[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Vervolg inzage politiesystemen

Politie

Brief regering

Nummer: 2026D10798, datum: 2026-03-09, bijgewerkt: 2026-03-11 13:52, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29628 -1316 Politie.

Onderdeel van zaak 2026Z04741:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29628 Politie

Nr. 1316 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2026

Op 3 maart jl. informeerde ik uw Kamer over een intern onderzoek van de politie inzake het gebruik van politiesystemen om informatie te zoeken (Kamerstuk 29628, nr. 1314).

De communicatie over het onderzoek inzake raadplegingen van de politiesystemen heeft veel politiemedewerkers geraakt. Medewerkers hebben het gevoel dat publiekelijk wordt getwijfeld aan hun professionaliteit en integriteit. Politieagenten zetten zich elke dag in voor de veiligheid van onze samenleving, vaak onder veeleisende en moeilijke omstandigheden. Zij verdienen hiervoor onze volle waardering. Vandaag heeft de korpsleiding excuses gemaakt aan alle politiemedewerkers voor de wijze waarop vervolg is gegeven aan het onderzoek en de communicatie. Ook mijn communicatie in de Kamerbrief van 3 maart jl. en in de media had zorgvuldiger gemoeten, daarvoor bied ik mijn excuses aan. In mijn Kamerbrief van 3 maart jl. is wisselend gesproken over of er inzage is geweest in ‘politiesystemen’ en in het ‘dossier’. Hier had enkel moeten staan dat het om politiesystemen ging.

De berichtgeving heeft bij veel medewerkers geleid tot de indruk dat zij beschuldigd werden van mogelijk ongeoorloofde inzage in de politiesystemen, terwijl de intentie van het onderzoek en de gesprekken is om te achterhalen óf er sprake is van (on)geoorloofde inzage. De korpsleiding heeft mij laten weten dat het onderzoek naar het onnodig raadplegen van politiesystemen om goede redenen gestart is. Er waren volgens de politie zeer concrete signalen over onterechte bevragingen en er is vertrouwelijke informatie over het onderzoek bij de media beland. De politie heeft de verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met systemen waarin gevoelige informatie staat. Het past bij een professionele organisatie om, als daar aanleiding toe is, ook bereid te zijn om zichzelf te onderzoeken. Daarom geeft de politie opvolging aan het onderzoek.

Zoals de korpschef heeft aangegeven, had met de 1.700 betrokken medewerkers eerst het gesprek aangegaan moeten zijn, in plaats van direct een brief uit te reiken. De korpsleiding heeft aan mij gemeld dat de uitgereikte brieven worden ingetrokken. Met de betrokken medewerkers zullen wel de gesprekken worden gevoerd, deze zijn nadrukkelijk bedoeld om de context vast te stellen en in het kader van bewustwording. De gesprekken kunnen uiteraard tot de conclusie leiden dat de inzage functioneel was.

Na afronding van de gesprekken zal de korpschef in gesprek gaan met de eenheidschefs, de Centrale Ondernemingsraad en de vakbonden. Daarna zal zij mij informeren over het algemene beeld dat uit de bevindingen naar voren komt.

De politie verdient mijn en onze volle steun. Politiemedewerkers zetten zich elke dag in voor de veiligheid van onze samenleving, zij hebben mijn waardering en respect.

De minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel