Memorie van toelichting
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Memorie van toelichting
Nummer: 2026D10575, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 12:44, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36915 VII-2 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota).
Onderdeel van zaak 2026Z04506:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-16 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| Vergaderjaar 2025–2026 | |
|---|---|
| 36 915 VII | Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) |
| Nr. 2 | MEMORIE VAN TOELICHTING |
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
INHOUDSOPGAVE
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 3
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties 5
3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie 12
3.2 Artikel 2. Nationale veiligheid 16
3.3 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving 17
3.4 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid 21
3.5 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité 25
3.6 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief 27
4.1 Artikel 11. Centraal apparaat 35
4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld 41
5.1 Shared Service Centrum (SSC-ICT) 42
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 1).
De stand van de vastgestelde begroting 2026 is inclusief het amendement van het lid Huizenga (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 51), het amendement van de leden Kröger en Dassen (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 65), het amendement van de leden Clemminck en Van den Brink (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 91), het amendement van het lid Meulenkamp (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 92) en het amendement van de leden Sneller en Meulenkamp (Kamerstukken II 2025/26, 36800 VII, nr. 93).
In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031 zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.
|
||
|---|---|---|
|
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 2 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 4 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln. |
|
Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 10 mln. | Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 20 mln. |
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
|
||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer |
|
|
|
|
|
|
||
|
|
4.425.976 | 3.940.208 | 3.138.828 | 2.763.148 | 0 | ||
|
|
|
|
|
|
|
||
|
alle |
|
|
|
|
|
|
|
|
alle |
|
|
|
|
|
|
|
|
alle |
|
|
|
|
|
‒ 1.473 | |
|
|
|
|
|
|
2.622.165 | ||
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
‒ 9.145 | |
6 Diensten en
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
1.639 |
|
|
24.585 | |
|
|
|
|
|
|
|
20.000 | |
|
|
9.780 |
|
9.613 |
|
|
8.234 | |
|
|
|
|
|
|
|
15.184 | |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
‒ 143.000 |
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
10.617 | |
|
|
|
|
|
|
|
9.590 | |
|
|
|
|
|
|
|
3.370 | |
|
|
|
|
|
|
|
88.176 | |
|
|
|
8.210 |
|
7.971 |
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
8.000 | |
|
|
|
|
|
|
|
65.829 | |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
22 Kasschuif Nationaal
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
|
35.000 | |
|
|
|
|
|
|
|
‒ 4.027 | |
|
|
|
|
|
|
|
‒ 9.373 | |
|
Alle |
|
|
|
|
|
0 | |
30 Extrapolatie 2031 Alle 0 0 0 0 0 2.392.339
|
Alle |
|
|
|
|
1.583 ‒ 1.214 |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
5.114.613 | 4.811.524 | 4.216.764 | 3.385.805 | 2.854.043 2.558.017 |
Toelichting
Efficiencytaakstelling
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor BZK gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 14,9 mln. per jaar vanaf 2030.
Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor BZK gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 47,8 mln. per jaar vanaf 2030.
Subsidietaakstelling
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van de subsidie uitgaven per departement. Voor BZK gaat het om een structureel bedrag van jaarlijks € 1,47 mln. vanaf 2027.
Overboeking Regio Deals
Er is een overboeking van € 100,9 mln. van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voor bijdrage aan medeoverheden vanuit programma Regio Deals omdat dit weer onder de minister van BZK komt te vallen.
Groeiopgave Almere
Dit betreft een structurele overboeking van 9,1 mln. jaarlijks naar het gemeentefonds voor de groeiopgave van Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeengekomen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage aan Almere gaat vanaf 2025 als decentralisatie-uitkering vanuit de begroting van het gemeentefonds plaatsvinden en niet meer als specifieke uitkering uit de begroting van BZK.
Diensten en producten uitvoeringsorganisaties
Jaarlijks worden, bij de eerste suppletoire begroting, op basis van de jaarplanraming de diensten en producten die tariefgefinancieerd zijn, van de uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast.
7 . Dienstverleningsovereenkomsten SSO's
Er zijn meeruitgaven op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. Het kerndepartement, als centrale opdrachtgever, sluit namens het departement Dienstverleningsafspraken (DVA’s) af met verschillende dienstverleners, waaronder de Shared Service Organisaties (SSO’s). De afnemers buiten het kerndepartement, (waaronder agentschappen en SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering. Zie ook de toelichting bij de ontvangsten (€ 30,0 mln.).
Ramingsbijstelling apparaatskosten NCG
De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Dit betekent dat de materiële kosten in 2026 en 2027 dalen en in plaats daarvan de loonkosten in latere jaren stijgen, doordat personeel langer ingezet wordt. Het betreft een budgetneutrale ramingsbijstelling binnen artikel 11.
Kasschuif - Kwijtschelden publieke schulden
In het kader van realistisch ramen wordt met een kasschuif het kasritme aangepast van de middelen voor het kwijtschelden van publieke schulden naar aanleiding van de toeslagenaffaire wordt € 20,0 mln. per jaar voor de jaren 2026 tot en met 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031 geschoven, omdat de verwachting is dat de uitgaven in latere jaren zullen plaatsvinden.
Loonbijstelling tranche 2026
Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor BZK.
Prijsbijstelling tranche 2026
Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor BZK.
Kasschuif - Duurzaam Herstel
De budgetten van Duurzaam Herstel laten zich lastig ramen. Daarom worden via een kasschuif de middelen van 2026 doorgeschoven naar de jaren 2027 (€ 115,3 mln.) en 2028 (€ 63,2 mln.) om zo de middelen in het juiste kasritme te zetten.
Ramingsbijstelling - Gederfd Woongenot
De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar
2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029.
Daardoor worden de uitgaven van 2026 (€ 143 mln.) verschoven naar 2029.
Ramingsbijstelling - Fysieke schade (IMG)
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de fysieke schadebetalingen bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. De uitgaven in 2026 voor vergoedingen fysieke schade zijn daarom € 36,5 mln. lager, waar de uitgaven voor de jaren 2027 tot en met 2031 € 256,6 mln. hoger uitvallen.
Ramingsbijstelling - Immateriële schade (IMG)
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de immateriële schadebetalingen bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. De middelen voor vergoedingen immateriële schade zijn opwaarts bijgesteld met € 10,6 mln. in 2026 en voor 2027 tot en met 2031 met jaarlijks € 9,6 mln.
Ramingsbijstelling - Waardedaling (IMG)
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de vergoedingen voor waardedaling bijgesteld over de gehele meerjarenperiode. Naar aanleiding hiervan zijn de kosten voor 2026 € 45,7 mln. en voor 2027 € 21,9 mln. naar beneden bijgesteld. Vanaf 2028 stijgen de kosten jaarlijks met circa € 3,3 mln.
Ramingsbijstelling versterkingsraming NCG
De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door NCG geactualiseerd. De bijstelling binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) bedraagt cumulatief € 262,2 mln. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.
Kasschuif Duurzaam herstel NCG
Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie. Er is een kasschuif nodig van € 29,6 mln. van 2026 naar 2027 tot en met 2029 om deze middelen in het juiste kasritme te zetten.
Knelpuntenpot NCG
De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Het betreft cumulatief € 97 mln. in de jaren 2026 t/m 2031, waarvan € 32 mln. in 2026.
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
Kasschuif Maatwerk
De middelen voor maatwerk in de versterkingsoperatie, maatregel 12 uit Nij Begun, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 11,3 mln.) zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026. Middels een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar latere jaren om beter aan te sluiten bij de actualisatie van de nieuwe versterkingsraming. Doordat een aantal adressen van 2025 doorschuiven naar latere jaren, worden ook de kosten van maatwerk in latere jaren verwacht.
Inpassingskosten versterkingsgemeenten
Inpassingskosten in de openbare ruimte zijn kosten die versterkingsgemeenten maken samenhangend met de versterkingsoperatie, zoals de aansluiting van riool en waterleidingen, herbestrating, en de inrichting en noodzakelijke verbeteringen in de openbare ruimte. Hiervoor wordt aanvullend budget beschikbaar gesteld omdat er meer werkzaamheden nodig zijn om de openbare ruimte te herstellen en door prijsstijgingen. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt jaarlijks € 15,0 mln. en voor de jaren 2029 en 2030 wordt jaarlijks € 10,0 mln. toegevoegd aan de begroting.
Kasschuif Nationaal Programma Groningen
De middelen voor het Nationaal Programma Groningen (NPG) worden door middel van een kasschuif (€ 35 mln.) vanuit 2031 naar 2026 (€ 29 mln.) en 2029 (€ 6,0 mln.) verschoven, waardoor dit beter aansluit bij de verwachte uitgaven.
Overboeking PF voor Economische Agenda
Via een overheveling van € 50,0 mln. vanuit het ministerie van BZK worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda (startkapitaal voor het jaar 2026) overgeheveld aan de provincie Groningen.
Via een overboeking naar het provinciefonds wordt € 50 mln. overgeheveld naar de provincie Groningen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda.
AP opvraag regionale uitvoeringskosten
Dit betreft voornamelijk een overheveling van de Aanvullende Post van in totaal € 26,8 mln. voor de jaren 2026 en 2027 voor de extra uitvoeringskosten die de gemeenten en provincies maken voor de uitvoering van Nij Begun.
AP opvraag Economische Agenda Groningen
Dit betreft een overheveling van de Aanvullende Post voor de Economische Agenda. Met de Economische Agenda wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 is € 100 mln. per jaar toegevoegd aan de BZK-begroting.
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
26 AP opvraag Nationaal Programma Groningen
Vanuit de Aanvullende Post wordt in totaal € 83 mln. toegevoegd aan de BZK-begroting voor het NPG op basis van de reeds beoordeelde projecten.
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
Verduurzaming bij zware versterking (Maatregel 28 Nij Begun)
De uitgaven voor verduurzaming bij zware versterking, maatregel 28 uit Nij Begun, worden omlaag bijgesteld. Dit komt met name omdat er minder adressen zwaar versterkt hoeven te worden dan oorspronkelijk bij Nij Begun verwacht. Er wordt daarom ook minder verduurzaming bij zware versterking uitgevoerd. Een deel van deze adressen wordt verduurzaamd bij lichte versterking, maatregel 29 Nij Begun, of wordt meegenomen in sloopnieuwbouw.
Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) levert het personeel en de ondersteuning voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd, waaronder ook de uitvoeringskosten. Naar aanleiding daarvan wordt ook het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de uitvoeringskosten van het IMG bijgesteld. Als gevolg zijn de middelen voor bijdrage RVO in 2026 naar beneden bijgesteld met € 10,9 mln. Binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) worden de middelen in totaal met € 59,2 mln. naar beneden bijgesteld.
Eindejaarsmarge
Dit betreft de ontvangen eindejaarsmarge van 2025 (€ 337,5 mln.). Hiervan is € 314,5 mln. ontvangen voor artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief.
Extrapolatie 2031
In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikelnummer | Ontvangsten 2026 |
Ontvangsten 2027 | Ontvangsten 2028 | Ontvangsten 2029 | Ontvangsten 2030 | Ontvangsten 2031 |
|
|
|
|
1.616.899 | 1.230.817 |
|
0 | |
|
|||||||
| 1 Diensten en producten uitvoeringsorganisaties |
|
155.409 |
|
|
|
|
0 |
| 2 Dienstverleningsovereenkomsten SSO's |
|
|
|
|
|
|
0 |
| 3 Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie |
|
|
|
|
|
|
|
| 4 Bijstelling raming - Gederfd woongenot |
|
|
‒ 143.000 |
|
|
|
0 |
| 5 Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming |
|
|
|
|
|
|
|
| 6 Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG |
|
|
|
|
|
‒ 105.750 |
|
| 7 Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG |
|
‒ 46.697 |
|
|
|
|
3.370 |
| 8 Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG |
|
‒ 94.207 |
|
|
|
|
‒ 80.461 |
| 9 Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG |
|
|
9.729 |
|
|
|
9.590 |
| 10 Extrapolatie 2030 |
|
|
|
|
|
|
|
| 11 Overige mutaties |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toelichting
Diensten en producten uitvoeringsorganisaties
Jaarlijks worden, bij de eerste suppletoire begroting, op basis van de jaarplanraming de diensten van de uitvoeringsorganisaties RvIHH, RIS en OBF die tariefgefinancierd zijn, vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast (€ 155,4 mln.).
Dienstverleningsovereenkomsten SSO's
Er zijn meerontvangsten die ter financiering worden ingezet voor de dienstverleningsafspraken (DVA's) voor onder andere personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. De bekostiging van de dienstverleningen vinden centraal via het kerndepartement plaats. Middels een desaldering worden de ontvangsten verhoogd ter financiering van de geraamde uitgaven. Zie ook de toelichting bij het instrument bijdrage SSO's (€ 30,0 mln.).
Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie
Er heeft een bijstelling van ontvangsten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) plaatsgevonden. De ontvangsten in 2026 worden omhoog bijgesteld met € 23,9 mln. In 2027 t/m 2030 zijn de ontvangsten omlaag bijgesteld met respectievelijk € 19,1 mln., € 20,3 mln., € 1 mln. en € 0,2 mln. In 2031 worden de ontvangsten weer omhoog bijgesteld met € 18,2 mln.
Bijstelling raming - Gederfd woongenot
De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor verschuiven de ontvangsten van de NAM die hier tegenover staan van 2026 en 2027 naar 2029 en 2030.
Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming
De kosten voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de versterkingsoperatie worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. In 2026 worden de ontvangsten met € 106 mln. naar beneden bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2031 worden de ontvangsten cumulatief met € 171,4 mln. naar boven bijgesteld.
Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG
De uitgaven voor uitvoeringskosten van de schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. Voor uitvoeringskosten schade gaat dit om bijstellingen vanaf 2027. De ontvangsten op basis van uitvoeringskosten schade 2026 worden later bijgesteld op basis van het IMG jaarverslag van 2025.
Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG
De uitgaven voor de waardedaling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de waardedaling worden ook de geraamde ontvangsten van de NAM bijgesteld. Naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de waardedaling worden de ontvangsten in 2026 neerwaarts bijgesteld met € 94,2 mln.
Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG
De uitgaven voor de fysieke schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor de fysieke schade worden naar aanleiding van de actualisatie van de schaderaming voor 2026 neerwaarts bijgesteld met € 46,7 mln.
Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG
De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor immateriële schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor immateriële schade worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 49,7 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2031, naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de immateriële schade.
Extrapolatie
In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor 2031 zijn via de extrapolatie in de 1e suppletoire begroting toegevoegd.
3 Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerp- begroting t (1) |
Mutaties via NvW, moties, amende menten en ISB (2) |
Vastgestelde Begroting t (3)=(1)+(2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Stand 1e suppletoire begroting (5)=(3)+(4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |||||||||||||
|
|
175.492 | -6.450 | 169.042 | - 22.298 | 146.744 | 22.845 | - 23.506 | - 26.538 | ‒ 27.325 |
|
|||||||||||
|
175.492 | -6.450 | 169.042 | 78.598 | 247.640 | 22.845 | -23.506 | -26.538 | ‒ 27.325 |
|
||||||||||||
| 1.1 | Bestuur en regio |
|
0 |
|
|
|
‒ 9.312 | ‒ 9.797 | ‒ 9.813 |
|
|
|||||||||||
| Subsidies (regelingen) | 9.384 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
7.019 | ||||||||||||
| Multiproblematiek | 1.517 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
211 | ||||||||||||
| Oorlogsgravenstichting | 4.945 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
6.051 | ||||||||||||
| Bestuur en regio | 1.178 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
3 | ||||||||||||
| Basisinfrastructuur | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||||
| Werk aan Uitvoering | 1.744 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
754 | ||||||||||||
| Opdrachten |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
4.153 | ||||||||||||
| Multiproblematiek | 665 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
665 | ||||||||||||
| Bestuur en regio |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
3.488 | ||||||||||||
| Antidiscriminatie | 354 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 279 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
258 | ||||||||||||
| Diverse bijdragen | 279 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
258 | ||||||||||||
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
0 |
|
|
|
‒ 9.642 |
|
|
|
5.000 | ||||||||||||
| Groeiopgave Almere | 9.157 | 0 |
|
|
0 |
|
|
|
|
0 | ||||||||||||
| Diverse bijdragen | 1.000 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
5.000 | ||||||||||||
| Regio Deals | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||||
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties |
39 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
38 | ||||||||||||
| Bijdragen internationaal | 39 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
38 | ||||||||||||
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken |
500 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
100 | ||||||||||||
| Multiproblematiek | 500 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
100 | ||||||||||||
| 1.2 | Democratie | 126.787 | -6.450 |
|
‒ 13.788 |
|
|
|
||||||||||||||
| Subsidies (regelingen) |
|
-6.450 |
|
|
60.828 2.105 792 ‒ 1.243 |
|
66.121 | |||||||||||||||
| Politieke partijen |
|
0 |
|
|
32.885 76 208 208 |
|
32.110 | |||||||||||||||
| Comité 4/5 mei | 135 | 0 |
|
|
135 ‒ 2 ‒ 2 ‒ 2 |
|
115 | |||||||||||||||
| ProDemos | 9.883 | 1.500 |
|
|
11.479 ‒ 114 ‒ 114 ‒ 114 |
|
7.966 | |||||||||||||||
| Verbinding inwoner en overheid | 9.743 | 0 |
|
|
9.829 2.661 1.216 ‒ 868 |
|
11.020 | |||||||||||||||
| Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers | 3.001 | 0 |
|
|
5.621 ‒ 337 ‒ 337 ‒ 287 |
|
2.350 | |||||||||||||||
| Weerbaar bestuur | 3.113 | 0 |
|
|
3.113 ‒ 64 ‒ 64 ‒ 64 |
|
4.454 | |||||||||||||||
| St Thorbeckeleerstoel | 186 | 0 |
|
|
186 0 0 ‒ 1 |
|
71 | |||||||||||||||
| Decentrale politieke partijen | 8.150 | -7.950 |
|
|
200 ‒ 115 ‒ 115 ‒ 115 |
|
8.035 | |||||||||||||||
| Opdrachten |
|
0 |
|
|
34.711 ‒ 9.619 ‒ 10.956 ‒ 11.811 | ‒ 12.407 |
|
|||||||||||||||
| Verbinding inwoner en overheid |
|
-100 |
|
|
25.713 ‒ 9.600 ‒ 10.587 ‒ 11.442 | ‒ 12.038 | 11.999 | |||||||||||||||
| Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers | 540 | 0 |
|
|
1.051 ‒ 19 ‒ 19 ‒ 19 |
|
827 | |||||||||||||||
| Weerbaar bestuur | 8.377 | 100 |
|
|
.8.477 0 ‒ 350 ‒ 350 |
|
8.051 | |||||||||||||||
| Inkomensoverdrachten | 7.818 | 0 |
|
|
7.818 0 0 0 |
|
7.780 | |||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7.780 | ||||||||||||
|
|
|
|
‒ 2.121 |
|
‒ 3.032 | ‒ 3.051 | ‒ 3.149 | ‒ 3.285 | 425 | ||||||||||||
|
|
|
|
‒ 2.121 |
|
‒ 3.032 | ‒ 3.051 | ‒ 3.149 | ‒ 3.285 | 425 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
‒ 41 |
|
1.027 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
‒ 41 |
|
1.002 | ||||||||||||
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
25 | ||||||||||||
| 1.3 Rechtsstaat en Grondrechten | 14.939 |
|
14.939 |
|
|
‒ 2.981 |
|
|
|
|
||||||||||||
|
|
|
|
|
|
‒ 2.581 |
|
‒ 81 |
|
5.585 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
‒ 2.565 |
|
‒ 65 |
|
4.495 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
‒ 16 |
|
1.090 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
7.049 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6.520 | ||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
529 | ||||||||||||
| Ontvangsten 25.248 0 25.248 0 |
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
| Geschatte budgetflexibiliteit | ||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||
| Artikel 1 | 2026 | |||||||||||||||||||||
| juridisch verplicht | 30% | |||||||||||||||||||||
| bestuurlijk gebonden | 60% | |||||||||||||||||||||
| beleidsmatig gereserveerd | 10% | |||||||||||||||||||||
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% | |||||||||||||||||||||
Juridisch verplichtVan het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 30% juridisch verplicht.
1.1 Bestuur en regio
Subsidies (regelingen)
Bestuur en regio
Dit betreft voornamelijk de reallocatie van € 2,8 mln. van het instrument opdrachten van artikel 1.1 om zo de uitgaven van de subsidies Agenda Stad op het juiste subsidie instrument te kunnen verantwoorden.
Opdrachten
Bestuur en regio
Dit betreft voornamelijk de reallocatie van € 2,8 mln. naar subsidies artikel 1.1 om zo de uitgaven van de subsidies Agenda Stad op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.
Bijdrage aan medeoverheden
Groeiopgave Almere
Dit betreft een structurele overboeking van 9,1 mln. jaarlijks naar het gemeentefonds voor de groeiopgave van Almere. Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen de overeengekomen bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. De bijdrage aan Almere gaat vanaf 2025 als decentralisatie-uitkering vanuit de begroting van het gemeentefonds plaatsvinden en niet meer als specifieke uitkering uit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Regio Deals
Er is een overboeking van € 100,9 mln. van de begroting van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voor bijdrage aan medeoverheden vanuit programma Regio Deals omdat dit weer onder de minister van BZK komt te vallen.
1.2 Democratie
Subsidies (regelingen)
Verbinding inwoner en overheid
Er wordt in de jaren 2026 tot en met 2028 € 5 mln. beschikbaar gesteld voor het toekomstbestendig maken van de huisvesting van ProDemos, waarvan circa € 0,2 mln. in 2026.
Opdrachten
Verbinding inwoner en overheid
De majeure mutaties worden hieronder toegelicht.
Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer is vanuit de enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat structureel geld beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2024/25, 33047-41). Met deze middelen zet de Kamerorganisatie een meerjarig ingroeimodel neer waarmee structureel wordt geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid en digitale ondersteuning van Kamerleden. Er wordt in 2026 € 3,1 mln. oplopend naar structureel € 9,3 mln. in 2031 overgeboekt naar de begroting van de Staten-Generaal (H2A).
Er is een reallocatie van € 5,0 mln. naar artikel 1.2 subsidies regeling ProDemos voor het toekomstbestendig maken van de huisvesting van ProDemos (locatie Hofweg).
Het tweede wetsvoorstel voor de transitie van de Kiesraad, kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces, is met ingang van 1 januari 2026 in werking getreden. Als gevolg van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt vanaf 2026 structureel € 2,0 mln. jaarlijks overgeboekt naar de Kiesraad op de begroting van de Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad (H2B). Met deze begrotingswijziging worden de middelen meerjarig overgeboekt.
Verder is er een incidentele reallocatie van € 1,9 mln. naar artikel 6 overheidsdienstverlening en informatiesamenleving om de middelen voor het tegengaan van desinformatie op het juiste beleidsartikel te kunnen verantwoorden.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Diverse bijdragen
Dit betreft voornamelijk twee overboekingen voor de Europese verordening politieke advertenties. Er is een overboeking naar het ministerie van Justitie en Veiligheid van structureel € 1,3 mln. vanaf 2026 voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Verder is er een overboeking naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van structureel € 1,6 mln. vanaf 2026 voor het Commissariaat voor de Media (CvdM).
3.2 Artikel 2. Nationale veiligheid
Budgettaire gevolgen van beleid
|
|||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting t (1) |
NvW, moties, amende
|
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) |
Mutaties 1e suppletoire begroting (4) |
begroting (5)
|
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | ||||||||
|
|
0 |
|
24.326 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
0 |
|
24.326 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
0 |
|
24.326 |
|
|
|
|
|
585.439 | |||||||
|
19.089 | 0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
19.089 | 0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
19.089 | 0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
19.089 | 0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
17.214 | 0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Artikel 2 | 2026 | ||||||||||||||||
| juridisch verplicht |
|
||||||||||||||||
| bestuurlijk gebonden | 0% | ||||||||||||||||
| beleidsmatig gereserveerd | 0% | ||||||||||||||||
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% | ||||||||||||||||
Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 100% juridisch verplicht.
Uitgaven Apparaatsuitgaven
Dit betreft een saldo van diverse mutaties.
Om de uitgaven aan personeel voor het Weerbaarheidshuis voor Nationaal
Cryptostrategie op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er voor 2026 € 6,6 mln. en vanaf 2026 structureel jaarlijks € 3,1 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.
Het ministerie van BZK ontvangt in 2026 € 14,1 mln. van het ministerie van Defensie voor de bijdrage in het kader van de kostendeling van gezamenlijke eenheden, detachering en bedrijfsvoeringskosten.
3.3 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving
|
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting t (1) |
NvW, moties, amende
|
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) |
Mutaties 1e suppletoire begroting (4) |
begroting (5)
|
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | ||
| Art. Verplichtingen | 540.117 | 0 | 540.117 | 780 | 540.897 |
|
|
|
|
581.892 | |
| Uitgaven | 540.117 | 0 | 540.117 |
|
540.897 |
|
|
|
|
581.892 | |
| 6.2 | Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving | 101.181 | 0 | 101.181 | 995 | 102.176 | ‒ 447 | ‒ 588 | ‒ 1.590 | ‒ 3.045 | 84.844 |
| Subsidies (regelingen) | 8.953 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
4.908 | |
| Overheidsdienstverlening | 8.953 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
4.908 | |
| Opdrachten | 22.674 | 0 | 22.674 | ‒ 6.389 |
|
|
|
|
|
19.512 | |
| Overheidsdienstverlening | 15.269 | 0 | 15.269 | ‒ 4.799 |
|
|
|
|
|
14.501 | |
| Informatiesamenleving | 7.405 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
5.011 | |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 26.114 | 0 | 26.114 |
|
|
|
|
|
|
25.820 | |
| CBS | 1.435 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.331 | |
| KvK | 200 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
340 | |
| ICTU | 22.282 | 0 | 22.282 |
|
|
|
|
|
|
22.115 | |
| Diverse bijdragen | 2.197 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
2.034 | |
| Bijdrage aan medeoverheden | 769 | 0 |
|
1.511 |
|
|
|
|
|
767 | |
| Gemeenten | 652 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
650 | |
| Provincies | 117 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
117 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties |
89 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
89 | |
| Diverse bijdragen | 89 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
89 | |
| Bijdrage aan agentschappen | 42.582 | 0 | 42.582 |
|
|
|
|
|
|
33.748 | |
| RVO | 2.251 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
2.477 | |
| RODI | 1.868 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.730 | |
| Diverse bijdragen | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Logius | 32.990 | 0 | 32.990 |
|
|
|
|
|
|
24.454 | |
| RDI | 5.473 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
5.087 | |
| 6.5 | Identiteitsstelsel | 44.820 | 0 | 44.820 |
|
|
|
|
|
|
35.296 |
| Opdrachten | 1.060 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.055 | |
| Identiteitsstelsel | 1.060 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.055 | |
| Bijdrage aan medeoverheden | 3.484 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
3.449 | |
| Gemeenten | 3.484 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
3.449 | |
| Bijdrage aan agentschappen | 40.276 | 0 | 40.276 |
|
|
|
|
|
|
30.792 | |
| RvIG | 40.276 | 0 | 40.276 |
|
|
|
|
|
|
30.792 | |
| 6.7 | Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 39.108 | 0 | 39.108 |
|
|
|
|
|
|
127.877 |
| Subsidies (regelingen) | 4.646 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
4.006 | |
| Hoogwaardige dienstverlening één overheid |
1.400 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.380 | |
| VNG | 3.246 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
2.626 | |
| Opdrachten | 5.661 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
104.813 | |
| Hoogwaardige dienstverlening één overheid | 5.661 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
104.813 | |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 9.400 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
8.774 | |
| ICTU | 5.700 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
5.350 | |
|
3.700 |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.424 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
10.284 | |
|
536 |
|
|
|
|
|
|
|
|
496 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.536 | |
|
3.598 |
|
3.598 |
|
|
|
|
|
|
3.780 | |
|
4.833 |
|
4.833 |
|
|
|
|
|
|
4.472 | |
| 6.8 Generieke Digitale Infrastructuur | 355.008 |
|
355.008 |
|
352.568 |
|
|
|
|
333.875 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
‒ 64.339 |
|
|
|
|
|
71.313 | |
| Doorontwikkeling en innovatie |
|
|
|
‒ 64.339 |
|
|
|
|
|
71.313 | |
|
7.684 |
|
|
|
|
|
|
|
|
6.355 | |
|
6.884 |
|
6.884 |
|
|
|
|
|
|
6.355 | |
|
800 |
|
|
11.730 |
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|
|
|
|
37.217 |
|
|
|
|
|
256.207 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
237.812 | |
|
|
|
|
4.000 |
|
|
|
|
|
10.139 | |
|
8.097 |
|
8.097 |
|
|
|
|
|
|
7.548 | |
|
764 |
|
|
|
|
|
|
|
|
708 | |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Ontvangsten | 10.927 | 0 | 10.927 | 0 | 10.927 |
|
|
|
|
10.927 | |
| Geschatte budgetflexibiliteit | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6 | |||||||
| Artikel 6 | 2026 | ||||||
| juridisch verplicht | 77% | ||||||
| bestuurlijk gebonden | 21% | ||||||
| beleidsmatig gereserveerd | 2% | ||||||
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 77% juridisch verplicht.
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving
Opdrachten
Overheidsdienstverlening
De majeure mutaties worden hieronder toegelicht:
Deze middelen zijn grotendeels afkomstig vanuit de Aanvullende Post vanuit de reservering naar aanleiding van de Parlementaire Onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag (€ 1,3 mln. in 2026 en vanaf 2027 structureel € 1,7 mln.) en deels vanaf het artikel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (€ 0,4 mln. in 2026 en vanaf 2027 structureel € 0,01 mln.). De middelen worden bij de 1e suppletoire begroting 2026 overgeheveld naar het Gemeentefonds.
Daarnaast vindt een reallocatie plaats naar het instrument bijdrage aan agentschappen van circa € 2,8 mln. onder andere ten behoeve van een bijdrage aan Dienst Publiek en Communicatie in het kader van de Publiekscampagne Blijf in Beeld. Tot slot vindt een reallocatie plaats naar het instrument bijdragen aan medeoverheden ten behoeve van de Bijzondere Uitkering Digitalisering aan de Openbaar Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (in totaal circa € 1,6 mln.)
6.5 Identiteitsstelsel
Bijdrage aan medeoverheden
Gemeenten
Dit betreft voornamelijk een reallocatie van het instrument bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan medeoverheden van € 3,1 mln. om de middelen voor diverse bijdragen aan het gemeentefonds in het kader van wijzigingen in het Logisch Ontwerp BRP, Experimentenbesluit BRP en de BRP-straten onder het juiste instrument en regeling te kunnen verantwoorden.
Bijdrage aan agentschappen
RvIG
Dit betreft een reallocatie van het instrument bijdrage aan agentschappen naar bijdrage aan medeoverheden van € 3,1 mln. om de middelen voor diverse bijdragen aan het gemeentefonds in het kader van wijzigingen in het Logisch Ontwerp BRP, Experimentenbesluit BRP en de BRP-straten onder het juiste instrument en regeling te kunnen verantwoorden.
Daarnaast ontvangt het ministerie van BZK van verscheidene ministeries in totaal circa € 3,8 mln. vanwege het aandeel in het gebruik van de Basisregistratie Personen (BRP).
6.8 Generieke Digitale Infrastructuur
Subsidies
Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid
Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 8,4 mln. in 2026). Het gaat hier grotendeels om diverse subsidies aan de VNG voor onder andere het gebruik van Europese componenten uit de Digital Decade in de GDI en Innovatiewerkplaats Digilab. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie om zo de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden..
Opdrachten
Doorontwikkeling en innovatie
Dit betreft voornamelijk een reallocatie van € 64,8 mln. in 2026 om de inzet van het Vernieuwingsbudget van de GDI op de juiste instrumenten en regeling te verantwoorden. Het betreft onder meer bijdragen aan Logius voor onder andere Herbouw digipoort en Federatief Berichtenstelsel. Ook worden er middelen gerealloceerd naar het instrument bijdrage aan ZBO's/ RWT's ten behoeve van bijdragen aan ICTU onder andere in het kader van het Europese Raamwerk voor Digitale Identiteitswallets en Stelsel Toegang. Daarnaast worden de middelen gerealloceerd voor subsidies aan de VNG voor onder andere het gebruik van Europese componenten uit de Digital Decade in de GDI en Innovatiewerkplaats Digilab. Tot slot wordt er gerealloceerd naar artikel 11 Centraal Apparaat ten behoeve van de inzet van externe inhuur op GDI-dossiers zoals Stelsel Toegang en vinden er diverse reallocaties plaats naar verschillende instrumenten, waaronder een reallocatie naar het instrument bijdrage aan medeoverheden om de middelen voor de specifieke uitkeringen in het kader van het innovatiebudget onder het juiste instrument en regeling te verantwoorden.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
ICTU
Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de GDI naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 11 mln. in 2026). Het betreffen bijdragen aan ICTU onder andere in het kader van het Europese Raamwerk voor Digitale Identiteitswallets en Stelsel Toegang. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie.
Bijdrage aan agentschappen
Logius
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Dit betreft voornamelijk de verdeling van het Vernieuwingsbudget van de GDI naar de juiste instrumenten en regelingen (€ 28 mln. in 2026). Het betreffen bijdragen aan Logius voor onder andere de herbouw digipoort en het Federatief Berichtenstelsel. Hiervoor wordt gerealloceerd vanuit opdrachten Doorontwikkeling en innovatie om zo de uitgaven op het juiste instrument te kunnen verantwoorden.
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 6 Logius gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 5,9 mln. per jaar vanaf 2030
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 6 Logius gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 13,3 mln. per jaar vanaf 2030.
3.4 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid
Budgettaire gevolgen van beleid
|
|---|
|
NvW, moties, amendementen en
|
Vastgestelde begroting t
|
|
begroting (5)
|
|
Mutatie 2028 |
|
|
Mutatie 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. Verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
‒ 7.219 |
|
|
93.760 | |
| Uitgaven |
|
|
|
|
|
|
‒ 7.219 |
|
|
93.760 | |
| 7.1 | Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid |
|
|
|
|
83.003 |
|
‒ 7.208 |
|
|
90.784 |
| Subsidies (regelingen) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6.286 | |
| Diverse subsidies | 728 |
|
|
|
|
|
|
|
|
157 | |
| Overlegstelsel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.628 | |
| Ambtelijk Vakmanschap | 66 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Bedrijfsvoeringsbeleid | 215 |
|
|
|
|
|
|
|
|
483 | |
| Leiderschap, diversiteit en inclusie | 105 |
|
|
|
|
|
|
|
|
24 | |
| Ondersteuning koepels implementatie Woo | 863 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Compensatie Waterschappen Woo (structureel) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.501 | |
| Bevorderen veilig werk- en meldklimaat | 144 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Ondersteuning melders misstanden | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
493 | |
| Informatiebeveiliging en privacy | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Opdrachten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
67.391 | |
| Bedrijfsvoeringsbeleid |
|
|
|
‒ 10.699 |
|
|
|
|
‒ 7.884 | 15.164 | |
| Kwaliteit management rijksdienst |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4.530 | |
| Werkgeversbeleid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.181 | |
| Informatiehuishouding |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
37.990 | |
| Doorontwikkeling Rijksbrede ICTvoorziening | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Ambtelijk Vakmanschap |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5.130 | |
| Leiderschap, diversiteit en inclusie | 188 |
|
|
|
|
|
|
|
|
519 | |
| Bevorderen veilig werk- en meldklimaat | 705 |
|
|
|
|
|
|
|
|
465 | |
| Ondersteuning van melders van misstanden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.109 | |
| Open Overheid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Adviescollege ICT | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Digitalisering RijksInkoop | 636 |
|
|
|
|
|
|
|
|
636 | |
| Aanpak Hardheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
667 | |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
6.911 | |
| Ambtelijk Vakmanschap | 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
8 | |
| Bedrijfsvoeringsbeleid | 400 |
|
|
|
|
|
|
|
|
381 | |
| Werkgeversbeleid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.711 | |
| Staat van de Uitvoering |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.210 | |
| Ondersteuning van melders van misstanden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.601 | |
| Diverse bijdragen |
|
|
10.000 |
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 |
| Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties |
53 |
|
|
|
|
|
|
|
|
53 | |
| Werkgeversbeleid | 53 |
|
|
|
|
|
|
|
|
53 | |
| Bijdrage aan agentschappen |
|
|
|
|
|
2.670 | 2.602 |
|
|
9.999 | |
| Ambtelijk Vakmanschap |
|
|
|
|
|
‒ 702 | ‒ 702 |
|
|
17 | |
O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.891 | |
| I-Functie Rijk | 363 |
|
|
|
|
|
‒ 4 |
|
|
336 | |
| Staat van de Uitvoering | 968 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Bedrijfsvoeringsbeleid | 383 |
|
|
|
|
|
|
|
|
1.831 | |
| Werkgeversbeleid | 108 |
|
108 |
|
|
|
‒ 1 |
|
|
100 | |
| Doorontwikkeling Rijksbrede ICTvoorziening | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Leiderschap, diversiteit en inclusie | 33 |
|
|
|
|
|
|
|
|
30 | |
| Diverse bijdragen |
|
|
10.000 |
|
|
|
|
|
|
3.207 | |
| KOOP |
|
|
|
‒ 3.100 |
|
|
|
|
|
0 | |
| Logius | 835 |
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | |
| Digitalisering RijksInkoop | 553 |
|
|
|
|
|
|
|
|
587 | |
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 144 |
|
144 |
|
|
|
|
|
|
144 | |
| Bedrijfsvoeringsbeleid | 144 |
|
144 |
|
|
|
|
|
|
144 | |
|
Pensioenen en uitkeringen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.976 |
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.976 | |
| Stichting Administratie Indonesische Pensioenen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.976 | |
| Ontvangsten | 64 | 0 64 709 773 |
|
|
|
|
64 | ||||
|
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||
| Artikel 7 | 2026 | ||||||||
| juridisch verplicht | 55% | ||||||||
|
30% | ||||||||
|
15% | ||||||||
|
0% | ||||||||
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget van artikel 7 is 55% juridisch verplicht.
7.1 Werkgevers-en bedrijfsvoeringsbeleid
Subsidies
Diverse subsidies
Het betreft voornamelijk een reallocatie van € 4 mln. van het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's naar subsidies ten behoeve van het programma Digitaal Doordacht, het Projectplan Maatschappelijke Coalitie Over
Informatie Gesproken en de verlening van de Openraadsinformatie.
Opdrachten
Bedrijfsvoeringsbeleid
Dit betreft een saldo van diverse mutaties.
De Beveiligingsautoriteit Rijk wordt uitgebreid ter versterking van de weerbaarheid tegen militaire dreiging, tegen ondermijning en de verhoogde paraatheid van de calamiteitenorganisatie. Aanvullende middelen zijn benodigd om hier invulling aan te kunnen geven (€ 2,6 mln. structureel). Voor de jaren 2026-2028 wordt dit deels mogelijk gemaakt door middelen naar voren te halen uit 2029-2031.Dekking wordt gevonden uit eindejaarsmarge (2,3 mln. in 2026), artikel 7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (2,3 mln. structureel) en binnen artikel 11 (0,3 mln. structureel).
Daarnaast vindt een reallocatie plaats voor het Weerbaarheidshuis (€ 6,6 mln. in 2026) en een structurele reallocatie voor de personele uitgaven van het Weerbaarheidshuis (€ 3,1 mln. structureel) naar artikel 2 Nationale Veiligheid.
Informatiehuishouding
Dit betreft een bijdrage van BZK aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Huishouding in 2026 (circa € 2,4 mln.).
Ambtelijk vakmanschap
Dit betreft een saldo van diverse mutaties.
Het ministerie van BZK ontvangt een bijdrage van het ministerie van Financiën (€ 2 mln.) voor de aanpak Erkenning en Herstel.
Daarnaast vindt een reallocatie plaats naar artikel 11 Centraal Apparaat voor de personele uitgaven voor het programma Ambtelijk Vakmanschap (€ 4,5 mln.) voor de jaren 2026 tot en met 2028.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Diverse bijdragen
Ten behoeve van het programma Digitaal Doordacht, het Projectplan Maatschappelijke Coalitie Over Informatie Gesproken en de verlening van de Openraadsinformatie wordt € 4 mln. gerealloceerd van het instrument bijdragen aan ZBO's/RWT's naar subsidies.
Daarnaast zijn diverse budgetten voor Werkgevers- en Bedrijfsvoeringsbeleid verlaagd om het besparingsverlies bij de Banenafspraak op te vangen (€ 0,8 mln.).
Bijdrage aan agentschappen
Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening
Door verscheidene ministeries, Colleges en de Staten-Generaal is een bijdrage geleverd voor Rijksbrede ICT-voorzieningen (€ 2 mln.). Daarnaast wordt beroep gedaan op de eindejaarsmarge voor de Rijksbede ICT-voorzieningen van € 0,2 mln. Door achterstanden zijn de decharges niet tijdig gestart, waardoor de afhandeling van kosten in 2026 valt.
Diverse bijdragen
Er vinden meerdere reallocaties plaats naar het instrument bijdrage aan agentschappen voor onder andere de Rijksdienst voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (€ 3,1 mln.) en voor de verbetering van de informatiehuishouding (€ 2 mln.) om deze op het juiste instrument te verantwoorden.
Voor de resterende uitgaven van het Programma Open Overheid worden middelen opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de POKDienstverlening op het gebied van stelselversterking (€ 1,8 mln. structureel). Zodat er verdere stelselversterking van stelselpartijen en deelnemers kan plaatsvinden en om overheidsbreed nauwer samen te werken op de thema's openbaarheid en informatiehuishouding.
Ook worden er middelen opgevraagd van de Aanvullende Post ten behoeve van de POK-implementatie voor de WOO bij medeoverheden (€ 1,3 mln. structureel) en Rijk (€ 64.000 structureel). Deze middelen worden via een kasschuif beschikbaar gesteld in 2026. De middelen worden ingezet voor de implementatiekosten WOO-index medeoverheden en Rijk.
KOOP
Voor de bekostiging van diverse opdrachten die de Rijksdienst voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie uitvoert, vindt een reallocatie plaats van € 3,1 mln. naar het instrument diverse bijdragen.
3.5 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité
Budgettaire gevolgen van beleid
|
|||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerp begroting t (1) |
NvW, moties, amendementen en ISB (2) |
Vastgestelde begroting t
|
Mutaties 1e suppletoire
|
(5) = (3) + (4) |
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | ||||||||
| Art. Verplichtingen |
|
|
23.983 | 3.365 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
20.649 | 3.365 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
| 14.0 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité |
|
|
20.649 | 3.365 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
20.649 | ‒ 1.200 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
|
|
|
‒ 1.200 |
|
|
|
|
|
0 | |||||||
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|||||||
|
951 |
|
|
0 |
|
|
|
|
|
0 | |||||||
|
0 |
|
|
4.565 |
|
|
|
|
|
0 | |||||||
|
0 |
|
|
4.565 |
|
|
|
|
|
0 | |||||||
|
0 0 0 0 |
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Geschatte budgetflexibiliteit | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|||||||||||
| Artikel 14 | |||||||||||
| juridisch verplicht | |||||||||||
| bestuurlijk gebonden |
|
||||||||||
| beleidsmatig gereserveerd | 0% | ||||||||||
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% | ||||||||||
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 14 is 34% juridisch verplicht en 66% bestuurlijk gebonden.
Uitgaven
Subsidies (regelingen)
Maatschappelijke initiatieven
Dit een overboeking van € 1,2 mln. naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor de uitvoeringskosten 2026 van de subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Europees Nederland. Deze subsidieregeling wordt uitgevoerd door de unit Uitvoering van Beleid (UvB) van het ministerie van SZW.
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Diverse bijdragen
Dit betreft een overboeking van het ministerie van Justitie en Veiligheid van jaarlijks € 1,9 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2028. Op basis van de instroom van aanvragen bij Dienst Justis is de raming voor deze regeling bijgesteld en het verschil hiervan wordt teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK, zodat de middelen voor Slavernijverleden meerjarig beschikbaar blijven. Ook is er voor circa € 2,7 mln. eindejaarsmarge van artikel 14 teruggeboekt op dit instrument.
3.6 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief
Budgettaire gevolgen van beleid
|
||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
begroting t
|
menten en
|
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) |
Mutaties 1e suppletoire begroting (4) |
begroting (5) = (3) + (4) |
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |||||||||||
| Art. | Verplichtingen |
|
0 | 2.294.904 | 355.343 | 2.650.247 | 277.788 | 185.632 | 257.374 | 198.707 | 389.947 | |||||||||
| Uitgaven |
|
0 |
|
|
|
|
271.185 | 240.825 |
|
530.381 | ||||||||||
| 15.1 | Algemeen |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
6.555 |
|
|||||||||
| Opdrachten |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
5.205 | 132 | ||||||||||
| Werkbudgetten |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
5.205 | 132 | ||||||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
||||||||||
| Raad voor Rechtsbijstand |
|
0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
||||||||||
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) |
|
0 |
|
|
0 |
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Raad voor de Rechtspraak |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Bijdrage aan RVO voor ACVG | 0 | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| (Schade)vergoeding |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
3.302 | ||||||||||
| Vastgelopen situaties |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
3.302 | ||||||||||
| 15.2 | Schadeherstel |
|
0 |
|
|
|
|
155.508 |
|
|
243.996 | |||||||||
| Subsidies (regelingen) |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Duurzaam herstel |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Bijdrage aan medeoverheden |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| MKB-programma |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Bijdrage aan agentschappen |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| Bijdrage aan bestuur IMG |
|
0 |
|
|
0 |
|
‒ 2.511 ‒ 2.511 |
|
0 | |||||||||||
| Bijdrage RVO |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
| (Schade)vergoeding |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
Commissie Bijzondere Situaties |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Herbeoordeling waardedaling | 0 | 0 | 0 |
|
421 |
|
|
|
|
0 | ||||||||||
| Knelpunten IMG |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
7.365 | ||||||||||
| Vergoeding fysieke schade |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
| Vergoeding immateriële schade |
|
0 |
|
|
|
|
|
|
9.590 | 9.590 | ||||||||||
| Vergoeding waardedaling |
|
0 |
|
|
|
|
|
3.370 | 3.370 | |||||||||||
| 15.3 | Versterken en perspectief |
|
0 |
|
|
1.521.094 167.664 |
|
|
|
272.158 | ||||||||||
| Subsidies (regelingen) |
|
0 |
|
|
60.212 29.564 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Diverse subsidies versterken |
|
0 |
|
|
49.214 25.643 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Economische bedrijvigheid | 0 | 0 | 0 |
|
558 0 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Geestelijke bijstand | 493 | 0 |
|
0 | 493 0 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Nieuwbouwregeling |
|
0 |
|
|
4.507 4.000 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken | 500 | 0 |
|
|
3.374 0 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Woonbedrijf |
|
0 |
|
0 | 2.066 ‒ 79 |
|
|
|
0 | |||||||||||
| Opdrachten |
|
0 |
|
|
699.165 ‒ 5.326 ‒ 23.059 |
|
|
228.240 | ||||||||||||
| Duurzaam herstel |
|
0 |
|
|
3.041 8.210 13.380 |
|
|
0 | ||||||||||||
| Knelpunten NCG |
|
0 |
|
|
38.540 23.000 7.000 |
|
|
5.000 | ||||||||||||
| Vastgelopen situaties |
|
0 |
|
|
2.596 2.000 2.000 |
|
|
0 | ||||||||||||
|
|
0 |
|
|
54.144 761 ‒ 13.262 | ‒ 3.333 ‒ 12.786 |
|
|||||||||||||
|
241 | 0 |
|
|
125 116 0 |
|
|
0 | ||||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
||||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.813 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
1.700 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
100.000 | 100.000 |
|
|
0 | ||||||||||
|
0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
113 | ||||||||||
|
143 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
|
500 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
9.000 |
|
|
3.000 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
0 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
6.990 | ||||||||||
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
450 | 0 |
|
|
|
800 0 |
|
|
0 | |||||||||||
|
|
0 | 1.827.377 | ‒ 384.298 | 1.443.079 | 151.077 | - 110.789 |
|
‒ 3.574 | 456.395 | ||||||||||
| Geschatte budgetflexibiliteit | ||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||
|
2026 | |||||||||||||||||||
|
96% | |||||||||||||||||||
| bestuurlijk gebonden | 3% | |||||||||||||||||||
| beleidsmatig gereserveerd | 1% | |||||||||||||||||||
| nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% | |||||||||||||||||||
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 15 is 96% juridisch verplicht.
Uitgaven
15.1 Algemeen
Bij artikel 15.1 worden er geen mutaties toegelicht, omdat de mutaties in de eerste suppletoire begroting niet groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is opgenomen in de staffel.
15.2 Schadeherstel
Subsidies (regelingen)
Duurzaam herstel
Dit betreft voornamelijk de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 154,2 mln.) en aan de begroting van 2026 zijn toegevoegd. Deze budgetten laten zich lastig ramen. Middels een kasschuif worden daarom de middelen voor Duurzaam Herstel van 2026 doorgeschoven naar de jaren 2027 (€ 115,3 mln.) en 2028 (€ 63,2 mln.) om de middelen in het juiste kasritme te zetten.
Daarnaast betreft dit een reallocatie in 2026 (€ 20,6 mln.) en 2027 (€ 26,2 mln.) binnen artikel 15.2 (van subsidies naar bijdrage aan agentschappen) om de verschillende uitvoeringskosten inzichtelijk te maken.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) levert het personeel en de ondersteuning voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd, waaronder ook de uitvoeringskosten. Naar aanleiding daarvan wordt ook het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de uitvoeringskosten van het IMG bijgesteld. Als gevolg zijn de middelen voor bijdrage RVO in 2026 naar beneden bijgesteld met € 10,9 mln.. Binnen de meerjarenperiode (2026 t/m 2031) worden de middelen in totaal met € 59,2 mln. naar beneden bijgesteld.
Daarnaast betreft dit een reallocatie van middelen binnen artikel 15.2 (van subsidies en schadevergoeding naar bijdrage aan agentschappen) om de verschillende uitvoeringskosten inzichtelijk te maken.
Daarnaast zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 0,6 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.
(Schade)vergoeding
Vergoeding fysieke schade
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de fysieke schadebetalingen bijgesteld voor de meerjarenperiode. De uitgaven in 2026 voor vergoedingen fysieke schade zijn daarom € 36,5 mln. lager, waar de uitgaven voor de jaren 2027 tot en met 2031 cumulatief € 256,6 mln. hoger uitvallen. Verder is de start van de regeling van Gederfd Woongenot doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor worden de uitgaven van 2026 (€ 143 mln.) verschoven naar 2029.
Daarnaast betreft dit een reallocatie in de jaren 2027 tot en met 2029 van jaarlijks € 13 mln. binnen artikel 15.2 van schadevergoeding naar bijdrage aan agentschappen om de uitvoeringskosten van gederfd woongenot inzichtelijk te maken.
Vergoeding immateriële schade
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de immateriële schadebetalingen bijgesteld voor de meerjarenperiode. De middelen in 2026 voor vergoedingen immateriële schade zijn opwaarts bijgesteld met € 10,6 mln. en voor 2027 t/m 2031 met jaarlijks € 9,6 mln.
Vergoeding waardedaling
De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de BZK-begroting opgenomen bedrag voor de vergoedingen voor waardedaling bijgesteld over de meerjarenperiode. Naar aanleiding hiervan zijn de kosten voor 2026 € 45,7 mln. en voor 2027 € 21,9 mln. naar beneden bijgesteld. Vanaf 2028 stijgen de kosten jaarlijks circa € 3,3 mln.
15.3 Versterken en perspectief
Subsidies (regelingen)
Diverse subsidies versterken
De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door de NCG geactualiseerd. Binnen de meerjarenperiode (2026 t/m 2031) wordt daarom het budget voor diverse subsidies versterken met cumulatief € 67,9 mln. naar boven bijgesteld. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.
Daarnaast betreft dit een bedrag van € 4,5 mln. dat wordt gerealloceerd van opdrachten bij artikelonderdeel 15.1, omdat dit bedrag als subsidie wordt uitgekeerd in plaats van als opdracht.
Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 0,5 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.
De resterende mutaties betreffen kasschuiven om de middelen in het juiste kasritme te zetten.
Opdrachten
Duurzaam herstel
Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie. Er is een kasschuif nodig van € 29,6 mln. van 2026 naar 2027 tot en met 2029 om deze middelen in het juiste kasritme te zetten.
Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 13,8 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.
Knelpunten NCG
De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er € 97 mln. aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Een deel hiervan wordt via opdrachten uitgekeerd en een deel via schadevergoedingen (zie onderdeel 'schadevergoedingen'). Het betreft cumulatief € 57,2 mln. in de jaren 2026 tot en net 2031 op knelpunten NCG opdrachten, waarvan € 25,2 mln. in 2026.
Daarnaast is er € 8 mln. toegevoegd aan de begroting van 2026. Dit betreffen middelen voor de knelpuntenpot die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en een aantal reallocaties.
Verduurzaming bij versterking
Van de Aanvullende Post is cumulatief € 13,2 mln. voor de jaren 2026 en 2027 overgeboekt naar de begroting van BZK voor de uitvoering van verduurzaming bij lichte versterking door NCG, maatregel 29 uit Nij Begun.
Daarnaast zijn de uitgaven voor verduurzaming bij zware versterking, maatregel 28 uit Nij Begun, omlaag bijgesteld. Dit komt met name omdat er minder adressen zwaar versterkt hoeven te worden dan oorspronkelijk bij Nij Begun verwacht. Er wordt daarom ook minder verduurzaming bij zware versterking uitgevoerd. Een deel van deze adressen wordt verduurzaamd bij lichte versterking, maatregel 29 Nij Begun, of wordt meegenomen in sloop-nieuwbouw. In totaal vallen de uitgaven voor maatregel 28 hierdoor in 2026 tot en met 2031 € 61,6 mln. lager uit dan verwacht, waarvan € 56,9 mln. op dit instrument wordt verantwoord en € 4,7 mln. bij eigen beheer.
Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 10,3 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.
Versterkingsoperatie
Dit betreft voornamelijk een ramingsbijstelling. De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar door NCG geactualiseerd. De bijstelling binnen de meerjarenperiode (2026 tot en met 2031) bedraagt € 134 mln. Deze bijstelling bestaat voor een groot deel uit de niet-gerealiseerde uitgaven uit 2025 die doorschuiven naar latere jaren en prijsverschillen.
De middelen voor maatwerk in de versterkingsoperatie, maatregel 12 uit Nij Begun, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 11,3 mln.) zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026. Middels een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar latere jaren om beter aan te sluiten bij de actualisatie van de nieuwe versterkingsraming. Doordat een aantal adressen van 2025 doorschuiven naar latere jaren, worden ook de kosten van maatwerk in latere jaren verwacht.
Ook zijn middelen voor diverse versterkingsprojecten uit bestuurlijke afspraken, die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (€ 25,5 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026.
Het overige bedrag (€ 2,8 mln.) betreft enkele reallocaties.
Bijdrage aan medeoverheden
Clustering en gebiedsfonds
Dit betreft voornamelijk aanvullend budget voor inpassingskosten in de openbare ruimte in versterkingsgemeenten. Dit zijn kosten die gemeenten maken samenhangend met de versterkingsoperatie, zoals de aansluiting van riool en waterleidingen, herbestrating, en de inrichting en noodzakelijke verbeteringen in de openbare ruimte. Hiervoor wordt aanvullend budget beschikbaar gesteld omdat er meer werkzaamheden nodig zijn om de openbare ruimte te herstellen en door prijsstijgingen. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt er jaarlijks € 15,0 mln. en voor de jaren 2029 en 2030 wordt er jaarlijks € 10,0 mln. toegevoegd aan de begroting.
Compensatie gemeenten en provincie
Dit betreft voornamelijk een overheveling van de Aanvullende Post van in totaal € 26,8 mln. voor de jaren 2026 en 2027 voor de extra uitvoeringskosten die de gemeenten en provincies maken voor de uitvoering van Nij Begun. Daarnaast betreft dit een bedrag van € 0,5 mln. voor de uitvoering van de Agenda voor Herstel.
Het overige bedrag (€ 3,2 mln.) betreft de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026.
Nationaal Programma Groningen (NPG)
Vanuit de Aanvullende Post wordt in totaal € 83 mln. toegevoegd aan de
BZK-begroting voor het NPG op basis van de reeds beoordeelde projecten. De middelen voor het NPG worden door middel van een kasschuif (€ 35 mln.) vanuit 2031 naar 2026 (€ 29,0 mln.) en 2029 (€ 6,0 mln.) geschoven, waardoor dit beter aansluit bij de verwachte uitgaven.
Daarnaast betreft dit een overheveling van de Aanvullende Post voor de Economische Agenda. Met de Economische Agenda wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en de energietransitie in Groningen. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 is € 100 mln. per jaar toegevoegd aan de BZK-begroting. In 2026 wordt de governance van de Economische Agenda Groningen vastgesteld, waarmee een start kan worden gemaakt met de uitvoering van projecten voor de generatielange betrokkenheid.
Via een overheveling van € 50,0 mln. vanuit het ministerie van BZK worden de middelen voor de ontwikkeling van de Economische Agenda (startkapitaal voor het jaar 2026) overgeheveld aan de provincie Groningen.
Het overige bedrag (€ 1,2 mln.) betreft de middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen en zijn toegevoegd aan de begroting voor 2026.
(Schade)vergoeding
Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen
De raming van de versterkingsoperatie wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding van deze actualisatie worden ook de geraamde uitgaven voor de vergoedingen schade door versterkingsmaatregelen voor de gehele periode tot en met 2031 bijgesteld. Het betreft hier in totaal een bedrag van circa € 55,2 mln. verdeeld over deze jaren. Daarnaast is hier ook de verhoging in meegenomen van de vaste vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV) die tijdens de versterking verwijderd of beschadigd worden.
Ook zijn middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen (circa € 8 mln.) toegevoegd aan de begroting voor 2026. Een deel van deze middelen (€ 6,8 mln.) wordt door middel van een kasschuif in het juiste kasritme gezet.
Ook is er een kasschuif van € 1,4 mln. van 2026 naar de jaren 2027 en 2028, om schade-uitkeringen voor niet-versterkingsmaatregelen in het juiste kasritme te zetten.
Het overige bedrag (€ 0,5 mln.) betreft een reallocatie.
Knelpunten NCG
De knelpuntenpot is bedoeld om individuele knelpunten die ontstaan tijdens de versterkingsoperatie op te lossen en daarmee versterkingsprojecten te versnellen. Hiervoor wordt er € 97 mln. aanvullend budget beschikbaar gesteld, waarmee verdere vertraging wordt voorkomen. Een deel hiervan wordt via opdrachten uitgekeerd (zie onderdeel 'opdrachten') en een deel via schadevergoedingen. Het betreft cumulatief € 39,8 mln. in de jaren 2026 t/m 2031 op knelpunten NCG schadevergoeding, waarvan
€ 6,8 mln. in 2026 .
Ontvangsten
|
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerp begroting t (1) |
NvW, moties, amendementen en ISB (2) |
Vastgestelde begroting t
|
Mutaties 1e suppletoire
|
(5) = (3) + (4) |
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | ||||||
| Ontvangsten NAM fysieke schade |
|
|
611.697 | - 46.697 |
|
|
|
|
|
|
|||||
| Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade |
|
|
310.822 | 0 |
|
|
|
- 15.399 | ‒ 105.750 |
|
|||||
| Ontvangsten NAM waardedaling |
|
|
104.494 | - 94.207 |
|
|
|
|
|
|
|||||
| Ontvangsten NAM immateriële schade |
|
|
33.753 | 1.599 |
|
|
|
|
|
|
|||||
| Ontvangsten NAM versterken industrie |
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
0 | |||||
|
|
|
|
- 106.193 |
|
|
|
‒ 12.584 | 24.667 | 204.196 | |||||
| Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) | 25.000 |
|
|
0 |
|
|
|
|
|
0 | |||||
| Ontvangsten NAM juridische bijstand | 10.792 |
|
|
0 |
|
|
|
|
|
10.793 | |||||
| Ontvangsten NAM gederfd woongenot | 143.000 |
|
|
- 143.000 |
|
- 143.000 |
|
143.000 | 143.000 | 0 | |||||
| Ontvangsten overig | 0 |
|
|
4.200 |
|
|
|
|
|
0 | |||||
| Totale ontvangsten | 1.827.377 |
|
|
-384.298 |
|
- 151.077 | 110.789 | 77.970 | -3.574 | 456.395 | |||||
Ontvangsten NAM fysieke schade
De uitgaven voor de fysieke schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor de fysieke schade worden naar aanleiding van de actualisatie van de schaderaming voor 2026 neerwaarts bijgesteld met € 46,7 mln.
Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade
De uitgaven voor uitvoeringskosten van de schade worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. Voor uitvoeringskosten schade gaat dit om bijstellingen vanaf 2027. De ontvangsten op basis van uitvoeringskosten schade 2026 worden later bijgesteld op basis van het IMG jaarverslag van 2025.
Ontvangsten NAM waardedaling
De uitgaven voor de waardedaling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de waardedaling worden ook de geraamde ontvangsten van de NAM bijgesteld. Naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de waardedaling worden de ontvangsten in 2026 neerwaarts bijgesteld met € 94,2 mln.
Ontvangsten NAM immateriële schade
De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor immateriële schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor immateriële schade worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 49,7 mln. voor de jaren 2026 tot en met 2031, naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de immateriële schade.
Ontvangsten NAM versterkingsoperatie
De kosten voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor de versterkingsoperatie worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. In 2026 worden de ontvangsten met € 106 mln. naar beneden bijgesteld. Voor de jaren 2027 tot en met 2031 worden de ontvangsten cumulatief met € 171,4 mln. naar boven bijgesteld.
Ontvangsten NAM gederfd woongenot
De start van de regeling van Gederfd Woongenot is doorgeschoven naar 2027, waarmee de kosten opschuiven naar de periode 2027 tot en met 2029. Daardoor verschuiven de ontvangsten van de NAM die hier tegenover staan van 2026 en 2027 naar 2029 en 2030.
Nij Begun-middelen uit de Aanvullende Post
In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke maatregelen bij de voorjaarsnota 2026 middelen zijn opgevraagd van de Aanvullende Post PEGA/Nij Begun. In de ontwerpbegroting 2026 tabel 22 is weergegeven welke middelen eerder naar de BZK-begroting zijn overgeboekt. De resterende middelen blijven beschikbaar op de Aanvullende Post voor Groningen en zullen later worden opgevraagd.
|
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
|
2029 | 2030 | 2031 | ||
| Stut en steun | BZK begroting, artikel 15 |
|
|
|
|
|
0 |
| Verduurzaming bij lichte versterking | BZK begroting, artikel 15 |
|
|
0 |
|
|
0 |
| Agenda voor herstel | BZK begroting, artikel 15 |
|
|
0 |
|
|
0 |
| Economische Agenda Groningen | BZK begroting, artikel 15 | 100.000 | 100.000 | 100.000 |
|
|
0 |
| Totaal |
|
|
|
|
|
0 | |
4 Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 11. Centraal apparaat
|
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
begroting t
|
menten en
|
Vastgestelde begroting t
|
|
(5) = (3) + (4) |
Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |
|
|
0 | 848.348 |
|
|
|
|
‒ 4.008 | ‒ 12.603 |
|
|
|
0 | 849.022 |
|
|
|
|
‒ 4.008 | ‒ 12.603 |
|
|
|
0 | 849.022 |
|
|
|
|
‒ 4.008 | ‒ 12.603 |
|
|
|
0 | 475.397 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | 113.140 |
|
|
|
‒ 4.522 |
|
|
36.642 |
|
|
0 |
|
1.168 |
|
|
|
|
|
4.221 |
|
|
0 | 361.536 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0 | 301.051 |
|
380.128 | 1.723 |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
|
37.146 | 5.190 |
|
|
|
3.740 |
|
|
0 |
|
|
|
|
|
|
|
25.629 |
|
|
0 |
|
‒ 12.089 | 0 | -12.088 | - 10.888 | -10.020 | ‒ 8.820 | 0 |
|
|
0 |
|
‒ 12.089 | 0 | -12.088 | - 10.888 | -10.020 | ‒ 8.820 | 0 |
|
|
0 |
|
209.400 | 356.220 | - 19.098 | -20.301 | - 1.627 | -1.596 | 95.010 |
Toelichting
11.1 Apparaat (exl. AIVD) Personele uitgaven
Eigen personeel
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 eigen personeel gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 2,9 mln. per jaar vanaf 2030
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 eigen personeel gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 12,6 mln. per jaar vanaf 2030.
Om de uitgaven aan personeel voor het programma Ambtelijk
Vakmanschap op het juiste instrument te kunnen verantwoorden, is er voor de jaren 2026 € 5,3 mln. en in 2027 en 2028 jaarlijks € 5,2 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.
Om uitgaven van de verhoging van de weerbaarheid van het Rijk uitgevoerd door de Beveiligingsautoriteit Rijk op het juiste instrument te kunnen verantwoorden, is er vanaf 2026 structureel jaarlijks € 2,3 mln. gerealloceerd van artikel 7 werkgevers- en uitvoeringsbeleid.
Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 61,0 mln.
De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Dit betekent dat de materiële kosten in 2026 en 2027 dalen en in plaats daarvan de loonkosten in latere jaren stijgen, doordat personeel langer ingezet wordt. Het betreft een budgetneutrale ramingsbijstelling binnen artikel 11. Bij de uitgaven eigen personeel betreft het een bijstelling van € 2,2 mln. meer uitgaven in 2026 oplopend naar € 11,7 mln. meer uitgaven in 2031.
Inhuur externen
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 17,8 mln.
Om de uitgaven van externe inhuur voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) op het juiste instrument te kunnen verantwoorden is er voor 2026 € 4,0 mln. gerealloceerd van artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving.
De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven inhuur externen betreft het een bijstelling van minder uitgaven in 2026 van € 2,4 mln. oplopend naar meer uitgaven van € 11,0 mln. in 2031.
Materiële uitgaven
Bijdrage SSO's
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 40,6 mln.
Via de eindejaarsmarge wordt voor 2026 € 5,7 mln. aan budget toegevoegd, hiervan is € 3,8 mln. bestemd voor FMH.
Daarnaast zijn er meeruitgaven op de verschillende dienstverleningen, zoals personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. Het kerndepartement, als centrale opdrachtgever, sluit namens het departement Dienstverleningsafspraken (DVA’s) af met verschillende dienstverleners, waaronder de Shared Service Organisaties (SSO’s). De afnemers buiten het kerndepartement, (waaronder agentschappen en SSO’s), dragen bij aan de financiering van de centrale bekostiging, middels een desaldering. Zie ook de toelichting bij de ontvangsten (€ 30,0 mln.).
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties, met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 bijdrage SSO's gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 2,8 mln. per jaar vanaf 2030
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel conform grondslag verdeeld over de artikelen van BZK. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden. Voor artikel 11 bijdrage aan SSO's gaat het om een bedrag oplopend tot structureel € 13,4 mln. per jaar vanaf 2030.
ICT
Dit betreft voornamelijk de jaarlijkse vaststelling die, op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) wordt vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 28,8 mln.
Overige materiële uitgaven
Dit betreft voornamelijk de bijstelling van de apparaatskosten van NCG naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven overige materiële uitgaven betreft het een bijstelling van € 9,1 mln. minder uitgaven in 2026 oplopend naar € 8,2 mln. meer uitgaven in 2031.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage aan DICTU
De apparaatskosten van NCG worden bijgesteld naar aanleiding van de actualisatie van de versterkingsraming. Zie voor verdere toelichting bij eigen personeel. Bij de uitgaven bijdrage aan DICTU betreft het een bijstelling van € 12,1 mln. minder uitgaven in 2026 aflopend naar € 7,6 mln. minder uitgaven in 2031.
Ontvangsten
Jaarlijks worden op basis van de jaarplanraming de diensten en producten van de tariefgefinancierde uitvoeringsorganisaties Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie voor Bedrijfsvoering en Financiën (OBF) vastgesteld en verwerkt. Hierop worden de uitgaven- en ontvangstenbudgetten aangepast middels een desaldering in 2026 van € 155,4 mln.
Daarnaast zijn er meerontvangsten die ter financiering worden ingezet voor de dienstverleningsafspraken (DVA's) voor onder andere personeel en organisatie, documentbeheer, ICT en infrastructuur, facilitair, huisvesting, inkoop, etc. De bekostiging van de dienstverleningen vinden centraal via het kerndepartement plaats. Middels een desaldering worden de ontvangsten verhoogd ter financiering van de geraamde uitgaven. Zie ook de toelichting bij het instrument bijdrage SSO's (€ 30,0 mln.).
De apparaatskosten van NCG voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij de NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven, zie ook toelichting bij uitgaven apparaatskosten NCG hierboven, worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De ontvangsten in 2026 worden omhoog bijgesteld met € 23,9 mln. In 2027 tot en met 2030 zijn de ontvangsten omlaag bijgesteld met respectievelijk € 19,1 mln., € 20,3 mln., € 1 mln. en € 0,2 mln. In 2031 worden de ontvangsten weer omhoog bijgesteld met € 18,2 mln.
4.2 Artikel 12. Algemeen
|
||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerp begroting t (1) |
NvW, moties, amendementen en ISB (2) |
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) |
Mutaties 1e suppletoire
|
begroting (5)
|
Mutatie 2027 |
|
Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |||
|
Verplichtingen |
|
0 |
|
|
27.890 | -20.064 | ‒ 20.019 |
|
|
|
|
| Uitgaven |
|
0 |
|
|
28.140 | - 20.064 | ‒ 20.019 |
|
|
|
||
|
Algemeen |
|
0 |
|
|
28.140 | -20.064 | ‒ 20.019 |
|
|
|
|
| Subsidies (regelingen) |
|
0 |
|
0 |
|
‒ 2 |
|
|
|
143 | ||
| Diverse subsidies |
|
0 |
|
0 |
|
‒ 1 |
|
|
|
93 | ||
| Koninklijk Paleis Amsterdam |
|
0 |
|
0 |
|
‒ 1 |
|
|
|
50 | ||
| Opdrachten |
|
0 |
|
‒ 20 |
|
|
|
|
|
743 | ||
| (Inter)nationale samenwerking |
|
0 |
|
‒ 30 |
|
|
|
|
|
286 | ||
| Diverse opdrachten |
|
0 |
|
10 |
|
|
|
|
|
457 | ||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's |
|
0 |
|
125 |
|
‒ 1 |
|
|
|
108 | ||
| Diverse bijdragen |
|
0 |
|
125 |
|
|
|
|
|
14 | ||
| BZK transparant |
|
0 |
|
0 |
|
‒ 1 |
|
|
|
94 | ||
| Bijdrage aan medeoverheden | 40.000 | 0 | 40.000 |
|
|
-20.000 | - 20.000 | 20.000 |
|
|
||
| Kwijtschelden publieke schulden | 40.000 | 0 | 40.000 |
|
|
-20.000 | - 20.000 | 20.000 |
|
|
||
| Bijdrage aan agentschappen |
|
0 |
|
4.800 |
|
|
‒ 16 | ‒ 54 |
|
|
||
| Eigenaarsbijdrage |
|
0 |
|
4.800 |
|
|
|
|
|
0 | ||
| BZK transparant |
|
0 |
|
0 |
|
|
‒ 15 | ‒ 50 | ‒ 98 |
|
||
| Diverse bijdragen |
|
0 |
|
0 |
|
|
|
|
|
1 | ||
| Ontvangsten |
|
0 |
|
4.800 |
|
|
|
|
|
0 | ||
Toelichting
12.0 Algemeen
Bijdrage aan medeoverheden
Kwijtschelden publieke schulden
In het kader van realistisch ramen wordt met een kasschuif het kasritme aangepast van de middelen voor het kwijtschelden van publieke schulden naar aanleiding van de toeslagenaffaire wordt € 20,0 mln. per jaar voor de jaren 2026 tot en met 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031 geschoven, omdat de verwachting is dat de uitgaven in latere jaren zullen plaatsvinden.
Bijdrage aan agentschappen
Eigenaarsbijdrage
De Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (ODI) heeft een negatief resultaat over 2025. Het negatief resultaat kan onvoldoende opgevangen worden met het eigen vermogen van ODI. Conform artikel 11 van de regeling agentschappen mag een agentschap geen negatief eigen vermogen hebben. In dat geval dient de continuïteitsverantwoordelijke zorg te dragen dat een negatief eigen vermogen uiterlijk bij eerste suppletoire begrotingswet wordt aangevuld tot minimaal € 0,- (€ 1,7 mln.). Dit wordt gefinancierd vanuit de surplussen van SSC-ICT en RBL.
SSC-ICT en RBL hebben over het jaar 2025 een positief resultaat behaald waardoor het eigen vermogen groeit tot boven het in artikel 11, lid 3 van de regeling agentschappen vastgestelde maximum. Het maximum wordt berekend als 5% van de gemiddelde jaarlijkse baten over de laatste drie kalenderjaren. Dat wat de 5% overstijgt dient conform artikel 11, lid 6 bij eerste suppletoire begroting afgeroomd te worden door de continuïteitsverantwoordelijke. Voor 2025 betreft dit voor SSC-ICT en RBL gezamenlijk een totaal van € 4,8 mln.
Ontvangsten
De ontvangsten betreffen de afromingen van de surplussen bij RBL en SSC-ICT zoals hierboven bij de uitgaven reeds toegelicht.
4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld
|
||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting t (1) | Mutaties via
menten en
|
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | Mutatie 2030 | Mutatie 2031 | |||||
|
Verplichtingen | 0 | 0 |
|
|
|
51.898 |
|
|
|
23.418 | |||
| Uitgaven | 0 | 0 |
|
|
|
51.898 |
|
|
|
23.418 | ||||
|
Nog onverdeeld | 0 | 0 |
|
|
|
51.898 |
|
|
|
23.418 | |||
| Nog te verdelen | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
23.418 | ||||
| Loonbijstelling | 0 | 0 |
|
|
|
|
|
|
|
8.234 | ||||
| Prijsbijstelling | 0 | 0 |
|
48.003 |
|
|
|
|
|
15.184 | ||||
Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Toelichting
13.0 Nog onverdeeld
Nog te verdelen
Loonbijstelling
Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor BZK.
Prijsbijstelling
Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor BZK.
5 Agentschappen
5.1 Shared Service Centrum (SSC-ICT)
Exploitatieoverzicht
|
|||
|---|---|---|---|
| (1) Vastgestelde begroting | (2) Mutaties 1e suppletoire begroting | (3) = (1) + (2) Totaal geraamd | |
| Baten | |||
| - Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 443.297 | 32.359 | 475.656 |
| Waarvan generieke producten/diensten | 11.624 |
|
|
| Generiek Rijk | 3.643 |
|
3.835 |
| Kostenverdeelnotitie | 7.982 |
|
9.071 |
| Waarvan gemeenschappelijke producten/diensten | 394.273 |
|
432.044 |
| Applicaties en applicatiebeheer | 54.900 |
|
|
| Basisinrichting kantoorpand | 52.652 | ‒ 3.468 |
|
| Basisplus kantoorapplicaties | 4.258 |
|
4.894 |
| Digitale werkomgeving | 124.053 |
|
|
| Hosting | 47.056 |
|
|
| Housing | 2.860 |
|
3.486 |
| Klantspecifieke diensten | 29.726 |
|
|
| Materieel | 3.112 |
|
5.807 |
| Persoonlijke devices | 75.654 |
|
|
| Waarvan klantspecifieke producten/diensten | 37.400 | ‒ 6.693 |
|
| Kwartaalverrekening en Maatwerk | 37.400 | ‒ 6.693 |
|
| - Baten als tegenprestatie voor de levering van input | 0 |
|
0 |
| waarvan bijdrage aan A | 0 |
|
0 |
| waarvan bijdrage aan B | 0 |
|
0 |
| waarvan bijdrage aan C | 0 |
|
0 |
| Rentebaten | 0 |
|
0 |
| Vrijval voorzieningen | 0 |
|
0 |
| Bijzondere baten | 0 |
|
0 |
| Totaal baten | 443.297 | 32.359 | 475.656 |
| Lasten | |||
| Apparaatskosten | 387.624 | 36.509 |
|
| - Personele kosten | 193.135 |
|
|
| waarvan eigen personeel | 142.366 |
|
|
| waarvan inhuur externen | 44.712 | ‒ 9.945 |
|
| waarvan overige personele kosten | 6.057 |
|
|
| - Materiële kosten | 194.489 |
|
|
| waarvan apparaat ICT | 160.105 | 22.567 |
|
| waarvan bijdrage aan SSO's | 26.733 |
|
|
| waarvan overige materiële kosten | 7.651 |
|
|
| Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 6.762 | ‒ 5.680 | 1.082 |
| Rentelasten | 3.119 |
|
3.185 |
| Afschrijvingskosten | 45.792 |
|
|
| - Materieel | 39.906 |
|
|
| waarvan apparaat ICT | 39.906 |
|
|
| waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 0 |
|
0 |
- Immaterieel 5.886 ‒ 3.456 2.430
|
0 | 0 0 |
|---|---|---|
|
0 | 0 0 |
|
0 | 0 0 |
|
443.297 | 32.359 475.656 |
|
0 | 0 0 |
|
0 | 0 0 |
|
0 | 0 0 |
Toelichting
Als gevolg van de intensivering op het terrein van security, soevereiniteit en weerbaarheid zijn aanvullende middelen benodigd. Internationale ontwikkelingen hebben het maatschappelijk en politiek besef vergroot van het belang van verdere Europese onafhankelijkheid en zelfstandigheid op ICT-gebied. Tegelijkertijd is het dreigingsbeeld op het gebied van cybersecurity fundamenteel veranderd, waardoor bij SSC-ICT een aanvullende inspanningsbehoefte ontstaat. De omvang hiervan en de impact was nog onvoldoende concreet om in de ontwerpbegroting 2026 te verwerken. De budgettaire gevolgen worden daarom nu in de eerste suppletoire begroting verwerkt.
Baten
De stijging van de baten wordt voornamelijk gedreven door de digitale werkomgeving (€ 15,4 mln.), persoonlijke devices (€ 11,5 mln.), klantspecifieke diensten (€ 5,3 mln.) en hosting (€ 3,1 mln.). Daartegenover staat een daling in de opbrengsten uit de kwartaalverrekening en maatwerk (€ 6,7 mln.), evenals in de basisinrichting van kantoorpanden (€ 3,5 mln.).
De totale toename van de baten is het gevolg van de nieuw vastgestelde tarieven, die voortkomen uit gestegen kosten voor het apparaat.
Lasten
Apparaatskosten
Personele kosten
De personele kosten zijn € 0,8 mln. lager dan de ontwerpbegroting 2026. De personele kosten omvatten alle personele uitgaven voor ambtelijk personeel, uitzendkrachten en inhuur van externe expertise. Voor het ambtelijk personeel zijn de kosten geactualiseerd op basis van de actuele ramingen (€ 2,3 mln.). De externe inhuur is lager dan begroot (€ 9,9 mln.). Dit komt met name door de verdere verambtelijking en onze ambitie op het gebied van ons inhuurplafond.
Overige personele kosten
De overige personele kosten zijn € 6,8 mln. hoger dan de ontwerpbegroting 2026. Deze stijging wordt echter vrijwel volledig verklaard door een stelselwijziging in 2026, waarbij de reservering van vakantieverlofuren (circa € 5,0 mln.) is opgenomen in de overige personele kosten.
Materiële kosten
De materiële kosten stijgen met € 37,4 mln. ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door investeringen in digitale weerbaarheid, een intensivering op het terrein van (cyber)security, soevereiniteit en weerbaarheid, hogere licentiekosten en gestegen prijzen voor materieel.
Daarnaast is de omvang van het noodzakelijke werk structureel toegenomen. Dit hangt onder meer samen met grootschalige technische vervanging (LCM), extra inzet op automatisering en strengere security- en compliance-eisen. Deze ontwikkelingen vloeien voort uit beleidsmatige kaders en opdrachten vanuit afnemers en hebben geleid tot aanpassingen in de rijksbrede digitale werkplek (DWR 2.0).
Bijdrage aan SSO's
Kosten voor bijdrage aan SSO’s zijn gestegen (€ 5,8 mln.) met name als gevolg van tariefstijging van andere SSO’s. het verschil is met name te verklaren door meer overige dienstverlening vanuit BZK (€ 4,0 mln.) en overige huisvestingskosten (€ 1,1 mln.).
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten zijn € 5,7 mln. lager dan in de ontwerpbegroting 2026. In de ontwerpbegroting is uitgegaan van de realisatie van t-1 (€ 6,7 mln.). Daarbij werd verwacht dat door de stelselwijziging een deel van de kosten dat voorheen onder overige materiële kosten viel, zou worden verantwoord onder de nieuwe post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’. Hierdoor zouden de overige materiële kosten dalen.
Achteraf blijkt dat de omvang van deze verschuiving in 2026 beperkt is (circa € 1 mln.). Daardoor vallen de kosten op deze post lager uit dan in de ontwerpbegroting was voorzien.
Overige materiële kosten
De overige materiële kosten zijn € 9,0 mln. hoger dan begroot. In de ontwerpbegroting was namelijk verondersteld dat circa € 6,4 mln. aan kosten zou verschuiven naar de post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’. Omdat deze verschuiving in 2026 grotendeels niet heeft plaatsgevonden, blijven deze kosten onder de overige materiële kosten zichtbaar. Daarnaast zijn de kosten hoger door de redenen die onder materiële kosten zijn toegelicht.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. De immateriële afschrijvingen zijn gedaald, omdat er minder investeringen worden gerealiseerd op immateriële vaste activa als gevolg van minder investeringen op het gebied software. Daarentegen wordt meer geïnvesteerd op materiële vaste activa, waardoor de afschrijvingskosten hoger zijn bijgesteld. De hogere afschrijvingen zijn met name toe te wijzen aan meer investeringen in devices, datacenter, hardware voor hosting en connectivity. Dit is mede als gevolg van het versnellen van Lifecycle Management (LCM). De investeringen in de werkplek is daarentegen iets lager dan begroot was.
Kasstroomoverzicht
|
||||
|---|---|---|---|---|
|
(2) Mutaties 1e suppletoire begroting | (3) = (1) + (2) Totaal geraamd | ||
|
41.054 |
|
41.054 | |
|
|
|
|
|
|
‒ 387.624 | ‒ 36.509 | ‒ 424.133 | |
|
55.673 |
|
51.524 | |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
0 |
|
0 | |
|
0 |
|
0 | |
|
|
|
|
|
|
71.382 |
|
71.382 | |
|
28.070 |
|
28.070 | |
|
40.818 |
|
36.669 | |
Toelichting
Operationele kasstroom
De kasstroom wordt in de eerste suppletoire begroting per saldo € 4,1 mln. neerwaarts bijgesteld. Dit komt doordat de ontvangsten uit operationele kasstroom met € 32,4 mln. toenemen, terwijl de uitgaven uit operationele kasstroom sterker toenemen met € 36,5 mln. Hierdoor verslechtert de operationele kasstroom met € 4,1 mln. Dit is het gevolg van het bijstellen van de staat van baten- en lasten.
De investerings- en financieringskasstromen wijzigen niet ten opzichte van de vastgestelde begroting.
Als gevolg hiervan daalt het verwachte eindsaldo van de rekening-courant bij het RHB van € 40,8 mln. naar € 36,7 mln.