Artikel 100-inzet in de Middellandse Zee
Nederlandse deelname aan vredesmissies
Brief regering
Nummer: 2026D10800, datum: 2026-03-10, bijgewerkt: 2026-03-13 09:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Mede ondertekenaar: D. Yesilgƶz-Zegerius, minister van Defensie (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 29521 -510 Nederlandse deelname aan vredesmissies.
Onderdeel van zaak 2026Z04742:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Defensie
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-12 10:35 ā Behandeld. (Besluit)
- 2026-03-11 19:15 ā Behandeld. (Besluit)
- 2026-03-11 16:00 ā Behandelen. (Besluit)
- 2026-03-11 10:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-03-10 18:30 ā Behandeld. (Besluit)
- 2026-03-10 18:30: Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee (Technische briefing), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-03-11 10:00: Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-03-11 16:00: Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-03-11 19:15: Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee (plenaire afronding in 1 termijn) (Plenair debat (overig)), TK
- 2026-03-12 10:35: Debat over Iran (Plenair debat (debat)), TK
- 2026-03-19 12:45: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (š origineel)
Geachte voorzitter,
Op 3 maart jl. informeerde de minister van Buitenlandse Zaken uw Kamer over de Amerikaanse en Israƫlische aanvallen op Iran en de daarop volgende Iraanse aanvallen op doelen in het Midden-Oosten (Kamerstuk 23432-631). Sindsdien is de situatie onverminderd zorgelijk. Iraanse aanvallen, maar ook die van aan Iran gelieerde gewapende groeperingen, hebben naast het direct betrokken Israƫl ook een groot aantal andere Nederlandse partners in de regio geraakt, te weten de Golflanden (Saoedi-Arabiƫ, Koeweit, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman), Irak, Jordaniƫ en Azerbeidzjan. Dit conflict heeft grote implicaties voor regionale stabiliteit. De aanvallen op militaire doelen en civiele objecten hebben grote impact op de veiligheid van burgers, waaronder grote aantallen in de regio aanwezige Europeanen en Nederlanders. Tevens heeft het conflict impact op de veiligheid van EU-lidstaat Cyprus en NAVO-bondgenoot Turkije.
Het kabinet roept op tot een zo spoedig mogelijk einde aan de aanvallen van Iran en aan Iran gelieerde gewapende groeperingen op deze landen. Deze aanvallen tonen andermaal het karakter van het Iraanse regime aan. Het is al lange tijd helder dat Iran het bestaansrecht van Israël ontkent en ook een serieuze bedreiging vormt voor vrede en veiligheid in de bredere regio. Het repressieve en moorddadige regime is verantwoordelijk voor veel misdaden, inclusief tegen de eigen bevolking. Tevens bestaan er al lange tijd grote zorgen over het Iraanse nucleaire en raketprogramma. Het gaat daarbij ook om raketten die Europa kunnen bereiken. Het Iraanse regime steunt terroristische groeperingen en steunt Rusland in zijn agressieoorlog tegen Oekraïne. Voorts is het regime tevens verantwoordelijk voor liquidatiepogingen in het Westen en Nederland.
Frankrijk heeft begin maart, naar aanleiding van een verzoek van Cyprus, het vliegdekschip de Charles de Gaulle opdracht gegeven zich naar de Middellandse Zee te begeven om de situatie in de regio te monitoren en partners en bondgenoten bij te staan, waaronder Cyprus. De Charles de Gaulle maakt deel uit van een Carrier Strike Group (CSG) waar ook Nederland met een Luchtverdedigings- en Commandofregat (LCF) deel van uitmaakt sinds 4 februari jl. Frankrijk heeft Nederland verzocht bij te dragen en het Luchtverdedigings- en Commandofregat in te zetten ter verdediging van de CSG, en de verdediging van Cyprus en bondgenoten in de regio.
In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet en met verwijzing naar de Kamerbrief inzake kennisgeving artikel 100-inzet Zr.Ms. Evertsen in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521, nr. 506 d.d. 4 maart 2026), informeert het kabinet u met deze brief over het besluit het Luchtverdedigings- en Commandofregat en de daarop aanwezige militairen in beginsel tot begin april in te zetten voor deze defensieve operatie in het oosten van de Middellandse Zee ter verdediging van de CSG, Cyprus en bondgenootschappelijk grondgebied. Hiermee toont Nederland bondgenootschappelijke solidariteit en draagt het bij aan Europese samenwerking in het kader van de bescherming van de internationale rechtsorde.
In deze brief gaat het kabinet in op de contextanalyse, de veiligheidssituatie, de Nederlandse belangen, strategische doelen, doelstellingen van de Nederlandse bijdrage, gronden voor deelname, juridische aspecten, de militaire aspecten van het toetsingskader voor zover van toepassing, monitoring en evaluatie, en financiƫn.
Contextanalyse
De aanvallen van de Verenigde Staten en Israƫl op Iran markeren een nieuwe en volatiele fase in het Midden-Oosten en de Golf-regio. Het is nog niet duidelijk hoe en wanneer dit conflict zal eindigen, maar de verwachting is dat het conflict langere tijd zou kunnen duren. Het Iraanse regime lijkt in te zetten op een strategie van de lange adem en uitputting van de munitievoorraden van Israƫl, de Verenigde Staten en hun partners. Aanvallen door Iran en aan Iran gelieerde gewapende groeperingen in Irak en Libanon (Hezbollah) hebben geleid tot verspreiding van het geweld door de gehele regio. Naast de aanvallen die Iran uitvoerde op Israƫl naar aanleiding van Israƫlische en Amerikaanse aanvallen, zijn ook partners in de regio die niet in het conflict betrokken waren, aangevallen door Iran en aan Iran verbonden gewapende groeperingen. Hierbij zijn naast militaire doelen ook civiele objecten geraakt. Er zijn daarnaast ook projectielen afgevuurd op EU-lidstaat Cyprus en NAVO-bondgenoot Turkije.
Het geweld raakt daarmee Europa direct. De Iraanse aanvallen en dreiging richting Cyprus, de Britse bases op dat eiland, Franse bases in de Golf en partners in de regio zijn aanleiding geweest voor Frankrijk, Griekenland, Italiƫ, Spanje en het Verenigd Koninkrijk om marineschepen naar de Middellandse Zee te verplaatsen. Daarnaast zetten het VK, Frankrijk en Griekenland straaljagers in voor defensieve doeleinden.
Iran heeft ook aangegeven de Straat van Hormuz af te sluiten. Een dergelijke afsluiting heeft mogelijk grote economische gevolgen aangezien twintig procent van de olie en het vloeibaar aardgas wereldwijd door deze straat wordt verscheept. Stijgende olie- en gasprijzen hebben een negatief effect op de Nederlandse economische groei, ook door de geglobaliseerde aard van de markt. In de Rode Zee zijn vooralsnog geen aanvallen gemeld. Desondanks is de aldaar opererende maritieme EU-missie Aspides in verhoogde staat van paraatheid gebracht.
Zoals hierboven beschreven volgen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten elkaar snel op met een hoge mate van onvoorspelbaarheid. Dit geldt ook voor het (oostelijke) Middellandse Zeegebied, inclusief Cyprus. Begin maart heeft een drone van Iraanse makelij schade aangericht aan de Britse luchtmachtbasis Akrotiri op Cyprus. Hezbollah is met deze aanval in verband gebracht.
Drones lijken momenteel de voornaamste dreiging in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Ondanks dat Hezbollah zich op dit moment vooral bezighoudt met het uitvoeren van aanvallen op Israƫlische doelwitten in Zuid-Libanon en Israƫl, heeft het in de oorlog met Israƫl van juli 2006 laten zien dat het over middelen beschikt om marineschepen te treffen. De dreiging van deze middelen voor marineschepen is groter naarmate dichterbij de Libanese kust wordt gevaren. Daarnaast is op 4 maart jl. een Iraanse ballistische raket door de NAVO ballistic missile defense-missie in het Turkse luchtruim neergehaald.
Strategie Nederlandse geĆÆntegreerde inzet
Het Midden-Oosten is als nabuurregio van Europa van groot belang voor Nederland. De primaire belangen van Nederland in de regio liggen op het gebied van handel en economie, veiligheid en migratie. Een overkoepelend belang dat Nederland heeft in het Midden-Oosten is regionale stabiliteit, aangezien dit de genoemde belangen positief beĆÆnvloedt. De veiligheid van Nederlandse burgers die woonachtig of gestrand zijn in de regio is daarbij een prioriteit van het kabinet.
Om de diverse belangen te behartigen maakt Nederland gebruik van de goede banden met een groot aantal partners in de regio, zowel bilateraal als via de Europese Unie en de NAVO, die beide een uitgebreid regionaal beleid voeren. Bilateraal hanteert Nederland waar mogelijk een partnerschapsbenadering om evenwicht te vinden tussen Nederlandse belangen enerzijds en behoeften van de landen waarmee wordt samengewerkt anderzijds.
De huidige crisis raakt direct aan de Nederlandse belangen en noodzaakt het kabinet aanhoudend te bezien hoe, eventueel in samenwerking met en ten behoeve van bondgenoten en regionale partners, bijgedragen kan worden aan de-escalatie en het tegengaan van de regionale instabiliteit. Intrinsiek hiermee verbonden zijn het belang van de naleving van en respect voor het internationaal recht en de bescherming van de burgerbevolking.
Strategisch doel
Het strategisch doel van Nederland binnen deze crisis in het Midden-Oosten is het bijdragen aan regionale stabiliteit en veiligheid, met specifieke aandacht voor de veiligheid van EU-landen, NAVO-bondgenoten en regionale partners en de veiligheid van Nederlanders in de regio.
Internationale operatie waar Nederland aan bijdraagt
Cyprus heeft Frankrijk op 2 maart jl. verzocht het land te ondersteunen in de verdediging tegen inkomende drones en raketten. Op de avond van 3 maart maakte president Macron bekend het Franse vliegdekschip de Charles de Gaulle te verplaatsen naar het oosten van de Middellandse Zee, ter ondersteuning van bondgenoten en partners in de regio. Frankrijk heeft Nederland vervolgens gevraagd de rol van het Nederlandse Luchtverdedigings- en Commandofregat binnen het samenwerkingsverband (de CSG) te continueren.
Omdat het gaat om een nationale bijdrage op verzoek van Frankrijk, zijn de betrokken landen individueel verantwoordelijk voor het bepalen van het politiek mandaat van hun militaire eenheden. Indien Frankrijk besluit om het mandaat of de taken te wijzigen, zal dit leiden tot een hernieuwde afweging door het kabinet. In voorkomend geval wordt de Kamer conform het Toetsingskader 2014 geĆÆnformeerd over de betreffende wijziging.
De voorziene Nederlandse bijdrage
Gronden voor deelname
Met deelname aan de CSG toont Nederland bondgenootschappelijke solidariteit en draagt het bij aan Europese samenwerking in het kader van de bescherming van de internationale rechtsorde.
Doelstelling van de Nederlandse bijdrage
De doelstelling van de Nederlandse inzet is om een bijdrage te leveren aan het verdedigen van de CSG en daarmee ook Cyprus. Het gaat hierbij om een beperkte inzet van defensieve aard, zowel geografisch (beperkt tot het oosten van de Middellandse Zee) als qua tijd (in beginsel tot begin april).
Juridische aspecten
De inzet van het Luchtverdedigings- en Commandofregat vindt plaats op basis van het verzoek van Frankrijk en Cyprus tot een militaire bijdrage aan het vlootverband onder leiding van Frankrijk. De aanwezigheid van het Nederlandse schip in de Middellandse Zee is gebaseerd op de vrijheid van navigatie, gecodificeerd in het VN-Zeerechtverdrag. Eventueel gebruik van geweld ter verdediging tegen aanvallen op Cyprus vindt zijn rechtsbasis in de uitoefening van het inherente recht op (collectieve) zelfverdediging van Cyprus tegen (onmiddellijk dreigende) gewapende aanvallen. Daarnaast kan geweld worden gebruikt op basis van het inherente recht op zelfverdediging bij eventuele aanvallen tegen het Luchtverdedigings- en Commandofregat en het vlootverband waartoe het behoort.
Operationele haalbaarheid
De bevelstructuur
Tijdens de inzet op de Middellandse Zee blijft het Luchtverdedigings- en Commandofregat opereren in de CSG. Dat wil zeggen dat de Charles de Gaulle als vlaggenschip de schepen in het verband op tactisch niveau aanstuurt. De schepen in het verband hebben als escorteschip een toebedeelde taak, waarbij de commandant van het escorteschip de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het eigen optreden. De LCF vaart onder nationaal operationeel commando van het Nederlandse Joint Force Command en de Commandant der Strijdkrachten behoudt te allen tijde full command.
Het vereiste militaire vermogen en de wijze van optreden
Het luchtverdedigings- en commandofregat is toegerust voor luchtverdediging die een vlootverband in zijn geheel kan beschermen, hierdoor is het Luchtverdedigings- en Commandofregat zeer geschikt om een bijdrage leveren aan de verdediging van de CSG en Cyprus. Informatiedeling zal worden beperkt tot de deelnemers aan de CSG.
Klimaat en terreinomstandigheden
Geografische omstandigheden, klimaat en lokale infrastructuur vormen geen onoverkomelijke belemmeringen voor de operationele haalbaarheid van de inzet.
De geweldsinstructie (Rules of Engagement)
De inzet van het Luchtverdedigings- en Commandofregat zal plaatsvinden met een nationale geweldsinstructie, gestoeld op defensieve inzet ter verdediging van de CSG en Cyprus.
Gereedheid en beschikbaarheid
Het Luchtverdedigings- en Commandofregat en zijn bemensing zijn operationeel gereed. De inzet draagt bij aan de instandhouding van die gereedheid, waarbij zij organieke taken zal uitvoeren. Het werken in een vlootverband met Europese partners draagt bij aan militaire interoperabiliteit tussen de landen.
Risicoās
Veiligheidsrisicoās
Het Luchtverdedigings- en Commandofregat kan in het vlootverband worden ingezet in een verhoogd geweldsspectrum. De eenheid is getraind om met de bestaande risicoās om te gaan en het schip is gespecialiseerd in luchtverdediging. De sensoren en wapensystemen van het Luchtverdedigings- en Commandofregat zijn geschikt voor het verdedigen van een scheepsverband tegen de dreiging van drones en raketten.
In de Middellandse Zee bevindt zich ook een Russisch vlootverband. Er zijn geen indicaties dat Rusland zijn marine-aanwezigheid zal gebruiken om de operaties van het vlootverband te hinderen. Wel is het voorstelbaar dat Rusland zijn aanwezigheid zal gebruiken om inlichtingen te verzamelen over de activiteiten van het vlootverband. Daarnaast is het mogelijk dat de algemene inzet van verstoringsapparatuur, zoals GPS-jammers, een uitwerking op de operaties van het vlootverband zal hebben. Het Luchtverdedigings- en Commandofregat is een geschikt middel om deze dreiging van elektronische oorlogsvoering te mitigeren. Ook bestaat er, indien Russische eenheden het vlootverband naderen, een risico op miscalculatie.
Medische risicoās
Kenmerkend voor maritiem optreden is dat de tijdige afvoer van patiƫnten naar een hoger zorgniveau complex(er) is. Aan boord van het Luchtverdedigings- en Commandofregat bevindt zich een organieke role-1 medische faciliteit die eerste basiszorg kan verlenen. Aan boord van het vlaggenschip Charles de Gaulle bevindt zich een role-2 medische faciliteit met chirurgische capaciteit gericht op levensreddende ingrepen. Binnen het vlootverband is zogenaamde air medevac-capaciteit beschikbaar om eventuele patiƫnten te verplaatsen tussen de schepen en eventueel af te voeren naar een ziekenhuis op land. Hiervoor zijn ziekenhuizen in Zuid-Europese landen beschikbaar.
Risico op burgerslachtoffers
Het risico op burgerslachtoffers bij deze inzet wordt ingeschat als zeer laag. Bij luchtverdedigingsactiviteiten bestaat een zeer kleine kans dat civiele actoren worden geraakt door neerkomende brokstukken van een onderschepte dreiging. Doordat het schip op open zee en op ruime afstand van de commerciële scheepvaart opereert, wordt dit risico als zeer klein beschouwd. Als een onderzoek naar een vermoeden van burgerslachtoffers zich voordoet, dan wordt de Kamer daar afzonderlijk over geïnformeerd (conform Kamerstuk 27 925, nr. 723 en 746).
Nazorg
Op alle uitgezonden Nederlandse militairen zijn de geldende regelingen van toepassing. Indien noodzakelijk of gewenst, kunnen leden van een sociaal medisch team in het operatiegebied toezien op het welzijn van de militairen.
Gevolgen voor de nationale veiligheid
Zolang de inzet defensief van aard is en daarbij afgebakend is tot bescherming van de CSG en Cyprus, zal het internationale profiel van Nederland naar verwachting beperkt blijven. Het is wel voorstelbaar dat een Nederlandse militaire inzet in de regio het militaire dreigingsprofiel richting ons land verhoogt. Het Nederlandse profiel zal in vergelijking met dat van Israƫl en de Verenigde Staten beperkt blijven en is met deze inzet beter te vergelijken met dat van Griekenland en Spanje, die net als Nederland marineschepen sturen richting de oostelijke Middellandse Zee. De inzet kan ook niet-militaire gevolgen hebben voor de nationale veiligheid. Zo kan de inzet ertoe bijdragen dat Nederland of Nederlandse belangen in het buitenland eerder in het vizier komen van het Iraanse regime of aan het regime gelieerde (semi-)statelijke actoren, dan wel terroristische, gewelddadig extremistische, of statelijk aangestuurde criminele groepen en personen. De inzet van Nederland kan de dreiging tegen Nederlandse onderdanen in Iran vergroten. Als mitigerende factor hiervoor geldt dat meer Europese landen zich militair engageren; dat verkleint de kans dat juist Nederland doelwit wordt. Een verhoging van de Iraanse dreiging richting personen en objecten in Nederland als gevolg van Nederlandse militaire inzet in het conflict is voorstelbaar. De verwachting is echter dat Iran onder de huidige omstandigheden al een verhoogde intentie zal hebben voor het uitoefenen van een fysieke dreiging richting Joods/Israƫlische en Amerikaanse doelen en richting Iraanse dissidenten. Verder is het voorstelbaar, ook reeds onder de huidige omstandigheden, dat Iran kansen die zich in het digitale domein voordoen, aangrijpt om cybermatige activiteiten in te zetten.
Monitoring, evaluatie & leren van inzet
Het kabinet schetst in deze brief een zo realistisch mogelijk beeld van de doelstellingen en risicoās van een Nederlandse bijdrage. Vanwege de beperkte duur van de inzet zijn de mogelijkheden voor tussentijdse monitoring beperkt en is een eigenstandige evaluatie conform moties Bosman (d.d. 11 februari 2020, Kamerstuk 27 925, nr. 697) en Kerstens/Van Ojik (d.d. 11 februari 2020) niet aan de orde. Het kabinet zal uiteraard de intern geleerde lessen toepassen bij toekomstige besluitvorming.
Financiƫn
De inzet van het Luchtverdedigings- en Commandofregat binnen het vlootverband was reeds begroot door Defensie. De additionele kosten die voortkomen uit de inzet van het schip in het oosten van de Middellandse Zee komen ten laste van het Budget Internationale Veiligheid. Deze kosten zijn geraamd op EUR 2,5 miljoen. Indien gebruik wordt gemaakt van kapitale munitie, dan komen ook deze kosten ten laste van het Budget Internationale Veiligheid.
De minister van Buitenlandse Zaken, De minister van Defensie,
T.B.W. Berendsen Dilan YeÅilgƶz-Zegerius