[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D10575, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:44, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36915 VII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).

Onderdeel van zaak 2026Z04506:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Vergaderjaar 2025–2026
36 915 VII Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2

INHOUDSOPGAVE

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 3

B. BEGROTINGSTOELICHTING 4

1 Leeswijzer 4

2 Beleid 5

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties 5

3 Beleidsartikelen 12

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie 12

3.2 Artikel 2. Nationale veiligheid 16

3.3 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving 17

3.4 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid 21

3.5 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité 25

3.6 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief 27

4 Niet-beleidsartikelen 35

4.1 Artikel 11. Centraal apparaat 35

4.2 Artikel 12. Algemeen 39

4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld 41

5 Agentschappen 42

5.1 Shared Service Centrum (SSC-ICT) 42

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

P.E. Heerma

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 1).

De stand van de vastgestelde begroting 2026 is inclusief het amendement van het lid Huizenga (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 51), het amendement van de leden Kröger en Dassen (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 65), het amendement van de leden Clemminck en Van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 91), het amendement van het lid Meulenkamp (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 92) en het amendement van de leden Sneller en Meulenkamp (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 93).

In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2026

Artikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 2 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 4 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

15. Een veilig Groningen met perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 10 mln. Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 20 mln.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x €1.000)

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven

2030

Uitgaven 2031

Vastgestelde begroting 2026

4.752.377

4.425.976 3.940.208 3.138.828 2.763.148 0

Waarvan mutaties coalitieakkoord

0

‒ 3.840

‒ 5.992

‒ 30.388

‒ 64.148

‒ 64.148

1 Efficiencytaakstelling

alle

0

‒ 2.367

‒ 4.519

‒ 9.769

‒ 14.892

‒ 14.892

2 Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

alle

0

0

0

‒ 19.146

‒ 47.783

‒ 47.783

3 Subsidietaakstelling

alle

0

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

Waarvan belangrijkste suppletoire mutaties

362.236

389.388

282.548

277.365

155.043

2.622.165

4 Overboeking Regio Deals

1

100.896

0

0

0

0

0

5 Overboeking groeiopgave Almere

1

‒ 9.157

‒ 9.142

‒ 9.137

‒ 9.145

‒ 9.145

‒ 9.145

6 Diensten en

producten uitvoeringsorganisaties

11

155.409

0

0

0

0

0

7 Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

30.000

0

0

0

0

0

8 Ramingsbijstelling apparaatskosten NCG

11

‒ 23.593

‒ 17.723

1.639

2.493

13.384

24.585

9 Kasschuif - Kwijtschelden publieke schulden

12

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

20.000

20.000

20.000

10 Loonbijstelling tranche 2026

13

9.780

10.091

9.613

8.650

8.360

8.234

11 Prijsbijstelling tranche 2026

13

48.003

41.807

27.463

22.265

21.009

15.184

12 Kasschuif - Duurzaam Herstel

15

‒ 178.574

115.363

63.211

0

0

0

13 Ramingsbijstelling - Gederfd Woongenot

15

‒ 143.000

0

0

143.000

0

0

14 Ramingsbijstelling - Fysieke schade (IMG)

15

‒ 36.533

88.768

92.993

43.938

20.296

10.617

15 Ramingsbijstelling - Immateriële schade (IMG)

15

10.620

9.590

9.590

9.590

9.590

9.590

16 Ramingsbijstelling - Waardedaling (IMG)

15

‒ 45.690

‒ 21.954

3.370

3.370

3.370

3.370

17 Ramingsbijstelling versterkingsraming NCG

15

86.549

4.879

‒ 16.991

29.096

70.534

88.176

18 Kasschuif Duurzaam herstel NCG

15

‒ 29.561

8.210

13.380

7.971

0

0

19 Knelpuntenpot NCG

15

32.000

32.000

16.000

9.000

0

8.000

20 Kasschuif Maatwerk

15

‒ 28.927

‒ 10.729

‒ 11.785

‒ 6.312

‒ 8.076

65.829

21 Inpassingskosten versterkingsgemeenten

15

0

15.000

15.000

10.000

10.000

0

22 Kasschuif Nationaal

Programma Groningen

15

29.000

0

0

6.000

0

‒ 35.000

23 Overboeking PF voor Economische Agenda

15

‒ 50.000

0

0

0

0

0

24 AP opvraag regionale uitvoeringskosten

15

16.533

10.319

0

0

0

0

25 AP opvraag Economische Agenda Groningen

15

100.000

100.000

100.000

0

0

0

26 AP opvraag Nationaal Programma Groningen

15

36.000

0

0

0

12.000

35.000

27 Verduurzaming bij zware versterking (maatregel 28 Nij Begun)

15

‒ 6.290

‒ 7.101

‒ 13.262

‒ 3.333

‒ 12.786

‒ 4.027

28 Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

15

‒ 10.889

22.469

‒ 18.531

‒ 37.835

‒ 5.076

‒ 9.373

29 Eindejaarsmarge

Alle

337.495

0

0

0

0

0

30 Extrapolatie 2031 Alle 0 0 0 0 0 2.392.339

31 Overige mutaties

Alle

‒ 47.835

17.541

19.995

18.617

1.583 ‒ 1.214

Stand 1e suppletoire begroting 2026

5.114.613 4.811.524 4.216.764 3.385.805 2.854.043 2.558.017

Toelichting

  1. Efficiencytaakstelling

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor BZK gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 14,9 mln. per jaar vanaf 2030.

  1. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor BZK gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 47,8 mln. per jaar vanaf 2030.

  1. Subsidietaakstelling

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van de subsidie uitgaven per departement. Voor BZK gaat het om een structureel bedrag van jaarlijks € 1,47 mln. vanaf 2027.

  1. Overboeking Regio Deals

Er is een overboeking van € 100,9 mln. van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voor bijdrage aan medeoverheden vanuit programma Regio Deals omdat dit weer onder de minister van BZK komt te vallen.

  1. Groeiopgave Almere

Dit betreft een structurele overboeking van 9,1 mln. jaarlijks naar het gemeentefonds voor de groeiopgave van Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeengekomen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage aan Almere gaat vanaf 2025 als decentralisatie-uitkering vanuit de begroting van het gemeentefonds plaatsvinden en niet meer als specifieke uitkering uit de begroting van BZK.

  1. Diensten en producten uitvoeringsorganisaties

Jaarlijks worden, bij de eerste suppletoire begroting, op basis van de jaarplanraming de diensten en producten die tariefgefinancieerd zijn, van de uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast.

7 . Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

Er zijn meeruitgaven op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. Het kerndepartement, als centrale opdrachtgever, sluit namens het departement Dienstverleningsafspraken (DVA’s) af met verschillende dienstverleners, waaronder de Shared Service Organisaties (SSO’s). De afnemers buiten het kerndepartement, (waaronder agentschappen en SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering. Zie ook de toelichting bij de ontvangsten (€ 30,0 mln.).

  1. Ramingsbijstelling apparaatskosten NCG

De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Dit betekent dat de materiële kosten in 2026 en 2027 dalen en in plaats daarvan de loonkosten in latere jaren stijgen, doordat personeel langer ingezet wordt. Het betreft een budgetneutrale ramingsbijstelling binnen artikel 11.

  1. Kasschuif - Kwijtschelden publieke schulden

In het kader van realistisch ramen wordt met een kasschuif het kasritme aangepast van de middelen voor het kwijtschelden van publieke schulden naar aanleiding van de toeslagenaffaire wordt € 20,0 mln. per jaar voor de jaren 2026 tot en met 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031 geschoven, omdat de verwachting is dat de uitgaven in latere jaren zullen plaatsvinden.

  1. Loonbijstelling tranche 2026

Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor BZK.

  1. Prijsbijstelling tranche 2026

Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor BZK.

  1. Kasschuif - Duurzaam Herstel

De budgetten van Duurzaam Herstel laten zich lastig ramen. Daarom worden via een kasschuif de middelen van 2026 doorgeschoven naar de jaren 2027 (€ 115,3 mln.) en 2028 (€ 63,2 mln.) om zo de middelen in het juiste kasritme te zetten.

  1. Ramingsbijstelling - Gederfd Woongenot

De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar

2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029.

Daardoor worden de uitgaven van 2026 (€ 143 mln.) verschoven naar 2029.

  1. Ramingsbijstelling - Fysieke schade (IMG)

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de fysieke schadebetalingen bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. De uitgaven in 2026 voor vergoedingen fysieke schade zijn daarom € 36,5 mln. lager, waar de uitgaven voor de jaren 2027 tot en met 2031 € 256,6 mln. hoger uitvallen.

  1. Ramingsbijstelling - Immateriële schade (IMG)

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de immateriële schadebetalingen bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. De middelen voor vergoedingen immateriële schade zijn opwaarts bijgesteld met € 10,6 mln. in 2026 en voor 2027 tot en met 2031 met jaarlijks € 9,6 mln.

  1. Ramingsbijstelling - Waardedaling (IMG)

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de vergoedingen voor waardedaling bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. Naar aanleiding hiervan zijn de kosten voor 2026 € 45,7 mln. en voor 2027 € 21,9 mln. naar beneden bijgesteld. Vanaf 2028 stijgen de kosten jaarlijks met circa € 3,3 mln.

  1. Ramingsbijstelling versterkingsraming NCG

De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door NCG geactualiseerd. De bijstelling binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) bedraagt cumulatief € 262,2 mln. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.

  1. Kasschuif Duurzaam herstel NCG

Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie. Er is een kasschuif nodig van € 29,6 mln. van 2026 naar 2027 tot en met 2029 om deze middelen in het juiste kasritme te zetten.

  1. Knelpuntenpot NCG

De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Het betreft cumulatief € 97 mln. in de jaren 2026 t/m 2031, waarvan € 32 mln. in 2026.

Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).

  1. Kasschuif Maatwerk

De middelen voor maatwerk in de versterkingsoperatie, maatregel 12 uit Nij Begun, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 11,3 mln.) zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026. Middels een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar latere jaren om beter aan te sluiten bij de actualisatie van de nieuwe versterkingsraming. Doordat een aantal adressen van 2025 doorschuiven naar latere jaren, worden ook de kosten van maatwerk in latere jaren verwacht.

  1. Inpassingskosten versterkingsgemeenten

Inpassingskosten in de openbare ruimte zijn kosten die versterkingsgemeenten maken samenhangend met de versterkingsoperatie, zoals de aansluiting van riool en waterleidingen, herbestrating, en de inrichting en noodzakelijke verbeteringen in de openbare ruimte. Hiervoor wordt aanvullend budget beschikbaar gesteld omdat er meer werkzaamheden nodig zijn om de openbare ruimte te herstellen en door prijsstijgingen. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt jaarlijks € 15,0 mln. en voor de jaren 2029 en 2030 wordt jaarlijks € 10,0 mln. toegevoegd aan de begroting.

  1. Kasschuif Nationaal Programma Groningen

De middelen voor het Nationaal Programma Groningen (NPG) worden door middel van een kasschuif (€ 35 mln.) vanuit 2031 naar 2026 (€ 29 mln.) en 2029 (€ 6,0 mln.) verschoven, waardoor dit beter aansluit bij de verwachte uitgaven.

  1. Overboeking PF voor Economische Agenda

Via een overheveling van € 50,0 mln. vanuit het ministerie van BZK worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda (startkapitaal voor het jaar 2026) overgeheveld aan de provincie Groningen.

Via een overboeking naar het provinciefonds wordt € 50 mln. overgeheveld naar de provincie Groningen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda.

  1. AP opvraag regionale uitvoeringskosten

Dit betreft voornamelijk een overheveling van de Aanvullende Post van in totaal € 26,8 mln. voor de jaren 2026 en 2027 voor de extra uitvoeringskosten die de gemeenten en provincies maken voor de uitvoering van Nij Begun.

  1. AP opvraag Economische Agenda Groningen

Dit betreft een overheveling van de Aanvullende Post voor de Economische Agenda. Met de Economische Agenda wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 is € 100 mln. per jaar toegevoegd aan de BZK-begroting.

Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).

26 AP opvraag Nationaal Programma Groningen

Vanuit de Aanvullende Post wordt in totaal € 83 mln. toegevoegd aan de BZK-begroting voor het NPG op basis van de reeds beoordeelde projecten.

Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).

  1. Verduurzaming bij zware versterking (Maatregel 28 Nij Begun)

De uitgaven voor verduurzaming bij zware versterking, maatregel 28 uit Nij Begun, worden omlaag bijgesteld. Dit komt met name omdat er minder adressen zwaar versterkt hoeven te worden dan oorspronkelijk bij Nij Begun verwacht. Er wordt daarom ook minder verduurzaming bij zware versterking uitgevoerd. Een deel van deze adressen wordt verduurzaamd bij lichte versterking, maatregel 29 Nij Begun, of wordt meegenomen in sloopnieuwbouw.

  1. Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) levert het personeel en de ondersteuning voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd, waaronder ook de uitvoeringskosten. Naar aanleiding daarvan wordt ook het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de uitvoeringskosten van het IMG bijgesteld. Als gevolg zijn de middelen voor bijdrage RVO in 2026 naar beneden bijgesteld met € 10,9 mln. Binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) worden de middelen in totaal met € 59,2 mln. naar beneden bijgesteld.

  1. Eindejaarsmarge

Dit betreft de ontvangen eindejaarsmarge van 2025 (€ 337,5 mln.). Hiervan is € 314,5 mln. ontvangen voor artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief.

  1. Extrapolatie 2031

In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangsten mutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Artikelnummer

Ontvangsten

2026

Ontvangsten 2027 Ontvangsten 2028 Ontvangsten 2029 Ontvangsten 2030

Ontvangsten

2031

Vastgestelde begroting 2026

2.027.650

1.823.381

1.616.899 1.230.817

968.215

0

Belangrijkste suppletoire mutaties

1 Diensten en producten uitvoeringsorganisaties

11

155.409

0

0

0

0

0
2 Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

30.000

0

0

0

0

0
3 Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie

11

23.910

‒ 19.098

‒ 20.301

‒ 1.029

‒ 171

18.232

4 Bijstelling raming - Gederfd woongenot

15

‒ 143.000

‒ 143.000

0

143.000

143.000

0
5 Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming

15

‒ 106.193

87.301

13.815

‒ 12.584

24.667

58.215

6 Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

15

0

‒ 12.123

20.570

‒ 15.399

‒ 105.750

96.653

7 Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG

15

‒ 46.697

‒ 45.933

‒ 21.954

3.370

3.370

3.370
8 Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG

15

‒ 94.207

‒ 47.051

88.768

‒ 50.007

‒ 78.451

‒ 80.461
9 Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG

15

1.599

9.729

9.590

9.590

9.590

9.590
10 Extrapolatie 2030

Alle

0

0

0

0

0

500.684

11 Overige mutaties

Alle

9.790

0

0

‒ 598

‒ 1.425

‒ 1.425

Stand 1e suppletoire begroting 2026

1.858.261

1.653.206

1.707.387

1.307.160

963.045

604.858

Toelichting

  1. Diensten en producten uitvoeringsorganisaties

Jaarlijks worden, bij de eerste suppletoire begroting, op basis van de jaarplanraming de diensten van de uitvoeringsorganisaties RvIHH, RIS en OBF die tariefgefinancierd zijn, vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast (€ 155,4 mln.).

  1. Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

Er zijn meerontvangsten die ter financiering worden ingezet voor de dienstverleningsafspraken (DVA's) voor onder andere personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. De bekostiging van de dienstverleningen vinden centraal via het kerndepartement plaats. Middels een desaldering worden de ontvangsten verhoogd ter financiering van de geraamde uitgaven. Zie ook de toelichting bij het instrument bijdrage SSO's (€ 30,0 mln.).

  1. Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie

Er heeft een bijstelling van ontvangsten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) plaatsgevonden. De ontvangsten in 2026 worden omhoog bijgesteld met € 23,9 mln. In 2027 t/m 2030 zijn de ontvangsten omlaag bijgesteld met respectievelijk € 19,1 mln., € 20,3 mln., € 1 mln. en € 0,2 mln. In 2031 worden de ontvangsten weer omhoog bijgesteld met € 18,2 mln.

  1. Bijstelling raming - Gederfd woongenot

De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor verschuiven de ontvangsten van de NAM die hier tegenover staan van 2026 en 2027 naar 2029 en 2030.

  1. Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming

De kosten voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de versterkingsoperatie worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. In 2026 worden de ontvangsten met € 106 mln. naar beneden bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2031 worden de ontvangsten cumulatief met € 171,4 mln. naar boven bijgesteld.

  1. Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

De uitgaven voor uitvoeringskosten van de schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. Voor uitvoeringskosten schade gaat dit om bijstellingen vanaf 2027. De ontvangsten op basis van uitvoeringskosten schade 2026 worden later bijgesteld op basis van het IMG jaarverslag van 2025.

  1. Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG

De uitgaven voor de waardedaling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de waardedaling worden ook de geraamde ontvangsten van de NAM bijgesteld. Naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de waardedaling worden de ontvangsten in 2026 neerwaarts bijgesteld met € 94,2 mln.

  1. Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG

De uitgaven voor de fysieke schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor de fysieke schade worden naar aanleiding van de actualisatie van de schaderaming voor 2026 neerwaarts bijgesteld met € 46,7 mln.

  1. Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG

De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor immateriële schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor immateriële schade worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 49,7 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2031, naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de immateriële schade.

  1. Extrapolatie

In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie in de 1e suppletoire begroting toegevoegd.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)

Ontwerp-

begroting t (1)

Mutaties via NvW, moties,

amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde Begroting t (3)=(1)+(2) Mutaties 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

175.492 -6.450 169.042 - 22.298 146.744 22.845 - 23.506 - 26.538 ‒ 27.325

125.432

Uitgaven

175.492 -6.450 169.042 78.598 247.640 22.845 -23.506 -26.538 ‒ 27.325

125.432

1.1 Bestuur en regio

33.766

0

33.766

92.886

126.652

‒ 9.312 ‒ 9.797 ‒ 9.813

‒ 9.827

16.568

Subsidies (regelingen) 9.384 0

9.384

4.250

13.634

‒ 21

29

‒ 21

‒ 46

7.019
Multiproblematiek 1.517 0

1.517

0

1.517

‒ 3

‒ 3

‒ 3

‒ 3

211
Oorlogsgravenstichting 4.945 0

4.945

0

4.945

‒ 73

‒ 73

‒ 73

‒ 73

6.051
Bestuur en regio 1.178 0

1.178

3.450

4.628

55

105

55

30

3
Basisinfrastructuur 0 0

0

800

800

0

0

0

0

0
Werk aan Uitvoering 1.744 0

1.744

0

1.744

0

0

0

0

754
Opdrachten

13.407

0

13.407

‒ 2.593

10.814

353

‒ 686

‒ 636

‒ 616

4.153
Multiproblematiek 665 0

665

0

665

0

0

0

0

665
Bestuur en regio

12.388

0

12.388

‒ 2.593

9.795

353

‒ 686

‒ 636

‒ 616

3.488
Antidiscriminatie 354 0

354

0

354

0

0

0

0

0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 279 0

279

0

279

‒ 2

‒ 3

‒ 11

‒ 20

258
Diverse bijdragen 279 0

279

0

279

‒ 2

‒ 3

‒ 11

‒ 20

258
Bijdrage aan medeoverheden

10.157

0

10.157

91.168

101.325

‒ 9.642

‒ 9.137

‒ 9.145

‒ 9.145

5.000
Groeiopgave Almere 9.157 0

9.157

‒ 9.157

0

‒ 9.142

‒ 9.137

‒ 9.145

‒ 9.145

0
Diverse bijdragen 1.000 0

1.000

‒ 571

429

‒ 500

0

0

0

5.000
Regio Deals 0 0

0

100.896

100.896

0

0

0

0

0

Bijdrage aan

(inter-)nationale organisaties

39 0

39

61

100

0

0

0

0

38
Bijdragen internationaal 39 0

39

61

100

0

0

0

0

38

Bijdrage aan

(andere) begrotingshoofdstukken

500 0

500

0

500

0

0

0

0

100
Multiproblematiek 500 0

500

0

500

0

0

0

0

100
1.2 Democratie 126.787 -6.450

120.337

‒ 13.788

106.549 ‒ 10.552 ‒ 13.228 ‒ 16.244

‒ 17.017

96.230

Subsidies (regelingen)

66.443

-6.450

59.993

835

60.828 2.105 792 ‒ 1.243

‒ 1.243

66.121
Politieke partijen

32.232

0

32.232

653

32.885 76 208 208

208

32.110
Comité 4/5 mei 135 0

135

0

135 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2

‒ 2

115
ProDemos 9.883 1.500

11.383

96

11.479 ‒ 114 ‒ 114 ‒ 114

‒ 114

7.966
Verbinding inwoner en overheid 9.743 0

9.743

86

9.829 2.661 1.216 ‒ 868

‒ 868

11.020
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers 3.001 0

3.001

2.620

5.621 ‒ 337 ‒ 337 ‒ 287

‒ 287

2.350
Weerbaar bestuur 3.113 0

3.113

0

3.113 ‒ 64 ‒ 64 ‒ 64

‒ 64

4.454
St Thorbeckeleerstoel 186 0

186

0

186 0 0 ‒ 1

‒ 1

71
Decentrale politieke partijen 8.150 -7.950

200

0

200 ‒ 115 ‒ 115 ‒ 115

‒ 115

8.035
Opdrachten

47.213

0

47.213

-12.502

34.711 ‒ 9.619 ‒ 10.956 ‒ 11.811 ‒ 12.407

20.877

Verbinding inwoner en overheid

38.296

-100

38.196

‒ 12.483

25.713 ‒ 9.600 ‒ 10.587 ‒ 11.442 ‒ 12.038 11.999
Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers 540 0

540

511

1.051 ‒ 19 ‒ 19 ‒ 19

‒ 19

827
Weerbaar bestuur 8.377 100

8.477

0

.8.477 0 ‒ 350 ‒ 350

‒ 350

8.051
Inkomensoverdrachten 7.818 0

7.818

0

7.818 0 0 0

0

7.780

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

7.818

0

7.818

0

7.818

0

0

0

0

7.780

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.226

0

4.226

‒ 2.121

2.105

‒ 3.032 ‒ 3.051 ‒ 3.149 ‒ 3.285 425

Diverse bijdragen

4.226

0

4.226

‒ 2.121

2.105

‒ 3.032 ‒ 3.051 ‒ 3.149 ‒ 3.285 425

Bijdrage aan agentschappen

1.087

0

1.087

0

1.087

‒ 6

‒ 13

‒ 41

‒ 82

1.027

Dienst Publiek en Communicatie

1.087

0

1.087

0

1.087

‒ 6

‒ 13

‒ 41

‒ 82

1.002

RVO

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25
1.3 Rechtsstaat en Grondrechten 14.939

0

14.939

‒ 500

14.439

‒ 2.981

‒ 481

‒ 481

‒ 481

12.634

Subsidies (regelingen)

8.849

0

8.849

0

8.849

‒ 2.581

‒ 81

‒ 81

‒ 81

5.585

Antidiscriminatie

6.152

0

6.152

0

6.152

‒ 2.565

‒ 65

‒ 65

‒ 65

4.495

Diverse subsidies

1.197

0

1.197

0

1.197

‒ 16

‒ 16

‒ 16

‒ 16

1.090

Versterken rechtsstaat

1.500

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

0

Opdrachten

6.090

0

6.090

‒ 500

5.590

‒ 400

‒ 400

‒ 400

‒ 400

7.049

Antidiscriminatie

3.890

0

3.890

‒ 400

3.490

‒ 400

‒ 400

‒ 400

‒ 400

6.520

Versterken rechtsstaat

2.200

0

2.200

‒ 100

2.100

0

0

0

0

529
Ontvangsten 25.248 0 25.248 0

25.248

0

0

0

0

25.248

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1

Artikel 1 2026
juridisch verplicht 30%
bestuurlijk gebonden 60%
beleidsmatig gereserveerd 10%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%


Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 30% juridisch verplicht.

1.1 Bestuur en regio

Subsidies (regelingen)

Bestuur en regio

Dit betreft voornamelijk de reallocatie van € 2,8 mln. van het instrument opdrachten van artikel 1.1 om zo de uitgaven van de subsidies Agenda Stad op het juiste subsidie instrument te kunnen verantwoorden.

Opdrachten

Bestuur en regio

Dit betreft voornamelijk de reallocatie van € 2,8 mln. naar subsidies artikel 1.1 om zo de uitgaven van de subsidies Agenda Stad op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan medeoverheden

Groeiopgave Almere

Dit betreft een structurele overboeking van 9,1 mln. jaarlijks naar het gemeentefonds voor de groeiopgave van Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeengekomen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage aan Almere gaat vanaf 2025 als decentralisatie-uitkering vanuit de begroting van het gemeentefonds plaatsvinden en niet meer als specifieke uitkering uit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Regio Deals

Er is een overboeking van € 100,9 mln. van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voor bijdrage aan medeoverheden vanuit programma Regio Deals omdat dit weer onder de minister van BZK komt te vallen.

1.2 Democratie

Subsidies (regelingen)

Verbinding inwoner en overheid

Er wordt in de jaren 2026 tot en met 2028 € 5 mln. beschikbaar gesteld voor het toekomstbestendig maken van de huisvesting van ProDemos, waarvan circa € 0,2 mln. in 2026.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

De majeure mutaties worden hieronder toegelicht.

Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer is vanuit de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat structureel geld beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2024/25, 33047-41). Met deze middelen zet de Kamerorganisatie een meerjarig ingroeimodel neer waarmee structureel wordt geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid en digitale ondersteuning van Kamerleden. Er wordt in 2026 € 3,1 mln. oplopend naar structureel € 9,3 mln. in 2031 overgeboekt naar de begroting van de Staten-Generaal (H2A).

Er is een reallocatie van € 5,0 mln. naar artikel 1.2 subsidies regeling ProDemos voor het toekomstbestendig maken van de huisvesting van ProDemos (locatie Hofweg).

Het tweede wetsvoorstel voor de transitie van de Kiesraad, kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces, is met ingang van 1 januari 2026 in werking getreden. Als gevolg van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt vanaf 2026 structureel € 2,0 mln. jaarlijks overgeboekt naar de Kiesraad op de begroting van de Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad (H2B). Met deze begrotingswijziging worden de middelen meerjarig overgeboekt.

Verder is er een incidentele reallocatie van € 1,9 mln. naar artikel 6 overheidsdienstverlening en informatiesamenleving om de middelen voor het tegengaan van desinformatie op het juiste beleidsartikel te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

Dit betreft voornamelijk twee overboekingen voor de Europese verordening politieke advertenties. Er is een overboeking naar het ministerie van Justitie en Veiligheid van structureel € 1,3 mln. vanaf 2026 voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Verder is er een overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van structureel € 1,6 mln. vanaf 2026 voor het Commissariaat voor de Media (CvdM).

3.2 Artikel 2. Nationale veiligheid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Nationale veiligheid (bedragen x € 1.000)

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire

begroting (5)

= (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031

Art. Verplichtingen

543.963

0

543.963

24.326

568.289

3.301

3.301

3.301

3.301

604.511

Uitgaven

543.963

0

543.963

24.326

568.289

3.301

3.301

3.301

3.301

604.511

Apparaatsuitgaven

524.874

0

524.874

24.326

549.200

3.301

3.301

3.301

3.301

585.439

Programma uitgaven

19.089 0

19.089

0

19.089

0

0

0

0

19.072

2.0 Nationale veiligheid

19.089 0

19.089

0

19.089

0

0

0

0

19.072

Geheim

19.089 0

19.089

0

19.089

0

0

0

0

19.072

AIVD geheim

19.089 0

19.089

0

19.089

0

0

0

0

19.072

Ontvangsten

17.214 0

17.214

0

17.214

0

0

0

0

17.214

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2

Artikel 2 2026
juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden 0%
beleidsmatig gereserveerd 0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 100% juridisch verplicht.

Uitgaven Apparaatsuitgaven

Dit betreft een saldo van diverse mutaties.

Om de uitgaven aan personeel voor het Weerbaarheidshuis voor Nationaal

Cryptostrategie op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er voor 2026 € 6,6 mln. en vanaf 2026 structureel jaarlijks € 3,1 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.

Het ministerie van BZK ontvangt in 2026 € 14,1 mln. van het ministerie van Defensie voor de bijdrage in het kader van de kostendeling van gezamenlijke eenheden, detachering en bedrijfsvoeringskosten.

3.3 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen x € 1.000)

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire

begroting (5)

= (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen 540.117 0 540.117 780 540.897

‒ 1.790

‒ 3.719

‒ 13.371

‒ 26.865

581.892
Uitgaven 540.117 0 540.117

780

540.897

‒ 1.790

‒ 3.719

‒ 13.371

‒ 26.865

581.892
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving 101.181 0 101.181 995 102.176 ‒ 447 ‒ 588 ‒ 1.590 ‒ 3.045 84.844
Subsidies (regelingen) 8.953 0

8.953

2.386

11.339

‒ 70

‒ 70

‒ 70

‒ 70

4.908
Overheidsdienstverlening 8.953 0

8.953

2.386

11.339

‒ 70

‒ 70

‒ 70

‒ 70

4.908
Opdrachten 22.674 0 22.674 ‒ 6.389

16.285

‒ 118

‒ 13

‒ 13

‒ 13

19.512
Overheidsdienstverlening 15.269 0 15.269 ‒ 4.799

10.470

‒ 13

‒ 13

‒ 13

‒ 13

14.501
Informatiesamenleving 7.405 0

7.405

‒ 1.590

5.815

‒ 105

0

0

0

5.011
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 26.114 0 26.114

1.448

27.562

‒ 22

‒ 47

‒ 149

‒ 294

25.820
CBS 1.435 0

1.435

‒ 712

723

‒ 8

‒ 16

‒ 53

‒ 104

1.331
KvK 200 0

200

‒ 138

62

‒ 1

‒ 4

‒ 13

‒ 27

340
ICTU 22.282 0 22.282

2.298

24.580

0

0

0

0

22.115
Diverse bijdragen 2.197 0

2.197

0

2.197

‒ 13

‒ 27

‒ 83

‒ 163

2.034
Bijdrage aan medeoverheden 769 0

769

1.511

2.280

0

0

0

0

767
Gemeenten 652 0

652

1.628

2.280

0

0

0

0

650
Provincies 117 0

117

‒ 117

0

0

0

0

0

117

Bijdrage aan

(inter-)nationale organisaties

89 0

89

0

89

0

0

0

0

89
Diverse bijdragen 89 0

89

0

89

0

0

0

0

89
Bijdrage aan agentschappen 42.582 0 42.582

2.039

44.621

‒ 237

‒ 458

‒ 1.358

‒ 2.668

33.748
RVO 2.251 0

2.251

409

2.660

‒ 13

‒ 27

‒ 87

‒ 170

2.477
RODI 1.868 0

1.868

813

2.681

‒ 11

‒ 22

‒ 70

‒ 138

1.730
Diverse bijdragen 0 0

0

2.787

2.787

0

0

0

0

0
Logius 32.990 0 32.990

‒ 1.970

31.020

‒ 183

‒ 349

‒ 1.004

‒ 1.974

24.454
RDI 5.473 0

5.473

0

5.473

‒ 30

‒ 60

‒ 197

‒ 386

5.087
6.5 Identiteitsstelsel 44.820 0 44.820

3.249

48.069

‒ 223

‒ 380

‒ 1.206

‒ 2.368

35.296
Opdrachten 1.060 0

1.060

0

1.060

0

0

0

0

1.055
Identiteitsstelsel 1.060 0

1.060

0

1.060

0

0

0

0

1.055
Bijdrage aan medeoverheden 3.484 0

3.484

2.562

6.046

0

0

0

0

3.449
Gemeenten 3.484 0

3.484

2.562

6.046

0

0

0

0

3.449
Bijdrage aan agentschappen 40.276 0 40.276

687

40.963

‒ 223

‒ 380

‒ 1.206

‒ 2.368

30.792
RvIG 40.276 0 40.276

687

40.963

‒ 223

‒ 380

‒ 1.206

‒ 2.368

30.792
6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid 39.108 0 39.108

‒ 1.024

38.084

‒ 140

‒ 228

‒ 617

‒ 1.158

127.877
Subsidies (regelingen) 4.646 0

4.646

29

4.675

‒ 58

‒ 58

‒ 58

‒ 58

4.006
Hoogwaardige dienstverlening
één overheid
1.400 0

1.400

0

1.400

‒ 20

‒ 20

‒ 20

‒ 20

1.380
VNG 3.246 0

3.246

29

3.275

‒ 38

‒ 38

‒ 38

‒ 38

2.626
Opdrachten 5.661 0

5.661

‒ 1.053

4.608

0

0

0

0

104.813
Hoogwaardige dienstverlening één overheid 5.661 0

5.661

‒ 1.053

4.608

0

0

0

0

104.813
Bijdrage aan ZBO's/RWT's 9.400 0

9.400

0

9.400

‒ 21

‒ 43

‒ 140

‒ 276

8.774
ICTU 5.700 0

5.700

0

5.700

0

0

0

0

5.350

Diverse bijdragen

3.700

0

3.700

0

3.700

‒ 21

‒ 43

‒ 140

‒ 276

3.424

Bijdrage aan agentschappen

19.401

0

19.401

0

19.401

‒ 61

‒ 127

‒ 419

‒ 824

10.284

Logius

536

0

536

3.127

3.663

‒ 3

‒ 6

‒ 20

‒ 40

496

RvIG

10.434

0

10.434

‒ 1.469

8.965

‒ 9

‒ 18

‒ 60

‒ 118

1.536

AZ-DPC

3.598

0

3.598

0

3.598

‒ 21

‒ 47

‒ 155

‒ 305

3.780

Diverse bijdragen

4.833

0

4.833

‒ 1.658

3.175

‒ 28

‒ 56

‒ 184

‒ 361

4.472
6.8 Generieke Digitale Infrastructuur 355.008

0

355.008

‒ 2.440

352.568

‒ 980

‒ 2.523

‒ 9.958

‒ 20.294

333.875

Subsidies (regelingen)

0

0

0

8.585

8.585

0

0

0

0

0

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

0

0

0

8.585

8.585

0

0

0

0

0

Opdrachten

70.750

0

70.750

‒ 64.339

6.411

0

0

0

0

71.313
Doorontwikkeling en innovatie

70.750

0

70.750

‒ 64.339

6.411

0

0

0

0

71.313

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.684

0

7.684

14.303

21.987

‒ 39

‒ 78

‒ 256

‒ 504

6.355

KvK

6.884

0

6.884

950

7.834

‒ 39

‒ 78

‒ 256

‒ 504

6.355

ICTU

800

0

800

11.730

12.530

0

0

0

0

0

RDW

0

0

0

142

142

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

0

0

1.481

1.481

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

1.718

1.718

0

0

0

0

0

Gemeenten

0

0

0

1.718

1.718

0

0

0

0

0

Bijdrage aan

(inter-)nationale organisaties

0

0

0

76

76

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

0

0

76

76

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

276.574

0

276.574

37.217

313.791

‒ 941

‒ 2.445

‒ 9.702

‒ 19.790

256.207

Logius

256.755

0

256.755

28.423

285.178

‒ 836

‒ 2.235

‒ 9.013

‒ 18.436

237.812

RvIG

10.958

0

10.958

4.000

14.958

‒ 61

‒ 121

‒ 397

‒ 781

10.139

RVO

8.097

0

8.097

1.929

10.026

‒ 40

‒ 81

‒ 265

‒ 520

7.548

RDI

764

0

764

745

1.509

‒ 4

‒ 8

‒ 27

‒ 53

708

Diverse bijdragen

0

0

0

2.120

2.120

0

0

0

0

0
Ontvangsten 10.927 0 10.927 0 10.927

0

0

0

0

10.927
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
Artikel 6 2026
juridisch verplicht 77%
bestuurlijk gebonden 21%
beleidsmatig gereserveerd 2%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 77% juridisch verplicht.

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Opdrachten

Overheidsdienstverlening

De majeure mutaties worden hieronder toegelicht:

Deze middelen zijn grotendeels afkomstig vanuit de Aanvullende Post vanuit de reservering naar aanleiding van de Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (€ 1,3 mln. in 2026 en vanaf 2027 structureel € 1,7 mln.) en deels vanaf het artikel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (€ 0,4 mln. in 2026 en vanaf 2027 structureel € 0,01 mln.). De middelen worden bij de 1e suppletoire begroting 2026 overgeheveld naar het Gemeentefonds.

Daarnaast vindt een reallocatie plaats naar het instrument bijdrage aan agentschappen van circa € 2,8 mln. onder andere ten behoeve van een bijdrage aan Dienst Publiek en Communicatie in het kader van de Publiekscampagne Blijf in Beeld. Tot slot vindt een reallocatie plaats naar het instrument bijdragen aan medeoverheden ten behoeve van de Bijzondere Uitkering Digitalisering aan de Openbaar Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (in totaal circa € 1,6 mln.)

6.5 Identiteitsstelsel

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

Dit betreft voornamelijk een reallocatie van het instrument bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan medeoverheden van € 3,1 mln. om de middelen voor diverse bijdragen aan het gemeentefonds in het kader van wijzigingen in het Logisch Ontwerp BRP, Experimentenbesluit BRP en de BRP-straten onder het juiste instrument en regeling te kunnen verantwoorden.

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

Dit betreft een reallocatie van het instrument bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan medeoverheden van € 3,1 mln. om de middelen voor diverse bijdragen aan het gemeentefonds in het kader van wijzigingen in het Logisch Ontwerp BRP, Experimentenbesluit BRP en de BRP-straten onder het juiste instrument en regeling te kunnen verantwoorden.

Daarnaast ontvangt het ministerie van BZK van verscheidene ministeries in totaal circa € 3,8 mln. vanwege het aandeel in het gebruik van de Basisregistratie Personen (BRP).

6.8 Generieke Digitale Infrastructuur

Subsidies

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 8,4 mln. in 2026). Het gaat hier grotendeels om diverse subsidies aan de VNG voor onder andere het gebruik van Europese componenten uit de Digital Decade in de GDI en Innovatiewerkplaats Digilab. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie om zo de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden..

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie

Dit betreft voornamelijk een reallocatie van € 64,8 mln. in 2026 om de inzet van het Vernieuwingsbudget van de GDI op de juiste instrumenten en regeling te verantwoorden. Het betreft onder meer bijdragen aan Logius voor onder andere Herbouw digipoort en Federatief Berichtenstelsel. Ook worden er middelen gerealloceerd naar het instrument bijdrage aan ZBO's/ RWT's ten behoeve van bijdragen aan ICTU onder andere in het kader van het Europese Raamwerk voor Digitale Identiteitswallets en Stelsel Toegang. Daarnaast worden de middelen gerealloceerd voor subsidies aan de VNG voor onder andere het gebruik van Europese componenten uit de Digital Decade in de GDI en Innovatiewerkplaats Digilab. Tot slot wordt er gerealloceerd naar artikel 11 Centraal Apparaat ten behoeve van de inzet van externe inhuur op GDI-dossiers zoals Stelsel Toegang en vinden er diverse reallocaties plaats naar verschillende instrumenten, waaronder een reallocatie naar het instrument bijdrage aan medeoverheden om de middelen voor de specifieke uitkeringen in het kader van het innovatiebudget onder het juiste instrument en regeling te verantwoorden.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de GDI naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 11 mln. in 2026). Het betreffen bijdragen aan ICTU onder andere in het kader van het Europese Raamwerk voor Digitale Identiteitswallets en Stelsel Toegang. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie.

Bijdrage aan agentschappen

Logius

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de GDI naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 28 mln. in 2026). Het betreffen bijdragen aan Logius voor onder andere de herbouw digipoort en het Federatief Berichtenstelsel. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie om zo de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 6 Logius gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 5,9 mln. per jaar vanaf 2030

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 6 Logius gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 13,3 mln. per jaar vanaf 2030.


3.4 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)

Ontwerp begroting

t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amendementen en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire

begroting (5)

= (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031
Art. Verplichtingen

94.682

1.000

95.682

- 8.102

87.580

‒ 6.931

‒ 7.219

‒ 3.974

‒ 4.121

93.760
Uitgaven

94.343

1.000

95.343

‒ 8.102

87.241

‒ 6.931

‒ 7.219

‒ 3.974

‒ 4.121

93.760
7.1

Werkgevers-

en bedrijfsvoeringsbeleid

90.105

1.000

91.105

‒ 8.102

83.003

‒ 6.925

‒ 7.208

‒ 3.941

‒ 4.059

90.784
Subsidies (regelingen)

7.428

0

7.428

4.428

11.856

220

220

220

220

6.286
Diverse subsidies 728

0

728

3.925

4.653

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

157
Overlegstelsel

1.721

0

1.721

0

1.721

‒ 23

‒ 23

‒ 23

‒ 23

1.628
Ambtelijk Vakmanschap 66

0

66

0

66

0

0

0

0

0
Bedrijfsvoeringsbeleid 215

0

215

443

658

302

302

302

302

483
Leiderschap, diversiteit en inclusie 105

0

105

0

105

0

0

0

0

24
Ondersteuning koepels implementatie Woo 863

0

863

0

863

0

0

0

0

0
Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

3.586

0

3.586

0

3.586

‒ 50

‒ 50

‒ 50

‒ 50

3.501
Bevorderen veilig werk- en meldklimaat 144

0

144

0

144

0

0

0

0

0
Ondersteuning melders misstanden 0

0

0

0

0

‒ 7

‒ 7

‒ 7

‒ 7

493
Informatiebeveiliging en privacy 0

0

0

60

60

0

0

0

0

0
Opdrachten

42.966

1.000

43.966

‒ 16.811

27.155

‒ 9.801

‒ 10.001

‒ 8.501

‒ 8.417

67.391
Bedrijfsvoeringsbeleid

17.461

0

17.461

‒ 10.699

6.762

‒ 4.684

‒ 4.884

‒ 7.884

‒ 7.884 15.164
Kwaliteit management rijksdienst

4.596

0

4.596

0

4.596

0

0

0

0

4.530
Werkgeversbeleid

1.299

0

1.299

‒ 603

696

‒ 134

‒ 134

‒ 134

‒ 100

1.181
Informatiehuishouding

6.914

1.000

7.914

‒ 2.350

5.564

0

0

0

0

37.990
Doorontwikkeling Rijksbrede ICTvoorziening 0

0

0

207

207

0

0

0

0

0
Ambtelijk Vakmanschap

6.282

0

6.282

‒ 2.948

3.334

‒ 4.400

‒ 4.400

100

150

5.130
Leiderschap, diversiteit en inclusie 188

0

188

0

188

‒ 250

‒ 250

‒ 250

‒ 250

519
Bevorderen veilig werk- en meldklimaat 705

0

705

‒ 150

555

0

0

0

0

465
Ondersteuning van melders van misstanden

2.685

0

2.685

‒ 590

2.095

0

0

0

0

1.109
Open Overheid

1.200

0

1.200

675

1.875

0

0

0

0

0
Adviescollege ICT 0

0

0

130

130

0

0

0

0

0
Digitalisering RijksInkoop 636

0

636

‒ 150

486

0

0

0

0

636
Aanpak Hardheden

1.000

0

1.000

‒ 333

667

‒ 333

‒ 333

‒ 333

‒ 333

667
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

16.181

0

16.181

‒ 4.718

11.463

‒ 14

‒ 29

‒ 90

‒ 199

6.911
Ambtelijk Vakmanschap 8

0

8

0

8

0

0

0

0

8
Bedrijfsvoeringsbeleid 400

0

400

82

482

0

0

0

0

381
Werkgeversbeleid

1.880

0

1.880

0

1.880

0

0

0

0

1.711
Staat van de Uitvoering

2.243

0

2.243

0

2.243

0

0

0

0

2.210
Ondersteuning van melders van misstanden

1.650

0

1.650

0

1.650

‒ 14

‒ 29

‒ 90

‒ 199

2.601
Diverse bijdragen

10.000

0

10.000

‒ 4.800

5.200

0

0

0

0

0
Bijdrage aan medeoverheden

1.084

0

1.084

0

1.084

0

0

0

0

0
Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel)

1.084

0

1.084

0

1.084

0

0

0

0

0

Bijdrage aan

(inter-)nationale organisaties

53

0

53

0

53

0

0

0

0

53
Werkgeversbeleid 53

0

53

0

53

0

0

0

0

53
Bijdrage aan agentschappen

22.249

0

22.249

8.999

31.248

2.670 2.602

4.430

4.337

9.999
Ambtelijk Vakmanschap

2.017

0

2.017

‒ 863

1.154

‒ 702 ‒ 702

0

0

17

O&P Rijk

(Arbeidsmarktcommunicatie)

3.489

0

3.489

0

3.489

‒ 42

‒ 49

‒ 160

‒ 314

3.891
I-Functie Rijk 363

0

363

384

747

‒ 2

‒ 4

‒ 13

‒ 27

336
Staat van de Uitvoering 968

0

968

0

968

‒ 6

‒ 11

0

0

0
Bedrijfsvoeringsbeleid 383

0

383

1.711

2.094

1.475

1.473

1.462

1.448

1.831
Werkgeversbeleid 108

0

108

0

108

‒ 1

‒ 1

‒ 4

‒ 8

100
Doorontwikkeling Rijksbrede ICTvoorziening 0

0

0

2.233

2.233

0

0

0

0

0
Leiderschap, diversiteit en inclusie 33

0

33

0

33

0

0

‒ 2

‒ 3

30
Diverse bijdragen

10.000

0

10.000

9.410

19.410

1.875

1.826

3.092

3.207

3.207
KOOP

3.500

0

3.500

‒ 3.100

400

0

0

0

0

0
Logius 835

0

835

‒ 752

83

0

0

0

0

0
Digitalisering RijksInkoop 553

0

553

‒ 24

529

73

70

55

34

587
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken 144

0

144

0

144

0

0

0

0

144
Bedrijfsvoeringsbeleid 144

0

144

0

144

0

0

0

0

144

7.2

Pensioenen en uitkeringen

4.238

0

4.238

0

4.238

‒ 6

‒ 11

‒ 33

‒ 62

2.976
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.238

0

4.238

0

4.238

‒ 6

‒ 11

‒ 33

‒ 62

2.976
Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

4.238

0

4.238

0

4.238

‒ 6

‒ 11

‒ 33

‒ 62

2.976
Ontvangsten 64 0 64 709 773

0

0

0

0

64

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7

Artikel 7 2026
juridisch verplicht 55%

bestuurlijk gebonden

30%

beleidsmatig gereserveerd

15%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget van artikel 7 is 55% juridisch verplicht.

7.1 Werkgevers-en bedrijfsvoeringsbeleid

Subsidies

Diverse subsidies

Het betreft voornamelijk een reallocatie van € 4 mln. van het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's naar subsidies ten behoeve van het programma Digitaal Doordacht, het Projectplan Maatschappelijke Coalitie Over

Informatie Gesproken en de verlening van de Openraadsinformatie.

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

Dit betreft een saldo van diverse mutaties.

De Beveiligingsautoriteit Rijk wordt uitgebreid ter versterking van de weerbaarheid tegen militaire dreiging, tegen ondermijning en de verhoogde paraatheid van de calamiteitenorganisatie. Aanvullende middelen zijn benodigd om hier invulling aan te kunnen geven (€ 2,6 mln. structureel). Voor de jaren 2026-2028 wordt dit deels mogelijk gemaakt door middelen naar voren te halen uit 2029-2031.Dekking wordt gevonden uit eindejaarsmarge (2,3 mln. in 2026), artikel 7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (2,3 mln. structureel) en binnen artikel 11 (0,3 mln. structureel).

Daarnaast vindt een reallocatie plaats voor het Weerbaarheidshuis (€ 6,6 mln. in 2026) en een structurele reallocatie voor de personele uitgaven van het Weerbaarheidshuis (€ 3,1 mln. structureel) naar artikel 2 Nationale Veiligheid.

Informatiehuishouding

Dit betreft een bijdrage van BZK aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Huishouding in 2026 (circa € 2,4 mln.).

Ambtelijk vakmanschap

Dit betreft een saldo van diverse mutaties.

Het ministerie van BZK ontvangt een bijdrage van het ministerie van Financiën (€ 2 mln.) voor de aanpak Erkenning en Herstel.

Daarnaast vindt een reallocatie plaats naar artikel 11 Centraal Apparaat voor de personele uitgaven voor het programma Ambtelijk Vakmanschap (€ 4,5 mln.) voor de jaren 2026 tot en met 2028.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

Ten behoeve van het programma Digitaal Doordacht, het Projectplan Maatschappelijke Coalitie Over Informatie Gesproken en de verlening van de Openraadsinformatie wordt € 4 mln. gerealloceerd van het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's naar subsidies.

Daarnaast zijn diverse budgetten voor Werkgevers- en Bedrijfsvoeringsbeleid verlaagd om het besparingsverlies bij de Banenafspraak op te vangen (€ 0,8 mln.).

Bijdrage aan agentschappen

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

Door verscheidene ministeries, Colleges en de Staten-Generaal is een bijdrage geleverd voor Rijksbrede ICT-voorzieningen (€ 2 mln.). Daarnaast wordt beroep gedaan op de eindejaarsmarge voor de Rijksbede ICT-voorzieningen van € 0,2 mln. Door achterstanden zijn de decharges niet tijdig gestart, waardoor de afhandeling van kosten in 2026 valt.

Diverse bijdragen

Er vinden meerdere reallocaties plaats naar het instrument bijdrage aan agentschappen voor onder andere de Rijksdienst voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (€ 3,1 mln.) en voor de verbetering van de informatiehuishouding (€ 2 mln.) om deze op het juiste instrument te verantwoorden.

Voor de resterende uitgaven van het Programma Open Overheid worden middelen opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de POKDienstverlening op het gebied van stelselversterking (€ 1,8 mln. structureel). Zodat er verdere stelselversterking van stelselpartijen en deelnemers kan plaatsvinden en om overheidsbreed nauwer samen te werken op de thema's openbaarheid en informatiehuishouding.

Ook worden er middelen opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de POK-implementatie voor de WOO bij medeoverheden (€ 1,3 mln. structureel) en Rijk (€ 64.000 structureel). Deze middelen worden via een kasschuif beschikbaar gesteld in 2026. De middelen worden ingezet voor de implementatiekosten WOO-index medeoverheden en Rijk.

KOOP

Voor de bekostiging van diverse opdrachten die de Rijksdienst voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie uitvoert, vindt een reallocatie plaats van € 3,1 mln. naar het instrument diverse bijdragen.

3.5 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité (bedragen x

€ 1.000)

Ontwerp
begroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire

begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen

23.983

0

23.983 3.365

27.348

1.787

1.787

‒ 113

‒ 113

7.887

Uitgaven

20.649

0

20.649 3.365

24.014

1.787

1.787

‒ 113

‒ 113

7.887

14.0 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

20.649

0

20.649 3.365

24.014

1.787

1.787

‒ 113

‒ 113

7.887

Subsidies (regelingen)

20.649

0

20.649 ‒ 1.200

19.449

‒ 113

‒ 113

‒ 113

‒ 113

7.887

Maatschappelijke initiatieven

11.499

0

11.499

‒ 1.200

10.299

0

0

0

0

0

Herdenkingscomité

8.199

0

8.199

0

8.199

‒ 113

‒ 113

‒ 113

‒ 113

7.887

Onderzoeksprogramma

951

0

951

0

951

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

4.565

4.565

1.900

1.900

0

0

0

Diverse bijdragen

0

0

0

4.565

4.565

1.900

1.900

0

0

0

Ontvangsten

0 0 0 0

0

0

0

0

0

0
Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 14

Artikel 14
juridisch verplicht
bestuurlijk gebonden

66%

beleidsmatig gereserveerd 0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 14 is 34% juridisch verplicht en 66% bestuurlijk gebonden.

Uitgaven

Subsidies (regelingen)

Maatschappelijke initiatieven

Dit een overboeking van € 1,2 mln. naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor de uitvoeringskosten 2026 van de subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Europees Nederland. Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door de unit Uitvoering van Beleid (UvB) van het ministerie van SZW.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

Dit betreft een overboeking van het ministerie van Justitie en Veiligheid van jaarlijks € 1,9 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2028. Op basis van de instroom van aanvragen bij Dienst Justis is de raming voor deze regeling bijgesteld en het verschil hiervan wordt teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK, zodat de middelen voor Slavernijverleden meerjarig beschikbaar blijven. Ook is er voor circa € 2,7 mln. eindejaarsmarge van artikel 14 teruggeboekt op dit instrument.

3.6 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief (bedragen x € 1.000)

Ontwerp­

begroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties,

amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire

begroting (5)

= (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Art. Verplichtingen

2.294.904

0 2.294.904 355.343 2.650.247 277.788 185.632 257.374 198.707 389.947
Uitgaven

2.491.006

0

2.491.006

34.669

2.525.675

386.627

271.185 240.825

109.368

530.381
15.1 Algemeen

36.665

0

36.665

3.562

40.227

4.733

8.393

11.408

6.555

14.227

Opdrachten

15.100

0

15.100

2.410

17.510

7.419

9.493

9.205

5.205 132
Werkbudgetten

15.100

0

15.100

2.410

17.510

7.419

9.493

9.205

5.205 132
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

10.793

0

10.793

0

10.793

0

0

0

0

10.793

Raad voor Rechtsbijstand

10.793

0

10.793

0

10.793

0

0

0

0

10.793

Bijdrage aan

(inter-)nationale organisaties

5.718

0

5.718

‒ 4.718

1.000

‒ 4.163

‒ 2.774

603

0

0
Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)

3.615

0

3.615

‒ 3.615

0

‒ 3.663

‒ 3.774

0

0

0
Raad voor de Rechtspraak

2.103

0

2.103

‒ 1.103

1.000

‒ 500

1.000

603

0

0
Bijdrage aan agentschappen 0 0 0

3.615

3.615

3.663

3.774

0

0

0
Bijdrage aan RVO voor ACVG 0 0 0

3.615

3.615

3.663

3.774

0

0

0
(Schade)vergoeding

5.054

0

5.054

2.255

7.309

‒ 2.186

‒ 2.100

1.600

1.350

3.302
Vastgelopen situaties

5.054

0

5.054

2.255

7.309

‒ 2.186

‒ 2.100

1.600

1.350

3.302
15.2 Schadeherstel

1.213.321

0

1.213.321

‒ 248.967

964.354

214.230

155.508

161.664

28.180

243.996
Subsidies (regelingen)

133.096

0

133.096

‒ 44.991

88.105

89.180

63.211

0

0

0
Duurzaam herstel

133.096

0

133.096

‒ 44.991

88.105

89.180

63.211

0

0

0
Bijdrage aan medeoverheden

18.695

0

18.695

‒ 481

18.214

‒ 1.082

‒ 1.082

‒ 1.082

0

0
MKB-programma

18.695

0

18.695

‒ 481

18.214

‒ 1.082

‒ 1.082

‒ 1.082

0

0
Bijdrage aan agentschappen

295.591

0

295.591

9.730

305.321

61.652

‒ 5.231 ‒ 24.535

‒ 5.076

100.283

Bijdrage aan bestuur IMG

2.683

0

2.683

‒ 2.683

0

‒ 2.601

‒ 2.511 ‒ 2.511

‒ 2.511

0
Bijdrage RVO

292.908

0

292.908

12.413

305.321

64.253

‒ 2.720 ‒ 22.024

‒ 2.565

100.283

(Schade)vergoeding

765.939

0

765.939

‒ 213.225

552.714

64.480

98.610

187.281

33.256

143.713

Commissie

Bijzondere Situaties

3.174

0

3.174

1.076

4.250

1.076

1.076

383

0

0
Herbeoordeling waardedaling 0 0 0

421

421

0

0

0

0

0
Knelpunten IMG

6.152

0

6.152

‒ 119

6.033

0

4.581

0

0

7.365
Vergoeding fysieke schade

695.963

0

695.963

‒ 179.533

516.430

75.768

79.993

173.938

20.296

123.388

Vergoeding immateriële schade

11.250

0

11.250

10.620

21.870

9.590

9.590

9.590

9.590 9.590
Vergoeding waardedaling

49.400

0

49.400

‒ 45.690

3.710 ‒ 21.954

3.370

3.370

3.370 3.370
15.3 Versterken en perspectief

1.241.020

0

1.241.020

280.074

1.521.094 167.664

107.284

67.753

74.633

272.158
Subsidies (regelingen)

15.725

0

15.725

44.487

60.212 29.564

2.149

5.980

767

0
Diverse subsidies versterken

9.966

0

9.966

39.248

49.214 25.643

2.214

5.880

668

0
Economische bedrijvigheid 0 0 0

558

558 0

0

0

0

0
Geestelijke bijstand 493 0

493

0 493 0

0

0

0

0
Nieuwbouwregeling

2.700

0

2.700

1.807

4.507 4.000

0

0

0

0
Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken 500 0

500

2.874

3.374 0

0

0

0

0
Woonbedrijf

2.066

0

2.066

0 2.066 ‒ 79

‒ 65

100

99

0
Opdrachten

636.176

0

636.176

62.989

699.165 ‒ 5.326 ‒ 23.059

23.823

34.571

228.240
Duurzaam herstel

18.808

0

18.808

‒ 15.767

3.041 8.210 13.380

7.971

0

0
Knelpunten NCG

7.049

0

7.049

31.491

38.540 23.000 7.000

2.000

‒ 5.000

5.000
Vastgelopen situaties

3.000

0

3.000

‒ 404

2.596 2.000 2.000

2.000

750

0

Verduurzaming bij versterken

44.859

0

44.859

9.285

54.144 761 ‒ 13.262 ‒ 3.333 ‒ 12.786

13.764

Versterken industrie

241 0

241

‒ 116

125 116 0

0

0

0

Versterkingsoperatie

562.219

0

562.219

38.500

600.719 ‒ 39.413 ‒ 32.177

15.185

51.607

209.476

Bijdrage aan medeoverheden

445.783

0

445.783

148.626

594.409

129.069

116.500

25.607

23.700

1.813

Clustering en gebiedsfonds

81.945

0

81.945

8.844

90.789

18.750

16.500

11.600

11.700

1.700

Compensatie gemeenten en provincie

119.472

0

119.472

20.288

139.760

10.319

0

0

0

0

Erfgoedprogramma

17.098

0

17.098

0

17.098

0

0

0

0

0

Knelpunten gemeenten sociaal domein

14.610

0

14.610

80

14.690

0

0

0

0

0

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

38.373

0

38.373

3.256

41.629

0

0

7.500

0

0

Nationaal

Programma Groningen

164.199

0

164.199

116.158

280.357

100.000 100.000

6.000

12.000

0

NCG bijdrage aan medeoverheden

0 0

0

0

0

0

0

507

0

0

Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten

9.943

0

9.943

0

9.943

0

0

0

0

113

Sociale agenda

143 0

143

0

143

0

0

0

0

0

(Schade)vergoeding

143.336

0

143.336

23.972

167.308

14.357

11.694

12.343

15.595

42.105

Duurzaam herstel

500 0

500

500

1.000

0

0

0

0

0

Knelpunten NCG

1.522

0

1.522

9.297

10.819

9.000

9.000

7.000

5.000

3.000

Vergoeding zelf

aangebrachte voorzieningen

2.362

0

2.362

‒ 2.362

0

‒ 2.362

0

0

0

0

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

46.365

0

46.365

17.831

64.196

18.115

13.057

5.129

1.640

6.990

Versterken in eigen beheer

92.137

0

92.137

‒ 1.644

90.493

‒ 11.196 ‒ 10.363

214

8.955

32.115

Versterken industrie

450 0

450

350

800

800 0

0

0

0

Ontvangsten

1.827.377

0 1.827.377 ‒ 384.298 1.443.079 151.077 - 110.789

77.970

‒ 3.574 456.395
Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 15

Artikel 15

2026

juridisch verplicht

96%
bestuurlijk gebonden 3%
beleidsmatig gereserveerd 1%
nog niet ingevuld / vrij te besteden 0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 15 is 96% juridisch verplicht.

Uitgaven

15.1 Algemeen

Bij artikel 15.1 worden er geen mutaties toegelicht, omdat de mutaties in de eerste suppletoire begroting niet groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is opgenomen in de staffel.

15.2 Schadeherstel

Subsidies (regelingen)

Duurzaam herstel

Dit betreft voornamelijk de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 154,2 mln.) en aan de begroting van 2026 zijn toegevoegd. Deze budgetten laten zich lastig ramen. Middels een kasschuif worden daarom de middelen voor Duurzaam Herstel van 2026 doorgeschoven naar de jaren 2027 (€ 115,3 mln.) en 2028 (€ 63,2 mln.) om de middelen in het juiste kasritme te zetten.

Daarnaast betreft dit een reallocatie in 2026 (€ 20,6 mln.) en 2027 (€ 26,2 mln.) binnen artikel 15.2 (van subsidies naar bijdrage aan agentschappen) om de verschillende uitvoeringskosten inzichtelijk te maken.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) levert het personeel en de ondersteuning voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd, waaronder ook de uitvoeringskosten. Naar aanleiding daarvan wordt ook het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de uitvoeringskosten van het IMG bijgesteld. Als gevolg zijn de middelen voor bijdrage RVO in 2026 naar beneden bijgesteld met € 10,9 mln.. Binnen de meerjarenperiode (2026 t/m 2031) worden de middelen in totaal met € 59,2 mln. naar beneden bijgesteld.

Daarnaast betreft dit een reallocatie van middelen binnen artikel 15.2 (van subsidies en schadevergoeding naar bijdrage aan agentschappen) om de verschillende uitvoeringskosten inzichtelijk te maken.

Daarnaast zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 0,6 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.

(Schade)vergoeding

Vergoeding fysieke schade

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de fysieke schadebetalingen bijgesteld voor de meerjarenperiode. De uitgaven in 2026 voor vergoedingen fysieke schade zijn daarom € 36,5 mln. lager, waar de uitgaven voor de jaren 2027 tot en met 2031 cumulatief € 256,6 mln. hoger uitvallen. Verder is de start van de regeling van Gederfd Woongenot doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor worden de uitgaven van 2026 (€ 143 mln.) verschoven naar 2029.

Daarnaast betreft dit een reallocatie in de jaren 2027 tot en met 2029 van jaarlijks € 13 mln. binnen artikel 15.2 van schadevergoeding naar bijdrage aan agentschappen om de uitvoeringskosten van gederfd woongenot inzichtelijk te maken.

Vergoeding immateriële schade

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de immateriële schadebetalingen bijgesteld voor de meerjarenperiode. De middelen in 2026 voor vergoedingen immateriële schade zijn opwaarts bijgesteld met € 10,6 mln. en voor 2027 t/m 2031 met jaarlijks € 9,6 mln.

Vergoeding waardedaling

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de vergoedingen voor waardedaling bijgesteld over de meerjarenperiode. Naar aanleiding hiervan zijn de kosten voor 2026 € 45,7 mln. en voor 2027 € 21,9 mln. naar beneden bijgesteld. Vanaf 2028 stijgen de kosten jaarlijks circa € 3,3 mln.

15.3 Versterken en perspectief

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies versterken

De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door de NCG geactualiseerd. Binnen de meerjarenperiode (2026 t/m 2031) wordt daarom het budget voor diverse subsidies versterken met cumulatief € 67,9 mln. naar boven bijgesteld. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.

Daarnaast betreft dit een bedrag van € 4,5 mln. dat wordt gerealloceerd van opdrachten bij artikelonderdeel 15.1, omdat dit bedrag als subsidie wordt uitgekeerd in plaats van als opdracht.

Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 0,5 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.

De resterende mutaties betreffen kasschuiven om de middelen in het juiste kasritme te zetten.

Opdrachten

Duurzaam herstel

Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie. Er is een kasschuif nodig van € 29,6 mln. van 2026 naar 2027 tot en met 2029 om deze middelen in het juiste kasritme te zetten.

Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 13,8 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.

Knelpunten NCG

De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er € 97 mln. aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Een deel hiervan wordt via opdrachten uitgekeerd en een deel via schadevergoedingen (zie onderdeel 'schadevergoedingen'). Het betreft cumulatief € 57,2 mln. in de jaren 2026 tot en net 2031 op knelpunten NCG opdrachten, waarvan € 25,2 mln. in 2026.

Daarnaast is er € 8 mln. toegevoegd aan de begroting van 2026. Dit betreffen middelen voor de knelpuntenpot die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en een aantal reallocaties.

Verduurzaming bij versterking

Van de Aanvullende Post is cumulatief € 13,2 mln. voor de jaren 2026 en 2027 overgeboekt naar de begroting van BZK voor de uitvoering van verduurzaming bij lichte versterking door NCG, maatregel 29 uit Nij Begun.

Daarnaast zijn de uitgaven voor verduurzaming bij zware versterking, maatregel 28 uit Nij Begun, omlaag bijgesteld. Dit komt met name omdat er minder adressen zwaar versterkt hoeven te worden dan oorspronkelijk bij Nij Begun verwacht. Er wordt daarom ook minder verduurzaming bij zware versterking uitgevoerd. Een deel van deze adressen wordt verduurzaamd bij lichte versterking, maatregel 29 Nij Begun, of wordt meegenomen in sloop-nieuwbouw. In totaal vallen de uitgaven voor maatregel 28 hierdoor in 2026 tot en met 2031 € 61,6 mln. lager uit dan verwacht, waarvan € 56,9 mln. op dit instrument wordt verantwoord en € 4,7 mln. bij eigen beheer.

Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 10,3 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.

Versterkingsoperatie

Dit betreft voornamelijk een ramingsbijstelling. De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door NCG geactualiseerd. De bijstelling binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) bedraagt € 134 mln. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.

De middelen voor maatwerk in de versterkingsoperatie, maatregel 12 uit Nij Begun, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 11,3 mln.) zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026. Middels een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar latere jaren om beter aan te sluiten bij de actualisatie van de nieuwe versterkingsraming. Doordat een aantal adressen van 2025 doorschuiven naar latere jaren, worden ook de kosten van maatwerk in latere jaren verwacht.

Ook zijn middelen voor diverse versterkingsprojecten uit bestuurlijke afspraken, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 25,5 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.

Het overige bedrag (€ 2,8 mln.) betreft enkele reallocaties.

Bijdrage aan medeoverheden

Clustering en gebiedsfonds

Dit betreft voornamelijk aanvullend budget voor inpassingskosten in de openbare ruimte in versterkingsgemeenten. Dit zijn kosten die gemeenten maken samenhangend met de versterkingsoperatie, zoals de aansluiting van riool en waterleidingen, herbestrating, en de inrichting en noodzakelijke verbeteringen in de openbare ruimte. Hiervoor wordt aanvullend budget beschikbaar gesteld omdat er meer werkzaamheden nodig zijn om de openbare ruimte te herstellen en door prijsstijgingen. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt er jaarlijks € 15,0 mln. en voor de jaren 2029 en 2030 wordt er jaarlijks € 10,0 mln. toegevoegd aan de begroting.

Compensatie gemeenten en provincie

Dit betreft voornamelijk een overheveling van de Aanvullende Post van in totaal € 26,8 mln. voor de jaren 2026 en 2027 voor de extra uitvoeringskosten die de gemeenten en provincies maken voor de uitvoering van Nij Begun. Daarnaast betreft dit een bedrag van € 0,5 mln. voor de uitvoering van de Agenda voor Herstel.

Het overige bedrag (€ 3,2 mln.) betreft de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026.

Nationaal Programma Groningen (NPG)

Vanuit de Aanvullende Post wordt in totaal € 83 mln. toegevoegd aan de

BZK-begroting voor het NPG op basis van de reeds beoordeelde projecten. De middelen voor het NPG worden door middel van een kasschuif (€ 35 mln.) vanuit 2031 naar 2026 (€ 29,0 mln.) en 2029 (€ 6,0 mln.) geschoven, waardoor dit beter aansluit bij de verwachte uitgaven.

Daarnaast betreft dit een overheveling van de Aanvullende Post voor de Economische Agenda. Met de Economische Agenda wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en de energietransitie in Groningen. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 is € 100 mln. per jaar toegevoegd aan de BZK-begroting. In 2026 wordt de governance van de Economische Agenda Groningen vastgesteld, waarmee een start kan worden gemaakt met de uitvoering van projecten voor de generatielange betrokkenheid.

Via een overheveling van € 50,0 mln. vanuit het ministerie van BZK worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda (startkapitaal voor het jaar 2026) overgeheveld aan de provincie Groningen.

Het overige bedrag (€ 1,2 mln.) betreft de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026.

(Schade)vergoeding

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding van deze actualisatie worden ook de geraamde uitgaven voor de vergoedingen schade door versterkingsmaatregelen voor de gehele periode tot en met 2031 bijgesteld. Het betreft hier in totaal een bedrag van circa € 55,2 mln. verdeeld over deze jaren. Daarnaast is hier ook de verhoging in meegenomen van de vaste vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV) die tijdens de versterking verwijderd of beschadigd worden.

Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (circa € 8 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026. Een deel van deze middelen (€ 6,8 mln.) wordt door middel van een kasschuif in het juiste kasritme gezet.

Ook is er een kasschuif van € 1,4 mln. van 2026 naar de jaren 2027 en 2028, om schade-uitkeringen voor niet-versterkingsmaatregelen in het juiste kasritme te zetten.

Het overige bedrag (€ 0,5 mln.) betreft een reallocatie.

Knelpunten NCG

De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er € 97 mln. aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Een deel hiervan wordt via opdrachten uitgekeerd (zie onderdeel 'opdrachten') en een deel via schadevergoedingen. Het betreft cumulatief € 39,8 mln. in de jaren 2026 t/m 2031 op knelpunten NCG schadevergoeding, waarvan
€ 6,8 mln. in 2026 .

Ontvangsten

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid ontvangsten artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief (bedragen x € 1.000)

Ontwerp
begroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire

begroting

(4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031
Ontvangsten NAM fysieke schade

611.697

0

611.697 - 46.697

565.000

- 47.051

88.768

-50.007

-78.451

131.793

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

310.822

0

310.822 0

310.822

- 12.123

20.570

- 15.399 ‒ 105.750

96.653

Ontvangsten NAM waardedaling

104.494

0

104.494 - 94.207

10.287

- 45.933

- 21.954

3.370

3.370

3.370

Ontvangsten NAM immateriële schade

33.753

0

33.753 1.599

35.352

9.729

9.590

9.590

9.590

9.590

Ontvangsten NAM versterken industrie

1.271

0

1.271

0

1.271

0

0

0

0

0

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

586.548

0

586.548

- 106.193

480.355

87.301

13.815

‒ 12.584 24.667 204.196
Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) 25.000

0

25.000

0

25.000

0

0

0

0

0
Ontvangsten NAM juridische bijstand 10.792

0

10.792

0

10.792

0

0

0

0

10.793
Ontvangsten NAM gederfd woongenot 143.000

0

143.000

- 143.000

0

- 143.000

0

143.000 143.000 0
Ontvangsten overig 0

0

0

4.200

4.200

0

0

0

0

0
Totale ontvangsten 1.827.377

0

1.827.377

-384.298

1.443.079

- 151.077 110.789 77.970 -3.574 456.395

Ontvangsten NAM fysieke schade

De uitgaven voor de fysieke schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor de fysieke schade worden naar aanleiding van de actualisatie van de schaderaming voor 2026 neerwaarts bijgesteld met € 46,7 mln.

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

De uitgaven voor uitvoeringskosten van de schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. Voor uitvoeringskosten schade gaat dit om bijstellingen vanaf 2027. De ontvangsten op basis van uitvoeringskosten schade 2026 worden later bijgesteld op basis van het IMG jaarverslag van 2025.

Ontvangsten NAM waardedaling

De uitgaven voor de waardedaling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de waardedaling worden ook de geraamde ontvangsten van de NAM bijgesteld. Naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de waardedaling worden de ontvangsten in 2026 neerwaarts bijgesteld met € 94,2 mln.

Ontvangsten NAM immateriële schade

De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor immateriële schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor immateriële schade worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 49,7 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2031, naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de immateriële schade.

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

De kosten voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de versterkingsoperatie worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. In 2026 worden de ontvangsten met € 106 mln. naar beneden bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2031 worden de ontvangsten cumulatief met € 171,4 mln. naar boven bijgesteld.

Ontvangsten NAM gederfd woongenot

De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor verschuiven de ontvangsten van de NAM die hier tegenover staan van 2026 en 2027 naar 2029 en 2030.

Nij Begun-middelen uit de Aanvullende Post

In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke maatregelen bij de voorjaarsnota 2026 middelen zijn opgevraagd van de Aanvullende Post PEGA/Nij Begun. In de ontwerpbegroting 2026 tabel 22 is weergegeven welke middelen eerder naar de BZK-begroting zijn overgeboekt. De resterende middelen blijven beschikbaar op de Aanvullende Post voor Groningen en zullen later worden opgevraagd.

Tabel 17 Overzichtstabel: opvragen van de Aanvullende Post uit PEGA-middelen eerste suppletoire begroting 2026

(bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029 2030 2031
Stut en steun BZK begroting, artikel 15

0

0

1.200

0

0

0
Verduurzaming bij lichte versterking BZK begroting, artikel 15

5.381

8.583

0

0

0

0
Agenda voor herstel BZK begroting, artikel 15

500

0

0

0

0

0
Economische Agenda Groningen BZK begroting, artikel 15 100.000 100.000 100.000

0

0

0
Totaal

105.881

108.583

101.200

0

0

0

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 11. Centraal apparaat

Tabel 18 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)

Ontwerp­

begroting t

(1)

Mutaties via NvW, moties,

amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031

Art. Verplichtingen

848.348

0 848.348

185.912

1.034.260

‒ 6.435

17.670

‒ 4.008 ‒ 12.603

568.516

Uitgaven

849.022

0 849.022

185.912

1.034.934

‒ 6.435

17.670

‒ 4.008 ‒ 12.603

568.516

11.1 Apparaat (excl. AIVD)

849.022

0 849.022

185.912

1.034.934

‒ 6.435

17.670

‒ 4.008 ‒ 12.603

568.516

Personele uitgaven

475.397

0 475.397

97.236

572.633

15.961

11.348

‒ 5

3.266

292.310

Eigen personeel

357.674

0

357.674

75.095

432.769

16.416

15.823

4.111

681

251.447

Inhuur externen

113.140

0 113.140

20.973

134.113

‒ 501

‒ 4.522

‒ 4.045

2.826

36.642

Overige personele uitgaven

4.583

0

4.583

1.168

5.751

46

47

‒ 71

‒ 241

4.221

Materiële uitgaven

361.536

0 361.536

100.765

462.301

- 10.308

17.210

6.017

‒ 7.049

276.206

Bijdrage SSO's

301.051

0 301.051

79.077

380.128 1.723

4.676

‒ 4.360

‒ 14.380

246.837

ICT

9.318

0

9.318

27.828

37.146 5.190

1.351

1.292

1.203

3.740

Overige materiële uitgaven

51.167

0

51.167

‒ 6.140

45.027

- 17.221

11.183

9.085

6.128

25.629

Bijdrage aan agentschappen

12.089

0

12.089

‒ 12.089 0 -12.088 - 10.888 -10.020 ‒ 8.820 0

Bijdrage aan DICTU

12.089

0

12.089

‒ 12.089 0 -12.088 - 10.888 -10.020 ‒ 8.820 0

Ontvangsten

146.820

0

146.820

209.400 356.220 - 19.098 -20.301 - 1.627 -1.596 95.010

Toelichting

11.1 Apparaat (exl. AIVD) Personele uitgaven

Eigen personeel

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 eigen personeel gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 2,9 mln. per jaar vanaf 2030

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 eigen personeel gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 12,6 mln. per jaar vanaf 2030.

Om de uitgaven aan personeel voor het programma Ambtelijk

Vakmanschap op het juiste instrument te kunnen verantwoorden, is er voor de jaren 2026 € 5,3 mln. en in 2027 en 2028 jaarlijks € 5,2 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.

Om uitgaven van de verhoging van de weerbaarheid van het Rijk uitgevoerd door de Beveiligingsautoriteit Rijk op het juiste instrument te kunnen verantwoorden, is er vanaf 2026 structureel jaarlijks € 2,3 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 61,0 mln.

De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Dit betekent dat de materiële kosten in 2026 en 2027 dalen en in plaats daarvan de loonkosten in latere jaren stijgen, doordat personeel langer ingezet wordt. Het betreft een budgetneutrale ramingsbijstelling binnen artikel 11. Bij de uitgaven eigen personeel betreft het een bijstelling van € 2,2 mln. meer uitgaven in 2026 oplopend naar € 11,7 mln. meer uitgaven in 2031.

Inhuur externen

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 17,8 mln.

Om de uitgaven van externe inhuur voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er voor 2026 € 4,0 mln. gerealloceerd van artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving.

De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven inhuur externen betreft het een bijstelling van minder uitgaven in 2026 van € 2,4 mln. oplopend naar meer uitgaven van € 11,0 mln. in 2031.

Materiële uitgaven

Bijdrage SSO's

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 40,6 mln.

Via de eindejaarsmarge wordt voor 2026 € 5,7 mln. aan budget toegevoegd, hiervan is € 3,8 mln. bestemd voor FMH.

Daarnaast zijn er meeruitgaven op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. Het kerndepartement, als centrale opdrachtgever, sluit namens het departement Dienstverleningsafspraken (DVA’s) af met verschillende dienstverleners, waaronder de Shared Service Organisaties (SSO’s). De afnemers buiten het kerndepartement, (waaronder agentschappen en SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering. Zie ook de toelichting bij de ontvangsten (€ 30,0 mln.).

Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 bijdrage SSO's gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 2,8 mln. per jaar vanaf 2030

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 bijdrage aan SSO's gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 13,4 mln. per jaar vanaf 2030.

ICT

Dit betreft voornamelijk de jaarlijkse vaststelling die, op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) wordt vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 28,8 mln.

Overige materiële uitgaven

Dit betreft voornamelijk de bijstelling van de apparaatskosten van NCG naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven overige materiële uitgaven betreft het een bijstelling van € 9,1 mln. minder uitgaven in 2026 oplopend naar € 8,2 mln. meer uitgaven in 2031.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan DICTU

De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven bijdrage aan DICTU betreft het een bijstelling van € 12,1 mln. minder uitgaven in 2026 aflopend naar € 7,6 mln. minder uitgaven in 2031.

Ontvangsten

Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 155,4 mln.

Daarnaast zijn er meerontvangsten die ter financiering worden ingezet voor de dienstverleningsafspraken (DVA's) voor onder andere personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. De bekostiging van de dienstverleningen vinden centraal via het kerndepartement plaats. Middels een desaldering worden de ontvangsten verhoogd ter financiering van de geraamde uitgaven. Zie ook de toelichting bij het instrument bijdrage SSO's (€ 30,0 mln.).

De apparaatskosten van NCG voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven, zie ook toelichting bij uitgaven apparaatskosten NCG hierboven, worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De ontvangsten in 2026 worden omhoog bijgesteld met € 23,9 mln. In 2027 tot en met 2030 zijn de ontvangsten omlaag bijgesteld met respectievelijk € 19,1 mln., € 20,3 mln., € 1 mln. en € 0,2 mln. In 2031 worden de ontvangsten weer omhoog bijgesteld met € 18,2 mln.

4.2 Artikel 12. Algemeen

Tabel 19 Algemeen (bedragen x € 1.000)

Ontwerp begroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties, amendementen en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire

begroting

(4)

Stand 1e suppletoire

begroting (5)

= (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

42.985

0

42.985

‒ 15.095

27.890 -20.064 ‒ 20.019

19.940

19.884

22.220

Uitgaven

43.235

0

43.235

‒ 15.095

28.140 - 20.064 ‒ 20.019

19.940

19.884

22.220

12.0

Algemeen

43.235

0

43.235

‒ 15.095

28.140 -20.064 ‒ 20.019

19.940

19.884

22.220

Subsidies (regelingen)

398

0

398

0

398

‒ 2

‒ 2

‒ 2

‒ 2

143
Diverse subsidies

347

0

347

0

347

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

93
Koninklijk Paleis Amsterdam

51

0

51

0

51

‒ 1

‒ 1

‒ 1

‒ 1

50
Opdrachten

997

0

997

‒ 20

977

0

0

0

0

743
(Inter)nationale samenwerking

253

0

253

‒ 30

223

0

0

0

0

286
Diverse opdrachten

744

0

744

10

754

0

0

0

0

457
Bijdrage aan ZBO's/RWT's

103

0

103

125

228

‒ 1

‒ 1

‒ 4

‒ 8

108
Diverse bijdragen

2

0

2

125

127

0

0

0

‒ 1

14
BZK transparant

101

0

101

0

101

‒ 1

‒ 1

‒ 4

‒ 7

94
Bijdrage aan medeoverheden 40.000 0 40.000

‒ 20.000

20.000

-20.000 - 20.000 20.000

20.000

20.000

Kwijtschelden publieke schulden 40.000 0 40.000

‒ 20.000

20.000

-20.000 - 20.000 20.000

20.000

20.000

Bijdrage aan agentschappen

1.737

0

1.737

4.800

6.537

‒ 61

‒ 16 ‒ 54

‒ 106

1.226

Eigenaarsbijdrage

0

0

0

4.800

4.800

‒ 51

0

0

0

0
BZK transparant

1.328

0

1.328

0

1.328

‒ 8

‒ 15 ‒ 50 ‒ 98

1.225

Diverse bijdragen

409

0

409

0

409

‒ 2

‒ 1

‒ 4

‒ 8

1
Ontvangsten

0

0

0

4.800

4.800

0

0

0

0

0

Toelichting

12.0 Algemeen

Bijdrage aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

In het kader van realistisch ramen wordt met een kasschuif het kasritme aangepast van de middelen voor het kwijtschelden van publieke schulden naar aanleiding van de toeslagenaffaire wordt € 20,0 mln. per jaar voor de jaren 2026 tot en met 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031 geschoven, omdat de verwachting is dat de uitgaven in latere jaren zullen plaatsvinden.

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage

De Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (ODI) heeft een negatief resultaat over 2025. Het negatief resultaat kan onvoldoende opgevangen worden met het eigen vermogen van ODI. Conform artikel 11 van de regeling agentschappen mag een agentschap geen negatief eigen vermogen hebben. In dat geval dient de continuïteitsverantwoordelijke zorg te dragen dat een negatief eigen vermogen uiterlijk bij eerste suppletoire begrotingswet wordt aangevuld tot minimaal € 0,- (€ 1,7 mln.). Dit wordt gefinancierd vanuit de surplussen van SSC-ICT en RBL.

SSC-ICT en RBL hebben over het jaar 2025 een positief resultaat behaald waardoor het eigen vermogen groeit tot boven het in artikel 11, lid 3 van de regeling agentschappen vastgestelde maximum. Het maximum wordt berekend als 5% van de gemiddelde jaarlijkse baten over de laatste drie kalenderjaren. Dat wat de 5% overstijgt dient conform artikel 11, lid 6 bij eerste suppletoire begroting afgeroomd te worden door de continuïteitsverantwoordelijke. Voor 2025 betreft dit voor SSC-ICT en RBL gezamenlijk een totaal van € 4,8 mln.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de afromingen van de surplussen bij RBL en SSC-ICT zoals hierboven bij de uitgaven reeds toegelicht.

4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld

Tabel 20 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via

NvW, moties,

amende­

menten en

ISB (2)

Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (4) Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) Mutatie 2027 Mutatie 2028 Mutatie 2029 Mutatie 2030 Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen 0 0

0

57.783

57.783

51.898

37.076

30.915

29.369

23.418
Uitgaven 0 0

0

57.783

57.783

51.898

37.076

30.915

29.369

23.418

13.0

Nog onverdeeld 0 0

0

57.783

57.783

51.898

37.076

30.915

29.369

23.418
Nog te verdelen 0 0

0

57.783

57.783

51.898

37.076

30.915

29.369

23.418
Loonbijstelling 0 0

0

9.780

9.780

10.091

9.613

8.650

8.360

8.234
Prijsbijstelling 0 0

0

48.003

48.003

41.807

27.463

22.265

21.009

15.184

Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Toelichting

13.0 Nog onverdeeld

Nog te verdelen

Loonbijstelling

Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor BZK.

Prijsbijstelling

Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor BZK.

5 Agentschappen

5.1 Shared Service Centrum (SSC-ICT)

Exploitatieoverzicht

Tabel 21 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap SSC-ICT (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastgestelde begroting (2) Mutaties 1e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) Totaal geraamd
Baten
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten 443.297 32.359 475.656
Waarvan generieke producten/diensten 11.624

1.281

12.905

Generiek Rijk 3.643

192

3.835
Kostenverdeelnotitie 7.982

1.089

9.071
Waarvan gemeenschappelijke producten/diensten 394.273

37.771

432.044
Applicaties en applicatiebeheer 54.900

1.935

56.835

Basisinrichting kantoorpand 52.652 ‒ 3.468

49.184

Basisplus kantoorapplicaties 4.258

636

4.894
Digitale werkomgeving 124.053

15.419

139.472

Hosting 47.056

3.129

50.185

Housing 2.860

626

3.486
Klantspecifieke diensten 29.726

5.254

34.980

Materieel 3.112

2.695

5.807
Persoonlijke devices 75.654

11.545

87.199

Waarvan klantspecifieke producten/diensten 37.400 ‒ 6.693

30.707

Kwartaalverrekening en Maatwerk 37.400 ‒ 6.693

30.707

- Baten als tegenprestatie voor de levering van input 0

0

0
waarvan bijdrage aan A 0

0

0
waarvan bijdrage aan B 0

0

0
waarvan bijdrage aan C 0

0

0
Rentebaten 0

0

0
Vrijval voorzieningen 0

0

0
Bijzondere baten 0

0

0
Totaal baten 443.297 32.359 475.656
Lasten
Apparaatskosten 387.624 36.509

424.133

- Personele kosten 193.135

‒ 841

192.294

waarvan eigen personeel 142.366

2.330

144.696

waarvan inhuur externen 44.712 ‒ 9.945

34.767

waarvan overige personele kosten 6.057

6.774

12.831

- Materiële kosten 194.489

37.350

231.839

waarvan apparaat ICT 160.105 22.567

182.672

waarvan bijdrage aan SSO's 26.733

5.773

32.506

waarvan overige materiële kosten 7.651

9.010

16.661

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten 6.762 ‒ 5.680 1.082
Rentelasten 3.119

66

3.185
Afschrijvingskosten 45.792

1.464

47.256

- Materieel 39.906

4.920

44.826

waarvan apparaat ICT 39.906

4.920

44.826

waarvan overige materiële afschrijvingskosten 0

0

0

- Immaterieel 5.886 ‒ 3.456 2.430

Overige lasten

0 0 0

waarvan dotaties voorzieningen

0 0 0

waarvan bijzondere lasten

0 0 0

Totaal lasten

443.297 32.359 475.656

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0 0 0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0 0 0

Saldo van baten en lasten

0 0 0

Toelichting

Als gevolg van de intensivering op het terrein van security, soevereiniteit en weerbaarheid zijn aanvullende middelen benodigd. Internationale ontwikkelingen hebben het maatschappelijk en politiek besef vergroot van het belang van verdere Europese onafhankelijkheid en zelfstandigheid op ICT-gebied. Tegelijkertijd is het dreigingsbeeld op het gebied van cybersecurity fundamenteel veranderd, waardoor bij SSC-ICT een aanvullende inspanningsbehoefte ontstaat. De omvang hiervan en de impact was nog onvoldoende concreet om in de ontwerpbegroting 2026 te verwerken. De budgettaire gevolgen worden daarom nu in de eerste suppletoire begroting verwerkt.

Baten

De stijging van de baten wordt voornamelijk gedreven door de digitale werkomgeving (€ 15,4 mln.), persoonlijke devices (€ 11,5 mln.), klantspecifieke diensten (€ 5,3 mln.) en hosting (€ 3,1 mln.). Daartegenover staat een daling in de opbrengsten uit de kwartaalverrekening en maatwerk (€ 6,7 mln.), evenals in de basisinrichting van kantoorpanden (€ 3,5 mln.).

De totale toename van de baten is het gevolg van de nieuw vastgestelde tarieven, die voortkomen uit gestegen kosten voor het apparaat.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten zijn € 0,8 mln. lager dan de ontwerpbegroting 2026. De personele kosten omvatten alle personele uitgaven voor ambtelijk personeel, uitzendkrachten en inhuur van externe expertise. Voor het ambtelijk personeel zijn de kosten geactualiseerd op basis van de actuele ramingen (€ 2,3 mln.). De externe inhuur is lager dan begroot (€ 9,9 mln.). Dit komt met name door de verdere verambtelijking en onze ambitie op het gebied van ons inhuurplafond.

Overige personele kosten

De overige personele kosten zijn € 6,8 mln. hoger dan de ontwerpbegroting 2026. Deze stijging wordt echter vrijwel volledig verklaard door een stelselwijziging in 2026, waarbij de reservering van vakantieverlofuren (circa € 5,0 mln.) is opgenomen in de overige personele kosten.

Materiële kosten

De materiële kosten stijgen met € 37,4 mln. ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door investeringen in digitale weerbaarheid, een intensivering op het terrein van (cyber)security, soevereiniteit en weerbaarheid, hogere licentiekosten en gestegen prijzen voor materieel.

Daarnaast is de omvang van het noodzakelijke werk structureel toegenomen. Dit hangt onder meer samen met grootschalige technische vervanging (LCM), extra inzet op automatisering en strengere security- en compliance-eisen. Deze ontwikkelingen vloeien voort uit beleidsmatige kaders en opdrachten vanuit afnemers en hebben geleid tot aanpassingen in de rijksbrede digitale werkplek (DWR 2.0).

Bijdrage aan SSO's

Kosten voor bijdrage aan SSO’s zijn gestegen (€ 5,8 mln.) met name als gevolg van tariefstijging van andere SSO’s. het verschil is met name te verklaren door meer overige dienstverlening vanuit BZK (€ 4,0 mln.) en overige huisvestingskosten (€ 1,1 mln.).

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten zijn € 5,7 mln. lager dan in de ontwerpbegroting 2026. In de ontwerpbegroting is uitgegaan van de realisatie van t-1 (€ 6,7 mln.). Daarbij werd verwacht dat door de stelselwijziging een deel van de kosten dat voorheen onder overige materiële kosten viel, zou worden verantwoord onder de nieuwe post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’. Hierdoor zouden de overige materiële kosten dalen.

Achteraf blijkt dat de omvang van deze verschuiving in 2026 beperkt is (circa € 1 mln.). Daardoor vallen de kosten op deze post lager uit dan in de ontwerpbegroting was voorzien.

Overige materiële kosten

De overige materiële kosten zijn € 9,0 mln. hoger dan begroot. In de ontwerpbegroting was namelijk verondersteld dat circa € 6,4 mln. aan kosten zou verschuiven naar de post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’. Omdat deze verschuiving in 2026 grotendeels niet heeft plaatsgevonden, blijven deze kosten onder de overige materiële kosten zichtbaar. Daarnaast zijn de kosten hoger door de redenen die onder materiële kosten zijn toegelicht.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. De immateriële afschrijvingen zijn gedaald, omdat er minder investeringen worden gerealiseerd op immateriële vaste activa als gevolg van minder investeringen op het gebied software. Daarentegen wordt meer geïnvesteerd op materiële vaste activa, waardoor de afschrijvingskosten hoger zijn bijgesteld. De hogere afschrijvingen zijn met name toe te wijzen aan meer investeringen in devices, datacenter, hardware voor hosting en connectivity. Dit is mede als gevolg van het versnellen van Lifecycle Management (LCM). De investeringen in de werkplek is daarentegen iets lager dan begroot was.

Kasstroomoverzicht

Tabel 22 Kasstroomoverzicht SSC-ICT (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) Totaal geraamd

1. Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

41.054

0

41.054

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

443.297

32.359

475.656

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 387.624 ‒ 36.509 ‒ 424.133

2. Totaal operationele kasstroom

55.673

‒ 4.149

51.524

Totaal investeringen (-/-)

‒ 83.979

0

‒ 83.979

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

‒ 83.979

0

‒ 83.979

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 43.312

0

‒ 43.312

Beroep op leenfaciliteit (+)

71.382

0

71.382

4. Totaal financieringskasstroom

28.070

0

28.070

5. Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

40.818

‒ 4.149

36.669

Toelichting

Operationele kasstroom

De kasstroom wordt in de eerste suppletoire begroting per saldo € 4,1 mln. neerwaarts bijgesteld. Dit komt doordat de ontvangsten uit operationele kasstroom met € 32,4 mln. toenemen, terwijl de uitgaven uit operationele kasstroom sterker toenemen met € 36,5 mln. Hierdoor verslechtert de operationele kasstroom met € 4,1 mln. Dit is het gevolg van het bijstellen van de staat van baten- en lasten.

De investerings- en financieringskasstromen wijzigen niet ten opzichte van de vastgestelde begroting.

Als gevolg hiervan daalt het verwachte eindsaldo van de rekening-courant bij het RHB van € 40,8 mln. naar € 36,7 mln.