[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD 19/3) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D14387, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 09:38, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Staat van de infrastructuur

Staat van de infrastructuur

Aan de orde is het tweeminutendebat Staat van de infrastructuur (CD d.d. 19/03).

De voorzitter:
Daarmee zijn we aangekomen bij het tweeminutendebat Staat van de infrastructuur. Ik heet de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom in ons midden. Ik zie mevrouw Van der Plas bij de interruptiemicrofoon. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat klopt. Ik heb helaas het commissiedebat niet kunnen bijwonen, maar wil wel graag dit tweeminutendebat bijwonen. Daar moet ik formeel toestemming voor vragen aan de rest van de Kamer.

De voorzitter:
Ik kijk of daar hartgrondige bezwaren tegen zijn. Ik zie dat dat niet het geval is. Dan wordt u toegevoegd aan de lijst, mevrouw Van der Plas.

Als eerste is het woord aan de heer Heutink voor zijn inbreng bij dit tweeminutendebat namens de Groep Markuszower.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, dank voor het zo snel inplannen van dit debat.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een grote opgave ligt op infrastructuur;

overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat er te weinig middelen zijn om alle ambities op infrastructuur waar te maken;

overwegende dat het geld dat beschikbaar is voor infrastructuur zo efficiënt en effectief mogelijk moet worden ingezet;

verzoekt de regering om de beschikbare middelen, inclusief de middelen die in het coalitieakkoord voor infrastructuur ter beschikking zijn gesteld, zo goed en zo snel mogelijk aan het werk te zetten voor Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en Bikkers.

Zij krijgt nr. 42 (36800-A) (#1).

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen jaren weinig vooruitgang is geboekt ten aanzien van de MIRT-projecten;

constaterende dat de infrastructuur in Nederland mede door de gepauzeerde MIRT-projecten aan het vastlopen is;

van mening dat er keihard gewerkt moet worden om de bestaande MIRT-projecten zo snel als mogelijk uit te voeren en af te ronden;

verzoekt de regering om in het vervolg, alvorens ze een nieuw MIRT-project toevoegt, zeker twee MIRT-projecten af te ronden, zodat de doorstroom van de Nederlandse infrastructuur de gewenste vooruitgang krijgt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 43 (36800-A) (#2).

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het steeds drukker wordt op de Nederlandse wegen en het fileprobleem daardoor met de jaren toeneemt en zal toenemen;

van mening dat het daarom noodzakelijk is om nieuwe wegen aan te leggen om de toestroom van alle auto's op de weg aan te kunnen;

verzoekt de regering om per kalenderjaar zeker één wegaanlegproject te realiseren en daarbij de focus te leggen op de fileknelpunten in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heutink.

Zij krijgt nr. 44 (36800-A) (#3).

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben heel benieuwd waar het kabinet mee komt in het debat over de strategische keuzes inzake bereikbaarheid. Daar wens ik het kabinet alle wijsheid bij.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zalinyan voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik neem vandaag even waar voor mijn collega De Hoop, die namens nu nog GroenLinks-PvdA het debat heeft gevoerd, maar niet bij deze afronding kan zijn. Er is tijdens het debat veel gewisseld over prioriteiten, maar ook over het feit dat er echt geld bij moet en over de vraag wie voor onze infrastructuur betaalt en wie daarvan profiteert. Om daar meer duidelijkheid over te krijgen, heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten voor onderhoud en vervanging van onze infrastructuur de beschikbare budgetten fors overstijgen;

overwegende dat de minister heeft aangegeven op zoek te gaan naar mogelijkheden om "de koek te vergroten" en "baathebbers meer te laten bijdragen";

overwegende dat nu onduidelijk is hoe maatschappelijke kosten zoals die voor aanleg en onderhoud, maatschappelijke en particuliere baten en het leveren van een bijdrage in de vorm van belastingen en accijnzen zijn verdeeld over gebruikers van onze infrastructuur;

verzoekt de regering om te laten onderzoeken hoe maatschappelijke kosten zoals die voor aanleg en onderhoud en het door gebruikers leveren van een bijdrage in de vorm van belastingen en accijnzen, zijn verdeeld over enkele voorbeelden van typische groepen gebruikers, zoals bijvoorbeeld langeafstandstransport, forenzen, gezinnen, kleine ondernemers met een bestelbus, bezorgdiensten, elektrisch versus fossiel et cetera,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en De Hoop.

Zij krijgt nr. 45 (36800-A) (#4).

Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Bikkers voor zijn inbreng namens de VVD.

De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in Nederland een grote opgave ligt op het gebied van infrastructuur;

overwegende dat het van belang is om in deze kabinetsperiode zo veel mogelijk infrastructuurprojecten daadwerkelijk te realiseren;

overwegende dat bij de prioritering van projecten ook de realiseerbaarheid binnen de looptijd van de kabinetsperiode een relevante factor is;

verzoekt de regering om in het afwegingskader voor infrastructuurprojecten expliciet rekening te houden met de periode waarbinnen projecten kunnen worden gerealiseerd, zodat projecten die binnen de kabinetsperiode uitvoerbaar zijn waar mogelijk prioriteit krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.

Zij krijgt nr. 46 (36800-A) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat infrastructuur de ruggengraat vormt van onze samenleving en economie en daarmee van cruciaal belang is voor het behoud en de versterking van de economische ontwikkeling in Nederland in alle sectoren;

overwegende dat duurzame economische groei, waaronder een structurele economische groei van circa 1,5%, van groot belang is voor de welvaart, de werkgelegenheid en het verdienvermogen van Nederland;

verzoekt de regering om in het afwegingskader voor infrastructuurprojecten expliciet rekening te houden met de bijdrage die projecten leveren aan de economische ontwikkeling en het verdienvermogen van Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.

Zij krijgt nr. 47 (36800-A) (#6).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Eerst maar eens een motie, en dan nog een hartenkreet.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de infrastructurele opgaven waar Nederland voor staat enorm zijn en dat de instandhoudingsopgave groter is dan ooit;

overwegende dat er veel te weinig middelen beschikbaar zijn om alle infrastructurele opgaven uit te voeren en er daarom keuzes gemaakt moeten worden;

overwegende dat dit niet mag leiden tot uitstel van vervanging en vernieuwing van voor het veilig voortbestaan van (delen van) Nederland essentiële kunstwerken, zoals het spui- en gemaalcomplex bij IJmuiden;

verzoekt de regering om in het aangekondigde afwegingskader instandhouding en veiligheid voorop te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stoffer.

Zij krijgt nr. 48 (36800-A) (#7).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Mijn hartenkreet is als volgt. Nu denk ik met deze motie mee in een schaarsteprobleem dat misschien niet helemaal opgelost had kunnen worden door de coalitie, maar dat wel minder prangend had kunnen zijn als de prioriteiten anders waren gelegd. Structureel wordt er 1,5 miljard extra uitgetrokken voor Onderwijs, voor OCW, maar slechts 0,5 miljard — dat is maar 500 miljoen — extra per jaar voor IenW. Wat heb je aan een brede brugklas als die overstroomt doordat de sluis bij IJmuiden faalt? Wat heb je daar nou aan? Ik vind dus dat de coalitie de prioriteiten verkeerd heeft verdeeld. Ik roep het kabinet, maar ook de coalitie, op om de intensiveringen opnieuw tegen het licht te houden: is dat wel zo jofel gedaan? Mijn oordeel is dat dat niet zo is. Als we dit beter verdelen, dan wordt het schaarstevraagstuk bij IenW minder prangend. Het is niet maar een hobby van IenW; het is een instandhoudingsopgave die belangrijk is voor het voortbestaan van Nederland. Dat wil ik graag bij dezen nog eens even met nadruk neerleggen. Ik ben natuurlijk ook benieuwd naar de reactie van deze bewindspersonen. Zij zullen natuurlijk binnen de lijntjes van het coalitieakkoord moeten kleuren, maar tegelijkertijd roep ik hen op om die lijntjes wel op te zoeken.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Emiel van Dijk voor zijn inbreng namens de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De PVV maakt zich ernstige zorgen over de houding van dit kabinet als het gaat om het bekostigen van het onderhoud van de infrastructuur. We moeten koste wat kost voorkomen dat burgers belastingverhogingen te verduren krijgen voor zaken waarvoor ze vaak al decennialang betaald hebben, zoals wegen, treinsporen en noem maar op. In dat kader heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er jaarlijks vele miljarden euro's aan wegenbelasting of motorrijtuigenbelasting door de overheid worden opgehaald;

overwegende dat deze belastingen in de algemene middelen verdwijnen en niet ten goede komen aan het verbeteren en onderhouden van onze wegen, sporen, bruggen et cetera;

van mening dat we het geld moeten uitgeven voor de doelen waarvoor het wordt opgehaald;

verzoekt de regering om van de motorrijtuigenbelasting een doelbelasting te maken en deze opbrengsten enkel ten goede te laten komen aan het onderhoud en de aanleg van infrastructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Vlottes.

Zij krijgt nr. 49 (36800-A) (#8).

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dan een hele belangrijke motie. Het kabinet heeft in zijn laatste brief aangegeven dat het overweegt om huiseigenaren mee te laten betalen aan de aanleg en het onderhoud van infrastructuur. Wij vinden het van de zotte dat dat überhaupt bediscussieerd wordt in dit huis. Mensen betalen zich helemaal, helemaal krom aan belastingen — inkomstenbelasting, energiebelasting, wegenbelasting; je kunt het zo gek niet verzinnen — en dan verwachten zij gewoon dat de overheid ervoor zorgt dat de wegen worden onderhouden, dat de bruggen worden onderhouden, dat de sporen er goed bij liggen. Dan moeten we dus niet met voorstellen komen of met ideeën gaan lopen spelen om die belastingen nog verder te verhogen en om zelfs de waardestijging van woningen van mensen af te romen. In dat kader heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet van plan is om huiseigenaren mee te laten betalen aan infrastructuurprojecten door de waardestijging van hun woning af te romen, al dan niet indirect middels een verhoging van de ozb bij gemeenten;

van mening dat we in plaats van zwaardere belastingen voor huishoudens juist zouden moeten pleiten voor belastingverlagingen, zodat mensen weer wat lucht krijgen en wat ruimte in hun portemonnee;

verzoekt de regering om ondubbelzinnig afstand te nemen van plannen, fiscale maatregelen of andere trucjes die een beslag leggen op (on)gerealiseerde waardestijgingen van de woningen van mensen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Vlottes.

Zij krijgt nr. 50 (36800-A) (#9).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer voor zijn inbreng namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Twee moties. Die luiden als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat eventuele apparaatstaakstellingen niet ten koste mogen gaan van de noodzakelijke uitvoeringscapaciteit bij Rijkswaterstaat voor onder meer voortvarende uitvoering van de instandhoudingsopgave;

verzoekt de regering in kaart te brengen wat de huidige en eventuele nieuwe apparaatstaakstelling voortvloeiende uit het coalitieakkoord betekent voor de uitvoeringscapaciteit en maakbaarheid bij Rijkswaterstaat, en de Kamer hierover binnen twee maanden te informeren;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor instandhouding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Grinwis.

Zij krijgt nr. 51 (36800-A) (#10).

De heer Stoffer (SGP):
Dan de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege financiële tekorten noodzakelijke reparaties van het wegdek niet tijdig uitgevoerd kunnen worden;

overwegende dat via het coalitieakkoord voor 2031 tot en met 2035 jaarlijks 1,1 miljard euro beschikbaar wordt gesteld voor met name beheer en onderhoud van infrastructuur, en 0,5 miljard euro structureel;

verzoekt de regering door middel van een kasschuif een deel van de via het coalitieakkoord gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud beschikbaar te stellen voor noodzakelijke reparaties bij en onderhoud van wegen, kunstwerken en andere infrastructuur in de periode 2026 tot en met 2030, zodat uitstel met bijbehorende maatschappelijke en economische gevolgen voorkomen kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Grinwis.

Zij krijgt nr. 52 (36800-A) (#11).

De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Leijen voor zijn inbreng namens D66.

De heer Van Leijen (D66):
Dank u, voorzitter. Onze infrastructuur is in slechte staat en dat is een urgent probleem. Ik ben er daarom erg blij mee dat we deze week al dit tweeminutendebat kunnen houden met elkaar. Ik heb daar één motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de uitvoerbaarheid van groot belang is in de prioritering van verschillende infrastructuurprojecten;

overwegende dat we deze kabinetsperiode zo veel mogelijk infrastructuurprojecten willen realiseren in Nederland;

verzoekt de regering om bij het afwegingskader het aspect van uitvoerbaarheid te betrekken, waarbij er in ieder geval wordt gekeken naar financiën en milieuruimte;

verzoekt de regering om voor het uitvoeren van projecten voldoende uitvoeringscapaciteit te organiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.

Zij krijgt nr. 53 (36800-A) (#12).

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra namens het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een grote instandhoudingsopgave is voor zowel Rijkswaterstaat als ProRail;

constaterende dat het daarom van belang is om prioriteiten te stellen;

overwegende dat het van belang is om binnen de prioriteitsopgave werk met werk te maken, zodat je middelen en doelen efficiënt kunt samenbrengen;

overwegende dat Europa stappen wil zetten op het gebied van de TEN-T-corridors;

verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van infrastructurele projecten de meekoppelende belangen op het gebied van woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie (dual-use) mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra, Stoffer, Van Leijen en Grinwis.

Zij krijgt nr. 54 (36800-A) (#13).

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
In mijn tweede motie verzoek ik de regering om in het afwegingskader ook brede welvaart mee te nemen als een van de kaders in het grote geheel van de afwegingen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de rapporten van Wennink en Draghi benadrukken dat duurzame economische groei en maatschappelijk verdienvermogen onlosmakelijk samenhangen;

overwegende dat het bredewelvaartskader deze samenhang expliciet maakt, doordat investeringen bijdragen aan zowel economische kracht als leefbaarheid, gezondheid en regionale ontwikkeling;

verzoekt de regering om in het afwegingskader voor de prioritering van infrastructurele projecten het bredewelvaartskader mee te wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boelsma-Hoekstra en De Hoop.

Zij krijgt nr. 55 (36800-A) (#14).

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas namens de BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heb één motie en een vraag. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de vervanging van de Gerrit Krolbrug in Groningen voor de tijdelijke overbrugging voor fiets- en voetgangersverkeer minimaal drie jaar nodig zal zijn;

constaterende dat er een alternatief plan ligt voor een gescheiden tijdelijke fiets- en voetgangersverbinding waarmee belemmeringen worden voorkomen en de kosten uitkomen op circa 6 miljoen in plaats van 11 miljoen;

overwegende dat infrastructuur niet alleen op kosten, maar ook op bereikbaarheid, leefbaarheid en economische gevolgen moet worden beoordeeld;

verzoekt de regering om de besluitvorming over de tijdelijke fiets- en voetgangersbrug bij de Gerrit Krolbrug te baseren op deze geactualiseerde gegevens en het alternatieve plan met gescheiden verbinding als uitgangspunt te nemen;

verzoekt de regering om de Kamer vóór het eerstvolgende commissiedebat over dit dossier te informeren over de uitkomst van deze herbeoordeling en de financiële en maatschappelijke afweging daarbij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 56 (36800-A) (#15).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan had ik nog een vraag aan de minister. Eind januari heeft BBB een volledig gedekte motie ingediend, die ook breed in de Kamer is aangenomen, om de problemen rond de N50 bij Kampen aan te pakken, ook wel de dodenweg genoemd. Ik zou graag willen weten hoe het staat met de uitvoering van deze motie en met de tussenscheiding op de N50. Ook zou ik de minister willen vragen of hij inmiddels al gesprekken heeft gevoerd met de burgemeester van Kampen. Zo ja, kan de minister daar wat over zeggen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Goudzwaard namens JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland voor een instandhoudingsopgave met een tekort van 80 miljard euro staat;

constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd;

constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren;

overwegende dat er assets zoals kunstwerken zijn die deel zijn van verkeersaders die als flessenhals werken;

overwegende dat bij uitval van deze assets de bereikbaarheid van een regio of een belangrijke economische verkeersader ernstig in het geding is;

verzoekt de regering de impact op de bereikbaarheid mee te wegen bij de prioritering van de instandhoudingsopgave,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 57 (36800-A) (#16).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland voor een onderhouds- en vervangingsopgave met een tekort van 80 miljard euro staat;

constaterende dat hier niet voldoende middelen voor zijn gereserveerd;

constaterende dat de regering hierdoor ook binnen de instandhoudingsopgave moet prioriteren;

overwegende dat het verlengen van de levensduur in plaats van het tijdig vernieuwen van het kunstwerk uiteindelijk tot meer kosten kan leiden;

verzoekt de regering bij het afwegingskader mee te nemen dat dure correctieve en levensduurverlengende maatregelen zo veel mogelijk worden voorkomen bij kunstwerken die het einde van hun levensduur naderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 58 (36800-A) (#17).

Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 14.55 uur voor de voorbereiding van de beantwoording door het kabinet.

De vergadering wordt van 14.45 uur tot 14.57 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Excuus dat we twee minuutjes later waren.

De voorzitter:
Dat is u vergeven.

Minister Karremans:
Er waren veel moties ingediend. Dat snappen wij natuurlijk goed en dat is ook terecht; waarvoor dank. Als bewindspersonen op IenW hebben we de Kamer namelijk niet voor niets gevraagd om input te geven voor het afweegkader dat wij moeten maken, want we moeten en zullen gaan afwegen. Wij zijn de Kamer dus zeer erkentelijk.

Ik begin met de vraag van mevrouw Van der Plas, dan kom ik bij de hartenkreet van de heer Grinwis en daarna kom ik tot de appreciatie van de moties.

Met betrekking tot de motie over de N50, deel ik de stand van zaken. We hebben Rijkswaterstaat nu opdracht gegeven om te bekijken wat er met 40 miljoen extra haalbaar is rond de realisatie van fysieke rijbaanonderscheiding tussen Kampen en Ramspol en onder welke voorwaarden dat kan. Die opdracht is uitgezet. Als daar voortgang op is, zullen we de Kamer daar verder over informeren. Ik heb nog geen gesprek gehad met de burgemeester van Kampen, maar voordat mevrouw Van der Plas bij de interruptiemicrofoon vraagt of ik dat wil doen, zeg ik dat alvast toe. Dat zal ik gaan doen.

Dan kom ik op de hartenkreet van de heer Grinwis. Die gaat erover dat wij ons best gaan doen voor IenW — dat werd al door de heer Stoffer gezegd bij het debat over de regeringsverklaring — maar dat ik te strak in mijn pak zit. U kunt dat zelf controleren. Wij gaan natuurlijk ons best doen om te vechten voor het belang van IenW. Dat kunnen we toezeggen aan de heer Grinwis.

Wat zit u naar mij te lachen, voorzitter?

Dan kom ik bij de appreciatie van de moties, allereerst de motie van de heer Heutink op stuk nr. 42. Die verzoekt de regering om de beschikbare middelen, inclusief de middelen die in het coalitieakkoord voor infrastructuur ter beschikking zijn gesteld, zo goed en snel mogelijk aan het werk te zetten voor Nederland. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Dat is dus de motie op stuk nr. 42. Wij willen het beschikbare geld zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten. Ik denk dat dit een goede oproep is. Dat betekent ook dat we kunnen schuiven naar projecten waar we nú het verschil kunnen maken. De motie op stuk nr. 42 krijgt dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 43 is ook van de heer Heutink. In die motie verzoekt hij de regering om een soort systematiek in te voeren, waarbij elke keer als een nieuw MIRT-project wordt toegevoegd, er zeker twee MIRT-projecten moeten worden afgerond. Laat ik zeggen dat ik heel goed snap waar de heer Heutink vandaan komt, omdat het MIRT-boek natuurlijk nogal vol zit. Dat is echt een heel dik boek. We hebben niks aan boeken of rapporten, maar wel aan rijstroken en rails; laat ik het zo zeggen. Dat snap ik, maar ik vind het lastig om daar op voorhand een systematiek voor af te spreken met de Kamer. Ik wil de gedachte natuurlijk wel meenemen, maar de motie moet ik wel ontraden, omdat die zo concreet is. Anders ontneemt de motie ons alle vrijheid in het afweegkader.

De voorzitter:
Heel kort, meneer Heutink.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ja, heel kort. Begrijp ik het goed? Wil de minister dan toezeggen dat hij alles op alles gaat zetten om enerzijds geen loze beloftes te doen bij de bestuurlijke overleggen en om zich anderzijds te gaan inspannen om het MIRT-boek daadwerkelijk dunner in plaats van dikker te krijgen? Begrijp dat goed?

Minister Karremans:
Ja. Het dunner krijgen van het boek is natuurlijk geen doel op zich, maar ik snap wat de heer Heutink bedoelt. Het punt over geen loze beloftes doen, kan ik zeker toezeggen. Dat is een terecht punt.

De voorzitter:
U vervolgt.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 44 is ook van de heer Heutink. Die verzoekt de regering om per kalenderjaar zeker één wegaanlegproject te realiseren en daarbij de focus te leggen op de fileknelpunten in Nederland. Dat laatste doen we sowieso. Om ons nu precies hierop vast te leggen, is wat ingewikkeld, omdat we die afweging nog moeten maken. Ik weet gewoon nu nog niet hoe de instandhoudingsopgave uitvalt als we het afweegkader, dat door de Kamer van input wordt voorzien, daadwerkelijk gaan toepassen. Ik snap waar dit vandaan komt, maar omdat de motie wederom zo concreet is, kan ik me nu, van tevoren, niet daaraan committeren. Daarom moet ik de motie ontraden, maar ik snap de gedachtegang natuurlijk.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 44: ontraden. De motie op stuk nr. 45.

Minister Karremans:
Dan kom ik bij de motie van mevrouw Zalinyan en meneer De Hoop over het onderzoek naar de verdeling van de maatschappelijke kosten. Dit sluit aan bij onze inzet om alternatieve bekostiging te gaan verkennen. In de motie worden wel een aantal voorbeelden genoemd, waarbij onzeker is of we daar voldoende inzicht in kunnen geven, zoals de maatschappelijke kosten en de bijdrage per doelgroep. Dat is natuurlijk ingewikkeld. Als ik de motie zo mag lezen dat we nader onderzoek zullen doen naar de situaties waarin en de condities waaronder alternatieve bekostingsbronnen kansrijk kunnen zijn, dan, dus met díe uitleg, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Zalinyan knikken. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 45 oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dank. Dan vraagt de motie op stuk nr. 46 van de heer Bikkers om expliciet rekening te houden met de periode waarbinnen projecten kunnen worden gerealiseerd, zodat projecten die binnen de kabinetsperiode uitvoerbaar zijn waar mogelijk prioriteit krijgen. Ja, dat kan, maar wel natuurlijk binnen alle andere kaders die worden meegegeven of de elementen in het afwegingskader dat wordt meegegeven vanuit de Kamer. Die motie geven we dus oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 46: oordeel Kamer.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Hier heb ik wel een vraag bij, want hier zou een pervers effect aan kunnen zitten, namelijk dat je je gaat richten op de spiegeltjes en kraaltjes die snel uit te voeren zijn, terwijl de grote projecten blijven liggen. Hoe wordt dat gewogen? De minister zegt: ik geef deze motie oordeel Kamer. Wat betekent dat dan voor de wat duurdere projecten die misschien wel minstens zo prioritair zijn?

Minister Karremans:
Neenee, dat is een terecht punt. Daarom mijn opmerking bij die motie dat we dat natuurlijk in samenhang met het geheel moeten zien en alle andere elementen die daar een rol in spelen.

De voorzitter:
U vervolgt.

Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 47, ook van de heer Bikkers, over het belang van economische groei om de rest van alles wat we hier doen te financieren. Daar ben ik het als voormalig minister van Economische Zaken natuurlijk zeer mee eens. Ook die motie kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 47: oordeel Kamer.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 48 verzoekt de regering om in het aangekondigde afwegingskader instandhouding en veiligheid voorop te stellen. Dat is de motie van de heer Grinwis en de heer Stoffer. Dat is volgens mij een van de meest gedeelde conclusies tijdens het commissiedebat. Het is goed dat dit in een motie wordt opgeschreven en daarmee wordt onderstreept. Dus ook voor deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 48: oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dan de motie van de heer Van Dijk, over het tot doelbelasting maken van de motorrijtuigenbelasting. Die motie moet eigenlijk bij het Belastingplan worden ingediend, dus dan moet ik 'm de appreciatie ontijdig geven.

De voorzitter:
Het verzoek is dan eigenlijk of de heer Van Dijk bereid is de motie aan te houden. Dat is hij niet. Dan krijgt die de appreciatie ontijdig.

Minister Karremans:
Ja.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 50.

Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 50 gaat over iets waar al wat over te doen is geweest, namelijk over wat ik "alternatieve bekostiging" heb genoemd, en om daar creatief naar te kijken omdat de opgave zo groot is. De heer Van Dijk heeft daar dus ook een motie over ingediend, waarbij hij de regering verzoekt om ondubbelzinnig afstand te nemen van plannen, fiscale maatregelen of andere trucjes die beslag leggen op ongerealiseerde waardestijgingen van woningen van mensen. Laat ik daar wel helder over zijn, omdat daar ook in het debat wat verwarring over is ontstaan: we zijn niet van plan trucjes in te gaan voeren of mensen mee te laten betalen als die ergens wonen en er een brug in de buurt wordt gerenoveerd of vernieuwd. Dat is absoluut niet de bedoeling. Dat gaan we dus ook niet doen. Ik wil deze motie dus best oordeel Kamer geven, maar wel met de volgende uitleg. Eén. De ozb is sowieso een aangelegenheid van gemeenten, maar je kunt bij de aanleg van infrastructuur natuurlijk altijd bepaalde afspraken maken met gemeenten, want gemeenten zijn altijd partners. Twee. Voor instandhouding geldt het sowieso niet. Drie. Wij denken meer aan het volgende wat betreft het meebetalen door gebruikers. In heel veel landen is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat je toeristen die van de luchthaven naar de stad willen, een bepaalde extra fee laat betalen. Dat hebben wij ook in onze brief gezet. Dat zou dus ook best een mogelijkheid kunnen zijn voor de financiering van het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol, om maar iets te noemen. Met dien verstande kan ik de motie oordeel Kamer geven. We gaan mensen die al ergens wonen geen ozb laten betalen bij hun eigen gemeente en de woningwaardestijging afromen omdat wij ergens in de buurt een infrastructuurproject aanleggen.

De voorzitter:
Ik sta één vervolginterruptie toe, want we lopen al een beetje uit de tijd. Ik verzoek de minister ook beknopt te antwoorden.

Minister Karremans:
Ja, maar deze had even wat uitleg nodig.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
In de brief staat letterlijk dat er wordt gekeken naar mogelijkheden bij grond- en vastgoedeigenaren — lees: iedereen die een woning of een lapje grond heeft — en gebruikers. Denk bij dat laatste aan kilometerheffingen, spitsheffingen en noem maar op; niks wordt hier uitgesloten. Dat heb ik dus nog steeds niet ondubbelzinnig van de minister gehoord. Ik zou dat toch graag willen horen, want dit is enorm zorgwekkend.

Minister Karremans:
Kijk, ik heb net al gezegd: gebruikers gaat bijvoorbeeld om mensen die in het ov stappen. We moeten namelijk ook op het spoor en in het ov-gebied, waar de staatssecretaris verantwoordelijk voor is, heel veel keuzes gaan maken. De doortrekking van de Noord-Zuidlijn is daar eentje van. Nou, dan kan je denken aan toeristen die bij Schiphol uitstappen en naar Amsterdam willen. Die laat je daar een bepaalde belasting voor betalen. We gaan geen kilometerheffing doen om infrastructuur te betalen; daar wil ik ondubbelzinnig afstand van nemen. Daarom heb ik ook gezegd: ik wil de heer Van Dijk ter wille zijn en de motie oordeel Kamer geven met die uitleg. Ik wil namelijk van de discussie af zijn dat hier allerlei verhalen rondgaan over dat de regering opeens van plan is waardestijgingen af te romen van mensen die nu ergens wonen; dat gaan we niet doen.

De heer Stoffer (SGP):
Ik heb toch best moeite met het oordeel Kamer dat deze motie heeft gekregen, omdat er natuurlijk in de overweging echt staat dat het kabinet van plan is om huiseigenaren mee te laten betalen aan infrastructuurprojecten door de waardestijging van hun woning af te romen. Als deze motie het gaat halen, kan dat gaan rondzingen, dus ik geef maar mee dat ik hier gewoon tegen ga stemmen, maar ik heb ook wel moeite met dit oordeel. Ik geef maar bij voorbaat aan dat ik hier om die reden gewoon tegen ga stemmen. Ik zou de minister nog eens keer willen vragen te heroverwegen of hij hier wel oordeel Kamer aan wil geven.

Minister Karremans:
Nou, ik geef het natuurlijk oordeel Kamer vanwege het dictum, want de constatering uit de overweging is voor rekening van de heer Van Dijk; die constatering deel ik ook niet. Ik ben het met de heer Stoffer eens dat die constatering echt onzin is. Die is niet waar. Wat met die constatering wordt beweerd, heb ik niet gezegd en staat ook niet in de brief. Het is een interpretatie van de heer Van Dijk die enkel en alleen voor zijn rekening komt. Die heeft hij opgeschreven in de overweging, maar juist omdat ik verwarring over het dictum wil voorkomen, heb ik gezegd dat ik de motie met déze uitleg, dus heel strak uitgelegd, oordeel Kamer wil geven. Dat is enkel en alleen met die uitleg, maar ik kijk wel of de heer Van Dijk daar genoegen mee neemt; anders moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Van Dijk. Het mag non-verbaal.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Nee, ik vind toch dat er nog te veel ruimte wordt overgelaten. De minister zegt "bijvoorbeeld". Hij sluit de zaken die ook door zijn eigen ministerie, door de woordvoerder, noch werden ontkend, noch werden bevestigd, niet uit. Dat had hij nu wel kunnen doen en ik zie dat helaas nog niet.

De voorzitter:
Tot welke conclusie over de motie op stuk nr. 50 brengt dat de minister?

Minister Karremans:
Dan ga ik 'm ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 50 is ontraden. U vervolgt. Er is een interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ook om deze stemmingen straks goed te kunnen wegen, heb ik eigenlijk wel behoefte — dat is misschien een beetje ongebruikelijk — aan een duiding van de heer Van Dijk over die overweging. De minister zegt namelijk dat wat daarin wordt gesteld helemaal niet in die brief staat. Die overweging wordt zomaar eventjes in een motie gezet, maar goed, die staat wel in een motie, en ik vind dat als die wordt aangenomen er wel wat onduidelijkheid over is.

De voorzitter:
Volgens mij is hier een mooi debat met elkaar over gevoerd. U heeft hiervoor er ook al een debat over gevoerd. De heer Stoffer heeft zojuist een accent gegeven, dus volgens mij is deze motie aardig uitbedebatteerd. U had ook een-op-een een interruptie kunnen doen; u weet elkaar te vinden.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sorry, ik ga dat zelf wel even doen.

De voorzitter:
O, de minister!

Minister Karremans:
Misschien om de Kamer nog een beetje te helpen: we hebben ook al in het commissiedebat toegezegd om richting het afweegkader en ook daadwerkelijk de prioritering die daaruit volgt, de Kamer meer informatie te geven over eventuele alternatieve bekostigingen, ook om alle verwarring, doembeelden en angstbeelden daarover weg te nemen. Dat zullen we ook doen, maar tegelijkertijd is de opgave wel zo groot dat we natuurlijk wel breder moeten kijken. Dat zeg ik er ook wel eerlijk bij. Dat gaan we dus doen.

De voorzitter:
U heeft het gezegd.

Minister Karremans:
Ja, dat heb ik gezegd. Dat staat nu in de Handelingen.

De voorzitter:
Zo is dat; voor de eeuwigheid. U vervolgt.

Minister Karremans:
Voor de eeuwigheid! Dan kom ik bij de motie van — over de eeuwigheid gesproken — de heer Stoffer. Dat is de motie op stuk nr. 51. Daarin wordt de regering verzocht om ervoor te zorgen dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat aansluit bij de noodzakelijke productiegroei voor instandhouding. Dat is natuurlijk een terecht verzoek. We moeten het uiteindelijk wel kunnen uitvoeren, want dat deel van de motie — er zitten twee verzoeken in — kan ik zeker oordeel Kamer geven. Ten aanzien van het verzoek aan de regering om in kaart te brengen wat de huidige en eventuele nieuwe apparaattaakstelling voortvloeiende uit het coalitieakkoord betekent voor de uitvoeringscapaciteit en de maakbaarheid bij Rijkswaterstaat: daarvan kan ik zeggen dat we dat natuurlijk kunnen doen. Dan moet ik even kijken tot op welk detailniveau dat handig is — maar goed, de heer Stoffer weet hoe het werkt — en op welke termijn dat handig is. Ik wil me dus niet vastpinnen op die twee maanden en ook niet op het detailniveau, maar als ik enige ruimte van de heer Stoffer krijg om dat op een goede manier in te vullen, wil ik de motie oordeel Kamer geven.

De heer Stoffer (SGP):
Alle ruimte. Ik vraag niet om het onmogelijke. Het is echt dat ik erop aandring dat we het kunnen blijven maken bij Rijkswaterstaat en overigens — ik zie natuurlijk de staatssecretaris ook kijken — uiteraard ook bij ProRail.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 51: oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Helder, dank. Dan de motie op stuk nr. 52 van ook de heer Stoffer en van de heer Grinwis. Die gaat over het verzoek om een kasschuif te doen, om er nu voor te zorgen dat we geld naar voren halen voor beheer en onderhoud. Ik waardeer en ik snap natuurlijk die vraag. Dat is alleen iets voor de financiële besluitvorming. Ook bij die motie zou ik dus willen verwijzen naar het moment dat wij bijvoorbeeld de IenW-begroting bespreken of naar de Algemene Politieke Beschouwingen of de Financiële Beschouwingen.

De voorzitter:
Verzoekt u daarmee tot aanhouding?

Minister Karremans:
Ja.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Stoffer daartoe bereid is.

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (36800-A, nr. 52) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Karremans:
Ja, dank. De motie op stuk nr. 53 van de heer Van Leijen verzoekt twee dingen. Het eerste verzoek is om bij het afweegkader het aspect van uitvoerbaarheid te betrekken waarbij in ieder geval wordt gekeken naar financiën en milieuruimte, en de motie verzoekt de regering om voor het uitvoeren van projecten voldoende uitvoeringscapaciteit te organiseren. Dat is natuurlijk ook in lijn met wat de heer Stoffer zei. Die motie geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 53: oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 54 van mevrouw Boelsma-Hoekstra en anderen over meekoppelende belangen, onder andere op het gebied van woningbouw, regionale economie, weerbaarheid en defensie (dual use). Die kan ik oordeel Kamer geven, want we willen die kansen natuurlijk benutten. We moeten ons echter niet rijk rekenen, zeg ik er ook gelijk bij. Ik ken mevrouw Boelsma-Hoekstra nu een beetje, en zij rekent zich niet snel rijk. Zij is realistisch en dat weet ik. In het debat was het een duidelijk verhaal, maar we gaan natuurlijk wel kijken wat er kan.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 54: oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 55 van mevrouw Boelsma-Hoekstra en de heer De Hoop over het meewegen van het brede welvaartskader bij het afwegingskader voor de prioritering van infrastructurele projecten. Als ik de motie zo mag lezen dat we de prioritering zo veel als mogelijk toetsen aan de effecten voor de brede welvaart — mevrouw Boelsma-Hoekstra zei zelf ook al dat dat natuurlijk heel breed is — kan ik 'm oordeel Kamer geven. Onder het begrip "brede welvaart" vallen namelijk, zoals ik net zei, heel veel indicatoren. Naast leefomgevingseffecten zijn er ook economische ontwikkeling, bereikbaarheid en noem maar op. De motie geeft daarmee natuurlijk nog geen richting voor afweging. Als ik 'm zo mag interpreteren, wil ik 'm dus oordeel Kamer geven.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik snap het niet zo goed, want het is volgens mij vrij helder wat er in de motie staat. Dus graag even een verduidelijking van wat dan het verschil is tussen wat er in de motie staat en wat de minister bedoelt.

Minister Karremans:
Nou, als je bijvoorbeeld zegt dat je aan instandhouding wilt doen, is het heel duidelijk wat daarmee bedoeld wordt. Aan brede welvaart zitten heel veel aspecten, bijvoorbeeld economische bereikbaarheid. Dan ben je er echt op een ander niveau naar aan het kijken. Ik heb gezegd dat als ik de prioritering kan toetsen op aspecten van brede welvaart en de motie daarmee op die manier kan meenemen, ik de motie oordeel Kamer kan geven. Dat is eigenlijk de enige manier waarop je dat zou kunnen doen. Maar we moeten elkaar dan wel even begrijpen, omdat wij natuurlijk aan de slag gaan met deze motie, als die wordt aangenomen, en we het goed met elkaar eens moeten zijn over wat we dan precies gaan doen.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Volgens mij staat het ook exact zo in de motie, dus volgens mij zit daar niet zo veel licht tussen. Als we deze motie aannemen, bedoelen we hetzelfde, dus ik denk dat het goed is.

Minister Karremans:
Ik hecht er dan wel waarde aan dat mijn uitleg expliciet onderdeel wordt van de uitvoering van de motie.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 54 krijgt dus, met een interpretatie, oordeel Kamer.

Minister Karremans:
Ja, oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 56, die gaat over de Gerrit Krolbrug. Deze situatie is mij bekend. Ik heb hierover in het commissiedebat consequent gezegd dat wij over individuele projecten nu niet gaan zeggen: dat gaan we wel of niet doen. Daar hebben we de ruimte nu eenmaal niet voor. Hij loopt mee in het afweegkader. Dat vinden we wel zo netjes ten opzichte van alle andere opgaven die er zijn in Nederland. Enkel om die reden, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas — het is niet dat ik geen sympathie heb voor deze motie — moet ik haar het oordeel ontijdig geven. Het is een afweging bij de prioritering. Ik verzoek om de motie aan te houden. Anders is zij ontijdig.

De voorzitter:
Is mevrouw Van der Plas daartoe bereid? Dat is zij niet. Daarmee krijgt de motie de appreciatie "ontijdig".

Minister Karremans:
Dan heb ik nog twee moties van de heer Goudzwaard. Allereerst verzoekt de motie op stuk nr. 57 de regering om de impact op de bereikbaarheid mee te wegen bij de prioritering van de instandhoudingsopgave. Die kan ik oordeel Kamer geven.

Tot slot verzoekt de motie op stuk nr. 58 de regering om bij het afwegingskader mee te nemen dat dure, collectieve en levensduurverlengende maatregelen zo veel mogelijk worden voorkomen bij kunstwerken die het einde van hun levensduur naderen. Ook die kan ik oordeel Kamer geven.

Daarmee ben ik bij het eind gekomen.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording. Ik kijk naar de staatssecretaris. Had u ook nog …? Nee. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank beide bewindspersonen voor hun aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors de vergadering, waarna we verder zullen gaan met de Wet terugdringen schoolverzuim. De vergadering is geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.