[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op e vragen van het lid Stoffer over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D10426, datum: 2026-03-06, bijgewerkt: 2026-03-06 17:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z03088:

Preview document (🔗 origineel)


De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA DEN HAAG

Datum 6 maart 2026
Betreft Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Stoffer (SGP) over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici

Hoger Onderwijs en Studiefinanciering

Rijnstraat 50

Den Haag

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

www.rijksoverheid.nl

Contactpersoon

Onze referentie

62322514

Uw brief

12 februari 2026

Uw referentie

2026Z03088

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Stoffer (SGP) over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici.

De vragen werden ingezonden op 12 februari 2026 met kenmerk 2026Z03088.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Rianne Letschert

De antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Stoffer (SGP) over veiligheid van Joodse studenten en isolatie van dissidente academici met kenmerk 2026Z03088, ingezonden op 12 februari 2026.

Vraag 1
Bent u bekend met het interview ‘Onderzoeker Amanda Kluveld: Er zijn Joodse studenten die met studie stopten om onveiligheid’? [1]

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Hoe duidt u de uitspraak dat actiegroep Free Palestine Maastricht een eigen ‘kantoortje’ heeft op de Maastricht University?

Vraag 3
Mag een politieke actiegroep als Free Palestine Maastricht volgens het bestaande universiteits- en onderwijsbeleid gebruikmaken van permanente kantoorruimtes op universiteiten? Zo ja, welke criteria gelden daarvoor en wie beslist hierover?

Antwoord 2 en 3
Instellingen gaan – binnen de kaders van wet- en regelgeving – zelf over wie zij gebruik laten maken van de ruimtes op hun instelling. Binnen deze kaders staat het instellingen vrij om hun eigen criteria te hanteren. Van de Universiteit Maastricht heb ik begrepen dat zij bepaalde ruimtes beschikbaar stelt aan studentorganisaties, Free Palestine Maastricht is er daar een van. Het criterium dat de Universiteit Maastricht hanteert voor het gebruik maken van deze ruimtes is dat een organisatie een studentorganisatie moet zijn die bij de universiteit bekend is en geregistreerd staat. In het geval van Free Palestine Maastricht is dit zo.

Het is aan de instelling, die de verantwoordelijkheid voor een veilige leer- en werkomgeving draagt, om deze beoordeling te maken. Ik vertrouw op de afweging die de Universiteit Maastricht hierin maakt.

Vraag 4
Bent u het met de onderzoeker in kwestie eens dat de oproep ”Kill All Zionists” als profielnaam op Instagram in feite een directe oproep tot geweld is tegen Joodse studenten en medewerkers? Hoe verhouden zulke uitingen zich tot een veilige en inclusieve leeromgeving?

Antwoord 4
Laat duidelijk zijn dat het kabinet dergelijke uitingen sterk van de hand wijst. Daarbij passen dergelijke uitingen uiteraard ook niet in een veilige en inclusieve leeromgeving. Het is niet aan mij als minister om te oordelen of er sprake is van een directe oproep tot geweld. Het is aan het OM en uiteindelijk de rechter om te bepalen of er in een bepaald geval sprake is van een strafbaar feit. In het algemeen kan ik wel met uw Kamer delen dat het rapport ‘Gevangen in vrijheden’1 van de Taskforce Bestrijding Antisemitisme ons leert dat in sommige gevallen antizionisme kan fungeren als dekmantel voor antisemitische sentimenten. Het rapport stelt dat antizionisme een antisemitisch karakter krijgt wanneer antizionistische uitingen gepaard gaan met ontkenning van het recht op zelfbeschikking voor Joden, het gebruik van antisemitische stereotypen of het collectief verantwoordelijk stellen van Joden voor het handelen van IsraĂ«l.

Vraag 5
Bent u bekend met het artikel ‘Zwijg, zionist! Hoe universiteiten dissidenten monddood maken’? [2]

Antwoord 5
Ja.

Vraag 6
Herkent u het beeld dat academici die afwijkende opvattingen hebben over Israël en Gaza zich beperkt voelen in hun vrijheid van meningsuiting?

Antwoord 6
Ik ben ervan op de hoogte dat het open debat over Israël en Gaza aan universiteiten al enige tijd onder grote druk staat. Het signaal dat academici zich beperkt voelen in het uiten van hun opvattingen hierover vind ik zorgelijk. Onderwijsinstellingen zijn bij uitstek de plaats voor open debat en dialoog, waarin er ruimte moet zijn voor ieders geluid, ook wanneer dit soms schuurt.

Vraag 7
In hoeverre bereiken signalen over sociale en professionele isolatie van academici aan Nederlandse universiteiten het ministerie van OCW, en welke acties of maatregelen acht u nodig om de academische vrijheid in dit soort kwesties te waarborgen?

Antwoord 7
Laat ik vooropstellen dat het sociaal en professioneel isoleren van onderzoekers, evenals andere vormen van sociale onveiligheid, ontoelaatbaar is. Signalen over vormen van (sociale) onveiligheid van wetenschappers bereiken mij onder andere via het platform WetenschapVeilig dat op initiatief van UNL, de KNAW en NWO en met ondersteuning van mijn ministerie eind 2022 is gelanceerd. Op de website is informatie beschikbaar voor wetenschappers, leidinggevenden en werkgevers over hoe om te gaan met bedreigingen, intimidatie en haatreacties. In 2024 is een eerste monitor over externe intimidatie, haat en bedreiging gepubliceerd2. In 2026 zal deze worden herhaald.

Er is een veilige, open en inclusieve cultuur nodig om de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs en een veilige leer- en werkomgeving te borgen. Het is de verantwoordelijkheid van de kennisinstellingen om hier zorg voor te dragen. Voor het handelingsperspectief is het van belang om een onderscheid te maken tussen academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Het verschil is dat academici in functie een beroep kunnen doen op academische vrijheid, met inachtneming van de waarden waar academische vrijheid op berust. Vrijheid van meningsuiting komt iedere burger toe. Meer inzicht in dit onderscheid is nodig. Daarom werkt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) op verzoek van mijn ministerie aan een advies over vrijheid van meningsuiting in de wetenschappelijke sector. Ik verwacht dit advies in de zomer. Ook verwacht ik in de zomer een advies van de KNAW over de juridische borging van academische vrijheid. Daarnaast start ik dit najaar een inventarisatie naar pluriformiteit in de wetenschap.3 Op basis van deze adviezen en inventarisatie bekijk ik of, en zo ja, welke acties of maatregelen nodig zijn om de academische vrijheid te waarborgen.

[1] Reformatorisch Dagblad, 7 februari 2026, 'Onderzoeker Amanda Kluveld: Er zijn Joodse studenten die met studie stopten om onveiligheid' (www.rd.nl/artikel/1138101-onderzoeker-amanda-kluveld-er-zijn-joodse-studenten-die-met-studie-stopten-om-onveiligheid)

[2] Elsivier Weekblad, 29 januari 2026, 'Zwijg, zionist! Hoe universiteiten dissidenten monddood maken' (www.ewmagazine.nl/ingezonden-opinie/achtergrond/2026/01/academische-vrijheid-consensus-israel-genocide-zwijgcultuur-107241w/)


  1. Gevangen in Vrijheden↩

  2. Monitor externe intimidatie haat en bedreiging van wetenschappers.pdf↩

  3. Kamerstukken II 2025/2026, 31 288, nr. 1228↩