Appreciaties van de amendementen ingediend tijdens het wetgevingsoverleg over de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact van 26 maart 2026
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Brief regering
Nummer: 2026D14835, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-04-01 13:18, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -64 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z06575:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-01 13:10 β Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-01 13:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 13:00: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (π origineel)
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Nr. 64 Brief van de minister van Asiel en Migratie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Tijdens het wetgevingsoverleg over de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 op 23 maart jl. heb ik uw Kamer toegezegd schriftelijk mijn appreciatie van het amendement Dassen (Kamerstuk 36 871, nr. 59) nader toe te lichten. Daarnaast apprecieer ik met deze brief ook het nader gewijzigd amendement Boomsma/Ceulemans (nr. 58) en het amendement Vondeling/Wilders (Kamerstuk 36 871, nr. 61). Verder maak ik van de gelegenheid gebruik om de tijdens het wetgevingsoverleg gedane toezegging over het wetsvoorstel uitlezen gegevensdragers te herhalen.
Amendement Dassen nr. 59
Het voorgestelde amendement Dassen (Kamerstukken II 2025/26, 36871, nr. 59) beoogt de toepassing van de asielgrensprocedure te beperken tot drie situaties, te weten: situaties waarin de aanvrager van een verblijfsvergunning asiel de autoriteiten heeft misleid, de aanvrager een gevaar vormt voor de openbare orde, of de aanvrager afkomstig is uit een land met een gemiddeld EU-inwilligingspercentage onder 20%.
Een belangrijke doelstelling van het Europese Asiel- en migratiepact is de versterking van de Europese buitengrenzen. De asielgrensprocedure vormt daartoe een belangrijk instrument. Op grond van artikel 45, eerste lid, van de Procedureverordening zijn lidstaten verplicht in de situaties waarnaar de toelichting bij het amendement verwijst de asielgrensprocedure toe te passen. Daarnaast biedt de Procedureverordening in artikel 43, eerste lid, lidstaten de ruimte om de asielgrensprocedure ook in andere situaties toe te passen. Zo kan de asielgrensprocedure, naast de situaties waarin toepassing verplicht is, onder andere ook worden toegepast in alle gevallen waarin aan de buitengrens een asielaanvraag wordt gedaan en een van de omstandigheden uit artikel 42, lid 1, punten a), b), d), e), g) of artikel 42, lid 3, punt b) zich voordoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om situaties waarin een derde land kan worden beschouwd als een veilig land van herkomst en situaties waarin kennelijk tegenstrijdige verklaringen, of verklaringen die strijdig zijn met de relevante of beschikbare informatie over het land van herkomst zijn afgelegd. Deze facultatieve toepassingsvoorwaarden komen overeen met de situaties waarin ook nu al de grensprocedure wordt toegepast. De regering wil om die reden ook in de toekomst van deze facultatieve ruimte gebruikmaken om zo de huidige wettelijke grensprocedure, die naar haar oordeel goed functioneert, te kunnen handhaven.
De wettelijke grondslag van de (asiel)grensprocedure kan worden gevonden in artikel 3, derde lid, aanhef van de Vreemdelingenwet 2000. Deze grondslag wordt in lijn met hetgeen hiervoor is opgemerkt door de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 niet wezenlijk gewijzigd. De keuze om gebruik te maken van de expliciete ruimte die het Asiel- en migratiepact op dit punt biedt en dus ook ten aanzien van de voornoemde additionele groepen asielzoekers het asielverzoek direct bij aankomst aan de buitengrens te beoordelen en daarmee een snelle terugkeer van asielzoekers zonder recht op asielbescherming te bewerkstellingen, sluit aan bij de doelstelling van de regering om grip te krijgen op migratie en daartoe alle ruimte te gebruiken die het Asiel- en migratiepact biedt.
Om voorgaande redenen heb ik tijdens het wetgevingsoverleg het amendement ontraden, en zie ik geen aanleiding nu tot een andere appreciatie te komen.
Amendement Boomsma/Ceulemans nr. 58
Na afloop van het wetgevingsoverleg hebben de leden Boomsma en Ceulemans hun amendement (Kamerstukken II 2025/26, 36 871, nr. 34) gewijzigd. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik dit amendement ontraden, vanwege de daarin opgenomen bevoegdheid om een sollicitatieplicht op te leggen. In het nader gewijzigd amendement (Kamerstuk 36 871, nr. 58) is deze sollicitatieplicht komen te vervallen en is enkel de bevoegdheid voor het COA behouden om vreemdelingen te verplichten deel te nemen aan cursussen gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse maatschappij. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik al opgemerkt dat ik voor deze bevoegdheid meer ruimte zie.
Om deze reden geef ik het nader gewijzigd amendement de appreciatie: oordeel Kamer.
Amendement Vondeling/Wilders nr. 61
Het na het wetgevingsoverleg ingediende amendement Vondeling/Wilders (Kamerstukken II 2025/26, 36 871, nr. 61) beoogt te regelen dat het staatsnoodrecht dat in de Vreemdelingenwet 2000 is opgenomen onmiddellijk wordt geactiveerd. Daarmee wensen de indieners een asielstop en een stop op nareis mogelijk te maken. Naar het oordeel van de regering is aan de voorwaarden voor activatie van het staatsnoodrecht niet voldaan.
Om die reden ontraad ik dit amendement.
Toezegging wetsvoorstel uitlezen gegevensdrager
Verder bevestig ik hierbij ook de toezegging die ik tijdens het wetgevingsoverleg naar aanleiding van het amendement Boomsma c.s. (Kamerstuk 36 871, nr. 33) heb gedaan, namelijk om het wetsvoorstel dat een grondslag creΓ«ert voor het uitlezen van gegevensdragers met voorrang op te pakken en dit wetsvoorstel in het tweede kwartaal in consultatie te brengen. De urgentie die de indieners van het amendement voelen, wordt door mij gedeeld. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het wetgevingsproces zorgvuldig verloopt en dus ook de Autoriteit Persoonsgegevens om advies zal worden gevraagd. Om er alles aan te doen om het wetsvoorstel zo snel mogelijk bij uw Kamer te krijgen, zal ik, zoals ik met uw Kamer deelde met de Autoriteit Persoonsgegevens in contact treden over het met spoed uitbrengen van een advies.
Overige amendementen en moties
Tot slot merk ik op dat alle overige wijzigingen van reeds ingediende amendementen, tot en met het amendement met stuknummer 61, niet hebben geleid tot een aanpassing van de eerder gegeven appreciaties. Dat geldt overigens ook voor na het wetgevingsoverleg ingediende gewijzigde moties.
De minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink