel mede had willen ondertekenen. Misschien is hem dat
even ontgaan. Volgens mij hoorde ik mijn naam er niet tussen staan in
dat rijtje.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat is inderdaad mijn fout; mijn excuses. Ik ga het corrigeren.
De voorzitter:
Dat betekent dus dat de motie op stuk nr. 79 medeondertekend wordt door
mevrouw Zwinkels. Voor de volledige administratie vraag ik aan de heer
Van den Berg: ondertekent u ook de motie op stuk nr. 72 en de motie op
stuk nr. 73?
De heer Van den Berg (JA21):
71 en 73.
De voorzitter:
Dat gaat goed zo. De moties op de stukken nrs. 71 en 73 worden
medeondertekend door de heer Van den Berg en de motie op stuk nr. 79
wordt medeondertekend door mevrouw Zwinkels.
Dan is nu het woord aan mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben de administratie weer op orde. Het is
ook geen enkel probleem, zou ik richting JA21 willen zeggen.
Voorzitter. Ik dank beide staatssecretarissen voor hun beantwoording. Ik
ben blij met een drietal toezeggingen. Eén: de besluitvorming rondom de
financiering van grote IT-projecten bij de overheid. Twee: de uitkomsten
van het onderzoek naar het vormgeven van de minimumleeftijd voor social
media op Europees niveau. Drie: een concrete toelichting op welke hulp
we nu bieden richting het mkb als het gaat om cybersecurity en
innovatie, waaronder AI-adoptie.
Ook ik wil graag even stilstaan bij de berichtgeving — onze voorzitter
kwam daar zojuist al mee — dat de VNG werkt aan een nieuwe
raamovereenkomst vanaf 2027 met Microsoft. De staatssecretaris van BZK
hield juist een warm pleidooi in zijn antwoord op mijn vraag waarin ik
kennisdeling rondom digitale soevereiniteit met de VNG aan de orde
stelde, maar dit is dus wat er inderdaad in de praktijk gebeurt. Hoe
gaat er binnen de overheid onderling beter gecommuniceerd worden in
zulke lopende trajecten? Dat wil ik graag van de staatssecretaris weten.
En hoe ziet zijn coördinerende rol eruit?
Ik kijk ook nog uit naar de antwoorden op de vragen over
in-gameaankopen, het opvolgen van de kinderrechtenimpactassessments en
het opnemen van WhatsApp bij de uitwerking van de digitale kijkwijzer,
waar ik in mijn eerste termijn al naar heb gevraagd.
Tot slot. Van mijn kant zijn er vandaag geen moties, maar wij steunen
dus wel de diverse voorstellen van de collega's hier. Ik wil afsluiten
met een duidelijke oproep: maak tempo, pak de regie, want wij willen
graag actie zien.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Dank voor het debat met de nieuwe
bewindspersonen. Ik begrijp dat zij lekker moeten warmlopen. Wat fijn
dat dat met de gezelligste commissie van de Kamer kan. Ik ben heel blij
met de toezeggingen die ik heb gekregen, maar ik zal nog wel een aantal
moties voorlezen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er weinig zicht is op (minderjarige) slachtoffers van
seksuele uitbuiting;
constaterende dat de Nationaal Rapporteur in de Monitor Mensenhandel
2019-2023 de aanbeveling deed om te zorgen voor mogelijkheden voor
online contact met en signalering van minderjarige slachtoffers en dat
ze online outreach en signalering hierbij expliciet noemde;
overwegende dat tot november 2025 het Online Outreach Programma werd
gefinancierd en hierin effectief is, maar dat het nu niet wordt
voortgezet;
verzoekt de regering om het Online Outreach Programma voor 2026 voort te
zetten en als dekking hiervoor onderuitputting op de begroting van JenV
te overwegen en tevens opties in kaart te brengen voor structurele
dekking voor de begroting van 2027 en daarna,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 81 (36800-VII) (#20).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het gebruik van een uniforme overheidsdomeinextensie
zoals .gov.nl ervoor zorgt dat burgers weten dat ze zich op een
officiële overheidssite bevinden en zo verwarring en misleiding helpt te
voorkomen;
overwegende dat al in 2024 het principebesluit is genomen om te kiezen
voor één overheidsdomeinextensie, maar er sindsdien weinig stappen zijn
ondernomen;
spreekt uit dat het wenselijk is om snel over te gaan naar één
overheidsdomeinextensie;
verzoekt de regering om nog voor het zomerreces een plan van aanpak
inclusief tijdpad over het overgaan van de overheidssites naar één
domeinextensie met de Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 82 (36800-VII) (#21).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Denemarken momenteel een onderzoek loopt om te
verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpak
van verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen voor misbruik
dat via livestreams plaatsvindt;
verzoekt de regering om in overleg met relevante partijen als banken,
politie en maatschappelijke organisaties te verkennen welke maatregelen
genomen kunnen worden om via verdachte financiële transacties
onlinemisbruik aan te pakken, en de Kamer hier voor het zomerreces van
2026 over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 83 (36800-VII) (#22).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Tot slot mijn favoriete onderwerp, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie TikTok voorlopig in strijd heeft
bevonden met de Digital Services Act vanwege het verslavende ontwerp van
de app en uit het onderzoek voorlopig blijkt dat TikTok "niet adequaat
heeft beoordeeld hoe deze verslavende eigenschappen het fysieke en
mentale welzijn van haar gebruikers, waaronder minderjarigen en
kwetsbare volwassenen, kunnen schaden";
constaterende dat de Commissie vindt dat TikTok het ontwerp van de app
moet wijzigen, maar dat het bedrijf al heeft laten weten dat het "deze
bevindingen op alle mogelijke manieren (gaat) aanvechten";
verzoekt de regering om, als de voorlopige bevindingen van de Commissie
ongewijzigd blijven, het standpunt uit te dragen dat het niet veilig is
om TikTok te gebruiken, zeker niet voor minderjarigen en kwetsbare
volwassenen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 84 (36800-VII) (#23).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de bewindslieden, de tweeling. Ik
weet niet of ik dat beeld nog uit mijn hoofd krijg, dus dank aan de heer
Van der Burg hiervoor.
Voorzitter. We hebben het heel veel over soevereiniteit en veiligheid.
Ondertussen zien we in de echte wereld dat die soevereiniteit en
veiligheid helemaal niet groter worden, maar juist kleiner. Ik dacht: ik
ga het bij dit debat gewoon heel concreet maken. Iedereen vindt het heel
erg dat er deepfakeporno online staat. Iedereen vindt het heel erg voor
meisjes en vrouwen dit dat alleen maar erger wordt. Met Grok hebben we
het nu zelfs op X. Iedereen vindt het erg. Tegelijkertijd staat de
deepfakeporno van mij al twee jaar online en kun je die gewoon via
Google vinden. Met "gewoon" bedoel ik dat het heel ongewoon is. Je hoeft
niet naar een donker hoekje van het internet. Het staat er gewoon en het
staat er nog steeds. Ik vind echt dat we moeten ophouden met het heel
erg vínden. We moeten hier heel erg hard wat aan doen. Daarom heb ik de
volgende twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat deepfakeporno grote schade toebrengt aan slachtoffers
en zich snel en blijvend online verspreidt als de beelden niet snel
offline worden gehaald;
overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken van
wetgeving, maar in onvoldoende handhaving en prioritering;
verzoekt de regering in te zetten op het zo snel mogelijk offline halen
van deepfakeporno, te zorgen voor prioritering en voor voldoende
slagkracht bij alle betrokken partijen en met hen in gesprek te gaan, en
aan de Kamer hierover een concreet plan van aanpak te presenteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 85 (36800-VII) (#24).
Mevrouw Beckerman (SP):
Nu komt mijn tweede motie. Die is eerder door mijn collega Van Nispen in
een mildere vorm ingediend. Ik ga die nu opnieuw indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat deepfakeporno en andere vormen van online seksueel
geweld snel toenemen en slachtoffers vaak langdurig geconfronteerd
worden met beelden die eenvoudig online vindbaar zijn;
overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken van
wetgeving, maar in onvoldoende handhaving daarvan;
overwegende dat via bestuursrechtelijke verwijderbevelen illegaal
onlinemateriaal binnen korte termijn, zo nodig binnen 24 uur, kan worden
verwijderd om verdere verspreiding te voorkomen;
verzoekt de regering te regelen dat ook deepfakeporno en andere evident
onrechtmatige seksuele beelden van volwassenen snel en effectief offline
kunnen worden gehaald, en daartoe een bevoegde instantie aan te
wijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 86 (36800-VII) (#25).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef even de bijsluiter dat we volgens mij drie
begrotingen behandelen, er ook nog heen en weer gewandeld moet worden,
er heel veel moties zijn ingediend en dat er misschien ook nog wel wat
vragen zijn gesteld. Met die bijsluiter kijk ik even naar rechts.
Hoelang is er nodig voordat we kunnen beginnen met de
beantwoording?
Staatssecretaris Aerdts:
25 minuten.
De voorzitter:
Dat vind ik heel snel. Perfect. Nee, we doen 25 minuten, meneer Ceder. U
bent wel heel streng vandaag! We schorsen tot 15.45 uur.
De vergadering wordt van 15.20 uur tot 15.45 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is precies kwart voor. U bent precies op tijd. We gaan verder met de
beantwoording in de tweede termijn van het wetgevingsoverleg over de
begrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zien
op digitale zaken. Ik denk dat het woord eerst aan de staatssecretaris
EZ is.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter, dank u wel. Ik wil eerst even ingaan op de vragen die nog
zijn blijven liggen, te beginnen bij mevrouw Beckerman. Ik deel haar
zorgen volledig. Het is totaal onacceptabel dat deze deepfakes worden
gegenereerd. Het is mevrouw Beckerman zelf ook overkomen, wat ik echt
heel erg vind. Helaas kan het iedereen overkomen. Daarom vind ik het
belangrijk dat ik hier in de tweede termijn als eerste bij stilsta.
Deepfakeporno heeft een enorme impact op slachtoffers. Het kan leiden
tot schaamte, stress en reputatieschade, terwijl iemand hier zelf geen
enkele controle over heeft gehad. Het kabinet neemt dit uiterst serieus
en vindt het belangrijk dat dit soort misbruik van technologie stevig
wordt aangepakt.
Ondanks de strafrechtelijke aanpak van de gebruikers van de
AI-applicaties, via de artikelen 252 en 254ba van het Wetboek van
Strafrecht, blijft dit maatschappelijke probleem zich in grote mate
voordoen. Wij willen slachtoffers beter kunnen beschermen tegen dit
afschuwelijke gedrag. Het ministerie van JenV is daarom in gesprek met
verschillende partijen om te bezien of de aanpak van uitkleedapplicaties
kan worden versterkt. Hierbij worden de mogelijkheid en wenselijkheid
van een verbod, nationaal dan wel Europees, meegenomen. Ik wil u ook
graag toezeggen dat mijn collega een brief zal sturen waarin alle opties
in kaart worden gebracht voor hoe daar nu zo snel mogelijk concreet op
kan worden ingegrepen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had een hele concrete vraag over het zo snel mogelijk offline halen.
Dat kan nu al binnen 24 uur bij kinderpornografisch materiaal. Dat
kunnen we juist ook uitbreiden naar deepfakeporno.
Staatssecretaris Aerdts:
Dit is nadrukkelijk een van de vragen die wordt meegenomen in de brief.
Ik kan daar nu zelf geen uitspraak over doen namens de minister van
Justitie en Veiligheid, maar ik zal het direct doorgeleiden, zodat dit
als een van de mogelijkheden wordt meegenomen in die brief.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat snap ik, en dit kabinet is nieuw, maar tegelijkertijd horen we dit
al twee jaar en staan die beelden nog steeds online. Ik denk dat je heel
veel meisjes en vrouwen heel veel schade berokkend als je die status quo
maar zo laat bestaan. Het wordt ook niet kleiner; het wordt groter. We
zien het nu zelfs op X, met Grok. Ik vind het lastig dat de
staatssecretaris daar nu geen antwoord op weet. Ik vraag haar dus wel
hoe snel we daar dan een antwoord op hebben, want dit duurt echt veel en
veel te lang.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik snap de opmerking van mevrouw Beckerman heel goed. Ik zal mijn
collega vragen om u hierover binnen twee weken te informeren.
Voorzitter. Dan hadden we nog de vraag van mevrouw Zwinkels over
in-gameaankopen: kan de staatssecretaris toezeggen om ons voor de zomer
te informeren over hoe hier werk van gemaakt gaat worden? In Europees
verband wordt gewerkt aan een Digital Fairness Act om schadelijke online
handelspraktijken aan te pakken. Nederland pleit in dit kader al langer
voor een strengere aanpak van schadelijke handelspraktijken in games,
waaronder strengere regulering van in-gameaankopen. Het vorige kabinet
heeft zijn inzet duidelijk gemaakt in een non-paper, waarin ook
uitgebreid aandacht is voor dit onderwerp. In aanloop naar de Digital
Fairness Act — het wetgevingsvoorstel wordt verwacht in het vierde
kwartaal van dit jaar — zullen we hier aandacht voor blijven vragen. Ik
zal de Kamer dan ook informeren over de voortgang via de geannoteerde
agenda van de Raad Concurrentievermogen en het verslag daarvan.
Dan hadden we nog de vraag die zowel mevrouw Rajkowski als mevrouw
Zwinkels stelde, namelijk hoe de uitkomsten van de
kinderrechtenimpactassessments worden meegenomen. Ze worden sowieso
gedeeld met de toezichthouders, zodat zij deze informatie kunnen
meenemen in het uitvoeren van hun toezicht. Samen met het ministerie van
OCW bekijk ik of de opname van de uitkomsten van de KIA's in de digitale
kijkwijzer nuttig is en hoe we dat het beste vorm zouden kunnen geven
als dat het geval is.
Dan had ik nog de vraag van mevrouw Zwinkels openstaan over het gebruik
van WhatsApp. Dat wordt nadrukkelijk meegenomen in de digitale
kijkwijzer.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Met de laatste antwoord ben ik heel erg blij. Ik ben blij om die
bevestiging te horen. Ten aanzien van de kinderrechtenimpactassessments
ben ik nog wel benieuwd naar het volgende. Als die worden gedeeld met de
toezichthouders, zijn ze daarmee dan ook een instrument voor de
handhaving om echt te kunnen optreden? Daar ben ik wel heel erg benieuwd
naar.
Staatssecretaris Aerdts:
Wij delen dit nadrukkelijk, omdat wij het van belang vinden, maar
uiteindelijk gaan de toezichthouders natuurlijk zelf over wat zij
meenemen en hoe ze daar uitvoering aan geven. Wij geven wel aan dat wij
dit een belangrijk instrument vinden en delen het op deze manier met de
toezichthouders, maar uiteindelijk gaan ze hier zelf over.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag van mevrouw Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nou, misschien meer een opmerking voor de komende tijd. Dan zal ik zelf
ook nagaan hoe we die assessments daadwerkelijk kunnen aangrijpen om er
ook wat aan te veranderen, want dat is uiteindelijk het achterliggende
doel. Het kan via toezichthouders gaan, maar misschien kunnen we op deze
manier als overheid zelf ook optreden en dit hard aanpakken.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan nog een andere openstaande vraag van mevrouw Zwinkels, namelijk wat
de ondernemers concreet kunnen verwachten. Ik heb u zojuist toegezegd
dat ik de Kamer zal informeren over die European Digital Innovation Hubs
en wat ze concreet kunnen verwachten. Op dit moment loopt het
beschikkingsproces voor de verlening van de EDIH's tot 2028. Naar
verwachting wordt dit binnen twee maanden afgerond. Ook wordt er gewerkt
aan een voortgangsrapportage over de Strategie Digitale Economie. Na
toekenning van deze beschikkingen zal ik uw Kamer hier in de
voortgangsrapportages over informeren.
Dan de kwetsbare personen. Ik gaf aan dat dat ik daar in de tweede
termijn nog even op terug zou komen. Mevrouw Kathmann sprak daar in
ieder geval over, en een aantal van u sloot zich daarbij aan. De politie
heeft aangegeven dat slachtoffers van wie gegevens over stalking zijn
gelekt, contact met haar kan opnemen om te kijken of zij direct kan
helpen. In het kader van het plan van aanpak dat de VVD voorstelt, wil
ik samen met mijn collega van JenV bespreken of we daarin ook kunnen
bezien in hoeverre er extra eisen moeten worden gesteld aan de
bescherming van extra gevoelige gegevens van kwetsbare groepen. Ik ben
ook voornemens om hierin de andere adviezen van de Digitale Dolle Mina's
mee te nemen.
Dan hebben we nog de zeekabels. Ik begin met de trans-Atlantische
zeekabels en de huidige EZK-begroting. De aanleg van de zeekabels is een
complex proces met vele stakeholders, waardoor het verloop niet altijd
heel precies te voorspellen is. Voor de projecten die ik noemde is de
planning al vaker opgeschoven omdat de businesscase gewoon niet helemaal
rond is. Met name voor de Arctische route geldt dat de deadline steeds
dichterbij komt, omdat dit in breed samenwerkingsverband wordt
gerealiseerd. De huidige verwachting is dat er binnen een jaar een
definitief plan inclusief financiering moet liggen om de eerder gekregen
Europese subsidie, de Connecting Europe Facility, niet kwijt te raken.
Voor de IOEMA geldt dit minder strikt, omdat er minder partijen bij
betrokken zijn, al kan dit project ook geen doorgang vinden indien er
geen publieke of private financiering beschikbaar komt.
Dan was er nog de vraag van de heer Van den Berg. Hij zei dat de markt
enerzijds onvoldoende beweegt, maar dat ik anderzijds aangaf dat er ook
veel verwachtingen zijn. Hoe strookt dat dan met elkaar? Zoals gezegd
werk ik samen met de markt in een publiek-private samenwerking, de
Zeekabel Coalitie. De financiering wordt bij een aantal kabels geheel
door de markt opgepakt. Echter, bij grotere projecten met risico's zoals
een hoge initiële investering of vraagrisico's — is er een partij met
veel datavraag die zich vooraf aan het project wil verbinden? — en bij
grotere projecten met zeer lange terugverdientijden is ondersteuning
vanuit de overheid wel noodzakelijk. Ik gaf in de eerste termijn ook aan
dat er vanuit de Europese Commissie geld beschikbaar is voor de
financiering van strategisch belangrijke zeekabels. Dit geld kan
aangevraagd worden om er een positieve businesscase van te maken. Samen
met de Zeekabel Coalitie en RVO worden Nederlandse initiatieven
ondersteund bij hun aanvragen voor deze Europese gelden.
De laatste vraag, van mevrouw Kathmann, ging over de zeekabels: "Als we
nu niks doen, dan is over twee jaar 100% van de markt in handen van
grote techbedrijven. Alle woorden in het coalitieakkoord vallen of staan
met de zeekabels." Ik ben het helemaal eens met mevrouw Kathmann dat de
grote techbedrijven steeds meer de grote zeekabelverbindingen aanleggen.
Daarom werkt Europa aan strategische Cable Projects of European
Interest. Daarvoor is er Europese publieke financiering beschikbaar. Dat
is de Connecting Europe Facility waarover ik net ook sprak. Maar in het
coalitieakkoord zijn er helaas geen aanvullende budgetten voor
gereserveerd.
De heer Van den Berg (JA21):
Nog even over de zeekabel. U zei het al, staatssecretaris: we lopen het
risico om de financiering vanuit de EU kwijt te raken. We hebben te
maken met marktpartijen en natuurlijk onszelf als Staat. "Lange
terugverdientijden", hoorde ik u zeggen. Nu ben ik even zoekende. Gaat
het kabinet er nou wel of niet mee aan de slag om dat toch voor elkaar
te krijgen? Ik ben 'm even kwijt.
Staatssecretaris Aerdts:
Als ik daar alvast op mag reageren? Ik geloof het wel, als ik kijk naar
de voorzitter. Wat ik kan aangeven is dat er in het coalitieakkoord geen
additioneel geld voor vrijgemaakt is. Wel steunen wij vanuit de Zeekabel
Coalitie andere partijen bij het doen van aanvragen van de gelden die
beschikbaar zijn gesteld door de Europese Commissie. Zo mag u het dus
begrijpen.
De heer Van den Berg (JA21):
Oké, maar dan verandert er in principe dus niks aan de status quo. Ik
spreek daar toch mijn zorgen over uit. Het staat niet voor niets in het
rapport-Wennink. Daar staat geschreven: "Het vergroot de digitale open
strategische autonomie en draagt bij aan het verdienvermogen." Ik zie
juist een uitstekende kans om dit wél te doen en daar ook rendement uit
te halen. Het genereert ook weer meer belastinginkomsten door middel van
economische groei enzovoort. Kortom, hoe gaan we hier nou alsnog geld
voor verzorgen? Kan dat wellicht via de Nederlandse
Investeringsinstelling? Ik zie u al kijken, staatssecretaris.
Staatssecretaris Aerdts:
Inderdaad, de investeringsinstelling kan hier een belangrijk instrument
in zijn. We spraken eerder vandaag ook al over de 1,5%. Dat zal ik ook
met mijn collega gaan bespreken als we naar de Zeekabel Coalitie gaan
kijken.
De voorzitter:
Nog een vraag van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Meer afrondend; het is meer een statement. We hebben in dit debat veel
gesproken over het gebrek aan middelen voor de vele ambities de we
hebben. Ik zal er namens mijn fractie echt scherp op blijven om hier de
komende tijd financiering voor te vinden. Anders ben ik bang dat ik mijn
eigen punt ga bewijzen. "Zie je wel, er is geen geld beschikbaar. We
kunnen de ambities dus niet halen." Dat is precies hetgeen ik wil
voorkomen. Daar blijf ik dus op drukken.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan wil ik nu overgaan tot de appreciaties van de moties. De motie op
stuk nr. 68 gaat over het btw-systeem. Ik zou u willen vragen om eerst
de brief van mijn collega, de staatssecretaris van Financiën, en het op
19 maart geplande commissiedebat af te wachten. Daarom zou ik willen
aangeven dat de motie ontijdig is.
De voorzitter:
Daar wil het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid, die de
motie heeft ingediend, een vraag over stellen. Dat gaat helaas niet. We
hebben hier namelijk al tien keer, denk ik, maar misschien wel vaker,
sciencefictiondebatten gevoerd waarin zowel de Kamer van links tot
rechts, dus 150 man sterk, als het kabinet zegt "dit is zó'n
onwenselijke situatie". Maar dan hadden we gewoon geen instrumenten om
iets te stoppen. Hiervan wordt gezegd: "Hebben jullie nou effe geluk met
z'n allen! Jullie willen dit niet, maar je kan het nu nog stoppen." Dan
is het dus heel gek om nu weer te gaan wachten tot 19 maart, om op 19
maart waarschijnlijk te horen te krijgen: was nou maar eerder geweest,
want als je dit op 2 maart had gestopt, had het nog wel gekund. Ik vind
dat risico dus echt veel te groot. We hebben hier een kans om eindelijk
een keer iets wat we allemaal willen, wél te laten gebeuren in plaats
van niet. Ik snap er dus eigenlijk niets van dat deze motie ontijdig zou
zijn.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik snap dit sentiment heel goed en ik zal dit exact zo doorgeleiden aan
mijn collega-staatssecretaris van Financiën, maar ik kan hier nu verder
geen uitspraken over doen. Mijn suggestie is om toch die brief af te
wachten, maar ik zal dit sentiment direct na dit debat ook aan hem
overbrengen. Misschien geeft dat dan ook reden om de Kamer eerder te
informeren.
De voorzitter:
Maar, staatssecretaris — ik word nu wel een beetje strenger in mijn
bewoordingen — waarom hebben wij dan een aparte staatssecretaris voor
digitale autonomie? Daar gaat dit over. Er staan superambities in het
coalitieakkoord. Het zijn echt hele mooie woorden. Er is een aparte
staatssecretaris aangesteld om die mooie woorden zo veel mogelijk om te
zetten in daden. Dan kan het niet zo zijn dat een motie die ik indien
over digitale autonomie waar knetterveel urgentie achter zit en waarmee
we iets in handen hebben waarvan gezegd wordt dat we dit er nog mee
kunnen stoppen, ineens "niet aan de staatssecretaris van digitale
autonomie is". Dan weet ik het namelijk ook niet meer.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik zie het juist als mijn rol als staatssecretaris van digitale
autonomie om mijn collega's hierbij te assisteren. Vandaag zijn er
andere feiten naar buiten gekomen, die blijkbaar niet in lijn waren met
het gesprek zoals ik het met mijn collega heb gevoerd. Dat moet ik dus
eerst doen. Ik wil dat liever eerst met hem persoonlijk doen dan nu door
middel van een motie in uw Kamer, maar ik deel uw zorg hierover
absoluut. Ik zal dit ook aan hem meegeven en hem adviseren om hierin
geen onomkeerbare stappen te zetten totdat hij met uw Kamer heeft
gesproken.
De voorzitter:
Dat betekent, zeg ik even als voorzitter, dat de motie op stuk nr. 68
ontijdig is. Dan is inderdaad de vraag of de indiener daar iets mee
doet. Het antwoord daarop is nee!
Staatssecretaris Aerdts:
Dan ga ik verder naar de motie op stuk nr. 69, over een basispakket
digitale veiligheid. Diverse marktpartijen bieden veiligheidspakketten
aan. Een deel van de genoemde producten wordt gratis aangeboden. Ik wil
met de aanbieders van deze producten de inhoud en de toegankelijkheid
van het aanbod bezien en kijken hoe die eventueel verbeterd kunnen
worden. De overheid moet wat mij betreft niet concurreren met de markt,
maar het is wel belangrijk dat dergelijke pakketten door de markt worden
aangeboden. Met deze uitleg geef ik de motie dan ook graag oordeel
Kamer.
Dan de motie over een lespakket digitale weerbaarheid.
De voorzitter:
Excuus, staatssecretaris, ik kom even door u heen. Hier werd zonet
aangestipt dat ik een taak heb als voorzitter. Ik moet namelijk bij elke
motie in de microfoon de appreciatie zeggen. De motie op stuk nr. 69
krijgt oordeel Kamer. Bij dezen. En de motie op stuk nr. 68 is ontijdig.
De heer Ceder heeft een vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, even een dubbelcheck. Er staan geen namen onder de motie op stuk nr.
69. Klopt het dat ik daar als medeondertekenaar onder sta, mevrouw
Kathmann? Even een dubbelcheck.
De voorzitter:
De heer Ceder vraagt of hij inderdaad als medeondertekenaar genoteerd
staat. In mijn herinnering is dat zo, en is zijn naam gewoon per abuis
weggevallen. Mevrouw El Boujdaini?
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Het gaat niet alleen over de medeondertekenaars, want er staat helemaal
geen naam onder de motie, dus ook die van uzelf niet.
De voorzitter:
Oké, ja. Die is bij het kopiëren weggevallen. We gaan dat weer goed in
orde maken. Mevrouw Rajkowski?
Mevrouw Rajkowski (VVD):
Even een vraag om zeker te weten dat ik het goed begrijp. Het verzoek in
de motie is, zoals ik het lees, dat ook de overheid een pakket gaat
ontwikkelen. Als ik de motie naast de inbreng in het debat leg, moeten
er dan ook een overheids-VPN, een overheidsadblocker et cetera komen.
Maar in de appreciatie van de staatssecretaris hoor ik dat het heel goed
is dat de markt dit doet. Dan snap ik dus de appreciatie oordeel Kamer
niet. Voor mijn gevoel heeft de motie het namelijk in zich dat de
overheid dit moet gaan ontwikkelen. Ik krijg graag toch nog even een
toelichting daarop. Hoe zit dit nou in elkaar? Dan weet ik wat ik mijn
fractie kan adviseren om te gaan stemmen.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik gaf aan dat de overheid daarin niet moet concurreren mét de markt.
Het is dus wel belangrijk dat dergelijke pakketten dóór de markt worden
aangeboden. Het is dus inderdaad niet de bedoeling dat de overheid nu
zelf een apart pakket maakt. Het moet in samenspraak met de met de
markt, maar wel dóór de markt worden aangeboden.
De voorzitter:
Nog even als extra informatie: het is ook heel duidelijk dat dit samen
met het Nederlandse bedrijfsleven moet gebeuren. Dat staat ook in het
verzoek.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dan heb ik ook nog één vraag, voorzitter. Ik zou graag willen weten of
de ontwikkeling van zo'n pakket dan ook uit bestaande middelen zou
kunnen komen of dat daar aanvullende middelen voor nodig zijn. Ik wil
namelijk ook graag mijn fractie goed kunnen adviseren.
Staatssecretaris Aerdts:
Wij zullen nog even schriftelijk terugkomen op wat precies de
implicaties zouden zijn van het aannemen van de motie zoals die hier
opgeschreven staat. Ik voorzie inderdaad wel een klein beetje verwarring
over wat de implicaties zijn van het verzoek aan de regering om dat
samen met de Nederlandse bedrijven te ontwikkelen en wie dat dus zou
moeten financieren. Daar komen we dus nog eventjes op terug.
De voorzitter:
Om mijn administratie volledig in orde te maken: de motie op stuk nr. 69
had oordeel Kamer gekregen, maar dat is nu niet meer zo, omdat er nog
een schriftelijke uitleg komt? Ja, de motie wordt schriftelijk
geapprecieerd. Perfect.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan ga ik verder met de motie op stuk nr. 70 over lespakketten voor de
digitale weerbaarheid. Ik verzoek het Kamerlid om de motie aan te
houden, omdat het lectoraat Online Weerbaarheid van de Hogeschool Saxion
op dit moment een onafhankelijke effectevaluatie uitvoert naar
HackShield. De uitkomst daarvan wordt aan het einde van deze maand
verwacht. Als die uitkomst positief is, kan in afstemming met de
betrokken departementen worden uitgezocht of er financiële steun aan
HackShield en soortgelijke initiatieven kan worden gegeven en hoe die
kan worden vormgegeven binnen de departementale begroting. Ik verzoek
daarom om de motie aan te houden in afwachting van deze
uitkomsten.
De voorzitter:
Betekent dat, even voor de scherpte, dat de motie dan ontijdig wordt
verklaard?
Staatssecretaris Aerdts:
Ja, totdat de evaluatie bekend is. We hopen dat de indiener de motie aan
wil houden.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de mede-indieners. Het moeilijke hieraan is dat er
juist expres niet is gevraagd om structurele financiering of om
bijvoorbeeld zoveel jaar incidentiele financiering. Er is gevraagd om
een overbrugging en expres ook om een heel klein bedrag, om ervoor te
zorgen dat de ontwikkeling van de lespakketten die nu zo hard nodig
zijn, bijvoorbeeld over grooming en AI, niet in de knel komt als er over
wordt gegaan tot die structurele financiering. Dat is precies waar de
motie om vraagt. Ik vraag me dan af of we niet alsnog te laat zijn als
we weer een maand wachten.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter, we willen toch de resultaten van de evaluatie afwachten. Die
evaluatie wordt natuurlijk niet voor niks gedaan. Ik zal dit ook met
mijn collega bespreken. Als inderdaad uit die evaluatie blijkt dat het
effect zo groot is dat we dit graag willen voortzetten, dan zal ik me er
echt voor inspannen om samen met mijn collegae te zoeken naar die
overbruggingsfinanciering.
De voorzitter:
Voor de administratie: de motie op stuk nr. 70 blijft ontijdig verklaard
en de indieners kijken even wat ze met die mededeling gaan doen.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter. Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 71 over
end-to-endencryptie. Gezien de manier waarop we hiernaar hebben gekeken
in het debat en kijkend naar de eerdere debatten die we in deze Kamer
hebben gevoerd, geef ik deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 71 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 72 gaat over een meerjarige digitale agenda. Ook
hier wil ik graag het oordeel aan de Kamer laten, als ik de motie
inderdaad zo mag interpreteren dat ik uw Kamer informeer over mijn
strategische inzet via een hoofdlijnenbrief, waarbij ik de genoemde
initiatieven met elkaar verbind. Ik wil me op dit moment — het is de
eerste dag van week twee; we maken er een beetje grappen over — nog niet
vastleggen op weer een nieuwe agenda. Ik wil juist goed kijken naar wat
er al ligt en ervoor zorgen dat we echt aan de slag gaan en resultaten
gaan behalen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 72 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 73 gaat over het geld voor de NDS. Ik ontraad deze
motie. In het coalitieakkoord en de begrotingen van BZK en EZK zijn er
geen aanvullende middelen toegekend of gereserveerd voor de uitvoering
van de NDS. Dat betekent dat de door de vorige staatssecretaris van BZK
geschatte kosten voor de NDS nu niet gedekt kunnen worden. Dat er
centraal geen aanvullende middelen zijn gereserveerd, betekent overigens
niet dat er geen geld wordt uitgegeven. De overheidsorganisaties geven
ieder voor zich middelen uit om de genoemde kansen te realiseren en om
uitdagingen aan te pakken. Ik ga daarom in gesprek met diverse
overheidsorganisaties, Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen over
hoe we onze ambities zo veel mogelijk kunnen realiseren. Ik wil me
daarbij inspannen om de financiële bijdrage van het Rijk aan het
digitaliseringsbeleid inzichtelijk te maken, in lijn met deze motie,
maar ik wil me nog niet vastleggen qua vorm en timing, want dat is voor
mij op dit moment gewoon te vroeg. Ik ontraad dus deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 73 is ontraden.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 74 gaat over de over de zeekabels in het Caribisch
gebied. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer. Wat mij betreft kan
dit worden meegenomen bij de uitvoering van de motie-Kathmann over de
haalbaarheidsstudie. De Europese Commissie is een haalbaarheidsstudie
aan het doen naar de soevereine ontsluiting van het Caribisch gebied,
waarbij de resultaten eind 2026 worden verwacht. Deze studie zie ik als
een noodzakelijke input voor deze motie en die van mevrouw Kathmann c.s.
van september vorig jaar.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 74 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan kom ik op de motie op stuk nr. 75 over GPT-NL en de datastructuur.
Gezien het debat wil ik die ook graag oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 75 krijgt oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie op stuk nr. 76 gaat over inzicht krijgen in de uitgaven voor
digitale diensten. De motie verzoekt de regering om een plan te maken om
deze kosten voor digitale diensten en producten inzichtelijker te
krijgen door in nieuwe projecten en programma's een financiële paragraaf
op te nemen. Deze motie geef ik ook graag oordeel Kamer. Ik wil daarbij
aangeven dat we in principe op grond van artikel 3.1 van de
Comptabiliteitswet al verplicht zijn om bij nieuwe voorstellen
financiële gegevens toe te lichten. Het is niet verplicht om daarbij een
ICT-component te specificeren. Ik kan ook niet beloven dat het altijd
mogelijk is, maar vanwege eerdere vragen en een motie wordt er al
gewerkt aan een stappenplan om het inzicht in de uitgaven aan
digitalisering te verbeteren. Dit verzoek kan daarin mee worden genomen,
met de kanttekening dat het specificeren van de ICT-component niet
altijd zal kunnen, dus: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 76: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
In de motie op stuk nr. 77 wordt verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens
te instrueren tot een spoedig en volledig onderzoek. Ik kan aangeven dat
dat overbodig is, want de AP heeft al aangegeven bezig te zijn met een
onderzoek en is onafhankelijk in de wijze waarop zij haar taken en
bevoegdheden uitoefent.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 77: overbodig.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de motie op stuk nr. 78, over een handelingskader voor slachtoffers
van datalekken. In lijn met dit debat wil ik die heel graag oordeel
Kamer geven. Wij zien het wat dat betreft inderdaad als een steuntje in
onze rug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de motie op stuk nr. 79, over de Arctische zeekabel. Ook hier:
oordeel Kamer. We hebben naar aanleiding van uw eerdere motie toegezegd
ons daar maximaal voor in te zetten. U bent daar ook al over
geïnformeerd. De planvorming is op dit moment in een vergevorderd
stadium. Er is ook al Europese subsidie verkregen. Echter, zonder een
publieke bijdrage zal er mogelijk geen aftakking naar Nederland
gerealiseerd kunnen worden. Zoals ik in mijn eerste termijn aangaf, is
die op dit moment ook niet beschikbaar, tenzij u als Kamer met een
dekkingsvoorstel komt. Maar ik geef deze motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 79: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de motie op stuk nr. 80 over de trans-Atlantische zeekabel. Op dit
moment ontraad ik de motie, maar als u de motie zo kan aanpassen dat we
u niet hoeven te informeren voor Prinsjesdag 2026, maar voor het begin
van 2027, dan kan ik hem wel oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik kijk voor de motie op stuk nr. 80 even naar meneer Van den
Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Daar ben ik zeker toe bereid, maar waar zit het verschil dan in? Waarom
kan het niet voor Prinsjesdag en wel voor het begin van 2027?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik kan de heer Van den Berg het volgende melden. Er loopt een onderzoek
van de Europese Commissie naar de zeekabelverbinding in het Caribisch
gebied. Dat komt aan het eind van dit jaar en dat heb ik echt nodig om
hier vervolgstappen in te kunnen zetten.
De heer Van den Berg (JA21):
Akkoord, dan ga ik 'm op die manier aanpassen. Ik ben even kwijt hoe dat
gaat, maar ik regel het.
De voorzitter:
U gaat het dictum aanpassen.
De heer Van den Berg (JA21):
Specifiek: "de Kamer uiterlijk voor Prinsjesdag 2026 te informeren"
wordt "de Kamer uiterlijk voor het begin van 2027 te informeren".
De voorzitter:
Als u dat gedaan heeft, krijgt de motie oordeel Kamer.
De heer Van den Berg (JA21):
Bij dezen.
De voorzitter:
De motie-Van den Berg (36800-VII, nr. 80) is in die zin gewijzigd dat
zij thans luidt:
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen de
aanleg beoogt van een trans-Atlantische zeekabel tussen Nederland en de
Caribische landsdelen met verbinding naar Noord- en/of
Zuid-Amerika;
overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale open
strategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen van Nederland
en de Caribische landsdelen;
overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding van
zeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;
verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie en
Europese partners, de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel te
versnellen, en de Kamer uiterlijk voor het begin van 2027 te informeren
over het uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 80 (36800-VII) (#26).
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de motie op stuk nr. 81, over het Online Outreach Programma. Ik geef
deze motie oordeel Kamer. Mag ik er dan ook op rekenen, vraag ik aan de
heer Ceder, dat hij zijn amendement intrekt als de Kamer deze motie
aanneemt?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat is de bedoeling. Ik trek het dan wel pas na de stemming in, omdat de
Kamer dit misschien een heel onverstandig plan vindt, waar ik niet van
uitga. De bedoeling is dat ik het amendement intrek als deze motie wordt
aangenomen; dat klopt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 81: oordeel Kamer. De indiener zegt: na de stemming
kijk ik wat ik met het amendement doe.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, maar ik wil wel de duidelijkheid geven dat ik het intrek op het
moment dat de motie aangenomen wordt. Dat kan ik de Kamerleden en het
kabinet toezeggen.
De voorzitter:
Helder.
Staatssecretaris Van der Burg:
Mag ik even de motie op stuk nr. 82 doen, voorzitter? Dat kan ik wel
achteraf doen, maar zo houden we de volgorde aan.
De voorzitter:
Zeker.
Staatssecretaris Van der Burg:
De motie op stuk nr. 82 zou ik, als ik 'm strikt uitleg, ontijdig moeten
geven. Ik heb namelijk zojuist tegen de heer Ceder gezegd: "Je moet
eerst het onderzoek afwachten. Pas daarna kun je zeggen dat je ermee
doorgaat." Maar ik wil de Kamer natuurlijk graag tegemoetkomen, dus kijk
ik de heer Ceder even aan: als ik de motie zodanig mag uitleggen dat ik
u, wanneer wij een positief besluit nemen, tegelijk met de brief die ik
u in de eerste termijn beloofd heb, ook meteen een tijdpad aangeef, dan
kan de motie oordeel Kamer krijgen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat vind ik goed, en dat doe ik ook. Er staat ook een "spreekt uit" in.
Ik vind het belangrijk dat ook de Kamer zich uitspreekt over de vraag of
we dit überhaupt moeten willen. Dat staat nog los van de vraag of het
kan, maar wat dat betreft ga ik mee in de beredenering van de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Van der Burg:
Over Kameruitspraken heb ik geen mening, voorzitter. Die laat ik dus aan
de Kamer. Dan is het dus oordeel Kamer, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie knikkende gezichten over en weer. De motie op stuk nr. 82 krijgt
oordeel Kamer.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben wel benieuwd of de tekst nog aangepast kan worden. Mijn fractie
houdt niet zo van heel ruime interpretaties; zij houdt zich liever aan
de tekst. Ik waardeer het meedenken, maar ik zou het nog prettiger
vinden als de heer Ceder de tekst aanpast.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik zal in overleg met de CDA-fractie treden om te kijken welke tekst
voor haar acceptabel is, waardoor een meerderheid van de fractie ermee
kan instemmen hiervoor te gaan. Dat gaan we dus even afstemmen. Als het
goed is, komt er dan een kleine wijziging.
Staatssecretaris Van der Burg:
Heel formeel moet ik dan nu zeggen dat ik mijn definitieve oordeel pas
over de gewijzigde motie zal geven. Ik vertrouw de heer Ceder wel, maar
dit is de formele reactie die ik moet geven als de motie wordt
aangepast. Ik ga ervan uit dat het goed komt.
De voorzitter:
We gaan het wel even formeel zeggen. Als de motie-Ceder op stuk nr. 82
overeenkomstig de uitleg van de staatssecretaris van zonet wordt
aangepast, krijgt zij oordeel Kamer. Zij wordt in overleg met de
CDA-fractie aangepast.
Staatssecretaris Aerdts:
De motie-Ceder op stuk nr. 83 verzoekt de regering te verkennen welke
maatregelen genomen kunnen worden om via verdachte financiële
transacties onlinemisbruik aan te pakken. Als de heer Ceder mij toestaat
dat ik de Kamer in Q3 van 2026 informeer in plaats van voor het
zomerreces, dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Die coulance wil ik bieden. Moet ik dan een gewijzigde motie indienen,
voorzitter, of kan de staatssecretaris de motie met deze interpretatie
gewoon oordeel Kamer geven?
De voorzitter:
De motie moet gewijzigd worden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Oké, dan doe ik dat en wel met dien verstande dat ik dit overneem.
De voorzitter:
De motie-Ceder op stuk nr. 83 krijgt na wijziging oordeel Kamer. De heer
Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, mij wordt hier een heel technische vraag ingefluisterd. Is
dat vóór Q3 of tijdens Q3?
Staatssecretaris Aerdts:
Gedurende Q3.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Gedurende Q3. Wij zullen het aanpassen.
De voorzitter:
Nogmaals: na aanpassing krijgt de motie op stuk nr. 83 oordeel
Kamer.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter. De motie-Ceder op stuk nr. 84 geven we toch het oordeel
ontijdig. We willen de definitieve reactie van de Commissie afwachten.
Op dit moment beoordelen wij de motie daarom als ontijdig.
De voorzitter:
Motie-Ceder op stuk nr. 84: ontijdig.
Staatssecretaris Aerdts:
Dan de moties van mevrouw Beckerman op stukken nrs. 85 en 86. Ik heb
mevrouw Beckerman al toegezegd dat ik samen met mijn collega van JenV
een brief zal opstellen waarin we een plan van aanpak zullen opnemen. Ik
weet niet of dat voldoende is, maar anders kunnen wij deze moties
oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie-Beckerman op stuk nr. 85 en de motie-Beckerman op stuk nr. 86
krijgen oordeel Kamer, tenzij mevrouw Beckerman de toezegging voldoende
vindt. De moties houden stand, dus de moties op stukken nrs. 85 en 86
krijgen oordeel Kamer.
Dat brengt ons bijna bij het einde van de vergadering, maar eerst gaan
we naar de toezeggingen. Ik kijk even naar links en rechts, want ik denk
dat iedereen dit heel nauw gaat volgen. De toezeggingen.
De staatssecretaris van EZK zegt toe voor het zomerreces de Kamer te informeren over een Europese aanpak ten behoeve van de minimumleeftijd voor sociale media en daarbij indien nodig mogelijkheden tot samenwerking met gelijkgestemde landen te onderzoeken. Dit laatste is naar aanleiding van een vraag van mevrouw Rajkowski.
De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de stand van zaken bij de uitvoering van de motie-Ceder voor een leeftijdsverificatie, wettelijke borging voor online gokken en websites met pornografische content. Aanvullend wordt hierbij ingegaan op leeftijdsverificatie bij het aanbieden van onlineseksadvertentiediensten. Dit naar aanleiding van een vraag van de heer Ceder.
De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het gaat nu heel veel over seks, maar het heeft ook te maken met gokken,
alcohol en alle diensten waar we in de wet een minimumleeftijd voor
hebben besloten. Ik zeg dit om toch wat meer context te geven over de
insteek van de ChristenUnie.
De voorzitter:
Bij de tweede toezegging staat ook: gokken en websites met
pornografische content.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat dekt de lading niet helemaal, maar ik denk dat we inmiddels
doorhebben wat daarmee bedoeld wordt.
De voorzitter:
Ja. Dan de volgende toezeggingen.
De staatssecretaris zegt toe de Kamer op korte termijn schriftelijk te informeren over European Digital Innovation Hubs voor het mkb en wat ondernemers daarvan kunnen verwachten. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Zwinkels.
De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van de AI-fabriek.
Daarbij is nog de vraag: wanneer kunnen we de voortgang over de
AI-fabriek verwachten?
Staatssecretaris Aerdts:
Voor het zomerreces.
De voorzitter:
Voor het zomerreces. Ja, daar gaat iedereen akkoord mee.
Dan de volgende toezeggingen.
De Kamer ontvangt voor de zomer, na gesprekken met het NICAM, informatie over de ontwikkeling van de digitale kijkwijzer. Hier wordt ook de vraag van mevrouw Zwinkels meegenomen over whatsappkanalen.
De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de aanbesteding van grote IT-projecten. Hierbij wordt ingegaan op het proces rondom besluitvorming ten aanzien van zulke grote projecten. Dit naar aanleiding van een aanvullende vraag van mevrouw Zwinkels.
De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de uitwerking van het nog te ontvangen advies van de NDS-raad over de digitale dienst.
De Kamer wordt geïnformeerd over het preventief vergoeden van essentiële documenten in casussen zoals die van Odido. Dit naar aanleiding van een vraag van de heer Ceder.
De Kamer ontvangt binnen twee weken een brief over de opties voor een verbod op en het offline halen van deepfakeporno. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Beckerman.
Via de geannoteerde agenda wordt de Kamer wordt, in aanloop naar de Digital Fairness Act, geïnformeerd over de aanpak van in-gameaankopen. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouw Zwinkels.
De staatssecretaris zal de motie op stuk nr. 69 schriftelijk appreciëren.
Dan gaan we naar de toezeggingen van de staatssecretaris van BZK.
De Kamer wordt voor het meireces van 2026 geïnformeerd, na afronding van de impactanalyse dit kwartaal, over het gebruik van één extensie voor het overheidsdomein. Hierbij wordt ook ingegaan op het principebesluit met een tijdlijn, naar aanleiding van de vraag van de heer Ceder.
De staatssecretaris wil daar iets over zeggen. Hier komt-ie,
hoor!
Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, dat had ik gezegd, maar die tijdlijn komt er "indien
positief".
De voorzitter:
Dat is een goede bijsluiter; dat wordt genoteerd. Ik zie de heer Ceder
ook knikken.
Dan de tweede toezegging van de staatssecretaris van BZK.
De Kamer wordt binnen twee weken schriftelijk geïnformeerd over de tijdlijn naar aanleiding van de bevoegdheidsverklaring digitale dienstverlening van wettelijk vertegenwoordigers/mantelzorgers, naar aanleiding van de vraag van de heer Ceder.
Dat waren ze. Ik kijk even naar links om te zien of iemand nog een
toezegging heeft gemist. Nee, dat is niet het geval.
Dan kijk ik even naar rechts. De staatssecretaris van EZK wil nog iets
kwijt.
Staatssecretaris Aerdts:
Ja, mag ik toch nog even? Ik zei in het kader van de motie op stuk nr.
69 dat wij wel even een briefje zouden schrijven, maar dat moet er dan
morgen vóór 12.00 uur zijn. Ik zou dus toch willen proberen om hier nog
een mondelinge toelichting op te geven. De stemming is volgende week?
Toch ga ik proberen een mondelinge toelichting te geven. Als u zich
daarin kunt vinden, laten we het daarbij.
We gaven het net ook al aan: er was wat verwarring. Mevrouw Rajkowski
zei het, denk ik, heel goed: we gaan niet met deze aanbieders
concurreren door vanuit de overheid deze producten aan te bieden. Dat
mag ook niet volgens de Wet Markt en Overheid; dat moeten we aan de
markt laten. Als dat de strekking is van de motie, ontraad ik de motie.
Maar ik wil met de aanbieders van deze producten wel graag de inhoud en
toegankelijkheid van het aanbod bezien, en bekijken of die eventueel
verbeterd kunnen worden. Ook zorgen we al dat kleine mkb'ers die er
onvoldoende budget voor hebben dit met subsidie kunnen aanschaffen via
de regeling Mijn Cyberweerbare Zaak. Op de websites van
Veiliginternetten.nl en het NCSC worden burgers en bedrijven
geïnformeerd over maatregelen die zij kunnen nemen. Ik gaf ook al aan
dat mijn collega van BZK een nationale cursus Digitale Weerbaarheid
financiert voor alle Nederlanders van 12 jaar en ouder. Er is ook
cursusaanbod via BZK voor de doelgroep senioren, specifiek bedoeld voor
bibliotheken.
De voorzitter:
Dan blijft nog wel overeind: wat is dan de appreciatie?
Staatssecretaris Aerdts:
Als ik de motie zo mag lezen — dat staat er niet, dus dan moet de motie
worden aangepast — dat wij dit niet zelf gaan maken als overheid, maar
dat we wel met de aanbieders gaan zitten om specifiek naar de inhoud en
toegankelijkheid van het aanbod te kijken en te kijken hoe die zaken
eventueel kunnen worden verbeterd, dan kan ik de motie oordeel Kamer
geven. Als de tekst blijft staan zoals die nu is, moet ik de motie
ontraden.
De voorzitter:
Dan wordt de motie op stuk nr. 69 aangepast met deze strekking, zodat de
motie "oordeel Kamer" kan krijgen.
Dan kijk ik nogmaals naar rechts.
Staatssecretaris Aerdts:
Ik wil deze commissie nog even bedanken voor dit debat. Ik mag, denk ik,
ook namens mij twee-eiige wederhelft spreken. Wij voelen ons gesterkt.
Het is voor ons ontzettend fijn dat we zo'n actieve, maar ook kundige
commissie hebben die ook heel actief met ons wil meedenken; dat hebben
we vandaag gezien. Dat waarderen wij ontzettend, dus heel veel
dank.
De voorzitter:
Heel veel dank aan de staatssecretarissen voor de beantwoording en
natuurlijk ook aan alle mensen die achter de schermen daaraan hebben
meegeholpen. Heel veel dank ook aan de ondersteuning voor de
fantastische verzorging vandaag en aan de collega's voor hun inbreng.
Bij dezen sluit ik deze vergadering.
Sluiting 16.24 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|