Conceptverslag Klimaatbeleid gebouwde omgeving
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D14691, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-30 14:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-25 10:00: Klimaatbeleid gebouwde omgeving (Commissiedebat), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Klimaatakkoord gebouwde omgeving
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei hebben op 25 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over:
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 17 maart 2026 inzake stand van zaken energieprestatie van gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV) (32847, nr. 1405);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 9 januari 2026 inzake verduurzaming gebouwde omgeving, voortgang op diverse maatregelen, moties en toezeggingen (32847, nr. 1401);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 9 januari 2026 inzake kabinetsreactie op het Rli-advies Bouwen met toekomst. Werken aan woningen van duurzame materialen (32847, nr. 1400);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 13 november 2025 inzake stand van zaken VvE-Versnellingsagenda verduurzaming (30196, nr. 855);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 19 september 2025 inzake opzet periodieke rapportage artikel 2.1 VRO 2021-2025 (30983, nr. 4);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 14 juli 2025 inzake implementatie Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) (22112, nr. 4107);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 11 juli 2025 inzake verduurzaming gebouwde omgeving (32847, nr. 1376);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 7 april 2025 inzake klimaatadaptatie gebouwde omgeving (32847, nr. 1320).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening,
Bromet
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene
Groei,
Zwinkels
De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening,
De Vos
Voorzitter: Van Asten
Griffier: Beekmans
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Asten, Beckerman, Grinwis, Van Leijen, Mooiman, Nobel, Van Oosterhout, Russcher en Steen,
en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen, dames en heren. Welkom bij de vergadering van de vaste
commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Wij gaan in
debat. Daarvoor heet ik allereerst de commissieleden welkom. Ik heet de
minister welkom. Ik heet de mensen op de publieke tribune en de mensen
die thuis of vanuit werk meekijken welkom.
We hebben vandaag spreektijden van vier minuten per fractie. Ik zou
willen voorstellen om af te spreken dat wij vier interrupties op elkaar
en daarna vier interrupties op de minister hebben. Idealiter zijn die
interrupties niet langer dan 30 seconden. Daar zullen wij enigszins op
toezien. Dan houden we een beetje vaart in het debat.
Ik zou gelijk willen beginnen met dit debat Klimaatbeleid gebouwde
omgeving. Ik wil daarvoor de heer Mooiman het woord geven.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over de verduurzaming van de
gebouwde omgeving. Het is goed dat we daar nu over spreken, zeker gelet
op de voornemens van het nieuwe kabinet.
Voorzitter, ten eerste. Waar het gaat om verduurzaming zijn voor de PVV
een drietal zaken leidend: daadwerkelijke verbetering van het
wooncomfort, een lagere energierekening en vrijwilligheid. Voor ons
staat voorop dat maatregelen om te verduurzamen efficiënt en betaalbaar
moeten zijn en gedragen moeten worden. In een tijd waarin de woonlasten
voor veel mensen al hoog zijn en de gemiddelde huizenprijs inmiddels de
grens van een half miljoen euro is gepasseerd, is er wat ons betreft
geen ruimte om vanuit ideologische overtuigingen steeds nieuwe eisen op
te leggen en mensen verder op kosten te jagen. Toch lezen we in de stand
van zaken energieprestatie gebouwen dat het kabinet het noodzakelijk
acht om aanvullende beleidsmaatregelen te treffen om klimaatdoelen te
halen, terwijl in het coalitieakkoord juist staat dat wordt ingezet op
het standaardiseren van duurzaamheidsnormen en wordt doorgegaan met de
inzet tegen prijsopdrijvende regels. Een vraag aan de minister is dan
ook aan wat voor beleidsmaatregelen zij denkt en hoe deze in relatie
staan tot het coalitieakkoord. Is de minister het met ons eens dat
nieuwe duurzaamheidseisen op zichzelf onverstandig zijn en dat we ons
dus niet blind moeten staren op klimaatdoelen alleen, maar ook oog
moeten houden voor de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid?
We staan immers voor een enorme woningbouwopgave. Het woningtekort is
opgelopen naar meer dan 410.000 woningen en we halen het doel van
100.000 woningen per jaar helaas nog steeds bij lange na niet. Extra
eisen gaan dat simpelweg niet makkelijker maken. Wat ons betreft zou het
dan ook verstandig zijn om in te zetten op vertrouwde methodes, zoals
het verder isoleren van woningen. Isolatie kan zowel het wooncomfort
verbeteren als de energierekening verlagen. Maar toch ligt juist hier
een groot probleem. We zien dat de isolatiebranche al langere tijd in
zwaar weer verkeert. Vooral de spouwmuurisolatie in particuliere
woningen is de laatste jaren hard achteruitgegaan. In 2024 zag deze
sector een terugloop in de opdrachten van ongeveer 70%. Volgens de
branche zelf komt dit onder meer door versnipperd beleid, bijvoorbeeld
rondom natuurbescherming. Brancheorganisaties roepen dan ook op tot meer
eenduidigheid in beleid. Ze stellen dat er snel duidelijkheid moet komen
over hoe woningen vergunningsvrij geïsoleerd kunnen worden en hoe er met
de vleermuisproblematiek wordt omgegaan. Daar hebben we natuurlijk in de
Kamer ook meermaals over gesproken. We vragen de minister hoe zij naar
deze oproep kijkt en wat de stand van zaken daaromtrent inmiddels
is.
Voorzitter. Daarnaast vinden wij dat verduurzaming vrijwillig tot stand
moet komen. Als iets goed werkt, ontstaat er vanzelf vraag naar. We
willen mensen niet opzadelen met extra kosten voor experimentele
technologieën. Wat ons betreft kan er dus ook nooit dwang of drang
plaatsvinden. In dat kader is onze fractie geen voorstander van het
normeren van hybride warmtepompen vanaf 2029. De PVV heeft er eerder
juist voor gezorgd dat een verplichting van tafel ging, maar het nieuwe
kabinet lijkt die verplichting alsnog terug te brengen, terwijl veel
mensen simpelweg niet het geld hebben om een warmtepomp aan te schaffen
en de effecten ervan bovendien sterk kunnen verschillen per woning. Ook
woningcorporatiekoepel Aedes heeft aangegeven dat de warmtepompnormering
nu geen goed plan is. Volgens hen betekent normering dat corporaties
gedwongen worden om te investeren op een moment dat de kosten het hoogst
zijn, terwijl zij daar de financiële ruimte niet voor hebben en ook al
kampen met aanzienlijke tekorten. Recent kwam ook de Woonbond met een
brandbrief over het draagvlak onder huurders voor de energietransitie.
Volgens de Woonbond staat dat draagvlak ernstig onder druk. Wij
herkennen dat signaal. Is de minister het met ons eens dat er dus geen
dwang of drang mag plaatsvinden en dat de normering die in het
coalitieakkoord is opgenomen geen verplichting mag worden?
Voorzitter. Tot slot nog een punt over de circulariteit. De PVV maakt
zich er zorgen over dat de huidige ambities op dit terrein ten koste
kunnen gaan van de betaalbaarheid en realisatiekracht van nieuwe
woningen. Een circulaire bouwsector waarin de uitstroom van materialen
volledig voorziet in de behoefte aan nieuwe materialen is wat ons
betreft niet realistisch. Is de minister het met de PVV eens dat
doelstellingen voor circulariteit de woningbouw niet in de weg mogen
zitten?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage.
De heer Nobel (VVD):
Ik dacht: ik wacht even tot collega Mooiman zijn bijdrage heeft
afgerond. Voor een heel groot deel snap ik de zorgen die de PVV uit over
duurzaamheideisen, namelijk dat die kunnen leiden tot een stijging van
de bouwkosten. Tegelijkertijd geeft de markt zelf aan dat als
duurzaamheidseisen gestandaardiseerd zijn, die wat de bouwers betreft
nog wel wat verder zouden mogen gaan, zolang er maar niet allerlei
gemeentelijke of regionale eisen bovenop komen. Dat zorgt er namelijk
voor dat ze te maken krijgen met allerlei verschillende eisen. Dan gaat
het wel in de papieren lopen en kan het niet uit. Hoe kijkt de PVV aan
tegen de oproep van de markt zelf dat het best op een hoger niveau zou
kunnen, met daarmee ook lagere kosten voor de bewoners, zolang er maar
niet allerlei regionale duurzaamheidseisen bovenop komen?
De heer Mooiman (PVV):
Goede vraag. Ik denk dat standaardisatie een goede zaak is. Het
versnipperde beleid waar we nu mee te maken hebben, leidt in veel
gevallen tot hogere kosten en zorgt ervoor dat er per gemeente een
andere aanpak moet komen. Dat is problematisch en dat werkt
kostenverhogend. Ten aanzien van de eisen zelf en de vraag of er aan een
hogere norm voldaan moet worden, zijn we het juist eens met de koers van
het vorige kabinet en van de vorige minister, die heeft gezegd dat de
aanscherping van de MPG van tafel gaat. Daar zijn wij ook voorstander
van. We zien dat daarover verschil van inzicht is tussen marktpartijen,
maar het lijkt ons in essentie belangrijk om ervoor te zorgen dat de
maatregelen die we nemen, niet kostenverhogend werken. Maar we zijn
natuurlijk wel voorstander van maatregelen waarmee isolatie gestimuleerd
kan worden en op een betere manier kan worden vormgegeven.
De voorzitter:
Er is nog een interruptie.
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij is het een goed betoog van de heer Mooiman over het
vooropstellen van betaalbaarheid bij duurzaamheid. Dat kan ik heel goed
begrijpen, maar juist vanuit die gedachte kan normstelling enorm helpen.
Dat hoor je de markt ook zeggen: als we een duidelijke norm hebben waar
we naartoe kunnen werken, hebben we investeringszekerheid, krijgen we
schaal en kunnen we de productiekosten omlaagbrengen. De andere kant is
het intrekken van zo'n norm. Denk aan de hybride warmtepomp: dan weer
wel, dan weer niet. Die wiebeligheid helpt niet. Is zo'n norm met het
oog op de betaalbaarheid dan niet juist een hele goede stap?
De heer Mooiman (PVV):
Ik denk dat een norm of verplichting geen goede stap is voor de
betaalbaarheid, zeker niet voor de normale Nederlanders, voor de
particulieren die uiteindelijk zo'n warmtepomp moeten bekostigen. Heel
veel mensen hebben daar het geld niet voor. In heel veel gevallen zal
het ook niet leiden tot een lagere energierekening of tot een
verbetering van het wooncomfort. We horen ook dat investeerders en
woningbouwcorporaties zeggen: doe dit vooral even niet; laat ons zelf de
keuzes maken die wij willen maken. Dat lijkt mij de manier waarop we het
moeten doen.
De heer Van Leijen (D66):
Dan toch nog een vervolgvraag. Volgens mij kunnen wij elkaar vinden in
het feit dat het enorm zou helpen als de kosten voor een warmtepomp
omlaag zouden gaan. Dat is ook iets waar de sector samen met Aedes mee
bezig is; ze willen de kosten halveren, geloof ik. Dan helpt het toch
juist als je een duidelijke stip op de horizon hebt, als je massa kunt
gaan maken, als je schaal kunt gaan maken, als je voorspelbaarheid hebt
als investeerder? Zo breng je die kosten omlaag.
De heer Mooiman (PVV):
Toch constateer ik dat er in heel veel gevallen wordt ingezet op
experimentele toepassingen. Kijk bijvoorbeeld naar warmtenetten en ook
naar de hybride warmtepomp. De kosten daarvan liggen ontzettend hoog en
wegen niet op tegen de baten die ervan uit zouden moeten gaan. Ik denk
dat het verstandig is dat dit soort technologieën eerst nog verder
ontwikkeld worden. Nogmaals, uiteindelijk vind ik dat het ook een vrije
keuze is. Het is aan mensen zelf wat ze wel en niet willen met hun
woning. Een normering of een verplichting heeft daar wat ons betreft
geen plaats in.
De voorzitter:
Dank. Voordat ik mevrouw Beckerman het woord geef, wil ik de commissie
nog twee mededelingen doen. Allereerst graag de toestemming dat wij
vandaag mevrouw Van Oosterhout in ons midden hebben. Welkom, zou ik
willen zeggen. U bent officieel geen lid van de commissie. U valt in.
Daarom moeten we even toestemming vragen aan de rest van de commissie of
zij daarmee instemmen. Ik zie geknik, dus welkom. De tweede mededeling
gaat mijzelf aan. Ik ben invalvoorzitter en ben op het laatste moment
ingevallen, maar ik kan helaas maar tot 12.00 uur, dus daarna zal een
van u het moeten overnemen. Dat ook voor de mensen thuis: dat zal
dadelijk de voorzitterswissel worden. Na deze dienstmededelingen geef ik
graag het woord aan mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ze zeggen: niets is zeker, behalve de dood en
belastingen. Maar we kunnen daar een aantal zekerheden aan toevoegen.
Eén. We komen keer op keer in een energiecrisis terecht. Twee. Het zijn
steeds dezelfde huishoudens die in goede en in slechte tijden betalen en
dezelfde Shells en co die ervan profiteren. Drie. Opeenvolgende
kabinetten zijn chronisch onbetrouwbaar gebleken. Vier. Elke crisis
opnieuw wordt er naar het Groningenveld gekeken door enkele rechtse
partijen, terwijl dat alleen maar meer ellende oplevert.
Deze weken houden miljoenen Nederlanders hun adem in voor wat de
geopolitieke crisis brengt. Het is huilen bij de pomp, het is voor velen
onbetaalbaar om te stoken, wéér. Er zijn miljarden verspild aan
klimaatbeleid waarvan de rijken hebben geprofiteerd, terwijl huurders en
lagere inkomens betalen. Het draagvlak voor veel klimaatmaatregelen is
daarmee verspeeld. En daar zitten we weer. Nog steeds afhankelijk en nog
steeds zit het kabinet op zijn handen.
Vijf dingen die we vandaag moeten doen. Eén. Ik begin met de
zonnepanelen. Huurders en mensen met lagere inkomens werd verteld: neem
zonnepanelen, je gaat ervan profiteren. De hogere inkomens, die als
eerste konden investeren, hébben kunnen profiteren. Goed. En nu anderen
aan de beurt zijn, stopt ineens de salderingsregeling. Huurders met
zonnepanelen betalen na 2027 vaak meer dan huurders zonder zonnepanelen.
Als je als overheid belooft dat iets geld gaat opleveren en je stuurt
daarna alsnog de rekening, ben je onbetrouwbaar. Dit is funest voor het
vertrouwen. Als u nog iets van draagvlak wilt herwinnen, moet er nu
compensatie komen voor huurders en mensen die niet jarenlang hebben
kunnen profiteren van het salderen. Vraag: gaat u de aangenomen SP-motie
alsnog uitvoeren en daarna een plan voor meer zon op dak en collectieve
opslag maken?
Twee. Warmtenetten. Elke energiecrisis opnieuw blijkt hoe afhankelijk we
zijn van gas. Warmtenetten kúnnen een oplossing zijn, maar niet zoals
het nu gaat. Huurders op een warmtenet betalen gemiddeld €370 extra per
jaar. Ook dat is funest voor het draagvlak. U zegt in het
coalitieakkoord dat u wilt inzetten op warmtenetten, maar waar is het
hiervoor benodigde geld, vraag ik de minister. Hoe gaat u zorgen dat er
een echte woonlastengarantie komt?
Drie. Zeggenschap. Als je dan als overheid — ik noemde net twee
voorbeelden — zo onbetrouwbaar bent en mensen keer op keer belooft dat
ze profiteren, om ze achteraf de rekening te sturen, is het niet de
oplossing om hun dan maar zeggenschap af te nemen. Dat is wat er nu wel
te vaak gebeurt. Zo zijn er corporaties die de 70% instemming bij
renovatie proberen te omzeilen door grote projecten aan te merken als
groot onderhoud of de aanleg van een warmtenet als dringende
werkzaamheden. Vraag aan de minister: hoe gaat zij garanderen dat
huurders hun rechten behouden of, beter nog, hoe wil zij die rechten
versterken?
Vier. Isoleer. Mijn voorganger sprak er ook al over. Hoe minder we
hoeven te verbruiken, hoe beter. Goed dat het kabinet zegt dat het met
een Isolatie Offensief komt, maar dat is niets waard als het daarvoor
onvoldoende geld vrijmaakt. Hoe zorgt u dat er voldoende geld is voor de
isolatie van corporatiewoningen? Gaat u het geld uit het Social Climate
Fund inzetten voor energiebesparende maatregelen voor mensen met de
laagste inkomens?
Vijf. Verlaag de energierekening nu. Nederland heeft de hoogste
gasbelasting. Terwijl huishoudens de rekening niet kunnen betalen,
verdient het kabinet op de gestegen gasprijzen en blijft het tot het
najaar, zoals we nu horen, op zijn handen zitten. Dat is ongekend. Wat
gaat de minister nu doen om de energierekening voor huishoudens te
verlagen?
Tot slot, voorzitter. Het kan wél. Spanje doet het: 5 miljard steun aan
zijn inwoners, een lagere energierekening, gerichte steun voor lagere
inkomens en een huurbevriezing. Dit zijn allemaal voorstellen die wij
hier zouden kunnen overnemen. Bovendien was de energierekening in Spanje
al lager dan het Europees gemiddelde doordat ze hebben geïnvesteerd in
groene, duurzame energie. Het kan wél. Nu u weer, minister. Als je het
maar wil.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw betoog. Dan ga ik naar mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik val dus eenmalig in voor mijn collega Suzanne
Kröger, die verhinderd is.
Voorzitter. Voor de tweede keer in enkele jaren laten we ons overvallen
door gebeurtenissen elders op de wereld die de energiemarkt, de fossiele
energiemarkt om precies te zijn, zwaar verstoren. Laten we wel wezen: de
energiecrisis die op ons afkomt, is in de eerste plaats een fossiele
crisis. De enige manier om onszelf structureel weerbaarder te maken
tegen een steeds instabielere wereld, is door onze fossiele
afhankelijkheid af te bouwen. Dat betekent dat we efficiënter moeten
omgaan met energie en moeten overstappen op hernieuwbare energie. Net
als bij de Oekraïnecrisis dreigen de hoge prijzen op de energiemarkt op
het bordje van huishoudens te belanden. Dat is, wederom, slecht nieuws.
Volgens de laatste cijfers hebben nu al ruim een half miljoen
huishoudens te kampen met energiearmoede. Een op de twaalf kinderen
groeit daarin op. Als we niks doen, wordt de energiearmoede alleen nog
maar groter door de oorlog in Iran. Op korte termijn betekent het dat we
huishoudens gericht moeten helpen als zij hun energierekening niet
kunnen betalen, vandaar onze recente voorstellen om bijvoorbeeld het
energienoodfonds te heropenen. Maar de structurele oplossing is om
mensen te helpen hun huis te verduurzamen. Het coalitieakkoord geeft
gemixte signalen af over wat de coalitie wil. Er is namelijk nogal een
verschil tussen de tekst en de budgettaire bijlage. Het coalitieakkoord
schrijft bijvoorbeeld over een Isolatie Offensief, maar daar is geen
geld voor gereserveerd. Hoe ziet zo'n Isolatie Offensief zonder enige
middelen eruit? Wat zijn de plannen van deze minister?
Gelukkig zien we dat er in veel gemeenten al stappen zijn gezet sinds de
Oekraïnecrisis, maar helaas zien we ook dat de verschillen tussen
gemeenten steeds groter worden, zowel in aanpak als in effectiviteit.
Het Regionaal Energieloket heeft deze verschillen in beeld gebracht en
concludeert dat gemeenten die effectief drempels verlagen, veel meer
vaart maken in hun isolatieaanpak. Ook de SER kwam vandaag met een
rapport dat stelt: ontzorg mensen met een mensgerichte aanpak.
Vereenvoudig bijvoorbeeld de subsidies voor verduurzaming, zodat het van
tevoren voor bewoners glashelder is welk bedrag ze aan subsidie kunnen
ontvangen. Financier vooraf in plaats van achteraf. Bied mensen aan de
subsidieaanvraag uit handen te nemen. Zorg voor deur-voor-deuractivatie
en -advisering om mensen te informeren en te enthousiasmeren. Werk met
vooraf geselecteerde uitvoerders waarvan mensen zeker weten dat ze
kwaliteit leveren.
De vorige minister benadrukte steeds zich niet met gemeentelijke
uitvoering te willen bemoeien. Kijkt deze minister daar net zo tegen
aan? Zo niet, hoe gaat zij ervoor zorgen dat best practices common
practices worden? Welke lessen van het Regionaal Energieloket wil ze
gemeenten precies laten overnemen?
De heer Nobel (VVD):
Het gebeurt denk ik niet vaak, maar ik ben het volledig eens met
GroenLinks-PvdA. Ik vind ook dat de minister zich steviger tegen
gemeenten aan zou moeten bemoeien, met name gemeenten die allerlei
duurzaamheidsambities stellen boven op het landelijk beleid. Hoe kijkt
de PvdA-GroenLinksfractie daartegen aan? Heel veel woningen worden niet
gebouwd doordat gemeenten hun eigen duurzaamheidsambities
opleggen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we het gemeenten vrij moeten laten om, waar dat kan, extra
stappen te zetten. Verduurzaming van woningen biedt niet alleen extra
wooncomfort, maar zorgt er ook voor dat de energierekening structureel
omlaaggaat. Het lijkt me dus heel goed om gemeenten daarin vrijheid te
geven.
De heer Nobel (VVD):
Ik was al bang voor dit antwoord. Het blijkt maar weer dat
GroenLinks-PvdA liever voor vogelhuisjes kiest dan voor het bouwen van
echte woningen. Dat stelt de VVD enorm teleur.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik zou daar heel graag op willen reageren dat het heel belangrijk is dat
we naar de lange termijn kijken en dat die twee dingen gelukkig heel
goed hand in hand gaan. Ik vind het ook belangrijk om hier te benoemen
dat er in gemeenten waar GroenLinks-PvdA de grootste is en wethouders
levert, structureel meer wordt gebouwd dan in andere gemeenten.
De voorzitter:
De heer Nobel met zijn vierde en tevens laatste interruptie.
De heer Nobel (VVD):
Die gebruik ik graag. In de buurgemeente van de gemeente waar ik zelf
woon, in Amsterdam, waren de bouwambities torenhoog. In verkiezingstijd
heb ik de wethouder van GroenLinks-PvdA daar zo'n beetje iedereen de
maat zien nemen, maar de bouwambities blijven daar enorm achter. U kunt
toch niet ontkennen dat het in de hoofdstad, waar het meest gebouwd zou
moeten worden, totaal niet van de grond komt door links beleid?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Helaas hebben we ook te maken met een rechts kabinet, dat met nationaal
beleid voor flink wat problemen heeft gezorgd de afgelopen periode. We
kunnen dat niet allemaal op rekening van die wethouder schrijven. Ik heb
er alle vertrouwen in dat we de komende periode veel meer betaalbare
woningen in Amsterdam zullen gaan zien.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog na dit interruptiedebat, dat zo mooi begon met de
opmerking dat u het met elkaar eens was.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben ook wel heel erg benieuwd of de minister kan ingaan op de
adviezen van de SER die vandaag naar buiten zijn gebracht. Is deze
minister bereid om als eerste minister echt werk te gaan maken van
waterzijdig inregelen, ook wel de vergeten groente onder de
verduurzamingsmaatregelen genoemd?
Voor warmte geldt hetzelfde als voor het Isolatie Offensief. In het
coalitieakkoord staat dat het kabinet vol wil inzetten op warmte én op
het opkopen van bestaande private partijen. Maar ook hier staat geen
geld tegenover. Voor de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen
is dit jaar precies nul euro beschikbaar. Het gevolg is dat allerlei
projecten stil dreigen te vallen en duizenden gezinnen moeten wachten op
verduurzaming. Voor de begroting dienden wij daarom een amendement in om
dit jaar alsnog 77 miljoen euro te regelen. Maar dat werd weggestemd,
ondanks dat zowel deze minister als de minister van KGG de noodzaak
ervan onderschreven. Wat zijn die mooie woorden in het coalitieakkoord
dan waard? Vooralsnog helemaal niks. Deze coalitie laat huurders met een
hoge rekening in de kou zitten. Juist nu de energieprijzen door het dak
gaan, is dat ronduit schandalig. Ook voor de komende jaren ontbreekt
elke financiële zekerheid. Wat zijn de prognoses van de minister wat
betreft welke middelen de komende jaren nodig zijn voor de opkoop en
uitrol van warmtenetten? Hoe verklaart zij de discrepantie tussen de
tekst in het coalitieakkoord en de budgettaire bijlage en tussen de
mooie woorden en het stemgedrag van deze coalitie?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Ik ga door naar de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Je eigen huis moet geen plek zijn die je
portemonnee opslokt. Door de stijgende energieprijzen en de
wispelturigheid in de wereld, wordt het steeds duidelijker dat we minder
afhankelijk moeten worden van onvrije landen. De verduurzaming van
gebouwen biedt daarvoor een goede kans. Het vermindert de
afhankelijkheid en draagt bij aan de betaalbaarheid van de kosten voor
bewoners en aan het behalen van de klimaatdoelen. In mijn bijdrage zal
ik stilstaan bij drie oplossingen: het terugdringen van administratieve
lasten, het stimuleren van standaardisering en het versimpelen van
natuurvergunningen en energielabels.
Allereerst de administratieve lasten. Wat de VVD betreft, stapelen we
stenen en geen papier. Er moet sneller en efficiënter verduurzaamd
worden, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van vergunningen en het
invoeren van duidelijke processen voor vve's en projectontwikkelaars.
Hoe is de minister van plan voorspelbaar woningbeleid te voeren? Op
welke manier is zij van plan om de administratieve lasten concreet te
verminderen, zodat woningbouw en renovaties niet langer worden vertraagd
door complexe regels? Hoeveel regels wil deze minister gaan schrappen?
Hoe is zij van plan dit te behalen? Wat als die doelen niet worden
behaald? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat langlopende
vergunningsprocessen worden doorbroken? Kan zij aangeven hoe ze aankijkt
tegen het stimuleren van standaardisering?
Voorzitter. Voor de bouwsector is verduurzaming helemaal geen vies
woord. Sterker nog, volgens bouwers kunnen de duurzaamheidsambities
omhoog als alle bovenwettelijke eisen die zijn opgelegd door lokale
overheden, worden geschrapt. Bouwers hebben aangegeven dat zij in hun
fabrieken veel sneller gestandaardiseerde onderdelen van woningen kunnen
bouwen, maar dit is alleen effectief als niet elke gemeente eigen wensen
en aanvullende eisen heeft. Als de ene gemeente wel een vogelhuisje wil
en een andere gemeente niet, of als de ene gemeente een vogelhuisje wil
voor de specht en de andere voor de zwaluw, schiet het natuurlijk niet
op. Wat de VVD betreft moeten we vertraging voorkomen, juist met hoge
ambities, maar wel met het oog op standaardisering. Voorspelbaarheid is
daarbij de belangrijkste factor. Hoe kijkt de minister hiernaar?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat ben ik helemaal met collega Nobel eens. De ChristenUnie is ook groot
fan van die gestandaardiseerde bouw in fabrieken, de fabrieksmatige
bouw, en de industriële bouw. Daar missen we nu zoveel kansen. Soms kan
het dan ook nodig zijn om regels landelijk te uniformeren. Sommige
regels hebben we gewoon nog niet gesteld. Als ieder drinkwaterbedrijf
een andere eis stelt aan de aansluiting van een drinkwaterinstallatie,
dan hebben we ook een probleem. Is de heer Nobel dan ook vice versa
bereid om soms landelijke regels te stellen, ook al komt er dan formeel
een regel bij, om juist de industriële bouw te bevorderen in Nederland
en de snelheid van de woningbouw te verhogen?
De heer Nobel (VVD):
In principe denk ik dat we de afgelopen periode zo veel hebben
gereguleerd dat we echt moeten oppassen met het toevoegen van nog meer
regels. Tegelijkertijd, als een regel ervoor zorgt dat de bouw versneld
wordt, dan wil ik daar altijd naar kijken. Maar vanuit de VVD zeg ik
wel: we hebben zoveel regels gestapeld de afgelopen periode dat ik
liever wil bekijken welke regels we kunnen wegnemen om de bouw te
bevorderen dan dat ik weer extra regels ga toevoegen. Maar ik ga niet
dogmatisch zijn door te zeggen dat wij er niet welwillend naar kijken
als iets ertoe kan leiden dat de bouw wordt versneld.
Voorzitter, misschien kan ik mijn betoog vervolgen. Ik denk namelijk dat
dat hierop aansluit. Ik wil de minister namelijk vraag of zij kan
reflecteren op het eventueel herzien van het Bbl en op het meer
standaardiseren daarvan.
Voorzitter. Dan de energielabels. De VVD ziet dat de regels rond
energielabels onduidelijk en bureaucratisch zijn, met problemen in
bewijsvoering, foutieve labels en ook nog eens hoge administratieve
lasten. Soms vallen energielabels lager uit dan de werkelijke
prestaties, wat leidt tot onnodige kosten en onzekerheid. De VVD zou
graag willen dat er duidelijke richtlijnen, betere digitale systemen en
transparante informatie over toekomstige eisen zijn. Hoe gaat de
minister deze onduidelijkheden structureel oplossen, de lasten
verminderen en de invoering van nieuwe Europese eisen zonder extra
vertraging begeleiden?
Tot slot, voorzitter. De VVD erkent het belang van natuurbescherming,
maar in de praktijk zie ik onduidelijkheid en oplopende kosten voor
vergunningstrajecten. Hoe wil de minister deze procedures efficiënter
maken, doorlooptijden verkorten en waarborgen dat kosten en eisen
proportioneel blijven, met name voor middelgrote en kleine
bouwprojecten? Welke stappen neemt de minister om onduidelijkheden in de
toepassing van bijvoorbeeld natuurvergunningen weg te nemen, zodat
bouwers niet in langdurige procedures terechtkomen? Hoe kijkt de
minister bijvoorbeeld aan tegen een algemene natuurvergunning in plaats
van allemaal losse natuurvergunningen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de heer Russcher. O, excuus! Ik
had het niet gezien; het is toch een beetje de blinde hoek daar. Excuus.
Er is een interruptie voor u van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik begreep dat een kwart van de huishoudens zich nu alweer zorgen maakt
over de energierekening en minder verbruikt, en ik hoor een VVD die hier
zit te praten over vogeltjes. De partij ging de verkiezingen in met
"rust in je portemonnee". Ik wil de heer Nobel alsnog de kans geven om
te reageren op de vraag hoe hij en de VVD gaan zorgen voor rust in je
portemonnee, direct een lagere energierekening en wat ze gaan doen op de
langere termijn.
De heer Nobel (VVD):
Volgens mij startte ik mijn betoog met het gegeven dat we op dit moment
in een heel onrustige wereld leven. We zien dat de energieprijzen enorm
toenemen, ook omdat we zelf heel afhankelijk zijn van onvrije landen. Ik
begon met aan te geven dat we daar zo snel mogelijk vanaf moeten. De VVD
heeft ook in andere commissies bepleit dat we snel moeten kijken naar
onze eigen energiehuishouding. Door bijvoorbeeld kernenergie worden we
minder afhankelijk van andere landen. Als de SP zich erbij aansluit dat
we minder lang afhankelijk moeten blijven van andere landen, dan is de
SP van harte welkom om samen met de VVD daarin op te trekken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga het toch nog één keer proberen voor "direct". Bij de vorige
energiecrisis, in 2021, waren de gasprijzen hoger dan nu. Toch betalen
huishoudens nu meer. Dat komt door het kabinet, waar de VVD deel van
uitmaakt. De gasbelasting is nu €0,30 per kuub hoger dan in de vorige
energiecrisis. De reden daarvoor was, zeiden ze, dat we huishoudens dan
een prikkel geven om te verduurzamen. Heel veel mensen kúnnen niet
verduurzamen. Die zitten in een huurhuis en kunnen niet zelf maatregelen
nemen. Heel concreet voorstel: is de VVD bereid om daar direct iets aan
te doen, zodat mensen daadwerkelijk in een warm huis kunnen
zitten?
De heer Nobel (VVD):
Sorry, ik dacht dat er nog iets achteraan kwam. Alles valt of staat met
de afhankelijkheid die Nederland heeft van landen waarvan we voor onze
gasvoorraad en onze olie afhankelijk zijn zolang we zelf onvoldoende in
staat zijn om die energierekening omlaag te brengen. Dat is het
belangrijkste gegeven, denk ik. Daarnaast zijn we ook bezig met
bijvoorbeeld een Isolatie Offensief. Er gaan dus al heel veel middelen
naar mensen die in een huurwoning zitten. De SP vergeet voor het gemak
maar even dat er ook heel veel mensen zijn, zoals ik zelf ook al zei,
die een koopwoning hebben. Daarvan gaf ik namens de VVD aan dat het niet
zo moet zijn dat die koopwoning ervoor zorgt dat je hele portemonnee
wordt opgeslokt. De VVD richt zich dus niet alleen op de Nederlanders
die in een sociale huurwoning zitten. Ik weet dat de SP alleen daar de
focus op heeft. Dat is voor de VVD niet aan de orde. Morgen, of volgens
mij zelfs nog vandaag, is er bijvoorbeeld ook een debat over de prijzen
aan de pomp. Al die mensen die in de file staan, worden ook nog eens
elke dag geconfronteerd met die hoge energieprijzen aan de pomp. Wat dat
betreft is er veel meer aan de hand dan alleen de isolatie van woningen.
Dat is ook wat ik bedoelde aan het begin van mijn betoog. We zullen als
Nederland echt moeten nadenken over onze eigen positie in een wereld die
heel erg onvrij en wispelturig is op dit moment.
De voorzitter:
Graag een iets beknopter antwoord, in verband met de tijd.
Mevrouw Beckerman (SP):
Soms heb je heel veel woorden nodig als je eigenlijk niet durft te
zeggen: nee, we gaan er niks aan doen; we doen er niks aan. Mijn derde
vraag voor de heer Nobel is dan de volgende. Hij zegt dat we zo
afhankelijk zijn van onvrije landen. Ja, tot uw dienst. Daarom hebben
heel veel partijen hier, zeker ter linkerzijde van de Kamer, in de
afgelopen jaren voorstel op voorstel op voorstel gedaan — gisteren zijn
er nog meerdere weggestemd — om ervoor te zorgen dat er wel geld is voor
isolatie van woningen, juist ook van koopwoningen. Ook daar zie je
namelijk dat mensen met lagere inkomens helemaal knel zitten door
opeenvolgende VVD-kabinetten. Heel concreet dan mijn vraag. De heer
Nobel zegt: het kan met een Isolatie Offensief. Oké, prima. Hoeveel geld
wilt u daarvoor beschikbaar stellen? Want op dit moment is het
karig.
De heer Nobel (VVD):
Volgens mij begint het met heel iets anders. Het begint met veiligheid
en met als Nederland zelf in staat zijn om minder afhankelijk te worden.
Daarin vindt de VVD de partijen aan de linkerzijde heel vaak niet aan
haar kant, bijvoorbeeld als het gaat om miljardeninvesteringen op het
gebied van defensie of om de miljarden die de VVD graag beschikbaar zou
willen stellen voor kernenergie. Uiteindelijk gaat het inderdaad om
woningen, maar u bent alleen bezig met de isolatie van woningen, terwijl
we het grotere probleem waar ik het over heb, de onveiligheid en de mate
waarin Nederland zelf in staat is om minder afhankelijk te zijn, echt
met elkaar zullen moeten aanpakken. Je kunt inderdaad een Isolatie
Offensief starten, en ik denk dat het heel goed is dat dat er is, maar
daarmee gaan we het niet redden.
De heer Mooiman (PVV):
Ik heb een vraag aan de heer Nobel over de warmtepompen. In het vorige
kabinet hebben we samen met de VVD afgesproken om de verplichting van
een warmtepomp in 2029 te schrappen. Dat was een goede inzet, wat ons
betreft. Tegelijkertijd zien we dat in het nieuwe kabinet, in de nieuwe
coalitie, is afgesproken om daarin toch te gaan normeren. Mijn vraag aan
de VVD is: vindt de VVD ook dat normeren nooit mag leiden tot
verplichten, dus klopt het dat de VVD normeren ook niet ziet als een
verplichting?
De heer Nobel (VVD):
Ik denk dat het, zeker met het advies van vanochtend van de SER, wel
duidelijk wordt dat de Nederlander helemaal gek wordt van "wel, niet,
wel, niet". Het feit dat dit kabinet zegt dat we de warmtepomp moeten
gaan doen, komt in die zin tegemoet aan het advies. Tegelijkertijd denk
ik dat vooral voorspelbaarheid belangrijk is — dat gaf ik eerder ook al
aan bij de standaardisering voor bouwers — voor heel veel Nederlanders.
Mensen willen weten: wat gebeurt er wanneer ik mijn woning ga
verduurzamen, wanneer ik panelen of een warmtepomp aanschaf? Ik denk dat
het belangrijk is dat de overheid vooral voorspelbaar is. Ik ga ervan
uit dat de minister — maar daar kan de minister zelf op reflecteren —
niemand een warmtepomp door de strot gaat duwen.
De heer Mooiman (PVV):
Toch nog een vervolgvraag. Er zijn natuurlijk een heleboel huishoudens
die zo'n warmtepomp niet kunnen betalen. In het betoog van de heer Nobel
hoor ik de gedeelde wens terug dat de woningen die gebouwd worden, wel
betaalbaar blijven; of dat nou een sociale huurwoning, een koopwoning of
een middenhuurwoning is, maakt dan even niet uit. Allerlei extra eisen
zullen daar natuurlijk wel iets mee gaan doen. Uit het laatste antwoord
van de heer Nobel haal ik dus dat de VVD ook vindt dat een warmtepomp
niet verplicht moet worden. Dat vraag ik gewoon even om het concreet te
maken.
De heer Nobel (VVD):
De VVD zal zich gewoon houden aan de afspraken in het coalitieakkoord;
laat ik dat vooropstellen. Maar ik ga ervan uit — ik denk dat de
minister dat straks zal bevestigen — dat de minister er heel zorgvuldig
mee omgaat wanneer huishoudens in de knel komen, zeker financieel, omdat
ze niet kunnen meekomen in de energietransitie. We hebben ook niet met
elkaar afgesproken dat we dit van vandaag op morgen moeten realiseren.
Bij nieuwbouwtrajecten is de warmtepomp eigenlijk standaard, dus daar
maak ik me niet zo heel veel zorgen over. Het gaat met name om bestaande
bouw.
De voorzitter:
Dank. Dan komen we nu bij de bijdrage van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Klimaatbeleid in de gebouwde omgeving: dit
commissiedebat laat eigenlijk al zien wat er misgaat. De vorige
kabinetten en dit kabinet maken samen met Brussel wonen steeds duurder
door hun obsessie met de klimaatideologie. Terwijl er al een
woningtekort is van meer dan 400.000 woningen, worden hardwerkende
Nederlanders op kosten gejaagd met Brusselse klimaatdictaten, verplichte
warmtepompen en peperdure duurzaamheidseisen. Neem de EPBD IV, een
EU-richtlijn die uiterlijk in 2050 moet zorgen voor een volledig
emissievrije gebouwde omgeving, en de ZEB-normen, die eisen dat nieuwe
gebouwen vanaf 2030 geen CO2 meer uitstoten tijdens de
gebruiksfase. Per 2029 wordt ingezet op normering van hybride
warmtepompen, dus mensen moeten als zij hun cv-ketel vervangen, overgaan
op een hybride warmtepomp. In de praktijk betekent dit dus dat voor de
meeste huishoudens er geen keuze overblijft, een verkapte verplichting
dus. En dat voor peperdure systemen die in slecht geïsoleerde woningen
bij wat lagere temperaturen niet functioneren. Als je ze een beetje goed
wil laten werken, kunnen ze tot wel €20.000 aan extra kosten met zich
meebrengen voor isolatie. Het gevolg van deze verplichting is nu dan ook
al duidelijk: hogere kosten, meer onzekerheid en meer druk op
huishoudens die het nu al moeilijk hebben. Bovendien hebben ze een
terugverdientijd van tot wel tien jaar.
Deze groene gekte zie je bijvoorbeeld ook terug bij de
VvE-Versnellingsagenda, want besluitvorming binnen vve's gaat naar 51%
meerderheid voor verduurzaming in plaats van de tweederdemeerderheid nu.
In de praktijk betekent dit dat een klein deel van de bewoners, 51% dus,
de rest kan dwingen tot forse duurzaamheidsinvesteringen waar ze niet op
zitten te wachten.
De voorzitter:
Op dit punt heb ik een interruptie voor u van de heer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Het was op een eerder punt. Ik heb er heel eventjes op gekauwd.
Klimaatgekte, hoor ik. Ik noem dat vaak juist goed klimaatbeleid.
Stevige woorden van de heer Russcher. Mijn vraag aan u is: zou u hier
gewoon mee willen stoppen?
De heer Russcher (FVD):
Nee, want Forum voor Democratie is tegen het klimaatbeleid. Het heeft
geen enkele zin om onze hele economie en welvaart op te offeren voor
mogelijk 0,000036 graden minder opwarming in 2050.
De heer Van Leijen (D66):
Dat is een helder antwoord: stoppen dus. Dan ga ik daar toch even op
doorvragen. Als ik kijk naar het Nationaal Isolatieprogramma, zie ik dat
daar de afgelopen jaren ongeveer een half miljoen woningen mee zijn
geïsoleerd. Er wonen ongeveer twee mensen in een woning, dus dan heb je
1 miljoen Nederlanders die een lagere energierekening hebben gekregen en
nu minder vatbaar zijn voor de onrust in de wereld door dat
klimaatbeleid. Wilt u daar dan ook mee stoppen?
De heer Russcher (FVD):
Nee, want Forum voor Democratie is niet tegen het isoleren van woningen.
Ik denk dat dit iets heel goeds is. Alleen, we zijn tegen het afbouwen
van onze hele gasinfrastructuur. Het hele Groningse gasveld wordt nu
volgestort met beton, de apparatuur eromheen wordt weggegeven aan
Oekraïne. Dat is iets wat Forum voor Democratie niet wil. We willen
doorgaan met de gaswinning, zodat Nederlanders gewoon hun huis kunnen
verwarmen met gas.
De voorzitter:
U zet uw betoog voort.
De heer Russcher (FVD):
Ik pak het even op bij de 51% meerderheid die nodig is voor
duurzaamheidsinvesteringen, waardoor kosten voor huishoudens op kunnen
lopen tot tienduizenden euro's voor iets waar zij niet op zitten te
wachten. Ik ben benieuwd hoe de minister hiernaar kijkt. Is zij het met
Forum voor Democratie eens dat er voor verduurzaming, net als bij andere
grote renovaties of ingrepen, gewoon minimaal tweederdemeerderheid nodig
dient te zijn?
In de brief van de regering van 17 maart 2026 wordt bovendien aangegeven
dat het klimaatdoel voor 2030 met het huidige beleid niet binnen bereik
ligt en dat er nog een onderzoek loopt naar welke maatregelen nog meer
nodig zijn. Met andere woorden, straks worden we opgezadeld met nog meer
klimaatbeleid. Mijn vraag aan de minister is: wat kosten al deze huidige
klimaatregelen en duurzaamheidseisen nu per woning? Wat is de totale
rekening tot 2050? Wat leveren al deze eisen überhaupt op voor de
mondiale temperatuur? Ziet zij in dat dit enkel resulteert in hogere
kosten voor Nederlanders? Forum voor Democratie roept de regering op om
tijdens deze woningcrisis gewoon te bouwen wat nodig is, zonder onzinnig
klimaatbeleid en zonder zich iets aan te trekken van de Brusselse
bemoeienis.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Dan ga ik nu door naar de bijdrage van de heer
Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. De komende jaren liggen er enorme kansen om de
woningbouw te versnellen. Zo helpen we al die mensen die nu willen
starten aan een nieuwe woning en een nieuw hoofdstuk in hun leven, waar
ze nu eindeloos op moeten wachten. Tegelijkertijd maken we Nederland
onafhankelijk van buitenlandse energie, zodat we de energierekening van
Nederlanders kunnen verlagen. Wat D66 betreft doen we daarvoor drie
dingen. We zetten vol in op warmtenetten en scheppen als Rijk
duidelijkheid over of bestaande en nieuwe woningen op die netten kunnen
worden aangesloten. Twee. We gaan netbewust bouwen, om te zorgen dat we
niet worden afgeremd in onze ambities door netcongestie. Drie. We maken
duidelijke keuzes over wat we landelijk willen doen en maken een einde
aan versnipperd klimaatbeleid.
Voorzitter. Allereerst de warmtenetten. De ambitie in het
coalitieakkoord is helder: we blijven volop inzetten op warmtenetten.
Netbeheerders, gemeentes, woningcorporaties en bouwers zijn allemaal net
zo ambitieus. Dat is ook hard nodig, al was het maar om netcongestie
tegen te gaan. Zij vragen de politiek terecht om extra stappen te
zetten. Daarom de volgende vragen aan de minister. Hoe kan het Rijk
gemeentes, provincies en bewoners helpen door het bieden van
duidelijkheid? Krijgen ze een warmtenet of krijgen ze een andere
duurzaamheidsoptie? Hoe zorgen we ervoor dat gemeentes warmtenetten als
goede optie zien voor hun energietransitie? Dit vraag ik gezien het feit
dat ze vaak de goedkoopste optie zijn en een bredere uitrol van
warmtenetten tot een daling van de kosten leidt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Terecht punt, maar als dat het pleidooi is van D66, had ik wel verwacht
dat daarover het nodige stond in de budgettaire bijlage bij het
coalitieakkoord. Hoe ik ook zocht, warmtenetten stonden er niet in,
terwijl er eigenlijk gewoon een levensgroot, enorm bekostigings- en
financieringsvraagstuk op tafel ligt. Of zijn de middelen voor de
decentrale overheden helemaal daarvoor bestemd? Hoe zit dat precies en
wat is de inzet van de D66-fractie in dezen?
De heer Van Leijen (D66):
De inzet van de D66-fractie is gisteren duidelijk geworden, denk ik. We
hebben twee uur gestemd. Het was een lange stemming. Maar de D66-fractie
heeft gewoon voor het amendement gestemd dat eerder werd aangehaald om
meer middelen beschikbaar te maken voor de SAH.
De voorzitter:
U zet uw betoog voort. Nee, de heer Grinwis heeft nog een
vervolginterruptie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat was slechts een eenmalig amendement. Het was een — hoe zal ik het
zeggen? — waardevolle poging van GroenLinks-PvdA, die wij van harte
gesteund hebben, maar dat was niet voldoende. De vraagstukken rondom de
financiering en de bekostiging van warmtenetten voor de komende jaren
zijn immens. We hebben de wetten nu aangenomen. Stap 2 was het regelen
van de financiering. Er staat niks in het coalitieakkoord. Er staat in
ieder geval niks in de budgettaire bijlage. Hoe moet het nu
verder?
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij zijn er in totaal nog 30 duurzaamheidsregelingen die
openstaan tot 2030. Ik heb wel de zorg dat het na 2030 … U heeft wel de
neiging om altijd te gaan hoesten en niezen als ik aan het woord ben,
meneer Grinwis. Daar moeten we aan werken. Ik herhaal: ik heb wel de
zorg dat die transitie na 2030 stilvalt. Daar wil ik ook graag over in
gesprek met iedereen die denkt: goh, daar moeten we wat mee doen.
De voorzitter:
We wensen de heer Grinwis natuurlijk alle gezondheid toe. Mevrouw Van
Oosterhout heeft een interruptie.
De heer Van Leijen (D66):
Uiteraard wens ik de heer Grinwis allereerst alle gezondheid toe. Ik had
nog een vraag.
De voorzitter:
Meneer Van Leijen, mevrouw Van Oosterhout heeft een interruptie voor
u.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het ging net even over het SAH-amendement, dat mijn fractie heeft
voorgesteld. We zijn natuurlijk blij dat D66 wel heeft voorgestemd, maar
u zit ook in een coalitie en het is u niet gelukt om de coalitiepartijen
mee te krijgen. Hoe reflecteert u daarop? Is dit anderzijds niet ook
iets wat eigenlijk al geregeld had moeten worden bij de
onderhandelingen? Heeft u zitten slapen bij de onderhandelingen?
De heer Van Leijen (D66):
We hebben niet zitten slapen bij de onderhandelingen. Hoe de
coalitiepartijen hierop reflecteren … Ze zitten hier, dus ik zou vooral
zeggen: vraag het ze zelf. Ik denk dat er tijdens de
coalitieonderhandelingen in ieder geval een goed pakket is neergelegd
voor de periode tot 2030. We kunnen gezamenlijk kijken waar we dingen
kunnen verbeteren door middel van zo'n amendement. Dat is volgens mij
ook het mooie aan deze minderheidscoalitie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het mooie aan deze minderheidscoalitie is dat ik dan ook wel zou
verwachten dat u zich iets meer zou inspannen om een meerderheid voor
elkaar te krijgen. Maar ik heb een vraag in bredere zin. U zegt: er ligt
een mooi akkoord. Maar denkt u dat het allemaal gratis is? Waar is het
geld voor een Isolatie Offensief? Waar is het geld voor de warmtenetten?
Hoe moet ik dat voor me zien? Dat is een vraag die ik ook aan de
minister heb gesteld, maar ik ben toch wel heel erg benieuwd hoe D66
daarnaar kijkt.
De heer Van Leijen (D66):
Zoals ik eerder aangaf, staan er nog 30 regelingen open, dus er is geld
tot 2030. Dat we met elkaar moeten kijken wat we daarna gaan doen, ben
ik zeker met u eens. Dat is een belangrijke vraag.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we moeten concluderen dat mensen die hun woning willen
verduurzamen en een lagere energierekening willen, niets hebben aan D66,
want die partij vindt het óf niet belangrijk, óf kan de eigen
coalitiepartijen niet aan. Dat vind ik heel spijtig om te zien. In beide
gevallen betekent het wel dat de mensen thuis de pineut zijn. Ik zou D66
dus toch willen vragen om hier goed over na te denken in het
vervolg.
De heer Van Leijen (D66):
Wij denken altijd overal goed over na. Ik deel de conclusie volledig
niet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is geen conclusie die je wel of niet kunt delen; het zijn harde
feiten. Huurders op een warmtenet betalen €370 meer dan huurders die
niet op een warmtenet zitten. Mensen die nu zonnepanelen hebben, met de
belofte dat het goedkoper wordt, zijn straks in sommige gevallen duurder
uit dan wanneer ze geen zonnepanelen hadden gehad. We kunnen wel zeggen
dat daar allerlei regelingen voor zijn, maar we zien nul euro extra in
het coalitieakkoord, terwijl er nu al mensen zijn die de rekening
betalen. Als u hier zo enthousiast over bent, maar ziet dat het
draagvlak weg is … Waarom zou je als huurder op het warmtenet willen
worden aangesloten als dat je alleen maar geld kost? Wat gaat D66
daaraan doen?
De heer Van Leijen (D66):
Dat heb ik volgens mij al een paar keer aangegeven. Er zijn nog
bestaande regelingen tot 2030. Na 2030 moeten we goed kijken wat we gaan
doen om te zorgen dat de transitie niet stilvalt. Tegelijkertijd hebben
we gisteren voor het SAH-amendement gestemd; dat zou volgens mij heel
erg hebben geholpen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Ik vervolg mijn betoog. Ik was bij mijn derde vraag aan de minister. Ik
had het er al een paar keer over dat er heel veel verschillende soorten
subsidies en regelingen zijn. Mijn vraag is: kunnen we de verschillende
subsidies en regelingen niet beter op elkaar afstemmen, zodat de aanleg
van warmtenetten wordt versneld?
Mijn laatste vraag over het blokje warmtenetten is: kan de minister
reflecteren op de kostenstructuur bij warmtenetten? Bij uitbreiding naar
het energienet zien we dat elke Nederlander daaraan meebetaalt, ook de
Nederlanders die geen gebruikmaken van de elektriciteitsinfrastructuur
omdat ze op een warmtenet zitten. Is het niet logischer om dezelfde
methode toe te passen bij warmtenetten?
Is er een interruptie?
De voorzitter:
Nee, hoor. U gaat door met uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter. Dan het netbewust bouwen. De aangekondigde aansluitstop in
Flevoland, Gelderland en Utrecht moeten we koste wat kost voorkomen.
Door netbewust te bouwen kunnen we nieuwe woningen blijven aansluiten op
een vol energienet, omdat de woning slim omgaat met de beschikbare
capaciteit. Zo houden we het tempo in de nieuwbouw en krijgen meer
mensen kans op een huis. Daarom hoor ik graag van de minister hoe wij
netbewuste nieuwbouw kunnen stimuleren. Welke afweging maakt zij als het
gaat om de kosten van netbewuste nieuwbouw en de kosten van het
stilvallen van de bouw, dus als die niet doorgaat?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Daar is een motie over aangenomen. Die moet nog uitgevoerd worden. De
keuze die gemaakt zou kunnen worden, is om voor heel Nederland dezelfde
regels te stellen inzake netbewuste nieuwbouw. Nu wentelen we het af op
de gebieden waar ze duurder moeten bouwen. Dat betekent dat het risico
bestaat dat de bouw vooral in andere regio's gaat plaatsvinden. Denkt
mijn collega van D66 in dezelfde richting? Dit is namelijk het hele
probleem dat we net aan de orde stelden in de interruptie op de VVD: we
kunnen wel focussen op minder regels of het allemaal decentraal
organiseren, maar dan krijgen we gewoon concurrentie binnen ons eigen
land. Dat willen we niet. We willen vooral heel snel heel veel woningen
bouwen, die inderdaad zo min mogelijk een aanslag op het net doen.
De heer Van Leijen (D66):
Ik ben het met de heer Grinwis eens dat we zo snel mogelijk meer
woningen willen realiseren. Volgens mij zijn we dat allemaal met elkaar
eens. Daar ging mijn laatste vraag net ook over: wat zijn de kosten van
netbewuste nieuwbouw ten opzichte van de kosten als de bouw niet
doorgaat? Daar zou ik graag meer inzicht in willen krijgen. Dan kan ik
die vraag ook beter beantwoorden.
De heer Russcher (FVD):
Ik ben benieuwd hoe D66 kijkt naar de situatie die we nu hebben. Er is
sprake van netcongestie, waardoor honderdduizenden woningen niet kunnen
worden aangesloten op het stroomnet. Dat komt natuurlijk ook doordat we
een gasverbod hebben ingesteld voor nieuwbouwwoningen. Ik wil daarop
graag een reflecterende opmerking van D66. Zou het niet verstandig zijn
om dat verbod los te laten, zodat mensen in ieder geval gewoon hun huis
kunnen verwarmen?
De heer Van Leijen (D66):
Nee, dat zie ik anders. We hebben een belofte gedaan aan de Groningers
en daar moeten we ons volgens mij gewoon aan houden. We zijn een
fatsoenlijke overheid, dus dat moeten we dan ook gewoon doen. We hebben
jaren het economisch belang voor laten gaan op het belang van de
Groningers. Daar zou ik vanaf willen stappen. En als het gaat om wat
verstandiger is: we hadden waarschijnlijk tien jaar eerder moeten
investeren in de elektriciteitsinfrastructuur.
De heer Russcher (FVD):
Is D66 het niet met mij eens dat het ook in het belang van de Groningers
kan zijn om door te gaan met de gaswinning? Het kost ongeveer 10 miljard
om daar aardbevingsbestendig te bouwen, maar uiteindelijk komt het ook
ten goede aan de Groningers. Zij kunnen ook een lagere energierekening
hebben. Als je kijkt naar sommige onderzoeken in Groningen, zie je dat
Groningers dat ook inzien. Ik ben gewoon benieuwd hoe D66 hiernaar
kijkt.
De heer Van Leijen (D66):
Ik gun natuurlijk de Groningers allereerst een lagere energierekening,
maar daar zit dan denk ik net het punt. Op het moment dat je wilt gaan
boren in Groningen, zegt allereerst de NAM: mij niet bellen, ik heb daar
geen zin in. Maar stel dat we het gaan doen. Dan breng je het gas dat je
daar uit de grond haalt op een Europese markt, wat vervolgens heel
weinig met de prijsstelling doet. Dus je helpt Groningers niet aan een
lagere gasprijs door dat te doen.
De voorzitter:
Daar komt geen vervolginterruptie uit voort. Ik meende dat u klaar was
met uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Bijna, voorzitter.
De voorzitter:
Bijna. Dan vervolgt u uw betoog.
De heer Van Leijen (D66):
Dan mijn laatste punt: een duidelijke landelijke lijn. We kunnen
efficiënter bouwen en resultaat boeken voor het klimaat als we een
duidelijke landelijke lijn trekken. Allemaal verschillende organisaties,
gemeenten en provincies delen hetzelfde doel, namelijk sneller
verduurzamen, maar dit leidt in de praktijk toch tot een lappendeken van
regels. Daarom de vraag welke stappen de minister de komende tijd kan
zetten om duurzaamheidsregels door heel Nederland gelijk te trekken,
zodat we sneller kunnen bouwen.
Voorzitter, ik rond af. We zijn het aan alle mensen wiens leven nu op
pauze staat verplicht om elke kans aan te grijpen. Zo geven we ze de
kans om te starten aan een nieuw hoofdstuk, een nieuwe studie, een
nieuwe baan, een gezin en een mooie en goed geïsoleerde woning.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw betoog. Dan ga ik nu door naar het betoog van de heer
Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Toen ik in 2021 als Kamerlid mocht starten, heb
ik me als eerste gestort op het onderwerp isolatie van huizen, iets waar
toen veel te weinig aandacht voor was en wat voor bewoners van slecht
geïsoleerde huizen met een kleine of heel gewone portemonnee zo
ongelofelijk belangrijk is. Bovendien, als je isolatie goed uitvoert,
woon je ook nog eens comfortabeler. Samen met de collega's Bromet en
Bontenbal — wie kent ze niet? — kwam ik met het Manifest Nationaal
Isolatieprogramma dat vervolgens inclusief 4 miljard euro tot en met
2030 landde in het coalitieakkoord later dat jaar. Vervolgens kwam de
energieprijzencrisis rond de inval van Rusland in Oekraïne en nu zitten
we waarschijnlijk aan het begin van een nieuwe energieprijzencrisis. Dat
roept de vraag op: moet er niet een tandje bij, bij het Nationaal
Isolatieprogramma? Oké, het individuele spoor via de ISDE loopt goed,
maar het had veel voeten in aarde voordat gemeenten het collectieve
spoor werkend hadden. Nog steeds is de vve-aanpak, de aanpak via de
verenigingen van eigenaren, een uitdaging. Hoe wil de minister de
collectieve aanpak, de collectieve lijn, in het Nationaal
Isolatieprogramma verder versterken? Is het bijvoorbeeld niet nodig om
de SPUK LAI, de SPUK Lokale Aanpak Isolatie, aan te passen, zodat deze
beter past bij de vve-structuur?
Voorzitter. De urgentie is met de aanval op Iran van 28 februari
jongstleden op Iran alleen maar groter geworden. In de gebouwde omgeving
zag je dan ook gelijk een reactie. Vanaf maandag 2 maart, dus gelijk na
die inval, stond de telefoon bij het Nationaal Warmtefonds roodgloeiend.
Het aantal aanvragen van rentevrije leningen, de 0%-regeling voor
gezinnen met een laag en middeninkomen, steeg gelijk met 40% en de
verwachting bij het Warmtefonds is dat dat hogere niveau van aanvragen
aanhoudt. Dat zal betekenen dat het Warmtefonds vroeger of later, in
ieder geval in '27 en in '28, in de knel komt. Garandeert de minister
dat het Warmtefonds ja kan blijven verkopen en geen nee hoeft te
verkopen, de deuren niet hoeft te sluiten in '27? Komt er zo nodig een
extra storting in '27 en '28? Als dit niveau van de verhoging van het
aantal aanvragen met 40% zich doorzet, is de inschatting dat er 100
miljoen per jaar bij moet in '27 en '28. Graag een reactie.
Met betrekking tot het Warmtefonds en vve's nog een paar vragen. Kan de
minister een helder en stabiel financieringspakket voor vve's
ontwikkelen, ook juridisch? Dat geeft vve's langjarige zekerheid,
waardoor zij erop kunnen vertrouwen dat spelregels niet wijzigen tijdens
hun meerjarige traject. Ik weet dat er diverse trajecten lopen bij het
ministerie van VRO. Hoe staat het daarmee? Wanneer komen de uitkomsten
daarvan naar de Kamer? Kan de minister garanderen dat er ook voldoende
geld beschikbaar blijft in het Warmtefonds om de VvE Ledenlening te
kunnen blijven verstrekken? Ik heb begrepen dat dat nu goed loopt;
blijft dat zo? Daarnaast zijn er bij vve's nog ontzettend veel zorgen
over de Gasketelwet. Ik heb daar schriftelijke vragen over gesteld in
2024. Wil de minister bij het toevoegen van geld voor onderhoud aan het
Nationaal Warmtefonds expliciet het onderhoud van gasketels en het
afvoeren bijvoorbeeld van die rookgasafvoeren meenemen, bijvoorbeeld
door het maken van een apart fonds waar vve's uit kunnen putten? Graag
een reactie.
Voorzitter. Warmtenetten zijn cruciaal, juist om onze afhankelijkheid
van fossiele energie te verminderen, maar de aanleg van warmtenetten
stokt. Om energiearmoede te voorkomen en corporatiewoningen te
verduurzamen is structurele subsidiëring van het vastrecht nodig. Dat
kan door de SAH, de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen, te
continueren. Kan de minister aangeven welke mogelijkheden zij ziet om
die regeling op de korte termijn weer open te stellen? Deze vraag klemt
des te meer, nu gisteren een amendement geen meerderheid heeft gekregen.
Hoe wil de minister woningbouwcorporaties en vve's helpen om een
aansluiting op een warmtenet te realiseren? Hoe werkt de minister aan
langetermijnzekerheid om hiermee aan de slag te gaan? En hoe hakt zij de
financieringsknopen door, nu het coalitieakkoord haar geen budget
meegeeft?
Voorzitter. Ons bereikte ook een zorg over de verduurzaming van
ouderenwoningen op NSW-landgoederen, dus Natuurschoonwet-landgoederen.
Door regels die zijn opgesteld voor deze landgoederen, is verduurzaming
lastig maar wel vereist volgens het Bbl. Is de minister bereid om deze
zeer specifieke categorie huurwoningen dezelfde behandeling te geven als
erkende monumenten en ze op te nemen op de lijst met uitzonderingen
waarop deze energieprestatie-eisen niet van toepassing zijn? De minister
heeft eerder toegezegd dat zij met een brief komt over de
investeringscapaciteit van woningcorporaties, onder andere in relatie
tot de NPA, de nationale prestatieafspraken 2025-2035. Wil de minister
hier ook concreet ingaan op het aspect verduurzaming, want dat mag niet
het kind van de rekening worden als we alle focus richten op de bouw en
ondertussen bewoners met een slecht geïsoleerde woning achter zouden
blijven?
Dat waren mijn vragen in eerste termijn, voorzitter. Tot zover.
De voorzitter:
Ik wilde u ook bijna vragen om af te ronden, aangezien u net wat over de
vier minuten heen zat. Maar u deed dat zelf al. Dank u voor uw betoog.
Dan ga ik door naar mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Ik zit hier vandaag namens het CDA met een
duidelijke inzet, want we willen natuurlijk dat onze huizen, scholen en
bedrijfspanden energiezuiniger worden en dat dat werkt voor mensen en
voor ondernemers. De actualiteit maakt dat die inzet alleen maar
urgenter is geworden, want de kans dat die rekening omhooggaat is heel
groot. De hoge olie- en gasprijzen door de oorlog in Iran laten zien hoe
kwetsbaar we zijn. Dat merken we aan de benzinepomp en straks ook aan
onze energierekening. Juist daarom moeten we werk maken van de
weerbaarheid van ons energiesysteem. Dat moeten we doen in het groot als
Nederland in Europa — daar gaat vandaag een debat over — maar ook heel
dichtbij, te beginnen in onze woningen hier.
Voorzitter. Goed isoleren vraagt om heldere richtlijnen. De vorige
minister heeft een aantal aanscherpingen van de milieuprestatie-eisen
niet door willen voeren, vanwege het programma STOER, waarin ze regels
wilde schrappen. Het CDA vindt regels schrappen ook heel stoer, maar we
vinden ook dat we vooral heel slim moeten kijken naar de regelgeving. Er
moet een goede balans zijn, zodat eisen op het gebied van duurzaamheid
en circulariteit wel zorgen voor een stimulans maar het de bouw en
betaalbaarheid van woningen niet in de weg komt te staan. Hoe kijkt de
minister daartegen aan? En in hoeverre is een aanscherping alsnog
mogelijk en wenselijk? Isoleren helpt huishoudens namelijk om hun
energierekening omlaag te brengen, verhoogt het wooncomfort en voorkomt
dat mensen in de knel komen. Juist daarom is het zorgelijk dat terwijl
er ruim 1,6 miljard beschikbaar is gesteld aan gemeenten, de uitvoering
nog maar beperkt op gang is gekomen. Tot nu toe is slechts een deel van
de woningen geïsoleerd, 2,5% van het doel. Collega Jumelet heeft hier
eerder schriftelijke vragen over gesteld. Ik maak graag van de
gelegenheid gebruik om een aantal vervolgvragen te stellen. Wat gaat de
minister concreet doen om ervoor te zorgen dat gemeenten het geld dat er
al ligt, ook echt sneller gaan inzetten voor isolatie? Hoe wordt daarbij
ook meer gestuurd op resultaat, dus op het daadwerkelijk aantal
geïsoleerde woningen in plaats van alleen op proces en praktische
ondersteuning?
De minister gaf in haar antwoord op de schriftelijke vragen aan dat er
nieuwe cijfers worden verwacht en dat de verwachting is dat deze flink
hoger zullen liggen. Zijn deze cijfers er inmiddels al en is het aantal
geïsoleerde woningen nu inderdaad veel hoger? Hoe verhouden die nieuwe
cijfers zich tot het doel van de 750.000 geïsoleerde woningen in 2030?
Ligt dat doel binnen bereik met het huidige tempo? Of is er meer inzet
op de uitvoering nodig? Helpt het enorm gedifferentieerde aanbod aan
financieringsmogelijkheden huishoudens nou écht om energiebesparende
maatregelen te nemen of maakt het keuzes juist ingewikkeld en
verwarrend? De minister schrijft dat er één loket komt: het energiehuis.
Dat moet huishoudens helpen met duidelijke en betrouwbare informatie
over energie en wonen. Wat gaan huishoudens hier straks concreet van
merken? Wordt de informatie actief naar hen toe gebracht of moeten ze
het zelf komen ophalen? Wat gaat de minister nog meer doen om ervoor te
zorgen dat juist huishoudens die het nodig hebben, goed worden geholpen
en ontzorgd, van advies tot aanvraag en uitvoering?
Ten slotte, voorzitter. We moeten slim omgaan met de ruimte die we
hebben, ook om genoeg duurzame energie op te wekken. Met name bij
utiliteitsdaken is er nog veel winst te behalen voor het plaatsen van
zonnepanelen. Holland Solar wijst erop dat de brede uitzonderingsgronden
uit de Europese EPBD ervoor kunnen zorgen dat dit potentieel lang niet
volledig wordt benut. Heeft de minister deze oproep gezien en kan zij
daarop reageren? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de negatieve effecten
van deze uitzonderingen worden beperkt door ze gericht en zorgvuldig
vorm te geven, zodat meer daken daadwerkelijk worden gebruikt voor
zonne-energie?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. Daarmee zijn we ... O, er is een interruptie van
mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het CDA deze wel ziet aankomen. In het
CDA-verkiezingsprogramma wordt gepleit voor collectieve warmte, en dat
zagen we ook terug in het coalitieakkoord, maar toch is daar in de
budgettaire bijlage geen geld voor vrijgemaakt. Dat hebben wij
geprobeerd recht te zetten met een amendement, en daar heeft het CDA
gisteren tegengestemd. Dus ik vroeg me af waarom het CDA huurders zo in
de kou laat zitten.
Mevrouw Steen (CDA):
Dan verwijs ik ook even naar het antwoord van mijn collega van D66. Er
ligt natuurlijk een prachtig en goed pakket tot 2030, om de eerste
stappen te kunnen zetten om die collectieve warmte ook te realiseren.
Bovendien staat er nog veel meer in de weg om die warmtenetten ook aan
te leggen. Ik sluit me dus aan bij de vragen die zijn gesteld aan de
minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat, naast dat er geld komt, de
uitvoeringskracht en regelgeving aangepast wordt om met al die
verschillende maatregelen ook daadwerkelijk collectieve warmte te
realiseren.
De voorzitter:
De heer Grinwis heeft ook vier interrupties gehad, dus we concluderen de
eerste termijn van de commissie nu af. Hoeveel tijd acht de minister
nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
25 minuten.
De voorzitter:
Dat is wel heel lang. Mogen we daar nog iets van afhalen? Is twintig
minuten mogelijk? De minister geeft aan dat ze haar best gaat doen. Dan
zien we elkaar om 11.20 uur in deze zaal terug.
De vergadering wordt van 11.00 uur tot 11.21 uur geschorst.
De voorzitter:
We hervatten het overleg over het klimaatbeleid gebouwde omgeving. Ik
wil graag de minister het woord geven.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Goed om vandaag met u te spreken over de
energietransitie in onze woningen en gebouwen. Want net als bij de
woningbouwopgave, waar we het twee weken geleden over hadden, draait het
hier om mensen en niet om abstracte doelstellingen of technieken. Om
ouders die zich zorgen maken over de energierekening. Om kinderen die in
een gezond huis moeten kunnen opgroeien, zonder tocht die onder de deur
door kruipt. Ook hier geldt: een huis moet een thuis zijn.
Deze transitie is ook niet alleen nodig voor ons klimaat; ze is ook
nodig voor onze strategische autonomie. De oorlogen en spanningen in de
wereld laten zien hoe kwetsbaar we zijn als we afhankelijk blijven van
gas en olie van buiten Europa. De recente situatie in het Midden-Oosten
en de stijging van de gasprijs maakt opnieuw duidelijk waarom we moeten
verduurzamen. Het gaat om meer dan alleen energie. Het gaat ook om
comfort, gezondheid, rust en stabiliteit. Deze transitie lukt alleen als
we 'm samen maken: samen met uw Kamer, met de medeoverheden, met de
corporaties, met de energie- en netbedrijven, met de bouwers en de
installateurs, met de banken, de verzekeraars, de energieadviseurs,
buurtinitiatieven en talloze vrijwilligers. We doen het immers niet
alleen voor de koplopers, dus de mensen, instellingen en de bedrijven
die al weten hoe ze hun huis kunnen isoleren of een warmtepomp kunnen
aanschaffen. We doen het vooral voor de mensen die het nu nog moeilijk
hebben. Voor het gezin dat de thermostaat lager zet of zelfs uit, om de
rekening te kunnen betalen. Voor de huurder die in een koude, vochtige
woning woont en zich afvraagt wie hen kan helpen. Voor hen moet deze
transitie werken.
Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat iedereen mee kan doen, of
je nu een huis bezit of huurt; of je nu veel of weinig te besteden hebt.
We weten wat er nodig is. We hebben de kennis, we hebben middelen en we
hebben noodzaak om te handelen. Nu moeten we ervoor zorgen dat de
energietransitie mensen niet overkomt maar dat zij voor mensen
werkt.
De verduurzaming van onze woningen en gebouwen is in volle gang en dat
zien we terug in onze cijfers. In ruim tien jaar tijd is de
CO2-uitstoot bijna gehalveerd, maar we weten dat dit tempo
niet hoog genoeg is. Om het doel van 13,2 megaton in 2030 te halen,
moeten we versnellen. Dan nog wordt het halen van dat doel in 2030
lastig. Gelukkig zien we dat steeds meer mensen stappen zetten. Ze
letten meer op hun energieverbruik, ze isoleren en ze kiezen voor een
warmtepomp. Woningcorporaties verduurzamen, zoals afgesproken in de
Nationale Prestatieafspraken, jaarlijks 150.000 huurwoningen, niet
alleen voor een beter energielabel maar ook voor meer comfort en lagere
kosten voor de huurders.
Tegelijkertijd is de opgave voor veel mensen niet eenvoudig. Dat is mij
ook gebleken bij een werkbezoek aan een vereniging van eigenaren in
Zoetermeer. Het is daar gelukt om een groot flatgebouw met 249
appartementen te verduurzamen, maar dat vergt een lange adem. De aanloop
heeft zes jaar gekost. Het succes is bovendien mede te danken aan de
tomeloze inzet van een actief bestuur van deze vve. Sommige bewoners
weten simpelweg niet waar ze moeten beginnen. Anderen zien op tegen de
rompslomp van offertes, subsidies en installateurs. Er zijn ook
huishoudens die het financieel gewoon niet kunnen dragen. Juist voor hen
moet de overheid er zijn, niet alleen met subsidies maar ook met
ontzorging en begeleiding. Daarom zetten we in op lokale energiehuizen,
waar bewoners terechtkunnen met hun vragen, wijkgerichte aanpakken via
de gemeente en laagdrempelige ondersteuning via de energiecoaches en de
buurtinitiatieven. We willen hiervoor extra aandacht gaan besteden in de
NPLV-gebieden. De komende maanden werk ik deze plannen verder uit. Een
interdepartementaal beleidsonderzoek brengt rond de zomer in kaart hoe
we de woningvoorraad betaalbaar en haalbaar fossielvrij kunnen maken
voor elke woning in elke wijk.
De komende maand nemen we ook concrete financiële beslissingen. Er zijn
middelen om de transitie te versnellen. Het Klimaatfonds loopt tot 2030,
hoewel we op onderdelen eerder tegen de grens dreigen aan te lopen,
zoals bij het ondersteunen van de vve's en het Nationaal Warmtefonds.
Maar geld alleen is niet genoeg. Het gaat bij de energietransitie van
onze woningen en gebouwen altijd om mensen; om hoe wij kunnen wonen,
werken en leven, om een thuis. Ik wil uw vragen aan de hand van de
volgende blokken beantwoorden. Mijn blokken zijn: energiebesparing,
netcongestie, bouwregelgeving en standaardisatie, en overig.
De voorzitter:
Kunt u dat wellicht nog iets rustiger herhalen, voor alle
meeschrijvers?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, mijn excuses. Isolatie en energiebesparing, netcongestie,
bouwregelgeving en standaardisatie, en overig.
Voorzitter. Dan begin ik met isolatie en energiebesparing. Met de
huidige prijsstijging van energie is het van enorm belang dat we
versneld doorgaan met het isoleren van huizen en gebouwen. De afgelopen
jaren zijn al veel huizen aangepakt, onder andere met kleine
maatregelen. Via de aanpak energiearmoede hebben energiecoaches en
fixers bij veel huishoudens energiebesparende maatregelen aangebracht.
Het gaat om ongeveer 300.000 woningen. De gemeentelijke aanpak van het
Nationaal Isolatieprogramma begon in 2025 echt op stoom te komen. De
voorlopige cijfers laten zien dat tot nu toe bijna 80.000 woningen zijn
geïsoleerd. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van het jaar
hiervoor. Deze versnelling hopen we voort te zetten.
Corporaties hebben in de afgelopen jaren 130.000 woningen verduurzaamd
van de in totaal 250.000 EFG-woningen. Vooral het individuele spoor
loopt goed. Al een paar jaar zijn er veel ISDE-aanvragen, meer dan
200.000 per jaar. Bij de SVVE werd in 2025 36 miljoen aangevraagd,
terwijl dit een aantal jaren terug nog 2,4 miljoen was. Het Nationaal
Warmtefonds leende in 2025 500 miljoen euro uit aan ruim 31.000
huishoudens. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2023, maar we zijn
er nog niet. Er is met name in bepaalde wijken en bij bepaalde
doelgroepen, zoals de vve's, meer nodig. Dat doen we onder andere via
het Nationaal Isolatie Offensief, het helpen van de wijken met de
grootste energiearmoede via het Nationaal Programma Leefbaarheid en
Veiligheid, ondersteuning via lokale energiehuizen, energiecoaches en
buurtinitiatieven, en wijkgerichte aanpakken in gemeenten.
Dan de vraag van de heer Mooiman en mevrouw Beckerman over de
beleidsmaatregelen in relatie tot het coalitieakkoord en het verlagen
van de energierekening. De prioriteiten op dit dossier gaan over zowel
energiebesparing als duurzame warmte, voor een lagere energierekening,
minder afhankelijkheid van andere landen en het tegengaan van
klimaatverandering. Daarbij vind ik het belangrijk dat we vooral de
mensen ondersteunen die dat het hardst nodig hebben. Denk hierbij aan
het Nationaal Isolatie Offensief en de afspraken met de corporatiesector
om huurwoningen met een laag energielabel aan te pakken. Ik ga normering
voor slim aanstuurbare hybride warmtepompen uitwerken. Mijn ambitie is
dat het afscheid van de huidige cv-ketel straks de normaalste zaak van
de wereld is, uiteraard waar dat technisch kan. Wel blijven we inzetten
op warmtenetten in die wijken waarin dat de beste oplossing is. Samen
met de minister van KGG ben ik bezig de kosten naar beneden te brengen
en de besluitvorming hierover te verbeteren.
Dan de vraag van de heer Grinwis over een tandje erbij voor
isolatieprogramma's. Ik zie het gemeentelijke spoor van het NIP nu echt
op gang komen. In de cijfers van deze maand is een verviervoudiging te
zien van het aantal geïsoleerde woningen. We zitten nu op ongeveer
80.000 woningen. Deze versnelling moeten we vasthouden om het doel van
750.000 te realiseren. Het gemeentelijke spoor is belangrijk, juist om
aan de mensen die het nodig hebben, extra ondersteuning te kunnen
bieden. Er ligt inmiddels 1,6 miljard euro bij de gemeenten om hieraan
uitvoering te geven. Met een Isolatie Offensief wil ik kijken hoe het
isolatietempo verder kan worden versneld in wijken waar de prioriteit
het hoogst is. Ik zal de nieuwe colleges van B en W dus oproepen om hier
prioriteit aan te geven. Ook gaan we kijken welke belemmeringen we
moeten wegnemen voor meer tempo. Denk bijvoorbeeld aan de
vleermuizen.
Dan de vraag van de heer Grinwis of er niet een tandje bij moet. Ik zie
het gemeentelijke spoor nu echt op gang komen, zoals ik u zojuist
aangaf. Ook hiervoor geldt dat ik de colleges van B en W zal oproepen om
prioriteit te geven aan deze versnelling en dat we zullen meekijken of
er belemmeringen zijn die wij kunnen wegnemen.
De vraag van mevrouw Van Oosterhout over isolatie en de energiearmoede
die alleen maar groter wordt. Voor het energienoodfonds wordt een
aanvraag gedaan bij het Social Climate Fund. Met een Isolatie Offensief
wil ik de huidige isolatieaanpakken versnellen in wijken waar dat de
hoogste prioriteit heeft. Hoe het Isolatie Offensief er precies uit gaat
zien, moet ik nader uitwerken met de minister van KGG. Ik ga met de
gemeenten in gesprek over de vraag hoe we deze nodige versnelling kunnen
realiseren. Gemeenten kunnen ondertussen door met hun
isolatieprogramma's voor de bewoners, zodat zij zo snel mogelijk
geholpen zijn aan een lagere energierekening.
De vraag van GroenLinks-PvdA over de aanbevelingen van het Rel en de
SER. Ik heb de voorstellen uit de sector en van de SER ontvangen. Het is
zeker zo dat er een mensgerichte aanpak nodig is, juist voor de mensen
voor wie de problematiek het grootst is. Ik ga graag aan de slag met
ideeën die gemeenten helpen sneller te isoleren. Met de verschillende
partijen ben ik al in overleg om tot een standaardisatie van de aanpak
te komen. Dit neem ik mee in de uitwerking van het Isolatie Offensief.
Het vooraf financieren van subsidies kan al in de lokale
isolatieaanpakken. Gemeenten kunnen de subsidies namens de bewoners
aanvragen om de bewoners te ontzorgen. Zo worden subsidieaanvragen ook
makkelijker.
De vraag van de PVV over vleermuizen. Ik deel de mening van de heer
Mooiman dat eenduidig beleid echt nodig is voor het versneld isoleren
van spouwmuren. Daarom werk ik momenteel samen met de minister van LVVN,
soortenorganisaties, provincies, de VNG en de isolatiebranche aan een
landelijke gedragscode. Dit spraken we vorig jaar bestuurlijk af. Deze
gedragscode biedt vrijstelling van de vergunningsplicht voor flora- en
fauna-activiteiten. Ik zet me maximaal in om deze gedragscode zo spoedig
mogelijk af te ronden. Ik streef naar een consultatie in Q2. In de
tweede helft van het jaar zou de gedragscode dan in werking moeten
kunnen treden.
De vraag van mevrouw Beckerman over het isoleren bij woningcorporaties.
Corporaties zijn hard op weg om de doelen te behalen en zullen dat de
komende jaren blijven. Het aantal woningen met een slecht energielabel
is sinds 2022 gehalveerd. Woningcorporaties zijn ook volop bezig met de
volgende stappen, na EFG. In de praktijk worden huurwoningen vaak al
richting energielabel B verduurzaamd. Tegelijkertijd weten we dat de
sector voor de Nationale Prestatieafspraken tot 2034 een tekort kent van
ongeveer 19 miljard. Met het structureel verlagen van de
vennootschapsbelasting met 325 miljoen per jaar wordt het in theorie
mogelijk het financiële tekort van de sector op te lossen. Ik hou
hierbij een slag om de arm. Ik zal uw Kamer op een later moment
informeren over de invulling van de maatregelen in het coalitieakkoord
en de gevolgen voor de financiële haalbaarheid van de Nationale
Prestatieafspraken.
De vraag van de heer Grinwis over de NPA over verduurzaming. Hij is er
niet meer bij. Hij vroeg: gaat de minister in haar brief over de
investeringscapaciteit van de woningcorporaties in relatie tot de NPA
ook in op de verduurzamingsopgave? Ja. O, daar is hij. Hij hoorde vast
het ja.
De voorzitter:
Maar op welke vraag was dat dan? Goed, dat mag de heer Grinwis
terugkijken. U gaat door met de beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Heel goed. Dan ga ik door met de vraag van de heer Grinwis over de
uitzondering op de EFG-normering. De internetconsultatie van de
ontwerpregeling om EFG uit te faseren is in december afgerond. Met het
uitwerken van het definitieve besluit worden de nodige uitzonderingen
tegen het licht gehouden. Ik wil in elk geval zo veel mogelijk
aansluiten bij de Europese richtlijnen, maar met reële eisen. Het moet
haalbaar zijn en bijdragen aan de CO2-reductie. Ik denk
daarbij aan monumenten, sloopwoningen, kleine vrijstaande woningen,
kleiner dan 50 vierkante meter, en woningen die maar een paar maanden
per jaar gebruikt worden. Ik kom hier voor de zomer bij uw Kamer op
terug.
De vraag van de SP over het afschaffen van de salderingsregeling voor
zonnepanelen. Ik snap dat zonnepaneelbezitters hiervan schrikken en dat
het lijkt alsof zonnepanelen niet meer zullen lonen. Tegelijkertijd
blijven zonnepanelen ook vanaf 2027 zorgen voor een aanzienlijke
besparing op de energierekening. Zonnepanelen blijven zich over het
algemeen ruim binnen de technische levensduur terugverdienen. De
motie-Beckerman verzocht om een voorstel voor het compenseren van
huurders. In de brief van 9 januari 2026 is daarop ingegaan en is
aangegeven dat daar geen financiële dekking voor is. Wel onderzoek ik
met de huursector hoe specifiek huurders beter geïnformeerd kunnen
worden over het eigen gebruik. Iedere zelf opgewekte kilowattuur die een
huishouden verbruikt, hoeft een huishouden niet in te kopen bij zijn
energieleverancier. Door het eigen gebruik te verhogen door de slimme
inzet van elektrische apparaten zoals de wasmachine kunnen nadelige
gevolgen worden beperkt.
De vraag van de ChristenUnie over de isolatie bij vve's. Vve's kunnen
met de SPUK Lokale Aanpak Isolatie worden geholpen. De SPUK is hier dus
al op ingericht. Alle woningen in een vve kunnen worden geïsoleerd met
de middelen. Het is wel zo dat gemeentes soms meer geld willen kunnen
geven aan bepaalde eigenaren in een vve, omdat die het geld meer nodig
hebben. Het Instituut voor Publieke Waarden kijkt naar de mogelijkheden
om gerichte extra ondersteuning te bieden, boven op de landelijke
subsidies voor vve's.
Een aanvullende vraag van de ChristenUnie over de financiering van
vve's. Het is inderdaad belangrijk dat vve's kunnen rekenen op vaste
financieringsmogelijkheden. Die zijn er ook. Voorlopig zijn het
Warmtefonds, de SVVE-subsidie en de aanpak van gemeenten beschikbaar. Ik
zet mij ervoor in om voldoende budget voor de vve's beschikbaar te
houden binnen de financiële kaders.
De vraag van Forum over de vve-besluitvorming. Zorgvuldige
besluitvorming waarin de individuele belangen van appartementseigenaren
worden meegenomen, blijft noodzakelijk. Ik zie dat vve's achterlopen op
onderhoud en verduurzaming en dat versnelling voor deze doelgroep
hoognodig is. Zo zag ik vorige week tijdens mijn werkbezoek aan een vve
in Zoetermeer dat het veel jaren vergt om te komen tot onderhoud en
verduurzamingsmaatregelen voor het gebouw. Het besluitvormingsvoorstel
ziet erop dat er over onderhoud, verduurzaming en financiering
makkelijker besloten kan worden, met 50% plus één van de stemmen. We
behouden het quorum dat als waarborg dient voor te snelle
besluitvorming. Het wetsvoorstel zal voor de zomer in consultatie worden
gebracht.
De vraag van de ChristenUnie over extra geld in het Warmtefonds. Het
Nationaal Warmtefonds is succesvol. Het bereikt een doelgroep die
voorheen niet bezig was met energiebesparende maatregelen. De renteloze
leningen voor woningeigenaren met een laag inkomen zijn populair. Het
aantal verenigingen van eigenaren dat leent bij het Nationaal
Warmtefonds, groeit. Twee jaar geleden groeide het bedrag nog met 66
miljoen euro en vorig jaar met 232 miljoen euro. Sinds de oorlog in het
Midden-Oosten stijgt het aantal aanvragen inderdaad met 30% tot 40%. Het
Warmtefonds heeft aantrekkelijke en verantwoorde leningen dankzij de
bijdrage van de Rijksoverheid. Nu het Warmtefonds zo hard groeit, is er
dus inderdaad een extra bijdrage nodig. Dit moeten we uiteraard
beschouwen binnen de bredere financiële puzzel, waar ik nog niet op
vooruit kan lopen. De heer Grinwis vroeg naar de ledenlening voor
appartementseigenaren met een laag inkomen. Hiervoor zijn de komende
jaren voldoende middelen beschikbaar.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben blij met het antwoord van de minister dat zij bereid is om het
Warmtefonds in staat te blijven stellen om ja te blijven verkopen, want
zo interpreteer ik haar antwoord eigenlijk, namelijk dat ze geen nee
hoeven te verkopen, ook als het aantal aanvragen in de komende tijd
hoger blijft. Voor 2026 is er geen dreiging, maar voor 2027 is de
dreiging dat er bij het huidige niveau gewoon te weinig geld is om die
rentevrije leningen te kunnen blijven verstrekken. De minister hoeft
hier nu niet precies toe te zeggen: ik stort zo veel bij in 2027. Wil
zij de Kamer hier echter geruststellen dat het Warmtefonds, als het aan
haar ligt, inderdaad gewoon openblijft, niet alleen in 2026, maar ook in
2027 en 2028, zodat het zijn zegenrijke werk kan blijven doen. En een
tweede vraag: is de minister bereid, als ze wél helderheid heeft over de
financiële kaders en de manier waarop die puzzel wordt gelegd, daar een
brief over te schrijven aan de Kamer?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn antwoord aangaf: ik ben voor dit fonds. Ik vind het een
goed fonds. Ik zie ook dat er veel gebruik van wordt gemaakt. Het lijkt
ook te leiden tot daadwerkelijke uitkomsten; dat is altijd plezierig als
je ergens geld aan uitgeeft. Tegelijkertijd ben ik op dit moment
gebonden aan de financiële kaders die ik heb, dus ik zit hier met
volgens mij dezelfde insteek als u, maar tot op heden ben ik gebonden
aan de financiële kaders die ik heb, zoals ik in mijn antwoord al
aangaf. Maar we gaan natuurlijk niet op een blinde muur af rijden, dus
als we zien dat er meer nodig is, dan zullen we dat op moeten brengen en
breder moeten beschouwen binnen het kabinet. Daar zal ik me voor
inzetten. Op uw vraag of ik daar een brief over kan schrijven zodra we
daar met elkaar uit zijn, zeg ik: uiteraard.
De voorzitter:
Dan is even de vraag wanneer u die brief kunt sturen. Heeft u enig
idee?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Na de augustusbesluitvorming.
De voorzitter:
"Voor de kerst", noemen we dat! Na de augustusbesluitvorming. Ik stel
voor dat de minister dit blokje even afmaakt. Dan kijken we welke vragen
daar nog over zijn.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer Grinwis vroeg naar gas in het Nationaal Warmtefonds. Had ik die
net? Die had ik net gedaan, ja. De volgende had ik nog niet
gedaan.
De heer Grinwis. Voor de vve's die onvoldoende geld gereserveerd hebben
voor de renovatie of vervanging van de collectieve rookgasafvoer geldt
dat die in veel gevallen hiervoor via hun gemeente een lening kunnen
afsluiten bij SVn. Ook kunnen zij rechtstreeks terecht bij het
Toekomstbestendig onderhoudsfonds vve's en het Nationaal Warmtefonds.
Voorwaarde hierbij is dat ook verduurzamingsmaatregelen worden
uitgevoerd; dan kan het.
Dan de vraag van mevrouw Steen van het CDA over het energiehuis. Het
energiehuis is bedoeld om bewoners duidelijk te ondersteunen in het
gehele proces van verduurzaming. Waar binnen gemeenten vaak veel
verschillende initiatieven naast elkaar bestaan, moeten die meer als één
duidelijk geheel naar buiten treden. Het energiehuis wordt niet alleen
een plek waar bewoners zelf informatie en advies kunnen halen, maar het
energiehuis zal ook proactief naar bewoners toe gaan, zeker naar
kwetsbare huishoudens. Voor de zomer stuur ik u een brief met een
verdere uitwerking van hoe het energiehuis eruit gaat zien.
Een vraag van mevrouw Van Oosterhout van GroenLinks-Partij van de Arbeid
over het SER-advies. Het is een belangrijk advies. Ik dank de SER daar
ook voor. Ik ben blij dat de SER duidelijk steun uitspreekt voor de
verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ze geeft goede adviezen mee over
hoe dat goed handen en voeten kan krijgen. Voor de energietransitie is
het cruciaal dat iedereen mee kan doen. De heer Kim Putters wijst op de
zorgtaak voor kwetsbare huishoudens; zo zie ik dat ook. Ik herken sterk
de noodzaak om verduurzaming beter aan te laten sluiten bij de
leefwereld van bewoners en ondernemers.
Forum vroeg naar het ibo-onderzoek. We willen in 2050 geen
CO2-uitstoot meer hebben. Het ibo-onderzoek is er juist voor
bedoeld om te onderzoeken welke stappen we moeten zetten om deze
langetermijndoelen te behalen. Het ibo-onderzoek bekijkt langs welke weg
we dat kunnen bereiken en hoe we de lasten verdelen. Een belangrijk punt
daarbij is hoe we kwetsbare huishoudens meenemen. De reactie op het ibo
volgt na de zomer.
Er was een vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over middelen voor
verduurzaming en warmtenetten. Tot 2030 zijn middelen beschikbaar om die
ambities in te vullen. Dat zijn middelen voor ondersteuning van en
subsidies aan huishoudens, verhuurders, gemeenten, maatschappelijke
instellingen en bedrijven, ook voor warmtenetten. Het kabinet heeft in
het coalitieakkoord bovendien 800 miljoen per jaar gereserveerd voor
gemeenten, zodat zij ook na 2030 door kunnen gaan. Tegelijk is duidelijk
dat de warmtetransitie een opgave is van een lange adem en dat het
belangrijk is om de blik op het einddoel van 2050 te houden, namelijk
een klimaatneutraal Nederland. Ik begrijp de zorgen over morgen, maar
vandaag moeten we ook gewoon aan de slag. Stilstaan gaat ons daarbij
niet helpen. Elke stap in de transitie brengt ons vooruit.
Dat is dit mapje.
De voorzitter:
Dat was het blokje. Af en toe kreeg u nog wat extra tekst toegediend
naar aanleiding van de vele vragen, maar u was daarmee klaar. Dan kijk
ik naar de commissieleden. Eerst meneer Mooiman; mevrouw Beckerman
volgt.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil het graag hebben over de hybride warmtepompen en de normering
daarvoor. Daar hebben we ook een vraag over gesteld, waar de minister
zojuist op is ingegaan. Er zijn natuurlijk ontzettend veel
huiseigenaren, maar ook huurders, die zich zorgen maken over die
normering. Vooral huiseigenaren vragen zich af wat het voor hen kan gaan
betekenen, gezien de kosten. We willen de minister toch vragen hoe zij
die normering nou echt ziet. Gaat die normering leiden tot een
verplichting of is die een verplichting? Kan zij in ieder geval
toezeggen dat dat absoluut niet het geval zal zijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het antwoord op deze vraag zit in het volgende mapje, dus als u het goed
vindt, kom ik er dan op terug.
De heer Mooiman (PVV):
Ik vind het wel een beetje lastig debatteren op deze manier, omdat in de
beantwoording natuurlijk de hybride warmtepomp en de vraag daarnaar is
aangehaald, dus wellicht zou de minister de vraag over de hybride
warmtepomp erbij kunnen pakken. Ik kijk de minister aan om te zien of
dat mogelijk is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat kan. Ik geef een aanvullend antwoord op de vraag van de heer
Mooiman. Zoals we nu ook weer zien, is het belangrijk dat we als
maatschappij snel minder afhankelijk willen worden van fossiele
brandstoffen. Daarmee dragen we bij aan de klimaatdoelen en worden we
minder afhankelijk van geopolitieke spanningen en wisselende gasprijzen.
Een hybride warmtepomp levert in vrijwel alle situaties een lagere
energierekening bij gelijkblijvend comfort. Het is dus logisch dat op
plekken waar geen warmtenet komt de warmtepomp op termijn de norm wordt.
Daarom hebben we in het coalitieakkoord afgesproken dat we warmtepompen
normeren en stimuleren. Over de nadere uitwerking van die norm zal ik u
in het najaar informeren. Uiteraard nemen we daarbij mee of de norm voor
huishoudens haalbaar is.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil de minister toch het volgende vragen. In het coalitieakkoord
staat, denk ik, heel bewust het woord "normeren", terwijl het natuurlijk
voorheen een verplichting was. Ik hecht er toch zeer aan … Ik denk dat
er heel veel mensen zijn, bijvoorbeeld die in een slecht geïsoleerde
woning wonen, waarvan er nog heel veel zijn, waarvoor een warmtepomp
geen bijdrage levert aan het verlagen van de energierekening of aan het
wooncomfort. Maar ook komt er voor heel veel huiseigenaren toch een
forse investering op hen af, waarvoor ze vaak een lening aan moeten gaan
of zelfs verdere verduurzamingsmaatregelen moeten nemen. Ik ben er toch
bang voor dat dit eventueel gaat leiden tot een verplichting. Dat lijkt
mij zeer onverstandig. Ik zou aan de minister willen vragen om daar toch
nog op te reflecteren. Ik kan me voorstellen dat het kabinet dat nu al
weet. Gaat die normering nou leiden tot een verplichting, ja ofte
nee?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de wens om duidelijkheid. We hebben afgesproken in het
coalitieakkoord dat we warmtepompen normeren en stimuleren, maar ik wil
in de uitwerking de tijd nemen om te bezien dat we dit niet op een
dusdanige manier doen dat we mensen in de knoei laten draaien; vandaar
zei ik dat we de norm meenemen en kijken of het haalbaar is.
De heer Mooiman (PVV):
Deze vraag gaat over een ander onderwerp waar de minister in haar
beantwoording in het eerste blokje ook op terug is gekomen, namelijk de
isolatieproblematiek. Zij gaf aan dat er gewerkt wordt aan een voorstel
dat Q2 onze kant op komt. Daarbij wil ik de minister graag vragen of zij
toe kan zeggen dat ook wordt meegenomen hoe zij ervoor kan zorgen dat de
isolatiebranche, die natuurlijk faillissementen heeft meegemaakt vanwege
de problemen — de orders zijn alleen al in 2024 70% teruggevallen —
daadwerkelijk de capaciteit heeft om straks aan de slag te gaan.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We zijn in gesprek met deze branche, dus we zullen heel nadrukkelijk
luisteren naar hun zorgen en naar waar de kansen liggen om dit met
elkaar voor elkaar te krijgen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik word een beetje onrustig. Dat komt omdat je ziet dat een kwart van de
huishoudens in Nederland al zegt: we verbruiken minder. Mensen zijn in
paniek over de hoge prijzen. Ze maken zich enorme zorgen. We weten dat
andere landen wel ingrijpen. Spanje had meteen een maatregelenpakket. De
energierekening is daar direct omlaaggegaan. Ze hebben er in de
tussenliggende jaren ook voor gezorgd dat de energierekening door het
investeren in duurzame energie al blijvend lager is. Ik hoor de minister
eigenlijk nog niks zeggen over de korte termijn. Over de langere termijn
hoor ik dingen als "na de augustusbesluitvorming", "helaas is er geen
dekking voor" of "in theorie is het misschien wel mogelijk om te
compenseren". Wie moet die rekening betalen, vraag ik aan de
minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn beantwoording aangaf, ligt er 1,6 miljard bij de
gemeentes om iets doen. Maar het vraagstuk waarvoor we nu bij elkaar
zitten, en dat ook mijn portefeuille betreft, gaat over woningen en
isolatie. Dat kan namelijk bijdragen aan minder afhankelijkheid.
Vanmiddag is er een debat waar dit bredere vraagstuk voorligt. Daar zou
ik graag naar willen verwijzen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is lekker makkelijk. Deze minister gaat bijvoorbeeld ook over de
warmtenetten. Huurders die op een warmtenet zitten, betalen nu gemiddeld
€370 meer. Ze betalen dus hoe dan ook. Als ze wel op het warmtenet
zitten, betalen ze meer, vanwege de hoge kosten, die nog steeds
gekoppeld zijn aan de stijgende gasprijzen. Als ze niet op het warmtenet
zitten, betalen ze ook. Daar gaat deze minister over. Ik vraag deze
minister dus om een antwoord. Wat gaat zij hieraan doen? We kunnen daar
namelijk direct op ingrijpen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er zijn op dit moment voldoende middelen voor de gebouwde omgeving. In
de voorjaarsbesluitvorming regelen we integraal de verschillende
financiële claims die hierover gaan. De warmtenetten staan daarbij op
het netvlies. Daar kan ik nu gewoon nog niet op vooruitlopen.
Ondertussen werken we aan de transitiepaden richten 2040 en 2050, mede
met de input van de uitkomsten van het interdepartementaal
beleidsonderzoek. In het voorjaar van 2027 kijken we met het kabinet
verder vooruit, naar hoe we invulling geven aan de doelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, sorry, maar het is een beetje zonde om interrupties te
verspillen. Mijn vraag is niet of er voldoende geld is bij de overheden,
want dat zegt de minister. Mijn vraag is of er genoeg geld is bij de
huishoudens. Het zijn de huishoudens die in de knel komen door de
gestegen energierekening. Het zijn huishoudens die, of ze nou wel of
niet op een warmtenet zitten, betalen, elke keer weer. Elke keer komen
we weer in een energiecrisis terecht. We kunnen dat voorkomen — dat is
de afgelopen jaren onvoldoende gebeurd — maar we kunnen ook nu
ingrijpen. Mijn vraag is dus niet of er geld is bij de overheid. Mijn
vraag is of er geld is bij de huishoudens. Ik hoop toch dat de minister
daar antwoord op wil geven. Wat gaan we doen om te zorgen dat mensen hun
energierekening kunnen betalen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik vrees dat ik met hetzelfde antwoord ga komen, namelijk dat hier
vanmiddag een debat over is. Daar staat dit nadrukkelijk op de agenda.
Dit debat en mijn portefeuille gaan over de isolatie van woningen.
De voorzitter:
Een punt van orde.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil daar toch een punt van orde over maken. We kunnen
verwijzen naar allerlei debatten, maar deze minister gaat bijvoorbeeld
over de warmtenetten. Daar heeft ze net ook antwoord over gegeven. Daar
ligt een probleem, namelijk dat mensen meer betalen als ze op het
warmtenet zitten. Huurders betalen bijvoorbeeld gemiddeld €370 meer. Dat
is een probleem voor huishoudens.
De voorzitter:
Probeer even naar het punt van orde te werken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is het ordepunt, voorzitter. Het lijkt me heel onwenselijk als de
minister niet kan antwoorden op vragen over zaken waar ze over gaat en
die in haar portefeuille zitten. Als punt van orde vraag ik dus aan u,
als voorzitter, om de minister te vragen om hier wel op te antwoorden en
niet naar vanmiddag te wijzen. Dit is één voorbeeld, maar het gaat over
meer. Bij een warmtenet zou het bijvoorbeeld ook fijn zijn als woningen
verduurzaamd worden. Corporaties hebben voor dit debat een brief
geschreven waarin ze zeggen: we hebben daar tekorten; hoe gaan we het
oplossen? Daar krijgen we nog geen antwoord op. Zou u de minister willen
aansporen om wél antwoord te geven en niet te verwijzen naar het debat
van vanmiddag? Al mijn vragen hebben namelijk betrekking gehad op het
debat van vandaag.
De voorzitter:
Er zit natuurlijk wel een fine line tussen wat vanmiddag wordt
besproken, namelijk de acute situatie die mensen nu thuis, aan de pomp
of waar dan ook meemaken, en het programma van de gebouwde omgeving en
de verduurzaming daarvan op de lange termijn. Daar zit overlap in, maar
die is ook beperkt. Ik snap de minister dus als ze referte maakt aan het
debat van vanmiddag. Ik wil de minister nog wel één keer vragen om te
kijken of er wellicht toch nog iets meer kleuring aan kan worden
gegeven, maar met deze kanttekening.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zeker, voorzitter. Als de vragen over warmtenetten, isolatie en de
langetermijnplanning gaan, kan ik die gewoon beantwoorden. Ik wil best
vooruitlopen op het mapje overig. Dat komt nog. Daar zitten warmtenetten
in. Ik wil die vraag best beantwoorden, als dat helpt.
Het betreft dus het aantrekkelijker maken van warmtenetten. Warmtenetten
zijn in veel stedelijke wijken de oplossing met de laagste nationale
kosten. In deze wijken is een meer collectieve aanpak ook gewenst voor
de bewoners, met het oog op andere maatschappelijke opgaven. Het kabinet
zet subsidies in zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie, 1,4 miljard
tot 2030, om te zorgen dat dit een oplossing wordt die ook aantrekkelijk
is voor de bewoner. Zo veel mogelijk duidelijkheid voor de bewoners over
de kosten en de tarieven hoort daar natuurlijk gewoon bij.
De heer Russcher (FVD):
Ik wil terugkomen op mijn vraag die ik in mijn bijdrage stelde over de
50% +1-besluitvorming in plaats van tweederdemeerderheid voor het
doorvoeren van verduurzaming. De minister gaf aan dat het quorum gewoon
in stand blijft. Dat begrijp ik. Ik begrijp ook dat bij bestaande vve's
unaniem besloten moet worden over het wijzigen van een splitsingsakte,
maar ik maak me een beetje zorgen over nog niet bestaande vve's die gaan
ontstaan voor wat kleinschaligere appartementencomplexen, bijvoorbeeld
met twaalf woningen. Daarbij kan het zo zijn dat bijvoorbeeld zeven
woningen in bezit zijn van één eigenaar, die die woningen daar verhuurt.
Ik ben benieuwd wat dat mogelijk met de financiële positie doet van de
huiseigenaren, dus de eigenaren van de overige woningen, en hoe de
minister die positie wil waarborgen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ook hiervoor geldt dat het besluitvormingsvoorstel ziet op de 50% +1 van
de stemmen. Dat geldt dus ook bij een andere verdeling van
eigenaren.
De heer Russcher (FVD):
Dat zou dus in de praktijk kunnen betekenen dat iemand met zes tiende
appartementsrecht die daar zijn woningen verhuurt, die anderen kan
opzadelen met tienduizenden euro's aan verduurzamingsmaatregelen waar
zij niet op zitten te wachten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er zijn twee verschillende soorten bouw: nieuwbouw en bestaande bouw.
Bij nieuwbouw geldt dit niet, want daarbij is dit al meegenomen in het
kader van de nieuwbouw. Als de heer Russcher verwijst naar bestaande
bouw: het klopt dat het daarbij gaat om 50% +1 van de stemmen.
De heer Russcher (FVD):
Het ik het dan goed begrepen dat er geen enkele waarborg zal zijn voor
de financiële positie van die 49%? Het kan toch niet zo zijn dat één
iemand die een meerderheid van de woningen verhuurt, mensen die daar een
woning hebben gekocht, massaal op kosten gaat jagen voor verduurzaming
waar ze niet op zitten te wachten?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het voorstel dat er ligt, ziet hier inderdaad op deze manier op.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik hoorde de minister antwoord geven op de vraag van de heer Grinwis
over het geld voor gemeenten. Ik interpreteer dat maar even ook als het
antwoord op mijn vragen, maar ik heb iets meer vragen gesteld. Ik heb
immers ook gevraagd of de minister straks gaat sturen op het resultaat
bij het uitgeven van die 1,6 miljard, dus meer verduurzaamde woningen in
plaats van alleen die praktische ondersteuning in het gemeentelijke
programma. Ze zei ook dat er nu 80.000 woningen zijn geïsoleerd. Mijn
vraag was eigenlijk of we daarmee op weg zijn naar het doel van 750.000
woningen of dat er nog meer moet gebeuren om het doel te halen. En is
het tempo hoog genoeg? Hebben we meer inzicht nodig op de uitvoering of
denkt de minister dat dit wel goedkomt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mevrouw Steen zegt terecht dat het antwoord op de vraag van de heer
Grinwis ook voor haar vraag gold. Aanvullend naar aanleiding van haar
vraag of het tempo goed genoeg is: het is verviervoudigd. Dat is nog
niet genoeg. Er zal dus nog meer moeten gebeuren. Wat betreft de gelden
die bij de gemeentes liggen om hierop in te zetten: zij moeten daarmee
leveren. Als zij daar niet mee leveren, moet dat geld gewoon terugkomen
naar de staatskas, zodat dat herverdeeld kan worden over de plekken waar
dat wél gebeurt. Dat is dus de stimulans om te komen tot
realisatie.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik wil helemaal niet dat dat geld teruggaat naar de staatskas. Ik wil
dat dat geld gestoken wordt in de verduurzaming van die woningen. Ik
denk dus dat er met name voor gezorgd moet worden dat die gemeenten op
een goede manier aan de slag gaan met het inzetten van het geld. Wat is
daarvoor nodig? Is er iets wat wij hier in de Kamer kunnen doen om dat
verder te helpen? Mijn tweede vraag is als volgt. We zien dat de
minister haar best doet om huishoudens te bereiken, ook met het
energiehuis, maar we weten natuurlijk ook dat er een groep inwoners is
die het moeilijk hebben en die kwetsbaar zijn. Die zijn bekend bij de
gemeente. Dat zijn vaak inwoners die een uitkering krijgen en die ergens
op een lijst staan. Maar juist op het punt van verduurzaming en energie
is er een hele grote groep mensen die misschien geen uitkering hebben
maar die het wel moeilijk hebben. Dan hebben we het ook over de
middeninkomens, die straks een stap moeten zetten in het isoleren van
hun huis maar waarvan het geld vastzit in hun huis. Die kunnen we veel
minder makkelijk bereiken door een gemeentelijke kaartenbak open te
trekken. Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat ook zij bereikt
worden met al die middelen die er zijn?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Een van uw vragen is wat we kunnen doen, omdat we het geld helemaal niet
terug zouden willen. Daar hebben we overeenstemming over: wij willen het
ook niet terug. We willen dat ze het op de goede plek uitgeven met
maximaal rendement. Ik zal de colleges dus in ieder geval een brief
sturen om hier echt nadrukkelijk meer aandacht voor te vragen.
Dan uw vraag over het energiehuis. Die informatie gaat proactief naar de
bewoners toe, beginnend bij de meest kwetsbaren. U heeft er gelijk in
dat dat bij de middeninkomens ook zo is en dat de outreach dus ook naar
hen moet gaan. Ik ben afgelopen week in Heerlen geweest. Daar zijn ze
bezig met die isolatie. Ze hebben daar een voorbeeldhuis gemaakt in de
wijk, waar iedereen in en uit mag lopen om te kijken hoe je huis eruit
gaat zien als het is verduurzaamd. Dat is heel laagdrempelig; daar kan
iedereen naar binnen. De mensen op straat praten er ook over. Dat leidt
er in die wijk — daar was ik; ik zal dat dus niet extrapoleren naar heel
Nederland — dus toe dat die mensen het zelf kunnen zien. Ze kunnen daar
naar binnen lopen met al hun vragen en krijgen daar antwoord op,
onafhankelijk van het inkomen dat ze hebben. Dit zijn volgens mij de
voorbeelden die gemeentes met elkaar moeten delen om te laten zien hoe
dit een positieve uitwerking heeft op de bereidheid van mensen om zich
in ieder geval te oriënteren op wat wel of niet zou kunnen.
De voorzitter:
Dank. Ik schors de vergadering voor een ogenblik vanwege de
aangekondigde voorzitterswissel. Ik had het blokje graag nog even
afgemaakt met interrupties van in ieder geval mevrouw Van Oosterhout en
de heer Nobel, maar dat zal onder een ander voorzitterschap moeten
gebeuren. De vergadering is even geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Steen
De voorzitter:
Improviseren kunnen we leren, zeggen we maar. Volgens mij had mevrouw
Van Oosterhout een interruptie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ja, want ik mis eigenlijk het gevoel van urgentie bij deze minister. We
hebben het over augustus en over "voor de kerst". Is deze fossiele
crisis geen reden voor de minister om er toch een schep bovenop te doen?
Dan heb ik het bijvoorbeeld met name over het Isolatie Offensief.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het Isolatie Offensief is hartstikke belangrijk; dat heeft ook urgentie.
We hebben ook afgesproken om de komende dagen met elkaar te spreken over
hoe we daar invulling aan kunnen geven en hoe we ervoor kunnen zorgen
dat, voordat de winter dit jaar weer intreedt, zo veel mogelijk mensen
gebruik hebben kunnen maken van allerlei isolatiemaatregelen om ervoor
te zorgen dat zij, als wat zich nu afspeelt zich doorzet, kosten kunnen
reduceren door te isoleren. Dit heeft dus onze volle aandacht. We zijn
daar interdepartementaal over in gesprek. Samen met de minister van KGG
moet ik hiernaar kijken en zijn we aan het kijken hoe we dit zo snel
mogelijk met elkaar vorm kunnen geven.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dan zal het toch ook echt heel belangrijk zijn dat daar extra middelen
voor worden vrijgemaakt. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar
kijkt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik zojuist ook tegen de heer Grinwis heb gezegd, ben ik het met u
eens dat daar ook middelen voor beschikbaar moeten zijn. Op dit moment
ben ik gebonden aan de financiële kaders waarbinnen ik zit. Op basis
daarvan en op basis van de processen zoals we die nou eenmaal met elkaar
hebben ingeregeld, zijn dat de momenten waarop ik dat kenbaar kan
maken.
De heer Nobel (VVD):
Ik zou het debat graag iets verbreden. Ik ben blij dat de minister zelf
aangeeft dat zij zich binnen de financiële kaders tot de ambities moet
verhouden. Dat lijkt mij heel gezond. We zien ook vaak dat bedrijven- en
kantorenterreinen op dit moment niet aan de energie-eisen voldoen en dat
veel ontwikkelaars die panden ook niet transformeren, omdat de
overdrachtsbelasting heel hoog is. Bent u ook bereid om te kijken of
verduurzamingsmaatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld in de
fiscaliteit, om andere gebouwde omgevingen te betrekken bij de
woningbouwopgave?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben altijd bereid naar goede suggesties te kijken. Ik zal dit dus
meenemen als een goede suggestie waar ik naar ga kijken.
De voorzitter:
Volgens mij hebben we daarmee het eerste blokje afgerond. We gaan naar
het blokje netcongestie.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Er was een vraag van D66 over de normen van netbewuste nieuwbouw. Op de
Woontop van 2024 zijn afspraken gemaakt om netbewust bouwen te
stimuleren. Vanuit de FGU-crisisaanpak wordt de mogelijkheid voor
normering van netbewuste nieuwbouw verder uitgewerkt, maar met alleen
netbewuste nieuwbouw redden we het niet. Het versnellen van
netuitbreidingen en slimmer elektriciteitsgebruik in bestaande gebouwen
blijft nodig. Het probleem van netcongestie is niet op korte termijn
opgelost. We zullen ons erop moeten aanpassen dat elektriciteit niet
onbeperkt voor iedereen beschikbaar is. Omdat de ruimte op het net in de
FGU zo schaars is, wordt er ook gewerkt aan manieren om woningbouw te
kunnen blijven aansluiten op locaties waar de ruimte op het net minimaal
is, bijvoorbeeld door de inzet van accu's of generatoren.
Dan een aanvullende vraag van D66 over de kosten van netbewust bouwen.
In algemene zin zet dit kabinet erop in om kostenverhogende regels te
voorkomen, maar gezien de schaarste op het elektriciteitsnet kijk ik
naar alle mogelijkheden waarmee de woningbouw wél kan doorgaan. Samen
met de sector werk ik aan een beter zicht op de kosten en opbrengsten
van netbewuste nieuwbouw. Op basis daarvan kan een afweging gemaakt
worden tussen de kosten en de baten.
De heer Nobel (VVD):
We hadden laatst een rondetafelgesprek waarin naar voren kwam dat het
aansluiten van woningen die netbewust zijn, tot wel €10.000 kan schelen
in de prijs. Toen werd ook aangegeven dat het heel vaak niet mogelijk is
om die woningen op het net aan te sluiten. Ik denk dat we dan wel
verkeerd bezig zijn met elkaar. Zou de minister daarop kunnen
reflecteren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is een terechte vraag van de heer Nobel. Als het de keuze is tussen
niet aansluiten of netbewust aansluiten, dan is dat het uiteindelijke
vraagstuk dat voorligt en waar een antwoord op moet komen. Ik denk dat
de keuze tussen niet aangesloten kunnen worden of op de wachtlijst komen
om veel later aangesloten te worden als het gaat over de
woningbouwopgave, waar we met z'n allen naar kijken, in sommige gevallen
een consequentie gaat zijn van netbewust bouwen.
De voorzitter:
Ik zie een knikje van de heer Nobel. Hij is niet helemaal tevreden, maar
hij gaat hier geen interruptie aan spenderen. Volgens mij kan ik dan
concluderen dat u door kan naar het derde blokje, regelgeving.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het Besluit bouwwerken leefomgeving zorgt ervoor dat we in Nederland
veilige, gezonde, bruikbare en duurzame gebouwen bouwen. De regels van
het Bbl gelden voor alle gebouwen in heel Nederland, waarmee we een
eenduidig en gelijk speelveld voor de bouw creëren. Mijn voorganger
heeft dit samen met alle partners op de Woontop nogmaals bevestigd. De
wet biedt geen ruimte voor extra of hogere eisen via lokale regels,
vergunningen of privaatrechtelijke overeenkomsten. Het is vooral ook
voor de industriële bouw van belang dat we dit gelijke speelveld
bewaken. Bouwers moeten ervan uit kunnen gaan dat ze hun woningen overal
in Nederland kunnen plaatsen vanuit hetzelfde technische kader. Ik hoor
dat gemeenten sturen op bovenwettelijke kwaliteitsniveaus in de
nieuwbouw, omdat ze van mening zijn dat het Rijk de verduurzaming van
nieuwe gebouwen onvoldoende snel doorzet. De afspraak is echter dat we
de duurzaamheidsregel de komende jaren volgens de lijn van de EPBD IV
stap voor stap landelijk aanscherpen. Inmiddels is de Woontopafspraak
afgerond om inzichtelijk te maken wat de handelingsruimte van gemeenten
is. Deze bespreek ik binnenkort met alle Woontoppartners.
Een vraag van mevrouw Steen over de milieuprestatie-eisen voor nieuwbouw
en scherpere eisen voor woningen. Ik geef er de voorkeur aan om voorrang
te geven aan de invoering van de zogeheten WLC-GWP, volgend uit de
Europese richtlijn Energieprestatie van Gebouwen boven nu een
heroverweging van een scherpere milieuprestatie-eis voor woningen. Ik
voer namelijk op dit moment een evaluatie uit van het instrument van de
milieuprestatie. Bij deze evaluatie zal ook de vraag aan de orde komen
of en hoe de MPG als eis samen kan gaan met de WLC-GWP vanaf 2030,
zonder dat dit leidt tot extra administratieve lasten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Wat betekent dat dan precies? In het verleden is hier namelijk al veel
over gesproken. De ambtsvoorganger van deze minister, De Jonge, heeft
hier een besluit voorgehangen. Dat is niet doorgegaan omdat minister
Keijzer het weer hernam. Het hele idee was om bijvoorbeeld biobased
bouwen meer kans te geven in de vernieuwde MPG. Ziet het antwoord van de
minister er inderdaad op toe dat bijvoorbeeld innovatieve
CO2-arme manieren van bouwen, zoals biobased bouwen,
aantrekkelijk worden? Daar wil ik wel graag helderheid over. Wanneer
komt die helderheid er dan voor de markt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het antwoord op de vraag van de heer Grinwis is: ja, dat zit in de WLC.
Op uw vraag wanneer dat op de markt komt, is het antwoord: in
2027.
De voorzitter:
Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Een vraag van de VVD en D66 over het herzien van de regels en het
standaardiseren ervan. De bouw heeft inderdaad behoefte aan eenduidige
en duidelijke regels. Voor de technische eisen hebben we landelijk het
Besluit bouwwerken leefomgeving, het Bbl. Zoals al is toegelicht in mijn
inleiding, hebben we overal in Nederland dezelfde regels voor gebouwen.
Extra eisen door gemeenten zijn zowel via vergunningen als via private
contracten niet toegestaan. We stellen regels als dat nodig is vanuit
het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid of duurzaamheid.
Mocht er reden zijn de regels aan te passen, dan zal ik dat in
samenspraak met uw Kamer doen. Daarbij is het voor mij van belang dat de
regels niet nodeloos duur en beperkend zijn. Bij aanpassing van de
regels zal dat dan ook mijn toetssteen zijn. In het verlengde van de
kabinetsreactie op de adviescommissie STOER zal ik de grondslagen en
uitgangspunten van het Bbl opnieuw onder de aandacht brengen, aangezien
dat in veel gevallen niet door iedereen eenduidig wordt uitgelegd.
De heer Nobel (VVD):
Ik ben in die zin blij met het antwoord van de minister dat zij de
zorgen omarmt die ik en mijn collega van D66 hebben geuit. Zij ziet ook
dat de lokale eisen ervoor zorgen dat er minder wordt gebouwd.
Tegelijkertijd geeft de minister aan dat dat eigenlijk niet mag; maar
erkent de minister dat het op dit moment toch nog gebeurt? Wat is zij
voornemens om hier dan ook direct aan te doen, aangezien het niet
mag?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoor diezelfde geluiden dat het gebeurt ook, terwijl we daar met
elkaar afspraken over hebben gemaakt. Ik houd mij aan het uitgangspunt
"afspraken zijn afspraken, totdat je nieuwe afspraken hebt gemaakt", dus
ik zal in gesprek gaan met degenen met wie we deze afspraken
hebben.
De voorzitter:
Meneer Nobel, uw laatste interruptie.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoop wel op een iets stevigere reactie dan alleen een gesprek, want
op het moment dat de minister weet welke gemeenten zich hier niet aan
houden, moet het niet bij een gesprek blijven, want we hebben met elkaar
inderdaad afspraken gemaakt. En wat de VVD betreft geldt dan ook:
afspraak is afspraak. We moeten er gewoon echt voor zorgen dat die
woningbouwontwikkeling van de grond komt. Daar helpen dit soort
bovenregionale eisen niet bij. Dus ik hoop dat de minister kan toezeggen
dat ze meer gaat doen dan alleen in gesprek gaan, en dat ze dan ook echt
gaat ingrijpen bij die overheden die dit doen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het begint altijd met een gesprek, zeker als je ze nog nooit hebt
gesproken. Maar als uit dat gesprek blijkt dat er dingen plaatsvinden
waar we andere afspraken over hebben gemaakt, dan zullen we het
instrumentarium inzetten dat daarvoor is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik vervolg met een vraag van de heer Mooiman over de doelstellingen
circulariteit in relatie tot de woningbouw. Ik ben het met u eens dat de
woningbouwopgave de allerhoogste prioriteit heeft, ook als het gaat om
circulariteitsdoelstellingen waar het kabinet aan wil werken. Zie het
coalitieakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie. Lopend
beleid, zoals industrieel bouwen, biedt niet alleen kansen om sneller en
betaalbaarder te bouwen, maar ook om schoner te bouwen met minder
milieu-impact. Tevens zorgt het voor meer
grondstoffenbeschikbaarheid.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Mooiman voordat u verdergaat.
De heer Mooiman (PVV):
Dank aan de minister voor het antwoord. Ik denk inderdaad dat de
doelstellingen omtrent circulair bouwen ertoe kunnen leiden dat
uiteindelijk de slagkracht van de woningbouwambities die we met elkaar
hebben, mogelijkerwijs in het geding kan komen. Ik wil de minister in
ieder geval vragen of zij het met ons eens is dat die doelstellingen
omtrent circulariteit er nooit toe mogen leiden dat we dus minder
woningen gaan bouwen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De woningopgave heeft de hoogste prioriteit, dus we moeten er alles aan
doen om de afspraken daarover te realiseren, op basis van een
verstandige omgang met de regelgeving.
De voorzitter:
Gaat u door met uw betoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan kom ik bij de vraag van de VVD over energielabels. Het energielabel
wordt steeds belangrijker in het economisch verkeer. Door alleen in te
zetten op kostenverlaging kunnen we niet zorgen voor een hoogwaardig
energielabel. Met de wijzigingen die vanaf mei dit jaar van kracht
worden, heb ik maatregelen genomen om foutieve labels verder te
beperken. Bovendien ben ik bezig om publiek toezicht toe te voegen aan
dit stelsel. Daarnaast ben ik bezig met de gemoderniseerde
bepalingsmethode, die vanaf 2030 van kracht wordt. Daarbij is een
belangrijke randvoorwaarde dat de opname van de energieprestatie niet
méér tijd gaat kosten.
Dan kom ik bij de vraag van de VVD over de administratieve lasten voor
vve's. Wij werken aan een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de
besluitvorming over verduurzaming, onderhoud en financiering. Dat komt
in het Burgerlijk Wetboek. Ik verwacht dat het voorstel voor de zomer in
consultatie kan gaan.
Dan een vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over waterzijdig
inregelen. Inderdaad kan met waterzijdig inregelen een stap worden gezet
naar een lagere energierekening. Het Besluit bouwwerken leefomgeving
kent ook de eis dat installaties goed moeten worden ingeregeld bij
ketelvervanging. De besparing is echter niet direct tastbaar, dus hikken
veel mensen toch aan tegen de kosten, tussen de €500 en €750. Bij de
invoering van de EPBD IV-regels ga ik het beter inregelen van
installaties opnieuw onder de aandacht brengen. Er valt nog veel te
winnen in de bekendheid en uitvoering van deze maatregelen. Ik ga met de
techniekbranche in gesprek over hoe zij de regels hiervoor beter kunnen
naleven en de voordelen voor de consument beter inzichtelijk kunnen
maken.
De voorzitter:
Dat was het blokje regelgeving. Ik kijk voor de zekerheid nog even rond.
Nee? Dan kunt u vervolgen met het laatste blokje, overig.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ondanks dat het blokje "overig" heet, zit warmte daar ook in. Dat
onderwerp ligt primair bij de minister van KGG, maar ik heb wel een
aantal antwoorden.
De SP stelt dat warmtenetten in veel stedelijke wijken een oplossing met
de laagste nationale kosten zijn; in deze wijken is een meer collectieve
aanpak vaak ook gewenst voor de bewoners, met het oog op andere
maatschappelijke opgaven. Het kabinet zet subsidies, zoals de
Warmtenetten Investeringssubsidie van 1,4 miljard tot 2030, in om te
zorgen dat het ook de oplossing wordt die aantrekkelijker is voor de
bewoner. Zo veel mogelijk duidelijkheid over de kosten en tarieven hoort
daar uiteraard bij.
GroenLinks-PvdA had een vraag over de SAH-subsidie. Ik onderschrijf het
belang van de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen voor de
realisatie van warmtenetten in wijken met veel corporatiebezit. De SAH
is onderdeel van de besluitvorming over de inzet van het Klimaatfonds
dit jaar. De minister van KGG en ik zullen hier dus snel helderheid over
geven.
Ten aanzien van uw vraag over het opkopen van warmtenetten: in overleg
met de minister van KGG kijk ik hoe we de realisatie van warmtenetten
kunnen versnellen. Daarvoor kijken we ook naar de opkoop van
warmtenetten zoals in het regeerakkoord is benoemd. Voor meer specifieke
vragen moet u bij de minister van KGG zijn.
Dan de vraag van D66 over de duidelijkheid van de verduurzamingsopties.
De warmtetransitie vraagt om duidelijke keuzes op lokaal niveau.
Gemeenten moeten daarom uiterlijk eind 2027 een warmteprogramma
vaststellen waarin zij voor de komende tien jaar per wijk, buurt of
dorpskern aangeven of en hoe overgestapt wordt op duurzame warmte. Dat
geeft de bewoners duidelijkheid. Als Rijk helpen we door te zorgen dat
de randvoorwaarden op orde zijn en gemeenten die regierol ook kunnen
invullen.
Dan de vraag van GroenLinks-Partij van de Arbeid over de prognoses
opkoop warmtebedrijven. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de
minister van KGG. Zij is momenteel in gesprek met de private
warmtebedrijven. Voor een nadere stand van zaken verwijs ik naar
haar.
Tot slot de vraag van de SP over het omzeilen van de rechten van
huurders. Verduurzaming is van belang voor de huurder, niet alleen voor
de huidige maar ook van de toekomstige huurder. Daarbij is draagvlak
belangrijk en zijn er verschillende waarborgen voor huurders. Ik herken
dan ook niet het beeld dat er wetgeving en beleidsvoorstellen zijn die
dat draagvlak moedwillig willen omzeilen.
Sorry, voorzitter, ik was toch nog niet helemaal klaar. Ik heb nog twee
vragen. De eerste vraag van D66 gaat over de kostenstructuur van de
warmtenetten. Het socialiseren van de kosten voor het aanleggen van
warmtenetten is een interessant idee. De budgettaire effecten en de
effecten qua doelmatigheid worden onderzocht in het ibo Verduurzaming
gebouwde omgeving. Het ibo wordt rond de zomer naar de Kamer gestuurd,
gevolgd door een kabinetsreactie.
Tot slot nog een vraag van D66 over de warmtenetten. Er zijn voorbeelden
dat bij de aanleg van een warmtenet gebruik wordt gemaakt van wel zeven
verschillende subsidies, nationaal en lokaal. Dat geeft veel gedoe en
onzekerheid en maakt het aanleggen van warmtenetten niet makkelijk. Mijn
collega van KGG is bezig met het uitwerken van een clusteraanpak om de
aanleg van collectieve warmte te versnellen op de plekken waar
collectieve warmtenetten een robuuste keuze zijn. Daarbij ga ik in
gesprek met mijn collega, de minister van KGG, om te kijken waar we het
subsidielandschap voor collectieve warmte verder kunnen
verbeteren.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Toch nog even over de SAH. Ik hoor de minister veelvuldig zeggen: we
gaan ernaar kijken en we zijn in gesprek. Maar voor dit jaar is er nul
euro beschikbaar. Dus wat gaat de minister, eventueel samen met de
minister van KGG, dit jaar nog doen om ervoor te zorgen dat al die
projecten niet stilvallen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit nemen we mee in de voorjaarsbesluitvorming.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout gaat haar laatste interruptie plegen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik wil nogmaals benadrukken dat het dan wel echt te laat komt. Ik mis in
de hele beantwoording compleet de urgentie van al deze maatregelen waar
we het vandaag over hebben. Ik zou de minister dus willen vragen om daar
toch op kortere termijn duidelijkheid over te geven, want hierdoor
blijven duizenden mensen in de kou zitten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De voorjaarsbesluitvorming is volgende week, dus sneller dan dat gaat
mij niet lukken.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Volgens mij komt de Voorjaarsnota aanstaande vrijdag al naar de Kamer,
naar ik begreep. Kan de minister niet een tipje van de sluier oplichten?
Wordt die regeling weer opengezet? Of blijft het bij dit procedurele
antwoord?
Ik weet niet of ik nog een interruptie heb, maar dan doe ik deze er
gelijk achteraan. Heb ik er nog een? Nee? Dan maak ik mijn vraag af,
voorzitter. Het gaat over die warmtenetten. Vorig jaar hebben we na veel
vijven en zessen, na jaren werken, eindelijke de nieuwe Warmtewet
aangenomen. Dat was allemaal onder het beslag van: dit kan echt pas gaan
werken, nu we het juridisch raamwerk klaar hebben staan, als er
voldoende geld komt en als er ook duidelijkheid komt voor de grote
bedrijven die nu de warmtenetten hebben over hoe het verdergaat met hun
warmtenetten. De minister verwijst nu naar een ibo, maar dat betekent
dus dat we straks weer een jaar verder zijn, zonder helderheid en zonder
dat er iets gebeurt, want sinds '23 ligt eigenlijk alles stil. Wanneer
kunnen we nou precies wat verwachten? Wordt er in de Voorjaarsnota ook
duidelijkheid gegeven over hoe het nou verder moet met die
financieringsknoop rondom de warmtenetten? Of wordt dat allemaal tot
achter de ibo verschoven? Dan constateer ik dat het gewoon heel veel
uitstel van …
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
… executie is.
De voorzitter:
Nou minister, hebben we een spoileralert?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben gebonden aan de financiële kaders.
Ja, vrijdag ligt het in de ministerraad. En dus: ja, volgende week
hebben we daar meer duidelijkheid over, in ieder geval over wat de inzet
is.
Uw tweede vraag neem ik even mee naar de tweede termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had een vraag op dat punt. Ik heb daar namelijk ook veel vragen over
gesteld. Die laat ik dan maar even staan voor de tweede termijn. Ik weet
niet of u nu een veegrondje doet met niet-beantwoorde vragen,
voorzitter.
De voorzitter:
Dat kunnen we dan straks doen in de tweede termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, want die zijn allemaal in de eerste termijn gesteld. Dat is
zonde.
De voorzitter:
Nou, doet u maar dan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik had gevraagd: gaat u het geld uit het Social Climate Fund inzetten
voor energiebesparende maatregelen voor mensen met de laagste inkomens?
En ik had … Nee, die laat ik even.
De voorzitter:
Dan houden we het daarbij. De minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ja, is het antwoord op die vraag. Dat doen we
voor het Warmtefonds en het energiehuis.
De voorzitter:
Goed, dat betekent dat dit ook uw laatste blokje was. Dan gaan we over
naar de tweede termijn. Meneer Mooiman, u bent door uw interrupties
heen, maar u kunt verdergaan met uw tweede termijn.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Gelukkig. Allereerst natuurlijk dank aan de
minister voor de antwoorden. Op een aantal punten geeft de minister
helaas toch aan nu geen antwoord te kunnen geven. Voor ons is het wel
belangrijk om die antwoorden te krijgen. We zouden dus sowieso een
tweeminutendebat aan willen vragen om ervoor te zorgen dat we als Kamer
ook uitspraken kunnen doen om beleid bij te sturen en zaken voor elkaar
te krijgen. Zeker waar het gaat om de hybride warmtepomp en de normering
daarvan zijn wij echt van mening dat dat absoluut niet moet leiden tot
een verplichting, omdat dat mensen uiteindelijk op enorme kosten kan
gaan jagen.
Daar laat ik het bij, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben een beetje teleurgesteld in hoeveel
antwoorden de minister überhaupt kon geven. Het is ook weinig concreet.
Kijk, andere landen kunnen het wel. Ik noemde al het voorbeeld van
Spanje. Een paar jaar geleden betaalden Spanjaarden nog 15% meer aan
elektriciteit en gas dan het Europees gemiddelde. Vorig jaar was dat al
30% minder. Dat komt doordat ze in al die jaren gewoon heel veel ingezet
hebben op zonne- en windenergie. Direct nu die energiecrisis begint,
zegt Spanje heel duidelijk nee tegen de illegale oorlog van Trump en
verlaagt het de energierekening verder. Dat is het soort daadkracht dat
we ook van deze minister verwachten. Daar graag een reactie op.
Ik wil nog even door op de warmtenetten. De heer Grinwis en ik hebben
daar vrij uitvoerig aandacht voor gevraagd. Dit is een gigantisch
probleem. De minister blijft maar schermen met: dat zijn gemiddelde
laagste maatschappelijke kosten. Ja, maar de huishoudens betalen wel de
prijs. Daardoor ligt het stil; we komen niet verder. Huurders betalen
€370 meer als ze op een warmtenet zitten dan als ze niet op een
warmtenet zitten. We kunnen het antwoord op die vragen niet langer
doorschuiven, want dat doen we al jarenlang. Daarmee komt het gewoon
niet van de grond en gaan we elke energiecrisis opnieuw zien dat we nog
steeds afhankelijk zijn van al die onvrije landen, waar we niet van
afhankelijk willen zijn. Als we willen dat dit werkt …
De voorzitter:
Komt u tot een afronding?
Mevrouw Beckerman (SP):
… moeten we zorgen dat huishoudens betaalbare energie hebben. Dat kan.
Andere landen doen dat ook. De vraag is alleen: is de politieke wil
er?
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Ik zei eerder in mijn bijdrage al dat het coalitieakkoord
gemixte signalen geeft over wat het wil. Er is een verschil tussen de
tekst en de budgettaire bijlage. Ik kan vaststellen dat deze verwarring
na dit debat alleen nog maar groter is geworden. Enerzijds zegt de
minister een paar keer dat er voldoende geld is. Anderzijds zegt de
minister dat er meer geld nodig is, maar dat zij gebonden is aan
financiële kaders. Welke van de twee is het? Als we nu echt deze
fossiele crisis het hoofd willen bieden, is het cruciaal dat we er nú
een schep bovenop doen en echt op hele korte termijn stappen gaan
zetten. Mijn fractie verwacht dan ook op korte termijn een spoedplan van
deze minister.
Daarnaast onderschrijft de minister de adviezen van de SER, maar we
horen tegelijkertijd niets over wat die gaan betekenen. Ik zou de
minister graag willen vragen om, vandaag of in een brief, nader te
reageren op de adviezen van de SER.
Tot slot. Het is enorm belangrijk dat er toch ook nog voor dit jaar geld
vrijgemaakt wordt voor de SAH, zodat de warmtenetten niet stilvallen.
Wij kijken dan ook met veel belangstelling uit naar de besluitvorming in
de Voorjaarsnota, waar de minister het net over had.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank. Ik wil de minister bedanken voor het beantwoorden van
de vragen die ik namens de VVD heb gesteld. Ik ben blij dat de minister
aangeeft dat zij wil kijken wat er bijvoorbeeld fiscaal nog mogelijk is
bij de transformatie van kantoren. Ik zou de minister wel willen
aansporen om bij het eerste kopje koffie dat zij met lokale overheden
doet ook meteen stevig en duidelijk te zijn. Grijp de regie, want we
moeten er echt voor zorgen dat de woningbouwontwikkeling van de grond
komt. Alle bovenwettelijke eisen en alle regulering die erbovenop komt,
gaat daar niet aan bijdragen. Namens de VVD doe ik dus de oproep: wees
ook gewoon stevig in die gesprekken.
De voorzitter:
De heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik wil nogmaals aankaarten dat het voor Forum voor
Democratie in ieder geval onacceptabel is dat 49% straks de rekening
gaat betalen voor iets waar zij waarschijnlijk totaal niet op zitten te
wachten, door die besluitvormingsregeling die naar 51% gaat. Ik zal bij
het tweeminutendebat dan ook concrete voorstellen indienen om dat tegen
te houden.
Daar wilde ik het bij laten.
De voorzitter:
De heer Van Leijen.
De heer Van Leijen (D66):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de beantwoording van de
vragen. Ja, er ligt een enorme woningbouwopgave. Tegelijkertijd moeten
we er echt voor zorgen dat de energierekening omlaaggaat en dat we
minder afhankelijk worden van buitenlandse energie. Ik blijf benadrukken
dat daarbij drie dingen belangrijk zijn: inzetten op warmtenetten,
netbewust bouwen en duidelijke keuzes en eenduidige regels. Ook ik kijk
uit naar de voorjaarsbesluitvorming, die inderdaad al overmorgen is — zo
snel kan het gaan.
Daar laat ik het bij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het is een goed verhaal, hoor, van D66: inzetten op warmtenetten en
zorgen dat de energierekening omlaaggaat. Super. Dat is nu alleen niet
zo. Ik noemde net heel concreet die €370 die huurders op een warmtenet
gemiddeld meer betalen dan huurders die niet op een warmtenet zitten. We
kunnen afwachten, maar u kunt als Kamerlid zelf ook zeggen: dit is wat
ik eraan zou willen doen. Wat zou D66 hieraan willen doen?
De heer Van Leijen (D66):
Volgens mij gaan we nou een beetje een debat herhalen dat we in de
eerste termijn hebben gevoerd. We hebben gisteren voor een amendement
gestemd en de voorjaarsbesluitvorming komt eraan. We gaan zien wat
daarin staat en dat gaan we beoordelen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mooi dat u voor dat amendement heeft gestemd. Dat was ook niet mijn
vraag. Mijn vraag is de volgende. Huurders die nu op een warmtenet
zitten betalen gemiddeld €370 meer dan huishoudens die daar niet op
zitten. Dat slaat het draagvlak weg, want ze horen mensen zoals u
zeggen: verduurzaming gaat je geld opleveren. U zegt dat net ook weer,
maar dat is niet waar. Hoe gaan we dat gat vullen? Daar heeft dat
amendement niks mee te maken. Hoe zou u dat gat willen vullen? Het kan
namelijk wel. Het is alleen de vraag of de politieke wil er is. Waar
ligt uw politieke wil hierin?
De heer Van Leijen (D66):
Daar ligt mijn politieke wil zeker. Ik denk nog steeds dat warmtenetten
op termijn voor de meeste mensen de goedkoopste optie zijn, vooral in
gestapelde bouw. We moeten dus echt stappen zetten om daarnaartoe te
bewegen. Ik heb ook bewust de vraag gesteld of het zou helpen als je
anders omgaat met de kostenstructuur. Ik ben erg benieuwd wat daarover
in de ibo komt te staan. Laten we verder kijken welke stappen we daar
kunnen zetten. We moeten daar echt stappen in zetten; dat ben ik wel met
u eens.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer Grinwis voor zijn tweede termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording. Even
op het laatste aansluitend: we kunnen wel zeggen dat we warmtenetten
willen, maar daarmee zijn ze er nog niet. Het ligt al jaren stil. De
crux zit 'm in de uitvoeringskracht en de financiering, de bekostiging;
waar leggen we de rekening neer?
Ik wil de minister het volgende vragen. De Voorjaarsnota zal voor de
korte termijn al iets van duidelijkheid geven over de regeling voor
aardgasvrije huurwoningen; vol verwachting klopt ons hart. Prima, maar
kan de minister misschien voor de langere termijn samen met haar collega
Van Veldhoven van KGG, die primair verantwoordelijk is voor de Warmtewet
— maar bij de warmtenetten raken beide verantwoordelijkheden elkaar heel
erg — het volgende doen? Kan zij misschien als follow-up, nu de Wcw, de
Wet collectieve warmte, is aangenomen, een brief schrijven aan de Kamer
en aan de commissies van KGG en VRO over hoe wij de investeringen in de
warmtenetten weer van de wal krijgen? En kan zij daarbij ook de zorg
adresseren dat het voor de gebruiker inderdaad duurder wordt? Daar zijn
eerder allerlei afspraken over gemaakt en moties over aangenomen.
Wanneer er wordt overgegaan naar een volgende fase van bekostiging, zou
het heel fijn zijn als daar helderheid over komt. Misschien kan daar
voor of rond de zomer of kort na de ibo een brief over komen. Daar komt
natuurlijk een kabinetsreactie op, maar ik krijg graag helderheid over
deze punten, want hier maken wij ons echt wel zorgen over — niet alleen
mijn fractie maar ik denk een behoorlijk deel van de Kamer.
Dat was mijn tweede termijn qua tijd.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Mag ik u vragen om heel even het
voorzitterschap van mij over te nemen?
Voorzitter: Grinwis
De voorzitter:
Zeker, mevrouw Steen. Hierbij geef ik u het woord namens de
CDA-fractie.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Heel kort. Dank aan de minister voor de
beantwoording. Ik zou haar op het hart willen drukken iets meer regie te
houden ten aanzien van die gemeenten. Ik hoor veel zachte maatregelen
als het gaat om het uitgeven van het geld: we gaan erop aandringen, we
gaan zorgen dat ze met elkaar in contact komen. Ik vraag me echt af of
dat voldoende is. Houdt u alstublieft in de gaten dat het snel genoeg
gaat, en grijp ook in, neem regie — dat is ook uw rol — op het moment
dat u ziet dat dat geld te langzaam uitgegeven wordt door die gemeenten
om woningisolatie te realiseren.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
O sorry, mevrouw Steen. Ik kreeg een spoedberichtje op de app. Hierbij
geef ik het voorzitterschap graag weer terug alvorens we doorgaan naar
de tweede termijn van de minister.
Voorzitter: Steen
De voorzitter:
Dank u wel. Heeft de minister nog tijd nodig of kunt u in een keer
door?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mag ik twee minuten?
De voorzitter:
Twee minuten moet lukken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Goed. Wij gaan door met de tweede termijn van de minister. Gaat uw
gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Er was een vraag van de heer Grinwis, namens
meer mensen dan alleen hemzelf, denk ik. Wij zien dat de ontwikkelingen
op het gebied van de warmtenetten niet stilstaan. Veel gemeenten zijn
hiermee bezig. Er zijn diverse middelen beschikbaar in de Voorjaarsnota
binnen mijn financiële mandaat. Daar hebben we het over gehad. U doet
mij uiteindelijk het verzoek of ik een brief wil schrijven voor de zomer
waarin ik inga op hoe we hier dan daadwerkelijk op gaan bewegen,
aangezien het al zolang stilligt. Dat kan ik toezeggen. Ik zal samen met
mijn collega van KGG kijken hoe we hier een brief over kunnen opstellen
die antwoorden geeft op niet alleen uw vraag, maar ook de bredere vragen
die hierover zijn gesteld.
Voorzitter. Dan mijn reactie op de vraag van de SP over de bredere
inkomensondersteuning. Daar gaat het vanmiddag over. Ik doel dan dus op
de toeslagen, de verlaging van belastingen et cetera. Voor isolatie en
de grote urgentie daarop bent u bij mij inderdaad aan het juiste
adres.
Hoe activeren we de gemeentes, waar 1,6 miljard ligt? Ik ga in ieder
geval een brief sturen aan de nieuwe colleges waarin ik de urgentie
nogmaals onder de aandacht zal brengen. We moeten de kwestie met de
vleermuizen gaan oplossen, want dat is een hinderende factor bij het
komen tot isolatie van huizen. Ook op energiearmoede moet een inzet
worden gepleegd. Wij zien isolatie als de beste verzekering van de
huizen en van de mensen om om te kunnen gaan met de wisselingen op deze
markt gezien dat wat er geopolitiek allemaal gebeurt.
Dan de vraag van Forum. Op dit moment is het inderdaad nog de
meerderheid. Wij gaan dat nog nader uitwerken. Voor de zomer gaat het
nog in consultatie, dus daar kan uiteraard nog bezwaar tegen worden
ingediend.
Dan de oproep van het CDA en de VVD om regie te grijpen. Dat zal ik
zeker doen, nadat ik het gesprek heb gevoerd. Volgens mij begint het
namelijk altijd met een gesprek voordat je ingrijpt. Dat gesprek heeft
nog niet plaatsgevonden. En ik zal een brief sturen aan het college,
waarin ik hier alvast de opmaat toe zal maken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom nog één keertje terug op warmtenetten en blokverwarming. Ik ga
gewoon een hele concrete vraag stellen. De minister gaat een brief
sturen naar de colleges. Vorige colleges hebben ons ook allerlei brieven
gestuurd met: dit komt gewoon niet van de grond, want we kunnen onze
bewoners onvoldoende garanderen dat ze erop vooruitgaan. We kunnen een
uitgebreide correspondentie voeren onderling, maar dat is gewoon een
probleem. Dat moet opgelost worden. Ik geloof dat ik daar vandaag geen
antwoord op krijg. Dan ga ik een hele concrete vraag stellen aan de
minister. Bij de vorige ronde van het energienoodfonds heeft het heel
lang geduurd voordat mensen met blokverwarming iets kregen. Dat was een
veel te ingewikkelde regeling, waardoor dat ook niet werkte. Gaat de
minister daar dan in deze ronde, die nu is aangekondigd, ook voor
zorgen? Anders — en dat is echt haar beleidsterrein — slaat ze namelijk
nog meer draagvlak onder de energietransitie weg en dat is al een drama
met de hoge kosten die het mensen geeft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderken het probleem. Ik onderschrijf ook het probleem. Het
energienoodfonds ligt bij Sociale Zaken. Dus dat moet echt daar
geadresseerd worden. Daar kan ik geen uitspraken over doen.
De voorzitter:
Nog even mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De Kamerleden die dat rondje hebben meegemaakt in 2021/2022 en later nog
in 2024/2025 herkennen dat heen en weer geslingerd worden. Deze minister
is verantwoordelijk voor klimaatbeleid in de gebouwde omgeving. Deze
minister zegt dat ze die warmtenetten wil, dat ze wil dat die populair
blijven en dat ze wil dat mensen blij zijn als ze daarop aangesloten
worden. Dat is nu niet zo in heel veel gevallen, omdat die rekening te
hoog is. Het probleem met het noodfonds was de vorige keer echt groot en
heeft dat draagvlak niet geholpen. Zou deze minister dit alstublieft ook
willen voelen als haar probleem, omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk
is, ook al ligt het bij een andere minister? U gaat geen warmtenetten
verder uitrollen als dit niet wordt opgelost. Daarmee zou ik de minister
toch nog één keer op het hart willen drukken dat ze dit op moet lossen.
Ik doel dan op de veel te hoge rekening nu en die compensatie.
De voorzitter:
Helder. Helder. De minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderken het probleem. Ik probeer alleen wel zuiver te blijven. Ik
doe geen uitspraken die in een andere portefeuille horen. Maar dat wil
niet zeggen dat ik wat ik hier heb gehoord en de zorgen die hier ter
tafel zijn gebracht niet meeneem naar mijn collega-bewindspersonen om
hierover te praten. Dus ik heb u gehoord, ik neem het mee, maar ik laat
ook de verantwoordelijkheid liggen waar die hoort.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien heb ik het gemist, maar ik heb volgens mij nog niet op al mijn
vragen antwoord gekregen. Ik vraag me af of die antwoorden nog
komen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat klopt; dat is slordig. Mijn excuses daarvoor. Voor de isolatie is
voorlopig voldoende geld aanwezig. Voor de warmtenetten is meer geld
nodig. Daar hebben we vandaag uitvoerig bij stilgestaan en ik heb
aangegeven hoe ik daarin sta.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het kan zijn dat de minister denkt dat er genoeg middelen zijn voor het
Isolatie Offensief, maar dat is zeker niet het geval als daar, zoals ik
de minister ook een paar keer heb horen zeggen, een schep bovenop moet.
Ik zou de minister dus op het hart willen drukken om daar goed naar te
kijken bij het plan dat er nog komt. En ik had ook een vraag gesteld
over het advies van de SER.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U drukt mij op het hart om mij hier hard voor te maken en om dit mee te
nemen. Dat doe ik zeker; dat doe ik op de momenten waarop ik de meeste
impact kan maken. Wat de SER betreft … Iemand moet nu sneller schrijven
dan hij kan. Ik heb het SER-rapport gezien. Ik heb daarin eigenlijk niks
gezien wat ik raar vind of wat helemaal niet overeenkomt met de zorgen
die wij zelf ook hebben. Het is een ondersteunend verhaal voor wat we
willen doen. Het enige wat ik nu nog kan doen, is toezeggen dat ik u een
brief stuur met wat wij hiervan vinden. Dat heeft ook een tijdslijn.
Wanneer kunnen we dat doen? Ik kan toezeggen dat die brief voor de zomer
komt.
De voorzitter:
Die toezegging staat genoteerd. Mevrouw Van Oosterhout is voor nu
tevreden.
Ik constateer dat de minister klaar is met de beantwoording in de tweede
termijn. Volgens mij kunnen we dan afsluiten, maar niet dan nadat ik de
toezeggingen met u heb gedeeld.
Na de zomer ontvangt de Kamer het ibo Energietransitie van de woningvoorraad richting 2050, met aandacht voor de NPLV-gebieden.
De Kamer ontvangt een brief van de ministers van VRO en LVVN over de landelijke gedragscodes voor soortenbescherming bij woningen.
De vraag is nog wel wanneer we die brief kunnen krijgen. Ik kijk naar
de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
In het derde kwartaal.
De voorzitter:
In het derde kwartaal.
Voor de zomer informeert de minister de Kamer over hoe zij zal omgaan met de energieprestatie-eisen voor bijzondere panden, zoals landgoederen.
De minister zal na de augustusbesluitvorming de Kamer informeren over de financiële positie van het Nationaal Warmtefonds, zodat dat bij aanvragen in de toekomst geen nee hoeft te verkopen.
Voor de zomer ontvangt de Kamer de uitwerking van het energiehuis, de uitgebreide variant van een energieloket.
Dit najaar ontvangt de Kamer een brief van de minister over hoe zij uitvoering gaat geven aan de normering van de hybride warmtepompen per 2029.
Voor de zomer zal de minister een wetsvoorstel in consultatie brengen met betrekking tot het besluitvormingsmodel in vve's bij verduurzaming.
Voor de zomer zal de minister van VRO samen met de minister van KGG de Kamer informeren over hoe het kabinet na de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte de investeringen in warmtenetten weer van de wal krijgt zonder kostenverhoging voor de gebruiker.
De minister komt voor de zomer met een brief over het advies van de SER over obstakels bij het verduurzamen van huizen of bedrijfspanden.
De heer Mooiman heeft een tweeminutendebat aangevraagd en zal daarbij
de eerste spreker zijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb goed geluisterd, maar misschien toch niet goed genoeg. Ik mis
volgens mij de toezegging dat er na de augustusbesluitvorming, dus rond
of na Prinsjesdag, duidelijkheid komt over het Warmtefonds, zodat dat
kan blijven functioneren. O, stond die er wel bij? Dan heb ik die
gemist. Wat de landgoederen betreft heb ik een specificatie: het gaat
echt over de verhuurde huizen op de landgoederen.
De voorzitter:
Dat is een goede aanvulling; die staat genoteerd. Ik zie knikken aan
mijn rechterkant.
Dan rest mij niks anders dan u te bedanken voor het goede debat en de
vragen en de minister te bedanken voor de aanwezigheid en de antwoorden.
Ik wens u verder een goede dag.
Sluiting 12.47 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|