Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het niet meer individueel onderzoeken van alle DNA-monsters van wolven
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D13334, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 10:56, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z02720:
- Gericht aan: J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1407
Antwoord van staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 24 maart 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1239
1
Bent u ermee bekend dat Wageningen Environmental Research (WENR) wegens capaciteitsproblemen niet langer alle DNA-monsters die worden afgenomen na aanvallen op vee onderzoekt op welk individuele wolf het betreft?
Antwoord
Bij aanvallen op gehouden dieren doet Wageningen Environmental research (WEnR) in opdracht van de provincies in alle gevallen DNA-onderzoek naar de veroorzakende diersoort. Het provinciaal beleid ten aanzien van afname en testen van monsters, zoals beschreven in het Wolvenplan 2025 is ongewijzigd.1 Navraag bij de provincies als bevoegd gezag heeft dit bevestigd. Het DNA-onderzoek waarbij ook wordt bepaald welk individu van de betreffende veroorzakende soort betrokken was, is wel verminderd door een sterk toenemend aantal schadegevallen. Volgens de provincies is de huidige capaciteit bij WEnR voldoende om conform het provinciale Monitoringplan Wolf te voldoen aan de monitoringsverplichting die volgt uit de Habitatrichtlijn en eventuele juridische onderbouwing van de omgang met probleemwolven.
2
Klopt het dat hierdoor een deel van de monsters alleen nog wordt onderzocht op diersoort, maar niet meer op individueel dier?
Antwoord
Ja, dit is bevestigd door de provincies.
3
Zo ja, hoe kan dan nog worden bijgehouden welke wolven herhaaldelijk vee aanvallen en mogelijk als probleemwolf moeten worden aangemerkt?
Antwoord
Provincies hebben aangegeven dat het DNA-onderzoek waarbij ook wordt bepaald welke individuele wolf bij een aanval op vee betrokken was, zoals beschreven in het Wolvenplan 2025, nog steeds plaatsvindt bij een schademelding. Ongeacht of het vee achter wolfwerende rasters was gehuisvest.
4
Klopt het dat DNA-onderzoek op individueel dier bij aanvallen achter een goedgekeurd raster alleen nog plaatsvindt wanneer het raster volledig foutloos is bevonden?
Antwoord
Nee, zie het antwoord op vraag 3.
5
Deelt u de opvatting dat hiermee juist waardevolle informatie verloren gaat over wolven die ook rasters weten te omzeilen?
Antwoord
Die opvatting deel ik niet. Zie het antwoord op vraag 3.
6
Hoe gaat u uitvoering geven aan de aangenomen motie van het lid Van der Plas (Kamerstuk 33 118, nr. 314), waarin wordt verzocht wolven die meer dan één keer aantoonbaar een wolfwerend hek weten te omzeilen aan te merken als probleemwolf, wanneer door de huidige werkwijze niet langer van alle aanvallen wordt vastgesteld welk individueel dier het betreft en daarmee essentiële informatie ontbreekt om dit gedrag vast te stellen?
Antwoord
Het bepalen of er in een specifiek geval sprake is van een probleemwolf, is de bevoegdheid van de provincies. Conform de interventierichtlijnen uit het Wolvenplan 2025 wordt een wolf onder meer als probleemwolf aangemerkt als deze in een gebied in een gemeente of in een aangrenzende gemeente binnen een periode van tenminste twee weken tenminste twee keer vee aanvalt dat wordt beschermd door een goed functionerend raster dat voldoet aan de technische eisen uit de adviesnorm uit de provinciale faunaschade preventiekit wolven. Deze formulering is in lijn met de door u genoemde aangehouden motie. Het is aan de provincies als bevoegd gezag om te bepalen hoe kan worden vastgesteld of aan deze criteria wordt voldaan.
7
Bent u bekend met het feit dat voor de nieuwe aanbesteding voor DNA-onderzoek slechts WENR en één commercieel laboratorium hebben ingeschreven en dat het commerciële bedrijf zijn afgewezen omdat zij niet aan de gestelde eisen voldeden?
Antwoord
Uit navraag bij de provincies is naar voren gekomen dat zij op dit moment een aanbestedingsprocedure hebben lopen. Tijdens de marktconsultatie via tendernet hebben zich twee partijen gemeld, waarvan een zich gedurende de procedure heeft teruggetrokken.
8
Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat WENR momenteel al kampt met capaciteitsproblemen en dat ook voldoende capaciteit een eis zou moeten zijn?
Antwoord
Zoals bij de beantwoording op vraag 1 is aangegeven, is volgens de provincies de huidige capaciteit bij WEnR voldoende om te voldoen aan de wettelijke monitoringsverplichting en eventuele juridische onderbouwing van de omgang met probleemwolven. Dit zal uiteraard ook in de toekomst gecontroleerd blijven worden.
9
Kunt u toelichten op welke punten het commerciële laboratorium niet voldeed en welke oplossingen u ziet om te zorgen dat wél alle DNA-monsters volledig onderzocht kunnen worden, bij dit commerciële bedrijf of elders?
Antwoord
Zie het antwoord op de vragen 7 en 8.
10
Voldoet Nederland nog aan de monitoringsverplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn wanneer niet langer van alle monsters wordt vastgesteld om welk individueel dier het gaat, gezien het feit dat Nederland ervoor heeft gekozen om via DNA-monitoring invulling te geven aan deze verplichtingen? Kunt u hierop een juridische toelichting geven?
Antwoord
Ja, Nederland voldoet voor het monitoren van wolven aan de vereisten van de Habitatrichtlijn. Het provinciale beleid, zoals beschreven in het Wolvenplan 2025, is ongewijzigd en daarmee test Nederland meer dan is vereist voor verplichtingen vanuit de Habitatrichtlijn. Dna-monitoring is geen Europese verplichting.
11
Deelt u de zorg dat bij een verdere toename van het aantal wolven en het aantal aanvallen op vee dit systeem volledig onhoudbaar wordt als de capaciteit niet wordt uitgebreid?
Antwoord
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 1, is er op basis van de door de provincies verstrekte informatie voor mij geen aanleiding tot zorg.
12
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is van de toezegging en wanneer daadwerkelijk meer wolven zullen worden gezenderd, gezien het feit dat u heeft eerder toegezegd dat zoveel mogelijk wolven in Nederland zouden worden gezenderd?
Antwoord
Zoals aangegeven in de beantwoording van vragen van uw Kamer (Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 580) is het aan de provincies of RVO om structurele zenderprogramma’s door middel van vergunningen of maatwerkvoorschriften mogelijk te maken. Momenteel lopen bij de provincies Utrecht en Gelderland aanvragen voor zenderonderzoek. Ik volg deze ontwikkelingen met grote interesse.
13
Klopt het dat in Nederland nog geen vergunningen worden afgegeven voor het gebruik van de soft close pootklem voor het vangen van wolven voor onderzoek, terwijl deze methode in andere Europese landen wel veelvuldig wordt toegepast?
Antwoord
Ja, dat is correct.
14
Welke Europese regelgeving belemmert dit precies en waarom wordt het gebruik van soft-close pootklemmen in andere lidstaten door deze regelgeving niet belemmerd maar in Nederland wel?
Antwoord
De EU heeft een verbod ingesteld op het gebruik van wildklemmen voor het vangen van wilde dieren (Verordening (EEG) nr. 3254/91). Dit verbod is neergelegd in artikel 11.72, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit geldt in principe ook voor het gebruik van pootklemmen voor het vangen van wolven. Volgens de Europese Commissie kan evenwel bij uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring van diersoorten – waaronder zenderen kan worden begrepen - het gebruik van pootklemmen worden toegestaan, in het licht van de doelstelling van Verordening (EEG) 3254/91 om de instandhouding van diersoorten te verbeteren.2 De pootklem kan dus niet worden gebruikt om dieren te vangen met als doel om bijvoorbeeld dieren af te schrikken of bepaald gedrag te beïnvloeden. Mij zijn geen gegevens bekend over het gebruik van pootklemmen bij wolvenonderzoek in andere lidstaten.
15
Bent u bereid te bezien hoe deze belemmeringen kunnen worden weggenomen, zodat de meest diervriendelijke vangmethode kan worden ingezet om wolven te zenderen en daarmee de druk op DNA-monitoring kan verminderen?
Antwoord
Zoals ik het antwoord op vraag 14 heb aangegeven, zijn er geen belemmeringen voor het gebruik van pootklemmen voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring van wolven. Ik volg de ontwikkelingen bij de provincies met interesse.
Mededeling van de Europese Commissie, Richtsnoeren inzake de strikte bescherming van diersoorten van communautair belang uit hoofde van de habitatrichtlijn, C/2021/730, bijlage III, PbEU C 496, blz. 115.↩︎