Verslag van de Europese Raad van 19 maart 2026
Bijlage
Nummer: 2026D14712, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-03-30 14:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Verslag van de Europese Raad van 19 maart 2026 (2026D14711)
Preview document (🔗 origineel)
Verslag Europese Raad 19 maart 2026
Op 19 maart jl. vond in Brussel de Europese Raad (ER) plaats. De Europese regeringsleiders spraken over de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten, concurrentievermogen en interne markt, energieprijzen en ETS, veiligheid en defensie en migratie. Het agendapunt Meerjarig Financieel Kader (MFK) is niet meer aan bod gekomen; het MFK zal nu worden besproken tijdens de informele Europese Raad van 23-24 april op Cyprus. Tijdens de lunch werd met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Guterres gesproken over multilateralisme. Verder vond en marge van de ER een Eurotop plaats. In dit verslag wordt uw Kamer tevens geïnformeerd over de verplaatsing van het personeel van de NAVO-missie in Irak (NMI) waaronder de Nederlandse missieleden.
Russische agressieoorlog tegen Oekraïne
Na een bijdrage via videoverbinding van President Zelensky sprak de ER over de nog altijd voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Omdat twee lidstaten de conclusies over Oekraïne niet steunden werden deze uiteindelijk door 25 lidstaten onderschreven. In deze conclusies werd benadrukt dat Oekraïne van politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun moet worden blijven voorzien in coördinatie met gelijkgestemde partners en bondgenoten. Hierbij onderstreepte de ER het belang van voldoende budgettaire en militaire middelen voor Oekraïne om zich te kunnen blijven verweren tegen de Russische agressie. Regeringsleiders spraken lang over het belang van snel formeel akkoord op de steunlening voor Oekraïne met het oog op eerste uitbetaling in april. De president van de ER Costa en vrijwel alle regeringsleiders, onder wie de Nederlandse, riepen met klem de blokkerende leider op zich aan de politieke afspraken van december 2025 te houden – die met instemming van allen op basis van versterkte samenwerking tot stand kwamen - en geen oneigenlijke blokkades op te werpen.
De 25 Europese leiders benadrukten het belang van coördinatie met derde landen om het resterende financieringstekort van Oekraïne te dichten. Nederland wees daarbij in het bijzonder op het urgente belang van het verzekeren van voldoende financiële en militaire steun aan Oekraïne en riep op tot een spoedig akkoord op de steunlening voor Oekraïne. Ook gaf Nederland aan dat de steunlening alleen niet voldoende is en riep op tot het verhogen van de bilaterale steun aan Oekraïne door lidstaten. Daarnaast gaven de leiders aan vastberaden te zijn om de druk op Rusland verder op te voeren, in coördinatie met G7-partners, en uit te kijken naar de aanname van het twintigste sanctiepakket. Ook riep de Raad op tot aanvullende maatregelen tegen de Russische schaduwvloot; derde landen en actoren die de Russische agressieoorlog faciliteren, werden veroordeeld.
De 25 Europese leiders spraken hun steun uit voor een duurzame en rechtvaardige vrede in Oekraïne, in lijn met de principes van het VN Handvest en het internationaal recht, onderbouwd met geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne. De EU en haar lidstaten zullen constructief bijdragen aan inspanningen om tot duurzame vrede te komen, waarbij de EU besluit over zaken die haar competenties of veiligheid aangaan. De ER verwelkomde ook de voortdurende diplomatieke inspanningen hierin en benadrukte zijn actieve participatie evenals steun voor Oekraïne hierbij. De leiders riepen Rusland hierbij op tot een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren en betekenisvolle bijdragen aan vredesonderhandelingen. De ER benadrukte bereid te zijn om bij te dragen aan robuuste en geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne, onder meer middels de EU Advisory Mission (EUAM) en de EU Military Assistance Mission (EUMAM).
De Europese leiders benadrukten dat de toekomst van Oekraïne binnen de EU ligt, verwelkomde de hervormingen die Oekraïne tot nu toe heeft doorgevoerd en moedigde verdere benodigde hervormingen aan. De ER nodigde de Raad uit om, in lijn met het oordeel van de Europese Commissie, de onderhandelingsclusters zonder vertraging te openen, te beginnen met het fundamentals-cluster.
Tot slot onderstreepte de ER de potentiële dreiging voor de Europese interne veiligheid door Russische veteranen van de oorlog tegen Oekraïne. De ER verzocht de Commissie hierbij mogelijke maatregelen te onderzoeken om dit te adresseren.
Midden-Oosten
De Europese Raad besprak het gewapend conflict in het Midden-Oosten, voortbouwend op de uitkomsten van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart jl.1 De Raad riep op tot een gecoördineerde EU-aanpak om bij te dragen aan de-escalatie, een diplomatieke oplossing te bevorderen, en de gevolgen van het conflict voor de EU zoveel als mogelijk te beperken. De Raad veroordeelde de Iraanse aanvallen op civiele infrastructuur in de Golfstaten, en benadrukte solidariteit met de landen die door de Iraanse aanvallen worden geraakt. Voorts ging aandacht uit naar het belang om vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te waarborgen.2 Het kabinet vroeg in dat kader om steun voor het Nederlandse voorstel voor een nieuw EU-sanctieregime om personen en entiteiten betrokken bij belemmering van vrije doorvaart te kunnen sanctioneren. Het kabinet riep op tot een bemiddelende rol van de EU richting de strijdende partijen met als doel snelle de-escalatie en hervatting van diplomatieke onderhandelingen.3 Daarnaast benadrukte het kabinet het belang om als EU gezamenlijk op te treden om de secundaire effecten van het conflict te mitigeren, aangezien deze ook Europese belangen op het gebied van energie, maritieme veiligheid en in relatie tot andere conflicten raken. Het kabinet verzocht de EU tevens om consequent het belang van documentatie van mensenrechtenschendingen in Iran, en het voorkomen van straffeloosheid in dit kader te bepleiten (conform motie van Baarle4).
De Raad besprak verder het belang van de veiligheid van EU-burgers in de regio. Nu de zelfstandige vertrekopties vanuit de regio zijn toegenomen en het de meeste Nederlandse reizigers en andere EU-burgers is gelukt om de regio te verlaten, via repatriëringsvluchten van Nederland, van andere EU-landen, of zelfstandig, bevinden we ons in een nieuwe fase van de consulaire crisisinzet in de regio. Via advies en maatwerk waar nodig, blijft het kabinet Nederlandse reizigers die nog in de regio zijn, ondersteunen om de regio zelfstandig te verlaten. Tijdens de Raad verwelkomde Nederland de EU-coördinatie en onderlinge samenwerking bij de repatriëring van EU-burgers en pleitte voor aanvullende stappen ten behoeve van versterkte EU-coördinatie op het gebied van de consulaire crisisrespons in conflictgebieden. Het kabinet zal daarop blijven inzetten en waar mogelijk actief aan bijdragen.5
De Raad besprak tevens de escalerende situatie in Libanon. Nederland sprak zorgen uit over de verslechtering van de humanitaire situatie en de grootschalige ontheemding die dit voor Libanon met zich meebrengt. Nederland heeft begrip voor de veiligheidszorgen van Israël gezien de aanvallen van Hezbollah en riep met het oog op de impact van de oorlog op Libanon tegelijkertijd op tot de-escalatie en terugkeer tot VNVR-resolutie 1701 conform de motie-Piri6 en de motie-Klaver.7 Nederland onderstreepte tevens het belang dat alle partijen het internationaal recht naleven. Ook benadrukte Nederland het belang van ontwapening van Hezbollah en het belang van steun aan de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces.
Nederland benadrukte dat het gewapend conflict tussen Israël, de Verenigde Staten en Iran de situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever verder onder druk zet. Nederland onderstreepte het belang om druk op Israël te houden om veilige, ongehinderde, en onvoorwaardelijke humanitaire hulp toe te laten tot de Gazastrook en de iNGO-wetgeving niet in deze vorm uit te voeren. De Raad onderstreepte zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever en veroordeelde de eenzijdige maatregelen van Israël die erop gericht zijn de controle op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, uit te breiden. De Raad veroordeelde ook het geweld van kolonisten, evenals de Israëlische besluiten die het mogelijk maken om de Israëlische controle op de Westelijke Jordaanoever verder uit te breiden. Nederland riep in dat kader op tot aanname van het derde EU-sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten.
Concurrentievermogen en interne markt
Voortbouwend op de uitkomsten van de informele Raad van 12 februari jl. sprak de Europese Raad over het versterken van het Europese concurrentievermogen en de interne markt. De Raad riep de Europese Commissie op spoedig de aangekondigde One Europe, One Market Roadmap te presenteren, en deze spoedig (uiterlijk eind 2027) te implementeren. Ook riep de Raad de lidstaten en de Europese instellingen op om belemmeringen op de interne markt weg te nemen en spoedig met concrete resultaten te komen. Voortgang op de volgende dossiers wordt hierbij als prioriteit gezien: het 28e regime, e-declaraties, beroepskwalificaties, de EU business wallet, productstandaarden in het kader van consumentenbescherming, etikettering en verpakkingsvereisten, inclusief territoriale leveringsbeperkingen. De aangekondigde herziening van de fusierichtlijnen - met behoud van een effectief mededingingskader - moet bijdragen aan opschaling en mondiaal concurrerende Europese bedrijven. Ook werd de Commissie opgeroepen interne marktregels op een robuuste en tijdige manier te handhaven. Voortzetting van een ambitieuze simplificatieagenda van de EU werd breed gesteund door de lidstaten, inclusief spoedige afronding van de lopende omnibus-onderhandelingen. Daarbij werd opgemerkt dat dit niet de Europese beleidsdoelstellingen, voorspelbaarheid, hoge standaarden en integriteit van de interne markt moet ondermijnen. Ook moet met zorgvuldigheid gekeken worden naar regeldruk bij de vormgeving van nieuwe regelgeving. Voorbeelden die hierbij werden genoemd zijn o.a. het voorkeur verlenen aan verordeningen in plaats van richtlijnen om harmonisatie van Europese regelgeving te versterken en te voorkomen dat nationale regelgeving verder gaat dan Europese regelgeving (‘goldplating’). Het kabinet is hierbij, waar nodig, voorstander van het benutten van kopgroepen om extra tempo te maken.
De Europese Raad benadrukte het belang van het verminderen van strategische afhankelijkheden en het versterken van het geopolitieke en commerciële gewicht van de EU, als voorwaarde voor weerbaarheid, groei en werkgelegenheid. Dit vergt investeringen in nieuwe technologieën, versnelling van innovatie, vooruitgang op het gebied van digitale technologieën en infrastructuur en een duurzame en productieve industriële basis, met aandacht voor het MKB. Om dit te realiseren roept de Raad de Commissie en lidstaten op om strategische afhankelijkheden in kaart te brengen (uiterlijk eind 2026) en gebruik te maken van het handelsinstrumentarium om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Diversificatie van partnerschappen is van belang om toegang tot essentiële grondstoffen, toeleveringsketens, markten en technologieën te waarborgen. Ook wordt verwezen naar het technologische soevereiniteitspakket dat de Commissie naar verwachting op korte termijn zal presenteren. De meeste discussie vond plaats bij de inkadering van het Europese voorkeursinstrument als onderdeel van het Commissievoorstel voor een Industrial Accelerator Act.8 Conform motie Hoogeveen9 heeft Nederland zich ingezet voor duidelijke inkadering van het Europese voorkeursprincipe, mede vanwege het belang van open markten en een gelijk speelveld, en om onnodige protectionistische eisen en nieuwe handelsbelemmeringen te voorkomen.
Voor het mobiliseren van de nodige investeringen werd het belang van de Europese Spaar- en Investeringsunie (SIU) benadrukt. Hiertoe werd onder andere gepleit voor snelle aanname van het kapitaalmarktintegratie- en toezichtscentralisatiepakket (KTP), het spoedig afronden van de onderhandelingen over de digitale euro, het in kaart brengen van het concurrentievermogen van de Europese bankensector en het vervolmaken van de bankenunie. Nederland heeft met vijf grote lidstaten recent al opgeroepen tot ambitieuze voortgang bij de SIU.10
Energieprijzen en ETS
Tijdens de vergadering kwamen de zorgen van verschillende lidstaten over de betaalbaarheid van energie nadrukkelijk aan de orde. Deze zorgen zijn verder toegenomen door de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De Voorzitter van de Europese Commissie stuurde voorafgaand aan de Europese Raad een brief met daarin een overzicht van maatregelen om de Europese concurrentiekracht te vergroten en de weerbaarheid van de Unie te versterken.
Tijdens de Europese Raad werd dan ook lang gesproken over de gestegen energieprijzen, mede in het licht van de crisis in het Midden-Oosten. Een aantal lidstaten ging in op de koppeling tussen de hoge energieprijzen en het ETS-systeem en riep op tot herziening hiervan. Andere lidstaten, waaronder Nederland, wezen expliciet op het belang van het ETS-systeem als centraal instrument voor kosten efficiënte decarbonisatie en als motor voor duurzame economische groei, conform de motie van de leden Bushoff en Oosterhout.11 Deze lidstaten wezen er tevens op dat de energietransitie, met name via versnelde uitrol van hernieuwbare en koolstofarme energie en energieopslag, essentieel is om de afhankelijkheid van volatiele fossiele energie te verminderen, energieprijzen structureel te verlagen en daarmee de strategische autonomie en de weerbaarheid van de EU te vergroten. Nederland benadrukte in dit licht het belang van investeringszekerheid en van voorspelbare en stabiele randvoorwaarden voor de verduurzaming van de industrie.
Uiteindelijk heeft de Europese Raad de Commissie opgeroepen om op korte termijn met een toolbox van tijdelijke, gerichte maatregelen te komen om prijspieken als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten te adresseren. Daarnaast heeft de Europese Raad de Commissie verzocht om in juli 2026 met de reeds voorziene herziening van het ETS te komen, gericht op het beperken van prijsvolatiliteit, en het verminderen van de impact op elektriciteitsprijzen, waarbij de essentiële rol van het ETS in de klimaat- en energietransitie gewaarborgd blijft. Daarnaast riep de Raad de Commissie op om, op basis van de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie, concrete aanvullende maatregelen voor te stellen om elektriciteitsprijzen op korte termijn te verlagen, ook voor energie-intensieve industrie. De Raad heeft de Commissie tevens gevraagd om samen met lidstaten te werken aan gerichte, nationale maatregelen om kosten te dempen. Belangrijke waarborg daarbij is dat investeringsprikkels voor duurzame energie en een gelijk speelveld in de interne markt behouden moeten blijven. Ten aanzien van energie-infrastructuur heeft de Europese Raad de co-wetgevers opgeroepen om in 2026 overeenstemming te bereiken over een ambitieus Grids package, gericht op het versneld realiseren van de benodigde netinfrastructuur, het versterken van interconnecties en het stroomlijnen van vergunningprocedures. Ook heeft de Europese Raad de lidstaten en de Commissie opgeroepen om de uitvoering van de Energy Union 2030-agenda te versnellen, teneinde verdere elektrificatie mogelijk te maken en bij te dragen aan betaalbare energie.
Meerjarig Financieel Kader
Tijdens de Europese Raad heeft uiteindelijk geen gedachtenuitwisseling plaatsgevonden over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (2028-2034). Dit agendaonderwerp is doorgeschoven naar de informele Europese Raad van 23 en 24 april 2026.
Europese veiligheid en Defensie
De ER herbevestigde het streven om defensiegereedheid significant op te schalen richting 2030, strategische afhankelijkheden verder af te bouwen en kritieke capability gaps te adresseren. In deze context benadrukte de Raad het belang van het voortzetten van het werk op de priority capability areas (PCA’s), en riep lidstaten op om concrete projecten te lanceren en daarbij volledig gebruik te maken van het Security Action for Europe-instrument (SAFE) en het Europese defensie-industrie programma (EDIP). Dit moet ook bijdragen aan de verdere versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB). De Raad benadrukte het belang van de verdere integratie van de gezamenlijke Europese defensiemarkt. Tegelijkertijd bepleitten meerdere lidstaten waaronder Nederland het belang van samenwerking met derde landen. Tot slot verwelkomde de Raad de voortgang op het militaire mobiliteitspakket, alsmede het werk van de Europese Investeringsbank op het gebied van veiligheid en defensie.
Migratie
De ER nam kennis van de reguliere migratievoortgangsbrief van Commissievoorzitter Von der Leyen. De ER riep op om het werk aan de verschillende wetgevende voorstellen met prioriteit voort te zetten. Nederland heeft in het bijzonder aandacht gevraagd voor de afronding van de implementatie van het Asiel- en Migratiepact uiterlijk op 12 juni 2026.
Voorafgaand aan de ER kwam een groep leiders, op uitnodiging van Nederland, Italië en Denemarken, bijeen voor het inmiddels reguliere migratieoverleg. Hierbij werd aandacht besteed aan de mogelijke impact van het conflict in het Midden-Oosten, de stand van verschillende Europese wetgevingstrajecten, migratieknelpunten in relatie tot de Verdragen en de EU-coördinatie op migratie in VN-verband.
Lunch met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, deelde zijn zorgen over de positie van de VN in de veranderende wereldorde, inclusief de nijpende financiële situatie van multilaterale instellingen zoals de VN en ging specifiek in op de situatie in onder andere Libanon, de straat van Hormuz, Gaza en Cuba. Guterres onderstreepte het belang van vrije scheepvaart in de Straat van Hormuz, niet alleen voor Europa maar ook voor het Mondiale Zuiden. Daarnaast deed Guterres een oproep aan de EU lidstaten om in een multipolaire wereld te blijven zoeken naar een verdeling van evenwicht, waarbij ook meer moet worden samengewerkt met landen zoals Japan en India. De Europese Raad sprak unaniem zijn steun uit voor het beschermen van de VN Charter en de fundamentele beginselen die hieraan ten grondslag liggen, waaronder soevereiniteit en territoriale integriteit, en het recht op zelfbeschikking. Ook het belang van de internationale hoven als hoeksteen hiervan werd expliciet benoemd. De Raad onderstreepte dat de EU een voorspelbare en geloofwaardige partner wil blijven, en sprak daarbij zijn steun uit voor de hervormingen die moeten bijdragen aan een effectief, efficiënt en responsief multilateraal systeem.
Overige agendapunten
De Raad stond stil bij het versterken van de democratische weerbaarheid van de EU en de verantwoordelijkheid van online platforms om desinformatie en illegale inhoud tegen te gaan. De Europese Raad riep de Commissie op om de instrumenten onder de Digital Services Act die hiervoor dienen ten volle te benutten. De Raad riep de lidstaten en de Commissie op om de weerbaarheid tegen hybride activiteiten te beschermen, met name in de vorm van informatievervalsing en -ondermijning en pogingen om de democratie te ondermijnen. Tot slot benadrukte de Raad het belang van het beschermen van jongeren online, onder meer door het implementeren van de Digital Services Act en de bijbehorende richtlijnen inzake de bescherming van minderjarigen; en het aanmerken van door kunstmatige intelligentie gegenereerde content en het verbieden van AI-systemen die het maken van non-consensuele intieme beelden (waaronder kinderpornografisch materiaal) mogelijk maken. Ook verwelkomt het kabinet dat de Europese Raad aandacht heeft gevraagd voor een digitale meerderjarigheidsleeftijd voor toegang tot sociale media, met respect voor nationale bevoegdheden.
Eurotop
Tijdens de Eurotop, de bijeenkomst van de regeringsleiders van de eurozone en marge van de ER, werd gesproken over de huidige economische en financiële situatie, ook in het kader van recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten. De voorzitter van de Europese Commissie, de president van de Europese Centrale Bank en de voorzitter van de Eurogroep waren bij deze bespreking aanwezig. De aanwezigen constateerden dat de eurozone tot nu weerbaar is gebleken, door een relatief hoog niveau van consumentenuitgaven en investeringen door relatief gunstige financiële voorwaarden. Ook presteerde de arbeidsmarkt goed. Tegelijkertijd zijn er aanzienlijke onzekerheden die zwaar kunnen wegen op het vertrouwen en impact kunnen hebben op groei en inflatie, vooral door stijgende energieprijzen als gevolg van geopolitieke onrust. De president van de ECB en de voorzitter van de Europese Commissie onderstreepten dat eventuele steunmaatregelen door overheden om de negatieve gevolgen van de geopolitieke ontwikkelingen te dempen toegespitst, gericht en tijdelijk moeten zijn.
De voorzitter van de Eurogroep gaf een overzicht van het werk dat de Eurogroep heeft verricht en van de prioriteiten voor de komende tijd.12 Hij gaf aan dat de Eurogroep zich onder andere richt op mondiale onevenwichtigheden, de ontwikkelingen en risico’s voor de macro‑financiële stabiliteit en het belang van effectieve coördinatie van het economisch beleid en het begrotingsbeleid. De regeringsleiders brachten na afloop van de Eurotop een gezamenlijke verklaring uit. Daarin onderstreepten zij het belang van verdere voortgang op de Spaar- en Investeringsunie voor diepere en meer geïntegreerde Europese kapitaalmarkten. Tevens werd het werk van de Commissie voor het versterken van de internationale rol van de euro verwelkomd. Daarnaast riepen regeringsleiders op tot het spoedig afronden van het wetgevingsproces rond de digitale euro. Tot slot spraken regeringsleiders steun uit voor het bespreken van kansen en risico’s in de ontwikkelingen van digital finance in de Eurogroep, waaronder het weerbaar maken van Europese betaalsystemen.
Overig: verplaatsing missiepersoneel NAVO-missie in Irak (NMI)
Naar aanleiding van het voortdurende conflict in het Midden-Oosten en de als gevolg daarvan zorgelijke situatie in Irak, heeft de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) van de NAVO op 13 maart jl. besloten de NAVO-missie in Irak (NMI) te pauzeren en over te gaan tot een ‘non-emergency departure’ van alle missieleden. Dit betreft ook de Nederlandse militairen en Nederlandse civiele experts in de missie. Het kabinet acht deze maatregel noodzakelijk, omdat de missieleden hun werkzaamheden niet langer effectief en veilig kunnen uitvoeren. De veiligheid van het Nederlandse militaire en civiele personeel heeft voor het kabinet voortdurende aandacht en prioriteit. Op uitdrukkelijk verzoek van de NAVO, informeert het kabinet uw Kamer via dit verslag achteraf over het vertrek van de Nederlandse missieleden. De NAVO geeft aan dat de missie voorlopig in afgeslankte vorm doorgaat met aansturing vanuit het Joint Force Command in Napels. De komende periode wordt bezien hoe Nederland zal blijven bijdragen aan NMI.
Kamerstuk 21501-02, nr. 3366↩︎
Kamerstuk 23 432, nr. 669↩︎
Conform Motie Dobbe, Kamerstuk 23 432, nr. 640 en Motie Dassen/Dobbe, Kamerstuk 23 432, nr. 648↩︎
Motie Van Baarle, Kamerstuk 23 432, nr. 637↩︎
Motie Dassen, Kamerstuk 23 432, nr. 647↩︎
Motie Piri, Kamerstuk 32 623, nr. 369↩︎
Motie Klaver, Kamerstuk 23 432, nr. 645↩︎
De Kamer wordt hier middels een BNC fiche over geïnformeerd.↩︎
Kamerstuk 21 501-20, nr. 2391↩︎
Kamerstuk 22 112, nr. 4293↩︎
Kamerstuk 21 501-07, nr. 2171↩︎
Zie ook de brief van de voorzitter van de Eurogroep aan de voorzitter van de Europese Raad d.d. 11 maart 2026, Eurogroup President Pierrakakis' report to the President of the Euro Summit - Consilium↩︎