[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Westerveld over opvang op locaties op het water

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D13020, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 16:30, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2025Z20950:

Preview document (🔗 origineel)


Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) over opvang op locaties op het water.

Deze vragen werden ingezonden op 2 december 2025 met kenmerk 2025Z20950.

De Minister van Asiel en Migratie,

Bart van den Brink

Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de minister van Asiel en Migratie over opvang op locaties op het water

(ingezonden 2 december 2025, 2025Z20950)

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Opvang gaat te water, veiligheid blijft aan wal: een op de vijf asielschepen voldoet niet aan de eisen'?
1


Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2
Wat vindt u ervan de desbetreffende vastgoedondernemer in Terneuzen zich actief heeft gemengd met het verzet tegen het openen van een asielzoekerscentrum (azc), specifiek met winstbejag als doel, terwijl de gemeente al had gekozen voor een leegstaand bedrijfspand als opvanglocatie?


Antwoord op vraag 2

In algemene zin staat het iedere ondernemer vrij om locaties aan het COA of de gemeente aan te bieden. Tegelijkertijd zijn de signalen, zoals vermeld in de aangehaalde berichtgeving, zorgelijk en betreur ik deze ten zeerste.

Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, heeft het COA een aantal waarborgen ingebouwd om samen met een gemeente tot een locatiekeuze te komen. Het COA kijkt hierbij naar objectieve criteria, zoals de prijs van een eventuele ontwikkeling en de afstand tot voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. Vaak vergelijkt het COA, samen met de gemeente, verschillende locaties om tot een optimale locatiekeuze te komen.

Vraag 3
Deelt u de zorgen dat commerciële aanbieders door actieve beïnvloeding van bewoners en lokale politici besluiten over asielopvang kunnen sturen richting voor hen financieel aantrekkelijke, maar mogelijk minder veilige of realistische alternatieven? Acht u dit een risico voor de integriteit van het proces en voor de zorgvuldige democratische besluitvorming op lokaal niveau?


Antwoord op vraag 3

De signalen, zoals vermeld in het artikel, zijn zorgelijk. Voor zorgvuldige besluitvorming in de gemeente is het van essentieel belang dat lokale politici zonder last hun werk kunnen doen. Daarom is dit ook in de Grondwet en in de gemeentewet verankerd. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt daarnaast geïnvesteerd in de weerbaarheid en integriteit van het lokaal bestuur. Het Netwerk Weerbaar Bestuur ondersteunt politieke ambtsdragers wanneer zij te maken krijgen met oneigenlijke druk of beïnvloeding.

Verder is het in algemene zin noodzakelijk om minder afhankelijk te worden van commerciële aanbieders van noodopvang. In dit verband werkt het COA hard om de afhankelijkheid van noodopvang te verminderen. Door mijn ambtsvoorganger is toegezegd dat het COA de ruimte krijgt om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. Daarnaast zijn in het coalitieakkoord meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. De mogelijkheden voor langjarige planning door het COA worden hiermee vergroot. Hiertoe wordt voorlopig ook de spreidingswet in stand gehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd2. Wanneer er voldoende vast en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt de inzet van de spreidingswet overbodig.

Vraag 4
Bent u bereid om met gemeenten het gesprek aan te gaan over het risico van campagnes door commerciële scheepsexploitanten of vastgoedeigenaren die reguliere azc-plannen frustreren om hun eigen diensten te promoten? Zo nee, waarom niet?


Antwoord op vraag 4

In algemene zin is de insteek van het COA om dure noodopvangvoorziening zo snel mogelijk af te bouwen en te vervangen door reguliere opvang. Dit is goed voor de bewoners, de omgeving en is veel goedkoper. In dit proces onderhoudt het COA nauwe contacten met de gemeente over de verschillende belangen die spelen rondom de realisatie. Ongewenste beïnvloeding en commerciële belangen worden hier, indien noodzakelijk, ook in mee genomen.


Vraag 5
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de concurrentiestrijd door de toenemende vraag naar asielboten ten koste gaat van de veiligheid op de opvanglocaties op water? Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor?


Antwoord op vraag 5

Nee. Als het COA een opvanglocatie in gebruik neemt, dan wordt deze altijd gekeurd en veilig bevonden. Aanvullend worden schepen die gebruikt worden voor de opvang van asielzoekers periodiek gekeurd na ingebruikname.

Tegelijkertijd blijft het voor de asielzoekers, statushouders en de medewerkers van het COA wenselijk om minder afhankelijk te zijn van noodopvangplekken op het water. Door de hoge bezetting op COA-locaties, onder andere veroorzaakt door lange asielprocedures en onvoldoende uitstroom naar gemeenten van statushouders, zit de opvang overvol.

Vraag 6
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers en hoeveel statushouders op dit moment verblijven in een locatie op water?


Vraag 7
Kunt u aangeven hoeveel kinderen op dit moment verblijven op opvanglocaties op water en kunt u daarbij aangeven welke locaties dit zijn en of deze allemaal voldoen aan de wettelijke veiligheids- en pedagogische eisen?

Antwoord op vragen 6 en 7
Medio februari verbleven er ruim 6.200 asielzoekers en 2.700 statushouders in asielopvang op het water. Hiervan zijn 644 mensen jonger dan 18 jaar. Alle locaties voldoen aan de veiligheidseisen die gesteld zijn aan opvang op schepen. De schepen worden periodiek gekeurd. Een overzicht van de locaties is bijgevoegd aan dit schrijven. Alle schepen zijn gecertificeerd en voldoen aan alle geldende veiligheidseisen. De IL&T voert regelmatig inspecties uit. Eventuele aandachtspunten die tijdens deze controles worden geconstateerd, worden direct opgepakt en zo snel mogelijk verholpen.

Vraag 8
Klopt het dat volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ongeveer een vijfde van de gecontroleerde asielboten niet voldoet aan de veiligheidsregels, en dat in de afgelopen drie jaar in totaal 664 gebreken zijn geconstateerd? Zo ja, kunt u toelichten om welke typen veiligheidsrisico’s het hierbij gaat?


Antwoord op vraag 8

De schepen die het COA, maar ook gemeenten, gebruiken voor de opvang van Oekraïense ontheemden worden periodiek gekeurd. In deze keuringen komen aandachtspunten naar voren die, afhankelijk van de ernst, opgelost moeten worden voordat de keuring met goed gevolg doorlopen is. Het betrof voornamelijk operationele veiligheidsrisico’s van gedragsmatige aard, zoals tijdelijke obstakels in vluchtroutes of struikelgevaar door los geplaatste objecten. Brandveiligheid of constructieve veiligheid was daarbij niet in het geding. Alle signalen uit de keuringen zijn door het COA opgevolgd.

Vraag 9
Hoe is de deskundigheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sinds 2022 versterkt als het gaat om de kwaliteit van de asielopvang op locaties op water? Is er hierbij specifiek aandacht voor de veiligheid van kinderen? Zo ja, op welke manier?

Antwoord op vraag 9

Sinds 2022 is de deskundigheid van het COA op het gebied van de opvang op waterlocaties continu versterkt, met een speciale focus op de veiligheid van kinderen. De positie en begeleiding van kinderen in noodopvang, en met name de kinderen op de schepen die gebruikt worden voor opvang, worden voortdurend gemonitord en verbeterd. Dit sluit aan bij de bredere verbeteringen die doorgevoerd worden voor kinderen in de noodopvang, zoals beschreven in de brieven van 19 september 2025 en 6 november 20253.

Binnen de beperkingen van de beschikbare middelen heeft het COA onder andere geïnvesteerd in contactpersonen voor kinderen, de aanleg van rust- en recreatieruimtes, en de toeleiding naar onderwijs voor kinderen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor zwemveiligheid, waarbij bewoners worden geïnformeerd over de gevaren van water en verdrinking, en zwemlessen worden georganiseerd voor kinderen vanaf 5 jaar. Deze initiatieven dragen bij aan de algehele verbetering van de opvangkwaliteit voor kinderen, met specifieke aandacht voor hun veiligheid in een omgeving die mogelijk extra risico’s met zich meebrengt, zoals water en schepen.


Vraag 10
Klopt het dat exploitanten van cruiseboten jaarlijks gemiddeld 63.000 euro per opgevangen asielzoeker ontvangen en dit vele malen duurder is dan opvang in een azc? Zo ja, wat vindt u van de situatie waarbij het COA vanwege hun wettelijke taak noodgedwongen is om bij commerciële scheepsexpoitanten plekken af te nemen en de gestegen kosten voor rekening van de samenleving komen. Bent u het met ons eens dat dit ook afbreuk doet aan het draagvlak voor opvang?


Antwoord op vraag 10

Helaas is het COA nog steeds afhankelijk van dure noodopvang op schepen. Op veel plekken zien we dat er concrete ontwikkelingen lopen om deze noodopvang te vervangen door reguliere asielopvang danwel alternatieve noodopvang op land. Dit kost echter tijd omdat de reguliere of noodopvanglocatie vaak gebouwd of verbouwd moet worden. Het vervangen van noodopvang door reguliere opvang heeft de absolute prioriteit. Zoals toegezegd aan de kamer zal ik u hier periodiek over informeren.

Het COA werkt er hard aan om (kortdurende) noodopvang te vervangen door langjarige reguliere opvang en dat is inderdaad noodzakelijk voor het behoud en het creëren van draagvlak.

Vraag 11
Wat is uw appreciatie van het feit dat doordat boten niet openbaar worden aanbesteed, onderhandelaars hogere prijzen kunnen vragen en bent u hierover in gesprek met het COA?


Antwoord op vraag 11

Het COA heeft de afgelopen jaren het proces rondom het contracteren van schepen aangepast. In 2022 werden de schepen inderdaad na een korte marktanalyse direct gecontracteerd. Dit was toen noodzakelijk door het grote tekort aan opvangplekken. Momenteel worden alle nieuw te contracteren schepen aanbesteed.

Vraag 12
Deelt u de mening dat het voor zowel de veiligheid van asielzoekers, maar ook vanwege kostenaspect en draagvlak, zeer wenselijk is om asielopvang op het water af te schalen? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u daartoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 12

Ja. In de brief van 25 november jl.4 is nader toelichting gegeven op de wijze waarop de moties van de heer van Dijk en Van Nispen over het stoppen van commerciële noodopvang worden uitgevoerd en welke knelpunten hierbij worden ervaren. Zoals hierboven aangegeven kost het realiseren van reguliere opvangplekken tijd, waardoor het aantal noodopvangplekken nog niet direct kan worden afgebouwd. Tegelijkertijd stijgt het aantal reguliere opvangplekken gestaag, van circa 41.000 op 1 januari 2026 naar circa 51.000 plekken op 1 januari 2027. Zoals hierboven vermeld zal dit nog niet voldoende zijn. Het COA heeft ruimte om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. In het coalitieakkoord zijn meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. Hiermee worden de mogelijkheden voor langjarige planning door het COA vergroot. Daarnaast wordt tevens de spreidingswet voorlopig in standgehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd5. Wanneer er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt inzet van de spreidingswet overbodig.


  1. NRC, 18 november 2025, Opvang gaat te water, veiligheid blijft aan wal: een op de vijf asielschepen voldoet niet aan de eisen. www.nrc.nl/nieuws/2025/11/18/opvang-gaat-te-water-veiligheid-blijft-aan-wal-een-op-de-vijf-asielschepen-voldoet-niet-aan-de-eisen-a4912381↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025 – 2026, 19637 nr. 3519↩︎

  3. Kamerstuk 19637, nr. 3474, alsmede kamerstuk 19637, nr. 3495↩︎

  4. Kamerstuk 19637, nr. 3424, alsmede kamerstuk 36410, nr. 107↩︎

  5. Kamerstukken II, 2025 – 2026, 19637 nr. 3519↩︎