Antwoord op vragen van het lid Armut over het bericht 'Seksueel wangedrag op school: 'Ik denk dat we niet half weten hoeveel het voorkomt''
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D13431, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 11:42, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Mede ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z03533:
- Gericht aan: K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1410
Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 24 maart 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Seksueel wangedrag op school: “Ik denk dat we niet half weten hoeveel het voorkomt”’?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat het aantal meldingen bij de vertrouwensinspecteurs over seksueel grensoverschrijdend gedrag al meerdere jaren toeneemt?
Antwoord 2
Al langer zien we een stijging in het aantal dossiers bij de vertrouwensinspecteurs.2 Ook in het schooljaar 2024-2025 nam het aantal dossiers over seksueel misbruik en seksuele intimidatie toe. Het is niet bekend of de toename van het aantal dossiers één op één veroorzaakt wordt doordat het aantal incidenten toeneemt. Mogelijke andere verklaringen voor de toename in het aantal meldingen zijn dat melders de vertrouwensinspecteurs beter weten te vinden, dat er een groter vertrouwen is om te melden, dat seksueel grensoverschrijdend gedrag meer aandacht krijgt of dat de meld- overleg- en aangifteplicht bij een vermoeden van seksueel misbruik of mishandeling meer bekendheid krijgt. Los van de precieze verklaring van de stijging neemt het kabinet het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag uiteraard zeer serieus.
Vraag 3
Kunt u de betreffende cijfers over de afgelopen vijf jaar verstrekken,
uitgesplitst naar primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo en kunt
u daarbij tevens aangeven hoeveel meldingen betrekking hebben op het
gedrag van (a) leerlingen onderling en (b) medewerkers richting
leerlingen?
Antwoord 3
In de onderstaande tabel is een overzicht te vinden van het aantal dossiers bij de vertrouwensinspecteurs met tussen haakjes (x) het aantal dossiers waarbij het ging om een met taken belast persoon.3 De cijfers zijn per sector (primair onderwijs, voortgezet onderwijs, gespecialiseerd onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) uitgesplitst naar schooljaar en het soort grensoverschrijdend gedrag.4, 5
| PO | VO | GO | MBO | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schooljaar | Seksueel misbruik | Seksuele intimidatie | Seksueel misbruik | Seksuele intimidatie | Seksueel misbruik | Seksuele intimidatie | Seksueel misbruik | Seksuele intimidatie |
| 2020-2021 | 25 (17) | 87 (33) | 50 (40) | 72 (49) | 9 (5) | 7 (4) | 4 (3) | 8 (6) |
| 2021-2022 | 39 (22) | 69 (33) | 79 (47) | 140 (99) | 9 (1) | 27 (12) | 10 (7) | 23 (20) |
| 2022-2023 | 52 (31) | 113 (45) | 72 (41) | 150 (104) | 14 (10) | 33 (13) | 8 (5) | 15 (13) |
| 2023-2024 | 31 (21) | 134 (52) | 42 (28) | 111 (80) | 12 (4) | 24 (11) | 5 (5) | 15 (10) |
| 2024-2025 | 51 (36) | 157 (56) | 99 (52) | 113 (77) | 14 (4) | 31 (17) | 9 (6) | 13 (12) |
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat het zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat
jongeren die te maken krijgen met seksueel overschrijdend gedrag geen
melding doen omdat ze denken dat het niet erg genoeg was, zich schamen,
of geen vertrouwen hebben in de opvolging van de melding?
Antwoord 4
Ja, daar is het kabinet het mee eens. Het is al afschuwelijk dat jongeren te maken krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag en nog erger als ze daar vervolgens geen melding van durven te doen. Deze jongeren moeten de juiste ondersteuning krijgen en er op kunnen vertrouwen dat meldingen zorgvuldig worden opgevolgd.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het functioneren van het huidige meld- en
opvolgingssysteem?
Vraag 7
Herkent u het beeld dat jongeren niet goed herkennen wat seksueel
grensoverschrijdend gedrag is en daardoor geen melding doen terwijl er
mogelijk wel sprake is van seksueel overschrijdend gedrag?
Antwoord 5 en 7
Het huidige meld- en opvolgingssysteem functioneert onvoldoende. Uit eerdere onderzoeken in opdracht van het ministerie van OCW uit 2020 en 2023 bleek dat het aandeel leerlingen dat géén melding maakte van seksueel grensoverschrijdend gedrag daalde. Toch maken veel leerlingen nog steeds geen melding wanneer zij seksueel grensoverschrijdend gedrag ervaren. 20% van de leerlingen in het primair onderwijs dat aangaf seksueel grensoverschrijdend gedrag te ervaren, meldde dit niet. In het voortgezet onderwijs betrof dit 38% van de leerlingen.6 Daarbij gaf 61% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs die een melding hadden gemaakt, aan dat daar niets mee was gedaan. 15% van de studenten in het mbo dat aangaf het slachtoffer te zijn geweest van seksuele intimidatie, maakte een melding. In de helft van deze gevallen heeft de mbo-instelling iets met de melding gedaan, melden de slachtoffers. Uit deze onderzoeken kwam ook naar voren dat seksualiteit vaak nog een beladen onderwerp is op school en leerlingen en studenten zich niet altijd bewust zijn van de grens tussen geaccepteerd en grensoverschrijdend gedrag.
Vraag 6
Welke concrete maatregelen bent u bereid te nemen om de meldbereidheid
onder jongeren te vergroten en het vertrouwen in opvolging te versterken
en kunt u daarbij aangeven op welke termijn deze maatregelen effect
moeten hebben?
Vraag 8
Bent u bereid om maatregelen te nemen, zowel voor leerlingen in het
primair onderwijs, voortgezet onderwijs als het mbo, om ervoor te
zorgen dat de bewustwording bij jongeren over seksueel overschrijdend
gedrag wordt vergroot? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u voor
beide groepen nemen?
Antwoord 6 en 8
Het kabinet zich met een breed pakket van maatregelen in om seksueel grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs te voorkomen en aan te pakken. Dit gebeurt op verschillende niveaus.
Allereerst zet het kabinet in op preventie. De VO-raad werkt vanuit de Alliantie tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag aan een doorvertaling van de handreiking ‘Cultuurverandering op de werkvloer’ van regeringscommissaris Hamer.7 Daarmee wordt ingezet op het ondersteunen van scholen bij het beleid tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en het werken aan een veilige cultuur. Ook versterken we het bewustzijn over grenzen en seksueel grensoverschrijdend gedrag met de nieuwe conceptkerndoelen voor het primair en voortgezet onderwijs. Daarin is aandacht voor het bespreekbaar maken van wensen en grenzen, voor relationele en seksuele ontwikkeling en het stimuleren van veilige sociale omgang, weerbaarheid, samenwerking en conflicthantering. In het voortgezet onderwijs is daarbij in het bijzonder ook aandacht voor het belang van consent, respect voor wensen en grenzen van zichzelf en de ander en wat te doen bij grensoverschrijding, geweld en misbruik.
Ten tweede versterkt het kabinet het zicht dat scholen hebben op seksueel grensoverschrijdend gedrag. Met het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs worden scholen in het funderend onderwijs verplicht seksueel grensoverschrijdend gedrag te registreren en in het voortgezet (speciaal) onderwijs te monitoren. Deze signalen moet de school betrekken in de evaluatie van het veiligheidsbeleid.8 Ook moet elke school een interne en externe vertrouwenspersoon hebben, die leerlingen ondersteunen bij het maken van een melding. Ten slotte wordt de reeds bestaande meld- en overlegplicht bij seksuele misdrijven voor het hele onderwijs uitgebreid naar seksuele intimidatie en naar meerderjarige leerlingen en studenten. Daarmee zorgen we ervoor dat scholen sneller zicht krijgen op seksueel grensoverschrijdend gedrag en signalen daarvan opvolgen. In het vervolgonderwijs wordt gewerkt aan een soortgelijk wetsvoorstel, dat de plicht om te zorgen voor een veilige omgeving voor iedereen die studeert, onderzoekt of werkt op een Nederlandse onderwijsinstelling wettelijk verankert en expliciteert. Naast deze wettelijke plichten kunnen scholen nu ook al gebruik maken van het vlaggensysteem van Movisie dat bijdraagt aan het voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder leerlingen. Stichting School & Veiligheid werkt met Movisie aan een doorvertaling van dit systeem om signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van onderwijspersoneel richting leerlingen of studenten eerder te duiden en op te pakken. Deze ondersteuning is beschikbaar voor het funderend onderwijs en het mbo.
Ten slotte zet regeringscommissaris Hamer zich samen met de MBO Raad, VO-raad en PO-Raad in voor een doorlopende en samenhangende aanpak om bestuurders in het funderend onderwijs en mbo bewuster te maken van de ervaringen van hun leerlingen en studenten met seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Vraag 9
Herkent u signalen dat scholen in sommige gevallen terughoudend zijn met
het melden van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de
vertrouwensinspecteur?
Antwoord 9
Ja, wij herkennen dat dit een lastig en ingewikkeld onderwerp is en dat scholen soms terughoudend zijn om in overleg te treden met de vertrouwensinspecteurs.
Tegelijkertijd mag van onderwijspersoneel als professionals die werken met leerlingen en studenten in een afhankelijkheidssituatie, verwacht worden dat zij altijd melding doen wanneer zij kennis of vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben. Het is van het grootste belang dat leerkrachten, schoolleiders en schoolbesturenverantwoordelijkheid nemen en niet wegkijken. In dat kader wordt de meld- en overlegplicht seksuele misdrijven uitgebreid naar seksuele intimidatie en meerderjarige leerlingen en studenten. Het is de taak van schoolleiders en schoolbesturen om zorg te dragen voor een omgeving waarbinnen leerkrachten een dergelijke melding ook veilig kúnnen doen.
Bij de implementatie van het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs zal door Stichting School & Veiligheid ondersteuning geboden worden aan scholen om seksueel grensoverschrijdend gedrag te herkennen, te bespreken en daar adequaat op te reageren.
NOS, 18 februari 2026, ‘Seksueel wangedrag op school: “Ik denk dat we niet half weten hoeveel het voorkomt”’, (https://nos.nl/artikel/2603003-seksueel-wangedrag-op-school-ik-denk-dat-we-niet-half-weten-hoeveel-het-voorkomt). ↩︎
De cijfers van de vertrouwensinspecteurs gaan over het aantal dossiers dat zij hebben geregistreerd. De vertrouwensinspecteurs voegen meldingen van verschillende melders over dezelfde casus bij een onderwijsinstelling samen tot een dossier.↩︎
Onder «een met taken belast persoon» worden alle personen verstaan die taken of werkzaamheden verrichten ten behoeve van de onderwijsinstelling. Dat betreft personeel, maar ook personen zonder
formele dienstovereenkomst met de school zoals stagiairs of vrijwilligers.↩︎
Inspectie van het Onderwijs (2025). Dossiers vertrouwensinspecteurs in het onderwijs 2024-2025, bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 29240, nr. 178.↩︎
Inspectie van het Onderwijs (2022). Meldingen vertrouwensinspecteurs in het onderwijs schooljaar 2021/2022.↩︎
Bureau Beke en ResearchNed (2020). Seksueel grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs, bijlage bij Kamerstukken II 2020/21, 35 570 VIII, nr. 91, p. 58.
ResearchNed (2023). Seksueel grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs, bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 29 240, nr. 133, p. 35-36.↩︎
De Alliantie tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag bestaat uit de PO-raad, de VO-Raad, de MBO raad, Stichting School & Veiligheid, de vertrouwensinspecteurs en OCW.↩︎
Onder het funderend onderwijs worden het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs verstaan.↩︎