Conceptverslag Politie
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D14785, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-30 15:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-25 10:00: Politie (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Politie
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 25 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over:
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 juli 2025 inzake reactie op verzoek commissie om geen onomkeerbare stappen te zetten bij mogelijke uitbesteding meldpunt 144 (29628, nr. 1280);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 15 september 2025 inzake uitkomst onderzoek politie meldpunt 144 (29628, nr. 1297);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 december 2025 inzake voortgang veilig en gastvrij betaald voetbal 2025 (25232, nr. 92);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 januari 2026 inzake advies van het Adviescollege ICT-toetsing over het project FMS+ bij de politie (29350, nr. 17);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 maart 2026 inzake inzage in politiesystemen (29628, nr. 1314);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 maart 2026 inzake vervolg inzage politiesystemen (29628, nr. 1316).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Eerdmans
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Burger
Voorzitter: Ellian
Griffier: Van Tilburg
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Coenradie, Diederik van Dijk, Ellian, Faber, Lammers, Mathlouti, Mutluer, Van der Plas, Straatman en Struijs,
en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, ik open de vergadering van de vaste commissie voor
Justitie en Veiligheid. Op de agenda staat het commissiedebat Politie.
Ik heet uiteraard alle collega's van harte welkom. Ik zal ze zo
voorstellen, als ze hun inbreng doen. Ik heet uiteraard de minister van
Justitie en Veiligheid en zijn ondersteuning welkom in de Kamer. Ik heet
alle mensen in de zaal en alle andere geïnteresseerden die op een andere
manier dit commissiedebat volgen van harte welkom. Ik wil het volgende
afspreken met de collega's. We doen drie interrupties. Een interruptie
is onder de 45 seconden. Ik zal daar echt op toezien. Dan zou het
allemaal binnen tijd die we hebben — we hebben tot 13.00 uur — moeten
passen.
We gaan snel beginnen met de eerste termijn van de PVV. Die zal mevrouw
Faber uitspreken. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ten eerste wil ik u graag bedanken dat u deze
commissievergadering wil voorzitten vandaag. Dank u wel daarvoor. U bent
namelijk niet de officiële voorzitter. Dank! Ik weet dat u een drukke
agenda heeft.
Voorzitter. Terwijl er bommen geplaatst worden, niet alleen bij Joodse
instellingen, maar ook op de Amsterdamse Zuidas, zitten politieagenten
in uniform en politici gezellig te iftarren. De politie schuift niet
alleen aan, maar schroomt ook niet om zelf jaarlijks iftars te
organiseren. Zo was het weer raak in de lieve stad Amsterdam. Daar werd
weer een grote zaal afgehuurd in de Beurs van Berlage. Ja, het mag wat
kosten! Volgens de eigen berichtgeving van de Politie Eenheid Amsterdam
namen hieraan honderden collega's deel. Wat kost die ongein eigenlijk?
Graag een reactie van de minister. De politie in Utrecht ontpopt zich
schaamteloos als een islamitisch marketingbureau. Lachende
politieagenten, uiteraard in uniform, scheppen soep bij de iftar,
terwijl zij de ramadan als heilige maand presenteren. Er worden flyers
over de ramadan uitgedeeld, compleet met politielogo. Dit wordt allemaal
gedaan van belastinggeld. Zo betaalt de argeloze belastingbetaler mee
aan de islamisering van Nederland. Alsof dat nog niet genoeg is, worden
bewoners door de politie aangemoedigd om deel te nemen aan de iftars in
de buurt.
Ondertussen vermijden kabinetsleden het "i-woord", islam, maar laven ze
zich wel aan de iftartafels. Ze willen natuurlijk hun geïmporteerde
stemmen binnenhalen. Het zou allemaal gaan om het zoeken naar verbinding
in de samenleving, maar het is je reinste capitulatie van angsthazen en
dwazen. Er wordt namelijk geen katholieke mis georganiseerd. Waarom?
Omdat de terrorist niet roept "Jezus redt" maar iets met "Allah". Dat
was recent weer terug te horen in de boodschap van de islamitische
organisatie die de aanslagen op de Rotterdamse synagoge, de joodse
school en het atrium in de Zuidas opeist. Dat was een boodschap vol
bedreigingen aan het vrije Westen en Jodenhaat. Dat alles in de naam van
Allah. En maar kletsen over verbinding en diversiteit. Binnen de islam
is er geen verbinding en diversiteit, alleen maar onderwerping.
Dat is het gevolg van op je knieën liggen. Het veroorzaakt enkel
minachting voor het gezag, minachting voor de politie. In Overvecht was
het weer zover: nadat de politie een verdachte op een scooter had
aangehouden, werd de politie bekogeld door een groep van 50 personen.
Een buschauffeur die bekogeld werd met brandbommen, moest rennen voor
zijn leven. Wakker geworden na dit incident eiste burgemeester Dijksma
een eigen ME-peloton in Utrecht. Wel stoer, hoor! Maar is ze bereid om
het peloton ook daadwerkelijk in te zetten? Het verleden toont immers
dat kortstondig politiegeweld Dijksma al te ver ging. Maar wat als het
dan echt moeilijk gaat worden? Laat ze dan de ME de straat schoonvegen
of veegt zij liever haar eigen politiek correcte straatje schoon? Mijn
vraag aan de minister is: hoeveel incidenten moeten er nog plaatsvinden
voordat de minister een ME-peloton in Utrecht toewijst?
Voorzitter. Lelystad wordt geteisterd door de Kempenaarbende. De
geweldsgolf richt zich niet alleen op bewoners, maar ook op
politieagenten, die worden geïntimideerd en bedreigd. Slachtoffers van
afpersing twijfelen aan de doortastendheid van de politie. Zij vermoeden
dat agenten terughoudend zijn uit angst zelf doelwit te worden. Als
zelfs agenten terughoudend worden, wie zal er dan nog handhavend gaan
optreden? Frappant is dat een vermeende leider, Matien H., die vastzit
op verdenking van inbraak, recent met enkelband en gebiedsverbod de
straat op mocht om zijn rijbewijs te halen. Wat is dat voor gekkigheid?
Is deze beslissing soms voortgekomen uit dreigementen en intimidaties?
Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Ondanks dat deze Kamer de motie over een digitale
schandpaal, ingediend door de PVV, heeft verworpen, gebruikte de politie
toch deze werkwijze, en met succes. Complimenten aan de politie! De
politie startte met de actie Game Over?! en opende de jacht op 100
nepagenten die zich vooral richtten op kwetsbare ouderen. Ze werden voor
miljoenen opgelicht. Er werden 100 foto's van nepagenten gepubliceerd op
het internet. Zij stonden er gekleurd op. Na een week zijn er veertien
verdachten opgepakt. Gisteren stond de teller op 48. Dit is pas het
topje van de ijsberg, want het aantal incidenten met nepagenten steeg in
2025 tot ruim 13.000 gevallen. Wat is de status van het aantal opgepakte
verdachten nu? Worden er nog meer foto's gepubliceerd van verdachten?
Graag een reactie van de minister.
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
U ook bedankt voor uw aardige woorden. Het is altijd een voorrecht om
deze mooie commissie te mogen voorzitten. Ik kijk even en zie geen
interrupties. Dan gaan we naar mevrouw Coenradie voor haar eerste
termijn namens JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Inderdaad ook alle dank aan u voor het waarnemen van deze
rol, zeker in deze hele drukke tijden.
Voorzitter. De politie staat onder druk door falend beleid en een
organisatie die de grip verliest. Er zijn te veel taken, regels en
verwachtingen. Agenten worden ingezet voor problemen buiten hun
kerntaak. De politie is geen zorginstelling, geen maatschappelijk
vangnet en geen probleemoplosser voor elk falend systeem in dit land.
Toch sturen we agenten maar af op situaties die niets met hun kerntaak
te maken hebben. Daarom moeten we ook harde keuzes gaan maken. JA21 wil
dat binnen een jaar de politietaken fundamenteel worden herijkt.
Zorgtaken horen in de zorg, niet bij de politie. Gemeenten moeten hun
crisisdiensten op orde hebben. Nieuwe taken mogen alleen nog bij de
politie worden neergelegd als de Kamer daar expliciet mee instemt en
agenten op straat daar actief in worden meegenomen. Deelt de minister
dit en wanneer volgt actie?
Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd …
De voorzitter:
Sorry, momentje. U heeft een interruptie van mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik deel de zorgen van mevrouw Coenradie over het feit dat de politie
veel te veel tijd kwijt is aan personen met onbegrepen gedrag. Ik zie
echter ook dat de politieorganisatie — ik ben al met heel veel
werkbezoeken mee geweest — met allerlei pilots al jaren probeert om hier
iets mee te doen. Als de zorgketen niet op orde is en de veiligheid in
het geding is, moet de politie op het laatste moment ingrijpen. Hoe
realistisch vindt mevrouw Coenradie, gezien alles wat de
politieorganisatie al doet, een termijn van een jaar om die taken weg te
halen bij de politie? Dat is toch helemaal niet realistisch?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik ben een resultaatgericht persoon. Met mijn ongeduld zou ik willen dat
er meer mensen met ongeduld in Den Haag zouden zitten. Misschien zouden
we dan wat sneller zaken bereiken. Ik heb inderdaad de ambitie om binnen
een jaar zaken te herijken. Denk ik dat het realistisch is om het hele
systeem vervolgens compleet op de schop te nemen? Nee, ik denk niet dat
dat binnen een jaar kan, maar laten we in ieder geval eens een begin
maken. Dat betekent ook dat we met elkaar moeten onderkennen dat
bijvoorbeeld mensen die in de ggz thuishoren, verwarde mensen, niet in
de strafrechtketen thuishoren. Daar zou ook zeker mevrouw Straatman,
vanuit een coalitiepartij, heel nadrukkelijk naar moeten kijken. Ik zou
dus zeggen: neem dat ook mee in het vraagstuk over de bezuinigingen in
de zorg.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik ben het er helemaal mee eens dat we zien dat veel te veel mensen met
zorgtaken de strafrechtketen ingaan. Dat zei ik ook al in het begin.
Daar is dus geen discussie over. Mijn interruptie ging over die termijn
van een jaar. Ik vind dat je dan geen recht doet aan de
politieorganisatie en alle inzet die al wordt gepleegd. Ik was in
Groningen. Daar was een spv'er mee in de auto die keek hoe dingen veel
efficiënter konden. De politieorganisatie doet al heel veel. Daar gaat
dit kabinet ook verder mee aan de slag. Maar laten we het debat wel
realistisch voeren. Binnen een jaar dit helemaal oplossen — dat proberen
we al jaren — lukt niet. Het heeft onze aandacht, maar we moeten het wel
realistisch houden.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Als mevrouw Straatman goed heeft geluisterd, heb ik het woord "herijken"
genoemd. Ik heb niet gezegd "dan moet het klaarstaan". Herijken betekent
dat we met elkaar kijken hoe we dit binnen een jaar anders gaan
organiseren. Ik denk dat dat realistisch is. Je ziet dat dat echt een
heel groot vraagstuk is en heel urgent is binnen onze samenleving. Dat
merk ik niet alleen vanuit het werkveld, maar ook vanuit gewone mensen
die behoefte hebben aan een hele andere behandeling dan een
politiecel.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik vind het heel fijn om het vandaag over verward en onbegrepen gedrag
en de rol van de politie en zorg te hebben. We hebben nota bene vanuit
de politieportefeuille een hele parlementaire verkenning gedaan naar dit
onderwerp. We hebben heel veel aanbevelingen gedaan. We zien een enorme
versnippering. Degenen die erover gaan, pakken hun rol niet op, waardoor
de taken bij de politie terechtkomen. Daar moet wat aan gebeuren. In
april hebben we daar een uitgebreid debat over. Ik hoop dan ook dat ik
mij er samen met mijn collega Coenradie, die net zo ongeduldig is als ik
en die als oud-staatssecretaris weet hoe weerbarstig politiek kan zijn
en hoe langzaam dingen kunnen gaan, sterk voor kan maken dat dit gewoon
op een goede wijze tot stand gebracht wordt. De zorg moet aan de bak,
maar ook de politie moet aan de bak als het gaat om zware gevallen waar
de politie ook een rol in speelt. Ziet mevrouw Coenradie dat ook
zo?
De voorzitter:
U kwam later binnen, collega Mutluer, dus ik denk niet dat u het heeft
meegekregen, maar boven de 45 seconden tel ik voor twee. Ik mats u, maar
ik zeg tegen iedereen: dat doe ik één keer, want het risico met matsen
is dat je het daarna honderd keer moet doen. Dus vooruit. Het
commissiedebat waar mevrouw Mutluer op doelt, is op 9 april
aanstaande.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden, omdat het geen geheim is dat
ik in de hele strafrechtketen echt een enorm zware belasting zie, die
juist mede veroorzaakt wordt door mensen met verward gedrag, die
helemaal geen baat hebben bij een plek in de strafrechtketen, maar die
wel baat hebben bij een plek in bijvoorbeeld in de ggz of op een andere
manier geholpen moeten worden. Ik denk dus dat het heel goed is dat we
beide debatten heel scherp voeren en dat we ook met elkaar kijken hoe we
gaan zorgen dat we die zaken goed uit elkaar houden, want daar heeft
iedereen baat bij. Dus ja, absoluut.
De voorzitter:
Oké. Dan continueert mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. We hebben de afgelopen jaren miljarden geïnvesteerd in de
politie, maar het sentiment op de werkvloer is consistent hetzelfde: wij
merken er niets van. De eerste vraag die bij mij oppopt, is of we het
geld wel aan de juiste zaken uitgeven. Graag een reactie. Ik zal alvast
een steen in de vijver gooien: dat doen we niet. Het verdwijnt te veel
in een wirwar van programma's, projectleiders, consultants en
managementlagen. Ondertussen staat de agent op straat met te weinig
collega's en met te weinig middelen. Dat komt deels door de financiering
en deels door de situatie op de arbeidsmarkt.
Dan kom ik bij de korpsleiding. Laten we eerlijk zijn: het vertrouwen
van de werkvloer in de top is ernstig beschadigd en misschien wel
onherstelbaar beschadigd. Agenten ervaren afstand, een gebrek aan
leiderschap en een top die onvoldoende levert. Dit is een structureel
probleem. Dan moeten we de vraag durven stellen die leeft op de
werkvloer: is de positie van de huidige korpsleiding houdbaar? Graag een
reactie. JA21 pleit voor een onafhankelijke evaluatie van de
korpsleiding binnen zes maanden, waarbij niet alleen naar papieren
prestaties wordt gekeken, maar juist naar het vertrouwen op de
werkvloer. Gaat de minister dit oppakken?
De voorzitter:
U zag de interruptie al. Meneer Struijs, aan u.
De heer Struijs (50PLUS):
Als mevrouw Coenradie een evaluatie wil, wil zij hier dan ook een
evaluatie van de minister en DG POL in meenemen? Er is namelijk wel
degelijk een samenhang tussen die twee. Mijn vraag is of dat dan
onderdeel wordt van deze evaluatie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Als het gaat over wat er de afgelopen periode is gebeurd en als het gaat
om bijvoorbeeld die 1.700 collega's, kan ik me deze vraag heel erg goed
voorstellen. Tegelijkertijd heb ik inmiddels niet alleen talloze
werkbezoeken gehad bij de politie, maar heb ik inmiddels ook honderden
agenten gesproken — ik ben hier echt letterlijk dag en nacht mee bezig —
en hoor ik daarin veelvuldig terug dat agenten echt merken dat de kloof
tussen de leiding, onder andere de korpsleiding, en de werkvloer zo
ontzettend groot is. Ik denk echt dat dat probleem zo groot is, zo
ontzettend sterk aanwezig is en voor zo veel problemen zorgt binnen die
organisatie dat dat onhoudbaar is en dat we dus ook wel goed met elkaar
moeten kijken naar wat er nu uit zo'n onderzoek komt en naar wat de
minister hier dan vervolgens mee gaat doen. Maar ik heb er wel behoefte
aan dat het allemaal boven tafel komt. Nu blijft het namelijk de beerput
waar ik in kijk en waar ik heel veel uit hoor, en tegelijkertijd zie ik
ook agenten die er moeite mee hebben om in het openbaar hun verhaal te
doen uit angst voor represailles.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik herken een groot deel van uw analyse, maar ik zal er dadelijk in mijn
betoog ook op komen dat het systeem, dus de organisatie, wel heel erg
opgetopt is met heel veel lagen. Wil mevrouw Coenradie met mij optrekken
om ook daar eens kritisch naar te kijken, zodat chefs weer operationeel
gaan steunen en aansturen in plaats van met allerlei ballast te maken
krijgen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Absoluut. Ik deel die mening heel erg. De organisatie is heel erg
hiërarchisch ingedeeld en kent inderdaad heel veel lagen. Dat is voor
mij ook een reden geweest om een paar weken geleden schriftelijke vragen
aan de minister te stellen over hoe dat nu eigenlijk precies zit en hoe
de functies zich tot elkaar verhouden. Ik heb bijvoorbeeld geen moeite
met een aantal mensen op het PDC, maar ik zet vraagtekens bij de
verhoudingen. Ik wil wel de feiten boven tafel krijgen. Ik heb die tot
nu toe te weinig. Het komt in ieder geval steeds bovendrijven dat het
huishoudboekje ergens niet op orde is en dat we gewoon te weinig inzicht
hebben in hoe dat er precies uitziet. Maar ik ben wel van mening dat er
te veel lagen zijn. Dat is ook precies wat ik terugkrijg. Er zijn zo
veel lagen dat berichten de korpsleiding niet bereiken en dat dat
andersom ook niet gebeurt. Mensen voelen zich niet gehoord en gesteund.
Dat is toch echt wel de gemene deler.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik deel de verontwaardiging van mevrouw Coenradie helemaal. Ik zal daar
zelf ook nog op ingaan. Mevrouw Coenradie zegt dat het — ik vat het maar
even samen in één woord — onhoudbaar is. Heeft mevrouw Coenradie nog
vertrouwen in de korpsleiding?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Heel eerlijk gezegd niet. Tegelijkertijd is het verhaal ook iets
genuanceerder. Eén iemand eruit betekent namelijk niet dat het probleem
is opgelost. Dat wil ik hier ook niet stellen. Ik denk echt dat er
rigoureus zaken veranderd moeten worden binnen de politie. Dat betekent
dat de korpsleiding een pas opzij moet zetten, maar dat niet alleen. Ik
denk dat er nog veel meer mensen binnen de organisatie rondlopen waar we
toch wel vraagtekens bij kunnen zetten. Ik vind dat iedereen die in die
organisatie rondloopt, moet weten wat er op de werkvloer speelt, moet
zorgen voor een veilige werkomgeving en er echt toe moet doen. Dat is
ook een reden geweest om daar uitvoerig wat vragen over te stellen
richting de minister en ook om er in dit betoog het een en ander over te
zeggen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We zien wel een patroon bij de huidige korpsleiding, en zeker bij de
huidige korpschef, met het voor de bus gooien van politieagenten. Ik
hoor mevrouw Coenradie nu zeggen dat de korpsleiding een stap opzij moet
doen. Kan ze duiden wat ze daarmee bedoelt? Moet de korpsleiding
vervangen worden, of moet er iets matigers gebeuren? Kan mevrouw
Coenradie dat uitleggen?
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik denk dat de korpsleiding moet vertrekken. De schade is echt heel erg
groot. Ik denk dat een herstel van het vertrouwen niet meer mogelijk is.
Dat zijn in ieder geval de geluiden die ik hoor van echt ongelofelijk
veel agenten. Ik hoor dat van agenten die op straat rondlopen, maar
inmiddels ook van direct leidinggevenden. Het is dus echt niet mis.
Tegelijkertijd wil ik ook de minister vragen om daar een oordeel over te
vellen en te kijken naar wat er mogelijk is. Ik ben ook gewoon heel erg
benieuwd hoe deze minister hiernaar kijkt. Heel eerlijk gezegd denk ik
dat als we zaken nu niet rigoureus veranderen, onder andere door de
korpsleiding en een aantal mensen daaromheen weg te sturen, we hier over
een jaar hetzelfde gesprek zouden kunnen voeren. Daar wil ik voor
waken.
De voorzitter:
Mevrouw Straatman, dit is dan uw laatste interruptie.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ja, dat is goed, voorzitter. Ik wil hier toch op reageren, want ik heb
wel wat moeite met de toon van dit debat. Daarmee wil ik helemaal niet
zeggen dat er geen dingen misgaan. Je mag stevig zijn. Je mag stevig
zijn op de korpsleiding en je mag stevig zijn op de korpschef, maar ik
vind dat je dat wel op een faire manier moet doen. Dat moet als we
kritiek hebben op de transparantie over de inzet van de middelen van de
politie. Als er, zoals in de situatie nu, dingen misgaan met de
communicatie, moeten we ze op de inhoud bevragen, maar taal doet ertoe,
en de taal die wij hier in deze commissie spreken ook. Ik geloof in een
politieorganisatie waarin er vertrouwen is van agenten in de
korpsleiding en van de korpsleiding in agenten. Dan helpt het niet als
wij als politiek roepen dat het vertrouwen niet meer te herstellen is,
dat de korpsleiding weg moet en dat individuele personen weg moeten.
Erkent mevrouw Coenradie dat je de politieorganisatie daarmee niet
versterkt, maar eerder verzwakt? Uiteindelijk heb je namelijk iedereen
in die organisatie nodig, ook de mensen in de top.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik denk dat heel Nederland erbij gebaat is dat we geen kiekeboe spelen.
Dat is precies wat ik hier doe: ik benoem de zaken. Dat doe ik echt op
basis van talloze gesprekken. Ik weet gewoon waar ik het over heb, dus
dit is niet uit de lucht gegrepen. Ik zou het ook mooi vinden als dat
blijkt uit onderzoeken. Voor mijn part verzinnen we van alles en nog
wat. Ik kom daar later in mijn betoog ook op terug met wat ideeën om dat
ook feitelijk nog verder te laten duiden. Ik ga hier niet voor
weglopen.
Wat betreft de toon of de woorden ben ik daar heel helder in. Het
vertrouwen moet er zijn, niet alleen vanuit de korpsleiding naar de
mensen toe, maar ook andersom. En dat is er gewoon niet. Uit talloze
voorbeelden afgelopen week is gebleken dat de korpsleiding in ieder
geval niet ondubbelzinnig achter de mensen staat, dus over welk
vertrouwen hebben we het dan? Ik ben dan inderdaad heel erg duidelijk.
Ik vind ook dat dat bij mijn rol hoort, zeker als het gaat om het
controleren van het werk van de minister.
De voorzitter:
U bent er doorheen, mevrouw Straatman. Mevrouw Coenradie, u bent
ongeveer op de helft van uw betoog, denk ik.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ja, ik denk het wel.
De voorzitter:
Oké, gaat u verder.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. De politie is een van de grootste organisaties van
Nederland, maar wordt nog te vaak niet bedrijfsmatig geleid en dat moet
anders. JA21 wil dat er gestuurd wordt op heldere prestaties, op
inzetbaarheid, responstijden en opsporingsresultaten, dat er per eenheid
transparant wordt gerapporteerd en dat er wordt ingegrepen als
resultaten structureel achterblijven. Wanneer gaat de politie nu
eindelijk sturen op resultaten in plaats van op processen?
Een punt dat breed leeft op de werkvloer, is de focus binnen de
organisatie. De politie is er voor veiligheid, niet voor allerlei
programma's rondom diversiteit en inclusie, niet voor ideologisch
gedreven projecten vanuit het perspectief van een links-liberale,
progressieve en Randstedelijke bovenlaag. Niemand buiten deze
Randstedelijke bubbel volgt dit, echt niemand. Dit beleid zorgt voor
tweespalt tussen werkvloer en top, maar ook tussen inwoners: stad versus
regio, buitenwijken versus stadscentra. Kortom, het polariseert ons
land. Deelt de minister dat het draagvlak voor dit soort hobbyprojecten
beperkt is en is hij bereid om weer de prioriteit te leggen bij
kwaliteit, inzetbaarheid en veiligheid?
Laten we ons richten op wat er echt speelt op de werkvloer: een
angstcultuur binnen de politie. Agenten durven zich niet uit te spreken
uit vrees voor represailles, zoals slechte roosters, gemiste promoties
of uitsluiting. Deze signalen hoor ik overal. Daarom stelt JA21 een
onafhankelijke meldautoriteit voor met bescherming voor melders en
sancties bij intimidatie. Waarom is dit geen onderdeel van de
veiligheidsagenda in wording?
Tot slot. De combinatie van sociale media en een gebrek aan vertrouwen
vanuit politiek en leiding verlamt onze politie in het uitvoeren van
haar geweldsmonopolie. Agenten handelen met het oog op beeldvorming,
niet op veiligheid, en dat is onacceptabel. Wat gaat de minister
concreet doen om deze ontwikkeling radicaal te keren?
Tot zover.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we over naar de eerste termijn van mevrouw Lammers namens
de Groep Markuszower.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
Voorzitter. Onze politiemannen en -vrouwen staan iedere dag op straat
voor onze veiligheid. Zij zijn het gezicht van de Staat. De politie
hanteert het zwaard van de overheid. Een grote taak rust op hun
schouders. Om die taak goed te kunnen uitvoeren, moet één ding
glashelder zijn: het politieapparaat krijgt volledige rugdekking en
bescherming vanuit de politietop, punt uit. Neem het recente voorbeeld
van de moordzaak rond Lisa. 1.700 politiemensen werden publiekelijk
aangevallen omdat zij ongeoorloofd politiesystemen zouden hebben
geraadpleegd. Agenten werden publiekelijk aan de schandpaal genageld.
Sommigen kregen zelfs een foeibrief terwijl de feiten nog niet eens
vaststonden. Ongehoord. Dit ondermijnt het aanzien van het hele
politieapparaat en haalt de motivatie onderuit bij de mensen die dag in,
dag uit hun leven wagen voor onze veiligheid. De gemaakte excuses zijn
op hun plaats, maar eigenlijk niet genoeg.
De korpschef en de politietop moeten pal achter hun agenten gaan staan,
juist nu terrorisme en straatgeweld ons land in de greep houden, want
dat geweld neemt explosief toe. Op 10 maart werd de politie in Utrecht
Overvecht aangevallen door een groep van 50 straatterroristen. Agenten
werden bekogeld met stenen, glas en zwaar vuurwerk. De situatie was
zelfs zo ernstig dat een stadsbus als schild moest worden ingezet. Dit
is een regelrechte aanval op het gezag van de Nederlandse Staat. De
burgemeester roept om een eigen ME-peloton. Dat is begrijpelijk, maar
het is pure symptoombestrijding. Want waar komt die capaciteit vandaan?
Gaat dit ten koste van andere regio's? En vooral: hoe voorkomen we dat
dit zich herhaalt? De politie moet de ruimte en het vertrouwen krijgen
om het gedrag te herstellen. Gebruiken straatterroristen zwaar vuurwerk
tegen de politie, dan moeten zij met scherp terugschieten. Schiet gewoon
terug. Zo moeilijk is dat niet. Zij bedreigen niet alleen de levens van
onze dappere politiemannen en -vrouwen en van voorbijgangers, maar zij
ondermijnen ook het gezag van de Staat. Graag een uitgebreide reactie
van de minister.
Voorzitter. Dan wil ik de poging tot liquidatie van een
politiemedewerker in Schoonhoven benoemen. Op 19 maart werd een
politieman van Iraanse afkomst bij zijn eigen woning neergeschoten, een
man die was gevlucht voor het vreselijke Iraanse regime. Allereerst
spreek ik vanaf deze plek mijn steun uit voor deze politieman en wens ik
hem een spoedig en volledig herstel. Voor zover ik weet, ligt hij nog
altijd zwaargewond in het ziekenhuis en loopt de dader nog altijd vrij
rond. Het lijkt erop dat de lange arm van Iran zelfs tot in Schoonhoven
reikt. Nederland mag geen vrijplaats worden voor Iraanse
moordcommando's. Toch lijkt het er steeds meer op dat dit wel het geval
is. Iraanse dissidenten zijn schijnbaar niet veilig in Nederland. We
hebben ook al meerdere aanslagen op Joodse instellingen gezien, waarbij
het vermoeden bestaat dat Iran erachter zit. Wij stellen voor om
onmiddellijk een tijdelijke speciale politie-eenheid op te tuigen die
zich richt op de bescherming van Iraanse dissidenten en op het opsporen
van Iraanse zogenoemde sleeping cells in Nederland. Is de minister
bereid dit te regelen en hierover het gesprek aan te gaan met de
korpschef?
Dank u wel.
De voorzitter:
Oké. U bedankt. Dan gaan we naar de eerste termijn van mevrouw Van der
Plas, namens BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Je bent politieagent en je begint 's ochtends je
dienst. Je bent klaar voor je briefing, maar die komt er niet eens van,
want de meldkamer roept. Je moet naar een zwaar ongeval. Je bent als
eerste ter plaatse. De bestuurder is niet aanspreekbaar achter het
stuur. Er zitten huilende kinderen op de achterbank. Wat ga je doen?
Levensreddend handelen, afzetten en het overzicht houden. Voordat je het
weet, is er een volgende melding, voor een reanimatie van een man van 60
jaar oud, die niet meer te redden is. Later op de dag moet je naar de
familie toe. Je staat voor de deur en moet een verschrikkelijke
boodschap brengen aan de familie van deze meneer.
Voorzitter. Dit is het werk van de politieagenten. Zo kan ik nog veel
meer voorbeelden noemen. Dagelijks gaan zij van huis weg en weten zij
eigenlijk niet of zij 's avonds wel thuis kunnen komen. En wat gebeurt
er dan aan het einde van de dag? Je zit eindelijk even bij je bureau om
een hapje te eten. Je opent je mail en dan zie je een mail van de
korpsleiding. Je gelooft je ogen niet. Je wordt beschuldigd van misbruik
van systemen. Je wordt publiekelijk zwartgemaakt door je eigen minister
en de korpsleiding, zonder hoor en wederhoor. Dan doel ik natuurlijk op
de zaak van Lisa. Dit is echt woestmakend. Mensen die zich dag en nacht
inzetten voor onze veiligheid worden publiekelijk afgebrand door
dezelfde mensen die hen zouden moeten beschermen, steunen en
helpen.
Dat is geen incident. Ik zei het net al tegen mevrouw Coenradie: dit is
een patroon. Kijk bijvoorbeeld naar Utrecht. Een agent wordt belaagd
tijdens een aanhouding. Hij grijpt in en nog voordat goed is gekeken
naar wat er precies gebeurd is, wordt hij al publiekelijk veroordeeld
door de korpsleiding. Het is de wereld op z'n kop. Wie wil er op dit
moment op deze manier nog agent worden? Het is een retorische
vraag.
Ik heb twee vragen aan de minister waar ik wel antwoord op zou willen
krijgen. Wat gaat de minister nu echt doen om het vertrouwen van agenten
terug te winnen, zodat zij voelen dat Den Haag weer achter hen staat, in
plaats van dat zij bij elk incident worden afgebrand? Hoe gaat de
minister ervoor zorgen dat politieagenten nooit meer zonder hoor en
wederhoor publiekelijk worden veroordeeld? Hoe gaan de korpsleiding en
de minister het door mij genoemde patroon verbreken? Is de minister
bereid om de korpsleiding weg te sturen? Daarbij steun ik de woorden van
mevrouw Coenradie, ook op het gebied van de evaluatie.
Voorzitter. Dan heb ik nog twee punten. We hebben het hier de hele tijd
over, maar er zijn heel veel andere belangrijke zaken bij de politie
waarbij wij onze politiesterkte kunnen verbeteren. Dan heb ik het
bijvoorbeeld ook over de politievrijwilligers. De druk op de
politiecapaciteit blijft groot. Juist daarom zijn die
politievrijwilligers van zo'n grote waarde. Al sinds december 2024 ligt
er een WODC-onderzoek over hun toegevoegde waarde. Dat onderzoek was
hartstikke positief, maar een kabinetsreactie ontbreekt nog steeds. Deze
Kamercommissie heeft de minister verzocht om alsnog met een reactie te
komen voor dit debat, maar ik heb nog niks binnen zien komen. Wanneer
kunnen we die reactie alsnog verwachten? Kan de minister misschien
tijdens dit debat ingaan op die reactie?
Voorzitter, tot slot. BBB heeft gisteren schriftelijke Kamervragen
ingediend over de Eenduidige Landelijke Afspraken rond geweld tegen
mensen met een publieke taak. Die afspraken zijn er sinds 2010 en zouden
geweld tegen mensen met een publieke taak keihard moeten aanpakken, maar
de laatste evaluatie van het WODC, die van 2025, was glashelder: er zijn
nog altijd te veel dingen die misgaan en het ministerie heeft eigenlijk
helemaal niks gedaan met de evaluatie van 2020. Hoe kan dat, vraag ik de
minister. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de huidige evaluatie en
afspraken nu wel serieus worden genomen? Geweld tegen mensen met een
publieke taak, of ze nu politieagent, van de brandweer of zorgmedewerker
zijn, moet keihard worden aangepakt. Die mensen moeten eindelijk het
gevoel krijgen dat wij ze beschermen.
Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt, mevrouw Van der Plas. We gaan naar collega Struijs, die
spreekt namens 50PLUS, voor zijn eerste termijn.
De heer Struijs (50PLUS):
Voorzitter. 50PLUS heeft besloten om een reconstructie te maken van de
situatie omtrent de 1.700 meldingen. Die hebben wij gisteravond laat
afgemaakt. Mijn doel hierbij is de minister te bewegen om tot een
grondig onderzoek te komen. Ik ken de politie als geen ander en ik heb
me gelukkig van een netwerk kunnen bedienen. Ik neem u toch even kort
mee in wat er gebeurd is. De politie werkt namelijk dag en nacht. Op het
moment dat er zoiets ernstigs als het afschuwelijke misdrijf met Lisa
gebeurt, dan kijk je in het systeem, of je nou in Friesland werkt of in
Limburg. Veel politiemensen dachten: "Hé, wacht even. In Amersfoort heb
ik ook een vent gehad. Die lijkt er een beetje op en die viel ook
vrouwen lastig is. Ik heb daar wel beelden van. Zal ik eens kijken?" Dan
kijken ze niet in de dossiers. Dan kijken ze in Blueview of in Summ-IT,
de laag erop. In deze reconstructie vind ik het heel opvallend dat de
politiechefs bij elkaar komen. Het gaat om de hoogste operationele laag.
Die krijgen een presentatie van het landelijke hoofd voor
integriteitszaken en daarin wordt erop aangedrongen om dat van die 1.700
medewerkers gelijk maar even publiekelijk te maken. Hoe komt het dat al
die chefs er toch van overtuigd raken dat ze dit zo moeten doen? Ik ken
een paar van die chefs en die hebben toch echt met de poten in de klei
gestaan.
Dan komt de volgende stap. De minister wordt geïnformeerd. Die gaat met
zijn organisatie, met DG POL, ja zitten knikken. Wat is er in die
vergadering gebeurd? Ik krijg er hele verontrustende signalen over.
Heeft u wel genoeg doorgevraagd? Als klap op de vuurpijl komt hij met
een zeer afschuwelijke brief, waardoor we niet 1.700, maar 66.000 mensen
voor de trein gooien. Dit is afschuwelijk. Al die mensen, of het nou in
Friesland, Rotterdam of Amsterdam is … Het was echt toeval. U was in
Amsterdam geweest en ik kwam daar een dag later met die mensen praten.
De stoom kwam nog steeds uit hun oren. Dat was ook naar u, minister. We
hebben het hier namelijk over de korpsleiding. We hebben hier een
gemeenschappelijk probleem. Dat probleem heet een loyaliteitsprobleem.
Dit zijn de mensen die, zoals mevrouw Van der Plas zo keurig omschreef,
dag en nacht voor ons klaarstaan. Ook vannacht deden ze dat weer, met de
plofkraken. Ze zeggen: "Ik durf eigenlijk niks meer op te vragen. Ik heb
een soortgelijk geval gehad in Maastricht, maar als ik iets opvraag, dan
hang ik weer." Dat is wat er momenteel aan de hand is. Die mensen staan
dag en nacht voor ons klaar. We hebben een loyaliteitsprobleem. Dat vind
ik schandalig. Ik wil dus dat wij de minister ertoe verzoeken om echt
een reconstructie te maken van dit geheel. Ik wil de minister ertoe
verzoeken om een onderzoek te doen.
Het tweede verzoek aan de minister loopt hier alvast op vooruit. Het
systeem deugt niet. Chefs moeten achter de mensen staan tot het
tegendeel blijkt. Ze zijn nu onderdeel van een systeem waarin ze heel
snel het onderzoek moeten aankondigen, afhankelijk zijn van de kwaliteit
van het onderzoek en dan ook nog de uitslag moeten beoordelen. Kortom,
de slager keurt zijn eigen vlees. Ik wil professionals die weten wat er
speelt in de operatiën. Dit mag niet meer gebeuren. We hebben te veel
polarisatie. We staan dag en nacht aan de frontlijn. U hoort het: ik ben
er echt woest over. Woest! Ik kan er niks anders van maken. Ik heb me
geprobeerd in te houden als Kamerlid, maar dat gaat me echt niet lukken
met wat hier gebeurd is. Kortom, ik vraag ten eerste aan de minister of
hij kan reflecteren op mijn kleine reconstructie. Er is zo veel
misgegaan.
Ten tweede wil ik zeggen dat in de tweede brief van de minister, met de
excuses, nog te veel hiaten zaten. Ten derde wil ik dat er gekeken wordt
naar het systeem, zodat het objectiever, onafhankelijker en sneller
wordt en zodat de chefs achter hun mensen kunnen staan. Ten vierde wil
ik dat de knip tussen beleid en uitvoering echt wordt opgeheven. Een
directeur voor financiën die de operatiën moet doen in het PDC en een
directeur voor strategische financiën; laten we daarmee stoppen.
Overigens scheelt samenvoegen volgens onze berekeningen 10%; of laat het
8% zijn. Daarin moeten we gaan investeren. Last but not least: wilt u
nou eens een keer echt serieus kijken naar de ABD? Ik zie daar namelijk
mensen geplaatst worden — ik ga niet in op de affaire omtrent Simone
Roos — waarover elke politieman zegt: waarom plaatst u zo'n
functionaris, naar wie nog een onderzoek loopt, op zo'n belangrijke
positie? Waar gaan we nu met z'n allen naartoe? Gaarne een reflectie van
de minister op dit geheel.
De voorzitter:
Dat was helemaal binnen de tijd. Wij zijn ook maar mensen hè, meneer
Struijs, ook al zijn we Kamerleden. Voor de mensen thuis: u zegt een
paar keer DG POL …
De heer Struijs (50PLUS):
Boosheid is soms een mooie emotie.
De voorzitter:
Zo is dat. Voor de niet-ingevoerden: u bedoelt volgens mij
Directoraat-Generaal Politie, toch?
De heer Struijs (50PLUS):
Ja.
De voorzitter:
Perfect. Misschien zijn er namelijk geïnteresseerden die dit kijken en
denken: waar gaat dit over?
Er is een interruptie van de heer Van Dijk namens de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dit kwam uit de tenen van collega Struijs. Ik zal er ook geen woord aan
afdoen. Mijn punt is wel als volgt. Volgens mij wil niemand in deze
commissie kiekeboe spelen, want heel veel zorgen die nu naar boven
komen, hebben we ook geuit bij het WGO Politie. Er zijn ook
Kameruitspraken over aangenomen, et cetera. Er is dus geen kiekeboe.
Tegelijkertijd vraag ik mij af: hoe zien wij de rol van de Kamer hier
als we de organisatie niet volledig van binnenuit willen uithollen? We
voeren nu bijna een openbaar functioneringsgesprek met de korpsleiding,
terwijl die hier niet aanwezig zijn. Dat is funest voor elke
organisatie. Ik doe dus niks af aan de inhoudelijke opmerkingen, maar
mag ik een reflectie op de vraag hoe wij deze discussie ordentelijk en
goed verder gaan voeren?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik ben heel blij met deze vraag, omdat ik er echt een pleidooi voor voer
dat we op korte termijn een objectieve, valide reconstructie maken en
daar de Kamer mee voeden. Ik weet dat de voorgaande sprekers ook
intensief onderzoek hebben gedaan, maar ik wil het geheel der dingen.
Dit is voor mij geen functioneringsgesprek met de korpsleiding. Dit is
een gesprek over het functioneren van de minister, het
Directoraat-Generaal Politie, die hier een belangrijke rol in heeft
gespeeld, en de korpschef, die in mijn beleving in de wind gaat staan,
want hij gaat over strategie en beheer, terwijl de chefs eronder
collectief hebben gezegd: we gaan dit doen. Ik wil het geheel der
dingen. Ik wil een tableau de la troupe van feiten en omstandigheden,
inclusief de loyaliteitscrisis die door menig politieman wordt gevoeld
en dan gaan we verder met de stappen die we moeten of kunnen nemen. In
die volgorde zou ik de dingen doen.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik heb nog een vraag aan meneer Struijs. Stel dat er zo'n onderzoek komt
en er zo'n reconstructie wordt gemaakt, hangt u daar dan ook
consequenties aan, zowel voor de politietop als de minister?
De heer Struijs (50PLUS):
De als-danvraag is altijd een lastige. Dat weet u. Ik hang er
consequenties aan als ik hier de plank heb misgeslagen. Dat kan ik u wel
beloven. Maar ik heb die plank niet misgeslagen; laat ik daarmee
beginnen. Mijn tweede punt is: natuurlijk is dat niet consequentievrij.
Maar het kan ook zomaar zijn dat we misschien toch iemand, ere wie ere
toekomt, wel een pluim moeten geven. Dat zou ook zomaar kunnen. Dat
verwacht ik niet. Ik wil er niet op vooruitlopen, want ik wil dat de
Kamer invloed heeft op de samenstelling van de commissie als de
reconstructie er komt. Daar zat ik wel heel erg op. Daarna kunnen we met
z'n allen kijken of het relaas dat ik heel kort geef, klopt. Dan wil ik
met name ook kijken naar ieder zijn verantwoording. Want het is nogal
wat als je bijvoorbeeld landelijk hoofd integriteitszaken bent en negen
chefs weet te overtuigen die toch ook met de poten in de klei hebben
gestaan. Wat is daar aan de hand? Hebben we met een incident te maken of
hebben we met iets structureels te maken? Is het iets structureels, dan
kunnen we niet bij consequenties wegblijven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Struijs is zelf heel lang politieagent geweest en heeft ook
bestuurlijke functies uitgeoefend. Hij zit al lang in het vak. Ik ben
eigenlijk benieuwd of de heer Struijs ooit zoiets heeft zien gebeuren in
de tijd dat hij bij de politie zat.
De heer Struijs (50PLUS):
Nee, dit is een unieke situatie waarbij de politie collectief wordt
aangesproken. Nogmaals, als je 1.700 mensen aanschrijft dan schrijf je
66.000 mensen aan. Dat heb ik nog niet meegemaakt. Incidenteel heb ik
zat meegemaakt waarvan ik echt dacht "chefs, ga eens achter je mensen
staan", ook recent weer. Dit is een vrij unieke situatie, waarvan ik
vrees dat zij een structureel karakter heeft. Dan gaan we op de diepere
laag komen. Hoe worden onze huidige leidinggevenden gepositioneerd? Waar
zijn ze verantwoordelijk voor? Hoe worden ze opgeleid? Laten we daar ook
nog maar eens even goed naar kijken. Maar goed, een eerste reconstructie
moet wel even globaal zijn, want ik wil hier geen maanden mee wachten.
Als het kan, wil ik het een beetje snel. Maar dit is voor mij ook een
unieke situatie.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we door naar de eerste termijn van het CDA, die wordt
uitgesproken door mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de mannen en vrouwen die
dagelijks in de frontlinie staan voor onze veiligheid, zowel op straat
als online. Voor die politieagenten wil het CDA pal staan. Dat is ook
wat het coalitieakkoord uitstraalt, met honderden miljoenen extra voor
de politie. Maar geld alleen is niet voldoende. Het CDA maakt zich
zorgen over de toenemende polarisatie, ook — dat zeg ik in alle
eerlijkheid — in dit debat. Een sterke politie vraagt om vertrouwen,
vertrouwen tussen leiding en blauw op straat, en gezag vanuit de
samenleving. Daar blijft het CDA voor strijden.
Ik licht vandaag drie punten uit. Allereerst: de flexibele inzet van de
organisatie. De samenleving vraagt om een politieorganisatie die kan
meebewegen met nieuwe vormen van criminaliteit, online en ook offline.
Dat betekent dat basisteams ruimte moeten krijgen om in te spelen op
lokale situaties. Voor het CDA kan dat betekenen dat je soms wat minder
blauw op straat hebt, maar meer inzet hebt op digitale expertise. Die
flexibiliteit komt echter nog onvoldoende van de grond. Het zogenoemde
dubbele slot, waarbij de minister zowel het budget als de verdeling van
mensen en middelen bepaalt, beperkt de bewegingsruimte van de politie.
Daarom mijn vraag: hoe staat het met de uitvoering van mijn motie om
deze wettelijke belemmeringen in kaart te brengen? Het CDA wil op
termijn meer ruimte voor de politie om zelf middelen te verdelen, maar
dat kan alleen als de politie zelf de juiste stappen zet en volledige
transparantie betracht. Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken van
onderbezetting in opsporing en basisteams en het terugbrengen van
overbezetting bij de niet-operationele sterkte. Kan de minister
bevestigen dat aangekondigde plannen van de politie om die overbezetting
aan te pakken, gewoon doorgaan ondanks de extra middelen uit het
akkoord? En wat betekent de financiële opgave voor dit jaar voor de
brede opsporing? Onduidelijk blijft of alleen de opsporing in de
basisteams wordt ontzien, of de brede opsporing. Welke stappen zet de
minister om de financiële verantwoording van de politieorganisatie te
verbeteren? Ziet hij daarna op termijn ruimte om meer flexibiliteit bij
de politie te beleggen?
Voorzitter. Ten tweede: politie en voetbal. Het aantal incidenten rond
voetbalwedstrijden daalt gelukkig, maar de politie-inzet blijft hoog.
Kan de minister inzicht geven in hoeveel capaciteit hiermee gemoeid is,
zowel tijdens als rond wedstrijden? Hoe staat het met de wet die
uitwisseling van stewards makkelijker maakt? Wat betreft de veiligheid
in stadions zet het kabinet de huidige, wat het CDA betreft goede lijn
voort, maar het CDA wil wel extra aandacht voor structurele
supportersbetrokkenheid. De pilot gastvrijheid laat goede resultaten
zien en verdient wat ons betreft uitbreiding. Is de minister bereid dit
verder uit te rollen? Want niet alleen repressieve middelen helpen om
vijandigheid uit het stadion te houden. De overlast met vuurwerk laat
aan de andere kant zien dat repressieve maatregelen soms nog wel hard
nodig zijn, bijvoorbeeld verhaal van schade op daders. Waarom maken nog
zo weinig clubs gebruik van die taskforce van de KNVB die hen hierbij
kan ondersteunen?
En dan heb je natuurlijk nog de civielrechtelijke stadionverboden. Wij
zien een gebrek aan uniformiteit in de omgang met die stadionverboden.
Zo hanteert een aantal clubs de mogelijkheid om stadionverboden via
alternatieve trajecten in te korten als daar maatschappelijke inzet voor
de club tegenover staat. Dat is een goed initiatief, maar goede
initiatieven werken alleen als ze landelijk uniform zijn. Anders
ontstaat er rechtsongelijkheid. Dat zien we nu: lichte vergrijpen bij de
ene club kunnen tot langere stadionverboden leiden dan zware vergrijpen
bij de andere club, simpelweg omdat de een wel een alternatief traject
aanbiedt, maar de ander niet. Hoe ziet de minister dit? Is hij bereid om
met de KNVB in gesprek te gaan om een uniforme omgang met
stadionverboden af te spreken?
Voorzitter, tot slot — ik rond af — de handhaving van de openbare orde.
Het rapport van de AP over TOOI en de niet-uitvoerbare motie over
realtime gezichtsherkenning laten zien dat de wettelijke kaders voor de
handhaving van de openbare orde nadere verduidelijking en versterking
vragen. Wat gaat de minister doen om te waarborgen dat het hele
belangrijke instrument van TOOI ook in de toekomst beschikbaar blijft?
Is de minister het met de CDA-fractie eens dat een bredere verkenning
naar uitbreiding van bevoegdheden van de politie voor handhaving van de
openbare orde nodig is?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
U bedankt. Dan gaan we verder naar de heer Mathlouti namens D66 voor
zijn eerste termijn.
De heer Mathlouti (D66):
Voorzitter, dank. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid; het staat of
valt met de mensen die haar elke dag waarmaken: onze vrouwen en mannen
in het blauw op straat. Daarvoor verdienen zij onze waardering, elke dag
opnieuw, want de werkdruk is hoog, het werk complex en de samenleving
verhard. Dat vraagt om voldoende capaciteit, goede ondersteuning en
duidelijke politieke keuzes. Daarom ben ik er trots op dat wij in het
coalitieakkoord fors investeren in de politie en daarmee in het belang
van onze nationale veiligheid. Maar hoe wordt inzichtelijk gemaakt dat
deze middelen ten goede komen aan de operationele slagkracht en de
organisatie van de politie? Ik ben benieuwd hoe de minister ons daar de
komende tijd in mee gaat nemen, in het bijzonder als het gaat om de
opleiding en inzet van cyber-, zeden- en
discriminatierechercheurs.
Voorzitter. Voetbal verbindt en leeft in heel Nederland, maar diezelfde
passie slaat soms om in geweld dat niets met de sport te maken heeft.
Dit jaagt supporters weg en legt grote druk op de politie, die steeds
vaker wordt geconfronteerd met agressie en zwaar vuurwerk. We lezen
gelukkig dat er een dalende trend te zien is in het aantal incidenten in
en rond stadions, maar de impact op de agenten blijft onverminderd
groot. Ieder incident is er een te veel. We zien dat een kleine groep
relschoppers blijft zorgen voor incidenten. Dat raakt mij als
oud-voetballer met liefde voor de sport, maar voor dit debat nog veel
belangrijker: ik zie wat het vraagt van de politie. Daarom zoek ik naar
wat er wel kan om de druk op de politie te verminderen, zodat voetbal
weer gaat om waar het om hoort te gaan, namelijk een feest voor
iedereen.
Duitsland en Zweden laten bijvoorbeeld zien dat het anders kan door
iedereen te betrekken en te beginnen bij de oorzaak van de incidenten,
door in gesprek te gaan met de fanatieke supportersgroepen voordat
hooliganisme hen opzuigt. Zijn er gesprekken met deze groepen, vraag ik
de minister. Zo nee, is de minister dan bereid om deze gesprekken op te
starten? Begrijp me niet verkeerd. We hoeven raddraaiers in stadions
niet te pamperen of naar de mond te praten, maar kijk hoe je ze met hun
invloed op de tribunes nadrukkelijker onderdeel kan laten zijn van de
oplossing, want in andere landen zien we dat dat werkt.
Is de minister daarnaast bereid om Europese best practices in kaart te
brengen om hooliganisme te voorkomen en vooral te kijken hoe deze passen
in Nederland? Dat vraag ik temeer ook omdat ik veel lees over
verschillende Europese initiatieven, maar niet concreet over of en hoe
we deze in Nederland kunnen gebruiken. De KNVB deelt overigens ook
ideeën over maatregelen die stadions veiliger kunnen maken en de druk op
de politie kunnen verminderen. Ik ben benieuwd hoe de minister daar zelf
op reflecteert.
Voorzitter. Dan TOOI. Begin maart werd duidelijk dat de AP kritisch is
op de werkwijze van het TOOI en het huidige wettelijk kader ontoereikend
acht. Dit betekent concreet: of werkzaamheden worden beëindigd, of er
komt een wettelijke grondslag, mits daar politiek draagvlak voor is. Dat
debat moeten we met elkaar voeren. Tot die tijd moet helder zijn hoe het
TOOI binnen de wet kan opereren. Welke concrete stappen zet de minister
hiervoor? Wat heeft hij eventueel van de Kamer nodig?
Het is een goede zaak dat de minister heeft aangekondigd met de
korpschef een juridische verkenning te gaan doen naar de
handelingsopties van de politie, maar dat mag wat ons betreft wat
concreter. Hoe ziet het tijdspad van deze verkenning er precies uit? Hoe
worden we hier als Kamer goed in meegenomen? Graag ontvang ik dit ook
per brief, maar als de minister daar al iets over kan zeggen, dan horen
we dat natuurlijk graag.
Tot slot, voorzitter. Palantir, het omstreden softwarebedrijf. Het
Amerikaanse bedrijf wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met ernstige
mensenrechtenschendingen en een antidemocratische ideologie. Zo erkent
de CEO van Palantir zelf dat hun technologie de democratische
machtsbalans kan verstoren en kiezers kan benadelen. Kan de minister
reflecteren op het gebruik van deze software en de risico's die daarmee
gepaard gaan? Daarnaast is er eerder een motie aangenomen die de
regering oproept om de overheid, inclusief de politie, onafhankelijk te
maken van deze software. Hoe staat het met de uitvoering van deze motie?
Is de minister het met mij eens dat alles in het werk moet worden
gesteld om te komen tot een volwaardig nationaal of Europees
alternatief, juist in deze onzekere tijden op internationaal
gebied?
Voorzitter, dank.
De voorzitter:
U bedankt. We gaan naar mevrouw Mutluer voor haar eerste termijn namens
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ook mijn waardering voor alle agenten die zich dag en
nacht voor onze veiligheid inzetten, maar ik zal eerlijk zijn: ook ik
maak mij zorgen over de politie. Soms heb ik het gevoel dat de
linkerhand niet weet wat de rechterhand doet, om nog maar niet te
spreken over de financiën. Ik heb ook het gevoel dat we van incident
naar incident gaan. Tegelijkertijd ga ik hier niet roepen dat de
politietop moet vertrekken, want in mijn beleving moet je het systeem
veranderen. Alleen maar de poppetjes veranderen, gaat het probleem niet
oplossen. We hebben het hier gewoon over een van de grootste
organisaties van Nederland. Juist daarom zou je de top moeten
verstevigen en niet moeten verzwakken. Daar is in mijn beleving deze
minister verantwoordelijk voor. Alle collega's die net riepen "de
politietop moet weg", moeten volgens mij dan ook een motie van
wantrouwen indienen en deze minister wegsturen, want díe gaat erover.
Dat wil ik wel even gezegd hebben.
Dan het vertrouwen tussen de top en de operationele kracht. Ja, ik vind
ook dat dat beter moet. Kijk naar de wijze waarop er is omgegaan met die
1.700 agenten, van wie een groot deel onterecht in verband is gebracht
met het inzien van gegevens rond de vermoorde Lisa. Dat is exemplarisch.
Inmiddels is duidelijk geworden dat die verwijten van de korpschef en de
minister onterecht waren. Eigenlijk zijn wij gewoon onjuist
geïnformeerd. Dat neem ik deze minister ook kwalijk. Ik vind het goed
dat dat nu ruiterlijk is erkend en dat er gesprekken plaatsvinden met
politiemensen, want dat is hard nodig. Het vertrouwen moet gewoon wel
weer terug en, zoals het gezegde luidt, vertrouwen komt te voet en gaat
te paard. Mijn vraag aan de minister in dat opzicht is dan ook: hoe gaat
hij voorkomen dat er in de toekomst zo lichtvaardig wordt omgegaan met
de reputatie van politiemensen? Tegelijkertijd zie ik ook dat de echte
slachtoffers de ouders zijn, de nabestaanden van Lisa, met wie ik via
hun advocaat contact hebben kunnen krijgen. Hun wond is constant
opengereten en daar moeten we ons heel erg van bewust zijn.
Dan het Team Openbare Orde Inlichtingen, het TOOI. Het is niet de eerste
keer dat we het daarover hebben. De AP, de Autoriteit Persoonsgegevens,
stelt dat het wettelijk kader voor gegevensverwerking ontoereikend is en
dat er soms langdurig informatie over personen wordt verzameld, zelfs
rond demonstraties. Soms gaat het over gevoelige persoonsgegevens, zoals
religie en politieke overtuiging, terwijl volgens de autoriteit niet
wordt voldaan aan de eis van strikte noodzaak. De minister zegt "ik ga
de conclusies onderzoeken", maar in mijn beleving moet je gewoon de wet
aanpassen. Ik wil dat de minister — dat vraag ik hem — hier zo snel
mogelijk op terugkomt, want anders gaat je echt wettelijk schuren langs
de randen van onze rechtsstaat.
Dan de bereikbaarheid van de politie. Ook in niet-spoedeisende situaties
moeten mensen eenvoudig contact kunnen opnemen en als mensen lang moeten
wachten of meerdere keren moeten bellen, leidt dat tot frustratie en
soms zelfs tot een gevoel van onveiligheid. Het nummer dat we hebben,
0900-8844, functioneert in de praktijk onvoldoende. Wachttijden zijn te
lang. Iemand die de stap zet om de politie te bellen, moet niet
eindeloos in de wacht staan. Als je er uiteindelijk dan toch doorheen
komt, dan is het onwenselijk dat iemand uit Maastricht een medewerker
uit Leeuwarden aan de lijn krijgt die de lokale situatie niet kent. Als
die dan vervolgens niet wordt teruggebeld door de politie-eenheid die er
wel over gaat, dan ga je ook het vertrouwen van de burger verliezen.
Mijn vraag aan de minister is wat hij wil doen om dit beter te
organiseren, zodat mensen iemand uit de eigen regio kunnen spreken en
het gevoel van kastje naar muur verdwijnt. Kijkt hij ook naar
aanvullende contactmogelijkheden?
Tot slot, voorzitter. Daarna eindig ik. We hebben het net over Utrecht
gehad. Daar kregen hulpverleners te maken met ongeregeldheden en we
zagen burgemeester Sharon Dijksma roepen om een eigen peloton van de
Mobiele Eenheid in de stad. Volgens de gemeente is dat nodig vanwege
vergelijkbare problematiek als in andere steden. Ik wil niet straks van
de minister — dan rond ik af, voorzitter — horen dat het aan de eenheid
en de stad is om de beschikbare capaciteit te verdelen. Formeel klopt
dat, maar daar zit juist het probleem: als je dat doet, gaat het ten
koste van het blauw op straat. Dan heb je dus niet een echte oplossing.
Dus graag een reactie daarop en een echte oplossing van de
minister.
Dank.
De voorzitter:
U bedankt. Dan gaan we naar collega Van Dijk namens de SGP voor zijn
eerste termijn.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter. Echte politieagenten zijn goud waard. Ze zijn de
oren en ogen van de buurt en de samenleving. Ze bewaren de orde en
dienen de veiligheid. Ze pakken de kleine en de grote crimineel. Petje
af voor deze mensen.
Helaas zijn er ook nepagenten. Ze beroven met name ouderen, niet alleen
van het terechte vertrouwen dat ze in de politie stelden en van hun
veiligheid, maar ook van hun spullen of geld. Het is heel belangrijk dat
de politie met de campagne Game Over?! werk maakt van dit soort
criminaliteit en een duidelijk signaal afgeeft. De tronie van de 79
daders die zich niet zelf gemeld hebben, staat nu online. Laten we hopen
dat dit tot nog meer vangsten leidt. Overigens schrok de SGP wel van het
hoge aandeel niet-Nederlandse culturele achtergrond onder de daders.
Welke plaats heeft deze werkelijkheid in het beleid van het
kabinet?
Voorzitter. Via de geslaagde inzet van Game Over?! kom ik als vanzelf op
het bestrijden van voetbalvandalen. Het kabinet wil een boetesysteem
voor clubs als de politie in het stadion moet ingrijpen. Dat klinkt
helaas nog wat te soft om de harde kern van het probleem aan te pakken.
Het gaat hier om georganiseerde criminaliteit die tot binnen de
organisatie van sommige clubs is doorgedrongen en de touwtjes in handen
heeft. In Amsterdam gaat het om meerdere personen uit de lijst van 600.
Er is sprake van productie van harddrugs en het organiseren van
gevechten. Tot mijn verbazing las ik vorige week in Het Parool dat
maanden na de uitbarsting van november 2025 in de ArenA nog steeds nul
personen aangehouden zouden zijn, en dat terwijl binnen een week al tien
tot vijftien hooligans herkend waren. Klopt dit, minister? Hoe kan het
dat bepaalde aanjagers wel met naam en foto bekend zijn, maar er tegen
hen niets wordt gedaan? Hoe zorgt de minister ervoor dat het echt game
over is voor dit soort misstanden die de maatschappij belasten? Wanneer
clubs het stuur kwijt zijn en vandalen de hand boven het hoofd houden,
zijn stevigere juridische middelen nodig zijn dan enkel boetes, zo vindt
de SGP.
Voorzitter. Als goed nieuws noem ik de aanpak van snelwegblokkades. Deze
maand heeft de politie in Limburg door tijdig busjes van activisten te
onderscheppen voorkomen dat de A2 werd geblokkeerd. Kiest het kabinet
uitdrukkelijk de lijn dat voorkomen beter is dan opruimen? Hoe wordt de
politie daarin ondersteund? Heeft de minister op basis van ervaringen in
de afgelopen jaren de indruk dat het strafrechtelijk instrumentarium
toereikend is om de opzettelijke gevaarzetting op de snelweg met succes
te vervolgen?
Voorzitter. De ernstige bedreigingen van de Joodse gemeenschap komen
steeds duidelijker aan het licht. Recent waren er twee aanslagen in
Amsterdam en Rotterdam die voor iedereen duidelijk maken wat al langer
gebeurt: vernieling, bedreiging en intimidatie. Het gaat hier om een
specifiek kwaad dat om een specifieke bestrijding vraagt. Volgens het
coalitieakkoord komen er meer discriminatierechercheurs, die met
prioriteit zaken kunnen oppakken. De SGP vindt dat nog erg algemeen
klinken. Zijn de recente aanslagen voor de minister een aansporing om
specifieke capaciteit toe te wijzen aan antisemitisme? Uit de praktijk
horen we nog steeds dat de interpretatie van antisemitisme bij de
politie niet altijd eenduidig is. Dat bemoeilijkt een effectieve aanpak.
Hoe gaat de minister aan meer eenduidigheid werken? Zou er niet een
specifieke strafverzwarende categorie voor antisemitisme moeten
zijn?
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
U bedankt. Vindt u het goed als ik de inbreng namens de VVD doe? Ik
vervang namelijk mijn collega Martens-America, die verhinderd was. Wil
iemand even het voorzitterschap overnemen? Wilt u dat doen, mevrouw
Faber?
Voorzitter: Faber
De voorzitter:
Dat is goed. Dan geef ik u gelijk het woord.
De heer Ellian (VVD):
Dank. Ik ga er in vogelvlucht doorheen. Uiteraard begin ik met het
uitspreken van dank aan alle mannen en vrouwen van de politie. In steeds
moeilijkere omstandigheden in een wereld die steeds gevaarlijker wordt,
staan jullie dag en nacht voor onze veiligheid. Dank daarvoor. Uiteraard
wil ik zelf de mensen van Bewaken en Beveiligen bijzonder danken. Ik
weet hoeveel mensen bezig zijn om mij en mijn familie veilig te houden.
Als persoonlijk feit wil ik wel meegeven aan de minister: het is geen
lolletje om in het stelsel te zitten, maar met de ingezette
stelselwijziging en de komst van een lcc ... Het is niet makkelijk voor
de meeste te beveiligen personen, laat ik dat meegeven.
Ook voor de politie is het een heftige tijd, nu een collega van het
Politiedienstencentrum is neergeschoten. Hij woonde in Schoonhoven. Ik
wil de minister echt vragen om hier maximaal op in te zetten. Zoek de
schutter, maar met name: zet alsjeblieft ook in op het vinden van de
mogelijke opdrachtgevers en de tussenlagen. Uit ervaring weet ik — het
is ook een feit van algemene bekendheid — dat het Iraanse regime brokers
gebruikt, net als verschillende tussenpersonen en organisaties. Alles op
alles moet worden gezet om uiteindelijk bij die tussenlagen te
komen.
Voorzitter. De VVD heeft altijd achter de politie gestaan. We staan ook
achter de politie. De politie vraagt meer geld en er wordt ook meer geld
vrijgemaakt. Als je een begroting hebt van inmiddels bijna 9 miljard,
roept het wel de vraag op wat er nu beter gaat of wat we nu meer krijgen
voor dat geld. De focus moet zijn — dat is de kern van dit debat — dat
de organisatie op orde moet, zodat de politie bezig kan zijn met de
kerntaken: het handhaven van de openbare orde, het opsporen van
strafbare feiten en het houden van toezicht in de publieke ruimte.
Voorzitter. Achter je mensen staan betekent dat je niet meteen een hele
groep hardwerkende integere politiemensen verdacht moet maken. Dat past
de politie niet. Dat zou geen enkele organisatie passen. Er is veel over
gezegd door diverse collega's. Ik heb vooral één vraag: wat gaat de
minister doen om het vertrouwen te herstellen bij die mensen die in hun
ziel geraakt zijn? Die berichten heb ik immers ook gekregen. Ze zeggen:
ik doe mijn werk naar eer en geweten en dan krijg je dit! Wat gaat de
minister doen om ervoor te zorgen dat die mensen zich gehoord
voelen?
De heer Struijs (50PLUS):
Ik heb even wat vragen. Over die miljarden die we aan de politie geven
en die ophoging: kijken we dan ook naar hoe de maatschappij is
veranderd? We zien steeds meer polarisatie. We hebben het net al gehad
over mensen met onbegrepen gedrag. Er komen steeds meer taken bij. Dat
zou ik graag terugzien in de begrotingscyclus. Deelt u die wens? Ten
tweede dit. Ik zeg dit na meerdere mensen te hebben gesproken in het
stelsel van bewaken en beveiligen. Ik trek het dus los van u. Ik ben
daar zeer kritisch op. Bent u het met mij eens dat daar nog eens goed
naar moet worden gekeken, zodat we wel de juiste dingen doen, ook in
samenhang met alle organisaties die hiermee bezig zijn? Ik heb het niet
over de uitvoering, want die doet fantastisch werk. Ik heb het over de
wisselwerking tussen OM, NCTV en politie. Ik denk dat die beter kan. Is
het niet tijd, vraag ik ons gewaardeerde VVD-lid, om hierop te gaan
herijken?
De heer Ellian (VVD):
Dank, ik waardeer beide vragen zeer. Ik pretendeer geen seconde er net
zo veel van af te weten als meneer Struijs. Ik ben overigens ook niet de
woordvoerder. Ik ben bovendien een subject in het stelsel. Van mij zal
nooit iemand een kwaad woord horen over de uitvoering. As we speak
zitten ze zelfs in de zaal, om mij veilig te houden. Ik ben gek en dol
op ze en ik ben ze diep en diep dankbaar. Maar het geheel dat is
opgetuigd ... Het valt mij op dat er de afgelopen twee jaar vrij weinig
over gesproken is in de Kamer. Het lijkt me wel goed om dit eens tegen
het licht te houden. Hebben al die goede bedoelingen die aan het nieuwe
stelsel ten grondslag liggen, in de realiteit der dingen ook gebracht
wat er nodig is? Of zijn TBP's opgezadeld met allerlei nieuwe
vraagstukken waar ze zich helemaal niet mee bezig willen houden? Ik
juich het alleen maar toe als het gesprek weer een beetje op gang komt.
Het was wat dat betreft de laatste jaren vrij stil in de Kamer, vond
ik.
Op uw eerste vraag: uiteraard, er is zo veel op het bord van de politie
gekomen dat je het bijna niet voor mogelijk houdt. Daarbij kun je je ook
afvragen of alles in het strafrecht thuishoort. Dat is een vraag die mij
steeds meer bezighoudt. Ik noem maar iets: vanuit de forensische zorg
wordt gezegd dat je in Nederland iets zult moeten doen met het verplicht
opnemen van mensen, hoe gevoelig ook. Ik ben een liberaal, ik vind dat
je iemands vrijheid niet zomaar moet inperken. Je zult echter ook naar
dat soort vraagstukken moeten kijken, want de politie kan het niet
bolwerken. Ik merk het Kamerbreed, van mevrouw Mutluer tot mevrouw
Coenradie: de omvang van de politiebegroting is wel echt huge aan het
worden. Als ik dan vanuit de rechterlijke macht hoor dat grote
meervoudigekamerzittingen nu worden gevuld met kleine delicten ... Het
OM brengt die zaken niet aan. Dan bel ik het OM en het OM zegt dan: de
politie komt niet met grote zaken. Dat baart me wel zorgen. Waar geld
nodig is om de samenleving veilig te houden, regelen we dat. Voor mij
als Kamerlid is het echter wel moeilijk om te zien wat er eigenlijk
wordt gedaan met die berg geld in het licht van de kerntaken.
De heer Struijs (50PLUS):
Dan heb ik nog ...
De voorzitter:
U heeft al drie interrupties gehad, meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Oké.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie was ook heel lang.
De heer Ellian (VVD):
Mag ik verder, voorzitter? Dan heb ik ook meteen een deel van mijn
betoog gehad. Ik had het net over het herstel van vertrouwen. Als het om
de kerntaken gaat, moeten we nog steeds aan de georganiseerde
criminaliteit laten zien dat we erbovenop zitten. Er zijn meerdere
criminele samenwerkingsverbanden in beeld. In mijn interruptiedebatje
van zonet ging het erover of er een probleem is. Hebben we een tekort
bij de LO? Wat is er aan de hand? Ik mis de focus op het afbreken van
die machtsstructuren. Immers, een van de kerntaken is natuurlijk het
opsporen van feiten.
Voorzitter, tot slot, want ik heb al een deel gehad. Wat betreft de
kerntaken kan ik de iftars niet onbenoemd laten. Het organiseren daarvan
heeft wat de VVD betreft echt niets te maken met de kerntaken die ik net
noemde. Belangrijker nog, de politie zou geen religieuze bijeenkomsten
moeten organiseren of bijwonen. Dit is wel in toenemende mate te zien.
Dat gaat de perken te buiten. Een agent die een gebed inleidt, de
ramadan een heilige maand noemen, iftars uit naam van de politie
organiseren waarbij de islamitische geloofsbelijdenis wordt gesproken:
dit heeft niets te maken met de kerntaken van de politie. Bovenal doet
dit afbreuk aan de neutraliteit. Het is ook helemaal niet nodig, want we
zijn trots op de politie en dat willen we graag blijven.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. Dan geef ik u weer ... O, sorry mevrouw
Mutluer, had u ... Nee, het gaat goed. Ik geef u het voorzitterschap
weer terug.
Voorzitter: Ellian
De voorzitter:
Dan gaan we de boel weer even goed begrijpen. Mevrouw Mutluer, u had een
ordevraag?
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Nee. Ik wilde even aangeven dat ik samen met mevrouw Lammers naar een
ander overleg moet, waardoor we het tweede deel gaan missen. Ik wil niet
de indruk wekken dat we geen interesse hebben. Dan weet u dat.
De voorzitter:
Ik waardeer het dat u dat zegt. U komt beiden ook niet meer terug?
Begrijp ik dat goed? Oké. Dat is spijtig, maar we gaan ervan uit dat de
antwoorden van de minister door u op een andere wijze gehoord worden. Ik
begreep van de minister dat 25 minuten voldoende is. Dat is top. Dan
gaan we schorsen tot 11.30 uur. Daarna gaan we verder met de eerste
termijn van het kabinet. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 11.03 uur tot 11.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid. We zijn nog steeds bezig met het commissiedebat Politie. We
zijn aanbeland bij de eerste termijn van de minister. Ik geef hem graag
het woord. Ik verzoek hem — ik ken hem een beetje — geen lange inleiding
te houden en, als het kan, ons mee te nemen in eventuele blokjes. Het
woord is aan de minister.
Minister Van Weel:
Het feit dat u mij kent, betekent hopelijk niet dat u vindt dat ik
normaal wél van de lange inleidingen ben?
De voorzitter:
Nee, juist niet! Ik weet dat u graag kort en duidelijk bent.
Minister Van Weel:
Ik heb wel een korte inleiding, voorzitter. Daarna zal ik gaan werken
met de volgende blokjes. Ik begin met het blokje politieorganisatie.
Daarin zitten ook alle vragen rondom de 1.700 politiemedewerkers. Ik ga
daar in mijn inleiding al kort op in, maar de bulk komt in dit blokje.
Daarna heb ik het blokje financiën en het blokje taakuitvoering van de
politie, in brede zin.
Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn. Ik zal zo goed
mogelijk proberen te antwoorden op al uw vragen. Ik ben ten eerste
verheugd en vereerd dat ik opnieuw minister van Justitie en Veiligheid
mag zijn in dit nieuwe kabinet. Ik was daar trots op in mijn vorige
termijn. Dat deed ik toen samen met onder anderen mevrouw Coenradie. Met
heel veel plezier en drive keer ik weer terug naar dit departement. Ik
zal mij vol gaan inzetten voor onze veiligheid.
Wie zich ook inzetten voor onze veiligheid, zijn natuurlijk onze
politiemedewerkers. Daar staan wij vandaag bij stil. Laat mij hier ook
waardering uitspreken voor alle politiemedewerkers en voor het werk dat
zij doen om ons hier veilig te houden. Heel specifiek wil ik mijn
waardering uitspreken voor de alertheid en het snelle handelen van de
politie afgelopen week bij het aanhouden van twee tieners in Heemstede,
die ervan worden verdacht een explosie of brandstichting te hebben
voorbereid met een terroristisch oogmerk. Ik denk dat dat, in het licht
van de aanslagen die we de afgelopen weken hebben gezien op Joodse
instellingen, in ieder geval getuigt van de goede maatregelen die we
nemen, van de alertheid die de politie heeft, maar ook van het succes
dat de politie daarmee heeft om ons veilig te houden. Dat geldt
uiteraard ook voor de Joodse gemeenschap. Het is verschrikkelijk dat dat
nodig is.
In relatie tot het schietincident in Schoonhoven, dat ook door een
enkeling van u werd aangehaald, waar het slachtoffer een medewerker van
de politie betrof, wil ik het slachtoffer en de familieleden natuurlijk
alle sterkte toewensen. Laat ik hier ook gezegd hebben dat het feit dat
deze man een Iraanse achtergrond had en dat hij zich online uitsprak
tegen het regime, voor mij aanleiding is geweest om samen met de gezagen
te kijken of er extra maatregelen nodig zijn met betrekking tot de
Iraanse gemeenschap in Nederland, en, zo ja, welke. Daar waar dat
relevant was, hebben we daar mensen van op de hoogte gesteld. Ik kan u
vertellen dat we hier geen aparte eenheid op hebben zitten, maar dat we
wel nadrukkelijk aandacht hebben voor degenen die daar mogelijk van
zouden zijn. Natuurlijk zitten de politie en het OM vol op deze zaak,
niet alleen om de directe dader te pakken, maar ook om te kijken of er
inderdaad links te vinden zijn met een statelijke actor. We kennen de
modus operandi van Iran. Die zou zowel kunnen zien op dergelijk gebruik
van criminelen als op het gebruik van Telegramkanalen om eenvoudige
aanslagen te plegen op Joodse instellingen. Die mogelijkheden worden
nadrukkelijk onderzocht. Daar zullen we meer van horen.
Dan heel kort over de 1.700 politiemedewerkers en de gebeurtenissen
rondom de brief die is gestuurd. De berichtgeving en het onderzoek zelf
hebben heel veel politiemedewerkers geraakt. De heer Struijs refereerde
aan Amsterdam. Daar ben ik ook geweest. Ik heb daar mensen gesproken. Ik
heb de emotie gezien. Ik heb die ook op andere plekken gezien. Ik ben
daarom ook blij dat de korpsleiding ruiterlijk haar excuses heeft
gemaakt dat deze gang van zaken zo niet had gemoeten. Ook mijn
communicatie had anders gemoeten. Ook daarvoor bied ik nogmaals
ruiterlijk mijn excuses aan. Dat doe ik ook bij elk werkbezoek dat ik
afleg. Dat zijn er op het moment heel veel. Dat doe ik juist om die
verbinding aan te gaan. Die verbinding zal de korpsleiding ook aan
moeten gaan. Wat dat betreft — een aantal van u refereerden daaraan — is
die vertrouwenskloof niet alleen maar ontstaan door deze brief en deze
uitspraak, maar is er een reeks geweest van incidenten dan wel
uitspraken waardoor ik ook voel, als ik op bezoek ga bij medewerkers,
dat zij dat vertrouwen missen, dat zij bij hun optreden op straat niet
alleen maar vanuit professionaliteit nadenken, wat ze moeten doen om hun
werk te doen, wat hun politietaak is, maar dat er een aantal lagen
bovenop zitten.
Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt in Utrecht, met de agenten die vast
hebben gezeten in Overvecht gedurende die nacht van ongeregeldheden en
doodsangsten hebben uitgestaan. Er zit een laag bovenop: "Wat betekent
het als ik gefilmd word, als ik in een snippet op het internet
verschijn? Wat betekent dat voor mijn reputatie? Wat gaat men daar dan
van vinden?" Dan doel ik op de leiding, maar ook de bevolking, want de
politie staat natuurlijk vol in de wind. Voor sommigen zijn ze niet hard
genoeg, voor anderen zijn ze te hard of treden ze op tegen de verkeerde
groep. Dat is echt een enorme belasting voor jonge politieagenten op
straat. Daarin speelt ook dat vertrouwen in de korpsleiding en in de
leiding in algemene zin mee. Dat trek ik mijzelf ook aan. Daar moeten we
echt wat mee.
Uiteindelijk willen we dat die agenten op basis van hun training doen
wat zij denken dat op dat moment in die situatie het beste is. We willen
niet dat ze denken dat dat mogelijk consequenties kan hebben, of
anderszins. Dat geldt ook, zeg ik tegen de heer Struijs, voor mensen die
nu niet meer in systemen durven te kijken, omdat ze bang zijn naar
aanleiding van de brief die is verstuurd. Dat kan niet. Dat heb ik ook
gezegd daar op het bureau; dat zeg ik hier nu in de Tweede Kamer. Dat is
absoluut niet de bedoeling. Men moet zijn werk kunnen doen. Ik zie die
gedrevenheid van agenten. Zij moeten op onze steun kunnen rekenen bij
het werk dat ze doen.
De voorzitter:
Momentje, minister. Ik vreesde er al voor dat dit in de inleiding ter
sprake zou komen. Ik snap dat er dan vragen zijn. Er zijn best wel wat
vragen gesteld over vertrouwen en inzage. Komt u daar nog op
terug?
Minister Van Weel:
Ja, daar kom ik nog op terug.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega's. Willen jullie wachten? Nee? Oké. Dan
krijgen jullie weer drie interrupties per persoon. Ik hanteer 45
seconden per interruptie. Wie was er dan eerst? Maakt dat uit? Mevrouw
Faber, gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
De minister geeft aan dat de politieagenten in feite naar eigen inzicht
moeten kunnen handelen. Die moeten dan gesteund worden door de
korpsleiding, maar geldt dat dan ook niet voor de burgemeesters? We
zien, bijvoorbeeld in een stad als Amsterdam of Utrecht, dat
burgemeesters terugkrabbelen op het moment dat de politie harder gaat
optreden. We hebben dat in Utrecht gezien bij de universiteit. Toen
hebben ze na anderhalf uur verbindend praten anderhalve minuut iets meer
geweld gebruikt. Toen zei de burgemeester van Utrecht: "Dat was in feite
te hard." Op deze manier kom je er natuurlijk niet. Niet alleen de
korpsleiding, maar ook de burgemeesters moeten dat dan doen.
Minister Van Weel:
Daar ben ik het helemaal mee eens. Burgemeesters zijn essentieel, want
zij zijn het gezag. Ze zijn de meest directe baas die de politie heeft
in een regio en in een korps. We zouden allemaal als uitgangspunt moeten
nemen dat je staat achter de politieagenten die hun taak hebben
uitgevoerd. Ik zal me daar hard voor maken en dat gesprek ook aangaan
met burgemeesters. Natuurlijk kunnen daarbij dingen misgaan of niet goed
zijn gegaan. Daarvoor hebben we nu procedures en onderzoeken. Die moeten
we dan afwachten om te kijken of dat aanleiding geeft tot onderzoek,
sancties, wat dan ook. In de beeldvorming is dat eerste soms achterwege
gebleven of is de nadruk te veel komen te liggen op dat tweede. Ik denk
dat we die balans moeten herstellen. Die zou ik zelf als agent ook
willen hebben. In eerste instantie wil ik dat mijn baas ervan uitgaat
dat ik naar eer en geweten mijn baan heb uitgevoerd. Tegelijkertijd weet
ik dan ook als agent dat fouten gebeuren, ook in het werk op straat en
in the heat of the moment. Ook dat hoort bij het werk. Ik ben het dus
met mevrouw Faber eens. Ik zie deze beweging als onderdeel van het
herstel van vertrouwen.
De voorzitter:
Mevrouw Faber fluistert mij in: "Dat is een toezegging." Wat is dan die
toezegging?
Minister Van Weel:
Om het gesprek met de burgemeesters aan te gaan.
De voorzitter:
Zeker, maar daar moet dan een termijn aan verbonden worden.
Minister Van Weel:
Ik denk dat ik ze heel spoedig ga zien, wat mij betreft tijdens het
LOVP.
De voorzitter:
Oké, want als we het moeten noteren als toezegging … We krijgen er een
schriftelijke terugkoppeling van, hoor ik nu. Het woord is aan mevrouw
Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Daarop voortbordurend ben ik ook wel benieuwd hoe de minister ertegen
aankijkt dat burgemeesters nu toch wel bepalen wat er ingezet wordt. De
een beslist daar anders over dan de ander. Wordt er bijvoorbeeld wel of
niet ME ingezet? Wordt er met de jaarwisseling in Amsterdam wel of niet
traangas ingezet? Besluit de burgemeester geen traangas in te zetten en
stuurt ze de ME dus toch, al dan niet bewust, een oorlogsgebied in? Ik
heb daar héél veel moeite mee. Ik weet van de ME'ers dat zij daar ook
echt ongelofelijk veel moeite mee hebben gehad. Het verschilt nu
eigenlijk per regio. Ik ben dus even benieuwd of de minister dit toch
ook kan meenemen in zijn gesprek met de burgemeester. Ik snap de
driehoeksverhouding, maar je praat wel met de politieorganisatie, die
toch de expertise heeft. Daarnaast ben ik benieuwd naar aanleiding van
de brief die is verstuurd naar die 1.700 collega's. Daarin staan
inderdaad excuses. Die mag als niet verzonden beschouwd worden, maar is
de minister het dan wel met mij eens dat het vreemd is dat in diezelfde
brief staat dat er alsnog een gesprek volgt? Het zwaard van Damocles
blijft dus voor heel veel agenten toch wel hangen.
De voorzitter:
Twee vragen in een, maar vooruit.
Minister Van Weel:
Ja, het zijn twee uiteenlopende vragen ook. Ik begin bij de eerste. Ik
zie het als mijn taak om alle signalen over wat de politie tekortkomt in
haar taakuitvoering te horen en op te lossen, of die nu gaan over wet-
en regelgeving, over instructies of over iets materieels. Als het dan
gaat om de specifieke inzet in een gemeente of in een stad, dan is het
aan de lokale driehoek om te bepalen wat die nu op dat moment vindt
passen bij de situatie waar die in zit. Daar zullen altijd smaak- en
kleurverschillen in zitten. Ik hoop dat dat in de driehoek in ieder
geval open wordt bediscussieerd en zo ken ik de meeste driehoeken ook
wel. Daar zitten de politie, de burgemeester en het OM echt gezamenlijk
en komen zij gezamenlijk tot een besluit over welke inzet op welk moment
nodig is. Bij bijvoorbeeld de situatie in Overvecht ervaar ik echt wel
de steun van de burgemeester voor de politie, die daar heeft moeten
optreden onder moeilijke omstandigheden. Ik kom straks nog op dat
ME-peloton terug. Omdat uw tweede vraag zo anders was, ben ik die alweer
vergeten.
De voorzitter:
Die ging over de excuusbrief.
Minister Van Weel:
Ah, de brief. Daar kom ik zo meteen nog op terug, want er zijn een
heleboel vragen over de 1.700 en alles wat daaromheen hangt.
De voorzitter:
Dit was de inleiding? Nee? O, sorry, ga verder met de inleiding.
Minister Van Weel:
Nee, ik ben nog niet door mijn inleiding heen. Ik vertelde over wat voor
zorgen agenten hebben, dat ze zich onveilig voelen als ze moeten
optreden onder een enorme aanval van jongeren in zo'n gebied als
Overvecht. Ja, daar hebben wij als politieke leiding iets in te doen om
dat vertrouwen terug te geven. Maar het betekent ook wat voor wat er
gebeurt op onze straten in sommige gebieden. Ik neem de zorgen van die
agenten heel serieus. Het is niet normaal dat agenten op dagelijkse
basis worden uitgescholden, bedreigd of belaagd zoals we dat hebben
gezien in Utrecht, in Overvecht. Het is ook niet normaal dat hun gezag
wordt ondermijnd door in dit geval jongeren in een wijk, die dat gezag
tarten en uitdagen tot op het bot. Dat kunnen we niet accepteren. Ik zie
het dan ook als een van mijn prioriteiten om daar wat aan te doen. Ik
noem dat het herstel van het gezag van de politie. Dat is niet omdat ik
vind dat de politie dat gezag niet heeft, maar omdat ik vind dat dat
gezag onvoldoende wordt gerespecteerd in bepaalde gebieden in Nederland.
Dat kunnen we niet accepteren. Dat gezag moet er weer zijn. Je blijft
van elkaar af en ik zal daar ook regelmatig normerend over te horen
zijn.
Zoals ik gezegd heb, heb ik meerdere werkbezoeken afgelegd die in dit
kader staan, juist in buurten waar de politie daar erg mee worstelt. Ik
zeg daar ook bij dat de politie in haar eentje daar niets kan
veranderen. De politie staat hier in de voorhoede en loopt aan tegen
problemen, maar in een wijk als de Hoge Vucht in Breda, waar ik ben
geweest, of in Overvecht, zie je dat de problematiek veel breder is dan
wat de politie in haar eentje aankan. Het is aan de maatschappij, het is
aan gemeentes en het is aan buurten om hier een kentering te brengen
waardoor de politie ook weer beter haar werk kan doen zoals dat bedoeld
is. Ik zie dus nog steeds geen no-goarea's in Nederland. Ik loop daar
ook rond. De politie heeft ook nog wel verbinding, maar die verbinding
is onvoldoende om te voorkomen dat bijvoorbeeld jongeren afglijden in de
richting van criminaliteit of dat er gebieden bestaan waar een
alternatieve economie draait en de norm is, en waarin er mensen zijn die
niet gewoon meedoen in onze eigen maatschappij. Ik zie dat probleem dus
en ik kan dat niet vanuit alleen Justitie oplossen, maar het heeft wel
mijn prioriteit om daar wat mee te doen.
Ik kom straks nog uitgebreid op die financiën terug, maar ik moet ook
zeggen dat ik wel blij ben. Toen ik vertrok, hebben we helaas bloot
moeten leggen dat er een enorm structureel tekort zat in de
politiebegroting. We hebben pijnlijke maatregelen op tafel moeten
leggen. Ik ben zeer blij dat er met dit coalitieakkoord in ieder geval
middelen zijn om die structurele basis op orde te brengen. Ik kom zo nog
even terug op hoe ik dat denk te gaan doen. Maar de politie verdient
natuurlijk gewoon voldoende mensen, voldoende middelen en voldoende
uitrusting. De politie verdient ook voldoende bevoegdheden om haar werk
te kunnen doen en daar kom ik ook nog specifiek op terug. We praten hier
bijvoorbeeld al een paar jaar over bijvoorbeeld de toegang van politie
tot online gegevens in het kader van de openbare orde.
Tegelijkertijd zien we een omgekeerde beweging, waarin de AP juist
grenzen stelt aan de bevoegdheden, op basis van de huidige wet- en
regelgeving. Ik zie het echt als mijn taak om die weg te nemen, om
ervoor te zorgen dat de politie ook daarin gewoon haar werk kan doen,
ook met gebruik van technologieën als gezichtsherkenningstechnologie,
die haar werk, zeker in de opsporing, zoveel kunnen helpen. We moeten
daarin gewoon met onze tijd mee. We moeten, zoals beloofd in het
coalitieakkoord, de gewelds- en verdedigingsmiddelen van de ME
uitbreiden — mevrouw Coenradie refereerde daaraan — waar opportuun ook
met de bodycams, die ook al in het coalitieakkoord werden genoemd, omdat
die echt kunnen helpen om achteraf te kunnen reconstrueren bij wie het
begon, op welk moment en hoe de agent werd belaagd. Ik heb dat nu ook
gezien in Overvecht. Uiteindelijk is dat natuurlijk heel belangrijke
bewijsvoering in die zaak. Uiteraard ga ik voor een goede besteding
samen oplopen met de gezagen. Voor 2026 gaan we de voorstellen voor de
oplossingsrichtingen neerzetten. U weet dat daar ook nog een tekort
stond. Ik heb in mijn brief van destijds gezegd dat we voor dat tekort
voor 2026 in ieder geval een aantal kaders hebben gesteld, waardoor de
operationele output daar niet onder zou lijden. Ik hoop dat het
resultaat over 2025 van de politie ons zal helpen om verder weg te
kunnen blijven van maatregelen, maar ik kan daar nu nog niet specifiek
op vooruitlopen.
Verward gedrag, laat ik dat hier nog even noemen. Ook daar hebben we het
al jaren over. En ook daarbij is elke keer de conclusie: ja, de politie
zal elke keer komen als er gebeld wordt en er een onveilige situatie
ontstaat. Daar komen we, vrees ik, niet van weg. Ik heb ook teams gezien
waarmee permanent een ggz-politieteam rondrijdt. In sommige gemeenten
kan dat uit. In andere gemeenten is juist weer de klacht dat men dan
permanent mensen aan deze taak kwijt is en dat het geen fulltimebaan is.
We zullen daar dus echt moeten komen tot een methodiek waarbij in ieder
geval de tijd die de politie eraan kwijt is, zo kort mogelijk is. Dat
hoor je wel vaker: "Komen is niet het probleem, want de politie is al op
straat en reageert op meldingen, maar dan ... Wat doe je met zo iemand,
waar kan hij heen? Hebben we nog wel ggz-instellingen waar deze mensen
in ieder geval voor een korte periode kunnen worden vastgezet?". Nou, ik
weet dat er pilots draaien, onder andere in Rotterdam. Daar ben ik heel
blij mee en ik hoop echt dat dat een voorbeeld gaat zijn voor de rest.
Maar over dat onderwerp komen we natuurlijk op 9 april nog te spreken,
dus ik wil daar niet te ver op ingaan.
Dan kom ik nu bij mijn eerste blokje.
Mevrouw Straatman (CDA):
De minister zei dat hij ook nog een blokje financiën had. Gaat het
daarin ook over de financiën voor het komende jaar, 2026, of was dat de
opmerking van zojuist van de minister? In dat geval heb ik nu een vraag,
en anders bewaar ik die nog even.
Minister Van Weel:
Van 2026 heb ik net gezegd hoe het ervoor staat. Ik kan daarop nog niet
in detail terugkomen, maar als u een specifieke vraag hebt, heb ik
wellicht een antwoord.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan doe ik mijn vraag nu. Ik begrijp goed dat de minister daar nu nog
niet in detail in kan treden, maar er blijft wel telkens onduidelijkheid
bestaan. De minister zegt dat in 2026 de basisteams, de gebiedsgebonden
politie en de opsporing in de basisteams in ieder geval niet geraakt
zullen worden. Maar opsporing is breder dan de opsporing in de
basisteams; je hebt ook de districtelijke opsporing, de zedenopsporing
et cetera. Kan de minister hier bevestigen dat dat deel van de opsporing
ook niet geraakt wordt?
Minister Van Weel:
Ik kan dat nu nog niet, want ik ben die puzzel aan het leggen. De
uitgangspunten die in de brief staan die ik destijds heb verstuurd,
gelden nog. Ik voorzie wel enige verlichting. Ik noemde al even de
resultaten over 2025 van de politie. Ik hoop dat dat echt gaat helpen in
het lenigen van de tekorten die we nog hadden voor dat jaar. Maar ik
moet nog iets van tijd nemen voordat ik dat in concreto naar buiten kan
brengen.
De voorzitter:
Oké. Dan gaat de minister denk ik nu aan de slag met de blokjes.
Minister Van Weel:
Ja. Het eerste blokje gaat over de politieorganisatie in bredere zin. Ik
ga nu wat dieper in op die 1.700 en op hoe dit is gelopen. In een hele
korte zin heb ik in mijn brief van 9 maart, de brief waarvan ik nu zeg
dat die nooit zo verzonden had mogen worden, aangegeven dat er bij de
politieorganisatie signalen waren dat er gevoelige informatie uit de
zaak Lisa uit het politiesysteem bij de media terecht was gekomen. Laten
we vooropstellen — en hierbij zeg ik dit, via de voorzitter, ook tegen
de nabestaanden — dat het natuurlijk verschrikkelijk is dat je dit soort
details in de media moet teruglezen. Ik ben ook geen politieagent
tegengekomen die dit niet verwerpelijk vindt en die niet zegt "dit mag
natuurlijk niet".
Er waren meerdere signalen van misbruik van deze strekking en naar
aanleiding daarvan heeft de politieorganisatie onderzoek gedaan naar wie
er allemaal in die systemen hebben gekeken. Gelet op de aantallen heeft
de politie besloten dat ze daar moeilijk een individuele benadering op
kan toepassen. Besloten is dus tot een groepsbenadering. De politie wil
daarmee niet impliceren dat de betrokkenen allemaal ten onrechte in die
systemen hebben gekeken, maar ze wil wel het eerlijke gesprek aangaan,
van: hoe ga je daarmee om? Het bericht dat die brieven uit zouden gaan
naar 1.700 medewerkers bereikte mij, en daarop hebben wij besloten om
dan ook in alle transparantie te melden aan de Kamer dat dit liep.
Als je nu nagaat wat daar mis is gegaan, dan denk ik dat dat op een
aantal niveaus zit. Het zit op het niveau van het sturen van een brief,
in plaats van het aangaan van het gesprek. Het zit ook op het niveau van
mijn communicatie daarover. Je moet al hele grote vraagtekens zetten bij
die 1.700 en je afvragen hoeveel daarvan uiteindelijk onterecht hebben
gekeken. Dat zal blijken. Die gesprekken vinden nu plaats. Dat gebeurt
niet in een beschuldigende sfeer, maar dient juist om de emoties op te
halen en die mensen gerust te stellen die daar gewoon een goede
aanleiding voor hadden. Daar waar sprake is geweest van lekken — en dat
is ook iedere agent met ons eens — is dat onacceptabel en heeft het
uiteraard consequenties.
Daar is het dus misgegaan en daar kwam vervolgens mijn communicatie
overheen, wat uiteindelijk niet alleen die 1.700 heeft geraakt, maar
natuurlijk de hele politieorganisatie. Iedereen wordt immers op straat
potentieel aangekeken als een sensatiezoekende agent die in de systemen
zit te loeren. In die zin ben ik het eens met wat de heer Struijs zei:
daarmee voelen meer dan 60.000 medewerkers zich in de hoek gezet.
Daarvoor heb ik, en de korpschef ook, echt oprecht mijn excuses
aangeboden voor de manier waarop het is gegaan in de aanloop naar de
politiechefs.
Nogmaals, dit soort dingen vinden plaats in een cascade. U noemde zelf
al het overleg met alle politiechefs en ik denk dat daar op
verschillende niveaus een verkeerde inschatting is gemaakt van wat
uiteindelijk de impact is van de gekozen aanpak hiervoor. Ik wil dit
rustig nog een keer in detail op papier laten zetten in het kader van de
reconstructie. Dan nemen we dat mee in het halfjaarbericht en hebben we
het helder. Maar ik zou echt willen focussen op wat mij is opgevallen
van wat hierachter ligt en wat losstaat van deze 1.700 brieven.
De voorzitter:
Punt inderdaad. Ik zag een interruptie van mevrouw Van der Plas. Nog
meer interrupties? Meneer Mathlouti. Ik kijk even naar meneer Struijs,
want de minister beantwoordt eigenlijk een vraag van de heer Struijs als
hij zegt: ik ga er in het halfjaarbericht op terugkomen en zet het een
en ander op een rijtje. Voldoet dat, meneer Struijs?
De heer Struijs (50PLUS):
Als het een gedetailleerde reconstructie is wel, maar ik wil daar ook
een datum aan hangen, want dit is natuurlijk de start van een wat langer
proces waar we het dadelijk nog over gaan hebben.
De voorzitter:
Het halfjaarbericht komt in juni, denk ik.
De heer Struijs (50PLUS):
Dat is dan prima.
De voorzitter:
Een het detailniveau, minister?
Minister Van Weel:
Iets gedetailleerder dan wat ik hier heb gezegd, maar tegelijkertijd
rekening houdend met de gevoeligheid en de genoemde niveaus. Ik kies
ervoor om in de wind te gaan staan. De korpsleiding tot op zekere hoogte
ook, maar op de detailniveaus daaronder moeten we ook geen openbaar
functioneringsgesprek nastreven.
De voorzitter:
Dank. Dan is dat afgehandeld. We hebben dit genoteerd als toezegging,
dus dat is top.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik kijk ook even mijn collega's aan, want dit is een gezamenlijke
zoektocht.
De voorzitter:
Dat is mooi. We noteren als toezegging dat de minister bij het
halfjaarbericht met een reconstructie komt. Dan gaan we naar mevrouw Van
der Plas voor haar interruptie, want zij was eerst.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind wat de minister zegt toch allemaal een beetje te slap over wat
er gebeurd is in de zaak Lisa en het voor de bus gooien van 1.700
politieagenten. Dat is gewoon echt te slap. Als je bij de politie komt,
dan leg je een ambtseed af. Je belooft integer te zijn, betrouwbaar,
onkreukbaar te handelen, de wet na te leven, vertrouwelijke informatie
geheim te houden. Een incident kan natuurlijk altijd gebeuren. Iemand
kan een keer de fout in gaan, maar hier worden eigenlijk collectief alle
agenten van Nederland gewoon keihard voor de bus gegooid. Dan excuses
aanbieden van "we hadden dat zo niet moeten communiceren, we hadden dat
anders moeten doen", vind ik echt, echt veel te slap. Ik vind het heel
ernstig dat eigenlijk vrijwel meteen gewoon alle agenten worden
beschuldigd. Dan deugt er iets niet in de korpsleiding, want dan
vertrouw je je mensen niet. Die mensen hebben allemaal de ambtseed
afgelegd en zijn dan — huppakee! — zomaar even voor de bus gegooid. Heel
Nederland praat over de rel met die agenten, "dat kan toch allemaal
niet?" En die excuses? Niemand hoort meer die excuses, want het leed is
al geschied. Ik vind echt dat er gewoon meer moet gebeuren; ik vind dat
er diep door het stof gegaan moet worden om dit op te lossen.
Nederlanders hebben namelijk gewoon geen vertrouwen meer in
politieagenten en de politieagenten hebben geen vertrouwen meer in de
korpsleiding. Om dan gewoon te zeggen "Ja, sorry, we hadden dat niet
moeten doen; we hadden het eerst even moeten onderzoeken" ... De
politieorganisatie is een organisatie waar per definitie onderzoek
plaatsvindt, op allerlei gebieden. Dat had gewoon nooit en te nimmer
mogen gebeuren! Hierin is de korpsleiding, en ik vind ook de minister,
gewoon echt heel erg tekortgeschoten, en dan druk ik het nog heel erg
zacht uit. Wat vindt de minister daarvan?
De voorzitter:
Die interruptie was twee minuten, mevrouw Van der Plas. Ik hoop dat u
mij vergeeft dat ik 'm als twee interrupties ga noteren. De
minister.
Minister Van Weel:
Ik kan niet genoeg benadrukken — en dat doe ik hier volgens mij ook
ruiterlijk — dat ik mijn excuses aanbied voor hoe dit is gebeurd. Ik kan
de tijd niet terugdraaien. Ik kan wel zeggen: "Wat leren we hiervan? Wat
is hier misgegaan?" Maar ik zeg daar ook bij: dit komt boven op een
kloof — dat heeft de korpsleiding zelf ook gezegd — die hier al lag, en
deze brief heeft zout in die wonde gegooid. Daarom komt dat nu in
contrast en in z'n volle omvang naar boven. Daar ben ik ook wel van
geschrokken. Ik ben het met mevrouw Van der Plas eens dat we daar
keihard aan moeten werken. Dat heb je niet met excuses weggepoetst. Dat
vereist een langdurig traject. Er is ook echt heel stevig gesproken
tussen de korpsleiding en de vakbonden hierover. Dat heeft geknetterd.
Dat hebben ze zelf ook naar buiten gebracht, van: "Hoe ga je dit nog
repareren? Hoe ga je dat doen?" Maar uiteindelijk zijn de vakbonden en
de korpschef naar buiten gekomen en hebben zij gezegd: we gaan hier wel
voor; we gaan wel werken aan dit vertrouwen. De korpschef is nu ook op
heel veel werkbezoeken om die band weer te herstellen. Ik doe dat zelf
ook, want ik zie het ook als een verantwoordelijkheid van mij om te
helpen die kloof te dichten en achter die dienders te gaan staan.
De heer Struijs noemde het bezoek aan Amsterdam. Natuurlijk, dat zijn
ook de mensen die heel dicht boven op de zaak-Lisa zaten en die ook heel
veel emotie hebben over die zaak. Dan hoor je hoeveel pijn dat heeft
gedaan. Maar overal waar ik kom, hoor ik over zaken als vertrouwen van
de maatschappij of angst om je nek uit te steken en gedoxt te worden.
Een collega in Utrecht moest onderduiken na het voorval bij het
Bollendak. Dat soort zaken is een diepere beweging en ik neem het graag
op mij om daar wat mee te doen.
Dat is vooruitkijken, want dat moet ik nu doen. Ik zal dat vertrouwen
weer terug moeten winnen na die brief. Dat vereist heel veel werk. Dat
ben ik bereid om te doen. Tegelijkertijd zie ik het als een kleine zegen
dat het in ieder geval mijn ogen heeft geopend voor iets wat heel diep
zit, in elke agent, en wat ik wellicht in mijn vorige periode niet zo
naar de oppervlakte heb kunnen krijgen. Dat is dan toch een verschil in
afstand. Dat is de kloof tussen beleid en uitvoering waarvan ik mij als
oud-uitvoerende in uniform had voorgenomen om die nooit te laten
bestaan. Die kloof ontstaat onvermijdelijk en onherroepelijk: je hebt
hier in Den Haag nooit echt een beeld van hoe de agent op straat zich
voelt. Waar loopt die tegenaan? Wat doen de woorden die hier worden
gesproken met zo'n agent? Nogmaals, dat was ooit mijn aanleiding om het
uniform uit te trekken en naar Den Haag te komen. Die motivatie pak ik
nu weer op om hier in Den Haag ook het geluid te laten horen waarvan zij
vinden dat het hier niet verteld wordt, waar zij steun missen.
De voorzitter:
U mag nog één keer, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kamerbrieven? De mensen thuis lezen geen Kamerbrieven. Die hebben echt
geen idee van zo'n Kamerbrief. Die lezen De Telegraaf en NU.nl en social
media en kijken filmpjes. Op die manier krijgen zij de meeste
informatie. Een Kamerbrief sturen en excuses aanbieden is dus mooi, maar
er moet gewoon echt wel wat meer gebeuren, want de politieagenten in
Nederland staan elke dag al in de vuurlinie; ze worden al bespuugd en
beledigd en mishandeld en noem maar op. Ik vind dus echt dat daar meer
voor nodig is, misschien wel heel breeduit in alle media die er zijn een
groot excusespamflet dat dit nooit had mogen gebeuren en dat het ook
nooit meer zal gebeuren, zodat het echt duidelijk bij de mensen in
Nederland terechtkomt. Want Kamerbrieven? Mensen hebben echt geen idee
van wat hier in Kamerbrieven wordt gecommuniceerd.
De voorzitter:
Ik zie dat iemand van De Telegraaf hier in de zaal meteen de afdeling
marketing gaat contacteren. De minister.
Minister Van Weel:
Dat realiseren we ons natuurlijk. Daarom gaan we ook naar die agenten
toe, want in eerste instantie zijn die excuses gericht aan hen en niet
aan de Kamer of aan het Nederlandse publiek. Maar ik ben ook niet voor
niets in een heel groot programma gaan zitten, juist om dit in een heel
uitgebreide een-op-eensessie met de presentator uit de doeken te doen,
en dat houdt ook niet op. Maar wat ik zeg: op een gegeven moment moeten
we van excuses naar de vraag hoe we dit probleem oplossen. En dat
probleem is mij nu wel heel erg duidelijk geworden. Dat zit 'm ten
eerste in de kloof tussen Den Haag en de mensen op straat die het moeten
doen, maar het zit 'm ook in de maatschappij en in de hardheid en
polarisatie waar agenten aan worden blootgesteld, in combinatie met de
risico's van social media, van doxing, waardoor ze zich ook persoonlijk
onveilig gaan voelen. Dat pak ik met verve op. Dat zult u mij niet
alleen maar in de Kamer horen zeggen maar ook in de media en
alles.
De voorzitter:
Overigens zit ook RTL in de zaal aandachtig te luisteren. Ik help hier
allen om tot elkaar te komen. Meneer Mathlouti was eerst, namens
D66.
De heer Mathlouti (D66):
Wij hadden natuurlijk over de casus van die 1.700 agenten ook vragen
gesteld op het moment dat het nieuws net naar buiten kwam, puur om te
begrijpen hoe dat nu precies zit. De minister is daar gisteren uitvoerig
op ingegaan in zijn beantwoording. Dank daarvoor. Tegelijkertijd zien we
dat de emotie nog steeds heel hoog is. Ik ben blij dat de minister het
vertrouwensvraagstuk serieus oppakt en zelf ook echt goed door het stof
gaat, ook vandaag weer. Tegelijkertijd lezen we dat het onderzoek naar
de inzage in systemen of dossiers nog steeds loopt. Kan de minister daar
iets over zeggen?
De voorzitter:
Duidelijke vraag. De minister.
Minister Van Weel:
Er was wel een aanleiding om dat onderzoek te starten. Dat was een heel
vervelende aanleiding en we hebben via de advocaat gehoord dat die
aanleiding ook voor de familie pijnlijk is: zij hebben uit de media
details moeten vernemen, heel pijnlijke details, die zij natuurlijk
gewoon vanuit de organisatie zelf hadden moeten vernemen. De aanleiding
voor het onderzoek waren wel degelijk concrete aanwijzingen. Ik noem er
nu eentje, maar er waren er meerdere. Wat er mis is gegaan, is dat 1.700
mensen daar collectief voor verantwoordelijk zijn gehouden en dat we
door vervolgens die 1.700 collectief verantwoordelijk te houden,
eigenlijk 60.000 plus medewerkers verantwoordelijk hebben gehouden. Daar
zit de fout in.
Dat die gesprekken nog plaatsvinden, is ook goed in het kader van het
herstel van vertrouwen, geloof ik. Dat is namelijk alleen maar om de
context te vernemen: hoe hebben die mensen in die systemen gekeken en
wat kwam daarbij kijken? Ik heb inmiddels van agenten een heleboel
voorbeelden gehad. Het werd al genoemd: een soortgelijke casus hebben
gehad, iemand met hetzelfde profiel. In een heleboel gevallen gaat ons
dat inzicht geven — dat gaat de korpschef ook terugrapporteren aan mij —
in hoe de politiemedewerker omgaat met deze systemen en dat dat ook te
goeder trouw gebeurt. Het gaat ons helpen om ook dat weer publiek te
maken en hier te bespreken, om uiteindelijk meer context te geven, ook
van hun verhaal.
De heer Mathlouti (D66):
Ik ga ervan uit dat u die beslissing uiteindelijk ook met ons gaat
delen, eventueel in de reconstructie die u aan de heer Struijs heeft
toegezegd. Ik denk namelijk dat het belangrijk is om ook hier de feiten
goed op een rijtje te hebben, ondanks de emotie, die ik heel goed snap,
rondom vertrouwen. Maar ik hoop dat we met die feiten ook recht blijven
doen aan de situatie zoals die is. Agenten zijn te snel voor de bus
gegooid. Volgens mij is dat niet de bedoeling. We moeten ook scherp zijn
op dingen die niet goed zijn gegaan.
Minister Van Weel:
Absoluut.
De voorzitter:
Laat ik niet onvermeld laten — ik noemde alle journalisten die er zijn —
dat ook die van NRC Handelsblad aanwezig zijn. Ik kijk even rond.
Mevrouw Coenradie was eerst en dan kom ik bij de heer Van Dijk.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voordat het ten koste gaat van een interruptie, ben ik even benieuwd of
de specifieke vragen hierover nog beantwoord gaan worden of dat ik nu
gewoon geen antwoord heb gekregen. Het gaat namelijk over de vraag of de
positie van de huidige korpsleiding houdbaar is volgens deze minister en
over de vraag of de minister binnen zes maanden een onafhankelijke
evaluatie van de korpsleiding wil gaan uitvoeren, waarin niet alleen
naar papieren prestaties wordt gekeken, maar juist naar het vertrouwen
op de werkvloer.
De voorzitter:
Dat zijn twee vragen. Ik kijk naar de minister. Komen die nog in uw
betoog of beantwoordt u ze nu ter plekke?
Minister Van Weel:
Ik doe ze nu. Ze liggen ook voor me.
De voorzitter:
Dan doen we ze nu en tel ik dit niet als een interruptie.
Minister Van Weel:
Ik stelde al even dat het voor mij van belang is dat de korpsleiding
hiervoor ruiterlijk excuses heeft aangeboden en daar ook voor is gaan
staan, maar dat ze ook het open gesprek aangegaan is met de vakbonden.
Dat was een lang en hard gesprek. Ze zijn gezamenlijk uit dat gesprek
naar voren gekomen en hebben geconcludeerd dat ze samen willen gaan
werken aan vertrouwen. Dat is voor mij de aanleiding om dat traject, dat
bonden en korpsleiding samen hebben afgesproken, nu een kans te gunnen.
Natuurlijk ga ik dat op de voet volgen. Ik vind het terugwinnen van
vertrouwen, niet alleen voor mezelf maar ook voor de korpsleiding, een
van de belangrijkste aandachtspunten voor de komende periode. Natuurlijk
moet ik even zoeken naar een manier waarop we daarover het gesprek weer
kunnen aangaan, want sommige dingen zijn meetbaar en andere weer niet.
Ik verzoek dus om enige ruimte. Ik heb in ieder geval het werken aan
vertrouwen en het herstel van het gezag op straat et cetera als een van
mijn prioriteiten genomen, dus ik ga er sowieso over rapporteren. Daarin
neem ik ook mee wat ik van de korpsleiding hoor over het traject dat zij
aflopen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ook ik weet niet precies bij welk blokje de minister is in zijn
beantwoording, maar waar we het nu heel lang over hebben — hoe er is
omgegaan met de kwestie-Lisa en dat heel veel agenten het idee hebben
dat ze rondlopen met één hand op de rug — zijn uiteindelijk toch
symptomen. De kernvraag is wat mij betreft: hoe zijn we daar
terechtgekomen? Is dat het systeem, de opbouw van de politieorganisatie,
of zit het in personen? Ook "werken aan vertrouwen" is een heel algemene
term. Als we niet echt scherp hebben waar het vandaan komt, dan maak ik
me ook wel zorgen over de remedies.
Minister Van Weel:
Het is een combinatie, denk ik. Eén. De politie is een ontzettend grote
organisatie. Ik werk al een heel groot deel van mijn leven bij hele
grote organisaties. Daar moet je altijd scherp zijn op de vraag: vinden
de signalen van de werkvloer wel hun weg naar boven en gebeurt dat
voldoende ongefilterd of niet? Is er vanuit de top ook een directe lijn
met de werkvloer of niet? Het is in eerste instantie aan de
politieorganisatie zelf om dat in de gaten te houden. Ik weet niet of
het per se aan managementlagen ligt. Een organisatie van 60.000 mensen
vereist ook enige gelaagdheid, want anders zie je je chef nooit en kun
je nooit een directe relatie hebben. Dat is natuurlijk iets wat ik bij
"de financiële basis op orde" ook wil meenemen. We willen allemaal meer
output. We willen allemaal meer blauw op straat. Dat betekent dat we
moeten gaan kijken of er ergens anders efficiency mogelijk is. Dat zal
'm ook in de overhead zitten. Dat zal 'm ook in niet-operationele
functies moeten gaan zitten. Die beweging was al ingezet. In het kader
van het uitwerken van de begroting zie ik dat nog meer.
Maar het ligt ook niet alleen maar aan de organisatie. Het ligt ook echt
aan het veranderen van de straat. Wat dat betreft: kijk naar wat er in
Overvecht gebeurde op die avond. Het zal nog moeten blijken of dat
uitgelokt was of niet, maar er was een achtervolging van een scooter
zonder kentekenplaten en vervolgens, zodra die scooter ten val kwam en
agenten uitstapten, duurde het echt geen minuten voordat er grote
groepen om die agenten heen stonden. Dat was meteen dreigend en
intimiderend en mondde uit in het geweld dat u heeft gezien tegen de bus
en agenten, die op dat moment ook niet weg konden. Dat zit wel diep. Dat
is niet de enige wijk waar agenten vertellen dat ze dit ervaren, dat ze
op zich de verbinding nog wel hebben in die wijken, dat de wijkagent
overdag er echt wel langskomt en de mensen kent daar op straat, maar
waar op sommige momenten gewoon de vlam in de pan slaat en je in een
soort oorlogsgebied komt.
Daar komt dan nog het feit bovenop dat alles gefilmd wordt en meteen
online wordt gezet. Elke actie die je onderneemt als agent, staat dus
meteen op Telegram of TikTok, zonder context en met duizenden reacties
eronder. Ik heb er als publiek figuur al last van dat mensen een
uitgesproken mening hebben over wat ik doe. Moet je je voorstellen hoe
dat is als je een agent bent die zijn geweldsmonopolie inzet. Daar wordt
dan vijf seconden uit geknipt en dat wordt online gegooid, en hij wordt
neergezet als iemand die dat onterecht zou doen. Dat is heftig. Het zijn
wel jonge mensen van 20 jaar die dan in hun eentje in de wind staan.
Daar moeten we wel wat mee. Dat reikt dus breder dan alleen maar de
organisatie, dat zit in onze maatschappij. Hoe beschermen we onze
agenten?
De voorzitter:
Meneer Van Dijk eerst.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor de uitgebreide reactie. Er is heel veel gezegd, dus ik ga ook
niet op alle punten reageren. Het is duidelijk een wisselwerking.
Inderdaad, er verandert wat op straat; dat zal waar zijn. Tegelijkertijd
hechten we toch wel zo aan zo'n hele diepgaande analyse van de
achtergronden, omdat dit ook iets zegt over het gezag dat onze politie
heeft. Ik weet zeker dat jongeren dit in de VS niet uithalen. Ik zeg
niet dat we de VS moeten kopiëren, want daar gaan ook wel dingen echt
mis, maar er is hier wel echt fundamenteel wat aan de hand.
Minister Van Weel:
Dat klopt, vandaar mijn prioriteit: herstel van het gezag op straat en
van de veiligheid. Daar ga ik via een heleboel sporen uitvoering aan
geven, maar het is wel juist om dit te adresseren. Ik moet daarbij
zeggen dat ik ook in de VS weleens in grote steden net in de verkeerde
wijk terecht ben gekomen, en daar zie je dan überhaupt geen politie
meer. Ik wil wel even benadrukken dat het hier niet zo ver is. Je kunt
nu overdag prima door Overvecht lopen, of door de Hoge Vucht in Breda,
maar zoals ik net zei: er broeit wel wat. De vlam kan zo in de pan
slaan, zoals we vorige week in Overvecht hebben gezien. Daar moeten we
natuurlijk wat mee.
De voorzitter:
Ik kijk even hoe de volgorde der dingen nu ging. Wie was er eerst,
mevrouw de griffier? Ik hoor mevrouw Faber zeggen dat zij eerst was en
dat mevrouw Coenradie een vervolgvraag had. Meneer Mathlouti heeft ook
een vraag. Dan doen we mevrouw Coenradie eerst.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik ben toch een beetje zoekende naar hoe we dit gaan aanpakken. We doen
ook allerlei voorstellen vanuit de Kamer. Ik doe dat namens JA21,
bijvoorbeeld over deze filmende mensen, die toch echt de boel
terroriseren en daarmee de politie in een kwaad daglicht stellen. We
zien dat in landen om ons heen, zoals Spanje, het ontzag voor het gezag
vele malen groter is; daarvan zijn voorbeelden aangehaald. Ik ben
zoekende naar wat deze minister nodig heeft om grotere stappen vooruit
te maken. Het gaat nu zo tergend langzaam. Ik heb soms het idee dat dat
ook echt door de Kamer komt, vanwege de verdeeldheid over dit onderwerp.
Tegelijkertijd moeten we toch niet over vijf jaar terugkijken op deze
situatie en zeggen: we told you so.
Minister Van Weel:
Daar kom ik op terug, want ik wil dat niet nu allemaal verzinnen. Ik zie
dit probleem. Ik ben die bezoeken juist aan het doen om dat te
analyseren, om heel diep in de vezels te komen van waar we tegenaan
lopen. Ik zei ook al dat het niet alleen een politieprobleem is. Er is
wel meer mis in deze wijken. Ik noem maar wat: zolang criminele
rolmodellen daar de dienst uitmaken, gaat er natuurlijk niemand bij de
Jumbo werken voor een paar euro per uur. Dat is gewoon een realiteit in
deze wijk. Dat is maar een van de aspecten, maar zo zijn er vele. Ik ben
thuis geweest bij een jongen van 13 met een enkelband om. Die zat met
een enkelband vanwege meerdere mishandelingen en roofovervallen en ging
al een paar jaar niet naar school. Ja, die zit dan nu de hele dag binnen
te gamen met zijn enkelband om. Ik vind het ook moeilijk om daar
perspectief in te zien. Waar gaat dat dan heen? Ik wil daar goed over
nadenken en dan wil ik met voorstellen komen. Dan heb ik natuurlijk heel
graag uw steun om hier wat mee te doen.
De voorzitter:
Even kijken. Mevrouw Faber heeft een vraag op een ander punt. Het is
fijn dat u dat aangeeft, mevrouw Faber. Meneer Struijs heeft een vraag
op dit punt, denk ik, en meneer Mathlouti en mevrouw Straatman ook. Ik
denk dat we over een minuut of 20 richting de tweede termijn moeten, dus
ik zit even te kijken. Mevrouw Faber maakt het punt dat er nu wel heel
veel voor haar gaan en dat dan straks de tijd om is. Neeneenee, we gaan
het regelen, mevrouw Faber. Meneer Mathlouti, dit is dan meteen uw
laatste interruptie.
De heer Mathlouti (D66):
Ik wil het kort houden, want ik denk dat er al heel veel is gevraagd en
dat er ook redelijk is toegezegd door de minister. Ik ben het met hem
eens dat het een breder probleem is dan alleen een Justitie- en
Veiligheidsding. U kon nog wat ideeën en plannen aan, hoorde ik. Ik ben
vooral benieuwd wanneer, zodat we dan dat gesprek met elkaar kunnen
voeren. Er moet namelijk wat gebeuren. Ik denk dat er nog best wel wat
verschillen zijn in de ideeën over wat er moet gebeuren, maar dit vraagt
inderdaad wel een breed gesprek.
Minister Van Weel:
Stap één is mijn beleidsbrief. Die komt net als alle beleidsbrieven aan
het eind van komende maand uit. Daar zal een eerste denkrichting in
zitten. Er staan ook ideeën in het coalitieakkoord die hieraan te liëren
zijn. Het heeft namelijk ook te maken met bevoegdheden en met
geweldsmiddelen die de politie heeft en kan inzetten. Ik noemde al de
bodycams, die in sommige gevallen een preventieve, en anders in ieder
geval een repressieve functie hebben. In het halfjaarbericht politie zal
ik elke keer rapporteren over dit aspect.
De voorzitter:
Zullen we nu naar mevrouw Faber gaan? Ja, toch? Dat gaan we gewoon doen.
Mevrouw Faber, hupsakee.
Mevrouw Faber (PVV):
Even terugkomend op die 1.700 agenten. De minister gaf namelijk aan dat
er wel details gelekt waren. Als je het in de tijdlijn zet, heb je een
moment van lekken. Toen is er gekeken wie er in de systemen heeft
gekeken. Hebben ze toen gekeken naar vóór het moment van lekken, naar
daarná of naar de hele periode? Daarmee vergroot je de scope namelijk
enorm. Je kan het verkleinen door te kijken naar voor het lekken. Zijn
het wel mensen die gelekt hebben die in het systeem gekeken hebben of
waren het mensen die al op de hoogte waren? Vormt dat aantal van 1.700
niet een methode om die groep juist op te pompen in aantallen, zodat het
werkelijke onderzoek moeilijker wordt? Dat heb ik namelijk al eerder
gezien bij overheden. Dan maken ze een hele grote scope en dan is er
geen chocola meer van te maken. Mijn vraag aan de minister is: wilt u
daarop reageren en bent u bereid om dit punt mee te nemen in het
onderzoek? Het is namelijk heel fundamenteel om te kijken naar het
tijdstip van lekken en dan te bekijken wie er toen in het systeem heeft
gekeken. Dat wordt namelijk gelogd. Je kan zien wanneer en hoe laat
iemand in het systeem heeft gekeken en wat die heeft gedaan.
Minister Van Weel:
Dat klopt. Die 1.700 is al een selectie geweest op basis van een aantal
kenmerken, waaronder inderdaad tijdstip, afstand et cetera. Voor zover
het geen vertrouwelijke informatie betreft, nemen we dat mee in de
reconstructie zoals ik die aan de heer Struijs en anderen had
toegezegd.
De voorzitter:
Het wordt meegenomen.
De heer Struijs (50PLUS):
Volgens mij zijn we bij het blokje organisatie. In de evaluatie van
50PLUS komen vanaf de werkvloer een paar nadrukkelijke dingen, waarvan
ik heb begrepen dat de politieleiding ze ook wel deelt. Eén. U heeft al
gezegd: beleid en uitvoering. Gaat u er nou echt werk van maken dat
beleid en uitvoering dichter op elkaar komen? Heel flauw gezegd: je hebt
een peloton aan beleidsmedewerkers. Als je een voornemen hebt om een weg
waar heel veel onveiligheid is en ongelukken zijn, te verbeteren en de
operatie zegt "doe hier toch maar een rotonde", dan wil je niet weten
hoeveel beleidsmedewerkers van de politie je tegenkomt om dat voor
elkaar te krijgen. Ik zeg het wat flauw, maar ik citeer nu even
politiemensen. Wilt u op een hoger abstractieniveau beleid en uitvoering
dichter bij elkaar brengen, waardoor er ook lagen tussenuit vallen in
die NOS? Dan kunnen we ook nog tot die 7% à 8% tot 10% komen. Die gaan
dan wel naar de operatie. Wilt u dat dan ook toezeggen als dit soort
slagen worden gemaakt?
Een tweede. Wil de minister op organisatieniveau kijken naar "de slager
keurt zijn eigen vlees"? Ik hoor van heel veel goede operationele chefs:
ik wil mijn mensen steunen, maar nu moet ik ook nog een onderzoek doen
en moeilijke gesprekken voeren; kan een ander dat niet doen, want ik wil
mijn mensen steunen? Daar lopen we nu al jaren tegenaan. Ik heb hierover
zelfs een paar oude moties teruggevonden. Wilt u nog eens een keer
kritisch kijken naar het hele proces rondom disciplinaire onderzoeken,
zodat die chef op het moment dat er gevochten is en er een onderzoek
aankomt, zijn mensen kan steunen in plaats van onderdeel te zijn van de
beoordelingscommissie?
Een derde. Wil de minister ook eens even goed kijken naar het md-beleid
en dan met name naar het strategische md-beleid. Ik denk dat we de
korpsleiding moeten versterken met mensen die echt empathische en
operationele vermogens hebben, want daar lijkt het af en toe een beetje
aan te ontbreken. In de volksmond wordt dat bij de politie
"regenwormmanagement" genoemd. Als je een regenworm door het midden
hakt, heb je er twee. De ABD kijkt samen met de politietop elke keer
naar mensen die een beetje op henzelf lijken. Ik zou daar graag wat meer
diversiteit in willen zien. Wil de minister ook daar kritisch naar
kijken?
De voorzitter:
Dit was twee minuten. Maar goed, dan tel ik het maar voor twee. Meneer
Struijs kennende was het ook de essentie van wat hij wilde vragen.
Minister Van Weel:
De kloof tussen beleid en uitvoering is van alle tijden. Ik vertelde het
al: ooit was het mijn motivatie om vanuit de marine naar het Haagse te
komen. Dus dat heeft nadrukkelijk mijn aandacht. Tegelijkertijd is het
wel zo dat bij een hele grote organisatie deze valkuil altijd op de loer
ligt. De oplossing is niet altijd om dan maar alle lagen ertussenuit te
halen. Ik zou willen waken voor de oversimplificatie dat het de lagen
zijn waardoor er ruis op de lijn zit of signalen over beleid en
uitvoeren niet doorkomen.
Maar ik vind wel dat je aan de top juist altijd open moet staan voor de
signalen die uit de uitvoering komen. Heel vaak zit daar een dwingende
logica in, waardoor je denkt: hoe heeft dat ooit bij die organisatie
kunnen leiden tot wat we nu aan het doen zijn? De toetsing van het
beleid aan de uitvoering vind ik ontzettend belangrijk. Het gaat dan om
vragen als: "Heeft men daar wat aan? Wil men dat hebben?" Ik zal me daar
dus ook voor inspannen.
De onafhankelijkheid van integriteitsonderzoeken. Volgens mij hebben we
dat separaat ingericht, maar in een volgend halfjaarbericht kom ik terug
op het plaatsnemen in een beoordelingscommissie van leidinggevenden en
de vraag waarom we het zo hebben ingericht.
De voorzitter:
Dan is mevrouw Straatman aan de beurt.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik sloeg aan op de opmerking van de minister dat we op straat steeds
meer ondermijning van het gezag zien. Ik herken dat heel erg. De
minister noemde zelf het voorbeeld van het filmen. Politieagenten hebben
het gevoel dat ze met één hand op de rug moeten werken, omdat mensen
denken agenten te pas en te onpas te kunnen filmen. We hebben te lang
gedacht dat we dat op een normerende wijze, dat mensen op hun fatsoen
aan te spreken, kunnen oplossen. Dat blijkt maar niet te werken en dat
frustreert mijn partij enorm. Daarom ben ik samen met GroenLinks-PvdA
bezig met een initiatiefwetsvoorstel. Daarmee willen we onder meer
regelen dat het openbaar maken en verspreiden van beelden van ongelukken
strafbaar wordt gesteld. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt
en of hij nog andere juridische mogelijkheden ziet om filmen eerder
strafbaar te stellen. Dan kunnen we er wellicht iets aan doen en agenten
beter beschermen.
Minister Van Weel:
Dat raakt meteen aan grondrechten van mensen en dat maakt het zo lastig.
We hebben ook gezien dat als er gefilmd wordt en als dat zoals in
Amsterdam onwelgevallig is, dat ook kan leiden tot incidenten. Ik ben
daarom altijd een beetje huiverig voor het categorisch verbieden van
dingen. Daarmee neem je ook een heleboel vrijheden af die juist kunnen
leiden tot het vastleggen van bewijs dat wel nuttig is in het kader van
een strafzaak. We hebben natuurlijk al wel vanaf 2024 doxing strafbaar
gesteld en de eerste strafzaken hebben inmiddels plaatsgevonden. Mensen
die specifiek met hun naam, met hun kenmerken en met hun adres
slachtoffer worden van dit soort zaken, vallen daaronder. Verder zie ik
uw initiatiefwet graag tegemoet. Ik denk dat we inderdaad collectief
moeten kijken hoe we hier op een creatieve manier een einde aan kunnen
maken.
De voorzitter:
Ik denk dat de kern van veel inbrengen van collega's nu wel aan bod is
gekomen. De minister heeft de blokjes organisatie, financiën en
taakuitvoering gehad. Maar hoe snel kan de minister door de rest heen
gaan?
Minister Van Weel:
Die gaat zijn best doen om dat zo snel mogelijk te doen.
De voorzitter:
Dan gaat de minister dat doen.
Minister Van Weel:
Hoe staat het met de Eenduidige Landelijke Afspraken? Dat was een vraag
van mevrouw Van der Plas. De herziening loopt op dit moment en voor de
zomer komen we met die herziening. Daarin zullen we ook de knelpunten en
de oplossingsrichtingen meenemen.
U vroeg mij naar het WODC-onderzoek naar politievrijwilligers. Ik weet
niet waarom het er zo lang heeft gelegen. U vroeg mij in een bepaalde
termijn te reageren en dat is net niet gelukt, omdat ik er wel goed naar
wilde kijken. Het coalitieakkoord heeft het immers ook over creatieve
manieren om de slagkracht van de politie te vergroten. Ik zie
politievrijwilligers ook als een van de mogelijke avenues om uit te
breiden. U zei overigens terecht dat het een positief onderzoek was. De
kabinetsreactie krijgt u dus aanstonds, want het is helaas net niet
gelukt om dat nog voor het debat te doen.
De iftars zijn natuurlijk een jaarlijks terugkerend fenomeen. De
neutraliteit van de politie staat bij mij zeer hoog in het vaandel en ik
vind dan ook dat dat de meetlat is waaraan we dit soort evenementen
moeten houden. Ik heb in het verleden gezegd dat ik deelname aan een
iftarbijeenkomst niet per se een probleem vind. Ik refereer weer even
aan de wijk Overvecht, waar de politieagenten zeggen: dit is wel een van
de bijeenkomsten die we kunnen organiseren, waarbij we een groot deel
van de bevolking uit de wijk binnen krijgen. Denk daarbij aan de ouders,
die in het normale straatbeeld vaak afwezig zijn. De politie komt daar
eigenlijk alleen jongeren tegen en een team in zo'n wijk zegt daarom:
"Hier hebben wij wat aan. Dit helpt ons bij ons werk."
Ik moet eerlijk zeggen dat ik mij niet geneigd voel om dat te verbieden.
Als u het heeft over agenten die in uniform bidden, dan ben ik
daartegen. Als u het heeft over agenten die voorgaan in een gebed, dan
ben ik daartegen. De heer Ellian sprak in zijn bijdrage over de
geloofsbelijdenis en hoe we daarnaar moeten kijken. Daarover wil ik het
gesprek nog wel aangaan om in de aanloop naar volgend jaar te kunnen
kijken wat hier ons beleid is.
Nogmaals, ik vind dat de politie kerstbijeenkomsten moet houden, dat de
politie outreach moet kunnen doen naar gemeenschappen en dat ze dus ook
een iftarbijeenkomst moeten kunnen houden, maar de neutraliteit van de
politie moet daarbij wat mij betreft wel vooropstaan
De voorzitter:
Ik ga eerst naar de heer Van Dijk. Daarna heb ik zelf ook een
interruptie.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De minister gebruikt het woord "organiseren". Is dat niet precies het
punt? Ik vind het prima dat de politie allerlei bijeenkomsten bezoekt,
van welke achtergrond dan ook. Dat heeft te maken met het zoeken naar
verbinding en de wens dat de politie in alle haarvaten aanwezig is. Maar
je gaat de grens over en je schendt, denk ik, de neutraliteit als de
politie zelf een iftar gaat organiseren of welke religieuze viering dan
ook. Moeten we niet veel scherper onderscheid maken tussen "deelnemen
aan" of "het bezoeken van" en het zelf actief faciliteren en
organiseren?
Minister Van Weel:
Ik zeg daar niet eenduidig ja op. Ik noem maar weer even het voorbeeld
van de wijk Overvecht. De politie wordt daar niet per se uitgenodigd op
de iftarbijeenkomsten die er daar zijn. Dan is het de vraag of je toch
niet wat bereikt door zelf een avondmaaltijd te organiseren. Ik zou ook
niet per se het organiseren van een kerstviering willen verbieden, maar
ik vind wel dat je dan naar de invulling van zo'n bijeenkomst moet
kijken om te voorkomen dat de politie gezien kan worden als … Het werd
genoemd, hè. "De heilige maand." En dat is een persoonlijke belevenis
van de mensen die dat geloof aanhangen.
Voor mij als niet-moslim is de ramadan geen heilige maand. En als agnost
— ik geef het maar toe — geldt dat ook voor andere "heilige" feesten.
Dat moet kunnen en daarom vind ik dat je daarmee voorzichtig moet zijn.
Maar nogmaals, bijeenkomsten kunnen an sich nuttig zijn. Maar de crux is
voor mij dus de religiositeit van de bijeenkomst.
De voorzitter:
Meneer Van Dijk is door zijn interrupties heen, maar ik ga hier nu, als
u dat goedvindt, ook wat over zeggen. De minister maakt een vergelijking
met kerst en zegt "ik ga hier goed naar kijken", maar het gaat erom dat
er bij een kerstborrel op het bureau geen priester aanwezig is die daar
het Onzevader gaat voorlezen. Er wordt dan ook niet stilgestaan bij iets
religieus. De essentie is dat die geloofsbelijdenis voor iedereen die
dat niet gelooft, niet bepaald heel prettig is. Ik beluister dit bij de
minister, maar ik wil het toch checken, want dit vraagt wel om aandacht.
Het doet namelijk echt afbreuk aan de neutraliteit. Ik zag in Utrecht
bijvoorbeeld het logo van de politie naast een ander logo en iemand die
het gebed dan inleidde. Dat kan nooit horen bij de neutraliteit van de
politie.
Minister Van Weel:
Dit is precies waarom ik toezeg dat ik hiernaar wil kijken en we hebben
daar nog elf maanden voor. Dat is trouwens niet exact; ik weet het. Maar
ik wil kijken hoe we die neutraliteit kunnen borgen zonder gelijk te
kiezen voor een categorisch verbod.
De voorzitter:
De minister gaat ernaar kijken en dat wordt, denk ik, door diverse
collega's gewaardeerd. Ik denk dat we daar schriftelijk op enig moment
…
Minister Van Weel:
Geef me daar iets van tijd voor, want het is nu niet mijn hoogste
prioriteit.
De voorzitter:
Het zit ergens binnen de eerstvolgende twee halfjaarberichten. Maar
kunnen we "voor het einde van het jaar" afspreken?
Minister Van Weel:
Voor het einde van het jaar.
De voorzitter:
Oké. Dan maken we er "voor het einde van het jaar" van. Dat tweede
halfjaarbericht komt namelijk in december. Minister, waar bent u?
Minister Van Weel:
Ik was aan het einde van het blokje organisatie en ik ga nu naar het
blokje financiën.
De voorzitter:
Ik weet dat u dat kan, minister, maar dat moet in vogelvlucht.
Minister Van Weel:
Dat kan ook.
Ik ben blij dat er middelen beschikbaar zijn gesteld in het
coalitieakkoord. Dat gaat ons helpen om de politie te versterken daar
waar dat nodig is. Tegelijkertijd betekent het niet dat we de trajecten
en de maatregelen die we in gang hadden gezet, stop gaan zetten. Ik denk
dan aan het beteugelen van de IV-kosten, die de pan uit rezen, of het
stijgende aantal functies boven de formatie. Ik zie het traject "de
basis op orde", dat in gang is gezet, nog steeds als essentieel.
Gelukkig hebben we voor het gat dat structureel overbleef in "de basis
op orde" middelen gevonden om dat gat te dichten. Daardoor hoeven we
geen bezuiniging op de politieorganisatie door te voeren. We kunnen
daardoor ook een intensivering hebben, want boven op geld voor dat
structurele gat, hebben we ook middelen beschikbaar om te investeren in
de zaken die in het coalitieakkoord genoemd zijn. Ik wil er daar eentje
aan toevoegen en dat is innovatie. Ik vind namelijk echt dat de politie
de ruimte moet krijgen om ook te kijken naar de politiediensten van
morgen. Daarbij gaat het om drones en de inzet van AI. Ik kom zo
overigens nog terug op Palantir.
De voorzitter:
De laatste interruptie van mevrouw Coenradie. Dat gaat ze kort
doen!
Mevrouw Coenradie (JA21):
Zeker, voorzitter.
Kan het dan dus niet meer voorkomen, zoals nu wel het geval is, dat er
kapotte auto's rondrijden en dat kapotte auto's niet meer hersteld
worden? Zal het verder ook niet meer gebeuren dat er zoals in Rotterdam
een doelgroepenfunctionaris wordt aangesteld en dat daarvoor op het
betreffende bureau twee hoofdagenten moeten worden ontslagen? Dat zijn
de praktijkvoorbeelden die ik hoor.
Minister Van Weel:
Ik kan dat onmogelijk toezeggen voor de volledige politieorganisatie. Ik
geef op hoofdlijnen aan aan de korpschef waar ik verwacht dat de
prioriteiten worden gelegd. Vervolgens geeft zij mij een plan waarin zij
zegt: zo wil ik de IV beteugelen, zo wil ik de bedrijfsvoeringskosten
beteugelen en zo wil ik de operationele sterkte ontzien. De broekriem is
natuurlijk behoorlijk aangehaald om juist de operationele sterkte te
ontzien. Die broekriem kan door het geld dat er nu bij komt, ietsjes
losser. Tegelijkertijd wil ik wel dat die kritische houding blijft
bestaan: wat moet er allemaal wel en niet? Hoe voorkomen we dat de
sluizen weer opengaan en dat we weer met zo'n enorme stijging van de
IV-kosten te maken krijgen? Die mentaliteit wil ik graag buiten de deur
houden en het zal dus zuinig uitgeven worden.
De voorzitter:
De minister gaat verder.
Minister Van Weel:
Ik kan verder eigenlijk heel kort zijn, want ik ga hierop terugkomen in
een beleidsbrief. Daarin komt een eerste invulling op hoofdlijnen te
staan van wat ik ga doen met die extra gelden. Later, in de aanloop naar
de begroting van politie en Justitie voor 2027, zult u meer te details
te zien krijgen van hoe hier invulling aan wordt gegeven. Uiteraard neem
ik daarbij het regeerakkoord als uitgangspunt.
De voorzitter:
Als de collega's het goed vinden doe ik zelf een korte interruptie, want
dat scheelt me in de tweede termijn. Het is helder dat we die
beleidsbrief gaan afwachten. Nogmaals, veel partijen hier staan achter
de politie, ook als het gaat om de benodigdheden en de financiën, maar
ik hoor nu ook iets wat mij enorme zorgen baart. Ik gaf zelf het
voorbeeld van meervoudigekamerzittingen die nu gevuld worden met kleine
delicten. Daarover zegt het Openbaar Ministerie: er is geen toevoer
vanuit de politie. Ik word dan wel heel erg benieuwd. Meer geld? Oké. De
politie zegt immers: anders krijgen we de boel niet rond. Maar ik zie
ook dat de opsporing van zware criminaliteit en van veelvoorkomende
criminaliteit een beetje … Hoe zal ik het netjes zeggen, want ik wil
niemand tekortdoen? Dat zou beter moeten en kunnen! Wil de minister dat
ook meenemen?
Minister Van Weel:
Uiteraard. Het leven is keuzes maken in schaarste. Dat is de baan van
een politicus, maar ook die van een organisatie. Er is nog steeds meer
criminaliteit dan we in de hele strafrechtketen kunnen aanpakken. Dat
vereist dus prioriteiten stellen. Ik ben wel heel blij met bijvoorbeeld
de passage in het coalitieakkoord over het kijken naar
politiebeschikkingen. Daardoor kun je een aantal zaken die nu wel in de
strafrechtketen terechtkomen, er op een makkelijke manier uit krijgen,
waardoor je uiteindelijk de doorstroom van belangrijke zaken als zeden,
zware criminaliteit et cetera meer kunt borgen. We hebben kritische
rapporten van de Rekenkamer gehad over de hele strafrechtketen en de
verstopping daarin. Ik heb het dus ook tot een van mijn prioriteiten
gemaakt om te bekijken hoe we er nou beweging in kunnen krijgen, juist
in de stadia van samenwerking en de overdracht van politie naar het OM,
van het OM naar de rechtspraak, van de rechtspraak naar de DJI en van de
DJI naar de reclassering. Dat vereist gewoon afstemming. Dat is
moeilijk, maar dat gaan we wel doen.
De voorzitter:
Meneer Struijs, binnen 45 seconden.
De heer Struijs (50PLUS):
Wilt u in uw analyse van de criminele machtsstructuren ook de analyses
van de informatiepoten meenemen? Die zeggen namelijk: dit zijn de dingen
die we niet doen. Een voorbeeldje: georganiseerde misdaad stort zich op
illegale medicijnen, maar wij stoppen met de analyse. Ik wil dus ook een
beetje aan de voorkant wat meer inzicht zonder operationele
details.
Minister Van Weel:
Of ik op het detail van illegale medicijnen ga komen kan ik u niet
zeggen. Daar moeten we als Kamer, ook als politiek in het algemeen,
verre van blijven, denk ik. Natuurlijk gaan we in de aanpak van die
keten bekijken bij welke zaakstromen het klem loopt. Wat willen we in
beweging krijgen? Welke doorlooptijden zouden we daar willen hebben? Aan
dat soort vragen moet u dan denken.
De voorzitter:
Oké. Minister, gaat u verder.
Minister Van Weel:
Mevrouw Straatman vroeg nog naar haar motie en de wettelijke bepalingen
die in de praktijk belemmerend werken voor de inzet van
politiecapaciteit. De verkenning naar aanleiding van die motie loopt nog
en in het tweede halfjaarbericht krijgt u daar uitsluitsel over.
De heer Mathlouti vroeg naar zaken waar ik dus op terugkom in de
begroting voor komend jaar, daar waar het gaat om de vraag waar deze
middelen terechtkomen, ook naar aanleiding van de prioriteiten in het
coalitieakkoord: zeden en digitaal.
De heer Ellian vroeg nog of er een tekort is bij de Eenheid Landelijke
Opsporing en Interventies. Nee, dat is er niet. Dan hebben we bijna al
mijn prioriteiten gehad, maar de ondermijnende criminaliteit staat zeker
zeer hoog op de lijst. Ik ga morgen ook langs bij de Landelijke Eenheid
om me daarover te laten bijpraten. Dat geldt wat mij betreft voor de
grote jongens tot aan de uithalers in de haven. Dat was het kopje
financiën. Ik realiseer me dat ik dat tekort doe …
De voorzitter:
Dat moet en we gaan elkaar vaak genoeg zien. We hebben een paar minuten
voor "taakuitvoering" en dan kunnen we heel snel naar de tweede
termijn.
Minister Van Weel:
De taakuitvoering. Laat ik beginnen met de ME. Mevrouw Mutluer is er
niet. Zij had mij verboden om aan te komen met "daar moet de
burgemeester van Utrecht met de politiechef over spreken".
Tegelijkertijd is het enige alternatief dat ik elders capaciteit weghaal
om die aan Utrecht te geven voor een dedicated ME-peloton. Die keuzes
wil ik niet maken en die kan ik niet maken. We hebben landelijk een
verdeelsleutel afgesproken. Dat is waar het LOVP, dus het overleg van
regioburgemeesters met politie, OM en mij, zich aan houdt. Daarbinnen
moet elke regio zelf besluiten of men kiest voor een altijd paraat
staand ME-peloton, of niet. Maar als je een altijd paraat staand
ME-peloton wilt hebben — de heer Struijs corrigeert me vast als ik het
verkeerd zeg — dan gaat dat uiteraard ten koste van andere capaciteit op
straat. Die keuze ligt dus daar, maar uiteraard kan er in noodgevallen
ook altijd bijstand worden gevraagd. Ik erken wel dat die op die avond
in Overvecht zeer welkom was geweest. Die had de collega's eerder kunnen
ontzetten uit hun benarde positie.
Mevrouw Lammers vroeg nog naar met scherp terugschieten in Overvecht. Ik
kan u vertellen dat ik met die agenten gesproken heb. Ze stonden op het
punt om de wapens te trekken en te gebruiken op het moment dat de
stoeptegels en het vuurwerk langs hun hoofden vlogen. Zo penibel was de
organisatie daar dus. Agenten zijn er natuurlijk altijd zeer
terughoudend in, maar als het moet om hun eigen hachje te beschermen,
dan zullen zij natuurlijk ook gepast geweld toepassen.
Mevrouw Faber vroeg naar Lelystad. De aanslagen met explosieven zijn een
heel groot probleem. We zien nu ook weer dat de jongens die dat
explosief bij de synagoge in Rotterdam hebben neergelegd, geen geharde
criminelen zijn. Dit zijn jonge jongens die online een opdracht
aannemen. Die krijgen daar wat geld voor. Het maakt ze geen bal uit waar
ze dat allemaal neerleggen en waar het voor is, of dat nu terroristisch
is, tegen een synagoge, of tegen een aannemer of tegen een ex. Daar
hebben we dus het Strategische Offensief Tegen Explosies op zitten.
Carola Schouten, als burgemeester van Rotterdam, leidt dat. We zien op
dit moment in ieder geval niet meer een drastische toename in het aantal
explosies, maar we zien ook nog geen afname. We zitten dus op een
plateau en ik hoop dat we dat kunnen gaan ombuigen naar een afname. De
daders worden overigens vrij vaak gevonden, maar zoals ik zei: dat zijn
vaak niet de arrestaties waarmee je dit probleem oplost. Er zijn gewoon
te veel mensen die bereid zijn om dit te doen. Een van de in Heemstede
opgepakte mensen is 14 jaar oud en dus al bereid om zo'n aanslag te
plegen.
Dan de inzet van politiecapaciteit bij grote evenementen zoals betaald
voetbal. Er waren een hoop vragen over voetbal. Ik wil hier nu daar niet
al te lang bij stilstaan. Er staan een aantal concrete initiatieven in
het coalitieakkoord genoemd. Die ga ik allemaal met enthousiasme
oppakken. Ik wil daar in het halfjaarbericht in juni concrete invulling
aan geven. Verder gaan we gewoon door met de initiatieven die we in gang
hebben gezet, zoals de stewards en de interventies die gepleegd
worden.
Zijn er nul personen aangehouden na het geweld in de ArenA, was nog een
vraag van de heer Van Dijk. Op dit moment loopt het onderzoek nog, en
daar kan ik nog geen uitspraken over doen. Maar uiteindelijk worden deze
incidenten natuurlijk gerechercheerd en wordt er ook gekeken naar wie
daar kan worden gepakt.
Over het Duitse en het Zweedse voorbeeld om in gesprek te gaan met
groepen. Onze ervaring hier is dat die harde kernen geen betrouwbare
partners zijn om mee in te gesprek gaan. Daar kun je geen afspraken mee
maken. Daar kun je dus wel mee rond de tafel gaan zitten, maar dat heeft
hier nog nooit geleid tot enige vorm van betrouwbaarheid, aldus de
driehoeken.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen. U heeft namelijk drie interrupties
gehad, meneer Mathlouti. Nee, "nog één" heb ik bij niemand toegestaan,
dus dan wordt het in de tweede termijn.
Minister Van Weel:
Een vraag van de heer Van Dijk over het succesvol voorkomen van een
blokkade van de A2. Ook ik ben daar erg verheugd over. U kent mij uit
mijn vorige periode nog wel als een fervent tegenstander van het
blokkeren van vitale infrastructuur. Demonsteren is goed, demonstreren
moet, maar niet ten koste van andermans vrijheid, dan wel met het
blokkeren van onze vitale infrastructuur. Daar zal ik in deze termijn
ook vol op inzetten.
Dan TOOI. Daar komen we nog over te spreken. We moeten ook nog even
kijken in welk gremium, omdat de brief van de AP natuurlijk
vertrouwelijk aan uw Kamer en aan mij is aangeboden. Daar is een reden
voor: er staan een aantal gevoelige zaken in. Ik wil hier in de
openbaarheid wel even benadrukken dat de kritiek van de AP niet ziet op
alle werkzaamheden van TOOI. Een heleboel werkzaamheden van TOOI worden
dus niet geraakt door dit rapport van de AP, maar enkele wel. Voor die
enkele ben ik nu eerst aan het kijken of er daadwerkelijk wel een
wetswijziging nodig is of niet. U weet allemaal hoe lang een
wetswijziging kan duren. Als die niet nodig is en ik het kan regelen,
ofwel door de aanpassing van de werkzaamheden van TOOI ofwel door iets
in lage regelgeving te veranderen zodat we het wel binnen de marges
krijgen, dan heeft dat dus mijn voorkeur. Want het werk van TOOI — dat
heb ik niemand horen bestrijden — is natuurlijk van essentieel belang
voor wat wij doen. Flankerend hieraan ben ik nog steeds bezig met het
wetsvoorstel …
De voorzitter:
Mevrouw Straatman heeft nog één interruptie, dus die gaat de minister
iets vragen over TOOI.
Mevrouw Straatman (CDA):
Niet over TOOI, voorzitter, want ik onderstreep helemaal wat de minister
zegt over het belang van dat instrument en dat we vooral naar
mogelijkheden moeten zoeken om het werk nu voort te zetten. Als daar
wetswijzigingen voor nodig zijn, dan is dat voor een later moment. Maar
laten we nu vooral dat instrument volledig gebruiken. Mijn vraag ging
nog over voetbal. Volgens mij was dat de laatste vraag van de minister.
Ik begrijp in het kader van de tijd ook dat hij daar snel doorheen gaat.
Ik had nog wel twee hele concrete vragen, over de inzet van
politiecapaciteit rondom voetbalwedstrijden en over de uniforme omgang
met civielrechtelijke stadionverboden, ook gezien die alternatieve
trajecten die de ene club wel aanbiedt en de andere club niet. Zou de
minister kunnen toezeggen in het halfjaarbericht in juni op die twee
punten concreter in te gaan? Dan begrijp ik dat we in het kader van de
tijd het nu op deze manier oplossen.
De voorzitter:
Keurige vraag, ik neem aan dat de minister …
Minister Van Weel:
Met plezier, voorzitter.
De voorzitter:
Het voetbalseizoen is dan ook afgelopen.
Minister Van Weel:
Nog even over TOOI en flankerend daaraan het wetsvoorstel
Gegevensvergaring openbare orde. Naar aanleiding van onder andere de
rellen in Amsterdam destijds hoop ik op heel korte termijn dit
wetsvoorstel naar de Raad van State te sturen en het dus een volgende
fase in te brengen.
Dan 0900-8844. We proberen voor elk kanaal van urgentie in ieder geval
toegang tot de politie te regelen. Niet iedereen hoeft 112 te bellen,
maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je een halfuur in de
wacht staat bij 0900-8844. Het kan inderdaad zijn dat je, om de
wachttijden juist te verkorten, wordt doorgeschakeld naar een andere
regio. Als je dan met een heel lokale vraag zit, word je niet geholpen.
Het is wel de bedoeling dat er dan uiteindelijk lokaal wordt
teruggebeld. Waar dat niet gebeurt, zullen we daar aandacht voor vragen,
want het is wel hoe het in de praktijk zou moeten werken.
Dan Palantir. We werken aan het afbouwen van onze afhankelijkheden van
anderen. Op dit moment wordt een systeem van Palantir alleen gebruikt
voor de zware ondermijnende criminaliteit en gebeurt dat volledig
afgebakend binnen de Raffinaderij, zoals dat heet, binnen de politie.
Daar is op dit moment geen alternatief voor, maar de data gaan niet naar
Palantir toe, dus uiteindelijk is het alleen voor politiegebruik zelf.
Daar heeft het wel een toegevoegde waarde, maar dus geïsoleerd. We zien
daar geen risico's, maar erkennen wel de afbouw van onze
afhankelijkheid, die we natuurlijk graag willen.
Dan het punt van de discriminatieregisseur. In de vorige periode, onder
het kabinet-Schoof, is er geïnvesteerd in het expertisecentrum van de
politie. In het eerste halfjaarbericht zal ik uw Kamer informeren over
dit team en de taakaccenten die daaronder zitten, waaronder
antisemitisme. Ik zal hierbij ook de motie van het lid Bamenga meenemen
over een discriminatieregisseur per eenheid. Ik kom nog terug op de
vraag wat ik ga doen met de nieuwe middelen. Overigens, hoewel deze
aanslagen per definitie antisemitisch van karakter zijn, want gericht
tegen de Joodse gemeenschap: mocht er blijken dat er hier sprake is van
opdrachtgeverschap, dan is dat natuurlijk van een ander kaliber.
Ten slotte Game Over?!; let's end on a happy note. Ik ben heel blij met
deze campagne, die ook echt resultaat heeft opgeleverd. Nu al zijn er 48
herkenningen geweest. De politie gaat de campagne evalueren. Mochten er
inderdaad ook geen negatieve aspecten gezeten hebben aan deze campagne,
dan zullen we dit soort acties zeker vaker op deze manier herhalen. Het
geeft namelijk een grote klapper. En het gaat niet alleen om die
klapper, het gaat er niet alleen om om mensen vast te zetten; het gaat
ook om de afschrikwekkende werking die uitgaat van het feit dat je
gepakt kan worden en met je gezicht op televisie kan komen. Misschien
denken mensen dan twee keer na voordat zij zich als agent
voordoen.
De voorzitter:
Ik constateer, ook gezien de opmerking van mevrouw Faber buiten de
microfoon, dat er een tweeminutendebat gaat komen. Ik wil iedereen
oproepen om de tweede termijn van het commissiedebat vandaag dan zo veel
als mogelijk te beperken. Maximaal één minuut, maar hoe korter, hoe
beter.
Mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Als eerste wil ik de minister bedanken voor zijn beantwoording. Ik ben
blij dat hij ook positief is over Game Over?!. Ik weet dat er nog 13.000
verdachten zijn die ook dit gedrag hebben vertoond, dus ik hoop wel dat
men er voortvarend mee aan de slag gaat.
Bij dezen wil ik een tweeminutendebat aanvragen.
Tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Perfect. Mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Ik kijk uit naar wat daadkracht. Ik zie en hoor hier veel
verwijzingen naar juni en een halfjaarbericht. De urgentie is gewoon
heel erg groot, dus ik ga dit met argusogen volgen. Maar er volgt
inderdaad nog een tweeminutendebat. Daar zullen wij ook met de nodige
moties komen.
De voorzitter:
Kijk! Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Dank aan de minister en zijn staf voor de antwoorden. Ik wil
mijn minuut gebruiken voor onze politieagenten in Nederland. Ik hoop ook
dat zij zien dat in deze Kamer brede steun is voor onze agenten, die
elke dag 's ochtends opstaan en werken voor onze veiligheid, die soms
hele harde mededelingen moeten doen aan mensen, bijvoorbeeld als er
iemand is omgekomen bij een ongeluk, en die eigenlijk nooit zeker zijn
of ze 's avonds weer thuiskomen vanwege het vele geweld dat tegen hen
wordt gebruikt. Ook hier in de Tweede Kamer is de politie elke dag
aanwezig om te zorgen voor onze veiligheid en voor de veiligheid van de
bezoekers. We hebben het gehad over de filmpjes. Ik wil de mensen in
Nederland oproepen: echt jongens, bescherm elkaar nou een beetje. We
hebben de politie nodig om onze samenleving veilig te houden. Diezelfde
politieagent kan morgen bij jou aan de deur staan of kan misschien
helpen om je oude oma van driehoog-achter die zelf niet naar beneden kan
komen, mee naar beneden te helpen. Ze hebben ook een zorgtaak. Ik wil de
politie een hart onder de riem steken en de samenleving oproepen om onze
agenten te waarderen en goed te behandelen; ze zijn er immers ook voor
jullie.
De voorzitter:
Zo is dat. Meneer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik sluit mij helemaal aan bij collega Van der Plas.
Ik heb voor de halfjaarbrief nog één verzoekje: kunnen daarin wat
woorden gewijd worden aan dat grote programma datagedreven werken? Dat
is een heel groot programma. Data zijn cruciaal voor politiewerk. Kunt u
daar nog wat extra aandacht aan besteden? Hoe staat het ermee?
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van
de vragen. Ik denk dat we vandaag een goed debat hebben gevoerd. We
constateren dat we niet helemaal zijn toegekomen aan bijvoorbeeld
voetbal, een onderwerp dat ook heel belangrijk is als het gaat om de
capaciteit van de politie.
De actualiteit vraagt dat we een goed debat voeren over de
vertrouwenskloof. Mooi dat de minister aangeeft dat hij alles op alles
zet om samen met de korpsleiding te werken aan de vertrouwensband. Dat
is heel belangrijk. Ook de toon van ons debat bepaalt hoe we die kloof
dichten en het vertrouwen weer herstellen. Ik doe dan ook een oproep aan
iedereen: laten we allemaal bijdragen, ook in taal en woorden, aan het
verder versterken van de politieorganisatie. Dat verdienen alle agenten
immers.
De voorzitter:
Meneer Mathlouti.
De heer Mathlouti (D66):
Dank, voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van de
CDA-collega. Dank aan de minister voor de beantwoording.
In zijn halfjaarbrief komt hij op een aantal zaken terug. Goed dat de
rechercheurs daarin nadrukkelijk worden meegenomen.
Ik heb even kort stilgestaan bij het geweld in voetbalstadions. Daar is
wat mij betreft wel wat snel overheen gestapt, zeg ik in alle
eerlijkheid. Dat fanatieke supporters "niet altijd even betrouwbaar
zijn", is denk ik wat te kort door de bocht. Hebben er gesprekken
plaatsgevonden of niet? Hoe kijkt de minister naar de goede voorbeelden
in andere landen? Waarom lukt het daar wel en vooral: wat kunnen we
daarvan leren? Verder heb ik gevraagd hoe de minister reflecteert op de
ideeën van de KNVB zelf. Ik denk dat die belangrijk zijn, zeker omdat de
bond een belangrijke partner is in het geheel van dit onderwerp.
Dan TOOI. Helemaal eens: volgens mij is het een heel belangrijk
instrument voor de politie. Of er een wetswijziging nodig is, zal
blijken. Die verkenning komt, maar wanneer? Wat heeft u daarvoor vanuit
de Kamer nodig? Hoe brengt u ons op de hoogte van de ontwikkelingen op
dat vlak? Daar ben ik benieuwd naar.
Dan Palantir. Ik heb nadrukkelijk gevraagd wat de stand van zaken is met
betrekking tot de motie waarin wordt gevraagd naar alternatieven. Ik
denk dat dat een wezenlijke vraag is die nog openstaat.
Dank.
De voorzitter:
Ik heb u wat respijt gegeven. Meneer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de minister. Een aantal belangwekkende
zaken gaan terugkomen in brieven — beleidsbrieven, junibrief — rondom de
politie en rondom voetbalvandalisme. Dat is ook heel hard nodig, want
het debat is niet klaar.
Ik ben ook heel erg benieuwd naar de brief die de minister heeft
toegezegd rond de iftar, al kan dat nog eventjes duren. Ik hoop dat het
een brief gaat worden zonder al te veel wensdenken. We moeten even
bekijken: waar hebben we het over? Een bijeenkomst waarop expliciet de
belijdenis klinkt dat er maar één god is, namelijk Allah, en dat alleen
hij het recht heeft om gediend te worden, is geen verbindend feestje en
is zeker niet neutraal. We kennen een lange, beproefde christelijke
traditie. Daar moeten we trots op zijn. Er is wat mij betreft echt geen
inhoudelijke reden te bedenken om over te stappen op islamitische
hapjes.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Ten slotte spreek ik zelf, maar dan niet als voorzitter, maar als de
heer Ellian van de VVD. Uiteraard dank ik de minister ook voor de
beantwoording. Volgens mij was dit een grondig debat dat recht doet aan
het feit dat wij allen volgens mij de politie waarderen, juist willen
dat het goed gaat met de politie en ook willen dat zij kan doen wat zij
moet doen. Dat zijn die kerntaken waar ik het over had. Uiteraard dank
ik de staf van de minister voor het meeschrijven aan de
antwoorden.
Het enige wat ik nog zou willen benoemen — dat zal niemand verbazen — is
de lange arm van Teheran; die is niet nieuw. Dat geldt ook voor het
gegeven dat het Iraanse regime werkt met criminele organisaties, klein
en groot. Ik maak me daar zorgen over. Ik hoor in de uitlatingen van de
minister van de afgelopen tijd terug dat hij ook bezorgd is. Ik behoor
tot de happy few die mag rekenen op verhoogde interesse van het regime.
Ik maak me heel veel zorgen om diegenen die misschien niet helemaal in
beeld zijn bij de politie voor bescherming, maar mogelijk wel in gevaar
zijn. Zou de minister daar iets over kunnen zeggen?
Misschien nog even een persoonlijk feit. Ik behoor tot degenen aan wie
verteld wordt dat er extra aandacht voor hen is. Ik ben dankbaar voor
iedereen die zich inzet om mij en anderen veilig te houden.
U kennende, minister, kunt u meteen door.
Minister Van Weel:
Yes. Ik ga ervoor zorgen dat u op tijd de vergadering kunt beëindigen,
voorzitter. Dank aan de leden voor hun flexibiliteit ten aanzien van
zaken waar we nog nader op terugkomen in halfjaarberichten.
We zullen aandacht besteden aan datagedreven netwerken in het volgende
halfjaarbericht. Gesprekken over voetbal nemen we daar ook in mee, zeg
ik tegen de heer Mathlouti.
De TOOI-verkenning komt, zoals gezegd, voor de zomer. Ik moet alleen nog
even bekijken op welke wijze we het gaan doen: of dat vertrouwelijk moet
of in de openbaarheid kan gebeuren. Dat ligt een beetje aan de
uitkomsten van die verkenning; dat laat ik u nog weten.
Dan Palantir. Ja, we werken aan onafhankelijkheid. Nee, daar zijn we nog
niet. Ik moet eerlijk zeggen — dit zeg ik ook op basis van mijn kennis
uit het verleden — dat de kloof tussen de Amerikaanse en de Europese
hightechbedrijven aanzienlijk is. We moeten onze crimecatchers ook niet
onnodig op achterstand zetten, maar we moeten dit ondertussen wel
serieus nemen en serieus meenemen.
Ten slotte richt ik mij tot de voorzitter, de heer Ellian. Ik heb
verteld over de mogelijkheid — al hebben we daar nu nog geen al te
concrete aanwijzingen voor — dat het Iraanse regime een hand heeft gehad
in wat er in Schoonhoven is gebeurd. Alleen al het feit dat het een man
betreft met een Iraanse achtergrond die zich heeft uitgelaten over het
regime, is aanleiding voor mij geweest om samen met de gezagen te
bekijken welke maatregelen er, zichtbaar of onzichtbaar, verder moeten
worden getroffen. Ik hoop u daarmee enigszins gerust te stellen.
U sprak een woord van dank uit voor de toewijding vanuit de
politieorganisatie; dat sentiment deel ik. Ik hoop dat ik duidelijk heb
kunnen maken dat ik enorm veel waardering heb voor de politiemedewerkers
die rondlopen op straat, gelet op de uitdagingen waar zij voor staan. Ik
hoop de komende periode echt een verschil te kunnen maken ten aanzien
van het herstel van de veiligheid op straat en het gezag van de politie,
want dat verdienen ze.
De voorzitter:
Helder, bedankt. Als de collega's nog even kunnen wachten, dan doe ik
even de toezeggingen, want het is altijd prettig als we dat met elkaar
kunnen doen.
Er is een tweeminutendebat aangevraagd, met als eerste spreker het lid
Faber.
Een toezegging aan de heer Struijs. De minister zal in het eerstvolgende halfjaarbericht — dat is dus juno 2026 — een reconstructie opnemen betreffende de inzage in de politiesystemen in de zaak-Lisa.
Een toezegging aan mevrouw Faber. De minister gaat in gesprek met de burgemeesters over de steun voor politiemensen. Daar worden we schriftelijk over geïnformeerd, ik denk ook in het halfjaarbericht van juno 2026.
Een toezegging aan de heer Struijs. In het volgende halfjaarbericht, juno 2026 dus, komt de minister terug op de integriteitsonderzoeken en op de wijze waarop die vormgegeven worden.
Volgens mij was dat de toezegging. Is dat correct? Ja. O, de minister
preciseert. Dan wordt het dus: in het volgende halfjaarbericht van de
politie komt de minister terug op de rol van de leidinggevende bij een
integriteitsonderzoek. Dan is die ook helder.
Sorry, ik moet er af en toe aan wennen dat mijn haar lang is geworden en
van links naar rechts gaat.
Een toezegging aan collega Van der Plas. De minister informeert de Kamer voor de zomer over de herziening van de Eenduidige Landelijke Afspraken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voor de zomer is best nog wel lang. "Zo snel mogelijk voor de zomer"
dan.
Minister Van Weel:
"Zo snel mogelijk voor de zomer", daar kan ik mee leven. Maar "voor de
zomer" heb ik wel nodig voor het verwachtingenmanagement, want het is
echt een hele uitgebreide herziening die loopt, waarbij we ook de
knelpunten willen oplossen in de reactie waarmee we komen.
De voorzitter:
De minister doet zijn best: uiterlijk voor de zomer. De minister heeft
gehoord dat snelheid geboden is.
De minister zal uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie — dat is dus december 2026 — ingaan op de borging van de neutraliteit van de politie. Dat is in het licht van de iftars. Ik denk dat het goed is dat we dat scherp hebben met elkaar.
Uiterlijk in het tweede halfjaarbericht politie gaat de minister in op de motie-Straatman over wettelijke bepalingen die belemmeringen vormen voor de politie.
Voelt u zich natuurlijk vrij, minister: als het in het eerstvolgende halfjaarbericht kan, doet u dat dan vooral.
In het eerste halfjaarbericht politie — dat is dus weer juno 2026 — komt de minister terug op de vragen van mevrouw Straatman over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden.
Ik denk dat de minister dan in algemene zin terugkomt op politie-inzet bij voetbal.
Tot slot. De minister komt in het volgende halfjaarbericht politie — dat is dus juno 2026 — terug op datagedreven werken.
Ik zie de minister knikken, en Kamerleden ook. Dat is fijn. Mevrouw
Straatman?
Mevrouw Straatman (CDA):
De vraag ging inderdaad over de politie-inzet bij voetbalwedstrijden,
maar ook over de omgang met civielrechtelijke stadionverboden en de
vraag hoe we die uniform kunnen uitvoeren.
De voorzitter:
Ik zie geknik, dus dat gaat goedkomen.
Ik dank iedereen die aanwezig was: de collega's, de minister en de
geïnteresseerden in de zaal, zeker natuurlijk ook de geïnteresseerde
politiemensen.
Ik sluit de vergadering.
Sluiting 13.00 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|