[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoorden VGO-onderzoekers naar aanleiding van Gezondheidsraadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen

Toekomst veehouderij

Brief regering

Nummer: 2026D14808, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-04-01 12:28, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28973 -297 Toekomst veehouderij.

Onderdeel van zaak 2026Z06568:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Op 9 januari jl. is de Kamer geïnformeerd over de kabinetsreactie op het tweede deeladvies van de Gezondheidsraad (GR) over gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen.1,2 In deze brief is aangegeven dat het advies een aantal vragen opriep, die ter beantwoording zijn neergelegd bij de VGO-onderzoekers.3 Bij deze stuur ik de Kamer, mede namens de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de antwoorden op deze vragen.

De eerste vraag gaat over het verhoogde risico op een longontsteking binnen een woonafstand van 500-1000 meter van geitenhouderijen. Achtergrond van deze vraag is dat in het tweede deeladvies van de GR staat dat het risico op longontsteking het sterkst verhoogd is binnen een woonafstand van 0-500 meter van een geitenhouderij (73%). Binnen een woonafstand van 0-1000 meter is dat minder (19%). Omdat het gezondheidsrisico afneemt met een grotere woonafstand van een geitenhouderij is van belang te weten hoe groot het risico is op een woonafstand tussen 500-1000 meter van geitenbedrijven, naast een risico-inschatting over de gehele kilometer. Over het risico binnen een woonafstand van 500-1000 meter kon de GR geen aparte schatting maken, omdat deze afstand niet is opgenomen in de gepubliceerde resultaten van het VGO-onderzoek. Aan de VGO-onderzoekers is gevraagd om deze schatting alsnog te maken, op basis van de oorspronkelijke data. Het antwoord wordt als bijlage bij deze brief naar de Kamer gestuurd (bijlage 1). De VGO-onderzoekers geven daarin aan dat tussen 500-1000 meter vanaf een geitenhouderij 14% meer gevallen van longontsteking worden gevonden dan op grotere afstand (op meer dan 1000 meter). Omdat de patiënten binnen 500 meter niet meegenomen worden in deze groep, is het risico tussen 500-1000 meter lager (14% t.o.v. 19%) en, volgens de analyse van de onderzoekers, niet meer statistisch significant.

De GR gaf in zijn advies aan dat op basis van de beschikbare resultaten niet duidelijk is of naast de aanwezigheid van geitenhouderijen ook het

aantal geiten een effect heeft op het risico op longontsteking bij omwonenden. De tweede vraag gaat dan ook over het in beeld brengen van de relatie tussen omvang van geitenbedrijven en het risico voor omwonenden, in relatie tot emissiereducerende maatregelen in de bedrijfsvoering. Het antwoord hierop staat in de tweede bijlage bij deze brief. De VGO-onderzoekers concluderen dat zij op basis van het VGO-onderzoek geen onderbouwde uitspraken kunnen doen over de invloed van bedrijfsgrootte op het gezondheidsrisico (longontsteking) voor omwonenden. Dat wil niet zeggen dat die invloed er niet is, maar uit de beschikbare data kan deze invloed niet worden aangetoond.

Beide antwoorden worden meegenomen in de uitwerking van het maatregelenpakket, waarover de Kamer zoals toegezegd voor de zomer verder wordt geïnformeerd.

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

Sophie Hermans


  1. Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 280.↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/2026, 28 973, nr. 287.↩︎

  3. Veehouderijen en Gezondheid Omwonenden (VGO) onderzoek is uitgevoerd door het RIVM in samenwerking met UU-IRAS, Nivel en WUR.↩︎